MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL METZ in PDF-formaat.

📄 184 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - page 63
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Questions des utilisateurs sur MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL METZ

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL METZ

  1. Veiligheidsinstructies 63
    2.Dedicated flitsfuncties 64
    2.1 Indeling in cameragroepen 64
  2. Flitser gereedmaken 65
    3.1 Het aanbrengen van de flitser 65
    3.2 Voeding 65
    3.3 In- en uitschakelen van de flitser 66
    3.4 Power-pack P76 (optioneel accessory) 66
    3.5 Automatische uitschakeling / Auto - OFF 66
  3. Displayverlichting 66
  4. Flitsfuncties (menu 'Mode') 66
    5.1 Het instellen van de flitsfuncties 67
    5.2TTL-flitsen 67
    5.3TTL-invulflitsen .68
    5.4 Automatisch flitsenfunctie A 69
    5.5 Automatisch invulflitsfunctie 69
    5.6 Flitsen met manual-instellingen 69
    5.7 Stroboscopisch flitsen 70
  5. Flitsparameters (menu 'Parameter') 71
    6.1 Het instellen van de flitsparameters 71
    6.2 Diafragmawaarde (F) 71
    6.3 Stand van de hoofdreflector (Zoom) 72
    6.4 Correcties op de flitsbelichting (EV) 72
    6.5 Lichtgevoeligkeit (ISO) 72
    6.6 Met de hand in te stellen deelvermogen (P) 73
  6. Extra functions (menu 'Select') 73
    7.1 Het instellen van extra functies 73
    7.2 Beep-functie (Beep) 73
    7.3 Flitsbelichtingstrupje (FB) 74
    7.4 Extended-zoomfunctie (Zoom Ext) 75
    7.5 Draadloze bediening van de flitser (Remote) 75
    7.6 Schakelenussenmeterenfeet ( / ) 76
    7.7 Hulpreflector 76
    7.8 Instellicht (ML) 'Modelling Light' 76
    7.9 Automatische uitschakeling (Standby) 77
    7.10 Vergrendeling van de toetsen (KEYLOCK) 77
    8.Motorisch gesturde zoomreflector 78
  7. Groothoekdiffusor 79
  8. Flitstechnieken 79
    10.1 Indirect flitsen 79

10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart 79
10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector 79
10.4 Dicht bijopnamen / macro-opnamen 79
10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting 80
11. Aanduiding van flitsparaatheid 80
12. Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd 80
13. Aanduiding van de belichtingscontrole 81
14. Aanduiding van onderbelichting bij TTL flitsen 81
15. Aanduidingen in de zoeker van de camera 81
16. Aanduiding van de flitsreikwijdte 81
16.1 Automatisch aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte 82
16.2 Met de hand aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijde 82
16.3 Overschrijding van het aanduidingenbereik 82
16.4 Error-aanduiding 'FEE' in het LC-display van de flitser 82
16.5 Aanduiding van het richtgetal bij objctieven zonder CPU 82
17. Geheugen voor de meetwaarden van de flitsbelichting 82
18. Flitssynchronisatie 83
18.1 Normale synchronisatie 83
18.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie) 83
18.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW) 83
18.4 Automatische FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden 84
19. Flitsen vooraf gegen het 'rode-ogeneffect' 84
20. Meerzone AF-meetflits 84
21.Draadloze Remote-flitsfunctie 84
21.1 Instellen en uitschakelen van de remote-functie 85
21.2 Instellingen op de masterflitser 85
21.3 Instellingen op de slaafflitser 85
21.4 Controlleren van de remote-functie 85
22. Onderhoud en verzorging 86
22.1 Het updaten van de firmware .86
22.2 Reset 86
22.3 Formeren van de flitscondensator 86
23.Troubleshooting 86
24. Technische gegevens 88
Tabel 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1) 174
Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen 175
Tabel 5: Belichtingstijden bij de stroboscoopfunctie 176
Tabel 6:Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes 177
Tabel 7: Max. Richtgetallen bij de HSS functie 177

Voorwoord

Hartelijk dank voor uw beslissing om een product van Metz aan te schaffen. Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten.

Natuurlijk sunt u nauwelijs wachten, de flitser in gebruik te nemen. Het loontECHTER de moeite deze gebruiksaanwijzing door te lezen, want alleen dan leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan

Deze flitser is geschikt voor:

  • Analoge en digitale Nikon camera's met TTL, D-TTL en i-TTL flitsregeling.
  • Digitale Fuji reflexcamera's 'Fuji FinePix S2Pro' en 'Fuji FinePix S3Pro'.

Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser nicht geschickt! Sla s.v.p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het eind van de gebruiks-aanwijzing open.

1. Veiligheidsinstructies

  • De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
  • In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplos-middelen enz.) mag de flitser absolut而不是 worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
  • Fotograefeer nooit bestuurders van auto's, bussen, treinen, fietsers of motorrijders tiijdens de rit met een flitser. Door verblinding zouden ze een ongeluk können veroorzaken!
  • Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van Personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding�in tot zware storingen in het kijken, tot blindheid aan toe!
  • Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
  • Stel batterijen / accu's Niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonnesschijn, vuur of dergelijkie!
  • Gooi verwbruike batterijen / accu's Niet in vuur!

  • Uit verbruike batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal waarom verbruike batterijen altijd uit het apparaat.

  • Batterijen können nicht worden opgeladen.
  • Stel de flitser en het laadapparaat Niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
  • Bescherm uw flitser gegen große hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser Niet in het handschoenvak van de auto!
  • Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geenlicht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuil zijn. Als u hierop Niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector konnen verbranden.
  • Raak het venster van de reflector Niet aan als u een serie van meerdere flitsen achechterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
  • Neem de flitser Niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparaat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden+kunnen worden.
  • Bij serieflitsen met vol vermogen en de korte flitsvolgtijden zoals die bij gebruik van NiCd-accu's optreden,要去 er op letten dat er telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minutes ingelast worden! Daarmee vermijd t overbelasting van het apparaat.
  • Bij sérieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden worden de groothoekdiffusor bij zoomstanden van 35mm en minder, flink heet. De flitser beschermt zich gegen overhitting door de flitsvolgtijden automatisch longer te make.
  • De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als alles volledig uitgeklapt kan worden!
  • Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser voor gebruik acclimatiseren!
  • Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Veiligheidsinstructies - 1

2. Dedicated flitsfuncties

Dedicated flitsfungties zijn special op het camerasysteme ingestelde flitsfungties. Afhankelijk van het type camera worden.daar bijverschillende flitsfungties ondersteund.

2.1 Indeling in cameragroepen

De Nikon camera's kennen, met betrekking tot de dedicated flitsfuncties, in de volgende groepen worden ingedeeld:

Tabel 1

Camera's in coop ACamera's zonder digitale gegevensoverdracht maar de flitser, bijv. z.B. Nikon F601, F601M, F60, F50, FM-3A digitale compactcamera "Nikon - Coolpix"
Camera's in coop BCamera's met digitale gegevensoverdracht maar de flitser, bijv. Nikon F4, F4s, F801, F801s
Camera's in coop CCamera's met digitale gegevensoverdracht maar de flitser en 3D-multisensor-invulflitsfunctie, bijv. Nikon F5, F100, F90X, F90, F80, F 75, F70, Fuji FinePix S2Pro
Camera's in coop DDigitale Nikon spiegelreflexcamera's met D-TTL flits-functie (zonder CLS-ondersteuning), bijv. D1, D1x, D1H, D100, Fuji FinePix S3Pro
Camera's in coop EDigitale Nikon spiegelreflexcamera's met i-TTL flits-functie (CLS-compatible camera's), bijv. D50, D70, D70S, D200, D2Hs, F6, D2x, Coolpix 8400, 8800

Tabel 2

ABCDE
● Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker, c.q. monitor van de camera
● Aanduiding van de belichtingscontrole in de zoeker, c.q. monitor van de camera
● Aanduiding van onderbelichting EV in het LC-display van de flitser
● Automatische sturing van de flitsssynchronisatietijd
TTL-flitsregeling (standaard, zonder meeftflits vooraf)
● Automatische invulflitssturing
Matrixgestuurde TTL-invulflitsregeling
3D-multisensor invulflitsregeling
D-TTL flitsregeling en D-TTL 3D flitsregeling
i-TTL flitsregeling en I-TTL-BL flitsregeling
Meetwaardengeheugen bij i-TTL en i-TTL-BL flisen
● Met de hand in te stellen correcties op TTL-/D-TTL-/i-TTL flitsbelichtingen
● Synchronisatie bij het open- of zichtaan van de sluiter (REAR)
● Automatische FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden en i-TTL, I-TTL-BL en M
● Automatische, sturing van de Motorzoom reflector
● Extended-zoom functie
● Automatische AF-meetflitssturing
● Automatisch aangegeven flitsreikwijdtde
● Automatisch geprogrammeerd flitsen
● Functie van flits vooraf ter verminderung van het 'rode ogeneffect'
● Ontsteenksturing / Auto-Flash
● Draadloze afstandssturing voor flitsen (Nikon Advanced Wireless Lighting)
● Wake-up functie voor de flitser

In het kader van deze gebruksaanwijzing is het Niet mogelijk, alle cameramodellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie waaroor de aanwijzingen in de gebruksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de möglichke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zich moeten worden ingesteld! Bij het gebruik van objektiven zonder CPU (bijv. objektiven zonder autofocus) treden ten dele beperkingen op!

3. Flitser gereedmaken

3.1 Het aanbrengen van de flitser

Flitser op de camera monteren

Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in hetuis van de flitser verzonken.
  • Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
  • De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zatat het oppervlak van de camera nicht worden beschadigd.

Flitser van de camera afnemen

Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen hetuis van de flitser draaien.
  • Flitser uit de accessoireschoen schuiven.

3.2 Voeding

De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:

  • 4 NiCd-accu's, 1,2V, type IEC KR 15/51 (KR6 / AA / Penlight), deze bieden zeer korte flitsvolgtijden en+zijn spaarzaam in het gebruik odomat ze herlaadbaar zich.

  • 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2V , type HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capacitieit dan de NiCd-accu en zijn minderbezwaarlijk voor het milieu waarDat ze geen cadmium bevatten.

  • 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
  • 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 L91 (AA / Penlight), onderhoudsvrijje voeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.
  • Power-Pack P76 met verbindskabel V58-50 (optioneel accessoire).

Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd Niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p.uit.

Batterijen verwisselen

De accu's / batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt. Als de flitsvolgtijd (tijd:tussen het ontsteken van een flits met vol vermogen, bijv. bij 'M' tot het opnieuw oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid 16eer dan 60 seconden duurt

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar 15uit.
  • Schuif het deksel van het batterijvak waar beneden en klap het open.
  • Leg de batterijen in de lengterichting, overeenkomstig de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het dekel ser van het batterijvak ⑧.

Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen konnen het apparaat vernielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door bezelfde batterijen van een type fabrikant, met geglijke capacititeit! Verbruike batterijen horen Niet in het housvuil! Lever uw bijdrage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de waarvoord bestemde verzamelplaatsen!

3.3 In- en uitschakelen van de flitser

De flitser要去 via zijn hoofdschakelaar ⑤ ingeschakeld worden. In de stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.

Schuif de hoofdschakelaar 15 maar de linker positie (AUS, c.q. OFF) om de flitser uij te schaken.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - In- en uitschakelen van de flitser - 1

Als u denkt, de flitser gedurende langereijd Niet te gebruiken, dan bevelen wij aan: de flitser via zich hoofdschakelaar ⑤ uit te schakelen en de voeding (batterijen, c.q. accu's) eruit te halen.

3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire)

Als het eenal flitsen en de flitsvolgtijden voor uw toepassing Niet voldoen, kan de flitser door een Power-Pack P76 (optioneel accesoir) van energie worden voorzien. Het Power-Pack P76 worden met de verbindingskabel V58-50 (optioneel accesoir) via de aansluiting ④ aan de flitser aangeslo ten. Daar bij hoeven er in de flitser geen batterijen / accu's ingelegd te zijn.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Power-pack P76 (optioneel accessoire) - 1

Ingelegde batterijen / accu's kunnen nicht in de flitser blijven zitten.

Voor het aansluten van het Power-Pack P76, c.q. de verbindingskabel V58-50 (optioneel accessoire)要去 de hoofdschakelaar 15 van de flitser in de linker positie (AUS, c.q. OFF) worden geschoven.

De flitser moet dan met de hoofdschakelaar van het Power-Pack P76 in-, c.q.uitgeschakeld worden (zie de gebruiksaanwijzing van het Power-Pack P76).

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Power-pack P76 (optioneel accessoire) - 2

Om de flitser bij het gebruik van het Power-Pack gegen thermische overbelasting te beschermen worden bij extreme belasting de flitsvolg-tijd door een bewakingsschakeling overeenkomstig verlangd! Voor het aansluiten en afnemen van de verbindingskabel, c.q. het Power-Pack de flitser en het Power-Pack uitschakelen!

3.5 Automatische uitschakeling / Auto - OFF

In de fabriek worden de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 Minutes -

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;

  • na het uitschakelen van het belichtingsmeetsystem van de camera ... ... maar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energie te sparen en de voeding gegen onbedoeld ontlagen te beschemen. De aanduiding van de flitsparaatheid 16 en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen.

De het LAST ingestelde flitsfungtie blijft na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddelijk waar ter beschikking. De flitser worden door op een willekeurige toets te drukken, c.q. door het aantippen van de ontspanknp op de camera (Wake-Up-functie) waar ingeschakeld.

Als u de flitser langere tijd Niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altijd via+zijn hoofdschakelaar ⑤ uit!

Indien noozakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minuut plaatsvinden of worden gedexeerd (zie 7.9).

4. Displayverlichting

Bij elke druk op de betreffende toets worden gedurende ong. 10 seconden de verlichting van het LC-display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits door de camera of via de handontspanknop 4 ⑥ op de flitser wordt de displayverlichting uitgeschakeld.

Bij sommige cameramodellenuit groep C, D en E wordt bij het inschakelen van de displayverlichting tevens de displayverlichting van de camera ingeschakeld. Bij het inschakelen van de displayverlichting op de camera wordt dan tevens de displayverlichting van de flitser geactiveerd.

5. Flitsfunctions (menu 'Mode')

De flitser ondersteunt de flitsfuncties TL, automatisch flitsen A, Manual M en stroboscoop.

Affhankelijk van het type camera worden extra flitsfuncties ondersteund. Deze flitsfuncties können na een oberdracht van geevens met de camera in het Mode' menu geseleeteerd, c.q. geactiveerd worden.

5.1 Het instellen van de flitsfuncties

  • Druk zo vak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven. De volgende functies staan ter beschikking:

TTL-TLflitsfunctie,c.q.D-TTL/i-TTL;

TtBL TTL-invulflitsfunctions, c.q. D-TTL-3D / i-TTL-BL

(afhankelijk van het type camera)

A Automatisch-flitsenfunctie

M Met de hand in te stellen flitsfungtie

Stroboscoop-flitsfunctie

  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste flitsfungtie (TL, Automatisch flitsen A, manual M enz.) instellen. Deinstalling reedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch maar de normale weergave terug.

Flitsen met camera'suit group A (zie tabel 1)

De flitsparameters voor de ISO- en de diafragmawaarde, en de brandpunt-safstand van het objectief, c.q. de zoomstand van de reflector要去en met de hand worden ingesteld (zie 6). De aanduiding van de flitsreikwijdtte in het display wordenuit de ingestelde flitsparameters berekend.

Flitsen met camera'suit group B,C,D en E (zie tabel 1)

De flitsparameters voor de ISO- en de diafragmawaarde en de brandpunt-safstand van het objectief, c.q. de zoomstand van de reflector, worden automatisch ingesteld als de camera de betreffende gegevens aan de flitser doorgeeft.

De aanduiding van de flitsreikwijdte in het display worden overeenkomstig de ingestelde flitsparameters berekend.

Als de camera een of meerde flitsparameters Niet doorgeeft,要去en die met de hand op de flitser worden ingesteld (zie 6).

5.2 TTL-flitsen

Bij TTL-flitsen bereikt u op de eenvoudigste manier zeer goede flitsopnamen. In deze functie worden de belichtingsmetting door een sensor in de camera uitgevoerd. Deze meet het door het objektief (TTL = 'Through The Lens') binnenkomende Licht. Bij het bereiken van de vereiste hoeveelheidlicht stuart de elektronica van de camera een stopsignaal waar de flitser en.Deze bredkt onmiddelijk het uitralen van Licht af. Het voordeel van deze flitsmethode lig daarin, dat alle factoren die de belichting beinvloeden (opnamefilters, uittrekverlengbing bij dichtbijopnamen etc.) automatisch bij het regelen van het flitslicht in acht worden genomen.

De TTL-flitsfungtie worden door alle camerafuncties (bijv. program 'P', tijdautomatiek 'A', diafraAGMA-automatiek 'S', de varia- c.q. onderwerpsprogramma's, manual 'M' enz.) ondersteund.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen UP en DOWN de flitsfungtie in. De geseleerte flitsfungtie worden waar bij wegen een balkje geplaatst. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch maar de normale weergave terug.

De standard TTL-flitsfungtie worden alleen door camera's uit de groepen A, B en C ondersteund!

D-TTL en i-TTL flitsfuncties

De D-TTL en i-TTL flitsfuncties zijn een verdere ontwikkeling van de standardt TTL-flitsfunctie van analoge camera's. Deze worden door camera's uit de groepen D, c.q. E ondersteund (zie Tabel 1). Bij de opname worden, voorafaand aan de eigenlijke belichting, meerde vrijwel onzichtbare meetflitsendoor de flitser afgegeven. Het gereflecteerde Licht van de meetflitsen vooraf, wordt door de camera gevalueerd. Overeenkomstig deze evaluatie worden de flitsbelichting door de camera aan de opnamesituatie aangepast (zie de

gebruiksaanwijzing van uw camera).

Afhankelijk van het type camera wordt door de flitser, bij de instelling van de functie TTL in het menu 'Mode', automatisch de standardd TTL-, D-TTL, c.q. i-TTL flitsfunctie geactiveerd (zie Tabel 1 en Tabel 2)!

Na het opslaan worden in het display van de flitser voor de D-TTL-, c.q. i-TTL flitsfunctie 12 aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven worden.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de flitsfungtie in. Achter de geselecteerde flitsfungtie verschijnt een balkje. De instelling treedt onmid-dellijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch maar de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flitscontrole "o.k.' ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).

Voor het testen van de TTL-functionie moet er zich, bij analoge camera's, een film in de camera bevinden! Let er op, of er voor uw camera beperkingen betreffende de filmgevoeligheid, c.q. ISO-waarde (bijv. maximaal ISO 1000) voor de TTL-flitsfungtie gelden (zie de gebruik-saanwijzing van uw camera)!

5.3 TTL-invulflitsen

Met de functie TlL-invulflitten BL kunt u bij daglicht lastige schaduwen ophelderen en bij gegenlichtopnamen een uitgebalanceerde belichting:tussen onderwerp en achtergrund verkrijgen. Een computergestuurd meetsystem in de camera zorgt voor de geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen. Bij camera'suit groep C,D en E (zie tabel 1) worden bij het gebruik van 'D-AF-Nikor'objectieven bovendien de afstand tot het onderwerp bij het bepalen van het optimale flitsvermogen meegerekend.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Met de toetsen UP en DOWN stelt u de flitsfungtie BL in. De geselecteerde flitsfungtie worden waar bij wegen een balkje aangegeven. De insteling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt waar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt schakelt het display na ong. 5 sec. waarঀ aan de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flitscontrole "o.k.' ④ gedurende 3 seconden op (zie 13).

Let er op, dat de bronze van het gegenlicht Niet rechtstreeks in het objec-tief schijt. Het meetsystem van de camera zou daardoor in de war küssenraken!

Afhankelijk van het type camera wordt na het instellen van de flitsfunctie BL door de flitser automatisch de meest geschikte invulflitsfunctie geactiveerd:

Groep A

  • Automatische involflitsfunctie, c.q. matrixgestuurdre involflitsfunctie.
  • Deinstalling moet met de hand op de camera worden ingesteld, tenzij dit automatisch gebeurt (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
    Aanduiding op de flitser: T
  • Op de flitser hoefft verder niets te worden ingesteld, er vindt ook geen aan-duiding voor deze functie plaat.

Groep B:

  • Matrixgusturde invulflitsfungtie.
  • De instelling vindt op de flitser plaat.
    Aanduiding op de flitser na het opslaan: TL BL.

Groep C:

  • 3D-Multisensor invulflitsfunction.

  • De instelling vindt op de flitser plaats.
    Aanduiding op de flitser na het opslaan: TBL.

Groep D:

  • D-TTL-3D flitsfunction.
  • Deinstalling vindt op de flitser plaat.
    Aanduiding op de flitser na het opslaan: TLBL.

Groep E:

  • i-TTL-BL flitsfunctionie.
  • Deinstalling vindt op de flitser plaat.
    Aanduiding op de flitser na het opslaan: TLBL.

Door sommige camera's wordt de TTL-flitsfungtie bij SPOT-belichtingsmeting Niet ondersteund! De TTL-invulflitsfungtie wordt waar bij automatisch gedeactiveerd, c.q. LASTZHiet nicht instellen. In plaats waarvan wordt dan de normale TTL-flitsfungtie, c.q. D-TTL of i-TTL uitgevoerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!!

5.4 Automatisch flitsenfunctie A

In de automatisch-flitsenfunctie A meet de fotosensor ⑩ van de flitser het door het onderwerp gereflecteerde Licht. De fotosensor ⑩ heeft een meethoek van ong. 25^ en meet alleenijdens de eigenglichtafgithe. Als de flitser voldoendelicht hebft gegeven, schakelt de belichtingsautomaat van de flitser hem onmiddelijk uit. De fotosensor ⑩要去 op het onderwerp gewichteten. In het display wordt de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De kortste flitsafstand bedraagt ong. 10% van de maximale reikwijdte. De flitsopnamen lukken het beste als het onderwerp zich ongeveer in het midden van de reikwijdte bevindt, daarmee worden de belichtingsautomatiek dan voldoende spelruimte voor een uitgewogen verlichting.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.

  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie A in. De gesele-teerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddel-lijk in werkung.

  • Druk op de toets 'Return'. Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return'. drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flits controle "o.k." ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).

5.5 Automatisch invulflitsfungtie

Bij de automatisch invulflitsfunctie bij daglicht worden op de flitser in de automatisch-flitsenfunctie A een correctiewaarde van ong. -1 EV ... -2 EV voor de flitsbelichting ingesteld (zie 6.4 en 10.5). Daardoor ontstaat bij de opname een natuurlijk werkend ophelderingseffect voor de schaduwpartijen.

5.6 Flitsen met manual-instellen

In de functie van flitsen met manual-instellen M wordt door de flitser de volle energie uitgestraald zonder dat die geregold worden. De aanpassing aan de opnamesituatie kan bijv. door de diafragma-instelling op de camera of door het kiezen van een geschikt deelvermogen worden bereikt.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie M in. De geseleerd functie verschijnt dan wegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Het instellen van een deelvermogen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'P' voor deelvermogen worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 - 1/256) in.

De instelling treedt onmiddelijk in werkig.

  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

In het display worden de afstand aangegeven, waar bij het onderwerp correct worden belicht.

Sommige camera's ondersteunen de functie van flitsen met manualinstellungen M alleen in de cameramodus Manual M!

5.7 Stroboscopisch flitsen

De functie stroboscopisch flitsen is een flitsfungtie met handinstelling (manual). Hierbij hunnen meerder flitsbelichtingen op een enkel beeld gemaakt worden. Dat is bijzonder interessant bij bewegingsstudies en efectopnamen. In de stroboscopisch flitsenfungtie geeft de flitser Meerdere flitsen met een bepaalde flitsfrequentie af. De functie is daarom alleen met een deelvermogen van max. 1/4 of minder te realiseren.

Voor een stroboscoop-opname kan de flitsfrequentie (flitsen per seconde) van 1 ... 50 Hz in stappen van 1 Hz en het aantal flitsen van 2 ... 50 in stappen van 1 flits worden gekozen.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN v u de functie † in. De gesele-teerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instilling treedt onmiddel-lijk in werkinq.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Aantal flitsen (N) bij stroboscopisch flitsen

In deze functie kan het aantal flitsen (N) per opname worden ingesteld.

Het aantal flitsen kan tussen 2 en 50 stapsgewijs worden ingesteld. Het waar-

bij maximaal mogelijk, met de hand ingestelde deelvermogen worden dan automatisch aangepast.

Flitsfrequentie (f) bij stroboscopisch flitsen

In denen functie kan de flitsfrequentie (f) worden ingesteld. De flitsfrequentie geeft het aantal flitsen per seconde aan. De flitsfrequentie kan+tussen 2 en 50 stapsgewijds worden ingesteld Het waar bij maximaal mogelijkke, met de hand ingestelde deelvermogen worden dan automatisch aangepast.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (N, c.q. f) worden aangegeven.
  • Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Het maximaal möglich deelvermogen stelt zich in de stroboscoopfunctie automatisch in. Het is afhankelijk van de ingestelde ISO- en diafragmawarden. Om de kortst möglich flitsduur te bereiken kurz u het deelvermogen op de minimale waarde van 1/256 instellen.

In het display wordt de bij de ingestelde parameters geldende afstand aangegeven. Door het veranderen van de diafragmawaarde of het deelvermo-gen kan de waarde van de afstand tot het onderwerp worden aangepast.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter ( F = diafragmawaarde of P = met de hand in te stellen deelvermogen) worden aangegeven.
  • Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

In de stroboscopisch-flitsenfunctie worden geen diafragma- en ISO-waarden in het display aangegeven! Als de hulpreflector ⑨ ingeschakeld is, is geen stroboscoopfunctie möglichk.

6. Flitsparameters (menu 'Parameter')

Voor het correct functioneren van de flitser is hetoodzakelijk dat de verschillende flitsparameters, zoals bijv. de zoomstand van de hoofdreflector, diafragmawaarde,lichtgevoeligheid ISO enz. aan de instellenen op de camera worden aangepast.

Bij het werkken met de flitser op camera'suit groep A (zie Tabel 1)要去en de flitsparameters met de hand worden ingesteld.

Bij het werkken met de flitser op camera'suit de groepen B, C, D en E worden de flitsparameters automatisch ingesteld als de camera voorzien is van een objectief met CPU en de betreffende gegevensaar de flitser stuart. Voor deze automatische gegevensoverdracht要去 de combinatie van flitser en camera gemonteerd en ingeschakeld zichn. Bovendien要去 dan de gevevensoverdracht nog plaatsvinden. Daartoe要去 u de onspanknp op de camera kort aantippen. In het display wordt de maximale reikwijdte overeekenkomstig de ingestelde flitsparameters aangegeven.

6.1 Het instellen van de flitsparameters

Bij het voor het eerst op een knop drukken worden de displayverlich- ting geactiveerd

Afhankelijk van de ingestelde flitsfungtie worden in het menu verzillende flitsparameters aangegeven. Bij camera's met digitale overdracht van de gegevens worden de flitsparameters voor de diafragmawaarde (F), de brandpuntsfstand van het objectief (Zoom) en de Lichtgevoeligheid (ISO) automatisch op de flitser ingesteld. De flitsparameters voor de diafragmawaarde (F) en de Lichtgevoeligheid (ISO) kan denaarbij nicht worden veranderd.

Als de camera met een objectief zonder CPU (bijv. een objectief zonder autofocus) worden gebruikt,要去en de flitsparameters voor de diafragmawaarde (F) en de brandpuntsafstand van het objectief (Zoom)

met de hand op de flitser worden ingesteld.

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (zie hieronder) worden aangegeven.

De volgende flitsparameters zijn möglich:

TTLTTL-BLAM↓↓↓
--NStroboscoop aantal flitsen
--fStroboscoop flitsfrequentie
-PPMet de hand in te stellen deelvermogen
FFFDiafragmawaarde
ZoomZoomZoomReflectorstand
EV--Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
ISOISOISOLichtgevoeligheid
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

6.2 Diafragmawaarde (F)

Als er geen digitale overdracht van gegevensCUSen camera en flitser plaatsheft gefonden, bijv. bij camera's uif de groep A (zie Tabel 1) of bij het gebruik van een objctief zonder CPU, kunnen de diafragmawaarden (F) van 1,0 tot 45 (bij ISO 100) in stappen van een hele diafragmawaarde met de hand worden ingesteld. Voor de automatisch-flitsenfunctie A en de manuall flitsfunctie M要去en camera en flitser opdezelfde diafragmawaarde worden ingesteld.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'F' aange

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Het instellen: - 1

geven wordt.

  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste diafragmawaarde in. De instelling treedt onmiddelijk in.
  • Druk op de toets 'Return'. Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return'. drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Bij de digitale overdracht van gegevens tussen camera en flitser kunnen ook tussenwaarden worden ingesteld. Voor de TTL-flitsfungtie is de instelling van de diafragmawaarde op de flitser alleen voor de correcte weergave van de reikwijdte van belang, daarentegen nicht voor de functie!

6.3 Stand van de hoofdreflector (Zoom)

Als er geen digitale overdracht van gegevensCUSen camera en flitserplaats heeft gezonden, bijv. bij camera'suit de groep A (zie Tabel 1) of bij het gebruik van een objectief zonder CPU, kannen de reflectorstanden

24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36) met de hand worden ingesteld. In het display worden M-Zoom aangegeven

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'Zoom' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste zoomstand in. De instelling treedt onmiddelfiek in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Bij de digitale overdracht van gegevens:tussen camera en flitser worden de standen van de hoofdreflector automatisch ingesteld.

In het display staat dan A-Zoom.

6.4 Correcties op de flitsbelichting (EV)

Bij grote helderheitsverschillen:tussen onderwerp en achtergrond kan het nodig+zijn een met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting (EV)uit te voeren. Er zich correctiewaarden van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in derden van een stop in te stellen (zie ook 10.5).

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'EV' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste diafragmawaarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

6.5 Lichtgevoeligheid (ISO)

Als er geen digitale overdracht van gegevensCUSen camera en flitser plaatsheft gefonden, bijv. bij camera'suit de groep A (zie Tabel 1) kunnen deISO-waarden voor de lichtgevoeligheid van 6 tot 6400 met de hand worden ingesteld.

Voor de automatisch-flitsenfunctie A en de manual flitsfungtie M moeten camera en flitser op bezelfde ISO-waarden worden ingesteld.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para'(parameter), dat in het display 'ISO' aangegeven worden.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste ISO-waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return'. Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return'. drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Voor de TTL-flitsfungtie is de instelling van de ISO-waarde op de flitser alleen voor het correct weergeven van de flitsreikwijdte vereist, Niet darüber voor het correct functioneren!

6.6 Met de hand in te stellen deelvermogen (P)

In de manual flitsfungtie M en de stroboscopisch-flitsenfungtie is het flitsvermögen door het met de hand (manual) instellen van een deelvermögen (P) aan te passen aan de opnamesituatie. Het instelbereik strekt zich in de manual flitsfungtie M uit van P 1/1 (vol vermogen) tot P1/256 in stappen van 1/3.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para'(parameter), dat in het display 'P' worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 ... 1/256) in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

In de stroboscopisch-flitsenfunctie past zich het maximaal instelbare deelvermogen aan de ingestelde flitsparameters aan.
In de stroboscopisch-flitsenfunctie is het verlagen van het met de hand in te stellen alleen in hele stappen möglichk!
Bij het verlagen van de het,aantal flitsen (N) en de flitsfrequentie (f) wordt het deelvermogen Niet verlaagd!

7. Extra functies (menu 'Select')

De extra functies worden met de toets 'Sel' (Select) gekozen. Afhankelijk van het type camera en de ingestelde flitsfungtie staan er verschillende extra functies ter beschikking. Bij camera's die bepaalde extra functies Niet ondersteu-nen, worden deze in het menu eventuele niet aangegeven! Zie hiervoor ook Tabel 2!

7.1 Het instellen van extra functies

  • Bij het voor het eerst aanraken van een toets worden de displayverlichting geactiveerd.

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.

  • Kies met behulp van de toetsen UP ▲ en DOWN▼ (het gewenste item, c.q. de extra functie. Het geseleerde item worden voór een donker balkje getoond

De volgende extra functies staan, afhankelijk van de flitsfunctie en gebruekte camera ter beschikking:

TTLTTL-BLAM
-
BeepBeepBeep
RemoteRemoteRemote
FB--
StandbyStandbyStandby
MLMLML
KEYLOCKKEYLOCKKEYLOCK
ZommExtZommExtZommExt
m / ftm / ftm / ft

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Het instellen van extra functies - 1

  • Druk op de toets 'Set' en bevestig daarmee de keuze van de extra functie.
  • Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling. Deze instelling treedt onmiddelijk in werkung
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Met de Beep-functie kan de gebruiker zich verschillende functies van het apparaat akoestisch latent melden. Daardoor kan de fotograaf zich geheel op+zijn onderwerp en de opnamen concentreren en hoeft hij Niet te letten op

De Beep-functie geeft akoestisch het bereiken van de flitsparaatheid, de correkte belichting of een fouit in de bediening aan.

Akoestische melding na het inschakenen van de flitser:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piejie na het inschaken geegt de flitsparaatheid aan.

Beep-signalen na de opname:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piejie, direct na de opname geeft aan dat de opname correct werk belicht en de flitser nog steeds paraat is. Als er onmiddelijk na de opname geen piejie opklinkt, dan is de opname onderbelicht.
  • Een intermitterend (- - - ) piepjde direct na de opname is het signaal voor een correct belichte opname verwil de flitser beschter pas na een vol-gende continue (ong. 2 s.) piep waar paraat is.

Beep-signalen bij de instellingen in de automatisch-flitsenfunctie:

  • Een korte piep als alarm treedt op, wonneer bij de automatisch-flitsenfunctie de diafragma- en ISO-instellenen tot het overschrijden van het regelbereik van het flitslicht zou leiden. Het automatiekdiafragma worden dan automatisch in de dichtst bij ligende, toelaatbare waarde veranderd.

Bij ingeschakeld Beep-functie wordt in het display ook het symbol aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven worden.
  • Selecteer met de toetsen UP en DOWN het item 'BEEP'. Het gekozen item worden gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' waarmeu uw keuze bevestigt.
  • Met de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling UITvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale

weergave terugschakelt. Als u nied op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

7.3 Flitsbelichtingstrupje (FB)

In de flitsfuncties TTL en automatisch-flitsen A kan een flitsbelichtingstrupje (Flash Bracketing FB) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrupje bestaat uit drie openvolgende flitsopnamen met elk een verschillende correctiewaarde. Bij het instellen van een flitsbelichtingstrupje worden in het display FB en de correctiewaarde aangegeven. De correctiewaarden reiken van 1/3 tot 3 in derden van een diafragmawaarde.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display "Select" worden aangegeven.
  • Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN het item 'FB'. Het geselecteerde item worden gegen een donker balkje aangegeven.
  • Druk op de toets 'Set' waarmeu uw keuze bevestigt.
  • Met de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

Als 'FB 0' aangegeven worden ist het flitsbelichtingstripje gedeactiveerd.

  • De eerste opname worden zonder correctie uitgevoerd. In het display verschijnt bovendien 'FB 1'.
  • De tweede opname volgt met een minus-correctie. In het display worden bovendien 'FB 2' aangegeven en waar bij tevens de minus-correctiewaarde (EV).
  • De derde opname worden met een plus-correctie uitgevoerd. In het display worden bovendien 'FB 3' aangegeven en waar bij tevens de plus-correctie-waarde (EV).
  • Na de derde opname worden de functie flitsbelichtingstrupe automatisch

gedeactiveerd. De aanduiding 'FB' in het display dooft.

Bij het instellen van het flitsbelichtingstripje worden de correctiewaarde althijd positief aangegeven!

Flitsbelichtingstrupje in de TTL-flitsfungtie

Een flitsbelichting strapje in de TTL-flitsfunctie kan alleen worden uitgevoerd als de camera het met de hand instellen van een correctie op de flitsbelichting op de flitser ondersteunt. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Als dat Niet het geval is, worden de drie opnamen zonder correctiewaarde uitgevoerd!

Flitsbelichtingstrapje in de automatisch-flitsenfunctie A

Voor het makes van een flitsbelichtingstripje in de automatisch-flitsenfunctie A is het type camera van geen betekenis.

7.4 Extended-zoomfungtie (Zoom Ext)

Bij de extended zoomfunctie worden de zoomstand van de hoofdreflector ten opzichte van de brandpuntsafstand van het objektief gereduceerd. De waaruit voortvloeije bredere lichtbundel zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachtere flitsverlichting.

Voorbeeld:

De brandpuntsafstand van het objectief bedraagt 50~mm . De flitser stuart, bij ingestelde extended-zoomfunctie, de zoomstand van de hoofdeflector aan op 35~mm . In het display wordenichter wel 50~mm aangegeven.

  • Bij de aanduiding 'EXT ON' is de extended-zoomfunctie geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'EXT OFF' is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd.

Het instellen:

  • Druk zo v aak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Met de toetsen UP en DOWN het item 'ZoomExt' kiezen. Het geseleeteerde item worden dit waar bij gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de topets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.

  • Met de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return', dat het display maar de normale weergavetering schakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergavetering.

Na het activeren van de extended-zoomfunctie worden in het display, behalve de brandpuntsaftstand, ook 'E-Zoom' aangegeven.

Het systeem bepaalt, dat de extended-zoomfunctie alleen voor brandpuntsafstanden vanaf 28 mm en longer (kleinbeeld 24 x 36) kan worden uitgevoerd. De camera要去oorzien zijn van een objecief met CPU en hij要去 de gevevens van de brandpuntsafstand van het objecief aan de flitser hebden doorgegeven.

7.5 Draadloze bediening van de flitser (Remote)

  • Bij de aanduiding 'Remote OFF' is de draadloze remote-functionie gedeacti-veerd.
  • Bij de aanduiding 'Remote Master' werkdt de flitser als sturende masterflitser op de camera.
  • Bij de aanduiding 'Remote slave' werkdt de flitser, losgekoppeld van de camera, als slaafflitser. Zie ook hoofdstuk 21

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'Remote'uit. Het gekozen item worden gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. De instellung treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het displayeer aan der nomale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.

7.6 Schakelen tussen meter en feet (m / ft)

De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser kan maar keuze in meters m of in feet ftplaatsvinden. De instelling vindt in het item m / ft plaats.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets "SEL', dat in het display "Select' wordt aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'm/ft'uit. Het geseleter-de item worden gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Bij de aanduiding 'm' worden de afstanden in meters oangegeven.
  • Bij de aanduiding 'f' worden de afstanden in feet aangegeven.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display waar maar de normale weergave terugschakelt. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug waar de normale weergave.

7.7 Hulpreflector

De hulpreflector ⑨ dient voor het frontaal ophelderen bij indirect flitsen, waar bij de hoofdreflector ⑦ afgezwenk is (zie 10.3). Is de hoeveelheidlichtuit de hulpreflector ⑨ te groot, dan kan deze tot 1 / 2 , c.q. 1 / 4 worden verminderd.

  • Installing 'Off': hulpreflector uitgeschakeld;
  • Installing ' P 1 / 1': de hulprojfelector werkt op vol vermogen;
  • Installing P1 / 2': de hulpreflector werk op half vermogen;
  • Instelling ' P1 / 4': de hulpreflector werkkt op 1/4 van zijn vermogen. Bij geactiveerde hulpreflector wordt na het opslaan het symbol in het display aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.

  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item uit. Het geselecteerde item worden一起去en een donker balkje getoond.

  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van de extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. De insteling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.

Let ook op de aanwijzingen in paragraaf 10.3!

7.8 Instellicht (ML) 'Modelling Light'

Bij het instellicht gaat het om een stroboscopisch flitslicht met hoge freiorentie. Bij een duur van ong. 3 seconden ontstaat de indruk van een quasi continu Licht. Met het instellicht kan de lichtverdeling reeds voor de opname worden beoordeeld.

  • Bij de aanduiding 'ML ON' is het instellicht geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'ML OFF' is het instellicht gedexeactiveerd.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'ML'uit. Het geseleeteerde item verschijnt gegen een donker balkje.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. De insteling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.

Na activeren van de instellichtfunctie worden via de aanduiding van flitsparaatheid 16, c.q. de ontspankop voor handbediening 16 het symbola aangegeven. Bij druk op de handontspankop 16 van de flitser worden het instellicht ontstoken.

Als de flitser als master in het draadloos remote-system werkt, worden tegelijk met het ontsteken van zijn instellicht dat van de slaafflitter(s) ontstoken (zie 21.4).

De hulpreflector ⑨ worden door de instellichtfunctie Niet ondersteund!

7.9 Automatische uitschakeling (Standby)

In de fabriek is de flitser zo ingesteld, dat hij ong 10 Minutes -

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na uitschaken van het belichtingsmeetsystem in de camera ...

... in de stand-by functie schakelt (Auto-OFF) om energia te sparen en de voeding te beschermen gegen onbedoeld ontladen. De aanduiding van flitsparaatheid ⑫ en de aanduidingen in het LC-display doven UIT.

De het LAST ingestelde flitsfunctie blijft na de automatische uitschakeling in het geheugen van de flitser behouden en staat onmiddelijk na het inschaken weer ter beschikking. De flitser worden door op een willekeurige toets te drukken, c.q. or het aantippen van de ontspanknp op de camera wee ingeschakeld (Wake-up functie).

Als u denkt, de flitser gedurende langereijd Niet te gebruiken, moet u het apparaat alti\dj via+zijn hoofdschakelaar ⑤ uitschakelen!

Bij geactiveerde automatische uitschakeling worden in het display © aangegeven. De flitser schakelt als hij Niet worden gebruikt na een of tien minutes in de stroombesparende stand-by toestand. Om hem werk in te schakelen drukt u op een willekeurige toets, c.q. op de ontspanknop van de camera. (Wake-Up functie).

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'Standby'. Het geseleerde item worden় aan bij gegen een donker balkje getoond.

  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.

  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. De in stelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.

  • Bij de aanduiding 'Standby 10 min' vindt de automatische uitschakeling na 10 minuten plaat;

  • bij de aanduiding 'Standby 1 min' vindt de automatische uitschakeling na 1 minutu plaat;
  • Bij de aanduiding 'Standby OFF' is de automatische uitschakeling gede- activeerd.

Met analoge camera's die de TTL-flitsfungtie nicht ondersteunen is de Wake-up functie door het aantippen van de ontspanknop op de camera, Niet möglichk!

7.10 Vergrendeling van de toetsen (KEYLOCK)

Met de functie voor het vergrendelen van de toetsen (KEYLOCK) kannen de toetsen van de flitser gegen onbedoeld verstellen worden vergrendeld. Als de toetsvergrendeling via de beiden middelste toetsen geactiveerd is, worden in het display het symbol O-m aangegeven.

Het activeren van de toetsenvergrendeling:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'KEYLOCK'. Het geseleerde item worden waar bij gegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. De in stelling treedt onmiddelijk in werkung.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het displayaar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Het activeren van de toetsenvergrendeling: - 1

het display na ong 5 sec. terug waar de normale weergave.

  • Bij de aanduiding 'KEYLOCK ON?' worden de toetsenvergrendeling geactiveerd;
  • Bij de aanduiding 'KEYLOCK OFF?' worden de toetsenvergrendeling gedeactiveerd.

Het opheffen van de toetsenvergrendeling:

Bij het drukken op een toets verschijnt in het display de aanduiding

'UNLOCK? Press these keys' Als aanwijzing dat de toetsen vergrendeld zijn verschijt het symbol om de toetsen te ontgrendelen moet u de beide middelste toetsen ong. 3 seconden ingedrukt honden. Het display schakelt waar de normale weergave terug als de toetsenvergrendeling is opgeheven.

8. Motorisch gesturde zoomreflector

Het aanpassen van de zoomstand van de hoofdreflector kan bij objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 24~mm (kleinbeeld 24× 36mm )plaatsvinden. Voor objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 18~mm kan de ingebouwde groothoekdiffusor ② voor de hoofdreflector ⑦ worden geklapt.

De volgende zoomstanden staan ter beschikking:

24mm - 28mm - 35mm - 50mm - 70mm - 85mm en 105mm

((om)gerekendaarkleinbeeldformaat 24× 36mm )

Bij gebruik van de groothoekdiffusor ② wordt de hoofdreflector ⑦ automatisch in de stand 24 mm gestuurd! In het display worden, vanwege de groothoekdiffusor, 18 mm aangegeven (zie 9).

Automatische aanpassing van de zoomreflector

De automatische aanpassing van de zoomstand van de hoofdreflector ⑦ wordt door camera's uit de groepen B, C, D en E ondersteund, als deze van een CPU-objectief় voorzien. Maar bij past de zoomstand zich automatisch aan de brandpuntsafstand van het objectief aan. In het display van de flitser worden A-Zoom en de reflectorstand (mm) aangegeven.

Aanpassing van de zoomreflector met de hand

Als de flitser gebrukt worden met een camera uit coop A of op een camera met een objectief zonder CPU, moet de stand van de hoofdflector ⑦ met de hand worden ingesteld. In het display worden waar bij M-Zoom aangegeven. Zie voor het instellen 6.3.

Als u een zoomobjectief gebruikt en Niet absolut alsijd het volle richtgetal en de reikwijdte van de flitser nodig heeft, kut u de stand van de hoofdreflector op de aanvangsbrandpuntsafstand van het zoomobjectief latent staan. Daarmee worden gegarandeerd, dat uw onderwerp alsijd geheel worden verlicht. U bespaart zich daarmee het voordurend要去en aanpassen aan de ingestelde brandpuntsafstand van het objectief.

Voorbeeld:

U gebruikt een zoomobjectief met een brandpuntsafstand van 35mm tot 105mm . In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector in op 35mm !

Met de hand verstellen van de zoomstand bij A-Zoom

De zoomstand van de hoofdreflector ⑦ kan ook bij het gebruik op een camera die de gegevens doorgeeft, veranderd worden, bijv. om bepaalde verlichtingseffecten te verkrijgen (bijv. hot-spot enz.).

Zie ook 6.3

Na het opslaan wordt „M-Zoom" in het display aangegeven.

TerugzettenaardeA-Zoofunctie

  • Tip de onspanknop op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gegevensussen camera eb flitserplaats kan vinden.
  • De zoomstand zo vaak veranderen, dat in het display „A-Zoom" aangegeven worden.

9. Groothoekdiffusor

Met de groothoekdiffusor ② wordt de verlichtingshoek van de flitser aange-past aan objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 18 mm (kleinbeeld-formaat).

Trek de groothoekdiffusor ② uit de hoofdreflector ⑦ tot de aanslag maar voren en LAST hem los. De groothoekdiffusor klapt automatisch maar beneden.

De hoofdeflector worden automatisch in de vereiste stand gestuurd. In het display worden de afstandswaarden en de zoomwaarde maar 18 mm gecor- rigeerd.

Voor het inschuiven de groothoekdiffusor ② 90^ omhoog klappen en helemaal inschuiven.

10. Flitstechnieken

10.1 Indirect flitsen

Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en vermindert de duidelijke schaduwerking. Bovendien worden naturkundig bepaalde lichtaf- val van voor- tot achtergrund gereduceerd.

Voor indirect flitsen kan de hoofdreflector ⑦ van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt. Om kleurzwemen in de opnamen te vermijden要去 het reflecterende vlak liefst neutraal van kleur, c.q. wit+zijn. Voor een frontale opheldering kan extra de hulpreflector ⑨ in het menu 'Select' worden geactiveerd (zie 7.7).

Bij verticaal zwenken van de hoofdreflector moet u er op leten, dat hji voldoende gezwenkt worden, zodat er geen direct Licht op het onderwerp kan vallen. Zwenk dus minstens tot de 60^ klikstand.

Bij gezwenkte hoofdreflector vindt in het display geen aanduiding van de reikwijdte plaat.

10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart

Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectorkaar ① kunnen bij personen als volgt spitslichtjes in de ogen worden verkreten:

Zwenk de reflectorkop 90^ naar boven;
- trek de reflectorkaart ① samen met de groothoekdiffusor ② boven uit de reflectorkop maar voren;
- houd de reflecterende kaart ① vast en schuif de groothoekdiffusor ② terug in de reflectorkop.

10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector

Bij gezwenkte hoofdreflector ⑦ kan als extra voor frontale opheldering van het onderwerp de hulpreflector ⑨ via het menu 'Select' worden geactiveerd. Het gebruiken van de hulpreflector ⑨ is in principe alleen zinvol en möglichk als de hoofdreflector ⑦ gezwenkt is. Als de hoofdreflector Niet gezwenkt is, wordt de hulpreflector bij de opname Niet ontstoken. In het display zal het symbol dan als aanwijzing�aarvoor gaan knipperen.

Bij geactiveerde hulpreflector worden de flitsenergie verdeld: ont. 85% waar aan de hoofd- en 15% waar de hulpreflector. Bij het flitsen met een deelvermogen konnen deze waarden iets afwijken. Is de hoeveelheid Licht vanuit de hulpreflector te groot, dan kan deze via het menu 'Select' tot 1/2 worden verminderd (zie 7.7).

De hulpreflector worden door de functies stroboscoop, instellicht ML en remote Niet ondersteund!

10.4 Dicht bijopnamen / macro-opnamen

In het dichtbijkereik en bij macro-opnamen kan door de parallaxfoutussen flitser en objectief aan de onderrand van het beeld het onderwerp afgeschaduwd worden. Om dit te vermijden kan de hoofdflector met een hoek van -7^ maar beneden worden gezwenkt. Druk waaroor op de ontgrendelknop ⑬ van de reflector en zwenk hem�n beneden.

Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand aangehouden moet worden om overbelichting te vermijden.

De minimale flitsafstand bedraagt ont. 10% van de in het LC-display aangegeven reikwijdte. Daar er bij het zwenken van de hoofdreflector geen reikwijdten worden aangegeven, moet u zich oriëfteren aan de reikwijdte die de flitser aangeeft zolang de reflector zich nog in de normale positie bevindt. Let er ook op, dat bij zichbijopnamen het flitslicht Niet door het objektief afgeschermd worden!

10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting

De belichtingsautomaat van de flitser en van de meeste camera's is afge-stemd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen). Een donkere acheergrund die veel Licht absorbeert of een lichte acheergrund (bijv. bij gegenlichtopnamen) of een die sterk reflecteert kan tot over- c.q. onderbelichting van het onderwerp leiden.

Om bovengenoemd effect te compenseren kan de flitsbelichting met de hand via een correctiewaarde aan het onderwerp worden aangepast. De hoogte van deze correctiewaarde hangt af van het contrastussen onderwerp en awhilegrond!

Op de flitser kunnen in de TTL-flits- en de automatisch-flitsenfunctie met de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van -3 EV (diafragmawarden) tot +3 EV (diafragmawarden) instappen van 1/3 stop worden ingesteld.

Veel camera's hebben een instelmogelijkheden voor de belichtingscorrecties, die ook bij de TTL-flitsfunctie te gebruiken zijn.

Donker onderwerp gegen een lichte achtergrond:

Positieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot +2 diafragmawaarden EV).

Licht onderwerp gegen een donkere hintergrond:

Negativcve correctiewaarde (ongeveer -1 tot -2 diafragmawaarden EV).

Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijd te in het display van de flitser veranderen en aan de correctiewaarden worden aangepast (afhankelijk van het type camera). Instelling: zie 6.4.

Het met de hand corrigeren van de flitsbelichting kan bij de TTL-flits-functie alleen danplaatsvinden, als de camera die functie ook onder

steunt (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Als de camera die functie Niet ondersteunt blijft de ingestelde correctiewaarde buiten werkinq. Bij sommige cameramodellen moet de met de hand in te stellen correctiewaarde op de camera worden ingesteld. In het display van de flitser worden dan geen correctiewaarde aangegeven.

11. Aanduiding van flitsparaatheid

Zodra de flitscondensator opgeladen is,licht op de flitser de aanduiding van flitsparaatheid 16) op en geeft daarmee aan, dat de flitser gereed is. Dat betekent,dat bij de volgende opname flitslicht kan worden gebruikt. Het signaal van de flitsparaatheid wordt maar de camera overgebracht en zorgt in de Zoeker waarvan voor de overeenkomstige aanduiding (zie 15).

Wordt een opname gemaakt voordat in de zoeker van de camera de aanduiding van flitsparaatheid oplicht, worden er geen flits ontstoken en kan de opname wellicht verkeerd worden belicht, als de camera reeds maar de flits-synchronisatieijd (zie 12) is omgeschakeld.

De in de flitser ingebouwde meerzone AF-meetflits ⑪ kan door AF-camera's alleen bij aangegeven flitsparaatheid geactiveerd worden (zie 20)!

12. Automatisch instellen van de flitssynchronisatieijd

Afhankelijk van het type camera en de erop ingestelde camerafunctie worden de ingestelde belichtingsstijd bij het bereiken van de flitsparaatheid omgeschakeldaar de flitsssynchronisatietijd.Verschillende camera's beschikken over een synchronisatiebereik, bijv. 1 / 30 s.tot 1.125 s.(zie de gebruksaanwijzing van uw camera). Welke synchronisatietijd de camera dan aanstuurt hangt van de helderheid van de omgeving en de brandpuntsafstand van het gebruekte objectief af.

Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd konnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen synchronisatie (zie ook de gebruiksaanwijzing van uw camera en 18) worden toegepast.

Bij camera's met een centraalsluiter (zie de gebruiksaanwijzing van

uw camera) en bij de FP synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie 18.4) vindt geen automatische omschakeling waar de flitssynchronisatie plaat. Daardoor kan er met alle belichtingstijden geflitst worden. Als u darüber het volle vermogen van de flitser nodig heeft, gebruik dan geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s.

13. Aanduiding van de belichtingscontrole

De aanduiding van de belichtingscontrolle 'o.k.' 14'licht alleen op als de opname in de TTL-flitsfunctie (3D-TTL, D-TTL, i-TTL enz.) c.q. de automatischflitsenfunctie correct belicht werden!

Verschijnt de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' ⑭ na de opname Niet, dan is de opname onderbelicht en moet u de eerstvolgend lagere diafragmawaarde instellen (bijv. diafragmawaarde 8 inplaats van diafragmaaarde 11) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterende vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen en de opname herhalen. Let op de aanduiding van de flitsreikwijdte in het display van de flitser (zie 16). Zie voor de aanduiding van de belichtingscontrole in de zoeker van de camera ook 15!

14. Aanduiding van onderbelichting bij TTL flitsen

Enkele Nikon camera'suit groep C, D en E (zie Tabel 1) waarschuwen bij verzillende camerafuncties (bijv. bij 'P' en 'A') bij een onderbelichte flitsopname met een aanduiding in het display van de flitser die tevens de mate van onderbelichting in diafragmawaarden aangeeft (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).

Licht, nadat u een flitsopname maakte, de aanduiding van de belichtingscontrrole 'o.k.' ⑭ op de flitser Niet op, c.q. als het flitsymbol in de zoeker van de camera knippert, dan worden in het display van de flitser gedurende korteijd de onderbelichting in diafragmawaarde van -0,3 tot -3,0 EV in stappan van 1.3 stop aangegeven.

In grensgevallen waar bij de flitser geen o.k.-aanduiding te zien geeft, c.q. als het flitssymbol in de zoeker van de camera knippert, de belichting toch correct is, verschijnt er geen aanduiding in het LC-display van de flitser!

^串 Om überhaupt een aanduiding van onderbelichting te geben,要去 op de flitser de functie TTL (c.q. 3D-TTL, D-TTL, i-TTL etc.) ingesteld zijn.

15. Aanduidingen in de zoeker van de camera

Voorbeelden voor aanduidingen in de zoeker van de camera:

Het groene pijsymbool light op:

Aanwijzing de flitser in te schakelen, c.q. te gebruiken.

Rood pijsymbol 4 light op:

De flitser is paraat:

Het rode pijsymbool blijft na de opname oplichten, c.q. dooft korte tijd:

De opname werk correct belicht.

Het rode pijlsymbol knippert na de opname:

De opname werd onderbelicht.

Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt.

16. Aanduiding van de flitsreikwijdte

In het display van de flitser worden de waarde van de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde is gebaseerd op een reflectiegraad van 25% van het onderwerp, die voor de meeste opnamesituaties geldt. Sterke afwijkingen van de reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zerk zwak reflecterende onderwerpen konnen de reikwijdte beinvloeden. In de TTL- en automatisch-flitsenfunctie is het het beste wanner het onderwarp zich ongeveer in het midden van de aangegeven waarde bevindt. Daarmee worden de belichtingsautomatie voldoende spelruimte geboden voor een gelijkmatige verlichting. De minimale flitsafstand mag Niet minder dan 10% van de aangegeven waarde bedragen om overbelichting te vermijden! De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde worden bereikt.

In de manual flitsfungtie M worden de afstand tot het onderwerp aangegeven die voor een correcte belichting要去en aangehouden. De aanpassing

aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde van het objectief en door te kiezen:tussen vol en een deelvermogen P' worden bereikt.

De reikwijdte kan maar keuze in meter (m) of feet (ft)plaatsvinden (zie 7.6). Bij gezwenkte hoofdreflector worden geen reikwijdte aangegeven!

16.1 Automatisch aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte

Camera'suit de groepen B, C, D en E gekven de flitsparameters voorlichtgevoeligheid ISO, brandpuntsafstand van het objectief (mm), diafragmawaarde en belichtingscorrectie door aan de flitser. De flitser past+zijn instellen gen automatisch aan. Uit de flitsparameters en het richtgetal worden de maximale flitsreikwijdte berekend en in het display aangegeven.

Daarvoor要去 tussen camera en flitser een uitwisseling van geveenplaatsvinden

Bijv. door het aantippen van de ontspanknop op de camera.

Voor de automatische aanpassing van de flitsreikwijde moet de camera met een geschikt CPU-objectief uitgerust zijn (zie 6)!

16.2 Met de hand aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte

Wordt de flitser met een camera uitgraep A gebruikt, dan moeten, voor een betrouwbare aanduiding van de flitsreikwijdte, de flitsparameters voor de zoomstand, lichtgevoeligheid ISO, en de diafragmawaarde met de hand op de flitser worden ingesteld.

16.3 Overschrijding van het aanduidingenbereik

De flitser kan reikwijdte tot maximaal 199 m, c.q. 199 ft aangeven. Bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en große diafragmaopeningen kan het aandu-idingenbereik worden overschreden. Dit wordt door een pijl, c.q. driehoekje ),achter de afstandswaarde aangegeven.

16.4 Error-aanduiding 'FEE' in het LC-display van de flitser

Bij sommige camera's, c.q. camerafuncties (bijv. Program P, Vari-programm

a's, diafragma-automatiek S) is het nooodzakelijk de diafragmaring op het objctief op het hoogste diafragmagetal in te stellen. Staat de diafragmaring Niet in de stand van de hoogste diafragmawaarde dan verschijnt in het display van de flitser, c.q. van de camera de error-aanduiding 'FEE'! Controller in dat geval de instellingen van de camera, c.q. het objctief (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).

16.5 Aanduiding van het richtgetal bij objctieven zonder CPU

Objectieven zonder CPU ( = zonder elektronische overdracht van gegevens)给他们 geen elektrische informaties betreffende de brandpuntsafstand en de diafragma-instelling door maar de camera. Wortd zo'n objektief met een camera uit de groepen B, C, D en E gezrukt, dan kriigt de flitser alleen de gegevens betreffende de ISO. De zoomstand van de hoofdfreflector moet met de hand worden ingesteld (zie 6.3).

Met sommige camera's wordt in het LC-display van de flitser in dat geval het richtgetal voor de actuèle instelling inplaats van een afstandswaarde aangegeven. De maximale flitsreikwijdte kut u nu berekenen uit de vergelijkking:

Reikwijdte = Richtgetal diafragmawaarde

Bij gezwenkte hoofdreflector worden de aanduiding van het richtgetal nicht aangegeven!

17. Geheugen voor de meetwaarden van de flitsbelichting

Sommige camera'suit groep E (zie Tabel 1) beschikken over een geheugen voor de meetwaarden van de flitsbelichting (FV-geheugen). Dit worden door de flitser in de i-TTL flitsfunctie ondersteund. Daarmee kan voorafgaand aan de eigenlijke belichting reeds de dosering van de flitsbelichting voor de eerstvolgende opname worden vastgelegd. Dit is vooral dan zinvol als de flitsbelichting op een bepaald onderwerpsdetail afgestemd moet worden, dat Niet persé identiek aan het hoofdonderwerp hoeft teijken.

Het activeren van deze functie vindt op de camera plaats in een individuèle functie. Richt het meetveld van de AF-sensor in de camera op de onderwerpsuitsnede waar de flitsbelichting op afgestemd moet worden en stel scherp. Door de AE-L / AF-L knop op de camera te bedieren (de naam varieert van camera tot camera) zende dit flitser een testflitsuit. In de Zoeker van de camera vindt een aanduiding plaats van de opgeslagen meewaarde, bijv. 'EL'. Met behulp van het gereflecteerde Licht van de testflits legt de camera het lichtvermogen vast waarmee de volgende opname gemaakt moet worden. Op het eigenlijk hoofdonderwerp kan dan met het meetveld van de AF-sensor in de camera worden scherpgesteld. Bij het drukken op de ontspanknop van de camera worden de opname dan met de aldus vooraf bepaalde hoeveelheid flitslicht gemaakt!

Nadere details met betrekking tot de instelling en utvoering vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw camera!

18. Flitssynchronisatie

18.1 Normale synchronisatie

Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichting ontstoken (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standardfunctie die dan ook door alle camera's worden ondersteund. Voor de meeste flitsopnamen is dit de meest geschikte synchronisatie. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde functie waar de flitsssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tiendenussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft voor deze functie niets voor te worden ingesteld en vindt er ook geen aanduiding plaats.

18.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functionie)

Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flits te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functionie). Daarbij wordt de flits pas aan het einde van de belichting ontstoken. Daarbij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken, onmiddelijk voor de sluiter begint dicht te gaan. Dit is vooral een voordeel bij opnamen met langere belichtingstijden (langer

dan bijv. 1/30 seconde) en bewegende onderwerpen met een eigén lichtbron, odomat dan de bewegende

lichtbronnen een Lichtstaart anschter zich latent, inplaats van dat deze zich voór het onderwerp opbouwt. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter krijt u bij bewegendelichtbronnen een 'natuurlijker' van de opname situation! Afhankelijk van de erop ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan zijn flitsssynchronisatietijd in.

Bij sommige camera's is in bepaalde functies (bijv. bepaalde Vari-, c.q. onderwerpsprogramma's of bij Red-Eye-Reduction) de REAR-functie nicht möglich. De REAR-functie kan dan nicht worden gekozen, c.q. de REAR-functie worden automatisch gedeactiveerd of gewoon Niet uitgevoerd. Zie hiervoor de gebruiskaanwijzing van uw camera.

Bij camera'suit de groepen A, C, D en E要去 ede instelling op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te vermijden!

18.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW)

Met een lange belichtingstijd (SLOW) komt bij schemerlicht de achtergrond beter uit. Dit worden bereikt doordat de camera de belichtingstijd automatisch daaraan aanpast. De camera stuart dan belichtingstijden die langer zijn dan de flitssynchronisatietijd aan (bijv. belichtingstijden tot 30 s.). Bij enkele camera's worden de synchronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde cameraprogramma's (bijv. nachtopname-programma enz.) automatisch geactiveerd, c.q. kan op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft er niets voor te worden ingesteld en vindt er ook geen aanduiding plaats.

Deinstalling Voor de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW moet op de camera worden gedaan (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te vermijden!

18.4 Automatische FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden

Sommige camera'suit groep E (bijv. D2Hs en D200) ondersteunen de automatische FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruiksaanwijz ing van uw camera). Met dieze flitsfungtie is het mogelijk, ook bij kortere belichtingstijden dan de flitsssynchronisatietijd een flitser te gebruiken. Interessant is dieze functie bijv. bij portretopnamen in een zeerHoldere omgeving, als door een wijd geopend diafragma (bijv.F 2,O) de scherptediepte beperkt moet worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de functies i-TTL, i-TTL-BL en M.

Natuurkundig bepaald, worden door de FP-synchronisatieECHTER het richtgetal en daarmee de reikwijdte van het flitslicht flink beperkt! Let waarom op de aanuiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser! De FP-synchronisatie wordt automatisch uitgevoerd als op de camera met de hand, dan wel automatisch door het belichtingsmeetsystem, een korte tejd dan de flitssynchronisatiejtd ingesteld is.

Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de FP-synchronisatie bovendien afhankelijk is van de belichtingstijd: hoe korte de belichtingstijd, des te lager het richtgetal!

Het instellen van de automatische FP-synchronisatie moet op de camera worden gedaan (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! In het display van de flitser worden dan bijv. ook 'FP' aangegeven.

19. Flitsen vooraf gegen het 'rode-ogeneffect'

Het 'rode-ogeneffect' treedt op als de te fotograferen personeermeer of minderrecht in de camera kijkt, de omgeving donker is en de flitser zich dicht bij de optische as van de camera bevindt. Het flitslicht verlicht waarbij door de pupil heen, de achtergrond van de ogen.

Sommige cameratypes beschikken over een functie van vooraf flitsen gegen het 'rode-ogeneffect'. Daar bij leiden een of meerere flitsen ertoe, dat de pupillen zich wat meer sluiten, waarmee het effect van de rode ogen vermindt.

Bij sommige camera's ondersteunt de functie van flitsen vooraf alleen

de in de camera ingebouvde flitser, c.q. een schijnwerper in de camerabody. Het instellen van deze functie要去 dan op de camera gebeuren (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Bij gebruik van de functie van flitsen vooraf is synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) Niet möglichk!

20. Meerzone AF-meetflits

Zodra er nicht meer voldoende omgevingslicht om voor automatisch scherp te kuren stellen, worden door de camera demeerzone AF-meetflits ⑪ in de flitser geactiveerd. Daar bij worden een streeppatroon op het onderwerp geprojecteerd waar de camera op kan scherpstellen. De reikwijdtde bedraagt, afhankelijk van de geselecteerde AF-sensor in de camera, ong. 6 ... 9 m (bij standardobjectief 1,7 / 50 mm). De maximale reikwijdtde worden met de centrale AF-sensor van de camera bereikt. Wegens de parallaxussen objectief en de AF-meetflits in de flitser bedraagt de dichtbij-instelgrens met de AF-meetflits ong. 0,7 m tot 1 m.

O om de camera de AF-meetflits ① te lien activeren, moet op de camera de autofocusfunctionie 'Single-AF (S)' ingesteld zich en de flitser要去 flitsparaat+zijn. Sommige cameratypes ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. Demeerzone AF-meetflits ① van de flitser worden dan nicht geactiveerd (bijv. bij compactcamera's;zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!

Zoomobjectieven met een geringe Lichtsterkte kennne de reikwijdte van demeerzone AF-meetflits behoorlijk beperken!

Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits van de flitser. Wordt dan een decentrale sensor geselecteerd, dan worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd!

21. Draadloze Remote-flitsfungtie

De draadloze remote-flitsfungtie is compatibel met het Nikon-systeme van 'Advanced Wireless Lighting'. Daar bij worden eén of meerdere slaaflitser's door een masterflitser op de camera op afstand bestuurd.

De slaafflitser worden in een van drie möglichke groepen (A, B of C) geplaatst.
Daar bij kan elkie groep uit een ofeer slaafflitsers bestaan. Voor elkie groep kan, per groep geschieren, op de masterflitser de functie TTL of manual M worden ingesteld.

Om er voor te zorgen dat meerdere remote-systemen in eenzfeldre ruimte elkaar Niet storen, staan vier verschillende remote-kanalen ter beschikking.

Master- en slaafflitsers die bij een zelfde remote-system horen, moeten op hetzelfde kanaal worden ingesteld. De slaafflitsers要去en met hun ingebouwde fotosensor het Licht van de masterflitser konnen ontvangen.

De remote-flitsfungtie ondersteunt ook de synchronisatie bij het dicht-gaan van de sluiter. De hulpreflector worden door de remote-functie Niet ondersteund. In de remote-functie vindt in het display van de flit-ser geen aanduiding van de reikwijdte plaats.

21.1 Instellen en uitschakelen van de remote-functionie

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven worden.
  • Stel met de toetsen UP en DOWN 'Remote Master' voor de masterfunctie, 'Remote Slave' voor de slaaffunctie, c.q. 'Remote OFF' voor het deactiveren van de remote-functie in. De instelling treedt onmidelloijk in werkinq.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat in het display de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5. terug maar de normale weergave.

21.2 Installingen op de masterflitser

  • Roep met de toets 'Para' na elkaar de instellingen voor de masterflitser M en de slaafgroepen A, B en C op.
  • In deijd dat M, A, B of C worden aangegeven met de toets 'Mode' telkens de flitsfungtie (TTL of M) instellen. Als er geen flitsfungtie worden aangegeven is de masterflitser, c.q. de broep gedexeerd.

Als de masterflitser gedeacteveerd is heeft deze alleen een sturende functie en draagt hij met zichlicht zichl nicht bij aan de belichting.

  • Met de toetsen (-) en (+) können hierbij in de flitsfungtie TTL correcties op de flitsbelichting van -3 EV tot +3 EV in stappen van 1/3 stop worden ingesteld. In de functie M worden met de toetsen (-) en (+) een deelvermogen ingesteld.
  • Aansluitend met de toets 'Para' het remote-kanaal Ch en de zoomstand van de reflector oproepen en met de toetsen (-) en (+) instellen.
  • Met de toets 'Return' de installing opslaan. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, worden de installing na ong. 5 s. automatisch opgesla-gen.
    Het systeem bepaalt, dat de instellenen voor de slaafgroep C na het opslaan in het display van de masterflitser zich aangegeven staan en ze alleenijdens het instellen zichtaar�.

21.3 Installingen op de slaafflitser

  • Met de toets 'Para' na elkaar de instellingen voor het kiezen van de slaafgroep 'Group', het remote-kanaal 'Channel' en de reflectorstand 'Zoom' selecteren. Het instellen van de gewenste slaafgroep, c.q. het remotekanaal en de zoomstand van de reflector vindt waar bij met de toetsen (-) en (+) plaat.

De slaafflitter moet op hetzelfde remote-kanaal als de masterflitser ingesteld worden!

  • Sla met de toets 'Return' de instellingen op. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, worden deinstilling na on g. 5 s. automatisch opgesla-gen.

21.4 Controlleren van de remote-functie

  • Zet de slaafflitsers net zo neer, als voor de latere opname gewenst is.
  • Wacht af dat alle deelnemende flitsers flitsparaat+zijn. Bij de slaafflitsers knippert de AF-meetflits als ze flitsparaat+zijn. Activeer eventuele de akoe-stische meldingen (Beep; zie 7.2).
  • Druk op de masterflitser op de ontspanknop voor handbediening om een proeeffits te ontsteken. De slaafflitisers reageren elk per groep naelijk, ie's vertaagt, met een proeeffits. Als een slaaffliser geen proeefflits

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Controlleren van de remote-functie - 1

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Controlleren van de remote-functie - 2

afgeeft, contrôleer dan de instelling van het remote-kanaal en de slaafgroep. Corrigeer de positie van de slaafflitser zodate het Licht van de masterflitser ongehinderd kan ontvangen.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Controlleren van de remote-functie - 3

Als op de masterflitser de functie van instellicht ML (zie 7.8) is ingesteld, worden bij het ontsteken van het instellicht tegelijkkertijd bij de slaafflitsers het instellicht ontstoken!

22. Onderhoud en verzorging

Verwijder vuil en stof met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel - de kunststofonderdelen zouden beschadigd können worden.

22.1 Het updaten van de firmware

De firmware van de flitser kan via de USB-interface ⑤ geactualiseerd en in technisch opzicht aan de functies van toekomstige camera's worden aangepast Firmware-update).

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Het updaten van de firmware - 1

Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage: www.metz.de

22.2 Reset

De flitser kan maar de fabrieksinstellungen worden teruggezet. Druk waarvoor op de toets 'Mode' en houd deze gedurende 3 s. ingedrukt. In het display wordt dan 'Reset' aangegeven. Na ong. 3 s. wisselt de aanduiding in het display maar de afleveringstoestand.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Reset - 1

De updates van de firmware waar zijn hierin Niet betrokken!

22.3 Formeren van de flitscondensator

De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een naturkundige verandering, als het apparaat gedurende een langerearend zich wordt ingeschakeld. Het is waarom noodzakelijk, de flitser eens per kwartaal geduren de 10 min. in te schaken. De voeding要去aar bij zo veel energia leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschaken oplicht.

23 Troubleshooting

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Troubleshooting - 1

Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitser onzninnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser Niet functioneert Zoals hij op grond van+zijn instellenz zou behoren te doen, schakel de flitser dan gedurende ont. 10 seconden met de hoofdschakelaar ⑤ uit. Controller of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellen.

Vervang de batterijen, c.q. de accu's gegen neue, c.q. vers opgeladen accu's!

De flitser zou nu na het inschakenen weeer 'normaal'要去en functioneren. Als dit Niet het geval is, ga er dan mee maar uw fotohandelaar.

Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen können optreden. Onder elk punt zijn möglichke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.

In het display verzischijnt de reikwijdte Niet

  • De hoofdeflector staat nicht in de normale stand.
    Op de flitser staat de remote-functie ingesteld.

De AF-meetflits van de flitser worden nicht geactiveerd.

  • De flitser is nicht paraat.
  • De camera staat nicht in de functie Single AF (S-AF).
  • De camera ondersteunt alleen de eigien, interne AF-meetflits.
  • Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor worden gekozen, worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor!

De stand van de zoomreflector worden nicht automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objectief.

  • De camera geeft geen digitale gegevens aan de flitser door (camera's uit coop A).
  • Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitserplaats.

Ontspankop op de camera aantippen!

  • De camera is uitgerust met een objektief zonder CPU.

De diafragma-instelling op de flitser worden nicht automatisch aan die van het objectief aangepast.

  • De camera geeft geen digitale gegevens door maar de flitser (camera'suit coop A).
  • Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitserplaats. Ontspankop op de camera aantippen!
  • De camera is uiterust met een objektief zonder CPU.

In het display knippert de aanuiding voor de zoomstand van de reflector.

  • Waarschuwing gegen afschaduwing aan de rand van het beeld: de op de camera ingestelde brandpuntsafstand van het objektief (omgerekendaar het 35mm .kleinbeeldformaat 24× 36 ) is kleiner dan de ingestelde zoomstand van de reflector.

De hulpreflector is Niet te activeren, c.q. ontsteekt geen flits.

  • In de flitsfuncties stroboscoop, remote en instellicht (ML) worden de hulpreflector Niet ondersteund. In deze functies kan de hulpreflector Niet worden geactiveerd, c.q. ontsteekt hij geen flits.

De TL-invulflitsfunctie BL laat zich nicht instellen.

  • Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspanknop op de camera even aan.
  • De camera ondersteunt de TTL-invulflitsfunctie Niet.
  • Op de camera is voor de belichtingsmeting spotmeting gekozen. Kies een andere meetmethode, c.q. meerveldmeting.

De instelling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-flitsbelich-ing werkt Niet.

  • De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser Niet, bijv. bij camera'suit grop A.

De draadloze remote-functionie als masterflitser laut zich nicht instellen.

  • De draadloze remote-functionie worden alleen door de camera's uit groep E ondersteund. Met andere camera's staat de remote-flitsfungtie Niet ter beschikking.
  • Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspanknop op de camera even aan.

De automatische omschakeling maar de flitssynchronisatietijd vindt nicht plaats.

  • De camera werkkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera's). Er hooft waar bij geen omschakeling maar een flitssynchronisatieijd plaatst te vinden.
  • De camera werkkt met FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden (camerainstelling). Daar bij vindt de omschakeling maar de flitssynchronisatietijd Niet plaat.
  • De camera werkkt met een langere belichtingstijd dan de flitssynchronisatie-tijd Afhankelijk van de camerafunctie worden waar bij Niet maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

De opnamen vertonen aan de onderzijde een schaduw.

  • Door de parallax:tussen objectief en flitser kan het onderwerp in het dicht-bijbereik, afhankelijk van de brandpuntsafstand, aan de onderzijde van het beeld Niet geheel worden uitgelicht. Neig de hoofdreflector, c.q. zet de groothoekdifusor voor de reflector.

De opname zich te donker.

  • Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen verminder de reikwijdte van de flits.
  • Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecteterende beeldetails. Daardoor wordt het meetsystem van de camera, c.q. van de flitser beinvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.

De opnamen zijn te Licht.

  • In het dicht bijbereik hunnen overbelichtingen (te lichte opnamen) voorko

men, als u bijv. een langere dan de korte flitsduur van de flitser gebruikt. De minimale afstand tot het onderwerp要去 minstens 10% van de aangegeven reikwijdte bedragen.

De flitsparameters voor de lichtgevoeligheid ISO en de diafragmawaarde F zijn op de flitser Niet te verstellen.

  • Tussen camera en flitser vindt een digitale uitwisseling van geveens Laats. Daar bij worden de waarden van ISO en diafragma F automatisch op de flitser ingesteld. Het verstellen van ISO en diafragmawaarde is alleen möglich als er geen digitale uitwisseling van geveensplaatsvindt, bijv. met camera's UIT coop A.

Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:

in het metersystem: 58

in het feetsystem: 192

Met de hand instelbare werkdiafraAGMA's bij ISO 100/21°:

$$ 1 - 1, 4 - 2 - 2, 8 - 4 - 5, 6 - 8 - 1 1 - 1 6 - 2 2 - 3 2 - 4 5 $$

Bereik van de automatische werkdiafragma's bij ISO 100 / 21°:

F1,0 tot F45 inclusief detussenwaarden

Met de hand instelbare deelvermogens:

P 1/1 ... P 1/256 in stappen van een derde

Flitsduur (zie Tabel 4, S. 175)

Meethoek fotosensor: Ong. 25^

Kleurtemperatuur: Ong. 5600 K

Lichtgevoeligkeit: ISO 6 tot ISO 6400

Synchronisatie: Laagspannings-IGBT-onsteking

Aantallen flitsen:

  • Ong. 180 met Metz NiMH accumapak 1600mAh
  • Ong. 180 met super-alkalimangaanbatterijen
  • Ong. 430 met Metz Power-Pack P76

(telkens bij vol vermogen)

Flitsvolgli:

  • Ong. 5 second met NiMh accupak 1600mAh
  • Ong. 5 seconden super-alkalimangaanbatterijen
  • Ong. 2,5 seconden met Power Pack P76

(telkens bij vol vermogen)

Verlichtingshoek

Hoofdeflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )

... met groothoeckdiffusor vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 mm)

Hulpreflector vanaf 35 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )

Zwenkbereiken en klikstanden van de hoofdreflector

Naarboven-7° 45° 60° 75° 90°

Tegen de wijzers van de klok in 30^ .. 180°

Richting wijzers van de klok 30^ 60^ 90^ 120^

Afmetingen ong. in mm (B x H x D)

Lampstaaf 71 × 148 × 99

Gewicht:

Flitser zonder accu Ong. 355 gram

De levering omvat

Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing, tas en standvoet.

25. Bijzondere toebehoren

Voor foute werkung van en schades aan de mecablitz,veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zich wij Niet aansprakelijk.

Filter-Set 44-32

omvat 4 kleurenfilters voor effectverlichting en een holder filter voor het opnemen van folies in elke gewenstekleur.

  • Mecabounce 58-90

(Bestelnr. 000058902)

Met deze diffusor verwiekigt u op de eenvoudigste manier een zachtve-lichting. De werkking is verbluffend, sondern de Foto's een zicht effect krij-gen. De gelaatskleur van personen worden natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijde wordt ongeveer de helft korte.

  • Reflexschirm 54-23

Verzacht door+zijn zachte,gerichte licht,harde slagschaduwen.

Power-Pack P76

voor groter aantal flitsen.

Verbindingskabel V58-50 (bestelnr. 000058504) vereist.

Afvoeren van de batterijen

Batterijen horen nicht bij hetuisvuil.

S.v.p. de batterijen bij een waarvoort bestemd inzamelpunt afgeven.

S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.

Batterijen / accu's zijn in de regel ontladen wonneer het waarvoort gebruikte apparaat

  • uitschakelt en aangeeft, "batterijen leeg"

  • de batterijen na longer gebruik Niet meer goed functioneren.

Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt. 89

METZ MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL - Afvoeren van de batterijen - 1

  1. Safety instructions 91
    2.Dedicated flash functions 92
    2.1 Division into camera groups 92
    3.Preparing the flash unit for use 93
    3.1 Mounting the flash unit 93
    3.2 Power supply 93
    3.3 Switching the flash unit on and off 93
    3.4 Power Pack P76 (optional accessory) 94
    3.5 Auto OFF for the flash unit 94
    4.Display illumination 94
  2. Operating modes (mode menu) 94
    5.2 TTL flash mode 95
    5.3TTLfill-inflashmode 96
    5.4 Automatic flash mode 96
    5.5 Automatic fill-in flash mode 97
    5.6 Manual flash mode 97
    5.7 Strobe flash mode 97
  3. Flash parameters (Parameter menu) 98
    6.1 Setting procedure for the flash parameters 98
    6.2 Aperture (F) 99
    6.3 Main reflector position (Zoom) 99
    6.4 Flash exposure correction (EV) 99
    6.5 Light sensitivity (ISO) 100
    6.6 Manual partial light output (P) 100
  4. Special functions (Select menu) 100
    7.1 Setting procedure for the special functions 100
    7.2 Beep function (Beep) 101
    7.3 Flash Bracketing Series (FB) 101
    7.4 Extended Zoom Mode (Zoom Ext) 102
    7.5 Cordless remote mode (Remote) 102
    7.6 Meter-Feet changeover (m/ft) 103
    7.7 Secondary reflector 103
    7.8 Modelling Light (ML) 103
    7.9 Auto OFF Function (Standby) 104
    7.10 Key-Lock 104
    8.Motor Zoom Reflector 105
  5. Wide-angle diffuser 106
  6. Flash techniques 106
    10.1 Bounce flash 106

Table 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1)

Uw Metz product is ontworpen voor en opgebouwduit kwalitatief hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled en opnieuw gezruikt hunnen worden.

Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparaten aan het eind van hun levensduur gescheiden van het huisvuil bij het afval moeten worden afgegeven.

Lever dit apparaat of bij deplaatselijke verzamelplaats of in een kringloopwinkel.

Help ons alstublieft het milieu waarin we leven, te behouden.

CE Opmerking: NL In het kader de CE-markering werk bij de EMV-test de correcte be-lich- ting bepaald. SCA Contacten nicht aanraken! In uitzonderlijke geallen kan aanra- ken leiden.

Inhoudsopgave Cliquez un titre pour y accéder
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 58 AF-1 N DIGITAL

Categorie : Externe flitser