440T - Laptop MAXDATA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 440T MAXDATA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Laptop in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 440T - MAXDATA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 440T van het merk MAXDATA.
GEBRUIKSAANWIJZING 440T MAXDATA
RJ-11 aansluiting (optioneel) Beginnen 1-1
Volume regelaar Achteraanzicht
Expansie aansluiting
10. Microfoon aansluiting
Vooraanzicht 1-2 Beginnen
Sluiting Onderaanzicht
Modem kaart afsluiting
CPU kaart afsluiting
FDD/HDD module Bovenaanzicht (open) Duw om de klep te openen de sluiting naar rechts en til de klep omhoog.
Stroom indicators Batterij indicator
- Gloeit groen op wanneer de batterij volledig opgeladen is en AC adapter aangesloten.
- Gloeit orange op wanneer batterij wordt opgeladen.
- Gloeit rood op wanneer batterij bijna leeg is.
- Knippert rood wanneer de batterij in kritieke fase komt. Batterij stroomvoorziening indicator
- Gloeit op wanneer de notebook gebruikt maakt van stroomvoorziening door de batterij.
- Knippert wanneer de notebook, gebruik makend van stroomvoorziening door de batterij, in Suspend-toRAM stand is. AC stroomtvoorziening indicator
- Gloeit op wanneer de notebook gebruik maakt van AC stroomtoevoer.
- Knippert wanneer de notebook, gebruik makend van AC stroomtoevoer, in Suspend-to-RAM stand is. (Zie de „Introductie voor Stroom Management in Hoofdstuk 2 voor informatie over de Suspend-to-RAM stand.) 1-4 Beginnen De notebook aan de gang krijgen Aansluiten op AC stroomvoorziening
Plug het DC snoer in de stroom-aansluiting aan de achterkant van de notebook.
Plug het vrouwelijke uiteinde van het AC snoer in de AC adapter en het mannelijke uiteinde in een stopcontact. Als de AC adapter aangesloten is, licht de indicator op de AC adapter op om aan te geven dat er stroomtoevoer is van het stopcontact naar de AC adapter en naar uw notebook. Als de Battery indicator ( ) op uw notebook oranje opgloeit, betekent dat dat de AC adapter de batterij aan het versneld opladen is.
Laat, om de batterij volledig op te laden, de notebook uit, en wacht tot de batterij indicator groen oplicht. WAARSCHUWING: Wanneer u de AC adapter uitplugt, haal dan altijd de stekker uit het stopcontact voordat u de stekker uit de notebook haalt. Doet u dit in omgekeerde volgorde dan kunt u de AC adapter of de notebook beschadigen. De batterij gebruiken Als de AC adapter niet aangesloten is, kunt u van de batterij gebruik maken. Laad, om optimale gebruiksduur van uw batterij te verzekeren, bij de eerste keer gebruik de batterij volledig op, gebruik hem tot hij volledig leeg is en laad hem dan weer volledig op. (Zie hoofdstuk 3 voor meer informatie over het gebruik van de batterij.) Beginnen 1-5 Opstarten van de notebook
Open de uw notebook door de sluiting naar rechts te schuiven en de klep omhoog te tillen.
Zet de notebook aan door op de aan/uit knop te drukken.
Draai de klep iets naar voren of naar achteren voor een comfortabele kijkhouding. U kunt ook de helderheid van het scherm bijstellen. Druk op [Fn]+[F6] om de helderheid van het scherm te verminderen of druk op [Fn]+[F7] om het scherm helderder te maken.
Iedere keer als de notebook aan wordt gezet, voert het een Power-On Self Test (POST) uit. Wanneer de POST constateert dat de actuele hardware configuratie en de configuratie informatie opgeslagen in de CMOS RAM niet gelijk zijn, zult u een error message te zien krijgen, die u vertelt het SCU programma uit te voeren. (Zie hoofdstuk 5 voor instucties voor het uitvoeren van SCU.)
Als POST zijn controle succesvol heeft voltooid, zal de notebook eerst probren op te starten van drive A, C, of CD-ROM, afhankelijk van de „Boot Sequence instelling in het SCU programma. LET OP: Om het inbrengen van virussen d.m.v. diskettes te voorkomen, wordt u geadviseerd om het systeem vanaf de harde schijf op te starten, i.p.v. vanaf diskette. Als u vanaf drive A moet opstarten, verzeker u er dan van dat de opstart dikette virus-vrij is. Afsluiten van de notebook WAARSCHUWING: Zet nooit de notebook uit terwijl de Disk drive in-gebruik indicator aan is. U loopt dan kans uw gegevens te verliezen.
Als u in een programma aan het werk bent, sla dan uw gegevens op en sluit het programma af.
Verzeker u er eerst van dat alle disk drive in-gebruik indicators uit zijn, verwijder daarna eventuele diskettes uit het diskette station en CD’ uit de CD-ROM drive.
Als u een besturingssysteem zoals Windows 98 of OS/2 gebruikt dat een „Afsluiten commando heeft, kunt u eenvoudigweg het commando selecteren. De computer zal dan uit zichzelf uit gaan.
Zet eventuele aangesloten randapparatuur uit.
Om de notebook te sluiten, kantel de klep naar beneden tot de sluiting met een klik in zijn plaats valt. Zo niet, sluit dan de computer af door de aan/uit knop in te drukken. 1-6 Beginnen WAARSCHUWING: Als u de computer weer aan wilt zetten direkt nadat u hem uit heeft gezet, wacht dan minimaal vijf seconden. Uit en aan zetten van de notebook vlak achter elkaar kan het systeem circuit beschadigen.
Wanneer u de AC adapter uitplugt, haal dan altijd eerst de stekker uit het stopcontact. Beginnen 1-7 Hoofdstuk 2 Gebruik van de notebook Dit hoofdstuk geeft aanwijzingen voor het gebruik van het toetsenbord en de touchpad. Het beschrijft ook in het kort de mogelijkheden van uw computer en geeft tips voor onderhoud. Toetsenbord Cursor besturings toetsen Ho me PgUp Pg Dn End Aan de rechter onderkant van uw toetsenbord vindt u vier cursor besturings toetsen: [↑], [↓], [←], and [→]. Met deze toetsen, ook wel pijltjes-toetsen genoemd, kunt u de bewegingen van de cursor besturen. Aan de rechterkant van het toetsenbord bevinden zich de [Home], [PgUp], [PgDn], en [End] toetsen, waarmee u bewegingen van het beeld of de cursor kunt besturen. Aan de linkerkant van de pijltjes-toetsen vindt u de [Ins] en [Del] toesten, gebruikt voor het aanpassen van tekst. Numeriek toetsenbord Een numeriek toetsenbord van 15 toetsen is ingebouwd in het normale toetsenbord zoals hieronder weergegeven. Gebruik van de notebook 2-1 Wanneer Num Lock aan is, zijn de numerieke toetsen geactiveerd, zodat u deze toetsen kunt gebruiken voor het invoeren van cijfers. LET OP: Als u de eyboard Numlock buiten werking stelt in het SCU programma, zal het numerieke toetsenbord niet functioneren, ook al staat Num Lock aan. In dat geval kunt u eerst de [Fn] toets indrukken, en ingedrukt houden, en dan van de numerieke toetsen gebruik maken. Windows 95 toetsen Op het Windows 95 toetsenbord, vindt u één Windows Logo toets ( á ) en één Applicatie Logo toets ( ). Deze twee toetsen worden gebruikt samen met andere toetsen voor het uitvoeren van software-specifieke functies. (Zie uw Windows 95 handleiding.) Sneltoetsen 2-2
wisselt tussen video beeld output naar het LCD scherm, een externe CRT monitor, TV, of gelijktijdig (in cyclische volgorde).
gereserveerd. F10 wisselt tussen waarschuwings-signaal bij bijna lege batterij aan en uit. Merk op dat dit de functie tijdelijk buiten werking stelt, zonder dat het de attery Low Warning Beep instelling in het SCU programma verandert. F11 wisselt tussen beeldscherm(en) uit en aan. (Is ook van invloed op extern aangesloten CRT of TV.) F12 aktiveert de uspend-to-RAM of uspend-to-Disk stand, al naar gelang de SCU instelling. Gebruik van de notebook Touchpad Leg om van de touchpad gebruik te maken uw duim of wijsvinger op de touchpad. Als u uw vingertop over de touchpad beweegt, zal de aanwijzer, of cursor, op het scherm in de zelfde richting bewegen. Behalve op de rechter knop te drukken, kunt u ook klikken met gebruikmaking van oint and click door zachtjes op de touchpad te tikken. Tik twee keer snel achter elkaar om een dubbel-klik uit te voeren. LET OP: Als u de rechter- en linkerknop verwisselt, zal tikken op de touchpad als aIternatief voor voor het indrukken van de linkerknop niet langer mogelijk zijn. U kunt ook rag-and-drop bewerkingen uitvoeren door het touchpad als een grote linkerknop te gebruiken. Plaats de cursor over hetgeen u wilt verplaatsen. Tik zachtjes twee keer op de touchpad en houd bij de tweede tik uw vinger in contact met de touchpad. U kunt nu het geselecteerde object over het scherm bewegen door uw vingertop over het scherm te bewegen. Wanneer u uw vingertop weer van de touchpad optilt zal het geselecteerde objekt op zijn plaats vallen. Introduktie van Power Management The Power Management voorziening op uw notebook helpt u stroom te besparen. Hier wordt kort de voorziening beschreven. Voer het SCU programma uit om Power Management in werking te stellen. (Zie ower Menu in hoofdstuk 5 voor instructies.) Automatisch stroombeheer Local Power Management Local Power Management controlleert de subsystemen van de notebook. Wanneer een subsysteem niet aktief is voor een bepaalde periode, een zogenaamde ime-out, wordt het automatisch afgesloten of op een lager pitje gezet om het stroomverbruik te beperken. Zodra het subsysteem weer wordt aangesproken wordt het dan weer geaktiveert. Het subsysteem dat in uw notebook op deze wijze wordt bestuurt is de harde schijf. Global Power Management Global Power Management plaatst de notebook automatisch in lage-stroom stand wanneer de notebook niet aktief is voor een bepaalde periode, een zogenaamde ime-out. De notebook zal weer ontwaken wanneer een aktiviteit wordt waargenomen (bijv. het indrukken van een toets). Gobal Power Management werkt met de volgende drie stadiums:
Idle stand Gebruik van de notebook 2-3
Suspend stand (De notebook slaat de aktieve data op in de RAM of op schijf, afhankelijk van de uspend Data to instelling in het SCU programma.) Handmatig stroombeheer U kunt op elk moment handmatig de Suspend stand initiëren opéén van de volgende wijzen:
Door de sneltoets [Fn]+[F12] in te drukken. Door de klep van de notebook te sluiten. Merk op dat dit allen werkt als de over Close instelling in het SCU programma op Suspend staat. Suspend-to-Disk WAARSCHUWING:
1. De Suspend-to-Disk partitie kan afwezig zijn op uw harde schijf. Vraag
dit na bij uw leverancier. Indien er geen suspend-to-disk partitie is, kunt u geen gebruik maken van de Suspend-to-Disk voorziening.
2. De 0VMAKFIL voorziening stelt u in staat de suspend-to-disk partitie
aan te maken. (Zie „0VMAKFIL voorziening in hoofdstuk 6 voor informatie.) Wanneer de notebook suspend-to-disk uitvoert, bewaart het systeem alle openstaande toepassingen als een bestand in de suspend-to-disk partitie op de harde schijf. De notebook gaat hierna automatsch uit. Wanneer u de notebook weer aanzet, laadt hij de gegevens in het bestand in de suspend-to-disk partitie terug in het geheugen, zodat de notebook zich herstelt in exact dezelfde staat als voor dat de suspend-to-disk werd uitgevoerd. Zorg voor uw notebook Onderhoud
2-4 Vermijd het plaatsen van uw notebook in een omgeving onderhevig aan een hoge vochtigheidsgraad, extreme temperaturen, mechanische trillingen, direkt zonlicht, of zware stofvorming. Zorg dat de ventilatie openingen van uw notebook niet afgesloten worden. Plaats de notebook bijvoorbeeld niet op een bed, sofa, kleed, of soortgelijke ondergrond. Anders kan oververhitting optreden, met als gevolg beschadiging van uw computer. Plaats geen zware voorwerpen op de notebook als wanneer hij gesloten is, omdat anders het scherm beschadigd kan raken. Gebruik van de notebook
Maak om een goede werking van de touchpad te verzekeren de touchpad af en toe schoon door met behulp van plakband stof en vet van het oppervlak te verwijderen. Maak de notebook zo nu en dan schoon met een met water bevochtigde zachte doek. Gebruik geen zeep of vloeibare schoonmaakmiddelen op het scherm. Wanneer de externe aansluitpunten niet in gebruik zijn, houd deze dan afgesloten om mogelijke beschadiging veroorzaakt door vuil of statische electriciteit te voorkomen. Draag zorg voor de batterij door de instrukties beschreven in de paragraaf „Belangrijke opmerkingen bij het gebruik van de batterij in hoofdstuk 3. Reizen
Het is verstandig om voor u gaat reizen met uw notebook een back-up op diskettes te maken van de gegevens op uw harde schijf. Neem als voorzorgsmaatregel een extra kopie van de gegevens op de harde schijf met u mee. Verzeker u ervan dat de batterij voledig opgeladen is. Verzeker u ervan dat de notebook uit staat en de klep goed gesloten is. Maak de AC adapter los van uw notebook en neem hem mee. Gebruik de AC adapter als stroomvoorziening en als batterij oplader. Reserveer extra tijd voor de veiligheidscontrole op het vliegveld. Op veel vliegvelden wordt elektronische apparatuur zorgvuldig geïnspecteerd. Neem de notebook als handbagage mee. Check hem niet in als baggage. Als u van plan bent om met uw notebook naar het buitenland te reizen, raadpleeg dan uw leverancier voor het de juiste AC kabel, geschikt voor de elektriciteits standaard van uw bestemming. Gebruik van de notebook 2-5 Hoofdstuk 3 Gebruik van de batterij Dit hoofdstuk vertelt u wat u moet weten wanneer u gebruik maakt van stroomvoorziening door de batterij. Volg de aanwijzingen in dit hoofdstuk voor een optimale prestatie van de batterij. De batterij Opladen van de batterij Verbind om de batterij op te laden de AC adapter met de notebook en een stopcontact. Voor NiMH batterijen duurt het ongeveer twee of drie uur om een lege batterij helemaal op te laden als de notebook uit staat. Voor Li-ion batterijen duurt het ongeveer 90 minuten om de batterij tot 80% van zijn capaciteit op te laden en twee of drie uur om de batterij volledig op te laden. Tijdens het opladen gloeit de Batterij Oplaad Indicator ( ) op de notebook oranje op. Uw wordt aangeraden de notebook uit te laten tijdens het opladen van de batterij. De batterij is volledig opgeladen wanneer de Batterij Oplaad Indicator groen oplicht. Vervangen van de batterij WAARSCHUWING: Er is gevaar van explosie als de batterij niet korrekt wordt geplaatst. Vervang de batterij alleen met optionele batterijen van de producent van de notebook. Volg bij het weggooien van gebruikte batterijen de instrukties van uw leverancier op. Volg de volgende stappen om de batterij te vervangen:
Verzeker u ervan dat de notebook niet aan staat of aangesloten is met AC stroomvoorziening.
Leg de notebook voorzichtig op zijn kop.
Druk de sluiting zijwaarts om de batterij vrij te geven en trek hem uit de de notebook. Gebruik van de batterij 3-1
Vervang de oude batterij met een nieuwe. Plaats de batterij in de opening, de sluiting zal weer in positie vallen. Belangrijke opmerkingen bij het gebruik van de batterij Opladen en ontladen
De batterij zal zich niet oladen als de temperatuur van de batterij beneden de 0°C (32°F) of boven de 40°C (104°F) is. Bovendien zal het opladen stoppen als de temeratuur van de batterij tijdens het opladen boven de 60°C (140°F) komt. Zorg ervoor, om problemen te voorkomen, dat de batterij niet te heet is als u begint met op- of ontladen van de batterij. Volg hiervoor de volgende aanwijzingen op: − Wanneer de batterij volledig leeg gebruikt is, wacht dan 30 minuten voor u de AC adapter aansluit om de batterij weer op te laden. − Laat de notebook uit wanneer de abtterij opgeladen wordt en wacht tot de batterij volledig opgeladen is. − Wanneer de batterij volledig opgeladen is, verwijder dan de AC adapter en wacht 30 minuten voordat u de batterij gaat gebruiken. Wacht met het ontkoppelen van de AC adapter totdat de batterij volledig opgeladen is; anders is het mogelijk dat de batterij ook in een later stadium niet volledig zal opladen. Als de batterij volledig opgeladen is, verwijder dan niet de AC adapter en sluit hem onmiddelijk daarna weer aan om hem nogmaals op te laden. Dit kan de batterij beschadigen. Laat de batterij niet te lang in lege toestand, dat kan de prestaties van de batterij beinvloeden. Problemen oplossen
3-2 Als de werkelijke gebruiksduur van de batterij veel korter is dan de te verwachten gebruiksduur, kunt u een aantal keren (minimaal 3 keer) achter elkaar de batterij volledig leeggebruiken en opladen om het probleem op te lossen. Gebruik van de batterij Omgang met de batterij
Verwijder nooit de batterij terwijl hij in gebruik is. Als u de batterij moet vervangen, verzeker u er dan van dat de notebook uit staat. Laat de batterij op zijn plaats, tenzij u hem gaat vervangen. Als u de batterij verwijdert, houd hem dan op afstand van geleiders zoals metalen en water. Als de pinnen van de batterij in kontakt komen met geleiders, kan de batterij onbruikbaar raken als gevolg van kortsluiting. Wanneer u de AC adapter niet langer gebruikt, haal dan eerst de stekker uit het stopcontact voordat u hem uit de notebook plugt. Neem de gewoonte aan om regelmatig uw gegevens op de harde schijf of op diskette op te slaan, om verlies van gegevens bij het leeg raken van de batterij te voorkomen. Probeer niet de batterij uit elkaar te halen. Onderhoud
Als u een nieuwe batterij installeert, op- en ontlaad de batterij dan minimaal
- n keer volledig, en laad hem dan weer volledig op, voordat u gebruik gaat maken van stroomvoorziening door de batterij. Bescherm uw notebook tegen extremen in temperatuur. Bewaar geen volle batterij in een afgesloten, dicht-gepakte conditie. Anders kan oververhitting van de batterij optreden en het plastic omhulsel smelten. Low Battery signalering en te ondernemen aktie Low battery signalering treedt op wanneer de batterij nog voor ongeveer 10% opgeladen is. De notebook geeft waarschuwings piepjes en de Batterij Oplaad Indicator ( ) knippert rood om u alert te maken en aktie te laten ondernemen. Sla onmiddelijk uw gegevens op bij Low Battery. De gebruikerstijd die u nog rest is afhankelijk van hoe u uw notebook gebruikt: als u gebruik maakt van het audio subsysteem, PC kaart, hard schijf of floppy drive, kan de batterij snel leeg raken. Reageer altijd op de Low Battery waarschuwing door suspend-to-disk uit te voeren, de notebook uit te zetten, of de AC adapter aan te sluiten. Als u geen aktie onderneemt, zal de notebook na twee minuten waarschuwingssignalen automatisch overgaan tot suspend-to-disk en uit gaan. Gebruik van de batterij 3-3 WAARSCHUWING:
1. Als de “Low Battery Warning Beep” uitgeschakeld is in het SCU programma
zal de notebook geen piep-geluiden als waarschuwingssignaal afgeven.
2. Als de suspend-to-disk partitie niet bestaat of de “Susperend-to-Disk”
uitgeschakeld is in de SCU, zal de notebook niet in staat zijn om tot suspend-to-disk over te gaan. Hij zal doorgaan met het afgeven van piep-geluiden totdat u aktie onderneemt of de batterij leeg is.
3. Als u gebruik maakt van een flash PC kaart, gebruik de kaart dan niet
tijdens low battery. Dit omdat de uitvoer langer kan duren dan dat het duurt voordat de batterij leeg is, wat de uitvoer onsuccesvol maakt.
4. Als u er niet in slaagt uw gegevens op te slaan voordat de batterij leeg
geraakt, zullen de gegevens verloren gaan. 3-4 Gebruik van de batterij Hoofdstuk 4 Systeem uitbreiding Dit hoofdstuk vertelt u hoe de meest gebruikte randapparatuur aansluit en PC kaarten installeert. Externe aansluitingen Aansluiten van een externe monitor
Zorg er voor dat de monitor staat ingesteld voor analoog gebruik en dat het voltage overeenkomt met dat van de stroomtoevoer. Raadpleeg de handleiding van de monitor voor instructies.
Zorg er voor dat de notebook niet aan staat of is aangesloten op AC stroomtoevoer.
Open de klep aan de achterkant van de notebook. Plug de D-type signaal aansluiting van de monitor in de VGA poort van uw notebook, gemarkeerd met
Plug het ene uiteinde van het stroomsnoer van de monitor in de stroomaansluiting van de monitor en het andere uiteinde in een stopcontact.
Zet eerst de monitor aan en daarna de notebook.
De monitor moet nu vanzelf reageren. Gebeurt dat niet, dan kunt u wisselen tussen het scherm en de monitor door op de toetsencombinatie [Fn]+[F5] te drukken. Aansluiten van een extern toetsenbord Plug de kabel van het toetsenbord in de PS/2 muis/toetsenbord poort, aan de achterkant van uw notebook. De notebook zal gemarkeerd met automatisch het externe toetsenbord herkennen. Het externe toetsenbord en het toetsenbord van de notebook kunnen tegelijkertijd gebruikt worden. Aansluiten van een muis Voor het aansluiten van een PS/2 muis, plug de kabel van de muis in de PS/2 aan de achterkant van uw muis/toetsenbord poort, gemarkeerd met notebook. Voor een seriële muis, zorg er voor dat de notebook uit staat en plug dan de kabel van de muis in de seriële poort, gemarkeerd met aan de achterkant van uw notebook. Systeem uitbreiding 4-1 Als u een seriële muis gebruikt, zorg er dan voor dat de “COM Port” juist staat ingesteld in het SCU programma. (Zie “Geavanceerd menu” in hoofdstuk 5 voor informatie.) Wanneer een externe muis is aangesloten, wordt de touchpad automatisch buiten werking gesteld. Aansluiten van seriële of parallele randapparatuur Aan de achterkant van uw notebook vind u een serële poort (COM1), , en een parallele poort, gemarkeerd met . Hierop gemarkeerd met kunt u respectievelijk randapparatuur met seriële aansluiting, zoals een seriërele muis of een modem, of randapparatuur met een parallele aansluiting, zoals een parallele printer, aansluiten. Let in aanvulling op de instructies geleverd bij de randapparatuur op het volgende:
Om van seriële apparatuur gebruik te kunnen maken moet u zich er van verzekeren dat de “COM Port” juist staat ingesteld in het SCU programma. (Zie “Geavanceerd menu” in hoofdstuk 5 voor informatie.) Als u van twee-weg of ECP/EPP-geschikte parallelle randapparatuur gebruik wilt maken, zorg er dan voor dat de “LPT Extended Mode” juist staat ingesteld in het SCU programma. (Zie “Geavanceerd menu” in hoofdstuk 5 voor informatie.) Portable modems die van stroom worden voorzien dmv. een seriële of parallele poort kunnen niet worden gebruikt met de notebook. Gebruik in plaats hiervan een modem die wordt gevoed door een eigen batterij of externe AC aansluiting. Aansluiten van IR randapparatuur De IR poort aan de rechter zijkant van de notebook stelt u in staat om draadloos te communiceren met een IR apparatuur. Let in aanvulling op de instructies geleverd bij de randapparatuur op het volgende:
4-2 De IR poort van het apparaat waarmee gecommuniceerd moet worden moet zich bevinden tegenover de IR poort van de notebook en binnen het effectieve gebied van de IR poort van de notebook, dat houdt in, binnen een hoek van ±15 graden en een afstand van 1 meter. Zorg er voor dat de “COM Port” en “Ir Mode” juist staan ingesteld in het SCU programma. (Zie “Geavanceerd menu” in hoofdstuk 5 voor informatie.) Als u een Windows 98 gebruiker bent, moet u de volgende procedure volgen om de IR functie in werking te stellen: “Start Windows 98” “Configuratie scherm” “Netwerk” “IrDA V3.0 Snelle Infrarood Poort” “Eigenschappen” “Geavanceerd” “Waarde” “HP2300”. Systeem uitbreiding
Om gebruik te kunnen maken van IR communicatie heeft u toegevoegde software nodig. Aansluiten van USB randapparatuur De USB poort, gemarkeerd met aan de achterkant van uw notebook, stelt u in staat om USB randapparatuur aan te sluiten. USB is een industrie standaard voor uitbreiding van de PC architectuur. Het maakt een groot aantal toepassingen mogelijk, zoals meervoudige aansluiting (ondersteuning voor gelijktijdige aansturing van meerdere apparaten) en samengevoegde apparaten (randapparatuur met meerdere samengestelde functies.) Aansluiten van TV apparatuur
Zorg er voor dat de notebook niet aan staat of is aangesloten op AC stroomtoevoer.
U heeft een videokabel nodig voor de aansluiting. Plug de kabel in de Svideo uitgang, gemarkeerd met aan de linker zijkant van uw notebook.
Plug het andere uiteinde van de kabel in de video ingang van uw TV.
Doe de notebook aan en start het SCU programma. Zet de “TV Mode” op NTSC of PAL (PAL is de standaard in Europa). Sla op en verlaat het SCU programma. De notebook zal opnieuw opstarten.
Doe de TV aan en zet hem op de video stand. Interne installatie Installeren van een PC kaart PC kaarten zoals ze op de markt verkocht worden, voorzien in verschillende functies. Voorbeelden zijn geheugen kaarten, fax/modem kaarten, en LAN kaarten. PC kaarten die voldoen aan de PCMCIA 2.1 standaard kunnen gebruikt worden met uw notebook. Twee geavanceerde aansluitingen worden ook ondersteund door het PC kaart slot: CardBus and ZV (Zoomed Video) poort. Voer de volgende stappen uit voor het installeren van een PC kaart.
Installeer de PCMCIA driver. (Zie hoofdstuk 6.)
De PC kaart sloten bevinden zich aan de linker zijkant van de notebook Open de deksel voor toegang tot de sloten. Het bovendste is Slot 0 en het onderste slot is Slot 1.
Schuif de PC kaart met de label naar boven in het slot tot de eject knop naar voren springt. Systeem uitbreiding 4-3 (Druk om de PC kaart te verwijderen op de eject knop.) Raadpleeg voor verdere instructies de documentatie geleverd bij uw PC kaart. 4-4 Systeem uitbreiding Hoofdstuk 5 Setup Configuration Utility Dit hoofdstuk vertelt u hoe u uw systeem te configureren met behulp van SCU (Setup Configuration Utility). Starten van SCU SCU geeft u toegang tot de configuratie van het systeem. Druk op [F2] tijdens het opstarten van uw systeem om het SCU programma te starten. LET OP: Er kan een nieuwere versie van het SCU programa zijn ingevoerd na de publicatie van deze handleiding. Bewegen en selecteren U moet door twee of drie levels om de instellingen van een bepaald item te voltooien. In de meeste gevallen zullen het drie levels zijn: menu titel, uitklapmenu, en submenu. Om rond te bewegen binnnen de menu’s en selecties te maken, kunt u zowel gebruik maken van de touchpad of muis als het toetsenbord. Gebruik van touchpad/muis U wordt geadviseerd de touchpad of muis te gebruiken. Dit is meestal eenvoudiger dan gebruik van het toetsenbord. Voor de meeste items kunt u gewoon de aanwijzer met behulp van touchpad of muis naar uw keuze bewegen en dan met de linkerknop er op klikken. Klik met de rechterknop om de selectie op te heffen. Voor een aantal items heeft u het toestenbord nodig om een selectie te maken. Gebruik van toetsenbord Aanwijzingen voor het gebruik van toetsenbord vindt u onderaan het scherm. u kunt ook gebruik maken van de sneltoetsen, welke met een afwijkende kleur op het scherm zijn aangegeven. Hoofdmenu Datum en tijd In “Date and Time” wordt de systeem datum en tijd ingesteld. Setup Configuration Utility 5-1 IDE Instelling De “IDE Settings” stelt het type harde schijf van uw systeem in. Versneld opstarten The “Fast Boot” versnelt, wanneer ingesteld, de opstart procedure door de geheugen test over te slaan. Opstart volgorde De “Boot Sequence” stelt in op welke drive het systeem eerst zoekt naar het besturingssysteem bij het opstarten. Toest-klik De “Key Click” stelt in of u een ‘klik’ hoort bij het indrukken van een toets. TV instelling De “TV Mode” regelt de instelling voor de TV wanneer een TV wordt gebruikt als extern beeldscherm. Geavanceerd menu COM poort De “COM poort” stelt u in staat COM1 en COM2 specifieke functies toe te wijzen. In het algemeen kan COM1 toegewezen worden aan RS-232 (seriële poort) en COM2 aan IR. Selecteer Disabled als u deze (3F8/IRQ4 van COM1 en 2F8/IRQ3 van COM2) nodig heeft voor andere apparatuur. Ir instelling De “Ir Mode” stelt de communicatie standaard in voor de IR poort. Selecteer de instelling in overeenstemming met het type randapparatuur waarmee de motebook moet communiceren. LET OP: U kunt de IrDA 1.1 en ECP functies niet tegelijkertijd gebruiken. De IrDA 1.1 keuzemogelijkheid zal niet verschijnen in het keuzemenu wanneer de “LPT Extended Mode” op ECP staat ingesteld. LPT poort De “LPT Port” stelt het adres in van de LPT poort (parallele poort). LPT instelling De “LPT Extended Mode” regelt de LPT (parallel port) instelling. Uw systeem ondersteunt de EPP (Enhanced Parallel Port) en ECP (Extended Capabilities Port) standaarden, die de standaard parallele port veranderen in een hoge snelheids-, twee-weg poort. 5-2 Setup Configuration Utility Selecteer de instelling die wordt indersteund door uw parallele randapparatuur. LET OP: U kunt de IrDA 1.1 en ECP functies niet tegelijkertijd gebruiken. De ECP keuzemogelijkheid zal niet verschijnen in het submenu wanneer de “Ir Mode” op IrDA 1.1 staat ingesteld. SaveToDisk waarschuwing Bij “SaveToDisk Warning Message” stelt u in of er een waarschuwing op uw scherm verschijnt bij het opstarten van het systeem indien er geen Suspend-toDisk partitie op de harde schijf is. Toetsenbord Numlock Bij “Keyboard Numlock” stelt u in of het numerieke toetsenbord functioneel is na het opstarten van uw systeem. LET OP: Als u deze functie buiten werking stelt, zal het numerieke toetsenbord niet functioneren, ook niet als de Num Lock indicator brandt. Pointing Device (PS/2 muis) “Pointing Device (PS/2 Mouse)” stelt de touchpad of PS/2 muis in- of buiten werking. Stel Disable in als u een seriële muis gebruikt. Sneltoets piep De “Hot Key Beep” stelt de piep bij het indrukken van een sneltoets(combinatie) in- of buiten werking. Cache systeem “Cache Systems” stelt in- of buiten werking de cache van uw systeem: L1 cache (interne cache of CPU) en L2 cache (externe cache). De cache mogelijkheid vergroot de prestatie van uw systeem doordat de meest-gebruikte gegevens opgehaald worden uit en weggeschreven worden naar het snelle cache geheugen. Resolutie expansie “Resolution Expansion” maakt het mogelijk de resolutie van het scherm te vergroten, waardoor het het hele LCD paneel kan beslaan. Beveiliging menu Systeem paswoord Met “System Password” kunt u het paswoord voor uw systeem instellen. Het paswoord is nodig voor het opstarten van het systeem en het uitvoeren van het SCU programma. Setup Configuration Utility 5-3 Wanneer u het paswoord invoert, zorg er dan voor dat Num Lock uit staat. Toets uw paswoord in in het invoer veld en druk op [Enter]. Bevestig uw paswoord door het nogmaals in te toetsen en op [Enter] te drukken. Kies voor “Enable Password” om het paswoord effectief te maken. Virus waarschuwing Wanneer u “Virus Alert” selecteert, krijgt u een waarschuwing op uw scherm te zien wanneer er wijzigingen zijn aangebracht in de de boot sector (partition table) van de harde schijf. Boot sector besherming “BootSector Protect” helpt de bescherming tegen computer virussen doordat het de boot sector van de harde schijf (partition table) beveiligt tegen veranderingen. LET OP: Stel “BootSector Protect buiten werking voordat u een besturingssysteem installeert, Fdisk of een Format programma uitvoert, om te voorkomen dat dit onsuccesvol verloopt. Stroombeheer menu Power Management in werking stellen “Enable Power Management” is de hoofdschakelaar voor de Power Management voorzieningen. Max Performance / Balanced Power Saving / Max Power Saving / Customize Dit zijn vier elkaar uitsluitende keuzemogelijkheden. U kunt er slechts één van selecteren. Hieronder volgt een beschrijving van de vier opties. Optie Max Performance Balanced Power Max Power Saving Customize Beschrijving Voor-gedefiniëerde instellingen voor maximale prestatie maar met kortste levensduur van de batterij. Voor-gedefiniëerde instellingen voor gemiddelde prestatie en gemiddelde levensduur van de batterij. Voor-gedefiniëerde instellingen voor langste levensduur van de batterij maar met beperkte prestatie. Selecteer deze optie voor het instellen van uw eigen voorkeuren. Zie de volgende subsectie voor informatie. for information. Zelf aanpassen van Power Management instellingen Als u de instellingen van Power Management zelf wilt aanpassen, selecteer dan “Customize” in het uitklap-menu. 5-4 Setup Configuration Utility Hard Disk Power Down After “Hard Disk Power Down After” stelt de periode in waarna de hard disk drive automatisch uit gaat wanneer hij niet gebruikt wordt. De harde schijf zal weer opstarten wanneer hij aangesproken wordt. Idle Mode “Idle Mode” stelt de Idle mode in-of buiten werking. Wanneer Idle mode in werking is gesteld, zal de CPU over gaan tot een lagere stand van paraatheid als het systeem voor een bepaalde periode niet gebruikt wordt. De CPU zal weer op volle snelheid werken wanneer systeem aktiviteit wordt waargenomen. Standby After “Standby After” stelt de time-out periode in voor het initiëren van de Standby stand. Het werkt in samenwerking met de hierboven beschreven “Idle Mode.” Nadat de notebook over is gegaan tot Idle mode, start Power Saving de timeout voor de Standby mode. Als de notebook in Idle mode blijft totdat de time-out periode voor Standby mode bereikt is, zal de notebook overgaan in de Standby stand. Als Standby mode in werking is getreden zullen verschillende subsystemen overgaan tot de standby of uit stand, zodat het stroomverbruik verminderd wordt. Het systeem zal ontwaken uit de Standby stand wanneer systeem activiteit wordt waargenomen. Suspend After “Suspend After” stelt de time-out periode in voor het initiëren van de Suspend stand. Het werkt in samenwerking met het hierboven beschreven “Standby After”. Nadat de notebook over is gegaan tot Standby mode, start Power Saving de time-out voor de Suspend mode. Als de notebook in Standby mode blijft totdat de time-out periode voor Suspend mode bereikt is, zal de notebook overgaan in de Suspend stand. De Suspend stand wordt bepaald door het volgendet item, “Suspend Data to.” Deze kan zowel Suspend-to-RAM als Suspend-to-Disk zijn. Als Suspend-to-RAM mode geinitiëerd is, zullen verschillende subsystemen overgaan tot de standby of uit stand, zodat het stroomverbruik verder verminderd wordt. Het systeem zal ontwaken uit de Suspend-to-RAM stand wanneer een toets wordt ingedrukt. “Resume On Time” en “Resume On Modem Ring”, indien in werking gesteld in het submenu, kunnen ook het systeem doen ontwaken uit de Suspend-to-RAM stand. Wanneer Suspend-to-Disk mode geinitiëerd is, zal het systeem alle open toepassingen opslaan als een bestand op de “suspend-to-disk partitie” op de harde schijf en daarna automatisch uit gaan. Suspend Data to “Suspend Data to” definiëerd de Suspend stand van uw systeem: Suspend to RAM of Suspend to Disk. Cover Close “Cover Close” bepaalt de status van de notebook wanneer u de deksel sluit. Setup Configuration Utility 5-5 The keuzemogelijkheden zijn: Optie Video Off CRT Display Suspend Beschrijving Het LCD scherm zal uit zijn wanneer u de klep sluit. De scherm output zal wisselen naar de externe CRT monitor. Of Suspend-to-RAM of Suspend-to-Disk wordt geinitiëerd, afhankelijk van de instelling van het hierboven beschreven “Suspend Data to”. Battery Low Warning Beep Bij “Battery Low Warning Beep” kunt u het waarschuwings-signaal bij bijna lege batterij in- of uitschakelen. VGA Activity “VGA Activity” bepaalt of video activiteit (zoals screen savers) het in werking treden van Power Management verhindert. The keuzemogelijkheden zijn: Opties Enabled Disabled Omschrijving Power Management zal niet in werking treden als er VGA activiteit is. Power Management zal VGA aktiviteiten negeren. Resume On Time “Resume On Time” stelt in- of buiten werking het ontwaken van het systeem uit de Suspend-to-RAM stand op het door de onderstaande items gespecificeerde moment. Hour/Minute/Second “Hour”, “Minute” en “Second” werken in samenwerking met het hierboven beschreven “Resume On Time”. Ze stellen de alarm tijd in voor het ontwaken van het systeem uit de Suspend-to-RAM stand. Voer de waarde in voor elk veld door cijfers in te toetsen. Resume On Modem Ring “Resume on Modem Ring” stelt in- of buiten werking het ontwaken van het systeem uit de Suspend-to-RAM stand wanneer ingebeld wordt op de modem. Intel® SpeedStep™ Tech. Deze optie haat voordeel uit de Geyserville technologie van Intel. Deze technologie kan het stroomverbruik van de CPU verminderen. LET OP: dit menuitem zal niet verschijnen indien de CPU de Geyserville karakteristiek niet ondersteunt. Verlaten menu Het Exit uitklap-menu toont de mogelijkheden voor het verlaten van SCU. Nadat u uw instellingen voltooid heeft, moet u ze opslaan en SCU verlaten voordat de instellingen in werking treden. 5-6 Setup Configuration Utility De keuzemogelijkheden zijn: Beschrijving Sla de veranderingen die u heeft aangebracht op verlaat SCU. Verlaat SCU zonder de gemaakte veranderingen op te slaan. Get Default Values Zet voor alle items de fabrieks-standaard nstellingen. Load Previous Values Herstel de vorige instellingen voor alle items. Optie Save Change and Exit Discard Changes & Exit Setup Configuration Utility 5-7 Hoofdstuk 6 Aansturingsprogramma's en andere hulpprogramma's Dit hoofdstuk beschrijft in het kort de aansturingsprogrammas en utilities die bij uw notebook geleverd zijn. Zie de Operations Guide voor gedetailleerde instructies voor installatie. LET OP:
1. Er kan een vernieuwde versie van de CD zijn gekomen na de publicatie
van deze handleiding.
2. README bestanden kunnen altijd gevonden worden op de CD. U wordt
geadviseerd deze bestanden samen met deze handleiding te lezen. Overzicht Windows 95 & 98 aansturingsprogramma's SETUP programma Een SETUP programma is geleverd op de CD. Het programma start automatisch wanneer u de CD in de speler doet. Als u het progtamma met de hand moet starten, verwijs dan naar het bestand “Setup.exe” in de Setup map LET OP:
1. Als u een Windows 95 gebruiker bent, verzeker u er dan van dat de
versie die u gebruikt OSR2 of hoger is. Andere versies worden niet door deze CD ondersteund.
2. Het chipset aansturingsprogramma moet eerst geïnstalleerd zijn,
voordat andere aansturingsprogrammas geïnstalleerd kunnen worden.
3. De beschikbare onderdelen kunnen verschillen naar gelang uw
apparatuur en besturingssysteem. (Het kan zijn dat het voor u niet mogelijk is van alle onderstaande mogelijkheden gebruik te maken.)
Chipset Driver Installeer deze eerst. Het chipset aansturingsprogramma geleverd bij uw systeem is bedoeld voor de herkenning van de Intel 82443BX AGPset controller chip. Door het selecteren van het chipset aansturingsprogramma worden sommige andere onderdelen en aansturingsprogrammas, zoals audio en IR aansturingsprogrammas, ook geïnstalleerd.
VGA Driver Het VGA aansturingsprogramma stelt u in staat gebruik te maken van hoge-resolutie beeldschermen met meer kleuren. Aansturingspogramma’s en andere hulpprogramma’s 6-1 LET OP: Om het goed functioneren van het VGA aansturingsprogramma te verzekeren, moet u Direct X 6.0 of hoger installeren. U kunt dit programma downloaden van de Microsoft web site of uw leverancier om hulp vragen.
Software Wavetable Deze optie vergroot de mogelijkheden van het geluid subsysteem. Gebruik van het Software Wavetable programma stelt u in staat realistischere geluidseffecten te ervaren in de wereld van de multimedia.
Modem Driver Als uw notebook is voorzien van een Fax/Modem/Voice kaart, moet u het Modem aansturingsprogramma installeren alvorens u er gebruik van kunt maken.
LAN Cart Driver Als uw notebook is voorzien van een LAN kaart, moet u het LAN kaart aansturingsprogramma installeren alvorens u er gebruik van kunt maken.
PC Card Driver Het PC kaart aansturingsprogramma stelt u in staat uw PC kaart te configureren en verhoogt de functionaliteit van de PC kaart.
Mouse/Touchpad Driver De muis/touchpad aansturingsprogramma stelt u in staat gebruik te maken van de touchpad, als wel een standaard muis, indien aangesloten.
Bus Master De Ultra DMA aansturingsprogramma stelt u in staat gebruik te maken van de geavanceerde mogelijkheden (zoals 33Mb/sec data transmissie snelheid) van een Ultra DMA harde schijf.
Dit stuurprogramma stelt uw notebook in staat van gebruik te maken van de Geyserville technologie van Intel,. Deze technologie kan het stroomverbruik van de CPU verminderen. Merk op dat alleen Pentium III 500 of hogere CPU’s deze eigenschap kunnen ondersteunen.
3 Mode FDD Driver Indien u een Japanse gebruiker bent, dient u de 3 mode aansturingsprogramma te installeren om gebruik te kunnen maken van de NEC/Fujitsu/Toshiba 1.2MB diskettes.
Explore the CD Als u de inhoud van de CD wilt bekijken, of zelf aansturingsprogrammas wilt zoeken, kunt u voor deze optie kiezen. U kunt de gewenste aansturingsprogramma installeren door op de bijbehorende knop in het menu te klikken en vervolgens de instructies op het scherm te volgen. 6-2 Aansturingsprogramma’s en andere hulpprogramma’s Overzicht Windows NT 4.0 aansturingsprogramma's LET OP: Verzeker u ervan voordat u begint met installeren dat u Windows NT Pack 3 of hoger gebruikt. Andere versies worden niet ondersteunt door deze CD.
VGA Driver De VGA aansturingsprogramma stelt u in staat hoge reesoluties te selecteren voor uw beeldscherm. De aansturingsprogramma bestanden bevinden zich in de Vga\ATI RAGE LT PRO\Winnt40 folder op de CD.
Audio Driver De audio aansturingsprogramma maakt het mogelijk gebruik te maken van de audio mogelijkheden van uw notebbok. De aansturingsprogramma bestanden bevinden zich in de Audio\Crystal CS4280\Winnt40 folder op de CD.
Modem Driver Als een Fax/Modem/Voice kaart op uw notebook geinstalleerd is, moet u de modem aansturingsprogramma installeren alvorens u er gebruik van kunt maken. Voor het installeren van de aansturingsprogramma voert u het “Setup.exe” programma uit dat zich bevindt in de Modem\Lucent L56xMF\Winnt40 folder op de CD.
CardWorks De PC kaart aansturingsprogramma stelt u in staat uw PC kaart te configureren en verhoogt de functionaliteit van de PC kaart. Voor het installeren van CardWorks voert u het “Setup.exe” programma uit dat zich bevindt in de Pcmcia\CardWorks\Winnt40\English folder op de CD bevindt.
Mouse/Touchpad Driver De muis/touchpad aansturingsprogramma stelt u in staat de instellingen van de muis of touchpad naar eigen voorkeur in te wijzigen. U kunt de aansturingsprogramma installeren om de mogelijkheden van de touchpad verder uit te breiden. Voor het installeren van de aansturingsprogramma voert u het “Setup.exe” programma uit dat zich bevindt in de Touchpad\English folder van de CD.
Ultra DMA Driver De Ultra DMA aansturingsprogramma stelt u in staat gebruik te maken van de geavanceerde mogelijkheden (zoals 33Mb/sec data transmissie snelheid) van een Ultra DMA harde schijf. Voor het installeren van de Ultra DMA aansturingsprogramma voert u het “Setup.exe” programma uit dat zich bevindt in de Ultradma\Winnt40 folder op de CD.
Japanese FDD Driver Indien u een Japanse gebruiker bent, dient u de 3 mode aansturingsprogramma te installeren om gebruik te kunnen maken van de NEC/Fujitsu/Toshiba 1.2MB diskettes. Aansturingspogramma’s en andere hulpprogramma’s 6-3 Voor het installeren van de aansturingsprogramma voert u het “Nt3mode.exe” programma uit dat zich bevindt in de 3m_fdd\Winnt40 folder op de CD.
PowerProfiler PowerProfiler stelt u in staat om van geavanceerde power management gebruik te maken, om u te helpen het stroomverbruik in de gaten te houden en stroom te besparen.. Voor het installeren van PowerProfiler voert u het “Setup.exe” programma in de Powerpro\Winnt40 folder op de CD uit. Andere aansturingsprogramma's en hulpprogramma's
0VMAKFIL hulpprogramma Het 0VMAKFIL.EXE programma stelt u in staat een suspend-to-disk partitie op uw harde schijf te creëeren. Deze is noodzakelijk voor de Suspend-to-Disk funktie van uw notebook. Om het programma te gebruiken moet u eerst een dikette aanmaken met daarop het 0VMAKFIL.EXE bestand en de CD-ROM (of DVD-ROM) aansturingsprogrammas. Volg de volgende stappen voor het aamaken van de diskette:
1. Tijdens het opstarten, druk op [F2] om in het BIOS setup venster te
2. Kies “Boot Sequence" in het uitklap-menu "Main Menu". Selecteer de
“CD-ROM then C:” option in het daarop volgende menu.
3. Doe de CD in de speler, sla de wijzigingen op, en start het systeem
4. Stop een geformatteerde diskette in het diskette-station. Nadat het
systeem opstart van de CD-ROM zal het setup programma al de benodigde bestanden naar de diskette kopiëren.
5. Nadat het proces voltooid is zal het systeem opnieuw opstarten. Druk
tijdens het opstarten nogmaals op [F2] en verander de “Boot Sequence” weer. Sla de veranderingen op en start het systeem opnieuw op.
6. Nu kunt u het 0VMAKFIL programma uitvoeren in de \S2D folder op de
diskette. met behulp van de volgende commando syntaxis: 0VMAKFIL -Pnn waarbij nn de grootte van de partitie (in Mb) aangeeft. U kunt de partitie groter maken dan het huidige systeem-geheugen, rekening houdend met toekomstige uitbreiding van uw geheugen. Als u geen parameter specificeerd is de standaard waarde uw systeem RAM plus 2Mb. De 2Mb is voor overhead en data uit het video-geheugen. 6-4 Aansturingsprogramma’s en andere hulpprogramma’s U kunt de inhoud van de partitie verwijderen met 0VMAKFIL -C commando. Dit commando is alleen toepasbaar als u de data opslaat op de harde schijf.
CD-ROM/DVD-ROM aansturingsprogramma voor DOS Voordat u deze installeert moet u een diskette aanmaken met de CD-ROM (of DVD-ROM) aansturingsprogrammas. Zie stap 1 tot 5 van de voorgaande paragraaf voor het aanmaken van de diskette. Voor het installeren van het CD-ROM aansturingsprogramma, zie het “Readme.txt” bestand in de \CD-ROM folder. Voor het installeren van het DVD-ROM aansturingsprogramma voert u het “Setup.exe” programma uit dat zich in de \DVD-ROM folder bevindt. Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.
Japans FDD aansturingsprogramma voor DOS Als u een Japanse gebruiker bent moet u het 3 mode aansturingsprogramma installeren om gebruik te kunnen maken van NEC/Fujitsu/Toshiba 1.2Mb diskettes. Alle bestanden bevinden zich in de 3m_fdd\Dos folder op de CD. Zie het “Readme.txt” bestand voor instructies voor installatie. Aansturingspogramma’s en andere hulpprogramma’s 6-5 Appendix A Problemen oplossen Deze appendix is bedoeld om u te helpen bij het oplossen van problemen die u kunt tegenkomen tijdens het gebruik van uw notebook. Veel voorkomende problemen Wanneer u op een probleem stuit, begin dan met een zorgvuldige visuele inspectie. Bekijk eerst de notebook zelf. Als er geen indicators branden, contoleer dan de spanning van de batterij, het stopcontact, de stekkers en het stroomsnoer en de aan/uit knoppen die van invloed kunnen zijn op de werking van uw notebook. Als randapparatuur op de notebook is aangesloten, controleer dan de aansluiting van de kabels. Een aantal veel voorkomende problemen en suggesties voor de oplossing ervan worden hieronder beschreven. Probleem: De aan/uit knop functioneert niet.
De aan/uit knop reageert niet op een te lichte aanraking. Druk de knop stevig in. Als u gebruik maakt van stroomvoorziening door de batterij, kan het zijn dat de batterij leeg is. Sluit de AC adapter aan. Probleem: Geen beeld
Druk op de spacebar om te zien of één van de power management toepassingen het scherm buiten wrking heeft gesteld om stroom te besparen. Als de indicator op de AC adapter niet brandt, controleer dan het stopcontact., de stekkers en het snoer. Ials u gebruik maakt van de batterij, verzeker u er dan van dat de batterij opgeladen is en correct geinstalleerd.. Controleer de helderheid en contrast instellingen van uw beeldscherm. Reset de notebook door op [Ctrl]+[Alt]+[Delete] te drukken. Zet de notebook uit, wacht een aantal seconden en doe hem weer aan. Problemen oplossen A-1 Probleem: Slechte pixels op het LCD scherm.
Vanwege de beperkingen van de LCD technologie kunnen slechte pixels op het scherm voorkomen. De algemeen overeengekomen inspectie standaard van de LCD industrie laat een maximum van 8 slechte pixels per eenheid toe. Probleem: Kan niet opnieuw opstarten na afsluiten van het systeem.
Zet de notebook uit en ontkoppel alle stroomtoevoer (AC adapter en batterij). Herstel de stroomtoevoer en zet de notebook aan. Probleem: Het diskette-station kan geen diskette lezen of schrijven.
De diskette is nog niet geformateerd of niet meer bruikbaar. Als u niet in staat bent de diskette te beschrijven, kan het zijn dat de diskette tegen schrijven beveiligd is. Controleer of de schrijf-beveiligingsschuifje het gaatje afsluit. Als u niet naar een diskette kunt schrijven, kan het zijn dat de diskette vol is. Gebruik een andere diskette. Probleem: De mededeling “non-system disk” of “disk error” verschijnt op het scherm na het aanzetten van de computer.
Het kan zijn dat er zich een niet systeem-diskette in het diskette-station bevindt. Verwijder de diskette. Als deze mededeling verschijnt terwijl u probeert op te starten van uw harde schijf, stop dan een syteem-diskette in het diskette station en controleer uw harde schijf. Probleem: De datum en/of tijd staat niet juist ingesteld.
Voer de juiste datum en tijd I met behulp van uw SCU programma of uw besturingssyteem. Indien de datum en tijd nog steeds niet juist zijn, kan het zijn dat uw RTC batterij leeg is geraakt nadat uw notebook lange tijd niet gebruikt is. Sluit in dat geval de AC adapter aan om de RTC batterij op te laden gedurende 8 uur en laat de notebook daarna een ur lang uit. Voer vervolgens het SCU programma uit om het systeem opnieuw in te stellen. Probleem: De batterij wil niet volledig opladen.
Verschillende factoren kunnen om veiligheidsredenen het opladen stoppen, bijvoorbeeld wanneer de temperatuur van de batterij boven de 40°C (104°F) komt of het opladen langer dan v4 uur duurt. Om problemen met de temperatuur te voorkomen, zorg ervoor dat de batterij niet te heet wordt. Om problemen met de oplaadduur te voorkomen wordt u geadviseerd de notebook uit te laten tijdens het opladen. Als u de notebook gebruikt tijdens het opladen gedurende meer dan 4 uur, zal het opladen stoppen, ongeacht of de batterij vol is of niet. Als dit gebeurt kunt u de AC adapter ontkoppelen en weer aansluiten om het opladen te herstarten. Probleem: De batterij laadt niet op. A-2 Problemen oplossen
Het opladen zal niet beginnen zolang de temperatuur van de batterij onder de 0°C (32°F) of boven de 40°C (104°F) is. Verzeker u ervan dat de temperatuur van de batterij zich hier tussen bevindt. Probleem: De PC kaart die gebruik maakt van de COM aansluiting functioneert niet
Het is mogelijk dat de kaart de COM3 of de COM4 poort gebruikt op een manier die in conflict is met de COM1 or COM2 poort in gebruik bij andere apparatuur. Het is mogelijk dat het probleem opgelost kan worden door het veranderen van de COM poort instellingen in het SCU programma. Als uw PC kaart COM3 gebruikt, zet dan COM1 bij “COM Port” op Disabled. Als uw PC kaart COM4 gebruikt, zet dan COM2 bij “COM Port” op Disabled. Probleem: Geen geluid
Controleer of het audio aansturingsprogramma geÏnstalleerd is. Controleer of de software-afhankelijke volume regelaar niet te laag staat. Probleem: Vervormd geluid.
Notice-Facile