R420E - Bijverwarming ZIBRO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R420E ZIBRO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Bijverwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R420E - ZIBRO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R420E van het merk ZIBRO.
GEBRUIKSAANWIJZING R420E ZIBRO
Geachte mevrouw, meneer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw Zibro, het A-merk onder verplaatsbare kachels. U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft, waar u nog vele, vele jaren plezier van zult hebben, mits u de kachel verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing, voor een optimale levensduur van uw Zibro. Wij geven u namens de fabrikant 24 maanden garantie op alle optredende materiaal- en fabricagefouten. We wensen u veel warmte en comfort met uw Zibro. Met vriendelijke groet, PVG International b.v. Afdeling klantenservice 1 LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING. 2 RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW ZIBRO DEALER. 3 VOUW VOOR HET LEZEN DE LAATSTE PAGINA UIT.
BELANGRIJKE ONDERDELEN Dit zijn in grote lijnen de stappen die u moet nemen om uw Zibro te gebruiken. Voor de precieze hande-
lingen verwijzen wij u naar de HANDLEIDING (pag. 77 (voor noodstop) en verder).
Handgreep Verwijder alle verpakkingsmaterialen (zie hoofdstuk A, fig. A). Vul de wisseltank I en wacht 30 minuten alvorens de kachel te ontsteken (zie hoofdstuk B, fig. H).
Plaats de batterijen in de houder L (zie hoofdstuk A, fig. F).
Controleer of de verbrandingskamer D goed recht staat verbrandingskamer
Brandstofmeter (zie hoofdstuk A, fig. E).
Ontsteek de kachel, door de vlamregelaar B en de ontstekingsschuif C tegelijk rustig naar beneden te duwen (zie hoofdstuk C, fig. J en K).
Na het ontsteken van de kachel duurt het 10 à 15 minuten voordat u kunt controleren of de kachel goed brandt wisseltank (zie hoofdstuk D).
Schakel de kachel uit (zie hoofdstuk E).
Bewakingssysteem De eerste keer zal uw kachel tijdens het branden even naar ‘nieuw’ ruiken.
Bewaar uw brandstof op een koele, voor luchtkwaliteit donkere plaats.
Brandstof veroudert. Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof.
Wanneer u stookt met Zibro Extra of Zibro Kristal, (E-Guard) bent u verzekerd van de juiste kwaliteit brandstof.
Indien u overgaat op een ander merk en/of soort
kerosine, moet u de kachel eerst helemaal laten leegbranden.
Deze kachel is voorzien van een bewakingssysteem voor luchtkwaliteit M. Wanneer de ruimte onvoldoende geventileerd wordt of wanneer de kachel in een te kleine ruimte gebruikt wordt, dan zal de kachel automatisch uitschakelen. Voor comfortabel en veilig gebruik dient u voor voldoende ventilatie te zorgen. NB: Om onverwacht uitschakelen van de kachel te voorkomen raden we aan altijd een deur of raam op een kier te zetten wanneer de kachel in gebruik is. Voor elke verplaatsbare kachel geldt een bepaalde minimumruimte (zie hoofdstuk K) waarin u deze veilig, zonder extra ventilatie kunt gebruiken. Als de betreffende ruimte kleiner is dan aangegeven, dient u altijd een raam of deur op een kier te zetten (± 2,5 cm). Dit raden wij ook aan bij ruimtes die sterk geïsoleerd of tochtvrij Alleen met de juiste brandstof bent u verzekerd van een veilig, efficiënt en comfortabel gebruik van uw Zibro. gemaakt zijn en/of boven 1500 m. liggen. Gebruik uw kachel niet in kelders en andere ondergrondse ruimtes.
De kachel is voorzien van een safe top. Deze vermindert de temperatuur van de bovenplaat. Hierdoor wordt bij eventueel contact met de bovenzijde van de kachel het risico op ongelukken verkleind. Let op: de bovenzijde wordt nog steeds heet. Vermijd elk contact met de bovenplaat en de grille.
Uw Zibro kachel is ontworpen voor het gebruik van watervrije, zuivere kerosine van hoge kwaliteit, zoals Zibro Extra of Zibro Kristal. Alleen deze zorgt voor een schone en optimale verbranding. Brandstof van mindere kwaliteit kan leiden tot:
overmatige teeraanslag op de kous
beperkte levensduur van kous en kachel
aanslag op de grille of mantel De juiste brandstof is dus essentieel voor een veilig, efficiënt en comfortabel gebruik van uw kachel. Overleg altijd met de dichtstbijzijnde dealer over de juiste brandstof voor uw kachel.
Deze transportdop vindt u los in de doos. Alleen hiermee kunt u de kachel na gebruik probleemloos vervoeren. Goed bewaren dus!
1 Haal uw kachel voorzichtig uit de doos en controleer de inhoud. Naast de kachel moet u ook beschikken over: E een brandstofhevelpompje E een transportdop
E deze gebruiksaanwijzing Bewaar de doos en het verpakkingsmateriaal (fig. A) voor opslag en/of transport. 2 Verwijder het overige verpakkingsmateriaal: E Verwijder het stukje verpakkingsmateriaal bij de grille G. Licht de grille
uit de inkeping (fig. B) en trek hem naar voren. E Druk het verpakkingsmateriaal boven de verbrandingskamer D iets naar beneden en verwijder het uit de kachel (fig. C). E Neem de verbrandingskamer uit de kachel en verwijder het daaronder aanwezige verpakkingsmateriaal (fig. D). E Zet de verbrandingskamer terug op zijn plaats. De verbrandingskamer
staat goed als u hem met de handgreep E soepel een beetje naar links en rechts kunt schuiven (fig. E). Sluit de grille. E Open het deksel van de wisseltank H en verwijder het stukje karton. 3 Vul de wisseltank zoals aangegeven in hoofdstuk B.
4 Plaats de batterijen in de daarvoor bestemde houder L aan de achterzijde van de kachel (fig. F). Let op de + en - polen. 5 De vloer moet stevig en waterpas zijn. 6 Uw kachel is nu gebruiksklaar.
Vul de wisseltank niet in de woonruimte, maar op een meer geschikte plaats (er kan altijd een beetje gemorst worden). U gaat daarbij als volgt te werk: 1 Zorg dat de kachel uit is.
2 Open het deksel H en til de wisseltank I uit de kachel (fig. G). Let op: de tank kan even nadruppelen. Zet de wisseltank neer (dop naar boven) en schroef de tankdop eraf. 3 Neem het brandstofhevelpompje en steek de gladde, meest stugge pijp in de jerrycan. Zorg dat deze hoger staat dan de wisseltank (fig. H). De geribbelde slang steekt u in de opening van de wisseltank.
4 Draai de knop bovenop het pompje vast (naar rechts). 5 Knijp enkele keren in het pompje, totdat de brandstof de wisseltank in begint te stromen. Als dat eenmaal het geval is, hoeft u niet meer te knijpen. 6 Let tijdens het vullen op de brandstofmeter van de wisseltank J (fig. I). Als u
ziet dat deze vol is, stop dan met vullen door de knop boven op het pompje weer los te draaien (naar links). Maak de tank nooit te vol. Vooral niet als de brandstof erg koud is (brandstof zet uit als deze warmer wordt). leeg vol 7 Laat de brandstof die nog aanwezig is in het pompje, terugstromen in de jerrycan en verwijder het pompje voorzichtig. Schroef de tankdop nauwkeurig op de tank. Veeg eventueel gemorste brandstof weg. 8 Controleer of de tankdop recht zit en goed is aangedraaid. Plaats de wisseltank weer in de kachel (dop naar beneden). Sluit het deksel.
Een nieuwe kachel veroorzaakt in het begin enige geur. Zorg dus voor extra ventilatie of ontsteek uw kachel de eerste keer buiten de leefruimte. Als u de kachel voor de eerste keer gebruikt, moet u na het plaatsen van de
gevulde wisseltank zo’n 30 minuten wachten met aanmaken. Zo kan de kous zich volzuigen met brandstof. Dit geldt ook nadat u de kachel helemaal leeg hebt laten branden en na het vervangen van de kous. Kijk vóór het aanmaken van de kachel altijd even op de brandstofindicatie F om te weten of u eerst de wisseltank moet bijvullen.
Maak de kachel altijd aan met behulp van de ontstekingsspiraal K. Gebruik nooit lucifers of een aansteker. U gaat als volgt te werk: 1 Draai de draaiknop 2 naar rechts tot aan de aanslag (fig. J). Met enige
druk zou u de draaiknop dan nog wat verder kunnen draaien; deze veert dan echter vanzelf terug. Zo zet u de kous in de hoogste stand en stelt u de beveiliging in werking. 2 Druk de ontstekingstoets C in (fig. K), maar niet te hard. Zodra een
vlammetje in de verbrandingskamer D zichtbaar wordt, kunt u de ontstekingstoets loslaten. Wanneer de kachel kort na het aanmaken weer uitschakelt, dienen de batterijen vervangen te worden. Het best kunt u nieuwe alkaline batterijen gebruiken (4 x type D).
De kachel is sinds kort in gebruik en de draaiknop wordt niet vergrendeld. Draai de draaiknop (fig. L) eerst geheel linksom alvorens de kous in de hoogste positie te brengen voor ontsteking (hoofdstuk C). Controleer na het ontsteken van de kachel altijd of de verbrandingskamer D
goed recht staat, door deze aan de handgreep E even naar links en rechts te schuiven (fig. E). Dit moet soepel gaan. Als de verbrandingskamer ongelijk staat, leidt dit tot rook- en roetontwikkeling.
Na het ontsteken van de kachel duurt het 10 à 15 minuten voordat u kunt controleren of de kachel goed brandt. Op de pagina naast het uitvouwblad kunt u zien hoe hoog uw kachel minimaal en maximaal mag branden (fig. P). Een te hoge vlam kan rook- en roetvorming veroorzaken, terwijl een te lage verbranding tot geurontwikkeling leidt. U kunt de vlam enigszins aanpassen met de vlamregelaar B (fig. S).
Als de verbranding te laag blijft, moet de koushoogte worden bijgesteld (zie hoofdstuk F). Een te lage vlam kan ook ontstaan door:
slechte brandstof (raadpleeg uw dealer)
te weinig ventilatie (zet een raam of deur op een kier)
slijtage van de kous (raadpleeg uw dealer, of vervang de kous, zie hoofdstuk L) Wanneer in de ruimte onvoldoende geventileerd wordt, dan zal een intermitteQ rende pieptoon te horen zijn en het “VENT” lampje (geel) zal gaan branden (fig. Q). Zodra dit signaal gegeven wordt dient meer geventileerd te worden om te voorkomen dat de kachel uitschakelt (bv. door een deur of raam iets verder te VENT. openen). Wanneer de ventilatie verbeterd is zullen het “VENT” lampje en de pieptoon niet meer geactiveerd worden. Indien er echter nog steeds onvoldoende geventileerd wordt, dan zal de kachel automatisch uitschakelen. Na het verbeteren van de ventilatie (b.v. door een deur of raam iets verder te openen) kan de kachel weer ingeschakeld worden. Deze kachel is uitgerust met een veiligheidssysteem dat er voor zorgt dat de
kachel afslaat wanneer u de wisseltank uit de kachel tilt. Om de kachel weer aan te zetten dient u de wisseltank weer terug te plaatsen en de stappen te volgen zoals beschreven in hoofdstuk C.
HET UITZETTEN VAN DE KACHEL
Laat de kachel ± een minuut branden op de laagste stand. U schakelt de kachel uit
door de UIT-toets A in te drukken. De vlam zal dan na enige tijd vanzelf doven (fig. L).
In noodgevallen schakelt u de kachel uit met de beveiligingstoets A (fig. L).
Na verloop van tijd is de verbranding niet meer hoog genoeg (hoofdstuk D). In dat geval kunt u de koushoogte verstellen om de verbranding te verbeteren. Hiervoor dient de kachel uit te zijn. U gaat als volgt te werk: 1 Druk de UIT-toets A in (fig. L). 2 Trek de draaiknop B van de kachel, zodat de koushoogtevergrendeling K zichtbaar wordt. 3 Neem de plastic ring tussen duim en wijsvinger en trek deze naar voren. Draai de ring één stap hoger naar stand 2 of 3 (fig. R). Druk de ring voorzichtig aan, zodat de uitsparing weer om het palletje sluit. 4 Duw de draaiknop voorzichtig op zijn plaats. Dit kan maar op één manier: bekijk de achterkant van de dop voor de juiste positie. Als het verstellen van de koushoogte niet het gewenste effect heeft, moet u de kachel helemaal laten leegbranden (hoofdstuk H).
Blijft de verbranding ook dan nog te laag en staat uw kous inmiddels op stand 3, neem dan contact op met uw dealer of vervang de kous, zie hoofdstuk M. Als de verbranding na het bijstellen te hoog wordt (fig. P), moet u de koushoogte vergrendeling weer een stand lager zetten. Anders hebt u kans op rook- en roetontwikkeling.
Als u een storing niet kunt oplossen met behulp van de onderstaande aanwijzingen, dient u contact op te nemen met uw dealer.
Ontstekingsspiraal met gebroken gloeidraad
HET AANMAKEN LUKT NIET. E De batterijen zitten niet goed in de houder. Controleren (fig. F). E De batterijen zijn niet meer krachtig genoeg voor de ontsteking. Vervangen (fig. F). E U hebt de kachel helemaal leeggestookt of de kous is vervangen. Na het plaatsen van de gevulde wisseltank 30 minuten wachten met ontsteken. E U duwt de ontstekingsschuif C te krachtig naar beneden. Minder hard indrukken (hoofdstuk C). E De ontstekingsspiraal K is defect. Raadpleeg uw dealer. ONGELIJKE VLAM EN/OF ROET EN/OF GEUR. E De verbrandingskamer D is niet goed geplaatst. Zet deze recht met de handgreep E, tot u hem makkelijk wat naar links en rechts kunt schuiven. E De vlamhoogte is niet goed ingesteld. Zie fig. P en de aanwijzingen onder hoofdstuk D. E U gebruikt verouderde brandstof. Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof. E U gebruikt verkeerde brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’). E Er is sprake van stofophoping onder in de kachel. Raadpleeg uw dealer. E De koushoogte is niet goed. Zie hoofdstuk F. DE KACHEL GAAT LANGZAAM UIT. E De wisseltank is leeg. Zie hoofdstuk B. E Er zit vocht in het onderreservoir. Raadpleeg uw dealer. E De kous is aan de bovenzijde verhard. Kachel helemaal leegbranden (hoofdstuk G). Gebruik de juiste brandstof. E U gebruikt verouderde brandstof. Begin elk stookseizoen met nieuwe brandstof. DE KACHEL BLIJFT LAAG BRANDEN. E De kous staat te laag. Zet de koushoogtevergrendeling een stand hoger (hoofdstuk F). E De kachel had voor het bijvullen vrijwel alle brandstof verbruikt. Na het plaatsen van de volle wisseltank 30 minuten wachten met ontsteken. E U gebruikt oude of verkeerde brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’). E De ruimte wordt onvoldoende geventileerd. Zet even een raam of deur wijd open en laat deze daarna op een kier staan. DE KACHEL BRANDT TE HOOG, MET NIET REGELBARE VLAMMEN. E U gebruikt verkeerde, te vluchtige brandstof. Zie DE JUISTE BRANDSTOF (hoofdstuk ’Wat u vooraf moet weten’). E De kous staat te hoog. Zet de koushoogtevergrendeling een stand lager (hoofdstuk F).
Uw kachel vergt weinig onderhoud. Wel dient u stof en vlekken bijtijds af te nemen met een vochtige doek, omdat er anders hardnekkige vlekken kunnen ontstaan. Normaal gesproken zijn er slechts drie onderdelen aan slijtage onderhevig:
Deze kunt u zelf vervangen. Gooi de oude batterijen niet in de vuilnisbak. Volg de regels zoals die in uw gemeente gelden voor Klein Chemisch Afval.
2. DE KOUS / LEEGBRANDEN
Om de levensduur van de kous te verlengen, moet u de kachel van tijd tot tijd eens helemaal laten leegbranden (tot hij vanzelf uitgaat). Doe dit wanneer u merkt dat de vlam wat zwakker wordt. Het leegbranden veroorzaakt enige geur, dus het is raadzaam dit buiten de leefruimte te doen.
3. DE ONTSTEKINGSSPIRAAL
De ontstekingsspiraal gaat langer mee als u op de juiste manier ontsteekt. Vervang op tijd de batterijen en let erop dat u de ontstekingsschuif niet te krachtig naar beneden duwt. Als de gloeidraad gebroken is, dient de spiraal vervangen te worden. Ontstekingsspiraal Zeefje HET BRANDSTOFZEEFJE Controleer ook met enige regelmaat het brandstofzeefje. Haal de wisseltank I uit de kachel en verwijder het brandstofzeefje (fig. N). Dit kan wat nadruppelen; houd een doekje bij de hand. Klop het brandstofzeefje omgekeerd leeg op een harde ondergrond, om het vuil te verwijderen. (Nooit reinigen met water!) Plaats het brandstofzeefje weer in de kachel.
Verwijder zelf geen onderdelen van de kachel. Neem voor een eventuele reparatie altijd contact op met uw dealer. Laat de kachel afkoelen voordat u onderhoud pleegt.
OPSLAG (EINDE STOOKSEIZOEN) Wij raden u aan de kachel aan het einde van het stookseizoen helemaal leeg te branden en daarna goed op te bergen. Volg daartoe de onderstaande aanwijzingen: 1 Maak de kachel aan buiten de leefruimte en laat hem geheel leegbranden. 2 Laat de kachel afkoelen. Zeefje 3 Maak de kachel schoon met een vochtige doek en droog deze af.
4 Haal de batterijen uit de kachel L en bewaar deze op een droge plaats. 5 Berg de kachel stofvrij op, zo mogelijk met de originele verpakkingsmaterialen. Overgebleven brandstof kunt u een volgend stookseizoen niet meer gebruiken. Houdt u toch wat over gooi deze brandstof dan niet weg, maar volg de regels zoals die in uw gemeente gelden voor Klein Chemisch Afval. 6 Begin het nieuwe stookseizoen in elk geval met nieuwe brandstof. Als u de kachel
opnieuw in gebruik neemt, volg dan weer de instructies (zoals aangegeven vanaf hoofdstuk A).
VERVOER Om te voorkomen dat uw kachel tijdens het transport brandstof lekt, moet u de volgende maatregelen nemen: Transportdop 1 Laat de kachel afkoelen. 2 Haal de wisseltank I uit de kachel en verwijder het brandstofzeefje (fig. N). Dit kan wat nadruppelen; houd een doekje bij de hand. Bewaar het brandstofzeefje en de wisseltank buiten de kachel. 3 Duw de transportdop op de plaats van het brandstofzeefje (fig. O) en druk deze goed aan. 4 Vervoer de kachel altijd rechtop.
Brandstofverbruik (g/uur)
- Bij instelling op maximale stand,
breedte (inclusief bodemplaat) diepte 2,70 Capaciteit (kW)
Afmetingen (mm) hoogte Accessoires
brandstofhevelpomp transportdop Batterijen 4x LR20, MN 1300 1,5V Type kous ** Opgegeven waarden zijn indicatief
DE GARANTIEVOORWAARDEN U krijgt op uw kachel 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels: 1 Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af. 2 Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie. 3 De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, nietoriginele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties aan de kachel zijn verricht door derden. 4 Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de batterijen, het ontstekingsspiraal, de kous en het brandstofhevelpompje, vallen buiten de garantie. 5 De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop geen veranderingen zijn aangebracht. 6 De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van de gebruiksaanwijzing, door verwaarlozing en door het gebruik van verkeerde of verouderde brandstof. Verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn*. 7 De verzendkosten en het risico van het opsturen van de kachel of onderdelen daarvan, komen altijd voor rekening van de koper. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, geef de kachel dan in reparatie bij uw dealer.
- Licht ontvlambare stoffen kunnen bijvoorbeeld leiden tot een oncontroleerbare verbranding, met uitslaande vlammen als gevolg. Probeer in dat geval nooit de kachel te verplaatsen, maar zet de kachel onmiddellijk uit (zie hoofdstuk E). In noodgevallen kunt u een brandblusser gebruiken, maar dan uitsluitend van het type B: een koolzuur- of poederblusser.
1 0 TIPS VOOR EEN VEILIG GEBRUIK
1 Wijs kinderen altijd op de aanwezigheid van een brandende kachel. 2 Verplaats de kachel niet als deze brandt of nog heet is. In dat geval ook niet bijvullen en geen onderhoud verrichten. 3 Plaats de voorkant van de kachel op minimaal 1,5 meter van muur, gordijnen en meubels. Houd ook de ruimte boven de kachel vrij. 4 Gebruik de kachel niet in stoffige ruimtes en niet op plaatsen waar het sterk tocht. In beide gevallen krijgt u geen optimale verbranding. 5 Zet de kachel uit voordat u vertrekt of naar bed gaat. 6 Bewaar en vervoer de brandstof uitsluitend in de daarvoor bestemde wisseltankjes en jerrycans. 7 Zorg ervoor dat de brandstof niet bloot staat aan hitte of extreme temperatuurverschillen. Bewaar de brandstof altijd op een koele, droge en donkere plaats (zonlicht tast de kwaliteit aan). 8 Gebruik de kachel nooit op plaatsen waar schadelijke gassen of dampen aanwezig kunnen zijn (bv. uitlaatgassen of verfdampen). 9 De bovenzijde van de kachel wordt heet. De kachel mag niet afgedekt worden (brandgevaar). Vermijd elk contact met de bovenplaat en de grille. 10 Zorg altijd voor voldoende ventilatie.
2 Haal de batterijen uit de batterijhouder. 3 Licht de grille uit de inkeping en trek hem naar voren. Neem de branderkop uit de kachel. Sluit de grille.
4 Trek de draaiknop van de kachel af. 5 Schroef de drie mantelschroeven, aan de onderzijde van de kachel, los. Trek de mantel iets naar voren en verwij6
der deze van de bodemplaat. 6 Draai de vleugelmoeren onder de branderzitting los. 7 Til de branderzitting en het kousmechanisme omhoog.
8 Draai de schroef welke de beugel vasthoudt los en verwijder veer en de beugel. 9 Draai de as geheel rechtsom en maak de koushouder (met kous) los van de as.
10 Licht de koushouder op en schuif deze van de luchtschacht af. 11 Knijp de kous samen, zodat de kous loskomt uit de koushouder en neem de kous eruit. Draag hierbij handschoenen en zet een bakje klaar om de oude kous in te doen.
12a 12b 12 Plaats de kous overeenkomstig de op de koushouder aangegeven richting in de koushouder. 13 Plaats de koushouder (met kous) over de luchtschacht. Plaats daarna het uiteinde van de as aan de rechterzijde in de sleuf van de koushouder en draai de gehele as 13a 13b linksom. 14 Plaats de koushoogtevergrendeling (de koushoogte op positie 1 zetten), de veer en de beugel terug. Draai de schroef welke de beugel vasthoudt vast. 1 4a 1 4b 15 Plaats de branderzitting terug. 16 Draai de vleugelmoeren gelijkmatig handvast aan. 17 Plaats de draaiknop op het kousmechanisme. Draai de knop geheel naar rechts. Activeer de omvalbeveiliging en controleer of de kous naar de onderste stand gaat.
Herhaal dit een aantal keren. Wanneer de kous niet in de onderste positie komt is deze onjuist gemonteerd en moet de procedure vanaf stap 12 herhaald worden. Trek de draaiknop van de kachel af. 18 Plaats de mantel terug en draai de drie mantelschroe- 17a 17b ven vast. Plaats de draaiknop en de verbrandingskamer terug. Controleer of deze laatste goed recht staat, door deze aan de handgreep even naar links en rechts te schuiven. Sluit de grille. 19 Plaats de gevulde wisseltank terug. Plaats de batterijen 18a 18b in de batterijhouder (let op de plus en min). Na het plaatsen van de wisseltank en de batterijen, moet u 30 minuten wachten voordat u de kachel aanmaakt. 18c 18d 19a 19b
Notice-Facile