METZ 24 AF1 SonyAlpha - Flits

24 AF1 SonyAlpha - Flits METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 24 AF1 SonyAlpha METZ in PDF-formaat.

📄 164 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice METZ 24 AF1 SonyAlpha - page 58
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : 24 AF1 SonyAlpha

Categorie : Flits

Download de handleiding voor uw Flits in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 24 AF1 SonyAlpha - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 24 AF1 SonyAlpha van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING 24 AF1 SonyAlpha METZ

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 55Voorwoord Wij danken u hartelijk voor uw beslissing om voor een Metz product te kiezen. Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten. Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten de flitser in gebruik te nemen. Het loont echter de moeite de gebruiksaanwijzing te lezen, want alleen daardoor leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan. De flitser is geschikt voor camera’s van de volgende fabrikanten:

  • 24 AF-1 C alleen voor Canon EOS/PowerShot camera’s
  • 24 AF-1 N alleen voor Nikon TTL en iTTL – camera's.

24 AF-1 O alleen voor digitale Olympus camera's met TTL–flitsregeling en systeem flitsschoen, alsook voor daarmee compatibele, digitale camera's van Panasonic en Leica.

24 AF-1 P alleen voor analoge en digitale Pentax camera's met TTL-, c.q. PTTL sturing en systeem flitsschoen. alsook voor daarmee compatibele digitale camera's van Samsung.

  • 24 AF-1 S alleen voor Sony alpha spiegelreflexcamera's met TTL-, TTL met flits vooraf en ADI-meting, evenals analo- ge en digitale Konica – Minolta Dynax / Dimage camera's

4.1 Keuze uit batterijen of accu’s . . . . . . . . . . . . . . . . 64

4.2 Batterijen verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64

4.3 In- en uitschakelen van de flitser. . . . . . . . . . . . . . 65

4.4 Automatische uitschakeling / Auto – OFF . . . . . . . 65

5 De dedicated functies en de flitsfuncties . . . . . . . . 66

5.1 Aanduiding dat de flitser paraat is . . . . . . . . . . . . 66

5.2 Automatische omschakeling naar de flitssyn-

chronisatietijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66

5.3 Aanduiding van de belichtingscontrole . . . . . . . . . 67

5.4 Aanduidingen in de zoeker van de camera. . . . . . 67

5.6.7 Met de hand in te stellen correcties op de

7.2.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter

(Rear functie) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77

7.2.3 Synchronisatie met lange belichtingen SLOW . . . . 78

De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik binnen het fotografische bereik!

In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen e.d.) mag de flitser in geen geval worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!

Fotografeer auto- en buschauffeurs, motorrijders of trein- machinisten e.d. nooit met een flitser tijdens de rit. Door de verblinding kan de bestuurder een ongeluk veroorzaken!

Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van personen en dieren kan leiden tot beschadiging van het netvlies en ernstige storingen veroorzaken bij het zien - tot blindheid aan toe!

Gebruik alleen de in deze gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen voor de voeding!

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 58• Batterijen en accu’s niet blootstellen aan overmatige hitte als zonneschijn, vuur en dergelijke!

Verbruikte batterijen / accu’s niet in vuur gooien!

Uit lege batterijen kan loog lekken, wat tot beschadiging van de contacten leidt. Haal verbruikte batterijen daarom altijd uit het apparaat.

Batterijen kunnen niet worden opgeladen.

Flits- en oplaadapparaat niet blootstellen aan drup- of spatwater (bijv. regen)!

Bescherm de flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Laat de flitser niet achter in het handschoenvakje van de auto!

Bij het ontsteken van een flits mag er zich vlak voor of op de ruit van de reflector geen materiaal bevinden dat geen licht doorlaat. De ruit van de reflector mag niet vuil zijn. Als u dit niet in acht neemt, kan, door de hoge energie van het flits- licht, dat materiaal of zelfs de reflector verbranden.

Raak, na meerdere keren flitsen de reflector niet aan. Gevaar voor verbranding!

Haal de flitser nooit uit elkaar! HOOGSPANNING! Binnen in de flitser bevinden zich geen onderdelen die door leken kunnen worden gerepareerd.

Bij serieopnamen met de flitser op vol vermogen en de korte oplaadtijden bij de diverse accuvoedingen moet u er op letten, dat u telkens na 15 flitsen een werkpauze van minstens 10 minuten inlast! Daarmee voorkomt u overbe- lasting van het apparaat.

De mecablitz mag alleen samen worden gebruikt met een in de camera ingebouwde flitser, als deze daarbij geheel kan worden uitgeklapt!

Bij plotselinge temperatuurswisselingen kan het apparaat beslaan. Laat de flitser dan eerst acclimatiseren!

Anduiding in de zoeker van de camera dat de flitser paraat is

  • Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd
  • TTL-flitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de TTL-flitsbelichting x AF-hulplichtsturing
  • Automatisch geprogrammeerd flitsen ∆ FE-meetwaardeopslag.
  • E-TTL-flitsregeling ∆ = De dedicated functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. x = Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits

Anduiding in de zoeker van de camera dat de flitser paraat is

  • Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd
  • i-TTL-flitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de TTL-flitsbelichting
  • Automatische TTL-invulflitsregeling ∆ Synchronisatie bij het open-. c.q. dichtgaan van de sluiter ∆ = De dedicated functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. x = Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits
  • Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker / het display van de camera
  • Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd
  • Compatibel met het FourThirds systeem
  • Automatisch flitsen / ontsteeksturing
  • TTL flitsregeling (TTL met meetflits vooraf)
  • Automatische invulflitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting ∆ Synchronisatie bij het openen of dichtgaan van de sluiter (2nd curtain / SLOW2) x Sturing van de autofocus meetflits ∆ Functie van flitsen vooraf voor vermindering van het 'rode ogen-effect'
  • Wake-up functie voor de flitser ∆ = functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. x = Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. 2.4. mecablitz 24 AF-1 P
  • Aanduiding flitsparaatheid in de zoeker / het display van de camera
  • Aanduiding van de belichtingscontrole bij TTL
  • Automatisch sturing naar de flitssynchronisatietijd
  • Automatische TTL- / PTTL invulflitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 61∆ Functie van flitsen vooraf voor vermindering van het 'rode ogen-effect'

  • Wake-up functie voor de flitser ∆ = functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. 2.5. mecablitz 24 AF-1 S

Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera

  • Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd
  • Automatisch flitsen / ontsteeksturing
  • TTL flitsregeling (standaard TTL zonder meetflits vooraf)
  • TTL met flits vooraf en ADI-meting
  • Automatische invulflitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting ∆ Synchronisatie bij het openen of dichtgaan van de sluiter
  • Sturing van de autofocus meetflits
  • Wake-up functie voor de flitser ∆ = functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. 3 Aanbrengen van de mecablitz

3.1 mecablitz op de camera aanbrengen

Schakel camera en mecablitz via hun hoofdschakelaars uit! mecablitz 24 AF-1 C, 24 AF-1 N en 24 AF-1 P

  • Schuif de mecablitz met zijn aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera. Druk daarna op de „LOCK“ toets om hem te vergrendelen.
  • Schuif de mecablitz met zijn aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera. De veiligheidsstift klikt hoorbaar in.
  • Druk de ontgrendelknop “PUSH” een beetje naar boven, zodat de mecablitz in de accessoireschoen van de camera klemt. mecablitz 24 AF-1 O
  • Schuif de mecablitz met zijn aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera. Druk daarna op de „LOCK“ toets om hem te vergrendelen.

3.2 mecablitz van de camera afnemen

Schakel camera en mecablitz via hun hoofdschakelaars uit! mecablitz 24 AF-1 C, 24 AF-1 N en 24 AF-1 P

Druk beide kunststofnokken op de zijkant van de aansluitvoet in de richting van de pijlen en neem de meca- blitz tegelijkertijd uit de accessoireschoen van de camera. mecablitz 24 AF-1 S

  • Druk de ontgrendelknop “PUSH” in de richting van de flit- ser en tegelijkertijd wat naar beneden tot de ontgrendel- knop “PUSH” inklikt.
  • Trek de mecablitz uit de accessoireschoen van de camera. mecablitz 24 AF-1 O

Druk beide kunststofnokken op de zijkant van de aansluitvoet in de richting van de pijlen en neem de meca- blitz tegelijkertijd uit de accessoireschoen van de camera.

4.1 Keuze uit batterijen of accu’s

De mecablitz kan naar keuze worden gevoed uit:

  • 4 NiCd-accu’s type IEC KR6 (AA), deze bieden zeer korte flitsvolgtijden en zijn spaarzaam in het gebruik omdat ze op te laden zijn.
  • 4 Nikkel-metaalhydride accu’s IEC HR6 (AA), duidelijk hogere capaciteit dan NiCd-accu’s en minder schadelijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
  • 4 Alkalimangaanbatterijen type IEC LR6 (AA), onder- houdsvrije stroombronvoor gematigde eisen. Gebruik geen lithiumbatterijen! De hogere celspanning daarvan kan apparaat en elektronica beschadigen! Als u denkt, de mecablitz gedurende langere tijd niet te gebruiken, haal dan de batterijen uit het apparaat.

4.2 Batterijen verwisselen

De batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt, als de flitsvolgtijd (de tijd tussen het ontsteken van een flits met vol vermogen en het opnieuw oplichten van de aanduiding dat de flitser paraat is) meer dan 60 seconden gaat bedragen.

  • Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar uit.
  • Schuif het deksel van het batterijvak in de richting van de pijl.

Leg de batterijen, c.q. de accu’s in de lengte, in overeenstem- ming met de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel. Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. de accu’s op de juiste polariteit, in overeenstemming met de symbo- len in het batterijvak. Verkeerde polariteit kan bescha- diging van het apparaat tot gevolg hebben! Vervang altijd alle batterijen tegelijk door batterijen van een zelfde fabricagetype met gelijke capaciteit!

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 64Verbruikte batterijen en accu’s horen niet in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan het milieu en lever lege batteri- jen en accu’s in bij de daarvoor bestemde verzamel- punten!

4.3 In- en uitschakelen van de flitser

De flitser wordt via zijn hoofdschakelaar ingeschakeld. In de rechter stand “ON” is de flitser ingeschakeld. Schuif voor het uitschakelen de hoofdschakelaar in de stand “OFF”.

4.4 Automatische uitschakeling / Auto – OFF

In de fabriek wordt de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 3 minuten –

  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera … … naar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om ener- gie te sparen en de voeding tegen onbedoeld ontladen te beschermen. De groene paraatheidsaanduiding dooft. De flitser wordt door het aantippen van de ontspanknop op de camera (Wake-Up-functie) weer ingeschakeld. Als u de flitser langere tijd niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altijd via zijn hoofd schakelaar uit!

5.1 Aanduiding dat de flitser paraat is

Zodra de flitscondensator is opgeladen licht op de mecablitz de paraatheidsaanduiding op en geeft daarmee aan, dat de flitser gebruiksklaar is. Dat betekent, dat bij de volgende opname flitslicht gebruikt gaat worden. Het signaal van de flitsparaatheid wordt ook naar de camera overgebracht en zorgt in de zoeker van de camera voor een overeenkomstige aanduiding (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Als u een opname maakt voordat de aanduiding van flits- paraatheid verschijnt, wordt geen flits ontstoken en zal de opname onder bepaalde omstandigheden te krap belicht worden. Zodra de flitser opgeladen is, kan door te drukken op de handontspanknop op de mecablitz, een proefflits worden ontstoken.

5.2 Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd

Afhankelijk van het type camera en de daarop ingestelde functie wordt, zodra de flitser gebruiksklaar is, de belich- tingstijd van de camera automatisch naar de flitssynchronisa- tietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Kortere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen niet worden ingesteld, c.q. worden naar de flitssynchronisa- tietijd omgeschakeld. Sommige camera’s beschikken over een bereik aan flitssynchronisatietijden, bijv. van 1/60 s. tot 1/250 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke flitssynchronisatietijd de camera dan stuurt, hangt dan af van de op de camera ingestelde functie, van de omgevingshel- derheid en van de brandpuntsafstand van het op de camera gebruikte objectief.

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 66Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kun- nen, afhankelijk van de camerafunctie wél worden gebruikt.

5.3 Aanduiding van de belichtingscontrole

Als de opname correct werd belicht, licht de aanduiding van de belichtingscontrole “o.k.” op de mecablitz korte tijd op! Als de aanduiding van de belichtingscontrole niet oplicht werd de opname te krap belicht en moet u het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8) of de afstand tot het onderwerp, of bij indi- rect flitsen tot het reflecterende vlak, verkleinen en de opna- me herhalen.

5.4 Aanduidingen in de zoeker van de camera

De aanduidingen in de zoeker van uw camera kunnen van de onderstaande beschrijving afwijken, c.q. bij sommige camera’s zijn verschillende symbolen alleen bij bepaalde cameratypen mogelijk (zie de gebruiks- aanwijzing van de camera)!

5.4.1 mecablitz 24 AF-1 C

  • Flitssymbool knippert: Gebruik van de flitser wordt aanbevolen.

Flitssymbool licht op - de mecablitz is klaar voor gebruik. Sommige camera’s bieden in hun zoeker een functie die foute belichting aangeeft: knippert in de zoeker de diafrag- mawaarde, de belichtingstijd of beide aanduidingen, dan is er te ruim of te krap belicht.

  • Bij te ruime belichting niet flitsen!
  • Bij te krappe belichting: schakel de flitser in of gebruik een statief en een langere belichtingstijd. In bepaalde belichtings- en automatische programma’s kunnen verschillende oorzaken voor foute belichtingen optreden.

5.4.2 mecablitz 24 AF-1 N

  • Groen flitssymbool licht op en ? knippert: Gebruik van de flitser wordt aanbevolen.
  • Groen flitssymbool licht op: De flitser is gebruiksklaar.
  • Groen flitssymbool blijft ook na de opname verder oplichten, c.q. dooft gedurende een korte tijd: De opname werd correct belicht.
  • Het pijlsymbool knippert na de opname: De opname werd onderbelicht.

5.4.3 mecablitz 24 AF-1 O

  • Het flitssymbool knippert: Aanbeveling de flitser te gebruiken c.q. hem in te schake- len of de flitser is nog niet klaar (bij sommige camera's).

Het flitssymbool licht op: de flitser is gereed om te flitsen.

  • Het flitssymbool licht niet op: indien de flitser opgeladen is: de camera onderdrukt bij hoge helderheid van de omge- ving het ontsteken van een flits.

5.4.4 mecablitz 24 AF-1 P

  • Het flitssymbool licht op: de flitser is gereed om te flitsen.
  • Het flitssymbool licht niet op: de flitser is nog niet paraat. Of indien gereed om te flitsen: de camera onderdrukt bij hoge helderheid van de omgeving het ontsteken van een flits.
  • Het flitssymbool knippert: de flitser is nog niet gereed om te flitsen.
  • Het flitssymbool licht op: de flitser is paraat. Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt.

Zodra het niveau van de omgevingshelderheid te laag wordt voor de automatische scherpstelling wordt de AF-hulplicht door de elektronica in de camera geactiveerd. De autofocusschijnwerper straalt hierbij een streeppatroon uit dato p het onderwerp wordt geprojecteerd. Op dat streeppatroon kan de camera nu automatisch scherpstellen. Om ervoor te zorgen dat de AF-meetflits door de camera kan worden geactiveerd, moet de camera op AF ingesteld staan. Op de camera moet de AF-functie “Single-AF”, c.q. “ONE-SHOT-AF” ingesteld zijn. Zoomobjectieven met een lagere lichtsterkte beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms behoorlijk! Het streeppatroon van de AF-meetflits ondersteunt alleen de centrale AF-sensor van de camera. Wij bevelen aan, om bij camera’s met meerdere AF-sensoren alleen het centrale AF–meetveld van de camera te activeren. Bij enkele camera’s wordt, indien nodig, alleen de in de camera ingebouwde AF-schijnwerper geactiveerd! In dat geval wordt de AF-schijnwerper van de mecablitz niet geactiveerd. Let hiervoor op de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de camera.

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 695.6 TTL-flitsfunctie In de TTL-flitsfunctie krijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsopnamen. In deze functie wordt de belichtingsmeting uit- gevoerd door een sensor in de camera. Deze meet het door het objectief (TTL = “Trough The Lens”) op de film vallende hoeveelheid licht. Zodra voldoende licht is gemeten, zendt de elektronica een stopsignaal naar de mecablitz en wordt de flits onmiddellijk afgebroken. Het voordeel van deze flitsfunctie ligt hierin, dat alle factoren die de belichting van de film kunnen beinvloeden (opnamefil- ters, veranderingen van diafragmawaarden en brandpuntsaf- stand bij zoomobjectieven, uittrekverlenging bij dichtbijopna- men enz.), automatisch bij de regeling van flits in acht worden genomen. U hoeft zich om de instelling van de flitser niet te bekommeren, de elektronica in de camera zorgt automatisch voor de juiste dosering van het flitslicht. Bij een correct belichte opname verschijnt op de mecablitz en soms ook in de zoeker van de camera de aanduiding “o.k”. De TTL-flitsfunctie wordt in alle camerafuncties (bijv. “gepro- grammeerd automatisch”, “program P”, tijdautomatiek “Av”, c.q. “A”, diafragma-automatiek “Tv”, c.q. “S”, de onder- werpsprogramma’s, manual “M” enz.) ondersteund. Voor het testen van de TTL-functie moet er zich een film in de camera bevinden! Let er bij de keuze van het filmmateriaal op, dat uw camera u geen beperkingen ten aanzien van de filmgevoeligheid, c.q. de ISO–waarde voor de TTL-functie oplegt (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 705.6.1 Automatisch TTL-invulflitsen bij daglicht Bij de meeste cameramodellen wordt bij volautomatisch , automatisch geprogrammeerd P, en de onderwerpsprogram- ma’s bij daglicht de invulflitsfunctie geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met de invulflits kunt u vervelende schaduwen ophelderen en bij tegenlichtopnamen een uitgebalanceerde verlichting tussen onderwerp en achtergrond bereiken. Een computergestuurd meetsysteem in de camera zorgt voor de geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen. Let er bij tegenlichtopnamen op, dat de bron van het tegen- licht niet rechtstreeks in het objectief schijnt. Het TTL-meetsy- steem van de camera zou verkeerd kunnen reageren! Een instelling of aanduiding van de automatische TTL-invul- flitsregeling op de mecablitz vindt in dit geval niet plaats.

5.6.2 Canon E-TTL-flitsfunctie

De E-TTL-flitsfunctie is een doorontwikkelde variant van Canon op de ’normale’ TTL-flitsfunctie. Bij de opname wordt eerst, via een meetflits vooraf, de reflectie van het onderwerp gemeten. Het gereflecteerde licht van de vooraf-flits wordt door de ca- mera geëvalueerd. Overeenkomstig de uitslag daarvan wordt de er na volgende flitsbelichting automatisch door de camera optimaal aangepast aan de opnamesituatie (zie de gebruiks- aanwijzing van de camera). Instellingen en aanduidingen

  • Schakel de flitser een de camera in.
  • Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden.

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 71Opslaan van de flitsbelichting FE Een aantal Canon-camera’s biedt de mogelijkheid van het opslaan van een flitsbelichting FE (FE = flash-exposure). Deze mogelijkheid wordt door de flitser in de E-TTL-flits- functie ondersteund. Met het opslaan van de flitsbelichting in de E-TTL-flitsfunctie kan, voorafgaand aan de eigenlijke opname, de dosering van de flitsbelichting voor de eerstvolgende opname reeds worden vastgelegd. Dit is zinvol als de flitsbelichting op een bepaald deel van het onderwerp moet worden afgestemd, dat niet absoluut identiek met het hoofdonderwerp is. Richt het AF-kader in de camera op de uitsnede van het onder- werp waarop de flitsbelichting moet worden afgestemd en stel scherp. Door op de FE-toets op de camera te drukken (de aan- duiding kan van camera tot camera anders zijn, zie de gebruiks- aanwijzing van de camera) zendt de flitser een FE-proefflits uit. Met behulp van het gereflecteerde licht van deze FE-proefflits legt de meetelektronica in de camera daarop de belichting, waarmee de aansluitende flitsopname gemaakt moet worden, vast. Op het eigenlijke hoofdonderwerp kan dan met het AF–meetkader van de camera worden scherpgegesteld. Na het bedienen van de ontspanknop op de camera wordt de opname met de vooraf bepaalde energie van de flitser belicht! Het systeem laat niet toe, dat veranderingen in de verlich- tingssituatie, die na de FE-proefflits plaatsvinden worden bij de opname in acht worden genomen! Bij sommige camera’s wordt de opslag van de flitsbelichting FE in het ’groene’ geheel geprogrammeerd c.q. de onder- werpsprogramma’s niet ondersteund (zie de gebruiksaan- wijzing van de camera)!

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 72Geheugen voor de meetwaarden van de flitsbelichting Sommige camera’s beschikken over een geheugen voor de meetwaarden van de flitsbelichting (FV-geheugen). Dit wordt door de flitser in de i-TTL flitsfunctie ondersteund. Daarmee kan voorafgaand aan de eigenlijke belichting reeds de dose- ring van de flitsbelichting voor de eerstvolgende opname wor- den vastgelegd. Dit is vooral dan zinvol als de flitsbelichting op een bepaald onderwerpsdetail afgestemd moet worden, dat niet persé identiek aan het hoofdonderwerp hoeft te zijn. Het activeren van deze functie vindt op de camera plaats in een individuele functie.

5.6.3 Nikon i-TTL-flitsfunctie

De i-TTL-flitsfunctie is een doorontwikkelde variant op de standaard TTL-flitsfunctie van analoge camera’s. Voorafgaand aan de eigenlijke belichting worden bij de opname meerdere, vrijwel onzichtbare meetflitsen door de flitser afgegeven. De hoeveelheid gereflecteerd licht wordt door de camera geëvalueerd. In overeenstemming met de verwerking wordt de erna volgende flitsbelichting door de camera optimaal aangepast aan de opnamesituatie. Afhankelijk van het type camera wordt door de flitser auto- matisch de standaard TTL- c.q. i–TTL flitsfunctie geactiveerd!

5.6.4 TTL flitsen met meetflits vooraf (Olympus)

Bij de opname worden voorafgaand aan de eigenlijke belichting een of meerdere flitsen door de flitser afgegeven. De camera evalueert deze vooraf ontstoken meetflits en regelt de lichtafgifte van de flitser voor de hoofdflits. De flitser wordt door de camera automatisch op deze modus ingesteld.

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 735.6.5 P-TTL flitsen (Pentax) Bij de P-TTL flitsfunctie wordt voorafgaand aan de eigenlijke belichting een meetflits afgegeven. De camera evalueert deze vooraf ontstoken meetflits en regelt de lichtafgifte van de flitser voor de hoofdflits. De flitser wordt door de camera automatisch op deze modus ingesteld.

5.6.6. TTL met flits vooraf en ADI-meting (Sony)

Deze flitsfuncties worden bij de digitale Sony camera's gebruikt en op de camera ingesteld. Bij de opname worden voorafgaand aan de eigenlijke belichting een of meerdere flitsen door de flitser afgegeven. De camera evalueert deze vooraf ontstoken meetflits en regelt de lichtafgifte van de flitser voor de hoofdflits. Bij de ADI-meting worden bovendien afstandsgegevens van het objectief in de flitsmeting mee betrokken. De flitser stelt zich automatisch op de op de camera gekozen modus in.

5.6.7 Met de hand in te stellen correcties

op de flitsbelichting De TTL-flitsbelichtingsautomatiek van de meeste camera’s is afgestemd op een gemiddelde onderwerpsreflectie van 25% (gemiddelde reflectie van te flitsen onderwerpen). Een donke- re achtergrond die veel licht absorbeert, of een lichte achter- grond die veel licht reflecteert kunnen tot resp. te ruime of te krappe belichting van het onderwerp leiden. Om bovengenoemd effect te compenseren kan op sommige camera’s de TTL-flitsbelichting met de hand met een correctie- waarde worden aangepast aan de opnamesituatie. De grootte van de correctiewaarde hangt af van het contrast tussen onderwerp en achtergrond! De instelling van de cor- rectiewaarde vindt op de camera plaats. Let hiervoor op de

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 74aanwijzingen ten aanzien van de instellingen in de gebruiks- aanwijzing van de camera! Donker onderwerp voor een lichte achtergrond: positieve correctiewaarde (ongeveer 1 tot 2 diafragmawaarden). Licht onderwerp tegen een donkere achtergrond: negatieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot -2 diafragmawaarden). Een correctie op de belichting door het objectiefdiafragma op de camera te veranderen is niet mogelijk, daar de belich- tingsautomatiek die veranderde waarde weer als normaal werkdiafragma zal zien. Vergeet niet de correctiewaarde op de TTL-flitsbelich- ting na de opname weer op “0” terug te zetten! 6 Automatisch geprogrammeerd flitsen Bij het automatisch geprogrammeerd flitsen stuurt de camera diafragma, belichtingstijd en de mecablitz automatisch zo, dat in de meeste opnamesituaties, ook bij het invulflitsen, samen met het flitslicht een optimaal opnameresultaat wordt verkregen. Instelling op de camera Stel uw camera in op de functie “volautomatisch “, “program P”, of een van de onderwerpsprogramma’s (landschap, portret, sport enz.). Kies op camera en objectief de auto- focusfunctie. Instelling op de flitser Zodra u de instellingen hebt uitgevoerd en de mecablitz aangeeft dat hij gebruiksklaar is, kunt u met de opnamen beginnen.

Rechtstreeks geflitste foto’s zijn vaak te herkennen aan de typisch harde en nadrukkelijk aanwezige schaduwen. Vaak werkt ook de natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- naar achtergrond storend. Door indirect te flitsen kunt u deze verschijnselen voor een groot deel vermijden, omdat onderwerp en achtergrond met verstrooid licht zacht en gelijkmatig kan worden uitgelicht. De reflector wordt hierbij zo gezwenkt, dat deze een geschikt reflecterend vlak (bijv. plafond of wand van de ruimte) verlicht. De reflector van de flitser kan tot 90° verticaal worden gezwenkt. Bij het verticaal zwenken van de reflector moet u er op letten, dat u hem voldoende ver zwenkt zodat er geen rechtstreeks licht meer op het onderwerp kan vallen. Zwenk daarom minstens tot de 60° klikstand. Het door het reflecterende vlak verstrooid teruggekaatste licht geeft een zachte verlichting van het onderwerp. Het reflecter- ende vlak moet neutraal van kleur, bijv. wit zijn en geen structuur hebben (bijv. houten balken tegen het plafond) die schaduwvorming tot gevolg kan hebben. Voor kleureffecten kiest u een reflecterend vlak in de gewenste kleur. Bedenk, dat de reikwijdte van de flitser bij indirect flitsen sterk afneemt. Voor een normale kamerhoogte kunt u zich voor het bepalen van de reikwijdte behelpen met de volgende vuistregel:

Bij de normale synchronisatie wordt de mecablitz aan het begin van de belichtingstijd ontstoken (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standaardfunctie en wordt door alle camera’s uitgevoerd. Hij is voor de meeste flitsopnamen geschikt. De camera wordt, afhankelijk van de daarop ingestelde functie naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijden tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de mecablitz hoeft voor deze functie niets te worden ingesteld en er vindt ook geen aanduiding voor plaats.

7.2.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter

(REAR-functie) Sommige camera’s bieden de mogelijkheid de flits te syn- chroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie). Daarbij wordt de mecablitz pas tegen het einde van de belichtingstijd ontstoken. Dit is vooral bij opnamen met lan- gere belichtingstijden dan bijv. 1/30 seconde en bewegende onderwerpen met een eigen lichtbron functioneel omdat de bewegende lichtbronnen dan een “lichtstaart” achter zich aan trekken in plaats van deze - zoals bij synchronisatie bij het opengaan van de sluiter - voor zich op te bouwen. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter bereikt u daarom bij bewegende lichtbronnen een “natuurlijker” weer- gave van de opnamesituatie! Afhankelijk van de ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan de flits- synchronisatietijd in.

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 77De REAR-functie is alleen met daarvoor geschikte camera’s uit te voeren. De instelling moet op de camera zelf plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

7.2.3 Synchronisatie met lange belichtingen / SLOW

Verschillende camera’s bieden in bepaalde functies de moge- lijkheid voor flitsopnames, gecombineerd met een lange belichtingstijd. Deze functie biedt de mogelijkheid, bij lage omgevingshelderheid de achtergrond in de foto sterker uit te laten komen. Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aan- gepast zijn aan het lage niveau van de omgevingshelder- heid. Daarbij worden door de camera automatisch belich- tingstijden ingesteld die langer zijn dan de flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera’s wordt de syn- chronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde pro- gramma’s (bijv. tijdautomatiek “Av”, c.q. “A”, nachtopname- programma’s enz.) automatisch geactiveerd (zie de gebruiks- aanwijzing van de camera). Gebruik bij langere belichtingstijden een statief om bewegingsonscherpte te voorkomen!

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 788 Onderhoud en verzorging Verwijder stof en vuil met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen - de kunst- stof delen zouden daardoor beschadigd kunnen worden. Formeren van de flitscondensator De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering als het apparaat gedurende lan- ge tijd niet wordt ingeschakeld. Het is daarom noodzakelijk, de flitser per kwartaal voor ongeveer 10 min. in te schakelen. De batterijen, c.q. accu’s moeten daarbij nog wel zoveel energie leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschakelen is bereikt. Voor fout functioneren van en schades aan de meca- blitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten geldt onze garantie niet !

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 799 Technische gegevens De flitser kan via de METZ-klantenservice geüpdatet worden. Zwenkbereiken en klikstanden van de reflector: verticaal 45° - 60° - 75° - 90° Flitsduur: 1/500 s. - 1/30.000 s. Kleur temperatuur: ong. 5500 K Synchronisatie: Laagspanningsontsteking Aantallen flitsen: (met vol vermogen) ong. 200 met super-alkalimangaanbatterijen ong. 250 met NiMH-acci (2100 mAh) Flitsinter val (met vol vermogen): ong. 5 s. met super-alkalimangaanbatterijen ong. 6 s. met NiMH-acci (2100 mAh) Afmetingen (B x H x D): 64 x 95 x 67 mm Gewicht: 182 g met voeding Levering omvat: mecablitz met gebruiksaanwijzing

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen ! 709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 80Afvoeren van de batterijen Batterijen horen niet bij het huisvuil. S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven. S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu’s afgeven. Batterijen / accu’s zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat - de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren. Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.

709 47 0261.A1 24AF-1CNOPS 28.06.2010 9:37 Uhr Seite 161Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecy- cled kunnen worden en dus geschikt zijn voor herge- bruik. Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur geschei- den van het huisvuil apart moet worden ingeleverd. Breng dit apparaat naar een van de plaatselijke verza- melpunten of naar een kringloopwinkel. Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te bescher- men. Your Metz product was developed and manufactured with high-quality materials and components which can be recycled and / or reused. This symbol indicates that electrical and electronic equipment must be disposed of separately from normal garbage at the end of its operational lifetime. Please dispose of this product by bringing it to your local collection point or recycling centre for such equipment. This will help to protect the environment in which we all live.