TYTAN CG8480-FR019S - Desktopcomputer ASUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TYTAN CG8480-FR019S ASUS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Desktopcomputer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TYTAN CG8480-FR019S - ASUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TYTAN CG8480-FR019S van het merk ASUS.
GEBRUIKSAANWIJZING TYTAN CG8480-FR019S ASUS
NEDERLANDS Eerste de uitgave Juli 2012
Copyright © 2012 ASUSTeK Computer Inc. Alle rechten voorbehouden.
Geen enkel deel van deze handleiding, met inbegrip van de producten en de software die hierin is beschreven, mag zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van ASUSTeK Computer Inc. ("ASUS") worden gereproduceerd, verzonden, getranscribeerd, opgeslagen in een ophaalsysteem of in enige taal worden vertaald in enige vorm of door enig middel, behalve documentatie die door de koper wordt gebruikt voor back-updoeleinden. De productgarantie of service zal niet worden verleend als: (1) het product is gerepareerd, gewijzigd of aangepast, tenzij dergelijke reparaties, wijzigingen of aanpassingen schriftelijk zijn toegestaan door ASUS; of (2) als het serienummer van het product onleesbaar is gemaakt of verwijderd.
ASUS BIEDT DEZE HANDLEIDING “ZOALS ZE IS” ZONDER ENIGE GARANTIES, HETZIJ UITDRUKKELIJK OF IMPLICIET, MET INBEGRIP VAN, MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES OF VOORWAARDEN VOOR VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. IN GEEN GEVAL ZAL ASUS, HAAR DIRECTEURS, FUNCTIONARISSEN, WERKNEMERS OF AGENTEN AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR ENIGE INDIRECTE, SPECIALE, INCIDENTELE OF GEVOLGSCHADE (INCLUSIEF SCHADE DOOR WINSTDERVING, VERLIES VAN HANDEL, VERLIES VAN GEBRUIK OF GEGEVENS, ONDERBREKING VAN HANDEL EN DERGELIJKE), ZELFS ALS ASUS OP DE HOOGTE WERD GEBRACHT VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE DIE VOORTVLOEIT UIT FOUTEN IN DEZE HANDLEIDING OF DEFECTEN AAN HET PRODUCT. DE SPECIFICATIES EN INFORMATIE DIE IN DEZE HANDLEIDING ZIJN OPGENOMEN, ZIJN UITSLUITEND INFORMATIEF BEDOELD EN OP ELK OGENBLIK EN ZONDER KENNISGEVING ONDERHEVIG AAN WIJZIGINGEN. ZE MOGEN NIET WORDEN BESCHOUWD ALS EEN VERBINTENIS DOOR ASUS. ASUS AANVAARDT GEEN VERANTWOORDELIJKHEID OF AANSPRAKELIJKHEID VOOR FOUTEN OF ONNAUWKEURIGHEDEN DIE MOGELIJK IN DEZE HANDLEIDING ZIJN VERMELD, INCLUSIEF DE PRODUCTEN EN SOFTWARE DIE ERIN ZIJN BESCHREVEN.
Producten en bedrijfsnamen die in deze handleiding zijn vermeld, zijn mogelijk geregistreerde handelsmerken of auteursrechten van hun respectieve bedrijven en worden uitsluitend gebruikt voor identificatie of toelichting en in het voordeel van de eigenaar, zonder de bedoeling te hebben een inbreuk te plegen op hun rechten.
NEDERLANDS Mededelingen 527 Veiligheidsinformatie 529 Conventies die in deze handleiding worden gebruikt 530 Waar meer informatie te vinden 530 Inhoud verpakking 531
Windows® 7 gebruiken
De eerste keer opstarten 543 Windows® 7-bureaublad gebruiken 544 Uw bestanden en mappen beheren 546 Uw systeem herstellen 548 Uw computer beschermen 549 Hulp en ondersteuning voor Windows® krijgen 550
Apparaten op uw computer aansluiten
Een USB-opslagapparaat aansluiten 551 Microfoon en luidsprekers aansluiten 552 Meerdere externe schermen aansluiten 555 Een HDTV aansluiten 557
Uw computer gebruiken
Juiste houding bij het gebruik van uw Desktop PC 559 De geheugenkaartlezer gebruiken 560 Het optisch station gebruiken 561 Het ASUS ROG U9N gametoetsenbord gebruiken 562 De ASUS GX900 gamemuis gebruiken 563
Het multimedia-toetsenbord gebruiken (alleen op geselecteerde modellen)570
NEDERLANDS Hoofdstuk 5
Verbinden met het Internet
Bekabelde verbinding 575 Draadloze verbinding (alleen op geselecteerde modellen) 577
De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS REACH Wij publiceerden, met naleving van het regulerend kaderwerk van REACH (Registratie, Evaluatie, Autorisatie en Restrictie van chemische stoffen), op de ASUS REACH-website op http://green.asus.com/english/REACH.htm, de chemische substanties in onze producten.
Verklaring van Federale communicatiecommissie
Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-reguleringen. Bediening wordt aan de volgende twee condities onderworpen: • dit apparaat mag geen schadelijke storingen veroorzaken; en •
dit apparaat moet enige ontvangen storing accepteren, inclusief storingen die ongewenste werking kunnen veroorzaken.
Dit apparaat is getest en is in naleving met de limieten voor een Klasse B digitaal apparaat, volgens Deel 15 van de FCC-reguleringen bevonden. Deze limieten zijn ontworpen om redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke storingen in een residentiële installatie. Dit apparaat genereert, gebruikt en kan energie door radiofrequentie uitstralen en, wanneer niet volgens de instructies van de fabrikant geïnstalleerd en gebruikt, kan het schadelijke storingen aan radiocommunicatie veroorzaken. Er bestaat echter geen garantie dat bij een bepaalde installatie zich geen storing zal voordoen. Als dit apparaat schadelijke storing aan radio- of televisie-ontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat aan en uit te schakelen, wordt de gebruiker verzocht te proberen de storing volgens één of meer van de volgende maatregelen te corrigeren: • de ontvangende antenne opnieuw richten of verplaatsen; •
de afstand tussen het apparaat en de ontvanger te vergroten;
de dealer of een ervaren radio/tv-monteur om hulp te vragen.
het apparaat op een contactdoos van een ander circuit dan die waarop de ontvanger is aangesloten, aan te sluiten;
Om compliantie met FCC-reguleringen te verzekeren, wordt voor het verbinden van het scherm aan de grafische kaart het gebruik van afgeschermde kabels vereist. Alle wijzigingen of aanpassingen aan deze eenheid, die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de partij die verantwoordelijk is voor de naleving, kunnen de bevoegdheid van de gebruiker om het apparaat te bedienen nietig verklaren.
Waarschuwing RF-blootstelling
NEDERLANDS Dit apparaat moet volgens de geleverde instructies worden geïnstalleerd en bedient en de antenne(s) die voor deze zender word(t/en) gebruikt moet zo worden geïnstalleerd dat van alle personen een scheidende afstand van minstens 20 cm bestaat. Het mag niet in de buurt van een andere antenne of zender worden geplaatst of bedient. Eindgebruikers en installateurs moeten de installatie-instructies van de antenne en de bedieningscondities van de zender ontvangen om een goede compliantie voor RF-blootstelling te verkrijgen.
Canadees ministerie van Communicatie
Dit digitale apparaat overschrijdt niet de Klasse B-limieten voor geluidshinder van digitale apparaten die in de Reguleringen van radiostoringen van het Canadees ministerie van Communicatie uiteen worden gezet. Dit digitale apparaat van Klasse B voldoet aan de Canadese ICES-003.
Productmededeling van Macrovision Corporation
Dit product bevat copyright beschermende technologie die door claimmethodes van bepaalde Amerikaanse octrooien en andere intellectuele eigendomsrechten wordt beschermd, die eigendom zijn van Macrovision Corporation en andere rechtmatige eigenaren. Gebruik van deze copyright beschermende technologie moet door Macrovision Corporation worden geauthoriseerd en is alleen voor gebruik thuis en andere beperkt kijken bestemd, tenzij anders toegestemd door Macrovision Corporation. Reverse engineering of demontage is verboden. Waarschuwing lithium-ion batterij
VOORZICHTIG: Gevaar van explosie als de batterij onjuist wordt geplaatst. Alleen met hetzelfde of equivalente type die door de fabrikant wordt aangeraden, vervangen. Werp gebruikte batterijen volgens de instructies van de fabrikant weg.
ASUS-diensten voor recycling/terugname
De recyling- en terugnameprogramma’s van ASUS zijn voortgevloeid uit onze inzet voor de hoogste standaarden voor milieubescherming. Wij geloven in het leveren van oplossingen voor u om onze producten, batterijen en andere componenten, evenals het verpakkingsmateriaal, op een verantwoorde manier te recyclen. Ga naar http://csr.asus. com/english/Takeback.htm voor gedetailleerde recyclinginformatie in de verschillende regio’s.
Veiligheidsinformatie
NEDERLANDS Voor het reinigen van de AC-stroom en randapparatuur verwijderen. Veeg de Desktop PC met een schone cellulose spons of zeemleren doek die met een niet schurende reinigingsoplossing en enkele druppels warm water is bevochtigd, schoon en verwijder met een droge doek enig overmatige nattigheid.
NIET op onegale of instabiele werkoppervlakken plaatsen. Als de behuizing beschadigd is geraakt, dient u hulp bij onderhoud hulp te zoeken. NIET aan vieze of stoffige omgevingen blootstellen. NIET tijdens een gaslekkage bedienen.
NIET bovenop objecten plaatsen of laten vallen en geen vreemde voorwerpen in de Desktop PC duwen. NIET aan krachtige magnetische of elektrische velden blootstellen.
NIET in de buurt van vloeistoffen, regen of vocht blootstellen of gebruiken. NIET de modem tijdens onweer gebruiken.
Waarschuwing ter beveiliging van de batterij: NIET de batterij in vuur werpen. NIET de contacten kortsluiten. NIET de batterij uit elkaar halen. Gebruik dit product in omgevingen met omgevingstemperaturen tussen 0˚C (32°F) en 35˚C (95˚F). NIET de ventilatieopeningen van de Desktop PC afdekken, om oververhitting van het systeem te voorkomen. NIET beschadigde stroomkabels, accessoires of andere randapparatuur gebruiken. Verwijder, voordat u het systeem verplaatst, de stroomkabel uit de contactdoos om elektrische schok te vermijden.
Zoek professionele hulp voordat u een adapter of verlengsnoer gebruikt. Deze apparaten kunnen het aardingscircuit onderbreken. Zorg dat uw netvoeding op de juiste spanning in uw gebied hebt ingesteld. Als u niet zeker weet welke spanning op de elektrische contactdoos staat, dient u contact op te nemen met uw lokale energiemaatschappij. Als de netvoeding is beschadigd, mag u niet proberen het zelf te repareren. Neem contact op met een bevoegde servicemonteur of uw handelaar.
Conventies die in deze handleiding worden gebruikt
NEDERLANDS Om te verzekeren dat u bepaalde taken juist uitvoert, dient u op de volgende symbolen die in deze handleiding worden gebruikt, te letten. GEVAAR/WAARSCHUWING: informatie om lichamelijke letsels te voorkomen wanneer u een taak probeert uit te voeren. VOORZICHTIG: Informatie om schade aan de onderdelen te voorkomen wanneer u een taak probeert uit te voeren.
BELANGRIJK: Instructies die u MOET volgen om een taak te voltooien.
OPMERKING: tips en aanvullende informatie om u te helpen bij het voltooien van uw taak.
Waar meer informatie te vinden Raadpleeg de volgende bronnen voor aanvullende informatie en voor updates van het product en de software. ASUS-websites De ASUS-website biedt bijgewerkte informatie over ASUS-hardware en softwareproducten. Raadpleeg de ASUS-website op www.asus.com. Lokale technische ondersteuning van ASUS Ga voor contactinformatie van de plaatselijke technicus van Technische ondersteuning naar de ASUS-website op http://support.asus.com/contact.
NEDERLANDS Inhoud verpakking
toetsenbordpakket x1
Installatiehandleiding x1
Antenne (optioneel) x1
Als een van de bovenstaande items beschadigd is of ontbreekt, moet u contact opnemen met uw leverancier.
• De hierboven weergegeven items zijn alleen ter referentie. Feitelijke productspecificaties kunnen bij verschillende modellen variëren. • Meer informatie over het gebruik van het bijgeleverde gametoetsenbord en de gamemuis, vindt u in de hoofdstukken Het ASUS ROG gametoetsenbord gebruiken en De ASUS GX900 gamemuis gebruiken.
NEDERLANDS Aan de slag Welkom!
Dank u voor de aankoop van de ASUS Essentio CG8480 Desktop PC! De ASUS Essentio CG8480 Desktop PC biedt ultramoderne prestaties, ongecomprimeerde betrouwbaarheid en op gebruikers gerichte hulpprogramma's. Al deze waarden worden in een prachtige futuristische en stijlvolle systeembehuizing ingesloten. Lees de ASUS-garantiekaart voordat u uw ASUS Desktop PC opstelt.
Uw computer leren kennen Afbeeldingen zijn alleen ter referentie. De poorten en hun locaties, evenals de chassiskleur kunnen bij de verschillende modellen anders zijn.
Aan-/uit-knop. Druk op deze knop om uw computer in te schakelen.
Sleuf voor Secure Digital™ / MultiMediaCard. Plaats in deze sleuf een Secure Digital™- of MultiMediaCard-kaart.
Sleuf van optisch schijfstation. In deze sleuf bevindt zich een optisch schijfstation.
Voedings-LED. Deze LED brandt als u uw computer inschakelt.
Kaartsleuf voor Memory Stick™/Memory Stick Pro™. Plaats in deze sleuf een Memory Stick™-/ Memory Stick Pro™-kaart.
CompactFlash®-/Microdrive™-kaartsleuf. Plaats in deze sleuf een CompactFlash®/Microdrive™-kaart.
OC-knop. Deze knop past het profiel voor Systeemniveau omhoog van uw computer aan.
USB 2.0-poorten. Deze universele seriële bus 3.0 (USB 3.0) poorten sluit USB 3.0apparatuur aan zoals een muis, printer, scanner, camera, PDA en anderen. • Bij het installeren van het Windows®-besturingsysteem GEEN toetsenbord/muis op een USB 3.0-poort aansluiten. • Wegens beperkingen van de USB 3.0-controller, kunnen USB 3.0-apparaten alleen in een omgeving van een Windows®-besturingsysteem en na installatie van het USB 3.0stuurprogramma worden gebruikt. • USB 3.0-apparaten kunnen alleen voor gegevensopslag worden gebruikt. • Wij raden u ten zeerste aan dat u de USB 3.0-apparaten op USB 3.0 poorten aansluit om zo een snellere en betere prestatie voor uw USB 3.0-apparaten te verkrijgen.
USB 2.0-poorten. Deze universele seriële bus 2.0 (USB 2.0) poorten sluit USB 2.0apparatuur aan zoals een muis, printer, scanner, camera, PDA en anderen.
Microfoonpoort (rose). Op deze poort kan een microfoon worden aangesloten.
11. ��������������������������� Koptelefoonpoort (limoen). Op deze poort kan een koptelefoon of luidspreker worden aangesloten.
Hoofdstuk 1: Aan de slag
1. �������������������������������������������������������������� USB 3.0-poorten, ondersteuning ASUS USB 3.0 Boost UASP-modus. Deze universele seriële bus 3.0 (USB 3.0) poorten sluit USB 3.0-apparatuur aan zoals een muis, printer, scanner, camera, PDA en anderen. • De USB 3.0-poorten ondersteunen alleen Windows® 7 of latere versies. UASPstandaard ondersteunt alleen Windows® 8. • Bij het installeren van het Windows®-besturingsysteem GEEN toetsenbord/muis op een USB 3.0-poort aansluiten. • Wegens beperkingen van de USB 3.0-controller, kunnen USB 3.0-apparaten alleen in een omgeving van een Windows®-besturingsysteem en na installatie van het USB 3.0stuurprogramma worden gebruikt. • USB 3.0-apparaten kunnen alleen voor gegevensopslag worden gebruikt. • Wij raden u ten zeerste aan dat u de USB 3.0-apparaten op USB 3.0 poorten aansluit om zo een snellere en betere prestatie voor uw USB 3.0-apparaten te verkrijgen.
USB 2.0-poorten. Deze universele seriële bus 2.0 (USB 2.0) poorten sluit USB 2.0apparatuur aan zoals een muis, printer, scanner, camera, PDA en anderen.
DisplayPort. Deze poort wordt gebruikt voor het aansluiten op een beeldscherm of een thuisbioscoopsysteem.
4. ������������� DVI-D-poort. Deze poort is voor een DVI-D compatibel apparaat en is compliant aan HDCP waardoor HD-dvd, Blue-ray en andere beschermde inhoud kan worden afgespeeld. 5.
USB 3.0-poorten, ondersteuning ASUS USB 3.0 Boost UASP-modus. De poort onderaan ondersteunt USB BIOS-flashback.
Poort luidspreker zijkant Uit (grijs). Deze poort wordt in een audio-configuratie van 8-kanalen met de luidsprekers aan de zijkant verbonden.
7. ����������������������������������������� Poort achterste luidspreker Uit (zwart). Deze poort wordt in een audio-configuratie van 4-, 6- en 8-kanalen met de luidsprekers aan de achterkant verbonden. 8. ���������������������������������� Poort Centrum/Subwoofer (oranje). Deze poort wordt met de centrum/subwooferluidsprekers verbonden. 9. ����������������������� Microfoonpoort (rose). Op deze poort kan een microfoon worden aangesloten. 10. ������������������������� Poort lijn Uit (limoen). Op deze poort kan een koptelefoon of luidspreker worden aangesloten. Bij een configuratie van 4-, 6- of 8-kanalen wordt de functie van de poort Voorste luidspreker Uit. 11. ���������������������������� Poort lijn In (lichtblauw). Deze poort wordt met een cassette-, cd-, dvd-speler of andere audiobronnen verbonden. 12.
Ventilatieopeningen. Deze ventilatieopeningen maken luchtventilatie mogelijk.
Raadpleeg de tabel voor audioconfiguratie voor de functies van de audiopoorten in een configuratie van 2-, 4-, 6- of 8-kanalen.
Audio 2, 4, 6, of 8-kanalenconfiguratie Poort
Voorste luidspreker Uit
Voorste luidspreker Uit
Voorste luidspreker Uit
Achterste luidspreker Uit
Achterste luidspreker Uit
Achterste luidspreker Uit
Luidspreker zijkant Uit
Hoofdstuk 1: Aan de slag
Aan-/uit-knop. Schakel de voeding naar uw computer AAN/UIT.
Voedingsconnector (ingangsvermogen: 100~120/200~240Vac, 60/50Hz, 10/5A). Steek in deze connector de stroomkabel.
NEDERLANDS NIET de ventilatieopeningen op het chassis blokkeren. Zorg altijd dat uw computer goede ventilatie ontvangt.
15. ������������������������������������������������������������������������� PS/2-toetsenbord/Muis Combo-poort (Ingangsvermogen: 100~120/200~240Vac, 60/50Hz, 10/5A). Op deze poort kan ene PS/2-toetsenbord of muis worden aangesloten 16. ��������������������������� Optische S/PDIF_OUT-poort. Op deze poort wordt via een optische S/PDIF-kabel een extern audio-uitvoerapparaat aangesloten. 17.
HDMI-poort. Deze poort is voor een High-Definition Multimedia Interface (HDMI)connector en is compliant aan HDCP waardoor HD-dvd, Blue-ray en andere beschermde inhoud kan worden afgespeeld.
18.������������ VGA-poort. Deze poort is voor VGA-compatibele apparaten zoals een VGA-monitor. 19.
LAN (RJ-45)-poort. Deze poort maakt het mogelijk om via een netwerk-hub een Gigabit-verbinding naar een Local Area Network (LAN) te maken. SNELHEIDSACT/
LED KOPPELINGS-LED LED-indicaties LAN-poort
20.������������������������������������� Poorten geluidskaarten (optioneel). Deze poorten dienen voor het aansluiten van uw uitvoerapparaten, zoals een microfoon, headset en luidsprekers. 21. � ASUS ��������������������� grafische kaart (optioneel). ������������ De display-uitvoerpoorten op de optionele ASUS grafische kaart kunnen bij de verschillende modellen anders zijn. 22.
ASUS WLAN-kaart (optioneel). Met deze optionele WLAN-kaart kunt u uw computer op een draadloos netwerk aansluiten.
23. ������������������������� Beugel sleufuitbreiding. Verwijder de beugel voor sleufuitbreiding als u een uitbreidingskaart installeert.
Uw computer instellen Deze paragraaf leidt u door het verbinden van de belangrijkste hardware-apparatuur, zoals de externe monitor, het toetsenbord, de muis en stroomkabel aan uw computer.
NEDERLANDS Een externe monitor verbinden Gebruik de ASUS grafische kaart (alleen op geselecteerde modellen)
Verbind uw monitor via de display-uitvoerpoort met de discrete ASUS grafische kaart. Ga als volgt te werk om met een ASUS grafische kaart een externe monitor te verbinden: 1.
Verbind uw monitor via een display-uitvoerpoort met de discrete ASUS grafische kaart.
Steek de stekker van de monitor in een stopcontact. De display-uitvoerpoorten op de ASUS grafische kaart kunnen bij de verschillende modellen anders zijn.
LINE OUT LINE IN Hoofdstuk 1: Aan de slag
De onboard display-uitvoerpoorten gebruiken
NEDERLANDS Verbind uw monitor met de onboard display-uitvoerpoort. Ga als volgt te werk om een externe monitor via de onboard display-uitvoerpoorten aan te sluiten: 1.
Sluit op het achterpaneel van uw computer een VGA-monitor aan op de VGA-poort, of een DVI-D-monitor op de DVI-D-poort, of een HDMI-monitor op de HDMI-poort.
Steek de stekker van de monitor in een stopcontact.
• Als uw computer met een ASUS grafische kaart komt, wordt de grafische kaart in de BIOS als het primaire display-apparaat ingesteld. Sluit uw monitor vervolgens aan op een display-uitvoerpoort op de grafische kaart aan. • Raadpleeg Meerdere externe monitors aansluiten in Hoofdstuk 3 van deze gebruikershandleiding voor details over hoe meerdere externe monitors op uw computer aan te sluiten.
Een USB-toetsenbord en een USB-muis aansluiten
Sluit op het achterpaneel van uw computer een USB-toetsenbord en een USB-muis op de USB-poorten aan.
NEDERLANDS Het vooraf geïnstalleerde hulpprogramma voor het installeren van de bijgeleverde ASUS GX900 gamemuis is alleen toegankelijk wanneer u de muis aansluit op uw computer voordat u Windows® 7 voor de eerste keer opstart. Anders zult u het hulpprogramma handmatig moeten installeren vanaf de bijgeleverde ondersteunings-dvd. Raadpleeg het deel De ASUS GX900 gamemuis gebruiken in hoofdstuk 4 voor details.
USB3.0/UASP USB KB/MS USB3.0/UASP USB KB/MS De stroomkabel verbinden
Sluit één uiteinde van de stroomkabel aan op de stroomconnector op het achterpaneel van uw computer en het andere uiteinde van een voedingsbron.
USB3.0/UASP USB KB/MS
Hoofdstuk 1: Aan de slag
Uw computer AAN/UIT-schakelen
NEDERLANDS Deze paragraaf beschrijft hoe uw computer aan/uit te schakelen nadat u uw computer hebt opgezet.
Uw computer AAN-schakelen
Ga als volgt te werk om uw computer AAN te schakelen: 1.
Schakel uw monitor AAN.
Zet de voedingsschakelaar AAN en druk vervolgens op de voedingsknop op uw computer.
Wacht tot het besturingsysteem automatisch wordt geladen.
Uw computer UIT-schakelen
Ga als volgt te werk om uw computer UIT te schakelen: 1.
op het Windows®-bureaublad. om het besturingssysteem te sluiten.
Hoofdstuk 1: Aan de slag
NEDERLANDS Windows® 7 gebruiken De eerste keer opstarten
Wanneer u uw computer voor de eerste keer opstart, verschijnen een reeks schermen die u begeleiden bij de configuratie van de basisinstellingen van het besturingsysteem van uw Windows®7. Om voor de eerste keer op te starten: 1.
Zet uw computer aan. Wacht enkele minuten totdat het scherm Set Up Windows (Windows installeren) verschijnt.
Selecteer van het vervolgkeuzelijst uw taal. Klik op Next (Volgende).
Selecteer van de vervolgkeuzelijsten uw Country or region (Land of regio), Time and currency (Tijd en valuta) en Keyboard layout (Toetsenbordindeling). Klik op Next (Volgende).
Typ unieke namen voor de user name (gebruikersnaam) en computer name (computernaam). Klik op Next (Volgende).
Typ de nodige informatie om uw wachtwoord in te stellen en klik daarna op Next (Volgende). U mag ook op Next (Volgende) klikken om, zonder enige informatie in te voeren, deze stap over te slaan. Raadpleeg de paragraaf Een gebruikersaccount en wachtwoord instellen in dit hoofdstuk als u later voor uw account een wachtwoord wilt instellen.
Lees aandachtig de licentievoorwaarden. Vink I accept the license terms (Ik accepteer de licentievoorwaarden) aan en klik op Next (Volgende).
Selecteer Use recommended settings (Aanbevolen instellingen gebruiken) of Install important updates only (Alleen belangrijke updates installeren) om de beveiligingsinstellingen voor uw computer in te stellen. Selecteer Ask me later (Vraag me later) om deze stap over te slaan.
Controleer uw datum- en tijdinstellingen. Klik op Next (Volgende). Het systeem laadt de nieuwe instellingen en start opnieuw. U mag nu uw computer beginnen te gebruiken.
Windows® 7-bureaublad gebruiken
NEDERLANDS Klik op de pictogram Start Windows® 7.
> Help en Ondersteuning voor meer informatie over
Het startmenu gebruiken
Het startmenu biedt u toegang tot programma's, hulpprogramma's en andere nuttige items op uw computer. Ook biedt het u via de functie Help and Support (Help en ondersteuning) meer informatie over Windows 7.
Items vanaf het startmenu lanceren
Ga als volgt te werk om items vanaf het startmenu te lanceren: 1.
Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start
Selecteer vanaf het Startmenu het item dat u wilt lanceren.
U kunt programma's die u continu op het startmenu wilt weergeven, vastpinnen. Raadpleeg in dit hoofdstuk de paragraaf Programma's op het startmenu of de takenbalk vastpinnen voor meer details.
Het item Om te beginnen gebruiken
Het item Getting Started (Om te beginnen) op het startmenu bevat enkele basistaken zoals Windows® verpersoonlijken, nieuwe gebruikers toevoegen, bestanden overdragen. Hiermee wordt u geholpen om bekend te raken met het gebruik van Windows® 7. Ga als volgt te werk om het item Om te beginnen te gebruiken: 1. 2. 3.
Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start om het startmenu te lanceren. Selecteer Getting Started (Om te beginnen). De lijst beschikbare taken verschijnt. Selecteer de taak die u wilt uitvoeren.
De takenbalk gebruiken
Met de takenbalk kunt u programma's en items die op uw computer zijn geïnstalleerd, lanceren en beheren.
Van de takenbalk een programma lanceren
Ga als volgt te werk om van de takenbalk een programma te lanceren: •
Klik op de Windows®-takenbalk op een pictogram om het te lanceren. Klik opnieuw op de pictogram om het programma te verbergen. U kunt programma's die u continu op te takenbalk wilt weergeven, vastpinnen. Raadpleeg in dit hoofdstuk de paragraaf Programma's op het startmenu of de takenbalk vastpinnen voor meer details.
Hoofdstuk 2: Windows® 7 gebruiken
Items op de Jump Lists vastpinnen
NEDERLANDS Als u met de rechtermuisknop op de takenbalk op een pictogram klikt, biedt een jump list u snelle toegang tot de aan de programma's of items verwante koppelingen. U kunt items, zoals favoriete websites, vaak bezochte mappen of stations, of onlangs afgespeelde mediabestanden op de jump list vastpinnen. Ga als volgt te werk om items op de jump list vast te pinnen: 1.
Klik met de rechtermuisknop op een pictogram op de takenbalk.
Klik vanuit de jump list met de rechtermuisknop op het item dat u wilt vastpinnen en selecteer dan Pin to this list (Aan deze lijst vastpinnen).
Vastgepinde items van de jump list verwijderen
Ga als volgt te werk om vastgepinde items van de jump list te verwijderen: 1.
Klik met de rechtermuisknop op een pictogram op de takenbalk.
Klik vanuit de jump list met de rechtermuisknop op het item dat u wilt vastpinnen en selecteer dan Unpin from this list (Van deze lijst verwijderen).
Programma's op het startmenu of de takenbalk vastpinnen
Ga als volgt te werk om programma's op het startmenu of de takenbalk vast te pinnen: 1.
Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start
Klik met de rechtermuisknop op het item dat u op het startmenu of de takenbalk wilt vastpinnen.
om het startmenu te lanceren.
Selecteer Pin to Taskbar (Aan takenbalk vastpinnen) of Pin to Start menu (Aan startmenu vastpinnen). U kunt ook met de rechtermuisknop op de takenbalk op het pictogram van een actief programma klikken en dan Pin this program to taskbar (Dit programma aan takenbalk vastpinnen) selecteren.
Programma's van het startmenu verwijderen
Ga als volgt te werk om programma's van het startmenu te verwijderen: 1.
Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start lanceren.
Klik vanuit het startmenu met de rechtermuisknop op het item dat u wilt verwijderen en selecteer dan Remove from this list (Van deze lijst verwijderen).
Programma's van de takenbalk verwijderen
Ga als volgt te werk om programma's van de takenbalk te verwijderen: 1.
Klik vanuit de takenbalk met de rechtermuisknop op het item dat u van de takenbalk wilt verwijderen en selecteer dan Unpin this program from taskbar (Dit programma van takenbalk verwijderen).
Het systeemvak gebruiken
NEDERLANDS Het systeemvak toont standaard deze drie pictogrammen: Notificatie Actiecentrum Klik op deze pictogram om alle waarschuwingsberichten/-notificaties weer te geven en om het Windows® Actiecentrum te lanceren. Netwerkverbinding Deze pictogram geeft de verbindingstatus en signaalsterkte van de bedrade of draadloze netwerkverbinding weer. Volume Klik op deze pictogram om het volume af te stellen.
Een waarschuwingsnotificatie weergeven
Ga als volgt te werk om een waarschuwingsnotificatie weer te geven: •
Klik op de pictogram Notificatie
en klik daarna op het bericht om het te openen.
Raadpleeg in dit hoofdstuk de paragraaf Windows® Actiecentrum gebruiken voor meer details.
Pictogrammen en notificaties aanpassen
U kunt ervoor kiezen om op de takenbalk of in het notificatiegebied de pictogrammen en notificaties weer te geven of te verbergen. Ga als volgt te werk om pictogrammen en notificaties aan te passen: 1.
Klik vanuit het notificatiegebied op de pictogram met de pijl
Klik op Customize (Aanpassen).
Selecteer vanuit de vervolgkeuzelijst de gedragsvormen van de pictogrammen of items die u wilt aanpassen.
Uw bestanden en mappen beheren Windows® Verkenner gebruiken
Met Windows® Verkenner kunt u uw bestanden en mappen weergeven, beheren en organiseren.
Windows® Verkenner lanceren
Ga als volgt te werk om Windows Verkenner te lanceren:
Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start lanceren.
Klik op Computer om Windows Verkenner te lanceren.
Hoofdstuk 2: Windows® 7 gebruiken
Bestanden en mappen verkennen 1.
Lanceer Windows Verkenner.
Blader vanuit het navigatie- of weergavescherm naar de locatie van uw gegevens.
Klik vanuit de breadcrumb-balk op de pijl om de inhoud van het station of de map weer te geven.
NEDERLANDS Ga als volgt te werk om bestanden en mappen te verkennen:
De weergave van bestand/map aanpassen
Ga als volgt te werk om de weergave van bestand/map aan te passen: 1.
Lanceer Windows Verkenner.
Selecteer vanuit het navigatiescherm op de locatie van uw gegevens.
Klik vanuit de werkbalk op de Weergavepictogram
Schuif vanuit het Weergavemenu de schuifbalk om te selecteren hoe u het bestand/de map weer te geven.
U kunt ook ergens op het weergavescherm met de rechtermuisknop klikken. Klik op View (Weergave) en selecteer het type weergave die u wilt.
Uw bestanden rangschikken
Ga als volgt te werk om uw bestanden te rangschikken: 1.
Lanceer Windows Verkenner.
Klik vanuit het veld Arrange by (Rangschikken op) om de vervolgkeuzelijst weer te geven.
Selecteer het type rangschikking van uw voorkeur.
Uw bestanden sorteren
Ga als volgt te werk om uw bestanden te sorteren: 1.
Lanceer Windows Verkenner.
Klik met de rechtermuisknop ergens op het Weergavescherm.
Selecteer vanuit het menu dat verschijnt, Sort by (Sorteren volgens) en selecteer dan het type sortering van uw voorkeur.
Uw bestanden groeperen
Ga als volgt te werk om uw bestanden te groeperen: 1.
Lanceer Windows Verkenner.
Klik met de rechtermuisknop ergens op het Weergavescherm.
Selecteer vanuit het menu dat verschijnt, Group by (Groeperen volgens) en selecteer dan het type groepering van uw voorkeur.
Een nieuwe map toevoegen
NEDERLANDS Ga als volgt te werk om een nieuwe map toe te voegen: 1.
Lanceer Windows Verkenner.
Klik vanuit de werkbalk op New folder (Nieuwe map).
Typ een naam voor de nieuwe map. U kunt ook ergens op het Weergavescherm met de rechtermuisknop klikken en daarna op New (Nieuw) > Folder (Map) klikken.
Een back-up van uw bestanden maken Een back-up instellen
Ga als volgt te werk om een back-up in te stellen: 1.
Klik op > All Programs (Alle programma's) > Maintenance (Onderhoud) > Backup and Restore (Back-up en Herstellen).
Selecteer de bestemming van uw back-up. Klik op Next (Volgende).
Selecteer Let Windows choose (recommended) (Laat Windows kiezen (aanbevolen)) of Let me choose as your backup mode (Laat mij als uw backupmodus kiezen). Als u Let Windows choose (Laat Windows kiezen) selecteert, maakt Windows geen back-up van uw programma's, FAT-geformatteerde bestanden, bestanden in de Prullenbak of tijdelijke bestanden die 1 GB of meer zijn.
Volg de instructies op het scherm om het proces te voltooien.
Uw systeem herstellen De functie Windows® Systeemherstel maakt een herstelpunt waar de systeeminstellingen van de computer op een bepaald tijdstip en bepaalde datum worden opgeslagen. Hiermee kunt u de systeeminstellingen van uw computer herstellen of veranderingen ongedaan maken, zonder uw persoonlijke gegevens te beïnvloeden. Ga als volgt te werk om uw systeem te herstellen:
Volg de instructies op het scherm om het proces te voltooien.
Hoofdstuk 2: Windows® 7 gebruiken
Uw computer beschermen
NEDERLANDS Windows® 7 Actiecentrum gebruiken
Het Windows® 7 Actiecentrum biedt u waarschuwingsnotificaties, beveiligingsinformatie, informatie over systeemonderhoud en de optie om automatische problemen op te lossen en enkele algemene computerproblemen op te lossen. U kunt de notificaties aanpassen. Raadpleeg in dit hoofdstuk de vorige paragraaf Pictogrammen en notificaties aanpassen voor meer details.
Windows® 7 Actiecentrum lanceren
Ga als volgt te werk om het Windows® 7 Actiecentrum te lanceren:
Klik op de Notificatiepictogram , en klik daarna op Open Action Center (Actiecentrum openen) om het Windows 7 Actiecentrum te lanceren.
Klik vanuit het Windows 7 Actiecentrum op de taak die u wilt uitvoeren.
Windows® Update gebruiken
Met Windows Update kunt u de nieuwste updates controleren en installeren om de beveiliging en prestaties van uw computer te verbeteren.
Windows® Update lanceren
Ga als volgt te werk om Windows® Update te lanceren: 1.
Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start lanceren.
Klik vanaf het scherm Windows Update op de taak die u wilt uitvoeren.
Een gebruikersaccount en wachtwoord instellen
Voor mensen die uw computer zullen gebruiken, kunt u gebruikersaccounts en wachtwoorden maken.
Een gebruikersaccount instellen
Ga als volgt te werk om een gebruikersaccount in te stellen: 1.
Klik vanaf de Windows®-takenbalk op > Getting Started (Om te beginnen) > Add new users (Nieuwe gebruikers toevoegen).
Typ de naam van de nieuwe gebruiker.
Selecteer Standard user (Standaardgebruiker) of Administrator (Beheerder) al gebruikerstype.
Een gebruikerswachtwoord instellen
NEDERLANDS Ga als volgt te werk om een gebruikerswachtwoord in te stellen: 1.
Selecteerde gebruiker waarvoor u een wachtwoord wilt instellen.
Selecteer Create a password (Een wachtwoord maken).
Typ een wachtwoord en bevestig deze. Typ een hint voor uw wachtwoord.
Klik op Create password (Wachtwoord maken) als u klaar bent.
De antivirus-software activeren
Trend Micro Internet Security wordt vooraf op uw computer geïnstalleerd. Dit is een antivirussoftware van een derde partij die uw computer tegen virusaanvallen beschermt. Het wordt afzonderlijk gekocht. Na activering hebt u een proefperiode van 60 dagen. Ga als volgt te werk om Trend Micro Internet Security te activeren: 1.
Activeer de applicatie Trend Micro Internet Security.
Lees aandachtig de licentievoorwaarden. Klik op Agree & Activate (Akkoord & Activeren).
Voer uw e-mailadres in en selecteer uw locatie. Klik op Next (Volgende).
Klik op Voltooien om de activering te voltooien.
Hulp en ondersteuning voor Windows® krijgen Windows® Help en ondersteuning bieden u richtlijnen en antwoorden voor het gebruik van de applicaties in het Windows® 7-platform. Klik, om Windows® Help en ondersteuning te lanceren, op ondersteuning).
> Help and Support (Help en
Zorg dat u met het internet bent verbonden om de nieuwste Windows ® online help te krijgen.
Hoofdstuk 2: Windows® 7 gebruiken
NEDERLANDS Apparaten op uw computer aansluiten Een USB-opslagapparaat aansluiten Deze desktop PC biedt USB 2.0/1.1-poorten op de voor- en achterpanelen. Met de USBpoorten kunt u USB-apparaten, zoals opslagapparaten, aansluiten. Ga als volgt te werk om een USB-opslagapparaat aan te sluiten: •
Plaats het USB-opslagapparaat in uw computer.
DVI DVI MIC IN VGA OUT Voorpaneel
LINE OUT LINE IN Achterpaneel
Ga als volgt te werk om een USB-opslagapparaat te verwijderen: 1.
Klik op in het systeemvak van Windows op uw computer en klik vervolgens op Eject USB2.0 FlashDisk (USB2.0 FlashDisk uitwerpen) of Eject USB3.0 FlashDisk (USB3.0 FlashDisk uitwerpen) als u het USB3.0-flashstation of USB3.0-compatibele apparaten gebruikt.
Als het bericht Safe to Remove Hardware (Veilig om hardware te verwijderen) verschijnt, verwijdert u het USB-opslagapparaat van uw computer. NIET een USB-opslagapparaat verwijderen als nog gegevens worden overgedragen. Dit kan namelijk gegevensverlies of schade aan het USB-opslagapparaat veroorzaken.
Microfoon en luidsprekers aansluiten
NEDERLANDS Deze desktop PC komt met poorten voor microfoon en luidsprekers op zowel het voor- als achterpaneel. De audio I/O-poorten bevinden zich op het achterpaneel en hiermee kunt u stereoluidsprekers met 2, 4, 6, en 8 kanalen aansluiten.
Koptelefoon en mic aansluiten
Luidsprekers met 2 kanalen aansluiten
Hoofdstuk 3: Apparaten op uw computer aansluiten
NEDERLANDS Luidsprekers met 4 kanalen aansluiten
Luidsprekers met 6 kanalen aansluiten
Luidsprekers met 8 kanalen aansluiten
Hoofdstuk 3: Apparaten op uw computer aansluiten
Meerdere externe schermen aansluiten
NEDERLANDS Uw desktop PC kan met VGA-, HDMI- of DVI-poorten komen en laat u meerdere externe schermen aansluiten. Als in uw computer een grafische kaart is geïnstalleerd, sluit u de schermen op de uitvoerpoorten van de grafische kaart aan.
Meerdere schermen instellen
Als u meerdere schermen gebruikt, kunt u weergavemodi instellen. U kunt het aanvullende scherm als duplicaat van uw hoofdscherm gebruiken, of als uitbreiding ervan om uw Windows desktop te vergroten. Ga als volgt te werk om meerdere schermen in te stellen: 1.
Schakel uw computer uit.
Verbind de twee schermen met uw computer en verbindt de stroomkabels van de schermen. Raadpleeg in Hoofdstuk 1 de paragraaf Uw computer instellen voor details over op uw computer een monitor aan te sluiten.
Bij sommige grafische kaarten heeft alleen het scherm die als hoofdscherm is ingesteld, tijdens POST weergave. De dubbele schermfunctie werkt alleen onder Windows.
Zet uw computer aan.
NEDERLANDS Doe één van het volgende om het instellingenscherm Screen Resolution (Schermresolutie) te openen: • Klik op > Control Panel (Configuratiescherm) > Appearance and Personalization (Verschijning en verpersoonlijking) > Display (Weergave) > Change display settings (Weergave-instellingen wijzigen). • Klik ergens op uw Windows-bureaublad met de rechtermuisknop. Als het pop-upmenu verschijnt, klikt u op Personalize (Verpersoonlijken) > Display (Weergave) > Change display settings (Weergave-instellingen wijzigen).
Selecteer van de vervolgkeuzelijst Multiple displays: (Meerdere schermen:) de weergavemodus.
• Deze schermen dupliceren: Selecteer deze optie om het aanvullende scherm als een duplicaat van uw hoofdscherm te gebruiken.
• Deze schermen uitbreiden: Selecteer deze optie om het aanvullende scherm als uitbreidingsscherm te gebruiken. Dit vergroot de ruimte op uw bureaublad. • Bureaublad maar op 1 / 2 tonen: Selecteer deze optie om het scherm alleen op scherm 1 of scherm 2 weer te geven. • Dit scherm verwijderen: Selecteer deze opties om het geselecteerde scherm te verwijderen.
Klik op Apply (Toepassen) of op OK. Klik daarna op het bevestigingsbericht op Keep Changes (Wijzigingen bewaren).
Hoofdstuk 3: Apparaten op uw computer aansluiten
NEDERLANDS Sluit op de HDMI-poort van uw computer een High Definition-tv (HDTV) aan. • Om de HDTV op de computer aan te sluiten, hebt u een HDMI-kabel nodig. De HDMIkabel is afzonderlijk verkrijgbaar. • Voor de beste weergaveprestatie mag uw HDMI-kabel niet langer dan 15 meter zijn.
Hoofdstuk 3: Apparaten op uw computer aansluiten
NEDERLANDS Uw computer gebruiken
Juiste houding bij het gebruik van uw Desktop PC Als u uw Desktop PC gebruikt, is het belangrijk de juiste houding te bewaren om spanning op uw polsen, handen en andere gewrichten of spieren te vermijden. Deze paragraaf biedt u tips over hoe fysieke ongemakken en mogelijk letsel te vermijden terwijl u uw Desktop PC gebruikt en ervan geniet. Eye level tonaar the top Oogniveau deof the monitorvan screen bovenkant het computerscherm
Ga als volgt te werk om de juiste houding te behouden: •
Plaats uw werkstoel om te verzekeren dat uw ellebogen ter hoogte of iets boven het toetsenbord zijn om een comfortabele typhouding te verkrijgen.
Stel de hoogte van uw stoel af om te verzekeren dat uw knieën iets hoger zijn dan uw heupen om de achterkant van uw dijen te ontspannen. Indien nodig, dient u een voetsteun te gebruiken om de hoogte van uw knieën te verhogen.
Stel de rug van uw stoel zo af dat de basis van uw ruggengraat stevig wordt ondersteund en iets naar achteren wordt gebracht.
Zit rechtop met uw knieën, ellebogen en heupen in een hoek van ongeveer 90° terwijl u achter de computer zit.
Plaats het scherm recht voor u en draai de bovenkant van het computerscherm op oogniveau zodat uw ogen iets naar beneden zijn gericht.
Houd de muis naast het toetsenbord en, indien nodig, gebruik een polssteun ter ondersteuning om tijdens het typen de druk van uw polsen te halen.
Gebruik uw Desktop PC in een goed verlichte ruimte en houdt het uit de buurt van bronnen die glinsteren, zoals ramen of rechtstreeks zonlicht.
Neem regelmatig kleine pauzes van het gebruik van uw Desktop PC.
De geheugenkaartlezer gebruiken
NEDERLANDS Digitale camera's en andere digitale beeldapparatuur gebruiken geheugenkaarten om digitale foto's of mediabestanden op te slaan. Met de ingebouwde geheugenkaartlezer op het voorpaneel van uw systeem kunt u van en naar verschillende geheugenkaartstations lezen en schrijven.
Ga als volgt te werk om de geheugenkaart te gebruiken: 1.
Plaats de geheugenkaart in de kaartsleuf. • Een geheugenkaart is gesleuteld zodat het in maar één richting past. Om schade aan de kaart te vermijden, mag u een kaart NIET in een sleuf forceren. • U kunt de media in één of meer kaartsleuven plaatsen en elke media onafhankelijk gebruiken. Plaats per keer maar één geheugenkaart in een sleuf.
Selecteer van het venster AutoPlay (automatisch afspelen) een programma voor toegang tot uw bestanden. • Als AutoPlay NIET op uw computer is ingeschakeld, klikt u op de takenbalk op de knop Windows® 7 Start en klikt u op Computer. Daarna dubbelklikt u op de pictogram van de geheugenkaart om toegang tot de gegevens op de schijf te nemen. • Elke kaartsleuf heeft zijn eigen stationspictogram die op het scherm Computer wordt weergegeven. • De LED van de geheugenkaartlezer brandt en knippert terwijl van en naar de geheugenkaart de gegevens worden gelezen of geschreven.
Wanneer voltooid, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram van het geheugenkaartstation op het scherm Computer. Daarna klikt u op Eject (Uitwerpen) en verwijdert u de kaart. Verwijder kaarten nooit tijdens of direct na het lezen, kopiëren, formatteren of verwijderen van gegevens op de kaart, anders kan zich gegevensverlies voordoen. Om gegevensverlies te voorkomen, gebruikt u in het Windows-notificatiegebied de optie "Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen" voordat u de geheugenkaart verwijdert.
Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken
NEDERLANDS Het optisch station gebruiken
Een optische schijf plaatsen
Ga als volgt te werk om een optische schijf te plaatsen: 1.
Druk op de knop PUSH terwijl het systeem is ingeschakeld.
Druk op de uitwerpknop onder de klep van de stationssleuf om de lade te openen.
Plaats de schijf in het optische station met het label naar boven gericht.
Duw de lade om het te sluiten.
Selecteer van het venster AutoPlay (automatisch afspelen) een programma voor toegang tot uw bestanden. Als AutoPlay NIET op uw computer is ingeschakeld, klikt u op de takenbalk op de knop Windows® 7 Start en klikt u op Computer. Daarna dubbelklikt u op de pictogram van het cd/dvd-station om toegang tot de gegevens op de schijf te nemen.
Een optische schijf verwijderen
Ga als volgt te werk om een optische schijf te verwijderen: 1.
Terwijl het systeem aan is, moet u één van het volgende doen om de lade uit te werpen: •
Druk onder de stationlade op de uitwerpknop.
Druk met de rechtermuisknop op het pictogram van het cd/dvd-station op het scherm Computer en klik daarna op Eject (Uitwerpen).
Verwijder de schijf uit het schijfstation.
Het ASUS ROG U9N gametoetsenbord gebruiken
NEDERLANDS Uw CG8480 Essentio Desktop PC wordt geleverd met het ASUS ROG U9N gametoetsenbord voor een optimale spelervaring. Raadpleeg het hoofdstuk Inhoud verpakking voor de inhoud van de verpakking van het ASUS ROG U9N gametoetsenbord.
Het ASUS ROG U9N gametoetsenbord installeren 1.
Gebruik de bijgeleverde PS/2-naar-USB-adapter om uw speltoetsenbord aan te sluiten op de USB 2.0-poort van uw computer.
Lijn de polssteun uit en stop deze in de polssteunsleuven (A) van het gametoetsenbord. Gebruik beide duimen om de polssteun omlaag te drukken tot deze op zijn plaats klikt (B). A
B Start uw computer opnieuw op. Windows® installeert automatisch alle benodigde stuurprogramma’s voor uw toetsenbord.
Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken
De ASUS GX900 gamemuis gebruiken
NEDERLANDS Uw CG8480 Essentio Desktop PC wordt geleverd met het ASUS GX900 gamemuis voor een intense gamebesturing. Raadpleeg het hoofdstuk Inhoud verpakking voor de inhoud van de verpakking van het ASUS ROG U9N gametoetsenbord.
De ASUS GX900 gamemuis is voorzien van een linkerknop, een rechterknop, een scrollwiel, twee zijknoppen, een DPI-knop en een speciaal ontworpen knop voor het schakelen van profielen.
Toetsen Beschrijving
Knop IE Vorige Muisvoet Muisvoet en lasersensor met twee ogen Gewicht voet (5 x 4,5 g blokken)***
***Om het muisgewicht aan te passen, voegt u gewichtblokken toe of neemt u er weg.
*LED-indicaties profielschakelaar
LED-kleuren Indicaties Geen
Normaal profiel Profiel 1 Profiel 2 Profiel 3
**LED-indicaties DPI-schakelaar
LED-kleuren Indicaties 2 4
DPI-niveau 1 DPI-niveau 2
Het programma starten
Een speciaal ontworpen programma is vooraf geïnstalleerd op uw computer. Hierdoor kunt u uw ASUS GX900 gamemuis instellen om optimaal voordeel te halen uit alle functies. Wanneer U de ASUS GX900 gamemuis aansluit op uw computer voordat u Windows® 7 voor de eerste keer start, zal het programma de muis automatisch detecteren en is deze rechtstreeks toegankelijk. Anders zult u het hulpprogramma handmatig moeten installeren vanaf de bijgeleverde ondersteunings-dvd. Om het programma te installeren vanaf de ondersteunings-dvd, plaatst u de ondersteuningsdvd in het optische station en volgt u de instructies op het scherm om het programma te starten. Als Autorun NIET is ingeschakeld op uw computer, bladert u door de inhoud van de ondersteunings-dvd om het bestand GX900.exe te zoeken. Dubbelklik op het bestand GX900.exe om het programma te starten.
De ASUS GX900 gamemuis instellen Controleer of de gamemuis is aangesloten op de USB-poort van uw computer. Het programma detecteert automatisch de muis en toont het hoofdmenu.
Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken
NEDERLANDS Hoofdmenu
Klik op elk tabblad om het geselecteerde profielmenu weer te geven. Toont het profielpictogram om de profielmenu’s 1-3 te configureren.
Klik om de DPI-configuratie opnieuw in te stellen naar de eerder opgeslagen instellingen. Sleep de schuifregelaar om de DPI-waarde voor elk niveau aan te passen. Klik om de knopinstellingen opnieuw in te stellen naar de vorige instellingen Klik om de verschillende kleurindicators van het profiel en hun status weer te geven. Klik om het opgeslagen profiel te laden naar uw muis. Klik om de huidige profielinstellingen op te slaan naar uw harde schijf. Klik om alle muisinstellingen opnieuw in te stellen naar de standaard fabrieksinstellingen. Klik om de instellingen die u hebt opgegeven, op te slaan. Klik om de instellingen die u hebt opgegeven, op te slaan en het programma af te sluiten.
Elk profiel biedt twee DPI-niveaus. Twee LED’s van de DPI-schakelaar lichten op om aan te geven dat u Niveau 1 gebruikt en vier LED’s lichten op om aan te geven dat u Niveau 2 gebruikt.
Klik om het menu Edit (Bewerken) te openen en de profielnaam en het profielpictogram te wijzigen. Voer de gewenste profielnaam in.
Klik om het afbeeldingsbestand te zoeken dat u als het profielpictogram wilt gebruiken. Selecteer de functie voor elke knop/actie in de vervolgkeuzelijst *Raadpleeg de onderstaande tabel voor meer informatie.
Knop R Functie rechtermuisknop
Knop L Knop M IE Vorige IE Volgende
Functie linkermuisknop
Functie middelste muisknop Functie knop IE Vorige Indien dit geselecteerd is, drukt u op de knop om terug te keren naar de vorige pagina. Functie knop IE Volgende Indien dit geselecteerd is, drukt u op de knop om naar de volgende pagina te gaan.
Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken
NEDERLANDS Druk op de knop om een toetsaanslag of een reeks toetsaanslagen uit te voeren. Druk op de knop om een opdracht of een reeks opdrachten uit Macro te voeren die u kunt bewerken via het menu Edit Macro (Macro bewerken). Zie Het menu Macro voor meer informatie. Druk op de knop om een script uit te voeren dat u kunt Script #1-6 bewerken via het menu Edit Script (Script bewerken). Zie Het menu Edit Script (Script bewerken) voor meer informatie. DPI [+] Druk op knop om de DPI-waarde te verhogen. DPI [-] Druk op knop om de DPI-waarde te verlagen. DPI-niveau 1/2 Druk op knop om het DPI-niveau 1/2 te gebruiken. Profielschakelaar Functie knop Profielschakelaar. Normaal profiel Druk op de knop om het normale profiel te gebruiken. Gebruikersprofiel Druk op knop om het aangepaste profiel 1/2/3 te gebruiken. 1/2/3 Toetsenbord
Druk op de knop om naar links/rechts te schuiven, zoals een kantelwiel. Deze functie werkt alleen voor Microsoft® Officetoepassingen onder de besturingssystemen Windows® 7/Vista.
Druk op de knop om snel te vuren in een “klik om aan te Snel vuren (muis) vallen”-game. Dit is hetzelfde als drie keer klikken met de linkermuisknop. Druk op de knop om snel te vuren in een game door de Snel vuren (toets) spatiebalk in te drukken om aan te vallen. Dit is hetzelfde als drie keer drukken op de spatiebalk. Webbrowser Druk op de knop om uw standaard webbrowser te starten. E-mail Druk op de knop om de standaard e-mailtoepassing te starten. Mediaspeler Druk op de knop om uw standaard mediaspeler te starten. Afspelen/ Pauzeren Deze knoppen worden knoppen voor de weergavebediening in Stop een actieve mediaspeler. Volgend nummer Vorig nummer Volume hoger/ Druk op de knop om het systeemvolume te verhogen/verlagen. lager Druk op de knop om het dempen van het volume in/uit te Dempen schakelen. Rekenmachine Druk op deze knop om de rekenmachinetoepassing te starten. Deze computer Druk op de knop om het venster Deze computer te openen. Selecteer dit item om de geselecteerde knop van de muis te Uitgeschakeld deactiveren. ASUS CG8480
Het menu Edit Macro (Macro bewerken)
Macro bewerken Klik om het menu Edit Macro (Macro bewerken) te openen. Schakel dit item in om de tijd tussen het indrukken en loslaten van een Timing knop te registreren. (Standaard: 12 milliseconden) Wanneer deze optie is ingeschakeld, wordt de nieuwe instructie Invoegen ingevoegd voor de geselecteerde instructie. Anders krijgt elke nieuwe instructie de eerste prioriteit. Start* Klik om de registratie van de toetsaanslagen en/of muisacties te starten. Klik om de registratie van de toetsaanslagen en/of muisacties te Stop stoppen. Wissen Klik om alle opgeslagen instructies te wissen. Omhoog/omlaag Klik om de geselecteerde instructie omhoog/omlaag te verplaatsen. verplaatsen Tijd Wanneer Timing is uitgeschakeld, zal de vertragingstijd van alle acties instructiecyclus de waarde zijn die u kiest in de vervolgkeuzelijst. Stelt de macro in die moet worden uitgevoerd met één klik en die moet Lus worden gestopt wanneer opnieuw wordt geklikt. Vuren Stelt de macro in om eenmaal te worden uitgevoerd in één klik. Stelt de macro in om te worden uitgevoerd wanneer u de knop Blijven vuren ingedrukt houdt en stopt wanneer u de knop loslaat. Exporteren Klik om de huidige macro op te slaan naar uw harde schijf. Importeren Klik om een macro te laden van uw harde schijf.
Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken
Script bewerken Klik om het menu Edit Script (Script bewerken) te openen. Schakel dit item in om de tijd tussen het indrukken en loslaten van een Timing knop te registreren. (Standaard: 12 milliseconden) Wanneer deze optie is ingeschakeld, wordt de nieuwe instructie Invoegen ingevoegd voor de geselecteerde instructie. Anders krijgt elke nieuwe instructie de eerste prioriteit. Start* Klik om de registratie van de toetsaanslagen en/of muisacties te starten. Klik om de registratie van de toetsaanslagen en/of muisacties te Stop stoppen. Wissen Klik om alle opgeslagen instructies te wissen. Omhoog/omlaag Klik om de geselecteerde instructie omhoog/omlaag te verplaatsen. verplaatsen Tijd Wanneer Timing is uitgeschakeld, zal de vertragingstijd van alle acties instructiecyclus de waarde zijn die u kiest in de vervolgkeuzelijst. Stelt het script in dat moet worden uitgevoerd met één klik en die moet Lus worden gestopt wanneer opnieuw wordt geklikt. Vuren Stelt het script in om eenmaal te worden uitgevoerd in één klik. Stelt het script in om te worden uitgevoerd wanneer u de knop ingedrukt Blijven vuren houdt en stopt wanneer u de knop loslaat. Exporteren Klik om de huidige macro op te slaan naar uw harde schijf. Importeren Klik om een macro te laden van uw harde schijf.
Het multimedia-toetsenbord gebruiken (alleen op geselecteerde modellen)
NEDERLANDS Het toetsenbord verschilt bij de diverse modellen. Alle afbeeldingen in dit gedeelte zijn alleen ter referentie.
ASUS PRIMAX/KB2621 toetsenbord
Toetsen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Verlaagt het systeemvolume.
Schakelt de modus voor het dempen van het volume in/uit. Verhoogt het systeemvolume. Gaat naar het vorige nummer in een mediaspeler.
Speelt of pauzeert het afspelen in een mediaspeler. Gaat naar het volgende nummer in een mediaspeler.
• Er moet geen stuurprogramma geïnstalleerd zijn voor dit toetsenbord.. • De speciale functietoetsen werken alleen op de besturingsystemen van Windows® Vista/Windows® 7..
Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken
Schakelt de modus voor het dempen van het volume in/uit. Verlaagt het systeemvolume.
Verhoogt het systeemvolume.
5. Caps Lock-LED Deze LED licht op wanneer Caps Lock is ingeschakeld.
6. Num Lock-LED Deze LED licht op wanneer het numerieke toetsenblok is ingeschakeld.
4. Scroll Lock-LED Deze LED licht op wanneer Scroll Lock is ingeschakeld.
• Er moet geen stuurprogramma geïnstalleerd zijn voor dit toetsenbord.. • De speciale functietoetsen werken alleen op de besturingsystemen van Windows® Vista/Windows® 7 / Windows® XP..
Toetsen Beschrijving
Toetsen Beschrijving
Gaat naar sluimermodus. Druk op een willekeurige toets om uw computer te wekken en naar de vorige bedrijfsstatus terug te keren. Keert terug naar de laatste pagina die u weergaf. Gaat naar de volgende pagina die u eerder weergaf. Start de standaard startpagina in Windows® Internet Explorer.
Start de map Favorieten in Windows® Internet Explorer. Start uw standaard e-mailapplicatie.
Verhoogt het systeemvolume.
Schakelt de modus voor het dempen van het volume in/uit. Gaat naar het vorige nummer in een mediaspeler.
Speelt of pauzeert het afspelen in een mediaspeler. Speelt of pauzeert het afspelen in een mediaspeler.
Stopt het afspelen in een media-player.
Verlaagt het systeemvolume.
• De special functietoetsen werken bij de besturingssystemen van Windows® ME / 2000 / XP / Vista / 7 zonder een stuurprogramma te installeren. Ga voor het besturingsprogramma van Windows® 98SE naar de BTC-website op www.btc.com.tw om het stuurprogramma te downloaden. • Installeer Microsoft® Internet Explorer 5.0 of latere versies voordat u de internet-toetsen begint te gebruiken.
Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken
NEDERLANDS ASUS RF U79 draadloos toetsenbord
1. Voedingsindicator Deze LED licht op wanneer het voedingsvermogen laag is. Verlaagt het systeemvolume.
Verhoogt het systeemvolume.
• Er moet geen stuurprogramma geïnstalleerd zijn voor dit toetsenbord.. • De speciale functietoetsen werken alleen op de besturingsystemen van Windows® Vista/Windows® 7 / Windows® XP..
Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken
NEDERLANDS Verbinden met het Internet Bekabelde verbinding Gebruik een RJ-45-kabel om uw computer met een DSL/kabelmodem of een local area network (LAN-netwerk) te verbinden.
Via een DSL/kabelmodem verbinden
Ga als volgt te werk om een DSL/kabelmodem te verbinden: 1.
Stel uw DSL/kabelmodem in. Raadpleeg de documentatie die met uw DSL/kabelmodem wordt geleverd.
Verbind één uiteinde van een RJ-45-kabel met de LAN-poort (RJ-45) op het achterpaneel van uw computer en het andere uiteinde met een DSL/kabelmodem.
Configureer de benodigde instellingen voor internetverbinding. Neem contact op met uw Internet serviceprovider (ISP) voor details of hulp bij het instellen van uw internetverbinding.
Verbinden via het local area network (LAN-netwerk) Ga als volgt te werk om via LAN te verbinden:
Verbind één uiteinde van een RJ-45-kabel met de LAN-poort (RJ-45) op het achterpaneel van uw computer en het andere uiteinde met uw LAN.
Zet uw computer aan.
Configureer de benodigde instellingen voor internetverbinding.
LAN LAN Neem contact op met uw netwerkbeheerder voor details of hulp bij het instellen van uw internetverbinding.
Hoofdstuk 5: Verbinden met het Internet
Draadloze verbinding (alleen op geselecteerde modellen)
NEDERLANDS Sluit uw computer via een draadloze verbinding aan op het internet. Om een draadloze verbinding te verkijgen, moet u met een draadloos toegangspunt (access point, AP) verbinding maken.
• Om het bereik en de gevoeligheid van het draadloze radiosignaal te vergroten, dient u de externe antennes aan de antenne-connectoren op de ASUS WLAN-kaart aan te sluiten. • Plaats de antennes voor de beste draadloze prestatie, bovenop uw computer. • De externe antennes zijn optionele items.
Een verbinding maken met een draadloos netwerk: 1.
Klik in het systeemvak op het pictogram van het netwerk draadloze netwerken weer te geven.
Selecteer het draadloze netwerk waarmee u verbinding wilt maken en klik op Connect (Verbinden).
Het kan zijn dat u voor een beveiligd draadloos netwerk de netwerk-beveiligingscode moet intypen. Klik daarna op OK.
Wacht terwijl uw computer verbinding maakt met het draadloze netwerk.
De draadloze verbinding is succesvol opgesteld. De verbindingsstatus wordt
weergegeven en de pictogram van het netwerk geeft de verbindingsstatus
Hoofdstuk 5: Verbinden met het Internet
NEDERLANDS De hulpprogramma's gebruiken De ondersteunings-dvd en herstel-dvd zijn mogelijk niet in het pakket opgenomen. U kunt deze zelf branden. Raadpleeg Recovering your system (Uw systeem herstellen) voor details.
ASUS AI Suite II ASUS AI Suite II is een één-in-alles-interface die uit diverse ASUS-hulpprogramma's bestaat en waarmee gebruikers deze hulpprogramma's gelijktijdig kunnen lanceren en gebruiken.
ASUS AI Suite II gebruiken
De Al Suite II start automatisch als u het Windows®-besturingsysteem (OS) ingaat. Het pictogram van de AI Suite II icon verschijnt in het Windows®-notificatiegebied. Klik op de pictogram om de hoofdmenubalk van de Al Suite II te openen. Klik op elke knip om een hulpprogramma te selecteren en te lanceren, om het systeem te controleren, om de moederbord-BIOS bij te werken, om de systeeminformatie weer te geven en om de instellingen van de Al Suite II aan te passen.
Klik om sensors of CPUfrequentie te controleren
Klik om het moederbord BIOS bij te werken
Klik om sensors of CPUfrequentie te controleren
Klik om de ASUSondersteuningsinformatie weer te geven
Klik om de systeeminformatie te tonen
Klik om de interfaceinstellingen aan te passen
• De toepassingen in het menu Tool (Hulpprogramma) verschillen afhankelijk van de modellen. • De schermopnamen van AI Suite II in deze handleiding zijn uitsluitend informatief bedoeld. De werkelijke schermopnamen verschillen afhankelijk van de modellen.
NEDERLANDS System Level Up (Systeemniveau omhoog)
Met System Level Up (Systeemniveau omhoog) kunt u het systeem overklokken in de Windows®-omgeving met de profielinstellingen. Om System Level up (Systeemniveau omhoog) te starten, klikt u op Tool (Extra) > System Level Up (Systeemniveau omhoog) op de AI Suite II-menubalk.
Bij het instellen van de functies, moet u de sneltoetsen voor de profieluitwisseling System level up (Systeemniveau omhoog) toewijzen. U kunt de instellingen voor de sneltoetsen handmatig aanpassen. Raadpleeg de onderstaande afbeelding voor details.
Pas System Level Up (Systeemniveau omhoog) aan via twee methoden: BIOS Klik in het BIOS Setup-programma op AI Tweaker > System Level Up (Systeemniveau omhoog) en selecteer uw gewenste optie. OC-knop Druk op de OC-knop in de linkerbovenhoek van het voorpaneel. 580
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
Probe II NEDERLANDS Probe II is een hulpprogramma dat de vitale componenten van de computer controleert en enige problemen met deze componenten detecteert en u hierover waarschuwt. Probe II voelt ondermeer ventilatorrotaties, CPU-temperatuur en systeemspanningen. Met dit hulpprogramma bent u verzekerd dat uw computer altijd in een gezonde bedrijfsconditie is. Probe II lanceren
Na van de ondersteunings-dvd Al Suite II te installeren, lanceert u de Probe II door op de hoofdmenubalk van de Al Suite II op Tool (Extra) > Probe II te klikken. Probe II configureren
Klik op de tabbladen Voltage/Temperature/Fan Speed (Spanning/Temperatuur/Ventilatorsnelheid) om de sensors te activeren of om de drempelwaarden van de sensors bij te stellen. Met het tabblad Preference (Voorkeur) kunt u de tijdsinterval van de waarschuwingen van de sensors aanpassen, of de temperatuurseenheid wijzigen.
Slaat uw configuratie op Laadt uw opgeslagen configuratie
Laadt de standaard drempelwaarden voor elke sensor
Past uw wijzigingen toe
NEDERLANDS Met Sensor Recorder kunt u de wijzigingen in de systeemspanning, temperatuur en ventilatorsnelheid controleren en de wijzigingen opnemen. Sensor Recorder lanceren
Na van de ondersteunings-dvd AI Suite II te installeren, klikt u op Tool (Extra) > Sensor Recorder op de hoofdmenubalk van AI Suite II om PC Probe te lanceren. Sensor Recorder configureren
Klik op de tabbladen Voltage/Temperature/Fan Speed (Spanning/Temperatuur/Ventilatorsnelheid) en selecteer de sensors die u wilt controleren. Met het tabblad History Record (Historie-opname) kunt u de wijzignigen in de sensors die u hebt ingeschakeld, opnemen.
Selecteer de sensors die u wilt controleren.
Sleep om gedurende een bepaalde tijdsperiode de status weer te geven
Klik om naar de standaardmodus terug te keren
Klik om de X-as in/uit te zoomen
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
Ai Charger+ starten en configureren
Ai Charger+ is alleen beschikbaar op USB 3.0-poorten en start wanneer uw pc in de S0-status is.
Ai Charger+ helpt u bij het opladen van de aangesloten USB-apparaten, zelfs wanneer uw pc in de status S3/S4/S5 is nadat het opstart in de S0-status.
* Raadpleeg de fabrikant van uw USB-apparaat als dit de BC 1.1-functie volledig ondersteunt.
** De werkelijke oplaadsnelheid kan verschillen afhankelijk van de voorwaarden van uw USB-apparaat.
Zorg dat u het USB-apparaat loskoppelt en opnieuw aansluiten nadat u Ai Charger+ hebt in- of uitgeschakeld om zeker te zijn van een normale oplaadfunctie.
NEDERLANDS Ai Charger+ is een unieke en snel-ladende software waarmee u uw BC 1.1* mobiele apparaten drie keer sneller dan de standaard USB-apparaten** kunt opladen via de USB-poort van uw computer.
Om Ai Charger+ te starten, klikt u op Tool (Extra) > Ai Charger+ in de AI Suite IIhoofdmenubalk.
NEDERLANDS De ASUS USB 3.0 Boost-technologie ondersteunt UASP (USB Attached SCSI Protocol) en verhoogt de overdrachtsnelheid van een USB 3.0-apparaat automatisch tot 170%.
Om USB 3.0 Boost te starten, klikt u op Tool (Extra) > USB 3.0 Boost in de hoofdmenubalk van AI Suite II.
Sluit een USB 3.0-apparaat aan op de USB 3.0-poort USB 3.0 Boost detecteert automatisch de eigenschap van het USB 3.0-apparaat en schakelt naar de turbomodus of de UASP-modus (als UASP is ondersteund door het USB 3.0-apparaat).
U kunt de USB 3.0-modus op elk ogenblik handmatig terugzetten in de normale modus.
• Raadpleeg de softwarehandleiding op de ondersteunings-dvd of bezoek de website van ASUS op www.asus.com voor een gedetailleerde softwareconfiguratie. • Door de beperking van de Intel®-chipset, bieden Intel® USB 3.0-poorten geen ondersteuning voor ASUS 3.0 Boost in het besturingssysteem Windows XP. • Gebruik de USB 3.0-apparaten voor hoge prestaties. De gegevensoverdrachtsnelheid verschilt afhankelijk van de USB-apparaten.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS De sectie Monitor (Scherm) omvat de panelen Sensor en CPU-frenquentie.
Het paneel Sensor geeft de huidige waarde van een systeemsensor weer, zoals ventilatorrotatie, CPU-temperatuur en spanningen. Klik op de hoofdmenubalk van Al Suite II op Monitor (Scherm) > Sensor om het paneel Sensor te lanceren.
Het paneel CPU-frequentie geeft de huidige CPU-frequentie en CPU-gebruik weer. Klik op de hoofdmenubalk van Al Suite II op Monitor (Scherm) > CPU Frequency (CPUfrequentie) om het paneel CPU-frequentie te lanceren. Bevindt zich in het rechterpaneel (gebied voor systeeminformatie)
NEDERLANDS Met de sectie Update kunt u de moederbord-BIOS bijwerken, evenals de BIOS-startlogo met de voor ASUS ontworpen hulpprogramma's voor bijwerken.
De ASUS Update is een hulpprogramma waarmee u de moederbord-BIOS in het Windows®-besturingsysteem kunt beheren, opslaan en bijwerken. Met het hulpprogramma ASUS Update kunt u de BIOS rechtstreeks vanaf de internet bijwerken, het nieuwste BIOS-bestand van het internet downloaden, de BIOS vanaf een bijgewerkt BIOS-bestand bijwerken, het huidige BIOS-bestand opslaan of de informatie van de BIOS-versie weergeven.
De BIOS via de internet bijwerken Ga als volgt te werk om de BIOS via de internet bij te werken: 1.
Selecteer van het scherm ASUS Update, Update BIOS from Internet (Update BIOS van internet) en klik daarna op Next (Volgende).
Selecteer de dichtstbijzijnde ASUS FTPsite on netwerkverkeer te vermijden. Als u de functie voor BIOS-downgrade en de functie Automatische BIOS backup wilt inschakelen, schakelt u op het scherm de keuzevakken voor de twee items in.
Selecteer de BIOS-versie die u wilt downloaden. Klik op Next (Volgende).
Als geen bijgewerkte versie wordt gedetecteerd, wordt het als het scherm op de rechterzijde weergegeven.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
U kunt beslissen of u het BIOSstartlogo, wat de afbeelding is die tijdens de Power‑On Self-Tests (POST) op het scherm verschijnt, wilt veranderen. Klik op Yes (Ja) als u het startlogo wilt wijzigen of op No (Nee) om door te gaan.
Volg de instructies op het scherm om het updateproces te voltooien.
De BIOS via een BIOS-bestand bijwerken Ga als volgt te werk om de BIOS via een BIOS-bestand bij te werken: 1.
Selecteer van het scherm ASUS Update, Update BIOS from file (Update BIOS van bestand) en klik daarna op Next (Volgende).
Zoek via het scherm Open het BIOSbestand, klik op Open en klik op Next (Volgende).
U kunt beslissen of u het startlogo van de BIOS wilt wijzigen. Klik op Yes (Ja) als u het startlogo wilt wijzigen of op No (Nee) om door te gaan.
Volg de instructies op het scherm om het updateproces te voltooien.
Selecteer in het scherm ASUS Update de optie Download BIOS from Internet (BIOS downloaden van internet) en klik dan op Next (Volgende).
Selecteer de dichtstbijgelegen ASUS FTP-site om netwerkverkeer te voorkomen. Typ of blader naar de locatie waar u het BIOS-bestand wilt downloaden . Klik op Next (Volgende).
Selecteer de BIOS-versie kaart die u wilt downloaden en klik op Next (Volgende). Klik op Finish (Voltooien) om het proces te voltooien.
U kunt beslissen of u het BIOSopstartlogo wilt wijzigen. Dit is de afbeelding die verschijnt op het scherm tijdens POST (Power‑On Self-Test). Klik op Yes (Ja) als u het opstartlogo wilt wijzigen of op No (Nee) om door te gaan.
Volg de instructies op het scherm om het updateproces te voltooien.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
Klik op het tabblad MB om de details van de fabrikant van het moederbord, de naam van het product, de versie en de BIOS weer te geven.
Klik op het tabblad CPU om de details op de processor en de Cache weer te geven.
Klik op het tabblad SPD en selecteer de geheugensleuf om de details op de geheugenmodule die op de overeenkomende sleuf zijn geïnstalleerd, weer te geven.
NEDERLANDS De sectie Systeeminformatie geeft de informatie over het moederbord, de CPU en geheugensleuven weer.
NEDERLANDS Klik op het tabblad Disk (Schijf) en selecteer vervolgens elke schijf om de details ervan weer te geven.
Het scherm Ondersteuning
Het scherm Ondersteuning toont informatie over de ASUS-website, de website voor technische ondersteuning, de website voor downloadondersteuning of de contactgegevens.
Instellingen Met de sectie Instellingen kunt u de instellingen van de hoofdmenubalk en de weergave van de interface aanpassen. •
Met Applicatie kunt u de applicatie selecteren die u wilt inschakelen.
Met Weergave kunt u het contrast, de helderheid, de intensiteit, de tint en de gamma van de interface aanpassen.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS ASUS AI Manager is een hulpprogramma waarmee u snel een eenvoudig toegang tot regelmatig gebruikte applicaties krijgt.
AI Manager installeren
Ga als volgt te werk om Al Manager te installeren:
Om de AI Manager vanaf het Windows®-bureaublad te lanceren, klikt u op Start > All Programs (Alle Programma's) > ASUS > AI Manager > AI Manager 1.xx.xx. De snelbalk van Al Manager verschijnt op het bureaublad.
Na de applicatie te lanceren, verschijnt in de Windows®-takenbalk de pictogram van Al Manager. Klik met de rechtermuisknop op deze pictogram om tussen de snelbalk en het hoofdvenster te wisselen en om de Al Manager vanaf de snelbalk of takenbalk te lanceren.
NEDERLANDS De Al Manager-snelbalk bespaart ruimte op het bureablad en laat u de ASUShulpprogramma's lanceren of de systeeminformatie eenvoudig weergeven. Klik op één van de tabbladen Hoofdmenu, Mijn favorieten, Ondersteuning of Informatie om de inhoud van de menu's weer te geven. Knop Afsluiten Naar hoofdvenster schakelen Aan werkbalk toevoegen
Klik op de knop Maximaliseren/herstellen om tussen volledig scherm en snelbalk te wisselen. Klik op de knop Minimaliseren om de Al Manager op de takenbalk te houden. Klik op de knop Sluiten om de AI Manager te sluiten.
Het Hoofdmenu bevat drie hulpprogramma's: AI Disk (Al schijf), AI Security (Al beveiliging) en AI Booting (Al opstarten). Klik met de pijl op het pictogram van het hoofdmenu om door de hulpprogramma's in het hoofdmenu te bladeren.
Klik om uit te breiden of te herstellen
Met Al Disk (Al schijf) kunt u gemakkelijk tijdelijke IE-bestanden, IE-cookies, IE URL's, IE-historie of de Prullenbak wissen. Klik op de snelbalk op de pictogram Al Disk (Al schijf) om het volledige Al Disk (Al schijf)-venster weer te geven en de items te selecteren die u wilt wissen. Klik op Apply (Toepassen) wanneer u klaar bent.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS Met Al Security (Al-beveiliging) kunt u een wachtwoord instellen om uw apparatuur, zoals USB flash-disks en cd/dvd-schijven tegen onbevoegde toegang te beveiligen. Ga als volgt te werk om een apparaat te vergrendelen:
1. Wanneer u Al Security (Al-beveiliging) voor de eerste keer gebruikt, wordt u gevraagd een wachtwoord in te stellen. Typ een wachtwoord met maximaal 20 alfanumerieke tekens in. 2.
Bevestig het wachtwoord.
Typ de hint voor het wachtwoord in (aanbevolen).
Klik op Ok wanneer u klaar bent.
5. Selecteer het apparaat dat u wilt vergrendelen en klik daarna op Apply (Toepassen). 6.
Typ het wachtwoord in dat u eerder hebt ingesteld en klik daarna op Ok.
Ga als volgt te werk om het apparaat te ontgrendelen: 1.
Deselecteer het vergrendelde apparaat en klik op Apply (Toepassen).
2. Typ het wachtwoord in dat u eerder hebt ingesteld en klik daarna op Ok. Ga als volgt te werk om het wachtwoord te veranderen:
• Klik op Change Password (Wachtwoord wijzigen) en volg de instructies op het scherm om het wachtwoord te veranderen.
Met Al Booting (Al opstarten) kunt u de voorkeursvolgorde voor het opstarten van apparaten aangeven.
NEDERLANDS Ga als volgt te werk om de opstartvolgorde aan te geven: 1. Selecteer een apparaat en klik met de linker/rechter-knop om de opstartvolgorde aan te geven. 2.
Klik op Apply (Toepassen) wanneer u klaar bent.
Met My Favorites (Mijn favorieten) kunt u applicaties toevoegen die u regelmatig gebruikt. Dit spaart u tijd om in uw computer naar de applicaties te zoeken.
Ga als volgt te werk om een applicatie toe te voegen: 1.
Klik op Add (Toevoegen) en zoek dan de applicatie die u aan My Favorites (Mijn favorieten) wilt toevoegen.
Klik op het venster voor bestanden zoeken op Open. De applicatie wordt aan de lijst My Favorites (Mijn favorieten) toegevoegd.
Klik met de rechtermuisknop op de pictogram van de applicatie om de geselecteerde applicatie te lanceren, verwijderen of te hernoemen. U kunt ook dubbelklikken om de geselecteerde applicatie te lanceren.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS Klik op het venster Support (Ondersteuning) op een willekeurige koppeling om naar de ASUS-website, website voor technische ondersteuning, website voor ondersteuning bij downloaden of website met contactinformatie te gaan.
Klik op het venster Information (Informatie) op het tabblad om de gedetailleerde informatie over uw systeem, moederbord, CPU, BIOS, geïnstalleerde apparaten en het geheugen te zien.
NEDERLANDS ASUS Webstorage is ontworpen om u te helpen uw gegevens op te halen naar uw notebooks, smartphones of tablets, overal waar er een internetverbinding is. Dit hulpprogramma is vooraf geïnstalleerd op sommige modellen. Voor de modellen zonder besturingssysteem, volgt u de onderstaande stappen om dit hulpprogramma te installeren.
Webstorage installeren Webstorage installeren:
plaats de ondersteunings-dvd in het optische station. Dubbelklik op het bestand setup.exe vanaf de map ASUS WebStorage in de map Software op de ondersteunings-dvd.
Om WebStorage te starten vanaf het bureaublad van Windows®, klikt u op Start > All Program (Alle programma’s) > ASUS > Webstorage. De snelbalk van Webstorage verschijnt in de Windows®-taakbalk. Klik met de rechtermuisknop op dit pictogram om te schakelen in de snelbalk.
Vanaf dit punt kunt u al uw back-ups, gesynchroniseerde bestanden, gedeelde groepen en met een wachtwoord beveiligde gegevens ophalen. Klik met de rechtermuisknop om een voorbeeld weer te geven van bestanden voordat u ze downloadt of om een URL te genereren voor het delen van bestanden.
Hiermee kunt u in enkele eenvoudige stappen een back-up maken van uw belangrijkste gegevens. U kunt een back-upplanning met uw voorkeuren vooraf instellen in de cloudopslag. U kunt ook “Automatische back-up” selecteren voor een complete gegevensback-up.
Deze optie is voorzien om de bijgewerkte bestanden op te slaan in MySyncFolder voor gemakkelijke toegang en voor het delen van alle types bestanden, zonder beperking van locatie of apparaat. 596
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS ASUS Webstorage synchroniseert de recentst bijgewerkte agendagebeurtenissen met alle computers, zodat u de exacte gebeurtenissen kent, ongeacht of de computer is gebruik is of niet.
Met de handige BookmarkSyncer kunt u uw browservoorkeuren en bladwijzers naar de cloud automatisch gesynchroniseerd houden op meerdere computers.
De mobiele toepassingen van ASUS WebStorage synchroniseren uw bestanden tussen meerdere apparaten. Dit ondersteunt ook de transcoderingstechnologie waarmee u voorbeelden kunt weergeven en bestanden kunt streamen op uw mobiele telefoon.
Geniet van de cloud-service met toegevoegde waarde via ASUS WebStorage, zonder dat u het risico loopt gegevens te verliezen.
Klik op het pictogram Settings (Instellingen) , om de interface voor de instellingen te openen. Volg de instructies op het scherm om de configuratie te voltooien.
NEDERLANDS ASUS Easy Update is een hulpprogramma dat automatisch de nieuwste stuurprogramma’s en toepassingen voor uw systeem detecteert.
Klik in het systeemvak van Windows® met de rechterknop op het pictogram ASUS Easy Update.
Selecteer Schedule (Planning) om in te stellen hoe vaak u uw systeem wilt bijwerken.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS ASUS Instant On biedt u snelle toegang tot de hybride slaapmodus.
ASUS Instant On gebruiken ASUS Instant On gebruiken:
Het hulpprogramma Instant On is vooraf geïnstalleerd op uw computer en start automatisch nadat de computer is opgestart. 1.
Wanneer u de computer opstart, ziet u het pictogram van het hulpprogramma
in de taakbalk van Windows.
Druk op <Alt + F1> en klik vervolgens op OK op het bevestigingsbericht. Uw systeem gaat naar de hybride slaapmodus. De standaard sneltoets is <Alt + F1>. Raadpleeg de onderstaande sectie om deze te wijzigen.
Schakel dit selectievakje in om dit bericht niet meer weer te geven.
ASUS Instant ON instellen ASUS Instant On instellen: 1.
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van ASUS Instant On in de taakbalk van Windows. Het scherm met de hoofdinstellingen wordt weergegeven. U kunt de sneltoets ASUS Instant On in-/uitschakelen en het pictogram voor ASUS Instant On weergeven/verbergen via de taakbalk van Windows.
Klik in het scherm met de hoofdinstellingen op de knop Redefine (Opnieuw definiëren). De sneltoets voor het instellingsscherm wordt geopend.
Voer de combinatie in van de toetsen die u wilt gebruiken voor de sneltoets ASUS Instant On..
Klik op OK om uw wijzigingen op te slaan en op Annuleren om de aangebrachte wijzigingen te annuleren..
NEDERLANDS Met Nero 9 kunt u verschillende soorten gegevens maken, kopiëren, branden, bewerken, delen en bijwerken.
Ga als volgt te werkt om Nero 9 te installeren: 1.
Plaats de Nero 9-dvd in uw optische station.
Als Autorun is ingeschakeld, wordt het hoofdmenu automatisch weergegeven. Als Autorun is uitgeschakeld, dubbelklikt u vanuit de hoofdmap van uw Nero 9-dvd op het bestand SeupX.exe.
Klik in het hoofdmenu op Nero 9 Essentials (Essentiële instellingen Nero 9).
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
Selecteer de taal die u voor de Installatiewizard wilt gebruiken. Klik op Next (Volgende).
Klik op Next (Volgende) om door te gaan.
Vink I accept the License Conditions (Ik accepteer de licentievoorwaarden) aan. Klik op Next (Volgende) wanneer u klaar bent.
Vink Yes, I want to help by sending anonymous application data to Nero (Ja, ik wil helpen door anonieme applicatiegegevens naar Nero te sturen) aan en klik daarna op Next (Volgende).
Klik op Exit (Afsluiten) wanneer u klaar bent.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
Bestanden branden 1.
Klik op het hoofdmenu op Data Burning (Gegevens branden) > Add (Toevoegen).
Selecteer de bestanden die u wilt branden. Klik op Add (Toevoegen) wanneer u klaar bent.
NEDERLANDS Ga als volgt te werk om bestanden te branden:
Klik, nadat u de bestanden hebt geselecteerd die u wilt branden, op Burn (Branden) om de bestanden naar een schijf te branden.
NEDERLANDS Raadpleeg de Nero-website op www.nero.com voor meer details over het gebruik van Nero 9.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
Uw systeem herstellen
NEDERLANDS De systeemherstelpartitie gebruiken
De systeemherstelpartitie herstelt de software van uw pc snel terug naar de originele werkstatus. Voordat u de systeemherstelpartitie gebruikt, moet u uw gegevensbestanden (zoals Outlook PST-bestanden) kopiëren naar USB-opslagapparaten of een netwerkstation en eventuele aangepaste configuratie-instellingen (zoals netwerkinstellingen) aanpassen.
Over de systeemherstelpartitie
De systeemherstelpartitie is een voorbehouden ruimte op uw harde schijf en wordt gebruikt om het besturingssysteem, de stuurprogramma’s en hulpprogramma’s die op uw pc zijn geïnstalleerd, te herstellen naar de fabrieksinstellingen. Verwijder de systeemherstelpartitie NIET. Dit is de partitie zonder het volumelabel op schijf 0. De systeemherstelpartitie wordt gemaakt in de fabriek en kunnen niet worden teruggezet als ze worden verwijderd. Breng uw pc naar een erkend ASUS-onderhoudscentrum als u problemen hebt met het herstelproces.
De systeemherstelpartitie gebruiken: 1.
Druk tijdens het opstarten op <F9>.
Druk op <Enter> om Windows-instellingen [EMS ingeschakeld] te selecteren. Selecteer één van de volgende herstelopties. Systeemherstel:
Met deze functie kunt u het systeem naar de standaard-fabrieksinstellingen herstellen. Back-up Systeemafbeelding:
Met deze functie kunt u een back-up van de systeemafbeelding naar dvd-schijven branden. Deze kunt u later gebruiken om het systeem naar zijn standaardinstellingen te herstellen. Back-up Systeem-dvd:
Met deze functie kunt u van de ondersteunings-dvd een back-upkopie maken. 4.
Volg de instructies op het scherm om het herstelproces te voltooien. Ga naar de ASUS-website op www.asus.com voor bijgewerkte stuurprogramma's en hulpprogramma's.
De Herstel-dvd (op geselecteerde modellen) gebruiken
NEDERLANDS Verwijder de externe vaste schijf voordat u op uw Desktop PC een systeemherstel uitvoert. Volgens Microsoft kunt u belangrijke gegevens verliezen omdat Windows op de verkeerde schijfstation kan worden geïnstalleerd of omdat de onjuiste stationpartitie kan worden geformatteerd.
Ga als volgt te werk om de Herstel-dvd te gebruiken: 1.
Plaats de herstel-dvd in het optische station. Uw Desktop PC moet worden INgeschakeld.
Herstart de Desktop PC en druk tijdens het opstarten op <F8> en selecteer het optische station (kan als "CD/DVD" zijn gelabeld) en druk op <Enter> om de Hersteldvd te starten.
Selecteer OK om te beginnen met het herstellen van de afbeelding.
Selecteer OK om het systeemherstel te bevestigen. Het herstellen zal uw vaste schijf overschrijven. Zorg dat u, voordat u het systeem herstelt, van al uw belangrijke gegevens een back-up maakt.
Volg de instructies op het scherm om het herstelproces te voltooien. Tenzij u hiervoor instructies krijgt mag u de Herstelschijf NIET verwijderen tijdens het herstelproces want anders worden uw partities onbruikbaar. Ga naar de ASUS-website op www.asus.com voor bijgewerkte stuurprogramma's en hulpprogramma's.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS Kennismaking met de Intel® 2012 Desktop responsiviteitstechnologieën Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de installatie- en configuratieprocedures van de Intel® 2012 Desktop responsiviteitstechnologieën. Intel® 2012 Desktop responsiviteitstechnologieën omvatten de drie volgende technologieën: •
Intel® Smart Response-technologie
Intel® Smart Connect-technologie
Systeemvereisten voor de Intel® 2012 Desktop responsiviteitstechnologieën
Om het systeem vloeiend te laten werken voor de Intel® 2012 Desktop responsiviteit, moet u voldoen aan de volgende vereisten: 1. CPU:
Intel® 3de/2de generatie core processor-familie
2. Besturings systeem:
Besturingssysteem Windows® 7
Eén specifieke SSD (Solid State Disk) voor het ondersteunen van de Intel® Smart Response- en Intel® Rapid Start-technologie is noodzakelijk. Raadpleeg de tabel SSD-capaciteitsvereisten voor informatie over de vereisten voor deSSD-grootte, de partitiecapaciteit en het systeemgeheugen.
Minstens één HDD (harde schijf) voor het station met het besutringssysteem van het systeem
Om de Intel® Rapid Start-technologie in te schakelen, moet de DRAM kleiner zijn dan 8GB. Zorg dat u de versnelling van de Intel® Smart Response-technologie inschakelt voordat u de partitie maakt voor de Intel® Rapid Start-technologie.
20GB Intel® Smart Response en Intel® Rapid Start
Afzonderlijke partitie 20GB en 2GB (SSD-grootte > 22GB)
Afzonderlijke partitie 20GB en 4GB (SSDgrootte > 24GB)
Afzonderlijke partitie 20GB en 8GB (SSD-grootte > 28GB)
Intel® Smart Response, Intel® Rapid Start en Intel® Smart Connect
Afzonderlijke partitie 20GB en 2GB (SSD-grootte > 22GB)
Afzonderlijke partitie 20GB en 4GB (SSDgrootte > 24GB)
Afzonderlijke partitie 20GB en 8GB (SSD-grootte > 28GB)
2GB De SSD die wordt gebruikt voor Intel® Rapid Start en Intel® Smart Response, is niet toegelaten voor het maken van een RAID. Vanwege het gedrag van het besturingssysteem, werkt de Intel® Rapid Start- technologie niet efficiënt met meer dan 4GB systeemgeheugen onder het Windows® 7 32-bits besturingssysteem Alleen interne Intel® SATA-poorten (grijs en blauw) ondersteunen de Intel® 2012 Desktop responsiviteitstechnologieën. De prestaties van de Intel® Smart Response-technologie en de Intel® Rapid Storagetechnologie verschillen afhankelijk van de geïnstalleerde SSD..
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
Intel® Smart Response-technologie
NEDERLANDS Intel® Smart Response-technologie stimuleert de algemene systeemprestaties. Deze gebruikt een geïnstalleerde snelle SSD (min. 20GB beschikbaar) als een cache voor vaak gebruikte bewerkingen, waardoor de interactie tussen de harde schijf en het hoofdgeheugen wordt versneld. De belangrijkste voordelen zijn hogere snelheden van de harde schijf, een lagere belasting, kortere wachttijden en maximaal gebruik van opslagruimte. Ook het energieverbruik neemt af door onnodig draaien van de harde schijf te verminderen Voordat u de Intel® Smart Response-technologie toepast, moet u het BIOS-item voor de SATA-modus instellen op [RAID mode] (RAID-modus) in de BIOS setup. Raadpleeg alinea 3.5.3 SATA-configuratie voor details.
Intel® Smart Response-technologie installeren 1.
Plaats de ondersteunings-dvd in het optische station. Het tabblad Drivers installation (Installatie stuurprogramma’s) verschijnt als de functie Autorun is ingeschakeld voor uw computer.
Klik op het tabblad Drivers (Stuurprogramma’s) en klik vervolgens op de software Intel® Rapid Storage Technology Driver (Stuurprogramma Intel® Rapid Storagetechnologie).
Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.
De Intel® Smart Response-technologie gebruiken 1.
Klik op Accelerate (Versnellen) om de instellingen voor de Smart Response-technologie te starten
a. Selecteer de SSD die u wilt gebruiken voor het versnellen van uw opslagsysteem. b. Selecteer de grootte die is toegewezen voor SSD-cache c. Selecteer de HDD die u wilt gebruiken voor de cache. d. Enhanced mode (Verbeterde modus): WRITE THROUGH (DOORSCHRIJVEN), tegelijk schrijven naar SSD en HDD. Maximized mode (Gemaximaliseerde modus): WRITE BACK (TERUGSCHRIJVEN), schrijven naar SSD en op een later tijdstip terug te schrijven naar de HDD.
• Om de Intel® Smart Response-technologie in te schakelen, hebt u minstens één SSD > (= 20GB) en een HDD nodig en er kan slechts één SSD worden toegewezen voor de cache. • Als u het besturingssysteem wilt herstellen, gaat u naar BIOS Option ROM (BIOS optie ROM) > Acceleration Options (Versnellingsopties) en verwijdert u Disks/Volume Acceleration (Schijven/volumeversnelling) om de Intel® Smart Response-technologie uit te schakelen. Raadpleeg Hoofdstuk 4, gedeelte Seriële ATA harde schijf voor het invoeren van BIOS Option ROM. • De maximale cachegrootte op de SSD is 64 GB. Als dit wordt overschreden, kan de opslagcapaciteit die is weggelaten voor de cache, nog steeds worden geïdentificeerd door het systeem voor normale opslag.
Intel® Rapid Start Technology
Met de Intel® Rapid Start Technology kunt u uw computer snel opnieuw activeren uit de slaapmodus. Het opslaan van het systeemgeheugen van uw computer naar de geconfigureerde SSD, biedt een snellere responstijd voor de activering, maar houdt de energie in een laag profiel. •
Voordat u de Intel® Rapid Start Technology toepast, gaat u naar Geavanceerde modus > Geavanceerd > PCH-configuratie in BIOS-item en schakelt u de Intel® Rapid Start Technology in.
Zorg dat u de procedure Een partitie maken nauwkeurig volgt om de Rapid Startfunctie van Intel in te schakelen. Er verschijnt een foutbericht als u het Intel® Rapid Start-hulpprogramma installeert voordat u een partitie maakt.
Zorg dat u een back-up maakt van uw gegevens voordat u het partitiehulpprogramma van Microsoft gebruikt. Een verkeerd proces voor het maken van partities zal leiden tot gegevensverlies.
Als u de DRAM aanpast naar een hoge frequentie, zal dit leiden tot onstabiele systeemprestaties.
Ga naar Start, klik met de rechtermuisknop op Computer > Beheren > Schijfbeheer.
Selecteer de SSD waarvoor u de partitie wilt maken.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
3. ���������������������������� Klik met de rechtermuisknop op het Nieuw volume waarvan u wilt verkleinen en selecteer Volume verkleinen.
4. Als uw SSD niet is geïnitialiseerd en niet is geformatteerd: a. Klik ������������������������������������������������������������������������������ met de rechtermuisknop op de schijf waarvoor u de partitie wilt maken en selecteer Initialiseren. b. Klik ���������������������������� met de rechtermuisknop op het niet-toegewezen volume, selecteer Nieuw eenvoudig volume en volg de resterende stappen��. Als uw SSD kleiner is dan 64GB en is ingesteld op de cacheoptie Volledige schijfcapaciteit voor Intel® Smart Response, kunt u geen volume zien in het Schijfbeheer. Zorg dat u de cachegeheugenwaarde van 18,6GB in Intel® Smart Response zo instelt, dat er voldoende capaciteit is voor de Intel® Rapid Start-partitie.�.
5. ����������������� Voer de vereiste partitiegrootte in en deze moet gelijk zijn aan het DRAM-geheugen van het systeem (1GB = 1024MB). Klik op Verkleinen.
Ga naar Start> Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Systeem en controleer de informatie over de DRAMgrootte.
Het niet-toegewezen volume wordt toegewezen aan de geselecteerde schijf.
7. ��� Typ diskpart en druk op Enter.
8. ���� Typ list disk in de diskpartprompt na DISKPART en druk dan op Enter. Selecteer de schijf met het niet-toegewezen volume door select disk x (x = schijfnummer) in te voeren en op Enter te drukken. •
De waarde “x” verwijst naar een schijfnummer waar u de niet-toegewezen partitie hebt gemaakt.
Raadpleeg stap 5 voor details over de niet-toegewezen schijfruimte op de SSD.
9. ���� Typ create partition primary en druk op Enter�. 10.
Nadat u een primaire partitie hebt gemaakt, typt u detail disk en drukt u op Enter om de details van de gepartitioneerde schijf weer te geven.
Selecteer het RAWvolume dat dezelfde grootte heeft als het verkleinde volume, typ select volume x (x = nummer) en druk op Enter om de Intel Rapid Startpartitie op te slaan.
• ����������� De waarde “x” verwijst naar een schijfnummer waar u de opslagpartitie wilt maken.�.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
12. ���� Typ set id=84 override, druk op Enter en wacht op het ‘verkleiningsproces' tot het hulpprogramma Schijfbeheer een nieuwe partitie die de Sluimerstandpartitie wordt genoemd, identificeert.
De Sluimerstandpartitie verschijnt niet wanneer u “GPT-opslagtype (GUID Partition Table)” kiest. Controleer of "Niet-toegewezen” verdwijnt van het volume en of een nieuwe partitie is geïdentificeerd.
13. �������������������������������������������������������������� Start het systeem opnieuw op nadat u de partitie hebt gemaakt. De partitie voor Intel® Rapid Start Technology is onvolledig als de computer niet opnieuw wordt opgestart. Dit resulteert in functionele storing van Intel® Rapid Start Technology�.
De Intel® Rapid Start Technology in- en uitschakelen onder het besturingssysteem Installeer eerst de Intel® Rapid Start Technology vanaf de ondersteunings-dvd om Intel® Rapid Start Manager te starten�.
Nadat u de partitie hebt gemaakt, start u Intel® Rapid Start Manager om de Intel® Rapid Start Technology in of uit te schakelen 1.
Klik op de pijl Verborgen pictogrammen weergeven aan de rechterzijde van de taakbalk en klik op het pictogram Intel® Rapid Start Technology Manager.
2. ������������������������������������������������������������������������������ Tik op Aan in het veld Status om de functie in te schakelen en klik op Opslaan. Recovering the partition.
NEDERLANDS Selecteren en klikken om de functie in of uit te schakelen
Klik om de batterijbesparingsmodus in of uit te schakelen. Deze functie is alleen van toepassing op notebook.
Klikken om de timer in of uit te schakelen. Indien ingeschakeld kunt u de schuifbalk verplaatsen naar de gewenste tijd. Wanneer het systeem langer inactief is dan de periode die u hebt ingesteld, gaat het systeem automatisch naar de Intel® Rapid Start-modus. De standaardtijd is 10 minuten.
Klik om de opgegeven instellingen op te slaan.
Klik om de opgegeven instellingen te annuleren.
De partitie herstellen
Met deze procedure kunt u de Intel® Rapid Start Technology van uw systeem verwijderen en herstel de partitie die u hebt gemaakt voor de installatie van Intel Rapid® Start Technology. 1.
Start het opdrachtregelhulpmiddel.
Typ in de diskpart-prompt list disk na DISKPART en druk dan op Enter.
Selecteer de schijf (SSD) waarop de Intel® Rapid Start Technology is geïnstalleerd voor volumeherstel, typ select disk x (x = nummer) en druk op Enter.
Typ diskpart en druk op Enter.
De waarde “x” verwijst naar een schijfnummer waar u de opslagpartitie wilt verwijderen.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
5. ���� Typ list partition, druk op Enter en selecteer de partitie waarin de Intel Rapid Start Technology is geïnstalleerd door select partition x (x=nummer) te typen en op Enter te drukken�. De waarde “x” verwijst naar een schijfnummer waar u de opslagpartitie wilt verwijderen.
Typ delete partition override en druk op Enter. Het diskpart-hulpprogramma verwijdert de geselecteerde partitie.
Klik op het bureaublad op Start, klik met de rechtermuisknop op Computer en klik op Beheren.
Klik in het venster Computerbeheer op Schijfbeheer, klik met de rechtermuisknop op het verkleinde nieuwe volume e n s e l e c t e e r Vo l u m e u i t b r e i d e n .
Klik op Volgende wanneer de wizard Volume uitbreiden verschijnt.
10. �������� Klik op Volgende nadat u de standaard geselecteerde schijf hebt gekozen.
NEDERLANDS 11. ����������������������������������������������������� De instelling Volume uitbreiden is voltooid. Klik op Voltooien om de partitie van Intel Rapid Start Technology te herstellen. 12. 13.
Start het systeem opnieuw op nadat u de partitie hebt verwijderd.
Ga naar Start > Configuratiescherm > Programma's > Programma's en onderdelen > om Intel Rapid Start Manager te verwijderen om het verwijderen van Intel Rapid Start Technology te voltooien�.
Intel® Smart Connect-technologie
De Intel® Smart Connect-technologie is eenfunctie die uw computerplatform voorziet van de nieuwste inhoudsupdates en een optimale energiezuinigheid. Na de installatie en activering, zorgt de Intel® Smart Connect-technologie ervoor dat het systeem periodiek uit de slaapmodus wordt geactiveerd, dat de gebruikersstatus wordt verzameld en dat opnieuw naar de slaapmodus wordt gegaan om te worden geactiveerd na een ingesteld tijdsinterval. •
De Intel® Smart Connect-technologie ondersteunt Windows® Live Mail, Microsoft Outlook en Seesmic-toepassingen. • U moet de items van de PCH-configuratie inschakelen in de BIOS voordat u de Intel® Smart Connect-technologie toepast. Ga naar Advanced Mode (Gevanceerde modus) > Advanced (Geavanceerd) > PCH-configuratie en schakel de Intel® Smart Connect- technologie in.
De Intel® Smart Connect-technologie installeren
Plaats de ondersteunings-dvd in het optische station.
Ga naar Utilities (Hulpprogramma’s) en klik op Intel® Smart Connect Technology (Intel® Smart Connect-technologie).
Wanneer de wizard Setup veschijnt, klikt u op Next (Volgende) om de installatie te starten.
Schakel de optie I accept the terms in the License Agreement (Ik aanvaard de voorwaarden van de licentieovereenkomst) en klik op Next (Volgende).
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
Selecteer alles en klik op Next (Volgende) voor Custom Setup (Aangepaste instelling).
Klik op Install (Installeren) om door te gaan met de installatie.
Klik op Yes (Ja) om het systeem opnieuw op te starten en de nieuw geïnstalleerde Intel® Smart Connect-technologie toe te passen.
De Intel® Smart Connect-technologie gebruiken • •
Voordat het systeem naar de slaapmodus gaat, moet u uw toepassingen op het bureaublad houden en daarna de toepassingen en wachtwoorden invoeren Controleer er een internetverbinding is wanneer u de Intel® Smart Connect- technologie inschakelt.
Klik op Start > All Programs (Alle programma’s) > Intel > Intel® Smart Connect Technology.
Klik op het tabblad Basic (Basis) op Enable Updating (Bijwerken inschakelen). Wanneer deze optie is ingeschakeld, is het tabblad Advanced (Geavanceerd) beschikbaar voor geavanceerde functie-instellingen.
Het tabblad Advanced (Geavanceerd) wordt geactiveerd wanneer het bijwerken is ingeschakeld Klik om de basisinstellingen te configureren Klik om de functie in of uit te schakelen
Klik om versie-informatie en Help-onderwerpen weer te geven Wanneer het bijwerken is ingeschakeld, klikt u om alle standaardinstellingen te herstellen.
Wanneer de schuifbalk is geactiveerd, past u de activeringsperiode aan voor de update van internetgegevens.
Om de updatefunctie uit te schakelen, klikt u op Disable Updating (Bijwerken uitschakelen). Wanneer u op deze knop klikt, wordt de configuratie automatisch uitgeschakeld op het tabblad Advanced (Geavanceerd). Om alle standaardwaarden opnieuw in te stellen, klikt u op Reset All to Defaults (Alles resetten naar standaardwaarden).
Stel op het tabblad Advanced (Geavanceerd) de planning in tijdens de periode van laag energieverbruik voor energiebesparing. Deze instelling is alleen van toepassing op de toegewezen tijdperiode
Klik op het tabblad Help op About (Info) om de versie van de functie weer te geven. Klik op Topics (Onderwerpen) voor meer informatie over de Intel® Smart Connecttechnologie en de configuratie ervan.
Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken
NEDERLANDS Problemen oplossen Problemen oplossen
Dit hoofdstuk presenteert enkele problemen die u kunt tegenkomen en de mogelijke oplossingen.
Mijn computer kan niet worden ingeschakeld en de vermogen-LED op het voorpaneel brandt niet. •
Controleer of uw computer goed is aangesloten.
Controleer of de contactdoos werkt.
Controleer of de voedingseenheid is ingeschakeld. Raadpleeg de sectie Uw computer AAN/UIT-schakelen in Hoofdstuk 1.
Mijn computer blijft hangen. •
Doe het volgende om de programma's die niet reageren, te sluiten: 1. Druk gelijktijdig op de toetsen <Alt> + <Ctrl> + <Delete> op het toetsenbord en klik daarna op Start Task Manger (Taakbeheer starten). 2.
Klik op het tabblad Applications (Applicaties).
3. Selecteer het programma dat niet reageert en klik daarna op End Task (Taak beëindigen). •
Als het toetsenbord niet reageert. Houd de aan/uit-knop bovenop uw chassis ingedrukt totdat de computer uitschakelt. Druk daarna op de aan/uit-knop om het in te schakelen.
Ik kan niet via de ASUS WLAN-kaart (alleen op geselecteerde modellen) verbinding maken met een draadloos netwerk? •
Zorg dat u voor het draadloze netwerk waarmee u verbinding wilt maken, de juiste netwerkbeveiligingscode invoert.
Sluit de externe antennes (optioneel) aan op de antenneconnectoren op de ASUS WLAN-kaart en plaats de antennes voor de beste draadloze prestaties, bovenop het chassis van uw computer.
De pijltoetsen op het numerieke toetsenbord werken niet.
Controleer of het Number Lock-LED uit is. Als de Number Lock-LED brandt, worden de toetsen op het numerieke toetsenbord alleen voor invoering van nummers gebruikt. Druk op de toets Number Lock om de LED uit te schakelen als u de pijltoetsen op het numerieke toetsenbord wilt gebruiken. 619
Geen weergave op het scherm. •
Controleer of het scherm is ingeschakeld.
Zorg dat uw scherm goed op de video-uitvoerpoort op uw computer is aangesloten.
Als uw computer met een discrete grafische kaart wordt geleverd, dient u uw scherm op een video-uitvoerpoort op de discrete grafische kaart aan te sluiten.
Controleer of er enige pennen van de videoconnector van het scherm zijn verbogen. Als u verbogen pennen ontdekt, dient u de videoconnector-kabel van het scherm te vervangen.
Controleer of uw scherm juist in een voedingsbron is gestoken.
Raadpleeg de documentatie die met uw scherm werd geleverd voor meer informatie over probleemoplossen.
Wanneer meerdere schermen worden gebruikt, heeft maar één scherm weergave. •
Zorg dat beide schermen zijn ingeschakeld.
Tijdens POST heeft alleen het scherm die op de VGA-poort is aangesloten, weergave. De dubbele schermfunctie werkt alleen onder Windows.
Als in uw computer een grafische kaart is geïnstalleerd, dien u te verzekeren dat de schermen op de uitvoerpoorten van de grafische kaart zijn aangesloten.
Controleer of de instellingen voor meervoudige weergave juist zijn. Raadpleeg de sectie Meerdere externe schermen aansluiten in Hoofdstuk 3 voor details.
Mijn computer kan mijn USB-opslagapparaat niet te vinden. •
De eerste keer dat u uw USB-opslagapparaat op uw computer aansluit, installeert Windows er automatisch een stuurprogramma voor. Wacht even en ga naar Mijn computer om te controleren of het USB-opslagapparaat is gedetecteerd.
Sluit uw USB-opslagapparaat op een andere computer aan om te zien of het USB-opslagapparaat beschadigd of defect is.
Ik wil wijzigingen aan de systeeminstellingen van mijn computer opslaan of ongedaan maken, zonder mijn persoonlijke bestanden of gegevens te beïnvloeden. Met de functie Windows®-systeemherstel kunt u veranderingen aan de systeeminstellingen van uw computer herstellen of ongedaan maken, zonder uw persoonlijke gegevens zoals documenten of foto's te beïnvloeden. Raadpleeg de sectie Uw systeem herstellen in Hoofdstuk 2 voor meer details.
Hoofdstuk 7: Problemen oplossen
Het beeld op de HDTV is uitgerekt. •
Het wordt door verschillende resoluties van uw scherm en uw HDTV veroorzaakt. Stel de schermresolutie aan zodat het bij uw HDTV past. Ga als volgt te werk om de schermresolutie te veranderen: 1. Doe één van het volgende om het instellingenscherm Screen Resolution (Schermresolutie) te openen:
• Klik op > Control Panel (Configuratiepaneel) > Appearance and Personalization (Verschijning en verpersoonlijking) > Display (Weergave) > Change display settings (Weergave-instellingen wijzigen). • Klik ergens op uw Windows-bureaublad met de rechtermuisknop. Als het pop-upmenu verschijnt, klikt u op Personalize (Verpersoonlijken) > Display (Weergave) > Change display settings (Weergave-instellingen wijzigen).
2. Stel de resolutie bij. Raadpleeg voor de resolutie, de documentatie die met uw HDTV werd geleverd. 3. Klik op Apply (Toepassen) of OK. Klik daarna op het bevestigingsbericht op Keep Changes (Wijzigingen bewaren).
Mijn luidsprekers produceren geen geluid. • • • •
Het dvd-station kan geen disk lezen. • • •
Zorg dat u uw luidsprekers op de Poort lijn Uit (limoen) op het voor- of achterpaneel aansluit. Controleer of uw luidspreker op een elektrische bron is aangesloten en is ingeschakeld. Stel het volume van uw luidsprekers bij. Zorg dat het geluid van uw computersysteem niet is gedempt. • Als het is gedempt, wordt het volumepictogram als volgt weergegeven: . Om het systeemgeluid in te schakelen, klikt u vanuit het Windowsnotificatiegebied op en daarna op . • Als het niet wordt gedempt, klikt u op en sleept u de schuifbalk om het volume bij te stellen. Sluit uw luidsprekers op een andere computer aan om te testen of de luidsprekers goed werken.
Controleer of de disk met het label opwaarts is geplaatst. Controleer of de disk in het midden van de la is geplaatst, vooral bij disks met een niet-standaard afmeting of vorm. Controleer of de disk is bekrast of beschadigd.
De uitwerpknop van het dvd-station reageert niet. > Computer.
Klik met de rechtermuisknop op menu op Eject (Uitwerpen).
en klik daarna vanuit het 621
Onjuiste voedingsspanning Geen voeding (de voedingsindicator is uit)
Uw computer is niet ingeschakeld. De stroomkabel van uw computer is niet goed aangesloten. Problemen met PSU (Power supply unit, voedingseenheid)
• A ls uw computer een spanningsschakelaar heeft, moet u deze instellen volgens de voedingsvereisten van uw streek. • Stel de spanningsinstellingen bij. Zorg dat de stroomkabel uit de contactdoos is getrokken. Druk op het voorpaneel op de aan/uit-knop om te verzekeren dat uw computer is ingeschakeld. • Zorg dat de stroomkabel goed is aangesloten. • Gebruik een andere compatibele stroomkabel. Bel ons callcenter voor reparaties.
Na het inschakelen van de computer is geen beelduitvoer (zwart scherm)
De signaalkabel is niet op de juiste VGA-poort op uw computer aangesloten.
• S luit de signaalkabel op de juiste signaalpoort (onboard VGA- of discrete VGA-poort) aan. • Als u een discrete VGA-kaart gebruikt, sluit u de signaalkabel aan op de discrete VGA-poort.
Problemen signaalkabel
Probeer op een ander scherm aan te sluiten.
Hoofdstuk 7: Problemen oplossen
Kan geen toegang krijgen tot het internet.
Verzeker of de LAN-LED brandt. Zo niet, probeer een andere LANkabel. Als het nog niet werkt, dient u contact op te nemen met het ASUSservicecentrum.
De LAN-kabel is niet aangesloten.
Uw computer is niet goed op een router of hub aangesloten. Netwerkinstellingen Problemen door de antivirus-software veroorzaakt Problemen stuurprogramma's
NEDERLANDS LAN Sluit de LAN-kabel aan op uw computer.
Verzeker of uw computer goed op een router of hub is aangesloten. Neem contact op met uw internet service-provider (ISP) voor de juiste LAN-instellingen. Sluit de antivirus-software. Installeer het LAN-stuurprogramma opnieuw
Luidspreker of koptelefoon is op de verkeerde poort aangesloten.
• R aadpleeg de gebruikershandleiding van uw computer betreffende de juiste poort. • Verwijder en sluit de luidspreker opnieuw op uw computer aan.
Luidspreker of koptelefoon werkt niet.
Probeer een andere luidspreker of koptelefoon te gebruiken.
De audiopoorten op de voor- en achterkant werken niet.
Probeer de audiopoorten op de vooren achterkant. Als één poort faalt, dient u te controleren of de poort op een multi-kanaal is ingesteld.
Problemen stuurprogramma's
Installeer het audio-stuurprogramma opnieuw
Systeemsnelheid is te langzaam
Er zijn te veel programma's werkzaam. Virusaanval op computer
Storing station vaste schijf
Het systeem blijft vaak hangen of bevriest.
Sluit enkele programma's. • G ebruik een antivirus-software om voor virussen te scannen en repareer uw computer. • Installeer het besturingsysteem opnieuw. • Stuur het beschadigde station van de vaste schijf naar het ASUSservicecentrum voor service. • Vervang met een nieuw station voor vaste schrijf.
Problemen geheugenmodule
• V ervang met compatibele geheugenmodules. • Verwijder de extra geheugenmodules die u hebt geïnstalleerd en probeer opnieuw.
Er is niet genoeg luchtventilatie voor uw computer.
Verplaats uw computer naar een plek met betere luchtstroom.
Incompatibele softwares zijn geïnstalleerd.
Installeer het besturingsysteem opnieuw en installeer compatibele softwares.
Hoofdstuk 7: Problemen oplossen
CPU Mogelijke oorzaak
Uw computer is aan het opstarten. Meteen na het aanzetten van de computer is er te veel lawaai.
De BIOS-instellingen zijn veranderd. Oude BIOS-versie
De CPU-ventilator is vervangen. Computer is te luidruchtig tijdens het gebruik.
Er is niet genoeg luchtventilatie voor de computer. De systeemtemperatuur is te hoog.
Dit is normaal. De ventilatoren werken op volle snelheid als de computer opstart. De ventilator zal langzamer werken nadat de computer het besturingsysteem ingaat. Herstel de BIOS naar de standaardinstellingen.
Werk de BIOS bij naar de nieuwste versie. Ga naar de site voor ASUSondersteuning op http://support. asus.com om de nieuwste BIOSversies te downloaden. Zorg dat u een compatibele of door ASUS aangeraden CPU-ventilator gebruikt. Verplaats uw computer naar een plek met betere luchtstroom. • W erk de BIOS bij. • Als u weet hoe het moederbord opnieuw te installeren, dient u de interne ruimte van de chassis te proberen reinigen.
Als het probleem aanhoudt, dient u de garantiekaart van uw Desktop PC te raadplegen en contact op te nemen met het ASUS-servicecentrum. Ga naar de site voor ASUS-ondersteuning op http://support.asus.com voor informatie betreffende het servicecentrum.
Technisch Ondersteuning Telefoon Online ondersteuning
ASUS COMPUTER INTERNATIONAL (America) Adres Telefoon Fax Web site
Technisch Ondersteuning Telefoon Fax ondersteuning Online support
ASUS COMPUTER GmbH (Germany and Austria) Adres Fax Web site Online contact
Technisch Ondersteuning Telefoon Fax ondersteuning Online ondersteuning
+49-1805-010923* +49-2102-9599-11* support.asus.com
*EUR 0,14/minuut vanaf een vaste Duitse landlijn; EUR 0,42/minuut vanaf een mobiele telefoon.
Hoofdstuk 7: Problemen oplossen
Notice-Facile