MECABLITZ 48 AF-1_ - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 48 AF-1_ METZ in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MECABLITZ 48 AF-1_ METZ
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 48 AF-1_ - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 48 AF-1_ van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 48 AF-1_ METZ
Bedienungsanleitung
Gebruiksaanwijzing
Manuale instruzioni
Mode d'emploi
Operating instruction
Manual de instructucciones
1 Veiligheidsinstructures 47
2 Dedicated flitsfuncies 48
3 Flitser gereedmaken 48
3.1 Het aanbrengen van de flitser 48
3.2 Voeding 48
3.3 In- en uitschakelen van de flitser 49
3.4 Automatische uitschakeling / Auto-OFF 49
4 LED-aanduidingen op de flitser 49
4.1 Aanduiding dat de flitser is opgeladen 49
4.2 Aanduiding van de belichtingscontrole 50
5 Aanduidingen in het display 50
5.1 Aanduiding van de flitsfunctie 50
5.2 Aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht 50
6 Aanduidingen in de zoeker van de camera 51
7 Flitsfuncties ('Mode') 51
7.1TTL-functions .52
7.2 Manual flitsfunctie 53
7.3 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP, c.q. HSS) 53
8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting 54
9 Bijzondere functies ('Select') 54
9.1 Motorische zoominstalling van de hoofdreflector ('Zoom') 55
9.2 Remote-slaaflitsfunctie (SL) 56
9.3 Flitsbelichtingstrupje ('FB') 57
9.4 Automatische uitschakeling 58
9.5 Instellicht (ML) 58
9.6 Extended-zoomfunctie (Ex) 58
9.7 Meter-Feet-omschakeling (m'/ft') 58
9.8 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) 59
9.9 Aanpassing aan het opnameformataat (S.Zoom) 59
10 Flitstechnieken 59
10.1 Indirect flitsen 59
10.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart 60
10.3 Dicht bijopnamen / macro-opnamen 60
10.4 Meetopslag van de flitsbelichting 60
11 Flitssynchronisatie 61
11.1 Automatische sturing waar de flitssynchronisatietijd 61
11.2 Normale synchronisatie 61
11.3 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR). 61
11.4 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW). 61
12 Automatische AF-meetflits 62
13 Ontsteeksturing (Auto-Flash) 62
14 Onderhoud en verzorging 62
14.1 Het updaten van de firmware 62
14.2 Reset 62
14.3 Formeren van de flitscondensator 62
15 Troubleshooting 63
16 Technische gegevens 65
17 Bijzondere toebehoren 65
Tabel 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1/1) 129
Tabel 2: Flitsduur en deelvermogensstappen 130
Table 3: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingtypes131
Tabel 4: Max. Richtgetallen bij de HSS functie 131
Voorwoord
Hartelijk dank voor uw beslissing om een product van Metz aan te schaffen. Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten.
Natuurlijk sunt u nauwelijs wachten, de flitser in gebruik te nemen. Het loont城县 der moeite deze gebruiksaanwijzing door te lezen, want alleen dan leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan
Deze flitser is geschikt voor:
- Analoge en digitale Canon camera's (EOS, c.q. PowerShot) met TTL-, E-TTL en E-TTL-II flitsregeling.
Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser nicht geschikt! Sla s.v.p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het eind van de gebruiks-aanwijzing open.
1 Veiligheidsinstructies
- De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
- In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmid-delen enz.) mag de flitser absolut而不是 worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
- Fotografeer nooit bestuurders van auto's, bussen, treinen, fietsers of motorrijders fijdens de rit met een flitser. Door verblinding zonden ze een ongeluk hunnen veroorzaken!
- Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding zijn tot zware storingen in het kijkken, tot blindheid aan toe!
- Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
- Stel batterijen / accu's Niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonnesschijn, vuur of dergelijke!
-
Gooi verbruikte batterijen / accu's Niet in vuur!
-
Uit verbruike batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal waarom verbruike batterijen.altijd uit het apparatus.
- Batterijen können nicht worden opgeladen.
- Stel de flitser en het laadapparaat Niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
- Bescherm uw flitser wegen große hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser Niet in het handschoenvak van de auto!
- Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geenlicht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuil zijn. Als u hierop nicht let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector konnen verbranden.
- Raak het venster van de reflector Niet aan als u een serie van meerdere flitsen achechterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
- Neem de flitser Niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparatusat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden kan den worden.
- Bij flitsseries met vol vermogen en korte flitsvolgtijden moet u er op letten, dat u na telkens 15 flitsopnamen een pauze van minstens 10 minutes inlast!
- Bij sérieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden worden de groothoekdifusor bij zoomstanden van 35 mm en minder, flink heet.
- De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
- Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser voor gebruik acclimatiseren!
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!
2 Dedicated flitsfuncties
Dedicated flitsfungties zijn special op het camerasysteme ingestelde flitsfungties. Afhankelijk van het type camera wordenঀ verzschillende flitsfungties ondersteund.
- Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera
- Automatische omschakeling waar de flitssynchronisatielijk
- TTL-flitsfungie (standaard-TTL zonder meetflits vooraf)
- E-TTL-flitsfunctie / E-TTL II - flitsregeling
- Automatische invulflitsstiring
- Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting bij TTL / E-TTL / E-TTL II
- Opslag van de flitsbelichting FE bij E-TTL / E-TTL II
- Synchronisatie bij het open- of zichgaan va de sluiter (REAR)
- Automatische HSS-synchronisatie bij E-TTL / E-TTL II en M
- Automatische sturing van de motorische zoomreflector
- Extended-zoomfunction
- Aanpassing aan het opnameformataat (S.Zoom)
- Sturing van de AF-meetflits
- Automatische aanduiding van de flitsreikwijdte
- Automatisch geprogrammeerd flitsen / Automatisch-flitsen (AUTO-FLASH)
- Draadloze Canon E-TTL-Remote-flitsfunctionie
- Wake-Up-functie voor de flitser
- Het updaten van de firmware
In het kader van deze gebruksaanwijzing is het Niet möglichk, alle camera-modellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie waar voor de aanwijzingen in de gebruksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijk flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zich moeten worden ingesteld!
3 Flitser gereedmaken
3.1 Het aanbrengen van de flitser
Flitser op de camera monteren
Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag gegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in hetuis van de flitser verzonken.
- Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
- De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag gegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zatat het oppervlak van de camera nicht worden beschadigd.
Flitser van de camera afnemen
Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag gegen hetuis van de flitser draaien.
- Flitser ui de accessoireschoen schuiven.
3.2 Voeding
Batterij, c.q. accukeuze
De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:
- 4 NiCd-accu's, 1,2 V, type IEC KR6 (AA / Penlight), deze bioden zeer korte flitsvolgtijden en zijn sparzaam in het gebruik onionsat ze herlaadhaar zich.
- 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capacititeit dan de NiCd-accu en zijn minderbezwaarlijk voor het milieu waaroot te geen cadmium bevatten.
-
4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
-
4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.
Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd Niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. UIT.
Batterijen verwisselen
De accu's / batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt. Als de flitsvolgtijd (tijdCUSen het ontsteken van een flits met vol vermogen, bij. bij ' tot het opnieuw oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid ③ 更 dan 60 seconden duurt
- Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar ①uit.
- Schuif het deksel van het batterijvak ⑨ maar beneden en klap het open.
- Leg de batterijen in de lengterichting, overeenkomstig de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel van het batterijvak ⑨.
Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen konnen het apparaat vernielen! Vervang.altijd alle batterijen tegelijk en doordezelfde batterijen van een type fabrikant, met gelijke capacititeit! Verbruekte batterijen horen Niet in het huisvuil! Lever uw bij drage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de waarvoordbestemde verzamelplaatsen!
3.3 In- en uitschakelen van de flitser
De flitser要去 via zijn hoofdschakelaar ① ingeschakeld worden. In de stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.
Schuif de hoofdschakelaar ① maar de linker positie (AUS, c.q. OFF) om de flitserui te schakelen.
Als u denkt, de flitser gedurende langerearend Niet te gebruiken, dan bevelen wij aan: de flitser via zich hoofdschakelaar ① uit te schakelen en de voeding (batterijen, c.q. accu's) eruit te halen.
3.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF
In de fabriek worden de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 Minutes -
- na het inschakeni;
- na het ontsteken van een flits;
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
- na het uitschakelen van het belichtingsmeetsystem van de camera ...
... maar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energia te sparen en de voeding gegen onbedoeld ontladen te beschermen. De aanduiding van de flitsparaatheid ④ en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen.
De het LAST ingestelde flitsfungtie blijt na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddelijk waar ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. door het aantippen van de ontspankop op de camera (Wake-Up-functie) waar ingeschakeld.
Als u de flitser langereijd Niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altijd via+zijn hoofdschakelaar ① uit!
Indien noodzakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minuutplaatsvinden of worden gedexeerde (zie 9.4).
4 LED-aanduidingen op de flitser
4.1 Aanduiding dat de flitser is opgeladen
Zodra de flitser gereed is om te flitsenicht op de flitser de aanduiding van flitsparaatheid ③ op. Dezelicht op als de flitscondensator opgeladen is en geeft daarmee aan dat de flitser paraat is. Dat betekent dat bij de eerstvolgende opname flitslicht kan worden gebruikt. De Aanduiding van flitsparaatheid wordt tevens maar de camera doorgegeven en zorgt in de zoeker van de camera voor de desbetreffende aanduiding (zie 6).
Als u een opname maakt vórdat in de zoeker van de camera de aanduiding verschijnt dat de flitser paraat is, worden geen flits ontstoken en kan de opname
onder bepaalde omstandigheden verkeerd worden belicht als op de camera reeds waar de flitssynchronisatietijd is omgeschakeld (zie 11.1).
4.2 Aanduiding van de belichtingscontrole
De aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' Licht gedurende ong. 5 secon- den op als de opname in de TTL- functies (TIL, ETL, ETLHSS; zie 7) correct belicht werden!
Verschijt de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' na de opname Niet, dan werkde opname onderbelicht en moet u het dichtstbij liggende, lagere diafragmagetal instellen (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8 nemen) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterende vlak ( bij indirect flitsen) verkleinen en de opname over make. Let ook op de aanduiding van de flitsreikwijdtte in het display van de flitser (zie 5.2). Voor de aanduidingen van de belichtingscontrole in de zoeker van de camera zie ook 6)!
5 Aanduidingen in het display
De Canon camera's geen de waarden van ISO, brandpuntsafstand van het objectief (mm) en diafra magma door maar de flitser. Deze past zijn vereiste instellen gen automatisch.daaraan aan. Hij berekent uit die waarden en zich richtge-tal de maximale reikwijdtveh met flitslicht. Flitsfungtie, reikwijdtwe, werkdiafra magma en de zoomstand van de hoofdreflector worden in het display van de flitser aangegeven.
Als de flitser worden gebruikt, zonder dat deze de betreffende geevens van de camera heeft ontvangen (bijv. als de camera uitgeschakeld is), worden alleen de gekozen flitsfungtie, de zoomstand van de hoofdreflector en 'Zoom' aangegeven. De aanduidingen voor diafragma en reikwijdte verschijnen pas als de flitser de vereiste geevens van de camera heeft ontvangen.
De aanduidingen voor autozoom, diafragma en brandpuntsafstand vinden alleen plaat bij camera's die de waarden van diafragma en ISO waar de flitser overbrengen!
Displayverlichting
Telkens als u op een toets van de flitser drukt, worden gedurende ong. 10 sec. de verlichting van het display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits via de camera of via de ontspannop voor handbediening ③ op de flitser, worden de verlichting van het display uitgeschakeld.
5.1 Aanduiding van de flitsfunctie
In het display worden ingestelde flitsfungtie aangegeven. Daar bij়, afhankelijk van het type camera verschillende voor de telkens ondersteunde TTL-flitsfungtie (bijv. M, Ett, EttHSS) en de manual flitsfungtie M möglichk (zie 7).
5.2 Aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht
Bij het gebruik van camera's die de gegevens voor ISO, de brandpuntsafstand van het objectief en de diafragmawaarde aan de flitser overbrengen worden in het display een aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht aangegeven..Hiervoor要去en uitwisseling van gegevens tussen camera en flit ser koats hebben gezonden, bijvoorbeeld door het aantippen van de ontspanknop op de camera. De reikwijdte kan zowel in meters (m) of in feet (ft) worden aangegeven (zie 9.7).
Als er geen gegevens door de camera worden overgebracht, vindt de aanduiding van de reikwijdte Niet plaats.
- als de kop van de reflectoruit zichnormale stand (aar boven,beneden of zijwaarts) gezwenkt is.
- de flitser in de remote-flitsfungtie (Slave SL) werkkt.
Aanduidingen van de reikwijdte in de TTL-flitsfuncties
In de TTL-flitsfuncties (TL, EML, EMLHSS; zie 7.1) worden in het display de waarde voor de maximale reikwijde van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde geldt voor een reflectiegraad van het onderwerp van 25% , wat voor de meeste opnamesituaties een correcte waarde is. Grote afwijkingen van deze
reflectiegraad, bij zeer sterk of juist zeer zwak reflecterende onderwerpen kunnen de reikwijdte van het flitslicht beinvloeden.
Het onderwerp要去 zich in een bereik van ongeveer 40% tot 70% van de aangegeven waarde bevinden. De elektronica haeft dan voldoende spelEUrimte voor een goede belichting. De minimale flitsafstand tot het onderwerp mag Niet minder zichen dan 10% van de aangegeven waarde om overbelichting te vermijden! Het aanpassen aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmaopening van het objektief worden bereikt.
Aanduiding van de reikwijdte in de functie van met de hand in te stellen flitser M
In de functie van de met de hand in te stellen (manual) flitser M worden in het display de afstandswaarde aangegeven die voor het correct belachten van het onderwerp aangehouden moet worden. Het aanpassen aan de heersende opnameomstandigheden kan bijv. door het veranderen van de diafragmawarde op het objctief of door het kiezen van een met de hand in te stellen deelvermogen (zie 7.2) worden bereikt.
Overschrijding van het bereik van de aanduidingen
In het display hunnen reikwijden tot maximaal 199 m, c.q. 199 ft worden aangegeven. Bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en große diafragmaopeningen kan het bereik van de aanduidingen worden overschreden. Dit worden door een pijl, c.q. driehoekje anschter de afstandswaarde aangegeven.
6 Aanduidingen in de zoeker van de camera
Voorbeelden voor de aanduidingen in de zoeker van de camera:
Flitssymbol knippert:
Gebruik de flitser, c.q. schakel hem in ( bij sommige camera's).
Flitssymbollicht op:
De flitser is klaar om te flitsen (bij sommige camera's)
Er zijn ook camera's die in hun zoeker beschikken over een functie om een foute belichting aan te geven: knippert in de zoeker de diafragmawaarde, de belichtingstijd of knipperen beiden, dan is de gemaakte opname te ruim- of te krap belicht.
Basiscorrectie bij een foute belichting:
Bij teruime belichting: Niet flitsen!
- Bij te krappe belichting: schakel de flitser in of gebruik een statief en een langere belichtingstijd.
In de verschillende belichtings- en automatische programma's kunnen er verschillende redenen zijn voor het optreden van een foute belichting.
Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruik-saanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt.
7 Flitsfuncties ('Mode')
Afhankelijk van het type camera staan u verschillende TTL-flitsfuncties ter beschikking, de functie van met de hand in te stellen flitser (manual) en de flitsregeling bij korte belichtingstijden FP, c.q. HSS. Voordat u de flitsfunctie instelt,要去 een uitwisseling van gegevensussen camera en flitser hebbenplaatsgevonden, bijv. door het even aantippen van de ontspankop op de camera. Het instellen van de flitsfunctie moet met de toets „Mode“ ② plaatsvinden.
7.1 TTL-functions
In de TTL-flitsfuncties komt u op eenvoudige wijze tot zeer goede flitsopnamen. In\ deze flitsfuncties worden de belichtingsmetting door een sensor in de camera uitgevoerd. Deze meet het door het onderwerp gerelecteerdelicht door het objection\ heen (TTL = 'Trough The Lens'). De camera berekent waar bij automatisch het\ vereiste flitsvermogen voor een correcte belichting van de opname. Het Voordeel\ van de TTL-flitsfunctie ligt hierin, dat alle factoren die de belichting kannen beinvloeden (opnamefilters, veranderingen van diafragma- en brandpuntsafstand bij\ zoomobjectieven, verlenging van de uittrek bij dichtbijopnamen enz.) automatisch bij het regelen van het flitslicht in acht worden genomen.
Na een correct belichte opname verschijnt gedurende ont. 5 sec. de aanduiding van de belichtingscontrole ④ 'o.k.' (zie 4.2).
Let er op, of er voor uw camera beperkingen gelden ten aanzien van de ISO-waarden voor de TTL-flitsfunctie (bijv. ISO 64 tot ISO 1000; die gebruiksaanwijzing van de camera)! Voor het testen van de TTL-functie要去er zich bij analoge camera's een film in de camera bevinden!
E-TTL en E-TTL-II flitsfunctie
De flitsfuncties E-TTL en E-TTL-II zijn digitale TTL-flitsfuncties en een doorontwikkeling van de TTL-flitsfuncties van analoge camera's Bij de opname worden er vooraafgaand aan de eigenlijke flitsopname een nauwelijks waarneembare meetflits door de flitser afgeveen. Het door het onderwerp gereflecteerde van deze meetflits worden door de camera geevaluationerd. Overeenkomstig deze evaluatie worden de navolgende flitsbelichting door de camera aan de opnamesituatie aan-gepast (zie voor details de gebruiksaanwijzing van uw camera).
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets 'Mode'②, dat in het display 'EYL knippert. De flitser stelt, in overeenstemming met de camera automatisch de E-TTL, c.q. de E-TTL-II flitsfunctie in. In deze gebruiksaanwijzing van de flitser makes we geen onderscheid tussen E-TTL en E-TTL-II.
De installing treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en worden de instelling automatisch opgeslogen. In het display worden 'aangegeven.
TTL-flitsfungtie
Deze analogue TTL-flitsfungie wordt door alle analogue camera's ondersteund. Het is de normale TTL-flitsregeling (TTL-flitsfungie zonder meetflits vooraf).
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets 'Mode'②, dat in het display knippert. De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ont. 5 seconden houdt de aanuiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. In het display wordt het symbool aangegeven.
Bij camera's die de E-TTL, c.q. E-TTL-II flitsfunctie ondersteunen kan de normale TTL-flitsregeling Niet worden ingesteld!
Automatische TTL^- , c.q. E-TTL invulflits
Bij de meeste cameramodellen worden in de functies van automatisch geprogrammeerd P en de vari-, c.q. onderwerpsprogramma's de automatische TTL-, c.q. E-TTL invulflitsregeling geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Met de involflits kurz u ververlende schaduwen wegwerken en bij gegenlichtopnamen een uitgebalanceerde verlichting tessen onderwerp en achtergrund bewerkstelligen. Een computergestuurd meetsysteme van de camera zorgt voor een geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen.
Let er wel op, dat de bron ven het gegenlicht nicht rechtstreeks in het objec-tief schijnt. Het TTL-meetsystem van de camera zou waar verkeerd op hunnen reageren!
Bij de regeling van de automatische invulflits hoefft u niets in te stellen en er wordt niets aangegeven.
7.2 Manual flitsfungtie
In de manual flitsfungtie M wordt door de flitser altijd het volle vermogen afge- given, als er geen deelvermogen is ingesteld. Het aanpassen aan de opnamesi-tatie kan bijv. door de instelling van het diafragma op de camera of door het kiezen van een geschikt, met de hand in te stellen deelvermogen plaatsvinden. Het instelbereik strekt zich uit van P 1/1 tot P 1/128 in de M-functione, P 1/1 tot P1/32 in de M-HSS functie. In het display wordt de afstand aangegeven waarbij het onderwerp correct wordt belicht (zie 5.2).
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets 'Mode'②, dat in het display 'M' knippert. De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ontg. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. In het display wordt het symbool 'M' aangegeven.
Met de hand in te stellen deelvermogens
Stel in de manual flitsfungtie met de toetsen (+) en (-) het gewenste deelvermogen in. De instelling treedt onmiddelijk in werkung en wordt automatisch opgeslagen. De aanduiding van de afstandswaarde worden automatisch aan het deelvermogen aangepast (zie 5.2).
Sommige cameramodellen ondersteunen de functie van met de hand (manual M) in te stellen flitser alleen in de camerafunctie Manual M! In andere camerafuncties verschijnt in het display een foulmelding en worden de ontspanknop geblokkeerd!
7.3 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP, c.q. HSS)
Verschillende camera's ondersteunen de automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met deze flitsfungie is het möglichk, ook bij kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd een flitser te gebruiken. Deze functie is interessant bij bijv. portretten in een heldere omgeving, als door een ver geopend diafragma (bijv. F 2,0) de scherptediepte begrensd moet worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de functies E-TTL en M.
Natuurkundig bepaald worden door deze synchronisatie bij korte belichtstijden het richtgetal en daarmee tevens de reikwijdtde van de flitser behoorlijk ingeperkt! Let.darom op de aanduiding van de reikwijdtde in het display van de flitser! De synchronisatie bij korte belichtstijden wordt automatisch uitgevoerd als op de camera met de hand, of automatisch door het belichtingsprogramma, een korte- re belichtstijd dan de flitsssynchronisatietijd is ingesteld.
Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de synchronisatie bij korte belichtingstijden mede afhangt van de gekozen belichtingstijd: hoe korter de belichtingstijd, des te lager het richtgetal!
Einstellvorgang
- Druk zo vaak op de toets „Mode“ ② , dat in het display „E HSS“ c.q. „M HSS“ knippert. De instelling treedt onmiddelijk in werkig. Na ongeveer 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt hij automatisch opgeslagen. In het display wordt „E HSS“ c.q. „M HSS“ aangegeven. Om de synchronisatie bij korte belichtingstijden te deactiveren, drukt u zo vaak op de toets „Mode“ ② , dat het symbool HSS UIT het display is verdwen.
Als op de flitser de synchronisation bij korte belichtingstijden FP, c.q. HSS is geactiveerd, worden synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) automatisch gedexeererd!
8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
De automatiek van de flitsbelichting is in de meeste camera's gebaseerd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonoerwerpen). Een donkere acheftergrund die veel Licht absorbeert of een lichte acheftergrund die sterk reflecteert (bijv. gegenlichtopnamen), hunnen leiden tot te ruim, c.q. te krap belichte onderwerpen.
Om het bovengenoemde effect te compenseren kan de flitsbelichting via een met de hand in te stellen correctiewaarde worden aangepast aan de opnamesituatie. De hoogte van die correctiewaarde hangt af van het contrastussen onderwerp en achtergrond!
Op de flitser können in de TTL-flitsfuncties met de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van -3 tot +3 stops (EV) in stappen van 1/3 stop worden ingesteld. Tip:
Donker onderwerp gegen een lichte achtergrund: positieve correctiewaarde. Licht onderwerp gegen donkere achtergrund: negatieve correctiewaarde.
Een belichtingscorrectie door veranderen van de diafraAGMAopening van het objectief is Niet mogelijk, waar de belichtingsautomatiek van de camera het veranderde diafraagma waar als werkdiafraagma ziet. Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijde in het display veranderen en aan de correctiewaarde worden aangepast (hangt af van het type camera)!
Het instellen
- Druk zo vaak op de toetsen ((-), c.q. ((+)), dat in het display 'EV' knippert. Met de toetsen ((+)) en ((-)) de gewenste instelling uitvoeren:
Stel met de toets (-) een negatieve, c.q. met de toets (+) een positieve correctiewaarde in.
De instelling treedt onmiddelijk in werkking. Na ont. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen.
Na het opstaan worden 'EV' met de ingestelde correctiewaarde in deplaats van de diafragmawaarde aangegeven.
Voor het deactiveren van een correctiewaarde zo vaak op de toetsen (·) , c.q. (+) drukken, dat, 'EV' zonder correctiewaarde worden aangegeven. De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ont.. 5 seconden houdt de aanuiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het opslaan wordt in het display wee ter diafragmawaarde aangegeven.
Een met de hand ingestelde correctie op de flitsbelichting in de TTL-flits-functions kan alleen danplaatsvinden als de camera het instellen van een correctiewaarde op de flitser ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!
Als de camera die functie Niet ondersteunt moet de correctiewaarde met de hand op de camera worden ingesteld. In het display van de flitser worden dan geen correctiewaarde aangegeven.
Vergeet vooral Niet, de correctiewaarde na de opname waar op de camera terug te zetten!
9 Bijzondere functies ('Select')
Afhankelijk van het type camera c.q. groep camera's staan verschillende, bijzondere functies ter beschikking. Voor het oproepen en instellen van de bijzondere functies moet er.daarom eerst een uitwisseling van gegevensussen camera en fluitserplaats hebben gezonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknp op de camera. Het oproepen van de individuèle bijzondere functies vindt plaats met deknopcombinatie 'Select', dat betekent dat u tegelijk op de toetsen (-) c.q. (+) 要去 drukken. De bij de bijzondere functies horende en gewenste instellenen worden aansluitend met alleen de toets (-), c.q. (+) uitgevoerd.
Het instellen要去 onmiddelijk na het oproepen van de bijzondere functieplaatsvinden, waar de flitser anders na enige seconden automatisch weer maar de normale flitsfunctie omschakelt!
9.1 Motorische zoominstelling van de hoofdeflector ('Zoom')
De motorische zoom van de hoofdreflector ⑩ van de flitser kan de beeldhoek van objektieven met een brandpuntsafstanden vanaf 24~mm (kleinbeeldformaat) uitrichten. Door het gebruik van de ingebouwde groothoekdiffusor ⑧ vergroot de verlichtingshoek zich tot die van een 18~mm objectief.
Autozoom
Als de flitser gebruikt worden op een camera die de gegevens van de brandpuntsaf-stand van het objctief doorgeeft past de zoomstand van de reflector ⑩ zich automatisch.daaraan aan. Na het inschakelen van de flitser wordt in het display 'Zoom' en de actuèle zoomstand van de hoofdreflector ⑩ aangegeven..
De automatische aanpassing geschiedt voor objecieven met een brandpuntsafstand van 24mm ofeer. Als u een objecief met een kortere brandpuntsafstand dan 24mm gebruikt dan knippert in het display de aanduiding 24' als waarschuwing dat het onderwerp Niet volledig kan worden uitgelicht.
Naar wens kan de stand van de hoofdreflector met de hand worden versteld om bepaalde verlichtingseffecten te bereiken (bijv. een spotlight-effect enz.).
Manual zoomfunctie
Bij camera's die geen gevevens van de brandpuntsafstand van het objctief doorgeven moet de zoomstand van de hoofdreflector met de hand aan de brandpuntsafstand van het objctief worden aangepast.. De autozoomfunctie is in die gefallen Niet möglichk! Na het inschakenen van de flitser worden in het display 'Zoom' en de actuèle stand van de reflector ⑩ aangegeven.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'Zoom' knipperend in het display naast de zoomstand (mm) aangegeven worden.
- Met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling uitvoeren. In het display wisselt de knipperende aanduiding waar bij maar 'M.Zoom' voor de manual zoomfunctie. De volgende zoomstanden voor de hoofdreflector zijn möglichk:
24 - 28 - 35 - 50 - 70 - 85 - 105 mm (kleinbeeldformaat).
De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen.
Als de camera de brandpuntsafstand waar de flitser overbrengt en een manual instelling ertoe leidt, dat de hoofdreflector het onderwerp Niet volledig kan uitrichten (bijv. bij een spotlight-effect), dan knippert, als waarschuwing�aarvoor, de aanduiding van de zoomstand van de hoofdreflector!
Tip:
Als u nicht altijd de volle energia en reikwijdtte van de flitser nodig heeft,kest u de hoofdreflector ook latent staan in de in de stand van de aanvangsbrandpuntsaftstand. Daardoor is gegardeerd dat het gehele onderwerp in het beeld altijd volledig uitgelicht worden. U bespaart zich dan het steeds moeten aanpassen aan de brandpuntsaftstand van het objectief.
Voorbeeld:
U gezrukt een zoomobjectief met een bereik aan brandpuntsafstanden van 35 tot 105mm . In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector van de flitser in op 35mm .
Terugzellenaarautozoom
- Tip de onspanknop op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitserplaats kan vinden.
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'M Zoom' knipperend naast de zoomstand (mm) worden aangegeven.
- Druk zo vaak op de toets (+), dat de 105 mm stand overschreten worden. Daar bij wisselt de knipperende aanduiding van 'M Zoom' maar 'Zoom' (= autozoomfunctie) en de zoomstand van de hoofdreflector (10) worden automatisch aan de brandpuntsafstand aangepast. De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en worden de deinstelling automatisch opgeslagen.
Het terugzetten vanuit de manual zoomfunctie waar de autozoomfunctie vindt ook plaat als de flitser opnieuw via+zijn hoofdschakelaar ① worden ingeschakeld.
Groothoekdiffusor
Met de ingebouwde groothoekdiffusor ⑧ kan de verlichtingshoek aan objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 18mm worden aangepast (kleinbeeldformaat).
Trek de groothoekdiffusor ⑧ uit de hoofdeflector ⑩ tot de aanslag maar voren en LAST hem los. De groothoekdiffusor ⑧ klapt dan vanzelf maar beneden. De hoofdeflector worden zodenig automatisch in de vereiste stand gezet. In het display worden de afstandsaanduidingen en de zoomwaarde maar 18 mm gecorrigeerd.
Voor het terugzetten de groothoekdiffusor ⑧ 90^ maar boven klappen en hem geheel inschuiven.
Mecabounce 58-90
Als op de hoofdfreflector 10 van de flitser een Mecabounce 58-90 (accessoire;zie 17) is gemonteerd, wordt de hoofdfreflector 10 automatisch maar de vereiste stand gestuurd. De aanduidingen van de afstand en de zoomstand worden op 16mm gecorrigeerd.
9.2 Remote-slaaflitsfunctie (SL)
De flitser ondersteunt het draadloze Canon-E-TTL-Remote system in de functie van slaafflitser. Hierbij hunnen een of meerdere slaafflitsers door een master-, c.q. controllerflitser op de camera (bijv. de mecablitz 58 AF1-C digital) draadloos op afstand worden aangestuurd.
Een slaafflitser kan aan een van drie mogelijk slaafgroepen (groep A, B of C) worden toegewezen. De master-, c.q. controllerflitser kan al deze slaafgroepen tegelijkertijd sturen en waar bij de individuèle instellenen van elk der slaafgroepen acheft nemen.
Opdat meerere remote-systemen indezelfde ruimte elkaar Niet storen,staan u vier onafhankelijke remote-kanalen (CH1,2,3 of 4) ter beschikking. Master-, controller- en slaafflitsers die tot eenzelfde remote-system behoren,要去en alle op hetzelfde kanaal ingesteld worden.De slaafflitsers要去en met de ingebouwdesensor voor de remote-functionie ⑤ hetlicht van de master-,c.q.controllerflitser konnen ontvangen.
Afhankelijk van het type camera kan ook een in de camera ingebouwde flitser als master-, c.q. controllerflitser werkken. Verdere aanwijzingen met betrekking tot de instellenen op de master-, c.q. controllerflitser vindt u in hun gebruiksaanwijzing.
Het instellen van de remote-slaaffunctie
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat in het display SL knippert. Voer met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling UIT.
- Bij de aanduiding 'On' is de remote-slaauffunctie geactiveerd.
- Bij de aanduiding 'OFF' is de remote-slaaffunctie gedeactiveerd.
De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ont. 5 seconden houdt de aanui-ding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na de active-ring van de remote slaaffunctie worden in het display 'SL' aangegeven. Bovendien worden de gewenste slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH) aangegeven.
Het instellen van de slaafgroep
Als de remote-slaaffunctie is geactiveerd, moet u zo vaak op de toetscombinatie 'Select' drukken, dat in het display 'GROUP' (= slaafgroep) knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. U hebelt de möglichkheid, te kiezen:tussen de groepen A, B of C.
De instelling treedt onmiddelijk in werkking. Na ong. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de remote slaaffunctie wordt in het dislay „ SL" aangegeven.
Bovendien wird de gekozen slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH) aangegeven.
Het instellen van eem remote-kanaal
Op de slaafflitser要去 hetzelfde remote-kanaal als op de master-, c.q. controllerflitser ingesteld worden!
- Als de remote-slaaffunctie is geactiveerd moet u zo vaak op de toetscombinatie 'Select' drukken, dat in het display 'CH' (= remote-kanaal) knippert.
- Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. U heeft de möglich-kheid, te kiezen:tussen kanaal 1, 2, 3 of 4.
De instilling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de remote-slaaffunctie wordt in het dispay SL aangegeven. Bovendien wordt de ingestelde slaafgroep (GROUP) en het remote-kanaal (CH) aangegeven.
He testen van de remote flitsfunctie
- Zet de slaafflitsers net zo neer als u ze voor de latere opname wilt gebruiken. Gebruik voor het opstellen van de slaafflitsers een flitservoetje W-F127.
- Wacht de flitsparaatheid van alle deelnemende flitsers af. Zijn de slaafflitsers paraat, dan knippert de AF-meetflits ⑪.
- Druk bij de master-, c.q. controllerflitser op de ontspannop voor handbedie-ning ③ en ontsteek daardoor een testflits. De slaaflitsers reageren per scaafgroep na elkaar ie's vertraagd met een testflits. Als een scaaflitser geen testflits afgeelt, controlleren dan de instelling van remote-kanaal en scaafgroep. Corrigeer de stand van de scaafflitser zodate het Licht van de master-, c.q. controllerflitser kan ontvangen.
De soort flitsfungtie worden automatisch door de master-, c.q. controllerflitser doorgegeven. Als de flitser als master in het draadloos remotesystem werkt, worden tegelijk met het ontsteken van zijn instellicht dat van de slaafflitter(s) ontstoken
9.3 Flitsbelichtingstrupje ('FB')
In de TTL-flitsfuncties (M, E M, E M HSS; zie 7.1) kan een flitsbelichtings-trapje FB (Flash-Bracketing) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrapje bestaatuit drie achefter elkaar volgende flitsopnamen met verschillende correctiewaarden op de flitsbelichting:
- De eerste opname worden zonder correctie uitgevoerd.
- De tweede opname vindt plaats met een minuscorrectie.
- De derde opname vindt plaats met een pluscorrectie.
- Na de derde opname worden het flitsbelichtingstripje automatisch gedeactiveerd.
Een flitsbelichtingstrupje kan alleen dan worden uitgevoerd als de camera een met de hand uit te voeren correctie op de flitsbelichting aan de flitser ondersteunt (zie hoofdstuk. 5 en de gebruiksaanwijzing van de camera)! In het andere geval worden de opnamen zonder correctiewaar de uitgevoerd!
Het instellen
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat in het display 'FB' knipperend worden aangegeven.
- Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. De möglichke correctiewaarden reiken van 1/3 tot 3 diafragmawaarden in stappen van 1/3 stop. De correctiewaarde worden alkijd positief aangegeven. Deinstilling treedt onmiddelijk in werkig. Na ont.. 5 seconden houdt de aanuiding op te knipperen en worden de instelling automatisch opgeslagen.
Voor de eerste opname van het flitsbelichtingstripje worden in het display 'FB' en 'A' aangegeven. Voor de tweede opname worden 'FB', 'B' en de minus-correctiewaarde aangegeven en voor de derde opname 'FB' en 'C' en de plus-correctiewaarde. Na de derde opname verdwijnt de aanduiding 'FB' en worden het flitsbelichtingstripje gedeactiveerd.
Voor een volgend flitsbelichtingstrupje要去 deze functie opniew worden ingesteld!
9.4 Automatische uitschakeling ©
De automatische uitschakeling van het apparaat kan zo worden ingesteld, dat deze na 10 minutes of na 1 minuut in werkig treedt, c.q. gedeactiveerd worden.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat het kloksymbol @ knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in.
- Bij de aanduiding '10 min' is de automatische uitschakeling geactiveerd en het gebeurt na 10 minutes.
- Bij de aanduiding '1 min' is de automatische uitschakeling geactiveerd en het gebeurt na 1 minuit.
- Bij de aanduiding 'OFF' is de automatische uitschakeling gedexeerd.
De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 seconden houdt de aandui-ding op te knipperen en worden de instelling automatisch opgeslagen. Na het active- ren van de automatische uitschakeling worden in het display ⑤ aangegeven.
9.5 Instellicht ('ML')
Bij het instellicht (ML = Modelling Light) staat het om stroboscopisch flitslicht met een hoge freiestie. Bij een duur van ont. 5 seconden ontstaat de indruk van een quasi continulicht. Met het instellicht kannen de Lichtverdeling en schaduworming reeds voor de opname worden beoordeeld. Het instellicht wordt met de onspanknop voor handbediening ③ ontstoken.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat in het display 'ML' knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in.
- Bij de aanduiding 'ML ON' is de instellichtfunctie geactiveerd.
- Bij de aanduiding 'ML OFF' is de instellichtfunctie gedeactiveerd.
De instelling treedt onmiddelijk in werk. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de instellichtfunctie worden in het display 'ML' aangegeven.
9.6 Extended-zoomfunctie ('Ex')
Bij de extended-zoomfunctie worden de zoomstand van de hoofdreflector (10) een stap lager ingesteld dan de brandpuntsafstand van het objectief. De waaruit resultederende, verbrede, grotere verlichtingshoek zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachter flitslicht.
Voorbeeld:
De brandpuntsafstand van het objectief op de camera bedraagt 50~mm . In de extended-zoomfunctie stuart de flitser de hoofdreflector waar de zoomstand van 35~mm . In het display worden verdier wel 50~mm aangegeven.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'Zoom' aangegeven worden en 'Ex' knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) dan de gewenste instelling in.
- Bij de aanduiding 'Ex On' is de extended-zoomfunctie geactiveerd.
- Bij de aanduiding 'Ex OFF' is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd.
De instelling treedt onmiddelijk in werk. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de extended-zoomfunctie worden in het display 'Ex' aangegeven.
Het systeme bepaalt, dat de extended-zoomfunctie alleen brandpuntsafstanden van 28 mm (kleinbeeldformaat) en longer ondersteunt. De camera要去en een objetief met CPU zich voorzien en de gegevens van de brandpuntsafstand van het objetief doorgegeven hebben maar de flitser.
9.7 Meter-Feet-omschakeling ('m'/'ft')
De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser kan maar keuze in meters m of in feet ft plaatsvinden.
Het instellen
-
Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat alleen de afstandsdimension 'm' of 'ft' knippert. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in.
-
Bij de aanduiding 'm' staat de afstandsaanduiding in meters.
- Bij de aanduiding 'ft' staat de afstandsaanduiding in feet.
De instelling treedt onmiddelijk in werkking. Na ont. 5 seconden houdt de aan-duiding op te knipperen en worden de instelling automatisch opgeslagen.
9.8 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)
Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flitser te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (zie 11.3).
Het instellen
- Tip de onspanknop op de camera aan, zodat er een uitwisseling van gevevensCUSen camera en flitserplaats kan vinden.
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'REAR' knipperend worden aangegeven.
-
Stel met de toeisen (+) en (-) dan de gewenste instelling in.
-
Bij de aanduiding 'REAR On' is de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter geactiveerd (REAR-functie).
- Bij de aanduiding 'REAR Off' is de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter gedeactiveerd.
De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ont. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling opgeslogen. Na het activeren van de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter wordt in het display 'REAR' aangegeven.
Als op de flitser de synchronisatie bij korte belichtingstijden FP, c.q. HSS (zie 7.3) ingesteld is, kan synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter nicht worden geactiveerd!
9.9 Aanpassing aan het opnameformatat (S Zoom)
Bij sommige typen digitale camera's kan de aanduiding voor de stand van de hoofdreflector worden aangepast aan het formaat van de opnamechip (de afmetingen van het opname-element) met de functie zoommaat ('SZoom').
Het instellen
- Tip de ontspanknop op de camera aan, zodate er een uitwisseling van gevevensussen camera en flitserplaats kan vinden.
- Druk zo vaak op de toetscombinatie 'Select', dat 'Zoom' worden aangegeven en 'S' knippert.
-
Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in.
-
Bij de aanduiding 'S On' is de instelling van de zoommaat geactiveerd.
- Bij de aanduiding 'S Off' is de instelling van de zoommaat gedeactiveerd.
De instelling treedt onmiddelijk in werkung. Na ong. 5 seconden houdt de aanduiding op te knipperen en wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het activeren van de instelling van de zoommaat wordt in het display 'S' aangegeven.
Bij camera's die de aanpassing aan het opnameformataat Niet ondersteu-nen kan de functie van instelling van de zoommaat Niet worden ingesteld!
10 Flitstechnieken
10.1 Indirect flitsen
Door indirect te flitsen worden het onderwerp zachter verlicht en een anders nadrukkelijke schaduw gemilderd. Bovendien worden natuurkundig bepaalde lich-tafval van voor- maarachtergrund verminderd.
Om indirect te konnen flitsen kan de hoofdreflector 10 van de flitser horizontal en verticaal worden gezwenkt. Ter voorkoming van kleurzwemen in de opnamen要去 het reflecterende vlak neutraal van kleur, c.q. wit zich.
Let er bij het zwenken van de hoofdreflector op dat hij voldoende ver uitgezwenkt worden zodate er geen rechtstreeks flitslichtuit de hoofdreflectormeer op het onderwerp kan vallen. Zwenk daarom minstens tot de 60^ klikstand.Bij gezwenkte hoofdreflector 出 vindt er in het display geen aanduiding voor de reikwijdtde meer plaats! Als de kop van de hoofdreflector gezwenkt worden, wordt deze maar een stand van groter dan / gelijk aan 70 mm gestuurd, zodate er geen rechtstreeks strooilicht op het onderwerp kan vallen. Daar bij vindt er ook geen aanduiding van de flitsreikwijdtde en de zoomstand van de hoofdreflectorplaats.
10.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart
Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectiekaart ⑦ kunden bij Personen spitslichtjes in de ogen worden verkreten:
- Zwenk de reflectorkop 90^ maar boven.
- Trek de reflectiekaart ⑦ samen met de groothoekdiffusor boven uit de reflec-torkop maar voren.
- Houd de reflectiekaart (7) vast en schuif de groothoekdiffusor (8) terug in de reflectorkop.
10.3 Dicht bijopnamen / macro-opnamen
In het dicht bijbereik en bij macro-opnamen kan door het parallaxverschilussen flitser en objectief onderaan het beeld een schaduwrand ontstaan. Om dit tegen te gaan kan de hoofdeflector met een hoek van -7^ maar beneden worden gezwenkt werden. Druk waar voor op de ontgrendelknop 6 en zwenk de hoofdeflector 10aar beneden.
Bij opnamen in het dichtbijkereik moet u er op letten bepaalde minimumafstan-den aan te honden om overbelichting te vermiiden.
De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10% van de in het display aangegeven reikwijdtde. Als de reflectorkop maar beneden gezwenkt is knippert als aanwijzing waarvoord de aanduiding van de reikwijdtde. Let er op
dat bij dichtbijopnamen het flitslicht Niet door het objctief afgeschaduwd wordt!
10.4 Geheugen van de meetwaarde FE
Sommige camera's beschikken over een geheugen vooreen flitsbelichtingsmeting (FE= Flash exposure). Dit worden door de flitser in de flitsfunctie E understeund.
Dit worden door de flitsser in de i-TTL- en i-TTL-BL-flitsfunctie ondersteund. Hiermee kan, voorafgaand aan de eigenlijke belichting, reeds de dosering voor de navol-gende opname worden vastgelegd. Dit is bijvoorbeeld vooral zinvol als de flitsbelichting afgestemd要去orden op de reflectie van een bepaalde uitsnede van het onderwerp die Niet absolut identiek hoeft te zich aan het gehele onderwarp.
Het activeren van deze functie moet op de camera gebeuren. Richt het meetveld van de AF-sensor op het onderwerpsdetail waarop de flitsbelichting moet worden afgestemd en stel scherp. Door te drukken op de FE-toets op de camera (de aanuidig varieert van type camera tot type camera; die gebruiksaanwijzing van de camera) zendt de flitser een FE-proefflitsuit.
In de Zoeker van de camera ziet u dan een aanduiding voor de opgeslagen meetwaarde, bijv. 'EL'. Met behulp van het gereflecteerde Licht van de testflits legt de camera de het vermogen vast waarmee de dan volgende flitsbelichting plaat smt vinden. Op het eigennenijk hoofdonderwerp kan dan met het AF-sensormeetveld van de camera worden scherpgesteld. Nadat u op de ontspankop van de camera hebt gedrukt worden de opname met de erder bepaalde hoeveel-heid flitslicht gemaakt!
In het groene, volautomatische programma en in de vari-, c.q. onderwerpsprogramma's wordt het geheugen voor de flitsbelichting Niet ondersteund! Zie voor nadere aanwijzingen betreffende het instellen en het hanteren de gebruiksaanwijzing van uw camera!
11 Flitssynchronisatie
11.1 Automatische sturing waar de flitssynchronisatietijd
Afhankelijk van de camera en de waarop ingestelde camerafunctie worden, zodra de flitser opgeladen is de belichtingstijd omgeschakeld waar de flitssynchronisatieijd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Kortereijden dan de flitssynchronisatietijd kannen nicht worden ingesteld, c.q. worden maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Sommige camera's hebber een synchronisatiebereik van bijv. 1/30 s. tot 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke synchronisatieijd de camera dan instelt hangt af van de er op ingestelde functie, van de helderheid van de omgeving en van de brandpuntsafstand van het gebruekte objctief.
Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd können, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen flitssynchronisatie (zie 11.3 en 11.4) wel worden gebruikt..
Bij camera's met een centraalsluiter is er geen flitssynchronisatietijd en bij de synchronisatie op korte belichtingstijden (zie 8.5) worden nicht automatisch waar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. In die geallen kan met alle belichtingstijden worden geflitst. Als u de volle energia van de flitser nodig heegt kutu beter geen kortere tijd dan 1/125 s. kiezen.
11.2 Normale synchronisatie
Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichtingstijd ontstoken (= synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). Deze normale synchronisatie is de standardfunctie en wordt door alle camera's uitgevoerd. Hij is geschikt voor de meeste flitsopnamen. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde camerafunctie de ingestelde belichtingstijd waar de flitsssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijden:tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser verschijnt er voor deze functie geen aanduiding.
11.3 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)
Sommige camera's bieden de mogelijkheid tot synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR). Daar bij worden de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken. Dit is vooral geschikt bij belichtingen met een langere belichtingstijden (>1/30s.) en bewegende onderwerpen die een eigénlichtbron voeren, waar die bewegende onderwerpen dan een Lichtstaart ansch有兴趣 in plaats van - Zoals bij synchronisatie bij het opengaan van de sluiter - voor zich opbouwen. Zo worden bij bewegendelichtbronnen een 'natuurlijker' weergave van de opnamesituatie verzregen! Afhankelijk van de er op ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden in dan de flitsynchronisatiejtijd.
Bij sommige camera's is in bepaalde functies (bijv. bepaalde vari-, c.q. onderwerpsprogramma's of bij een functie met flits vooraf gegen het 'rode ogen-effect' de REAR-functie Niet möglich. De REAR-functie kan dan nicht worden gekozen, c.q. worden automatisch uitgeschakeld of Niet uitgevoerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Zie voor het instellen paragraaf 9.8.
11.4 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW)
Bij de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW komt de beeldachtergrond bij een lage omgevingshelderheid beteruit. Dit worden bereikt door belichtingstijden die aan de omgevingshelderheid zijn aangepast. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden ingesteld die longer dan de flits-synchronisatietijd zijn (bijv. belichtingstijden tot aan 30 seconden). Bij enkele cameramodellen worden de synchronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde onderwerpsprogramma's (bijv. het nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd, c.q. kan op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwij-zing van de camera). Op de flitser hoeff niets te worden ingesteld en er verschijnt ook gaan aanduiding voor deze functie.
Het instellen voor de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW要去 op de cameraplaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!
Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om onscherpte door bewegen van de camera te voorkomen!
Zodra de omgeving zo donker is dat automatisch schorpstellen nicht meer möglichk is, wordt door de camera automatisch de AF-meetflits in de flitser geactiveerd. Daar bij worden een streeppatroon op het onderwerp gprojekteerd waarop de camera dan scherp kan stellen. De reikwijde bedraagt ont. 6 m ... 9 m (bij standaardobjectief 1,7/50 mm). Vanwege de parallaxussen objctief AF-meetflits in de flitser bedraagt de dicht bij instelgrens met AF-meetflits ong. 0,7 m tot 1 m.

Om de AF-meetflits ① door de camera te lately activeren, moet waarop de autofocusfunctie 'Single-AF (S)' ingesteld zijn en moet de flitser opgeladen bijn. Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. De AF-meetflits van de flitser wordt dan Niet geactiveerd (bij. bij compactcamera's;zie de gebruiksaanwij- zing van de camera)!
Zoomobjectieven met een lage grootste opening beperken de reikwijde van de AF-meetflits soms behoorlijk!
Verschillende cameramodellen ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een Niet-centrale sensor worden gekozen, dan worden de AF-meetflits van de camera Niet geactiveerd!
13 Ontsteeksturing (Auto-Flash)
Is er voor een opname voldoende omgevingslicht dan verhinderen sommige camera's het ontsteken van een flits. Bij het opnemen worden dan geen flits ontstoken.
14 Onderhoud en verzorging
Verwijder vuil en stof met een zacht, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel - de kunststofonderdelen zouden beschadigd konnen worden.
14.1 Het updaten van de firmware
De firmware van de flitser kan via de USB-interface ⑬ geactualiseerd en in technisch opzicht aan de functies van toekomstige camera's worden aangepast Firmware-update).

Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage: www.metz.de
14.2 Reset
De flitser kan maar de fabrieksinstellenen zoals bij de aflevering terug worden gezet. Druk waaroor op de toets 'Mode' en houd deze ong. 5 seconden ingedrukt. Na ong. 5 seconden worden kort in het display 'rES' (= Reset) aangegeven en is de flitser weein de afleveringstoestand terug gezet.

De updates van de firmware waar zijn hierin Niet betrokken!
14.3 Formeren van de flitscondensator
De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een naturkundige ver-andering, als het apparaat gedurende een langere tijd Niet wordt ingeschakeld. Het is waaromoodzakelijk, de flitser eens per kwartaal gedurende 10 min. in te schaken. De voeding moet�abiq zo veel energie leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschaken oplicht.
15 Troubleshooting
Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitseronzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser Niet functioneert zoals hij op grond van zichin instellenen zou behoren te doeon, schakel de flitser dan gedurende ont. 10 seconden met de hoofdschakelaar ① uit. Controller of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellenen.
Vervang de batterijen, c.q. de accu's gegen{nieuwe, c.q. vers opgeladen accu's! De flitser zou nu na het inschakelen weeer 'normaal'要去en functioneren. Als dit Niet het geval is, ga er dan mee maar uw fotohandelaar.
Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen können optreden. Onder elk punt zijn möglichke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.
In het display verschijnt de reikwijdte Niet
- Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspankop op de camera even aan.
- De hoofdeflector staat nicht in de normale stand.
De AF-meetflits van de flitser worden nicht geactiveerd.
- De flitser is nicht paraat.
- De camera staat nicht in de functie Single AF (S-AF).
- De camera ondersteunt alleen de eigien, interne AF-meetflits.
- Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor worden gekozen, worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor!
De stand van de zoomreflector worden nicht automatisch aangepast aan de actuèle zoomstand van het objectief.
- De camera geeft geen gevevens door maar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitserplaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitergerust met een objektief zonder CPU.
- De flitser werkkt in de manual zoominstelling 'MZoom'. Schakel om maar autozoom (zie 9.1).
De diafragma-instelling op de flitser worden nicht automatisch aan die van het objectief aangepast.
- De camera geeft geen gevevens door maar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objektief zonder CPU.
In het display knippert de aanuiding voor de zoomstand van de hoofdreflector
- Waarschuwing voor schaduworming aan de randen van het beeld: De op de camera ingestelde brandpuntsafstand van het objctief (omgerekendaar het 35mm Kleinbeeldformaat 24× 36 ) iskleiner dan de ingestelde zoomstand van de hoofdreflector.
De E ITI flitsfungtie alot zich nicht instellen.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspankop op de camera aan.
- De camera ondersteunt de E flitsfunctie Niet.
Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter LAST ZICH op de flitser Niet instellen.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSSEN camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspanknop op de camera aan.
- De camera ondersteunt de REAR-functie Niet.
- Op de flitser staat de synchronisatie bij korte belichtingstijden FP ingesteld. Deactiveer HSS (zie 7.3).
Deinstalling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-flitsbelichting werkst Niet.
- De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser Niet.
De automatische omschakeling maar de flitssynchronisatietijd vindt Niet plaats. - De camera werkkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera's). Er hoeft waar bij geen omschakeling maar een flitssynchronisatietijdplaats te vinden.
- De camera werkkt met synchronisatie bij korte belichtingstijden FP, c.q. HSS (camera-instelling). Er vindt geen omschakeling maar de flitssynchronisatietijd plaat.
- De camera werkkt met een langere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie worden waar bij Niet maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruksaanwijzing van de camera).
De opnamen vertonen aan de onderzijde een schaduw.
- Door de parallax:tussen objectief en flitser kan het onderwerp in het dichtbijbereik, afhankelijk van de brandpuntsafstand, aan de onderzijde van het beeld Niet geheel worden uitgelicht. Neig de hoofdreflector, c.q. zet de groothoekdiffusor voor de reflector.
De opname zich te donker.
- Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen ver-mindert de reikwijdte van de flits.
- Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor worden het meetsystem van de camera, c.q. van de flitser beinvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.
De opnamen zijn te Licht.
- In het dicht bijbereik kannen overbelichtingen (te lichte opnamen) voorkomen, als u bijv. een langere dan de korte flitsduur van de flitser gebruikt. De minimale afstand tot het onderwerp要去 minstens 10% van de aangegeven reikwijdte bedragen.
De diafragmawaarde F zich op de flitser Niet te verstellen.
- Tussen camera en flitser vindt een digitale uitwisseling van gegevens laats. Het verstellen van diafragmawaarde is alleen nicht möglichk.
Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:
in het metersystem: 48 in het feetsystem: 157
Flitsfuncties:
Standaard-TTL ontblood van meetflits vooraf, E-TTL, E-TTL II, Manuell M
Met de hand instelbare deelvermogens:
P 1/1 ... P 1/128 in stappen van een derde
Flitsduur (zie Tabel 2, S. 130)
Kleurtemperatuur:
Ong. 5600 K
Lichtgevoeligkeit:
ISO 6 tot ISO 6400
Synchronisatie:
Laagspannings-IGBT-onsteking
Aantallen flitsen:
- ont. 90 met NiCd-accu (600 mAh)
- ont. 210 met super alkalimangaanbatterijen
- ont. 250 met NiMH-accu (1600 mAh)
- ont. 460 met lithiumbatterijen
(telkens met vol vermogen)
Flitsvolgtijd (telkens bij vol vermogen): ont. 3,5
Verlichtingshoek
Hoofdeflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ~mm )
... met grothoekdifusor vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 mm)
Zwenkbereiken en klikstanden van de hoofdeflector
Naar boven -7° 45° 60° 75° 90°
Tegen de wijzers van de klok in 30^ 60^ 90^ 120^ 150^ 180^
Richting wijzers van de klok 30^ 60^ 90^ 120^
Afmetingen ong. in mm (B x H x D)
Lampstaaf 71 × 137 × 99
Gewicht:
Ong. 425 gram
De levering omvat
Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing
17 Bijzondere toebehoren
Voor foute werking van en schades aan de mecablitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zich wij Niet aansprakelijk.
- Mecabounce 58-90
(Bestelnr. 000058902)
Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werking is verbluffend,,ondat de Foto's een zacht effect krijgen.De gelaatskleur van personen worden natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijde口头 ongeveer de helft korter.
- Reflexschirm 58-23
(Bestellnr. 000058235)
Verzacht door+zijn zachte,gerichte licht,harde slagschaduwen.
Opzeltvoetje voor flitsers
(Bestelnr. W-F127)
voetje om flitserns als slaaf in op te stellen.
Afvoeren van de batterijen
Batterijen horen nicht bij het huisvuil.
S.v.p. de batterijen bij een waarvoort bestemd inzamelpunt afgeven.
S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.
Batterijen / accu's�in de regel ontladen wonneer het waarvoorgebrukke apparaat
- uitschakelt en aangeeft, "batteryen leeg"
- de batterijen na longer gebruik Niet meer goed functioneren.
Om kortsluiting te voorkomen,要去en de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.


1 Safety instructions 69
2 Dedicated flash functions 70
3Preparing the flash unit for use 70
3.1 Mounting the flash unit 70
3.2 Power supply 70
3.3 Switching the flash unit on and off 71
3.4 Auto OFF for the flash unit 71
4 LED displays on the flash unit 71
4.1 Flash readiness indication 71
4.2 Correct exposure indication 72
5 Information in Display 72
5.1 Display of the flash mode 72
5.2 Range display 72
6 Displays in the camera viewfinder 73
7 Flash modes (Mode") 73
7.1 TTL-flash modes 73
7.2 Manual flash mode 74
7.3 Automatic high-speed synchronisation (FP or HSS) 74
8 Manual flash exposure correction 75
9 Special functions (Select") 76
9.1 Motor zoom main reflector (^ ) 76
9.2 Remote slave flash mode (SL) 77
9.3 Flash bracketing series (FB") 78
9.4 Auto OFF for the flash unit ⑨ 79
9.5 Modelling light (,^ ) 79
9.6 Extended Zoom Mode (,Ex^ ) 79
9.7 Meter-feet changeover (nm^ / nf^ ) 79
9.8 Second curtain synchronisation (REAR) 80
9.9 Shooting format adjustment (S.Zoom) 80
10 Flash techniques 80
10.1 Bounce flash 80
10.2 Bounce flash with a reflector card 81
10.3 Close-ups / macro shots 81
10.4 Flash exposure memory 81
11 Flash synchronisation 81
11.1 Automatic flash sync speed control 81
11.2 Normal synchronisation 82
11.3 Second curtainsinjunction (REAR). 82
11.4 Slow synchronisation (SLOW) 82
12 Automatic AF measuring beam 82
13 Triggering control (auto-flash) 83
14 Care and maintenance 83
14.1 Firmware updates 83
14.2 Reset 83
14.3 Flash capacitor forming 83
15 Troubleshooting 83
16 Technical data 85
17 Optional accessories 86
Verzacht door+zijn zachte,gerichte licht,harde slagschaduwen.
Tabel 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1/1)
In het kader de CE-markering werden bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

SCA Contacten nicht aanraken!
In uitzonderijke gevallen kan aanraken leiden.


Remarque:
Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled hunnen worden en dus geschikt+zijn voor hergebruik.

Dit symbolism betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het huisvuil apart要去en ingeleverd.
Breng dit apparaat maar een van deplaatselijke verzamelpunten of maar een kringloopwinkel.
Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.
