METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - Externe flitser

MECABLITZ 54 AF-1 M - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 54 AF-1 M METZ in PDF-formaat.

📄 108 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - page 36
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over MECABLITZ 54 AF-1 M METZ

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 54 AF-1 M - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 54 AF-1 M van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 54 AF-1 M METZ

  1. Veiligheidsvoorschriften
  2. Flitser voorbereiden
    2.1 Opzetten van de flitser
    2.1.1 Flitser op de camera aanbrengen
    2.1.2 De flitser van de camera afnemen
    2.2 Voeding
    2.2.1 Keuzeuit batterijen of accu's
    2.2.2 Batterijen verrangen
    2.3 In- en uitschakenen van de flitser
    2.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF
  3. Geprogrammeerd automatisch flitsen
  4. Flitsfungties van de flitser
    4.1 TTL-flitsfunctionie
    4.1.1 Automatisch TTL-invulflitten bij daglicht
    4.1.2 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
    4.1.3 Aanduiding van de belichtingscontrollede in de TTL-flitsfunctie
    4.2 Meervelds-flitsbelichtingsmetting
    4.3 ADI-flitsregeling
    4.4 Flitsen met handinstelling
    4.4.1 Manual flitsfungtie 'M' met vol vermogen
    4.4.2 Flitsen met handinstelling 'MLo' met deelvermogen
    4.5 Flitstechnieken
    4.5.1 Indirect flitsen
    4.5.2 Dicht bijopnamen / macro-opnamen
    4.6 Flitssynchronisatie
    4.6.1 Normale synchronisatie
    4.6.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functione)
    4.6.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden/SLOW
  5. Flitser- en camerafunctions
    5.1 De flitsklaar-aanduiding
    5.2 Automatische omschakeling waar de flitssynchronisatietijd

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - 1

37
38
38
38
38
39
39
39
40
40
41
41
41
41
42
42
42
42
43
43
43
43
43
44
44
44

5.3 Aanduidingen in de zoeker van de camera / LCD-monitor van de camera 45
5.3.1 Dynax / Maxxum 45
5.3.2Dimge5,7,7i 45
5.4 Aanduidingen in het LC-display 45
5.4.1 Aanduiding van de reikwijdte in de TTL-flitsfunctie 45
5.4.2 Aanduiding van de flitsreikwijdte bij de manual-flitsfunctie M, c.q. MLo 46
5.4.3 Overschrijden van het aanduidingenbereik 46
5.4.4Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdte 46
5.4.5 Meter - Feet - omschakeling (m - ft) 46
5.5 Verlichting van het LC-display 46
5.6 Motor-zoomreflector 46
5.6.1 'Auto-Zoom' 46
5.6.2 Zoomfunctie 'M. Zoom' 47
5.6.3 Extended-zoomfunctie 47
5.7 Autofocus-meetflits 48
5.8 Ontsteeksturing 48
5.9 Instellicht / Modelling-Light 48
5.10 Terug maar de basisinstelling 49
6. Speciale aanwijzingen per camera 49
6.1 In de flitsfungtie nicht ondersteunde, bijzondere functies 49
6.1.1 Creative-programsturingen PA en PS 49
6.1.2 Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS 49
6.1.3 Draadloze flitssturing op afstand REMOTE 49
6.1.4 Flits vooraf gegen het 'rode ogen-effect' 49
7. Optionele accessoires 50
8. Hulp bij een eventuele storing 50
9. Onderhoud en verzorging 50
10. Technische gegevens 51

Richtgetallentabel voor TTL en vol vermogen M in het metersysteme 100

Voorwoord

Hartelijk dank voor het in ons getoonde vertrouwen door uw keuze van een Metz product. Wij zijn blij, u als klant te mogen begroeten.

Natuurlijk Aunt u nauwelijs wachten met het in gebruik nemen van uw/Newwe flitser. Het isECHter toch wel belangrijk eerst de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dan leert u hoe u zonder problemen met het apparaat om aunt gaan.

De flitser 54 AF-1M is voor alle analoge Minolta 'Dynax', c.q. 'Maxxum' en digitale 'Dimage' - camera's geschikt. Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser Niet geschikt!

Sla s.v.p. ook de fotobladzijde aan het eind van deze gebruiksaanwij- zing open

1. Veiligheidsvoorschriften

  • De flitser is uitsluitend voor fotografisch gebruik bedoeld en toegelaten!
  • De flitser mag absolut而不是 worden ontstoken in de omgeving van ontv Lambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen etc.)! GEVAAR VOOR EXPLOSIES!
  • Fotografeer nooit auto-, bus-, fiets-, motorfiets-, of treinbestuurders enz. tijdens de rit met een flitser. Door de verblinding zou de bestuurdier een ongeval können veroorzaken!
  • Ontsteek nooit een flits in de directe nabijheid van de ogen! Een flits vlok voor de ogen van mens of hier kan beschadiging van het netvliies en ernstig letsel aan de ogen veroorzaken - tot blindheid aan toe!
  • Gebruik alleen de in deze gebruiksaanwijzing aangegeven en toegela- ten stroombronnen!
  • Stel batterijen / accu+s Niet bloot aan overmatige warmte, zoals van zonneschijn, vuur of ieits dergeliks!
  • Gooi verwbruike batterijen / accu's Niet in open vuur!

  • Uit gebruekte batterijen kan loog lekken met beschadiging van de contacten tot gevolg. Haal verbruekte batterijen dus.altijd uit het apparaat.

  • Batterijen können nicht worden opgeladen.
  • Stel flitser en oplaadapparaat Niet bloot aan drup- en spatwater (bijv. regen)!
  • Bescherm uw flitser gegen große hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser Niet in het handschoenvak van uw auto!
  • Bij het ontsteken van een flits mag er zich vlak voor of op het venster van de reflector geen materiaal dat geenlicht doorlaat bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuil zijn. Als u dit voerschrift nicht in acht neemt, kan dat leiden tot verbranding van het materiaal of van het venster van de reflector.
  • Raak na meervoudig flitsen het venster van de reflector Niet aan. Gevaar voor verbranding!
  • Demonteer de flitser nicht! HOOGSPANNING! In het apparaat bevinden zich geen onderdelen die door een leek hunnen worden gerepareerd.
  • Bij flitsseries met vol vermogen en de korte flitsoplaadtijden van de NiCd-accu moet u er op leten, dat u telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minutes aanhoudt! Op die manier voorkomt u overbelasting van het apparatus.
  • De flitser mag alleen tegelijk met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt, als deze geheel opengeklapt kan worden!
  • Bij snelle temperatuurswisselingen kan het apparaat beslaan. Laat het apparaat dan eerst acclimatiseren!
  • Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!

Dedicated flitsfuncties

Dedicated flitsfungties zijn special op het camerasysteme afgestemde flitsfungties. Afhankelijk van het type camera worden hierbij verschillende flitsfungties ondersteund. Binnen het kader van deze gebruiksaanwijzing is het Niet möglich alle typen camera met de eigend dedicated flitsfungties gedetailleerd te beschrijven. Zie voor de möglichkheden van het flitsden de gebruiksaanwijzing van uw camera, waar sommige dedicated flitsfungties Niet door uw camera worden ondersteund, c.q. aan de camera zich moeten worden ingesteld!

  • Aanduiding in zoeker, monitor en/of display van de camera dat de flitser opgeladen is (flitsklaar-aanduiding);
  • Automatische omschakeling waar de flitssynchronisatietijd;
  • TTL-flitsregeling 2;
  • Meervelds-flitsbelichtingsmeting (meting met flits vooraf) voor de Dimage camera's 1);
  • ADI-flitsregeling voor Dimage camera's ^11 ;
  • Automatisch involflitsen bij daglicht;
  • Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting 1;
  • Synchronisatie bij het open- of zichgaan van de sluiter (REAR) 11);
  • Motorische verstelling van de zoomreflector;
    Sturen van de AF-meetflits;
  • Aanduiding van de reikwijdte van de flitser;
  • Geprogrammeerd automatisch flitsen / automatisch flitsen (AUTO-FLASH) 1;
  • Wake-Up-function;

Let op:

Zonder aanduiding: automatisch op de flitser geactiveerd.

1) = moet op de camera worden ingesteld.
2) = moet op de flitser worden ingesteld.

2. Flitser voorbereiden

2.1 Opzetten van de flitser

2.1.1 Flitser op de camera aanbrengen

Schakel camera en flitser via hun hoofdschakelaar uit!

  • Draai de kartelmoer tot de aanslag gegen de flitser.
  • Schuif de flitser met� Zoin voet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera.
  • Draai de kartelmoer tot de aanslag gegen het camerhuis en klem de flitser vast.

2.1.2 De flitser van de camera afnemen

Schakel camera en flitser via hun hoofdschakelaaruit.

  • Draai de kartelmoer tot de aanslag gegen de flitser.
  • Schuif de flitser uit de accessoireschoen van de camera.

2.2 Voeding

2.2.1 Keuzeuit batterijen of accu's

De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:

  • 4 NiCd-accu's, type IEC KR 15/51 (KR6 / AA / Mignon), deutsche bieden maar korte oplaadfijden en een sparzaam gebruik odomat ze opgeladen können worden.
  • 4 Nikkel-Metaal-Hydride accu's, type IEC HR6 (AA / Mignon), die een duidelijk hogere capacititeit hebben dan de NiCd-accu's en die bovendien milieuvriendelijkeren zich,ondat ze geen cadmium bevatten.
  • 4 Alkalimangaanbatterijen, type IEC LR6 (AA / AM3 / Mignon), onderhoudsvrije stroombron voor normale prestaties.
  • 4 Lithiumbatterijen, type IEC FR6 L91 (AA / Mignon), onderhoudsvrije stroombron met hoge capacititeit en geringe zelfontlading.

Neem de voeding uit het apparaat als u verwacht dat u de flitser gedurende een langereijd Niet gaat gebruiken.

2.2.2 Batterijen verrangen (afb. 1)

De accu's / batterijen zijn leeg (verbruikt) als de oplaadtijd van de flitser (de tijdCUS het ontsteken van een flits met vol vermogen, bijv. bij M-instelling, tot het opniew oplichten van de flitsklaar-aanduiding) langer dan 60 secon denGaat duren.

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaaruit.
  • Schuif het deksel van het batterijvak in de richting van de pijl en klap het open.
  • Leg de batterijen of accu's in de lenghte, in overeenstemming met de aangegeven batterijsymbolen en sluit het deksel.

Let bij het inleggen van de batterijen of de accu's op de juiste polari- teit, in overeenstemming met de symbolen in het batterijvak. Door verkeerd inzetten van de stroombronnen kan het apparaat kapot gaan!

Vervang alijd alle batterijen, c.q. accu's door het zichfde type met de zichfde capaciteit!

Verbruekte batterijen en accu's horen nicht in het huisvuil!

Lever uw bijdrage aan de milieubeschemering en geef lege accu's / batterijen af bij de betreffende verzamelplaatsen!

2.3 In- en uitschakelen van de flitser

Met behulp van de hoofdschakelaar op het deksel van het batterijvak worden de flitser ingeschakeld. Met de schakelaar in de bovenste stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.

Schuif de schakelaar maar beneden om de flitser uit te schakelen.

Als u de flitser gedurende een langere tijd Niet gebruikt bevelen wij aan om de flitser via+zijn hoofdschakelaar uit te zetten en de voeding (batterijen, accu's) er uit te nemen.

2.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF (afb. 2)

Bij fabricage is de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 3 Minutes -

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na het uitschakelen van het belichtingsmeeysteem van de camera...

... waar de standby-functie overschakelt (Auto-OFF), om energie te sparen en de stroombronnen gegen onbedoeld ontladen te beschermen. De flitsklaar-aanduiding maar uit en de aanduidingen in het LC-display verzwijnen.

DeIRST gebruekte instellingen blijven bij de automatische uitschakeling ingesteld staan en+zijn onmiddelijk na het inschaken weer ter beschikking. De flitser worden door op de toetsen Mode' of Zoom', c.q. door het aantippen van de ontspankop op de camera (Wake-Up-Funktion) weein ingeschakeld.

Wonneer u de flitser gedurende een langere tijd Niet nodig hebt, moet u het apparaat in principe altijd met behulp van de hoofdschakelaar uitzetten!

Indien nodig kan de automatische uitschakeling gedeactivateerd worden: Uitschakelen van de automatische uitschakeling

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in.
  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom'), dat in het LC-display '3 m' (voir 3 minutes) worden aangegeven.
  • Druk zo vaak op de 'Zoom'-toets, dat in het LC-display van de flitser 'OFF' knippert.
  • De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display waar maar de normale weergave terug.

Inschakelen van de automatische uitschakeling

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in.
  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom'), dat in het LC-display '3 m' (voir 3 minutes) worden aangegeven.

  • Druk zo vaak op de toets 'Zoom', dat in het LC-display 'ON' knippert.

  • De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display maar de normale weergave terug.

3. Geprogrammeerd automatisch flitsen (volautomatisch flitsen)

Bij geprogrammeerd automatisch flitsen worden het diafragma, de belich-tingsstijd en de flitser door de camera automatisch zo gestuurd, dat in de meeste opnamesituaties samen met het flitslicht een optimaal belichte opna-me ontstaat.

Installing op de camera

Zet uw camera in de functie 'P', of een onderwerpsprogramma (landschap, portret, sport enz.). Stel op de camera de autofocusfunctione 'Single-AF (S)' in. Zie voor het instellen de gebruiksaanwijzing van de camera.

Gebruik bij het 'Nachtopnameprogramma' een statief, om het gevaar van bewegenijdens de opname met lange belichting te voorkomen!

Installing op de flitser

Stel de flitser in op de functie 'TTL' (zie 4.1).

Bij sommige camera's wordt in de functie Program 'P' en in de onderwepsprogramma's automatisch waar de TTL-flitsfunctie omgeschakeld!

Zodra u bovengenoemde instellenen hebt uitgevoerd,kest u zonder enig probleem met uw flitsopnamen beginnen zodra op de flitser de flitsklaar-aanduiding verschijnt (zie 5.1)!.

Let op de aanwijzingen voor de sturing van de 'onderwerpsprogramma's' (paragraaf 6.1)!

4. Flitsfuncties van de flitser

4.1 TTL-flitsfunctie (afb. 3)

Let op de aanwijzingen onder paragraaf 4.2 en 4.3 voor de camera's Dimage 5, 7 en 7i.

Met de flitser in de TTL-functionie krijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsopnamen. In deze flitsfunctie worden de belichtingsmetting uitgevoerd door een sensor in de camera. Deze meet het door het objectief (TTL = 'Trough The Lens') op de film vallende Licht. Bij het bereiken van de benodigde hoeveelheidlicht zendt de elektronica van de camera een stopsignaal aan der flitser en wordt de lichtafgiffe onmiddelijk gestopt. Het voordeel van het op deze manier flitsen schuilt hierin, dat alle factoren die de belichting van de film konnen beonvloeden (opnamefilters, veranderingen van diafragmawaarde en brandpuntsaftstand bij zoomobjectieven, verlenging van de uittrek voor dichtbijopnamen enz.), automatisch bij de regeling van het flitslicht in acht worden genomen. U hoeft zich Niet tebekommen om het instellen van de flitser, de elektronica in de camera zorgt automatisch voor de juiste dosering van het flitslicht. Voor de reikwijdtte van het flitslicht kijkt u waar de betreffende aanduiding in het LC-display van de flitser (zie 5.4). Bij een correct belichte flitsopname verschijnt gedurende ont. 3 s. in het LC-display van de flitser de 'o.k.'-aanduiding (zie 4.1.3).

De TTL-flitsfungtie wordt door alle camerafuncties (bijv. program 'P', tijdautomatiek 'A', diafraagma-automatiek 'S', de onderwerpsprogramma's, manual 'M' enz.) ondersteund.

Voor het testen van de TTL-functionie moet er zich een film in de camera bevinden! Let er bij het kiezen van een film op, dat deze voor uw camera geen belemmeringen oplevert met betrekking tot de maximale filmgevoeligheid, ofwel de ISO-waarde (bijv. maximaal ISO 1000) voor de TTL-functionie (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

Het instellen van de TTL-functie

Bij sommige camera's wordt de TTL-functie in het programme 'P', c.q. de onderwerpsprogramma's automatisch op de flitser geactiveerd.

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in.
  • Druk zo vaak op de toets 'Mode' dat n het LC-display 'TTL' knippert.
  • De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display maar de normale weergave terug.

Bi hoog contrast, bijv. donker onderwerp in de sneeuw, kan een correctie op de belichting noodzakelijk blijken (zie 4.1.2).

4.1.1 Automatisch TTL-invulflitsen bij daglicht (afb. 5 en afb. 6)

Bij de meeste cameratypen worden bij automatisch geprogrammeerd opnemen 'P' en de onderwerpsprogramma's bij daglicht automatisch de involflitsfunctie geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Met de involflitskest u ververende schaduwen ophelderen en bij gegenlicht een uitgebalancearde belichting tussen onderwerp en achtergrund bereiken. Een computergestuurd meetsystem in de camera zorgt voor de juiste combinatie van belichtingsstijd, werkdiafragma en flitsvermogen.

Let er op, dat de bron van het gegenlicht nichtrecht in het objctief schijnt. Het TTL-meetsystem van de camera zou daardoor worden bedrogen!

Er vindt op de flitser in dit geval geen instelling of aanduiding voor de automatische TTL-invulflitsfunctie plaat.

4.1.2 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting

De TTL-flitsautomatiek van de meeste camera's is gebaseerd op een reflectiegraad van het onderwerp van 25% (gemiddelde reflectie van flitsonderwerpen). Een donkere achtergrond, die veel Licht absorbeert of een lichte achtergrond die sterk reflecteert kan leiden tot een te ruime of een te krappe belichting van het onderwerp.

Om bovenstaand effect te compenseren kan bij sommige camera's de TTL-flitsbelichting via een met de hand in te voeren correctiewaarde worden aangepast aan de opnamesituatie. De grootte van de correctiewaarde hangt af van het contrast:tussen onderwerp en achtergrund! Het instellen van een correctiewaarde要去 op de camera worden gedaan. Zie hiervoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de camera!

Donker onderwerp gegen een lichte achtergrund: positieve correctiewaarde (ong. 1 tot 2 stops). Licht onderwerp gegen donkere achtergrond: negatieve correctiewaarde (ong. -1 tot -2 stops). Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser veranderen en aangepast worden aan de correctiewaarde (afhankelijk van het type camera)!

Het is nicht möglich een correctiewaarde op de flitsbelichting toe te passen met behulp van het veranderen van de diafragmawaaarde op de camera, waar de belichtingsautomatiek van de camera een dergelijkke, veranderde diafragmawaaarde wee als normal werkdiafragma ziet.

Vergeet Niet om de correctie op de TTL-flitsbelichting na de opname op de camera waar '0' terug te zetten!

4.1.3 Aanduiding van de belichtingscontrole in de TTL-flitsfunctie (afb. 4)

De aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' verschijt alleen in het LC-display van de flitser als de opname in de TTL-flitsfunctie correct werden belicht! Verschijt er geen aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' na de opname, dan werk de opname onderbelicht en moet u het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen (bijv. inplaats van diafragma 11 diafragma 8) of de afstand tot het onderwerp, c.q. (bij indirect flitsen) tot het reflecterende vlak verkleinen en de opname herhalen. Let op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser (zie 5.4.1).

Zie ook 5.3 voor de aanduiding van de belichtingscontrole in de zoeker van de camera.

4.2 Meervelds-flitsbelichtingsmeting (meting met flits vooraf)

Alleen möglichk met de Dimage 5 en Dimage 7, 7! Deeervelds-flitsbelichtingsmeting (metering met flits vooraf) is een moderne variant op de TTL-flitsfunctie. De standard TTL-flitsbelichting zonder flits vooraf is op grond van de camerabouw met deze camera's Niet möglichk.

Bij de opname worden bij het bedieren van de ontspanner op de camera eerst, via een flits vooraf, de reflectie van het onderwerp gemeten. De elektronica in

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - Meervelds-flitsbelichtingsmeting (meting met flits vooraf) - 1

de camera ontvangt met zijn belichtingsysteme en de 14-honingraatveldenmeerveldsmeting het door het onderwerp werkkaatste Licht en stelt, op grond van de gemetenlichtverdeling en de informatiesuit het AF-systeme en de opti-male afweging voor de 4 segmenten, de flitsbelichtingsmeting vast. De aanslui-tende hoofdflits en daarmede de belichting van de opname vinden plaat in overeenstemming met de meetresultaten van de meting van de flits vooraf.

De flitser moet in de functie TTL worden gezet. Op de flitser hoeft geen bij-zondere instelling te worden gedaan en er vindt geen aanduiding voor de meerveldsbelichtingsmeting plaat. De methode van het instellen van de camera voor de meervelds-flitsbelichting en andere details vindt u in de gebruiksaaanwijzing van de camera.

Alleen möglichk met de Dimage 5 en Dimage 7, 7! De ADI-flitsregeling is een moderne variant op de TLI-flitsfunctie. De standard TTL-flitsbelichting zonder flits vooraf is op grund van de camerabouw met deze camera's Niet möglichk.

De ADI-flitsregeling is een moervelds-flitsbelichtingsmeting (metering met flits vooraf) die met een extra richtgetalsturing is uitgebreid.

De flitser要去 in de functie TTL worden gezet. Op de flitser hoeft geen bijzondere instelling te worden gedaan en er vind geen aanduiding voor de ADI-flitsregeling plaat. De methode van het instellen van de camera voor de ADI-flitsregeling en andere details vindt u in de gebruiksaanwijzing van de camera.

4.4 Flitsen met handinstelling (manual)

Op sommige camera's word in de programautomatiek P en de onderwerpsprogramma's de flitser automatisch maar de TTL-flitsfungtie omgeschakeld. Flitsen met handinstelling is dan nicht möglich! In de manual flitsfungtie ontstaat er geen aanduiding voor de belichtings-controle in het LC-display van de flitser!

De camera要去 in de functie van tijdautomatiek 'A', c.q. in de manualfunctie 'M' of 'X' worden gezet. Diafragma en belichtingstijd (bij 'M')要去 op de camera, in overeenstemming met de opnamesituatie worden gekozen (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

4.4.1 Manual flitsfungtie 'M' met vol vermogen

In deze functie geeft de flitser alkijd een ongeregelde flits met vol vermogen af. De aanpassing aan de opnamesituatie geschiedt door het instellen van een diafragmawaarde op de camera. In het LC-display van de flitser worden de afstand van flitser tot onderwerp aangegeven, Zoals die aangehouden要去 worden voor een correcte flitsbelichting (zie ook 5.4.2).

Het instellen van flitsen met handinstelling M

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in.
  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het LC-display 'M' knippert.
  • Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display maar de normale weergave terug.

4.4.2 Flitsen met handinstelling 'MLo' met deelvermogen

In deze functie geeft de flitser steeds een Niet-geregelde flits af met 1/8 (Low) van zichen volle vermogen. De aanpassing aan de opnamesituatie moet, bijv. door het instellen van de diafragmawaarde op de camera, worden gekozen. In het LC-display van de flitser wordt de afstand van flitser tot onderwerp aangegeven zoals die voor een correcte belichting要去 worden aangehouden (zie ook 5.4.2).

Het instellen van flitsen met handinstelling MLo

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in;
  • druk zo vaak op de 'Mode'-toets, dat in het LC-display 'MLo' knippert.
  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom'), dat in het LC-display P worden aangegeven.
  • Behalve PWORD het ingestelde deelvermogen knipperend aangegeven.
  • Terwijl da aanduiding voor het met de hand in te stellen deelvermogen knippert, worden met de toets 'Mode' de waarde van het deelvermogen verlaagd, c.q. met de toets 'Zoom' verhoogd. Waarden van P 1/8, P 1/4, P 1/2 en P 1/1 zijn möglichk.
  • De instelling treedt onmiddelijk in werk. Na ont. 5 s. schakelt het LC-display waar maar de normale weergave terug. Als een deelvermögen is inge

steld, worden in het LC-display Mlo aangegeven. De aanduiding van de flitsaf-stand worden aangepast aan de waarde van het deelvermogen. Door te drukken op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom') worden het ingestelde deelvermogen aangegeven. Bij het uitschakelen van de flitser worden de waarde van het deelvermogen opgeslagen.

Bij het overstappen op een andere flitsfungtie, bijv. op TTL worden het met de hand ingestelde deelvermogenaar P 1/1 (maximaal vermogen) teruggezet.

4.5 Flitstechnieken

4.5.1 Indirect flitsen

Rechtstreeks geflitste opnamen zich aan hun typisch harde en duidelijke schaduwen te herkennen. Vaak werk te ook de natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- tot achtergrond storend. Door indirect te flitsen kut u deze versuschijnselen sterk verminderen,,ondat onderwerp en achtergrond met verstrooidlicht zacht en gelijkmatig worden verlicht. De reflector wordt hierbij zo gezwenkt, dat hij op een geschikt reflecterend vlak worden gericht (bijv. op het plafond of de muur van de ruimte) en dat verlicht.

De reflector van de flitser is tot 90^ vertical to zwenken. Bij het verticale zwenken van de reflector要去 er op letten, dat hij voldoende gezwenkt worden, minstens tot de 60^ klikstand, zodate er geenlicht van de reflectorrechtstreeks op het onderwerp kan vallen. De afstandsaanduidingen in het LC-display verdwijnen. De afstand van de flitser via plafond of muur tot het onderwerp is nu immers een onbekende grotheid.

Het door het reflectievlak teruggekaatste Licht geeft een zachte verlichting van het onderwerp. Het reflecterende vlak要去 wel neutraal van kleur, liefst wit, zich en geen structuren hebben (bijv. houten balken in het plafond), die schaduwen konnen oproepen. Voor kleureffecten kiest u reflecterende vlakken in de betreffende kleur.

Let er op, dat de reikwijdte van de flitser bij indirect flitsen sterk afneemt. Bij een normale kamerhoogte kut u zich voor het bepalen van de maximale reikwijdte met de volgende vuistregel behelpen:

$$ \text {R e i k w i j d t e} = \frac {\text {r i c h t g e t a l}}{\text {v e r l i c h i n g s a f s t a n d} \times 2} $$

4.5.2 Dicht bijopnamen / macro-opnamen

Om parallaxfouten te compenseren kan de reflector van de flitser -7^ waar beneden worden gezwenkt. Druk, om de kop van de reflector te zwenken, op de ontgrendelknop en richt de reflector waar beneden.

Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u erop letten, dat bij het opnemen bepaalde minimumafstanden aangehouden moeten worden om te ruime belichting van het onderwerp te vermijden.

De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10% van de in het LC-display aangegeven reikwijdte. Daar er bij het waar beneden gezwenkte reflector in het LC-display geen reikwijdte worden aangegeven moet u zich oriendenten aan de reikwijdte die de flitser aangeeft als de reflector zich in de normale stand bevindt.

4.6 Flitssynchronisatie

4.6.1 Normale synchronisatie (afb. 7)

Bij de normale synchronisatie worden de flitser ontstoken aan het begin van de belichting, dus zodra de sluiter geheel openstaat (= synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standardfunctie en worden door alle camera+s ondersteund. Deze methode is voor de meeste flitsfoto+s dan ook de meest geschikte. De op de camera ingestelde belichtingstijd worden, afhankelijk van de ingestelde functie, maar de flitssynchronisatiend van de camera omgeschakeld. Normaliter zijn dat de belichtingstijden:tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft voor deze functie geen instelling plaat te vinden en verschijnt er geen aanduiding.

4.6.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie) (afb. 8)

Sommige camera's bieden de möglichkheid tot synchronisatie op een moment vlak voordat de sluiter begint zich te gaan (REAR-functionie). Daar bij worden de flits pas afgevuurd aan het einde van de belichtingstijd. Dit is voor bij belichtingen met lange belichtingstijden (langer dan 1/30 seconde) en bewegende onderwerpen die een eigengluchron met zich voeren een Voordeel, waar dat deze dan een 'lichtstaart'chyter zich aan trekken inplaats van -zoals bij de normale synchronisatie bij het opengaan van de sluiter -voir zich opbouwen. Bij het synchroniseren op het moment van zichtaan van de sluiter krijt u eeneer naturelijke weergave van de opnamesituatie! Afhankelijk van de op de camera ingestelde functie stuart deze langere belichtingstijd dan+zijn flitssynchronisatie aan.

De REAR-functie moet op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser verschijnt voor deze functie geen aanduiding.

4.6.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW

Sommige camera's bieden in bepaalde functies de mogelijkheid tot flitsopnamen in combinatie met een lange belichtingstijd. In deze functie hebt u de mogelijkheid om in schemerlicht of bij avond de achtergrond van de opnamebetter in beeld te krijgen. Dit worden bereikt door belichtingstijden die aangepast zich aan de lage omgevingshelderheid. Daarbij worden door de cameraautomatisch een belichtingstijd gekozen, die longer is dan z^ flitsyrsynchronisatietijd. Bij sommige camera's wordt de synchronisatie met lange belichtingstijden in bepaalde cameraprogramma+s (bijv. bij diafragmavoorkeuze 'Av', nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft u voorDEXe functie niets in te stellen en vindt er ook geen aanduiding plaats.

Gebruik bij lange belichtingen een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te voorkommen!

5. Flitser- en camerafunctions

5.1 De flitsklaar-aanduiding

Zodra de condensator in de flitser opgeladen is,licht op de flitser de flitskaar-aanduiding op en geeft daarmee aan,dat de flitser gereed is. Dat betekent,dat bij de eerstvolgende opname flitslicht gebrukt zal worden.Het signaal dat de flitser opgeladen is wordt ook doorgegeven maar de camera en zorgt erkaar voor dat ook in de zoeker van de camera het betreffende symbol verschijnt (zie 5.3).

Als u een opname maakt, voordat in de zoeker van de camera het flitssymbol bool te zien is, worden er geen flits ontstoken en worden de opname te krappelicht, ook al werkde camera reeds maar zijn flitsynchronisatieiig omgeschakeld (zie 5.2).

5.2 Automatische omschakeling waar de flitssynchronisatietijd

Afhankelijk van het type camera en de erop ingestelde functie worden, zodra de flitser is opgeladen, maar de flitsssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Korterearend dan de flitssynchronisatietijd van de camera kunnen nicht worden ingesteld, c.q. worden maar de flitssynchronisatietijd van de camera omgeschakeld.

Sommige camera beschikten over een synchronisatiebereik, bijv. van 1/30 s. tot 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke synchronisatiejtd de camera dan gaat gebruiken, hangt af van de op de camera ingestelde functie, de omgevingshelderheid en de gebruikte brandpuntsaftstand van het objctief.

Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd konnen, afhankelijk van de op de camera ingestelde functie en gekozen flitssynchronisatie (zie ook 4.6.2 en 4.6.3) worden gebruikt.

Met de camera's Dimage 5, 7 en 7i vindt er geen automatische omschakeling maar een flitssynchronisatietijd plaat. Bij deze camera's kan met elke belichtingstijd worden gefliist. Als u het volle vermogen van de flitser nodig heeft, kut u het Beste geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s. kiezen.

5.3 Aanduidingen in de zoeker van de camera / LCD-monitor van de camera

5.3.1 Dynax / Maxxum

Aanduiding Betekenis: in de zoeker:

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - Dynax / Maxxum - 1

Flitskaar-aanduiding:

De aanduiding licht constant op of knippert langzaam: de flitser is gereed om te flitsen.

Als de ontspanknap op de camera worden bediend, worden een flits ontstoken.

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - Dynax / Maxxum - 2

Aanduiding van de belichtingscontrole:

De aanduiding knippert na de opname snel:

De opname werk correct belicht.

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - Dynax / Maxxum - 3

De aanduiding knippert:

Voor de onderhavige opnamesituatie is flitslicht vereist.

Onder bepaalde omstandigheden konnen de symbolen in de zoeker van uw camera afwijken van die in bovenstaande tabel, c.q. bepaalde symbolen zijn alleen bij sommige cameramodellen möglichk. Detalls met betrekking tot de aanduidingen in de zoeker van uw camera vindt u in de gebruiksaanwijzing van de camera.

5.3.2 Dimage 5,7,7i

De hieronder genoemde aanduidingen verschijnen alleen in de LCD-monitor van de camera als de ontspanknop van de camera aangetipt is en daarmee het meetsysteme van de camera is ingeschakeld. In de weergavemodus (bijv. direct na een opname) verschijnt er geen aanduiding. Let s.v.p. ook op de aanwijzin gen in de gebruiksaanwijzing van de camera.

(wit) Flitser is ingeschakeld en gereed om te flitsen
(rood) De flitser is ingeschakeld, maar nog Niet opgeladen
(blaw) De opname werd correct belicht.

Deze aanduiding verschijnt eventueel na de opname slechts kort.

5.4 Aanduidingen in het LC-display

De camera's geven de waarde van filmgevoeligheid ISO, brandpuntsafstand van het objectief (mm), diafragma en belichtingscorrectie door maar de flitser. De flitser past zich vereiste instellingen automatisch aan. Hij berekentuit de waarden en zich richtgetal de maximale reikwijdte van het flitslicht. Flitsfunctie, reikwijdte, diafragmawaaarde en zoomstand van de reflector worden in het LC-display van de flitser aangegeven.

Als de flitser worden gebrukt zonder dat deze de gevevens van de camera heeft verkreten (bijv. als deze uitgeschakeld is), dan worden alleen de gekozen flitsfungtie, de stand van de zoomreflector en 'M.Zoom' aangegeven. De aanuidingen voor diafragma en reikwijde kunnen alleen worden weergeven als de flitser de vereiste gevevens van de camera hebent ontvangen.

Bij sommige camera's wordt de reikwijdte in het LC-display van de flitser bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400), c.q. correctie op de flitsbelichting onderdrukt. Met de camera's Dimage 5 en Dimage 7, 7i vindt in het LC-display van de flitser geen aanduiding van de diafragmawaarde plaats.

5.4.1 Aanduiding van de reikwijde in de TTL-flitsfunctie

In het LC-display van de flitser worden de waarde van de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde is gerelateerd aan een onderwerpsreflectie van 25% , die voor de meeste opnamesituaries geldt. Sterke afwijkingen van deze graad van reflectie, bijv. bij zeer sterk of juist heel zwak reflecterende onderwerpen+kennen de reikwijdte van de flitser beinvloeden.

Let bij de opname op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser. Het onderwerp要去 zich het liefst binnen een bereik van onceveer 40% tot 70% van de aangegeven waarde bevinden. Daarmee worden de elektronica voldoende spelruimte geboden. De minimumafstand tot het onderwerp mag, om overbelichting te vermiiden, Niet korter� dan 10% van de aangegeven waarde! De aanpassing aan de opnamesituatie kan door het veranderen van de diafragmawaarde worden bereikt.

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - Aanduiding van de reikwijde in de TTL-flitsfunctie - 1

5.4.2 Aanduiding van de flitsreikwijdte bij de manual-flitsfunctie M, c.q. MLo

In het LC-display van de flitser worden de afstandswaarde aangegeven die voor een correcte belichting van het onderwerp要去 worden aangehouden. De aanpassing aan de opnamesituatie kan door het veranderen van de diafragmawaarde en door de keuzeussen vol vermogen M en het deelvermoen MLo worden bereikt (zie 4.4).

5.4.3 Overschrijden van het aanduidingenbereik

De flitser kan reikwijden tot maximaal 199 m, c.q. 199 ft aangeven. Bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en große diafragmaopeningen kan het aanduidingenbereik worden overschreten. Dit worden door een pijl, c.q. driehoekje anschter de afstandswaarde aangeduid.

5.4.4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdte

Als de reflector vanuit zijn normale stand maar boven, c.q. maar beneden worden gezwenkt, verdwijnt de aanduiding van de reikwijde ut het LC-display van de flitser!

5.4.5 Meter - Feet - omschakeling (m - ft)

De aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser kan maar keuze in meters (m) of feet (ft) plaatsvinden. Voor het wisselen van de aanduiding staat u als volgt te werk:

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaaruit.
  • Houd de toetscombinatie 'Select' (=toets 'Mode' + toets 'Zoom') ingedrukt.
  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in.
  • Laat de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom') los.
  • De afstandsaanduiding wisselt nu van m maar ft, c.q. van ft maar m.

5.5 Verlichting van het LC-display

Door te drukken op de toets 'Mode', c.q. de toets 'Zoom' worden voor ont. 10 s. de verlichting van het LC-display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits worden de verlichting van het LC-display uitgeschakeld.

Bij de eerste bediening van de toetsen vindt er geen verandering van de instellingen op de flitser plaats!

Werd in de TTL-flitsfunctie de opname correct belicht, dan worden gedurende de 'o.k.'-aanduiding (zie 4.1.3) de verlichting van het LC-display geactiveerd.

5.6 Motor-zoomreflector

De reflector van de flitser kan brandpuntsafstanden vanaf 24mm (kleinbeeldformaat 24× 36mm ) uitrichten.

5.6.1 'Auto-Zoom'

Als de flitser worden gebruikt met een camera die de gevevens van de brandpuntsaftstand aan de flitser doorgeeft, past de stand van de zoomreflector zich automatisch aan die brandpuntsaftstand aan. Na het inschaken van de flitser worden in zijn LC-display 'Auto Zoom' en de actuèle reflectorstand aangegeven.

De automatische aanpassing van de stand van de reflector vindtplaats bij brandpuntsafstanden vanaf 24 mm. Wordt een brandpuntsafstand van minder dan 24 mm ingezet, dan knippert in het LC-display de aanduiding '24' mm als waarschuwing dat de randen van de opname Niet geheel door de flitser+kunnen worden uitgelt.

Voor objctieven met brandpuntsafstanden vanaf 20~mm kan een groothoekvoorzetschrift (Acessoire, zie hoofdstuk 7) worden gebruikt. Bij de automatische, motorische zoomverstelling van de flitser door de camera's Dimage 5 en 7, 7i kan de aangestuurde verlichtingshoek van de reflector van de ingestelde brandpuntsafstand van het objec-tief afwijken. De camera stuart dan de reflector zo, dat de opname verder dan noodzakelijk worden uitgelicht (in principe dus als de extended-zoomfunctie; zie 5.6.3).

5.6.2 Zoomfunctie 'M. Zoom'

Indien u dat wenst, kunt u de stand van de zoomreflector ook met de hand verstellen om bijv. bepaalde verlichtingseffecten te verkriijgen (bijv. hot-spot enz.). Door op de flitser herhaald te drukken op de toets 'Zoom' können achtereenvolgens de volgende reflectorstanden worden gekozen:

24mm - 28mm - 35mm - 50mm - 70mm - 85mm - 105mm

In het LC-display van de flitser worden 'M.Zoom' (voort het met de hand instellen van de zoomstand) en de actuèle zoomstand (in mm) aangegeven. Deinstelling treedt onmiddelijk in werkig. Na ont. 5 s. schakelt het display waar de normale weergave terug.

Als de met de hand ingestelde stand van de zoomreflector ertoe leidt, dat de opname aan de randen Niet geheel kan worden uitgelicht knippert als waarschuwing de aanduiding van de zoomstand van de reflector in het display van de flitser.

Voorbeeld:

  • U fotografeert met een brandpuntsafstand van 50~mm
  • Op de flitser is met de hand een zoomstand 70 mm ingesteld (aanduiding 'M.Zoom').
  • In het LC-display van de flitser knippert de aanduiding '70' mm voor de zoomstand, waar dat de afbeeldingsranden Niet geheel+kennen worden uitgelicht.

Terugzettenaar'Auto-Zoom

Om terug te zieten waar 'Auto Zoom' zijn er verschillende möglichkheden:

  • Druk zo vaak op de flitser op de toets 'Zoom', dat in het display 'Auto Zoom' worden aangegeven. De instelling treedt onmiddelijk in werkig. Na ontg. 5 s. schakelt het LC-display maar de normale weergave terug.
    Of:
  • Schakel de flitser via de hoofdschakelaaruit en meteen wee in. Na het opnieuw inschakenlwordt in het display van de flitser 'Auto Zoom' aangegeven.

5.6.3 Extended-zoomfunctie

Bij de extended-zoomfunctie (Ex) wordt de brandpuntsafstand van de flitser een stap gereduceerd ten opzichte van de brandpuntsafstand op de camera! De waaruit resulterende, grotere verlichtingshoek zorgt in ruimten voor extra strooolicht (reflecties) en daarmee voor een zachtere flitsverlichting.

Voorbeeld voor de extended-zoomfunctie:

De brandpuntsafstand op de camera bedraagt 35mm . In de extendedzoomfunctie staat flitser de reflectorstand waar 28mm . In het LC-display worden echter ook nu 35mm aangegeven!

De extended-zoomfunctie is alleen in de functie 'Auto Zoom' met brandpuntsafstanden vanaf 28 mm möglichk. Daar de beginstand van de zoomreflector 24 mm bedraagt, worden bij brandpuntsafstanden van minder dan 28 mm in het LC-display '24' mm knipperend aangegeven. Dit is een waarschuwing dat de voor de extended-zoomfunctie vereiste reflectorstand net kan worden aangestuurd.

Opnamen met brandpuntsafstanden vanaf 24mm worden ook in de extended-zoomfunctie correct uitgelicht!

Inschakelen van de extended-zoomfunctie

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom'), 'Ex' verschijnt.
  • Druk zo vaak op de toets 'Zoom', dat in het LC-display 'On' knippert.
  • De instelling treedt onmiddelijk in werkking. Na ont. 5 s. schakelt het LC-display waar de normale weergave terug.

Het symbol 'Ex' voor de extended-zoomfunctie blijft na deinstelling in het LC-display van de flitser aangegeven!

Bedenk, dat door de bredere uitlichting in de extended-zoomfunctie eenkleinere flitsreikwijdte ontstaat!

Uitschakelen van de extended-zoomfunctie

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom'), dat in het LC-display 'Ex' verschijnt.
  • Druk zo vaak op de toets 'Zoom', dat in het LC-display 'Off' knippert.
  • Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display maar de normale weergave terug.

Het symbol 'Ex' voor de extended-zoomfunctie worden in het LC-display van de flitser na het opstaan Niet meer aangegeven!

5.7 Autofocus-meetflits

Zodra er zicheer voldoende omgevingslicht is voor de autofocus scherpstelling, activeert de elektronica in de camera de autofocus-meetflits. De autofocusschijnwerper zendt waar bij een streeppatroon uit dat op het onderwerp wordt geprojecteerd. Op dit streeppatroon kan de camera dan automatisch scherpstellen. De reikwijdtde van de AF-meetflits bedraagt ont. 6m ... 9 m (bij standardobjectief 1,7/50 mm). Vanwege de parallaxussen het objec-tief en het AF-meetlicht bedraagt de dichtbij-instelling van de autofocus-meetflits ont. 0,7m tot 1m

Om de AF-meetflits te kunnen activieren要去 het objectief op de camera op AF ingesteld zijn. Op de camera要去 de AF-functionie 'Single-AF (S), c.q. 'One-Shot-AF' ingesteld zijn (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Zoomobjektiven met eenkleine aanvangsdiafragmaopening beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms voor een flink deel!

Het streppatroon van de AF-meetflits ondersteunt alleen het centrale AF-meetveld van de camera. Wij bevelen aan om op camera's met meerde AF-meetvelden alleen het centrale meetveld te activeren (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Als de fotograaf met de hand of de camera zichstandig een Niet-centraal AF-meetveld kiest, worden de schijnwerper voor de AF-meetflits van de flitser nicht geactiveerd. Sommige camera's gebruiken in dat geval hun eigien, in de camera ingebouwde schijnwerper voor de AF-meetflits (zie de gebruiksaanwijizing van de camera).

5.8 Ontsteeksturing

Is er voldoende omgevingslicht voor een belichting in de normale modus, dan verhinder te camera het ontsteken van een flits. De belichting vindt danplaats met de in het display van de camera aangegeven belichtingstijd. Het activeren van de ontsteeksturing worden aangegeven door het verdwijnen van de flitskaar-aanduiding in de zoeker van de camera. Bij het bedieren van de ontspanknop op de camera worden geen flits ontstoken.

De ontsteeksturing werkdt bij verschillende camera's alleen in de functie program 'P' en diafragma-automatiek 'S' (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De ontsteeksturing kan bij sommige camera's worden gedeactiveerd: druk waaroor op de camera op de toets voor de flitssturing (zie de gebruiksaanwijzing van de camera) en houd deze bij de opname ingedrukt. Bij het aantippen van de onspanknop op de camera verschijnt in de zoeker van de camera nu wee der flitskaar-aanduiding. De elektronica in de camera kiest een geschichte tijd-diafragmacombatie. Bij de opname worden een flits ontstoken.

Bij de Dynax 800si worden de ontsteeksturing door de individuèle functie '5' geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera ). Bij de Dynax 7 vindt de ontsteeksturing alleen plaats in de camerafunctie 'Geheel automatisch fotograferen' (groen P-symbool)!

Bij het instellicht gaat het om een stroboscopisch flitslicht met hoge freiagentie. Bij de duur van ont. 2 seconden ontstaat de indruk van continulicht. Met het instellicht kan de Lichtverdeling en de schaduworming reeds voordat de opname worden gemaakt, beoordeeld worden.

Inschakelen van de instellichtfunctie

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom'), dat de flitsklaar-aanduiding op de flitser snel (ong. 4 maal per seconde) knippert.
  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', c.q. 'Zoom' dat in het LC-display 'On' knippert.

  • Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display maar de normale weergave terug.

  • Op de flitser knippert aansluitend de flitsklaar-aanduiding ong. 1 maal in de seconde. Daarmee worden aangegeven, dat de instellichtfunctie geactiveerd is.

Door op de ontspankop voor handbediening op de flitser te drukken worden het instellicht ontstoken.

In het draadloze Metz-Remote-system wordt het ontsteken van het instellicht op de slave-flitsern Niet ondersteund.

Uitschakelen van de instellichtfunctie

  • Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select' (= toets 'Mode' + toets 'Zoom'), dat de flitsklaar-aanduiding op de flitser snel (ong. 4 maal per seconde) knippert.
  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', c.q. 'Zoom', dat in het LC-display 'OFF' knippert.
  • De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display maar de normale weergave terug.
  • Op de flitser brandt de flitsklaar-aanduiding wee constant. Daarmee worden aangegeven, dat de instellichtfunctie Niet geactiveerd is.

Door op de ontspanknop voor handbediening op de flitser te drukken worden een proeflits ontstoken.

5.10 Terug maar de basisinstelling

De flitser kan door minstens drie seconden lang op de toets 'Mode' te drukken in zijn basisinstelling worden teruggezet.

De volgende instellingen worden gedaan

  • Flitsfungtie 'TTL'.
  • Automatische uitschakeling 'Auto-Off' worden geactiveerd (3 m On).
  • Automatische zoomfunctie 'Auto-Zoom'.
  • De extended-zoomfunctie worden opgeheven.
  • De instellichtfunctie worden opgeheven.

6. Speciale aanwijzingen per camera

Vanwege het groe aantal typen camera en hun eigenschappen is het in het kader van deze gebruksaanwijzing Niet mogelijk gedetailleerd op alle cameraspecifieke mogelijkheden, instellenen, aanduidingen enz. in te gaan. Informaties en aanwijzingen voor het inzetten van een flitser vindt u in de betreffende hoofdstukken van de gebruksaanwijzing van de camera!

6.1 In de flitsfungtie nicht ondersteunde, bijzondere functies

  • In de creatieve-programsturing kan geen flitser worden gebruikt.
  • Bij ingeschakelde flitser können de creatieve-programsturingen nicht geactiveerd worden.

Let op de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de camera!

6.1.2 Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS

Het systemd maar nicht toe, dat de synchronisatie bij korte belichtingstijden door de flitser worden ondersteund.

6.1.3 Draadloze flitssturing op afstand REMOTE

Het systemaatietoe,datdedraadlozeflitssturingREMOTE door de flitserwordtondersteund.

6.1.4 Flits vooraf gegen het 'rode ogen-effect'

Verschillende camera's beschikken over de mogelijkheid een flits, vooraf-gaand aan de eigenlijke hoofdflits, te ontsteken om het 'rode ogen-effect' te verminderen (Red-Eye-Reduction). Deze functie worden alleen ondersteund door de in de camera ingebouwde flitser. Op externe flitsers worden deze functie in principe Niet ondersteund.

7. Optionele accessoires

Wij zijn Niet aansprakelijk voor het verkeerd werken of schade aan de flitser, ontstaan door het gebruik van toebehoren van andere fabrikanten dan wijzfelt!

Groothoekvoorzetschijf 44-21

(Bestelnummer 000044217)

Voor het uitlichten van brandpuntsafstanden vanaf 20~mm . De grensreikwijdten要去en vanwege het Lichtverlies met ont. een factor 1,4 worden vermenigvuldigd.

- Set kleurenfilters 44-32

Omvat 4 kleurenfilters voor effectverlichting en een holder filter voor het opnemen van filterfolies in een willekeurige kleur.

- Mecabounce 44-90

(Bestelnummer 000044900)

Met deze diffusor bereikt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werking is groots,,ondat de opnamen een soft effect krijgen.De gelaatskleur van personen worden natuurlijker weergegeven. De grensreikwijden worden tot ongeveer de helft verkleind.

Reflectieschem 54-23

(Bestelnummer 000054236)

Maakt door+zijn zacht gerichte Licht harde slagschaduwen milder.

8. Hulp bij een eventuele storing

Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het LC-display van de flitseronzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser Niet functioneert op de manier die op grond van de gedane instellenen van hem zouden moot worden verwacht, schakel dan de flitser voor de duur van ont. 10 seconden via+zijn hoofdschakelaar uit. Controller deinstallingen die op de camera zich ge-daan en of de flitschoen wel op de juiste wijze in de accessoireschoen van de camera is geschoven.

De flitser zou na het inschakenen weeer 'normaal' moeten functioneren. Is dat Niet het geval, ga er dan mee maar uw fotohandelaar.

9. Onderhoud en verzorging

Verwijder stof en vuil met een zachte, droge, met siliconen behandelde doeck. Gebruik geen reinigingsmiddelen - de kunststof onderdelen zouden beschadigd können worden.

Het formeren van de flitscondensator

De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering als het apparaat gedurende een lange tijd Niet worden ingeschakeld. Het is waaromoodzakelijk, de flitser elk kwartaal ong. 10 minuten lang in te schaken (schakel 'Auto-off'uit). De batterijen, c.q. accu's要去en waar bij zoveel vermogen leveren, dat de flitskaar-aanduiding binnen 1 minuit na het inschaken oplicht.

Maximaal richtgetal bij ISO 100/21°; Zoom 105 mm:

In de M - functie ong. 1/200 seconde bij vol vermogen

Bij 1/2 vermogen ong. 1/600 seconde

Bij 1/4 vermogen ong. 1/1500 seconde

Bij 1/8 vermogen ong. 1/5000 seconde

Kleurtemperatuur:

ong. 5600 K

Filmgevoeligkeit:

ISO 6 tot ISO 6400

Synchronisatie:

Laagspanningsontsteking

Aantallen flitsen:

ong. 60 met NiCd-accu (600 mAh)

ong. 100 met NiMH-accu (1200 mAh)

ong. 180 met super-alkalimangaanbatterijen

ong. 240 met lithiumbatterijen

(telkens met vol vermogen)

Flitsvolgtijd:

ong.6s.met NiCd-accu

ong.6s.met NiMH-accu

ong. 7 s. met super-alkalimangaanbatterijen

ong. 7 s. met lithiumbatterijen

(telkens met vol vermogen)

Zwenkbereiken en klokstanden van de kop van de reflector:

Naar boven / beneden: 60^ , 75^ , 90^ / -7^

Afmetingen ong. in mm:

75× 125× 108(B× H× D)

Gewicht:

Flitser met stroombronnen: ong. 420 gram

Levering bestaatuit:

Flitser, gebruksaanwijzing

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - Het formeren van de flitscondensator - 1

Inleveren batterijen

Batterijen/accu's horen Niet in het huisvuil! Lever lege batterijen en/of accu's in op deplaatsen die waarvoort bestemd zich.

Lever s.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's in. Batterijen zijn in de regel leeg als het daarmee gevoede apparaat

-Uitschakelt en aangeeft 'batterijen leeg';
- na lang gebruik van de batterijen Niet meer gewoon functioneert.

Bedek, ter Voorkoming van kortsluiting, de polen door middel van een plankstrookje.

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - Inleveren batterijen - 1

GB

Richtgetallentabel voor TTL en vol vermogen M in het metersysteme
Richtgetal (ft) = Richtgetall (m) × 3,3

In het kader de CE-markering werden bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - GB - 1

SCA Contacten nicht aanraken!

In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden.

METZ MECABLITZ 54 AF-1 M - SCA Contacten nicht aanraken! - 1

Avverenza:

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 54 AF-1 M

Categorie : Externe flitser