MECABLITZ 44 AF-4 M - Externe flitsers METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 44 AF-4 M METZ in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MECABLITZ 44 AF-4 M METZ
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Externe flitsers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 44 AF-4 M - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 44 AF-4 M van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 44 AF-4 M METZ
- Veiligheidsvoorschriften 37
Tabel 1: Overzicht van de dedicated functies....38
- Voorbereiden van de mecablitz....39
2.1 Opzetten van de mecablitz 39
2.1.1 De mecablitz op de camera plaatsen 39
2.1.2 De mecablitz van de camera afnemen 39
2.2 Voeding 39
2.2.1 Keuze uit batterijen of accu's 39
2.2.2 Batterijen verwisselen 39
2.3 In- en uitschakelen van de flitser.... 39
2.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF 39
-
Geprogrammeerd automatisch flitsen ..... 40
-
Flitserfuncties van de mecablitz....40
4.1 TTL-flitserfunctie....40
4.1.1 Automatisch TTL-invulflitsen bij daglicht. 41
4.1.2 Met de hand in te stellen correctie op de TTL-flitsbelichting . . . . . . 41
4.1.3 Aanduiding van de belichtingscontrole in de TTL flitserfunctie . . . . . 42
4.2 Meerzone-flitsbelichtingsmeting 42
4.3 ADI-flitsregeling 42
4.4 Flitsen met handinstelling 42
4.4.1 Flitsen op vol vermogen met handinstelling „M“ 42
4.4.2 Flitsen met handinstelling „MLo“ met deelvermogen . . . . . . . . . . . 43
4.5 Flitstechnieken....43
4.5.1 Indirect flitsen 43
4.5.2 Dichtbijopnamen / macro-opnamen....43
4.6 Flitssynchronisatie 44
4.6.1 Normale synchronisatie....44
4.6.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter 44
4.6.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW ..... 44
- De mecablitz- en camerafuncties ..... 44
5.1 Aanduiding van de flitsparaatheid 44
5.2 Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd ..... 44
5.3 Aanduidingen in de zoeker van de camera/Camera LCD monitor . 45
5.3.1 Dynax / Maxxum....45
5.3.2 Dimage 5, 7, 7i ..... 45
5.4 Aanduidingen in het LC-display 45
5.4.1 Opgave van de reikwijdte in de TTL-flitserfunctie . . . . . . . . . . . . . 45
5.4.2 Aanduiding van de reikwijdte bij flitsen met handinstelling M, c.q. MLo 46
5.4.3 Overschrijding van het aanduidingsbereik 46
5.4.4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdte. 46
5.4.5 Omschakeling van meter naar feet (m - ft)....46
5.5 LC-display-verlichting 46
5.6 Motor-zoomreflector 46
5.6.2 Instellen van de zoomreflector met de hand "M. Zoom" ..... 47
5.6.3 Extended-zoomfunctie 47
5.7 Autofocus-meetflits 48
5.8 Ontsteeksturing 48
5.9 Terug naar de basisinstellingen....49
- Speciale aanwijzingen per camera 49
6.1 De bij het flitsen niet ondersteunde bijzondere functies ..... 49
6.1.1 Creatieve onderwerpsprogramma's P_A en Ps . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
6.1.2 Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS 49
6.1.3 Draadloze afstandsbediening REMOTE van de flitser ..... 49
6.1.4 Flits vooraf tegen het "rode ogeneffect"....49
-
Optionele accessoires .... 50
-
Bij een eventuele storing....50
-
Onderhoud en verzorging....50
-
Technische gegevens....50
Richtgetallentabel voor TTL en vol vermogen M in het metersysteem . . . 100
Richtgetallentabel voor TTL en deelermogen MLo in het metersysteem. . . 101
Voorwoord
Hartelijk dank voor het in ons getoonde vertrouwen door uw keuze van een Metz product. Wij zijn blij, u als klant te mogen begroeten.
Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten met het in gebruik nemen van uw nieuwe flitser. Het is echter toch wel belangrijk eerst de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dan leert u hoe u zonder problemen met het apparaat om kunt gaan.
Deze flitser is geschikt voor de analoge Minolta "Dynax", c.q. "Maxxum" en de digitale "Dimage" camera's (zie tabel 1). Voor camera's van andere fabrikanten is deze mecablitz niet geschikt!

Sla s.v.p. ook de afbeeldingen op het omslag van de gebruiksanwij- sing open.
1. Veiligheidsaanwijzingen
- De flitser is uitsluitend voor fotografisch gebruik bedoeld en toegelaten!
- De flitser mag absoluut niet worden ontstoken in de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen etc.)! GEVAAR VOOR EXPLOSIES !
- Fotografeer nooit auto-, bus-, fiets-, motorfiets-, of treinbestuurders etc. tijdens de rit met een flitser. Door de verblinding zou de bestuurder een ongeval kunnen veroorzaken!
- Ontsteek nooit een flits in de directe nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van mens of dier kan beschadiging van het netvlies en ernstig letsel aan de ogen veroorzaken - tot blindheid aan toe!
- Gebruik alleen de in deze gebruiksaanwijzing aangegeven en toegelaten stroombronnen!
- Batterijen / accu's niet blootstellen aan overmatige warmte, zoals van zonneschijn, vuur of iets dergelijks!
-
Verbruikte batterijen / accu's niet in open vuur gooien!
-
Uit gebruikte batterijen kan loog lekken met beschadiging van de contacten tot gevolg. Haal verbruikte batterijen dus altijd uit het apparaat.
- Batterijen kunnen niet worden opgeladen.
- Stel flitser en oplaadapparaat niet bloot aan druip- en spatwater (bijv. regen)!
- Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser niet in het handschoenvak van uw auto!
- Bij het ontsteken van een flits mag er zich vlak voor of op het flitservenster geen materiaal dat geen licht doorlaat bevinden. Het flitservenster mag niet vuil zijn. Als u dit voorschrift niet in acht neemt, kan dat leiden tot verbranding van het materiaal of van het flitservenster.
- Raak na meervoudig flitsen het flitservenster niet aan. Gevaar voor verbranding!
- Demonteer de flitser niet! HOOGSPANNING! In het apparaat bevinden zich geen onderdelen die door een leek kunnen worden gerepareerd.
- Bij flitsseries met vol vermogen en de korte flitsoplaadtijden van de accu moet u er op letten, dat u telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minuten aanhoudt! Op die manier voorkomt u overbelasting van het apparaat.
- De mecablitz mag alleen tegelijk met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt, als deze geheel opengeklapt kan worden!
- Bij snelle temperatuurswisselingen kan het apparaat beslaan. Laat het apparaat dan eerst acclimatiseren!
• = Dedicated functie wordt ondersteund
x = Dedicated functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet aan de camera worden ingesteld.
Tabel 1: Overzicht van de dedicated functies
2. Voorbereiden van de mecablitz
2.1 Opzetten van de mecablitz
2.1.1 De mecablitz op de camera plaatsen
Schakel camera en mecablitz via hun hoofdschakelaar uit!
- Draai de kartelmoer tot de aanslag tegen de mecablitz aan. Het borgpennetje in de adapterschoen is nu geheel in het huis verzonken.
- Schuif de mecablitz met zijn aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera.
- Draai de kartelmoer tot de aanslag tegen de camerabody om de mecablitz vast te klemmen.
2.1.2 De mecablitz van de camera afnemen
Schakel camera en mecablitz via hun hoofdschakelaar uit.
- Draai de kartelmoer tot de aanslag tegen de mecablitz.
- Schuif de mecablitz uit de accessoireschoen van de camera.
2.2 Voeding
2.2.1 Keuze uit batterijen of accu's
De mecablitz kan naar keuze worden gevoed uit:
- 4 NiCd-accu's type IEC KR 15/51, deze bieden zeer korte oplaadtijden en een spaarzaam gebruik omdat ze opgeladen kunnen worden.
- 4 Nickel-Metaal-Hydride accu's, die een duidelijk hogere capaciteit hebben dan de de NiCd-accu's en die bovendien milieuvriendelijker zijn.
- 4 Alkalimangaanbatterijen type IEC LR6, onderhoudsvrije stroombron voor normale prestaties.
- 4 Lithiumbatterijen, type FR6 L91, vele jaren bijna zonder verlies van energie op te slaan, daarom zeer geschikt. voor het af en toe gebruiken door amateurs.
Neem de voeding uit het apparaat als u verwacht dat u de mecablitz gedurende een langere tijd niet zult gaan gebruiken.
2.2.2 Batterijen verwisselen (Afb. 1)
De batterijen zijn leeg (verbruikt) als de oplaadtijd van de flitser (de tijd tussen het ontsteken van een flits met vol vermogen bijv. bij M-instelling, tot het opnieuw oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid) langer dan 60 seconden gaat duren.
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar uit.
- Schuif het deksel van het batterijvak in de richting van de pijl en klap het open.
- Zet de batterijen of de accu's in de lengte, overeenkomstig de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel.
Let bij het inzetten van de batterijen of accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Door het verkeerd inzetten van de stroombronnen kan het apparaat kapot gaan! Vervang altijd alle batterijen door hetzelfde type met dezelfde capaciteit! Verbruikte batterijen en accu's horen niet in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan de milieubescherming en geef lege batterijen af bij de betreffende verzamelpunten!
2.3 In- en uitschakelen van de flitser
Met behulp van de hoofdschakelaar op het deksel van het batterijvak wordt de flitser ingeschakeld. Met de schakelaar in de bovenste stand „ON“ is de flitser ingeschakeld.
Schuif de schakelaar naar beneden om de flitser uit te zetten.
Als u de flitser gedurende een langere tijd niet gebruikt, bevelen wij aan om de flitser via zijn hoofdschakelaar uit te zetten en de voeding (batterijen of accu's) er uit te nemen.
2.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF (Afb. 2)
Bij fabricage wordt de mecablitz zo ingesteld, dat hij ong. 3 minuten -
- na het inschakelen;
- na het ontsteken van een flits;
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
- na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera...
...om energie te besparen en de stroombronnen tegen onbedoeld ontladen te beschermen naar de standby-functie overschakelt (Auto-OFF). De aanduiding van flitsparaatheid dooft, evenals de aanduidingen in het LC-display van de mecablitz.
De laatst gebruikte instellingen blijven na de automatische uitschakeling ingesteld staan en zijn onmiddellijk na inschakelen weer ter beschikking. De flitser wordt door het drukken op te toetsen „Mode“ of „Zoom“ ofwel door het aantippen van de ontspanknop van de camera (Wake-Up-functie) weer ingeschakeld.
Wanneer u de mecablitz langere tijd niet nodig hebt, moet u het apparaat in principe altijd met behulp van zijn hoofdschakelaar uitzetten!
Indien gewenst, kan de automatische uitschakeling gedeactiveerd worden:
Uitschakelen van de automatische uitschakeling
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in.
- Druk zo vaak op de toetsencombinatie „Select“ (= toets „Mode“ + toets „Zoom“), dat in het LC-display van de mecablitz „3m“ (voor 3 minuten) wordt aangegeven.
- Druk zo vaak op de „Zoom“-toets, dat in het LC-display van de mecablitz „OFF“ knippert.
- De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
Inschakelen van de automatische uitschakeling
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in.
- Druk zo vaak op de toetsencombinatie „Select“ (= toets „Mode“ + toets „Zoom“), dat in het LC-display van de mecablitz „3m“ (voor 3 minuten) wordt aangegeven.
- Druk zo vaak op de „Zoom“-toets dat in het LC-display van de mecablitz „On“ knippert.
- De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
3. Geprogrammeerd automatisch flitsen (volautomatisch flitsen)
Bij geprogrammeerd automatisch flitsen worden het diafragma, de belichtingstijd en de mecablitz door de camera automatisch zo gestuurd, dat in de meeste opnamesituaties samen met het flitslicht een optimaal belichte opname ontstaat.
Instelling op de camera
Stel op uw camera de functie program "P" in, of een van de onderwerpsprogramma's (landschap, portret, sport enz.). Kies op de camera de autofocus-functie "Single AF" (S). Zie voor het instellen de gebruiksaanwijzing van de camera.
Gebruik bij het „Nachtopname-program“ een statief, om het gevaar voor bewegen tijdens de opname met lange belichting te voorkomen!
Instelling op de flitser
Stel de mecablitz in op de functie „TTL“ (zie 4.1).
Bij sommige camera's wordt in de program "P" stand automatisch omgeschakeld naar de TTL-flitsfunctie van de mecablitz!
Als u of uw camera deze instelling heeft uitgevoerd, kunt u zonder enig probleem met uw flitsopnamen beginnen zodra de mecablitz aangeeft dat hij opgeladen is(zie 5.1)!
Let op de aanwijzingen voor de creatieve onderwerpsprogramma's (Paragraaf 6.1).
4. Flitserfuncties van de mecablitz
4.1 TTL-flitserfunctie (Afb. 3)
Let, voor de digitale camera's Dimage 5, 7 en 7i op de aanwijzingen in de paragrafen 4.2 en 4.3.
In de TTL-flitserfunctie verkrijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsopnamen. In deze flitserfunctie wordt belichtingsmeting uitgevoerd door een sensor in de camera. Deze meet het door het objectief (TTL = „Irough The Lens“) op de film vallende licht. Bij het bereiken van de benodigde hoeveelheid licht
zendt de elektronica van de camera een stopsignaal naar de mecablitz en de lichtafgifte wordt onmiddellijk gestopt. Het voordeel van het op deze manier flitsen schuilt hierin, dat alle factoren die de belichting van de film kunnen beinvloeden (opnamefliters, veranderingen van diafragmawaarde en brandpuntsafstand bij zoomobjectieven, verlenging van de uittrek voor dichtbijopnamen enz.), automatisch bij de regeling van het flitslicht in acht worden genomen. U hoeft zich niet te bekommeren om het instellen van de flitser, de elektronica in de camera zorgt automatisch voor de juiste dosering van het flitslicht. Voor de reikwijdte van het flitslicht kijkt u naar de betreffende aanduiding in het LC-display van de mecablitz (zie 5.4). Bij een correct belichte flitsopname verschijnt gedurende ong. 3 s. in het LC-display van de mecablitz de „o.k.“-aanduiding (zie 4.1.3).
De TTL-flitsfunctie wordt bij alle camerafuncties (bijv. program "P", tijdautomatiek "A", diafragma-automatiek "S", onderwerpsprogramma's (uitgezonderd landschap), manual "M" enz.) ondersteund.
Voor het testen van de TTL-functie moet zich een film in de camera bevinden! Let er bij het kiezen van een film op, dat deze voor uw camera geen belemmeringen oplevert met betrekking tot de maxima-le filmgevoeligheid, ofwel de ISO-waarde (bijv. maximaal ISO 1000) voor de TTL flitserfunctie (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
Het instellen van de TTL-flitserfunctie
Bij sommige camera's wordt de TTL flitsfunctie in program "P", c.q. de onderwerpsprogramma's (uitgezonderd landschap) op de mecablitz automatisch geactiveerd.
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in;
- druk zo vaak op de „Mode“-toets, dat in het LC-display „TTL“ knippert;
- de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
Bij grote verschillen in helderheid, bijv. bij een donker onderwerp in de sneeuw, kan een correctie op de belichting nodig zijn (zie hoofdstuk 4.1.2).
4.1.1 Automatisch TTL-invulflitsen bij daglicht (Afb. 5 en 6)
Bij de meeste cameratypes wordt bij de programautomatiek "P" en de onderwerpsprogramma's (uitgezonderd landschap) bij daglicht automatisch de invulflitsfunctie geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Met de invulflits kunt u lastige schaduwen opheffen en bij tegenlichtopnamen een uitgebalanceerde belichting tussen onderwerp en achtergrond verkrijgen. Een computergestuurd meetsysteem van de camera zorgt voor de geschikte combinatie van belichtingstijd, diafragmawaarde en flitsvermogen.
Let er op, dat de bron van het tegenlicht niet rechtstreeks in het objectief schijnt. Het TTL-meetsysteem van de camera zou daardoor in de war kunnen raken!
Op de mecablitz vindt geen instelling of aanduiding voor de automatische TTL-invulflitsfunctie plaats.
4.1.2 Met de hand in te stellen correctie op de TTL-flitsbelichting
De TTL-flitsbelichtingsautomatiek van de meeste camera's is afgestemd op een reflectiegraad van het onderwerp van 25 % (gemiddelde reflectie van flitsonderwerpen). Een donkere achtergrond, die veel licht absorbeert, of een lichte achtergrond, die sterk reflecteert, kan leiden tot een te ruime of te krappe belichting van het onderwerp.
Om bovenstaand effect te compenseren, kan bij sommige camera's (zie tabel 1) de TTL-flitsbelichting met de hand aan de opnameomstandigheden worden aangepast met een bepaalde correctiewaarde. De grootte van deze waarde is afhankelijk van het contrast tussen onderwerp en achtergrond! De instelling van de correctiewaarde geschiedt op de camera. Let hierbij op de opgaven, c.q. de instelaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera!
Geef bij een donker onderwerp tegen een lichte achtergrond een positieve correctiewaarde (ongeveer +1 tot +2 stops). Bij een licht onderwerp tegen een donkere achtergrond een negatieve correctiewaarde (ongeveer -1 bis -2 stops). Bij het instellen van de correctiewaarde kan in het LC-display de aanduiding van de reikwijdte van de mecablitz veranderen en zich aan de correctiewaarde aanpassen (afhankelijk van het type camera)!
Het is niet mogelijk een correctie op de flitsbelichting toe te passen via het veranderen van de diafragmawaarde aan het objectief, daar de belichtingsautomatiek van de camera zo'n veranderde diafragmawaarde weer als normaal werkdiafragma ziet.
Vergeet niet om de correctie op de TTL-flitsbelichting na de opname op de camera weer naar „0“ terug te zetten!
4.1.3 Aanduiding van de belichtingscontrole in de TTL flitserfunctie (Afb. 4)
De aanduiding „o.k.“ verschijnt in het LC-display van de mecablitz alleen als de opname in de TTL-flitserfunctie correct belicht werd!
Als u de aanduiding „o.k.“ na de opname niet ziet verschijnen, werd de opname te krap belicht en moet u een lagere diafragmawaarde instellen (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8 nemen) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflectievlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen en de opname opnieuw maken. Let op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de mecablitz (zie 5.4.1).
Voor de aanduiding van de belichting in de zoeker van de camera, zie ook 5.3.
4.2 Meerzone-flitsbelichtingsmeting (flitsbelichtingsmeting via flits vooraf) Het systeem bepaalt, dat dit alleen mogelijk is met de Minolta Dimage 5, Dimage 7 en 7i.! De meerzone-flitsbelichtingsmeting (flitsbelichtingsmeting via flits vooraf) is een moderne variant op de TTL-flitsfunctie. De camera bepaalt, dat de standaard TTL-flitsfunctie zonder flits vooraf, niet mogelijk is.
Bij de opname wordt, bij het indrukken van de ontspanknop op de camera eerst met een flits vooraf de reflectie van het onderwerp gemeten. De elektronica in de camera registreert met zijn belichtingssysteem en de 14-segments meerzonemeting de hoeveelheid van het door het onderwerp gereflecteerde licht en bepaalt dan, afhankelijk van de gemeten lichtverdeling en de informatie uit het AF-systeem de optimale balans voor de 4 segmenten van de flitsbelichtingsmeting. De aansluitend afgegeven hoeveelheid hoofdflitslicht en daarmede de belichting van de opname, komen voort uit de meetresultaten van de meting met flits vooraf.
De mecablitz moet in de functie TTL worden gezet. Er vindt geen afzonderlijke instelling en aanduiding voor de meerzone-flitsbelichtingsmeting op de mecablitz plaats. De wijze van het instellen van de meerzone-flitsbelichtingsmeting op de camera vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw camera.
Het system bepaalt, dat dit alleen met de Dimage 5, Dimage 7 en 7i mogelijk is! De ADI-flitsregeling is een moderne variant op de TTL-flitsfunctie. De camera bepaalt, dat de standaard TTL-flitsfunctie zonder flits vooraf, niet mogelijk is.
De ADI-flitsregeling is een meerzone-flitsbelichtingsmeting (flitsbelichtingsmeting via flits vooraf) die uitgebreid is met een extra richtgetalsturing.
De mecablitz moet in de functie TTL worden gezet. Er vindt geen afzonderlijke instelling en aanduiding voor de ADI-flitsregeling op de mecablitz plaats. De wijze van het instellen van de ADI-flitsregeling op de camera vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw camera.
4.4 Flitsen met handinstelling
Bij sommige camera's wordt in de programautomatiek "P" en de onderwerpsprogramma's (uitgezonderd landschap) automatisch naar de TTL-flitsfunctie omgeschakeld. Het is dan niet mogelijk de flitser met de hand in te stellen! Bij het flitsen met handinstelling verschijnt er in het LC-display van de mecablitz geen aanduiding voor de belichtingscontrole!
De camera moet in de functie tijdautomatiek „A“ of in de functie van instelling met de hand „M“ of „X“ worden gezet. Diafragmawaarde en belichtingstijd (bij „M“) moeten overeenkomstig de opnamesituatie op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
4.4.1 Flitsen op vol vermogen met handinstelling „M“
In deze functie geeft de flitser altijd een niet-geregelde flits met vol vermogen af. De aanpassing aan de opnamesituatie geschiedt door het instellen van de
diafragmawaarde op de camera. In het LC-display van de mecablitz wordt de afstand van de flitser tot het onderwerp die voor een goede belichting moet worden aangehouden, aangegeven (zie ook 5.4.2).
Het instellen van de functie flitsen met handinstelling „M“
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in;
- druk zo vaak op de „Mode“-toets, dat de „M“ in het LC-display knippert;
- de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
4.4.2 Flitsen met handinstelling „MLo“ met deelvermogen
In deze functie geeft de flitser steeds een niet-geregelde flits af met 1/8 (Low) van zijn volle vermogen. De aanpassing aan de opnamesituatie moet door het instellen van de diafragmawaarde op de camera geschieden. In het LC-display van de mecablitz wordt de afstand van flitser tot onderwerp die voor een correcte belichting moet worden aangehouden, aangegeven (zie ook 5.4.2).
Het instellen van flitsen met handinstelling MLo
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in;
- druk zo vaak op de „Mode“-toets, dat in het LC-display „M Lo“ knippert.
- de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. Schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
4.5 Flitstechnieken
4.5.1 Indirect flitsen
Rechtstreeks geflitste opnamen zijn vaak aan hun typisch harde en duidelijke schaduwen te herkennen. Vaak werkt ook de natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- tot achtergrond storend. Door indirect te flitsen kunt u deze verschijnselen sterk verminderen, omdat onderwerp en achtergrond met verstrooid licht zacht en gelijkmatig worden verlicht. De reflector wordt hierbij zo gezwenkt, dat hij op een geschikt reflecterend vlak wordt gericht (bijv. op het plafond of de muur van de ruimte) en dat verlicht.
De reflector van de flitser is tot 90° verticaal te zwenken. In zijn basispositie is de kop van de reflector mechanisch vergrendeld. Druk, om de kop van de reflector te zwenken, op de ontgrendelknop.
Bij verticaal zwenken van de reflector moet u er op letten, dat hij voldoende gezwenkt wordt, minstens tot de 60° klikstand, zodat er geen licht van de reflector rechtstreeks op het onderwerp kan vallen. De afstandsaanduidingen in het LC-display verdwijnen. De afstand van de flitser via plafond of muur tot het onderwerp is nu immers een onbekende grootheid.
Het door het reflectievlak teruggekaatste licht geeft een zachte verlichting van het onderwerp. Het reflecterende vlak moet wel neutraal van kleur, liefst wit, zijn en geen structuren hebben (bijv. houten balken in het plafond), die schaduwen kunnen oproepen. Voor kleureffecten kiest u reflecterende vlakken in de betreffende kleur.
Let er op, dat de reikwijdte van de flitser bij indirect flitsen sterk afneemt. Bij een normale kamerhoogte kunt u zich voor het bepalen van de maximale reikwijdte met de volgende vuistregel behelpen:
$$ \text { Reikwijdte } = \frac {\text { richtgetal }}{\text { verlichtingsafstand } \times 2} $$
4.5.2 Dichtbijopnamen / macro-opnamen
Om parallaxfouten te compenseren kan de reflector van de flitser -7° naar beneden worden gezwenkt. Druk, om de kop van de reflector te zwenken, op de ontgrendelknop en richt de reflector naar beneden.
Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u erop letten, dat bij het opnemen bepaalde minimumafstanden aangehouden moeten worden om te ruime belichting van het onderwerp te vermijden.
De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10 procent van de in het LC-display aangegeven reikwijdte. Daar er bij het naar beneden gezwenkte reflector in het LC-display geen reikwijdte wordt aangegeven moet u zich orienteren aan de reikwijdte die de mecablitz aangeeft als de reflector zich in de normale stand bevindt.
4.6 Flitssynchronisatie
4.6.1 Normale synchronisatie (Afb. 7)
Bij de normale synchronisatie wordt de mecablitz ontstoken aan het begin van de belichting, dus zodra de sluiter geheel openstaat (= synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standaardfunctie en wordt door alle camera's ondersteund. Deze methode is voor de meeste flitsfoto's dan ook de meest geschikte. De camera wordt, afhankelijk van de ingestelde functie, naar de flitssynchronisatietijd van de camera omgeschakeld. Normaliter zijn dat de belichtingstijden tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de mecablitz hoeft voor deze functie geen instelling plaats te vinden.
4.6.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie) (Afb. 8)
Sommige camera's bieden ook de mogelijkheid tot synchronisatie op een moment vlak vóórdat de sluiter begint dicht te gaan (REAR-functie). Daarbij wordt de flits pas afgevuurd aan het einde van de belichtingstijd. Dit is vooral bij belichtingen met lange belichtingstijden (langer dan bijv. 1/30 seconde) en bewegende onderwerpen die een eigen lichtbron met zich meevoeren een voordeel, omdat deze dan een „lichtstaart“ achter zich aan trekken in plaats van - zoals bij de synchronisatie bij het opengaan van de sluiter - voor zich uit opbouwen. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter krijgt u dan een meer „natuurlijke“ weergave van de opnamesituatie. Afhankelijk van de op de camera ingestelde functie stuurt deze langere belichtingstijden dan zijn flitssynchronisatietijd aan.
De REAR-functie met op de camera ingesteld worden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Er verschijnt geen aanduiding op de mecablitz.
4.6.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW
Sommige camera's bieden in bepaalde functies de mogelijkheid tot flitsopnamen in combinatie met een lange belichtingstijd. In deze functie hebt u de mogelijkheid om in schemerlicht of bij avond de achtergrond van de opname beter in beeld te krijgen. Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aangepast zijn aan de lage omgevingshelderheid. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden gekozen, die langer zijn dan z'n flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera's wordt de synchronisatie met lange belichtingstijden in bepaalde cameraprogramma's (bijv. bij diafragmavoorkeuze „Av“, nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de mecablitz hoeft u voor deze functie niets in te stellen en vindt er ook geen aanduiding plaats.
Gebruik bij lange belichtingen een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te voorkomen!
5. De mecablitz- en camerafuncties
5.1 Aanduiding van de flitsparaatheid
Zodra de flitser opgeladen is, licht op de mecablitz de aanduiding van flitsparaatheid ♦ op. Deze geeft daarmee aan, dat hij gereed is om te flitsen. Dat betekent, dat voor de volgende opname flitslicht zal worden gebruikt. Het signaal, dat de flitser opgeladen is wordt ook naar de camera overgebracht en zorgt er daar voor dat ook in de zoeker van de camera het betreffende symbool wordt getoond (zie Tabel 1).
Als u een opname maakt, voordat in de zoeker van de camera het flitssymbool te zien is, wordt er geen flits ontstoken en wordt de opname te krap belicht, als de camera tenminste reeds op zijn flitssynchronisatietijd is omgeschakeld (zie 5.2).
5.2 Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd
Afhankelijk van het type camera en de erop ingestelde functie wordt, zodra de flitser opgeladen is, naar flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd van de camera kunnen niet worden ingesteld, c.q. worden naar de flitssynchronisatietijd van de camera omgeschakeld.
Veel camera's beschikken over een bereik van flitssynchronisatie van bijv. 1/30 s. tot 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Welke synchronisatietijd de camera kiest, hangt dan af van de camerafunctie, de helderheid van de omgeving en de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief.
Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen, afhankelijk van de camerafunctie en de gekozen flitssynchronisatietijd (zie ook 4.6.2 en 4.6.3) worden gebruikt.
Op de digitale camera's Dimage 5, 7 en 7i vindt geen automatische omschakeling plaats naar de flitssynchronisatietijd. Met deze camera's kan bij elke belichtingstijd worden geflitst. Als u de volle flitsenergie van de mecablitz nodig heeft, wordt aanbevolen geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s. te gebruiken.
5.3 Aanduidingen in de zoeker van de camera/Camera LCD monitor
5.3.1 Dynax / Maxxum
Zoeker aanduiding: Betekenis:

Aanduiding van flitsparaatheid:
De aanduiding licht constant op of knippert langzaam: de mecablitz is gereed om te flitsen.
Als u op de ontspanknop van de camera drukt, wordt een flits ontstoken.

Aanduiding van de belichtingscontrole:
De aanduiding knippert na de opname snel:
De opname werd correct belicht.

De aanduiding knippert:
Voor de te maken opname is flitslicht vereist.
Onder bepaalde omstandigheden kunnen de symbolen in de zoeker van uw camera afwijken van de bovenstaande, c.q. bij bepaalde cameratypes zijn alleen andere symbolen mogelijk. Details met betrekking tot de aanduidingen in de zoeker van uw camera vindt u in de gebruiksaanwijzing van de camera.
5.3.2 Dimage 5, 7, 7i
De hieronder aangegeven aanduidingen verschijnen alleen dan in de LCD-monitor van de camera als de ontspanknop van de camera wordt aangetipt en daarmee het meetsysteem van de camera is geactiveerd. In de weergavemodus (bijv. direct na de opname) vindt er geen aanduiding plaats. Let s.v.p. ook op de desbetreffende aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
(wit) de mecablitz is ingeschakeld en klaar om te flitsen
(rood) de mecablitz is ingeschakeld maar nog niet klaar om te flitsen
(blauw) de opname werd correct belicht.
Deze aanduiding verschijnt na de opname eventueel slechts kort.
5.4 Aanduidingen in het LC-display
De camera's geven de aarden van de filmgevoeligheid ISO, de brandpuntsafstand van het objectief (mm) diafragma en belichtingscorrectie door aan de mecablitz. De mecablitz past daar zijn vereiste instellingen automatisch op aan. Hij berekent aan de hand van die waarden en zijn richtgetal de maximale reikwijdte van de flits. Flitsfunctie, reikwijdte, diafragmawaarde en de stand van de zoomreflector worden in het LC-display van de mecablitz aangegeven.
Wanneer de mecablitz wordt gebruikt zonder dat deze de gegevens van de camera krijgt (bijv. als de camera uitgeschakeld is), dan wordt alleen de op de flitser ingestelde functie, de stand van de reflector en „M.Zoom“ aangegeven. De aanduidingen voor diafragmawaarde en reikwijdte verschijnen pas als de mecablitz deze gegevens van de camera heeft ontvangen.
Bij sommige camera's wordt de reikwijdte in het LC-display van de mecablitz bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400), c.q. bij correcties op de flitsbelichting onderdrukt. Met de digitale camera's Dimage 5, Dimage 7 en 7i vindt er in het LC0display geen aanduiding van de diafragmawaarde plaats.
5.4.1 Opgave van de reikwijdte in de TTL-flitserfunctie
In het LC-display van de mecablitz wordt de waarde voor de maximale reikwijdte van de flits aangegeven. De aangegeven waarde berust op de reflec-
tiegraad van 25 % van het onderwerp, wat voor de meest voorkomende situaties voldoet. Sterke afwijkingen van deze reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zeer zwak reflecterende onderwerpen, kunnen de reikwijdte van de mecablitz beinvloeden. Let bij het fotograferen op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de mecablitz. Het onderwerp moet zich in het bereik van ongeveer 40 % tot 70 % van de aangegeven waarde bevinden. De elektronica van de camera heeft alleen dan de voor een goede belichting benodigde, voldoende speelruimte. De minimale afstand tot het onderwerp moet minstens op 10 % van de aangegeven waarde liggen om te ruime belichting te vermijden! De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan door het veranderen van de diafragmawaarde op het objectief worden verkregen.
Voorbeeld:
In dit voorbeeld reikt de flits van ing. 0,6 m tot 6,2 m. Het onderwerp ligt dan ideaal als het zich zo tussen ong. 2,5 m en 4,3 m bevindt.
5.4.2 Aanduiding van de reikwijdte bij flitsen met handinstelling M, c.q. MLo
In het LC-display van de mecablitz wordt de afstandswaarde aangegeven die voor een correct belichte opname moet worden aangehouden. Aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan worden bereikt door het veranderen van de diafragmawaarde en door te kiezen tussen vol vermogen M en het deelvermogen MLo (zie 4.2).
Voorbeeld:
In het voorbeeld hiernaast zou het hoofdonderwerp zich op een afstand van 6,2 m van de mecablitz moeten bevinden.
5.4.3 Overschrijding van het aanduidingsbereik
De mecablitz kan reikwijdten tot maximaal 199 m, c.q. 199 ft aangeven. Bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en grote diafragmaopeningen kan dat bereik van de aanduiding worden overschreden. Dit wordt door een pijl, c.q. een driehoek achter de afstandswaarde aangegeven.
5.4.4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdte
Wanneer de kop van de reflector uit zijn normale stand naar boven of beneden wordt gezwenkt, vindt in het LC-display van de mecablitz geen afstands-aanduiding plaats!
5.4.5 Omschakeling van meter naar feet (m - ft)
De aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de mecablitz kan naar keuze in meter (m) of feet (ft) plaatsvinden. Om de aanduidingen te veranderen gaat u als volgt te werk:
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar uit;
- houd de toetscombinatie „Select“ (=“Mode"-toets + „Zoom"-toets) ingedrukt;
- schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in;
- laat de toetscombinatie „Select“ (=“Mode“-toets + „Zoom“-toets) los;
- de aanduiding van de afstanden wisselt nu van m naar ft of terug van ft naar m.
5.5 LC-display-verlichting
Bij het drukken op de „Mode“- of de „Zoom“-toets wordt gedurende ong. 10 s. de verlichting van het LC-display van de mecablitz geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits gaat de verlichting van het LC-display uit.

Bij de eerste bediening van de genoemde toetsen vindt er geen verandering van de instellingen op de mecablitz plaats!
Als in de TTL-flitserfunctie de opname correct werd belicht, wordt gedurende de „o.k.“-aanduiding (zie 4.1.3) de verlichting van het LC-display geactiveerd.
5.6 Motor-zoomreflector
De reflector van de mecablitz kan brandpuntsafstanden vanaf 28 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36 mm) uitlichten.
5.6.1 „Auto-Zoom“
Als de mecablitz wordt gebruikt in combinatie met een camera die de gegevens van de brandpuntsafstand van het objectief aan de flitser meldt, past deze de stand van de zoomreflector automatisch aan die brandpuntsafstand aan. Na het inschakelen van de mecablitz wordt in zijn LC-display „Auto Zoom“ en de dan geldende reflectorstand aangegeven.
De automatische aanpassing van de reflectorstand vindt plaats voor objectieven met brandpuntsafstanden van 28 mm en meer. Wordt een brandpuntsafstand van minder dan 28 mm ingezet, dan knippert in het LC-display de aanduiding „28“ mm als waarschuwing, dat het onderwerp door de mecablitz niet geheel tot aan de randen kan worden verlicht.
Voor objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 20 mm kan een groothoekvoorzetvenster (zie hoofdstuk 7: Optionele accessoires) worden gebruikt. Bij de automatische, motorische sturing van de zoomreflector op de mecablitz door de digitale camera's Dimage 5, 7 en 7i kan de ingestelde reflectorstand iets afwijken van de brandpuntsafstand die op de camera is ingesteld. De camera stuurt de reflector dan zo, dat het onderwerp verder als nodig wordt uitgelicht (in principe net als bij de extended-zoomfunctie; zie 5.6.3). Daardoor de 28 mm aanduiding in het LC-display van de mecablitz die immers niet over een 24 mm stand beschikt, knipperen bij groothoekinstelling van het objectief. Met de hand instellen van de reflectorstand is echter niet nodig!
5.6.2 Het instellen van de zoomreflector met de hand „M. Zoom“
Indien gewenst, kan de stand van de zoomreflector met de hand worden versteld om bijv. bepaalde verlichtingseffecten te kunnen realiseren (bijv. hotspot enz.). Door herhaald op de toets „Zoom“ op de mecablitz te drukken, kunnen achtereenvolgens de volgende reflectorstanden worden gekozen:
28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm.
In het LC-display van de mecablitz wordt „M. Zoom“ (voor zoominstelling met de hand) en de ingestelde zoomstand (in mm) aangegeven. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
Als de instelling van de zoomreflector ertoe zou leiden, dat de randen van het onderwerp niet goed worden verlicht, gaat de aanduiding van de zoomstand in het LC-display van de mecablitz als waarschuwing knipperen.
Voorbeeld:
- U werkt met een brandpuntsafstand van 50 mm.
- Op de mecablitz is de reflectorstand van 70 mm met de hand ingesteld (aanduiding „M.Zoom“).
- In het LC-display van de mecablitz knippert de aanduiding „70“ mm voor de zoomstand, omdat de randen van het onderwerp niet goed verlicht worden.
Terugzetten naar „Auto-Zoom“
Voor het terugzetten naar „Auto Zoom“ zijn er twee verschillende mogelijkheden:
- Druk zo vaak op de „Zoom“-toets van de mecablitz, dat in het display „Auto Zoom“ wordt aangegeven; de instelling treedt onmiddellijk in werking; na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
Of:
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar even uit. Na het opnieuw inschakelen wordt in het display van de mecablitz „Auto Zoom“ aangegeven.
5.6.3 Extended-zoomfunctie
Bij de extended-zoomfunctie (Ex) wordt de brandpuntsafstand van de meca-blitz ten opzichte van die van het op de camera gebruikte objectief één stop gereduceerd! De daaruit resulterende bredere uitlichting zorgt voor extra strooilicht in de ruimte (door reflecties) en daardoor voor een wat zachtere flitsverlichting.
Voorbeeld voor de extended-zoomfunctie:
De brandpuntsafstand van het objectief op de camera is 35 mm. In de extended-zoomfunctie stuurt de mecablitz de reflectorstand 28 mm aan. In het LC-display wordt desondanks 35 mm aangegeven!
De extended-zoomfunctie is alleen in de functie „Auto Zoom“ en met objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 35 mm mogelijk. Daar de uitgangsstand van de zoomreflector 28 mm bedraagt, wordt bij objectieven met brandpuntsafstanden van minder dan 35mm in het LC-display knipperend „28“ mm aangegeven. Deze aanduiding geldt als waarschuwing dat een voor de extended-zoomfunctie vereiste reflectorstand van 24 mm niet kan worden gerealiseerd.
Opnamen met objectieven met brandpuntsafstanden van 28 mm tot 35 mm worden ook in de extended-zoomfunctie correct door de mecablitz uitgelicht!
Het inschakelen van de extended-zoomfunctie
- Druk zo vaak op de toetsencombinatie „Select“ (= "Mode"-toets + „Zoom"-toets) dat in het LC-display „Ex" verschijnt;
- druk zo vaak op de „Zoom“-toets dat in het LC-display „On“ knippert;
- de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
Het symbool „Ex“ voor de extended-zoomfunctie blijft nadat u dezer functie hebt ingesteld in het LC-display van de mecablitz aangegeven!
Denk er wel aan, dat door de bredere verlichtingshoek in de extended-zoomfunctie een kortere reikwijdte ontstaat!
Uitschakelen van de extended-zoomfunctie
- Druk zo vaak op de toetsencombinatie „Select“ (= "Mode"-toets + „Zoom"-toets) dat in het LC-display „Ex" verschijnt;
- druk zo vaak op de „Zoom“-toets, dat in het LC-display „OFF“ knippert;
- de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug.
Het symbool „Ex“ voor de extended-zoomfunctie wordt, na het uitschakelen van de functie, niet meer in het LC-display van de mecablitz aangegeven!
5.7 Autofocus-meetflits
Zodra er voor automatisch scherpstellen niet meer voldoende licht is, wordt door de elektronica van de camera de autofocus-meetflits geactiveerd. Het autofocuslampje projecteert dan een streeppatroon op het onderwerp. Op dat streeppatroon kan de camera dan automatisch scherpstellen. De reikwijdte van de AF-meetflits bedraagt ong. 6 m. tot 9 m. (bij standaardobjectief 1,7/50 mm). Vanwege de parallax tussen objectief en het AF-lampje bedraagt de instelgrens voor dichtbij ong. 0,7 m. tot 1 m.
Om de AF-meetflits door de camera te laten activeren, moet het objec-tief in de camera op AF ingesteld zijn. Op de camera moet de AF-func-tie „Single-AF“, c.q. „ONE-SHOT-AF“ ingesteld zijn (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Zoomobjectieven met een geringe lichtsterkte beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms flink!
Het streeppatroon van de AF-meetflits ondersteunt alleen de centrale AF-sensor van de camera. Bij camera's met meerdere AF-sensoren moet u dus alleen de centrale AF-sensor activeren (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Als de fotograaf met de hand, of de camera zelfstandig, een decentrale AF-sensor kiest wordt de schijnwerper van de AF-meetflits niet geactiveerd. Enkele camera's gebruiken in dat geval de in de camera ingebouwde AF-meetflits (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
5.8 Ontsteeksturing
Als er voldoende omgevingshelderheid is voor een belichting inde normale modus, verhindert de camera het ontsteken van een flits. De belichting vindt dan plaats met de in het display, c.q. de zoeker van de camera aangegeven belichtingstijd. Het geactiveerd zijn van de ontsteeksturing wordt door het doven van de aanduiding van de flitsparaatheid in de zoeker van de camera aangegeven. Bij het bedienen van de ontspanknop op de camera wordt geen flits ontstoken.
De ontsteeksturing werkt alleen bij sommige camera's in de functie program "P" en diafragma-automatiek "S" (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De ontsteeksturing kan bij sommige camera's uitgezet worden: druk daarvoor op de camera op de toets ♦ voor de flitsregeling (zie de gebruiksaanwijzing van de camera) en houd deze bij de opname ingedrukt. Bij het aantippen van de ontspanknop op de camera verschijnt in de zoeker van de camera nu weer de aanduiding dat de flitser paraat is. De elektronica van de camera kiest een geschikte combinatie van belichtingstijd en diafragma. Bij de opname wordt een flits ontstoken.
Bij de Dynax 800si wordt de ontsteeksturing door de persoonlijke instelling "5" geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Bij de Dynax 7 vindt de ontsteeksturing alleen plaats bij de camera-functie "volautomatisch"(groen P-symbool)!
5.9 Terug naar de basisinstellingen
De mecablitz kan, door minstens drie seconden op de „Mode“-toets te drukken, op zijn basisinstellingen terug worden gezet.
De volgende instellingen worden aangezet:
- de flitserfunctie „TTL“;
- de automatische uitschakeling „Auto-Off“ wordt gezctiveerd (On);
- de automatische zoomfunctie „Auto-Zoom“.
- de extended-zoomfunctie „Ex“ wordt uitgeschaakelt.
6. Speciale aanwijzingen per camera
Vanwege het grote aantal typen camera en hun eigenschappen, is het in het kader van deze gebruiksaanwijzing niet mogelijk om gedetailleerd in te gaan op alle cameraspecifieke mogelijkheden, instellingen, aanduidingen en dergelijke. Informaties en aanwijzingen voor het gebruik van een flitser vindt u n de betreffende hoofdstukken van de gebruiksaanwijzing van uw camera!
6.1 De bij het flitsen niet ondersteunde bijzondere functies
6.1.1 Creatieve onderwerpsprogramma's PA en Ps
Sommige cameratypes beschikken over een programsturing PA en Ps (programshift) voor de creatieve onderwerpsprogramma's.
- In deze programsturing kan geen flitser worden gebruikt.
- Bij ingeschakelde flitser kan deze programsturing niet worden geactiveerd.
Let op de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de camera!
6.1.2 Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS
Het systeem laat de synchronisatie bij korte belichtingstijden van de meca- blitz niet toe.
6.1.3 Draadloze afstandsbediening REMOTE van de flitser
Het systeem laat de draadloze afstandsbediening REMOTE van de mecablitz niet toe.
6.1.4 Flits vooraf tegen het "rode ogeneffect"
Sommige camera's beschikken over de mogelijkheid om een flits, vooraf-gaand aan de hoofdflits, tegen het "rode ogen-effect" (Red Eye Reduction) te activeren. Deze functie wordt alleen ondersteund door de in de camera ingebouwde flitser. Externe flitsers als bijv. de mecablitz worden door deze functie in principe niet ondersteund.
7. Optionele accessoires
Wij zijn niet aansprakelijk voor het verkeerd werken van of schade aan de mecablitz, ontstaan door het gebruik van toebehoren van andere fabrikanten dan wijzelf!
• Groothoekvoorzetvenster 44-21
(Bestelnummer 000044217)
Voor het verlichten van opnamen met objectieven van 20 tot 28 mm brandpuntsafstand. De grens van de reikwijdte wordt, vanwege het lichtverlies met een factor 1,4 kleiner.
- Set kleurenfilters 44-32
Omvat 4 kleurenfilters voor effectverlichting alsmede een heldere filterruit voor het opnemen van filterfolies in elke gewenste kleur.
- Mecabounce 44-90
(Bestelnummer 000044900)
Met deze diffusor krijgt u op de eenvoudigste wijze een zachte verlichting. De werking is grandioos, omdat de opnamen een zachter karakter krijgen. De gelaatskleur van personen wordt natuurlijker weergegeven. De reikwijdte van de flitser loopt tot ongeveer de helft terug.
• Reflectiescherm 54-23
(Bestelnummer 000054236)
Verzacht harde slagschaduwen door zijn zacht gerichte licht.
8. Bij een eventuele storing
Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het LC-display van de flitser onzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser niet functioneert op de manier die op grond van de gedane instellingen van hem verwacht zou mogen worden, schakel dan de flitser voor de duur van 10 seconden via zijn hoofdschakelaar uit. Controleer de instellingen die op de camera zijn gedaan en of de flitservoet wel op de juiste wijze in de accessoireschoen van de camera is geschoven.
De flitser zou na het inschakelen weer „normaal“ moeten functioneren. Is dat niet het geval, ga er dan mee naar uw fotohandelaar.
9. Onderhoud en verzorging
Verwijder stof en vuil met een zachte, droge, met siliconen behandelde doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen - de kunststof onderdelen zouden beschadigd kunnen worden.
Het formeren van de flitscondensator
De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering als het apparaat gedurende lange tijd niet wordt ingeschakeld. Het is daarom noodzakelijk, de flitser elk kwartaal ongeveer 10 minuten lang in te schakelen (schakel „Auto-off“ uit, lees daarvoor 2.4!). De batterijen of accu's moeten hierbij zoveel vermogen leveren, dat de aanduiding dan de flitser is opgeladen flitser in minder dan 1 minuut na het inschakelen oplicht.
Max. richtgetal bij ISO 100 / 21°; zoom 105 mm:
Ong. 1/200 ... 1/20.000 seconde (in de TTL-functie) In de M - functie ong. 1/200 seconde bij vol vermogen In de M Lo - functie ong. 1/5000 seconde
Kleurtemperatuur:
ong. 5600 K
Filmgevoeligheid:
ISO 6 tot ISO 6400
Synchronisatie:
Laagspanningsontsteking
Aantallen flitsen:
ong. 85 met NiCd-accu (600 mAh) ong. 205 met NiMH-accu (1600 mAh) ong. 240 met super alkalimangaanbatterijen ong. 370 met lithiumbatterijen
Flitspauzes:
ong. 4 s. met NiCd-accu ong. 4 s. met NiMH-accu ong. 5 s. met super alkalimangaanbatterijen ong. 6 s. met lithiumbatterijen
(telkens met vol vermogen)
(telkens met vol vermogen)
Zwenkbereiken en klikstanden van de reflectorkop:
Naar boven / beneden: 60°, 75°, 90° / -7°
Afmetingen in mm (ong.):
75 × 125 × 108 (B x H x D)
Gewicht:
Flitser met stroombronnen: ong. 400 gram
Levering bestaat uit:
Flitser, gebruiksaanwijzing
Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!
NL
Afvoeren van de batterijen
Batterijen horen niet bij het huisvuil.
S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven.
S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.
Batterijen / accu's zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat
- uitschakelt en aangeeft „batterijen leeg“
- de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren.
Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.
GB
Richtgetallentabel voor TTL en vol vermogen M in het metersysteem Richtgetal (ft) = Richtgetall (m) x 3,3
Richtgetallentabel voor TTL en deelermogen MLo in het metersysteem Richtgetal (ft) = Richtgetall (m) x 3,3
In het kader de CE-markering werd bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

SCA Contacten niet aanraken!
In uitzonderlijke gevallen kan aanra- ken leiden.

Note:
GB