PBN3320X - Inbouwoven PROGRESS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PBN3320X PROGRESS in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwoven |
| Merk | PROGRESS |
| Model | PBN3320X |
| Capaciteit | 53 liter |
| Inbouwafmetingen (H x B x D) | 335 x 395 x 400 mm |
| Voeding | 230 V, 50 Hz, 1875 W |
| Vermogen hetelucht | 1825 W |
| Vermogen boven-/onderwarmte | 1800 W |
| Vermogen grill | 1650 W |
| Vermogen grill met ventilator | 1675 W |
| Vermogen onderwarmte | 1000 W |
| Binnenverlichting | 25 W, lamp E14, bestand tegen 300°C |
| Kookfuncties | Hetelucht, boven-/onderwarmte, onderwarmte, grill, grill met ventilator, ontdooien |
| Elektronische timer | Ja, met programmering van duur en einde van het koken |
| Aantal niveaus | 4 |
| Type bediening | Inschuifbare draaiknoppen (push-pull) |
| Deur | Afneembaar, dubbel glas |
| Veiligheid | Veiligheidsthermostaat, koelventilator |
| Reiniging | Inklapbare verwarmingsrooster voor reiniging van het plafond |
| Bijgeleverde accessoires | Bakplaat, druipbak, rooster |
| Klantenservice | Originele onderdelen beschikbaar, reparaties door erkende service |
Veelgestelde vragen - PBN3320X PROGRESS
Gebruikersvragen over PBN3320X PROGRESS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwoven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBN3320X - PROGRESS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBN3320X van het merk PROGRESS.
GEBRUIKSAANWIJZING PBN3320X PROGRESS
Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinformatie 3
Beschrijving van het apparaat 5
Bediening 6
Voordat u het apparaat in gebruik neemt 7
Gebruik van de oven 13
Baktabellen 17
Reiniging en onderhoud 19
Het oplossen van problemen 24
Instructies voor de installateur 26
Instructies voor de inbouw 27
Klantenservice 28
Handleiding voor de gebruiksaanwijzing

Veiligheidsinstructies

Stap-voor-stap-handleiding

Aanwijzingen en Tips

Milieu-informatie

Dit apparaat voldoet aan de volgende EG-richtlijnen:
- 2006/95(Laagspanningsrichtlijn);
- 89/336 (EMC Richtlijn);
- 93/68 (algemene richtlijn);
en daaropvolgende wijzigingen.
FABRIKANT:
ELECTROLUX HOME PRODUCTS ITALY S.p.A.
Viale Bologna, 298
47100 FORLÏ (Italy)
Bewaar de bij dit apparaat geleverde gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Als het apparaat aan derden wordt geschonken of verkocht, of als u het apparaat bij verhuizing in de oude woning achterlaat, is het belangrijk dat de nieuwe gebruiker over deze gebruiksaanwijzing en de adviezen kan beschikken.
Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de veiligheid van de gebruiker en diens huisgenoten. Lees ze dus aandachtig door, voordat u het apparaat aansluit en/of in gebruik neemt.
Installatie
- De installatie moet verricht worden door vakkundig personeel, met inachtneming van de geldende voorschriften. De afzonderlijke installatiewerkzaamheden zijn beschreven in de instructies voor de installateur.
- Laat de installatie en aansluiting uitvoeren door een vakman, overeenkomstig de hem, dankzij zijn vakkennis bekende richtlijnen.
- Ook eventuele voor de installatie noodzakelijke wijzigingen aan de elektriciteitsvoorziening moeten door een erkend installateur uitgevoerd worden.
- Deze oven is geschikt voor gebruik als afzonderlijk apparaat of in combinatie met een elektrische kookplaat, voor aansluiting aan enkelfase 230 V.
Werking
- Deze oven is ontworpen voor de bereiding van gerechten; gebruik hem nooit voor andere doeleinden.
- Tijdens de werking van de oven extra voorzichtig zijn. Door de grote hitte van de verwarmingselementen zijn de roosters en andere delen erg heet.
- Indien u - om welke reden dan ook - aluminiumfolie in de oven gebruikt, laat dit dan nooit in direct contact komen met de bodem van de oven.
-
Ga bij het reinigen van de oven voorzichtig te werk: sproei nooit vloeistof op het vetfilter (indien aanwezig), de verwarmingselementen en de thermostaatsensor.
-
Het is gevaarlijk veranderingen van welke aard ook aan te brengen aan het apparaat of aan de kenmerken ervan.
- Tijdens het bak-, braad- en grillproces worden de ovendeur en de andere onderdelen van het apparaat erg heet, Houd kinderen daarom uit de buurt van het apparaat. Indien er elektrische apparaten worden aangesloten op stopcontacten in de buurt van de oven, let er dan op dat de aansluitsnoeren niet in aanraking komen met hete oppervlakken of vastgeklemd raken tussen de ovendeur.
- Gebruik altijd ovenwanten om vuurvaste, hete schotels of schalen uit de oven te halen.
- Een regelmatige reiniging voorkomt de achteruitgang van het oppervlakte-materiaal van de oven.
- Schakel voordat u de oven gaat reinigen de stroom uit of haal de stekker uit het stopcontact.
- Verzeker u ervan dat de oven in de stand «UIT» staat, als de oven niet meer gebruikt wordt.
- Het apparaat mag niet worden gereinigd met een stoomreiniger.
- Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers. U kunt daarmee krassen op de deur veroorzaken en dat kan leiden tot het barsten van het glas.
Veiligheid
- Dit apparaat is bestemd voor gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om het door kinderen te laten gebruiken of hen ermee te laten spelen.
- Houd kinderen uit de buurt, zolang de oven in werking is. Ook nadat u de oven heeft uitgeschakeld, blijft de deur nog lange tijd heet.
- Dit apparaat mag niet gebruikt worden door kinderen of andere personen wiens lichamelijke, motorische of geestelijke gesteldheid of gebrek aan ervaring en kennis die daardoor het apparaat niet kunnen gebruiken zonder supervisie of instructies van een verantwoordelijk persoon om zeker te zijn van dat het apparaat veilig kan worden gebruikt.
Afvalverwerking

Verpakkingsmateriaal
- De verpakking bestaat uit milieu-vriendelijke materialen die geschikt zijn voor hergebruik. De onderdelen van kunststof zijn voorzien van de volgende merktekens, bijv. >PE>, >PS< enz. Gooi de verpakkingsmaterialen weg in overeenstemming met hun kenmerken bij de gemeentelijke afvaldienst in de daarvoor bedoelde containers.

Oude apparaten
- Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt gekocht.

Let op: Opdat een afgedankt apparaat geen gevaar meer oplevert, moet het voordat het als afval wordt verwerkt, onbruikbaar gemaakt worden.
Trek de stekker uit het stopcontact en verwijder de hoofdkabel van het apparaat.
Klantenservice
- Laat controlewerkzaamheden of reparaties uitvoeren door de klantenservice van de fabrikant of door een door de fabrikant geautoriseerde klantenservice en gebruik alleen originele onderdelen.
- Probeer nooit zelf storingen van of beschadigingen aan het apparaat te repareren. Reparaties die door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden.

text_image
1 2 5 3 4 6 7 8 9 10 11- Bedieningspaneel
- Functieknop
- Elektronisch programmeren
- Temperatuurregelknop
- Bedrijfscontrolelampje
-
Temperatuurregelknop - Controlelampje
-
Luchtspleten voor ventilator
- Grill
- Ovenverlichting
- Ovenventilator
- Typeplaatje
Accessoires

text_image
Bakplaat Braadslede RoosterVerzonken knoppen
Deze modellen zijn voorzien van verzonken knoppen. Deze knoppen werken op het systeem van indrukken-uittrekken. Ze kunnen helemaal in het paneel verdwijnen als de oven buiten gebruik is.
Bedieningsknop
Door aan de thermostaatknop te draaien kan de meest geschikte temperatuur gekozen worden en door aan de keuzeknop te draaien kan het meest geschikte verwarmings-systeem gekozen worden:

Oven uitgeschakeld

Hete lucht

Boven- en onderwarmte

Onderwarmte

Ventilatorgrill

Grill

Ontdooien
Bedrijfscontrolelampje
Het bedrijfscontrolelampje gaat branden als de functieknop wordt ingesteld.
Temperatuurregelknop - Controlelampje
Dit controlelampje gaat branden als er aan de temperatuurregelknop gedraaid wordt. Het lampje blijft branden tot de gewenste temperatuur bereikt is. Daarna gaat het knipperen om aan te geven dat de temperatuur in stand wordt gehouden.
Veiligheidsthermostaat
Om gevaarlijke oververhitting te voorkomen (door ondeskundig gebruik van het apparaat of defecte onderdelen), is de oven voorzien van een veiligheidsthermostaat, die de stroomtoevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven automatisch weer ingeschakeld.
Als de veiligheidsthermostaat is geactiveerd vanwege onjuist gebruik van het apparaat, hoeft u (nadat de oven is afgekoeld) al-

leen de fout te verhelpen. Wordt de thermo- staat daarentegen geactiveerd vanwege een defect onderdeel, neem dan contact op met onze klantenservice.
Koelventilator
De koelventilator koelt de oven en het bedieningspaneel af. De ventilator wordt nadat de oven enkele minuten in werking is automatisch ingeschakeld. Warme lucht wordt door de afscherming in de buurt van de deurgreep van de oven naar buiten afgevoerd. Als de oven wordt uitgeschakeld kan de ventilator nog enige tijd draaien om de bedieningselementen af te koelen. Dit is helemaal normal.

De werking van de ventilator hangt af van hoe lang en op welke temperatuur de oven gebruikt is. Het is mogelijk dat de ventilator helemaal niet ingeschakeld wordt op lagere temperatuur-instellingen of als de oven maar korte tijd gebruikt is.
Voordat u de oven voor het eerst in gebruik neemt

Verwijder al het verpakkingsmateriaal, zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van de oven, voordat u de oven in gebruik neemt.
Voordat u de oven in gebruik neemt, moet de oven één keer opgewarmd worden zonder dat u er gerechten in geplaatst heeft.
Gedurende deze tijd kan er een onaangenaam luchtje ontstaan. Dit is helemaal normaal. Het wordt veroorzaakt door fabricageresten.

De oven functioneert alleen als u de klok hebt ingesteld.
Zorg ervoor dat de ruimte goed geventileerd is.

-
Stel het tijdstip van de dag in met de optie elektronisch programmeren (zie hoofdstuk "Elektronisch programmeren").
-
Draai de functieknop op hete lucht

-
Draai de thermostaatknop naar 250°C.
-
Zet een raam open voor de ventilatie.
-
Laat de lege oven ongeveer 45 minuten werken.
Herhaal deze procedure voor de functie boven- en onderwarmte □ en voor de functie ventilatorgrill 🚗 gedurende ongeveer 5-10 minuten.

Laat de oven daarna afkoelen. Maak een doek vochtig met warm water en wat mild reinigingsmiddel en maak daarmee de binnenkant van de oven schoon.

Maak, voordat u de oven voor het eerst gebruikt, ook alle accessoires grondig schoon.

Pak, om de deur te openen, altijd de handgreep in het midden vast.

text_image
4 5 → 12.00 ≡ 7 6 → - Ⓤ + 8 2 1 3- Functiekeuzetoets
- Toets “—”
- Toets “+”
- Controlelampje
- Controlelampje “Bereidingstijd” |→|
- Controlelampje “Einde bereidingstijd” →
- Controlelampje "Timer"
- Controlelampje "Klok"
De oven werkt pas nadat de klok is ingesteld.
De oven kan echter ook zonder enige programmering bediend worden.
Als de stroom uitvalt worden alle instellingen (klok, programma-instelling of lopend programma) gewist. Als de stroomtoevoer weer hersteld is, knipperen de cijfers in het display. De klok en de timer moeten in een dergelijk geval wel opnieuw worden ingesteld.
Om het juiste tijdstip van de dag in te stellen ⏻
Wanneer de stroomtoevoer wordt ingeschakeld, of nadat de stroom is uitgevallen, knippert het controlelampje "Klok" ⏻ op het display.
Om de klok in te stellen:
- Druk op toets “+” of “—”.
- Wacht daarna 5 seconden: het controle-lampje "Klok" ⏻ gaat uit en op het display verschijnt de ingestelde tijd. Het apparaat is klaar voor gebruik.
Om het juiste tijdstip van de dag opnieuw in te stellen:
- Druk nogmaals op toets Ⓤ om de functie "Klok" te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje gaat knipperen. Ga dan verder zoals hierboven is beschreven.

text_image
12.00 - ⏱ +Het tijdstip van de dag kan alleen opnieuw worden ingesteld als er geen automatische functie (bereidingstijd of einde bereidingstijd ingesteld is.
Bereidingstijd |→|
Met deze functie wordt de oven automatisch uitgeschakeld als de geprogrammeerde bereidingstijd afgelopen is. Zet het gerecht in de oven, kies een bereidingsfunctie en stel de bereidingstemperatuur in. Druk nogmaals op de toets Ⓤ om de functie “Bereidings- tijd” te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje |→| gaat knipperen.
Ga dan als volgt verder:
Zo stelt u de bereidingstijd in:
- Druk op toets “+” of “—”.
- Wacht 5 seconden nadat u de instelling hebt uitgevoerd: het controlelampje “Bereidingstijd” |→| gaat branden en op het display verschijnt weer het tijdstip van de dag.
- Als de geprogrammeerde bereidingstijd is verstreken, wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal en het controlelampje knippert.
Draai de functieknop van de oven en de thermostaatknop op nul.
Om het geluidsalarm uit te schakelen een willekeurige toets indrukken.
OPMERKING: Door het uitschakelen van het geluidssignaal wordt de oven weer op handmatige bediening gezet. Als de functieknop en de thermostaat-knoppen niet op nul gezet zijn, zal de oven weer gaan opwarmen.
Zo annuleert u de bereidingstijd:
- Druk nogmaals op de toets Ⓤ om de functie "Bereidingstijd" te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje |→| gaat knipperen en op het display verschijnt de resterende bereidingstijd.
- Druk op toets “—” tot “0:00” op het display verschijnt. 5 seconden later gaat het controlelampje uit en zal het tijdstip van de dag weer op het display verschijnen.

text_image
12.05 - + 00.30 - +Einde bereidingstijd →
Met deze functie kunt u de oven zodanig instellen dat deze automatisch uitgeschakeld wordt als de geprogrammeerde bereidingstijd afgelopen is. Zet het gerecht in de oven, kies een bereidingsfunctie en stel de bereidingstemperatuur in. Druk nogmaals op de toets om de functie "Einde bereidingstijd" te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje 1 gaat knipperen.
Ga dan als volgt verder:
Zo stelt u het einde van de bereidingstijd in:
- Druk op toets “+” of “—”.
- Wacht 5 seconden nadat u de instelling hebt uitgevoerd: het controlelampje "Einde bereidingstijd" → gaat branden en op het display verschijnt weer het tijd-stip van de dag.
- Als de geprogrammeerde bereidingstijd is verstreken, wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal en het controlelampje knippert. Draai de functieknop van de oven en de thermostaatknop op nul.
Om het geluidsalarm uit te schakelen een willekeurige toets indrukken.
OPMERKING: Door het uitschakelen van het geluidssignaal wordt de oven weer op handmatige bediening gezet. Als de functieknop en de thermostaat-knoppen niet op nul gezet zijn, zal de oven weer gaan opwarmen.
Zo annuleert u het geprogrammeerde einde van de bereidingstijd:
- Druk nogmaals op de toets Ⓤ om de functie "Einde bereidingstijd" te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje →|gaat knipperen en op het display verschijnt het geprogrammeerde Einde bereidingstijd.

text_image
12.05 - + 13.05- Druk op toets “—”, tot op het display het tijdstip van de dag verschijnt. Er klinkt een geluidssignaal en het controlelampje gaat uit.
Combinatie van "Bereidingstijd" |→| en "Einde bereidingstijd" →|
De functies "Bereidingstijd" en "Einde bereidingstijd" kunnen tegelijk gebruikt worden om de oven automatisch in te schakelen en later uit te schakelen.
- Stel met behulp van de functie "Bereidingstijd" |→| (stel de bereidings- tijd in zoals beschreven in het betreffende hoofdstuk) de tijdsduur in. Druk vervolgens op toets Ⓥ: op het display verschijnt de geprogrammeerde instelling.
- Stel met behulp van de functie "Einde bereidingstijd" → (stel het Einde bereidingstijd in zoals beschreven in het betreffende hoofdstuk) het tijdstip van het einde van de bereiding in.
Het overeenkomstige controlelampje gaat branden en op het display verschijnt het tijdstip van de dag. De oven zal in- en uitgeschakeld worden volgens de ingestelde programma's.
Timer
Het timersignaal klinkt aan het einde van een ingestelde tijdsduur; de oven blijft echter ingeschakeld, als hij op dat moment in gebruik is.
Zo stelt u de timer in:
- Druk nogmaals op toets ⏻ om de functie "Timer" te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje ✉ gaat knipperen.
- Druk vervolgens op toets “+” of “—” (maximaal: 2 uur, 30 minuten).
- Wacht 5 seconden nadat u de instelling hebt uitgevoerd. Het controlelampje van de "Timer" ✉ gaat branden.
- Als de ingestelde tijdsduur is afgelopen begint het controlelampje te knipperen en klinkt er een geluidssignaal. Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te schakelen.

text_image
12.05 - ② +
text_image
01.30 - ② +Zo schakelt u de timer uit:
- Druk nogmaals op de toets ✕ om de functie "Timer" te kiezen. Het overeenkomstige controlelampje ✕ gaat knipperen en op het display verschijnt de resterende tijd.
- Druk op toets “—”, tot “0:00” op het display verschijnt. 5 seconden later gaat het controlelampje uit en zal het tijdstip van de dag weer op het display verschijnen.
Zo schakelt u het display uit:
-
Druk tegelijkertijd op twee programmeerknoppen en houd ze ong. 5 seconden ingedrukt. Het display wordt uitgeschakeld.
-
Om het display in te schakelen, drukt u op een willekeurige toets.
Het display kan alleen uitgeschakeld worden als er geen andere functies zijn ingesteld.

Belangrijk! - Leg geen aluminiumfolie in de oven en plaats geen bakblik enz. op de bodem, aangezien de daardoor veroorzaakte hitteconcentratie het emaille van de oven beschadigt. Zet pannen en schalen, hittebestendige pannen en schalen of aluminium bakplaten altijd op het rooster, dat in de geleiders is geschoven. Wanneer levensmiddelen verwarmd worden ontstaat stoom, net als in een ketel. Wanneer de stoom in aanraking komt met de glazen deur van de oven, wordt er condens gevormd en ontstaan er waterdruppels.
Warm de lege oven altijd 10 minuten voor, om condensvorming te beperken.
Wij adviseren u na elke bereiding de waterdruppels weg te vegen.

De ovendeur moet tijdens de be- reiding gesloten zijn.
Wees voorzichtig bij het openen van de ovendeur. Laat hem niet “open vallen”, maar ondersteun de deur met de handgreep totdat hij helemaal open is.

De oven heeft vier inzetniveaus.
De plaatsen voor de roosters worden van de bodem van de oven geteld, zoals aangegeven in de afbeelding.
De roosters moeten absoluut goed op hun plaats worden gezet (zie afbeelding).
Zet geen serviesgoed of schalen rechtstreeks op de bodem van de oven.

text_image
1 2 3 4Boven- en onderwarmte
- Draai de knop op de gewenste functie ☐.
-
Zet de thermostaatknop op de gewenste temperatuur.
-
De warmte wordt het best verdeeld op het middelste inzetniveau. Als de onderkant van het gerecht een bruiner korstje moet krijgen, zet u het op een lager inzetniveau. Als de bovenkant een bruiner korstje moet krijgen, zet u het gerecht op een hoger inzetniveau.
- Het materiaal en de afwerking van de bakplaat en de schalen is van invloed op de mate waarin het voedsel een bruin korstje krijgt. Geëmailleerde, donkere, zware of vormen of keuken-gereedschappen zonder beschermlaag maken een sterkere bruining van de onderkant mogelijk, terwijl vormen van glas of glanzend aluminium of gepolijste sta- len bakplaten de hitte reflecteren en daardoor slechts een geringe bruiner- ende werking op de onderkant toestaan.
- Zet de gerechten altijd in het midden van het rooster, om een gelijkmatige bruining te bevorderen.
- Zet de gerechten op bakplaten van geschikte afmetingen, zodat vloeistof niet op de bodem van de oven kan lekken. Zo bespaart u zichzelf schoonmaakwerkzaamheden.
- Zet gerechten, potten of bakblikken nooit rechtstreeks op de bodem van de oven, deze wordt namelijk erg heet en dan kunnen er beschadigingen ontstaan. Bij deze instelling komt de warmte van zowel de bovenste als de onderste verwarmingselementen. Daarom heeft u slechts een inzetniveau nodig voor de bereiding. Deze instelling is met name geschikt voor gerechten, die aan de onderkant extra gebruind moeten worden zoals quiches en pasteien.
Gratins, lasagna en andere gerechten die vooral aan de bovenkant gebruind moeten worden, kunnen ook heel goed met deze instelling bereid worden.
Onderwarmte
- Draai de functieknop van de oven op ☐.
- Zet de thermostaatknop op de gewenste temperatuur.
Deze functie is met name geschikt voor het blindbakken van deeg. Deze functie kan ook gebruikt worden voor quiches of pasteien, omdat het deeg van de bodem gegarandeerd goed gebakken wordt.

Het controlelampje van de thermo-staat blijft branden tot de juiste temperatuur bereikt is. Daarna gaat het knipperen om aan te geven dat de temperatuur in stand wordt gehouden.
Hete lucht

- Draai de functieknop van de oven op
-
Zet de thermostaatknop op de gewenste temperatuur.
-
Het voedsel wordt bereid met behulp van voorverwarmde lucht die gelijkmatig door een ventilator in de oven wordt rond geblazen.
- De warmte wordt snel bereikt en gelijkmatig over alle ovenzones verdeeld. Dat betekent dat u gelijktijdig verschillende soorten gerechten kunt bakken, braden en stomen. Bereiden met hetelucht garandeert een snelle verwijdering van vocht; de drogere omgeving van de oven voorkomt dat de verschillende aroma's en smaken van het ene gerecht naar het andere worden overgebracht.
- De mogelijkheid om gerechten op verschillende inzetniveaus te bereiden betekent dat u verschillende gerechten tegelijkertijd kunt bereiden; tot maximaal drie bakplaten koekjes en minipizza's, om meteen op te eten of om ze vervolgens in te vriezen.
- Natuurlijk kan de oven ook gebruikt worden voor bereidingen op één niveau. Daarbij kunt u het best de laagste niveaus gebruiken, dan kunt u de voortgang makkelijker in de gaten houden.
- Bovendien is de oven met name geschikt voor het steriliseren van jam en eigen vruchten op siroop en om paddenstoelen en fruit te drogen.
Grillen
- De meeste levensmiddelen kunnen het beste op het rooster in de grillpan gelegd worden, hierdoor is een maximale luchtcirculatie mogelijk en ligt het voedsel niet in zijn eigen vet of vocht. Vis, lever en niertjes kunnen, indien nodig, ook rechtstreeks in de grillpan gelegd worden.
- Het is het beste als de levensmiddelen, voordat ze gegrild worden, droog zijn, daarmee voorkomt u spatten. Strijk mager vlees en vis licht in met een beetje olie of gesmolten boter, zodat de gerechten tijdens de bereiding mals blijven.
- Groenten als bijgerecht, zoals bijvoorbeeld tomaten en paddenstoelen, kunnen tijdens het grillen van het vlees onder het rooster gelegd worden.
- Brood moet op het bovenste inzet-niveau geroosterd worden.
- Het te grillen gerecht moet zo nu en dan omgekeerd worden.
Gebruik van de grill 📌
Via de grill komt de directe warmte snel tot in het midden van het bereik van de grillpan. Met de grill kunt u heel goed kleinere hoeveelheden grillen. Op die manier kunt u ook energie besparen.
- Draai de functieknop van de oven op 📌.
- Zet de thermostaatknop op de gewenste temperatuur.
- Kies het geschikte inzetniveau voor het rooster en de grillpan, afhankelijk van de dikte van het voedsel dat u wilt grillen. Volg daarna de aanwijzingen voor het grillen op.
Het grill-element werkt via de thermostaat. Tijdens het grillen wordt de grill met regelmatige tussenpozen in- en uitgeschakeld, om oververhitting te voorkomen.
Ventilatorgrill

Stel voor de ventilatorgrill een maximale temperatuur van 200°C in.
-
Draai de functieknop van de oven op
-
Zet de thermostaatknop op de gewenste temperatuur.
Dit is een alternatieve bereidingsmethode voor gerechten die anders met de normale grill bereid worden. Het grill-element en de ventilator werken afwisselend, daardoor wordt de hete lucht in de oven gecirculeerd.
Ontdooien
De ovenventilator werkt zonder warmte en laat de lucht in de oven op kamertemperatuur circuleren.
Controleer of de thermostaatknop op de stand UIT staat.
i Aanwijzingen en Tips
Bakken:
Taart en gebak vereisen gewoonlijk een gemiddelde temperatuur (150°C-200°C). Daarom moet de oven gedurende ong. 10 minuten voorverwarmd worden.
Doe de ovendeur niet open voordat 3/4 van de baktijd is verstreken.
Bak kruimeldeeg in een springvorm of op een bakblik tot 2/3 van de baktijd. Vervolgens kunt u het garneren en afbakken. Deze extra baktijd hangt af van de soort en hoeveelheid van de garnering. Biscuitdeeg moet moeilijk van de lepel lopen. De baktijd zou door te vloeibaar deeg onnodig langer duren.
Als er twee bakblikken met gebak tegelijkertijd in de oven worden geplaatst, moet er tussen de blikken één niveau worden vrijgelaten.
Als er twee bakblikken met gebak tegelijkertijd in de oven worden geplaatst, moeten deze na ongeveer 2/3 van de baktijd worden omgewisseld en omgedraaid.
Braden:
Braad geen stukken die minder wegen dan 1 kg. Kleinere stukken kunnen tijdens het braden uitdrogen. Donker vlees, dat van buiten goed gebraden maar van binnen roze tot rood moet blijven, moet bij een hogere temperatuur (200°C-250°C) worden gebraden.
Licht vlees, gevogelte en vis hebben daarentegen een lagere temperatuur (150°C-175°C) nodig. Doe bij een korte bereidingstijd de ingrediënten voor de saus of jus direct aan het begin in de braadslede. Heeft het gerecht een langere bereidingstijd nodig, voeg deze ingrediënten dan pas het laatste half uur toe.
U kunt controleren of het vlees gaar is met behulp van een lepel: als het vlees niet kan worden ingedrukt, is het gaar. Rosbief en ossenhaas, die van binnen roze moeten blijven, moeten op een hogere temperatuur en in kortere tijd worden gebraden.
Als u vlees direct op het rooster braadt, plaats dan de braadslede op het onderste niveau zodat de sappen worden opgevangen.
Het braadstuk minstens 15 minuten la- ten staan, voordat u het aansnijdt, zodat het vleesvocht niet kan weglopen.
Om rookvorming in de oven te beperken, kunt u een beetje water in de braadslede gieten. Om condensvorming te voorkomen, een paar keer water toevoegen. Borden kunnen tot zij geserveerd worden in de oven op de laagste temperatuur warm gehouden worden.

Voorzichtig!
Leg geen aluminiumfolie of kookgerei in de oven en zet de braadslee of het bakblik niet op de bodem van de oven, anders kan het emaille van de oven door de oplopende hitte beschadigd worden.
Bereidingstijden
De bereidingstijden kunnen verschillen al naar gelang de samenstelling, ingrediënten en hoeveelheid vocht in de afzonderlijke gerechten.
Noteer de instellingen van uw eerste bereidingsexperimenten, om ervaring op te doen als u deze gerechten later nog eens wilt bereiden.
Op basis van uw eigen ervaringen kunt u de aangegeven waarden individueel aanpassen.
Boven- en onderwarmte en hete lucht

Tijden zijn exclusief voorverwarmen.
De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen.
| GERECHT | Boven- en onderwarmte | Hete lucht | Bereidingstijd in minuten | OPMERKINGEN | ||
| Niveau 300 1 | Temp. (°C) | Niveau 300 1 | Temp. (°C) | |||
| GEBAK | ||||||
| Schuimtaart | 2 | 170 | 2 (1en3)* | 160 | 45-60 | in cakevorm |
| Zandkoekdeeg | 2 | 170 | 2 (1en3)* | 160 | 20-30 | in cakevorm |
| Karnemelk-kwarktaart | 1 | 175 | 2 | 165 | 60-80 | in cakevorm |
| Appeltaart | 1 | 170 | 2 (1en3)* | 160 | 90-120 | in cakevorm |
| Strudel | 2 | 180 | 2 | 160 | 60-80 | op bakblik |
| Jamtaart | 2 | 190 | 2 (1en3)* | 180 | 40-45 | in cakevorm |
| Cake | 2 | 170 | 2 | 150 | 60-70 | in cakevorm |
| Biskuitgebak | 1 | 170 | 2 (1en3)* | 165 | 30-40 | in cakevorm |
| Kerststol | 1 | 150 | 2 | 150 | 120-150 | in cakevorm |
| Pruimentaart | 1 | 175 | 2 | 160 | 50-60 | In broodvorm |
| Kleine cake | 3 | 170 | 2 | 160 | 20-35 | Op bakplaat |
| Koekjes | 2 | 160 | 2(1en3)* | 150 | 20-30 | Op bakplaat |
| Schuimpjes | 2 | 135 | 2(1en3)* | 150 | 60-90 | Op bakplaat |
| Koffiebroodjes | 2 | 200 | 2 | 190 | 12~20 | Op bakplaat |
| Soesjes | 2 of 3 | 210 | 2 (1en3)* | 170 | 25-35 | op bakblik |
| Taartjes | 2 | 180 | 2 | 170 | 45-70 | in cakevorm |
| BROOD EN PIZZA | ||||||
| Wit brood | 1 | 195 | 2 | 185 | 60-70 | |
| Roggebrood | 1 | 190 | 1 | 180 | 30-45 | In broodvorm |
| Broodjes | 2 | 200 | 2(1en3)* | 175 | 25-40 | Op bakblik |
| Pizza | 2 | 200 | 2 | 200 | 20-30 | op bakblik |
| OVENSCHOTELS | ||||||
| Hartige taart | 2 | 200 | 2 (1en3)* | 175 | 40-50 | bakvorm |
| Groentetaart | 2 | 200 | 2 (1en3)* | 175 | 45-60 | bakvorm |
| Quiche | 1 | 210 | 1 | 190 | 30-40 | bakvorm |
| Lasagne | 2 | 200 | 2 | 200 | 25-35 | bakvorm |
| Cannelloni | 2 | 200 | 2 | 200 | 25-35 | bakvorm |
| VLEES | ||||||
| Rund | 2 | 190 | 2 | 175 | 50-70 | Op rooster |
| Varken | 2 | 180 | 2 | 175 | 100-130 | Op rooster |
| Kalf | 2 | 190 | 2 | 175 | 90-120 | Op rooster |
| Rosbief | ||||||
| rood | 2 | 210 | 2 | 200 | 50-60 | Op rooster |
| medium | 2 | 210 | 2 | 200 | 60-70 | Op rooster |
| doorbakken | 2 | 210 | 2 | 200 | 70-80 | Op rooster |
| Varkensschouder | 2 | 180 | 2 | 170 | 120-150 | Met zwoerd |
| Varkensschenkel | 2 | 180 | 2 | 160 | 100-120 | 2 stuks |
| Lam | 2 | 190 | 2 | 175 | 110-130 | Bout |
| Kip | 2 | 190 | 2 | 200 | 70-85 | Heel |
| Kalkoen | 2 | 180 | 2 | 160 | 210-240 | Heel |
| Eend | 2 | 175 | 2 | 220 | 120-150 | heel |
| Gans | 2 | 175 | 1 | 160 | 150-200 | heel |
| Konijn | 2 | 190 | 2 | 175 | 60-80 | In stukken |
| Haas | 2 | 190 | 2 | 175 | 150-200 | In stukken |
| Fazant | 2 | 190 | 2 | 175 | 90-120 | heel |
| Gehakt | 2 | 180 | 2 | 170 | samen150 | broodvorm |
| VIS | ||||||
| Forel/Zeebrasem | 2 | 190 | 2(1en3)* | 175 | 40-55 | 3-4 vissen |
| Tonijn/Zalm | 2 | 190 | 2(1en3)* | 175 | 35-60 | 4-6 filets |
De aangegeven temperaturen zijn richtgetallen. Eventueel moeten de temperaturen aangepast worden aan persoonlijke wensen.
(*) Indien u gelijktijdig meer dan een gerecht wilt bereiden, adviseren wij u deze op de tussen haakjes aangegeven niveaus te plaatsen.

Tijden zijn exclusief voorverwarmen.
De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen.
Grillen
| GERECHT | Hoeveelheid | Grillen | Bereidingstijd (minuten) | |||
| Stuks | gram | Niveau | Temp. (°C) | 1e kant | 2e kant | |
| Tournedos | 4 | 800 | 3 | 250 | 12~15 | 12~14 |
| Biefstuk | 4 | 600 | 3 | 250 | 10~12 | 6~8 |
| Worstjes | 8 | / | 3 | 250 | 12~15 | 10~12 |
| Varkenskarbonades | 4 | 600 | 3 | 250 | 12~16 | 12~14 |
| Kip (in twee helften) | 2 | 1000 | 3 | 250 | 30~35 | 25~30 |
| Kebabs | 4 | / | 3 | 250 | 10~15 | 10~12 |
| Kip (borst) | 4 | 400 | 3 | 250 | 12~15 | 12~14 |
| Hamburger* | 6 | 600 | 2 | 250 | 20-30 | |
| *Voorverwarmen 5'00" | ||||||
| Vis (filets) | 4 | 400 | 3 | 250 | 12~14 | 10~12 |
| Sandwiches | 4~6 | / | 3 | 250 | 5~7 | / |
| Toast | 4~6 | / | 3 | 250 | 2~4 | 2~3 |
Ventilatorgrill

Stel voor de ventilatorgrill een maximale temperatuur van 200°C in.
| GERECHT | Hoeveelheid (gr.) | Niveau | Temp. °C | Bereidingstijd (minuten) | |
| Onder kant | Boven kant | ||||
| Opgerolde braadstukken (kalkoen) | 1000 | 3 | 200 | 30 ~ 40 | 20 ~ 30 |
| Kip (in twee helften) | 1000 | 3 | 200 | 25 ~ 30 | 20 ~ 30 |
| Kippenpoten | - | 3 | 200 | 15 ~ 20 | 15 ~ 18 |
| Kwartel | 500 | 3 | 200 | 25 ~ 30 | 20 ~ 25 |
| Groentegratin | - | 3 | 200 | 20 ~ 25 | - |
| St. Jacobsschelpen | - | 3 | 200 | 15 ~ 20 | - |
| Makreel | - | 3 | 200 | 15 ~ 20 | 10 ~ 15 |
| Vismoten | 800 | 3 | 200 | 12 ~ 15 | 8 ~ 10 |

De aangegeven temperaturen zijn richtgetallen. Eventueel moet de temperatuur aangepast worden aan persoonlijke wensen.

Voordat u de oven schoonmaakt, de oven uitschakelen en laten afkoelen.

Het apparaat mag niet schoongemaakt worden met een stoomreiniger.
Belangrijk: Voor elke reinigings-handeling de stekker van het apparaat absoluut uit het stopcontact halen.
Voor een lange levensduur van het apparaat is het noodzakelijk de volgende reinigingswerkzaamheden regelmatig uit de voeren:
- Doe dit alleen bij een afgekoelde oven.
- Maak de geëmailleerde delen schoon met een sopje.
- Gebruik geen schuurmiddelen.
- Onderdelen van roestvrij staal en de glasplaat droogwrijven met een zachte doek.
- Gebruik bij hardnekkige vlekken normaal verkrijgbare reinigingsmiddelen voor roestvrij staal of warme azijn.
Het emaille van de oven is uiterst duurzaam en in hoge mate resistent. De inwerking van hete fruitzuren (citroenen, pruimen of dergelijke) kunnen echter op de oppervlakken van emaille blijvende matte en ruwe vlekken achterlaten. Dergelijke vlekken op het hoogglanzende oppervlak van het emaille hebben echter geen invloed op de functies van de oven. Reinig de oven grondig na elk gebruik. Zo kunt u verontreinigingen het makkelijkst verwijderen. Verder inbranden wordt daardoor voorkomen.
Reinigingsmiddelen
Voordat welke schoonmaakmiddelen dan ook voor uw oven gebruikt, moet u controleren of ze geschikt zijn en of hun gebruik wordt aanbevolen door de fabrikant.
Reinigingsmiddelen met bleekmiddel mogen NIET worden gebruikt, aangezien deze de toplaag van de oppervlakken dof kunnen maken. Gebruik geen agressieve schuurmiddelen.
Buitenkant reinigen
Neem regelmatig het bedieningspaneel, de ovendeur en de afdichting af met een zachte, goed uitgewrongen doek met warm water en wat vloeibaar reinigingsmiddel.
Om beschadigen of verzwakken van de glasplaten van de deur te voorkomen, moet u het gebruik van de volgende producten vermijden:
- Huishoudelijke schoonmaakmiddelen en bleekmiddelen
- Geïmpregneerde sponsjes die niet geschikt zijn voor pannen met antiaanbaklaag
• Brillo- of staalwolsponsjes - Chemische ovenreiningers of spuitbussen
• Roestverwijderaars - Vlekkenverwijderaars voor bad en gootsteen
Reinig het venster aan de binnen- en buitenkant met een warm sopje. Mocht het binnenvenster van de deur erg verontreinigd zijn, dan is het gebruik van een speciaal reinigingsmiddel aan te bevelen. Gebruik geen krabber om aangekoekt vuil te verwijderen.

Reinig de ovendeur NIET wanneer de glasplaten warm zijn. Als deze voorzorgsmaatregel niet wordt nageleefd, kan de glasplaat barsten.

Als de glasplaat gebarsten is of diepe krassen heeft, is de structuur van het glas aangetast. De glasplaat moet vervangen worden om te voorkomen dat hij versplintert. Neem contact op met onze service-afdeling die u graag advies zal geven.
Binnenkant oven
De emaillen bodem van de oven kunt u het beste reinigen terwijl de oven nog warm is.
Veeg de oven na elk gebruik schoon met een zachte doek, die na elk gebruik in warm water met zeep gewassen moet worden. Af en toe moet de oven grondiger worden gereinigd. Gebruik daarvoor een in de handel verkrijgbare ovenreiniger.
Ovendeur
De ovendeur bestaat uit twee glasplaten. Om het schoonmaken makkelijker te maken kan de ovendeur verwijderd worden en kunnen de roosters naar buiten getrokken worden.

Let op - De ovendeur moet gedemonteerd worden voordat u hem schoon kunt maken. De deur zou plotseling dicht kunnen slaan, als u probeert de binnenste ruiten te verwijderen als de deur nog vastzit aan de oven.

Ga voor de demontage als volgt te werk.
- Zet de deur helemaal open.
- Zoek de beide deurscharnieren.
- Til de hendel op de scharnieren op en trek deze naar voren.
- Pak de deur aan beide buitenkanten vast en sluit hem tot ongeveer 45°.
- Trek de deur uit zijn zitting naar voren.
- Leg de deur op een vaste ondergrond en bescherm het oppervlak van de hand-greep met een zachte doek.
- Maak voor het verwijderen van de binnen- ruiten het vergrendelingssysteem los.

- Draai de bevestigingen 90° om en trek ze uit hun zitting.
- Til de bovenste ruit voorzichtig een stukje op en trek hem naar buiten, deze is herkenbaar aan de decoratie op alle vier de kanten.
Maak de ovendeur schoon met lauw water en een zachte doek. Gebruik geen metaal-sponsjes, schuursponsjes of zuren, die het speciale warmtereflecterende oppervlak van de binnenruit kunnen beschadigen.
Zet de binnenruit na het schoonmaken weer in de deur. Monteer de deur weer aan de oven; ga daarvoor in omgekeerde volgorde van de demontage te werk. Let er op dat u de ruiten weer op de goede plaats zet.

Ga als volgt te werk:
a) De binnenruit met de decoratie op de vier kanten moet zodanig gemonteerd worden dat de zeefdruk naar de buitenkant van de oven gericht is. De ruit is goed geplaatst als u met uw vinger over het zichtbare oppervlak strijkt en u geen on-effenheden ter hoogte van de zeefdruk voelt.
De binnenruit moet in zijn sponning geplaatst worden zoals aangegeven op de afbeelding. Nadat u de ruiten in de ovendeur geplaatst heeft moet u ze vastzetten zoals beschreven in Punt 8.

Maak de ovendeur nooit schoon als hij warm is, de ruiten zouden kunnen barsten. Als u krassen of scheuren in de glasplaat constateert, onmiddellijk contact opnemen met de Klantenservice en de ruiten laten vervangen.
Modellen van roestvrij staal of aluminium:
Maak de ovendeur en het bedieningspaneel van roestvrij staal of aluminium schoon met een vochtige spons en droog hem daarna zorgvuldig af met een zachte doek. Gebruik geen metaalsponsjes, staalwol, zuren of schuurmiddelen die krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken.

De afdichting van de ovendeur schoon- maken
Rondom de opening van de oven is een afdichting aangebracht.

Controleer regelmatig of de afdichting intact is. De afdichting, indien nodig, schoonmaken, zonder daarbij voorwerpen of schuurmiddelen te gebruiken. Als u beschadiging van de afdichting constateert, neem dan onmiddellijk contact op met de dichtstbijzijnde Klantenservice. Gebruik de oven niet zolang de afdichting niet vervangen is.
Grill-verwarmingselement
Dit model is uitgerust met een neerklapbaar grillelement, om de bovenkant van de oven gemakkelijker te kunnen reinigen.

Verzeker u er eerst van dat de oven afgekoeld is en dat de stekker uit het stopcontact getrokken is.
- Draai de schroef, waarmee het grillelement bevestigd is, los. Als u deze handeling voor de eerste keer uitvoert, raden wij u aan een schroevendraaier te gebruiken.
- Trek het grillelement dan voorzichtig naar beneden, zodat u bij de bovenkant van de ovenruimte kunt komen.
- Reinig de bovenkant van de oven met een geschikt reinigingsmiddel en droog hem af, voordat u het neerklapbare grillelement weer op zijn plaats zet.
- Duw het grillelement voorzichtig naar boven op zijn oorspronkelijke plaats en draai de borgmoer weer goed vast.

Zorg ervoor dat de borgmoer van de grill goed vastgedraaid is, om te voorkomen dat de grill omlaag valt wanneer deze in gebruik is.

Vervangen van de binnenverlichting

Neem het apparaat van de stroomvoorziening zodat ook de zekering uitgeschakeld wordt.
Als het ovenlampje moet worden vervangen, dan moet dit voldoen aan de volgende eisen:
- Vermogen: 15 W / 25 W
- Voltage: 230 V (50 Hz)
- Hittebestendig tot 300°C
- Soort aansluiting: E14
Deze lampen zijn verkrijgbaar bij uw vakhandelaar.

Zo vervangt u het ovenlampje:
- Verzeker u ervan dat de oven afgekoeld is en dat de stekker uit het stopcontact getrokken is.
- Druk het glazen dekseltje in en draai het naar links.
- Verwijder het kapotte lampje en vervang het door een nieuw.
- Plaats het glazen dekseltje terug en steek de stekker weer in het stopcontact.
Ovenroosters en roostergeleiders
Laat de ovenroosters en geleiders in warm water met afwasmiddel weken en verwijder hardnekkig vuil met een goed met reinigingsmiddel doorweekt schoonmaaksponsje.
Goed afspoelen en met een zachte doek afdrogen.
U kunt de geleiders verwijderen om ze schoon te kunnen maken.

Ga hiervoor als volgt te werk:
- Verzeker u ervan dat de oven afgekoeld is en dat de stekker uit het stopcontact getrokken is.
- Verwijder de voorste schroef terwijl u met uw andere hand de geleider vasthoudt.
- Maak de achterste haak los en neem de geleider eruit.
- Zet de geleiders na het schoonmaken weer op hun plaats; ga daarvoor in omgekeerde volgorde te werk.
Zorg ervoor dat de borgmoeren van de geleiders goed vastgedraaid zijn.

Het oplossen van problemen
Als het apparaat niet goed werkt, voer dan de volgende controles uit, voordat u contact opneemt met de service-afdeling van Electrolux.
| PROBLEEM | OPLOSSING |
| ■ De oven gaat niet aan. | ◆ Controleer of u een bereidingsfunctie en een temperatuur hebt ingesteld,of◆ controleer of het apparaat goed is aangesloten en of de contactschakelaar of de net-stroomtoevoer naar de oven op AAN staan. |
| ■ Het controlelampje voor de oventemperatuur brandt niet. | ◆ Kies een temperatuur met de thermostaat-knop,of◆ kies een functie met de functieknop. |
| ■ De binnenverlichting van de oven brandt niet. | ◆ Kies een functie met de functieknop,of◆ controleer het lampje en vervang dit, indien nodig (zie “Vervangen van de binnenverlichting”). |
| ■ De bereiding van de gerechten duurt te lang of de gerechten worden te snel gaar. | ◆ Eventueel moet de temperatuur veranderd worden,of◆ neem de inhoud van deze aanwijzing goed door, met name hoofdstuk “Gebruik van de oven”. |
| ■ Stoom en condenswater slaan neer op de gerechten en de deur van de oven. | ◆ Laat de gerechten na afloop van de bereiding niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. |
| ■ De ventilator maakt lawaai. | ◆ Controleer of de roosters en het kookgerei niet tegen het achterpaneel van de oven sto-ten en daardoor gaan trillen. |
| ■ De elektronische tijdschakelklok werkt niet. | ◆ Lees de aanwijzingen voor de timer. |
| ■ Op het display verschijnt “12.00”. | ◆ Stel de klok in (zie hoofdstuk “Om het juiste tijdstip van de dag in te stellen”). |
Verwarmingsvermogen
| Onderwarmte | 1000 W |
| Boven- en onderwarmte | 1800 W |
| Grill | 1650 W |
| Hetelucht | 1825 W |
| Ventilatorgrill | 1675 W |
| Ovenlampje | 25 W |
| Motor van de heteluchtventilator | 25 W |
| Motor van de koelventilator | 25 W |
| Totale aansluitwaarde | 1875 W |
| Spanning (50 Hz) | 230 V |
Inbouw
| Hoogte | onder bovenkant in kolom | 600 mm587 mm |
| Breedte | 560 mm | |
| Diepte | 550 mm |
Inbouw
| Hoogte | 335 mm |
| Breedte | 395 mm |
| Diepte | 400 mm |
| Ovencapaciteit | 53 l |

Inbouw en installatie moeten uitgevoerd worden met strikte inachtneming van de geldende voorschriften. Elke ingreep mag slechts plaatsvinden als het apparaat uitgeschakeld is. Ingrepen mogen uitsluitend verricht worden door een erkend installateur.
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als de veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden.
Elektrische aansluiting
Let voor het aansluiten op het volgende:
- De zekering en de huisinstallatie moeten op de max. belasting van het apparaat berekend zijn (zie typeplaatje).
- De huisinstallatie moet voorzien zijn van een aardaansluiting overeenkomstig de voorschriften en voldoen aan de betreffende geldende voorschriften.
- Het stopcontact of de meerpolige contactverbreker moeten ook na voltooiing van de installatie van het apparaat makkelijk bereikbaar zijn.
Het apparaat wordt geleverd met een aansluitsnoer waarop een standaard stekker is bevestigd, die geschikt is voor de totale aangegeven elektrische spanning die op het typeplaatje staat. De stekker moet in een geschikte wandcontactdoos worden gestoken.
Als aansluitkabels zijn, met inachtneming van de nominale doorsneden, volgende types geschikt:
H07RN-F, H05RN-F, H05RR-F, H05VV-F, H05V2V2-F (T90), H05BB-F.
Als de aansluiting zonder stekker wordt uitgevoerd, of als de stekker tussen het apparaat en de aansluiting op het stroomnet niet toegankelijk is, moet er tussen het apparaat en de aansluiting op het stroomnet een meerpolige stroomonderbreker (bijv. zekeringen, LS-schakelaar) met een minimale afstand tussen de contacten van 3 mm aangebracht worden. De schakelaar mag de aardleiding nergens onderbreken. De geel-groene aardleiding dient 2-3 cm langer te zijn dan alle andere kabels.
De aansluitkabel moet in ieder geval zodanig geplaatst zijn, dat hij nergens 50°C (boven kamertemperatuur) bereikt.
Na voltooide aansluiting moeten de verwarmingselementen gecontroleerd worden, door ze ong. 3 minuten in werking te stellen.
Klemmenbord
De oven is voorzien van een makkelijk toegankelijk klemmenbord, dat berekend is voor de werking op een éénfase-stroomvoorziening van 230 V.

Om een probleemloze werking van het inbouwapparaat te kunnen garanderen, moeten de keukenkastjes of de nis, waarin het apparaat ingebouwd wordt, geschikte afmetingen hebben.
In overeenstemming met de geldende voorschriften moeten alle delen, die de bescherming tegen aanraking van onder spanning staande en geïsoleerde delen garanderen, zodanig bevestigd zijn, dat ze niet zonder gereedschap verwijderd kunnen worden.
Hierbij hoort ook de bevestiging van eventuele afsluitende kanten aan het begin of einde van een aanbouwlijn.
De bescherming tegen aanraking moet in ieder geval door het inbouwen gegarandeerd zijn.
Het apparaat kan met de achterkant of een zijkant tegen hogere keukenmeubelen, apparaten of wanden geplaatst worden. Aan de andere zijkant mogen er echter geen andere apparaten of meubelen van dezelfde hoogte als het apparaat geplaatst worden.
Afmetingen van de oven (zie afbeelding)
Instructies voor de inbouw
Om een probleemloze werking van het inbouwapparaat te kunnen garanderen, moeten de keukenkastjes of de nis, waarin het apparaat ingebouwd wordt, geschikte afmetingen hebben.

Bevestiging in het meubel
- Open de ovendeur.
- Bevestig de oven met behulp van de vier afstandsstukken in het meubel (zie afbeelding - A).
Deze passen precies in de gaten in het frame. Draai vervolgens de vier bijgeleverde houtschroeven vast (zie afbeelding - B).

Als het probleem na de beschreven controles niet kan worden opgelost, bel dan de dichtstbijzijnde klantenservice van de fabrikant en vermeld de aard van het defect, het model van het apparaat (Mod.), het Productienummer (Prod. Nr.) evenals het fabricagenummer (Ser. Nr.) die u op het typeplaatje van de oven vindt.
