X2000, X3000, X3500 - Draadloze routers LINKSYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis X2000, X3000, X3500 LINKSYS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over X2000, X3000, X3500 LINKSYS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Draadloze routers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X2000, X3000, X3500 - LINKSYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X2000, X3000, X3500 van het merk LINKSYS.
GEBRUIKSAANWIJZING X2000, X3000, X3500 LINKSYS
Geavanceerde configuratie
Het browsergebaseerde hulpprogramma openen ..... 148
Het browsergebaseerde hulpprogramma gebruiken. . . . . . 149
Setup (Instellingen) > Basic Setup (Basisinstellingen). ..... 150
Auto/ADSL-modus 150
Internetinstellingen 150
Netwerkinstellingen 151
Ethernet-modus 151
Taal 151
Internetinstellingen 152
Netwerkinstellingen 152
Handmatig instellen 153
Wi-Fi Protected Setup 154
Wireless (WLAN) > Wireless Security (WLAN-beveiliging) . . . 155
Persoonlijke opties 156
Bedrijfsopties 156
WLAN-beveiliging 156
Beveiligingsmodus 156
Wireless (WLAN) > Guest Access (Gasttoegang) ..... 160
Guest Access (Gasttoegang) 160
Instructies voor gasten 161
Probleemoplossing
X2000....162
Specifications
X2000....164
Bijlage: geavanceerde instellingen Linksys X2000
X2000....165
Productoverzicht
Bovenkant

Ethernet Als de LED ononderbroken brandt, is de modemrouter via de betreffende poort met een apparaat verbonden. De LED knippert om aan te geven dat er activiteit plaatsvindt over die poort.

Knop Wi-Fi Protected Setup™ Druk op deze knop om Wi-Fi Protected Setup™ te laten zoeken naar uw draadloze apparaat dat Wi-Fi Protected Setup™ ondersteunt. De LED brandt onafgebroken als er een Wi-Fi Protected Setup™-verbinding tot stand is gebracht. De LED knippert langzaam terwijl er een verbinding tot stand wordt gebracht door Wi-Fi Protected Setup™ en knippert snel in de kleur oranje als er een fout is opgetreden. De LED brandt niet wanneer Wi-Fi Protected Setup™ niet actief is.

Wireless (Draadloos) De LED Wireless (Draadloos) gaat branden als er een draadloze verbinding tot stand is gebracht. Het LED-lampje knippert wanneer de router gegevens verzendt of ontvangt via het netwerk.

WAN Gaat wit branden wanneer de modemrouter rechtstreeks is verbonden met een ADSL-lijn. Gaat blauw branden wanneer de modemrouter alleen als router is ingesteld en via een aparte modem is verbonden met internet.

Power (Voeding) De LED Power (Voeding) licht op als de modemrouter wordt ingeschakeld. Wanneer de modemrouter tijdens het opstarten de zelfdiagnostische routine doorloopt, knippert deze LED. Wanneer de diagnostische test is voltooid, blijft het LED-lampje continu branden.
Achterkant

DSL—De DSL-poort is aangesloten op de ADSL-lijn.

Kabel—als u de modemrouter alleen als router wilt gebruiken, gebruik dan een netwerkkabel om deze poort aan te sluiten op de LAN/Ethernet-poort van een apart modem.

Ethernet—via Ethernetkabels (ook wel netwerkkabels genoemd) kunnen de Ethernetpoorten van de modemrouter worden verbonden met computers en andere Ethernetapparaten in uw bekabelde netwerk.

Power (Voeding)—Op de poort Power (Voeding) wordt de meegeleverde netstroomadapter aangesloten.

Aan/uit-schakelaar Druk op I om de router in te schakelen. Druk op O om de router uit te schakelen.
Onderpaneel
Reset (Opnieuw instellen)—Met deze knop kunt u de fabrieksinstellingen van de router herstellen. Houd de knop Reset (Opnieuw instellen) ongeveer vijf seconden ingedrukt.
Wandmontage
Het onderpaneel van de router beschikt over twee sleuven voor wandmontage. De afstand tussen de sleuven is 175,56 mm. Er zijn twee schroeven nodig om de router te bevestigen.

text_image
Aanbevolen bevestigingsmaterialen 4-5 mm 1-1,5 mm 2,5-3,0 mmOPMERKING
Cisco is niet verantwoordelijk voor schade die het gevolg is van ondeugdelijke bevestigingsmaterialen.
Volg onderstaande instructies:
- Bepaal waar u de router wilt bevestigen. Controleer of de wand vlak, glad, droog en stevig is. Controleer ook of er een stopcontact in de buurt van de gekozen locatie is.
- Boor twee gaten in de wand. De afstand tussen de gaten moet 175 mm zijn.
- Draai een schroef in elk gat en laat 3 mm van de kop uitsteken.
- Houd de router zo dat de sleuven voor wandbevestiging zich op één lijn bevinden met de twee schroeven.
- Plaats de sleuven voor wandbevestiging over de schroeven en schuif de router omlaag totdat de schroeven stevig in de sleuven vastgrijpen.
Sjabloon voor wandmontage
Druk deze pagina af op ware grootte (100%). Knip de sjabloon uit langs de stippellijn en houd deze tegen de wand voor de juiste afstand tussen de boorgaten.
175 mm
Installatie
Uw modemrouter instellen
OPMERKING
Installeer de modemrouter door de meegeleverde installatie cdrom te gebruiken.Indien u deze niet kunt gebruiken volg dan onderstaande stappen.
Uw modemrouter verbinden
Uw modemrouter verbinden:
- Schakel al uw netwerkapparaten uit, inclusief de computer(s) en de modemrouter. Als u momenteel een modem gebruikt, koppelt u deze nu los; de modemrouter vervangt uw modem.
- Sluit één uiteinde van de meegeleverde Ethernetkabel aan op de Ethernetadapter van uw computer, en het andere uiteinde op een Ethernetpoort achter op de modemrouter. Herhaal stap 2 voor iedere andere computer of apparaat die u op de modemrouter wilt aansluiten.



OPMERKING
Vraag uw internetprovider om een microfilter of splitter als u deze nodig hebt. Volg in dit geval de instructies van uw internetprovider voor de installatie.
- Sluit het ene uiteinde van de telefoonkabel aan op de DSL-poort op de achterkant.

- Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de wandaansluiting met de ADSL-service of op een microfilter.
- Sluit één uiteinde van de netstroomadapterkabel aan op de voedingspoort en het andere uiteinde op een stopcontact.

- Zet de computer aan die u wilt gebruiken om de modemrouter te configureren.
- De LED's voor Voeding, Draadloos en Ethernet (een voor iedere aangesloten computer) moeten nu gaan branden. Als dit niet gebeurt, controleer dan of de modemrouter is ingeschakeld en de kabels goed zijn aangesloten.
Uw modemrouter alleen als router instellen
OPMERKING
Installeer de modemrouter door de meegeleverde installatie cd-rom te gebruiken.Indien u deze niet kunt gebruiken volg dan onderstaande stappen.
Uw modemrouter als router instellen:
- Schakel al uw netwerkapparaten uit, inclusief de computer(s) en de modemrouter.



- Sluit het ene uiteinde van een Ethernetkabel aan op de Cable-poort op de achterkant van de modemrouter en sluit daarna het andere uiteinde aan op de Ethernet/LAN-poort van uw modem.


text_image
3 Ethernet 2 1- Sluit één uiteinde van de netstroomadapterkabel aan op de voedingspoort en het andere uiteinde op een stopcontact.


text_image
3 Ethernet 2 1- Zet de computer aan die u wilt gebruiken om de modemrouter te configureren.
- De LED's voor Voeding, Draadloos en Ethernet (een voor iedere aangesloten computer) moeten nu gaan branden. Als dit niet gebeurt, controleer dan of de modemrouter is ingeschakeld en de kabels goed zijn aangesloten.
Geavanceerde configuratie
Nadat u met de installatiesoftware op de cd-rom de router hebt geïnstalleerd, is de router klaar voor gebruik. Als u de geavanceerde instellingen ervan wilt wijzigen, gebruik dan het browsergebaseerde hulpprogramma. In dit hoofdstuk komen alle webpagina's van het hulpprogramma en de belangrijkste functies op deze pagina's aan de orde. U kunt het hulpprogramma openen via een webbrowser op een computer die is aangesloten op de router.
Het browsergebaseerde hulpprogramma openen
- U kunt het webprogramma openen door de webbrowser op uw computer te starten en het standaard-IP-adres van de router (192.168.1.1) op te geven in het veld Address (Adres). Druk vervolgens op Enter.
OPMERKING
Op computers met Windows kunt u het browsergebaseerde -hulpprogramma ook openen door de apparaatnaam in te voeren in het veld Address (Adres).
Het aanmeldscherm wordt weergegeven. (Gebruikers met een ander besturingssysteem dan Windows 7 zien een soortgelijk scherm.)

-
Voer in het veld User name (Gebruikersnaam) admin in.
-
Voer nu het wachtwoord in dat met de installatiesoftware is gemaakt. (Als u de installatiesoftware niet hebt uitgevoerd, gebruikt u het standaardwachtwoord admin.
OPMERKING
U kunt het browsergebaseerde -hulpprogramma ook openen via Cisco Connect.
- Klik op OK om verder te gaan.
Het browsergebaseerde hulpprogramma gebruiken
Gebruik de tabbladen boven in het scherm om door het hulpprogramma te navigeren. De tabbladen zijn in twee niveaus ingedeeld: tabbladen op het hoogste niveau voor algemene functies en tabbladen op onderliggend niveau voor de overeenkomende specifieke functies.

De tabbladen op het hoogste niveau zijn: Setup (Instellingen), Wireless (WLAN), Security (Beveiliging), Storage (Opslag), Access Restrictions (Toegangsbeperkingen), Applications & Gaming (Toepassingen en games), Administration (Administratie) en Status (Status). Elk van de tabbladen heeft eigen, unieke, lager gelegen tabbladen.
OPMERKING
In deze gebruikershandleiding wordt elk scherm aangeduid met behulp van de naam van de hoger en lager gelegen tabbladen. U kunt bijvoorbeeld toegang krijgen tot het scherm Setup (Instellingen) > Basic Setup (Basisinstellingen) via het hoger gelegen tabblad Setup (Instellingen) en het lager gelegen tabblad Basic Setup (Basisinstellingen)
Als u wijzigingen aanbrengt in de instellingen van een scherm, moet u op Save Settings (Instellingen opslaan) klikken om de wijzigingen door te voeren of op Cancel Changes (Wijzigingen annuleren) om de wijzigingen ongedaan te maken. Deze besturingselementen bevinden zich onder aan elk scherm.

OPMERKING
Als u informatie over de velden wilt hebben, klikt u op Help aan de rechterkant van het scherm.
Setup (Instellingen) > Basic Setup (Basisinstellingen)
Het eerste scherm dat wordt weergegeven, is het scherm Basic Setup (Basisinstellingen). Hier kunt u de algemene instellingen van de router wijzigen.
Auto/ADSL-modus
Als u de ADSL-modus (standaard) gebruikt, moet u de volgende velden invullen:

Select your language (Selecteer uw taal) Om een andere taal te gebruiken, selecteert u deze taal in het vervolgkeuzemenu. Vijf seconden nadat u de nieuwe taal hebt geselecteerd, wordt de taal van het browsergebaseerde hulpprogramma gewijzigd.
Klik op Save Settings (Instellingen opslaan) om de wijzigingen door te voeren of klik op Cancel Changes (Wijzigingen annuleren) om de wijzigingen te annuleren.
Internetinstellingen
In het gedeelte Internet Setup (Internetinstellingen) kunt u de router configureren voor uw internetverbinding. U kunt het merendeel van de benodigde gegevens bij uw internetprovider opvragen.
Type internetverbinding
Kies het type internetverbinding van uw internetprovider in de vervolgkeuzelijst. De beschikbare typen zijn:
- Alleen brug
- RFC 2684 Brug
• RFC 2684 Gerouteerd
• IPoA - RFC 2516 PPPoE
- RFC 2364 PPPoA
Alleen brug
In deze modus is alleen de DSL-modemfunctie beschikbaar. Alle gatewayfuncties zijn uitgeschakeld. Als deze zijn geselecteerd, hoeft u alleen maar de Instellingen VC in te voeren.
RFC 2684 Brug
Als deze zijn geselecteerd, voert u de juiste gegevens bij Instellingen IP in. Selecteer Automatisch een IP-adres laten toewijzen als uw internetprovider een IP-adres toewijst nadat u een verbinding tot stand hebt gebracht.
RFC2684 Gerouteerd
Voor deze methode dient u een permanent IP-adres te gebruiken om verbinding te maken met internet.
IPoA
IPoA (IP over ATM) maakt gebruik van een vast IP-adres.
RFC 2516 PPPoE
Sommige DSL-internetproviders brengen internetverbindingen tot stand met gebruik van PPPoE (Point-to-Point Protocol over Ethernet). Als u PPPoE gebruikt, wordt uw IP-adres automatisch verschaft.
RFC 2364 PPPoA
Sommige DSL-internetproviders brengen internetverbindingen tot stand met gebruik van PPPoA (Point-to-Point Protocol over ATM). Als u PPPoA gebruikt, wordt uw IP-adres automatisch verschaft.
Netwerkinstellingen
In het onderdeel Network Setup (Netwerkinstellingen) configureert u de IP-instellingen voor uw lokale netwerk.
Ethernet-modus
Als u de Ethernet-modus (alleen router) selecteert, zijn de volgende velden beschikbaar:

Select your language (Selecteer uw taal) Om een andere taal te gebruiken, selecteert u deze taal in het vervolgkeuzemenu. Vijf seconden nadat u de nieuwe taal hebt geselecteerd, wordt de taal van het browsergebaseerde hulpprogramma gewijzigd.
Klik op Save Settings (Instellingen opslaan) om de wijzigingen door te voeren of klik op Cancel Changes (Wijzigingen annuleren) om de wijzigingen te annuleren.
Internetinstellingen
In het gedeelte Internet Setup (Internetinstellingen) kunt u de router configureren voor uw internetverbinding. U kunt het merendeel van de benodigde gegevens bij uw internetprovider opvragen.
Type internetverbinding
Kies het type internetverbinding van uw internetprovider in de vervolgkeuzelijst. De beschikbare typen zijn:
• Automatische configuratie DHCP
- Vast IP-adres
- PPPoE
- PPTP
• L2TP
- Telstra-kabel
Automatische configuratie DHCP
Het type internetverbinding is standaard ingesteld op Automatic Configuration - DHCP (Automatische configuratie DHCP). Houd alleen de standaardinstelling aan als uw internetprovider DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) ondersteunt of als u verbinding maakt via een dynamisch IP-adres. (Deze optie is meestal van toepassing op kabelverbindingen.)
Vast IP-adres
Als u een permanent IP-adres moet gebruiken om verbinding te maken met internet, selecteert u Static IP (Vast IP-adres).
PPPoE
Sommige internetproviders op basis van DSL brengen de internetverbinding tot stand met gebruik van PPPoE (Point-to-Point Protocol over Ethernet). Als u een internetverbinding via een DSL-lijn gebruikt, dient u contact op te nemen met uw internetprovider om te controleren of PPPoE wordt gebruikt. Als dit het geval is, schakelt u PPPoE in.
Connect on Demand (Verbinden op verzoek) of Keep Alive (Continu verbinding houden)
Met de opties Connect on Demand (Verbinden op verzoek) of Keep Alive (Continu verbinding houden) kunt u selecteren of de router alleen indien nodig verbinding moet maken met internet (handig als uw internetprovider kosten in rekening brengt op basis van verbindingstijd) of altijd verbonden moet blijven. Selecteer de gewenste optie.
PPTP
PPTP (Point-to-Point Tunneling Protocol) is een service die alleen van toepassing is op verbindingen in Europa.
Als uw internetprovider DHCP ondersteunt of als u verbinding maakt via een dynamisch IP-adres, selecteert u Obtain an IP Address Automatically (Automatisch een IP-adres toewijzen). Als u een permanent IP-adres moet gebruiken om verbinding te maken met internet, selecteert u Specify an IP Address (Een IP-adres opgeven). Configureer daarna het volgende:
L2TP
Layer 2 Tunneling Protocol (L2TP) is een service die alleen van toepassing is op verbindingen in Israël.
Telstra-kabel
Telstra Cable (Telstra-kabel) is een dienst die alleen van toepassing is op verbindingen in Australië.
Netwerkinstellingen
In het onderdeel Network Setup (Netwerkinstellingen) configureert u de IP-instellingen voor uw lokale netwerk.
Wireless (WLAN) > Basic Wireless Settings (Standaardinstellingen WLAN)
OPMERKING
Als u informatie over de velden wilt hebben, klikt u op Help aan de rechterkant van het scherm.
In dit scherm kunt u de standaardinstellingen voor draadloze netwerken opgeven.
Er zijn twee manieren om de draadloze netwerken van de router te configureren: handmatig en met Wi-Fi Protected Setup.
Wi-Fi Protected Setup is een functie waarmee u uw draadloze netwerk op eenvoudige wijze kunt instellen. Als u clientapparaten, zoals een WLAN-adapter, hebt die Wi-Fi Protected Setup ondersteunen, kunt u Wi-Fi Protected Setup gebruiken.
Configuration View (Configuratieweergave) Selecteer Manual (Handmatig) om uw draadloze netwerken handmatig te configureren. Ga verder naar het gedeelte Draadloze configuratie (Handmatig). Selecteer Wi-Fi Protected Setup als u Wi-Fi Protected Setup wilt gebruiken.

Stel het draadloze netwerk in op dit scherm.

Network Mode (Netwerkmodus) Voor de meeste netwerkconfiguraties laat u dit veld ingesteld op Mixed (Gemengd) (de standaardwaarde).
Instellingen voor draadloos netwerk

Network Mode (Netwerkmodus) Selecteer de draadloze standaarden die op uw 2,4GHz-netwerk worden uitgevoerd.
- Mixed (Gemengd) Als u Wireless-B, Wireless-G en Wireless-N (2,4 GHz) apparaten in uw netwerk hebt, behoudt u de standaardinstelling Mixed (Gemengd).
- Wireless-B/G Only (Alleen Wireless-B/G) Gebruik Wireless-B/G Only (Alleen Wireless-B/G) als u zowel Wireless-B als Wireless-G (2,4 GHz) apparaten in uw netwerk hebt.
- Wireless-B Only (Alleen Wireless-B) Als u alleen beschikt over Wireless-B apparatuur houdt u Wireless-B Only (Alleen Wireless-B) aan.
- Wireless-G Only (Alleen Wireless-G) Als u alleen beschikt over Wireless-G apparatuur houdt u Wireless-G Only (Alleen Wireless-G) aan.
- Wireless-N Only (Alleen Wireless-N) Als u alleen beschikt over Wireless-N (2,4 GHz) apparatuur houdt u Wireless-N Only (Alleen Wireless-N) aan.
- Disabled (Uitgeschakeld) Als u geen Wireless-B, Wireless-G en Wireless-N (2,4 GHz) apparaten in uw netwerk hebt, selecteert u Disabled (Uitgeschakeld).
OPMERKING
Als u niet zeker weet welke modus u moet gebruiken, houd dan de standaardinstelling Mixed (Gemengd) aan.
Network Name (SSID) (Netwerknaam (SSID)) De Service Set Identifier (SSID) is de netwerknaam die door alle apparaten in een draadloos netwerk wordt gedeeld. Deze naam is hoofdlettergevoelig en mag maximaal 32 toetsenbordtekens lang zijn. Standaard is dit Ciscoxxxxx (xxxxx zijn de laatste vijf cijfers van het serienummer van de router dat u op het productlabel, links op het onderpaneel van de router, kunt vinden). Met behulp van de installatiesoftware die u gebruikt om de router te installeren en uw draadloze netwerk te configureren, verandert u de standaardnetwerknaam in een makkelijk te onthouden naam.
OPMERKING
Als u de fabrieksinstellingen van de router herstelt (door de knop Reset in te drukken of het scherm Administration > Factory Defaults (Administratie > Fabrieksinstellingen) te gebruiken), geldt de standaardnetwerknaam weer en moet u alle apparaten in uw draadloze netwerk opnieuw aansluiten.
Channel Width (Kanaalbreedte) Selecteer voor de beste resultaten in een netwerk met Wireless-B, Wireless-G en Wireless-N (2,4 GHz) apparaten Auto (20 MHz or 40 MHz) (Automatisch (20 MHz of 40 MHz)). Voor een kanaalbreedte van 20 MHz behoudt u de standaardinstelling 20MHz Only (Alleen 20 MHz).
Channel (Kanaal) Selecteer het kanaal in de vervolgkeuzelijst voor Wireless-B, Wireless-G en Wireless-N (2,4 GHz) netwerken. Als u niet zeker weet welk kanaal u moet selecteren, houdt u de standaardinstelling Auto (Automatisch) aan.
SSID Broadcast (SSID-broadcast) Als draadloze clients in het lokale gebied zoeken naar draadloze netwerken waaraan ze zich kunnen koppelen, detecteren deze de SSID-broadcast van de router. Gebruik de standaardinstelling Enabled (Ingeschakeld) als u de SSID van de router wilt uitzenden. Als u de SSID van de router niet wilt laten uitzenden, selecteert u Disabled (Uitgeschakeld).
Er zijn drie beschikbare methoden. Gebruik de juiste methode voor het clientapparaat dat u aan het configureren bent.

Wi-Fi Protected Setup configureert één clientapparaat tegelijk. Herhaal deze stappen voor elk clientapparaat dat Wi-Fi Protected Setup ondersteunt.
Activiteit LED Wi-Fi Protected Setup
- Het Cisco-logo in het bovenpaneel van de router functioneert als Wi-Fi Protected Setup LED-lampje.
- Het lampje knippert langzaam als het Wi-Fi Protected Setup-proces wordt uitgevoerd. Als het Wi-Fi Protected Setup-proces is voltooid, blijft het lampje ononderbroken branden.
- Als er een fout is opgetreden, knippert het lampje twee minuten snel; wacht even en probeer het opnieuw.
- Wacht totdat het LED-lampje continu brandt voordat u de volgende Wi-Fi Protected Setup-sessie start.
- Knop Wi-Fi Protected Setup Gebruik deze methode als uw apparaat een knop voor Wi-Fi Protected Setup heeft.
OPMERKING
Configureer niet meer dan één clientapparaat tegelijk.
a. Klik of druk op de knop Wi-Fi Protected Setup op het clientapparaat.
b. Klik op de knop Wi-Fi Protected Setup op het scherm Wi-Fi Protected Setup van de router OF houd de knop Wi-Fi Protected Setup op het achterpaneel van de router een seconde ingedrukt.
c. Nadat het clientapparaat is geconfigureerd, klikt u binnen twee minuten op OK op het scherm Wi-Fi Protected Setup van de router.
- Enter Client Device PIN on Router (PIN-code clientapparaat op router invoeren) Gebruik deze methode als uw clientapparaat over een PIN-code (Personal Identification Number) voor Wi-Fi Protected Setup beschikt.
a. Geef de PIN-code van het clientapparaat op in het veld op het scherm Wi-Fi Protected Setup van de router.
b. Klik op de knop Register (Registeren) op het scherm Wi-Fi Protected Setup van de router.
c. Nadat het clientapparaat is geconfigureerd, klikt u binnen twee minuten op OK op het scherm Wi-Fi Protected Setup van de router.
- Enter Router PIN on Client Device (PIN-code router invoeren op clientapparaat) Gebruik deze methode als het clientapparaat om de PIN-code van de router vraagt.
a. Geef op het clientapparaat de PIN-code op die op het scherm Wi-Fi Protected Setup van de router wordt weergegeven. (Deze code vindt u ook op de onderkant van uw router.)
b. Nadat het clientapparaat is geconfigureerd, klikt u binnen twee minuten op OK op het scherm Wi-Fi Protected Setup van de router.
Onder aan het scherm worden Network Name (SSID) (Netwerknaam (SSID)), Security (Beveiliging) en Passphrase (Wachtzin) voor elk draadloos netwerk weergegeven.
OPMERKING
Als u clientapparaten hebt die Wi-Fi Protected Setup niet ondersteunen, noteert u de instellingen van het draadloze netwerk en configureert u de clientapparaten handmatig.
Met de instellingen voor draadloze beveiliging kunt u de beveiliging van uw draadloze netwerk(en) configureren. De router ondersteunt de volgende draadloze beveiligingsmethoden: WPA/WPA2 gemengde modus (standaard), WPA2 Personal, WPA Personal, WEP en RADIUS. (WPA2 staat voor Wi-Fi Protected Access 2. WEP is de afkorting van Wired Equivalent Privacy. RADIUS staat voor Remote Authentication Dial-In User Service.
OPMERKING
Als u informatie over de velden wilt hebben, klikt u op Help aan de rechterkant van het scherm.
Persoonlijke opties
| Beveiligingsoptie | Sterkte |
| WPA2 Personal | Sterkst |
| WPA2/WPA Mixed Mode | WPA2: SterkstWPA: Sterk |
| WPA Personal | Sterk |
| WEP | Normaal |
Bedrijfsopties
De bedrijfsopties zijn beschikbaar voor netwerken die een RADIUS-server voor verificatie gebruiken. Omdat WPA2 of WPA versleuteling biedt en RADIUS alleen verificatie.
| Beveiligingsoptie | Sterkte |
| WPA2 Enterprise | Sterkst |
| WPA2/WPA Enterprise Mixed Mode | WPA2: SterkstWPA: Sterk |
| WPA Enterprise | Sterk |
| RADIUS | Normaal |
WLAN-beveiliging
Wij raden WLAN-beveiliging ten zeerste aan. WPA2 is hierbij de krachtigste methode die beschikbaar is. Gebruik WPA2 als al uw draadloze apparaten deze modus ondersteunen.
Beveiligingsmodus
Selecteer de beveiligingsoptie voor uw draadloze netwerk. Ga naar de instructies voor uw keuze.
WPA2/WPA gemengde modus
OPMERKING
Als u WPA2/WPA Mixed Mode (WPA2/WPA gemengde modus) als beveiligingsmodus selecteert, MOET elk apparaat in uw draadloze netwerk dezelfde wachtzin gebruiken.

Passphrase (Wachtzin) Voer een wachtzin in van 8 tot 63 tekens. Standaard is dit password. De installatiesoftware waarmee u de router installeert en het draadloze netwerk configureert, verandert de standaardwachtzin.
WPA2 Personal
OPMERKING
Als u WPA2 Personal als beveiligingsmodus selecteert, MOET elk apparaat in uw draadloze netwerk WPA2 Personal en dezelfde wachtzin gebruiken.

Passphrase (Wachtzin) Voer een wachtzin in van 8 tot 63 tekens. Standaard is dit password. De installatiesoftware waarmee u de router installeert en het draadloze netwerk configureert, verandert de standaardwachtzin.
WPA Personal
OPMERKING
Als u WPA Personal als beveiligingsmodus selecteert, MOET elk apparaat in uw draadloze netwerk WPA Personal en dezelfde wachtzin gebruiken.

Passphrase (Wachtzin) Voer een wachtzin in van 8 tot 63 tekens. Standaard is dit password. De installatiesoftware waarmee u de router installeert en het draadloze netwerk configureert, verandert de standaardwachtzin.
Met deze optie wordt WPA2/WPA gebruikt in combinatie met een RADIUS-server. (U kunt deze optie dan ook alleen gebruiken als een RADIUS-server met de router is verbonden.)
OPMERKING
Als u WPA2/WPA Enterprise Mixed Mode als beveiligingsmodus selecteert, MOET elk apparaat in uw draadloze netwerk WPA2/WPA Enterprise en dezelfde gedeelde sleutel gebruiken.

RADIUS Server (RADIUS-server) Voer het IP-adres van de RADIUS-server in.
RADIUS Port (RADIUS-poort) Voer het poortnummer van de RADIUS-server in. De standaardinstelling is 1812.
Shared Key (Gedeelde sleutel) Voer de sleutel in die wordt gedeeld tussen de router en de server.
WPA2 Enterprise
Met deze optie wordt WPA2 gebruikt in combinatie met een RADIUS-server. (U kunt deze optie dan ook alleen gebruiken als een RADIUS-server met de router is verbonden.)
OPMERKING
Als u WPA2 Enterprise als beveiligingsmodus selecteert, MOET elk apparaat in uw draadloze netwerk WPA2 Enterprise en dezelfde gedeelde sleutel gebruiken.

text_image
Security Mode: VPA2 Enterprise RADIUS Server: 0 , 0 , 0 , 0 RADIUS Port: 1812 Shared Key:RADIUS Server (RADIUS-server) Voer het IP-adres van de RADIUS-server in.
RADIUS Port (RADIUS-poort) Voer het poortnummer van de RADIUS-server in. De standaardinstelling is 1812.
Shared Key (Gedeelde sleutel) Voer de sleutel in die wordt gedeeld tussen de router en de server.
WPA Enterprise
Met deze optie wordt WPA gebruikt in combinatie met een RADIUS-server. (U kunt deze optie dan ook alleen gebruiken als een RADIUS-server met de router is verbonden.)
OPMERKING
Als u WPA Enterprise als beveiligingsmodus selecteert, MOET elk apparaat in uw draadloze netwerk WPA Enterprise en dezelfde gedeelde sleutel gebruiken.

text_image
Security Mode: WPA Enterprise RADIUS Server: 0 0 0 0 RADIUS Port: 1812 Shared Key:RADIUS Server (RADIUS-server) Voer het IP-adres van de RADIUS-server in.
RADIUS Port (RADIUS-poort) Voer het poortnummer van de RADIUS-server in. De standaardinstelling is 1812.
Shared Key (Gedeelde sleutel) Voer de sleutel in die wordt gedeeld tussen de router en de server.
WEP
WEP is een basale versleutelingsmethode en minder veilig dan WPA.
OPMERKING
Als u WEP als beveiligingsmodus selecteert, MOET elk apparaat in uw draadloze netwerk WEP en dezelfde versleuteling en gedeelde sleutel gebruiken.

Passphrase (Wachtzin) Voer een wachtzin in om automatisch WEP-sleutels te genereren. Klik vervolgens op Generate (Genereren).
Key 1-4 (Sleutel 1-4) Als u geen wachtzin hebt ingevoerd, kunt u de WEP-sleutel(s) handmatig opgeven.
TX Key (TX-sleutel) Selecteer een standaardverzendsleutel (TX) die u wilt gebruiken. De standaardinstelling is 1.
RADIUS
Met deze optie wordt WEP gebruikt in combinatie met een RADIUS-server. (U kunt deze optie dan ook alleen gebruiken als een RADIUS-server met de router is verbonden.)
OPMERKING
Als u RADIUS als beveiligingsmodus selecteert, MOET elk apparaat in uw draadloze netwerk RADIUS en dezelfde versleuteling en gedeelde sleutel gebruiken.

text_image
Security Mode: RADIUS RADIUS Server: 0 0 0 0 RADIUS Port: 1012 Shared Key: Encryption: 40 / 64-bit (10 hex digits) Passphrase: Key 1: Key 2: Key 3: Key 4: TX Key: 1 GenerateRADIUS Server (RADIUS-server) Voer het IP-adres van de RADIUS-server in.
RADIUS Port (RADIUS-poort) Voer het poortnummer van de RADIUS-server in. De standaardinstelling is 1812.
Shared Key (Gedeelde sleutel) Voer de sleutel in die wordt gedeeld tussen de router en de server.
Encryption (Versleuteling) Selecteer een WEP-versleutelingsniveau: 40/64-bit (10 hex digits) (40/64-bits (10 hexadecimale tekens)) of 104/128-bit (26 hex digits) (104/128-bits) (26 hexadecimale tekens)). De standaardwaarde is 40/64 bits (10 hex digits) (40/64-bits (10 hexadecimale tekens)).
Passphrase (Wachtzin) Voer een wachtzin in om automatisch WEP-sleutels te genereren. Klik vervolgens op Generate (Genereren).
Key 1-4 (Sleutel 1-4) Als u geen wachtzin hebt ingevoerd, kunt u de WEP-sleutel(s) handmatig opgeven.
TX Key (TX-sleutel) Selecteer een standaardverzendsleutel (TX) die u wilt gebruiken. De standaardinstelling is 1.
Disabled (Uitgeschakeld)
Als u ervoor kiest WLAN-beveiliging uit te schakelen, krijgt u bij de eerst volgende keer dat u verbinding wilt maken met internet het bericht dat WLAN-beveiliging is uitgeschakeld. U krijgt dan de mogelijkheid om WLAN-beveiliging in te schakelen of te bevestigen dat u op de hoogte bent van de risico's maar toch zonder WLAN-beveiliging wilt doorgaan.
OPMERKING
Als WLAN-beveiliging is uitgeschakeld, heeft iedereen op elk gewenst moment toegang tot uw draadloze netwerk.

Wireless (WLAN) > Guest Access (Gasttoegang)
Met de functie voor gasttoegang kunt u gasten in uw huis internettoegang verlenen via het draadloze netwerk. Het gastnetwerk is een draadloos netwerk dat is gescheiden van uw lokale netwerk. De functie voor gasttoegang biedt geen toegang tot het lokale netwerk en de bronnen hierop, zodat uw gasten geen toegang hebben tot uw computers of persoonlijke gegevens. De computer van de gast kan bijvoorbeeld niet afdrukken op een printer in het lokale netwerk of bestanden kopiëren naar een computer in het lokale netwerk. Zodoende kunt u de blootstelling van uw lokale netwerk minimaliseren.
OPMERKING
Als u informatie over de velden wilt hebben, klikt u op Help aan de rechterkant van het scherm.

Allow Guest Access (Gasttoegang toestaan) Houd voor het toestaan van internettoegang via een gastnetwerk de standaardinstelling yes (Ja) aan. Selecteer anders no (Nee).
Guest Network Name (Gastnetwerknaam) De standaard-instelling is de naam van uw draadloze netwerk, gevolgd door -guest.
Guest Password (Gastwachtwoord) Het standaard-wachtwoord is guest. Als u de installatiesoftware hebt gebruikt voor de installatie, wordt het standaard-wachtwoord gewijzigd in een uniek wachtwoord.
Change (Wijzigen) Klik op deze optie om het gastwachtwoord te wijzigen. Het scherm Change Guest Password (Gastwachtwoord wijzigen) wordt weergegeven.

Change Guest Password (Gastwachtwoord wijzigen)
- Enter a new guest password (Nieuw gastwachtwoord invoeren) Voer een wachtwoord in van 4-32 tekens.
Klik vervolgens op Change (Wijzigen) om het nieuwe wachtwoord op te slaan en om terug te keren naar het scherm Guest Access (Gasttoegang).
Total Guests Allowed (Totaal aantal toegestane gasten) Standaard krijgen 5 gasten toegang tot internet via het gastnetwerk. Selecteer het aantal gasten dat u toegang wilt bieden tot uw gastnetwerk.
SSID Broadcast (SSID-broadcast) Als draadloze apparaten in het lokale gebied zoeken naar draadloze netwerken waaraan die apparaten kunnen worden gekoppeld, wordt de SSID-broadcast (naam van het draadloze netwerk) van de router gedetecteerd. Als u de SSID van het gastnetwerk wilt verzenden, kiest u de standaardinstelling Enabled (Ingeschakeld). Als u de SSID van het gastnetwerk niet wilt laten uitzenden, selecteert u Disabled (Uitgeschakeld).
Instructies voor gasten
Geef een gast die internettoegang wil hebben in uw huis de volgende instructies:
- Maak op de gastcomputer verbinding met het draadloze netwerk dat wordt genoemd op het scherm Guest Access (Gasttoegang).
- Open een webbrowser.
- Voer op het aanmeldscherm het wachtwoord in dat wordt weergegeven op het scherm Guest Access (Gasttoegang).
- Klik op Login (Aanmelden).
Probleemoplossing
X2000
Uw computer kan geen verbinding met internet tot stand brengen.
Volg de instructies totdat uw computer een verbinding met internet tot stand kan brengen:
- Controleer of de modemrouter is ingeschakeld. De LED Power (Voeding) moet groen zijn en mag niet knipperen.
-
Als de LED Power (Voeding) knippert, moet u alle netwerkapparatuur uitschakelen, inclusief de modemrouter en computers. Vervolgens moet u de apparatuur inschakelen in deze volgorde:
-
Modemrouter
-
Computer
- Controleer de LED's op het voorpaneel van de modemrouter. Controleer of de LED's Power (Voeding), DSL en ten minste een van de genummerde Ethernet-LED's branden. Als dit niet zo is, controleert u of de kabels goed zijn aangesloten. De computer moet zijn aangesloten op een van de Ethernet-poorten met de nummers 1-3 op de modemrouter en de DSL-poort van de modemrouter moet zijn aangesloten op de ADSL-lijn.
Als u dubbelklikt op de webbrowser, wordt u om een gebruikersnaam en wachtwoord gevraagd. Als u verder wilt gaan zonder een gebruikersnaam en wachtwoord op te geven, voert u de volgende instructies uit.
Start de webbrowser en voer de volgende stappen uit (deze stappen zijn specifiek voor Internet Explorer; voor andere browsers kunt u een soortgelijke procedure volgen):
- Selecteer Tools (Extra) > Internet Options (Internet-opties).
- Klik op het tabblad Connections (Verbindingen).
- Selecteer Never dial a connection (Nooit een verbinding kiezen).
- Klik op OK.
U gebruikt een vast IP-adres en kunt geen verbinding maken.
Raadpleeg Windows Help en wijzig de eigenschappen van uw Internet Protocol (TCP/IP) om automatisch een IP-adres te verkrijgen.
Er kan geen draadloze verbinding tot stand worden gebracht tussen de computer en het netwerk.
Controleer of de naam van het draadloze netwerk of SSID hetzelfde is op de computer en de router. Als Wireless Security (WLAN-beveiliging) is ingeschakeld, controleert u of de computer en de router gebruikmaken van dezelfde beveiligingsmethode en -sleutel.
U moet de instellingen op de router wijzigen.
U kunt de instellingen voor het draadloze netwerk aanpassen via Cisco Connect.
U moet de geavanceerde instellingen op de modemrouter wijzigen.
Open de webbrowser (bijvoorbeeld Internet Explorer of Firefox) en geef het IP-adres van de modemrouter op in het adresveld (het standaard-IP-adres is 192.168.1.1). Als u hierom wordt gevraagd, vult u de velden User name (Gebruikersnaam) en Password (Wachtwoord) in (standaard wordt admin gebruikt voor zowel de gebruikersnaam als het wachtwoord). Klik op het gewenste tabblad om de instellingen te wijzigen.
U kunt de DSL-service niet gebruiken om handmatig verbinding te maken met internet.
Nadat u de router hebt geïnstalleerd, maakt deze automatisch verbinding met uw internetprovider (ISP). U hoeft dus niet meer handmatig verbinding te maken.
Als u de webbrowser opent, wordt het aanmeldscherm weergegeven, hoewel u zich niet hoeft aan te melden.
Deze stappen zijn specifiek voor Internet Explorer; voor andere browsers kunt u een soortgelijke procedure volgen.
- Open uw webbrowser.
- Klik op Tools (Extra) > Internet Options (Internetopties).
- Klik op het tabblad Connections (Verbindingen).
- Selecteer Never dial a connection (Nooit een verbinding kiezen).
- Klik op OK.
De router heeft geen coaxpoort voor de kabelverbinding.
Een coaxkabel kan alleen worden aangesloten op een kabelmodem. Uw modemrouter werkt als modem bij uw ADSL-internet, maar als u kabelinternet hebt, moet u uw modemrouter aansluiten op een aparte kabelmodem. Plaats de installatie-cd in uw computer en volg de instructies op het scherm om uw modemrouter aan te sluiten op een kabelmodem.
U wilt het browsergebaseerde hulpprogramma openen via Cisco Connect.
Volg deze stappen om het browsergebaseerde hulpprogramma te openen via Cisco Connect:
- Open Cisco Connect.
- Klik in het hoofdmenu op Router settings (Routerinstellingen).
- Klik op Advanced Settings (Geavanceerde instellingen).
- Schrijf de gebruikersnaam en het wachtwoord op die worden weergegeven. (Om uw wachtwoord te beschermen, kunt u het naar het klembord kopieren door op Copy password (Wachtwoord kopieren) te klikken.)
- Klik op OK.
Als u probeert in te loggen bij het browsergebaseerde hulpprogramma, werkt uw wachtwoord niet.
Het beveiligingswachtwoord voor draadloze communicatie is ook het wachtwoord om te kunnen inloggen op het browsergebaseerde hulpprogramma. Geef dit wachtwoord als volgt weer:
- Open Cisco Connect.
- Klik in het hoofdmenu op Router Settings (Routerinstellingen).
- Het Password (Wachtwoord) wordt weergegeven op de linkerkant van het scherm.
In Windows XP wordt de router niet weergegeven in het scherm My Network Places (Mijn netwerklocaties).
Klik in het gedeelte Network Tasks (Netwerktaken) op Show icons for networked UPnP devices (Pictogrammen voor UPnP-apparaten in het netwerk weergeven). Voer de volgende instructies uit als de router niet wordt weergegeven:
- Ga naar Start > Control Panel > Firewall (Start > Configuratiescherm > Windows Firewall).
- Klik op het tabblad Exceptions (Uitzonderingen).
- Selecteer UPnP Framework.
- Klik op OK.
INTERNET
Als uw vragen niet zijn behandeld in deze bijlage, raadpleeg dan de website op www.linksys.com/support.
Specifications
X2000
| Standaarden | WLAN: 802.11n, 802.11g, 802.11bEthernet: 802.3, 802.3uADSL: T1.413i2, G.992.1 (G.DMT), G.992.2 (G.Lite), G.992.3 (ADSL2), G.992.5 (ADSL2+)voor Annex A, B, M, L, U-R2 voor Annex B |
| Poorten | DSL, Cable, Ethernet (1-3), Power (Voeding) |
| Knoppen instellen), Wi-Fi Protected SetupTM | On/Off (Aan-uitknop), Reset (Opnieuw |
| LED’ s | Power (Voeding), Ethernet (1-3), Wi-FiProtected Setup, Wireless (Draadloos), Internet |
| Bekabelingstype | CAT5, RJ-11 (voor Annex A), RJ-45 (voor Annex B) |
| Antennes | 2 intern |
| Modulaties | 802.11b: CCK/QPSK, BPSK802.11g: OFDM/BPSK, QPSK, 16-QAM, 64-QAM802.11n: OFDM/BPSK, QPSK, 16-QAM, 64-QAM |
| Zendvermogen | 802.11b: 16 ± 1,5 dBm802.11g: 16 ± 1,5 dBm802.11n: 18 ± 1,5 dBm |
| Ontvangstgevoeligheid | 802.11b: -87 dBm (typical) bij 11 Mbps802.11g: -72 dBm (typical) bij 54 Mbps802.11n HT20: -71 dBm (typical) bij 130 Mbps802.11n HT40: -68 dBm (typical) bij 270 Mbps |
| Beveiligingsfuncties | WPA2TM/WPATM Personal en Enterprise;128-, 64-bits WEP; Filtering van MAC-adressen;SPI-Firewall |
| Besturings-systeemvereisten (voor het uitvoeren van de installatie-cd)Windows 7, Windows Vista, Windows Vista(64-bits) editie, Windows XPMac OS X 10.5 of hoger | |
Omgeving
| Afmetingen | 202 x 34 x 160 mm |
| Gewicht | 287 g |
| Voeding | 12 V gelijkspanning, 1A |
| Certificering | FCC, CE, Telepermit, K.21, UL, CB,Wi-Fi (802.11b/g/n), WPA ^TM , WPA2 ^TM , WMM,Wi-Fi Protected Setup ^TM |
| Bedrijfstemperatuur | 0 tot 40°C |
| Opslagtemperatuur | -20 tot 70°C |
| Bedrijfs-vochtigheid | 10 tot 85%, niet-condenserend |
| Opslagvochtigheid | 5 tot 90%, niet-condenserend |
OPMERKING
Informatie over de regelgeving, garantie en veiligheid vindt u op de cd-rom bij uw modemrouter of op Linksys.com/support.
Specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
De maximale prestaties zijn ontleend aan de specificaties voor de IEEE 802.11-standaard. De werkelijke prestaties kunnen afwijken, bijvoorbeeld door lagere capaciteit van het draadloze netwerk, lagere gegevensdoorvoersnelheid, en minder bereik of dekking. De prestaties zijn afhankelijk van tal van factoren, omstandigheden en variabelen, zoals de afstand tot het access point, de hoeveelheid netwerkverkeer, de materialen en constructie van het gebouw, het gebruikte besturingssysteem, de combinatie van gebruikte draadloze producten, interferentie en andere nadelige omstandigheden.
Bijlage: geavanceerde instellingen Linksys X2000
X2000
OPMERKING
De informatie in deze bijlage is van toepassing op gebruikers die de DSL-lijn rechtstreeks aansluiten op de Linksys X2000.
Ga in het scherm Advanced Settings (Geavanceerde instellingen) naar het tabblad Setup (Instellingen) en voer de informatie over uw internetverbinding in. Als u deze gegevens niet hebt, neem dan contact op met uw internetprovider of raadpleeg de tabel op de volgende pagina voor vaak gebruikte instellingen.
- Selecteer ADSL
- Multiplexing (LLC of VC)
- Automatische detectie
- Virtueel circuit (VPI of VCI)
-
Gebruikersnaam en wachtwoord
-
Type internetverbinding (PPPoE, PPPoA, etc.)

text_image
CISCO. Setup Wireless Security Access Policy Applications & Gaming Basic Setup DDNS MAC Address Clone Advanced Language Select your language English Internet Setup 2 Auto ADSL Ethernet Internet Connection Type RFC 2516 PPPoE 3 Multiplexing : LLC VC QoS Type: UBR PCR: 4000 cps SCR: 4000 cps Autodetect : Enable Disable Virtual Circuit : 0 VPI (Range 0-255) 35 VCI (Range 0-65535) DSL Modulation: MultiMode 6 User Name: username Password: .......... PPPoE Settings Service Name(optional): Connect on Demand - Max Idle Time: 15 Minutes| Country | Service Provider Name | Encapsulation | Multiplexing (LLC or VC) | VPI | VCI |
| APAC | |||||
| Australia | iiNet | PPPoE RFC2516 Embedded | LLC | 8 | 35 |
| Internode | PPPoE RFC2516 Embedded | LLC | 8 | 35 | |
| Optus | PPPoE RFC2516 Embedded | LLC | 8 | 35 | |
| Primus | PPPoE RFC2516 Embedded | LLC | 8 | 35 | |
| Soul | PPPoA - RFC2364 | VCMUX | 8 | 35 | |
| Telstra | PPPoE RFC2516 Embedded | LLC | 8 | 35 | |
| TPG | PPPoE RFC2516 Embedded | LLC | 8 | 35 | |
| Default-Other | PPPoE RFC2516 Embedded | LLC | 8 | 35 | |
| New Zealand | Default-Other | PPPoA - RFC2364 | VCMUX | 0 | 100 |
| EMEA | |||||
| Belgium | Academic Broadband | PPPoE | LLC | 8 | 35 |
| Belgacom | PPPoE | LLC | 8 | 35 | |
| Scarlet | PPPoA | VC | 8 | 35 | |
| Skynet | PPPoE | LLC | 8 | 35 | |
| Tele2 | PPPoE | LLC | 8 | 35 | |
| Default-Other | PPPoE | LLC | 8 | 35 | |
| Germany | 1 & 1 | PPPoE | LLC | 1 | 32 |
| AOL | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| Arcor | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| Compuserve | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| Congster | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| Freenet | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| GMX | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| Hanse Net - Alice | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| HTP | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| Lycos | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| NetCologne | PPPoE | LLC | 8 | 35 | |
| Tiscali | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |
| T-Online | PPPoE | LLC | 1 | 32 | |