VC960 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis VC960 VOLTCRAFT in PDF-formaat.

📄 60 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice VOLTCRAFT VC960 - page 9
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLTCRAFT

Model : VC960

Categorie : Multimeter

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC960 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC960 van het merk VOLTCRAFT.

GEBRUIKSAANWIJZING VC960 VOLTCRAFT

400 Ω ±(0,8%+20dgt) 0,1 Ω 4 kΩ ±(0,5%+10dgt) 0,001 kΩ 40 kΩ ±(0,5%+10dgt) 0,01 kΩ 400 kΩ ±(0,5%+10dgt) 0,1 kΩ 4 MΩ ±(1%+15dgt) 0,001 MΩ 40 MΩ ±(2%+20dgt) 0,01 MΩ Overbelastingsbeveiliging: 1000 V Resolutie uitleeseenheid: 4000 tekens (counts); niet omschakelbaar Doorgangstester: akoestisch signaal bij weerstanden <50 Ω

Meettoleranties Weergave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aflezing (= reading = rdg) + weergavefouten in digits (= dgt = aantal kleinste weergave-eenheden)). De nauwkeurigheid geldt 1 jaar lang bij een temperatuur van +23°C ±5°C, bij een relatieve luchtvochtigheid van minder dan 75%, niet-condenserend. Bereik Meetbereik DC / V Nauwkeurigheid

Resolutie bij 40.000 400mV ±(0,025%+10dgt) ± (0,1%+5dgt) 0,01 mV

Vervangen van de zekering Neem bij het vervangen van zekeringen absoluut de veiligheidsvoorschriften in acht! Zorg er bij het vervangen van zekeringen voor dat alleen zekeringen van het aangeduide type en de aangegeven nominale stroomsterkte ter vervanging worden gebruikt. Het gebruik van gerepareerde zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder is niet toegestaan. Verbreek het contact met alle meetcircuits om de zekeringen te vervangen. Verwijder alle meetsnoeren en schakel het meetinstrument uit. Verwijder de beide rubberen voetjes op de achterkant van het apparaat en verwijder dan de vier schroeven op de achterkant van de behuizing en open de behuizing voorzichtig. De zekeringen zijn nu toegankelijk. Verwijder de defecte zekering(en) en vervang deze uitsluitend door exemplaren van hetzelfde type en nominale stroomsterkte. Fuse 1 voor de zekering van het mA-bereik: 0,5 A 250 V snel 5x20 mm (F0,5A 250V) Fuse 2 voor de zekering van het 10 A-bereik: 10 A 250 V snel 5x20 mm (F10A 250V) Sluit na het vervangen van de zekering(en) de behuizing weer en schroef deze zorgvuldig dicht. Neem het meetapparaat pas weer in gebruik nadat de behuizing veilig is gesloten en dichtgeschroefd.

18. VERHELPEN VAN STORINGEN

U heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder wordt beschreven welke maatregelen kunnen worden getroffen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen: Raadpleeg in elk geval de veiligheidsvoorschriften van deze gebruiksaanwijzing! Probleem De multimeter werkt niet. Geen stroommeting mogelijk. Geen verandering van meetwaarden.

Mogelijke oorzaak Is de batterij leeg? Is de zekering van het mAμA- of 10 A-stroommeetbereik defect? Controleer de zekering (zekering vervangen). Is de functie HOLD geactiveerd? Druk op de knop HOLD.

Algemeen Om de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, dient het apparaat jaarlijks te worden gekalibreerd. Het vervangen van de batterij en zekeringen wordt hierna besproken. Het reinigen van het apparaat, respectievelijk het uitleesvenster en de meetsnoeren, kan worden gedaan met een schone, pluisvrije, antistatische en droge doek. Tip! Gebruik voor het reinigen geen koolstofhoudende reinigingsproducten, zoals benzine, alcohol en dergelijke. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. De dampen van dergelijke middelen zijn bovendien explosief en schadelijk voor de gezondheid. Gebruik voor het reinigen ook geen scherp gereedschap, zoals schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetsnoeren. De behuizing en de meetsnoeren mogen niet worden beschadigd of platgedrukt. Volg de onderstaande veiligheidsvoorschriften nauwgezet op alvorens het apparaat te reinigen: Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen (behalve als dit met de hand mogelijk is) kunnen er elementen worden blootgelegd die onder spanning staan. Voorafgaand aan een reparatie dienen alle aangesloten meetsnoeren van het apparaat te worden verwijderd. Reparaties mogen uitsluitend door een vakman worden uitgevoerd die vertrouwd is met de daaraan verbonden gevaren en die op de hoogte is van de daarvoor geldende voorschriften. Batterijen vervangen Het meetinstrument werkt op een blokbatterij van 9 V. Zodra het batterijvervangingssymbool op het uitleesvenster verschijnt, dient de batterij meteen te worden vervangen. Ga daarbij als volgt te werk:

  • Verwijder het meetapparaat van het meetcircuit.
  • Verwijder alle meetsnoeren en adapters van het meetinstrument en schakel het uit.
  • Draai de schroef op de achterkant van het batterijvakdeksel (slechts één schroef!) los en trek het deksel loodrecht uit de behuizing.
  • Vervang de lege batterij door een nieuwe van hetzelfde type.
  • Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Let er bij het plaatsen op dat de aansluitdraden niet worden afgekneld. Gebruik het meetinstrument in geen geval in geopende toestand. LEVENSGEVAAR! Laat geen lege batterijen in het meetapparaat zitten, aangezien zelfs batterijen die tegen lekken zijn beveiligd, kunnen corroderen, waardoor er chemicaliën vrij kunnen komen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat.

14. MEETWAARDEN REGISTREREN EN WISSEN

De digitale multimeters kunnen, afhankelijk van het type, 10 (VC920/VC940) of 10.000 (VC960) meetwaarden opslaan. Ga als volgt te werk voor het opslaan van meetwaarden:

  • Druk bij een ingeschakeld meetinstrument eenmaal op de knop „STORE“.
  • Kies met de knop „HOLD >“ tussen „Geheugen wissen en van voren af aan beginnen met de registratie“ (No.0000) of „bij de eerstvolgende vrije geheugenplaats beginnen“ (bijvoorbeeld No.0005).
  • Druk opnieuw op de knop „STORE“. Op het uitleesvenster verschijnt „STO“. In het linker subuitleesvenster wordt de intervaltijd in seconden aangegeven.
  • Met de knoppen „+“ en „-“ kan elke gewenste intervaltijd van 1 tot 256 seconden worden ingevoerd. De DMM registreert automatisch na de gekozen intervaltijd de actuele meetwaarde en slaat deze op.
  • Als het opslaan van de meetwaarde handmatig dient plaats te vinden, zet dan de intervaltijd op „0“ (voorinstelling).
  • Druk de knop „STORE“ voor de derde keer in om het registreren van de meetwaarden te starten. In het linker subuitleesvenster wordt het aantal gebruikte geheugenplaatsen weergegeven. Het rechter subuitleesvenster geeft de actueel opgeslagen waarde aan en het hoofduitleesvenster de momentele meetwaarde.
  • Daarnaast kan bij automatische opslag via de knop „STORE“ op elk moment een extra, handmatige opslag plaatsvinden. De nummerteller geeft dit aan.
  • Bij een vol geheugen worden de eerste geheugenplaatsen overschreven.
  • Druk op de knop „EXIT“ om de opslagprocedure te beëindigen.

15. OPGESLAGEN MEETWAARDEN OPROEPEN

Ga als volgt te werk om opgeslagen meetwaarden op te roepen:

  • Druk bij een ingeschakeld meetapparaat gedurende circa 1 seconde op de knop „RECALL“.
  • Op het uitleesvenster wordt nu „RCL“ weergegeven. Het linker subuitleesvenster toont de momentele geheugenplaats, het rechter subuitleesvenster het aantal opgeslagen waarden en het hoofduitleesvenster geeft de opgeslagen meetwaarde aan.
  • Druk op de knop „HOLD >“ om alle opgeslagen meetgegevens naar de interface te sturen. De gegevens worden automatisch uitgelezen en kunnen verder worden verwerkt (raadpleeg hiervoor de gebruiksaanwijzing van de software die zich als PDF op de meegeleverde CD-ROM bevindt). De uitleesprocedure onderbreekt zelfstandig zodra alle gegevens zijn overgedragen.
  • Met de knoppen „+“ en „-“ kan elke geheugenplaats handmatig via het uitleesvenster worden uitgelezen.
  • Druk op de knop „EXIT“ om deze functie te beëindigen

Om de DMM ook voor langdurende registratie te kunnen toepassen, kan de DMM middels de „SEND“functie de actuele meetwaarde online aan de interface voor verdere verwerking door de software aanbieden. Druk voor het activeren van de „SEND”-functie op de knop „MAXMIN/SEND“ gedurende circa 1 seconde totdat op het uitleesvenster „SEND“ wordt weergegeven. Druk op de knop „EXIT“ om de procedure af te breken.

  • Ein Setup-Menü ermöglicht die individuelle Einstellung verschiedener Parameter. Das Messgerät ist sowohl im Hobby-Bereich als auch im beruflichen oder schulischen Bereich universell einsetzbar. Zur Spannungsversorgung wird eine alkalische 9V-Blockbatterie, z.B. Typ 6LR61 oder MN1604 oder 6F22 oder 006P, benötigt / verwendet. Zorg er bij het testen van spanningvoerende geleiders altijd voor dat deze functie bij het begin van de meting is uitgeschakeld. Anders wordt er een verkeerd meetresultaat weergegeven! Druk voor het inschakelen van de Hold-functie op de knop „HOLD“; een signaaltoon bevestigt deze actie en op het uitleesvenster wordt „HOLD“ weergegeven. Door te drukken op de knop „EXIT“ of het bedienen van de draaischakelaar wordt de functie „HOLD“ weer gedeactiveerd.

De REL-functie maakt een referentiewaardemeting mogelijk om eventuele verliezen in de meetsnoeren te voorkomen, wat zich bijvoorbeeld bij (lage) weerstandsmetingen kan voordoen. Hiertoe wordt de momentele indicatiewaarde op nul gezet. Door het indrukken van de knop „REL∆“ wordt deze meetfunctie geactiveerd, in het uitleesvenster verschijnt „∆“. De meetwaarde, waarbij de knop „REL∆“ werd ingedrukt, wordt als referentiewaarde in het rechter subuitleesvenster afgebeeld. In het linker subuitleesvenster wordt de werkelijke meetwaarde weergegeven. In het hoofduitleesvenster (12) wordt het verschil tussen de werkelijke meetwaarde en de referentiewaarde aangegeven. De automatische meetbereikkeuze wordt daarbij uitgeschakeld. Druk op de knop “EXIT” om deze functie uit te schakelen.

Op de achterkant van het meetapparaat is een optische interface (9) geïntegreerd, waarmee de meetgegevens naar een computer worden verzonden om deze verder te kunnen verwerken. Breng de interfaceverbinding tot stand met behulp van de meegeleverde RS232-datakabel die op een vrije COM-poort van de computer wordt aangesloten. Als optie is een optische USB-interface-adapter verkrijgbaar. Schuif de wigvormige adapter van bovenaf bondig (niet uitstekend) in de behuizingsopening van het meetinstrument. Installeer de meegeleverde software. Raadpleeg de installatievoorschriften en de gebruiksaanwijzing op de CD-ROM.

l) Vermogenmeting (alleen VC940) Met deze meetfunctie kunnen, met behulp van de meegeleverde wandcontactdoosadapter, snel en eenvoudig vermogenmetingen worden uitgevoerd aan apparaten met geaarde (zogenaamde Schuko) of Euro-netstekkers. Het meetbereik loopt van 0 - 2500 W. Ga als volgt te werk voor het meten van vermogen: (A)

  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „W“.
  • Sluit de meegeleverde vermogenmeetadapter (C) aan op de DMM.
  • Steek de netstekker (A) van de vermogenmeetadapter in een wandcontactdoos met randaarde (maximaal 250V/ AC).
  • Steek de netstekker van de te meten verbruiker in de wandcontactdoos (B) van de vermogenmeetadapter. Let er op dat de verbruiker is uitgeschakeld.
  • Schakel de verbruiker in. De arbeidvermogensopname van de verbruiker wordt op het hoofduitleesvenster (12) in de eenheid „W“ (Watt) weergegeven. In het rechter subuitleesvenster wordt het schijnbare vermogen in „VA“ aangegeven, in het linker subuitleesvenster is de vermogensfactor in „cos φ “ te zien.

Milliampere (exp.-3) Om de levensduur van de batterij niet onnodig te verkorten, is een automatische uitschakeling ingebouwd. Het meetinstrument wordt vanaf de fabriek na 10 minuten uitgeschakeld. Deze tijd kan in het setup-menu worden gewijzigd of uitgeschakeld. Door het indrukken van de blauwe knop of het bedienen van de draaischakelaar kan het meetinstrument weer worden ingeschakeld. Bij een geactiveerde „Send“-functie (actuele meetwaarden worden via de interface doorgestuurd) is de Auto-Power-OFF functie uitgeschakeld.

Nano-Farad (exp.-9; Einheit der el. Kapazität) Sluit geen apparaten met een opgenomen vermogen van > 2500 W aan op de DMM. De vermogenmeetadapter mag uitsluitend worden aangesloten op wisselspanningen (190 tot maximaal 250 V/AC). Meetduur bij vermogenmetingen: 0 tot 1150 W continu, 1150 W tot 2500 W maximaal 10 seconden met 15 minuten pauze.

j) Stroommeting in het 10A- bereik (AC = True RMS)

Prozentanzeige für den Messbereich von 4 mA bis 20 mA oder des Signalverhältnisses (Duty Cycle) MIN Anzeige des kleinsten aufgezeichneten Messwertes MAX Anzeige des größten aufgezeichneten Messwertes PEAK Anzeige des aktuellen Spitzenwertes HOLD steht für Data-Hold; der Messwert wird festgehalten (z.B. zur Protokollierung) bis die „EXIT“-Taste gedrückt oder das Multimeter ausgeschaltet wird. LOW Unterschreitungsanzeige für den voreingestellten unteren Grenzpegel HIGH Überschreitungsanzeige für den voreingestellten oberen Grenzpegel SET Setup-Funktionen können eingestellt werden STO „Store“ (Speichern) Messwertaufzeichnung im Datalogger (Messwertspeicher) RCL „Recall“ Auslesen des Messwertspeichers No. Anzeige der Speicherplatznummer bei Messwertaufzeichnung Dit meetbereik dient voor de procentuele aanduiding van een lusstroom. Het meetbereik loopt van 4 mA = 0% tot 20 mA = 100%. SEND Datenübertragung zum Arbeitsplatzrechner läuft Ga als volgt te werk voor het meten van lusstromen: In dit bereik is het meten van stromen tot 10 A DC/AC mogelijk. Het stroommeetbereik is gezekerd en daarmee beveiligd tegen overbelasting. In het wisselstroombereik wordt de meetwaarde als werkelijke effectieve-waarde (True RMS) gemeten. Met de gele drukknop kan worden omgeschakeld naar AC+DC gekoppelde werkelijke effectieve-waarde meting. Ga als volgt te werk voor het meten van 10A-stromen:

  • Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus en het rode meetsnoer op de 10A-bus.
  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „A“. Na het kiezen van het meetbereik met de bereikkeuzeschakelaar (5) is automatisch de gelijkstroommeting (DC) actief.
  • Sluit nu de beide meetpennen in serie aan met het meetobject (accu, schakeling enzovoort); de betreffende polariteit van de meetwaarde wordt samen met de momentele meetwaarde op het hoofduitleesvenster (12) weergegeven. In het linker subuitleesvenster wordt het actuele meetbereik getoond.
  • Druk voor wisselstroommetingen eenmaal op de blauwe knop. Op het uitleesvenster (1) verschijnt „AC True RMS“.
  • Bij wisselstroommetingen wordt op het hoofduitleesvenster (12) de meetwaarde weergegeven. In het rechter subuitleesvenster verschijnt de frequentie van de wisselstroom, in het linker subuitleesvenster wordt het actuele meetbereik afgebeeld. HzV 10 A MAX COM

μAmA% Meet in geen geval stromen boven 10 A. Metingen >5 tot 10A mogen maximaal 10 s lang en uitsluitend met tussenpozen van 15 minuten worden uitgevoerd (afkoeltijd voor de shunt (meetweerstand)). Van 0 tot 5A is een continue meting toegestaan. k) DC-lusstroommeting in procenten

  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „mA“.
  • Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus en het rode meetsnoer op de mAμA-bus.
  • Druk tweemaal op de blauwe knop; op het uitleesvenster verschijnt „LO %“.
  • Sluit nu de beide meetpennen in serie aan op het meetobject (batterij, schakeling enzovoort); de lusstroom wordt in procenten weergegeven.

i) Stroommeting in het μA- en mA- bereik

In het μA-meetbereik is stroommeting tot 4000 μA en in het mA-meetbereik is dit tot 400 mA mogelijk. Beide stroommeetbereiken zijn gezekerd en daardoor beveiligd tegen overbelasting. In het wisselstroombereik wordt de meetwaarde als werkelijke effectieve waarde (True RMS) gemeten. Met de gele drukknop kan worden omgeschakeld naar AC+DC gekoppelde werkelijke effectieve-waarde metingen. Ga als volgt te werk voor het meten van μA- en mA-stromen:

  • Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus en het rode meetsnoer op de mAμA-bus.
  • Voor het meten van stromen tot maximaal 4000 μA, dient de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „μA“, respectievelijk tot maximaal 400 mA in de stand „mA“ te worden gezet. Na het instellen van het meetbereik met de bereikkeuzeschakelaar (5) is automatisch het meten van gelijkstroom (DC) geactiveerd.
  • Sluit nu de beide meetpennen in serie aan met het meetobject (batterij, schakeling enzovoort); de betreffende polariteit van de meetwaarde wordt samen met de momentele meetwaarde op het hoofduitleesvenster (12) weergegeven. In het linker subuitleesvenster wordt het actuele meetbereik getoond. HzV 10 A MAX VC902/VC960: OFF Messgerät ist ausgeschaltet
  • Druk eenmaal op de blauwe knop voor wisselstroommetingen. In het uitleesvenster (1) verschijnt „AC True RMS“.
  • Bij wisselstroommetingen wordt op het hoofduitleesvenster (12) de meetwaarde weergegeven. In het rechter subuitleesvenster wordt de frequentie van de wisselstroom, in het linker subuitleesvenster het actuele meetbereik getoond. Meet in het mA/μA-bereik in geen geval stromen die groter zijn dan 400 mA, omdat dan de smeltzekering doorbrandt. VC940 OFF Messgerät ist ausgeschaltet

g) Frequentiemeting / signaalverhouding in % Overschrijd in geen geval de maximaal toelaatbare ingangsgrootheden. Raak schakelingen en spanningvoerende delen niet aan als daarop een hogere spanning dan 25 V ACrms of 35 V DC wordt gemeten! Ga als volgt te werk voor het meten van een frequentie:

  • Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus en het rode meetsnoer op de V/Hz-bus totdat deze vlak tegen het meetapparaat liggen.
  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „mV Hz %“ en druk eenmaal kort op de blauwe knop. Zet bij de VC940 de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „°C °F Hz %“ en druk tweemaal op de blauwe knop. Op het uitleesvenster verschijnt „Hz“.
  • Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (generator, schakeling enzovoort).
  • De momentele meetwaarde verschijnt op het hoofduitleesvenster (12). Op het linker subuitleesvenster wordt het actuele meetbereik aangegeven.
  • Om de impuls/pauze-verhouding (duty cycle) te meten, dient opnieuw op de blauwe knop te worden gedrukt, totdat er % op het uitleesvenster verschijnt. h) Temperatuurmeting Overschrijd in geen geval de maximaal toelaatbare ingangsgrootheden. Raak geen schakelingen of spanningvoerende delen aan, als daar hogere spanningen dan 25 V ACrms of 35 V DC kunnen voorkomen. Temperatuurmetingen kunnen uitsluitend worden uitgevoerd via de aansluitbussen „V°C“ = plus en „COM“ = min en uitsluitend met temperatuursensoren van het type K. De temperaturen mogen uitsluitend aan de sensor worden toegepast; het meetinstrument is alleen gespecificeerd voor een omgevingstemperatuur van 23°C (+/- 5°C) en biedt dan een gegarandeerde nauwkeurigheid.
  • Ga als volgt te werk voor het meten van de temperatuur:
  • Verwijder alle meetsnoeren van de multimeter en zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „°C“.
  • Steek de connector van de meegeleverde temperatuursensor van het type K juist gepoold in de bussen „V°C“ en „COM“; op het hoofduitleesvenster (12) wordt nu de temperatuur in „°C“ (= Celsius) weergegeven. In het linker subuitleesvenster wordt de actuele meetwaarde getoond.
  • De temperatuureenheid kan met de blauwe knop worden omgeschakeld van Celsius naar Fahrenheit. Met de meegeleverde draad-temperatuursensor kunnen temperaturen tot maximaal +230°C worden gemeten. Met een als optie verkrijgbare adapter kunnen ook andere temperatuursensoren met een in de industrie gebruikelijke miniatuurconnector op de DMM worden aangesloten.

d) Akoestische doorgangstest REL / + Ga voor deze meting als volgt te werk:

  • Steek de meetsnoeren zoals bij punt C „Weerstandsmeting“ beschreven in het meetinstrument.
  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „Ω “ selecteren.
  • Druk op de blauwe knop voor omschakeling naar het akoestische doorgangstestbereik. Op het uitleesvenster verschijnt “ ”. De meetwaarde wordt aangegeven op het hoofduitleesvenster (12). Als doorgang wordt een meetwaarde < 50 Ω herkend; hierbij klinkt er een akoestische pieptoon. De pieptoon-functie kan in het setup-menu worden uitgeschakeld. Im RECALL-Modus: Auslesen des nächsten Speicherplatzes e) Diodentest Im STORE-Modus: Erhöht durch jedes Drücken den automa tischen Mess-Interval um eine Sekunde (S) Ga voor deze meting als volgt te werk: HzV 10 A MAX μAmA% COM
  • Steek de meetsnoeren zoals beschreven bij punt C „Weerstandsmeting“ in het meetapparaat.
  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „Ω
  • Druk tweemaal op de blauwe knop voor omschakeling naar het diodentestbereik. Op het uitleesvenster verschijnt
  • Test de meetsnoeren op doorgang door de beide meetpennen met elkaar te verbinden. Dit zal een waarde van circa 0 Ω opleveren.
  • Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (diode). In doorlaatrichting wordt de doorlaatspanning op het hoofduitleesvenster (12) weergegeven.
  • Normalmodus (kurze Betätigung): Schaltet in die blau aufgedruckten Messfunktionen um. Reaktivierung des Multimeters aus der Auto-Power-Off-Funktion f) Capaciteitsmeting Overschrijd in geen geval de maximaal toelaatbare ingangsgrootheden. Elke condensator dient eerst te worden ontladen alvorens deze op het meetapparaat aan te sluiten. Bij het kortsluiten van condensatoren kunnen energierijke ontladingen ontstaan. Raak geen schakelingen of spanningvoerende delen aan, wanneer daar hogere spanningen dan 25 V ACrms of 35 V/DC worden gemeten. Voer geen metingen uit aan condensatoren die in schakelingen of deelschakelingen zijn ingebouwd. Ga als volgt te werk voor het meten van de capaciteit van condensatoren:
  • Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus en het rode meetsnoer op de VΩ-bus totdat deze vlak tegen het meetinstrument liggen. HzV 10 A MAX μAmA% COM
  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand
  • Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (condensator). Let bij unipolaire condensatoren (elektrolitische typen, gepoold) op de juiste polariteit („+“ en „-“).
  • De momentele meetwaarde wordt op het hoofduitleesvenster (12) weergegeven. In het linker subuitleesvenster verschijnt het actuele meetbereik. Tip! Houd er rekening mee dat de DMM circa 2-3 seconden nodig heeft om de uitlezing te stabiliseren.

b) Wisselspanningsmeting Overschrijd in geen geval de maximaal toelaatbare ingangsgrootheden, ook niet bij het meten van gesuperponeerde gelijkspanningen (bijvoorbeeld bromspanningen). Max. 750 V ACrms. Raak geen schakelingen of spanningvoerende delen aan, wanneer er hogere spanningen dan 25 V ACrms of 35 V DC worden aangetroffen. Im Setup-Menü können verschiedene Parameter voreingestellt werden. Durch langes Drücken der SETUP-Taste gelangen Sie ins Setup-Menü. Durch erneutes Drücken der SETUP-Taste gelangen Sie in den nächsten Unterpunkt. Die Tasten „MAXMIN -“ sowie „REL +“ verändern nach jedem Tastendruck den Parameter nach unten (-) oder nach oben (+). Die Tasten „STORE <“ sowie „HOLD >“ wechseln die Dezimalstelle zurück oder vor. Ga als volgt te werk bij het meten van wisselspanningen:

  • Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus en het rode meetsnoer op de VΩ-bus totdat ze vlak tegen het instrument liggen.
  • Stel de bereikkeuzeschakelaar (5) in op de stand „V~“.(bij de VC940 op „V
  • Bij de VC940 dient met de blauwe knop naar wisselspanningsmeting worden omgeschakeld. Er verschijnt „ACTrue RMS“ op het uitleesvenster.
  • Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (generator, schakeling enzovoort).
  • De momentele meetwaarde wordt aangegeven op het hoofduitleesvenster (12). In het rechter subuitleesvenster wordt de frequentie van de wisselspanning weergegeven. In het linker subuitleesvenster wordt het actuele meetbereik aangeduid. Het wisselspanningsmeetbereik „V AC“ heeft een ingangsimpedantie van ca. 10 MΩ. HzV 10 A MAX μAmA In folgender Reihenfolge ist das Setup-Menü aufgebaut: LOW Grenzwerteinstellung für den unteren Pegel; bei Unterschreitung ertönt ein Piepton. Voreinstellung = LOW (Aus) Max. Wert -40.000; Zum Zurücksetzten auf die Voreinstellung Taste „STORE <“ drücken (OFF) HIGH Grenzwerteinstellung für den oberen Pegel; bei Überschreitung ertönt ein Piepton. Voreinstellung = OFF (Aus) Max. Wert 40.000; Zum Zurücksetzten auf die Voreinstellung Taste „STORE <“ drücken (OFF) (Aus) Auto-Power-OFF-Einstellung in Minuten: 10 / 20 / 30 / OFF. Voreinstellung = 10 Minuten Einstellung des Signaltons bei Durchgangsprüfung: 1 = Dauerpiepton und Symbolanzeige OFF = kein Piepton, Symbol blinkt; Voreinstellung = 1 Door het indrukken van de gele knop „AC+DC“ kan worden omgeschakeld om de wissel- en gelijkspanningsgekoppelde echte effectieve-waarde te meten. Op het uitleesvenster (1) verschijnt „AC+DC True RMS. c) Weerstandsmeting Controleer of alle te meten spanningvoerende delen, schakelingen en componenten alsook andere meetobjecten absoluut spanningsloos zijn. Einstellung der Ausschaltzeit der Displaybeleuchtung in Sekunden 10 / 20 / 30 / OFF (Aus); Voreinstellung = 10 „Bargraph“ Änderung der Bargraphdarstellung 1 = Nullpunkt ist in der Mitte angeordnet (nur bei DC und Temperatur) 2 = Nullpunkt ist am linken Rand angeordnet Voreinstellung = 1 Um die Einstellungen zu speichern muss jede Parameter-Änderung mit der Taste „EXIT“ bestätigt werden! Mehrere Parameter können nicht miteinander gespeichert werden. COM Ga als volgt te werk voor het meten van weerstanden en de akoestische doorgangstest:
  • Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus en het rode meetsnoer op de VΩ-bus totdat deze vlak tegen het instrument liggen. HzV 10 A MAX μAmA% COM
  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „Ω
  • Test de meetsnoeren op doorgang door de beide meetpennen tegen elkaar te drukken. Dit zal een weerstandswaarde van circa 0 Ω opleveren.
  • Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject. De meetwaarde wordt, mits het meetobject niet hoogohmig of onderbroken is, op het hoofduitleesvenster (12) weergegeven. In het linker subuitleesvenster wordt het actuele meetbereik getoond. Tip! Let er bij het uitvoeren van een weerstandsmeting op dat de meetpunten, die met de meetpennen voor het doen van de meting worden aangeraakt, vrij zijn van vuil, olie, soldeermiddel en dergelijke. Dit soort omstandigheden kunnen het meetresultaat negatief beïnvloeden. Zodra er „OL“ (van overload = overloop) in het uitleesvenster verschijnt, wordt het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken.
  • Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus en het rode meetsnoer op de VΩ-bus totdat deze vlak op het meetinstrument liggen.
  • Zet de bereikkeuzeschakelaar (5) in de stand „V “ of „mV “ (Bij VC940 „V “ of „mV
  • Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (batterij, schakeling enzovoort.).
  • De betreffende polariteit van de meetwaarde wordt samen met de momentele meetwaarde op het hoofduitleesvenster (12) weergegeven.
  • In het linker subuitleesvenster wordt het actuele meetbereik aangeduid.

In het setup-menu kunnen diverse parameters vooraf worden ingesteld. Door het lang indrukken van de knop SETUP is het setup-menu toegankelijk. Door het opnieuw indrukken van de knop SETUP zijn de volgende ondermenupunten toegankelijk. De knoppen „MAXMIN -“ alsook „REL +“ wijzigen na elke keer indrukken de parameters naar beneden (-) of naar boven (+). De knoppen „STORE <“ alsook „HOLD >“ verplaatsen de decimale punt naar links of naar rechts. Het setup-menu is in de onderstaande volgorde opgezet: LOW Grenswaarde-instelling voor het onderste niveau; bij onderschrijden klinkt er een pieptoon. Voorinstelling = LOW (uit) Max. waarde -40.000; voor terugzetten op de voorinstelling de knop „STORE <“ indrukken (OFF) (uit). HIGH Grenswaarde-instelling voor het bovenste niveau; bij overschrijden klinkt er een pieptoon. Voorinstelling = OFF (uit). Max. waarde 40.000; voor terugzetten op de voorinstelling de knop „STORE <“ indrukken (OFF) (uit). Der Wechselspannungsmessbereich „V AC“ weist einen Eingangswiderstand von ca. 10 MΩ auf. Durch Drücken des Gelben Druckschalters „AC+DC“ kann auf Wechsel- und Gleichspannungsgekoppelte Echt Effektivwert Messung geschaltet werden. In der Displayanzeige (1) erscheint „AC+DC True RMS) c) Widerstandsmessung Vergewissern Sie sich, dass alle zu messenden Schaltungsteile, Schaltungen und Bauelemente sowie andere Messobjekte unbedingt spannungslos sind. Zur Widerstandsmessung und akustischer Durchgangsprüfung gehen Sie wie folgt vor:

  • Normale modus (kort indrukken): Referentiewaardemeting. Het linker subuitleesvenster toont de werkelijke meetwaarde, het rechter subuitleesvenster de referentiewaarde en in het hoofduitleesvenster wordt de berekende waarde van de werkelijke meetwaarde ten opzichte van de referentiewaarde aangegeven. In de RECALL-modus: Uitlezen van de volgende geheugenplaats. In de STORE-modus: Verhoogt door herhaaldelijk indrukken de automatische meetinterval steeds met een seconde (S). d) Akustische Durchgangsprüfung Zu dieser Messung gehen Sie wie folgt vor:
  • Setup-functie (kort indrukken): Verhoogt de actuele parameter. Gele drukknop AC+DC
  • Normale modus (kort indrukken): Schakelt in de AC-meetbereiken over naar de AC+DC gekoppelde TrueRMS-functie. Let op! Deze drukknop vergrendelt! Blauwe knop

Met de functieknoppen kunnen alle parameters en extra functies worden ingesteld. Door de veelheid aan functies zijn de knoppen voorzien van onderliggende functies. De onderliggende functies worden pas na langer drukken op de knoppen (circa 1 s) geactiveerd. Voor het deactiveren van de betreffende functie dient altijd de knop „EXIT“ te worden ingedrukt.

HOLD / PEAK HOLD / >

  • Normale modus (kort indrukken): In de STORE-modus: Schakelt tussen „alle waarden wissen“ of „doorgaan bij de volgende vrije geheugenplaats“. EXIT / LIGHT
  • Normale modus (kort indrukken): Deactiveert alle actieve extra functies.
  • Setup-functie (kort indrukken): Verlaten van het instelmenu. MAXMIN / SEND / -
  • Normale modus (kort indrukken): In de subuitleesvensters worden de waarden MAX en MIN weergegeven. Op het hoofduitleesvenster wordt de actuele meetwaarde aangegeven. In de RECALL-modus: Handmatig uitlezen van de voorafgaande geheugenplaats. In de STORE-modus: Verkort elke keer dat er wordt gedrukt de automatische meetinterval met een seconde (S).
  • Subfunctie (1 s indrukken): Start de gegevensoverdracht van de actuele meetwaarde. De meetwaarden komen „online“ via de interface binnen en kunnen daardoor met de software verder worden verwerkt.
  • Setup-functie (kort indrukken): Verkort de actuele parameter.

OFF Meetapparaat is uitgeschakeld

V-gelijkspanningsmeting

Hz % mV-gelijkspanningsmeting, frequentiemeting en procentuele aanduiding bij impuls/pauzeverhouding (duty cycle) meting

Weerstandsmeting, diodentest, akoestische doorgangstester Capaciteitsmeting ºC / ºF Temperatuurmeting

μA-gelijk- en wisselstroommeting

mA-gelijk- en wisselstroommeting

A-gelijk- en wisselstroommeting VC940 OFF Meetapparaat is uitgeschakeld

V-gelijk- en wisselspanningsmeting

mV-gelijkspanningsmeting

Meetfuncties op de draaischakelaar met klok mee

  • Bei Wechselstrommessungen wird in der Hauptanzeige (12) der Messwert angezeigt. Im rechten Subdisplay wird die Frequenz des Wechselstromes, im linken Subdisplay wird der aktuelle Messbereich angezeigt. Messen Sie im mA/μA-Bereich auf keinen Fall Ströme über 400 mA, da sonst die Feinsicherung auslöst. Weerstandsmeting, diodentest, akoestische doorgangstester Vermogenmeting Capaciteitsmeting ºC / ºF / Hz % Temperatuurmeting, frequentiemeting en procentuele aanduiding bij impuls/pauzeverhouding (duty cycle) meting

μA-gelijk- en wisselstroommeting

mA-gelijk- en wisselstroommeting en stroomlusmeting

A-gelijk- en wisselstroommeting

Nanofarad (waarde maal tien tot de macht.-9; 10-9, eenheid van de elektrische capaciteit)

Microfarad (waarde maal tien tot de macht -6; 10-6)

Millifarad (waarde maal tien tot de macht -3; 10-3)

Graden Celsius (eenheid van de temperatuur)

Watt (eenheid van het arbeidsvermogen)

VoltAmpere (eenheid van het schijnbare vermogen) cos φ Cosinus phi (vermogenfactor φ)

Uitleesvensterinformatie en symbolen

Staat voor relatieve waardemeting (=referentiewaardemeting) AUTO Staat voor „Automatische meetbereikomschakeling“

Symbool voor de akoestische doorgangstester (B)

10A MAX mAμA COM Kloksymbool voor de geactiveerde automatische uitschakeling (Auto-Power-OFF)

Weergave van de meetwaarde als analoge balkindicatie TRUE RMS Indicator voor werkelijke effectieve-waarde meting (AC of AC+DC-gekoppeld)

Wisselspanningseenheid voor spanning of stroom

Gelijkspanningseenheid voor spanning of stroom

Volt (eenheid van de elektrische spanning)

Ampère (eenheid van de elektrische stroom)

Hertz (eenheid van de frequentie) kHz Kilohertz (waarde maal tien tot de macht 3; 103) MHz Megahertz (waarde maal tien tot de macht 6, 106)

Ohm (eenheid van de elektrische weerstand)

Mega-ohm, (waarde maal tien tot de macht 6; 106)

Overige aanvullende functies zijn:

  • „MIN/MAX“- voor het vasthouden van de minimale en maximale meetwaarden
  • „PEAK“- voor het vasthouden van de piekwaarde
  • „HOLD“ voor het „bevriezen“ van een meetwaarde
  • „REL“ om een referentiewaarde in te voeren
  • „STORE/RECALL“ maakt het opslaan en weergeven van verschillende meetwaarden mogelijk (VC920 en VC-940 10 meetwaarden/ VC960 10.000 meetwaarden)
  • Een automatische uitschakelfunctie (Auto-Power-Off) schakelt de DMM na een vooraf instelbare tijd uit om de batterij niet onnodig te belasten
  • Inschakelbare achtergrondverlichting van het uitleesvenster
  • Een instelmenu (setup-menu) maakt het individueel instellen van allerlei parameters mogelijk Het meetinstrument is universeel toepasbaar voor hobby, beroep en onderwijs. Als voeding wordt een alkaline blokbatterij van 9 V toegepast, bijvoorbeeld type 6LR61 of MN1604 of 6F22 of 006P.

15. GESPEICHERTE MESSWERTE ABRUFEN

1. 40000-tekens (counts) uitleesvenster (LCD) met functie- en meeteenheidindicatie

2. Functieknoppenveld

3. Omschakelknop voor meervoudige functies

4. Uitklapbare opstelbeugel aan de achterkant

5. Draaischakelaar voor het instellen van de meetfuncties

7. Batterijvak aan de achterzijde

8. Omschakelaar voor AC of AC+DC TrueRMS-metingen

9. Optische interface

10. Linker subuitleesvenster

11. Rechter subuitleesvenster

12. Hoofduitleesvenster

13. Balkindicator (bargraph)

  • Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in, nadat het van een koude naar een warme ruimte is gebracht. Het condensvocht dat hierbij ontstaat, kan in bepaalde gevallen het apparaat vernielen. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen.
  • Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
  • Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht. Batterijveiligheid
  • Juiste polariteit dient in acht genomen te worden bij het installeren van de batterijen.
  • Batterijen dienen uit het apparaat verwijderd te worden wanneer het voor langere tijd niet gebruikt wordt, om schade door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen brandwonden veroorzaken wanneer het zuur in contact komt met de huid, draag daarom beschermende handschoenen bij het hanteren van beschadigde batterijen.
  • Batterijen dienen buiten bereik te worden gehouden van kinderen. Laat de batterij niet rondslingeren. Het gevaar op inslikken bestaat voor kinderen en huisdieren.
  • Alle batterijen dienen tegelijkertijd vervangen te worden. Het mengen van oude met nieuwe batterijen in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
  • Batterijen mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Probeer nooit nietoplaadbare batterijen op te laden. Het risico bestaat op een explosie! Diversen
  • Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door een vakman/gespecialiseerde onderhoudsdienst.
  • Voor vragen over het omgaan met het product, die niet beantwoord worden in deze gebruiksaanwijzing, is onze afdeling technische ondersteuning bereikbaar op het volgende adres en telefoonnummer: Voltcraft®, 92242 Hirschau, Lindenweg 15, Duitsland, telefoon 0180/586 582 7. Batteriewechsel Zum Betrieb des Messgerätes ist eine 9V-Blockbatterie erforderlich. Wenn das Batteriewechselsymbol in der Displayanzeige erscheint, ist umgehend ein Batteriewechsel erforderlich. Zum Batteriewechsel gehen Sie wie folgt vor:
  • Om veiligheids- en toelastingsredenen (CE) is het eigenhandig ombouwen en/of veranderen van het apparaat niet toegestaan.
  • Raadpleeg een vakman bij twijfel over de werking, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
  • Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen!
  • In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht worden genomen.
  • In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparatuur.
  • Zorg er bij elke spanningsmeting voor dat het meetapparaat niet op het stroommeetbereik is ingesteld.
  • De spanning tussen een willekeurige aansluitbus van het meetinstrument en aarde mag 600 V DC/AC in overspanningscategorie IV respectievelijk 1000 V DC/AC in overspanningscategorie III niet overschrijden.
  • Vóór elke wisseling van meetbereik dienen de meetpennen van het meetobject te worden verwijderd.
  • Wees bijzonder voorzichtig bij spanningen hoger dan 25 V wissel- (AC) of 35 V gelijkspanning (DC)! Reeds bij deze spanningen kunt u een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen als u elektrische geleiders aanraakt.
  • Controleer het meetinstrument en de meetsnoeren vóór elke meting op beschadigingen. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie ontbreekt, beschadigd of gescheurd is.
  • Om elektrische schokken te voorkomen, moet u erop letten dat u de aansluitingen/meetpunten niet (ook niet indirect) aanraakt tijdens de meting.
  • Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag! / energierijke overspanningen!). Zorg ervoor, dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, het meetapparaat respectievelijk de meetsnoeren, schakelingen en deelschakelingen enzovoort volledig droog zijn.
  • Werk niet met het meetinstrument in ruimten of onder ongunstige omgevingscondities waar brandbare gassen, dampen of stoffen aanwezig (kunnen) zijn. Gebruik het apparaat niet in de onmiddellijke buurt van:
  • Sterke magnetische of elektromagnetische velden,
  • zendantennes of HF-generatoren.
  • Daardoor kan de meetwaarde afwijkingen vertonen.
  • Gebruik tijdens het meten alleen meetsnoeren die zijn afgestemd op de specificaties van de multimeter.
  • Als kan worden aangenomen dat het instrument niet langer op een veilige manier kan worden gebruikt, dient het buiten werking te worden gesteld om te voorkomen dat het per ongeluk opnieuw wordt gebruikt.
  • Er kan van worden uitgegaan dat veilig werken niet langer mogelijk is wanneer: - het apparaat zichtbare beschadigingen vertoont, - het apparaat niet meer werkt en - gedurende langere tijd onder ongunstige omgevingscondities is opgeslagen, of - na zware mechanische belasting tijdens transport.
  • Vermogenmeetadapter voor aansluiting op wandcontactdozen

3. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

Wij zijn niet verantwoordelijk voor schade aan eigendom of lichamelijke letsels indien het product verkeerd gebruikt werd op om het even welke manier of beschadigd werd door het niet naleven van deze bedieningsinstructies. De waarborg vervalt dan! Het uitroepteken geeft belangrijke informatie aan voor deze bedieningsinstructies waaraan u zich strikt moet houden. Dit apparaat heeft de fabriek in een veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten. Volg de instructies en waarschuwingen (“Let op!” en “Tip!”) van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een gevaarloze werking te garanderen! Let vooral op de volgende symbolen: Het zich in een driehoek bevindende uitroepteken heeft betrekking op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die beslist moeten worden nagevolgd. Dit apparaat is CE-getest en voldoet daarmee aan de voorgeschreven richtijnen Veiligheidsklasse 2 (dubbel geïsoleerd) CAT III Overspanningscategorie III voor metingen in de gebouwinstallatietechniek. CAT IV Overspanningscategorie IV laagspanningsinstallaties. voor metingen aan

bron van Aardpotentiaal

Metingen in overeenstemming met overspanningscategorie III (1000 V) en IV (600 V) Meten van gelijkspanning tot max. 1000 V DC Meten van wisselspanning tot max. 750 V AC / AC+DC True RMS = effectieve waarde Meten van gelijk- en wisselstromen van 0 tot 10 A (AC / AC+DC True RMS) Capaciteitsmeting tot 40 mF Meten van frequenties tot 400 MHz Weergave van de impuls/pauze-verhouding (duty cycle) in % Meten van weerstanden tot 40 M½ Doorgangstest (< 50 ½ akoestisch) en diodentest Temperatuurmeting van -40°C tot 1000°C (met K-type temperatuursensor) DC-lusstroommeting 4-20mA met %-indicatie Vermogenmeting (VC940) via meegeleverde wandcontactdoos-adapter tot 2500 W met aanduiding van de vermogenfactor cos φ en het schijnbare vermogen (VA)

  • Meetwaardegeheugen voor 10 (VC920 en VC940) en datalogger voor 10000 waarden (VC960)
  • Gegevensoverdracht via optische interface Messtoleranzen Angabe der Genauigkeit in ± (% der Ablesung (= reading = rdg) + Anzeigefehler in digits (= dgt = Anzahl der kleinsten Stellen)). Die Genauigkeit gilt ein Jahr lang bei einer Temperatur von +23°C ± 5°C, bei einer rel. Luftfeuchtigkeit von kleiner als 75%, nicht kondensierend. Bereich DC / V Messbereich Het eigenhandig ombouwen en/of veranderen van het product is niet toegestaan om veiligheids- en keuringsredenen (CE). Een andere toepassing dan hierboven beschreven, is niet toegestaan en kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand, elektrische schokken, enz. Lees de gebruiksaanwijzing grondig en bewaar deze voor raadpleging in de toekomst.

Ongunstige omgevingscondities zijn:

  • Regen of hoge luchtvochtigheid,
  • De aanwezigheid van stof, brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen,
  • Onweer of onweerachtige omstandigheden, zoals sterke elektrostatische velden, enzovoort. Dit product voldoet aan de Europese en nationale eisen betreffende elektromagnetische compatibiliteit (EMC). De CE-conformiteit werd gecontroleerd en de betreffende verklaringen en documenten werden neergelegd bij de fabrikant.

Überlastschutz: 1000 V; Eingangswiderstand: 400mV = 2,5GΩ / 4V bis1000V = 10 MΩ Het meetapparaat mag in geopende toestand, met geopend batterijvak respectievelijk bij ontbrekend klepje van het batterijvak, niet worden gebruikt. Het uitvoeren van metingen in vochtige ruimten, buitenshuis en tijdens ongunstige omgevingscondities wordt sterk ontraden. Een andere toepassing dan hierboven omschreven kan leiden tot beschadiging van het instrument. Daarnaast bestaat het risico op bijvoorbeeld kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het complete product mag niet worden veranderd of omgebouwd! De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen! Genauigkeit

INLEIDING Diodentest Prüfspannung max. 2,8 V; Prüfstrom ca. 1mA 0,0001V Geachte klant, Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van een Voltcraft®-product. Hiermee heeft u een uitstekend apparaat in huis gehaald. Voltcraft® - deze naam staat op het gebied van meettechniek, laadtechniek en voedingsspanning voor onovertroffen kwaliteitsproducten die worden gekenmerkt door gespecialiseerde vakkundigheid, buitengewone prestaties en permanente innovaties. Voor ambitieuze elektronica-hobbyisten tot en met professionele gebruikers ligt voor de meest ingewikkelde taken met een product uit het Voltcraft®-assortiment altijd de perfecte oplossing binnen handbereik. Bovendien bieden wij u de geavanceerde techniek en betrouwbare kwaliteit van onze Voltcraft®-producten tegen een nagenoeg niet te evenaren verhouding van prijs en prestaties. Daarom scheppen wij de basis voor een duurzame, goede en tevens succesvolle samenwerking. Kapazität ±(1%+20dgt) ±(1%+10dgt) 0,001 nF ±(1%+20dgt) ±(1%+10dgt) 0,01 nF 4 μF ±(1%+20dgt) ±(1%+10dgt) 0,0001 μF 40 μF ±(1%+20dgt) ±(1%+10dgt) 0,001 μF 400 μF ±(1%+20dgt) ±(1%+10dgt) 0,01 μF 4 mF ±(5%+20dgt) 40 mF Nicht spezifiziert ±(5%+10dgt) 0,0001 mF Nicht spezifiziert 0,001 mF Überlastschutz: 1000 V Frequenz Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product! Alle voorkomende bedrijfsnamen en productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden. 40 nF 400 nF 4 kHz ±(0,1%+8dgt) ±(0,1%+5dgt) 0,0001 kHz 40 kHz ±(0,1%+8dgt) ±(0,1%+5dgt) 0,001 kHz 400 kHz ±(0,1%+8dgt) ±(0,1%+5dgt) 0,01 kHz 4 MHz ±(0,1%+8dgt) ±(0,1%+5dgt) 0,0001 MHz 40 MHz ±(0,1%+8dgt) ±(0,1%+5dgt) 0,001MHz 400 MHz ±(0,1%+8dgt) ±(0,1%+5dgt) 0,01 MHz Überlastschutz: 1000 V Messempfindlichkeit: 10 Hz bis 40 MHz : 200 mV / > 40 MHz nicht spezifiziert -40 bis +40 °C Temperatur +40 bis +400 °C +400 bis +1000 °C ±(3%+30dgt) ±(3%+10dgt) ±(1%+30dgt) ±(1%+1dgt) ±2,5% 0,1 °C ±2,5% Überlastschutz: 1000 V Der beiliegende Draht-Thermofühler kann nur bis max. +230 °C verwendet werden! 4-20 mA Duty Cycle ±(1%+50dgt) ±(1%+5dgt) 0,01% 10Hz - 2 KHz Überschreiten Sie auf keinen Fall die max. zulässigen Eingangsgrößen. Berühren Sie keine Schaltungen oder Schaltungsteile, wenn darin höhere Spannungen als 25 V Acrms oder 35 V DC anliegen können! Lebensgefahr!