MECABLITZ 44 AF-1 DIGITAL - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 44 AF-1 DIGITAL METZ in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 44 AF-1 DIGITAL - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 44 AF-1 DIGITAL van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 44 AF-1 DIGITAL METZ
3.1 Het aanbrengen van de flitser. . . . . . . . . . . . . . 54
3.2 Voeding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
3.3 In- en uitschakelen van de flitser . . . . . . . . . . . 55
3.4 Automatisch uitschakelen / Auto-Off . . . . . . . . 56
4 Led aanduidingen aan de flitser . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
4.1 Aanduiding dat de flitser gereed is . . . . . . . . . . 56
4.2 Aanduiding van de belichtingscontrole . . . . . . . 57
4.3 Aanduiding van de flitsfunctie . . . . . . . . . . . . . 57
5 Flitserfuncties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
5.1 TTL-flitsen met meetflits vooraf. . . . . . . . . . . . . . 57
5.1.2 Met de hand in te stellen correctie in
9.2 Indirect flitsen met de reflectiekaart . . . . . . . . . 64
10 Flitssynchronisatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
10.1 Automatische sturing naar
de flitssynchronisatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
10.2 Normale synchronisatie . . . . . . . . . . . . . . . . 65
10.3 Synchronisatie bij het dichtgaan
van de sluiter (REAR) . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
10.4 Synchronisatie bij lange
belichtingstijden (SLOW) . . . . . . . . . . . . . . . . 66
10.5 Functie van flits vooraf tegen het ‘rode ogeneffect’ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
11 Automatische AF-meetflits . . . . . . . . . . . . . . . . 67 12 Ontsteeksturing (Auto-flash) . . . . . . . . . . . . . . 67 13 Onderhoud en verzorging . . . . . . . . . . . . . . . . 68
13.1 Firmware update . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
13.2 Formeren van de flitscondensator . . . . . . . . . . 68
- 14 Troubleshooting p. 69
- 15 Technische gegevens p. 71
- 16 Accessoires p. 72
- Tabel 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1) p. 149
- Tabel 2: Flitsduur en deelvermogensstappen p. 150
- Tabel 3: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes Voorwoord 1 Veiligheidsinstructies Wij bedanken u voor uw beslissing een Metz-product aan te schaffen. Wij verheugen ons u als klant te kunnen begroeten. Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten, uw flitser in gebruik te nemen. Het is echter lonend om de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dan kunt u leren, zonder problemen met het apparaat om te gaan. Deze flitser is geschikt voor: p. 151
- Digitale Olympus camera's met TTL-flitsregeling en systeemflitsschoen, alsmede de daarmee overeenkomende camera's van Panasonic en Leica. Voor camera’s van andere fabrikanten is de flitser niet geschikt! Sla s.v.p. ook de flap aan het einde van de gebruiksaanwijzing open.
- De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
- In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen enz.) mag de flitser absoluut niet worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
- Fotografeer nooit bestuurders van auto’s, bussen, treinen, fietsers of motorrijders tijdens de rit met een flitser. Door verblinding zouden ze een ongeluk kunnen veroorzaken!
- Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding zijn tot zware storingen in het kijken, tot blindheid aan toe!
- Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
- Stel batterijen / accu’s niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonneschijn, vuur of dergelijke!
- Gooi verbruikte batterijen / accu’s niet in vuur!
- Uit verbruikte batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal daarom verbruikte batterijen altijd uit het apparaat.
- Batterijen kunnen niet worden opgeladen.
- Stel de flitser en het laadapparaat niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
- Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser niet in het handschoenvak van de auto!
- Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geen licht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag niet vuil zijn. Als u hierop niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector kunnen verbranden.
- Raak het venster van de reflector niet aan als u een serie van meerdere flitsen achterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
- Neem de flitser niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparaat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden kunnen worden.
- Bij flitsseries met vol vermogen en korte flitsvolgtijden moet u er op letten, dat u na telkens 15 flitsopnamen een pauze van minstens 10 minuten inlast!
- Bij serieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden wordt de groothoekdiffusor bij zoomstanden van 35 mm en minder, flink heet.
- De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
- Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser vóór gebruik acclimatiseren!
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu’s!
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu’s!
- Lege batterijen niet in vuur werpen ! 2 Dedicated flitsfuncties Dedicated flitsfuncties zijn speciaal op het camerasysteem ingestelde flitsfuncties. Afhankelijk van het type camera worden daarbij verschillende flitsfuncties ondersteund.
- Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera/het display van de camera
- Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd
- Compatibel met het FourThirds - systeem
- Automatisch flitsen / ontsteeksturing
- TTL-flitsfunctie (TTL met meetflits vooraf)
- Automatische invulflitsstiring
- Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting bij TTL
- Synchronisatie bij het open- of dichtgaan va de sluiter (2nd curtain/SLOW2)
- Automatische sturing van de motorische zoomreflector
- Sturing van de AF-meetflits
- Flits vooraf ter vermindering van het 'rode ogen-effect'
- Draadloze TTL-Remote-slave-flitsfunctie
- Wake-Up-functie voor de flitser
- Firmware-update via USB-aansluiting In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het niet mogelijk, alle cameramodellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie daarvoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zelf moeten worden ingesteld! Bij het gebruik van objectieven zonder CPU (bijv. objectieven zonder autofocus) treden ten dele beperkingen op!
Batterij-, c.q. accukeuze De flitser kan naar keuze worden gevoed uit:
- 4 Nikkel-metaal-hydride accu’s 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capaciteit dan de NiCd-accu en zijn minder bezwaarlijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
- 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
- 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.
- 4 NiCd-accu’s, 1,2 V, type IEC KR6 (AA / Penlight), deze bieden zeer korte flitsvolgtijden en zijn spaarzaam in het gebruik omdat ze herlaadbaar zijn.
3.1 Het aanbrengen van de flitser
Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer tot de aanslag tegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in het huis van de flitser verzonken.
- Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
- De gekartelde moer tot de aanslag tegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zodat het oppervlak van de camera niet wordt beschadigd. Flitser van de camera afnemen
Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer tot de aanslag tegen het huis van de flitser draaien.
- Flitser uit de accessoireschoen schuiven.
Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. uit. Verwisselen van de batterijen De accu’s/batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt als de flitsvolgtijd (tijd tussen het ontsteken van een flits met volle energie, bijv. bij M, tot het opnieuw oplichten van de aanduiding dat de flitser gereed is) meer dan 60 sec. duurt.
- Schakel de flitser uit. Druk daarvoor zo lang op de knop tot alle LED–aanduidingen gedoofd zijn.
- Neem de flitser van de camera en schuif het deksel van het batterijvak naar beneden.
- Leg nieuwe batterijen in en schuif het deksel van het batterijvak weer naar boven. Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu’s op de juiste polariteit in overeenstemming met de symbolen in het batterijvak. Verwisselde polen kunnen tot schade aan het apparaat leiden! Explosiegevaar bij verkeerd bedrijf van de batterijen. Vervang de batterijen altijd door dezelfde, hoogwaardige batterijen van één bepaald fabricaat met gelijke capaciteit! Verbruikte batterijen, c.q. accu’s horen niet in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan het milieu en lever de lege batterijen, c.q. accu’s in bij de betreffende verzamelpunten.
3.3 In- en uitschakelen van de
- Druk op toets en schakel de flitser in. De het laatst ingestelde functie wordt ingesteld en de overeenkomstige LED licht op. In de standby-functie knippert de toets rood rot. Om de flitser uit te schakelen drukt u zo lang op de toets dat alle LED-aanduidingen gedoofd zijn. Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd niet te gebruiken, bevelen wij aan om de stroombronnen (batterijen, accu’s) uit het apparaat te nemen.
3.4 Automatische uitschakeling /
AUTO – OFF De flitser is zo ingesteld, dat hij ong. 3 minuten • na het inschakelen,
- na het ontsteken van een flits,
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera,
- na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera... ...naar de standby-functie omschakelt (AUTO – OFF) om energie te sparen en de stroombronnen tegen ontijdig ontladen te beschermen. De toets knippert in de standby–functie De flitser schakelt ong. 1 uur na het laatste gebruik compleet uit
In de slaaffunctie is de automatische uitschakeling niet actief. De het laatst gebruikte instelling blijft na de automatische uitschakeling behouden en staat na het inschakelen direct weer ter beschikking. Druk voor het opwekken van de flitser gedurende 1 sec. op een willekeurige toets of tip de ontspanknop op de camera even aan (Wake-up functie).
Als u de flitser gedurende langere tijd niet nodig heeft, moet hij in principe via de toets uitgeschakeld worden! 4 De LED-aanduidingen aan de flitser
Zodra de condensator van de flitser opgeladen is, licht op de flitser de toets groen op en geeft daarmee aan, dat de flitser paraat is. Dat betekent dat voor de eerstvolgende opname flitslicht kan worden gebruikt. De aanduiding wordt ook naar de camera overgebracht en zorgt daar voor de betreffende aanduiding. Wordt een opname gemaakt voordat in de zoeker van de camera de aanduiding verschijnt dat de flitser paraat is, dan wordt er geen flits ontstoken en de opname verkeerd belicht wanneer de camera reeds naar de flitssynchronisatietijd is omgeschakeld (zie 10). 5 Flitsfuncties
4.2 Aanduiding van de belichtingscontrole
Na een correcte belichting licht de toets ongeveer 3 seconden rod op als de opname in de TTL-flitsfunctie correct werd belicht. Vindt de aanduiding na de opname niet plaats, dan werd deze onderbelicht en moet u het eerstvolgende lagere diafragmagetal instellen (bijv. diafragma 8 in plaats van 11 gebruiken en/of de afstand tot het onderwerp, c.q. bij indirect flitsen het reflecterend vlak, verkleinen) en de opname overmaken.
4.3 Aanduiding van de flitsfunctie
De ingestelde functie wordt door de daartoe aangebrachte LED aangegeven, bijv. TTL-functie.
5.1 TTL-flitsen met meetflits vooraf
De TTL-flitsfunctie met meetflits vooraf is een doorontwikkeling van de standaard TTL-flitsregeling bij analoge camera's. Bij de opname worden, voorafgaand aan de eigenlijke belichting een of meerdere, vrijwel onzichtbare meetflitsen door de flitser ontstoken. Het door het onderwerp gereflecteerde licht van de meetflitsen wordt door de camera geëvalueerd. Overeenkomstig deze gegevensverwerking wordt de dan volgende flitsbelichting door de camera aangepast aan de opnamesituatie (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Afhankelijk van het type camera komen de meetflitsen zo vlak voor de hoofdflits, dat ze praktisch niet van de hoofdflits kunnen worden onderscheiden! De meetflitsen dragen niet bij aan de eigenlijke belichting van de opname. Het instellen
- Schakel de flitser via in;
- druk op de flitser de toets ‘TTL’ in om de TTL-flitsfunctie in te schakelen;
- stel op de camera een overeenkomstige functie in, bijv. P, A, S enz.;
- tip de ontspanknop op de camera even aan zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden. Als de camera de TTL-flitsfunctie met meetflits ondersteunt wordt deze ook door de flitser uitgevoerd. Voor de TTL-flitsfunctie met meetflits is er geen speciale aanduiding.
Bij de meeste cameramodellen wordt in de functies van automatisch geprogrammeerd P en de vari-, c.q. onderwerpsprogramma's de automatische TTL–invulflitsregeling geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met de invulflits kunt u vervelende schaduwen wegwerken en bij tegenlichtopnamen een uitgebalanceerde verlichting tussen onderwerp en achtergrond bewerkstelligen. Een computergestuurd meetsysteem van de camera zorgt voor een geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen.
Let er op dat de tegenlichtbron niet rechtstreeks in het objectief schijnt. Het TTL meetsysteem wordt daardoor misleid! Een instelling of aanduiding voor de automatische TTL-invulflitsfunctie vindt niet plaats. Het instellen
- druk op de flitser de toets ‘TTL’ in om de TTL-flitsfunctie in te schakelen;
- stel op de camera een overeenkomstige functie in, bijv. P, A, S enz.;
- tip de ontspanknop op de camera even aan zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden.
5.1.2 Met de hand in te stellen
(manual) correctie in de TTL–flitsfunctie Deze functie moet op de camera zelf worden ingesteld, zie de gebruiksaanwijzing van uw camera. De flitsbelichtingsautomatiek van de meeste camera’s is afgestemd op een reflectiegraad van 25% gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen). Een donkere achtergrond die veel licht absorbeert of een lichte achtergrond die sterk reflecteert (bijv. bij tegenlichtopnamen), kunnen tot over- c.q. onderbelichting van het onderwerp leiden. Om bovengenoemd effect te compenseren kan de flitsbelichting manual met een correctiewaarde aan de opname worden aangepast. De grootte van de correctiewaarde hangt af van het contrast tussen onderwerp en achtergrond! Tip: Donker onderwerp tegen een lichte achtergrond: Positieve correctiewaarde. Licht onderwerp tegen een donkere achtergrond: Negatieve correctiewaarde.
Correctie op de belichting door het veranderen van de diafragmawaarde aan het objectief is niet mogelijk, omdat de belichtingsautomatiek van de camera de veranderde waarde weer als normaal werkdiafragma ziet.
Een manual correctie op de flitsbelichting in de TTL-flitsfuncties kan alleen dan plaatsvinden, als de camera deze instelling ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Vergeet niet de correctie op de TTL-flitsbelichting na de opname op de camera weer uit te zetten!
Sterk reflecterende details in het onderwerp kunnen storend werken op de belichtingsautomatiek van de camera. De opname wordt dan te krap belicht. Verwijder die sterk reflecterende delen of stel een positieve correctiewaarde in.
5.2 Manual flitsfunctie
In de manual flitsfunctie M, wordt er, tenzij u een deelvermogen hebt ingesteld, door de flitser een flits met volle energie ontstoken. De aanpassing aan de opnamesituatie kan bijv. door de diafragma59
6 Motorisch gestuurde zoomhoofdreflector instelling op de camera of door de keuze van een geschikt, met de hand in te stellen deelvermogen plaatsvinden. Het instelbereik loopt van P 1/1 tot P1/64. Het instellen
- Schakel de flitser via de toets in;
- druk op de toets ‘M’ om de manual functie M in te stellen; Manual deelvermogen In de manual flitsfunctie M kan een deelvermogen worden ingesteld. Het instellen
- druk zo vaak op de toets M op de flitser dat de LED het gewenste deelvermogen 1/1, 1/2, 1/8, c.q. 1/64 aangeeft. De instelling treedt onmiddellijk in werking en wordt automatisch opgeslagen. Sommige camera’s ondersteunen de manual flitsfunctie M alleen als op de camera de functie manual M ingesteld is! De motorisch gestuurde zoomhoofdreflector van de flitser kan aan de brandpuntsafstanden van de objectieven vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat) worden aangepast. Door het gebruik van de geïntegreerde groothoekdiffusor wordt de uitlichting uitgebreid tot 12 mm. Auto-Zoom Als de flitser gebruikt wordt op een camera die de gegevens van de brandpunts-afstand van het objectief doorgeeft past de zoomstand van de reflector zich automatisch daaraan aan.
De automatische aanpassing vindt niet plaats als de zoomhoofdreflector gezwenkt is en als de groothoekdiffusor of een Mecabounce (accessoire) wordt gebruikt. De automatische aanpassing vindt plaats bij brandpuntsafstanden vanaf 24 mm. Als een objectief met een brandpuntsafstand van minder dan 24 mm wordt gebruikt, dan knippert de LED-toets van
6.2 Mecabounce 52-90
de ingestelde functie als waarschuwing, dat de opname niet volledig kan worden uitgelicht. Gebruik dan de groothoekdiffusor . Als de Mecabounce (accessoire; zie 16) op de zoomhoofdreflector is aangebracht wordt deze automatisch in de vereiste stand gestuurd.
6.1 Groothoekdiffusor
Met de geïntegreerde groothoekdiffusor kunnen brandpuntsafstanden vanaf 12 mm (kleinbeeldformaat) worden uitgelicht. Trek de groothoekdiffusor uit de hoofdreflector tot de aanslag naar voren en laat hem los. De groothoekdiffusor klapt nu automatisch naar beneden. De zoomhoofdreflector wordt automatisch naar de vereiste stand gestuurd. Het automatisch aanpassen van de motorisch gestuurde zoomhoofdreflector vindt niet plaats bij gebruik van de groothoekdiffusor . Voor het inschuiven van de groothoekdiffusor deze 90º naar boven klappen en geheel inschuiven. De automatische aanpassing van de zoomhoofdreflector vindt niet plaats bij gebruik van de Mecabounce.
Het gelijktijdig gebruiken van de groothoekdiffusor met de Mecabounce is niet mogelijk.
7 Remote slaaffunctie „SL“ De flitser is als slaafflitser compatibel met het draadloze Olympus RC-flits-systeem (RC = Remote-Control, c.q. remote-functie). Hier bij kunnen een of meer flitsers door een master- c.q. controllerflitser op de camera (bijv. mecablitz 58 AF-1O digital) of door de in de camera ingebouwde masterflitser draadloos op afstand worden gestuurd. Bij de slaafflitser 44AF-1 zijn altijd de slaafgroep A en alle remote-kanalen 1, 2, 3, en 4 ingesteld. De slaafflitsers moeten voor de remotefunctie met hun ingebouwde sensor het licht van de master-, c.q. controllerflitser kunnen ontvangen.
Afhankelijk van het type camera kan ook de in de camera ingebouwde flitser als master- c.q. controllerflitser werken. Verdere aanwijzingen voor de instellingen aan de master-, c.q. controllerflitser kunt u vinden in de gebruiksaanwijzing van uw camera.
Het instellen voor de remote-slaaffunctie
- schakel de flitser met de toets in;.
- druk op de flitser op de toets ‘SL’ om de remote-slaaffunctie in te stellen; De instelling treedt onmiddellijk in werking en wordt automatisch opgeslagen. Het testen van de remote-flitsfunctie
- zet de slaafflitsers neer waar u ze later voor de opname wil hebben. Gebruik voor het opstellen van de slaafflitser een flitservoet S60 (accessoire);
- wacht tot alle slaafflitsers gereed zijn om te flitsen. Is een slaafflitser klaar voor flitsen, dan knippert zijn AF–meetflits ;
- druk bij de master- c.q. controllerflitser op de toets voor flitsontsteking met de hand en ontsteek daarmee een proefflits. De slaafflitsers antwoorden met een proefflits. Als een slaafflitser geen flits ontsteekt, corrigeer dan de positie van die slaafflitser zo, dat deze het licht van de master- c.q. controllerflitser kan ontvangen. 8 Instellicht („ML“) Het instellicht kan alleen worden ontstoken als de camera die functie aanbiedt. Bij het instellicht (ML = Modelling Light) gaat het om een stroboscopisch flitslicht met hoge frequentie. Bij een duur van ong. 3 seconden ontstaat de indruk van quasi-continulicht. Met het instellicht kunnen de lichtverdeling en schaduwvorming reeds voorafgaand aan de opname worden beoordeeld. Het instellicht wordt vanuit de camera aangestuurd. 9 Flitstechnieken
Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en een anders nadrukkelijke schaduw gemilderd. Bovendien wordt natuurkundig bepaalde lichtafval van voornaar achtergrond verminderd. Om indirect te kunnen flitsen kan de hoofdreflector van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt. Ter voorkoming van kleurzwemen in de opnamen moet het reflecterende vlak neutraal van kleur, c.q. wit zijn. Let er bij het zwenken van de hoofdreflector op dat hij voldoende ver uitgezwenkt wordt zodat er geen rechtstreeks flitslicht uit de hoofdreflector meer op het onderwerp kan vallen. Zwenk daarom minstens tot de 60° klikstand. Bij gezwenkte hoofdreflector vindt er in het display geen aanduiding voor de reikwijdte meer plaats! Als de kop van de hoofdreflector gezwenkt wordt, wordt deze naar een stand van groter dan / gelijk aan 70 mm gestuurd, zodat er geen rechtstreeks strooilicht op het onderwerp kan vallen.
9.2 Indirect flitsen met een
reflectiekaart worden naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Sommige camera’s hebben een synchronisatiebereik van bijv. 1/60 s. tot 1/250 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke synchronisatietijd de camera dan instelt hangt af van de er op ingestelde functie, van de helderheid van de omgeving en van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief. Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen flitssynchronisatie (zie 10.3 en 10.4) wel worden gebruikt. Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectiekaart kunnen bij personen spitslichtjes in de ogen worden verkregen:
- Zwenk de reflectorkop 90° naar boven.
- Trek de reflectiekaart samen met de groothoek-diffusor boven uit de reflectorkop naar voren.
- Houd de reflectiekaart vast en schuif de groothoekdiffusor terug in de reflectorkop.
10 Flitssynchronisatie
10.1 Automatische sturing naar de
flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camera en de daarop ingestelde camerafunctie wordt, zodra de flitser opgeladen is de belichtingstijd omgeschakeld naar de flitssynchronisatietijd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen niet worden ingesteld, c.q.
Bij camera’s met centraalsluiter vindt geen automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd plaats. Daardoor kan met alle belichtingstijden worden geflitst. Als u het volle vermogen van de flitser nodig hebt, kan u beter geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s. kiezen.
10.2 Normale synchronisatie
Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichtingstijd ontstoken (= synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). Deze normale synchronisatie is de standaardfunctie en wordt door alle camera’s uitgevoerd. Hij is geschikt voor de meeste flitsopnamen. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde camerafunctie de ingestelde belichtingstijd naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijden tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser verschijnt er voor deze functie geen aanduiding.
10.3 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)
Sommige camera’s bieden de mogelijkheid tot synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR). Daarbij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken. Dit is vooral geschikt bij belichtingen met een langere belichtingstijden (> 1/30 s.) en bewegende onderwerpen die een eigen lichtbron voeren, omdat die bewegende onderwerpen dan een lichtstaart achter zich trekken in plaats van - zoals bij synchronisatie bij het opengaan van de sluiter - voor zich opbouwen. Zo wordt bij bewegende lichtbronnen een ‘natuurlijker’ weergave van de opnamesituatie verkregen! Afhankelijk van de er op ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden in dan de flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera’s is in bepaalde functies (bijv. bepaalde vari-, c.q. onderwerpsprogramma’s of bij een functie met flits vooraf tegen het ‘rode ogen-effect’ de REAR-functie niet mogelijk. De REAR–functie kan dan niet worden gekozen, c.q. wordt automatisch uitgeschakeld of niet uitgevoerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De REAR-functie moet op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser wordt de REAR-functie niet aangegeven
10.4 Synchronisatie bij lange
belichtingstijden (SLOW)
10.5 Functie van flits vooraf tegen
het ‘rode ogen-effect’ Bij de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW komt de beeldachtergrond bij een lage omgevingshelderheid beter uit. Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aan de omgevingshelderheid zijn aangepast. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden ingesteld die langer dan de flitssynchronisatietijd zijn (bijv. belichtingstijden tot aan 30 seconden). Bij enkele cameramodellen wordt de synchronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde onderwerpsprogramma’s (bijv. het nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd, c.q. kan op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser hoeft niets te worden ingesteld en er verschijnt ook gaan aanduiding voor deze functie. Het ‘rode ogen-effect’ treedt op, als de te fotograferen persoon meer of minder recht in de camera kijkt, de omgeving donker is en de flitser zich dicht bij de camera bevindt. De flitser heldert dan door de pupil heen, de achtergrond van het oog op. Sommige camera’s beschikken over een functie van flits vooraf tegen het ‘rode ogen-effect’. Daarbij leiden een of meer meerdere flitsen vooraf ertoe, dat de pupillen van de personen zich wat sluiten en daardoor het effect van de rode ogen verkleinen. Het instellen voor de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW moet op de camera plaatsvinden (zie de ge-bruiksaanwijzing van de camera)! Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om onscherpte door bewegen van de camera te voorkomen!
Bij sommige camera’s ondersteunt de functie van flits vooraf alleen de in de camera ingebouwde flitser, c.q. een schijnwerpertje in de camera-body. Het instellen van de flits vooraf moet op de camera worden gedaan (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Bij gebruik van de functie van flits vooraf is synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) niet mogelijk! Op de flitser hoeft voor deze functie niets te worden ingesteld en er komt ook geen aanduiding voor. 11 Automatische AF-meetflits Zoomobjectieven met een lage grootste opening beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms behoorlijk! Verschillende cameramodellen ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een niet-centrale sensor wordt gekozen, dan wordt de AF-meetflits van de camera niet geactiveerd! Zodra de omgeving zo donker is dat automatisch scherpstellen niet meer mogelijk is, wordt door de camera automatisch de AF-meetflits in de flitser geactiveerd. Daarbij wordt een streeppatroon op het onderwerp geprojecteerd waarop de camera dan scherp kan stellen. De reikwijdte bedraagt ong. 6 m ... 9 m (bij standaardobjectief 1,7/50 mm). Vanwege de parallax tussen objectief AF-meetflits in de flitser bedraagt de dichtbij instelgrens met AF-meetflits ong. 0,7 m tot 1 m. Om de AF-meetflits door de camera te laten activeren, moet daarop de auto-focusfunctie ‘Single AFingesteld zijn en moet de flitser opgeladen zijn. Sommige camera’s ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. De AF-meetflits van de flitser wordt dan niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera’s; zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! 12 Ontsteeksturing (Auto-Flash)
Is er voor een opname voldoende omgevingslicht dan verhinderen sommige camera’s het ontsteken van een flits. Bij het opnemen wordt dan geen flits ontstoken. De ontsteeksturing werkt bij verschillende camera’s alleen in de functie geheel automatisch geprogrammeerd of in programma ‘P’, c.q. moet op de camera worden geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
13 Onderhoud en verzorging Verwijder vuil en stof met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel – de kunststofonderdelen zouden beschadigd kunnen worden.
De firmware van de flitser kan via de USB bus geactualiseerd en in een technisch kader worden aangepast aan toekomstige camera’s (Firmware-Update). Controleren van de softwareversie
- Houd op de flitser de toets ‘TTL’ ingedrukt en druk tegelijkertijd op de toets Op de flitser knippert de toets ‘M’ alsook de LED voor het deelvermogen 1/1 en 1/64. De knipperinterval geeft de softwareversie aan, bijv. 1/1 LED knippert 1 maal en de 1/64 LED knippert 3 maal, dan is de softwareversie 1.3 geïnstalleerd. Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage: www.metz.de
13.2 Formeren van de flitscondensator
De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering, als het apparaat gedurende een langere tijd niet wordt ingeschakeld. Het is daarom noodzakelijk, de flitser eens per kwartaal gedurende 10 min. in te schakelen. De voeding moet daarbij zo veel energie leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschakelen oplicht. 14 Troubleshooting Mocht het eens voorkomen dat de flitser niet zo functioneert als u op grond van de instellingen zou mogen verwachten, schakel hem dan voor ong. 10 seconden uit met de toets Controleer of de flitser goed in de accessoireschoen van de camera zit en kijk de instellingen van de camera na. Vervang de batterijen, c.q. de accu’s tegen nieuwe, c.q. vers opgeladen accu’s! De flitser zou nu na het inschakelen weer ‘normaal’ moeten functioneren. Als dit niet het geval is, ga er dan mee naar uw fotohandelaar. Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen kunnen optreden. Onder elk punt zijn mogelijke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.
De AF-meetflits van de flitser wordt niet geactiveerd.
- De flitser is niet paraat.
- De camera staat niet in de functie „Single AF“.
- De camera ondersteunt alleen de eigen, interne AF-meetflits.
- Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor wordt gekozen, wordt de AF-meetflits in de flitser niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor! De stand van de zoomreflector wordt niet automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objectief.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU. Ontspankop op de camera aantippen!
- De hoofdreflector is uit zijn standaard positie gezwenkt.
- De groothoekdiffusor is voor de hoofdreflector geklapt.
- Voor de hoofdreflector is een Mecabounce aangebracht. De automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd vindt niet plaats.
- De camera werkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera’s). Er hoeft daarbij geen omschakeling naar een flitssynchronisatietijd plaats te vinden.
- De camera werkt met een langere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie wordt daarbij niet naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De opnamen vertonen aan de onderzijde een schaduw.
- Door de parallax tussen objectief en flitser kan het onderwerp in het dichtbijbereik, afhankelijk van de brandpuntsafstand, aan de onderzijde van het beeld niet geheel worden uitgelicht. Zet de groothoekdiffusor voor de reflector.
De opname zijn te donker.
- Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen vermindert de reikwijdte van de flits.
- Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor wordt het meetsysteem van de camera, c.q. van de flitser beïnvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in. De opnamen zijn te licht.
- Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand moet worden aangehouden om overbelichting te vermijden. De minimumafstand tot het onderwerp moet minstens 10% bedragen van de maximale reikwijdte van het flitslicht. 15 Technische gegevens Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm: in het metersysteem: 44 in het feet-systeem: 144 Flitsfuncties: Standaard-TTL ontblood van meetflits vooraf, Manuell M, Remote–slaafflitsfunctie Met de hand instelbare deelvermogens: P1/1; P1/2; P1/8; P1/64 Flitsduur (zie Tabel 2 S. 150): Kleurtemperatuur: Ong. 5.600 K Synchronisatie: Laagspannings-IGBT-ontsteking Aantallen flitsen: ong. 220 met super alkalimangaanbatterijen ong. 270 met NiMH-accu (2100 mAh) ong. 450 met lithiumbatterijen . (telkens met vol vermogen) Flitsvolgtijd bij telkens vol vermogen: ong. 3 s - 4 s. Uitlichting van de motorisch gestuurde zoomhoofdreflector: vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36). vanaf 12 mm met ingebouwde groothoekdiffusor (kleinbeeldformaat 24 x 36). Zwenkbereiken en klikstanden van de reflectorkop: Verticaal: 60° 75° 90° Horizontaal tegen de wijzers van de klok in: 60° 90° 120° 150° 180° Horizontaal met de wijzers van de klok mee: 60° 90° 120° Afmetingen in mm (B x H x D): Ong. 73 x 128 x 105 Gewicht : Ong. 425 g incl. stroombronnen Levering omvat: Flitser met geïntegreerde groothoekdiffusor en reflectorkaart, gebruiksaanwijzing.
16 Bijzondere toebehoren Afvoeren van de batterijen Voor foute werking van en schades aan de mecablitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zijn wij niet aansprakelijk.
- Mecabounce 52-90 (Bestelnr. 000052909) Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werking is verbluffend, omdat de foto’s een zacht effect krijgen. De gelaatskleur van personen wordt natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijdte wordt ongeveer de helft korter.
- Reflexschirm 58-23 (Bestellnr. 000058235) Verzacht door zijn zachte, gerichte licht, harde slagschaduwen.
- Opzetvoetje voor flitsers S60 (Bestelnr. 000000607) voetje om flitsers als slaaf in op te stellen
- Tas T58 (Bestelnr. 000006581) Batterijen horen niet bij het huisvuil. S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven. S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu’s afgeven. Batterijen / accu’s zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat – de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren. Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt. Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled kunnen worden en dus geschikt zijn voor hergebruik. Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd. Breng dit apparaat naar een van de plaatselijke verzamelpunten of naar een kringloopwinkel. Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen. Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen !
Opmerking: In het kader de CE-markering werd bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.
Notice-Facile