A-S500,  AS500 YAMAHA

A-S500, AS500 - Audioversterker YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis A-S500, AS500 YAMAHA in PDF-formaat.

Page 110
Inhoudsopgave Klik op een titel om naar de pagina te gaan
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : A-S500, AS500

Categorie : Audioversterker

Download de handleiding voor uw Audioversterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding A-S500, AS500 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. A-S500, AS500 van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING A-S500, AS500 YAMAHA

LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. 1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg voor een ventilatieruimte van tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 20 cm aan de achterkant van dit toestel. 3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen. 4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel. 5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel: – Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren. – Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt. 6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. 7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. 8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade. 9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer. 11 Reinig dit toestel niet met chemische oplosmiddelen, aangezien dat de afwerking kan beschadigen. Gebruik een schone, droge doek. 12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat. 13 Koppel het netsnoer los van het stopcontact of van het toestel tijdens onweer om bliksemschade te voorkomen.

14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken. 15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker en het stopcontact gemakkelijk kunt bereiken. 17 Lees het hoofdstuk "PROBLEMEN OPLOSSEN" in de handleiding over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont. 18 Voordat u het toestel verplaatst, dient u op POWER te drukken om dit toestel uit te schakelen en vervolgens het netsnoer van het stopcontact los te koppelen. 19 VOLTAGE SELECTOR (Alleen modellen voor Azië en Algemene modellen) De VOLTAGE SELECTOR op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de ter plaatse gebruikte netspanning VOOR u het meegeleverde netsnoer in het stopcontact steekt. Voltages zijn: Modellen voor Azië220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom Algemene modellen 110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom 20 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. 21 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade.

Zolang dit toestel met het stopcontact verbonden is, is het niet losgekoppeld van de netstroombron, zelfs als het toestel uitgeschakeld is met behulp van POWER of als u het in stand-bymodus schakelt met behulp van de -toets op de afstandsbediening. WAARSCHUWING OM DE RISICO'S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. Dit toestel gaat tot de stand-bymodus over als u POWER naar binnen drukt naar de ON -stand en vervolgens op de -toets van de afstandsbediening drukt. In deze toestand is het toestel ontworpen om een uiterst kleine hoeveelheid stroom te verbruiken.

INHOUD BEDIENING KENMERKEN 1 MEEGELEVERDE ACCESSOIRES 1 REGELAARS EN HUN FUNCTIES 2

Een bron afspelen 9 De klankkwaliteit bijregelen 10 Een bron opnemen 11

EXTRA INFORMATIE PROBLEMEN OPLOSSEN12 TECHNISCHE GEGEVENS 15

VOORBEREIDING AANSLUITINGEN 6 Luidsprekers en andere componenten aansluiten 6 Het meegeleverde netsnoer aansluiten 8

• y wijst op een bedieningstip. • Sommige handelingen kunnen zowel met de toetsen op het toestel zelf als met de toetsten op de afstandsbediening worden uitgevoerd. In de gevallen waar de namen van toetsen op het toestel zelf verschillen van de namen op de afstandsbediening, worden de namen van de toetsen op de afstandsbediening tussen haakjes weergegeven. • Deze handleiding werd gedrukt voordat het toestel in productie ging. Het ontwerp en de specificaties kunnen mogelijk worden gewijzigd als gevolg van verbeteringen en dergelijke. Indien er verschillen zijn tussen de handleiding en het product, heeft het product voorrang.

KENMERKEN ◆ Ultradynamisch vermogen, aandrijfmogelijkheden voor lage impedantie ◆ Continu variabele loudness-regeling ◆ CD DIRECT AMP-schakelaar om de hoogst mogelijke geluidskwaliteit te verkrijgen bij cd's ◆ PURE DIRECT-schakelaar om het brongeluid zo zuiver mogelijk weer te geven

◆ Minimaal RMS-uitgangsvermogen 90 W + 90 W (8 Ω), 0,019% THV, 20 Hz tot 20 kHz ◆ REC OUT-keuzeknop is onafhankelijk van de keuze van ingangsbron ◆ Op afstand bedienbaar

EXTRA INFORMATIE INLEIDING BEDIENING

■ Over deze handleiding

VOORBEREIDING Voorpaneel 2 Afstandsbediening 3 Plaatsen van batterijen in de afstandsbediening 4 De afstandsbediening gebruiken 4 Achterpaneel 5

AFSPELEN EN OPNEMEN 9

INLEIDING INLEIDING MEEGELEVERDE ACCESSOIRES Controleer of u alle volgende onderdelen ontvangen heeft: Afstandsbediening

REGELAARS EN HUN FUNCTIES Voorpaneel

1 POWER Druk deze toets in naar de ON-stand om het toestel in te schakelen. U kunt dit toestel in de stand-bymodus schakelen door op de -toets van de afstandsbediening te drukken of het toestel inschakelen door op de -toets van de afstandsbediening te drukken als het toestel ingeschakeld is. Druk nogmaals om de toets naar buiten te laten terugkeren tot de OFF-stand om het toestel uit te schakelen. Opmerking Zelfs indien het toestel uitgeschakeld is, verbruikt het nog een kleine hoeveelheid stroom om het geheugen te bewaren.

2 POWER-lampje Licht op als volgt: ON: Helder Stand-bymodus: Donker OFF: Uit 3 Afstandsbedieningssensor Ontvangt de signalen van de afstandsbediening. 4 INPUT-keuzeknop en -lampjes Hiermee kiest u de ingangsbron waar u wilt naar luisteren. De lampjes van de ingangsbronnen lichten op als de overeenkomstige ingangsbron wordt gekozen. y De namen van de ingangsbronnen stemmen overeen met de namen van de aansluitingen op het achterpaneel.

Opmerking De ingangsinstelling wordt ongeveer 1 week bewaard nadat het netsnoer is losgekoppeld.

5 PHONES-aansluiting Sluit een hoofdtelefoon aan om ongestoord te luisteren. Draai de SPEAKERS-keuzeknop op het voorpaneel naar de OFF-stand om het geluid van de luidsprekers uit te schakelen. 6 SPEAKERS-keuzeknop Schakel de luidsprekerset in of uit die verbonden is met de SPEAKERS A- en/of B-aansluitingen op het achterpaneel telkens als de overeenkomstige SPEAKERS-keuzeknop op A, B of A+B wordt ingesteld. 7 REC OUT-keuzeknop Kies een opnamebron om onafhankelijk van de instelling van de INPUT-keuzeknop op te nemen. Zo kunt u de geselecteerde bron opnemen terwijl u naar een andere bron luistert. Zie pagina 11 voor meer informatie. 8 BASS Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de lage tonen. Zie pagina 10 voor meer informatie. 9 TREBLE Hiermee verhoogt of verlaagt u de versterking van de hoge tonen. Zie pagina 10 voor meer informatie. 0 BALANCE Hiermee regelt u de geluidsbalans tussen de linker en rechter luidsprekers. Zie pagina 10 voor meer informatie. A LOUDNESS Hiermee behoudt u het volledige klankbereik bij alle volumeniveaus. Zie pagina 11 voor meer informatie.

REGELAARS EN HUN FUNCTIES C PURE DIRECT en lampje Geeft eender welk ingevoerd geluid weer in de zuiverst mogelijke kwaliteit. Het lampje erboven licht op als deze functie ingeschakeld is. Zie pagina 10 voor meer informatie. D VOLUME Hiermee regelt u het geluidsuitvoerniveau. Dit heeft geen invloed op het REC-niveau voor opname.

INLEIDING B CD DIRECT AMP en lampje Geeft het geluid van cd's in de hoogste signaalkwaliteit weer, ongeacht de instelling van de INPUT-keuzeknop. Het lampje erboven licht op als deze functie ingeschakeld is. Zie pagina 10 voor meer informatie.

Afstandsbediening 4 Invoerkeuzetoetsen Hiermee kiest u de ingangsbron waar u wilt naar luisteren. 5 Bedieningstoetsen versterker INPUT l / h Hiermee kiest u de ingangsbron waar u wilt naar luisteren. VOL +/– Hiermee regelt u het geluidsuitvoerniveau. Dit heeft geen invloed op het REC-niveau voor opname. MUTE Hiermee onderbreekt u de uitvoer van geluid. Druk nogmaals op MUTE om opnieuw geluid uit te voeren. Het lampje van de geselecteerde ingang knippert als het geluid wordt onderbroken.

■ Andere componenten bedienen

De functies van de toetsen om andere Yamahacomponenten te bedienen zijn dezelfde als die van de overeenkomstige toetsen op die componenten. Raadpleeg de handleidingen van de componenten voor meer informatie.

■ Dit toestel bedienen 1 Zender van het infraroodsignaal Zendt signalen naar het toestel. 2 POWER ( ) Hiermee schakelt u het toestel in. Opmerking Deze toets werkt alleen als POWER op het voorpaneel ingedrukt is in de ON-stand.

3 STANDBY ( ) Hiermee schakelt u het toestel in de stand-bymodus.

6 Bedieningstoetsen Yamaha-tuner Hiermee kunt u de verschillende functies van een Yamaha-tuner bedienen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw tuner voor meer informatie. Opmerking Niet alle Yamaha-tuners of functies kunnen worden bediend met deze afstandsbediening.

7 Bedieningstoetsen Yamaha-cd-speler Hiermee kunt u de verschillende functies van een Yamaha-cd-speler bedienen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw cd-speler voor meer informatie. Opmerking Niet alle Yamaha-cd-spelers of functies kunnen worden bediend met deze afstandsbediening.

Opmerkingen • Deze toets werkt alleen als POWER op het voorpaneel ingedrukt is in de ON-stand. • In de stand-bymodus verbruikt het toestel nog een kleine hoeveelheid stroom om de infraroodsignalen van de afstandsbediening te kunnen ontvangen.

REGELAARS EN HUN FUNCTIES Plaatsen van batterijen in de afstandsbediening 1

De afstandsbediening gebruiken De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit. Richt de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van het toestel als u het toestel wilt bedienen.

Druk op het met gemarkeerde deel en schuif de klep van het batterijvak.

Plaats twee meegeleverde batterijen (AA, R6, UM-3) in het batterijvak, in overeenstemming met de polariteitsaanduidingen (+ en –).

Schuif de klep terug tot deze op haar plaats vastklikt.

■ Opmerkingen m.b.t. batterijen

• Vervang beide batterijen als het werkingsbereik van de afstandsbediening afneemt. • Gebruik batterijen van het type AA, R6, UM-3. • Zorg dat de polariteit klopt. Bekijk de illustratie in het batterijvak. • Verwijder de batterijen als de afstandsbediening gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt. • Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. • Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Lees aandachtig de informatie op de verpakking, want de verschillende soorten batterijen kunnen dezelfde vorm en kleur hebben. • Als de batterijen lek zijn, dient u ze onmiddellijk weg te gooien. Raak het uit de batterijen gelekte materiaal niet aan en zorg ervoor dat het niet op uw kleding enz. komt. Maak het batterijvak grondig schoon voor u er nieuwe batterijen in plaatst. • Gooi batterijen nooit samen met gewoon huishoudelijk afval weg; neem bij het weggooien van batterijen de plaatselijk geldende regelgeving in acht.

■ Omgaan met de afstandsbediening

• Er mogen zich geen grote obstakels bevinden tussen de afstandsbediening en dit toestel. • Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening. • Laat de afstandsbediening niet vallen. • Laat de afstandsbediening niet liggen of bewaar ze niet op de volgende plaatsen: – zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een bad – zeer warme plaatsen, zoals bij een verwarming of kachel – extreem koude plaatsen – stoffige plaatsen • Stel de afstandsbediening niet bloot aan sterke verlichting, in het bijzonder van fluorescentielampen met een voorschakelapparaat; anders is het mogelijk dat de afstandsbediening niet goed werkt. Indien nodig dient u dit toestel uit direct licht te plaatsen.

REGELAARS EN HUN FUNCTIES Achterpaneel INLEIDING

(Modellen voor Azië en Algemene modellen)

1 CD-ingangsaansluitingen Om een cd-speler aan te sluiten. Zie pagina 6 voor meer informatie over de aansluitingen.

■ IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar

2 PHONO-aansluitingen en GND-aansluiting De PHONO-aansluitingen dienen om een platenspeler met MM-pick-upelement aan te sluiten. Zie pagina 6 voor informatie over de aansluitingen.

Zet de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar niet in een andere stand terwijl het toestel is ingeschakeld. Als u dat wel doet, kan het toestel beschadigd worden. Indien het toestel inschakelen niet lukt, is het mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar zich niet volledig in een van de standen bevindt. In dat geval dient u de schakelaar volledig in een van de standen te schuiven als de stroom van het toestel volledig afgesneden is. Bepaal de stand van de schakelaar (LOW of HIGH) aan de hand van de impedantie van de luidsprekers in uw systeem.

3 Aansluitingen voor invoer/uitvoer van audio Om externe componenten, zoals een tuner, enz. aan te sluiten. Zie pagina 6 voor informatie over de aansluitingen. 4 VOLTAGE SELECTOR (Alleen modellen voor Azië en Algemene modellen) De VOLTAGE SELECTOR moet worden ingesteld op de ter plaatse gebruikte netspanning voor u het meegeleverde netsnoer in het stopcontact steekt. Zie pagina 8 voor meer informatie. 5 AC IN Hier sluit u het meegeleverde netsnoer aan. Zie pagina 8 voor informatie over de aansluitingen.

LET OP Impedantieniveau

• Indien u één set gebruikt (A of B), dan moet de impedantie van de luidspreker 6 Ω of hoger zijn. • Indien u twee sets gebruikt (A en B), dan moet de impedantie van elke luidspreker 12 Ω of hoger zijn. (Behalve bij modellen voor de V.S. en Canada) • Indien u bi-wire-verbindingen (dubbele bedrading) maakt, dan moet de impedantie van de luidspreker 6 Ω of hoger zijn. Zie pagina 7 voor meer informatie.

• Indien u één set gebruikt (A of B), dan moet de impedantie van de luidspreker 4 Ω of hoger zijn. • Indien u twee sets gebruikt (A en B), dan moet de impedantie van elke luidspreker 8 Ω of hoger zijn. • Indien u bi-wire-verbindingen (dubbele bedrading) maakt, dan moet de impedantie van de luidspreker 4 Ω of hoger zijn. Zie pagina 7 voor meer informatie.

6 SPEAKERS-aansluitingen Sluit een of twee luidsprekersets aan. Zie pagina 6 voor informatie over de aansluitingen. 7 IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar Zie IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar op deze pagina. 8 AC OUTLET(S) Hiermee kunt u uw andere audio-/videocomponenten van stroom voorzien. Zie pagina 8 voor meer informatie.

Stand van schakelaar

VOORBEREIDING AANSLUITINGEN Luidsprekers en andere componenten aansluiten LET OP • Sluit dit toestel of andere componenten pas op het stroomnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten gemaakt zijn. • Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) op L, R (rechts) op R, "+" op "+" en "–" op "–". Als de aansluitingen niet kloppen, zal er geen geluid worden weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidsprekeraansluitingen niet correct is, zal de weergave onnatuurlijk klinken met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw componenten. • Gebruik RCA-stereokabels voor audiotoestellen behalve luidsprekers. Luidsprekers A Cd-speler

y • De PHONO-aansluitingen dienen om een platenspeler met MM-pick-upelement aan te sluiten. • Verbind uw platenspeler met de GND-aansluiting om ruis in het signaal te verminderen. Bij sommige platenspelers is het echter mogelijk dat er minder ruis is zonder de verbinding met de GND-aansluiting.

AANSLUITINGEN LET OP • De IMPEDANCE SELECTOR moet op de juiste stand zijn ingesteld voor u een of twee luidsprekersets aansluit. Zie pagina 5 voor meer informatie. • Laat de naakte luidsprekerkabels elkaar niet raken en zorg ervoor dat ze geen contact maken met de metalen onderdelen van het toestel. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken. • Sluit dit toestel of andere componenten pas op het stroomnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten gemaakt zijn.

■ Bi-wire-aansluiting

Een bi-wire-aansluiting scheidt de woofer van het deel voor de middentonen en de tweeters. Een luidsprekerkast voor bi-wiring heeft vier klemaansluitingen. Deze twee sets van aansluitingen maken het mogelijk de luidsprekerkast op te delen in twee onafhankelijke delen. Via deze verbindingen wordt de reproductie van de midden- en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen.

VOORBEREIDING Strip ongeveer 10 mm isolatie van het uiteinde van elk van de luidsprekerkabels en draai de ontblootte draadjes netjes in elkaar om kortsluiting te voorkomen.

Verbind de luidsprekerkabel. 1 Draai de knop los. 2 Breng een naakt kabeleind aan in het gat aan de zijkant van elke aansluiting. 3 Draai de knop aan om de kabel goed vast te maken.

Rood: positief (+) Zwart: negatief (–)

Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de andere aansluitingen. LET OP

■ Aansluiten met behulp van bananenstekkers (Behalve bij modellen voor Azië, Korea, V.K. en Europa) Draai eerst de knop vast en breng vervolgens de bananenstekker in het uiteinde van de overeenkomstige aansluiting in.

Zet bij het maken van bi-wire-aansluitingen de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar op HIGH of LOW, afhankelijk van de impedantie van uw luidsprekers: 6 Ω of hoger: HIGH 4 Ω of hoger: LOW Zie pagina 5 voor IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar.

Opmerking Bij het maken van bi-wire-aansluitingen dient u de kortsluitbruggen of -kabels van de luidspreker te verwijderen.

Plaats de SPEAKERS-keuzeknop in de stand A+B om van biwire-aansluitingen gebruik te maken.

Opmerking U kunt een of twee luidsprekersets op dit toestel aansluiten.

AANSLUITINGEN Het meegeleverde netsnoer aansluiten

Naar het stopcontact met het meegeleverde netsnoer

(Modellen voor Azië en Algemene modellen)

■ VOLTAGE SELECTOR (Alleen modellen voor Azië en Algemene modellen) De VOLTAGE SELECTOR op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de ter plaatse gebruikte netspanning VOOR u het meegeleverde netsnoer in het stopcontact steekt. Indien u de VOLTAGE SELECTOR verkeerd instelt, kan dit toestel beschadigd raken en kan brandgevaar ontstaan. Draai de VOLTAGE SELECTOR met de klok mee of tegen de klok in naar de correcte stand met behulp van een gewone schroevendraaier. De voltages zijn als volgt: Modellen voor Azië 220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom Algemene modellen 110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom

■ AC OUTLET(S) (SWITCHED)

Modellen voor het V.K. en Australië 1 contactdoos Modellen voor KoreaGeen Andere modellen 2 contactdozen Gebruik deze contactdozen om de stroomkabels van uw andere componenten op dit toestel aan te sluiten. De stroom naar de AC OUTLET(S) wordt geregeld met POWER op het voorpaneel van dit toestel (of op de afstandsbediening). De contactdozen voorzien stroom voor alle aangesloten componenten wanneer de stroom van dit toestel is ingeschakeld. Voor meer informatie over het maximale vermogen (totale stroomverbruik van componenten), zie "TECHNISCHE GEGEVENS" op pagina 15. Opmerking Verbind geen componenten met een ingebouwde versterker, zoals een subwoofer, enz.

■ Het meegeleverde netsnoer aansluiten Verbind het meegeleverde netsnoer met AC IN op het achterpaneel van dit toestel en verbind vervolgens het netsnoer met het stopcontact nadat alle andere verbindingen zijn gemaakt.

BEDIENING AFSPELEN EN OPNEMEN Een bron afspelen

Draai de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de invoerkeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de ingangsbron te kiezen waarnaar u wilt luisteren. Het lampje van de gekozen ingangsbron licht op.

Draai aan de SPEAKERS-keuzeknop op het voorpaneel om SPEAKERS A, B of A+B te kiezen.

Draai VOLUME op het voorpaneel zo ver als mogelijk tegen de klok in.

Opmerkingen • Schakel de SPEAKERS-keuzeknop in de A+B-stand als u biwire-verbindingen maakt of als u tegelijkertijd twee sets luidsprekers gebruikt (A en B). • Draai de keuzeknop naar de OFF-stand als u met een hoofdtelefoon luistert.

Druk POWER op het voorpaneel naar binnen in de ON-stand.

■ De PURE DIRECT-schakelaar gebruiken Draai aan VOLUME op het voorpaneel (of druk op VOL +/– op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau te regelen.

Hiermee stuurt u de signalen van uw audiobronnen. Daardoor gaan de ingevoerde signalen niet langs de regelaars voor BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS, waardoor er geen wijzigingen zijn aan de geluidssignalen en het geluid van alle ingangsbronnen meer direct en superieur wordt.

Opmerking y U kunt de klankkwaliteit bijregelen met behulp van de regelaars voor BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS, de CD DIRECT AMP-schakelaar of de PURE DIRECT-schakelaar op het voorpaneel.

Druk op POWER op het voorpaneel om het toestel uit te schakelen nadat u het gebruikt hebt.

De regelaars voor BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS werken niet terwijl de PURE DIRECT-schakelaar ingeschakeld is.

■ De regelaars voor BASS en TREBLE bijregelen Hiermee past u de versterking van de hoge en lage tonen aan. De middelste stand levert een vlakke klank op. BASS Draai de regelaar met de klok mee om de lage tonen te versterken als ze te zwak zijn. Draai de regelaar tegen de klok in om de lage tonen te verzwakken als ze te sterk zijn. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB (20 Hz)

y U kunt de stroom inschakelen door op de -toets op de afstandsbediening te drukken als u dit toestel in stand-bymodus schakelt door op de -toets te drukken op de afstandsbediening.

De klankkwaliteit bijregelen

TREBLE Draai de regelaar met de klok mee om de hoge tonen te versterken als ze te zwak zijn. Draai de regelaar tegen de klok in om de hoge tonen te verzwakken als ze te sterk zijn. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB (20 kHz)

■ De CD DIRECT AMP-schakelaar gebruiken Hiermee stuurt u ingevoerde signalen rechtstreeks naar de eindversterker van uw cd-speler, ongeacht de instelling van de INPUT-keuzeknop. Als gevolg gaan de ingevoerde signalen niet langs de INPUT-keuzeknop en de regelaars voor BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS. Ook de versterkingsfactor is speciaal aan cd's aangepast, waardoor het zuiverst mogelijke geluid wordt weergegeven zonder enige wijziging aan de cd-signalen. Licht op

Opmerkingen • De regelaars voor BASS, TREBLE, BALANCE, LOUDNESS en de INPUT-keuzeknop werken niet terwijl de CD DIRECT AMP-schakelaar ingeschakeld is. • Zorg dat de cd-speler op de invoeraansluitingen voor cd aangesloten is als u de CD DIRECT AMP-schakelaar gebruikt.

■ De BALANCE-regelaar bijregelen

Regel de geluidsbalans van de linker en rechter luidsprekers om het onevenwicht in geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er wordt geluisterd.

■ De LOUDNESS-regelaar bijregelen

Behoud het volledige klankspectrum bij alle volumeniveaus, door de compensatie van het verlies van het menselijk oor aan gevoeligheid voor hoge en lage frequenties bij een laag volume. LET OP Als de CD DIRECT AMP-schakelaar (of de PURE DIRECT-schakelaar) wordt ingeschakeld terwijl de LOUDNESS-regelaar op een bepaald niveau is ingesteld, dan gaan de ingevoerde signalen niet langer langs de loudness-regelaar, wat een plotse toename in het geluidsuitvoerniveau met zich meebrengt. Om te voorkomen dat uw gehoor of de luidsprekers beschadigd raken, dient u de CD DIRECT AMP-schakelaar (of de PURE DIRECT-schakelaar) pas in te drukken NADAT u het geluidsuitvoerniveau hebt verlaagd of NADAT u hebt gecontroleerd of de LOUDNESS-regelaar correct is ingesteld. Stel de LOUDNESS-regelaar in op de FLATstand.

Draai aan VOLUME op het voorpaneel (of druk op VOL +/– op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau in te stellen op het luidste niveau waar u zou naar luisteren.

Opmerkingen • De audiosignalen worden niet uitgevoerd via de LINE 2 RECof LINE 3 REC-uitgangsaansluitingen als LINE 2 of LINE 3 is gekozen met de REC OUT-keuzeknop. De audiosignalen worden uitgevoerd via zowel de LINE 2 REC- en LINE 3 REC-uitgangsaansluitingen als u PHONO, TUNER, CD of LINE 1 kiest. • De regelaars voor VOLUME, BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS en de CD DIRECT AMP-schakelaar (en de PURE DIRECT-schakelaar) hebben geen effect op de bron die wordt opgenomen. • Raadpleeg de wetgeving m.b.t. auteursrechten voor het opnemen van platen, cd's, radio, enz. Het opnemen van materiaal dat auteursrechtelijk beschermd is, kan een inbreuk vormen op de wetgeving m.b.t. auteursrechten.

Draai aan de REC OUT-keuzeknop op het voorpaneel om de bron te kiezen die u wilt opnemen.

Speel de bron af en begin op te nemen op het opnameapparaat dat aangesloten is op de REC-uitgangsaansluitingen (LINE 2 en/of LINE 3) op het achterpaneel. Zie pagina 6.

Draai aan de LOUDNESS-regelaar tot het gewenste volume is bereikt.

• Indien u dezelfde bron kiest met de INPUT-keuzeknop als met de REC OUT-keuzeknop, dan kunt u met de opname meeluisteren. • Om te luisteren naar een andere ingangsbron zonder het huidige uitgangssignaal van de opname te beïnvloeden, kies dan de bron met de INPUT-keuzeknop.

Nadat u de LOUDNESS-regelaar hebt ingesteld, kunt u genieten van muziek op het volume naar uw keuze met behulp van de VOLUME-regelaar. Indien het effect van de loudness-regelaar te sterk of zwak is, kunt u de LOUDNESS-regelaar opnieuw aanpassen.

EXTRA INFORMATIE PROBLEMEN OPLOSSEN Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem dat u ervaart hieronder niet vermeld staat of als de aanwijzingen het probleem niet verhelpen, schakel dan dit toestel in stand-bymodus, koppel het netsnoer los en neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende Yamaha-dealer of het dichtstbijzijnde servicecenter.

■ Algemeen Probleem Het toestel wordt niet ingeschakeld door op de POWERschakelaar op het voorpaneel te drukken. Het POWERlampje licht ook niet op.

De stroom van het toestel is plotseling uitgeschakeld en het POWER-lampje knippert.

Het toestel wordt uitgeschakeld nadat het enkele seconden probeerde in te schakelen en het POWER-lampje knippert.

Het meegeleverde netsnoer is niet aangesloten of de stekker is niet volledig ingebracht.

Sluit het meegeleverde netsnoer stevig aan.

De POWER ( )-schakelaar is ingedrukt op de afstandsbediening terwijl het toestel uitgeschakeld is.

Schakel POWER op het voorpaneel op ON.

Er is een probleem met het interne schakelsysteem van het toestel.

Koppel het netsnoer los en neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende Yamaha-dealer of het dichtstbijzijnde servicecenter. Als het toestel een ongewone geur of een ongewoon geluid produceert, schakel de stroom dan niet in, koppel het netsnoer los en neem contact op met een servicecenter voor herstelling.

Sluit de luidsprekerkabels correct aan en schakel de POWER-schakelaar opnieuw op ON. Het VOLUME vermindert automatisch en het toestel wordt ingeschakeld nadat het INPUT-lampje gedurende ongeveer 15 seconden knippert. Controleer of het geluid uit de luidsprekers normaal uitgevoerd wordt door het volume geleidelijk aan te verhogen. Daarna kunt u het toestel normaal bedienen.

Vervang de luidsprekerset en schakel de POWERschakelaar opnieuw op ON. Het VOLUME vermindert automatisch en het toestel wordt ingeschakeld nadat het INPUT-lampje gedurende ongeveer 15 seconden knippert. Controleer of het geluid uit de luidsprekers normaal uitgevoerd wordt door het volume geleidelijk aan te verhogen. Daarna kunt u het toestel normaal bedienen.

De beveiliging is in werking getreden door een overdadige invoer of overdadig volumeniveau.

Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel om het volumeniveau te verminderen en schakel de stroom vervolgens terug in.

De beveiliging is in werking getreden door een overdadige interne temperatuur.

Voorzie ongeveer 30 minuten om de temperatuur in het toestel te laten verminderen, draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel om het volume te verminderen en schakel de stroom vervolgens terug in. Zet het toestel op een plaats waar de warmte zich gemakkelijk weg van het toestel kan verspreiden.

De IMPEDANCE SELECTORschakelaar bevindt zich mogelijk niet volledig in een van de standen.

Schakel de stroom uit en schuif de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar helemaal in een van de standen.

De impedantie is verkeerd ingesteld.

Stel de impedantie in overeenstemming met uw luidsprekers in.

Dit toestel werd blootgesteld aan een sterke externe elektrische schok (zoals bliksem of sterke statische elektriciteit).

Schakel het toestel in stand-bymodus, koppel het netsnoer los, sluit het terug aan na 30 seconden en gebruik het toestel vervolgens normaal.

Er is een probleem met het interne schakelsysteem van het toestel.

Koppel het netsnoer los en neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende Yamaha-dealer of het dichtstbijzijnde servicecenter. Als het toestel een ongewone geur of een ongewoon geluid produceert, schakel de stroom dan niet in, koppel het netsnoer los en neem contact op met een servicecenter voor herstelling.

De luidsprekerkabels staan met elkaar in contact of veroorzaken kortsluiting tegen het achterpaneel.

Het geluid valt plotseling weg.

Het geluid is onderbroken.

Druk op MUTE op de afstandsbediening om opnieuw geluid uit te voeren.

Kabels verkeerd aangesloten.

Sluit de stereokabel voor audiotoestellen en de luidsprekerkabels correct aan. Als het probleem zich blijft voordoen, zijn de kabels mogelijk defect.

Er is geen geschikte ingangsbron geselecteerd.

Kies een geschikte ingangsbron met de INPUTkeuzeknop op het voorpaneel (of een van de invoerkeuzetoetsen op de afstandbediening).

De SPEAKERS-keuzeknop is niet correct ingesteld.

Stel de overeenkomstige SPEAKERS-keuzeknop in op de A-, B- of A+B-stand.

De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz.

Controleer of de IMPEDANCE SELECTORinstelling juist is.

Controleer of de luidsprekerkabels niet in contact staan met elkaar en of ze geen kortsluiting tegen het achterpaneel van het toestel veroorzaken. Schakel vervolgens de stroom van het toestel terug in.

Er komt slechts aan één kant geluid uit de luidspreker.

Kabels verkeerd aangesloten.

Verbind de kabels correct. Als het probleem zich blijft voordoen, zijn de kabels mogelijk defect.

De BALANCE-regelaar is verkeerd ingesteld.

Stel de BALANCE-regelaar in op de geschikte stand.

De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos.

De + en – kabels zijn omgekeerd aangesloten op de versterker of de luidsprekers.

Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste + en – aansluitingen.

U hoort een "gezoem".

Kabels verkeerd aangesloten.

Sluit de audiostekkers stevig aan. Als het probleem zich blijft voordoen, zijn de kabels mogelijk defect.

De platenspeler is niet verbonden met de GND-aansluiting.

Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van dit toestel.

De platenspeler is aangesloten op andere aansluitingen dan de PHONOaansluitingen.

Verbind de platenspeler met de PHONOaansluitingen.

De plaat wordt afgespeeld op een platenspeler met een MC-cartridge.

Gebruik een platenspeler uitgerust met een MM-pickupelement.

Het volumeniveau kan niet verhoogd worden of het geluid is vervormd.

De component aangesloten op de LINE 2 REC- of LINE 3 REC-aansluitingen van dit toestel is uitgeschakeld.

Schakel de stroom van de component in.

Het geluid is van mindere kwaliteit wanneer u luistert met een hoofdtelefoon verbonden met de cdspeler of het cassettedeck die op dit toestel aangesloten zijn.

De stroom van dit toestel is uitgeschakeld of dit toestel is ingesteld op standbymodus.

Schakel de stroom van dit toestel in.

Het geluidsniveau is laag.

De LOUDNESS-regelaar is in werking.

Stel de LOUDNESS-regelaar in op de FLAT-stand.

De ingangsbron kan niet veranderd worden hoewel er aan de INPUT-keuzeknop gedraaid wordt.

De CD DIRECT AMP-schakelaar is ingeschakeld.

Schakel de CD DIRECT AMP-schakelaar uit.

Het gebruik van de BASS-, TREBLE-, BALANCE- en LOUDNESS-regelaars beïnvloedt de klankkwaliteit niet.

De CD DIRECT AMP- of de PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld.

EXTRA INFORMATIE Het volumeniveau is laag bij het afspelen van een plaat.

De CD DIRECT AMP- of de PURE DIRECTschakelaar moet uitgeschakeld zijn om deze regelaars te gebruiken.

■ Afstandsbediening Probleem De afstandsbediening werkt niet correct.

De afstandsbediening is te ver weg of wordt te schuin gehouden.

De afstandbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van de loodrechte op het voorpaneel.

Direct zonlicht of sterke verlichting (van fluorescentielampen met een voorschakelapparaat, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit toestel.

Verplaats dit toestel of de verlichting.

De batterijen zijn bijna leeg.

Vervang alle batterijen.

• Uitgangsniveau/Uitgangsimpedantie REC-niveau 200 mV/1,2 kΩ of minder

• Maximum uitgangsvermogen [Alleen modellen voor Europa] (1 kHz, 0,7% THV, 4 Ω) 160 W [Alleen modellen voor Azië en Algemene modellen] (JEITA) (1 kHz, 10% THV, 8/6 Ω) 140/160 W

• Uitgang/impedantie van hoofdtelefoon (Ingang 1 kHz, 200 mV, 8 Ω, 0,015% THV) Cd, enz. 0,47 V/470 Ω

• IEC uitgangsvermogen [Alleen modellen voor Europa] (1 kHz, 0,019% THV, 8 Ω) 105 W • Bandbreedte van spanning (0,03% THV, 50 W, 8 Ω) 10 Hz tot 50 kHz • Dempingsfactor 1 kHz, 8 Ω 240 of meer • Maximum ingangssignaal PHONO (1 kHz, 0,019% THV) 70 mV of meer Cd, enz. (1 kHz, 0,019% THV) 2,2 V of meer • Frequentierespons Cd, enz. (20 Hz tot 20 kHz) 0 ± 0,5 dB CD DIRECT AMP ON (10 Hz tot 100 kHz) 0 ± 1,0 dB • RIAA Equalisatie-deviatie PHONO ± 0,5 dB

• Karakteristieken toonregeling BASS Versterking/Verzwakking (20 Hz) ±10 dB Wisselfrequentie 350 Hz TREBLE Versterking/Verzwakking (20 kHz) ±10 dB Wisselfrequentie 3,5 kHz • Continue loudness-regeling

Demping (1 kHz) –30 dB ALGEMEEN • Stroomvoorziening [Modellen voor de V.S. en Canada] ... 120 V, 60 Hz wisselstroom [Modellen voor Azië] 220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom [Algemene modellen] 110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom [Modellen voor China] 220 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor Korea] 220 V, 60 Hz wisselstroom [Modellen voor Australië] 240 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor het V.K. en Europa] ... 230 V, 50 Hz wisselstroom

• Signaal-ruis verhouding (IHF-A netwerk) PHONO (5 mV ingang kortgesloten) 87 dB of meer CD DIRECT AMP (200 mV ingang kortgesloten) 110 dB of meer

• Stroomverbruik [Modellen voor V.S. en Canada] 260 W, 360 VA [Andere modellen] 260 W

• Totale harmonische vervorming PHONO naar OUT (REC) (20 Hz tot 20 kHz, 3 V) 0,008% of minder Cd, enz. naar SP OUT (20 Hz tot 20 kHz, 50 W, 8 Ω) 0,012% of minder

• Kanaalscheiding Cd, enz. (5,1 kΩ ingang kortgesloten, 1/10 kHz) 65/50 dB of meer

• Stroomverbruik in stand-by 0,1 W

• Contactdozen [Modellen voor V.K. en Australië] 1 (Totaal maximaal 100 W) [Modellen voor Korea] Geen [Algemene Modellen] 2 (Totaal maximaal 50 W) [Andere modellen] 2 (Totaal maximaal 100 W) • Afmetingen (B × H × D) 435 × 151 × 382 mm • Gewicht 10,9 kg Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden.

Beperkte garantie voor de Europese Economische Ruimte en Zwitserland Hartelijk dank dat u een Yamaha-product hebt gekozen. In het onwaarschijnlijke geval dat uw Yamaha-product tijdens de garantie dient te worden gerepareerd, dient u contact op te nemen met de dealer bij wie u het hebt gekocht. Indien u moeilijkheden ervaart, gelieve dan contact op te nemen met de vertegenwoordiging van Yamaha in uw land. U vindt de gegevens op onze website (http://www.yamaha-hifi.com/ of http://www.yamaha-uk.com/ voor inwoners van het V.K.). Er wordt gegarandeerd dat het product vrij is van gebreken in fabricage en materialen voor een periode van twee jaren te rekenen vanaf de originele aankoop. Yamaha zorgt ervoor, met inachtneming van onderstaande voorwaarden, dat een product dat gebreken vertoont wordt gerepareerd of dat om het even welke onderdelen worden gerepareerd of vervangen (naar goeddunken van Yamaha) zonder kosten voor de onderdelen of werkuren. Yamaha behoudt zich het recht voor om een product te vervangen door een gelijkaardig met dezelfde eigenschappen en waarde, indien een model niet meer leverbaar is of het onrendabel is dit te repareren. Voorwaarden 1. De originele factuur of de kassabon (met vermelding van de aankoopdatum, de productcode en de naam van de dealer) MOET worden gevoegd bij het product dat gebreken vertoont, samen met een verklaring waaruit het gebrek blijkt. Ingeval van afwezigheid van dit duidelijk aankoopbewijs, behoudt Yamaha zich het recht voor om gratis service te weigeren en kan het product op kosten van de klant worden teruggezonden. 2. Het product MOET zijn gekocht bij een ERKENDE Yamaha dealer binnen de Europese Economische Ruimte (EEA) of Zwitserland. 3. Het product mag geen wijzigingen of veranderingen hebben ondergaan, tenzij deze schriftelijk door Yamaha werden toegestaan. 4. Het volgende is van garantie uitgesloten: a. Regelmatig onderhoud of reparaties of vervanging van onderdelen vanwege normale slijtage. b. Schade die voortkomt uit: (1) Reparaties uitgevoerd door de klant zelf of een ongemachtigde derde. (2) Een onjuiste verpakking of oneigenlijk gebruik wanneer het product door de klant wordt verstuurd. Het is belangrijk te weten dat het de verantwoordelijkheid is van diegene die het product terugstuurt dat het product adequaat is ingepakt wanneer hij of zij het product terugstuurt met het oog op reparatie. (3) Oneigenlijk gebruik, met inbegrip van maar niet beperkt tot (a) verzuim om het product voor normale doeleinden te gebruiken of te gebruiken overeenkomstig de instructies van Yamaha met betrekking tot eigenlijk gebruik, onderhoud en opslag, en (b) installatie of gebruik van het product op een manier die niet overeenkomt met de van toepassing zijnde technische of veiligheidsnormen in de landen van gebruik. (4) Ongevallen, blikseminslag, waterschade, brandschade, een onjuiste ventilatie, lekkende batterijen of een oorzaak die buiten de controle van Yamaha ligt. (5) Gebreken aan het systeem waarin het product wordt ingebouwd en/of onverenigbaarheid met derde producten. (6) Gebruik van een product dat in de Europese Economische Ruimte en/of Zwitserland werd ingevoerd, maar niet door Yamaha, en dat niet voldoet aan de technische of veiligheidsnormen van het land van gebruik en/of de standaardspecificaties van producten die door Yamaha in de Europese Economische Ruimte en/of Zwitserland worden verkocht. (7) Producten die niet AV (audiovisueel) gerelateerd zijn. (De producten die onderworpen zijn aan de "Yamaha AV garantievoorwaarden" worden gedefinieerd op onze website: http://www.yamaha-hifi.com/ of http://www.yamaha-uk.com/ voor inwoners van het V.K.) 5. Indien de garantie verschilt tussen het land van aankoop en het land van gebruik, zal de garantie van het land van gebruik van toepassing zijn. 6. Yamaha kan niet aansprakelijk worden gesteld voor verlies of beschadiging, hetzij rechtstreeks of onrechtstreeks of anders, behalve voor de reparatie of vervanging van het product. 7. Maak kopieën van douaneformulieren of gegevens omdat Yamaha niet aansprakelijk kan worden gesteld voor om het even welke wijzigingen aan of verlies van dergelijke formulieren en gegevens. 8. Deze garantie heeft noch invloed op de statutaire rechten van klanten die van toepassing zijn binnen het kader van de nationale wetgevingen, noch op de rechten van klanten ten opzichte van de dealer die voortkomen uit hun overeenkomst tot verkoop/aankoop.

Informatie voor gebruikers van inzameling en verwijdering van oude apparaten en Gebruikte batterijen Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekent dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval. Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC. Door deze producten en batterijen juist te rangschikken, helpt u het redden van waardevolle rijkdommen en voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, welke zich zou kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking. Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeente, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht.

[Informatie over verwijdering in ander landen buiten de Europese Unie] Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen.

Opmerking bij het batterij teken (onderkant twee tekens voorbeelden): Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een chemisch teken. In dat geval voldoet het aan de eis en de richtlijn, welke is opgesteld voor het betreffende chemisch product.

ПРЕДУПРЕЖДЕНИЕ: ВНИМАТЕЛЬНО ИЗУЧИТЕ ЭТО ПЕРЕД ИСПОЛЬЗОВАНИЕМ АППАРАТА. 1 Для обеспечения наилучшего результата, пожалуйста, внимательно изучите данную инструкцию. Храните ее в безопасном месте для будущих справок. 2 Данную систему следует устанавливать в хорошо проветриваемых, прохладных, сухих, чистых местах, не подвергающихся прямому воздействию солнечных лучей, вдали от источников тепла, вибрации, пыли, влажности и/ или холода. Для достаточной вентиляции, следует оставить свободным минимальное пространство 30 см сверху, 20 см слева и справа, и 20 см сзади от данного аппарата. 3 Во избежание шумов и помех, данный аппарат следует размещать на некотором расстоянии от других электрических приборов, двигателей, или трансформаторов. 4 Во избежание накопления влаги внутри данного аппарата, что может вызвать электрошок, пожар, привести к поломке данного аппарата, и/или представлять угрозу жизни, не следует размещать данный аппарат в среде, подверженной резким изменениям температуры с холодной на жаркую, или в среде с повышенной влажностью (например, в комнате с увлажнителем воздуха). 5 Не устанавливайте данный аппарат в местах, где есть риск падения других посторонних объектов на данный аппарат, и/или где данный аппарат может подвергнуться попаданию капель или брызгов жидкостей. На крышке данного аппарата, не следует располагать: – Другие компоненты, так как это может привести к поломке и/или отцвечиванию поверхности данного аппарата. – Горящие объекты (например, свечи), так как это может привести к пожару, поломке данного аппарата, и/или представлять угрозу жизни. – Емкости с жидкостями, так как при их падении, жидкости могут вызвать поражение пользователя электрическим током и/или привести к поломке данного аппарата. 6 Во избежание прерывания охлаждения данного аппарата, не следует покрывать данный аппарат газетой, скатертью, занавеской и т.д. Повышение температуры внутри данного аппарата может привести к пожару, поломке данного аппарата, и/или представлять угрозу жизни. 7 Пока все соединения не завершены, не следует подключать данный аппарат к розетке. 8 Не используйте данный аппарат, установив его верхней стороной вниз. Это может привести к перегреву и возможной поломке. 9 Не применяйте силу по отношению к переключателям, ручкам и/или проводам. 10 При отсоединении силового кабеля питания от розетки, вытягивайте его, удерживая за вилку; ни в коем случае не тяните кабель. 11 Не применяйте различные химические составы для очистки аппарата, поскольку это может привести к разрушению отделочного покрытия. Используйте чистую сухую ткань. 12 Используйте данный аппарат с соблюдением напряжения, указанном на данном аппарате. Использование данного аппарата при более высоком напряжении, превышающем указанное, является опасным, и может стать причиной пожара, поломки данного аппарата, и/или представлять угрозу жизни. Yamaha не несет ответственности за любую поломку или ущерб вследствие использования данного аппарата при напряжении, не соответствующем указанному напряжению.