MECABLITZ 58 AF-1 C DIGITAL - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 58 AF-1 C DIGITAL METZ in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur MECABLITZ 58 AF-1 C DIGITAL METZ
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 58 AF-1 C DIGITAL - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 58 AF-1 C DIGITAL van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 58 AF-1 C DIGITAL METZ
Bedienungsanleitung
Gebruiksaanwijzing
Manuale istruzioni
Mode d'emploi
Operating instruction
Manual de instructiones

- Veiligheidsinstructies 63
2.Dedicated flitsfuncties 64 - Flitser gereedmaken 64
3.1 Het aanbrengen van de flitser 64
3.2 Voeding 64
3.3 In- en uitschakelen van de flitser 65
3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire) 65
3.5 Automatische uitschakeling / Auto-OFF 65
4.Displayverlichting. 66 - Flitsfuncties (menu 'Mode') 66
5.1 Het instellen van de flitsfuncties 66
5.2TTL-/E-TTLflitsen 66
5.3 TTL/ E-TTL invulflitsen 67
5.4 Automatisch flitsenfunctie A 68
5.5 Automatisch involflitsfunctie 68
5.6 Flitsen met manual-instelingen 68
5.7 Stroboscopisch flitsen 68 - Flitsparameters (menu 'Parameter'). 69
6.1 Het instellen van de flitsparameters 70
6.2 Diafragmawaarde (F) 70
6.3 Stand van de hoofdreflector (Zoom) 70
6.4 Correcties op de flitsbelichting (EV) 71
6.5 Lichtgevoeligigkeit (ISO) 71
6.6 Met de hand in te stellen deelvermogen (P) 71 - Extra functions (menu 'Select'). 72
7.1 Het instellen van extra functies 72
7.2 Beep-functie (Beep) 72
7.3 Flitsbelichtingstrupje (FB) 73
7.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) 73
7.5 Extended-zoomfunctie (Zoom Ext). 74
7.6 Aanpassing aan het formaat van de opnamechip (Zoom-size) 74
7.7 Draadloze bediening van de flitser (Remote) 75
7.8 Schakelen tessen meter en feet (m / ft) 75
7.9 Hulpreflector 76
7.10 Instellicht (ML) Modelling Light 76
7.11 Automatische uitschakeling (Standby) 76
7.12 Vergrendeling van de toetsen (KeyLock) 77
8.Motorisch gesturde zoomreflector 78 -
Groothoekdiffusor 78
-
Flitschnieken 78
10.1 Indirect flitsen 78
10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart 79
10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector 79
10.4 Dicht bijopnamen / macro-opnamen 79
10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting 79 - Aanduiding van flitsparaatheid. 80
- Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd. 80
- Aanduiding van de belichtingscontrole 80
- Aanduidingen in de zoeker van de camera 81
15.Aanduiding van de flitsreikwijdte 81
15.1 Automatisch aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijde 81
15.2 Met de hand aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte 81
15.3 Overschrijding van het aanduidingenbereik 81
16.Opslaan van de flitsbelichting FE. 82 - Flitssynchronisatie 82
17.1 Normale synchronisatie 82
17.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie) 82
17.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW 82
17.4 Automatische HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden 83 - Meerzone AF-meetflis 83
19.Drahtloser Remote-Betrieb 83
19.1 Instellen en uitschakelen van de remote-functie 84
19.2 Instellingen op de masterflitser 84
19.3 Instellingen op de slaafflitser 86
19.4 Controlleren van de remote-function 86 - Batterijwaarschuwing 86
- Onderhoud en verzorging 86
21.1 Het updaten van de firmware 87
21.2 Reset 87
21.3 Formeren van de flitscondensator 87
22.Troubleshooting 87 - Technische gegevens 89
- Bijzondere toebehoren 90
Tabel 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1) 179
Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen 180
Tabel 5: Belichtingstijden bij de stroboscoopfunctie 181
Tabel 6: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes. 182
Tabel 7: Max. Richtgetallen bij de HSS functie 182
Voorwoord
Hartelijk dank voor uw beslissing om een product van Metz aan te schaffen. Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten.
Natuurlijk sunt u nauwelijs wachten, de flitser in gebruik te nemen. Het loont城县 der moeite deze gebruiksaanwijzing door te lezen, want alleen dan leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan
Deze flitser is geschikt voor:
- Analoge en digitale Canon EOS- en PowerShot - camera's met systemflits-schoen.
Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser nicht geschikt! Sla s.v.p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het eind van de gebruiks-aanwijzing open.
1. Veiligheidsinstructies
- De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
- In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmid-delen enz.) mag de flitser absolut而不是 worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
- Fotografeer nooit bestuurders van auto's, bussen, treinen, fietsers of motorrijders fijdens de rit met een flitser. Door verblinding zouden ze een ongeluk hunnen veroorzaken!
- Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van Personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding�n tot zware storingen in het kijkken, tot blindheid aan toe!
- Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
- Stel batterijen / accu's Niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonnesschijn, vuur of dergelijke!
-
Gooi verbruikte batterijen / accu's Niet in vuur!
-
Uit verbruike batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal waarom verbruike batterijen alti\duit het apparaat.
- Batterijen können nicht worden opgeladen.
- Stel de flitser en het laadapparaat Niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
- Bescherm uw flitser wegen große但它 en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser Niet in het handschoenvak van de auto!
- Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geenlicht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuil+zijn. Als u hierop Niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector konnen verbranden.
- Raak het venster van de reflector Niet aan als u een serie van meertere flitsen achechterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
- Neem de flitser Niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparatusat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden können worden.
- Bij sérieflitsen met vol vermogen en de korte flitsvolgtijden zoals die bij gebruik van NiCd-accu's optreden,要去 u er op leten dat er telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minutes ingelast worden! Daarmee ver-mijd t overbelasting van het apparaat.
- Bij seriesflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden worden de groothoekdiffusor bij zoomstanden van 35mm en minder, flink heet. De flitsser beschermt zich gegen oververhitting door de flitsvolgtijden automatisch langer te make.
- De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
- Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser voor gebruik acclimatiseren!
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!
2. Dedicated flitsfuncties
Dedicated flitsfungties zijn special op het camerasysteme ingestelde flitsfungties. Afhankelijk van het type camera wordenং verzschillende flitsfungties ondersteund.
- Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera
- Automatische omschakeling maar de flitssynchronisatiejtijd
- TTL-flitsfungie (standaard-TTL zonder meetflits vooraf)
- E-TTL-flitsfunctie / E-TTL II - flitsregeling
- Automatische invulflitsstiring
- Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting bij TTL / E-TTL / E-TTL II
- Opslag van de flitsbelichting FE bij E-TTL / E-TTL II
- Synchronisatie bij het open- of zichgaan va de sluiter (REAR)
- Automatische HSS-synchronisatie bij E-TTL / E-TTL II en M
- Automatische sturing van de motorische zoomreflector
- Extended-zoomfunction
- Sturing van de AF-meetflits (Meerzone AF-meetflits)
- Automatische aanduiding van de flitsreikwijde
- Automatisch geprogrammeerd flitsen / Automatisch-flitsen (AUTO-FLASH)
- Draadloze Canon E-TTL-Remote-flitsfunctionie
- Wake-Up-functie voor de flitser
In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het Niet möglichk, alle camera-modellen met hun individuèle flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie waar voor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijkke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zich moeten worden ingesteld!
3. Flitser gereedmaken
3.1 Het aanbrengen van de flitser
Flitser op de camera monteren
Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in hetuis van de flitser verzonken.
- Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
- De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zatat het oppervlak van de camera nicht worden beschadigd.
Flitser van de camera afnemen
Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag gegen hetuis van de flitser draaien.
- Flitser ui de accessoireschoen schuiven.
3.2 Voeding
Batterij, c.q. accukeuze
De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:
- 4 NiCd-accu's, 1,2 V, type IEC KR 15/51 (KR6 / AA / Penlight), deze bildeneer korte flitsvolgtijden en+zijn Spaarzaam in het gebruik odomat ze herlaadbaar zich.
- 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2V , type HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capacititeit dan de NiCd-accu en zijn minder bezwaarllijk voor het milieu,ondat ze geen cadmium bevatten.
-
4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
-
4 Lithiumbatterijen 1,5V , type IEC FR6 L91 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding met hoge capacititeit en geringe zelfontlading.
- Power-Pack P76 met verbindingskabel V58-50 (optioneel accessoire).
Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd Niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. UIT.
Batterijen verwisselen
De accu's / batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt. Als de flitsvolgtijd (tijdCUSen het ontsteken van een flits met vol vermogen, bij. bij ' tot het opnieuw oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid 16eer dan 60 seconden duurt
- Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar 15uit.
- Schuif het deksel van het batterijvak ⑧ maar beneden en klap het open.
- Leg de batterijen in de lengterichting, overeenkomstig de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel van het batterijvak ⑧.
Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen konnen het apparaat vernielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door bezelfde batterijen van een type fabrikant, met gelijke capaciteit! Verbruekte batterijen horen Niet in het huisvuil! Lever uw bij drage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de waarvoort bestemde verzamelplaatsen!
3.3 In- en uitschakelen van de flitser
De flitser要去 via zijn hoofdschakelaar ⑤ ingeschakeld worden. In de stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.
Schuif de hoofdschakelaar ⑮ waar de linker positie (AUS, c.q. OFF) om de flitseruit te schakelen.
Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd Niet te gebruiken, dan bevelen wij aan: de flitser via zich hoofdschakelaar 忍 uit te schakelen en de voeding (batterijen, c.q. accu's) eruit te halen.
3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire)
Als het aantal flitsen en de flitsvolgtijden voor uw toepassing Niet voldoen, kan de flitser door een Power-Pack P76 (optioneel accessoire) van energie worden voorzien. Het Power-Pack P76 worden met de verbindingskabel V58-50 (optioneel accessoire) via de aansluiting ④ aan de flitser aangesloten. Daar bij hoeven er in de flitser geen batterijen / accu's ingelegd te zich.
Ingelegde batterijen / accu's mogen nicht in de flitser blijven.
Voor het aansluiten van het Power-Pack P76, c.q. de verbindingskabel V58-50 (optioneel accessoire)要去 de hoofdschakelaar 15 van de flitser in de linker positie (AUS, c.q. OFF) worden geschoven.
De flitser要去 dan met de hoofdschakelaar van het Power-Pack P76 in-, c.q.uitgeschakeld worden (zie de gebruiksaanwijzing van het Power-Pack P76).
U Om de flitser bij het gebruik van het Power-Pack gegen thermische overbelasting te beschermen worden bij extreme belasting de flitsvolgtijd door een bewakingsschakeling overeenkomstig verlngd! Voor het aansluten en afnemen van de verbindingskabel, c.q. het Power-Pack de flitser en het Power-Pack uitschakelen!
3.5 Automatische uitschakeling / Auto - OFF
In de fabriek worden de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 Minutes -
- na het inschakenen;
- na het ontsteken van een flits;
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
- na het uitschakelen van het belichtingsmeetsystem van de camera ...
... maar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energia te sparen en de voeding gegen onbedoeld ontladen te beschermen. De aanduiding van de flitsparaatheid 16 en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen.
De hetIRST ingestelde flitsfunctie blijft na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddelijk sheer ter beschikking. De flitser
wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. door het aantippen van de ontspanknop op de camera (Wake-Up-functie) waar ingeschakeld.
Als u de flitser langere tijd Niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe alteid via+zijn hoofdschakelaar ⑤ uit!
Indien noozakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minuutplaatsvinden of worden gedeactiveerd (zie 7.11).
4. Displayverlichting
Bij elk de druk op de betreffende toets wordt gedurende ong. 10 seconden de verlichting van het LC-display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits door de camera of via de handontspanknp ⑥ op de flitser worden de displayverlichting uitgeschakeld.
5. Flitsfunctions (menu 'Mode')
De flitser ondersteunt de flitsfuncties TL, automatisch flitsen A, Manual M en stroboscoop.
^出 Afhankelijk van het type camera worden extra flitsfuncties ondersteund. Deze flitsfuncties konnen na een oberdracht van geevens met de camera in het 'Mode' menu geseleeteerd, c.q. geactiveerd worden.
5.1 Het instellen van de flitsfuncties
- Druk zo vak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven. De volgende functies staan ter beschikking:
TTL-flitsfungtie (analoog)
E-TTL E-TTL-, c.q. E-TTL II - flitsfungtie (analoog en digitaal)
E HSS E-TTL -, c.q. E-TTL II - flitsfunctie met synchronisatie op korte belich- tingstijden (analoog en digitaal)
A Automatisch-flitsenfunctie
M Met de hand in te stellen flitsfunctie
M HSS Flitsen met manual-installingen en synchronisatie ook bij korte belich-tingstijden
Stroboscoop-flitsfunctie
- Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste flitsfungtie (TL, Automatisch flitsen A, manual M enz.) instellen. Deinstilling reedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch maar de normale weergave terug.
De flitsparameters voor ISO, diafragmawaarde en brandpuntsafstand van het objectief, c.q. de stand van de zoomreflector worden automatisch ingesteld, als de camera de betreffende geevens maar de flitser doorgeeft.
De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser vindt waar aanleiding van de door de camera waar de flitser gesturde flitsparameters plaats.
Als de camera een of meer flitsparameters nicht doorgeft, moetenDEXe met de hand op de flitser worden ingesteld (zie 6).
5.2 TTL-/E-TTL-flitsen
In de TTL-flitsfungtie (standaard-TTL-flitsfungtie) krijt g u op de eenvoudigste manier zeer goede flitsopnamen. In deze functie wordt de belichtingsmeting door een sensor in de camera uitgevoerd. Deze meet het door het objectief (TTL = 'Through The Lens') binnenkomende Licht. Bij het bereiken van de vereiste hoeveelheid Licht stuart de elektronica van de camera een stopsignaal waar de flitser en deze breekt onmiddelijk het uitralen van Licht of. Het voordeel van deze flitsmethode ligt daarin, dat alle factoren die de belichting beinvloeden (opnamefilters, uittrekverlengbing bij dichtbijopnamen etc.) automatisch bij het regelen van het flitslicht in acheft worden genomen.
De TTL-flitsfungtie worden door alle camerafuncties (bijv. program 'P', tijdautomatiek 'A', diafragma-automatiek 'Tv', de varia- c.q. onderwerpsprogramma's, manual 'M' enz.) ondersteund.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' worden aangegeven.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de flitsfungtie in. De geseleterde flitsfungtie wordenসoor een balkje geplaatst. De instelling treedt onmid-dellijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch maar de normale weergave terug.
De standard-TTL-flitsfungtie wordt alleen door analoge camera's ondersteund! Voor het testen van de TTL-functionie moet er zich bij analogecamera's een film in de camera bevinden! Let er op, of uw type camerabeperkingen heeft ten aanzien van de ISO-waarde voor de TIL-flitsfungtie(bij. ISO 64 tot ISO 1000;zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
ETL, c.q. ETL II - flitsfungtie
De E-TTL-, c.q. E-TTL II - flitsfungtie is een verdere ontwikkeling van de standard TTL-flitsfungtie voor analoge camera's. Bij de opname worden, voorafgaand aan de eigenlijke belichting, een nauwelijks zichbare meetflits door de flitser afgegeen. Het gereflecteerde Licht van deze meetflits worden door de camera gevalueerd. Overeenkomstig deze evaluatie worden de navolgende flitsbelichting door de camera aangepast aan de opnamesituatie (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Afhankelijk van het type camera worden door de flitser bij instilling op deze functie de flitsfungtie E-TTL in het menu 'Mode' automatisch de E-TTL-, c.q. E-TTL II - flitsfungtie geactiveerd! Na het opslaan worden in het display van de flitser beiden varianten E-TTL aangegeven.
In de navolgende tekst make we verder geen anderscheid meer fussen de E-TTL-en E-TTL II - flitsfungtie!.
Het instellen:
-
Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven worden.
-
Stel met de toetsen UP en DOWN de flitsfungtie E in. Achter de geselecteerde flitsfungtie verschijnt een balkje. Deinstilling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt waar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch waar de normale weergave terug.
Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flitscontrole "o.k.' ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).
VLet er op, of er voor uw camera beperkingen betreffende de filmgevoeligheid, c.q. ISO-waarde (bijv. maximaal ISO 1000) voor de E-TTL-flits-functionie gelden (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
5.3 TL / ETL invulflitsen
Met de functie TTL-invulflitten kurz u bij daglicht lastige schaduwen ophelderen en bij gegenlichtopnamen een uitgebalanceerde belichting tussen onderwerp en achtergrund verkrijgen. Een computergestuurd meetsystem in de camera zorgt voor de geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermögen. Bij ETT II en waaroor geschikte objctieven worden bovendien bij het bepalen van het optimale flitsvermögen de afstand tot het onderwerp meegere-kend.
Afhankelijk van het type camera en de waarop ingestelde functie worden door de camera automatisch de invulflitsfunctie geactiveerd. Er worden geen bijzondere aanduiding voor gegeven. Zie voor details de gebruiksaanwijzing van uw camera.
Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flitscontrole "o.k.' ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).
Let er op, dat de bron van het gegenlicht nicht rechtsstreeks in het objctief schijt. Het meetsystem van de camera zou daardoor in de war konnen raken!
5.4 Automatisch flitsenfunctie A
In de automatisch-flitsenfunctie A meet de fotosensor 10 van de flitser het door het onderwerp gereflecteerde Licht. De fotosensor 10 heeft een meethoek van ong. 25^ en meet alleen tijdens de eigenglichtafgithe. Als de flitser voldoende Licht heeft geveven, schakelt de belichtingsautomaat van de flitser hem onmiddelijkuit. De fotosensor 10要去 op het onderwerp gericht�n.
In het display wordt de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De kortste flitsafstand bedraagt ontg. 10% van de maximale reikwijdte. De flitsopnamen lukken het beste als het onderwerp zich ongeveer in het midden van de reikwijdte bevindt, diearmee worden de belichtingsautomatiek dan voldoende spelruimte voor een uitgewogen verlichting.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie A in. De geseleerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Bij een correct belichte opnamelicht de aanduiding van de flitscontrole "o.k.' ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).
5.5 Automatisch invulflitsfunctie
Bij de automatisch invulflitsfunctie bij daglicht worden op de flitser in de automatisch-flitsenfunctie A een correctiewaarde van ong. -1 EV ... -2 EV voor de flitsbelichting ingesteld (zie 6.4 en 10.5). Daardoor ontstaat bij de opname een naturulijk werkend ophelderingseffect voor de schaduwpartieren.
5.6 Flitsen met manual-instelingen
In de functie van flitsen met manual-instellenen M wordt door de flitser de vollenergie uitgestraald zonder dat die geregeld worden. De aanpassing aan de
opnamesituatie kan bijv. door de diafragma-instelling op de camera of door het kiezen van een geschikt deelvermogen worden bereikt.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie M in. De geseleerd functie verschijnt dan wegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkking.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Het instellen van een deelvermogen:
- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'P' voor deelvermogen worden aangegeven.
- Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 - 1/256) in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
In het display wordt de afstand aangegeven, waar bij het onderwerp correct wordt belicht.
Sommige camera's ondersteunen de functie van flitsen met manual-instelingen M alleen in de cameramodus Manual M!
5.7 Stroboscopisch flitsen
De functie stroboscopisch flitsen is een flitsfunctie met handinstelling (manual). Hierbij hunnen Meerdere flitsbelichtingen op een enkel beeld gemaakt worden. Dat is bijzonder interestt bij bewegingsstudies en efectopnamen. In de stroboscopisch flitsenfunctie geeft de flitser Meerdere flitsen met een bepaalde flitsfrequentie af. De functie is daemon alleen met een deelvermogen van max. 1/4 of minder te realizeren.
Voor een stroboscoop-opname kan de flitsfrequentie (flitsen per seconde) van 1 ... 50Hz in stappen van 1Hz en het aantal flitsen van 2 ... 50 in stappen van 1 flits worden gekozen.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie † in. De geseleerd functie verschijnt dan gegen een balkje. De instelling treedt onmiddelijk in werkking.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Aantal flitsen (N) bij stroboscopisch flitsen
In deze functie kan het aantal flitsen (N) per opname worden ingesteld.
Het aantal flitsen kan tussen 2 en 50 stapsgewijs worden ingesteld. Het waar bij maximaal möglichke, met de hand ingestelde deelvermogen worden dan automatisch aangepast.
Flitsfrequentie (f) bij stroboscopisch flitsen
In deze functie kan de flitsfrequentie (f) worden ingesteld. De flitsfrequentie geeft het aantal flitsen per seconde aan. De flitsfrequentie kanussen 2 en 50 stapsgewijs worden ingesteld Het waarbij maximaal möglichke, met de hand ingestelde deelvermogen worden dan automatisch aangepast.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (N, c.q. f) worden aangegeven.
- Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt waar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5
sec. waar de normale weergave terug.
Het maximaal möglichke deelvermogen stelt zich in de stroboscoopfunctie automatisch in. Het is afhankelijk van de ingestelde ISO- en diafragmawaarden. Om de kortst möglichke flitsduur te bereiken kunt u het deelvermogen op de minimale waarde van 1/256 instellen.
In het display wordt de bij de ingestelde parameters geldende afstand aangegeven. Door het veranderen van de diafragmawaarde of het deelvermogen kan de waarde van de afstand tot het onderwerp worden aangepast.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter ( F = diafragmawaarde of P = met de hand in te stellen deelvermogen) worden aangegeven.
- Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
In de stroboscopisch-flitsenfunctie worden geen diafragma- en ISO-waarden in het display aangegeven! Als de hulpreflector ⑨ ingeschakeld is, is geen stroboscoopfunctie möglichk.
6. Flitsparameters (menu 'Parameter')
Voor het correct functioneren van de flitser is het nooodzakelijk dat de verschillende flitsparameters, zoals bijv. de zoomstand van de hoofdreflector, diafragma-waarde, Lichtgevoeligheid ISO enz. aan de instellenen op de camera worden aangepast.
Voor de automatische aanpassing van de flitsparameters moet de combinatie van camera en flitser gemonteerd en ingeschakeld zijn. Bovendien moet er een uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitser hebbenplaatsgevonden. Tip
daartoe even de ontspankop op de camera aan. In het display worden de maxi-male reikwijdte, overeenkomstig de ingestelde flitsparameters aangegeven.
6.1 Het instellen van de flitsparameters
Bij het voor het eerst op een knop drukken worden de displayverlichting geactiveerd
Afbankelijk van de ingestelde flitsfunctie worden in het menu verzillende flitsparameters aangegeven. Bij camera's met digitale overdracht van de gegevens worden de flitsparameters voor de diafragmawaarde (F), de brandpuntsfstand van het objectief (Zoom) en de lichtgevoeligheid (ISO) automatisch op de flitser ingesteld. De flitsparameters voor de diafragmawaarde (F) en de lichtgevoeligheid (ISO) kan denaar bij nicht worden veranderd.
Als de camera sommige flitsparameters Niet doorgeeft,要去en deze met de hand op de flitser worden ingesteld!
- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (zie hieronder) worden aangegeven.
De volgende flitsparameters zijn möglichk:
| TTL/E-TTL/A/E-TTL-HSS | M/M HSS | TLabel 1 |
| - | - | N Stroboscoop aantal flitsen |
| - | - | f Stroboscoop flitsfrequentie |
| - | P | P Met de hand in te stellen deelvermogen |
| F | F | F Diafragmawaarde |
| Zoom | Zoom | Zoom Reflectorstand |
| EV | - | - Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting |
| ISO | ISO | ISO Lichtgevoeligheid |
-
Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
-
Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
6.2 Diafragmawaarde (F)
Als er:tussen camera en flitser geen digitale overdracht van gegevens plaatsvindt,. konnen de diafragmawaarden (F) van 1,0 tot 45 (bij ISO 100) met de hand in.
stappen van een hele diafragmastop worden ingesteld. Voor de automatisch-flitsen- en de manual flitsfunctie M要去en camera en flitser op eenzelfde diafragmawaarde worden ingesteld.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'F' (F = dia-fragma) aangegeven worden.
- Met de PLUS / MINUS -toetsen stelt u dan de diafragmawaarde in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Bij de digitale overdracht van geevensCUSen camera en flitser kunnen ook tussenwaarden worden ingesteld. Voor de TTL-/E-TTL-flitsfunctie is de instelling van de diafragmawaarde op de flitser alleen voor de correcte weergave van de reikwijdte van belang, daarentegen Niet voor de functie!
6.3 Stand van de hoofdreflector (Zoom)
Als er geen digitale overdracht van gegevensCUSen camera en flitserplaats heeft gezonden können de reflectorstanden
24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm (kleinbeeld-formaat 24 × 36 ) met de hand worden ingesteld. In het display worden M-Zoom aangegeven
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'Zoom' worden aangegeven.
- Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste zoomstand in. Deinstellung treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Bij de digitale overdracht van gegevensCUSen camera en flitser worden de standen van de hoofdreflector automatisch ingesteld.
In het display staat dan A-Zoom.
6.4 Correcties op de flitsbelichting (EV)
Bij grote helderheitsverschillenussenonderwerp enachtergrund kan het nodig zich een met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting (EV)uit te voeren. Er zich correctiewaarden van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in derden van een stop in te stellen (zie ook 10.5).
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'EV' (EV = Exposure Value; diafragmawaarde) aangegeven worden.
- Met de PLUS / MINUS -toetsen de gewenste EV-waarde (= correctiewaarde) instellen. Deinstilling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
6.5 Lichtgevoeligkeit (ISO)
Als er geen digitale overdracht van gegevensussen camera en flitserplaats heeft gezonden, kannen de ISO-waarden voor delichtgevoeligheid van 6 tot 6400 met de hand worden ingesteld.
Voor de automatisch-flitsenfunctie A en de manual flitsfungtie M要去en camera en flitser op bezelfde ISO-waarden worden ingesteld.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display „ISO“ (ISO = lichtgevoelighed) worden aangegeven.
- Met de PLUS / MINUS -toetsen de ISO-waarde van de camera instellen. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Voor de E-TTL-flitsfunctie is de instelling van de ISO-waarde op de flitser alleen voor het correct weergeven van de flitsreikwijdtveereist, Niet echter voor het cor-rect functioneren!
6.6 Met de hand in te stellen deelvermogen (P)
In de manual flitsfungtie M en de stroboscopisch-flitsenfungtie 山山 is het flitsvermöen door het met de hand (manual) instellen van een deelvermögen (P) aan te passen aan de opnamesituatie. Het instelbereik strekt zich in de manuale flitsfungtie M uit van P 1/1 (vol vermogen) tot P1/256 in stappen van 1/3.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'Para'(parameter), dat in het display 'P' worden aangegeven.
- Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 ... 1/256) in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk op de toets 'Return' . Het display schakelt maar de normale weergave terug. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
In de stroboscopisch-flitsenfunctie 44 past zich het maximaal instelbare deelvermogen aan de ingestelde flitsparameters aan.
In de stroboscopisch-flitsenfunctie is het verlagen van het met de hand in te stellen alleen in hele stappen möglichk!
Bij het verlagen van de het aanl flitsen (N) en de flitsfrequentie (f) worden het deelvermogen Niet verlaagd!
7. Extra functies (menu 'Select')
De extra functies worden met de toets 'Sel' (Select) gekozen. Afhankelijk van het type camera en de ingestelde flitsfunctie staan er verschillende extra functies ter beschikking. Bij camera's die bepaalde extra functies Niet ondersteunen, worden deze in het menu eventuele niet aangegeven! Zie hiervoor ook Tabel 2!
7.1 Het instellen van extra functies
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Kies met behulp van de toetsen UP ▲ en DOWN▼ (het gewenste item, c.q. de extra functie. Het geselecteerde item worden voor een donker balkje goetond
De volgende extra functies staan, afhankelijk van de flitsfunctie en gebruekte camera ter beschikking:
| TTL/E-TTL/A/E-TTL-HSS | M/M HSS | |
| - | ||
| Beep | Beep | Beep |
| Remote | Remote | Remote |
| FB | - | - |
| Standby | Standby | Standby |
| ML | ML | ML |
| KEYLOCK | KEYLOCK | KEYLOCK |
| ZommExt | ZommExt | ZommExt |
| m / ft | m / ft | m / ft |
| Tabel 2 |
- Druk op de toets 'Set' en bevestig daarmee de keuze van de extra functie.
- Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN de gewenste instelling. Deze instelling treedt onmiddelijk in werkung
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Met de Beep-functie kan de gebruiker zich verschillende functies van het apparaat akoestisch lately melden. Daardoor kan de fotograaf zich geheel op+zijn onderwerp en de opnamen concentreren en hoeft hij Niet te letten op optische statusaanduidingen!
De Beep-functie geeft akoestisch het bereiken van de flitsparaatheid, de correcte belichting of een fouit in de bediening aan.
Akoestische melding na het inschakenen van de flitser:
- Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken pieje na het inschaken geeft de flitsparaatheid aan.
Beep-signalen na de opname:
- Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piepje, direct na de opname geeft aan dat de opname correct worden belicht en de flitser nog steeds paraat is. Als er onmiddelijk na de opname geen piepje opklinkt, dan is de opname onderbelicht.
- Een intermitterend (- - - ) piejie direct na de opname is het signal voor een correct belichte opname verwijl de flitserECHter pas na een volgende continu (ong. 2 s.)piep wee paraat is.
Beep-signalen bij de instellingen in de automatisch-flitsenfunctie:
- Een korte piep als alarm treedt op, wonneer bij de automatisch-flitsenfunctie de diafraAGMA- en ISO-instellenen tot het overschrijden van het regelbereik van het flitslicht zou leiden. Het automatiekdiafraAGMA worden dan automatisch in de dichtstbij liggende, toelaatbare waarde veranderd.
Bij ingeschakeld Beep-functie worden in het display ook het symbol aangegeven.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven worden.
- Selecteer met de toetsen UP en DOWN het item 'BEEP'. Het gekozen item worden gegen een donker balkje getoond.
- Druk op de toets 'Set' waarme u uw keuze bevestigt.
- Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u zich op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
In de flitsfuncties TL, ETL en automatisch A kan een flitsbelichtingstrupje (Flash-Bracketing FB) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrupje bestaat uit drie openvolgende flitsopnamen met elk een andere correctiewaarde.
Bij het instellen van een flitsbelichtingstrupje worden in het display FB en de correctiewaarde aangegeven. De correctiewaarden reiken van 1/3 tot 3 in derden van een diafragmawaarde.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display "Select' worden aangegeven.
- Kies met behulp van de toetsen UP en DOWN het item 'FB'. Het geseleeteerde item worden gegen een donker balkje aangegeven.
- Druk op de toets 'Set' waarme u uw keuze bevestigt.
- Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het
display na ong. 5 sec. waar de normale weergave terug.
Als 'FB 0' aangegeven worden is het flitsbelichtingstrapje gedeactiveerd.
- De eerste opname worden zonder correctie uitgevoerd. In het display verschijnt bovendien 'FB 1'.
- De tweede opname volgt met een minus-correctie. In het display worden bovendien 'FB 2' aangegeven en waar bij tevens de minus-correctiewaarde (EV).
- De derde opname worden met een plus-correctie uitgevoerd. In het display worden bovendien 'FB 3' aangegeven en waar bij tevens de plus-correctiewaar de (EV).
- Na de derde opname worden de functie flitsbelichtingstripje automatisch gedeactiveerd. De aanduiding 'FB' in het display dooft.
Bij het instellen van het flitsbelichtingstrupje worden de correctiewaarde algijd positief aangegeven!
Flitsbelichtingstrapje in de TTL-flitsfungtie
Een flitsbelichtingstrupje in de TTL-flitsfungtie kan alleen worden uitgevoerd als de camera het met de hand instellen van een correctie op de flitsbelichting op de flitser ondersteunt. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Als dat Niet het geval is, worden de drie opnamen zonder correctiewaarde uitgevoerd!
Flitsbelichtingstrupje in de automatisch-flitsenfunctie A
Voor het makes van een flitsbelichtingstripje in de automatisch-flitsenfunctie A is het type camera van geen betekenis.
7.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)
Bij de normale synchronisatie worden de flits onmiddelijk, zodra de sluiter geheel open staat, ontstoken (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). Dit is de standardfunctie en wordt door alle camera's uitgevoerd.
Sommige camera's bieden de möglichkheid van synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie). Daar bij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken, onmiddelijk voordat de sluiter begint dicht te gaan. Dit is vooral een voordeel bij opnamen met lange belichtingstijden (langer dan bijv.

1/30 seconde) en bewegende onderwerpen met een eigén lichtbron, où dat dan de bewegende lichtbronnen een lichtstaart anschter zich latent, in plaats van dat deze zich voör het onderwerp opbouwt. Met het synchroniseren bij het dicht-gaan van de sluiter krijgt u bij bewegende lichtbronnen een 'natuurlijker' weergave van de opnamesituatie! Afhankelijk van de erop ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan zijn flitssynchronisatietijd in.
- Bij de instelling 'REAR ON' vindt de synchronisatieplaats bij het richtgaan van de sluiter (zie 17.2).
- Bij de instelling 'REAR OFF' is de normale synchronisatie ingesteld.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'REAR' kiezen. Het geselecteerde item worden谈起en een donker balkje aangegeven.
- Druk op de toets 'Set', waarmee u de keuze van deze extra functie bevestigt.
- Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling uitvoeren. De insteling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terug schakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
De REAR-functie kan alleen worden ingesteld bij een camera die waar-voor geschikt is! Bij veel compactcamera's (PowerShot) moet de instelling op de camera zichplaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! De REAR-functie worden alleen op de flitser aangegeven, als de instelling ervan ook op de flitser plaats heeft gezonden.
7.5 Extended-zoomfungtie (Zoom Ext)
Bij de extended zoomfunctie worden de zoomstand van de hoofdreflector ten opzichte van de brandpuntsafstand van het objectief gereduceerd. De waaruit voortvloeieende bredere lichtbundel zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachtere flitsverlichting.
Voorbeeld:
De brandpuntsafstand van het objectief bedraagt 50~mm . De flitser stuart, bij ingestelde extended-zoomfunctie, de zoomstand van de hoofdreflector aan op 35~mm . In het display wordenichter wel 50~mm aangegeven.
- Bij de aanduiding 'EXT ON' is de extended-zoomfunctie geactiveerd.
- Bij de aanduiding 'EXT OFF' is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd.
Het instellen:
- Druk zo v aak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'ZoomExt' kiezen. Het geseleter-de item worden waar bij gegen een donker balkje gooond.
- Druk op de topets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
- Met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling UITvoeren. De instelling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terug schakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Na het activeren van de extended-zoomfunctie worden in het display, behalve de brandpuntsafstand, ook 'E-Zoom' aangegeven.
Het systeem bepaalt, dat de extended-zoomfunctie alleen voor brandpuntsaftstanden vanaf 28 mm en langer (kleinbeeld 24 × 36 ) kan wordenuitgevoerd.
7.6 Aanpassing aan het formaat van de opnamechip (Zoom-size)
BijCOMMINGe Digitale camera's kan de verlichtingshoek van de hoofdreflector worden aangepast aan het formaat van de opnamechip (afmetingen van het opname-element)
- Bij de aanduiding 'Size ON' is de aanpassing aan het chipformaat geactiveerd.
- Bij de aanduiding 'Size OFF' is de aanpassing aan het chipformaat gedeactiveerd.
Voorbeeld:
- De functie "ZoomSize" is ingeschakeld;
- de cropfactor (verlengingsfactor van de brandpuntsafstand) van de digitale camera is 1,5.
(De cropfactor worden automatics door de camera overgebracht); - op het objectief op de camera worden een brandpuntsafstand van 50mm ingesteld;
- de verlichtingshoek zou voldoende groot zijn als de hoofdflector van de mecablitz in de zoomstand 50mm × 1,5 = 75mm gezet zou worden. Daar de mecablitz darüber alleen de zoomstanden 70mm of 85mm biedt, worden als zoom-instilling 70mm ingesteld, zDat een volledige uitlichting gegardeerd is;
- door de zoomstand van 70mm resulteert dat in een brandpuntsafstand van 70mm: 1,5 = 46,6mm , in het display van de mecablit worden daarom "SZoom 47" aangegeven.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'ZoomSize'. Het geselecteerde staat gegen een donker balkje.
- Druk op de toets 'Set' waarmeu de keuze bevestigt
- Stel met de toetsen UP en DOWN de gewenste waarde in. Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk zo vaak op de toets 'Return', dat het display schakelt maar de normale weergave terug schakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. maar de normale weergave terug.
Na het activeren van de aanpassing aan het chipformat worst in het display, behalve de brandpuntsaftstand, "S-Zoom' aangegeven.
Zie voor verdere details de gebruiksaanwijzing van uw camera.
7.7 Draadloze bediening van de flitser (Remote)
- Bij de aanduiding 'Remote OFF' is de draadloze remote-functie gedeactiveerd.
- Bij de aanduiding 'Remote Master' werkdt de flitser als sturende masterflitser op de camera.
- Bij de aanduiding 'Remote slave' werkdt de flitser, losgekoppeld van de camera, als slaafflritser. Zie ook hoofdstuk 19
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'Remote'uit. Het gekozen item worden gegen een donker balkje getoond.
- Druk op de toets 'Set' om uw keuze te bevestigen.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display waar aan de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. waar de normale weergave terug.
7.8 Schakelen tussen meter en feet (m / ft)
De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser kan maar keuze in meters m of in feet ft plaatsvinden. De instelling vindt in het item m / ft plaats.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets "SEL', dat in het display "Select' wordt aangegeven.
- Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'm/ft'uit. Het geseleerde item worden谈起en een donker balkje getoond.
- Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
-
Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.
-
Bij de aanduiding 'm' worden de afstanden in meters aangegeven.
-
Bij de aanduiding 'ft' worden de afstanden in feet aangegeven.
-
Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display waar maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug�a de normale weergave.
7.9 Hulphreflector
De hulpreflector ⑨ dient voor het frontaal ophelderen als de hoofdreflector ⑦ voor indirect flitsen maar de zijkant ofaar boven is gezwenkt (zie 10.3). Is de hoeveelheid Licht uit de hulpreflector ⑨ te groot, dan kan deze tot 1/2, c.q 1/4 worden verminderd.
- Installing 'Off': hulpreflector uitgeschakeld;
- Instelling 'P 1 / 1': de hulprojeflector werkt op vol vermogen;
- Installing 'P1 / 2': de hulpreflector werkt op half vermogen;
- Installing ' P1 / 4': de hulpreflector werk op 1/4 van zijn vermogen.
Bij geactiveerde hulpreflector 念 wordt na het opslaan het symbol in het display aangegeven.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Kies met de toetsen UP en DOWN het item uit. Het geselecteerde item worden一起去en een donker balkje getoond.
- Druk op de toets 'Set' om de keuze van de extra functie te bevestigen.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.
Let ook op de aanwijzingen in paragraaf 10.3!
7.10 Instellicht (ML) 'Modelling Light'
Bij het instellicht gaat het om een stroboscopisch flitslicht met hoge freqentie. Bij een duur van ong. 3 seconden ontstaat de indruk van een quasi continu Licht. Met het instellicht kan de Lichtverdeling reeds voor de opname worden beoordeeld.
- Bij de aanduiding 'ML ON' is het instellicht geactiveerd.
- Bij de aanduiding 'ML OFF' is het instellicht gedeactiveerd.
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Kies met de toetsen UP en DOWN het item 'ML'uit. Het geselecteerde item verschijnt gegen een donker balkje.
- Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. Deinstling treedt onmiddelijk in werkung.
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.
Na activeren van de instellichtfunctie worden via de aanduiding van flitsparaatheid 16 c.q. de ontspankop voor handbediening 16 het symbol aangegeven. Bij druk op de handontspankop 16 van de flitser wordt het instellicht ontstoken.
Als de flitser als master in het draadloos remote-systeem werkdt, worden tegelijk met het ontsteken van zijn instellicht dat van de slaafflitser(s) ontstoken (zie 19.4).
De hulpreflector ⑨ worden door de instellichtfunctie Niet ondersteund!
7.11 Automatische uitschakeling (Standby)
In de fabriek is de flitser zo ingesteld, dat hij ong 10 Minutes -
-
na het inschakelen;
-
na het ontsteken van een flits;
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
- na uitschakelen van het belichtingsmeetsystem in de camera ...
... in de stand-by functie schakelt (Auto-OFF) om energie te sparen en de voeding te beschemmen gegen onbedoeld ontladen. De aanduiding van flitsparaatheid ④ en de aanduidingen in het LC-display doven UIT.
De hetIRST ingestelde flitsfungtie lijft na de automatische uitschakeling in het geheugen van de flitser behouden en staat onmiddelijk na het inschaken weer ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. or het aantippen van de ontspanknp op de camera wee ingeschakeld (Wakeup functie).
Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd Niet te gebruiken, moet u het appararat.altijd via+zijn hoofdschakelaar ⑤ uitschakelen!
Bij geactiveerde automatische uitschakeling worden in het display © aangegeven. De flitser schakelt als hij Niet worden gebruikt na een of tien minutes in de stroom-besparende stand-by toestand. Om hem waar in te schakelen drukt u op een willekeurige toets, c.q. op de ontspankop van de camera. (Wake-Up functie).
Het instellen:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'Standby'. Het geselecteerde item worden waar bij wegen een donker balkje getoond.
- Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. De in stelling treedt onmiddelijk in werkung.
-
Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.
-
Bij de aanduiding 'Standby 10 min' vindt de automatische uitschakeling na 10 minutes plaat;
-
bij de aanduiding 'Standby 1 min' vindt de automatische uitschakeling na 1 minut plaat;
- Bij de aanduiding 'Standby OFF' is de automatische uitschakeling gedacti-veerd.
7.12 Vergrendeling van de toetsen (KEYLOCK)
Met de functie voor het vergrendelen van de toetsen (KEYLOCK) kan den de toetsen van de flitser gegen onbedoeld verstellen worden vergrendeld. Als de toetsvergrendeling via drie toetsen geactiveerd is, worden in het display het symbol omangegeven.
Het activeren van de toetsenvergrendeling:
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' worden aangegeven.
- Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ het item 'KEYLOCK'. Het geseleterde item worden waar bij gegen een donker balkje getoond.
- Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.
- Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN▼ de gewenste instelling in. De in stelling treedt onmiddelijk in werkung.
-
Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display maar de normale weergave terugschakelt. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug maar de normale weergave.
-
Bij de aanduiding 'KEYLOCK ON?' worden de toetsenvergrendeling geactiveerd;
- Bij de aanduiding 'KEYLOCK OFF?' worden de toetsenvergrendeling gedacti-veerd.
Het opheffen van de toetsenvergrendeling:
Bij het drukken op een toets verschijnt in het display de aanduiding 'UNLOCK? Press these keys' Als aanwijzing dat de toetsen vergrendeld zijn verschijnt het symbol Om de toetsen te ontgrendelen moet u de beiden middelste toetsen ong. 3 seconden ingedrukt honden. Het display schakelt maar de normale weergave terug als de toetsenvergrendeling is opgeheven.
8. Motorisch gesturde zoomreflector
Het aanpassen van de zoomstand van de hoofdreflector kan bij objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 24mm (kleinbeeld 24× 36mm )plaatsvinden. Voor objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 18mm kan de ingebouwde groothoekdiffusor ② voor de hoofdreflector ⑦ worden geklapt.
De volgende zoomstanden staan ter beschikking:
24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm en 105 mm.
((om)gerekendaarkleinbeeldformaat 24× 36mm )
Bij gebruik van de groothoekdiffusor ② wordt de hoofdreflector ⑦ automatisch in de stand 24 mm gestuurd! In het display worden, vanwege de groothoekdiffusor, 18 mm aangegeven (zie 9).
Automatische aanpassing van de zoomreflector
Hierbij past de zoomstand van de hoofdreflector ⑦ zich automatisch aan de brandpuntsafstand van het objectief aan. In het display van de flitser worden „A-Zoom" en de reflectorstand (mm) aangegeven.
Aanpassen van de zoomstand met de hand
Als de camera de parameter voor de brandpuntsafstand van het objectief, c.q. voor de zoomstand ervan, Niet doorgeft,要去 de zoomstand van de flitsreflector met de hand worden ingesteld. In het display wordt dan „M-Zoom" aangegeven. Voor het instellen: zie 6.3.
Als u een zoomobjectief gebruikt en Niet absolut het volle richtgetal en de reikwijdte van de flitser nodig heeft,kest u de stand van dehoofdreflector op die aanvangsbrandpuntsafstand van het zoomobjectief latent staan. Daarmee wordt gegarandeerd,dat uw onderwerpaltijd geheel worden verlicht. U bespaart zich daarmee het voordurendmoeten aanpassen aan de ingestelde brandpuntsafstand van het objec-tief.
Voorbeeld:
U gebruikt een zoomobjectief met een brandpuntsaftstand van 35mm tot
105 mm. In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector in op 35 mm!
Met de hand verstellen van de zoomstand bij A-Zoom
De zoomstand van de hoofdreflector ⑦ kan ook bij het gebruik op een camera die de gevevens doorgeeft, veranderd worden, bijv. om bepaalde verlichtingseffecten te verkuijen (bijv. hot-spot enz.).
Zie ook 6.3
Na het opsloan wordt „M-Zoom" in het display aangegeven.
TerugzettenaardeA-Zoofunctie
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gegevensCUSen camera eb flitserplaats kan vinden.
- De zoomstand zo vaak veranderen, dat in het display „A-Zoom“ aangegeven worden.
9. Groothoekdiffusor
Met de groothoekdiffusor ② worden de verlichtingshoek van de flitser aangepast aan objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat). Trek de groothoekdiffusor ② uit de hoofdreflector ⑦ tot de aanslag maar voren en LAST hem los. De groothoekdiffusor klapt automatisch maar beneden.
De hoofdreflector worden automatisch in de vereiste stand gestuurd. In het display worden de afstandswaarden en de zoomwaarde aanr 18 mm gecorrigeerd.
Voor het inschuiven de groothoekdiffusor ② 90^ omhoog klappen en helemaal inschuiven.
10. Flitstechnieken
10.1 Indirect flitsen
Door indirect te flitsen worden het onderwerp zachter verlicht en vermindert de duidelijke schaduwerking. Bovendien worden naturukundig bepaalde lichtafval van voor- totchyerndrond gereduceerd.
Voor indirect flitsen kan de hoofdreflector ⑦ van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt. Om kleurzwemen in de opnamen te vermijden要去 het reflecterende vlak liefst neutraal van kleur, c.q. wit+zijn. Voor een frontale opheldering kan extra de hulpreflector ⑨ in het menu 'Select' worden geactiveerd (zie 7.9).
Bij verticaal zwenken van de hoofdreflector moet u er op letten, dat hiji voldoende gezwenkt worden, zodate er geen direct Licht op het onderwerp kan vallen. Zwenk dus minstens tot de 60^ klikstand.
Bij gezwenkte hoofdreflector vindt in het display geen aanduiding van de reikwijdte plaat.
10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart
Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectorkaart ① können bij Personen als volgt spitslichtjes in de ogen worden verkreten:
Zwenk de reflectorkop 90^ naar boven;
- trek de reflectorkaart ① samen met de groothoekdiffusor ② boven uit de reflectorkop maar voren;
- houd de reflecterende kaart ① vast en schuif de groothoekdiffusor ② terug in de reflectorkop.
10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector
Bij gezwenkte hoofdreflector ⑦ kan als extra voor frontale opheldering van het onderwerp de hulpreflector ⑨ via het menu 'Select' worden geactiveerd.
Het gebruiken van de hulpreflector ⑨ is in principe alleen zinvol en möglichk als de hoofdreflector ⑦ gezwenkt is. Als de hoofdreflector Niet gezwenkt is, worden de hulpreflector bij de opname Niet ontstoken.
Bij geactiveerde hulpreflector worden de flitsenergie verdeel: ong. 85% gaat maar de hoofd- en 15% maar de hulpreflector. Bij het flitsen met een deelvermogen konnen deze waarden iets afwijken. Is de hoeveelheidlicht vanuit de hulpreflector te groot, dan kan deze via het menu 'Select' tot 1/2 worden verminderd (zie 7.9).
De hulpreflector worden door de functies stroboscoop, instellicht ML en remote Niet ondersteund! De hulpreflector geeft geen Licht af, als de hoof-dreflector in zijn normale stand staat of maar beneden gezwenkt worden.
10.4 Dicht bijopnamen / macro-opnamen
In het dichtbijbereik en bij macro-opnamen kan door de parallaxfoutussen flitser en objektief aan de onderrand van het beeld het onderwerp afgeschaduwd worden. Om dit te vermiiden kan de hoofdeflector met een hoek van
-7° maar beneden worden gezwenkt. Druk waaroor op de ontgrendelknop ⑬ van de reflector en zwenk hem�<|im_start|>
Is de hoofdreflector waar beneden gezwenkt dan worden dat in het display aangegeven met "TILT".
Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand aangehoven要去 worden om overbelichting te vermijden.
De minimale flitsafstand bedraagt ont. 10% van de in het LC-display aangegeven reikwijdte. Let er ook op, dat bij dichtbijopnamen het flitslicht Niet door het objectief afgeschermd worden!
10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting
De belichtingsautomaat van de flitser en van de meeste camera's is afgestemd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen).
Een donkere achtergrund die veel Licht absorbeert of een lichte achtergrund (bijv. bij gegenlichtopnamen) of een die sterk reflecteert kan tot over- c.q. onderbelichting van het onderwerp leiden.
Om bovengenoemd effect te compenseren kan de flitsbelichting met de hand via een correctiewaarde aan het onderwerp worden aangepast. De hoogte van deze correctiewaarde hangt af van het contrastussen onderwerp en achtergrond!
Op de flitser kuren, zowel in de TTL - en E-TTL - flitsfunctionies als bij automatisch flitsen, met de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van-3 EV (diafragmawaarden) tot +3 EV (diafragmawaarden) in stappen van een derde stop worden ingesteld.
Veel camera's hebben een instelmogelijkheden voor de belichtingscorrecties, die ook bij de TTL-flitsfunctie te gebruiken zijn.
Donker onderwerp gegen een lichte achechtergrund:
Positieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot +2 diafragmawaarden EV).
Licht onderwerp gegen een donkere achechtergrund:
Negativcve correctiewaarde (ongeveer -1 tot -2 diafragmawarden EV).
Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijde in het display van de flitser veranderen en aan de correctiewaarden worden aan-gepast (afhankelijk van het type camera). Instelling: zie 6.4.
Het met de hand corrigeren van de flitsbelichting kan bij de TTL-flitsfunctie alleen danplaatsvinden, als de camera die functie ook ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Als de camera die functie Niet ondersteunt blijft de ingestelde correctiewaarde buiten werkinq. Bij verschillende types camera, bijv. compactcamera's, moet een met de hand in te stellen correctiewaarde op de flitsbelichting op de camera zich worden ingesteld. In het display van de flitser wordt dan geen correctiewaarde aangegeven.
11. Aanduiding van flitsparaatheid
Zodra de flitscondensator opgeladen is,licht op de flitser de aanduiding van flitsparaatheid ④ ) op en geeft daarmee aan,dat de flitser gereed is.Dat beteKent,dat bij de volgende opname flitslicht kan worden gebruikt.Het signaal van de flitsparaatheid wordenaar de camera overgebracht en zorgt in de zoeker waarvan voor de overeenkomstige aanduiding (zie 14).
Wordt een opname gemaakt voordat in de zoeker van de camera de aandui-ding van flitsparaatheid oplicht, wordt er geen flits ontstoken en kan de opname wellicht verkeerd worden belicht, als de camera reeds maar de flitssynchronisa-tietijd (zie 12) is omgeschakeld.
De in de flitser ingebouwde meerzone AF-meetflits ⑪ kan door AF-camera's alleen bij aangegeven flitsparaatheid geactiveerd worden (zie 18)!
12. Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd
Afhankelijk van het type camera en de erop ingestelde camerafunctie worden de ingestelde belichtingsstijd bij het bereiken van de flitsparaatheid omgeschakeld waar de flitsssynchronisatietijd.
Verschillende camera's beschikken over een synchronisatiebereik, bijv. 1/30 s. tot 1.125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Welke synchronisatie-tijd de camera dan aanstuurt hangt van de helderheid van de omgeving en de brandpuntsafstand van het gebruekte objektief af.
Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd konnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen synchronisatie (zie ook de gebruiksaanwijzing van uw camera en 17) worden toegepast.
Bij camera's met een centraalsluiter (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera) en bij de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie 17.4) vindt geen automatische omschakeling waar de flitsssynchronisatie plaats. Daardoor kan er met alle belichtingstijden geflitst worden. Als u城县 het volle vermogen van de flitser nodig heeft, gebruik dan geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s.
13. Aanduiding van de belichtingscontrole
De aanduiding van belichtingscontrole „o.k.” ⑭licht alleen op, als de opname in de TTL - / E-TTL - flitsfunctie, c.q. de automatisch-flitsenfunctie correct verw belicht!
Verschijnt de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' 14 na de opname Niet, dan is de opname onderbelicht en moet u de eerstvolgend lagere diafragmawarde instellen (bijv. diafragmawarde 8 in planta vs dafragmawarde 11) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterende vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen en de opname herhalen. Let op de aanduiding van de flitsreikwijde in het display van de flitser (zie 15).
14. Aanduidingen in de zoeker van de camera
Flitssymbol knippert:
Aanduiding, dat het gewenst worden, de flitser in te schakelen (bij sommige camera's).
Flitssymbol 4 verschijnt:
De flitser is paraat (bij sommige camera's).
Sommige camera's hebben in de zoeker een functie waar bij gegen foute belichtingen kan worden gewaarschuwd: knippert de in de zoeker aangegeven diafragmawaaarde, de belichtingstijd of beiden, dan treedt er een te krappe of te ruime belichting op.
Principes bij belichtingsfouten:
Bij teruime belichting: Niet flitsen!
- Bij te krappe belichting: schakel de flitser in of gebruik een statief en een langere belichting.
In de verschillende belichtings- en automatische programma's kuren verschillende oorzaken aan een foute belichting ten grundslag liggen.

Lees voor de aanduidingen in de zoeker de gebruiksaanwijzing van uw camera na wat voor uw type camera geldend is.
15. Aanduiding van de flitsreikwijdte
In het display van de flitser worden de waarde van de maximale reikwijdt de het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde is gebaseerd op een reflectiegraad van 25% van het onderwerp, die voor de meeste opnamesituaries geldt. Sterke afwijkingen van de reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zeer zwak reflecterende onderwerpen konnen de reikwijdt beinvloeden.
In de TTL-, E-TTL- en automatisch-flitsenfunctie is het het Beste wanner het onderwerp zich ongeveer in het midden van de aangegeven waarde bevindt. Daarmee worden de belichtingsautomatiek voldoende spelruimte geboden voor
een gelijkmatige verlichting. De minimale flitsafstand mag nicht minder dan 10% van de aangegeven waarde bedragen om overbelichting te vermijden! De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde worden bereikt.
In de manual flitsfungtie M worden de afstand tot het onderwerp aangegeven die voor een correcte belichting moet worden aangehouden. De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragma-waarde van het objectief en door te kiezen:tussen vol en een deelvermogen 'P' worden bereikt.
De reikwijdte kan maar keuze in meter (m) of feet (ft) plaatsvinden (zie 7.8). Bij gezwenkte hoofdreflector worden geen reikwijdte aangegeven!
15.1 Automatisch aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte
Bij camera's die de parameter voor de lichtgevoeligheid ISO, de brandpuntsafstand van het objectief (mm), diafragmawaarde en correcties op de belichting aan de flitser doorgeft, past de flitser zijn instellenen aan automatisch op aan. Uit de flitsparameters en het richtgetal worden de maximale flitsreikwijdte berekend en in het display aangegeven.
Daarvoort het zullen camera en flitser een uitwisseling van geveenplaatsvinden
15.2 Met de hand aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte
Als de camera geen gegevens aan de flitser doorgeeft, dan要去en, om een betrouwbare aanduiding van de maximale reikwijdte te kriijgen, de parameters betreffende de zoomstand van de reflector, delichtgevoeligheid ISO en de diafragmawaarde met de hand op de flitser worden ingesteld (zie 6).
15.3 Overschrijding van het aanduidingenbereik
De flitser kan reikwijdte tot maximaal 199 m, c.q. 199 ft aangeven. Bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en große diafragmaopeningen kan het aanduidingenbereik worden overschreden. Dit wordt door een pijl, c.q. driehoekjechyter de afstandswaarde aangegeven.
16. Opslaan van de flitsbelichting FE
Sommige Canon camera's bieden de möglichkheid de gegevens van een flitsbelichting op te sloan FE (FE = flash exposure). Deze functie worden in de flitsfunctie E-TTL ondersteund.
Met het opstaan van de flitsbelichting FE in de E-TTL-functie kan voorafgaand aan de eigenlijke belichting reeds de dosering van de flitsbelichting voor de navolgende opname worden vastgelegd. Dit is zinvol als de flitsbelichting要去 worden afgestemd op een bepaalde uitsnedeuit het onderwerp die Niet persé identiek is aan het hoofdonderwerp.
Stel op de flitser de E-TTL-functie in (zie 5.2). Het AF-meetveld van de camera要去 worden gericht op de uitsnede waarop de flitsbelichting要去 worden afgestemd. Stel scherp. Met het bedieren van de FE-toets op de camera (de aandui-ding waarvan kan per type camera verschillen: zie de gebruiksaanwijzing van uw camera) ontsteekt de flitser een FE-proefflits. Met behulp van het gereflecteer-de Licht van deze FE-proefflits legt de meetelektronica van de camera de flitsbelichting maarop vast. Op het eigenglijke hoofdonderwerp kan dan met de AF worden scherpgesteld. Na het bedieren van de ontspankop op de camera worden de opname met de vooraf bepaalde flitsbelichting worden gemaatk!
Het systeem laut nicht toe, dat veranderingen in de verlichtingssituatie, die na de FE-proefflits plaatsvinden, bij de opname nog in acht worden genomen!
Bij verschillende camera's wordt het opstaan van de flitsbelichting FE in het groene 'geheel automatisch geprogrammeerd' flitsen Niet ondersteund (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!
17. Flitssynchronisatie
17.1 Normale synchronisatie
Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichting ontstoken (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standardfunctie die dan ook door alle camera's wordt ondersteund.
Voor de meeste flitsopnamen is dit de meest geschikte synchronisatie. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde functie waar de flitsssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijdenussen 1 / 30 s. en 1 / 125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft voor deze functie niets voor te worden ingesteld en vindt er ook geen aanduiding plaats.
17.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie)
Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flits te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functionie). Daar bij wordt de flits pas aan het einde van de belichting ontstoken. Daar bij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken, ommiddelijk voor de sluiter begint dicht te gaan. Dit is vooral een voordeel bij opnamen met langere belichtingstijden (langer dan bijv. 1/30 seconde) en bewegende onderwerpen met een eigénlichtbron, waar dat dan de bewegende Lichtbronnen een lichtstaart acheer zich laten, inplaats van dat.Deze zich voor het onderwerp opbouwt. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter krijt u bij bewegende Lichtbronnen een naturelker van de opname-situatie! Afhankelijk van de erop ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan+zijn flitsssynchronisatietijd in.
Bij sommige camera's is in bepaalde functies (bijv. bepaalde Vari-, c.q. onderwarpssprogramma's) de REAR-functie Niet möglichk. De REAR-functie is dan nicht te kiezen, c.q. worden automaticisch gewist of Niet uitgevoerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).
- Bij de instelling 'REAR ON' vindt de synchronisatieplaats bij het dichtgaan van de sluiter;
- Bij de instelling 'REAR OFF' is de normale synchronisatie ingesteld.
De REAR-functie kan alleen bij het gebruik van een camera in het menu 'Select' van de flitser worden geseleeteerd en ingesteld! De REAR-functie wordt alleen op de flitser aangegeven, als de instelling op de flitser is gedaan.
17.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW
Sommige camera's bieden in bepaalde functies de mogelijkheid tot flitsopagramen
in combinatie met een lange belichtingstijd. In deze functie hebt u de mogelijkkeid om in schemerlicht of bij avond de achtergrund van de opname beter in beeld te kriijgen. Dit worden bereikt door belichtingstijden die aangepast zich aan de lage omgeveingshelderheid. Maar bij worden door de camera automatisch belichtingstijden gekozen, die longer zich dan z^ flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera's wordt de synchronisatie met lange belichtingstijden in bepaalde cameraprogramma's (bijv. bij diafragmavoorkeuze 'Av', nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft u voor deze functie niets in te stellen en vindt er ook geen aanduiding plaat.
Gebruik bij lange belichtingen een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te voorkommen!
17.4 Automatische HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden
Sommige camera's ondersteunen de automatische HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruksaanwijzing van uw camera). Met deze flitsfungtie is het mogelijk, de flitser ook bij korte belichtingstijden dan de flitssynchronisatiejtd te gebruiken. Interessant is deze functie bijv. bij portretopnamen in zeer lichte omgevingen en door een wijd geopend diafragma (bijv. F 2.0) de scherptediepte begrensd moet worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de flitsfuncties E-TTL (E-TTL HSS) en M (M HSS). Natuurkundig bepaald, worden door de synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS ether het richtgetal en daarmee ook de reikwijdte van de flits soms flink beperkt! Let waarom op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser! De HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden worden automatisch uitgevoerd als op de camera automatisch door het belichtingsprogramma of met de hand een korte tijd dan de flitssynchronisatiejtd ingesteld is.
Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden ook van die belichtingstijd affankelijk is: hoe korte de belichtingstijd, des te lager het richtgetal! De instelling vindt via het Mode-menu plaat (zie 5.1).
18. Meerzone AF-meetflits
Zodra er nicht meer voldoende omgevingslicht om voor automatisch scherp te konnen stellen, worden door de camera demeerzone AF-meetflits ⑪ in de flitser geactiveerd. Daar bij worden een streeppatroon op het onderwerp gprojekteerd waar de camera op kan scherpstellen. De reikwijdtde bedraagt, affankelijk van de geselecteerde AF-sensor in de camera, ont. 6 ... 9 m (bij standardobjectief 1,7 / 50 mm). De maximale reikwijdtde worden met de centrale AF-sensor van de camera bereikt. Wegens de parallax:tussen objectief en de AF-meetflits in de flitser bedraagt de zicht bij-instelgrens met de AF-meetflits ont. 0,7 m tot 1 m.
U Om de camera de AF-meetflits 10 te lien activeren, moet op de camera de autofocusfunctione 'Single-AF (S)' ingesteld zich en de flitser要去 flitspaarat zich. Sommige cameratypes ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. Demeerzone AF-meetflits 11 van de flitser wordt dan Niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera's;zie de gebruik-saanwijzing van uw camera)!
Zoomobjectieven met een geringe Lichtsterkte{kunnen de reikwijdte van de meerzone AF-meetflits behoorlijk beperken!
Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits van de flitser. Wordt dan een decentrale sensor geselec- teerd, dan worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd!
19. Draadloze remote-functie
De draadloze remote-function is compatible met het Canon-E-TTL-Remote-sytem. Het remote-system bestaat uit een masterflitser op de camera en een ofmeer slaafflitsers. De slaaffliser(s) worden (-en) draadloos door de hulpreflector van de masterflitser draadloos op afstand ontstoken. Hetlicht van de hulpreflector draagt Niet bij aan de belichting van de opname.
De slaafflitser worden in een van drie mogelijke groepen (A, B of C) ingedeeld (zie de Foto op de omslagzijde). Daar bij kan elke grop uit een ofeer slaafflitsers bestaan.
Het totale remotesystem kan zowel met de functie E-TTL of M worden uitgevoerd.
Het veranderen van de flitsfunctie moet in de masterflitser in de slaafgroep A worden uitgevoerd. De in deze slaafgroep A uitgevoerde verandering geldt dan voor het gehele system, dus ook voor de slaafgroepen B en C en op de masterflitser M.
De flitsfungtie (E-TTL of manual M) van het gehele remote-system wordt met de keuze van de flitsfungtie voor slaafgroep A vastgelegd.
Om er voor te zorgen dat meertere remote-systemen in eenzfeldte ruimte elkaar Niet storen,staan vier verschillende remote-kanalen ter beschikking.
Master- en slaafflitsers die bij een zelfde remote-system horen,要去 op het-zelfde kanaal worden ingesteld. De slaafflitsers要去en met hun ingebouwde sensor voor draadloze afstandsbediening ③ het Licht van de masterflitser konnen ontvangen.
De remote-flitsfungtie ondersteunt ook de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter. De hulpreflector wordt door het remote-systemen nicht ondersteund. In de remote-functie verschijnt er geen aanduiding van een reikwijdte in het display van de flitser.
19.1 Instellen en uitschakelen van de remote-functionie
- Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven worden.
- Kies met de toetsen UP en DOWN het menupunt 'Remote'. Het geseleerde worden gegen een donker balkje getoond.
- Druk op de toets 'Set', waarmee u de keuze van 'Remote' bevestigt.
- Stel met de toetsen UP en DOWN 'Remote Master' voor de master-functionie, 'Remote Slave' voor de slaaffunctie, c.q. 'Remote OFF' voor het deactiveren van de remote-functionie in. De instelling treedt onmiddelijk in werkking.
- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het displayeer tot de normale aanduidingen terugkeert. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het
display na ong. 5 s. automatisch waar de normale weergave terug.
19.2 Installingen op de masterflitser
De slaafgroepen A en B zijn alshtijd geactiveerd. Deze kuren nicht worden gedeactiveerd! De masterflitser-M en de slaafgroep C kuren wel geactiveerd of gedeactiveerd worden! Bij geactiveerde masterflitser heeft het flitslicht van masterflitser alleen nog een sturende functie en neemt het geen deel aan de belichting van de opname!
Met de toets 'Para' kennen na elkaar de instellingen van de masterflitser M en de slaafflitsers van de groepen A, B en C worden opgeroepen.
Canon E-TTL-Remote
Het instellen van sloafgroep A
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display A (voor slaafgroep A) worden aangegeven.
- Terwijl A aangegeven is, moet u zo vaak op de toets 'Mode' drukken, dat naast de A de aanduiding TTL (= E-TTL-Remote) verschijnt.
- Zolang A TTL aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een correctie op de flitsbelichting van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in stappen van een derde stop voor de slaafflitsers van groep A ingesteld worden.
- Met de toets 'Return' de installing opslaan. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, worden de instelling na ong. 5 s. automatisch opgeslagen.
Het instellen van slaafgroep B
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display B TTL (voor slaafgroep B) worden aangegeven.
-
Zolang B TTL aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een correctie op de flitsbelichting van - 3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in stappen van een derde stop voor de slaafflitsers van groep B worden ingesteld.
-
Met de toets 'Return' de instelling opslaan. Als u Niet op de toets, Return' drukt, worden de instelling automatisch na ong. 5 s. opgeslagen.
Het instellen van sloafgroep C
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display C, c.q. C TTL (voor slaafgroep C) worden aangegeven.
- Druk, om slaafgroep C te activeren, zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display C TTL (voor slaafgroep C) worden aangegeven. Zolang C TTL aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een correctie op de flitsbelichting van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in stappen van een derde stop voor de slaafflitsers van groep C worden ingesteld.
- Druk, om groep C te deactiveren zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display alleen nog C worden aangegeven.
- Met de toets 'Return' de installing opslaan. Als u Niet op de toets, 'Return' drukt, worden de instellingen na ong. 5 s. automatisch opgesla-gen.
Het systeem bepaalt, dat de instellenen voor de slaafgroep C na het opslaan Niet in het display van de masterflitser worden weergegeven, maar dat ze alleenijdens het instellen zichtaar zijn.
Het instellen van een remote-kanaal
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display 'Ch' worden aangegeven.
- Stel met de toetsen (+) en (-) het remote-kanaal in.
- Sla met druk op de toets 'Return' de instelling op. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, worden de instellenen na ong. 5 s. automatisch opgesla-gen.
Het instellen van de zoomstand van de reflector
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display 'Zoom' worden aangegeven.
- Stel met de toetsen (+) en (-) de zoomstand in.
- Sla met druk op de toets 'Return' de instelling op. Als u Niet op de toets
'Return' drukt, worden de instellingen na ong. 5 s. automatisch opgeslagen. Het instellen van de masterflitser
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display M, c.q. M TTL (voord masterflitser) worden aangegeven.
- Druk, om de masterflitser te activeren, zo vaak op de toets 'Mode', dat in het dislay M TTL worden aangegeven. Zolang M TTL aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een correctie op de flitsbelichting van -3 diafragmawaarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in énderde van een stop voor demasterflitser worden ingesteld.
- Druk, om de masterflitser te deactiveren zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display alleen nog M worden aangegeven.
- Met druk op de toets 'Return' de instelling opslaan. Als u Niet op de toets 'Return' drukt, worden de instelling na ong. 5 s. automatisch opgeslagen.
Canon Manual-Remote
Het instellen van sloafgroep A
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display A (voor slaafgroep A) worden aangegeven.
- Zolang A aangegeven staat drukt u zo vaak op de toets 'Mode', dat naast A de aanduiding M (= manual remote) verschijnt.
- Zolang de aanduiding A M aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een deelvermogen 1/1 tot 1/256 voor de slaafflitsers van groep A worden ingesteld.
Het instellen van slaafgroep B
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display B M (voor slaafgroep B) worden aangegeven.
- Zolang de aanduiding B M aangegeven is, kan met de toetsen (-) en (+) een deelvermogen van 1/1 tot 1/256 voor de slaafflitsers van groep B worden ingesteld.
Het instellen van groep C
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display C, c.q. C M (voor slaaf-groep C) worden aangegeven.
- Druk, om slaafgroep C te activeren zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display CM (voor slaafgroep C) worden aangegeven. Zolang de aanduiding CM aangegeven is, kan met de toets (-) en (+) een deelvermogen van 1/1 tot 1/256 voor de slaafflitsers van groep C worden ingesteld.
- Om de slaafgroep C te deactiveren, drukt u zo vaak op de toets 'Mode', adt in het display alleen nog C wordt aangegeven.
Het instellen van een remote-kanaal
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display 'Ch' aangegeven worden.
- Stel met de toetsen (+) en (-) een remote-kanaal in.
Het instellen van de zoomstand van de reflector
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display 'Zoom' staat aangegeven.
- Stel met de toetsen (+) en (-) de zoomstand in.
Het instellen van de masterflitser
- Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display M, c.q. M TTL (voord de masterflitser) worden aangegeven.
- Druk, om de masterflitser te activeren, zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display M M worden aangegeven. Zolang M aangegeven is, kan met de toets (-) en (+) een deelvermogen van 1/1 tot 1/256 voor de masterflitser worden ingesteld.
- Druk, voor het deactiveren van de masterflitser zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display alleen nog M worden'aangegeven.
19.3 Installingen op de slaafflitser
- Met de toets 'Para' na elkaar de instellingen voor het kiezen van de slaafgroep 'Group', het remote-kanaal 'Channel' en de reflectorstand 'Zoom' selecteren. Het instellen van de gewenste slaafgroep, c.q. het remote-kanaal en de zoomstand van
de reflector vindt waar bij met de toeursen (-) en (+)plaats.
De slaafflitser要去hetzelfde remotekanaal als de masterflitser worden ingesteld! De flitsfunctie van de slaafflitser (E-TTL-Remote, c.q. manu-al-remote) kan Niet op de slaafflitser worden ingesteld, omdat de sturing door de masterflitser automatisch plaatsvindt!
- Sla met de toets 'Return' de installingen op. Als u Niet op de toets 'Return'
drukt, worden de instelling na on g. 5 s. automatisch opgeslagen.
19.4 Controlleren van de remote-functionie
- Zet de slaafflitsers net zo neer, als voor de latere opname gewenst is.
- Wacht af dat alle deelnemende flitsers flitsparaat+zijn. Bij de slaafflitsers knippert de AF-meetflits als ze flitsparaat+zijn. Activeer eventuel de akoestische meldingen (Beep; zie 7.2).
- Druk op de masterflitser op de ontspanknop voor handbediening 4 16 om een proefflits te ontsteken. De slaafflitsers reageren elk per groep naelijk, iets vertraagd, met een proefflits. Als een slaafflitser geen proefflits afgeeft, controer dan de instelling van het remote-kanaal en de slaafgroep. Corrigeer de positie van de slaafflitser zodat deze het Licht van de masterflitser ongehinder kan ontvangen.
20. Batterijwaarschuwing
Als in het display van de flitser het batterijsymbol verschijnt, moet u zich van verse batterijen / accu's voorzien, c.q. verrangt u de strooombronnen door verse batterijen / accu's. Zie ook 3.2.
21. Onderhoud en verzorging
Verwijder vuil en stof met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel - de kunststofonderdelen zouden beschadigd können worden.
21.1 Het updaten van de firmware
De firmware van de flitser kan via de USB-interface ⑤ geactualiseerd en in technisch opzicht aan de functies van toekomstige camera's worden aangepast Firmware-update).
Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage: www.metz.de
21.2 Reset
De flitser kan maar de fabrieksinstellenen worden teruggezet. Druk waaroor op de toets 'Mode' en houd deze gedurende 3 s. ingedrukt. In het display worden dan 'Reset' aangegeven. Na ong. 3 s. wisselt de aanuiding in het display maar de afleveringstoestand.
De updates van de firmware waar zijn hierin Niet betrokken!
21.3 Formeren van de flitscondensator
De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige ver-andering, als het apparaat gedurende een langere tijd Niet wordt ingeschakeld. Het is waaromoodzakelijk, de flitser eens per kwartaal gedurende 10 min. in te schaken. De voeding moet�abbij zo veel energie leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschaken oplicht.
22 Troubleshooting
Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitseronzinnige aanuidingen verschijnen of dat de flitser Niet functioneertzoals hij op grond van zich instellingen zou behoren te doeon, schakel de flitser dan gedurende ont. 10 seconden met de hoofdschakelaar ⑤ uit. Controller of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellen.
Vervang de batterijen, c.q. de accu's gegen{nieuwe, c.q. vers opgeladen accu's! De flitser zou nu na het inschakenoer 'normaal' moeten functioneren. Als dit Niet het geval is, ga er dan mee maar uw fotohandelaar.
Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen können optreden. Onder elk punt zijn möglichke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.
In het display verzischijnt de reikwijde Niet
- De hoofdreflector staat nicht in de normale stand.
Op de flitser staat de remote-functie ingesteld.
In het display verschijnt de aanuiding "TILT"
- De hoofdreflector is voor zichbij-, c.q. macro-opnamenaar beneden gezwenkt.
In het display verschijnt de aanuidiging "POWERPACK"
- Op de mecablitz is een Niet toegelaten Power Pack aangesloten. Sluit alleen een Metz Power Pack P76 aan.
In het display verzischijt een batterijwaarschuwing
- Bij het verzchijnen van de waarschuwingsaanduiding is er nog zoveel energia, dat slechts enkele flitsen+kunnen worden ontstoken. Zie ook par. 3.2 "Batterijen verrangen". Er zich echter ook oplaadapparaten waar bij de batterijwaarschuwing relatief vroeg verschijnt, hoewel er nog zo'n 50% van het aantal flitsen kan worden ontstoken. In het draadloze remotefunctieaaS het systeme een batterijwaarschuwing Niet toe.
In het display verschijnt een batterijsymbolbool
- Op de mecablitz is een Metz Power Pack P76 aangesloten en in het batterijvak van de mecablitz bevinden zich batterijen. Haal deze batterijenuit de mecablitz.
De AF-meetflits van de flitser worden nicht geactiveerd.
- De flitser is nicht paraat.
- De camera staat nicht in de functie Single AF (S-AF).
- De camera ondersteunt alleen de eigien, interne AF-meetflits.
- Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor worden gekozen, worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor!
Op de flitser is de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) Niet te activeren.
- De REAR-functie kan alleen op de flitser worden ingesteld als de betrokken camera deze functie ondersteunt.
- De REAR-functie kan alleen op de flitser worden geactiveerd, als er een uittwischeling van gegevensCUSen camera en flitserplaats heeft gezonden, bijv. door het even aantippen van de ontspanknop op de camera.
De stand van de zoomreflector worden nicht automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objctief.
- De camera geeft geen digitale gegevens aan de flitser door.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitserplaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objektief zonder CPU.
De diafragma-instelling op de flitser worden nicht automatisch aan die van het objectief aangepast.
-
De camera geeft geen digitale gegevens door maar de flitser.
-
Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objektief zonder CPU.
De hulpreflector is Niet te activeren, c.q. ontsteekt geen flits.
- In de flitsfuncties stroboscoop, remote en instellicht (ML) worden de hulpreflector nicht ondersteund. In deze functies kan de hulpreflector Niet worden geactiveerd, c.q ontsteekt hij geen flits.
- De hoofdreflector staat in zijn normale stand of hij is maar beneden gezwenkt.
De hulpreflector flitst hoewel hij is uitgeschakeld. - De mecablitz werkkt als master in het remotesystem. De hulpreflector van de masterflitser stuart de slaafflitser(s). Hetlicht van de hulpreflector draagt nicht bij aan de belichting van de opname.
De TTL-invulflitsfungtie ETL laut zich nicht instellen.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspankop op de camera even aan.
- De camera ondersteunt de E-TTL-invulflitsfunctie Niet.
Deinstalling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-f/E-TTL-litsbe-lichting werkt Niet.
- De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser Niet.
De draadloze remote-functionie als masterflitser alot zich nicht instellen.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspankop op de camera even aan.
De automatische omschakeling waar de flitssynchronisatietijd vindt Niet plaats.
- De camera werkkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera's). Er hoeft waar bij geen omschakeling maar een flitssynchronisatieijdplaats te vinden.
- De camera werk met de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden. Daar bij
vindt omschakeling maar de flitssynchronisatietijd Niet plaats.
- De camera werkkt met een langere belichtingsstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie worden waar bij Niet maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruksaanwijzing van de camera).
De opnamen vertonen aan de onderzijde een schaduw.
- Door de parallax+tussen objectief en flitser kan het onderwerp in het dichtbijbereik, afhankelijk van de brandpuntsafstand, aan de onderzijde van het beeld Niet geheel worden uitgelicht. Neig de hoofdreflector, c.q. zet de groothoekdiffusor voor de reflector.
De opname zich te donker.
- Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen ver-mindert de reikwijdte van de flits.
- Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor worden het meetsysteme van de camera, c.q. van de flitser beinvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.
De opnamen zijn te Licht.
- In het dicht bijbereik konnen overbelichtingen (te lichte opnamen) voorkomen, als u bijv. een langere dan de kortste flitsduur van de flitser gebruikt. De minimale afstand tot het onderwerp要去 minstens 10% van de aangegeven reikwijde bedragen.
De flitsparameters voor de lichtgevoeligheid ISO en de diafragmawaarde F waar op de flitser Niet te verstellen.
- Tussen camera en flitser vindt een digitale uitwisseling van geveens laats.
Daar bij worden de waarden van ISO en diafragma F automatisch op de flitser ingesteld. Het verstellen van ISO en diafragmawaarde is alleen möglich als er geen digitale uitwisseling van geveens plaatsvindt.
Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:
in het metersystem: 58 in het feetsystem: 192
Met de hand instelbare werkdiafragma's bij ISO 100/21°:
1-1,4-2-2,8-4-5,6-8-11-16-22-32-45
Bereik van de automatische werkdiafragma's bij ISO 100 / 21°:
F1,0 tot F45 inclusief detussenwaarden
Met de hand instelbare deelvermogens:
P 1/1 ... P 1/256 in stappen van een derde
Flitsduur (zie Tabel 4, S. 175)
Meethoek fotosensor: Ong. 25^
Kleurtemperatuur: Ong. 5600 K
Lichtgevoeligkeit: ISO 6 tot ISO 6400
Synchronisatie: Laagspannings-IGBT-ontsteking
Aantallen flitsen:
- Ong. 180 met Metz NiMH occupak 1600mAh
- Ong. 180 met super-alkalimangaanbatterijen
- Ong. 430 met Metz Power-Pack P76
(telkens bij vol vermogen)
Flitsvolgtijd:
- Ong. 5 second met NiMh accupak 1600mAh
- Ong. 5 seconden super-alkalimangaanbatterijen
- Ong. 2,5 seconden met Power Pack P76
(telkens bij vol vermogen)
Verlichtingshoek
Hoofdeflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )
... met grothoekdiffusor vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 mm)
Hulpreflector vanaf 35 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )
Zwenkbereiken en klikstanden van de hoofdreflector
Naarboven-7° 45° 60° 75° 90°
Tegen de wijzers van de klok in 30^ 180
Richting wijzers van de klok 30^ 60^ 90^ 120^
Afmetingen ong. in mm (B x H x D)
Lampstaaf 71 × 148 × 99
Gewicht:
Flitser zonder accu Ong. 355 gram
De levering omvat
Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing, tas en standvoet.
24. Bijzondere toebehoren
Voor foute werkking van en schades aan de mecablitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zich wij Niet aansprakelijk.
Filter-Set 44-32
omvat 4 kleurenfilters voor effectverlichting en een helder filter voor het opnemen van folies in elke gewenste kleur.
- Mecabounce 58-90
(Bestelnr. 000058902)
Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werkung is verbluffend, sondern de Foto's een zacht effect kriijgen. De gelaatskleur van personen worden natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijde wordt ongeveer de helft korter.
- Reflexschirm 54-23
(Bestellnr. 000054236)
Verzacht door+zijn zachte,gerichte licht,harde slagschaduwen.
Power-Pack P76
(Bestellnr. 000129768)
voor groter aantal flitsen.
Verbindingskabel V58-50 (bestelnr. 000058504) vereist.
Afvoeren van de batterijen
Batterijen horen nicht bij hetuisvui.
S.v.p. de batterijen bij een waarvoort bestemd inzamelpunt afgeven.
S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.
Batterijen / accu's�in de regel ontladen wonneer het waarvoorgebrukke apparaat
- uitschakelt en aangeeft „batterijen leeg"
- de batterijen na langer gebruik nicht meer goed functioneren.
Om kortsluiting te voorkomen,要去en de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.

1 Safety instructions 93
2.Dedicated flash functions 94
3.Preparing the flash unit for use. 94
3.1 Mounting the flash unit 94
3.2 Power supply 94
3.3 Switching the flash unit on and off 95
3.5 Auto OFF for the flash unit 95
4. Display illumination 96
5. Operating modes (mode menu). 96
5.1 Adjusting procedure for flash operating modes 96
5.2 TTL/ E-TTL-flash mode 96
5.3TTL fill-in flash mode 97
5.4 Automatic flash mode 97
5.5 Automatic fill-in flash mode 98
5.6 Manual flash mode 98
5.7 Strobe flash mode 98
6. Flash parameters (Parameter menu) 99
6.1 Setting procedure for the flash parameters 99
6.2 Aperture (F) 100
6.3 Main reflector position (Zoom) 100
6.4 Flash exposure correction (EV) 100
6.5 Light sensitivity (ISO) 100
6.6 Manual partial light output (P) 101
7. Special functions (Select menu) 101
7.1 Setting procedure for the special functions7.2 Beep function (Beep). 101
7.2 Beep function (Beep 102
7.3 Flash Bracketing Series (FB) 102
7.4 2nd curtainsinchronisation (REAR mode) 103
7.5 Extended Zoom Mode (Zoom Ext). 103
7.6 Adjusting exposure format (Zoom Size) 104
7.7 Cordless remote mode (Remote) 104
7.8 Meter-Feet changeover (m/ft). 105
7.9 Secondary reflector 105
7.10 Modelling Light (ML) 105
7.11 Auto OFF Function (Standby) 106
7.12 KeyLock 106
8.Motor Zoom Reflector. 107
9. Wide-angle diffuser 107
Tabel 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1)
Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen
Uw Metz product is ontworpen voor en opgebouwduit kwalitatief hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled en opnieuw gebruikt hunnen worden.
Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparaten aan het eind van hun levensduur gescheiden van het huisvuil bij het afval moeten worden afgegeven.
Lever dit apparaat of bij deplaatselijke verzamelplaats of in een kringloopwinkel.
Help ons alstublieft het milieu waarin we leven, te behouden.

GB
Ontspankop voor handbediening en flitsaparaat-aanduiding
SimpelGids