NILFISK RS 851 - Industriële veegmachine

RS 851 - Industriële veegmachine NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RS 851 NILFISK in PDF-formaat.

📄 214 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice NILFISK RS 851 - page 167
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over RS 851 NILFISK

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Industriële veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RS 851 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RS 851 van het merk NILFISK.

GEBRUIKSAANWIJZING RS 851 NILFISK

  1. Close the left side door (9, Fig. G).

DUST CONTROL SYSTEM NOZZLE AND FILTER CLEANING

NILFISK RS 851 - DUST CONTROL SYSTEM NOZZLE AND FILTER CLEANING - 1

WARNING!

Deze handleiding is een integraal onderdeel van de machine en heeft tot doel de bediener te voorzien van alle informatie die nodig is om deze machine op de juiste en veiligste manier te gebruiken. Er staat informatatie in over technische aspecten, deeiligkeit de werkung, het stoppen, het onderhoud, de verwangingsonderdelen en de verwijdering van de machine.

De bedieren en bevoegde technici die met deze machine werken,要去 de instructies in deze handleiding zorgvuldig lezen, voordat ze met de machine aan het werk gaan. Neem bij twijfel over de juiste interpretatie van de instructies contact op met Nilfisk voor meer uitleg.

BETREFFENDE PERSONEN

Deze handleiding is bestemd voor de bediener van de machine en de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de machine.

De bedieren mogen geen handelingen uitvoeren die alleen door bevoegde monteurs uitgevoerd mogen worden. Nilfisk is nicht verantwoordelijk voor schade die is ontstaan uit het negeren van dit verbod.

OPBERGEN VAN DE HANDLEIDING

De bedienershandleiding moet worden opgeborgen in de cabine van de machine. Er mogen geen vloeistoffen of andere materialen bij komen zodat de handleiding goed leesbaar blijft.

BEWIJS VAN CONFORMITEIT

In afbeelding A wordt de kopie van de documentatie getoond die bewijst dat de veegmachine voldoet aan de geldende bepalingen van de wet.

NILFISK RS 851 - BEWIJS VAN CONFORMITEIT - 1

OPMERKING

Er is een kopie van de oorspronkelijke conformiteitsverklaring verstrekt, samen met de machinedocumentatie.

NILFISK RS 851 - BEWIJS VAN CONFORMITEIT - 2

OPMERKING

Wanneer de machine is goedgekeurd voor gebruik op de weg, worden een specifiek conformiteitscertificaat meegeleverd.

IDENTIFICATIEGEGEVENS

Het serienummer en model van de machine staan op de sticker (1, Afb. C) en op hetplaatje (1, Afb. E) in de cabine.

Het serienummer van de machine is tevens gedrukt op het zijpaneel (33, Afb. G).

Het serienummer en model van de dieselmotor staan op deplaatsen die in de betreffende handleiding worden aangegeven.

Bovendien is er in bepaalde landen een tweede plaatje met deze gevevens aangebracht in positie (1, Afb. E).

Deze informatatie heeft u nodig voor verwangingsonderdelen voor de machine en de dieselmotor. Gebruik de ruimte hieronder om de identificatiegegevens van uw machine en de dieselmotor te noteren zodate gegevens algtd bij de hand heeft.

Model MACHINE

Serienummer MACHINE

Model MOTOR

Serienummer MOTOR

ANDERE GEBRUIKERSHANDLEIDINGEN

Bij de veegmachine worden tevens de volgende documentatie geleverd:

  • Handleiding van de dieselmotor (^*)
    Catalogus met verwangingsonderdelen van de veegmachine
    Elektrisch schema van de veegmachine (papieren versie en op CD)
  • Handleiding van de cameraet (optioneel) (*)
    Catalogus met verwangingsonderdelen van de cameraset (optioneel)

(*) Handleidingen die worden beschouwd als integraal onderdeel van de bedienerhandleiding van de veegmachine.

Bij de servicecentra van Nilfisk is tevens de volgende handleiding beschikbaar:

Servicehandleiding van de veegmachine

VERVANGINGSONDERDELEN EN ONDERHOUD

Als er onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan de machine nodig+zijn, moet u deze door bevoegt personeel of bij servicecentra van Nilfisk latentuitvoeren. Er月至e alen originele verrangingsonderdelen en accessoires worden gebruikt.

Als u hulp nodig heeft of verwangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen bij Nilfisk, zorg dan dat u het model en het serienummer altijd bij de hand heeft.

MODIFICATIES EN VERBETERINGEN

Nilfisk streett aan een constante perfectie van once producten en we behouden ons hetrecht voor modificaties en aanpassingen aan te brengen indien wij die nodig achten. U bent nicht verplicht deze modificaties of verbeteringen door te voeren op een erder aangeschaffe machine.

Eventuele aanpassingen en/of toevoeging van accessoires要去en expliciet worden goedgekeurd en uitgevoerd door Nilfisk.

VEILIGHEID

De volgende symbolen worden gebrukt om möglichk gevaarlijke situatuies aan te gehen. Lees deze informatie altijd aandachtig door en neem de nodige voorzorgsmaatregelen om personen en voorwerpen te beschermen.

Samenwerking met de bediener is van essentieel belang om ongelukken te voorkomen. Geen enkelpreventieplan ter voorkoming van ongevallen is efectief zonder de volledige medewerking van de persoon die direct verantwoordelijk is voor de werking van de machine. De meeste ongevallen die zich binnen een bedrijf, op de werkvoer of op locatie voordoen, worden veroorzaakt door het nicht naleven van enkele elementaire veiligheidsmaatregelen. Een oplettende en voorzichtige bediener is de Beste garantie gegen ongevallen en is het meest effectief in elk preventieplan.

GEBRUIKTE SYMBOLEN

NILFISK RS 851 - GEBRUIKTE SYMBOLEN - 1

GEVAAR!

Dit symbol geeft een gevaar met möglichk dokelijke afloop voor de bediener aan.

NILFISK RS 851 - GEBRUIKTE SYMBOLEN - 2

LET OP!

Dit symbol geeft een möglichk risico op persoonlijk letsel aan.

NILFISK RS 851 - GEBRUIKTE SYMBOLEN - 3

WAARSCHUWING!

Dit symbolism geeft een waarschuwing of opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties.

Lees de blokken tekst die met dit symbol zijn gemarkeerd zorgvuldig door.

NILFISK RS 851 - GEBRUIKTE SYMBOLEN - 4

OPMERKING

Dit symbolism geeft een opmerking aan over de werkig van de sleutel of van de gebruiksfuncties.

NILFISK RS 851 - GEBRUIKTE SYMBOLEN - 5

ADVIES

Raadpleeg de bedienershandleiding vór het uitvoeren van werkzaamheden.

ALGEMENE INSTRUCTIES

Hierna volgen waarschuwingen en specifieke aandachtspunten om möglichke schade aan de machine of letsel bij Personen te voorkomen.

NILFISK RS 851 - ALGEMENE INSTRUCTIES - 1

GEVAAR!

  • Deze machine mag alleen worden gebruikt door special opgeleid en bevoegd personeel.
  • De bestuurdernoet:

-meerderjarig zich
in bezit zichn van het benodigde rijbewijs
- normala psychophysisch gedrag vertonen
- niedonderinvloedzijn van middelen die de reactiesnelheidkunnenverminderen (alcohol, psychopharmaca,drugs,enz.)

  • Voordat er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd, moet de contactsleuteluit het contact worden verwijderd.
  • Deze machine mag alleen worden gebruikt door special opgeleid en bevoegd personeel. De machine mag nicht worden gebruikt door kinderen of mensen met een handicap.
  • Wonneer u in de buurt van bewegende onderdelen werkt, verwijder dan al uw sieraden.
  • Werk nooit onder een omhoog gebrachte machine als deze nicht voldoende worden ondersteund door verilgheidssteunen.
  • Gebruik deze machine Niet in ruimten waar schadelijke, gevaarlijke, ontvlambare en/of explosieve stoffen, vloeistoffen of dampen aanwezig়.
  • Let op: de brandstof is maarlicht ontvlambaar.
    Rook Niet en gebruik geen open vuur bij de vulmond of bij opslagpunten voor de brandstof.
  • De brandstof met een uitgeschakelde dieselmotor buren of in een goed-geventileerde ruimte bijvullen.
  • Vul de tank nooit volledig met brandstof, maar zorg dat de brandstof minimaal 4 cm (1,6 in) onder de rand van de vulmond staat zodat de brandstof kan uitzetten.
  • Controller na het bijvullen van de brandstof of de dop van de brandstoffank goed is gesloten.
  • Als u tijdens het vullen brandstof heeft geknoeid, maak de plek dan goed schoon en LAST de dampen verdwijnen voordat u de motor aan zet.
    Zorg dat er geen brandstof op de huid kommt en dat u de dampen nicht inademt. Hou buiten bereik van kinderen.
  • Voordat er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd, moet de contactsleuteluit het contact worden verwijderd, de parkeerrem worden aangetrokken en de accu worden ontkoppeld.
  • Telkens als er werkzaamheden worden verricht onder de geopende motorkap/kleppen, moet u ervoor zorgen dat de motorkap/kleppen Niet per ongeluk können dichtvallen.
  • Wonneer het nodig is om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren als de afvalcontainer omhoog staat, moet deze worden geblokkeerd met de beiden blokkerstangen.
  • Tijdens het transport van de veegmachine mag de brandstoftank Niet vol zijn.
  • De uitlaatgassen van de dieselmotor bevatten koolmonoxide, een giftig, reukloos en kleurloos gas. Zorg dat u het Niet inademt. Bewaar de motor Niet op een afgesloten plaats.
  • Zet geen voorwerpen op de motor.
    Zet de dieselmotor altiud uit voordat u er aan gaat werken. Ontkoppel de minpool van de accu om te voorkomen dat de motor per ongeluk worden ingeschakeld.
    Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de dieselmotor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.
  • Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de volgende kit (optioneel), die een integraal deel vormt van deze Handleiding:

  • cameraset

NILFISK RS 851 - GEVAAR! - 1

LET OP!

  • De machine要去 zich voorzien van een kentekenbewijs en een kenteken om zich op de openbare weg te mogen begeven.

  • De veegmachine Niet voor andere doelen dan waarvoorde machine is ontworpen, gebruiken.

  • Let er bij het gebruik van de machine op dat er zich geen mensen of voorwerpen in het werkgebied van de machine bevinden.

  • Gebruik de machine nicht als vervoermiddel.

  • Laat de machine nooit onbeheerd staan met de sleutel in het contact en zonder de parkeerrem te hebben aangetrokken.

Stoot Niet gegen ksten of stellingen, zeker als de kans bestaat dat er voorwerpen konnen omvallen.

  • Let bijzonder goed op bij het omhoog brengen en legen van de afvalcontainer.

  • Pas de bedrijfssnelheid aan de oppervlakken aan.

Lees voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert alle instructies zorgvuldig door.

  • Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dathaar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine.

  • Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dathaar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine.

  • Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedrukspuit (lucht of water).

Vermijd aanraking met het accuzuur, raak geen hete onderdelen aan.

  • Laat de borstels Niet werken als de machine stilstaat om schade aan de vloer te voorkomen.

  • Gebruik bij brand een poederbrandblusser. Gebruik geen water.

  • Reinig de machine nicht met bijtende producten.

  • Gebruik de machine Niet in bijzonder stoffige ruimten.

  • Verwijder de beschermingsdelen van de machine nooit met de hand; hou u nauwkeurig aan de instructies voor normalaal onderhoud.

  • Verwijder of verander geen plaatjes van de fabrikant op de machine.

  • Als u afwijkingen in de werking van de machine vermoedt, controller dan of deze nicht worden veroorzaakt door gebrek aan dagelijks onderhoud. Als dat Niet het geval is, roept u de hulp in van bevoegd personeel of van een bevoegd servicecentrum.

Vraag bij verranging van onderdelen om ORIGINELE verrangingsonderdelen bij een bevoegde leverancier en/of bevoegde detailhandelaar.

  • Uit veiligheidsoverwegingen en voor een correcte werkung van de machine moet het onderhoud dat in het betreffende hoofdstuk in deze handleiding worden aangegeven voor bevoegt personeel of bij een servicecentrum worden uitgevoerd.

  • Laat de machine als hij worden afgedankt Niet onbemand staan vanwege de giftige en/of schadelijke materialen (olie, accu, kunststofmaterialen, enz.). Deze要去en volgens de voorschriftenaar deaarvoor bestemde verzamelplaatsen worden gebracht (zie hiervoor het hoofdstuk Verwijdering).

  • Bij normala gebruik veroorzaken de trillingen van de machine geen gevaarlijke situatuies. Het trillingsniveau dat op het lichaam van de bediener worden uitgeoefend is 0,495m / s^2 (19,5 in/s²) (ISO 2631-1) bij maximaal bedrijftstoerental (1.850 omw/min).

  • Tijdens de werkking van de dieselmotor worden de demper warm; raak de demper nooit aan als hij warm is om brandwonden of brand te voorkomen.

  • Laat de dieselmotor nooit draaien met onvoldoende olie, want dat kan ernstige schade veroorzaken. Controller het oliepeil bij een uitgeschakelde motor terwijl de machine horizontally staat.

  • Laat de dieselmotor nooit draaien zonder de luchtfilter om de motor Niet te beschadigen.

  • Het koelcircuit van de dieselmotor staat onder druk. Het system pas controleren na het uitzetten en lien afkoelen van de motor. Ook als de motor afgekoeld is,要去 dop van de radiateur voorzichtig openen.

  • De motor heeft een ventilator;udeau niet naderen wanner de motor warm is odomat de ventilator aan zou konnen.gaan ook al staat de machine UIT.

  • Technische werkzaamheden aan de dieselmotor要去en algid door een bevoegde persoon worden uitgevoerd.

  • Gebruik voor deDieselmotor alleen originele verwangingsonderdelen of equivalenten ervan. Het gebruik van verwangingsonderdelen van een mindere kwaliteit kan de motor ernstig beschadigen.

Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de dieselmotor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.

Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de volgende kit (optioneel), die een integraal deel vormt van deze Handleiding:

  • cameraset

NILFISK RS 851 - LET OP! - 1

NILFISK RS 851 - LET OP! - 2

LET OP!

Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.

De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxideuit.

Adem geen uitlaatgassen in.

Gebruik alleen in afgesloten ruimte wanner er voldoende ventilatie en een tweede persoon aanwezig zich.

VERPAKKING VERWIJDEREN/AFLEVERING

De machine worden meestal volledig gemonteerd en werkend afgeleverd, er is geen verpakking te verwijderen en de koper hoeft geen installmentie uit te voeren.

Controleer alkijd of de volgende onderdelen bij uw machine zich geleverd:

Bedienershandleiding van de veegmachine
- Handleiding van de dieselmotor
- Catalogus met verwangingsonderdelen van de veegmachine
- Elektrisch schema
- Handleiding en Catalogus reserve-onderdelen van de volgende optionele kit:

  • cameraset

BESCHRIJVING VAN DE MACHINE

BEDRIJFSCAPACITEIT

De veegmachine is ontwikkeld en gebouwd voor de reiniging (door middel van borstelen en aanzuiging) van gladde, solide vloeren in privé- en bedrijfsruimten, en het verzamelen van stof enkleine vuildeeltjes en wel onder gecontroleerde veilige omstandigheden door een bevoegde bediener.

ALGEMENE OPMERKINGEN

Alle verwijzingen aan voorwaarts en achterwaarts, vór en acheer, rechts en links in deze handleiding zichn vanuit de bediener in zich rijpositie op de stoel bekeken (14, Afb. E).

BESCHRIJVING

Beschrijving van het bedieningspaneel en de knappen

(Zie Afb. D)

  1. Instrumenten- en bedieningspaneel
  2. Instrument
  3. Lampje afvalcontainer omhoog
  4. Controleampje grootlicht
  5. Controleampje achechterlichten
  6. Controlelampje richtingaanwijzers
  7. Controleampje accu
  8. Controlelampje oliedruk van dieselmotor
  9. Algemeen contrôlelampje van de motor (hoge temperatuur)
  10. Controleampje hoge temperatuur olie hydraulische installmente en storing in hydraulisch circuit
  11. Controlelampje voorverwarming bougies
  12. Controlelampje parkeerrem
  13. Controlelampje luchtfilter dieselmotor beschadigd
  14. Controlelampje water in de brandstofffilter
  15. Manipulator derde borstel (^*) , voor de activering van de volgende functies (nadat de startschakelaar van de derde borstel is geactiveerd):

  16. vooruit gezet: dalingerde borstel
    achteruit gezet: stijging derde borstel

  17. waar rechts gezet: verplaatsing arm maar rechts
  18. waar links gezet: verplaatsing arm maar links

  19. Beveiligingsknop (ingedrukt honden voor de activering van de andere knappen van de manipulator) (*)

  20. Display (^**)

  21. Knop omlaag brengen afvalcontainer (^*)
  22. Knop omhoog brengen afvalcontainer (^*)
  23. Schakelaaroodlichten
  24. Schakelaar voor openen/sluiken klep afvalcontainer
  25. Schakelaar omhoog brengen voorflap
  26. Schakelaar ruitenwisser
  27. Contactsleutel
  28. Zekeringenkastje rechts
  29. Snelheidspedaal

  30. Schakelaar waterpomp installment stofbestrijding:

  31. bij de eerste slag van de schakelaar spreoen de spuitmonden een gemiddelde waterhoeveelheid

  32. bij de tweede slag van de schakelaar spreieen de spuitmonden de maximale waterhoeveelheid

  33. Stur

  34. Startschakelaar zichborstels (eerste slag) en derde borstel (tweede slag)
  35. Keuzeschakelaar boven- of onderlichten
  36. Servicerempedaal
  37. Vloeistofreservoir ruitenwisser
  38. Schakelaar achechterkant voorruit
  39. Zekeringenkastje links
  40. Sturbediening (^***)
  41. Manipulator aanzuigmond, borstels, afvalcontainer (*)
  42. Knop omlaag aanzuigmond en zijborstels (^*)
  43. Knop omhoog aanzuigmond en zijborstels (*)
  44. Knop terughalen afvalcontainer (^*)
  45. Knop kantelen afvalcontainer (*)
  46. Knop voor beweging waar links aanzuigmond en zichborstels (^*)
  47. Knop voor beweging waar rechts aanzuigmond en zijborstels (*)
  48. Drukknop rijbeweging weergave op display
  49. Sticker voor veilig rijden
  50. Drukknop moodstop
    () Op machines met het stuur links zich deze onderdelen op de linkerdeur van de cabine geplaatst.
    (^
    ) Zie hierna de functies van het display.
    (^
    *) Zie hierna de functies van de stuurbediening.

Functies van het display:

1. Weergave bij ingeschakeld contropaneel

Als de contactsleutel (24, Afb. D) in de eerste stand staat, wordt de beginpagina (23, Afb. H) enkele seconden op het display (17) weergegeven; op deze pagina ziet u cijfers of symbolen die de status van de machine aangeven. De te monitoren parameters worden in het navolgende besproken.

  • Geplande onderhoudsintervallen.

Het symbool MA0 (15, Afb. H) duidt op het geplande onderhoud om de 150 uur verwijl het symbool MA1 (16) duidt op het geplande onderhoud om de 500 uur. Als een van de twee tijsdintervallen bijna is verstreken of reeds is verstreken (negatif getal), dan is onderhoud voorzien zoals in het betreffende hoofdstuk is beschreiben.

NILFISK RS 851 - Weergave bij ingeschakeld contropaneel - 1

OPMERKING

Als een van de onderhoudsintervallen is verstreken, danlicht het symbool (15 of 16, Afb. H) enkele seconden op op het contropaneel bij het starten van de machine.

  • Hydraulische installmente ingeschakeld (21, Afb. H).

NILFISK RS 851 - OPMERKING - 1

LET OP!

Als het symbol dat worden weergegeven Niet overeenkomt met het vooraf

ingestelde symbolaar de sleutel wél, dan betekent dit dat het onderhoudsinterval is verstreten. Ga verder zoals besproken in het betreffende hoofdstuk.

Aantal gemaakte draaiuren (14, Afb. H).
- Kilometerteller (18, Afb. H).
- Teller alarmmeldingen (17, Afb. H). Telt het aanl alarmmeldingen dat zich heeft voorgedaan sinds de LASTe reset van de schakelkast. Als het aanl getelde gebeurtenissen verschilt van nul, neem dan contact op met een Nilfisk Servicecentrum om de storingen te verhelpen en te nullen.
- Software-revisie ingevoerd (19, Afb. H).
- Identificatienummer van het model veegmachine (20, Afb. H). Het opschrift '005' identificiert de RS 851 met motor VM D703 IE3.
Veiligheidsgordels vastmaken. Als de symbolen (22, Afb. H) knipperen, betekent dit dat de veiligheidsgordels moeten worden vastgemaakt.

2. Weergave verplaatsingsconfiguration

Als het paneel is ingeschakeld, worden na enkele seconden automatisch de verplaatsings configuratie (13, Afb. H) op het display (17, Afb. D) weergegeven inplaats van het venster (23). Het venster (13, Afb. H) worden ook na het starten van de dieselmotor nog alttijd weergegeven. Hier worden de onderstaande parameters weergegeven.
- Snelheid van de machine: getal van 3 cijfers (1, Afb. H) samen met het bijschrift [Km/n] (2).

NILFISK RS 851 - Weergave verplaatsingsconfiguration - 1

LET OPI!

De tachometersensor regelt de efficicntie Niet,.daarom interpreteert het systemem motor uitgeschakeld, ook met de sensor losgekoppeld of bij kortsluiting. De bijbehorende veiligheidssystemen zichdus Niet actief.

  • Brandstofniveau: het brandstofniveau worden weergegeven door de schaalverdeling (3, Afb. H). De LASTSTE streepjes geen de reservehoeveelheid aan en knipperen in geval van een laag niveau. Tevens worden het actuele brandstofniveau in % weergegeven (5, Afb. H).

NILFISK RS 851 - LET OPI! - 1

WAARSCHUWING!

Als de niveausensor defect is, worden er op het display een alarmbericht weergegeven voor kortsluiting of een breuk (zie het deel Beschrijving van de alarmeldingen voor de code van het alarm zich). Neem contact op met een servicecentrum van Nilfisk om de storing te repareren en de niveausensor te verwijderen.

Het symbol (4, Afb. H) geeft aan dat de brandstofniveauindicator actief is.

  • Temperatuur van de motorkoelvloeistof: het temperatuurniveau worden weergegeven door de schaalverdeling (6, Afb. H). De streepjes knipperen in geval van een te hoge temperatuur. Tevens worden de actuèle temperatuur weergegeven (8, Afb. H). Het symbool (7, Afb. H) geeft aan dat de temperatuursensor actief is.

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

Als de niveausensor defect is, worden er op het display een alarmbericht voor kortsluiting of een breuk weergegeven (zie het deel Beschrijving van de alarmeldingen voor de code van het alarm zich). Neem contact op met een servicecentrum van Nilfisk om de storing te repareren en de niveausensor te verwijderen.

  • Niveau van de watertanks van de stofneerslaginstallatie middels de indicator (12, Afb. H):

  • hoofdtank en secundaire tank vol

  • hoofdtank leeg en secundaire tank vol
  • hoofdtank en secundaire tank leeg. Indez toestand, stoppen de stofneerslaginstallatie en de hogedruk-reinigingsinstallatie na ongeveer 5 seconden met werken.
  • de niveausensors zich defect of verwisseld.

  • Gebruikstoestand van de machine middels de indicator (11, Afb. H):

verplaatsingstoestand

  • Totaal door de machine afgelegd aantal kilometers (10, Afb. H) samen met het betreffende symbool (9).

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

LET OP!

Als het symbol dat worden weergegeven Niet overeenkomt met het vooraf

ingestelde symbolaar de

sleutel wél, dan betekent dit dat het onderhoudsinterval is verstreten. Ga verder zoals besproken in het betreffende hoofdstuk.

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 2

LET OPI!

Als het weergegeven pictogram nicht is

zoals ingesteld of het pictogram voor een waarschuwing is, betekent dit dat er in het geheugen van de B_BOX alarmmeldingen zijn opgeslagen.

Raadpleeg de B_BOX (zoals in het betreffende deel worden aangegeven) en geef aan een servicecentrum van Nilfisk de alarmcodes in het geheugen door zodate de alarmmeldingen hunnen worden geseset.

3. Weergave werkconfiguration

Als de machine, met de dieselmotor ingeschakeld, in de werkconfiguratie worden gezet en de borstels dus gaan draaien (zie de procedure in de betreffende paragraaf), worden op het display (17, Afb. D) de werkconfiguratie (28, Afb. H) weergegeven met de volgende parameters. Alleen de parameters voor de verplaatsingsconfiguratie worden beschreiben.

Toerental motor: getal van 4 cijfers (23, Afb. H) samen met het bijschrift [ENG rp] (25).
- Gebruikstoestand van de machine middels de indicator (24, Afb. H):

  • Werktoestand

  • Draaiuren van de motor (26, Afb. H) samen met het betreffende symbol (27).

NILFISK RS 851 - Weergave werkconfiguration - 1

LET OP!

Als het symbol dat worden weergegeven Niet overeenkomt met het vooraf

ingestelde symbol l maar de sleutel wél, dan betekent dit dat het onderhoudsinterval is verstreten. Ga verder zoals besproken in het betreffende hoofdstuk.

NILFISK RS 851 - Weergave werkconfiguration - 2

LET OPI!

Als het weergegeven pictogram nicht is

zoals ingesteld of het pictogram voor een waarschuwing is, ! betekent dit dat er in het geheugen van de B_BOX alarmmeldingen zijn opgeslagen.

Raadpleeg de B_BOX (zoals in het betreffende deel worden aangegeven) en geef aan een servicecentrum van Nilfisk de alarmcodes in het geheugen door zodate de alarmmeldingen hunnen worden geseset.

4. Weergave alarmmeldingen

Als er een storing optreedt in de machine bij draaiende motor, dan verschijnen er op het display (17, Afb. D) alarmmeldingen.

Deze alarmmeldingen worden in de afbeeling weergegeven (11, Afb. l). Raadpleeg voor een volledig overzicht van de alarmmeldingen het hoofdstuk

Beschrijving van de alarmmeldingen.

5. Weergave geheugen van de machine

NILFISK RS 851 - Weergave geheugen van de machine - 1

WAARSCHUWING!

Voer dit aflezen en/of controle uit bij stilstaande machine, zodate men bij het rijden nicht worden afgeleid.

Met ingeschakeld paneel en stilstaande machine kunnen de gegevens over de status van de machine als volgt worden opgevraagd:

  • Raadpleging van de onderhoudsintervallen, door op het display (17, Afb. D) het 'MAIN MENU' wee ter geven. Hiertoe dient u de drukknop (15, Afb. D) aan de boenzijde ingedrukt te houden totdat bovengenoemd display worden weergegeven. U bevestigt de keuze door de drukknop (15, Afb. D) aan de onderzijde in te drukken. De pijlcursor (1, Afb. J) komt naast hetwoord 'STATUS' te staan. Door de drukknop (15, Afb. D) nogmaals aan de onderzijde in te drukken gaat de pijlcursor naast hetwoord MAINTENANCE' staan. U bevestigt de keuze door de drukknop (15, Afb. D) aan de boenzijde in te drukken. Op het display (17, Afb. D) worden de pagina MAINT.01' weergegeven, waar het aantal uren (2, Afb. J) het aantal uren aangeeft waarin het MA_0 plaatsvindt (om de 150 uur), verwijl het aantal uren (3) het aantal uren aangeeft waarin het MA_1 plaatsvindt (om de 500 uur). Door opnieuw de drukknop (15, Afb. D) aan de boenzijde in te drukken, verschijnt op het display (17) de pagina MAINT.02'. Het aantal uren (4, Afb. J) geeft de levensduur van de dieselmotor aan in uren, het aantal uren (5) geeft het aantal draaiuren van de machine aan, het aantal km's (6) geeft het totaal afgelegde aantal km's van de machine aan, verwijl het aantal gebeurtenissen (7) het aantal alarmmeldingen weergeeft sinds de laatste reset van het system.

  • Raadpleging van de LIJST MET ALARMMELDINGEN, door op het display (17, Afb. D) het 'MAIN MENU' waar te given. Hiertoe dient u de drukknop (15, Afb. D) aan de bovenzijde ingedrukt te houden totdat bovengenoemd display worden weergegeven. U bevestigt de keuze door de drukknop (15, Afb. D) aan de onderzijde in te drukken. De pijlcursor (6, Afb. J) komt maar het wordord 'STATUS' te staan. Door de drukknop (15, Afb. D) nogmaals aan de onderzijde in te drukken gaat de pijlcursoraalst het wordord 'DIAGNOSTIC' staan. U bevestigt de keuze door de drukknop (15, Afb. D) aan de bovenzijde in te drukken. Op het display (17, Afb. D) worden de pagina 'ALARM_L.01' weergegeven. Door opnieuw de drukknop (15, Afb. D) aan de bovenzijde in te drukken, worden de pagina MAINT.02' weergegeven. Op deze twee pagina's worden de alarmmeldingen omschreven in de paragraaf Beschrijving van de alarmmeldingen. Het aantal geburtenissen (1, 2, 3 en 5, Afb. K) geeft het aantal malen aan dat de betreffende alarmmelding tijdens de levensduur van de machine is opgetreden. Het alarm (4, Afb. K) geeft aan hoe lang het probleem met het verstopte luchtfilter zich voordoet. Als een van deze aantallen verschillend is van nul, dan is het mogelijk om te controleren wanner deze storing is opgetreden. Druk de drukknop (15, Afb. D) aan de onderzijde in totdat de pijlcursor (6, Afb. K) naast het verdachte gevegenkomt te staan. Door opnieuw de drukknop (15, Afb. D) aan de bovenzijde in te drukken, worden de pagina geopend behorende bij de alarmmelding. In Afb. L worden als voorbeeld de alarmmelding 'oververhitting motorkoelvloeistof weergegeven die als eerste is opgetreden na 500uur van de machinelevensduur en de tweede keer na 5.550uur.

  • Raadpleging van de B_BOX (7, Afb. J), waarin alle alarmmeldingen zijn opgeslagen die zich sinds de LASTe reset van het geheugen hebben voorgedaan. Het alarm worden geidentificierd door een cijfercode die als volgt kan worden weergegeven: druk herhaaldelijk op de drukknop (15, Afb. D) in het bovenste deel totdat 'MAIN MENU' worden weergegeven. U bevestigt de keuze door de drukknop (15, Afb. D) aan de onderzijde in te drukken. De pijlcursor (6, Afb. J) komt naast hetwoord 'STATUS' te staan. Als u de drukknop (15, Afb. D) in het onderste deel nog een keer indrukt, gaat de pijlcursor naast hetwoord MAINTENANCE' staan. U bevestigt de keuze door de drukknop (15, Afb. D) aan de bovenzijde in te drukken. Op het display (17) worden de vagina MAINT.01' weergegeven; als u nog een keer op de drukknop (15) in het bovenste deel drukt, worden de vagina MAINT.02' weergegeven. Als u op de drukknop (15, Afb. D) in het onderste deel drukt, gaat de cursor bij de tekst B_BOX staan; open daarna de B_BOX door nog een keer op de drukknop (15) in het bovenste deel te drukken. Op deze pagina geeft de cijferreeks (8, Afb. J) een identificiatienummer van het alarm aan, terwijl de tweede cijferreeks (9) de tijden aangeeft waarop de opgeslagen alarmmelding zich heeft voorgedaan. Er+kennen maximaal 16 alarmmeldingen worden opgeslagen, verspreid over vier pagination; deze+kennen worden weergegeven door herhaaldelijk op de drukknop (15, Afb. D) te drukken.

NILFISK RS 851 - Weergave geheugen van de machine - 2

WAARSCHUWING!

De B_BOX voert het opslaan achefter elkaar uit, dus als er alarmmeldingen worden opgeslagen, moet u altijd hetijdstrip controeren waarop de alarmmelding zich hebft voorgedaan voor de juiste volgorde van de alarmmeldingen.

Functies van de stuurbediening:

  • lichten uit, met marketing (35b) overeenkomend met symbol O
  • lichten in de aanpositie, met marketing (35b) overeenkomend met symbool
  • dimlichten aan, met marketing (35b) overeenkomend met symbool [30]. Met de stuurbediening in deze positie worden ook de werklichten ontstoken.
  • mootlichen aan, met marketing (35b) overeenkomend met symbool en hendel (35a) maar beneden
  • tijdelijk aanzetten van grootlichten, door de hendel (35a) omhoog te zetten
  • inschakeling richtingaanwijzer rechts, door de hendel (35a) maar voren te zetten
  • inschakeling richtingaanwijzer links, door de hendel (35a) maar achefteren te zetten
  • inschakelen geluidssignaal, door de hendel (35a) in derichting van de pijl (35c) tezetten

(Zie Afb. E)

  1. Plaatje met serialummer / technische gegevens / conformiteitsmarketing
  2. Ventilatieuitgangen cabine
  3. Binnenlicht
  4. Uitgangen luchtverversing cabine
  5. Hendel voor inschakeling klimaatregelaar
  6. Regelhendel ventilationsnelheid cabine
  7. Reservoir voor remolie (^**)
  8. Hendel aanzuigventilator/optionele uitrusting
  9. Hopedruk waterspuit
  10. Kraantje spuitmonden installment stofbestrijding:

Aanzuigslang (van mond maar afvalcontainer)
Aanzuigslang achechterkant (^*)

  1. Kraantje spuitmonden installment stofbestrijding zijborstels
  2. Kraantje spuitmonden installmentstofbestrijding derde borstel

  3. Hendel parkeerrem

  4. Bestuurdersstoel
  5. Hendel voor openen en afstellen van cabineverwarming
  6. Hendel gaspedaal dieselmotor
  7. Bedieningshendel voor verplaatsing voor/achter van bestuurdersstoel
  8. Veiligheidsgordel aan de bestuurderszijde
  9. Drukknop moodstop
  10. Drukaansluiting verdeler bediening

(*) Optioneel

(**) Bij machines met het stuur rechts bevinden deze onderdelen zich aan de rechtzerlijke van de bestuurdersstoel.

Beschrijving van de buitenkant

(Zie Afb. F)
1. Afvalcontainer omhoog en gekanteld
2. Blokkeerstangen afvalcontainer omhoog (niet aangebracht)
3. Blokeerstangen afvalcontainer omhoog (aangebracht)
4. Houlders voor blokkeerstangen afvalcontainer omhoog (niet aangebracht)
5. Pakking aanzuigslang
6. Aanzuigslang (van mond maar afvalcontainer)
7. Pakking voor sluiting aanzuigopening voorkant afvalcontainer
8. Condensator airconditioning cabine
9. Radiateurolie hydraulisch systeem
10. Vulmond voor de brandstoftank
11. Afdekpaneel motorruimte
12. Afzugfilter aanzuiglucht
13. Ruimte aanzuigventilator
14. Toevoer
15. Aanzuigfilter stof en vuile deeltjes
16. Houlders aanzuigfilter
17. Blokkeerstang klepje afvalcontainer (open)
18. Houder voor inschakeling blokkeerstang klepje afvalcontainer
19. Omtrekpakking aanzuiging
20. Houder voor inschakeling blokkerstangen afvalcontainer
21. Oproslang reinigingsinstallatie met hagedruk water
22. Snel contact voor hogedruk water
23. Kraantje spuitmond installment stofbestrijding aanzuigslang achterkant
24. Secundaire watertank installment stofbestrijding
25. Luchtfilter dieselmotor
26. Waterafvoerslang afvalcontainer
27. Hendel handbediende activering pomp voor handmatig omhoog brengen afvalcontainer
28. Hoofdwatertank installmentstofbestrijding
29. Watervulslang installmentstofbestrijding
30. Dop hoofdwatertank installmentstofbestrijding
31. Vuldop
32. Handbediende pomp voor handmatig omhoog brengen afvalcontainer
33. Dieselmotor (zie de betreffende handleiding voor de beschrijving van de onderdelen van deDieselmotor)
34. Accu
35. Indicator oliepeil hydraulische system
36. Olietank hydraulisch system
37. Stang omhoog brengen voorwiel
38. Bevestigingsknoppen stang
39. Bevestigingsknop
40. Buis spuitmond voor hogedrukwaterstraal
41. Expansievat
42. Spatborden (^*)
43. Hygrometer accu
44. Brandstofvoorfilter

(Zie Afb. G)

  1. Sturcabine

  2. Koplampen (boven)

  3. Koplampen (onder)

  4. Linkerdeur sturcabinet

  5. Koelvloeistoftank dieselmotor

  6. Hijshaken machine (alleen te gebruiken met lege afvalcontainer)

  7. Afvalcontainer

  8. Indicator waterpeil installmentstofbestrijding

  9. Bovenste zijklep links

  10. Steun klep

  11. Onderste zijklep links

  12. Steun klep

  13. Sturende anschterwieten

  14. Klep onderkant cabine links

  15. Steun klep

  16. Aandrijfwienen voor (vast)

  17. Aanzuigmond

  18. Trekhaak voor

  19. Borstel links

  20. Borstel rechts

  21. Derde borstel (*)

  22. Veilgheidsverankering derde borstel bij verplaatsing machine (uitgeschakeld)

  23. Arm derde borstel

  24. Aanzuigslang (van mond waar afvalcontainer)

  25. Voorflap

  26. Klepsteunen afzuigfilter aanzuiglucht

  27. Klep afzuigfilter aanzuiglucht

  28. Bovensterijklep rechts

  29. Steun klep

  30. Rechterdeur sturcabine

  31. Klep onderkant cabine rechts

  32. Steun klep

  33. Serienummer machine

  34. Ondersterijklechts

  35. Steun klep

  36. Dieselmotor

  37. Trekhaak acheter

  38. Sturende achteras

  39. Lichten voor wegsignalering

  40. Zijhendel voor bevestiging achterglijvlak

  41. Achterglijvlak voor loosen afval (open)

  42. Steun aanzuigslang achterkant (optioneel)

  43. Aanzuigslang achterkant (*)

  44. Klep afvalcontainer

  45. Steunarm voor aanzuigslang achechterkant (in gebruik)

  46. Afslutdeksel aanzuigslang achterkant

  47. Achterbumpers (*)

  48. Drukaansluiting aanzuigventilator

  49. Drukaansluiting derde borstel

  50. Voorziening ontkoppeleng accu

  51. Drukaansluiting pomp aandrijfinstallatie

(*) Optioneel

Beschrijving van de cameraset (optioneel)

(Zie Afb. AX)

  1. Monitor
  2. AAN/UIT schakelaar
  3. Hendel voor afstellingrichting monitor
  4. Voorste camera
  5. Achterste camera
Afmetingen en gewichtenWaarden
Lengte machine3.630 mm (142,9 in)
Lengte machine met voorste slang3.830 mm (150,8 in)
Lengte machine met derde borstel4.150 mm (163,4 in)
Lengte machine met derde borstel en voorste slang4.350 mm (171,1 in)
Breedte machine1.350 mm (53,1 in)
Afstand zusammen voor- en weiterwielen1.680 mm (66,1 in)
Spoorbreedte voorwielen1.115 mm (43,9 in)
Spoorbreedte acheterwielen1.140 mm (44,9 in)
Hoogte machine met knipperlicht2.470 mm (97,2 in)
Hoogte machine met regenkap op uitlauf2.360 mm (92,9 in)
Hoogte machine met bocht regenslang op uitlauf2.360 mm (92,9 in)
Minimale hoogte vanaf de grond (zonder flaps)90 mm (3,5 in)
Oploophoek voor max. toelaatbaar16°
Maximale hoogte vanaf de grond voor het lossen van afval1.620 mm (63,8 in)
Pneumatische voorbanden195 R 14C 106/104N (8 PR)
Pneumatische hinterbanden23x8,50-12 (10 PR)
Pneumatische bandenspanning5 Bar (72,5 psi)
Diameter borstel links/rechts650 mm (25,6 in)
Totaalgewicht van de machine, in werkung (zonder bediener)2.730 kg (6.019 lb)
Gewichterde borstel100 kg (220,5 lb)
Totale massa3.750 kg (8.267 lb)
Leeggewicht machine2.350 kg (5.181 lb)
Gewicht machine bij verzending2.400 kg (5.291 lb)
PrestatiesWaarden
Maximale voorwaartse snelheid (alleen voor verplaatsing)19 km/h (11,8 mph)
Maximale werkslnelheid12 km/h (7,4 mph)
Maximale achefterwaartse snelheid8 km/h (5,0 mph)
Maximale hellingshoek bij volledige belasting22%
Minimale interne draaicirkel3.375 mm (132,9 in)
Maximale snelheid van de zijborstels80 omw/min
VerzamelsystemAanzuigend
Reinigungsbereik met 2 borstels1.600 mm (63,0 in)
Reinigungsbereik met 3 borstels2.100 mm (82,7 in)
FiltersystemMetaalgaas
Maximaal geluid op de bestuurdersstoel (geluidsniveau) (ISO/EN3744) bij maximaal bedrijfstoerental81 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogen (2000/14/EC) bij maximaal bedrijfstoerental109 dB(A)
Inhoud afvalcontainer850 liter (224,5 USgal)
Maximale belasting afvalcontainer1.150 kg (2.535 lb)
StofbestrijdingMet water
Totale capaciteit watertanks installment voor stofbestrijding (n. 2)230 liter (60,7 USgal)
Verlichting- en signaleringssystemGoedgekeurd voor de weg
AandrijvingHydrostatische stuurbekrachtiging
StuurinrichtingOp de achteras, met stuurbekrachtiging
ServiceremHydraulisch
ParkeerremMechanisch
BedieningElektro-hydraulisch
Gegevens dieselmotor (*)Waarden
MerkVM MOToren
TypeD703 IE3 87C/3
Cilinders3
Cylinderinhoud2.082 cm³ (127,0 in³)
Maximaal toerental2.600 omw/min
Maximaal bedrijfstoerental2.050 omw/min
Maximaal vermogen48 kW (64,4 pk)
Minimaal toerental1.000 omw/min
Koelvloeistof dieselmotor50% antivirusies AGIP en 50% water
Type antivirussvloeistofAGIP Antifreeze Extra (**)
Type motorolieAGIP Sigma Super TFE 10W40 (*** )
Capaciteit oliecarter dieselmotor (maximaal/minimaal)5,45/4,45 kg (12,0/10,0 lb)
Verbruik rijklaarijdens verplaatsing8 l/h (2,1 USgal/h)
Verbruik rijklaarijdens werk6,7 l/h (1,8 USgal/h)

() Zie voor de overige gevevens/waarden van de dieselmotor de betreffende handleiding.
(^
) Zie hieronder de tabel met eigenschappen van de koelvloeistof en de tabel met specificaties ter referentie.
(^
*) Zie hieronder de tabel met eigenschappen van de motorolie en de tabel met specificaties ter referentie.

EIGENSCHAPPEN AGIP ANTIFREEZE EXTRA
Kookpunt°C (°F)170 (338)
Kookpunt bij oplossing met 50% water°C (°F)110 (230)
Vriespunt bij oplossing met 50% water°C (°F)-38 (-36,4)
Kleur/Turquoise
Volumetrische massa bij +15 °C (+59 °F)kg/l1,13
Goedgekeurde en specifieke vloeistof- fen
CUNA NC 956-16 97
FF.SS cat. 002/132
ASTM D 1384
EIGENSCHAPPEN AGIP SIGMA SUPER TFE 10W40
GRADATIE SAE/10W40
Viscositeit bij +100 °C (+212 °F)mm²/s14,5
Viscositeit bij +40 °C (+104 °F)mm²/s107
Viscositeit bij -25 °C (-13 °F)mm²/s6.400
Viscositeittsindex/138
Ontbrandingspunt COC°C (°F)220 (428)
Vloeipunt°C (°F)-27 (-16,6)
Volumetrische massa bij +15 °C (+59 °F)kg/l0,876
Goedgekeurde en specifieke vloeistof-fen
ACEA E4, E5, E7, B4
APICH-4, CF/SL
MAN M 3277 + M 3277 low ash
Mercedes Benz 228.5 + 229.1
MTU typ 3
VW 505.00 level
RVI RXD
VOLVO VDS2
CAT-TO 2
ALLISON C-4
ZF TE ML 04C
DEUTZ DQC IV 05 level
ISOTTA FRASCHINI
Gegevens oliënWaarden
Inhoud brandstoftank65 liter (17,2 USgal)
Inhoud oliereservoir hydraulisch system55 liter (14,5 USgal)
Gegevens elektrisch systemWaarden
Spanning system12 V
Startaccu12 V – 100 Ah
Gegevens hydraulisch systemWaarden
Maximale druk aandrijsystem300 Bar (4.351 psi)
Maximale druk system aanzuigventilator210 Bar (3.046 psi)
Maximale druk bedieningssystem110 Bar (1.595 psi)
Viscositeit olie hydraulisch system [bij een buitentemperatuur vaneer dan +10 °C (+50 °F)] (*)46 cSt
Type olie hydraulisch systemAGIP Arnica 46 (**)
Type olie remsystemDOT4 (*** )

() Als de machine worden gezruikt in omgevingen met temperaturen lager dan +10^ (+50^) , raden wij u aan de olie te verwangen door olie met een viscositeit van 32 cSt. Bij temperaturen onder 0^ (+32^) 要去 u oliën met een nog lagere viscositeit gezruiken.
(^
) Zie hieronder de tabel met eigenschappen van de olie van het hydraulisch systemen en de tabel met specificaties ter referentie.
(^
*) Zie hieronder de tabel met eigenschappen van de remolie en de tabel met specificaties ter referentie.

EIGENSCHAPPEN AGIP ARNICA4632
Viscositeit bij +40 °C (+104 °F)mm²/s4532
Viscositeit bij +100 °C (+212 °F)mm²/s7,976,40
Viscositeitsindex/150157
Ontbrandingspunt COC°C (°F)215 (419)202 (395,6)
Vloeipunt°C (°F)-36 (-32,8)-36 (-32,8)
Volumetrische massa bij +15 °C (+59 °F)kg/l0,870,865
Goedgekeurde en specifieke vloeistofen
ISO-L-HV
ISO 11158
AFNOR NF E 48603 HV
AISE 127
ATOS Tab. P 002-0/I
BS 4231 HSE
CETOP RP 91 H HV
COMMERCIAL HYDRAULICS
Danieli Standard 0.000.001 (AGIP ARNICA 22, 46, 68)
EATON VICKERS I-286-S3
EATON VICKERS M-2950
DIN 51524 t.3 HVLP
LAMB LANDIS-CINCINNATI P68, P69, P70
LINDE
PARKER HANNIFIN (DENISON) HF-0
REXROTH RE 90220-1/11.02
SAUER-DANFOSS 520L0463
EIGENSCHAPPEN DOT4
Viscositeit bij -40 °C (-40 °F)mm2/s1.300
Viscositeit bij +100 °C (+212 °F)mm2/s2,2
Kookpunt droog°C (°F)265 (509)
Kookpunt,vochtig°C (°F)170 (338)
Volumetrische massa bij +15 °C (+59 °F)kg/l1,07
Kleur/Geel
Goedgekeurde en specifieke vloeistof-fen
SAE J 1703
FMVSS 116 - DOT4&DOT3
ISO 4925
CUNA NC 956 DOT4
Gegevens klimaatregelingWaarden
Type gasReclin 134a
Hoeveelheid gas0,8 kg (1,76 lb)
Gegevens van de casemaset (optioneel) (*)Waarden (*)
MerkContinental VDO -
TypeLCD-kleurenschem van 5" Kleuren- en infraroodcamera

(*) Zie de betreffende handleidingen voor de overige gegevens/waarden van de uitrustingen en de set.

OMGEVINGSWAARDEN

  • De machine mag Niet werken in een omgeving met explosiegevaar, van welk type ook.
  • De machine mag alleen worden gezruikt in goed geventileerde ruimten om te voorkomen dat er gevaarlijke uitlaatgassen worden ingeademd.
  • De machine werkt op de juiste wijze (*) binnen de volgende omgevingswaarden:

  • Temperatuur: van -10 °C tot +40 °C (van +14 °F tot +104 °F)
    Vochtigkeit: van 30% tot 95%

(*) Bij het gebruik van de veegmachine in een omgeving met een temperatuur tussen -10 °C en 0 °C (+14 °F en +32 °F) is het Niet möglich het water van de installment voor stofbestrijding te gebruiken en bovendien moeten de betreffende watertanks en het systeme zelf leeg�.

HYDRAULISCH SYSTEEM

(Zie Afb. AW)
71. Olietank hydraulisch system
72. Afzugfilter
73. Aanzuigfilter
74. Pomp voor aandrijvingsysteme
75. Dieselmotor
76. Hydraulische motor aandrijvingsysteme
77. Verdeler bedieningen
78. Cylinder omhoog brengen voorflap
79. Cylinder omhoog brengen afvalcontainer
80. Handbediende pomp
81. Motor zijborstel
82. Hydraulische motor aandrijvingsysteme
83. Radiateurolie hydraulisch system
84. Magnetoeklep
85. Cylinder zijwaartse beweging aanzuigmond
86. Cylinder omhoog brengen aanzuigmond
87. Blokkeerklep
88. Cylinder Kanteling afvalcontainer
89. Sturbekrachtiging
90. Vloeistofomleider (voorkeurklep)
91. Bedieningspomp en derde borstel
92. Pomp aanzuigventilator
93. Verdeler aanzuigventilator
94. Verdeler voorflap
95. Motor aanzuigventilator
96. Cylinder sturbekrachtiging
97. Servomechanisme snelheidspedaal
98. Filter voor olieaanzuiig hydraulisch systeme
99. Filter voor olieaanzuiig hydraulisch systeem
100. Cylinder draaien arm derde borstel (^)
101. Cylinder omhoog brengen derde borstel (^
)
102. Magneetklep ()
103. Motor derde borstel (^
)
104. Hydraulisch filter ()
105. Pomp reinigingsinstallatie met hagedruk water (^
)
106. Magneetklep neutraalstand geforceerd
107. Aanzuiging water ()
108. Utilaat water (^
)
(*) Optioneel

Aan de linker- en rechterkant van de stuuras bevinden zich twee zekeringenkastjes (25 en 34, Afb. D) met een deksel van doorzichtig plastic, die de volgende zekeringen, ter bescherming van de betreffende circuits, bevatten:

Zekeringenkastje A (34, Afb. D)

  1. Zekering groot Licht rechts (15 A)
  2. Zekering dimlichten (15 A)
  3. Zekering richtingaanwijzers (10 A)
  4. Zekering remlichten (10 A)
  5. Zekering positielichen rechterkant (7,5 A)
  6. Zekering positielichen linkerkant (7,5 A)
  7. Zekering knipperlicht (7,5 A)
  8. Zekering motor ruitenwisser (7,5 A)
  9. Zekeringoodlichten (+30) engeluidssignaal(15A)
  10. Zekering regeelenheid bougies (7,5 A)
  11. Zekering magneetklep brandstof (7,5 A)
  12. Zekering elektroventilator condensator/plafondlamp (10 A)

Zekeringenkastje B (25, Afb. D)

  1. Zekering voeding aandrijfmechanisme klep (10 A)
  2. Zekering voeding instrumenten (7,5 A)
  3. Zekering magneetkleppen motoren borstels/ microschakelaar stool (10 A)
  4. Zekering waterpompen (15 A)
  5. Zekering voeding camera/voeding sensor tachometer (7,5 A)
  6. Zekering voeding sensoren (10 A)
  7. Zekering magneto kleppen bedieningen en neutraalstand (10 A)
  8. Zekering compressor/elekroventilator cabine (20 A)
  9. Zekering geluidssignaal parkeerrem/sensor water in brandstofffilter (10 A)
  10. Zekering magneetkleppen flap (7,5 A)
  11. Zekering microschakelaar afvalcontainer (7,5 A)
  12. Zekering elektroventilator warmtewisselaar (20 A)

De alarmmeldingen worden maximaal 5 seconden weergegeven. Na dieijd worden de alarmmelding opgeslagen in de B BOX (zie het deel Beschrijving van de displayfunctions).

De alarmmeldingen worden ook in de LIJST MET ALARMMELDINGEN weergegeven (zie ALARM.01 en ALARM.02 in het deel Beschrijving van de displayfunctions).

De alarmmeldingen worden gekenmerkt door de algemene tekst 'ALARM' (6, Afb. I) en door enkele symbolen die de oorsprong (2) en de ernst (1) van de alarmmelding aangeven. Op de tweede tekstregel worden de omschrijving van de alarmmelding aangegeven (3, Afb. I). Bij enkele ernstige alarmmeldingen worden de machine automatischuitgeschakeld, wat worden aangegeven door de weergave (4, Afb. I), die zich voordoet na het resetten van de urenteller (5) die in 20 seconden gaat aftellen.

Bij de weergave van de interne alarmmeldingen voor de instrumenten+kennen er drie symbolen voor de ernst worden weergegeven:

NILFISK RS 851 - Zekeringenkastje B (25, Afb. D) - 1

Alarmeldingen waar bij de werkig van de machine nicht in gevaar komt. Controller/ervang het onderdeel dat de storing vertoont.

NILFISK RS 851 - Zekeringenkastje B (25, Afb. D) - 2

Ernstige alarmmeldingen waar bij de machine Niet wordenuitgeschakeld. Neem contact op met een Nilfisk Servicecentrum.

NILFISK RS 851 - Zekeringenkastje B (25, Afb. D) - 3

Ernstige alarmmeldingen waar bij de machine worden uitgeschakeld. Neem contact op met een Nilfisk Servicecentrum.

De volgende alarmen worden op het display (17, Afb. D) herkend en aangegeven.

Sensor brandstofpeil kortsluiting (13, Afb. I)
Sensor brandstofpeil onderbroken (12,Afb.I)
Oververhitting koelvloeistof dieselmotor (7, Afb. l) (dieselmotor worden automatisch uitgeschakeld)
- Te lage druk voor olie van dieselmotor (8, Afb. I) (dieselmotor worden automatisch uitgeschakeld)
Water in brandstof (9, Afb. 1)
Oververhitting hydraulische olie (10, Afb. I)
Sensor motorkoelvloeistoftemperatuur open of losgekoppeld (14, Afb. I)
Sensor motorkoelvloeistemperatuar kortsluiting (15, Afb. I)
Sensor motoroliedruk open of losgekoppeld (16, Afb. I)

Als de bovengenoemde alarmen zich voordoen, gaan de betreffende lampjes branden; deutsche lampjes werden al in het hoofdstuk Beschrijving van het bedieningsspaneel en de knappen beschreiben.

ACCESSIONS / OPTIES

Naast de onderdelen van de standarduiitvoering kan de machine worden uitergerust met de volgende accessoires, volgens het gebruik van de machine:

derde borstel (^) (^)
borstels met hardere of zachtere haren dan de standarddborstell
- cameraset (^
)
reinigingsinstallatie met hogedruk water (^)(^)
- achterbumpers
- achterspatborden
- aansluiting autoradio
- klimaatregelaar stuurcabine (^
)(^)
- aanzuigsystemeacher (^)
- veiligheidsgordel aan de bestuurderszijde (^
)^(
)

(*) Optioneel

(**) Voor de toepassing van deze accessoires要去 een speciale voorbereiding op de machine aanwezig়.

GEBRUIK

NILFISK RS 851 - GEBRUIK - 1

LET OPI!

Op de machine zijn enkele plaatjes aangebracht met de volgende worden:

GEVAAR
- LET OP
WAARSCHUWING
- ADVIES

Tijdens het lezen van deze Handleiding dient de bediener nauwlettend de betekenis van de symbolen te begrijpen die in de hokjes worden weergegeven.

Dek deplaatjes Niet af en verrang ze onmiddelijk als ze beschadigd zijn.

Deze machine is ontwikkeld als veegmachine onder hoge druk met laadcapaciteit, die inkleine ruimten kan werken.

De machine—heeft een zeerkleine spoorbreedte en eenkleine draaicirkel.

Deze eigenschappen van de machine kuren in bepaalde omstandigheden zorgen voor instabilititeitijdens het gebruik van de machine.

Deze instabilititeit kan worden veroorzaakt door de snelheid, door plotselinge manoeuvres, door het gebruik van de machine op hellingen, door een lage bandenspanning, door het gewicht van het afval in de container of odomat de container omhoog staat. Daarom要去 de machine worden bestuurd door een gekwalificeerde bediener, die voldoende is geinstruerd over het juiste gebruik van de machine en op de hoogte is van de möglichke risico's.

Hieronder staan de omstandigheden waar bij de machine instabel kan worden en waarin u dus goed moet opletten:

  • De afvalcontainer worden omhoog gezet terwijl de machine op een helling staat
  • De machine worden gebruikt verwijl de afvalcontainer omhoog staat
    Plotselinge manoeuvres
  • De machine worden met hoge snelheid, op hellingen en/of met een volle afvalcontainer gebruikt
    Lage bandenspanning

In de cabine is een waarschuwingsplaatje (44, Afb. D) aangebracht dat de bediener op de hoogte要去 stellen van möglichke situatuies waarin de machine instabel kan worden en van activiteiten die要去en worden vermeden om te voorkomen dat de machine instabel worden.

VOOR HET STARTEN

  1. Indien nodig de bovenste klep rechts (28, Afb. G) openen door de stop (29) los te halen met de meegeleverde sleutel en brandstof bij te vullen via de vulmond (10, Afb. F).

NILFISK RS 851 - VOOR HET STARTEN - 1

WAARSCHUWING!

Vul de tank nooit volledig met brandstof, maar zorg dat de brandstof minimaal 4 cm (1,6 in) onder de rand van de vulmond staat zodate de brandstof kan uitzetten.

Controleer het waterpeil van de installment voor stofbestrijding met de peilstok (8, Afb. G).

Indien nodig, bijvullen met water door op de volgende manier te werk te gaan:

stop loshalen (10, Afb. G) met de meegeleverde sleutel en de linkerklep openen (9)
tanks met water bijvullen via de dop (30, Afb. F), of de watervulslang (29) na deze te hebben afgerold
- de dop waar sluiten (30), of de vulslang (29) waar oprollen en terugzetten in de juiste houder
- de klep (9, Afb. G) waar sluiten en vastzetten met de stop (10) met de meegeleverde sleutel.

  1. Controller of er geen deurtjes of kleppen open staan op de machine en of de arbeidsomstandigheden normalaal zijn.

STARTEN EN STOPPEN VAN DE DIESELMOTOR

Starten van de dieselmotor

  1. De accu inschakelen door de contactsleutel (50, Afb. G) in horizontale positie te brengen.
  2. Op de bestuurdersstoel (14, Afb. E) gaan zitten en controlleren of de parkeerrem (13) is geactiveerd.

NILFISK RS 851 - Starten van de dieselmotor - 1

OPMERKING

De machine is voorzien van een veiligheidssystem waarmee het starten van de dieselmotor onmogelijk is als de bediener Niet op de bestuurdersstoel zit (14, Afb. E).

  1. Controller of de nooodknop (19, Afb. E) Niet is ingedrukt.
  2. De stoelpositie waar wens afstellen met de hendel (17, Afb. E).
  3. Doe de veiligheidsgordels (18, Afb. E) om.

NILFISK RS 851 - Starten van de dieselmotor - 2

WAARSCHUWING!

De veiligheidsgordels moeten.altijd worden bevestigd voor de veiligheid van de bediener.

  1. De gashendel van de motor (16, Afb. E) op het minimum zetten.
  2. Controller of de borstels omhoog komen of controllerDat de schakelaar voor het activeren van de borstels is uitgeschakeld om te voorkomen dat de borstels onmiddelijk bij het starten van de motor worden geactiveerd.
  3. Controller of de machine in vrijloop staat [versnellingspedaal (26, Afb. D) nicht ingedrukt].

NILFISK RS 851 - Starten van de dieselmotor - 3

OPMERKING

Op de machine is een veiligheidssysteme geinstalleerd dat voorkomt dat de dieselmotor worden gestart als het versnellingspedaal (26, Afb. D) is ingedrukt.

  1. Steek de contactsleutel (24, Afb. D) in het contact. Draai de sleutel een slag rechtsom en LAST hem in deze stand staan. Op dit moment lichten op het controelampjespaneel (2, Afb. D) de volgende controelampjes op:

  2. cntroleampje voorverwarming bougies dieselmotor (11, Afb. D)

  3. cntroleampje laadstatus accu (7, Afb. D)
  4. controelampje oliedruk dieselmotor (8, Afb. D)
  5. controlelampje parkeerrem (12, Afb. D)

Op het display (17, Afb. D) worden de startpagina weergegeven. Om te weten welke opties er zijn en de aanduidingen op het display worden verwezen maar de paragraaf Functies van het display.

Draai als het controleampje voor voorverwarming van de bougies (11, Afb. D)uit gaat de contactsleutel met de klok mee tot hij Niet verder kan en LAST de sleutel los als de dieselmotor start.

NILFISK RS 851 - Starten van de dieselmotor - 4

WAARSCHUWING!

Vooral voor koude klimaten dienen de Voorverwarmingstijden worden aangehonden om excessieve rookvorming te voorkomen.

NILFISK RS 851 - Starten van de dieselmotor - 5

WAARSCHUWING!

Laat de contactsleutel bij het starten van de dieselmotor Niet te lang ingeschakeld (maximaal 15 seconden) om de startmotor Niet de beschadigen. Wanner de motor Niet start, wacht dan even voordat u opnieuw probeert. Voordat u opnieuw probeert te starten, de sleutel terugdraaien, gegen de klok in, tot de beginpositie. Als de dieselmotor na twee pogingen nog Niet is gestart,要去 u de hulp inroepen van degene die verantwoordelijk is voor de machine.

  1. Controller of alle controelampjesuit zich als de machine in beweging is.
  2. Zet het gaspedaal (16, Afb. E) halverwege en LAST de motor enkele minuten draaien om op te warmen, vooral bij zeer lage temperaturen.

Stoppen van de dieselmotor

  1. Zet de gashendel van de motor (16, Afb. E) in de minimale stand en LAST de hendel enkele minuten in deze stand staan om het system te stabilisereren.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in en verwijder de sleutel.
  3. Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E) aan.

DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN

De machine mag worden gestart om te worden opgesteld:

in verplaatsingmodus

inwerkmodus

Hierna worden de betreffende werkzaamheden beschreiben.

NILFISK RS 851 - DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN - 1

LET OPI!

Veranderijdens het sturen Niet plotseling van richting, let altijd goed op en stuur altijd bij lage snelheden, vooral als de afvalcontainer vol is of als de machine op een helling staat.

NILFISK RS 851 - LET OPI! - 1

WAARSCHUWING!

Alvorens met het verplaatsen te beginnen, de bandendruk controeren en indien nodig op druk brengen [5 Bar (72,5 psi)].

De machine opstellen in de verplaatsingmodus

NILFISK RS 851 - De machine opstellen in de verplaatsingmodus - 1

WAARSCHUWING!

Alvorens de machine om te zetten waar de verplaatsingsconfiguratie, op het display (17, Afb. D) controlleren of er geen alarmmeldingen worden gegeven of dat er geen onderhoudsintervallen zijn overschreden (zie paragraaf Functies van het display).

Bij het verplaatsen van de machine (zonder veegwerkzaamheden) is hetoodzakelijk de verplaatsingmodus op te stellen door als volgt te werk te gaan:

  1. Controller of de handrem (13, Afb. E) is ingeschakeld.
  2. Start de dieselmotor zoals werden beschreiben in het vorige.Deel.
  3. Controller of de afvalcontainer (7, Afb. G) omlaag staat en dat het betreffende controleampje (3, Afb. D)uit is.

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

Als de slelheid hoger is dan 5km / h (3 mph) bij opgeheven afvalcontainers, dan knippert het controelampje (3, Afb. D) om het gevaar van de manoeuvre aan te gezven.

  1. Controlleren dat de aanzuigventilator uit is; de hendel (8, Afb. E) moet in de centrale stand staan.
  2. De aanzuigmond en de zijborstels omhoog brengen door op de knop te drukken (38, Afb. D).
  3. Uit de machine komen en de beveiligingsarm van de derde borstel van positie (2, Afb. M) (uitgeschakeld) in positie (1) (ingeschakeld) zetten door de tand (3) in de stang (4) te bevestigen.
  4. Ga op de bestuurdersstoel (14, Afb. E) zitten en schakel de parkeerrem (13)uit.

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

OPMERKING

Op de machine is een veiligheidssystem gemonteerd dat zorgt dat de machine nicht kan rijden als de bediener nicht goed op de bestuurdersstoel (14, Afb. E) zit.

  1. Zet de gashendel voor de motor (16, Afb. E) langzaam maar voren en stel het toerental op het display (17, Afb. D) af op 2.600 omw/min.
  2. Start de verplaatsing door de machine met de handen op het stuur (28, Afb. D) te bewegen. Druk geleidelijk op het voorste deel van het pedaal (26) om de machine voorwaarts te bewegen of op hetijkenste deel om de machinechterwaarts te bewegen.

De bewegingssnelheid is instelbaar van nul tot de maximale waarde via de druk op het pedaal.

NILFISK RS 851 - OPMERKING - 1

LET OPI!

De machine is voorzien van een beveiligingsystem dat de machine in de neutralstand zet en de hydraulische functies die met de manipulatoren (15 en 36, Afb. D) worden bediend uitschakelt als de bestuurder Niet op de bestuurdersstoel zit of langer dan 3 seconden uit de bestuurdersstoel opstaat (14, Afb. E). De versnelling en de hydraulische functies die voor de onderbreking zijn uitgeschakeld, worden automatisch ingeschakeld als de bestuurder wee op de bestuurdersstoel gaat zitten (14). Het is ook möglichelijk alleen de aanzuigventilator in te schakelen voor het gebruik van de handmatige slang acheer en de hagedrukpomp voor het gebruik van het reinigingsystem.

NILFISK RS 851 - LET OPI! - 1

LET OPI!

Vergeet nicht dat de achteras worden aangedreten. Controller altijd in de spiegels of er voldoende ruimte is om te manoeuvreren.

NILFISK RS 851 - LET OPI! - 1

LET OP!

Voordat u over een obstakte (bijvoorbeeld troitfoirs) rijdt, moet u de aanzuigmond omhoog brengen.

De machine stoppen in de verplaatsingmodus

  1. Laat het pedaal (26, Afb. D) los om de machine te stoppen.
  2. Als u de machine snel tot stilstand wilt brengen, drukt u ook het pedaal van de servicerem (31) in.
  3. Zet de gashendel van de motor (16, Afb. E) in de minimale stand en LAST de hendel enkele minuten in deze stand staan om het systeem te stabiliseren.
  4. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  5. Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E) aan.

De machine opstellen in de werkmodus

NILFISK RS 851 - De machine opstellen in de werkmodus - 1

WAARSCHUWING!

Alvorens de machine om te zetten waar de werkconfiguratie, op het display (17, Afb. D) controlleren of er geen alarmmeldingen worden gegeven of dat er geen onderhoudsintervallen zijn overschreden (zie paragraaf Functies van het display).

Ga voor het opstellen van de machine in werkmodus als volgt te werk:

  1. Start de dieselmotor Zoals in de betreffende paragraaf staat aangegeven.
  2. Controller of de afvalcontainer (7, Afb. G) omlaag staat en dat het betreffende controleampje (3, Afb. D)uit is.
  3. De beveiligingsarm van de derde borstel van positie (1, Afb. M) (ingeschakeld) in positie (2) (uitgeschakeld) zetten.
  4. De gashendel van de motor (16, Afb. E) als volgt geleidelijk waar voren zetten en het toerental afstellen op de display (17, Afb. D):

  5. minmaal, 1.800 omw/min
    maximaal, 2.030 omw/min

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

Alsijdens het toerentalijdens het werk groter worden dan 2.050 omw/min, dan stopt een veriligeidssysteme de hydraulische functies en het aantal toeren (1, Afb. H) knippert om de storing aan te gehen.

  1. Aanzuigventilator aanzetten door de hendel (8, Afb. E) in de bovenste positie te zetten.
  2. Start het draaien van de zijborstels met de eerste slag van de schakelaar (29, Afb. D) en het draaien van de derde borstel met de tweede slag van de schakelaar (29).

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

OPMERKING

Als de schakelaar voor de waterpompen (27, Afb. D) worden ingedrukt, worden ook automatisch de watertoevoer uit de spuitmonden geactiveerd.

  1. De aanzuigmond en de zichborstels omlaag brengen door op de knop te drukken (37, Afb. D).

NILFISK RS 851 - OPMERKING - 1

OPMERKING

De zichborstels gaan alleen maar beneden als de aanzuigventilator is gestart.

NILFISK RS 851 - OPMERKING - 1

WAARSCHUWING!

Laat de veegmachine nicht stilstaan met de blaasmond omlaag en de borstels draaiend.

  1. Zet de arm van de derde borstel in werkstand door de manipulator (15, Afb. D) rechts/links te bewegen.
  2. De derde borstel omlaag brengen door de manipulatoraar voren te brengen (15,Afb.D).
  3. Controller het niveau en, indien nodig, vul het water bij in de tanks van de stofneerslaginstallatie verwijl u de betekenis van de symbolen verifieert (12, Afb. H):

  4. hoofdtank en secundaire tank vol

  5. hoofdtank leeg en secundaire tank vol
  6. hoofdtank en secundaire tank leeg. In deze toestand, stoppen de stofneerslaginstallatie en de hagedruk-reinigingsinstallatie na ongeveer 5 seconden met werken.
  7. defect in het detectie- of weergavesystem van het wateriveau voor de tanks van de stofneerslaginstallatie. Neem contact op met een Nilfisk Servicecentrum.

  8. Doe indien nodig de kraantjes van het water van de installment voor stofbestrijding (10, 11, 12, Afb. E) aan met inachtneming van de volgende aanwijzingen:

Kraantje (10, Afb. E) van de spuitmonden van de installment voor stofbestrijding van de aanzuigslang:.altijd aandoen, behave als het te reinigen wegdek nat is.
- Dit kraantje stuart het water ook aan de spuitmond van de installment voor stofbestrijding van de aanzuigslang aan dechterkant (optioneel).
Kraantje (11, Afb. E) van de spuitmonden van de installatione voor stofbestrijding van de zijborstels: aandoen wanner het wegdek droog en stoffig is.
Kraantje (12, Afb. E) van de spuitmonden van de installment voor stofbestrijding van de derde borstel: aandoen wanner het wegdek droog en stoffig is.

  1. Zet als volgt de waterpompen van de installmentie voor stofbestrijding aan met de schakelaar (27, Afb. D):

  2. bij de eerste slag van de schakelaar spreoen de spuitmonden een gemiddelde waterhoeveelheid (gebruiken wonneer er weinig stof is)

  3. bij de tweede slag van de schakelaar spreoen de spuitmonden de maximale waterhoeveelheid (gebruiken wonneer er veel stof is)

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

De machine is voorzien van een mechanisme dat, terwijl de bediener op de bestuurdersstool zit (14, Afb. E) en de schakelaar voor de waterpompen (27, Afb. D) is ingedrukt, watertoevoer uit de spuitmonden möglichk maakt, maar alleen als de draaifunctie van de borstels is ingeschakeld.

Als de bediener Niet op de bestuurdersstoei zit (14, Afb. E), is watertoevoer uit de spuitmonden voor gebruik van dechterste slang möglichk door alleen de schakelaar voor de waterpompen (27, Afb. D) te gebruiken.

  1. Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E)uit.
  2. Start het veegwerk door de machine met de handen op het stuur (28, Afb. D) te bewegen. Druk geleidelijk op het voorste deel van het pedaal (26) om de machine voorwaarts te bewegen of op het achterste deel om de machinechterwaarts te bewegen. De bewegingssnelheid is instelbaar van nul tot de maximale waarde via de druk op het pedaal.

Tijdens de werkzaamheden verzamelt de machine Licht materiaal (zoals stof, papier, bladeren, enz.) en zwaarder materiaal (steentjes, flessen, enz.).

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

LET OP!

De machine is voorzien van een beveiligingsystem dat de machine in de neutralstand zet en de hydraulische functies die met de manipulatoren (15 en 36, Afb. D) worden bediend uitschakelt als de bestuurder Niet op de bestuurdersstoel zit of langer dan 3 seconden uit de bestuurdersstoel opstaat (14, Afb. E). De versnelling en de hydraulische functies die voor de onderbreking zijn uitgeschakeld, worden automatisch ingeschakeld als de bestuurder wee op de bestuurdersstoel gaat zitten (14). Het is ook möglichk alleen de aanzuigventilator in te schakelen voor het gebruik van de handmatige slang acheer en de hagedrukpomp voor het gebruik van het reinigingsystem.

NILFISK RS 851 - LET OP! - 1

OPMERKING

Alle borstels (19, 20, 21, Afb. G) können ook als de machine beweegt omlaag en omhoog worden gebracht. De borstels draaien ook als ze omhoog staan.

De machine stoppen in de werkmodus

  1. Laat het pedaal (26, Afb. D) los om de machine te stoppen.
    Als u de machine snel tot stilstand wilt brengen, drukt u ook het pedaal van de servicerem (31, Afb. D) in.
  2. Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E) aan.
  3. Schakel de waterpompen van de installment voor stofbestrijding met de schakalaar (27, Afb. D)uit.
  4. Indien aan, de kranen van het water van de installmentiek voor stofbestrijding (10, 11, 12, Afb. E) uitdoen.
  5. De derde borstel omhoog brengen door de manipulator waar achteren te brengen (15, Afb. D).
  6. Zet indien nodig de arm van de derde borstel wee in werkstand door de manipulator (15, Afb. D) maar links te bewegen.
  7. Stop met de schakelaar (29, Afb. D) het draaien van de derde borstel en van de zijborstels.

NILFISK RS 851 - De machine stoppen in de werkmodus - 1

OPMERKING

De machine is voorzien van een mechanisme dat door onderbreking van de draaifunctie van de borstels met de schakelaar (29, Afb. D) de watertoevoer uit de spuitmonden stocht als deze Niet al met de schakelaar (27) was gestopt.

  1. De aanzuigmond en de zijborstels omhoog brengen door op de knop te drukken (38, Afb. D).
  2. Aanzuigventilator stopzetten door de hendel (8, Afb. E) in de middelste positie te zetten.
  3. Zet de gashendel van de motor (16, Afb. E) in de minimale stand en LAST de hendel enkele minuten in deze stand staan om het systeem te stabiliseren.
  4. Controller of de afvalcontainer (7, Afb. G) omlaag staat en dat het betreffende controleampje (3, Afb. D)uit is.
  5. Indien nodig de beveiligingsarm van de derde borstel van positie (2, Afb. M) (uitgeschakeld) in positie (1) (ingeschakeld) zetten door de tand (3) in de stang (4) te bevestigen.
  6. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  7. Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E) aan.

MACHINE IN BEDRIJF

  1. Zorg dat u Niet te lang op een plaats blijft staan met de machine verwijl de borstels draaien: dan kannen er markeringen op de vloer achechterblijven.

Beweging aanzuigmond en zijborstels

  1. Beweeg tijdens het werk indien nodig, de aanzuigmond en de zijborstels waar links of rechts door de betreffende knappen (41, of 42, Afb. D) tegelijkertijd met de beveiligingsknop (16) aan tezetten.

Beweging derde borstel

  1. Beweegijdens het werk indien nodig, de derde borstel maar links of rechts door de manipulator (15, Afb. D) maar links of rechts te zetten.

Verzamelen van omvangrijke stukken

  1. Bij het verzamelen van omvangrijke stukken要去 de voorflap (25, Afb. G) door middel van de schakelaar (22, Afb. D) omhoog brengen.

Let op: als de Voorflap omhoog blijft staan, is de aanzuigcapaciteit van de machine kleiner.

Zet de Voorflap (25, Afb. G) omlaag door wee de schakelaar (22, Afb. D) te gebruiken.

  1. Bij bijzondere werkzaamheden bij het verzamelen van omvangrijke stukken kan indien nodig zonder de Voorflap (25, Afb. G) worden gewerkt. Ga als volgt te werk om de Voorflap te verwijderen:

  2. De zijborstels omhoog brengen, de machine stopzetten en de dieselmotor uitzetten.

  3. Verwijder de sluiting (1, Afb. N) en de trekband (2) losmaken van de flap (3).
  4. Verwijder de flap (3) door hem los te halen UIT de scharnieren (4).
  5. Start de machine opnieuw en hervat de werkzaamheden.
    Monteer de flap (3) in omgeekerde volgorde ten opzichte van de demontage na het stoppen van de machine en uitzetten van de dieselmotor.

NILFISK RS 851 - Verzamelen van omvangrijke stukken - 1

OPMERKING

Als de afvalcontainer vol is, kan de machine geen stof en vuil verzamelen.

  1. Als de werkzaamheden zijn voltooid en wanner de afvalcontainer (7, Afb. G) vol is,要去 u deze legen. Zie hiervoort het volgende deel.

DE AFVALCONTAINER LEGEN

De maximale hoogte voor het legen van de afvalcontainer is 1.620 mm (63,78 in).

Ga volgens de volgende punten te werk bij het legen van de afvalcontainer.

  1. Schakel de waterpompen van de installment voor stofbestrijding met de schakalaar (27, Afb. D)uit.
  2. Indien aan, de kranen van het water van de installmentiek voor stofbestrijding (10, 11, 12, Afb. E)uitdoen.
  3. De derde borstel omhoog brengen door de manipulator waar achteren te brengen (15, Afb. D).
  4. De aanzuigmond en de zijborstels omhoog brengen door op de knop te drukken (37, Afb. D).
  5. Stop met de schakelaar (29, Afb. D) het draaien van de derde borstel en van de zichborstels.
  6. Stop de aanzuigventilator met de hendel (8, Afb. E).
  7. Zet indien nodig de arm van de derde borstel wee in werkstand door de manipulator (15, Afb. D) maar links te bewegen.
  8. Indien het nodig is voor het legen van de afvalcontainer om zich maar een andere ruimte te begeven, de parkeerrem (13, Afb. E) aanzetten en uit de machine komen en de beveiligingsarm van de derde borstel van positie (2, Afb. M) (uitgeschakeld) in positie (1) (ingeschakeld) zetten door de tand (3) in de stang (4) te bevestigen.
  9. Zich begeven nabij de ruimte voor het legen van de afvalcontainer.
  10. Indien men verwacht dat de afvalcontainer veel water bevat, is het möglichk om deze eerst te legen alvorens de container als volgt omhoog te brengen en te kantelen:

Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E) aan en uit de machine komen.
- Open de bovenste klep links (9, Afb. G).
- De slang (26, Afb. F) loshalen en het water UIT de afvalcontainer loosen.
- De slang (26, Afb. F) installeren.
Sluit de bovenste klep links (9, Afb. G) weer.

NILFISK RS 851 - DE AFVALCONTAINER LEGEN - 1

LET OPI!

Los het afval op een vlikke, stevige ondergrond zodat de machine Niet uit balans kan raken.

Zorg dat er geen mensen in de buurt van de machine staan, met name bij de afvalcontainer (7, Afb. G).

  1. Draai de twee zijhendels (1, Afb. O) los en open het achterglijvlak door deze te lately draaien van positie (2) maar positie (3).
  2. Breng de afvalcontainer (7, Afb. G) voorzichtig omhoog door middel van de knop (19, Afb. D) en de beveiligingsknop (16).

NILFISK RS 851 - LET OPI! - 1

LET OPI!

Verplaats de machine Niet terwijl de afvalcontainer omhoog staat!

Als het wel nodig is om met een opgeheven afvalcontainer te rijden,要去 de machine stapvoets rijden om te voorkomen dat de machine zijdelingsuit balans raakt.

Als de slelheid hoger is dan 5km / h (3 mph) bij opgeheven afvalcontainers, dan knippert het controelampje (3, Afb. D) om het gevaar van de manoeuvre aan te gehen.

  1. Open de klep (44, Afb. G) van de afvalcontainer met de schakelaar (21, Afb. D); houd deze ingedrukt tot de klep volledig geopend is.
  2. Kantel de afvalcontainer (7, Afb. G) voorzichtig door middel van de knop (40, Afb. D) en de beveiligingsknop (16). Leeg de afvalcontainer.
  3. Zet na het legen de afvalcontainer waar in horizontale positie door middel van de knop (39, Afb. D) en de beveiligingsknop (16).
  4. Breng de afvalcontainer (7, Afb. G) helemaaal omlaag door middel van de knop (18, Afb. D) en de beveiligingsknop (16); houd ze ingedrukt tot het controleampje (3)uit is.
  5. Controller indien nodig als volgt of de metalen filters van de afvalcontainer Niet verstopt zich:

Trek de parkeerrem aan en zet de dieselmotoruit.
Zet de klep van afvalcontainer met de hand omhoog en zet deze vast met de blokkeerstang (17, Afb. F).
- Verwijder zoals beschreiben in het hoofdstuk Onderhoud, de filters (15 en 12, Afb. F) en controllerer of ze Niet verstopt zijn, reinig ze anders volgens de betreffende procedure. Installee de filters.
Maak de blokkeerstang (17, Afb. F) los en zet deze weeop z'n plaats.

  1. Zet de dieselmotor wee aan en sluit de klep (44, Afb. G) van de afvalcontainer met de schakelaar (21, Afb. D); houd deze ingedrukt tot het controelampje uit is.
  2. De machine kan wee terug maar de werkplaats.

GEBRUK VAN DE AANZUIIGSLANG AAN DE AchTERKANT (*)

(*) Optioneel

Ga als volgt te werk voor het opzuigen van vuil/stof met de aanzuigslang aan de achterkant (optioneel) (43, Afb. G), alsmede met de aanzuigmond (17, Afb. G).

  1. Zet de dieselmotor uit en trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E) aan.
  2. Draai de bevestigingsknoppen (1, Afb. P) van de aanzuigslang los en verwijder het afsluitdeksel (2) van de aanzuigopening door de knop (3) te pakken.
  3. Ga te werk zoals uitgelegd in de paragraaf 'De afvalcontainer legen' en breng de afvalcontainer circa 10-15 cm (3,9-5,9 in) omhoog en zet de dieselmotoruit.
  4. Open de bovenste klep rechts (28, Afb. G) en verwijder de pakking (7, Afb. F).
  5. Monteer met behulp van een geschikte ladder de pakking (7, Afb. F) en zet deze vast op de aanzuigopening (1, Afb. Q) van de afvalcontainer.
  6. Breng de afvalcontainer volledig omlaag zoals uitgelegd in de paragraaf 'De afvalcontainer legen'.
  7. Haal de steun (42, Afb. G) van de aanzuigslang aan dechterkant (43) los.
  8. Open de steunarm (45, Afb. G) en verbind de betreffende ketting (1, Afb. R) aan de aanzuigslang om deze te ondersteunen.
  9. Doe het kraantje (23, Afb. F) van de spuitmond van de installment voor stofbestrijding aan.
  10. Start de dieselmotor Zoals in de betreffende paragraaf staat aangegeven.
  11. Controller of de afvalcontainer (7, Afb. G) omlaag staat en dat het betreffende controleampje (3, Afb. D)uit is.
  12. De gashendel van de motor (16, Afb. E) als volgt geleidelijk maar voren zetten en het toerental afstellen op de display (17, Afb. D):

  13. minmaal, 1.800 omw/min
    maximaal, 2.030 omw/min

  14. Start de aanzuigventilator met de hendel (8, Afb. E).

  15. Zet als volgt de waterpompen van de installmentie voor stofbestrijding aan met de schakelaar (27, Afb. D):

  16. bij de eerste slag van de schakelaar spreieen de spuitmonden een gemiddelde waterhoeveelheid (gebruiken wonneer er weinig stof is)

  17. bij de tweede slag van de schakelaar spreieen de spuitmonden de maximale waterhoeveelheid (gebruiken wonneer er veel stof is)

NILFISK RS 851 - (*) Optioneel - 1

WAARSCHUWING!

De machine is voorzien van een mechanisme dat, terwijl de bediener op de bestuurdersstoel zit (14, Afb. E) en de schakelaar voor de waterpompen (27, Afb. D) is ingedrukt, watertoevoer uit de spuitmonden möglichk maakt, maar alleen als de draaifunctie van de borstels is ingeschakeld.

Als de bediener Niet op de bestuurdersstoel zit (14, Afb. E), is watertoevoer uit de spuitmonden voor gebruik van dechterste slang möglichk door alleen de schakelaar voor de waterpompen (27, Afb. D) te gebruiken.

  1. Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E)uit.
  2. Begin met behulp van een tweede bediener met het verzamelen van het afval met de aanzuigslang aan de achterkant door deze beet te pakken zoals getoond in Afbeelding S.

Tijdens de werkzaamheden verzamelt de machine Licht materiaal (zoals stof, papier, bladeren, enz.) en zwaarder materiaal (steentjes, flessen, enz.).

  1. Indien nodig, kraan (23, Afb. F) openen om water in de plastic slang te lately.
  2. Voer de punten 2 tot en met 17 in omgeekerde volgorde uit om de machine wee ter laten zuigen met de aanzuigmond (17, Afb. G).

GEBRUK VAN RUITENWISSERS EN -SPROEIERS

  1. Druk op de schakelaar (23, Afb. D) om de reinigingsvloeistof op de ruit te sproeien.
  2. Gebruik de schakelaar (33, Afb. D) om de ruitenwisser anschter aan te zetten en te stoppen.

GEBRUK VAN DE VERWARMING VAN DE STUURCABINE

  1. Draai aan wens gegen de klok in aan de hendel (15, Afb. E) voor het aanzetten van de verwarming van de cabine.
  2. Regel de snelheid van de elektoventilator met de hendel (6, Afb. E).
  3. Draai de hendel (15, Afb. E) met de klok mee tot deze nicht verder kan om de verwarming uit te zetten.

GEBRUK VAN DE KLIMAATREGELAAR VAN DE STUURCABINE (*)

(*) Optioneel

  1. Draai de hendel (5, Afb. E) waar wens van de klimaatregeling van de cabine.
  2. Regel de snelheid van de elektoventilator met de hendel (6, Afb. E).

WERKING VAN HET VERLIGHTINGSSYSTEM

  1. Gebruik de koplampen (35, Afb. D) met de volgende functies om de verlichtingsinstallatie en markeringen aan te zetten:

  2. lichten uit, met markering (35b) overeenkomend met symbool O

  3. lichten in de aanpositie, met marketing (35b) overeenkomend met symbol
  4. dimlichten aan, met marketing (35b) overeenkomend met symbol [30]
  5. mootlichen aan, met markering (35b) overeenkomend met symbolen hendel (35a) maar beneden
  6. tijdelijk aanzetten van grootlichten, door de hendel (35a) omhoog tezetten
  7. inschakeling richtingaanwijzer rechts, door de hendel (35a) maar voren tezetten
  8. inschakeling richtingaanwijzer links, door de hendel (35a) maar aktheren te zetten
  9. inschakelen geluidssignaal, door de hendel (35a) in de richting van de pijl (35c) tezetten

  10. Gebruik de keuzeschakelaar (30, Afb. D) voor het aandoen van de onderste koplampen (3, Afb. G) of de bovenste koplampen (2).

INSCHAKELING VAN DE NOODLICHTEM

Schakel de noodverlichting in met de schakelaar (20, Afb. D).

ONTSTEKING VAN HET WERKLICHT

Het werklicht van de aanzuigmond worden tezamen met de positielichten ontstoken.

HANDMATIG OMHOOG BREngen VAN DE AFVALCONTAINER

Ga als volgt te werk voor het handmatig omhoog/omlaag brengen van de afvalcontainer (7, Afb. G) (bij een defect aan de dieselmotor, enz.).

Handmatig omhoog brengen van de afvalcontainer

  1. Controller of de machine op een vlakke en stevige ondergrond staat, vooral wanner de afvalcontainer (7, Afb. G) vol is.
  2. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  3. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in en verwijder de sleutel van het ontkoppelingsmechanisme van de accu (50, Afb. G) door de sleutel in te drukken en te draaien.
  4. Open de onderste klep links (11, Afb. G) door de stop (12) los te halen met de meegeleverde sleutel.
  5. Verwijder de hendel (27, Afb. F) van de handbediende pomp uit de oorspronkelijke stand.
  6. Zet de hendel (1, Afb. T) op de handbediende pomp (2).
  7. Controller of de schuifschakelaar voor het heffen/neerlaten van de afvalcontainer (3, Afb. T) in de hefpositie (4) staat.
  8. De pomp (2, Afb. T) voorzichtig aandoen met de hendel (1) en de afvalcontainer volledig omhoog brengen.
  9. Breng de blokkerstangen van de opgehesen afvalcontainer (3, Afb. F) aan. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.

Handmatig omlaag brengen van de afvalcontainer

  1. Maak de blokkerstangen van de opgehesen afvalcontainer (3, Afb. F) los. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.
  2. Zet de schuifschakelaar (3, Afb. T) in de positie latent zakken (5) en zet de pomp (2) aan met hendel (1) totdat de afvalcontainer volledig is neergelaten.
  3. Verwijder de hendel (1, Afb. T) van de pomp en doe hem terug in zijn oorspronkelijke positie (27, Afb. F).
  4. Zet de schuif van de pomp in de middelste stand.
  5. Sluit de onderste klep links (11, Afb. G) door de stop (12) vast te make n met de meegeleverde sleutel.

INVOEGEN VAN DE BLOKKEERSTANGEN VAN DE OPGEHESEN AFVALCONTAINER

Het isoodzakelijk om voor het werken in de zone van de opgehesen afvalcontainer (1, Afb. F) de blokkerstangen (3) als volgt in te voegen.

NILFISK RS 851 - INVOEGEN VAN DE BLOKKEERSTANGEN VAN DE OPGEHESEN AFVALCONTAINER - 1

LET OPI!

Voor het werk in de zone van de opgehesen afvalcontainer, de blokkeerstangen (3, Afb. F)uit veiligheidsoverwegingen invoegen. Deze handeling is ookoodzakelijk als de hefcilinders van de afvalcontainer voorzien zijn van vangkleppen die voorkomen dan de container plotseling zakt door een gebroken of beschadigde slang/verbinding van de hydraulische installmentie.

Invoegen van de blokkerstangen

  1. De afvalcontainer (7, Afb. G) volledig omhoog brengen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.
  2. De twee stangen (2, Afb. F) losmaken van de holders (4) en in positie (3) brengen door de uiteinden in deplaatsen (20) te doen.
  3. De afvalcontainer zachtjes omlaag brengen en latent steunen op de stangen.

Uitvoegen van de blokkerstangen

  1. De afvalcontainer zachtjes omhoog brengen en los te halen van steun op de stangen.
  2. De twee stangen (3, Afb. F) losmaken van deplaatsen (20) en in positie (2) brengen, ze aansluiten en vastzetten in de houders (4).
  3. De afvalcontainer (7, Afb. G) volledig omlaag brengen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.

INSTEKEN VAN DE BLOKKEERSTANG VAN DE KLEP VAN DE OPGEHEVEN AFVALCONTAINER

Voor het werkken in de zone van de klep van de opgehesen afvalcontainer (44, Afb. G) de betreffende blokkeerstang (17, Afb. F) als volgt invoegen.

De blokkerstang maar binnen steken

  1. Haal de stang (17, Afb. F) los uit de houder, zet de klep zoveel als nodig omhoog en steek de stang in zich houder (18).

Deblokkeerstang verwijderen

  1. Voer de procedure van punt 1 in omgeekerde volgorde UIT.

GEBRUK VAN HOGEDRUK WATERSPUIT (*)

(*) Optioneel

De machine is voorzien van een distributiesystem voor hogedruk water (optioneel) om te gebruiken voor de reiniging van de machine zichl of voor andere doeleinden.

De gebruiksprocedure worden hiernavolgend beschreiben.

NILFISK RS 851 - GEBRUK VAN HOGEDRUK WATERSPUIT (*) - 1

LET OP!

Activeer de hagedrukpomp Niet wanner de tanks leeg of bijna leeg+zijn (wanner de pomp droog loopt, kan\ deze beschadigd raken).

  1. Haal uit de cabine de hagedruk waterspuit (9, Afb. E).
  2. Een deel van de slang (21, Afb. F) uittrekken en de spuitmond (9, Afb. E) verbinden aan het snelle contact (22, Afb. F).
  3. Start de dieselmotor met een laag toerental zoals in het betreffende deel worden beschreiben.
  4. Hogedrukpomp aanzetten door de hendel (8, Afb. E) in de onderste positie te zetten.
  5. Verwijder eventueel de lucht uit het systeme door de knop op de spuitmond helemaal linksom te draaien en de hendel van de spuitmond zich in te drukken totdat er een constante stroom uitkomt, bij een lage waterdruk.

Laat de hendel van de spuitmond los en draai de knop wee rechtsom om de hagedrukspuitmond weer te gebruiken.

  1. Zet de motor op het gewenste toerental.
  2. Gebruik de spuitmond door op de hendel van de betreffende spuit te drukken.

NILFISK RS 851 - LET OP! - 1

LET OP!

Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).

NILFISK RS 851 - LET OP! - 1

LET OPI!

Laat de hagedrukpomp Niet langere vrijwerken zonder de spuitmond te gebruiken.

  1. Voer na gebruik van de spuitmond de punten 1 tot en met 4 in omgekeerde volgorde UIT.

GEBRUK VAN DE CAMERASET (optioneel)

  1. Gebruik de schakelaar (2, Afb. D) wanneer de contactsleutel (24) in het contact zit om het videosystem (1, Afb. AX) en de camera's (4 en 5) aan te zetten. Op de monitor (1) worden het beeld van de camera voor (4) weergegeven.
  2. Wanner de anschuirijversnelling worden ingeschakeld, worden het videosysteme en de camera's automatisch ingeschakeld en worden het beeld van de camera awhile (5) weergegeven. Raadpleeg de handleiding van de cameraset voor gebruik van de andere schakelaars aan de rechterkant van de monitor.

NA GEBRUK VAN DE MACHINE

Na de werkzaamheden en voordat u de machine achechterlaat要去en de volgende handelingen worden uitgevoerd.

  1. Schakel de waterpompen van de installment voor stofbestrijding met de schakalaar (27, Afb. D)uit.
  2. Indien aan, de kranen van het water van de installmentiek voor stofbestrijding (10, 11, 12, Afb. E)uitdoen.
  3. Stop met de schakelaar (29, Afb. D) het draaien van de derde borstel en van de zijborstels.
  4. De derde borstel omhoog brengen door de manipulator waar achteren te brengen (15, Afb. D).
  5. Zet indien nodig de arm van de derde borstel wee in werkstand door de manipulator (15, Afb. D) maar links te bewegen.
  6. De aanzuigmond en de zijborstels omhoog brengen door op de knop te drukken (38, Afb. D).
  7. Stop de aanzuigventilator met de hendel (8, Afb. E).
  8. Zet de gashendel van de motor (16, Afb. E) in de minimale stand en LAST de hendel enkele minuten in deze stand staan om het systeem te stabiliseren.
  9. Controller of de afvalcontainer (7, Afb. G) omlaag staat en dat het betreffende controleampje (3, Afb. D)uit is.
  10. Indien nodig de beveiligingsarm van de derde borstel van positie (2, Afb. M) (uitgeschakeld) in positie (1) (ingeschakeld) zetten door de tand (3) in de stang (4) te bevestigen.
  11. Reinig zoals beschreiben in het hoofdstuk Onderhoud, de afvalcontainer, de filters en de aanzuigslang, controllerer de pakkingen en de smering van de lagers van de aanzuigventilator.
  12. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  13. Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E) aan.
  14. Doe als ze aan zich, de lichten uit.

DE WATERTANKS VAN DE INSTALLatie VOOR STOFBESTRIJDING LEGEN

Ga als volgt te werk wanneer het nodig is om de watertanks van de installmentiek voor stofbestrijding te legen.

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Als u op de rechterkant van de achteras werk, het deksel (1, Afb. AE) van de waterfilter losschroeven en deze samen met de filter verwijderen.
  4. Laat al het water uit de tanks maar buiten lopen.
  5. Monteer het deksel (1, Afb. AE) en de filter.

TREKBEWEGING VAN DE MACHINE

Voor trekbewegingen van de machine gaat u als volgt te werk.

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Stop loshalen (32, Afb. G) met de meegeleverde sleutel en de rechterklep aan de onderkant van de cabine optillen (31).
  4. Draai met circa twee halen de schroef (1, Afb. AU) van de pomp van het aandrijvingssystem los.
  5. Trek de machine.
  6. Aan het eind van de trekbeweging van de machine, de schroef (1, Afb. AU) vastdraaien en de rechterklep aan de onderkant van de cabine (31, Afb. G) neerlaten en de steun bevestigen met de meegeleverde sleutel.

VERVOER/BEWEGING

Gebruik voor het vervoeren/bewegen van de machine de als volgt beschreven haken en verankeringen.

NILFISK RS 851 - VERVOER/BEWEGING - 1

LET OP!

Het verankeren/ophijsen van de machine moet worden uitgevoerd door bevoegd personeel.

Beschikbare haken

  1. De machine is uitgerust met de volgende haken:

N. 2 hijshaken (1, Afb. B), te gebruiken met lege afvalcontainer.
1 trekhaak/verankering voor (2, Afb. B)
1 trekhaak/verankering acheer (3, Afb. B)

Verankering

  1. Voer de volgende handelingen uit voor de verankering van de machineijdens het vervoer:

  2. De machine opstellen in verplaatsingmodus (zie de procedure in het betreffende deel).
    Haal de contactsleutel uit de contactschakelaar (24, Afb. D).
    Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.

  3. Sluit alle kleppen, schotten, enz.
  4. Veranker de machine met de trekhaken voor en acheer (2 en 3, Afb. B).
  5. Bevestig de machine met twee geschichte banden (4 en 5, Afb. B) die respectievelijk in de houder (6) van de achteras en in de voorste treeplanken rechts en links van de toegang maar de cabine (7) worden gestoken.

Tijdelijk ophijsen

  1. Voer de volgende handelingenuit voor hetijdelijk ophijsen van de machine:

  2. De machine opstellen in verplaatsingmodus (zie de procedure in het betreffende deel).

  3. Controller of de afvalcontainer leeg is.

NILFISK RS 851 - Tijdelijk ophijsen - 1

LET OP!

Ga uiterst voorzichtig te werk als de machine in noodsituaties要去en opgehesen met een afvalcontainer die Niet leeg is omdat het gewicht van het afval de machine uit balans kan brengen. Bovendien worden de haken onderworpen aan een grotere belasting.

Haal de contactsleutel uit de contactschakelaar (24, Afb. D).
Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
Sluit alle kleppen, schotten, enz.
- Veranker de machine met geschichte kabels aan de twee hijshaken (1, Afb. B).
- De machine voorzichtig ophijsen in een zo kort möglichkeijd met een geschikt hijssysteme volgens de geldende ARBOwetgeving.

LANGE PERIODE VAN STILSTAND

Als de machine langer dan 30 Tage nicht worden gebruikt, raden wij u het volgende aan:

  1. Leeg de watertanks van de installment voor stofbestrijding zoals beschreiben in de specifieke paragraaf.
  2. Zet de machine in de ruststand; ga hierbij te werk zoals worden beschreiben in het deel Na gebruik van de machine.
  3. De machine opslaan in een gesloten, droge en schone ruimte die afgeschermd is van de weersomstandigheden en die voldoet aan de volgende omgevingswaarden:

  4. Temperatuur: van +1 °C tot +50 °C (van +33,8 °F tot +122 °F)
    Vochtigkeit: maximaal 95%

  5. Ontkoppel de minpool van de accu (34, Afb. F).

  6. Behandel de dieselmotor zoals beschreiben in de betreffende handleiding.

Na de eerste gebruiksperiode (de eerste 8aar)要去 u de volgende handelingenuitvoeren:

  1. Controller of alle bevestigings- en aansluitingselementen nog goed vast zitten; controller of alle zichtbare onderdelen nog intact+zijn en geen lekkage vertonen.
  2. Voer na de eerste 50 werkuren, de controles en de Voorziene verrangingen uit volgens het vastgelegde onderhoudsschema.

ONDERHOUD

De levensduur van de machine en de optimale veilige werkung ervan worden geholpen door nauwkeurig en regelmatig onderhoud. Hieronder staat het verkorte schema voor regelmatig onderhoud. De aangegeven perioden zijn afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden en worden bepaald door de verantwoordelijke persoon voor onderhoud.

NILFISK RS 851 - ONDERHOUD - 1

LET OP!

De onderhoudswerkzaamheden要去en bij een uitgeschakelde machine worden uitgevoerd (de startsleutel要去uit het contact+zijn gehaald).

LeesNSTe erst aandachtig de instructies in het hoofdstuk Veiligheid door, voordat u de onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

NILFISK RS 851 - LET OP! - 1

OPMERKING

Het display (17, Afb. D) is geprogrammeerd om een onderhoudsinterval dat verstreten is of binnenkort za verstreijken te signaleren en waar te gehen met het symbol De onderhoudsintervallen worden om de 150 en 500uur gesignaleerd (zie paragraaf Functies van het display).

Alle regelmatige of buitengewone onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel of bij een bevoegd servicecentrum.

In deze handleiding staan na het onderhoudsschema alleen de eenvoudigste en meest voorkomende onderhoudsprocedures.

De procedures voor de onderhoudswerkzaamheden die Niet in het vastgelegde onderhoudsschema staan, vindt u in de servicehandleiding, die bij de verschillende servicecentra ligt.

Raadpleeg de betreffende handleidingen voor de geplande en bijzondere onderhoudswerkzaamheden van de volgende optionele uitrustingen:

  • cameraset

ONDERHOUDSSCHEMA

OnderhoudNa 50 uuElke 10 uur en voor het gezruikElke 150 uuElke 300 uuElke 500 uuElke 1.000 uuElke 2.000 uuLangere perioden
Controle oliepeil van dieselmotor
Controle oliepeil hydraulische systeme
Reiniging van het luchtfilter van de motor
Reiniging cycloonblok van het luchtfilter
Controle/reiniging ribben radiateur van de dieselmotor
Controle koelvloeistofpeil dieselmotor
Controle ribben olieradiateur van het hydraulische systeme
Controle van het vloeistofpeil van de accu's
Reinigung afvalcontainer, filters en aanzuigslang, controle pakkingen en smering lagers ventilator
Reinigung spuitmonden en filters waterstralen
Controle remoliepeil
Controle werkung van geluidssignaal afterwards en eventuele afstelling van sensor
Veiligheidscontrole bij nicht starten dieselmotor, met gaspedaal ingeschakeld(8)
Reinigung brandstofffilter dieselmotor(1)
Reinigung ribben radiateur van de dieselmotor(1) (8)
Controle bandenspanning
Controle hoogte en werkung van aanzuigmond en flap
Controle en instilling van de positie van de zichborstels
Controle en instilling van de positie van de derde borstel
OnderhoudNa 50 uuElke 10 uu en voor het gebruikElke 150 uuElke 300 uuElke 500 uuElke 1.000 uuElke 2.000 uuLangere perioden
Controle slijtage pakkingussen afvalcontainer en aanzuigslang(8)
Controle koelcircuit
Reiniging filter brandstofpomp
Reiniging waterfilter installation stofbestrijding
Controle spanning ketting dynamo(8)(8)
Controle spanning ketting compressor klimaatregelaar(8)(8)
Controle parkeerrem
Verversing olie dieselmotor(2) (3)
Vervanging olieifilter dieselmotor(3)
Vervang houder brandstofffilter(3)
Vervangbing brandstofvoorfilter(3)
Vergrendeling cylinderkoppen dieselmotor(7)
Smering(8)
Controle koelvloeistofsystemeim dieselmotor(8)
Vervangering filter voor olieaanzuiging hydraulisch systeme(8)(8)
Vervang ing uitaaffilter van olie hydraulisch systeme(8)(8)
Vastzetten van schroeven en brandstoffverbindingen dieselmotor
Controle bougies(7)
Controle injectoren(7)
Vervangling luchtfilter dieselmotor
Vervangling luchtfilter klimaatregelaar
Vervanging ketting dynamo(8)
Vervanging ketting compressor klimaatregelaar(8)
Reiniging brandstoffank(8)
Verversing koelvloeistof dieselmotor(4) (8)
Verversing olie hydraulische systeme(3) (8)
Controle koolborstels startmotor(7)
Controle remsysteme(8)
Controle turbocompressor(7)
Gedeeltelijkke revisie dieselmotor(5) (7)
Algemene revisie dieselmotor(6) (7)

(1) iedere 100 uur, voor motoren D703 IE3
(2) In zwaardere omstandigheden elke 150 uu
(3) of elk jaar
(4) of elke wee jaar
(5) na 4.000 uur
(6) na 8.000 uu
(7) zichrichtentoteen goedgekeurdewerkplaatsvan VMMotoris.p.A.
(8) zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandeldeigbing bij de servicecentra van Nilfisk.

REINIGING VAN DE AFVALCONTAINER, DE FILTERS EN DE AANZUIGSLANG, CONTROLLE VAN DE PAKKINGEN EN DE SMERING VAN DE LAGERS VAN DE AANZUIGVENTILATOR

NILFISK RS 851 - REINIGING VAN DE AFVALCONTAINER, DE FILTERS EN DE AANZUIGSLANG, CONTROLLE VAN DE PAKKINGEN EN DE SMERING VAN DE LAGERS VAN DE AANZUIGVENTILATOR - 1

LET OPI!

Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).

Voorbereidende handelingen

  1. Breng de machine na het legen van de afvalcontainer (7, Afb. G) maar een gebied dat geschikt is voor het reinigen/spoelen en schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. De afvalcontainer (7, Afb. G) omhoog brengen en kantelen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.
  3. Breng de blokkeerstang (17, Afb. F) aan. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.

Reiniging van de afvalcontainer (na elk gebruik)

  1. De binnenkant van de afvalcontainer (1, Afb. F) en de toevoerband (14) met een hogedruk waterstraal reinigen.
  2. Controller zorgvuldig of de omtrekpakking van de aanzuiging (19, Afb. F) intact is en verrang deze indien nodig.

Reiniging van de aanzuigslang (na elk gebruik)

  1. De binnenkant van de aanzuigslang (6, Afb. F) over de hele lenghte, tot aan de aanzuigmond, met een hagedruk waterstraal reinigen.
  2. Controller zorgvuldig of de pakking van de aanzuigslang (5, Afb. F) intact is en verrang deze indien nodig.

Reiniging van het aanzuigfilter en van de ventilator (na elk gebruik)

  1. Verwijder aan de binnenkant van de afvalcontainer de houders (16, Afb. F) van de aanzuigfilter (15).
  2. Verwijder de aanzuiqfilter (15, Afb. F)
  3. Als u te werk gaat in de ruimte (13, Afb. F), de ventilator (1, Afb. U) met een hagedruk waterstraal reinigen; en controleren of alle sectoren (2) van de ventilator schoon zich.
  4. De aanzuigfilter (1, Afb. V) met een hagedruk waterstraal reinigen.
  5. De aanzuigfilter invoegen en vastzetten met holders (16, Afb. F).
  6. Haal de blokkerstang los van de klep (17, Afb. F) en LAST de afvalcontainer (7, Afb. G) calen. Ga te werk zoals beschreven in de betreffende paragraaf.
  7. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.

Reiniging van het uitlaatfilter (na elk gebruik)

  1. Haal de steunen (26, Afb. G) van de klep (27) van de afzuigfilter los met behulp van een trap en een tweede bediener.
  2. Open de klep (1, Afb. W) en breng de veiligheidssluiting (2) aan.
  3. Verwijder de bevestigingschroeven (1, Afb. X) en de afzuigfilter (2).
  4. De afzuiigfilter (1, Afb. Y) met een hogedruk waterstraal reinigen.
  5. Installer de afzuiigfilter en de betreffende klep door de punten 15 tot en met 17 in omgeekerde volgorde uit te voeren.

Smering van de lagers van de aanzuigventilator (na elk gebruik)

  1. Open de zichklep links (9, Afb. G).
  2. Smeer de lagers van de aanzuigventilator met de geschikte smeerders (1, Afb. Z).

De gemiddelde hoeveelheid te injectoren vet要去en:
4-5 pompjes bij gebruik van een handbediende pomp.
- Injectie van 15 - 20 seconden, bij gebruik van een luchtpomp.

  1. Sluit de zijklep links (9, Afb. G) weer.

REINIGING VAN DE SPUITMONDEN EN DE FILTERS VAN DE INSTALLATIE VOOR STOFBESTRIJDING

NILFISK RS 851 - REINIGING VAN DE SPUITMONDEN EN DE FILTERS VAN DE INSTALLATIE VOOR STOFBESTRIJDING - 1

LET OP!

Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).

Voorbereidende handelingen

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.

Reiniging van de spuitmonden en de filters op de zichborstels

  1. Draai de bevestigingsringen los (1, Afb. AA).
  2. De spuitmonden (2, Afb. AA) en de filters (3) eruit halen en eventueel vuil met een straal perslucht reinigen. Verwijder eventuele kalkaanslag. Indien nodig de filters (3) verrangen.
  3. Monteer de filters en de spuitmonden opnieuw en zet ze vast met de bevestigingsringen.

Reiniging van de spuitmonden en de filters in de aanzuigslang van de mond waar de afvalconatiner

  1. De afvalcontainer (7, Afb. G) legen; dit is Niet nodig als de hoeveelheid afval minimaal is.
  2. Zet de machine op een vlakke en stevige ondergrond en trek de parkeerrem (13, Afb. E) aan.
  3. De afvalcontainer (7, Afb. G) omhoog brengen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.
  4. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  5. Blokeer het per ongeluk dalen van de afvalcontainer door de twee blokkerstangen (3, Afb. F) in te voegen. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.
  6. Als u aan de binnenkant van de aanzuigslang (6, Afb. F) werk, met een pijpsleutel van 14 mm (0,55 in) (1, Afb. AB) de spuitmond (2, Afb. AB, AC) losschroeven en de filter (3) verwijdenen (controller der werkelijkke positie van de spuitmond).
  7. Eventueel vuil op de spuitmond (2, Afb. AB, AC) en de filter (3) met een straal perslucht reinigen. Verwijder eventuele kalkaanslag. Indien nodig de filter (3) verrangen.
  8. Monteer de filter en de spuitmond in de omgekeerde volgorde van de demontage.
  9. Maak de blokkeerstangen van de opgehesen afvalcontainer (7, Afb. G) los en LAST de afvalcontainer (3, Afb. F) zakken (zie de procedure in de betreffende delen).

Reiniging van de spuitmond en de filter in de aanzuigslang aan de achterkant (optioneel)

  1. Maak het bandje (1, Afb. AD) los en scheid de vaste aanzuigslang aan de achterkant (2) van de flexibele slang (3).
  2. Als u aan de binnenkant van de vaste slang (2, Afb. AD) werk, met een pijpsleutel van 14 mm (0,55 in) de spuitmond (4) losschroeven en de filter (5) verwijdenen (controler de werkelijkke positie van de spuitmond).
  3. Eventueel vuil op de spuitmond (4, Afb. AD) en de filter (5) met een straal perslucht reinigen. Verwijder eventuele kalkaanslag. Indien nodig de filter (5) verrangen.
  4. Monteer de filter en de spuitmond in de omgekeerde volgorde van de demontage.
  5. Monteer de flexibele slang (3, Afb. D) op de vaste aanzuigslang aan de achterkant (2) en kaak ze vast met het bandje (1).

REINIGING VAN DE WATERFILTER VAN DE INSTALLATIE VOOR STOFBESTRIJDING

NILFISK RS 851 - REINIGING VAN DE WATERFILTER VAN DE INSTALLATIE VOOR STOFBESTRIJDING - 1

LET OP!

Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).

NILFISK RS 851 - LET OP! - 1

OPMERKING

Wanner de filter wordt verwijderd, loopt het water weguit de tanks, daarom is het better om dit onderhoud uit te voeren wanner de watertanks leeg+zijn.

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Als u op de rechterkant van de achteras werkt, het deksel (1, Afb. Z) van de waterfilter losschroeven en deze samen met de filter verwijderen.
  4. Scheid de filter (2, Afb. Z) van het deksel (3) en reinig ze. Indien nodig de filter verrangen.
  5. Monteer de filter en het deksel.

CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN HET HYDRAULISCHE SYSTEEM

NILFISK RS 851 - CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN HET HYDRAULISCHE SYSTEEM - 1

WAARSCHUWING!

Uit te voeren controle met de afvalcontainer (6, Afb. G) volledig omaaag gehaald.

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Start de dieselmotor Zoals in de betreffende paragraaf staat aangegeven.
  3. Open de zijkleppen bovenaan links (9, Afb. G) en onderaan links (11) door de betreffende stoppen (10) en (12) los te draaien met de meegeleverde sleutel.
  4. Controller of in het bovenste deel van de tank met olie voor het hydraulische systeme geen oiedruppels hangen.
  5. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  6. Controller via de indicator (35, Afb. F) of het peil van de olie in de tank tussen de markeringen MIN en MAX staat.
  7. Schroef indien nodig de dop (31, Afb. F) los en vul bij. Zie voor de bruikbare soorten olie het hoofdstuk Technische eigenschappen.

NILFISK RS 851 - WAARSCHUWING! - 1

OPMERKING

Vul bij metdezelfde olie als in de tank.

  1. Draai de dop (31) vast.
  2. Sluit de zijkleppen bovenaan links (11, Afb. G) en onderaan links (9) door de betreffende stoppen (10) en (12) vast te draaien met de meegeleverde sleutel.

CONTROLE VAN DE REINIGING VAN DE RIBBEN VAN DE RADIATEUR VOOR DE OLIE VAN DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE

NILFISK RS 851 - CONTROLE VAN DE REINIGING VAN DE RIBBEN VAN DE RADIATEUR VOOR DE OLIE VAN DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE - 1

LET OPI!

Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).

  1. De afvalcontainer (7, Afb. G) legen; dit is Niet nodig als de hoeveelheid afval minimaal is.
  2. Zet de machine op een vlakke en stevige ondergrond en trek de parkeerrem (13, Afb. E) aan.
  3. De afvalcontainer (7, Afb. G) omhoog brengen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.
  4. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  5. Blokeer het per ongeluk dalen van de afvalcontainer door de twee blokkerstangen (3, Afb. F) in te voegen. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.
  6. Open de bovenste zijkleppen links en rechts (9 en 28, Afb. G) door aan de stoppen (10) en (29) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  7. Verwijder de schroeven en verwijder het afdekpaneel van de motorruimte (11, Afb. F).
  8. Open de onderste zijklep rechts (34, Afb. G) door aan de stop (35) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  9. Reinig de ribben van de radiateur voor de olie van het hydraulisch system (9, Afb. F) met een straal perslucht [maximaal 6 Bar (87,0 psi)]. Indien nodig de straal persluchtrichten in de tegenovergestelde richting van de koele luchtcirculatie.
  10. Controller of de betreffende ventilator vrij kan draaien als u werkt vanaf de binnenkant van de radiateur (9, Afb. F).
  11. Voer de punten 3 tot en met 8 in de omgekeerde volgorde UIT.

CONTROLE/VERVANGING VAN HET LIJNFILTER VAN DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE

  1. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  2. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  3. Verwijder het stoelsteunpaneel (2, Afb. AF) door de 5 bevestigingschroeven los te draaien (3).
  4. Controller of de verstoppingsindicator (4, Afb. AF) in het groene gebied staat (5) overeenkomstig de centrale marketing.
  5. Als de verstoppingsindicator (4, Afb. AF) in het rode gebied staat (6) overeenkomstig de centrale marketing dan dient de houder van het lijnfilter (1) verrangen te worden.
  6. Schroef de houder (1) los met een geschikte sleutel en let op olielekkage.
  7. Vervang de houder met een origineel reserveonderdeel.

NILFISK RS 851 - CONTROLE/VERVANGING VAN HET LIJNFILTER VAN DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE - 1

LET OPI!

De verwijderde olie en filters moeten worden bezorgd bij speciale inzamelingsbedrijven die voldoen aan de geldende milieuuwetgeving.

  1. Installer het stoelsteunpaneel (2).

CONTROLE VAN HET VLOEISTOFPEIL VAN DE ACCU

NILFISK RS 851 - CONTROLE VAN HET VLOEISTOFPEIL VAN DE ACCU - 1

LET OP!

Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het controlleren of reinigen van de accu.

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  3. Schakel de accu (34, Afb. F)uit door de sleutel van het ontkoppelingsmechanisme (50, Afb. G) te draaien en de sleutel te verwijderen door hem in te drukken en te draaien.
  4. Open de zijkleppen bovenaan links (9, Afb. G) en onderaan links (11) door de betreffende stoppen (10) en (12) los te draaien met de meegeleverde sleutel.
  5. Controller de kleur van de hygrometer (43, Afb. F); als deutsche groen is, is de accu nog geschikt. Als deutsche rood is, moet u:

  6. gedistilleerd water bijvullen

  7. de accu opladen.

Als de kleur van de hygrometer (43, Afb. F) nog steeds rood is, moet de accu worden verrangen.

  1. Reinig indien nodig de accu.
  2. Controller of de batterijklemmen Niet geoxideerd zich.
  3. Sluit de zijkleppen bovenaan links (11, Afb. G) en onderaan links (9) door de betreffende stoppen (10) en (12) vast te draaien met de meegeleverde sleutel.

CONTROLE VAN HET REMOLIEPEIL

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Controller het oliepeil van de remmen in de tank (7, Afb. E). Zorg dat het peil ongeveer 1 cm (0,4 in) vanaf de vulmond van de tank staat. Indien nodig, remvloeistof bijvullen met hetzelfde type olie dat aanwezig is in de installmentie.

Meestal gebruikte olie: DOT4.

CONTROLE VAN DE ACTIVERINGSSENSOR VAN HET GELUIDSSIGNAAL VAN DE ACHTERUIT

Controller of het geluidssignaal aangaat als de machine in z'n achechteruit worden gezet.

Stel waar nodig af zoals beschreven in de Werkplaatshandleiding.

CONTROLE VAN DE BANDENSPANNING

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. De bandenspanning要去als volgt zich:

  4. Voorbanden: 5,0 Bar (72,5 psi)
    achterbanden: 5,0 Bar (72,5 psi)

NILFISK RS 851 - CONTROLE VAN DE BANDENSPANNING - 1

LET OP!

Respecteer de waarden voor de bandenspanning op de betreffende stickers.

De waarden op de banden verwijzenaar standarddbelastingen en -snelheden, maar komen Niet overeen met de

bedrijfsomstandigheden van de machine.

CONTROLE VAN DE HOOGTE EN WERKING VAN DE AANZUIGMOND EN DE FLAP

Voorbereidende handelingen

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Breng de aanzuigmond (17, Afb. G) omhoog, ga te werk zoals beschreiben in het specifieke.Deel.
  3. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.

Controle van de wielen van de aanzuigmond

  1. Controller of de drie wielen (1, Afb. AH) van de aanzuigmond in goede staat zich en vrij draaien (of ze Niet gezouwen/verbogen zich door botsingen of hoge druk enz.). Controller bovendien of de banddikte (2) nicht minder is dan enkele millimeters. Vervang eventueel de banden (1) (zie de procedure in de Werkplaatshandleiding).

Controle van de sledes

  1. Controller of de hoofslede (3, Afb. AH) en de voorsledes (4) en (5) in goede staat zich en dat de dikte (6) nicht minder is dan 5 mm (0,2 in), verrang ze anders (zie de procedure in de Werkplaatshandleiding).

Het is belangrijk om de sledes (3), (4), (5) te verrangen wanner ze nog nicht hebmaal zich opgebruikt om geen schade teveroorzaken aan de betreffende bevestigsschroeven waardoor de demontage van die schroeven bemoeilijk zou worden. Het is raadzaam de sledes (3), (4), (5) tegelijk te verrangen zDat er geen onregelmatigheden optreden bij de naden (7) door de verschillende gebruiksniveaus van de afzonderlijke sledes.

Controle van de flap, de deflector en van de stand van de wielen van de aanzuigmond

  1. Controller of de flap (8, Afb. AH) en de deflector (9) intact waar en er geen groe uitrukkingen (10) of breuken (11) waar die de normale aanzuigcapaciteit van de mond+kunnen benadelen.

Vervang waar nodig de flap (8) en de deflector (9) (zie de procedure in de Werkplaatshandelieing).

  1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en LAST de aanzuigmond (17, Afb. G) zakken, zie de procedure in het betreffende deel.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Controller of de afstand (12, Afb. AH) van de flap tot de grond Niet groter is dan 1 cm (0,4 in). Grotere afstanden können de normale aanzuigcapaciteit van de mond benadelen.

Vervang waar nodig de flap (8) (zie de procedure in de Werkplaatshandelieiding).

  1. Controller of alle wienen (1, Afb. AH) op het wegdek steunen.

Als het achechterwiel boven het wegdek blijst staan of extreem op het wegdek steunt, stel dan de hoogte als volgt af:

Schroef aan beide kanten van de aanzuigmond de zelfborgende moeren (1, Afb. Al) los/vast tot de juiste positie van het中断wiel is bereikt.

  1. Controller ook of met de drie wielen (1, Afb. AH) steunend op het wegdek, de sledes (3), (4), (5) hetwegdek nicht raken anders要去en de wielen (1) worden verrangen om een extreem verbruik van de sledes te vermijden (raadpleeg de werkplaatshandleiding voor de verrangingsprocedure van de wielen).
  2. De regelaar (2, Afb. AH) worden gebruikt om de stand van de aanzuigmond te balanceren wanner deze is opgehen.
  3. Start volgens de procedure in het betreffende.Deel, de machine en doe de flap (8,Afb.AH) omhoog en controllerer of deze eenvoudig omhoog gaat. Controller of deze ook omhoog gaat bij een druk van enkele kilo's (simulatie van het verplaatsen van flessen of andere objecten die moeten worden opgezogen).Indien nodig de openingskracht van de flap (8) als volgt afstellen:

Zet de machine UIT.
- Draai de contramoer (13, Afb. AH) van de regelklep los en draai de schroeven (14) zoveel als nodig, overwegende dat:

  • losschroeven vermindert de openingskracht;
  • vastschroeven verhoegt de openingskracht.

  • Als de afstelling is bereikt, moet u de contramoer (13, Afb. AH) vastdraaien.

  • Monteer de verwijderde onderdelen in de omgekeerde volgorde van de demontage.

DE HOOGTE VAN DE ZIJBORSTELS CONTROLEREN EN AFSTellen

NILFISK RS 851 - DE HOOGTE VAN DE ZIJBORSTELS CONTROLEREN EN AFSTellen - 1

OPMERKING

Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.

Controle

  1. Controller of de zijborstels de juiste hoogte en kanteling vanaf de vloer hebben. Ga als volgt te werk:

Zet de machine op een vlakke ondergrond.
Zet de machine stil, laut de zichborstels volledig zakken en LAST deze enkele seconden draaien.
Zet de zichborstels stil en breng deze omhoog voordat u de machine verplaatst.
- Controller of de indruk van de zichborstels in de breedte en richting als volgt is:

  • de zichborstel rechts要去 de vloer raken in een draaicirkel:tussen 11 uuren 4 uuren (1,Afb.AJ).
  • de zichborstel links要去 de vloer raken in een draaicirkel:tussen 8aar en 1aar (2,Afb.AJ).

Stel de hoopte van de borstels af als de indrukken anders zichn dan in de vorige punten worden beschreven.

  1. Trek de parkeerrem met de hendel (13, Afb. E) aan.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.

Afstelling van de hoogte van de zijborstels

  1. Draai aan beiden kanten van de machine aan de zelfborgende spanningsmoer (3, Afb. AK) van de veer (4), overwegende dat:

  2. losdraaien van de moer (3) doet de borstel zakken;

  3. vastdraaien van de moer (3) doet de borstel omhoog gaan.

  4. Voer sunt 1 opniew uit.

Regeling van de voorwaartse hellingshoek (5, Afb. AK) van de zijborstels

  1. Draai aan bye kanten van de machine de contramoeren (6 en 7, Afb. AK) los en regel de voorwaartse hellingshoek (5) door een hendel in de opening (9) te voeren en te draaien aan de trekband (8).
  2. Vergrendel, na het afregelen, de contramoeren (6) en (7).
  3. Voer sunt 1 opniewuuit.

Regeling van de zichwaartse hellingshoek (10, Afb. AK) van de zichborstels

  1. Draai aan beiden kanten van de machine de schroeven (11 en 12, Afb. AK) los en regel de zichwaartse hellingshoek (10). Als de afstelling is uitgevoerd, de schroeven (11) en (12) vastdraaien.
  2. Voer sunt 1 opniew uit.

Afstelling van de zichwaartse positie van de zichborstels

  1. Dit afstellen is nuttig om de zijwaartse positie van de borstels te optimaliseren ten opzichte van de aanzuigmond (17, Afb. G).
  2. Schroef voor de afstelling de zelfborgende moeren (1 en/of 2, Afb. AL) los/vast, waardoor de zichwaartse positie van de borstels varieert. In de optimale afstelling staan de Armen met een lichte druk maar buiten.
  3. Als de borstels door overmatige slijtage Niet更是 open worden afgesteld, moeten de borstels zoals in het betreffende deel worden verrangen.

CONTROLE EN INSTELLING VAN DE POSITIE VAN DE DERDE BORSTEL

NILFISK RS 851 - CONTROLE EN INSTELLING VAN DE POSITIE VAN DE DERDE BORSTEL - 1

OPMERKING

Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.

Controle van de positie van de derde borstel

  1. Controller of de derde borstel de juiste hoogte en kanteling vanaf de vloer hebben. Ga als volgt te werk:

Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Start de machine en breng de arm van de derde borstel (1, Afb. AM)recht voor de stuurcabine (zoals afgebeeld) (ga waar bij te werk zoals beschreven in de specifieke paragraaf).
Zet de machine stil en LAST de derde borstel (2, Afb. AM) helemaal zakken en LAST deze enkele seconden draaien.
Zet de derde borstel stil en breng deutsche omhoog voordat u de machine verplaatst.
- Controller of de indruk van de derde borstel in de breedte en richting als volgt is:

  • De borstel要去 de vloer raken in een draaicirkelussen 10 uur en 2 uur (3,Afb.AM).
  • De voorwaartse hellingshoek (4, Afb. AM) van de borstel要去 onceveer 10 grades zijn.

Stel indien nodig de borstel af en ga te werk als in de volgende punten.

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.

Afstelling van de hoogte van de derde borstel

  1. Draai aan de zelfborgende spanningsmoer (5, Afb. AN) van de veer (6), overwegende dat:

losdraaien van de moer (5) doet de borstel zakken;
- vastdraaien van de moer (5) doet de borstel omhoog gaan.

  1. Voer sunt 1 opniew uit.

Regeling van de voorwaartse hellingshoek (4, Afb. AM) van de derde borstel

  1. Draai de contramoeren (7 en 8, Afb. AN) los en regel de voorwaartse hellingshoek (4) door een hendel in de opening (10) te voeren en te draaien aan de trekband (9).
  2. Draai na het afstellen de contramoeren (7) en (8) vast.
  3. Voer sunt 1 opniew uit.
  4. Als de borstel door overmatige slijtage Niet meer kan worden afgesteld, moet deze zoals in het betreffende deel worden verrangen.

VERVANGING VAN DE BORSTELS

NILFISK RS 851 - VERVANGING VAN DE BORSTELS - 1

OPMERKING

Er zich verzillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.

NILFISK RS 851 - OPMERKING - 1

WAARSCHUWING!

Wij raden u aan werklandschoenen te dragen als u de zichborstels verrangt odomat er scherpe deeltjes:tussen de haren van de borstels konnen blijven hangen.

  1. Breng de borstels omhoog en schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Verwijder de onderste hoofdschroef (1, Afb. AO) en verwijder de te verrangen borstel (2). Haal de spi terug.
  4. Verwijder de schroeven (3, Afb. AO) en de flens (4) van de verwijderde borstel.
  5. Monteer de flens (4, Afb. AO) en bevestigudeau met de schroeven (3) op de nouvelle te installeren borstel.
  6. Installer de nouvelle borstel (2, Afb. AO) met de spie en draai de hoofschoef (1) aan.
  7. Controller de hoogteafstelling van de(APe borstel, de procedure hiervoor wordt in het betreffende deel beschreven.

CONTROLE VAN DE PARKEERREM

  1. Trek de hendel (13, Afb. E) van de parkeerrem aan en controller de juiste werkig ervan. Controller bovendien of de rem hetzelfde werkt op beiden voorwienen.
  2. Stel de parkeerrem waar nodig af zoals aangegeven in de Werkplaatshandleiding.

CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN DE DIESELMOTOR

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Open de onderste zijklep links (11, Afb. G) door aan de stop (12) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  4. Controller het oliepeil van de dieselmotor zoals beschreven in de betreffende handleiding.
  5. Sluit de onderste zijklep links (11, Afb. G) door aan de stop (12) te draaien met de meegeleverde sleutel.

VERVERSING VAN DE OLIE VAN DE DIESELMOTOR

  1. De afvalcontainer (7, Afb. G) legen; dit is Niet nodig als de hoeveelheid afval minimaal is.
  2. Zet de machine op een vlakke en stevige ondergrond en trek de parkeerrem (13, Afb. E) aan.
  3. De afvalcontainer (7, Afb. G) omhoog brengen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.
  4. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  5. Blokeer het per ongeluk dalen van de afvalcontainer door de twee blokkerstangen (3, Afb. F) in te voegen. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.
  6. Open de bovenste zijkleppen links en rechts (9 en 28, Afb. G) door aan de stoppen (10) en (29) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  7. Verwijder de schroeven en verwijder het afdekpaneel van de motorruimte (11, Afb. F).
  8. Open de onderste zijklep links (11, Afb. G) door aan de stop (12) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  9. Vervang de olie van de dieselmotor zoals beschreiben in de betreffende handleiding.
  10. Voer de punten 3 tot en met 8 in de omgekeerde volgorde UIT.

VERVANGING VAN DE OLIEFILTER VAN DE DIESELMOTOR

NILFISK RS 851 - VERVANGING VAN DE OLIEFILTER VAN DE DIESELMOTOR - 1

OPMERKING

Voer deze handeling uit wonneer de motorolie is verwijderd.

  1. De afvalcontainer (7, Afb. G) legen; dit is Niet nodig als de hoeveelheid afval minimaal is.
  2. Zet de machine op een vlakke en stevige ondergrond en trek de parkeerrem (13, Afb. E) aan.
  3. De afvalcontainer (7, Afb. G) omhoog brengen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.
  4. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  5. Blokeer het per ongeluk dalen van de afvalcontainer door de twee blokkerstangen (3, Afb. F) in te voegen. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.
  6. Open de bovenste zijkleppen links en rechts (9 en 28, Afb. G) door aan de stoppen (10) en (29) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  7. Verwijder de schroeven en verwijder het afdekpaneel van de motorruimte (11, Afb. F).
  8. Open de onderste zijklep links (11, Afb. G) door aan de stop (12) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  9. Vervang de oliefilter van de dieselmotor zoals beschreven in de betreffende handleiding.
  10. Voer de punten 3 tot en met 8 in de omgekeerde volgorde UIT.

NILFISK RS 851 - OPMERKING - 1

WAARSCHUWING!

In geval van verranging van het oliefilter van de motor worden aanbevolen om tevens de motorolie te verrangen, volgens de aanwijzingen van de betreffende paragraaf.

REINIGING/VERVANGING VAN HET LUCHTFILTER VAN DE DIESELMOTOR

NILFISK RS 851 - REINIGING/VERVANGING VAN HET LUCHTFILTER VAN DE DIESELMOTOR - 1

LET OP!

Draag geschikte bescherming voor het lichaam (ogen, haren, handen, enz.) bij het schoonmaken van de machine met een hogedruksput (lucht of water).

Voorbereidende handelingen

  1. Hef de afvalcontainer en plaats de blokkeerstangen zoals in de betreffende paragraaf staat aangegeven.
  2. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  3. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  4. Verwijder de carter van de motorbescherming (11, Afb. F) door de twee bevestigingsknuppen los te schroeven (40).

Reiniging/ervanging filter

  1. Haal de 4 zijsteunen (1, Afb. AR) los aan de linkerzijde van de machine en verwijder het deksel (2).
  2. Verwijder het plastic frame met het filterelement (3, Afb. AR).
  3. Verwijder het filtrelement (4, Afb. AR)uit het plastic frame (5) en voer dit af voor verwerking op basis van de geldende milieuunormen.
  4. Verwijder het secundaire filtrelement (6, Afb. AR) door aan de geinteggreerde handvatten te trekken.
  5. Maak nauwkeurig de filtrelementen (4) en (6) schoon met perslucht [maximaal 6 bar (87,0 psi)], door van binnenuit maar buiten te blazen (tegen de luchtstroom van de zuigrichting in).
  6. Vervang, indien nodig, de filtralelementen en voer deze af voor verworking op basis van de geldende mileunormen.
  7. Installee der filtrelementen (4) en (6) door de punten 5, 6, 7 en 8 in omgekeerde volgorde te herhalen.
  8. Als het nodig is om het cycloonblok (7, Afb. AR) te reinigen, draai dan de bevestigingsschroeven (8)uit de schroefdraadbus (9) en verwijder het cycloonblok (7)uit+zijnuis (10).
  9. Maak het cycloonblok (7) schoon met perslucht of met water.
  10. Installer het cycloonblok (7).

CONTROLE VAN DE REINIGING VAN DE RIBBEN VAN DE RADIATEUR VAN DE DIESELMOTOR

  1. De afvalcontainer (7, Afb. G) legen; dit is Niet nodig als de hoeveelheid afval minimaal is.
  2. Zet de machine op een vlakke en stevige ondergrond en trek de parkeerrem (13, Afb. E) aan.
  3. De afvalcontainer (7, Afb. G) omhoog brengen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.
  4. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  5. Blokeer het per ongeluk dalen van de afvalcontainer door de twee blokkerstangen (3, Afb. F) in te voegen. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.
  6. Open de bovenste zijkleppen links en rechts (9 en 28, Afb. G) door aan de stoppen (10) en (29) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  7. Verwijder de schroeven en verwijder het afdekpaneel van de motorruimte (11, Afb. F).
  8. Open de onderste zijklep links (11, Afb. G) door aan de stop (12) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  9. Controller de reiniging van de ribben van de radiateur van de dieselmotor Zoals beschreiben in de betreffende handleiding.
  10. Voer de punten 3 tot en met 8 in de omgekeerde volgorde UIT.

CONTROLE VAN HET KOELVLOEISTOFPEIL VAN DE DIESELMOTOR

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Benader met een geschikte trap de koelvloeisteoftank (5, Afb. G).

NILFISK RS 851 - CONTROLE VAN HET KOELVLOEISTOFPEIL VAN DE DIESELMOTOR - 1

LET OP!

Het koelcircuit staat onder druk; voer geen controlesuit voordat de motor is afgekoeld en ook in dat geval voorzichtig de dop (2, Afb. AQ) van de tank openen.

  1. Ga te werk zoals beschreiben in de handleiding van de dieselmotor en controllerer of het koelvloeistofpeil in de tank (1, Afb. AQ) tussen de markeringen van het minimum- en maximumniveau staat. Schroef indien nodig de dop (2) los en vul bij.
  2. Bestanddelen van de koelvloeistof:
  1. Draai de dop (2, Afb. AQ) vast na het bijvullen.

VERVANGING VAN DE BRANDSTOFFFILTER VAN DE DIESELMOTOR

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Til de rechterklep aan de onderkant van de cabine (31, Afb. G) op door aan de stop (32) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  4. Open de onderste zijklep rechts (34, Afb. G) door aan de stop (35) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  5. Vervang de brandstofffilter (1, Afb. AP) van de dieselmotor zoals beschreiben in de betreffende handleiding.
  6. Voer de punten 3 tot en met 5 in de omgekeerde volgorde UIT.

VERVANGING VAN DE BRANDSTOFLUCHTFILTER VAN DE DIESELMOTOR

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Doe de motor uit door de contactsleutel (24, Afb. D) tot het einde gegen de klok in te draaien en de sleutel te verwijderen.
  3. Open de bovenste zijklep rechts (28, Afb. G) door aan de stoppen (29) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  4. Open de onderste zijklep rechts (34, Afb. G) door aan de stop (35) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  5. Vervang het brandstofvoorfilter (44, Afb. F) door de bandjes (2, Afb. AV) los te halen en de slangen (1) uit de aansluitingen van de houder (3) te halen; waar bij kan brandstof maar buiten stromen.
  6. Vervang de houder (3, Afb. AV).
  7. Voer de punten 3 tot en met 5 in de omgekeerde volgorde UIT.

VERVANGING VAN DE LUCHTFILTER VAN DE STUURCABINE

  1. De afvalcontainer (7, Afb. G) legen; dit is Niet nodig als de hoeveelheid afval minimaal is.
  2. Zet de machine op een vlakke en stevige ondergrond en trek de parkeerrem (13, Afb. E) aan.
  3. De afvalcontainer (7, Afb. G) omhoog brengen volgens de aanwijzingen in de betreffende paragraaf.
  4. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  5. Blokeer het per ongeluk dalen van de afvalcontainer door de twee blokkerstangen (3, Afb. F) in te voegen. Ga te werk zoals beschreiben in de betreffende paragraaf.
  6. Open de bovenste zijklep links (9, Afb. G) door aan de stop (10) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  7. Draai met behulp van een geschikte ladder de schroef (1, Afb. AS) los en draai de sluiting (2).
  8. Verwijder de luchtfilter (1, Afb. AT) van de cabine.
  9. Installer de nouvelle filter (1, Afb. AT) met de pijlen (2) in de richting van de luchtstroom (aar boven toe).
  10. Voer de punten 3 tot en met 7 in de omgekeerde volgorde UIT.

VERVANGING VAN DE BANDEN

Voorbereidende handelingen

  1. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  2. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  3. Controller of de machine ook met een opgehesen wiliet niet zich kan bewegen (de parkeerrem werkkt alleen op de voorwienen). Indien nodig de machine vastzetten met wieblokken die op de grond blijven staan.
  4. Demonteer het betreffende viel als volgt.

Demontage/montage van een voorwiel

  1. Open de bovenste zijklep rechts (28, Afb. G) door aan de stop (29) te draaien met de meegeleverde sleutel.
  2. Draai de knoppen (38, Afb. F) los en verwijder de stang voor het omhoog brengen (37) van de machine.
  3. Positioneer zoals afgebeeld, bij het te demonteren viel (1, Afb. AG) de stang voor het omhoog brengen (2) op de verbindingen (3) van het frame van de machine en stop deze met de splitpen (4). Plaats de krik (5) zoals afgebeeld onder de stang (2).
  4. Voordat u het wiei met de krik omhoog brengt, moet u de bevestigingsmoeren eerst iets losdraaien.

NILFISK RS 851 - Demontage/montage van een voorwiel - 1

LET OP! De krik (5, Afb. AG) is nicht meegeleverd. Gebruik een krik met de juiste kenmerken en met een minimaal draagvermögen van 3.000kg (6.614 Ib).

  1. Schakel voorzichtig de krik (5, Afb. AG) in en breng het te demonteren viel (1) omhoog totdat deze ieets van de ondergrond afkomt.
  2. Draai de bevestigingsmoeren los en verwijder het wiel (1, Afb. AG).
  3. Monteer het wiel (1, Afb. AG) opnieuw door de punten 5 tot en met 9 in omgekeerde volgorde uit te voeren.

Bevestigkingkoppel bevestigingsmoeren wie! 400 N·m (295 lb·ft).

Demontage/montage van een weiteriel

  1. Plaats de krik (6, Afb. AG) onder de geschikte houder (9) zoals afgebeeld onder de achteras (7).
  2. Voordat u het wiei met de krik omhoog brengt, moet u de bevestigingsmoeren eerst iets losdraaien.

NILFISK RS 851 - Demontage/montage van een weiteriel - 1

LET OP! De krik (5, Afb. AG) is nicht meegeleverd. Gebruik een krik met de juiste kenmerken en met een minimaal draagvermögen van 3.000kg (6.614 Ib).

  1. Schakel voorzichtig de krik (6, Afb. AG) in en breng het te demonteren viel (8) omhoog totdat deze ieets van de ondergrond afkomt.
  2. Draai de bevestigingsmoeren los en verwijder het wie! (8, Afb. AG).
  3. Monteer het wiel (8, Afb. AG) opnieuw door de punten 11 tot en met 13 in omgekeerde volgorde uit te voeren. Bevestigkingkoppel bevestigingsmoeren wie! 400 N·m (295 lb·ft).

VERVANGING VAN DE ZEKERINGEN

  1. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  2. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  3. Verwijder de doorzichtigige bescherming van het zekeringenkastje (25 of 34, Afb. D) en verrang de betreffende zekering. Dit+zijne allemaal:

Zekeringenkastje (25,Afb.D)

  1. Beschikbare zekeringhouser (10 A)
  2. Beschikbare zekeringhouser (7,5 A)
  3. Zekering Geluidssignaal parkeerrem en watersensor in brandstofffilter (10 A)
  4. Zekering paneel (7,5 A)
  5. Zekering geluidssignaal acheteruit, camera's, relais beveiliging starten en klep afvalcontainer (10 A)
  6. Zekering magneetklep flap (10 A)
  7. Zekering draaiing borstel (10 A)
  8. Zekering relaiscircuit (10 A)
  9. Zekering controlelampje omhoog brengen afvalcontainer/ruitenwisser (7,5 A)
  10. Zekering waterpomp installatie stofbestrijding (15 A)
  11. Zekering bediening klimaatregelaar (15 A)
  12. Zekering elektrische ventilator oliekoeling hydraulische installment (20 A)

Zekeringenkastje (34, Afb. D)

  1. Zekering grootlicht (15A)
  2. Zekering positielichen (7,5 A)
  3. Zekeringoodlichtenengeluidssignaal(10A)
  4. Zekering dimlachten (15 A)
  5. Zekering positielichen (7,5 A)
  6. Zekering regeleenheid bougies (7,5 A)
  7. Zekering richtingaanwijzers (7,5 A)
  8. Zekering knipperlicht (7,5 A)
  9. Zekering magneetklep brandstof (uitschakeling motor) (10 A)
  10. Zekering remlichten (10 A)
  11. Zekering ruitenwisser (7,5 A)
  12. Zekering elektroventilator klimaatregelaar sturcabine (20 A)

  13. Doe de doorzlichtige bescherming van het zekeringenkastje (25 of 34, Afb. D) terug.

DEMONTAGE/MONTAGE VAN DE AANZUIGMOND

NILFISK RS 851 - DEMONTAGE/MONTAGE VAN DE AANZUIGMOND - 1

OPMERKING

Dit is een basisprocedure die indien nodig wee door andere procedures worden opgeroepen.

Demontage

  1. Verwijder de twee zichborstels (zie de procedure in het betreffende.Deel).
  2. Verplaats de derde borstel (21, Afb. G) en LAST de aanzuigmond (17) zakken, ga te werk zoals beschreiben in het specifieke deel.
  3. Schakel de parkeerrem (13, Afb. E) in.
  4. Draai de contactsleutel (24, Afb. D) in stand 'UIT' en verwijder de sleutel.
  5. Markeer de positie van de slangen(1 en 2, Afb. AY) (om ze weer goed terug te kunnen monteren), kaak ze los van de aanzuigmond (3) en sluit ze af.
  6. Markeer de positie van de slangen(4 en 5, Afb. AY) (om ze weer goed terug te kunnen monteren), maak ze los van de aanzuigmond (3) en sluit ze af.
  7. Ontkoppel de leidingen (6 en 7, Afb. AY) van de installment voor stofbestrijding.
  8. Ontkoppel de stekkers (8 en 9, Afb. AY) en haal de pakking eruit.
  9. Verwijder de schroeven (10, Afb. AY).
  10. Verplaats de aanzuigmond (3, Afb. AY) een beetje waar voren en kaak het bandje (11) van de aanzuigslang los.
  11. Ontkoppel de aanzuigslang (12, Afb. AY) van de aanzuigmond.
  12. Schroef aan beiden kanten van de mond de moeren (13, Afb. AY) los en kaak de betreffende veren los.
  13. Haal de aanzuigmond (3) eruit.
  14. Verzamel de ontkoppelde leidingen (15) van de verwijderde aanzuigmond en zet ze goed vast met bandjes (14, Afb. AY). Breng bovendien een beschemkapje aan om te voorkomen dat vuil en verontreinigingen in de leidingen (15)kommen.

Montage

  1. Monteer de verwijderde onderdelen in de omgekeerde volgorde van de demontage.
  2. Controller indien nodig de hoogte en de werkking van de aanzuigmond en de flap (zie de procedure in het specifieke deel).

DEMONTAGE/MONTAGE VAN DE ARM VAN DE DERDE BORSTEL

NILFISK RS 851 - DEMONTAGE/MONTAGE VAN DE ARM VAN DE DERDE BORSTEL - 1

OPMERKING

Dit is een basisprocedure die indien nodig wee door andere procedures worden opgeroepen.

NILFISK RS 851 - OPMERKING - 1

WAARSCHUWING!

Deze procedure is alleen van toepassing op de veegmachines die vooraf gereed zichn gemaakt voor de sneeuwruimer met borstel.

Demontage

  1. Trek de arm van de derde borstel (23, Afb. G) maar voren uit en breng de borstel (21) omhoog volgens de procedure in het specifieke.Deel.
  2. Zet de dieselmotoruit en trek de parkeerrem (13,Afb.E) aan.
  3. Sla met een geschikt hijssystem (1, Afb. AZ) de arm van de derde borstel (2) in een strop op de afgebeerde punten en houd waar bij de veiligheidsnormen in acht. Verplaats de leidingen en de elektrische kabels zodate neiet geplet worden tijdens het ophijsen.

Gewicht van de arm van de derde borstel: onceveeer 80 kg (176,4 lb).

  1. Ontkoppel de stekker (3, Afb.AZ).
  2. Ontkoppel de snelle koppelingsmechanismen (4, Afb. AZ) van de hydraulische installmentie van de overeenkomende koppelingen van de slangen (5) en breng de beschermdoppen aan.
  3. Ontkoppel het snelle koppelingsmechanisme (6, Afb. AZ) van de installmentie voor stofbestrijding van de overeenkomende koppeling van de slang (7) en breng de betreffende beschermdoppen aan.
  4. Verwijder in de stuurcabine de schroeven (8, Afb. AZ) en verwijder het paneel (9).
  5. Zet een beetje spanning op het hijssystem (1, Afb. AZ) en verwijder de schroeven (10) en de moer (11).
  6. Haal de arm van de derde borstel (2, Afb. AZ) eruit.

Montage

  1. Monteer de verwijderde onderdelen in de omgekeerde volgorde van de demontage.
  2. Controller de positie van de derde borstel en stel deze indien nodig af (zie de procedure in het specifieke deel).

ONDERHOUD IN DE WINTER

Volg tijdens de wintermaanden zorgvuldig de onderhoudsprocedures die hier worden beschreiben.

Procedures voor opslag van de veegmachine of voor veegmachines die bij temperaturen lager dan 0^ (+32^) werken

  1. Leeg de waterleidingen en -tanks.
  2. Leeg en reinig/ervang het waterfilter.
  3. Voeg antivries toe aan de watertanks (controller hoeveelheid per liter).
  4. Activeer de waterpomp om de antivriesvloeistof in het watersystem te latent circuleren totdat het uit de leidingen van de borstels, uit de leiding van de aanzuigmondbuis en uit de leiding van dechterste buis (waar van toepassing) loopt (zie de betreffende delen). Stop de pomp wanner de vloeistof uit de spuitmonden stroomt.
  5. Start de dieselmotor Zoals werden beschreiben in de specifieke paragraaf.
  6. Laat de antivriesvloeistof onder hoge druk door het watersystem stromen totdat de vloeistof uit de spuitmond komt door de pomp te activeren met de hendel in de cabine (zie de betreffende delen). Stop de pomp wonneer de antivriesvloeistof maar buiten stroomt.

NILFISK RS 851 - Procedures voor opslag van de veegmachine of voor veegmachines die bij temperaturen lager dan 0^ (+32^) werken - 1

LET OPI!

Gebruik het stofneerslagsystemniet wanner de omgevingstemperatuur lager dan 0^ (+32^) is wanner er ijs kan ontstaan op de vloer.

Procedures voor de tweede opslagmaand

  1. Vervang de motorolie en het bijbehorende filter (zie de betreffende delen).
  2. Vul de brandstoftank (zie het betreffende.Deel).
  3. Smeer de machine.
  4. Laad de accu op.
  5. Controller de bandenspanning (zie het betreffende.Deel).

Procedures voor de derde opslagmaand

  1. Herhaaldezelfde procedures voor de tweede maand.
  2. Sluit elke maand een acculader aan en houd de accu 12/24 uur opgeladen.

VEILIGHEIDSFUNCTIONS

Op de machine zijn de volgende verilgheidsfuncties voorzien.

Signaal bij hetchyteruitrijden

De machine is voorzien van een sensor met overeenkomend geluidssignaal om aan te geben dat het voertuig in zichchteruit staat.

Snelheidsbegrenzer van de draaiing van de borstels

De machine is afgesteld zodat het draaien van de borstels worden gestopt als de dieselmotor meer dan 2.050 toeren draait.

Bveiligingsknop op de manipulator

De bedieningsknuppen op de manipulator zijn alleen actief als de beveiligingsknop (op de manipulator) is ingedrukt.

Veiligheidsmechanisme voor de bedieningsvolgorde bij het starten van de borstels

De aanzuigmond daalt alleen als de startschakelaar van de borstels is ingedrukt maar het draaien van de borstels begint alleen nadat de aanzuigmond volledig is gedaald.

Sensor die voorkomt dat de dieselmotor start wonneer het gaspedaal ingetrapt worden

De machine is voorzien van een sensor die het starten van de dieselmotor beperkt wonneer het gaspedaal is geactiveerd.

Handmatige ontkoppeling van de accu

De machine is voorzien van een voorziening om handmatig de accu te konnen ontkoppelen als verilgheidijdens het langdurig stallen ofijdens Niet-bewaakte pauzes.

Blokkeringssysteme voor de rijfunctie als de bediener Niet op de bestuurdersstoel zit

De machine is voorzien van een systemd dat zorgt dat de machine Niet kan rijden als de bediener Niet op de bestuurdersstoel zit

Drukknopoodstop

De machine is voorzien van een nooodknop waarmee de dieselmotor meteen kan worden gestopt.

STORINGEN LOKALISEREN

Hierna volgen de meest gebruikelijke problemen die kuren worden gecontroleerdijdens het gebruik van de machine, de waarschijnlijke oorzaken ervan en de möglichke acties om ze te herstellen.

NILFISK RS 851 - STORINGEN LOKALISEREN - 1

LET OPI!

De aangegeven herstelactie要去 worden uitgevoerd door bevoegd personeel, wat alttijd de in de specifieke paragraphen van deze handleiding, indien aanwezig, beschreiben instructies要去 opvolgen. Neem anders voor meer informatie contact op met de servicecentra van Nilfisk. Zij beschikken over de werkplaatshandleiding.

Neem voor uitleg of informatie contact op met de servicecentra van Nilfisk.

Raadpleeg de betreffende handleidingen voor het opzoeken van storingen aan de volgende optionele uitrustingen:

  • cameraset

ONGEMAKKEN EN HERSTELACTIES

OngemakWaarschijnlijkeoorzaakHerstelactie
BORSTELS
De borstels reinigen nicht goedDe borstels zich nietaood afgesteldAfstellen
Het torental van de borstels is nietaust juistStel het torental af
De borstels draaien nichtHet beveiligingsystemeheet het draaien van de borstels gestopt door het overmatige torental van de dieselmotorVerlaagt het torental van de dieselmotor tot 2.050 omw/min
Er staat geen spanning op de magnetecklepControler de elektrische installmentie
Olielekkage uit de verbindingen/slangen van de hydraulische installmentieRepareren/vervangen
De motoren zich defectVervangen
De hydraulische bedieningspomp ziet geen druk op de olie in het circuitControler de oliedruk van de hydraulische installmentie
De schakelaar voor het starten van de borstels isuitgeschakeldInschakelen
De zekering is doergebrandVervangen
De magnetecklep is verbrandVervangen
Bediener ziet nietaet op de bestuurdersstoelGa op de stoel zitten
Microschakelaar in de bestuurdersstoel defectControler aansluitingen/vervang microschakelaar
ARM VAN DE DERDE BORSTEL
De arm van de derde borstel slingertDe spanveren zich nietaust afgesteldAfstellen
De microswitches zich nietaust afgesteldAfstellen
De arm van de derde borstel beweegt nietsijwaartsDe veiligheidsstekker is stukVervangen
Er staat geen spanning op de magnetecklepControler de elektrische installmentie
De bediening is geblokkeerdRepareren
De cylinderpakkingen zich versletenCilinder reviseren
De schakelaar isuitgeschakeldInschakelen
De zekering is doergebrandVervangen
De drukknoppen voor de beweging maar links/rechts+zijn onderbrokenVervangen
Het relais is doergebrandVervangen
De magnetekleppen zich verbrandVervangen
De arm van de derde borstel gaan nietaomlaag/omhoogDe bediening is geblokkeerdRepareren
De cylinderpakkingen zich versletenCilinder reviseren
De zekering is doergebrandVervangen
Knop voor omlaag is kapotVervangen
Knop voor omhoog is kapotVervangen
Het relais is doergebrandVervangen
De magneteklepp is verbrandVervangen
AANZUIGVENTILATOR
De aanzuigventilator maakt lawaaiDe lagers van de ventilator zijn nicht gesmeerdSmeren
De lagers van de ventilator zijn versletenVervangen
De hydraulische motor is defectRepareren
De aanzuigventilator draait maar zuigt nicht genoegDe stoffiltersijken verzrostReinigen
De aanzuigslang is verstoptReinigen
De aanzuigslang is doorgesneden/gescheurdVervangen
De pakkingussen de aanzuigmond en de afvalcontainer is kapot of Niet juist gespositioneerVervangen/positie afstellen
De pomp voor het activeren van de motor voor de aanzuigventilator genereert geen drukStel de druk van de pomp af
De aanzuigventilator draait NietDe bediening is geblokkeerdRepareren
De motor is defectVervangen
De pomp is defectVervangen
De dieselmotor maakt te veel toerenMinder het motortoerental tot een maximum van 2.050 rpm
AANZUIGMOND EN FLAP
De aanzuigmond zuigt het vuil Niet voldoendeDe positie van de aanzuigmond is Niet correctControler de hoogte en de werkung van de aanzuigmond en de flap
De aanzuigmond要去网点 omhoogHet elektrisch contact is onderbrokenHerstel de elektrische installmentie
De bediening is geblokkeerdRepareren
De cylinderpakkingenijken versletenCylinder revisieren
Druktekort in hydraulische installmentieControler de druk bij de pomp
De zekering is doorgebrandVervangen
Knop voor omhoog is kapotVervangen
De verligheidsknop van de manipulator is onderbrokenVervangen
De relaiskaart is defectReviseren
De magneetklop is verbrandVervangen
De aanzuigmond要去网点 omlaagDe aanzuigventilator is Niet ingeschakeldInschakelen
Druktekort aan vangklepControler de druk van de verdeler van de aanzuigventilator
Druktekort aan de magneetklep van de verdelerControler de druk
De zekering is doorgebrandVervangen
De schakelaar voor het starten van de borstels is uitgeschakeldInschakelen
Knop voor omlaag is kapotVervangen
De verligheidsknop van de manipulator is onderbrokenVervangen
De relaiskaart is defectReviseren
De magneetklop is verbrandVervangen
De aanzuigmond beweegt Niet zichwaartsDruktekort op cilinder door versleten pakkingenCilinder reviseren
De zekering is doorgebrandVervangen
Knop voor bewegging�nk links kapotVervangen
Knop voor bewegging�nk rechts kapotVervangen
Beveiligingsknop is kapotVervangen
De relaiskaart is defectVervangen
De magneetklop is verbrandVervangen
De flap heeft net genoeg openingskrachtOpeningsdruk van de flap is Niet juistStel de openingsdruk af
De flap opent/suit NietDe schakelaar is uitgeschakeldInschakelen
De magneetklep is verbrandVervangen
AFVALCONTAINER EN DE BETREFENDE KLEP
De afvalcontainer gaat nicht omhoog/kantelt nietsDe bediening is geblokkeerdRepareren
De drukknop is onderbrokenVervangen
De zekering is doergebrandVervangen
Beveiligingsknop is kapotVervangen
Startschakelaar van de borstels is ingeschakeldUitschakelen
De afvalcontainer keert niets terug in horizontale stand/omlaagDe cylinderpakkingen zijn versletenReviseer de cilinders
De zekering is doergebrandVervangen
De drukknop is onderbrokenVervangen
Beveiligingsknop is kapotVervangen
De relaiskaart is defectVervangen
De magneetkleppen zijn verbrandVervangen
De klep van de afvalcontainer opent/sluit nietsHet aandrijfmechanisme heeft geen spanningHerstel de elektrische installmentie
Bedieningsknop is kapotVervangen
De nokken van het aandrijfmechanisme+zijn niets afgesteldStel de nokken van het aandrijfmechanisme af
Het aandrijfmechanisme is defectVervangen
De machine beweegtZet de machine stil
De klep van de afvalcontainer opent/sluit nietsHet aandrijfmechanisme heeft geen spanningHerstel de elektrische installmentie
Bedieningsknop is kapotVervangen
De nokken van het aandrijfmechanisme+zijn niets afgesteldStel de nokken van het aandrijfmechanisme af
Het aandrijfmechanisme is defectVervangen
De machine beweegtZet de machine stil
De klep van de afvalcontainer opent/sluit nietsHet aandrijfmechanisme heeft geen spanningHerstel de elektrische installmentie
Bedieningsknop is kapotVervangen
De nokken van het aandrijfmechanisme+zijn niets afgesteldStel de nokkenVan het aandrijfmechanisme af
Het aandrijfmechanisme is defectVervangen
De machine beweegtZet de machine stil
Het weergaveidisplay is losgekoppeld of defectControler/herstel de aansluitingen of verwang display
SPUITMONDEN INSTALLATIE STOFBESTRIJDING
Er komt geen water uitt de spuitmondenHet waterfilter is verstoptReinigen/vervangen
De spuitmonden zijn verstoptReinigen
Erkommen geen water waar de spuitmondenHet relais van de waterpomp is verbrandVervangen
De pomp werkt NietRepareren/vervangen
De schakelaar van de waterpomp isuitgeschakeldInschakelen
De zekering is doergebrandVervangen
Het relais van de waterpomp is verbrandVervangen
De watertanksijken leegVul de tanks
De waterpomp stocht nietsDe drijvers zijn geblokkerdRepareren
De drijversং omgekeerd gemonteerdOp de juiste manier monteren
STUURINrichtING
De machine rijdt niets in een rechte lijnHet toespoort van de achteras is Niet juistAfstellen
Het sturen gaat zwaarDe stuurbekrachtiging is defectVervangen
De voorkeurklop is defectVervangen
De hydraulische cylinder die de sturen die wienen bedient is defectVervangen
REMMEN
De machine remt nicht genoegOnvoldoende remolieControler het oliepeil van de remmen
De remblokken,zijn versleten of vuilVervangen
Er zit lust in de installmentOntlucht de installment
De cylinders van de trommelremmen,zijn defectVervangen
De remoliepomp is defectReviseren
De parkeerrem remt nicht genoegDe rem is Niet goed afgesteldAfstellen
STABILITEIT
De machine in beweging heeft weinig stabiliteitDe banden,zijn net op de juiste spanning opgepromptControler de bandenspanning
WIELEN
De achefterwienen make I lawaaiDe wiellagers,zijn versletenVervangen
AANDRIJFVERMOGEN
De machine heeft weinig aandrijfvermogenHet versnellingspedaal is defectVervangen
De by-pass staat openControler of de schroeven van de omloopklep goed+zijn aangehaald
Er treedt vermogensval op in de pomp van de aandrijfininstallatieControler de oliedruk van de hydraulische installment op de pomp van het aandrijvingsysteme
De motoren van het aandrijvingsysteme,zijn versletenVervangen
De machine heeft geen aandrijfvermogenDe schroef voor uitschakeling van de pomp voor het aandrijvingsysteme voor vereenvoudiging van de trekbeweging van de machine is geactiveerdUitschakelen
Olielekkage van hydraulisch circuitRepareren
De pomp voor het aandrijvingsysteme is kapotVervangen
De motor voor het aandrijvingsysteme is kapotVervangen
De machine gaat Niet rijden met het gaspedaal ingedruktBediener zit net op de bestuurdersstoelGa op de bestuurdersstoel zitten
Microschakelaar in de bestuurdersstoel defectControler aansluitingen/vervang microschakelaar
Parkeerrem ingeschakeldSchakel de parkeerrem UIT
SNELHEIDSPEDAAAL
De machine beweegt ook met het snelheidspedaal in ruststand (vrij)Het gaspedaal is Niet goed afgesteldAfstellen
VERWARMING IN DE STUURCABINE
Er komt geen warme luchtHet kraantje of de slang voor de toevoer van warm water is kapotVervangen
De verwarming lekt waterVervangen
De schakelaar is uitgeschakeldInschakelen
De zekering is doorgebrandVervangen
KLIMAATREGELING IN DE STUURCABINE
Er kommt geen koele luchtDe compressor draaiit Niet onderdat de aandrijfrem traag/kapot isStel riemspanning goed af/vervang de riem
De thermostaat is uitgeschakeldInschakelen
Gaslek in de installmentHerstel de oorzaak van het lek en doe er wee gas in
De expansieklep is defectVervangen
De schakelaar is uitgeschakeldInschakelen
De zekering is doorgebrandVervangen
De gasdrukregelaar is onderbrokenVervangen
Het relais is doorgebrandVervangen
DIESELMOTOR
Wanner u de contactsleutel draaiit, start de dieselmotor NietHet gaspedaal is ingeschakeldWanner de motor worden gestart, mag u het gaspedaal Niet indrukken.

VERWIJDERING

Als de machine worden afgedankt,要去 hij maar een bevoegd verwijderingbedrijf worden gebracht.

Voordat de machine wordt afgedankt, moeten de volgende materialen worden verwijderd en gescheiden enervolgens volgens de geldende milieunormen maar de betreffende afvalverwerkingsbedrijven worden gebracht:

  • Borstels
    Motorolie
    Olie hydraulisch system
    Oliefilters hydraulisch system
    Kunststoff onderdelen
    Elektrische en elektronische onderdelen

NILFISK RS 851 - VERWIJDERING - 1

OPMERKING

Raadpleeg met name voor het aflanken van elektrische en elektronische onderdelen uwplaatselijke Nilfisk-kantoor.

NILFISK RS 851 - VERWIJDERING - 2

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : NILFISK

Model : RS 851

Categorie : Industriële veegmachine