EE-150 - Elektrisch tuingereedschap DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EE-150 DOLMAR in PDF-formaat.

📄 56 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DOLMAR EE-150 - page 30
Bekijk de handleiding : Français FR Čeština CS Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL Slovenčina SK
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DOLMAR

Model : EE-150

Categorie : Elektrisch tuingereedschap

Download de handleiding voor uw Elektrisch tuingereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EE-150 - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EE-150 van het merk DOLMAR.

GEBRUIKSAANWIJZING EE-150 DOLMAR

Beste klant, wij feliciteren u met uw keuze van één van onze producten voor de tuin. Uw ELEKTRISCHE STEELKETTINGZAAG/HOOGSNOEIER is gebouwd volgens de geldende veiligheidsnormen ter bescherming van de consument. In dit instructieboekje worden de verschillende handelingen voor montage, installatie en gebruik beschreven en geïllustreerd, evenals de onderhoudswerkzaamheden die nodig zijn om uw SNOEIKETTINGZAAG in perfecte staat van werking te houden.

VOOR EEN BETER BEGRIP

Afbeeldingen voor de montage en de beschrijving van het apparaat zijn te zien aan het begin van dit boekje. Raadpleeg deze pagina’s tijdens het lezen van de montage- en gebruiksaanwijzingen. Voor eventuele service of reparatie van uw SNOEIKETTINGZAAG dient u zich tot uw winkelier of tot een erkend servicecentrum te wenden. A 3. Stel de SNOEIKETTINGZAAG niet in werking en gebruik het apparaat niet in de buurt van mensen, met name kinderen, dieren en voorwerpen. Tijdens de werking wordt het aanbevolen een minimum afstand van 10 m aan te houden tussen het apparaat en andere personen (met name kinderen). GEVAAR VAN ONGELUKKEN! A 4. A 5. A 6. A 7.

2. FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

WAARSCHUWINGEN: A 1. Veronachtzaming van de voorschriften en de waarschuwingen tijdens het gebruik van de SNOEIKETTINGZAAG kan ernstig letsel aan personen veroorzaken en levensgevaarlijk zijn. Lees alvorens de SNOEIKETTINGZAAG te gebruiken eerst zorgvuldig de gebruiksaanwijzing voor een correcte voorbereiding, correct gebruik (aan- en uitzetten) en correct onderhoud van het apparaat. Maak uzelf geheel vertrouwd met de bedieningselementen, dit ten behoeve van een correct gebruik van het apparaat. Bewaar deze handleiding voor toekomstige raadpleging. A 2. Sta het gebruik van de SNOEIKETTINGZAAG niet toe aan kinderen en personen, die niet geheel op de hoogte zijn van deze instructies.

A 8. A 9. Berg de SNOEIKETTINGZAAG na gebruik op een veilige plaats op. Er wordt aanbevolen om de grootst mogelijke oplettendheid in acht te nemen i.v.m. gevaren die niet gehoord kunnen worden door het lawaai van het apparaat. Verwijder elk gevaar uit het werkgebied. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken of gevaren die door andere personen opgelopen worden of schade aan bezittingen van anderen. Raak de ketting als de motor in werking is niet aan. Schakel de motor uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u iets doet zoals: - Controles, onderhoud, transport of andere werkzaamheden aan de SNOEIKETTINGZAAG - De werkstand van het snijwerktuig veranderen - Het apparaat onbeheerd achterlaten In geval van abnormale geluiden of trillingen van het snijwerktuig of het apparaat moet u de motor uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Doe daarna het volgende: - Stel vast wat het probleem is - Controleer of er losgetrilde schroeven of beschadigde onderdelen zijn - Vervang of repareer de schade en gebruik daarbij originele reserveonderdelen Schakel in geval van nood de motor uit door de AAN/UIT-schakelaar los te laten. A 10. Als het netsnoer beschadigd is moet het apparaat onmiddellijk van het elektriciteitsnet afgekoppeld worden. GEBRUIK: B 1. Gebruik de SNOEIKETTINGZAAG alleen voor snoeien (takken afzagen). Gebruik

FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN het apparaat niet voor andere doeleinden. Gebruik het apparaat niet om bomen om te zagen. GEVAAR VAN ONGELUKKEN! Breng geen veranderingen aan het product aan om schade aan de gebruiker en/of het apparaat te vermijden. B 2. Draag kleding en een veiligheidsuitrusting die geschikt is voor het gebruik van het apparaat. Draag geen voorwerpen die in de bewegende delen vast kunnen raken. B 2.1 Draag nauw aansluitende kleding tijdens het gebruik. B 2.2. Draag een goedgekeurde veiligheidsbril of een gelaatsscherm. B 2.3. Draag goedgekeurde oorbeschermers tegen het lawaai. B 2.4. Draag een veiligheidshelm bij het risico van vallende voorwerpen. B 2.5. Draag stevige schoenen met een niet gladde zool en stalen punten. B 2.6. Draag stevige handschoenen. B 3. Als u de SNOEIKETTINGZAAG gebruikt moet u in een goede geestelijke en lichamelijke conditie zijn. GEBRUIK de SNOEIKETTINGZAAG NIET wanneer u vermoeid bent, zich niet lekker voelt of onder invloed bent van alcohol of drugs. B 4. Langdurig gebruik van het apparaat kan een verstoring van de bloedsomloop in de handen veroorzaken (ziekte van de witte vingers), die toegeschreven wordt aan de trillingen. Factoren die van invloed kunnen zijn op deze verschijnselen zijn: - Persoonlijke aanleg van de gebruiker tot schaarse bloedtoevoer naar de handen. - Gebruik van het apparaat bij lage temperaturen (het gebruik van warme handschoenen wordt aanbevolen). - Langdurig gebruik zonder onderbrekingen (het wordt aanbevolen pauzes in te lassen). - In geval van het optreden van tinteling en verstijving, wordt het aanbevolen een arts te raadplegen. B 5. Houd het gereedschap altijd met twee handen vast. Neem een stabiele en zekere stahouding aan. Zorg dat u uw evenwicht niet verliest. Ga tijdens het werk niet op onstabiele trap- pen staan. Werk niet door op de takken van de boom te gaan staan. Om hoge takken af te zagen kunt u beter een stabiele steiger gebruiken. B 6. De SNOEIKETTINGZAAG is ontworpen voor het gebruik op de rechterheup van de gebruiker. Houd het achterste handvat (met de bedieningen) in de rechterhand en het voorste handvat in de linkerhand. B 8. Pas op voor hoogspanningskabels of eventuele elektrische leidingen. Houd een minimum afstand van 10 m tussen de punt van de steel en hoogspanningskabels aan. LEVENSGEVAAR DOOR ELEKTROCUTIE! B 9. Werk niet bij regen of in een natte omgeving.

GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE

SCHOKKEN EN KORTSLUITING! Laat de SNOEIKETTINGZAAG niet in contact met water liggen. Verzeker u ervan dat noch de stekker noch het verlengsnoer in aanraking komt met water. B 15. Werk alleen bij voldoende licht en goed zicht en neem op tijd pauzes. B 16. Tijdens de werking wordt de tandwielreductieaandrijving heet. Raak de tandwielkast niet zonder veiligheidshandschoenen aan. B 17. Voordat u iets aan de SNOEIKETTINGZAAG doet moet u het apparaat altijd eerst uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen. B 18. Let op de werkomgeving en eventuele gevaren die niet opgemerkt kunnen worden door het lawaai dat de SNOEIKETTINGZAAG maakt. B 19. Transporteer de SNOEIKETTINGZAAG met uitgeschakelde motor, hangend aan de draagriem die het gewicht van het apparaat draagt en met het zaagblad naar achteren gedraaid. Als het apparaat getransporteerd wordt moet de zaagbladafdekking aangebracht worden.

FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ELEKTRISCHE VEILIGHEID C 1. Het gereedschap is alleen ontworpen voor gebruik op wisselstroom. Probeer het apparaat niet op andere soorten elektrische stroom te gebruiken. C 2. DUBBELE ISOLATIE Het gereedschap is dubbel geïsoleerd, dit betekent dat de uitwendige metalen delen elektrisch geïsoleerd zijn. Dit is mogelijk dankzij de extra isolatie die tussen de mechanische en elektrische delen aangebracht is. Dit betekent een grotere veiligheid vanuit elektrisch oogpunt en dat het niet nodig is op het apparaat te aarden. C 3. Houd het snoer altijd uit de buurt van de ketting en controleer altijd waar het snoer zich bevindt. C 4. Het netsnoer moet aan de speciale ophanghaak vastgemaakt worden om te voorkomen dat het snoer tijdens het werk beschadigd wordt. C 5. Trek het apparaat nooit voort aan het snoer en trek niet aan het snoer om de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie en scherpe oppervlakken. Controleer de toestand van het snoer vóór gebruik en gebruik het snoer niet als het beschadigd is. C 6. Schakel het apparaat altijd uit voordat u de stekker uit het stopcontact haalt of van het snoer losmaakt. Haal voordat het apparaat achtergelaten wordt eerst de stekker uit het stopcontact. C 7. ATTENTIE: C 8.

HET SNOER UIT. Haal de stekker uit het stopcontact: alvorens opstoppingen te verwijderen; voordat u controles, schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoert; nadat u vreemde voorwerpen geraakt heeft. Controleer eventuele schade aan het apparaat en repareer het apparaat voordat u het apparaat weer start; - als het apparaat abnormaal begint te trillen (verricht in dat geval meteen de nodige controles). C 9. Er wordt sterk aangeraden om het apparaat via een aardlekschakelaar (restroomapparaat R.S.A.) met een uitschakelstroom van niet meer dan 30 mA van stroom te voorzien. Gebruik een netsnoer met constructieeigenschappen H05 RN-F of H05 VV-F of zwaarder, met een minimum doorsnede van 2x1,5 mm2 en een max. lengte van 20 m. De aansluitstekker op het net moet bedekt zijn met rubber en voorzien zijn van een spatbeveiliging (IPX4). WAARSCHUWING! Het gebruik van het R.S.A. betekent niet dat de gebruiker alle veiligheidsschriften die in deze gebruiksaanwijzing staan niet in acht hoeft te nemen. note _________________________________

3. Met rubber bedekt handvat

12. Bevestigingsmoer zaagblad

ATTENTIE: Alvorens het apparaat in werking te stellen moet u eerst het kettingoliereservoir vullen (olie SAE 10W-30). den op een stopcontact dat voorzien is van een reststroomschakelaar (aardlekschakelaar). Maak het verlengsnoer altijd aan de trekontlasting die in het motorhuis aangebracht is vast (fig. 3). ATTENTIE: Om de elektrische aansluitingen te beschermen moet tijdens het gebruik vermeden worden om aan het snoer te trekken en tijdens het afkoppelen moet het apparaat afgekoppeld worden door de stekker en de aansluiting vast te pakken. TREKONTLASTING (FIG. 3) - Steek de stekker van het apparaat (20) in de aansluiting van het verlengsnoer. - Steek het verlengsnoer in de opening (19), leg hem op de achterste steun (18) en span hem zorgvuldig. - Sluit het verlengsnoer aan op de stroom.

STARTEN EN STOPPEN (FIG. 4) STARTEN: - Neem een veilige en stevige positie in en controleer of het snijwerktuig de grond niet raakt en ook geen andere voorwerpen raakt. - Houd het achterste handvat (21) goed vast; op die manier drukt u automatisch de veiligheidsborg (22) in; pak daarna het voorste handvat goed vast en druk de AAN/UIT-schakelaar (23) in. STOP: - Laat de AAN/UIT-schakelaar (23) los. MONTAGE VAN DE DRAAGRIEMBEVESTIGING (FIG. 2) - Plaats de draagriembevestiging (2) tussen de motor en het handvat op de steel (5). - Draai de schroeven M5x10 en de betreffende moeren met de hand vast. - Verschuif hem. - Draai de schroeven met de speciale inbussleutel aan. ATTENTIE: Alvorens het apparaat aan te zetten moet gecontroleerd worden of de ketting goed gespannen is. ATTENTIE: Na het uitschakelen blijft het snijwerktuig nog een bepaalde tijd bewegen; houd de beide handvaten goed vast totdat het snijwerktuig volledig tot stilstand gekomen is. ELEKTRISCHE AANSLUITING Alvorens het apparaat aan te sluiten moet u controleren of de netspanning en -frequentie overeenstemming met de werkingsspanning en -frequentie van het apparaat (zie typeplaatje) (fig. 16). Het apparaat moet met een netsnoer dat goedgekeurd is voor gebruik buiten aangesloten wor- GEBRUIK VAN DE DRAAGRIEM (FIG. 5) De machine is bedoeld voor gebruik op de rechterheup van de gebruiker. Doe de draagriem zodanig om dat deze over de linkerschouder ligt. Voor een betere efficiëntie en grotere veiligheid tijdens het werk moet u de riem afstellen en aan uw lichaamsbouw aanpassen.

GEBRUIKSAANWIJZING Maak de haaksluiting van de draagriem (8) in de speciale draagriembevestiging (2) op de steel vast. KETTINGOLIE BIJVULLEN (FIG. 6)

1) ATTENTIE! Vul het apparaat alleen met speciale olie voor het smeren van kettingen van motorzagen.

2) Gebruik GEEN verbruikte olie.

3) Een andere olie dan de aanbevolen olie kan

schade aan het zaagblad, de ketting en het smeersysteem tot gevolg hebben. VOORBEREIDING Verwijder droge takken, bladeren of al het andere materiaal dat bij het snoeien in de weg kan zitten. TAKKEN SNOEIEN Alvorens een tak af te zagen moet het volgende gecontroleerd worden:

1) Controleer of er zich in de straal waarin de tak

valt geen andere personen of dieren bevinden.

2) Kies de richting waarin de tak valt zodanig dat u

in de tegenovergestelde richting kunt weglopen.

3) Ga na of er in de richting waarin u wilt weglopen

geen obstakels zijn.

4) Bij het kiezen van de richting waarin de tak valt

moet u rekening houden met de volgende factoren waardoor de situatie kan veranderen: a) Erg veel takken. b) Schuine stand van de tak. c) Windrichting (niet snoeien bij harde wind). d) Beschadigd hout.

5) Neem de omgevingsomstandigheden die in het

hoofdstuk "FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN" beschreven zijn nauwlettend in acht.

6) Zaag van boven naar beneden (fig. 7-8).

6. ONDERHOUD EN TRANSPORT

Vóór ieder gebruik moet u controleren of er geen schroeven of onderdelen loszitten en of het snijwerktuig geen barsten of aanzienlijke slijtage vertoont. Vervang de beschadigde onderdelen vóór gebruik.

KETTING - Met een goed geslepen ketting kunt u moeiteloos werken, heeft u een goed zaagrendement en treedt er geen abnormale slijtage van de mechanische onderdelen en het zaagblad op. - Alvorens de ketting te slijpen moet de ketting eerst met een kettingspanner gespannen worden. - Na het slijpen moet u de ketting loszetten zoals blijkt uit de montageaanwijzingen. - Gebruik een ronde vijl (speciaal voor kettingen) met een diameter van 5/32" (4 mm) fig. 14 detail 1. Bekijk de slijphoeken zoals aangegeven op de afbeelding (fig. 14 detail 2-3). - Slijp eerst alle tanden aan de ene kant door van binnen naar buiten te vijlen (fig. 14 detail 5) en daarna alle tanden aan de andere kant. - Houd de vijl zodanig dat hij ongeveer 1 mm boven de hoogte van de zaagpunten uitsteekt (fig. 14 detail 4).

ATTENTIE! STEL DE AANBOUWSNOEIZAAG

NIET IN WERKING VOORDAT U HET ZAAGBLAD EN DE KETTING GEMONTEERD EN AFGESTELD HEEFT. TREK OP HET MOMENT DAT U DIT DOET VEILIGE WERKHANDSCHOENEN AAN. DE ZAAGTANDEN (VAN DE KETTING) BRENGEN HET GEVAAR VAN VERWONDINGEN MET ZICH MEE.

1) Plaats de behuizing van het apparaat zoals getoond op de afbeelding (fig. 9).

2) Draai de moer 12 (fig. 9-10) eraf en verwijder

3) Draai de kettingspanschroef 5 (fig. 11) linksom

(losdraaien) om de kettingspantand 17 (fig. 13) naar achteren te laten gaan.

4) Verwijder het kettingzaagblad van de tapbout

5) Trek de ketting van het tandwiel af (fig. 12).

6) Leg de nieuwe of de geslepen ketting om het

kettingzaagblad heen. De tanden van het bovenste gedeelte moeten gedraaid zijn zoals aangegeven bij het detail op de afbeelding (fig. 9).

7) Breng het kettingzaagblad op de tapbout aan.

ATTENTIE!! Zorg ervoor dat de tanden van de ketting goed in de betreffende tanden van het kettingtandwiel ingrijpen.

8) Draai de kettingspanschroef iets aan (rechtsom)

om de ketting eerst een klein beetje te spannen.

9) Breng het kettingdeksel weer aan en draai de

GEBRUIKSAANWIJZING moer met de hand aan.

10) Breng de ketting nu op de uiteindelijke spanning door de kettingspanschroef (rechtsom) aan

te draaien. Als de kettingspanning juist is dan kan de ketting (met 2 vingers) omhoog gedaan worden zodat er een hele geleidetand zichtbaar is (afb. 15).

11) Draai de moer nu volledig aan en houd de

punt van het zaagblad omhoog. Controleer of de ketting vrijuit in de zaagbladgroef kan lopen. OPMERKING!! De spanning van een nieuwe ketting moet na enkele minuten werken gecontroleerd en afgesteld worden (bij stilstaande motor). ZAAGBLAD Maak de groef waarin de ketting loopt en de oliedoorgangen regelmatig schoon. Smeer het kettingtandwiel met lagervet. Draai het zaagblad (bij elke onderhoudsbeurt) om zodat de slijtage gelijkmatig verdeeld wordt. Breng de kettingbeschermer aan. SCHOONMAKEN Schakel alvorens het apparaat schoon te maken altijd eerst de motor uit en haal de stekker uit het stopcontact. Was het gereedschap nooit af. Gebruik alleen een droge of iets vochtige doek om het hele apparaat schoon te maken. Gebruik geen oplosmiddelen of schurende reinigingsmiddelen. Alvorens het apparaat opnieuw op het net aan te sluiten mogen het motorhuis en de inwendige delen niet vochtig zijn. Maak de ketting schoon en controleer de staat ervan. Spuit smeer- en harswerende middelen op de ketting. TRANSPORT Tijdens het transport ook op kleine afstanden moet de bescherming (7) op de ketting aangebracht worden. DRAAG ALTIJD HANDSCHOENEN TELKENS ALS DE KETTINGBESCHERMER AANGEBRACHT OF VERWIJDERD MOET WORDEN. OPBERGEN Berg het gereedschap op een veilige plaats in een droge ruimte op. Smeer de tandwielkast via de speciale gaten door de schroefdoppen (16) eruit te draaien. Maak het apparaat schoon. Maak het apparaat niet schoon met agressieve vloeistoffen. Houd de SNOEIKETTINGZAAG buiten het bereik van kinderen.

SERVICE EN ONDERHOUD

Wij adviseren om binnen regelmatige termijnen zorgvuldig onderhoud en een uitvoerige controle bij een gespecialiseerde werkplaats te laten uitvoeren. Alle onderhoudswerkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn moeten door een gespecialiseerde werkplaats uitgevoerd worden. Er mogen alleen originele reserveonderdelen gebruikt worden. Wij kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor ongelukken of schade veroorzaakt door niet goedgekeurde werktuigen, bevestigingselementen of accessoires. note _________________________________

GEBRUIKSAANWIJZING Storingzoeken Storing Mogelijke oorzaken Oplossing

  • Geen stroom Stroom inschakelenBeveiliging controleren
  • Snoer defect, stekker defect, AAN/UITschakelaar defect, motor defec Naar een SERVICECENTRUM brengen
  • Borstels versleten Naar een SERVICECENTRUM brengen Niet bevredigende resultaten
  • Ketting beschadigd of niet scherp Naar een SERVICECENTRUM brengen Ketting beweegt niet
  • Overbrengingselementen beschadigd Naar een SERVICECENTRUM brengen Motor draait niet Onvoldoende ment rende- GARANTIE DOLMAR garandeert een uitstekende kwaliteit en vergoed de kosten van verbeteringen door vervanging van de beschadigde onderdelen in geval van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantie na de datum van aankoop optreden. Houd u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Vraag dit na bij de verkoper in geval van twijfel. Deze is als verkoper van het product verantwoordelijk voor de garantie. De volgende schadeoorzaken vallen buiten de garantie. Wij vragen hiervoor uw begrip:
  • Niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing.
  • Achterwege laten van noodzakelijk onderhoudsen reinigingswerkzaamheden.
  • Duidelijke overbelasting door aanhoudende overschrijding van de maximaal toegestane belasting.
  • Gebruik van niet goedgekeurde snijwerktuigen.
  • Gebruik van geweld, onoordeelkundige behandeling, misbruik of ongevallen.
  • Schade door oververhitting ten gevolge van verontreinigingen aan het motorhuis.
  • Ingrepen door ondeskundige personen of ondeskundige reparatiepogingen.
  • Gebruik van ongeschikte reserveonderdelen, respectievelijk niet-originele DOLMAR onderdelen, voorzover deze schade kunnen veroorzaken.
  • Schade die terug te voeren is tot voorwaarden bij verhuur. Reinigings-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden vallen niet onder de garantie. Alle voorkomende garantiewerkzaamheden moeten uitgevoerd worden door een DOLMAR vakhandelaar.

Ondergetekenden, gemachtigd door DOLMAR GmbH, Tamiro Kashima en Rainer Bergfeld, verklaren dat het apparaat: ELEKTRISCHE STEELKETTINGZAAG/HOOGSNOEIER type: EE-150 typegoedkeuringscertificaat nr. 3400807.02CE vervaardigd door DOLMAR GmbH, Jenfelder Str. 38, D-22045 Hamburg, aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen van de desbetreffende EU-richtlijnen voldoet: Machinerichtlijn 2006/42/EG EMC-richtlijn 2004/108/EG Ter vakkundige realisering van de in deze EGrichtlijnen vervatte eisen zijn doorslaggevend de volgende normen als grondslag genomen: EN 60335-1; EN 60335-2-91, EN ISO 11680-1 EN 61000-3-2 ; EN 61000-3-3; EN 55014-1; EN 55014-2 Het typeonderzoek is uitgevoerd door:

Onzekerheidswaarde K m/s2

Onzekerheidswaarde KpA,KwA dB (A)