BAUKNECHT GT 193 A2+ - Vriezer

GT 193 A2+ - Vriezer BAUKNECHT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GT 193 A2+ BAUKNECHT in PDF-formaat.

📄 48 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice BAUKNECHT GT 193 A2+ - page 13
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BAUKNECHT

Model : GT 193 A2+

Categorie : Vriezer

Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GT 193 A2+ - BAUKNECHT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GT 193 A2+ van het merk BAUKNECHT.

GEBRUIKSAANWIJZING GT 193 A2+ BAUKNECHT

2. Veiligheidssluiting (indien aanwezig)

4. Dop afvoerkanaal voor dooiwater (indien aanwezig)

6. Mand (indien aanwezig)

  • Raadpleeg het hoofdstuk “ALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN”.
  • Haal het apparaat uit de verpakking.
  • Verwijder de vier beschermdelen tussen de deur en het product.
  • Controleer of de dop voor de afvoer van het dooiwater (indien aanwezig) op de juiste manier geplaatst is (4).
  • Om de maximale prestaties te verkrijgen en schade te voorkomen bij het openen van de deur van het apparaat, dient een afstand van tenminste 7 cm van de achterwand en 7 cm van de zijkanten te worden vrijgelaten.
  • Breng de bijgeleverde accessoires aan (indien aanwezig).

1. Thermostaat: maakt het mogelijk om de interne

temperatuur van het apparaat te regelen.

2. Rood controlelampje (indien aanwezig): als dit lampje

brandt wordt aangegeven dat de temperatuur aan de binnenkant van het product nog niet laag genoeg is.

3. Groen controlelampje (indien aanwezig): als dit lampje

brandt wordt aangegeven dat het product ingeschakeld is.

4. Geel/oranje verlichte knop (indien aanwezig):

activeert/deactiveert de snelvriesfunctie. De configuratie van het bedieningspaneel kan afhankelijk van de modellen variëren. Inbedrijfstelling van het product

  • De temperatuur van het product is in de farbriek ingesteld voor de functionering bij een aanbevolen temperatuur van -18°C.
  • Sluit het product aan.
  • Het groene controlelampje begint te branden (indien voorzien).
  • Ook het rode controlelampje wordt geactiveerd (indien voorzien), aangezien aan de binnenkant van het product de temperatuur nog niet laag genoeg is om hier levensmiddelen in te bewaren. Dit controlelampje deactiveert zich normaal gesproken binnen zes uur na de inschakeling.
  • Verzeker u, na het apparaat aangesloten te hebben en als de correcte temperatuur bereikt is (hier is ongeveer een uur voor nodig en de deur mag tijdens deze fase niet worden geopend), ervan dat de snelvriesfunctie gedeactiveerd is (het gele controlelampje, waar voorzien, brandt niet).
  • Plaats de levensmiddelen alleen in het product als het rode controlelampje (waar voorzien) niet langer brandt.
  • De afdichting sluit de vriezer hermetisch af, dus u kunt de deur van het apparaat niet onmiddellijk na sluiting weer openen. Wacht enkele minuten voordat u de deur van het apparaat opnieuw opent. Instelling van de temperatuur Stel met behulp van de thermostaat de correcte temperatuur in. Voer de volgende procedure uit om de temperatuur van het product in te stellen
  • Draai de thermostaatknop op stand 1 als u een minder lage bewaringstemperatuur wenst in te stellen.
  • Draai de thermostaatknop op stand 6 als u een lagere bewaringstemperatuur wenst in te stellen.
  • In het geval van een halve lading, of te wel als de lading aan de binnenkant van het apparaat (indien aanwezig) op het "e" symbool ingesteld is, raden we u aan om de thermostaat op lagere standen in te stellen (op de stand "e" als deze op de schaal voor het instellen van de thermostaat aangegeven staat). Klimaatklasse Omg. temp. (°C) Omg. temp. (°F) SN Van 10 tot 32 Van 50 tot 90 N Van 16 tot 32 Van 61 tot 90 ST Van 16 tot 38 Van 61 tot 100 T Van 16 tot 43 Van 61 tot 110 CO SmallGEBRUIKSAANWIJZING

ALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN

Het product dat u heeft aangeschaft is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik en voor de conservering van diepvriesproducten, het invriezen van verse levensmiddelen en voor het maken van ijsblokjes. De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventueel letsel aan personen, dieren of voor schade aan voorwerpen die veroorzaakt is door het niet in acht nemen van deze voorschriften.

1. Controleer na het uitpakken van het apparaat of het niet

beschadigd is, of de deur perfect sluit en of de afdichting niet vervormd is. Uw leverancier dient binnen 24 uur vanaf de levering van het product van eventuele schade op de hoogte te worden gesteld.

2. Wacht minstens twee uur alvorens het apparaat in werking

te stellen, om het koelcircuit perfect te kunnen laten functioneren.

3. Zorg ervoor dat de installatie en de elektrische aansluiting

door een gekwalificeerd technicus worden verricht overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant en de plaatselijke veiligheidsvoorschriften.

4. Reinig de binnenkant van het product alvorens het in gebruik

  • Controleer voordat u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit, of de spanning overeenkomt met de gegevens op het serienummerplaatje op de achterkant van het apparaat.
  • Houd u aan de plaatselijke voorschriften voor de elektrische aansluiting.

INVRIEZEN VAN LEVENSMIDDELEN

Klaarmaken van verse levensmiddelen om in te vriezen

  • Wikkel en verzegel de in te vriezen verse levensmiddelen in: aluminiumfolie, plastic folie, waterdichte plastic zakjes of diepvriesbakken met deksel.
  • De levensmiddelen moeten vers, rijp en van een zeer goede kwaliteit zijn.
  • Verse groenten en fruit zo mogelijk direct na de oogst invriezen, om de voedingsstoffen, de consistentie, de kleur en de smaak te behouden.
  • Laat warme levensmiddelen altijd afkoelen voordat u ze in de vriezer zet. Invriezen van verse levensmiddelen
  • Plaats de in te vriezen levensmiddelen direct tegen de verticale wanden van de vriezer: A) - in te vriezen levensmiddelen, B) - reeds ingevroren levensmiddelen.
  • Plaats de in te vriezen levensmiddelen niet direct tegen de al ingevroren levensmiddelen aan.
  • Voor beter en sneller invriezen raden wij aan de levensmiddelen in kleine pakjes te verdelen; dit zal ook van pas komen bij het gebruiken van het ingevroren voedsel 1.Druk ten minste 24 uur voordat u verse levensmiddelen in het apparaat gaat leggen op de snelvriestoets. 2.Leg het in te vriezen voedsel in de vriezer en houd de klep 24 uur gesloten. De snelvriesfunctie schakelt automatisch uit na ongeveer 50 uur.

CONSERVERING VAN LEVENSMIDDELEN

Raadpleeg de tabel op het apparaat (indien aanwezig) Indeling van de ingevroren levensmiddelen Zet de ingevroren levensmiddelen in de vriezer en deel ze in; het is raadzaam om de invriesdatum op de verpakking aan te geven, om te zorgen dat het product tijdig geconsumeerd wordt. Tips voor het bewaren van diepvriesproducten Bij de aankoop van diepvriesproducten moet u op de volgende punten letten:

  • de verpakking moet intact zijn, omdat voedsel in beschadigde verpakkingen in kwaliteit achteruitgegaan kan zijn. Als een pakje bol staat of als er vochtplekken op zitten, is het niet onder optimale omstandigheden bewaard en kan het al gedeeltelijk zijn ontdooid.
  • De diepvriesproducten moeten als laatste worden gekocht en in isolerende tassen worden vervoerd.
  • Zet de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in de vriezer.
  • Variaties in temperatuur moeten vermeden worden of tot een minimum worden beperkt. De uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking moet worden gerespecteerd.
  • De instructies op de verpakking voor het conserveren van diepvriesproducten moeten altijd worden opgevolgd. Opmerking: ontdooide of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen moeten onmiddellijk worden geconsumeerd. Vries ze niet opnieuw in, tenzij het ontdooide levensmiddel gebruikt wordt voor de bereiding van een gerecht dat gekookt wordt. Nadat het ontdooide levensmiddel gekookt is, mag het opnieuw worden ingevroren. Als de stroom gedurende langere tijd uitvalt:
  • Open de deur van de vriezer niet, behalve om de vrieselementen (indien beschikbaar) boven op het ingevroren voedsel aan de rechter- en linkerkant van de vriezer te plaatsen. Op deze manier kunt u de snelheid waarmee de temperatuur stijgt beperken. MAANDEN VOEDSELGEBRUIKSAANWIJZING

VOORZORGSMAATREGELEN EN ADVIEZEN

  • Zorg ervoor dat het product na de installatie niet op de voedingskabel staat.
  • Bewaar geen dranken in glas in de vriezer, omdat deze kunnen barsten.
  • Eet geen ijsblokjes of waterijsjes die net uit de vriezer komen, omdat deze zo koud zijn dat ze brandwonden kunnen veroorzaken.
  • Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of onderhoudswerkzaamheden begint.
  • Installeer het apparaat niet op plaatsen waar het aan direct zonlicht blootstaat of in de buurt van warmtebronnen; hierdoor neemt het energieverbruik toe.
  • Bewaar of gebruik geen benzine of andere gassen en licht ontvlambare stoffen in de buurt van het apparaat of andere elektrische huishoudelijke apparatuur. De dampen die hieruit voortkomen kunnen brand of explosies veroorzaken.
  • Installeer het apparaat waterpas op een vloer die het gewicht kan dragen en in een ruimte die geschikt is voor de afmetingen en het gebruik van het apparaat.
  • Plaats het apparaat in een droge en goed geventileerde ruimte. Het apparaat is afgesteld om te werken in ruimten waarin de temperatuur binnen de volgende waarden ligt, die gebaseerd zijn op de klimaatklasse die op het typeplaatje aan de achterkant van het apparaat staat aangegeven. Het is mogelijk dat het apparaat niet goed functioneert als het langere tijd in een ruimte wordt gelaten met een hogere of lagere temperatuur dan het genoemde bereik.
  • Het is raadzaam het apparaat aangesloten te laten, ook als het voor korte tijd leeg is.
  • Let er bij het verplaatsen van het apparaat op dat de vloer niet beschadigd wordt (bv. parket). Geadviseerd wordt om het apparaat leeg te maken voordat u het verplaatst.
  • Gebruik geen andere mechanische systemen of middelen die het ontdooiproces versnellen dan door de fabrikant zijn aanbevolen.
  • Gebruik geen elektrische apparaten aan de binnenkant, als die van een ander type zijn dan aanbevolen door de fabrikant.
  • Dit apparaat is niet bestemd om gebruikt te worden door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of verstandelijke vermogens, of zonder ervaring of kennis van het apparaat, behalve als zij tijdens het gebruik instructies ontvangen van of begeleid worden door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
  • Om het risico van verstikking en opsluiting in de koelkast te vermijden, mag het kinderen niet worden toegestaan in het apparaat te spelen of zich erin te verstoppen.
  • De voedingskabel mag uitsluitend worden vervangen door een bevoegd persoon.
  • Gebruik geen verlengsnoeren of meervoudige adapters.
  • Het apparaat moet van het elektriciteitsnet kunnen worden afgekoppeld door de stekker uit het stopcontact te trekken of via de tweepolige schakelaar die voor het stopcontact is geplaatst.
  • Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de spanning in uw woning.
  • Slik de (niet-giftige) vloeistof uit de vrieselementen niet in (indien bijgeleverd).
  • Open het deksel van het apparaat zo weinig mogelijk.

ONTDOOIEN VAN DE VRIEZER

Wij raden u aan de vriezer te ontdooien wanneer het ijs op de wanden 5-6 mm dik is geworden.

  • Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
  • Haal de levensmiddelen uit de vriezer, wikkel ze strak tegen elkaar in kranten en berg ze op op een koele plaats of in een isolerende tas.
  • Laat de deur van de vriezer openstaan.
  • Verwijder de binnendop van het afvoerkanaal (indien aanwezig).
  • Verwijder de buitendop van het afvoerkanaal (indien aanwezig) en plaats hem zoals aangegeven op de afbeelding.
  • Zet een bak onder het afvoerkanaal om het restwater op te vangen. Gebruik indien beschikbaar de afscheider.
  • U kunt het ontdooien versnellen door met een spatel het ijs op de wanden van de vriezer los te maken.
  • Verwijder het ijs van de bodem van de vriezer.
  • Gebruik, om onherstelbare schade aan het vriesvak te voorkomen, geen puntige of scherpe metalen voorwerpen om het ijs te verwijderen.
  • Gebruik geen schuurmiddelen en verwarm het vriesvak niet kunstmatig.
  • Maak de binnenkant van de vriezer zorgvuldig droog.
  • Plaats na afloop van het ontdooien de dop weer in zijn behuizing.

REINIGING EN ONDERHOUD

  • Verwijder het ijs op de bovenste randen (zie Opsporen van storingen).
  • Reinig na het ontdooien de binnenkant met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel.
  • Reinig het ventilatierooster aan de zijkant (indien aanwezig).
  • Verwijder het stof van de condensator aan de achterkant van het apparaat. Voordat u begint met het onderhoud van uw apparaat, dient u de stekker uit het stopcontact te halen. Gebruik geen schuurpasta's of schuursponsjes, vlekkenmiddelen (bv. aceton, trichloorethyleen) of azijn om het product te reinigen. Om het apparaat optimaal te laten functioneren, wordt geadviseerd om het tenminste eenmaal per jaar te reinigen en te onderhouden.
  • Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
  • Verwijder de melkglazen kap aan de hand van de aanwijzingen van de afbeelding en in de aangegeven volgorde.
  • Draai het lampje los en vervang het door een nieuw lampje met dezelfde spanning en hetzelfde vermogen.
  • Breng de melkglazen kap weer aan en sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.

OPSPOREN VAN STORINGEN

1. Het rode controlelampje (waar voorzien) blijft branden.

  • Is de stroom uitgevallen?
  • Heeft u het ontdooien geactiveerd?
  • Is de deur van het apparaat goed dicht?
  • Staat het apparaat in de buurt van een warmtebron?
  • IStaat de thermostaat op de correcte stand?
  • Zijn het ventilatierooster en de condensator schoon?

2. Het apparaat maakt erg veel lawaai.

  • Is het apparaat perfect waterpas geïnstalleerd?
  • Staat het apparaat tegen andere meubels of voorwerpen aan die trillingen kunnen veroorzaken?
  • Is de verpakking van het onderstel van de vriezer verwijderd?GEBRUIKSAANWIJZING Opmerking: de circulatie van het koelgas kan een zacht geluid maken, ook nadat de compressor stopgezet is. Dit is geheel normaal.

3. Het groene controlelampje (waar voorzien) brandt niet en

het product functioneert niet.

  • Is de stroom uitgevallen?
  • Zit de stekker goed in het stopcontact?
  • Is de voedingskabel niet beschadigd?

4. Het groene controlelampje (waar voorzien) brandt niet en

het product functioneert.

  • Het groene controlelampje is stuk. Neem contact op met de Klantenservice voor de vervanging hiervan.

5. De compressor werkt onafgebroken.

  • Heeft u misschien warm voedsel in de vriezer gezet?
  • Is de deur van de vriezer langdurig open geweest?
  • Staat het apparaat in een te warme ruimte of in de buurt van een warmtebron?
  • Staat de thermostaat op de correcte stand?
  • Heeft u ongewild de knop voor de snelvriesfunctie ingedrukt (waar voorzien)?

6. Te veel ijsvorming op de bovenranden.

  • Zijn de doppen van het afvoerkanaal voor het dooiwater correct geplaatst?
  • Is de deur van het apparaat goed dicht?
  • Is de afdichting van de deur van het apparaat beschadigd of vervormd? (Zie hoofdstuk "Installatie")
  • Zijn de vier beschermdelen verwijderd? (Zie hoofdstuk "Installatie")

7. Er vormt zich condens aan de buitenkant van de vriezer.

  • Condensvorming is normaal onder bepaalde klimatologische omstandigheden (luchtvochtigheid hoger dan 85%) of als het apparaat geïnstalleerd is in vochtige en slecht geventileerde ruimtes. Dit heeft echter geen negatieve invloed op de prestaties van de vriezer.

8. De ijslaag op de binnenwanden van de vriezer is niet

Het verpakkingsmateriaal is voor 100% recyclebaar en draagt het recyclingssymbool . Voor de verwerking moeten de plaatselijke voorschriften worden nageleefd. Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, stukken polystyreen enz.) moet buiten het bereik van kinderen worden gehouden, omdat het een bron van gevaar kan vormen.

2. Afdanken van het apparaat

Het product is vervaardigd van materiaal dat kan worden gerecycled. Dit apparaat is in overeenstemming verklaard met de Europese Richtlijn 2002/96/CE, Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier als afval wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve consequenties voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen. Het symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het worden afgegeven bij een verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparaten. Maak het apparaat op het moment dat het wordt afgedankt onbruikbaar door de voedingskabel door te snijden en de deuren en schappen te verwijderen, zodat kinderen niet gemakkelijk in het apparaat kunnen kruipen. Volg bij het afdanken van het apparaat de plaatselijke voorschriften voor afvalverwerking. Lever het apparaat in bij een erkend verzamelpunt; laat het apparaat zelfs niet voor enkele dagen onbewaakt achter, omdat het een bron van gevaar voor kinderen is. Voor nadere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product wordt u verzocht contact op te nemen met het stadskantoor in uw woonplaats, uw afvalophaaldienst of de winkel waar u het product heeft aangeschaft. Gegevens: Dit apparaat bevat geen CFK. Het koelcircuit bevat R134a (HFC) of R600a (HC), zie serienummerplaatje in het apparaat. Voor apparaten met isobutaan (R600a): isobutaan is een natuurlijk gas dat geen schadelijke invloed heeft op het milieu, maar wel ontvlambaar is. Het is daarom noodzakelijk om te controleren of de leidingen van het koelcircuit niet beschadigd zijn. Dit product kan een gefluorideerd broeikasgas bevatten dat onder het Protocol van Kyoto valt; het koelgas zit in een hermetisch verzegeld systeem. Koelgas: R134a heeft een globaal verwarmingsvermogen (GWP) van 1300. Conformiteitsverklaring

  • Dit apparaat is bestemd voor het bewaren van voedingsmiddelen en is vervaardigd in overeenstemming met de Verordening (EG) nr. 1935/2004.
  • Dit apparaat is ontwikkeld, gefabriceerd en op de markt gebracht in overeenstemming met: - de veiligheidsvereisten van de laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG (die in plaats komt van de Richtlijn 73/23/EEG en latere wijzigingen daarop); - de veiligheidsvereisten van de "EMC"-richtlijn 2004/108/CE.
  • De elektrische veiligheid is alleen gewaarborgd wanneer het op de juiste wijze op een efficiënte werkende installatie is aangesloten, die volgens de wettelijke voorschriften is geaard. KLANTENSERVICE Voordat u contact opneemt met de Klantenservice: 1.Ga na of u de storingen niet zelf kunt verhelpen.

2. Zet het apparaat opnieuw aan om te zien of het ongemak

is verholpen. Is dit niet het geval, schakel het apparaat dan opnieuw uit en herhaal de handeling na een uur.

3. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met de

Klantenservice. Vermeld de volgende gegevens:

  • de aard van de storing,
  • het servicenummer (nummer achter het woord SERVICE op het typeplaatje op de achterkant van het apparaat)