ESSENTIO CP6230-FR001S - Desktopcomputer ASUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ESSENTIO CP6230-FR001S ASUS in PDF-formaat.

Page 339
Inhoudsopgave Klik op een titel om naar de pagina te gaan
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ASUS

Model : ESSENTIO CP6230-FR001S

Categorie : Desktopcomputer

Download de handleiding voor uw Desktopcomputer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ESSENTIO CP6230-FR001S - ASUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ESSENTIO CP6230-FR001S van het merk ASUS.

GEBRUIKSAANWIJZING ESSENTIO CP6230-FR001S ASUS

RATINGEN, GERMANY ASUS Essentio Desktop PC CP6230 Gebruikershandleiding

DU6373 Eerste uitgave Mei 2011

Copyright © 2011 ASUSTeK Computer Inc. Alle rechten voorbehouden.

Geen enkel deel van deze handleiding, met inbegrip van de producten en de software die hierin is beschreven, mag zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van ASUSTeK Computer Inc. ("ASUS") worden gereproduceerd, verzonden, getranscribeerd, opgeslagen in een ophaalsysteem of in enige taal worden vertaald in enige vorm of door enig middel, behalve documentatie die door de koper wordt gebruikt voor back-updoeleinden. De productgarantie of service zal niet worden verleend als: (1) het product is gerepareerd, gewijzigd of aangepast, tenzij dergelijke reparaties, wijzigingen of aanpassingen schriftelijk zijn toegestaan door ASUS; of (2) als het serienummer van het product onleesbaar is gemaakt of verwijderd.

ASUS BIEDT DEZE HANDLEIDING “ZOALS ZE IS” ZONDER ENIGE GARANTIES, HETZIJ UITDRUKKELIJK OF IMPLICIET, MET INBEGRIP VAN, MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES OF VOORWAARDEN VOOR VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. IN GEEN GEVAL ZAL ASUS, HAAR DIRECTEURS, FUNCTIONARISSEN, WERKNEMERS OF AGENTEN AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR ENIGE INDIRECTE, SPECIALE, INCIDENTELE OF GEVOLGSCHADE (INCLUSIEF SCHADE DOOR WINSTDERVING, VERLIES VAN HANDEL, VERLIES VAN GEBRUIK OF GEGEVENS, ONDERBREKING VAN HANDEL EN DERGELIJKE), ZELFS ALS ASUS OP DE HOOGTE WERD GEBRACHT VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE DIE VOORTVLOEIT UIT FOUTEN IN DEZE HANDLEIDING OF DEFECTEN AAN HET PRODUCT.

DE SPECIFICATIES EN INFORMATIE DIE IN DEZE HANDLEIDING ZIJN OPGENOMEN, ZIJN UITSLUITEND INFORMATIEF BEDOELD EN OP ELK OGENBLIK EN ZONDER KENNISGEVING ONDERHEVIG AAN WIJZIGINGEN. ZE MOGEN NIET WORDEN BESCHOUWD ALS EEN VERBINTENIS DOOR ASUS. ASUS AANVAARDT GEEN VERANTWOORDELIJKHEID OF AANSPRAKELIJKHEID VOOR FOUTEN OF ONNAUWKEURIGHEDEN DIE MOGELIJK IN DEZE HANDLEIDING ZIJN VERMELD, INCLUSIEF DE PRODUCTEN EN SOFTWARE DIE ERIN ZIJN BESCHREVEN.

Producten en bedrijfsnamen die in deze handleiding zijn vermeld, zijn mogelijk geregistreerde handelsmerken of auteursrechten van hun respectieve bedrijven en worden uitsluitend gebruikt voor identificatie of toelichting en in het voordeel van de eigenaar, zonder de bedoeling te hebben een inbreuk te plegen op hun rechten.

Inhoudsopgave Mededelingen 337 Veiligheidsinformatie 339 Conventies die in deze handleiding worden gebruikt 340 Waar meer informatie te vinden 340 Inhoud verpakking 341

Windows® 7 gebruiken

De eerste keer opstarten 351 Windows® 7-bureaublad gebruiken 352 Uw bestanden en mappen beheren 354 Uw systeem herstellen 356 Uw computer beschermen 357 Hulp en ondersteuning voor Windows® krijgen 358

Apparaten op uw computer aansluiten

Een USB-opslagapparaat aansluiten 359 Microfoon en luidsprekers aansluiten 360 Meerdere externe schermen aansluiten 363 Een HDTV aansluiten 365

Uw computer gebruiken

Juiste houding bij het gebruik van uw Desktop PC 367 De geheugenkaartlezer gebruiken 368 Het optisch station gebruiken 369 Het multimedia-toetsenbord gebruiken (alleen op geselecteerde modellen)....370

Verbinden met het Internet

Bekabelde verbinding 373 Draadloze verbinding (alleen op geselecteerde modellen) 375

Inhoudsopgave Hoofdstuk 6

De hulpprogramma's gebruiken

ASUS AI Suite II 379 ASUS AI Manager 385 Nero 9 388

Mededelingen ASUS-diensten voor recycling/terugname

De recyling- en terugnameprogramma’s van ASUS zijn voortgevloeid uit onze inzet voor de hoogste standaarden voor milieubescherming. Wij geloven in het leveren van oplossingen voor u om onze producten, batterijen en andere componenten, evenals het verpakkingsmateriaal, op een verantwoorde manier te recyclen. Ga naar http://csr.asus. com/english/Takeback.htm voor gedetailleerde recyclinginformatie in de verschillende regio’s.

REACH Wij publiceerden, met naleving van het regulerend kaderwerk van REACH (Registratie, Evaluatie, Autorisatie en Restrictie van chemische stoffen), op de ASUS REACH-website op http://csr.asus.com/english/REACH.htm, de chemische substanties in onze producten.

Verklaring van Federale communicatiecommissie

Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-reguleringen. Bediening wordt aan de volgende twee condities onderworpen: • dit apparaat mag geen schadelijke storingen veroorzaken; en •

dit apparaat moet enige ontvangen storing accepteren, inclusief storingen die ongewenste werking kunnen veroorzaken.

Dit apparaat is getest en is in naleving met de limieten voor een Klasse B digitaal apparaat, volgens Deel 15 van de FCC-reguleringen bevonden. Deze limieten zijn ontworpen om redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke storingen in een residentiële installatie. Dit apparaat genereert, gebruikt en kan energie door radiofrequentie uitstralen en, wanneer niet volgens de instructies van de fabrikant geïnstalleerd en gebruikt, kan het schadelijke storingen aan radiocommunicatie veroorzaken. Er bestaat echter geen garantie dat bij een bepaalde installatie zich geen storing zal voordoen. Als dit apparaat schadelijke storing aan radio- of televisie-ontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat aan en uit te schakelen, wordt de gebruiker verzocht te proberen de storing volgens één of meer van de volgende maatregelen te corrigeren: • de ontvangende antenne opnieuw richten of verplaatsen; •

de afstand tussen het apparaat en de ontvanger te vergroten;

de dealer of een ervaren radio/tv-monteur om hulp te vragen.

het apparaat op een contactdoos van een ander circuit dan die waarop de ontvanger is aangesloten, aan te sluiten;

Om compliantie met FCC-reguleringen te verzekeren, wordt voor het verbinden van het scherm aan de grafische kaart het gebruik van afgeschermde kabels vereist. Alle wijzigingen of aanpassingen aan deze eenheid, die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de partij die verantwoordelijk is voor de naleving, kunnen de bevoegdheid van de gebruiker om het apparaat te bedienen nietig verklaren.

Waarschuwing RF-blootstelling

Dit apparaat moet volgens de geleverde instructies worden geïnstalleerd en bedient en de antenne(s) die voor deze zender word(t/en) gebruikt moet zo worden geïnstalleerd dat van alle personen een scheidende afstand van minstens 20 cm bestaat. Het mag niet in de buurt van een andere antenne of zender worden geplaatst of bedient. Eindgebruikers en installateurs moeten de installatie-instructies van de antenne en de bedieningscondities van de zender ontvangen om een goede compliantie voor RF-blootstelling te verkrijgen.

Canadees ministerie van Communicatie

Dit digitale apparaat overschrijdt niet de Klasse B-limieten voor geluidshinder van digitale apparaten die in de Reguleringen van radiostoringen van het Canadees ministerie van Communicatie uiteen worden gezet. Dit digitale apparaat van Klasse B voldoet aan de Canadese ICES-003.

Productmededeling van Macrovision Corporation

Dit product bevat copyright beschermende technologie die door claimmethodes van bepaalde Amerikaanse octrooien en andere intellectuele eigendomsrechten wordt beschermd, die eigendom zijn van Macrovision Corporation en andere rechtmatige eigenaren. Gebruik van deze copyright beschermende technologie moet door Macrovision Corporation worden geauthoriseerd en is alleen voor gebruik thuis en andere beperkt kijken bestemd, tenzij anders toegestemd door Macrovision Corporation. Reverse engineering of demontage is verboden. Waarschuwing lithium-ion batterij

VOORZICHTIG: Gevaar van explosie als de batterij onjuist wordt geplaatst. Alleen met hetzelfde of equivalente type die door de fabrikant wordt aangeraden, vervangen. Werp gebruikte batterijen volgens de instructies van de fabrikant weg.

Veiligheidsinformatie Voor het reinigen van de AC-stroom en randapparatuur verwijderen. Veeg de Desktop PC met een schone cellulose spons of zeemleren doek die met een niet schurende reinigingsoplossing en enkele druppels warm water is bevochtigd, schoon en verwijder met een droge doek enig overmatige nattigheid.

NIET op onegale of instabiele werkoppervlakken plaatsen. Als de behuizing beschadigd is geraakt, dient u hulp bij onderhoud hulp te zoeken. NIET aan vieze of stoffige omgevingen blootstellen. NIET tijdens een gaslekkage bedienen.

NIET bovenop objecten plaatsen of laten vallen en geen vreemde voorwerpen in de Desktop PC duwen. NIET aan krachtige magnetische of elektrische velden blootstellen.

NIET in de buurt van vloeistoffen, regen of vocht blootstellen of gebruiken. NIET de modem tijdens onweer gebruiken.

Waarschuwing ter beveiliging van de batterij: NIET de batterij in vuur werpen. NIET de contacten kortsluiten. NIET de batterij uit elkaar halen.

Gebruik dit product in omgevingen met omgevingstemperaturen tussen 0˚C (32°F) en 35˚C (95˚F). NIET de ventilatieopeningen van de Desktop PC afdekken, om oververhitting van het systeem te voorkomen. NIET beschadigde stroomkabels, accessoires of andere randapparatuur gebruiken. Verwijder, voordat u het systeem verplaatst, de stroomkabel uit de contactdoos om elektrische schok te vermijden.

Zoek professionele hulp voordat u een adapter of verlengsnoer gebruikt. Deze apparaten kunnen het aardingscircuit onderbreken. Zorg dat uw netvoeding op de juiste spanning in uw gebied hebt ingesteld. Als u niet zeker weet welke spanning op de elektrische contactdoos staat, dient u contact op te nemen met uw lokale energiemaatschappij. Als de netvoeding is beschadigd, mag u niet proberen het zelf te repareren. Neem contact op met een bevoegde servicemonteur of uw handelaar.

Conventies die in deze handleiding worden gebruikt Om te verzekeren dat u bepaalde taken juist uitvoert, dient u op de volgende symbolen die in deze handleiding worden gebruikt, te letten. GEVAAR/WAARSCHUWING: informatie om lichamelijke letsels te voorkomen wanneer u een taak probeert uit te voeren. VOORZICHTIG: Informatie om schade aan de onderdelen te voorkomen wanneer u een taak probeert uit te voeren.

BELANGRIJK: Instructies die u MOET volgen om een taak te voltooien.

OPMERKING: tips en aanvullende informatie om u te helpen bij het voltooien van uw taak.

Waar meer informatie te vinden Raadpleeg de volgende bronnen voor aanvullende informatie en voor updates van het product en de software. ASUS-websites De ASUS-website biedt bijgewerkte informatie over ASUS-hardware en softwareproducten. Raadpleeg de ASUS-website op www.asus.com. Lokale technische ondersteuning van ASUS Ga voor contactinformatie van de plaatselijke technicus van Technische ondersteuning naar de ASUS-website op http://support.asus.com/contact.

Ondersteuning voor (optioneel) x1

Installatiehandleiding x1

• Als een van de bovenstaande items beschadigd is of ontbreekt, moet u contact opnemen met uw leverancier.

• De hierboven weergegeven items zijn alleen ter referentie. Feitelijke productspecificaties kunnen bij verschillende modellen variëren.

Hoofdstuk 1 Aan de slag Welkom! Dank u voor de aankoop van de ASUS Essentio CP6230 Desktop PC! De ASUS Essentio CP6230 Desktop PC biedt ultramoderne prestaties, ongecomprimeerde betrouwbaarheid en op gebruikers gerichte hulpprogramma's. Al deze waarden worden in een prachtige futuristische en stijlvolle systeembehuizing ingesloten. Lees de ASUS-garantiekaart voordat u uw ASUS Desktop PC opstelt.

Uw computer leren kennen Afbeeldingen zijn alleen ter referentie. De poorten en hun locaties, evenals de chassiskleur kunnen bij de verschillende modellen anders zijn.

1. ��������������� Aan-/uit-knop. Druk op deze knop om uw computer in te schakelen. 2. ���������������������������������������������� Knop om optische schijfstation uit te werpen. Druk op deze knop om de lade van het optische schijfstation uit te werpen. 3.

Sleuf van optisch schijfstation. In deze sleuf bevindt zich een optisch schijfstation.

4. ���������������� Microfoonpoort ������� (rose). Op deze poort kan een microfoon worden aangesloten. 5. ������������������ Koptelefoonpoort ��������� (limoen). Op deze poort kan een koptelefoon of luidspreker worden aangesloten. 6. ����������������� USB 3.0-poorten. Deze universele seriële bus 3.0 (USB 3.0) poorten sluit USB 3.0apparatuur aan zoals een muis, printer, scanner, camera, PDA en anderen. • Bij het installeren van het Windows®-besturingsysteem GEEN toetsenbord/muis op een USB 3.0-poort aansluiten. • Wegens beperkingen van de USB 3.0-controller, kunnen USB 3.0-apparaten alleen in een omgeving van een Windows®-besturingsysteem en na installatie van het USB 3.0stuurprogramma worden gebruikt. • USB 3.0-apparaten kunnen alleen voor gegevensopslag worden gebruikt. • Wij raden u ten zeerste aan dat u de USB 3.0-apparaten op USB 3.0 poorten aansluit om zo een snellere en betere prestatie voor uw USB 3.0-apparaten te verkrijgen.

7. ���������������������������������������������������� Kaartsleuf voor ���������������������������������� MultiMediaCard / Secure Digital™ ���������������� / Memory Stick™ ��������� / Memory Stick Pro™. Plaats in deze sleuf een MultiMediaCard- / Secure Digital™- / Memory Stick™- / Memory Stick Pro™-kaart. 8.

Voorklep I/O-poorten.

Hoofdstuk 1: Aan de slag

1. ��������������������� Ventilatieopeningen. Deze ventilatieopeningen maken luchtventilatie mogelijk. DO NOT block the air vents on the chassis. Always provide proper ventilation for your computer.

2. ���������������� Aan-/uit-knop. Schakel de voeding naar uw computer AAN/UIT. 3. ������ LAN �������������� (RJ-45)-poort. Deze poort maakt het mogelijk om via een netwerk-hub een Gigabit-verbinding naar een Local Area Network (LAN) te maken. ACT/

UIT KNIPPEREN Geen koppeling Gegevensactiviteit

VGA-poort. Deze poort is voor VGA-compatibele apparaten zoals een VGA-monitor. 4. ����������� 5. ����������������� ASUS grafische kaart (alleen op �������������� ����������������� geselecteerde modellen). ���������� De displayuitvoerpoorten op de optionele ASUS grafische kaart kunnen bij de verschillende modellen anders zijn. 6.

Beugel sleufuitbreiding. Verwijder de beugel voor sleufuitbreiding als u een uitbreidingskaart installeert.

7. ������������ HDMI-poort. Deze poort is voor een High-Definition Multimedia Interface (HDMI)connector en is compliant aan HDCP waardoor HD-dvd, Blue-ray en andere beschermde inhoud kan worden afgespeeld. 8. ����������������� USB 2.0-poorten. Deze universele seriële bus 2.0 (USB 2.0) poorten sluit USB 2.0apparatuur aan zoals een muis, printer, scanner, camera, PDA en anderen. 9. ������������������������� Poort Centrum/Subwoofer ��������� (oranje). Deze poort wordt met de centrum/subwooferluidsprekers verbonden. 10. ��������������������������������� Poort achterste luidspreker Uit (zwart). �������� Deze poort wordt in een audio-configuratie van 4-, 6- en 8-kanalen met de luidsprekers aan de achterkant verbonden. 11. ������������������������������� Poort luidspreker zijkant Uit �������� (grijs). Deze poort wordt in een audio-configuratie van 8-kanalen met de luidsprekers aan de zijkant verbonden. 12. ���������������� Microfoonpoort ������� (rose). Op deze poort kan een microfoon worden aangesloten. 13. ���������������� Poort lijn Uit ��������� (limoen). Op deze poort kan een koptelefoon of luidspreker worden aangesloten. Bij een configuratie van 4-, 6- of 8-kanalen wordt de functie van de poort Voorste luidspreker Uit.

14. ��������������� Poort lijn In ������������� (lichtblauw). Deze poort wordt met een cassette-, cd-, dvd-speler of andere audiobronnen verbonden.

Raadpleeg de tabel voor audioconfiguratie voor de functies van de audiopoorten in een configuratie van 2-, 4-, 6- of 8-kanalen.

Voorste luidspreker Uit

Voorste luidspreker Uit

Voorste luidspreker Uit

Achterste luidspreker Uit

Achterste luidspreker Uit

Achterste luidspreker Uit

Luidspreker zijkant Uit

Hoofdstuk 1: Aan de slag

Uw computer instellen Deze paragraaf leidt u door het verbinden van de belangrijkste hardware-apparatuur, zoals de externe monitor, het toetsenbord, de muis en stroomkabel aan uw computer.

Een externe monitor verbinden Gebruik de ASUS grafische kaart (alleen op geselecteerde modellen)

Verbind uw monitor via de display-uitvoerpoort met de discrete ASUS grafische kaart. Ga als volgt te werk om met een ASUS grafische kaart een externe monitor te verbinden: 1.

Verbind uw monitor via een display-uitvoerpoort met de discrete ASUS grafische kaart.

Steek de stekker van de monitor in een stopcontact.

De display-uitvoerpoorten op de ASUS grafische kaart kunnen bij de verschillende modellen anders zijn.

De onboard display-uitvoerpoorten gebruiken

Verbind uw monitor met de onboard display-uitvoerpoort. Ga als volgt te werk om een externe monitor via de onboard display-uitvoerpoorten aan te sluiten:

Sluit op het achterpaneel van uw computer een VGA-monitor aan op de VGA-poort, of een DVI-D-monitor op de DVI-D-poort, of een HDMI-monitor op de HDMI-poort.

Steek de stekker van de monitor in een stopcontact.

• Als uw computer met een ASUS grafische kaart komt, wordt de grafische kaart in de BIOS als het primaire display-apparaat ingesteld. Sluit uw monitor vervolgens aan op een display-uitvoerpoort op de grafische kaart aan. • Raadpleeg Meerdere externe monitors aansluiten in Hoofdstuk 3 van deze gebruikershandleiding voor details over hoe meerdere externe monitors op uw computer aan te sluiten.

Hoofdstuk 1: Aan de slag

Een USB-toetsenbord en een USB-muis aansluiten

Sluit op het achterpaneel van uw computer een USB-toetsenbord en een USB-muis op de USB-poorten aan.

De stroomkabel verbinden

Sluit één uiteinde van de stroomkabel aan op de stroomconnector op het achterpaneel van uw computer en het andere uiteinde van een voedingsbron.

Uw computer AAN/UIT-schakelen Deze paragraaf beschrijft hoe uw computer aan/uit te schakelen nadat u uw computer hebt opgezet.

Uw computer AAN-schakelen

Ga als volgt te werk om uw computer AAN te schakelen: 1.

Schakel uw monitor AAN.

Druk op de aan-/uit-knop op uw computer.

Wacht tot het besturingsysteem automatisch wordt geladen.

Uw computer UIT-schakelen

Ga als volgt te werk om uw computer UIT te schakelen: 1.

op het Windows®-bureaublad. om het besturingssysteem te sluiten.

Hoofdstuk 1: Aan de slag

Hoofdstuk 2 Windows® 7 gebruiken De eerste keer opstarten Wanneer u uw computer voor de eerste keer opstart, verschijnen een reeks schermen die u begeleiden bij de configuratie van de basisinstellingen van het besturingsysteem van uw Windows®7. Om voor de eerste keer op te starten: 1.

Zet uw computer aan. Wacht enkele minuten totdat het scherm Set Up Windows (Windows installeren) verschijnt.

Selecteer van het vervolgkeuzelijst uw taal. Klik op Next (Volgende).

Selecteer van de vervolgkeuzelijsten uw Country or region (Land of regio), Time and currency (Tijd en valuta) en Keyboard layout (Toetsenbordindeling). Klik op Next (Volgende).

Typ unieke namen voor de user name (gebruikersnaam) en computer name (computernaam). Klik op Next (Volgende).

Typ de nodige informatie om uw wachtwoord in te stellen en klik daarna op Next (Volgende). U mag ook op Next (Volgende) klikken om, zonder enige informatie in te voeren, deze stap over te slaan. Raadpleeg de paragraaf Een gebruikersaccount en wachtwoord instellen in dit hoofdstuk als u later voor uw account een wachtwoord wilt instellen.

Lees aandachtig de licentievoorwaarden. Vink I accept the license terms (Ik accepteer de licentievoorwaarden) aan en klik op Next (Volgende).

Selecteer Use recommended settings (Aanbevolen instellingen gebruiken) of Install important updates only (Alleen belangrijke updates installeren) om de beveiligingsinstellingen voor uw computer in te stellen. Selecteer Ask me later (Vraag me later) om deze stap over te slaan.

Controleer uw datum- en tijdinstellingen. Klik op Next (Volgende). Het systeem laadt de nieuwe instellingen en start opnieuw. U mag nu uw computer beginnen te gebruiken.

Windows® 7-bureaublad gebruiken Klik op de pictogram Start Windows® 7.

> Help en Ondersteuning voor meer informatie over

Het startmenu gebruiken

Het startmenu biedt u toegang tot programma's, hulpprogramma's en andere nuttige items op uw computer. Ook biedt het u via de functie Help and Support (Help en ondersteuning) meer informatie over Windows 7.

Items vanaf het startmenu lanceren

Ga als volgt te werk om items vanaf het startmenu te lanceren: 1.

Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start

Selecteer vanaf het Startmenu het item dat u wilt lanceren.

U kunt programma's die u continu op het startmenu wilt weergeven, vastpinnen. Raadpleeg in dit hoofdstuk de paragraaf Programma's op het startmenu of de takenbalk vastpinnen voor meer details.

Het item Om te beginnen gebruiken

Het item Getting Started (Om te beginnen) op het startmenu bevat enkele basistaken zoals Windows® verpersoonlijken, nieuwe gebruikers toevoegen, bestanden overdragen. Hiermee wordt u geholpen om bekend te raken met het gebruik van Windows® 7. Ga als volgt te werk om het item Om te beginnen te gebruiken: 1. 2. 3.

om het startmenu te Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start lanceren. Selecteer Getting Started (Om te beginnen). De lijst beschikbare taken verschijnt. Selecteer de taak die u wilt uitvoeren.

De takenbalk gebruiken

Met de takenbalk kunt u programma's en items die op uw computer zijn geïnstalleerd, lanceren en beheren.

Van de takenbalk een programma lanceren

Ga als volgt te werk om van de takenbalk een programma te lanceren: •

Klik op de Windows®-takenbalk op een pictogram om het te lanceren. Klik opnieuw op de pictogram om het programma te verbergen. U kunt programma's die u continu op te takenbalk wilt weergeven, vastpinnen. Raadpleeg in dit hoofdstuk de paragraaf Programma's op het startmenu of de takenbalk vastpinnen voor meer details.

Hoofdstuk 2: Windows® 7 gebruiken

Items op de Jump Lists vastpinnen

Als u met de rechtermuisknop op de takenbalk op een pictogram klikt, biedt een jump list u snelle toegang tot de aan de programma's of items verwante koppelingen. U kunt items, zoals favoriete websites, vaak bezochte mappen of stations, of onlangs afgespeelde mediabestanden op de jump list vastpinnen. Ga als volgt te werk om items op de jump list vast te pinnen: 1.

Klik met de rechtermuisknop op een pictogram op de takenbalk.

Klik vanuit de jump list met de rechtermuisknop op het item dat u wilt vastpinnen en selecteer dan Pin to this list (Aan deze lijst vastpinnen).

Vastgepinde items van de jump list verwijderen

Ga als volgt te werk om vastgepinde items van de jump list te verwijderen: 1.

Klik met de rechtermuisknop op een pictogram op de takenbalk.

Klik vanuit de jump list met de rechtermuisknop op het item dat u wilt vastpinnen en selecteer dan Unpin from this list (Van deze lijst verwijderen).

Programma's op het startmenu of de takenbalk vastpinnen

Ga als volgt te werk om programma's op het startmenu of de takenbalk vast te pinnen: 1.

Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start

om het startmenu te lanceren.

Klik met de rechtermuisknop op het item dat u op het startmenu of de takenbalk wilt vastpinnen.

Selecteer Pin to Taskbar (Aan takenbalk vastpinnen) of Pin to Start menu (Aan startmenu vastpinnen). U kunt ook met de rechtermuisknop op de takenbalk op het pictogram van een actief programma klikken en dan Pin this program to taskbar (Dit programma aan takenbalk vastpinnen) selecteren.

Programma's van het startmenu verwijderen

Ga als volgt te werk om programma's van het startmenu te verwijderen: 1.

Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start lanceren.

Klik vanuit het startmenu met de rechtermuisknop op het item dat u wilt verwijderen en selecteer dan Remove from this list (Van deze lijst verwijderen).

Ga als volgt te werk om programma's van de takenbalk te verwijderen: 1.

Klik vanuit de takenbalk met de rechtermuisknop op het item dat u van de takenbalk wilt verwijderen en selecteer dan Unpin this program from taskbar (Dit programma van takenbalk verwijderen).

Programma's van de takenbalk verwijderen

Het systeemvak gebruiken

Het systeemvak toont standaard deze drie pictogrammen: Notificatie Actiecentrum Klik op deze pictogram om alle waarschuwingsberichten/-notificaties weer te geven en om het Windows® Actiecentrum te lanceren. Netwerkverbinding Deze pictogram geeft de verbindingstatus en signaalsterkte van de bedrade of draadloze netwerkverbinding weer. Volume Klik op deze pictogram om het volume af te stellen.

Een waarschuwingsnotificatie weergeven

Ga als volgt te werk om een waarschuwingsnotificatie weer te geven: •

Klik op de pictogram Notificatie

en klik daarna op het bericht om het te openen.

Raadpleeg in dit hoofdstuk de paragraaf Windows® Actiecentrum gebruiken voor meer details.

Pictogrammen en notificaties aanpassen

U kunt ervoor kiezen om op de takenbalk of in het notificatiegebied de pictogrammen en notificaties weer te geven of te verbergen. Ga als volgt te werk om pictogrammen en notificaties aan te passen: 1.

Klik vanuit het notificatiegebied op de pictogram met de pijl

Klik op Customize (Aanpassen).

Selecteer vanuit de vervolgkeuzelijst de gedragsvormen van de pictogrammen of items die u wilt aanpassen.

Uw bestanden en mappen beheren Windows® Verkenner gebruiken

Met Windows® Verkenner kunt u uw bestanden en mappen weergeven, beheren en organiseren.

Windows® Verkenner lanceren

Ga als volgt te werk om Windows Verkenner te lanceren: 1.

Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start lanceren.

Klik op Computer om Windows Verkenner te lanceren.

Hoofdstuk 2: Windows® 7 gebruiken

Bestanden en mappen verkennen

Ga als volgt te werk om bestanden en mappen te verkennen: 1.

Lanceer Windows Verkenner.

Blader vanuit het navigatie- of weergavescherm naar de locatie van uw gegevens.

Klik vanuit de breadcrumb-balk op de pijl om de inhoud van het station of de map weer te geven.

De weergave van bestand/map aanpassen

Ga als volgt te werk om de weergave van bestand/map aan te passen: 1.

Lanceer Windows Verkenner.

Selecteer vanuit het navigatiescherm op de locatie van uw gegevens. .

Klik vanuit de werkbalk op de Weergavepictogram

Schuif vanuit het Weergavemenu de schuifbalk om te selecteren hoe u het bestand/de map weer te geven. U kunt ook ergens op het weergavescherm met de rechtermuisknop klikken. Klik op View (Weergave) en selecteer het type weergave die u wilt.

Uw bestanden rangschikken

Ga als volgt te werk om uw bestanden te rangschikken: 1.

Lanceer Windows Verkenner.

Klik vanuit het veld Arrange by (Rangschikken op) om de vervolgkeuzelijst weer te geven.

Selecteer het type rangschikking van uw voorkeur.

Uw bestanden sorteren

Ga als volgt te werk om uw bestanden te sorteren: 1.

Lanceer Windows Verkenner.

Klik met de rechtermuisknop ergens op het Weergavescherm.

Selecteer vanuit het menu dat verschijnt, Sort by (Sorteren volgens) en selecteer dan het type sortering van uw voorkeur.

Uw bestanden groeperen 1.

Lanceer Windows Verkenner.

Klik met de rechtermuisknop ergens op het Weergavescherm.

Selecteer vanuit het menu dat verschijnt, Group by (Groeperen volgens) en selecteer dan het type groepering van uw voorkeur.

Ga als volgt te werk om uw bestanden te groeperen:

Een nieuwe map toevoegen

Ga als volgt te werk om een nieuwe map toe te voegen: 1.

Lanceer Windows Verkenner.

Klik vanuit de werkbalk op New folder (Nieuwe map).

Typ een naam voor de nieuwe map. U kunt ook ergens op het Weergavescherm met de rechtermuisknop klikken en daarna op New (Nieuw) > Folder (Map) klikken.

Een back-up van uw bestanden maken Een back-up instellen

Ga als volgt te werk om een back-up in te stellen: 1.

> All Programs (Alle programma's) > Maintenance (Onderhoud) > Klik op Backup and Restore (Back-up en Herstellen).

Selecteer de bestemming van uw back-up. Klik op Next (Volgende).

Selecteer Let Windows choose (recommended) (Laat Windows kiezen (aanbevolen)) of Let me choose as your backup mode (Laat mij als uw backupmodus kiezen). Als u Let Windows choose (Laat Windows kiezen) selecteert, maakt Windows geen back-up van uw programma's, FAT-geformatteerde bestanden, bestanden in de Prullenbak of tijdelijke bestanden die 1 GB of meer zijn.

Volg de instructies op het scherm om het proces te voltooien.

Uw systeem herstellen De functie Windows® Systeemherstel maakt een herstelpunt waar de systeeminstellingen van de computer op een bepaald tijdstip en bepaalde datum worden opgeslagen. Hiermee kunt u de systeeminstellingen van uw computer herstellen of veranderingen ongedaan maken, zonder uw persoonlijke gegevens te beïnvloeden. Ga als volgt te werk om uw systeem te herstellen:

Volg de instructies op het scherm om het proces te voltooien.

Hoofdstuk 2: Windows® 7 gebruiken

Uw computer beschermen Windows® 7 Actiecentrum gebruiken

Het Windows® 7 Actiecentrum biedt u waarschuwingsnotificaties, beveiligingsinformatie, informatie over systeemonderhoud en de optie om automatische problemen op te lossen en enkele algemene computerproblemen op te lossen. U kunt de notificaties aanpassen. Raadpleeg in dit hoofdstuk de vorige paragraaf Pictogrammen en notificaties aanpassen voor meer details.

Windows® 7 Actiecentrum lanceren

Ga als volgt te werk om het Windows® 7 Actiecentrum te lanceren:

, en klik daarna op Open Action Center Klik op de Notificatiepictogram (Actiecentrum openen) om het Windows 7 Actiecentrum te lanceren.

Klik vanuit het Windows 7 Actiecentrum op de taak die u wilt uitvoeren.

Windows® Update gebruiken

Met Windows Update kunt u de nieuwste updates controleren en installeren om de beveiliging en prestaties van uw computer te verbeteren.

Windows® Update lanceren

Ga als volgt te werk om Windows® Update te lanceren: 1.

Klik op de Windows®-takenbalk op de pictogram Start lanceren.

Klik vanaf het scherm Windows Update op de taak die u wilt uitvoeren.

Een gebruikersaccount en wachtwoord instellen

Voor mensen die uw computer zullen gebruiken, kunt u gebruikersaccounts en wachtwoorden maken.

Een gebruikersaccount instellen 1.

> Getting Started (Om te beginnen) > Add Klik vanaf de Windows®-takenbalk op new users (Nieuwe gebruikers toevoegen).

Typ de naam van de nieuwe gebruiker.

Selecteer Standard user (Standaardgebruiker) of Administrator (Beheerder) al gebruikerstype.

Ga als volgt te werk om een gebruikersaccount in te stellen:

Een gebruikerswachtwoord instellen

Ga als volgt te werk om een gebruikerswachtwoord in te stellen: 1.

Selecteerde gebruiker waarvoor u een wachtwoord wilt instellen.

Selecteer Create a password (Een wachtwoord maken).

Typ een wachtwoord en bevestig deze. Typ een hint voor uw wachtwoord.

Klik op Create password (Wachtwoord maken) als u klaar bent.

De antivirus-software activeren

Trend Micro Internet Security wordt vooraf op uw computer geïnstalleerd. Dit is een antivirussoftware van een derde partij die uw computer tegen virusaanvallen beschermt. Het wordt afzonderlijk gekocht. Na activering hebt u een proefperiode van 60 dagen. Ga als volgt te werk om Trend Micro Internet Security te activeren: 1.

Activeer de applicatie Trend Micro Internet Security.

Lees aandachtig de licentievoorwaarden. Klik op Agree & Activate (Akkoord & Activeren).

Voer uw e-mailadres in en selecteer uw locatie. Klik op Next (Volgende).

Klik op Voltooien om de activering te voltooien.

Hulp en ondersteuning voor Windows® krijgen Windows® Help en ondersteuning bieden u richtlijnen en antwoorden voor het gebruik van de applicaties in het Windows® 7-platform. Klik, om Windows® Help en ondersteuning te lanceren, op ondersteuning).

> Help and Support (Help en

Zorg dat u met het internet bent verbonden om de nieuwste Windows ® online help te krijgen.

Hoofdstuk 2: Windows® 7 gebruiken

Apparaten op uw computer aansluiten Een USB-opslagapparaat aansluiten Deze desktop-pc bevat zowel USB 2.0/1.1-poorten op het voorpaneel als op het achterpaneel. Met de USB-poorten kunt u USB-apparaten, zoals opslagapparaten, aansluiten. Ga als volgt te werk om een USB-opslagapparaat aan te sluiten: •

Plaats het USB-opslagapparaat in uw computer.

Achterpaneel (USB2.0)

Ga als volgt te werk om een USB-opslagapparaat te verwijderen: 1.

Klik vanuit het Windows-notificatiegebied op uw computer op Eject USB FlashDisk (USB2.0 FlashDisk uitwerpen).

Als het bericht Safe to Remove Hardware (Veilig om hardware te verwijderen) verschijnt, verwijdert u het USB-opslagapparaat van uw computer.

NIET een USB-opslagapparaat verwijderen als nog gegevens worden overgedragen. Dit kan namelijk gegevensverlies of schade aan het USB-opslagapparaat veroorzaken.

Microfoon en luidsprekers aansluiten Deze desktop PC komt met poorten voor microfoon en luidsprekers op zowel het voor- als achterpaneel. De audio I/O-poorten bevinden zich op het achterpaneel en hiermee kunt u stereoluidsprekers met 2, 4, 6, en 8 kanalen aansluiten.

Koptelefoon en mic aansluiten

Luidsprekers met 2 kanalen aansluiten

Hoofdstuk 3: Apparaten op uw computer aansluiten

Luidsprekers met 4 kanalen aansluiten

Luidsprekers met 6 kanalen aansluiten

Luidsprekers met 8 kanalen aansluiten

Hoofdstuk 3: Apparaten op uw computer aansluiten

Meerdere externe schermen aansluiten Uw desktop PC kan met VGA-, HDMI- of DVI-poorten komen en laat u meerdere externe schermen aansluiten. Als in uw computer een grafische kaart is geïnstalleerd, sluit u de schermen op de uitvoerpoorten van de grafische kaart aan.

Meerdere schermen instellen

Als u meerdere schermen gebruikt, kunt u weergavemodi instellen. U kunt het aanvullende scherm als duplicaat van uw hoofdscherm gebruiken, of als uitbreiding ervan om uw Windows desktop te vergroten. Ga als volgt te werk om meerdere schermen in te stellen: 1.

Schakel uw computer uit.

Verbind de twee schermen met uw computer en verbindt de stroomkabels van de schermen. Raadpleeg in Hoofdstuk 1 de paragraaf Uw computer instellen voor details over op uw computer een monitor aan te sluiten.

Bij sommige grafische kaarten heeft alleen het scherm die als hoofdscherm is ingesteld, tijdens POST weergave. De dubbele schermfunctie werkt alleen onder Windows.

Zet uw computer aan.

Doe één van het volgende om het instellingenscherm Screen Resolution (Schermresolutie) te openen: > Control Panel (Configuratiescherm) > Appearance and • Klik op Personalization (Verschijning en verpersoonlijking) > Display (Weergave) > Change display settings (Weergave-instellingen wijzigen). • Klik ergens op uw Windows-bureaublad met de rechtermuisknop. Als het pop-upmenu verschijnt, klikt u op Personalize (Verpersoonlijken) > Display (Weergave) > Change display settings (Weergave-instellingen wijzigen).

Selecteer van de vervolgkeuzelijst Multiple displays: (Meerdere schermen:) de weergavemodus.

• Deze schermen dupliceren: Selecteer deze optie om het aanvullende scherm als een duplicaat van uw hoofdscherm te gebruiken.

• Deze schermen uitbreiden: Selecteer deze optie om het aanvullende scherm als uitbreidingsscherm te gebruiken. Dit vergroot de ruimte op uw bureaublad. • Bureaublad maar op 1 / 2 tonen: Selecteer deze optie om het scherm alleen op scherm 1 of scherm 2 weer te geven. • Dit scherm verwijderen: Selecteer deze opties om het geselecteerde scherm te verwijderen.

Klik op Apply (Toepassen) of op OK. Klik daarna op het bevestigingsbericht op Keep Changes (Wijzigingen bewaren).

Hoofdstuk 3: Apparaten op uw computer aansluiten

Een HDTV aansluiten Sluit op de HDMI-poort van uw computer een High Definition-tv (HDTV) aan. • Om de HDTV op de computer aan te sluiten, hebt u een HDMI-kabel nodig. De HDMIkabel is afzonderlijk verkrijgbaar.

• Voor de beste weergaveprestatie mag uw HDMI-kabel niet langer dan 15 meter zijn.

Hoofdstuk 3: Apparaten op uw computer aansluiten

Hoofdstuk 4 Uw computer gebruiken

Juiste houding bij het gebruik van uw Desktop PC Als u uw Desktop PC gebruikt, is het belangrijk de juiste houding te bewaren om spanning op uw polsen, handen en andere gewrichten of spieren te vermijden. Deze paragraaf biedt u tips over hoe fysieke ongemakken en mogelijk letsel te vermijden terwijl u uw Desktop PC gebruikt en ervan geniet. Eye level to naar the top Oogniveau deof the monitor van screen bovenkant het computerscherm

Plaats uw werkstoel om te verzekeren dat uw ellebogen ter hoogte of iets boven het toetsenbord zijn om een comfortabele typhouding te verkrijgen.

Stel de hoogte van uw stoel af om te verzekeren dat uw knieën iets hoger zijn dan uw heupen om de achterkant van uw dijen te ontspannen. Indien nodig, dient u een voetsteun te gebruiken om de hoogte van uw knieën te verhogen.

Stel de rug van uw stoel zo af dat de basis van uw ruggengraat stevig wordt ondersteund en iets naar achteren wordt gebracht.

Zit rechtop met uw knieën, ellebogen en heupen in een hoek van ongeveer 90° terwijl u achter de computer zit.

Plaats het scherm recht voor u en draai de bovenkant van het computerscherm op oogniveau zodat uw ogen iets naar beneden zijn gericht.

Houd de muis naast het toetsenbord en, indien nodig, gebruik een polssteun ter ondersteuning om tijdens het typen de druk van uw polsen te halen.

Gebruik uw Desktop PC in een goed verlichte ruimte en houdt het uit de buurt van bronnen die glinsteren, zoals ramen of rechtstreeks zonlicht.

Neem regelmatig kleine pauzes van het gebruik van uw Desktop PC.

Ga als volgt te werk om de juiste houding te behouden:

De geheugenkaartlezer gebruiken Digitale camera's en andere digitale beeldapparatuur gebruiken geheugenkaarten om digitale foto's of mediabestanden op te slaan. Met de ingebouwde geheugenkaartlezer op het voorpaneel van uw systeem kunt u van en naar verschillende geheugenkaartstations lezen en schrijven.

Ga als volgt te werk om de geheugenkaart te gebruiken: 1.

Druk op PUSH (DUWEN) op de voorklep van de I/O-poorten om deze te openen.

Plaats de geheugenkaart in de kaartsleuf. • Een geheugenkaart is gesleuteld zodat het in maar één richting past. Om schade aan de kaart te vermijden, mag u een kaart NIET in een sleuf forceren.

• U kunt de media in één of meer kaartsleuven plaatsen en elke media onafhankelijk gebruiken. Plaats per keer maar één geheugenkaart in een sleuf.

Selecteer van het venster AutoPlay (automatisch afspelen) een programma voor toegang tot uw bestanden. • Als AutoPlay NIET op uw computer is ingeschakeld, klikt u op de takenbalk op de knop Windows® 7 Start en klikt u op Computer. Daarna dubbelklikt u op de pictogram van de geheugenkaart om toegang tot de gegevens op de schijf te nemen.

• Elke kaartsleuf heeft zijn eigen stationspictogram die op het scherm Computer wordt weergegeven. • De LED van de geheugenkaartlezer brandt en knippert terwijl van en naar de geheugenkaart de gegevens worden gelezen of geschreven.

Wanneer voltooid, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram van het geheugenkaartstation op het scherm Computer. Daarna klikt u op Eject (Uitwerpen) en verwijdert u de kaart. Verwijder kaarten nooit tijdens of direct na het lezen, kopiëren, formatteren of verwijderen van gegevens op de kaart, anders kan zich gegevensverlies voordoen. Om gegevensverlies te voorkomen, gebruikt u in het Windows-notificatiegebied de optie "Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen" voordat u de geheugenkaart verwijdert. Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken

Het optisch station gebruiken 1

Een optische schijf plaatsen

Ga als volgt te werk om een optische schijf te plaatsen: 1.

Druk op de klep van de stationssleuf op PUSH (DUWEN) terwijl uw systeem is ingeschakeld, om de lade te openen.

Plaats de schijf in het optische station met het label naar boven gericht.

Duw de lade om het te sluiten.

Selecteer van het venster AutoPlay (automatisch afspelen) een programma voor toegang tot uw bestanden. Als AutoPlay NIET op uw computer is ingeschakeld, klikt u op de takenbalk op de knop Windows® 7 Start en klikt u op Computer. Daarna dubbelklikt u op de pictogram van het cd/dvd-station om toegang tot de gegevens op de schijf te nemen.

Een optische schijf verwijderen

Ga als volgt te werk om een optische schijf te verwijderen:

Terwijl het systeem aan is, moet u één van het volgende doen om de lade uit te werpen: •

Druk op de klep van de stationssleuf op PUSH (DUWEN).

Druk met de rechtermuisknop op het pictogram van het cd/dvd-station op het scherm Computer en klik daarna op Eject (Uitwerpen).

Verwijder de schijf uit het schijfstation.

Het multimedia-toetsenbord gebruiken (alleen op geselecteerde modellen) Het toetsenbord verschilt bij de diverse modellen. Alle afbeeldingen in dit gedeelte zijn alleen ter referentie.

Toetsen Beschrijving 1.

Schakelt de modus voor het dempen van het volume in/uit.

Verlaagt het systeemvolume.

Verhoogt het systeemvolume.

Gaat naar sluimermodus. Druk op een willekeurige toets om uw computer te wekken en naar de vorige bedrijfsstatus terug te keren.

De speciale functietoetsen werken alleen op de besturingsystemen van Windows® XP/ Vista/Windows® 7.

Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken

ASUS SK-2045 toetsenbord 6

Activeert Windows® Flip 3D. Reduceert de afbeeldingsgrootte in Windows® Photo Viewer. Vergroot de afbeeldingsgrootte in Windows® Photo Viewer. Functies met toetsen F1~F12.

13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.

Druk op <Fn + F7> om Microsoft® MSN te starten of, als deze niet is geïnstalleerd, verbinding te maken met de MSN download-pagina. Druk op <Fn + F8> om het Windows® zoekscherm te starten. Druk op <Fn + F9> om in Windows® Media Player af te spelen of te pauzeren.

Druk op <Fn + F10> om het afspelen in Windows® Media Player te stoppen. Druk op <Fn + F11> om in Windows® Media Player naar het vorige nummer te gaan.

Druk op <Fn + F12> om in Windows® Media Player naar het volgende nummer te gaan. Verlaagt het systeemvolume.

Verhoogt het systeemvolume. Schakelt de modus voor het dempen van het volume in/uit. Start Windows® Media Player.

Start Windows® Media Center.

De speciale functietoetsen werken alleen op de besturingsystemen van Windows® Vista/ Windows® 7.

Hoofdstuk 4: Uw computer gebruiken

Verbinden met het Internet Bekabelde verbinding Gebruik een RJ-45-kabel om uw computer met een DSL/kabelmodem of een local area network (LAN-netwerk) te verbinden.

Via een DSL/kabelmodem verbinden

Ga als volgt te werk om een DSL/kabelmodem te verbinden: 1.

Stel uw DSL/kabelmodem in. Raadpleeg de documentatie die met uw DSL/kabelmodem wordt geleverd.

Verbind één uiteinde van een RJ-45-kabel met de LAN-poort (RJ-45) op het achterpaneel van uw computer en het andere uiteinde met een DSL/kabelmodem.

Configureer de benodigde instellingen voor internetverbinding.

Neem contact op met uw Internet serviceprovider (ISP) voor details of hulp bij het instellen van uw internetverbinding.

Verbinden via het local area network (LAN-netwerk) Ga als volgt te werk om via LAN te verbinden: 1.

Verbind één uiteinde van een RJ-45-kabel met de LAN-poort (RJ-45) op het achterpaneel van uw computer en het andere uiteinde met uw LAN.

Zet uw computer aan.

Configureer de benodigde instellingen voor internetverbinding. Neem contact op met uw netwerkbeheerder voor details of hulp bij het instellen van uw internetverbinding.

Hoofdstuk 5: Verbinden met het Internet

Draadloze verbinding (alleen op geselecteerde modellen) Sluit uw computer via een draadloze verbinding aan op het internet. Om een draadloze verbinding te verkijgen, moet u met een draadloos toegangspunt (access point, AP) verbinding maken.

• Plaats de antennes voor de beste draadloze prestatie, bovenop uw computer. • De externe antennes zijn optionele items.

• Om het bereik en de gevoeligheid van het draadloze radiosignaal te vergroten, dient u de externe antennes aan de antenne-connectoren op de ASUS WLAN-kaart aan te sluiten.

Een verbinding maken met een draadloos netwerk: 1.

Klik in het systeemvak op het pictogram van het netwerk draadloze netwerken weer te geven.

Selecteer het draadloze netwerk waarmee u verbinding wilt maken en klik op Connect (Verbinden).

Het kan zijn dat u voor een beveiligd draadloos netwerk de netwerk-beveiligingscode moet intypen. Klik daarna op OK.

Hoofdstuk 5: Verbinden met het Internet

De draadloze verbinding is succesvol opgesteld. De verbindingsstatus wordt

weergegeven en de pictogram van het netwerk geeft de verbindingsstatus

Wacht terwijl uw computer verbinding maakt met het draadloze netwerk.

Hoofdstuk 5: Verbinden met het Internet

De hulpprogramma's gebruiken De ondersteunings-dvd en herstel-dvd zijn mogelijk niet in het pakket opgenomen. U kunt deze zelf branden. Raadpleeg Recovering your system (Uw systeem herstellen) voor details.

ASUS AI Suite II ASUS AI Suite II is een één-in-alles-interface die uit diverse ASUS-hulpprogramma's bestaat en waarmee gebruikers deze hulpprogramma's gelijktijdig kunnen lanceren en gebruiken.

ASUS AI Suite II installeren Ga als volgt te werk om Al Suite II te installeren: 1.

Plaats de ondersteunings-dvd in het optische station. Het tabblad voor installatie van de stuurprogramma's verschijnt als op uw computer de functie Autorun is ingeschakeld.

Klik op het tabblad Utilities (Hulpprogramma's) en klik daarna op ASUS AI Suite II.

Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.

ASUS AI Suite II gebruiken

De Al Suite II start automatisch als u het Windows®-besturingsysteem (OS) ingaat. Het pictogram van de AI Suite II icon verschijnt in het Windows®-notificatiegebied. Klik op de pictogram om de hoofdmenubalk van de Al Suite II te openen. Klik op elke knip om een hulpprogramma te selecteren en te lanceren, om het systeem te controleren, om de moederbord-BIOS bij te werken, om de systeeminformatie weer te geven en om de instellingen van de Al Suite II aan te passen.

Klik om de Klik om de interfacesysteeminformatie instellingen aan te te tonen passen

Klik om sensors of Klik om het Klik hier om een hulpprogramma te CPU-frequentie te moederbord BIOS selecteren controleren bij te werken

Extra De sectie Tool (Extra) omvat de panelen voor EPU, Probe II en Sensor record.

EPU EPU is een energie-efficiënt hulpprogramma die aan diverse computervereisten voldoet. Dit hulpprogramma levert diverse modi die u kunt selecteren om systeemvermogen te besparen. Door de Automatische modus te selecteren, schakelt het systeem automatisch en volgens de huidige systeemstatus tussen de modi. U kunt ook elke modus aanpassen door instellingen zoals CPU-frequentie, GPU-frequentie, vCore-spanning en ventilator bediening te configureren. EPU lanceren

Na van de ondersteunings-dvd Al Suite II te installeren, lanceert u de EPU door op de hoofdmenubalk van de Al Suite II op Tool (Extra) > EPU te klikken. Geeft het volgende bericht weer als er geen VGA-motor voor stroombesparing is gedetecteerd.

Geeft huidige modus weer Als de items branden, betekent dit dat de motor voor stroombesparing is geactiveerd Geeft de gereduceerde hoeveelheid CO2 weer

*Schakelt tussen de weergave van Totaal en Huidige CO2 verminderd Geeft het huidige CPUvermogen weer Geavanceerde instellingen voor elke modus Meervoudige modi voor systeembesturing

Geeft van elke modus de systeemeigenschappen weer

Selecteer From EPU Installation (Van EPU-installatie) om de CO2 te tonen die, sinds u EPU hebt geïnstalleerd, is verminderd. Selecteer From the Last Reset (Van de laatste reset) om de totaal CO2 te tonen die, sinds u op de knop Wissen hebt geklikt, is verminderd.

Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken

Probe II Probe II is een hulpprogramma dat de vitale componenten van de computer controleert en enige problemen met deze componenten detecteert en u hierover waarschuwt. Probe II voelt ondermeer ventilatorrotaties, CPU-temperatuur en systeemspanningen. Met dit hulpprogramma bent u verzekerd dat uw computer altijd in een gezonde bedrijfsconditie is. Probe II lanceren

Na van de ondersteunings-dvd Al Suite II te installeren, lanceert u de Probe II door op de hoofdmenubalk van de Al Suite II op Tool (Extra) > Probe II te klikken. Probe II configureren

Klik op de tabbladen Voltage/Temperature/Fan Speed (Spanning/Temperatuur/Ventilatorsnelheid) om de sensors te activeren of om de drempelwaarden van de sensors bij te stellen. Met het tabblad Preference (Voorkeur) kunt u de tijdsinterval van de waarschuwingen van de sensors aanpassen, of de temperatuurseenheid wijzigen.

Slaat uw configuratie op Laadt de standaard drempelwaarden voor elke sensor

Past uw wijzigingen toe

Laadt uw opgeslagen configuratie

Sensor Recorder Met Sensor Recorder kunt u de wijzigingen in de systeemspanning, temperatuur en ventilatorsnelheid controleren en de wijzigingen opnemen. Sensor Recorder lanceren

Na van de ondersteunings-dvd AI Suite II te installeren, klikt u op Tool (Extra) > Sensor Recorder op de hoofdmenubalk van AI Suite II om PC Probe te lanceren. Sensor Recorder configureren

Klik op de tabbladen Voltage/Temperature/Fan Speed (Spanning/Temperatuur/Ventilatorsnelheid) en selecteer de sensors die u wilt controleren. Met het tabblad History Record (Historie-opname) kunt u de wijzignigen in de sensors die u hebt ingeschakeld, opnemen.

Selecteer de sensors die u wilt controleren.

Sleep om gedurende een bepaalde tijdsperiode de status weer te geven

Klik om naar de standaardmodus terug te keren

Klik om de Y-as in/uit te zoomen Klik om de X-as in/uit te zoomen

Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken

Scherm De sectie Monitor (Scherm) omvat de panelen Sensor en CPU-frenquentie.

Het paneel Sensor geeft de huidige waarde van een systeemsensor weer, zoals ventilatorrotatie, CPU-temperatuur en spanningen. Klik op de hoofdmenubalk van Al Suite II op Monitor (Scherm) > Sensor om het paneel Sensor te lanceren.

Het paneel CPU-frequentie geeft de huidige CPU-frequentie en CPU-gebruik weer. Klik op de hoofdmenubalk van Al Suite II op Monitor (Scherm) > CPU Frequency (CPU-frequentie) om het paneel CPU-frequentie te lanceren.

Update Met de sectie Update kunt u de moederbord-BIOS bijwerken, evenals de BIOS-startlogo met de voor ASUS ontworpen hulpprogramma's voor bijwerken.

De ASUS Update is een hulpprogramma waarmee u de moederbord-BIOS in het Windows®besturingsysteem kunt beheren, opslaan en bijwerken. Met het hulpprogramma ASUS Update kunt u de BIOS rechtstreeks vanaf de internet bijwerken, het nieuwste BIOS-bestand van het internet downloaden, de BIOS vanaf een bijgewerkt BIOS-bestand bijwerken, het huidige BIOS-bestand opslaan of de informatie van de BIOS-versie weergeven.

De BIOS via de internet bijwerken Ga als volgt te werk om de BIOS via de internet bij te werken:

Selecteer van het scherm ASUS Update, Update BIOS from Internet (Update BIOS van internet) en klik daarna op Next (Volgende). Selecteer de dichtstbijzijnde ASUS FTP-site on netwerkverkeer te vermijden.

Als u de functie voor BIOS-downgrade en de functie Automatische BIOS back-up wilt inschakelen, schakelt u op het scherm de keuzevakken voor de twee items in. Selecteer de BIOS-versie die u wilt downloaden. Klik op Next (Volgende).

Als geen bijgewerkte versie wordt gedetecteerd, wordt het als het scherm op de rechterzijde weergegeven. U kunt beslissen of u het BIOS-startlogo, wat de afbeelding is die tijdens de Power‑On Self-Tests (POST) op het scherm verschijnt, wilt veranderen. Klik op Yes (Ja) als u het startlogo wilt wijzigen of op No (Nee) om door te gaan.

Volg de instructies op het scherm om het updateproces te voltooien.

De BIOS via een BIOS-bestand bijwerken Ga als volgt te werk om de BIOS via een BIOS-bestand bij te werken:

Selecteer van het scherm ASUS Update, Update BIOS from file (Update BIOS van bestand) en klik daarna op Next (Volgende). Zoek via het scherm Open het BIOS-bestand, klik op Open en klik op Next (Volgende).

U kunt beslissen of u het startlogo van de BIOS wilt wijzigen. Klik op Yes (Ja) als u het startlogo wilt wijzigen of op No (Nee) om door te gaan.

Volg de instructies op het scherm om het updateproces te voltooien.

Systeeminformatie De sectie Systeeminformatie geeft de informatie over het moederbord, de CPU en geheugensleuven weer. • •

Klik op het tabblad MB om de details van de fabrikant van het moederbord, de naam van het product, de versie en de BIOS weer te geven. Klik op het tabblad CPU om de details op de processor en de Cache weer te geven.

Klik op het tabblad SPD en selecteer de geheugensleuf om de details op de geheugenmodule die op de overeenkomende sleuf zijn geïnstalleerd, weer te geven.

Instellingen Met de sectie Instellingen kunt u de instellingen van de hoofdmenubalk en de weergave van de interface aanpassen. •

Met Applicatie kunt u de applicatie selecteren die u wilt inschakelen.

Met Weergave kunt u het contrast, de helderheid, de intensiteit, de tint en de gamma van de interface aanpassen.

Met Balk kunt u de balkinstellingen modificeren,

Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken

ASUS AI Manager ASUS AI Manager is een hulpprogramma waarmee u snel een eenvoudig toegang tot regelmatig gebruikte applicaties krijgt.

AI Manager installeren

Ga als volgt te werk om Al Manager te installeren: 1.

Plaats de ondersteunings-dvd in het optische station. Als Autorun is ingeschakeld, verschijnt de Wizard installatie stuurprogramma's. Als Autorun is uitgeschakeld, dubbelklikt u op het bestand setup.exe file in de map ASUS AI Manager op de ondersteunings-dvd.

Klik op het tabblad Utilities (Hulpprogramma's) en klik daarna op ASUS AI Manager.

Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.

Om de AI Manager vanaf het Windows®-bureaublad te lanceren, klikt u op Start > All Programs (Alle Programma's) > ASUS > AI Manager > AI Manager 1.xx.xx. De snelbalk van Al Manager verschijnt op het bureaublad. Na de applicatie te lanceren, verschijnt in de Windows®-takenbalk de pictogram van Al Manager. Klik met de rechtermuisknop op deze pictogram om tussen de snelbalk en het hoofdvenster te wisselen en om de Al Manager vanaf de snelbalk of takenbalk te lanceren.

De Al Manager-snelbalk bespaart ruimte op het bureablad en laat u de ASUShulpprogramma's lanceren of de systeeminformatie eenvoudig weergeven. Klik op één van de tabbladen Hoofdmenu, Mijn favorieten, Ondersteuning of Informatie om de inhoud van de menu's weer te geven. Knop Afsluiten Naar hoofdvenster schakelen Aan werkbalk toevoegen

Klik op de knop Maximaliseren/herstellen om tussen volledig scherm en snelbalk te wisselen. Klik op de knop Minimaliseren om de Al Manager op de takenbalk te houden. Klik op de knop Sluiten om de AI Manager te sluiten.

Het Hoofdmenu bevat drie hulpprogramma's: AI Disk (Al schijf), AI Security (Al beveiliging) en AI Booting (Al opstarten). Klik met de pijl op het pictogram van het hoofdmenu om door de hulpprogramma's in het hoofdmenu te bladeren.

Met Al Disk (Al schijf) kunt u gemakkelijk tijdelijke IE-bestanden, IE-cookies, IE URL's, IE-historie of de Prullenbak wissen. Klik op de snelbalk op de pictogram Al Disk (Al schijf) om het volledige Al Disk (Al schijf)-venster weer te geven en de items te selecteren die u wilt wissen. Klik op Apply (Toepassen) wanneer u klaar bent. Al-beveiliging

Met Al Security (Al-beveiliging) kunt u een wachtwoord instellen om uw apparatuur, zoals USB flash-disks en cd/dvd-schijven tegen onbevoegde toegang te beveiligen. Ga als volgt te werk om een apparaat te vergrendelen:

1. Wanneer u Al Security (Al-beveiliging) voor de eerste keer gebruikt, wordt u gevraagd een wachtwoord in te stellen. Typ een wachtwoord met maximaal 20 alfanumerieke tekens in. 2.

Bevestig het wachtwoord.

Typ de hint voor het wachtwoord in (aanbevolen).

Klik op Ok wanneer u klaar bent.

5. Selecteer het apparaat dat u wilt vergrendelen en klik daarna op Apply (Toepassen). 6.

Typ het wachtwoord in dat u eerder hebt ingesteld en klik daarna op Ok.

Ga als volgt te werk om het apparaat te ontgrendelen: 1.

Deselecteer het vergrendelde apparaat en klik op Apply (Toepassen).

2. Typ het wachtwoord in dat u eerder hebt ingesteld en klik daarna op Ok. Ga als volgt te werk om het wachtwoord te veranderen:

• Klik op Change Password (Wachtwoord wijzigen) en volg de instructies op het scherm om het wachtwoord te veranderen.

Met Al Booting (Al opstarten) kunt u de voorkeursvolgorde voor het opstarten van apparaten aangeven. Ga als volgt te werk om de opstartvolgorde aan te geven: 1. Selecteer een apparaat en klik met de linker/rechter-knop om de opstartvolgorde aan te geven. 2.

Met My Favorites (Mijn favorieten) kunt u applicaties toevoegen die u regelmatig gebruikt. Dit spaart u tijd om in uw computer naar de applicaties te zoeken.

Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken

Ga als volgt te werk om een applicatie toe te voegen: 1.

Klik op Add (Toevoegen) en zoek dan de applicatie die u aan My Favorites (Mijn favorieten) wilt toevoegen.

Klik op het venster voor bestanden zoeken op Open. De applicatie wordt aan de lijst My Favorites (Mijn favorieten) toegevoegd.

Klik met de rechtermuisknop op de pictogram van de applicatie om de geselecteerde applicatie te lanceren, verwijderen of te hernoemen. U kunt ook dubbelklikken om de geselecteerde applicatie te lanceren.

Klik op het venster Support (Ondersteuning) op een willekeurige koppeling om naar de ASUS-website, website voor technische ondersteuning, website voor ondersteuning bij downloaden of website met contactinformatie te gaan.

Klik op het venster Information (Informatie) op het tabblad om de gedetailleerde informatie over uw systeem, moederbord, CPU, BIOS, geïnstalleerde apparaten en het geheugen te zien.

Nero 9 Met Nero 9 kunt u verschillende soorten gegevens maken, kopiëren, branden, bewerken, delen en bijwerken.

Ga als volgt te werkt om Nero 9 te installeren: 1.

Plaats de Nero 9-dvd in uw optische station.

Als Autorun is ingeschakeld, wordt het hoofdmenu automatisch weergegeven. Als Autorun is uitgeschakeld, dubbelklikt u vanuit de hoofdmap van uw Nero 9-dvd op het bestand SeupX.exe.

Klik in het hoofdmenu op Nero 9 Essentials (Essentiële instellingen Nero 9).

Selecteer de taal die u voor de Installatiewizard wilt gebruiken. Klik op Next (Volgende).

Klik op Next (Volgende) om door te gaan.

Vink I accept the License Conditions (Ik accepteer de licentievoorwaarden) aan. Klik op Next (Volgende) wanneer u klaar bent.

Selecteer Typical (Typisch) en klik daarna op Next (Volgende).

Vink Yes, I want to help by sending anonymous application data to Nero (Ja, ik wil helpen door anonieme applicatiegegevens naar Nero te sturen) aan en klik daarna op Next (Volgende).

Klik op Exit (Afsluiten) wanneer u klaar bent.

Ga als volgt te werk om bestanden te branden: 1.

Klik op het hoofdmenu op Data Burning (Gegevens branden) > Add (Toevoegen).

Selecteer de bestanden die u wilt branden. Klik op Add (Toevoegen) wanneer u klaar bent.

Klik, nadat u de bestanden hebt geselecteerd die u wilt branden, op Burn (Branden) om de bestanden naar een schijf te branden. Raadpleeg de Nero-website op www.nero.com voor meer details over het gebruik van Nero 9.

Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken

Uw systeem herstellen Gebruik de Herstellingspartitie

De Herstellingspartitie herstelt de software op uw Desktop PC snel terug naar de oorspronkelijke bedrijfsstatus. Voordat u de Herstellingspartitie gebruikt, moet u uw gegevensbestanden (zoals de Outlook PST-bestanden) naar USB-opslagapparatuur of naar een netwerkstation kopiëren en enige aangepaste configuratie-instellingen (zoals netwerkinstellingen) noteren.

Info over de Herstellingspartitie

De Herstellingspartitie is een gereserveerde ruimte op het station voor uw vaste schrijf. Het wordt gebruikt om besturingssystemen, stuurprogramma's en hulpprogramma's die in de fabriek op uw Desktop PC werden geïnstalleerd, te herstellen. U mag de partitie met de naam RECOVERY (HERSTEL) NIET verwijderen. De Herstellingspartitie is in de fabriek gemaakt en kan niet worden hersteld als u deze verwijderd. Breng uw Desktop PC naar een bevoegd ASUS-servicecentrum als u problemen ondervindt met het herstellingsproces.

Ga als volgt te werk om de Herstellingspartitie te gebruiken: 1.

Druk tijdens het opstarten op <F9>.

Druk op <Enter> om Windows-instellingen [EMS ingeschakeld] te selecteren.

Selecteer één van de volgende herstelopties. Systeemherstel:

Met deze functie kunt u het systeem naar de standaard-fabrieksinstellingen herstellen. Back-up Systeemafbeelding:

Met deze functie kunt u een back-up van de systeemafbeelding naar dvd-schijven branden. Deze kunt u later gebruiken om het systeem naar zijn standaardinstellingen te herstellen. Back-up Systeem-dvd:

Met deze functie kunt u van de ondersteunings-dvd een back-upkopie maken. 4.

Volg de instructies op het scherm om het herstelproces te voltooien.

Ga naar de ASUS-website op www.asus.com voor bijgewerkte stuurprogramma's en hulpprogramma's.

De Herstel-dvd (op geselecteerde modellen) gebruiken Bereid naar instructies 1~3 lege schrijfbare dvd's voor om de Herstel-dvd te maken. Verwijder de externe vaste schijf voordat u op uw Desktop PC een systeemherstel uitvoert. Volgens Microsoft kunt u belangrijke gegevens verliezen omdat Windows op de verkeerde schijfstation kan worden geïnstalleerd of omdat de onjuiste stationpartitie kan worden geformatteerd.

Ga als volgt te werk om de Herstel-dvd te gebruiken: 1.

Plaats de herstel-dvd in het optische station. Uw Desktop PC moet worden INgeschakeld.

Herstart de Desktop PC en druk tijdens het opstarten op <F8> en selecteer het optische station (kan als "CD/DVD" zijn gelabeld) en druk op <Enter> om de Hersteldvd te starten.

Selecteer OK om te beginnen met het herstellen van de afbeelding.

Selecteer OK om het systeemherstel te bevestigen. Het herstellen zal uw vaste schijf overschrijven. Zorg dat u, voordat u het systeem herstelt, van al uw belangrijke gegevens een back-up maakt.

Volg de instructies op het scherm om het herstelproces te voltooien. Tenzij u hiervoor instructies krijgt mag u de Herstelschijf NIET verwijderen tijdens het herstelproces want anders worden uw partities onbruikbaar. Ga naar de ASUS-website op www.asus.com voor bijgewerkte stuurprogramma's en hulpprogramma's.

Hoofdstuk 6: De hulpprogramma's gebruiken

Hoofdstuk 7 Problemen oplossen Problemen oplossen Dit hoofdstuk presenteert enkele problemen die u kunt tegenkomen en de mogelijke oplossingen.

Mijn computer kan niet worden ingeschakeld en de vermogen-LED op het voorpaneel brandt niet. •

Controleer of uw computer goed is aangesloten.

Controleer of de contactdoos werkt.

Controleer of de voedingseenheid is ingeschakeld. Raadpleeg de sectie Uw computer AAN/UIT-schakelen in Hoofdstuk 1.

Mijn computer blijft hangen. •

Doe het volgende om de programma's die niet reageren, te sluiten: 1. Druk gelijktijdig op de toetsen <Alt> + <Ctrl> + <Delete> op het toetsenbord en klik daarna op Start Task Manger (Taakbeheer starten). 2.

Klik op het tabblad Applications (Applicaties).

3. Selecteer het programma dat niet reageert en klik daarna op End Task (Taak beëindigen). •

Ik kan niet via de ASUS WLAN-kaart (alleen op geselecteerde modellen) verbinding maken met een draadloos netwerk? •

Zorg dat u voor het draadloze netwerk waarmee u verbinding wilt maken, de juiste netwerkbeveiligingscode invoert.

Sluit de externe antennes (optioneel) aan op de antenneconnectoren op de ASUS WLAN-kaart en plaats de antennes voor de beste draadloze prestaties, bovenop het chassis van uw computer.

Als het toetsenbord niet reageert. Houd de aan/uit-knop bovenop uw chassis ingedrukt totdat de computer uitschakelt. Druk daarna op de aan/uit-knop om het in te schakelen.

De pijltoetsen op het numerieke toetsenbord werken niet.

Controleer of het Number Lock-LED uit is. Als de Number Lock-LED brandt, worden de toetsen op het numerieke toetsenbord alleen voor invoering van nummers gebruikt. Druk op de toets Number Lock om de LED uit te schakelen als u de pijltoetsen op het numerieke toetsenbord wilt gebruiken. 391

Geen weergave op het scherm. •

Controleer of het scherm is ingeschakeld.

Zorg dat uw scherm goed op de video-uitvoerpoort op uw computer is aangesloten.

Als uw computer met een discrete grafische kaart wordt geleverd, dient u uw scherm op een video-uitvoerpoort op de discrete grafische kaart aan te sluiten.

Controleer of er enige pennen van de videoconnector van het scherm zijn verbogen. Als u verbogen pennen ontdekt, dient u de videoconnector-kabel van het scherm te vervangen.

Controleer of uw scherm juist in een voedingsbron is gestoken.

Raadpleeg de documentatie die met uw scherm werd geleverd voor meer informatie over probleemoplossen.

Wanneer meerdere schermen worden gebruikt, heeft maar één scherm weergave. •

Zorg dat beide schermen zijn ingeschakeld.

Tijdens POST heeft alleen het scherm die op de VGA-poort is aangesloten, weergave. De dubbele schermfunctie werkt alleen onder Windows.

Als in uw computer een grafische kaart is geïnstalleerd, dien u te verzekeren dat de schermen op de uitvoerpoorten van de grafische kaart zijn aangesloten.

Controleer of de instellingen voor meervoudige weergave juist zijn. Raadpleeg de sectie Meerdere externe schermen aansluiten in Hoofdstuk 3 voor details.

Mijn computer kan mijn USB-opslagapparaat niet te vinden. •

De eerste keer dat u uw USB-opslagapparaat op uw computer aansluit, installeert Windows er automatisch een stuurprogramma voor. Wacht even en ga naar Mijn computer om te controleren of het USB-opslagapparaat is gedetecteerd.

Sluit uw USB-opslagapparaat op een andere computer aan om te zien of het USB-opslagapparaat beschadigd of defect is.

Ik wil wijzigingen aan de systeeminstellingen van mijn computer opslaan of ongedaan maken, zonder mijn persoonlijke bestanden of gegevens te beïnvloeden. Met de functie Windows®-systeemherstel kunt u veranderingen aan de systeeminstellingen van uw computer herstellen of ongedaan maken, zonder uw persoonlijke gegevens zoals documenten of foto's te beïnvloeden. Raadpleeg de sectie Uw systeem herstellen in Hoofdstuk 2 voor meer details.

Hoofdstuk 7: Problemen oplossen

Het beeld op de HDTV is uitgerekt. •

Het wordt door verschillende resoluties van uw scherm en uw HDTV veroorzaakt. Stel de schermresolutie aan zodat het bij uw HDTV past. Ga als volgt te werk om de schermresolutie te veranderen: 1. Doe één van het volgende om het instellingenscherm Screen Resolution (Schermresolutie) te openen:

> Control Panel (Configuratiepaneel) > Appearance • Klik op and Personalization (Verschijning en verpersoonlijking) > Display (Weergave) > Change display settings (Weergave-instellingen wijzigen). • Klik ergens op uw Windows-bureaublad met de rechtermuisknop. Als het pop-upmenu verschijnt, klikt u op Personalize (Verpersoonlijken) > Display (Weergave) > Change display settings (Weergave-instellingen wijzigen).

2. Stel de resolutie bij. Raadpleeg voor de resolutie, de documentatie die met uw HDTV werd geleverd. 3. Klik op Apply (Toepassen) of OK. Klik daarna op het bevestigingsbericht op Keep Changes (Wijzigingen bewaren).

Mijn luidsprekers produceren geen geluid. • • • •

Het dvd-station kan geen disk lezen. • • •

Zorg dat u uw luidsprekers op de Poort lijn Uit (limoen) op het voor- of achterpaneel aansluit. Controleer of uw luidspreker op een elektrische bron is aangesloten en is ingeschakeld. Stel het volume van uw luidsprekers bij. Zorg dat het geluid van uw computersysteem niet is gedempt. • Als het is gedempt, wordt het volumepictogram als volgt weergegeven: . Om het systeemgeluid in te schakelen, klikt u vanuit het Windowsnotificatiegebied op en daarna op . • Als het niet wordt gedempt, klikt u op en sleept u de schuifbalk om het volume bij te stellen. Sluit uw luidsprekers op een andere computer aan om te testen of de luidsprekers goed werken.

Controleer of de disk met het label opwaarts is geplaatst. Controleer of de disk in het midden van de la is geplaatst, vooral bij disks met een niet-standaard afmeting of vorm. Controleer of de disk is bekrast of beschadigd.

De uitwerpknop van het dvd-station reageert niet. > Computer.

Klik met de rechtermuisknop op menu op Eject (Uitwerpen).

en klik daarna vanuit het

Onjuiste voedingsspanning Geen voeding (de voedingsindicator is uit)

Uw computer is niet ingeschakeld. De stroomkabel van uw computer is niet goed aangesloten. Problemen met PSU (Power supply unit, voedingseenheid)

• S tel de schakelaar voor voedingspanning van uw computer in op de voedingsvereisten van uw gebied. • Stel de spanningsinstellingen bij. Zorg dat de stroomkabel uit de contactdoos is getrokken. Druk op het voorpaneel op de aan/uit-knop om te verzekeren dat uw computer is ingeschakeld. • Z org dat de stroomkabel goed is aangesloten. • Gebruik een andere compatibele stroomkabel. Probeer een andere PSU op uw computer te installeren.

Na het inschakelen van de computer is geen beelduitvoer (zwart scherm)

De signaalkabel is niet op de juiste VGA-poort op uw computer aangesloten.

• Sluit de signaalkabel op de juiste signaalpoort (onboard VGA- of discrete VGA-poort) aan. • Als u een discrete VGA-kaart gebruikt, sluit u de signaalkabel aan op de discrete VGA-poort.

Problemen signaalkabel

Probeer op een ander scherm aan te sluiten.

Hoofdstuk 7: Problemen oplossen

Kan geen toegang krijgen tot het internet.

Verzeker of de LAN-LED brandt. Zo niet, probeer een andere LANkabel. Als het nog niet werkt, dient u contact op te nemen met het ASUSservicecentrum.

De LAN-kabel is niet aangesloten.

Uw computer is niet goed op een router of hub aangesloten. Netwerkinstellingen Problemen door de antivirus-software veroorzaakt Problemen stuurprogramma's

Sluit de LAN-kabel aan op uw computer.

Verzeker of uw computer goed op een router of hub is aangesloten. Neem contact op met uw internet service-provider (ISP) voor de juiste LAN-instellingen. Sluit de antivirus-software. Installeer het LAN-stuurprogramma opnieuw

Luidspreker of koptelefoon is op de verkeerde poort aangesloten.

• R aadpleeg de gebruikershandleiding van uw computer betreffende de juiste poort. • Verwijder en sluit de luidspreker opnieuw op uw computer aan.

Luidspreker of koptelefoon werkt niet.

Probeer een andere luidspreker of koptelefoon te gebruiken.

De audiopoorten op de voor- en achterkant werken niet.

Probeer de audiopoorten op de vooren achterkant. Als één poort faalt, dient u te controleren of de poort op een multi-kanaal is ingesteld. Installeer het audio-stuurprogramma opnieuw

Systeemsnelheid is te langzaam

Er zijn te veel programma's werkzaam. Virusaanval op computer

Storing station vaste schijf

Het systeem blijft vaak hangen of bevriest.

Sluit enkele programma's. • Gebruik een antivirus-software om voor virussen te scannen en repareer uw computer. • Installeer het besturingsysteem opnieuw. • Stuur het beschadigde station van de vaste schijf naar het ASUSservicecentrum voor service. • Vervang met een nieuw station voor vaste schrijf.

Problemen geheugenmodule

• Vervang met compatibele geheugenmodules. • Verwijder de extra geheugenmodules die u hebt geïnstalleerd en probeer opnieuw.

Er is niet genoeg luchtventilatie voor uw computer.

Verplaats uw computer naar een plek met betere luchtstroom.

Incompatibele softwares zijn geïnstalleerd.

Installeer het besturingsysteem opnieuw en installeer compatibele softwares.

Hoofdstuk 7: Problemen oplossen

Uw computer is aan het opstarten. Meteen na het aanzetten van de computer is er te veel lawaai.

De BIOS-instellingen zijn veranderd. Oude BIOS-versie

De CPU-ventilator is vervangen. Computer is te luidruchtig tijdens het gebruik.

Er is niet genoeg luchtventilatie voor de computer. De systeemtemperatuur is te hoog.

Dit is normaal. De ventilatoren werken op volle snelheid als de computer opstart. De ventilator zal langzamer werken nadat de computer het besturingsysteem ingaat. Herstel de BIOS naar de standaardinstellingen.

Werk de BIOS bij naar de nieuwste versie. Ga naar de site voor ASUSondersteuning op http://support. asus.com om de nieuwste BIOSversies te downloaden. Zorg dat u een compatibele of door ASUS aangeraden CPU-ventilator gebruikt. Verplaats uw computer naar een plek met betere luchtstroom. • W erk de BIOS bij. • Als u weet hoe het moederbord opnieuw te installeren, dient u de interne ruimte van de chassis te proberen reinigen.

Als het probleem aanhoudt, dient u de garantiekaart van uw Desktop PC te raadplegen en contact op te nemen met het ASUS-servicecentrum. Ga naar de site voor ASUS-ondersteuning op http://support.asus.com voor informatie betreffende het servicecentrum.

Technisch Ondersteuning Telefoon Online ondersteuning

Technisch Ondersteuning Telefoon Fax ondersteuning Online support

Technisch Ondersteuning Telefoon Fax ondersteuning Online ondersteuning

+49-1805-010923* +49-2102-9599-11* support.asus.com

*EUR 0,14/minuut vanaf een vaste Duitse landlijn; EUR 0,42/minuut vanaf een mobiele telefoon.

Fabrikant Nederlands 398

ASUSTeK Computer Inc. Tel: +886-2-2894-3447 Adres: No. 150, LI-TE RD., PEITOU, TAIPEI 112,