SCARABEO 125 IE - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SCARABEO 125 IE APRILIA in PDF-formaat.

Page 1
Bekijk de handleiding : Français FR Ελληνικά EL Suomi FI Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : APRILIA

Model : SCARABEO 125 IE

Categorie : Scooter

Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCARABEO 125 IE - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCARABEO 125 IE van het merk APRILIA.

GEBRUIKSAANWIJZING SCARABEO 125 IE APRILIA

APRILIA WOULD LIKE TO THANK YOU for choosing one of its products. We have drawn up this booklet to provide a comprehensive overview of your vehicle's quality features. Please read it carefully before riding the vehicle for the first time. It contains information, tips and precautions for using your vehicle. It also describes features, details and devices to assure you that you have made the right choice. We believe that if you follow our suggestions, you will soon get to know your new vehicle well and will use it for a long time at full satisfaction. This booklet is an integral part of the vehicle, and should the vehicle be sold, it must be transferred to the new owner. APRILIA WIL U BEDANKEN omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.

SCARABEO 125 i.e - 200 i.e.

The instructions in this booklet have been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; it also describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende Aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende Aprilia Garage.

Persoonlijke veiligheid

Failure to completely observe these instructions will result in serious risk of personal injury.

Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aanricht aan de natuur.

Staat van het voertuig

The incomplete or non-observance of these regulations leads to the risk of serious damage to the vehicle and sometimes even the invalidity of the guarantee.

Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben.

The symbols illustrated above are very important. They are used to highlight parts of the booklet that should be read with particular care. The different symbols are used to make each topic in the manual simple and quick to locate. Before starting the engine, read this booklet carefully, particularly the "SAFE RIDING" section. Your safety as well as other's does not only depend on the quickness of your reflexes and agility, but also on how well you know your vehicle, the state of maintenance of the vehicle itself and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master it given any riding condition. IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and must be handed to the new owner in the event of sale.

Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich in alle situaties veilig en beheersd kan bewegen. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.

VOERTUING Plaats van de hoofdcomponenten Legenda Analoog instrumentenpaneel Digitaal display MODE- toets Sleutelschakelaar Inschakeling van het stuurslot Schakelaar richtingaanwijzers Drukknop claxon Koplampschakelaar Startknop Selectie lokalisaties Stopcontact Opening van het zadel Identificatie Penen van de koffer voor Tassenhaak GEBRUIK Controles Tanken Regeling van de schokdempers Inrijden Starten des motors Voorzorgsmaatregelen Moeilijke start Het stilleggen van de motor Katalysator Standaard Tips tegen diefstal Het veilig rijden 5

7 10 11 13 19 21 21 22 23 24 24 25 25 26 27 27 29 29 31 32 34 37 38 41 45 50 50 53 54 54 55

MAINTENANCE 63 Engine oil level 64 Engine oil level check 65 Engine oil top-up 68 Warning light (insufficient oil pressure) 69 Engine oil change 69 Hub oil level 70 Tyres 71 Spark plug dismantlement 74 Removing the air filter 78 Air filter cleaning 79 Cooling fluid level 81 Checking the brake oil level 87 Battery 90 Use of a new battery 97 Long periods of inactivity 98 Fuses 99 Lamps 103 Front light group 105 Headlight adjustment 108 Front direction indicators 109 Rear optical unit 111 Number plate light 113 Rear-view mirrors 113 Front and rear disc brake 114 Periods of inactivity 117 Cleaning the vehicle 119 Transport 123 TECHNICAL DATA 125 Kit equipment 130 PROGRAMMED MAINTENANCE 133 Scheduled maintenance table 134 SPECIAL FITTINGS 143 Sidestand 144 Luggage rack 144 Windscreen 145

ONDERHOUD 63 Peil van de motorolie 64 Controle van het peil van de motorolie 65 Het bijvullen van motorolie 68 Signaleringslampje (onvoldoende oliedruk) 69 Vervanging van de motorolie 69 Oliepeil van de naaf 70 Banden 71 Demonteren van de bougie 74 Demonteren van het luchtfilter 78 Reiniging van de luchtfilter 79 Peil van de koelvloeistof 81 Controle van het oliepeil van de remmen 87 Accu 90 Inwerkingstelling van een nieuwe accu 97 Lange stilstand 98 Zekeringen 99 Lampen 103 Voorste optische groep 105 Regeling van de koplamp 108 Voorste richtingaanwijzers 109 Achterste optische groep 111 Nummerplaatlicht 113 Achteruitkijkspiegels 113 Schijfrem vooraan en achteraan 114 Stilstand van het voertuig 117 Reinigen van het voertuig 119 Vervoer 123 TECHNISCHE GEGEVENS 125 Bijgeleverde gereedschappen 130 GEPLAND ONDERHOUD 133 Tabel van het geprogrammeerd onderhoud 134 SPECIALE UITRUSTINGEN 143 Laterale standaard 144 Bagagedrager 144 Windscherm 145

Plaats van de hoofdcomponenten (01_02)

LEGENDE: 1. Expansievat

2. Dop van het expansievat van de koelvloeistof

1 Vehicle / 1 Voertuing

10. Hoofdzakelijke en secundaire zekeringenhouder

18. Rechter achteruitkijkspiegeltje

19. Vloeistoftank van de voorrem 20. Opbergruimte

21. Schakelaar ontsteking/ stuurslot/ opening van het zadel

24. Vuldop voor de motorolie

Legende 1. Elektrische commando's op de linker kant van het stuur

2. Hendel van de achterrem

3. Front brake lever

3. Hendel van de voorrem

5. Elektrische commando's op de rechter kant van het stuur

6. Ignition switch / steering lock (ON OFF - LOCK) / saddle opening

6. Schakelaar van de ontsteking / stuurslot (ON - OFF - LOCK) / opening zadel

7. Instrumenten en indicators

Analoog instrumentenpaneel (01_04)

Legende 1. Blauwe controlelamp van het groot licht

2. Green turn indicator warning light 3. Fuel gauge 4. Orange low fuel warning light

2. Groene controlelamp van de richtingaanwijzers 3. Indicator van het brandstofpeil

6. Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof

8. Red oil pressure warning light 9. Multifunction indicator: total odometer (ODO) / two trip odometers (ODO I - ODO II) / battery voltage / external temperature with ice indication (ice icon illuminates at temperatures below 4°C (39.2°F)) 10. Service indicator 11. Digital clock 12. Electronic fuel injection check warning light (red)

7. Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof 8. Rode controlelamp van de oliedruk 9. Multifunctionele indicator: kilometerteller totaal (ODO) / twee kilometertellers partieel (ODO I - ODO II) / accuspanning / externe tempertuur met ijsaanduiding (oplichting van de ijsicoon bij temperaturen van minder dan 4°C (39.2°F) 10. Indicator servicebeurt 11. Digitale klok

Controlelamp van het groot licht «1»

Turns on when the front headlamp highbeam bulb is activated or when the highbeam light is flashed (PASSING).

Deze licht op wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING).

Turn indicator warning light «2»

Controlelamp van de richtingaanwijzers «2»

Flashes when in right or left turning mode. If the turn indicator breaks down, the warning light flashing frequency doubles. Replace light bulb if this occurs.

Knippert wanneer het signaal voor het rechts of links afslaan in functie is. Wanneer een richtingaanwijzer stukgaat, verdubbelt de snelheid van het knipperen van de controlelamp. In dit geval moet het lampje vervangen worden.

Indicator van het brandstofpeil «3»

Shows the approximate fuel level in the tank.

Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.

Deze licht op wanneer er in de brandstoftank ongeveer 2 liter brandstof overblijft.

In dit geval moet men zo vlug mogelijk tanken.

Duidt de rijsnelheid aan.

Coolant high temperature warning light «6»

Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof «6»

Turns on when the coolant temperature indicator reaches very high values. Stop the engine at once and check the coolant level.

Deze licht op wanneer de indicator van de temperatuur van de koelvloeistof te hoge waarden bereikt. Leg onmiddellijk de motor stil en controleer het peil van de koelvloeistof.

Coolant temperature gauge «7»

Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «7»

CAUTION IF THE TEMPERATURE EXCEEDS THE MAXIMUM ALLOWED FOR A

Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvloeistof in de motor. Wanneer het wijzertje zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de werkingstemperatuur normaal. Wanneer de streep zich niet in de centrale positie bevindt, mag het voertuig niet excessief belast worden. Wanneer de wijzer de laatste streep bereikt, legt men de motor stil en controleert men het peil van de koelvloeistof.

LET OP WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTANE TEMPERATUUR VOOR EEN LANGE PERIODE WORDT OVERSCHREDEN, KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.

Engine oil pressure warning light «8» Displayed to indicate low engine oil pressure. If this occurs, stop the engine at once and contact an Official aprilia Dealer. With engine off, the warning light is always on. If it turns off, there is a failure in the sensor or the connections. The warning light must go off after the engine starts.

Controlelamp van de druk van de motorolie «8» Deze verschijnt om te melden dat de druk van de motorolie onvoldoende is. In dit geval legt men onmiddellijk de motor stil, en wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer. Wanneer de motor uitstaat is de controlelamp steeds aan; wanneer ze uit blijkt, is er een onregelmatigheid aanwezig aan de sensor of aan de verbindingen. De controlelamp moet uitgaan nadat de motor wordt gestart.

Multifunctionele indicator «9»

Geeft de totaal afgelegde afstand (ODO) of de twee partiële hodogrammen (ODO I-ODO II) of de accuspanning of de omgevingstemperatuur weer.

Wanneer het voertuig wordt gestart, na de ontstekingscheck en wanneer minder dan 300 Km (186 mijl) ontbreekt tot de volgende servicebeurt, begint de relatieve icoon onmiddellijk te knipperen voor 5 seconden, en moet ze daarna uitgaan.

1 Vehicle / 1 Voertuing

De icoon licht op bij 1.000 Km (621 mi), 10.000 Km (6,215 mi), 20.000 Km (12,430 mi) en bij de volgende veelvouden van 10.000 Km (6,215 mi). Wanneer de kilometerstand van de servicebeurt wordt bereikt, blijft de icoon vast oplichten tot de nulstelling ervan wordt uitgevoerd.

Geeft de uren en de minuten weer.

Electronic fuel injection check warning light «12»

Controlelamp van de elektronische benzine-injectie «12»

Turns on for about three seconds every time the ignition switch is set to «ON» and the engine does not start; this tests the injection system operation. The warning light should turn off as soon as the engine is started.

Deze licht op voor ongeveer drie seconden, elke keer de ontstekingsschakelaar op «ON» geplaatst wordt en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van het injectiesysteem. De controlelamp moet uitgaan wanneer de motor wordt gestart.

Regeling van de klok

Wanneer op het multifunctioneel display «1» de functie van de kilometers totaal (ODO) wordt weergegeven, moet voor langer dan drie seconden op de toets MODE «2» gedrukt worden. De twee puntjes die de uren en de minuten scheiden, beginnen te knipperen. Voer de regeling van de uren uit door de aangeduide waarde te verhogen bij elke druk op de toets MODE «2». Druk weer op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de regeling van de minuten. De aangeduide waarde wordt verhoogd bij elke druk op de toets MODE «2». Door op de toets MODE «2» te drukken voor langer dan drie seconden, wordt teruggekeerd naar de regeling van de uren. Wanneer geen enkele toets wordt geactiveerd voor drie seconden, verlaat het display automatisch de functie van de regeling van de klok.

Press the MODE button «2» to shift the instrument panel display.

Door de drukknop MODE «2» te drukken, wordt de switch van het dashboard uitgevoerd.

ON «A»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.

OFF «B»: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen. OPEN «C»: De motor en de lichten kunnen niet in werking gesteld worden. De helmruimte kan geopend worden. LOCK «D»: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.

Locking the steering wheel (01_10)

Inschakeling van het stuurslot (01_10)

Drai het stuur volledig naar links. Draai de sleutel «2» in positie «OFF»

Druk op de sleutel «2» en draai hem in tegenwijzerszin (naar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK» wordt geplaatst. Verwijder de sleutel.

Switch direction indicators (01_11)

Schakelaar richtingaanwijzers (01_11)

Move the switch «3» to the left, to indicate a left turn; move the switch «3» to the right, to indicate a right turn. Press the central part of the switch 3 to deactivate the turn indicator.

Verplaats schakelaar «3» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats schakelaar «3» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk centraal op de schakelaar «3» om de richtingaanwijzer te desactiveren.

Door op drukknop «2» te drukken, activeert men de akoestische melder.

Wanneer de omleider van de lichten «4» zich in positie «A» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; in positie «B» wordt het dimlicht geactiveerd.

Door op de drukknop PASSING te drukken, wordt de knippering van het groot licht geactiveerd.

Door op de drukknop te drukken doet de startmotor de motor draaien.

ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"

Selectie lokalisaties (01_15)

The control unit may have two different "mappings":

De centrale heeft twee verschillende "lokalisaties":

- ECO is for a low engine performance mapping to obtain low fuel consumption.

- ECO is een lokalisatie met mindere prestaties van de motor om het brandstofverbruik te beperken.

- SPORT is een lokalisatie met maximale prestaties van de motor ten koste van het brandstofverbruik. De omschakeling van een lokalisatie naar de andere kan op elk ogenblik uitgevoerd worden.

Binnenin de helmruimte is een stroomstopcomntact van 12V «4» voorzien. Het stroomstopcontact kan gebruikt worden voor het voeden van gebruiksvoorwrpen met een maximum vermogen van 180 W (GSM, inspectielamp, enz.).

Opening van het zadel (01_17, 01_18)

To unlock the saddle:

Om het zadel te blokkeren:

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Plaats de sleutel in de sleutelschakelaar. Draai de sleutel «4» in tegenwijzerszin. Hef het zadel «5» op. Om het zadel te blokkeren, doet men het dicht en drukt men er op (zonder te forceren), en laat men het slot klikken.

Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.

The chassis number can be used to order spare parts.

Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.

Het framenummer is gedrukt op de centrale buis van het frame. Voor de lezing is het nodig om het aangeduide dopje te verwijderen.

Het motornummer is gedrukt in de nabijheid van de onderste steun van de achterste schokdemper.

BEFORE LOCKING THE COVER, MAKE SURE THAT THE KEY HAS NOT BEEN LEFT INSIDE THE GLOVE-BOX.

Penen van de koffer voor (01_21) Dit bevindt zich onder het stuur, intern de beschermingsplaat; Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden: • •

Plaats de sleutel «1» in het slot. Draai de sleutel in wijzerszin, trek er aan, en open het deurtje «2».

N.B. VOORALEER MEN HET DEURTJE BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET HEEFT VERGETEN IN DE OPBERGRUIMTE.

De lasthaak «1» bevindt zich vooraan onder het zadel.

Voorste en achterste schijfrem

het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controleer de slijtage van de pastilles. Indien nodig laat men remvloeistof bijvullen. Remhendels

Smeer indien nodig bewegingsplaatsen.

Controleer of hij zacht werkt en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur.

Controleer de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade.

Controleer of het draaien homogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt.

Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen.

Check that the clamping elements are not loose. Adjust or tighten them as required.

Controleer of ze zacht werken.

Smeer indien nodig koppelingen en bewegingsplaatsen.

Check the coolant level and refill if necessary. Check the circuit for leaks or obstructions.

Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zijn. Stel ze af of sluit ze eventueel.

Controleer het peil, en tank indien nodig. Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit. Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop.

Het vloeistofpeil in het expansievat moet zich tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevinden.

Lichten, controlelampen, controlelamp van de injectie, akoestische melder en elektrische mechanismen

Controleer de correcte werking van de akoestische en visieve mechanismen. Vervang de lampjes of grijp in bij schade.

Controleer de correcte werking

DO NOT ADD ADDITIVES OR ANY OTHER SUBSTANCES TO THE FUEL. WHEN USING A FUNNEL OR ANY OTHER ELEMENT, MAKE SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.

VAN KINDEREN Gebruik loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). Voor het tanken van brandstof, handelt men als volgt: • • • •

Hef het zadel op. Draai de dop van de brandstoftank «1» los en verwijder hem. Voer het tanken van brandstof uit. Plaats dop «1» opnieuw.

VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN AAN DE BRANDSTOF TOE. WANNEER EEN TRECHTER OF IETS ANDERS WORDT GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT SCHOON WORDEN.

Laat de olie en de oliekeerring van de voorste ophanging controleren op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.

Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelasting van de veer van de schokdemper).

Rotatie van de moer naar A: de voorbelasting van de veer verhoogt. De inrichting van het voertuig is harder. Te gebruiken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier.

Turn the ring nut in direction B: Decrease spring preloading. The vehicle suspension is very soft. To be used on uneven roads and when riding without passenger.

Rotatie van de moer naar B: de voorbelasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier.

De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode.

CAUTION Men moet zich houden aan de volgende indicaties: • •

Draai het gashandvat niet helemaal bij lage regimes tijdens het inrijden, en ook niet erna. 0-100 km (0-62 mijl) Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschijf toe te staan. 0-500 km (0-312 mi) Tijdens de eerste 500 km (312 mi) rijdt men niet harder dan 80% van de voorziene maximum snelheid. Vermijdt om lang een constante snelheid aan te houden. Na de eerste 1000 km (625 mi), verhoogt men geleidelijkaan de snelheid tot men de maximale prestaties bereikt.

Voor de start van de motor moet het voertuig op de centrale standaard geplaatst worden. Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van de dimlichten bevindt.

Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te activeren. Wanneer dit niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor zal niet starten.

Houd minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.

Laat het gashandvat los, activeer de achterrem, en laat het voertuig op de standaard rusten. Ga op het voertuig zitten, voor de stabiliteit, en hou minstens één voet op de grond. Regel de helling van de achteruitkijkspiegeltjes op correcte wijze.

Laat de remhendel los en geef gas door traag aan het gashandvat (Pos. B) te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden.

Moeilijke start (02_10)

Press the starter button «7» and make the starter motor turn for about five seconds, without accelerating.

Druk op de startknop «7» en laat de startmotor draaien voor ongeveer vijf seconden, zonder gas te geven.

If due to particularly low temperatures the engine fails to start at the first attempt, slightly accelerate, press the starter button and release it as soon as the engine starts. Keep engine accelerated for a couple of seconds and afterwards release the handle grip.

In het geval de scooter bij een zeer lage temperatuur niet bij de eerste poging start, op de startknop drukken en deze direct loslaten wanneer de motor start. Een paar seconden gas geven en dan het gashandvat loslaten.

START NA EEN LANGE INACTIVITEIT Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn.

In dit geval handelt men als volgt:

Press the starter motor «7» for about ten seconds.

Druk op de startknop «7» voor ongeveer tien seconden.

Stopping the engine (02_11, 02_12)

Het stilleggen van de motor (02_11, 02_12)

Laat het gashandvat los (pos. A) en activeer geleidelijk aan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen. Tijdens een momentele pauze houdt men minstens één rem ingetrokken.

Het voertuig stilleggen.

Draai aan de sleutel «2», plaats de ontstekingsschakelaar «1» op «OFF». Plaats het voertuig op de standaard.

Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel «2».

Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieden:

- the removal of any device or element belonging to a new vehicle or any other action by anyone leading to render it nonoperating, if not for maintenance, repair or replacement reasons, in order to control noise emission before the sale or delivery of the vehicle to the ultimate buyer or while it is used; and - using the vehicle after that device or part has been removed or made non-operating. Check the muffler/exhaust silencer and the silencer pipes, make sure there are no signs of rust or holes and that the exhaust system works properly. If exhaust noise increases, take your vehicle at once to an Official Aprilia Dealer.

- de verwijdering en elke handeling om eender welk samenstellend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, behalve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te controleren vóór de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt; en - het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt. Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper, en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële Aprilia Dealer.

Grijp het linker handvat «4» vast met de linker hand, en de handgreep van de passagier «5» met de rechter hand. Duw op de hendel van de standaard «6» met de rechter voet.

Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.

Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats.

Make sure all vehicle documents are in order and the road tax paid.

Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme.

Write down your personal details and telephone number on this page to help iden-

Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.

Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.

Het veilig rijden (02_14, 02_15, 02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25)

TELEFOONNUMMER: BELANGRIJK: In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiksen onderhoudsboekje.

Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.). Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen.

tifying the owner in case of vehicle retrieval after a theft.

Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.

Do not ride your motorcycle if you feel tired or drowsy and always keep safe psychophysical riding conditions.

Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid.

CAUTION De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder. Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden. Respecteer nauwkeurig de bewegwijzering en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer. Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz. Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken. Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen.

Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden. De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt. Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloeistoffen correct zijn. Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd. Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door voor-

THE FOOTRESTS (OR THE RIDER' S FOOTRESTS) IN THE ADEQUATE RIDING POSITION.

al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen. Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.

Any changes to the vehicle will void the warranty.

Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.

Any change introduced to the vehicle and the removal of original parts may jeopardise the vehicle performance and therefore reduce safety or even render the vehicle inappropriate for legal riding.

Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.

Comply with all national and local laws and regulations on vehicle equipment. In particular do not introduce technical changes leading to improve performance and under no circumstances alter the original specifications of the vehicle. Never race with vehicles.

Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie. Elke eventuele aan het voertuig aangebrachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veiligheidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegaal maken.

Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig. Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.

Vermijdt absoluut om wedstrijden te houden met de voertuigen. Vermijdt om te crossen.

CLOTHING KLEDING Before riding off, remember to put on the helmet and fasten it correctly. Make sure it is a homologated model, that it is undamaged, of the right size and that the visor is clean.

Vooraleer men gaat rijden denkt men eraan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.

Wear appropriate protective clothes, preferably light-coloured and/or in reflective material. In this way you will be easily visible to other drivers, thus reducing the risk of being hit, and you will be better protected in case of falling.

Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere weggebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt.

De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen. Hou geen voorwerpen bij zich, die mogelijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bijvoorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de passagier).

De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.

Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de activering van de commando´s niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert. Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando´s hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen. De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden. Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden. Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de

aprilia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprilia genuine accessories).

LOADING BELASTING Do not overload your vehicle. Keep packages as close as possible to the vehicle centre of gravity and distribute load evenly on both sides to minimise imbalance. Check also that the load is firm and secured to the vehicle, mainly for long trips.

Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen.

Do not hang anything from your vehicle's handlebars, mudguards or forks, such as protruding, bulky, heavy and/or dangerous objects: this will slow the vehicle performance when turning and will upset the handling of your vehicle. Do not carry packages that protrude from vehicle sides as this may hit people or objects and result in loss of control of your vehicle. Never carry packages that are not securely fastened to the vehicle.

Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden. Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.

Do not carry packages that protrude from the luggage rack or which cover any of the sound and light alarm devices.

Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig.

Never carry animals or small children on the glove-box or the luggage rack.

Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.

Never exceed the maximum weight allowed for each luggage rack. 61

werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.

Overloading the vehicle may result in lack of stability and poor handling.

Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager. Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager. De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid.

Chap. 03 Maintenance Hst. 03 Onderhoud

Peil van de motorolie

Check engine oil level frequently according to the indications in the scheduled maintenance table.

Controleer regelmatig het peil van de motorolie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

Engine oil level check (03_01, 03_02)

Controle van het peil van de motorolie (03_01, 03_02)

Plaats het voertuig op de centrale standaard.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

THOROUGHLY WASH OUT ANY OIL TRACE.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Leg de motor stil en laat hem afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan.

Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze. Reinig het deel dat in contact staat met de olie met een rein doek. Plaats de dop-staaf «1» zonder vast te draaien in de invoerboring «2». Verwijder opnieuw de dop-staaf «1» en lees het oliepeil af op de staaf: Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf.

Top-up if necessary.

Indien nodig vult men bij.

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR TE VEROORZAKEN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

CAUTION Het bijvullen van motorolie (03_03) •

Giet een kleine hoeveelheid olie in de inlaatboring «2» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform binnenin de carter vloeit. Voer de controle van het oliepeil uit, en vul eventueel bij. Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven peil wordt bereikt. Op het einde van de handeling draait men de dop/staaf «1» vast en sluit men hem.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

LET OP DO NOT RIDE THE VEHICLE WITH INSUFFICIENT LUBRICATION OR WITH CONTAMINATED OR INCORRECT LUBRICANTS AS THIS ACCELERATES THE WEAR AND TEAR OF THE MOVING PARTS AND CAN CAUSE IRRETRIEVABLE DAMAGE.

Signaleringslampje (onvoldoende oliedruk) (03_04) Het voertuig is voorzien van een controlelamp voor de melding «1», die aangaat wanneer de sleutel in positie «ON» wordt gedraaid. Deze controlelamp moet echter uitgaan wanneer de motor wordt gestart.

WANNEER DE CONTROLELAMP OPLICHT TIJDENS HET REMMEN, AAN HET MINIMUM TOERENTAL OF IN EEN BOCHT, MOET EEN CONTROLE VAN HET PEIL UITGEVOERD WORDEN, EN EVENTUEEL BIJGEVULD WORDEN. WANNEER NA HET BIJVULLEN DE CONTROLELAMP NOG OPLICHT TIJDENS HET REMMEN, AAN HET MINIMUM TOERENTAL OF IN EEN BOCHT, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN ERKEND APRILIA SERVICECENTRUM.

Vervanging van de motorolie

Take your vehicle to an Official aprilia Dealer to carry out the replacement.

Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Warning light (insufficient oil pressure) (03_04)

Oliepeil van de naaf

Check following the instructions in the scheduled maintenance table and according to the engine capacity.

Controleer op basis van de gegevens in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.

Take your vehicle to an Official aprilia Dealer to have the oil checked and changed.

Voor de controle en de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).

3 Maintenance / 3 Onderhoud

BE CAREFUL NOT TO DIRTY COMPONENTS, THE WORKING OR SURROUNDING AREA.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

3 Maintenance / 3 Onderhoud

FLATION VALVES HAVE THEIR CAPS FITTED IN ORDER TO AVOID UNEXPECTED FLAT TYRES.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Controleer de bougie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig.

To reach the spark plug:

Om de bougie te bereiken, handelt men als volgt:

Hef het zadel op. Draai de twee bouten «3» los, en verwijder ze (één per kant). Draai de twee bouten «4» los, en verwijder ze (één per kant).

Verwijder het inspectiedeksel «5» langs voor.

Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:

3 Maintenance / 3 Onderhoud

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder de pipet «1» van de bougie «2». Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze daarna los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zit, door te zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt. Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en reinig eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje. Blaas goed uit met een luchtstraal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terecht komen. Wanneer de bougie scheuren op de isolering, verroeste elektroden of ex-

cessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen. Controleer de afstand tussen de elektroden met een diktemeter. Deze moet 0,7 - 0,8 mm bedragen; regel de afstand eventueel, door voorzichtig de massaelektrode te buigen. Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd. Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel, door ze een 1/2 draai vast te draaien om de rondel vast te drukken.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

if necessary by carefully bending the earth electrode. Make sure the washer is in good conditions. Once the washer is fitted, manually screw the spark plug to avoid damaging the thread. Tighten using the spanner supplied in the toolkit, make the spark plug complete 1/2 of a turn to press the washer.

NGK PMR9B Aandraaikoppels (N*m) Sluitkoppel van de bougie 10 Nm (1,02 Kgm) •

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Plaats correct de pipet van de bougie «1», zodat ze niet losraakt door de vibraties van de motor. Hermonteer het centrale inspectiedeksel «5».

Removing the air filter (03_10, 03_11)

Demonteren van het luchtfilter (03_10, 03_11)

Clean the air filter and check it is in good conditions following the instructions in the scheduled maintenance table and according to the engine capacity. This will depend on use conditions.

De reiniging en de controle van de staat van de luchtfilter moeten uitgevoerd worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud; dit zal afhangen van de gebruikscondities.

Unscrew and remove the seven screws «1». Open the filter housing.

Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelingen van de reiniging vlugger worden uitgevoerd. Voor de reiniging van het filterend element, moet men het van het voertuig verwijderen.

Remove the filtering element «3» from the filter housing cover «2».

Draai de zeven bouten «1» los, en verwijder ze. Open de filterdoos. Verwijder het filterend element «3» van het deksel van de filterdoos «2».

Air filter cleaning (03_12, 03_13)

Reiniging van de luchtfilter (03_12, 03_13)

GEBRUIK GEEN BENZINE OF BRANDBARE OPLOSMIDDELEN VOOR HET WASSEN VAN HET FILTEREND ELEMENT, OM HET RISICO OP BRAND EN EXPLOSIES TE VERMIJDEN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Was het filterend element «3» met reine oplosmiddelen, die niet ontvlambaar zijn en die geen hoog verdampingspunt hebben, en laat het zorgvuldig drogen. Breng op de volledige oppervlakte olie voor filters aan. Controleer de aanwezigheid van onzuiverheden in het onderste deel van de ontluchtingsbuis «4».

N.B. WANNEER BINNENIN AFZETTINGEN AANWEZIG ZIJN, AFKOMSTIG VAN DE FILTERKAST, MOETEN DEZE ALS VOLGT VERWIJDERD WORDEN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder het dopje «5». Laat de inhoud in een recipiënt stromen; overhandig het daarna aan een inzamelcentrum.

Controleer het peil van de koelvloeistof volgens de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HIJ WORDT INGESLIKT; HET CONTACT MET DE HUID EN DE OGEN KAN IRRITATIES VEROORZAKEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT MEN EEN ARTS. WANNEER HET WORDT INGESLIKT, MOET MEN OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL SPOELEN MET VEEL WATER, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Cooling fluid level (03_14, 03_15, 03_16, 03_17)

3 Maintenance / 3 Onderhoud

De oplossing van de koelvloeistof bestaat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste werkingstemperaturen, en garandeert een goede bescherming tegen corrosie. Het is een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ook tijdens het warme seizoen te gebruiken, omdat op deze manier verlies door verdamping en het frequent bijvullen wordt vermeden. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraal-

zouten die in de radiator van het verdampte water werden gelaten, en verandert de efficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere concentratie antivries toe (tot een maximum van 60%).

Use distilled water in the coolant mixture to avoid damaging the engine.

Voor de koeloplossing gebruikt men gedestilleerd water, om de motor niet te beschadigen.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.

Open de opbergruimte. Controleer of het vloeistofpeil in het expansievat «2» zich tussen de referenties «MIN» en «MAX» bevindt.

In het omgekeerde geval moet het bijgevuld worden.

TOPPING-UP BIJVULLING

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder de voorste motorkap «3» door de twee bouten «4» die zich op de voorkant bevinden los te draaien, en door de vier bouten «5» die zich op de tegenbeschermingsplaat bevinden los te draaien. Verwijder de vuldop «1».

3 Maintenance / 3 Onderhoud

BIJ HET BIJVULLEN MAG MEN HET «MAX» PEIL NIET OVERSCHRIJDEN, ANDERS ZAL DE VLOEISTOF TIJDENS DE WERKING VAN DE MOTOR UITSTROMEN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Top-up with coolant until the fluid level is close to the «MAX» mark. Refit the filler cap «1».

Vul bij met koelvloeistof tot de vloeistof ongeveer het «MAX» peil bereikt. Plaats de vuldop «1» weer.

Hermonteer de voorste motorkap.

Controle van het oliepeil van de remmen (03_18, 03_19)

This vehicle is fitted with a braking system made up of:

Dit voertuig is voorzien van een remsysteem, dat bestaat uit:

Een schijfrem vooraan; Een schijfrem achteraan;

Een handeling op de rechter remhendel (voorrem) produceert een druk op de voorste remtang. Een handeling op de linker remhendel (achterrem) produceert een druk op de voorste remtang en op de achterste remtang. N.B. DIT VOERTUIG IS VOORZIEN VAN EEN INTEGRAAL REMSYSTEEM.

LET OP UNEXPECTED CLEARANCE VARIATIONS OR ELASTIC RESISTANCE IN THE BRAKE LEVER ARE DUE TO FAILURE IN THE HYDRAULIC CIRCUIT. CONTACT AN Official aprilia Dealer IN CASE OF DOUBTS ON THE CORRECT OPERATION OF THE BRAKING SYSTEM OR WHEN UNABLE TO CARRY OUT ROUTINE CHECK PROCEDURES. CAUTION PAY SPECIAL ATTENTION TO THE BRAKE DISC AND THE FRICTION GASKETS AND CHECK THAT THEY ARE NOT OILY OR GREASY, SPE87

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL MEN NIET IN STAAT IS OM DE NORMALE CONTROLEHANDELINGEN UIT TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

3 Maintenance / 3 Onderhoud

LOOS DE VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU.

When the friction pads wear out, the brake fluid level in the reservoir goes down to automatically compensate for that wear.

Met het verbruik van de wrijvingspastilles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slijtage te compenseren.

The brake fluid reservoirs are located on the handlebar, near the brake lever attachments.

De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabijheid van de koppelingen van de remhendels.

Check frequently the brake fluid level in the reservoirs and the brake pad wear.

Controleer regelmatig het peil van de remvloeistof in de tanks, en de slijtage van de pastilles.

Voor de controle van het peil handelt men als volgt:

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Draai het stuur zodat de vloeistof in de tank van de remvloeistof zich parallel aan de «MIN» referentie op het glasje «1» bevindt. Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» op het glasje «1» overschrijdt.

MIN = minimum peil. Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie niet bereikt:

3 Maintenance / 3 Onderhoud

LET OP If the fluid does not reach at least the «MIN» reference mark: CAUTION BRAKE LEVEL DECREASES GRADUALLY AS BRAKE PADS WEAR DOWN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Controleer de slijtage van de rempastilles en van de schijf.

Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn: •

Zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer, die zal zorgen voor het bijvullen.

CAUTION LET OP CHECK BRAKING EFFICIENCY. IN THE EVENT OF EXCESSIVE TRAVEL OF THE BRAKE LEVER OR POOR PERFORMANCE OF THE BRAKING CIRCUIT, TAKE YOUR VEHICLE TO AN OFFICIAL APRILIA DEALER AS IT MAY BE NECESSARY TO PURGE AIR IN THE SYSTEM.

Controleer de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

maintenance table and according to the engine capacity.

WHEN RECHARGING OR USING THE BATTERY, BE CAREFUL TO HAVE THE ROOM ADEQUATELY AIRED. DO NOT BREATH GASES RELEASED WHEN THE BATTERY IS BEING RECHARGED. KEEP OUT OF THE REACH OF CHILDREN PAY ATTENTION NOT TO TILT THE VEHICLE EXCESSIVELY TO AVOID DANGEROUS SPILLS OF BATTERY FLUID. CAUTION

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijdering van de accu

Park the vehicle on its centre stand. Remove the mats «1». Undo and remove the two screws «2».

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Verwijder de matjes «1». Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder het accudeksel.

NOTE BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN UPON REFITTING, INSERT

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Maak eerste de negatieve (-) kabel en daarna de positieve (+) kabel los. Verwijder de accu «3» uit haar plaats, en plaats ze op een vlakke ondergrond, in een droge en koele plaats.

DE VERWIJDERDE ACCU MOET WORDEN OPGEBORGEN OP EEN VEILGE PLAATS EN UIT DE BUURT VAN KINDEREN.

Controle en reiniging van de terminals en de klemmen

Controleer of de terminals «4» van de kabels en de klemmen «5» van de accu:

- zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzettingen);

- covered by neutral grease or petroleum jelly.

- bedekt zijn met neutraal vet of vaseline.

Maak eerste de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los. Gebruik een metalen borstel om alle corrosie te verwijderen. Maak eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-) weer vast. Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

CAUTION Battery recharge

Het opladen van de accu

VERWIJDER DE DOPPEN VAN DE ACCU NIET; WANNEER ZE VERWIJDERD WORDEN ZOU DE ACCU KUNNEN BESCHADIGD WORDEN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Remove the battery. Get an adequate battery charger. Set the battery charger for slow recharge. Connect the battery to the battery charger.

Verwijder de accu. Voorzie een geschikte acculader. Voorzie de acculader voor een trage lading. Verbindt de accu aan de acculader.

Schakel de acculader aan.

Park the vehicle on its centre stand. Remove the mats «1». Undo and remove the two screws «2».

Inwerkingstelling van een nieuwe accu (03_24, 03_25, 03_26) • • •

CAUTION Plaats het voertuig op de centrale standaard. Verwijder de matjes «1». Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.

Verwijder het accudeksel.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

THE FITTING TABS CORRECTLY IN THEIR SLOTS.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Plaats de accu «3» op zijn plaats. Verbindt eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-). Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline. Herplaats het accudeksel en sluit de twee bouten «2». Herplaats de twee matjes «1» en let op dat de bevestigingen goed in hun zit geplaatst worden,

Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan vijftien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden:

Verwijder de accu en plaats ze op een koele en droge plaats.

Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden. •

Laadt ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading.

Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.

Fuses (03_27, 03_28, 03_29, 03_30)

GEBRUIK NOOIT EEN ANDERE VERMOGENSZEKERING DAN DIEGENE DIE GESPECIFICEERD WORDT OM SCHADE AAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE OF EEN KORTSLUITING MET RISICO OP BRAND TE VERMIJDEN. N.B. WANNEER EEN ZEKERING FREQUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER WAARSCHIJNLIJK EEN KORTSLUITING OF EEN OVERBELASTING. IN DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN Officiële Aprilia Dealer.

Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of

3 Maintenance / 3 Onderhoud

If the battery is still on the vehicle, disconnect the cables from the terminals.

erate or is not working properly or when the engine does not start.

het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.

Check the 15A fuses first and then the 20A fuse.

Controleer eerst de zekeringen van 15 A, en vervolgens de zekering van 20 A.

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Verwijder de matjes «1». Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder het accudeksel.

Verwijder de zekeringen één voor één, en controleer of de draad «3» onderbroken is. Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak van het probleem. Vervang de zekering, indien beschadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroomsterkte.

N.B. WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Herplaats het accudeksel en sluit de twee bouten «2». Herplaats de matjes «1» en let op dat de bevestigingen goed in hun zit geplaatst worden.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Zekering van 20 A «6»

Zekering van 15 A «9»

Zekering van 20 A «7»

SCHIKKING VAN DE SECUNDAIRE ZEKERINGEN Zekering van 15 A «4»

Vanaf de ontstekingsschakelaar naar alle ladingen van het licht, het nummerplaatlicht, knippering en akoestische melder.

Zekering van 15 A «5»

Voeding ontsteking/injectie en start

Zekering van 15 A «8»

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Lamp van het dimlicht / groot licht

12V - 5W Lamp van het positielicht

12V - 5W Front and rear turn indicator bulbs 12V - 10 W (RY amber bulb)

3 Maintenance / 3 Onderhoud

LED Low fuel warning light (*)

Lamp van het licht van de voorste 12 V - 10 W (amberkleurige lamp en achterste richtingaanwijzers RY) Lamp van het nummerplaatlicht

12V - 5W Lamp van het achterste positielicht/stoplicht

12V - 5/21W Lamp van de verlichting van het dashboard (*)

LED Controlelamp van de richtingaanwijzers (*)

LED LED Engine oil pressure warning light (*)

In het licht vindt men: • Eén lamp van het dimlicht/groot licht «1»; • Eén lamp van het positielicht «2».

Use a screwdriver to remove the caps «3»; Undo the two screws «4» and remove the upper frame «5»; Undo the three screws «6 and remove the windshield; Undo the eight screws «7» and remove the rear handlebar cover;

CAUTION Voor de vervanging: • • • •

Verwijder de dopjes «3» met een schroevendraaier; Draai de twee bouten «4» los en verwijder de bovenste omlijsting «5»; Draai de drie bouten «6» los en verwijder het windscherm; Draai de acht bouten «7» los en verwijder de achterste stuurbedekking;

LET OP 03_32 PROCEED WITH CAUTION. DO NOT DAMAGE THE TABS AND/OR THEIR CORRESPONDING SLOTS.

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Controlelamp van de druk van de motorolie (*)

HANDLE PLASTIC AND PAINTED COMPONENTS WITH CARE, DO NOT SCRATCH OR SPOIL THEM.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Grijp de elektrische connector «8» vast, en koppel hem los van de lamphouder;

LET OP OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR VAN DE LAMP TE VERWIJDEREN, MAG NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS GETROKKEN WORDEN.

Verwijder de rubberen pakking «9»; Koppel het veertje «10» los; Verwijder de lamphouder «11», en vervang hem met één van hetzelfde type;

03_37 TAIL LIGHT BULB Hold the bulb holder «12» and take it out of its fitting;

POSITIELAMP Grijp de lamphouder «12» vast, en verwijder hem uit de zit;

TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder het positielicht «13», en vervang het met één van hetzelfde type;

Regeling van de koplamp (03_39, 03_40)

Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is.

Turn on the low-beam light, sit on the vehicle and check that the light beam projected to the wall is a little below the headlight horizontal straight line (about 9/10 of the total height).

To adjust the light beam:

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).

Voor het regelen van de lichtbundel: •

Handel met een schroevendraaier op de speciale bout «1» die zich onder de voorste stuurbedekking bevindt.

Door haar VAST TE DRAAIEN (in wijzerszin) wordt de lichtbundel verhoogd. Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegenwijzerszin) wordt de lichtbundel verlaagd.

Voorste richtingaanwijzers (03_41, 03_42, 03_43)

Draai de bout «1» los en verwijder hem, zodat de richtingaanwijzer uit de zit kan verwijderd worden.

Verwijder het beschermend scherm «2», door de bout «3» los te draaien. Druk gematigd op het lampje «4» en draai het in tegenwijzersin.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Front direction indicators (03_41, 03_42, 03_43)

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Take out the bulb from its fitting.

Verwijder het lampje uit de zit.

Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.

Achterste optische groep (03_44, 03_45)

In the rear light there are:

Op het achterlicht vindt men:

- one tail light/stop light bulb «1»;

- één lampje van het positielicht/stoplicht «1»;

- two rear turn indicator bulbs «2». To replace the bulbs: • 03_44

Remove the tail light glass «3» by undoing the four screws «4».

- twee lampen van de richtingaanwijzers «2». Voor de vervanging van de lampen: •

TAIL LIGHT / STOP LIGHT BULB • •

Press the bulb «1» slightly and turn it anticlockwise. Take out the bulb from its fitting.

Verwijder de lens van de achterste koplamp «3», door de vier bouten «4» los te draaien.

LAMP VAN HET POSITIELICHT / STOPLICHT • •

Druk gematigd op de lamp «1» en draai ze in tegenwijzersin. Verwijder de lamp uit de zit.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.

- de linker lamp IN WIJZERSZIN;

UPON REFITTING, PLACE THE FAIRING OF THE REAR LIGHT «3» CORRECTLY INTO PLACE.

- de rechter lamp IN TEGENWIJZERSZIN.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Om de lampen uit de richtingaanwijzer te verwijderen, draait men:

TIGHTEN THE SCREWS «4» CAREFULLY AND SLIGHTLY TO AVOID DAMAGING THE TAIL LIGHT GLASS «3».

Om de lamp te verwijderen:

Undo and remove the screw «8». Undo and remove the license plate bulb support «9». Slide off the bulb «10» and replace it with one of the same type.

Draai de bout «8» los en verwijder ze. Verwijder de steun van de lamp van het nummerplaatlicht «9». Verwijder en vervang de lamp «10» met een andere van hetzelfde type.

Rear-view mirrors (03_47)

Achteruitkijkspiegels (03_47)

To remove the mirrors: • Unscrew the lock nut «1»; • Slide off the rear-view mirror «2».

Voor het verwijderen van de spiegels: • Draai de tegenmoer «1» los; • Verwijder de achteruitkijkspiegel «2».

To adjust the mirror, hold it and turn until it is adjusted to the adequate angle.

Voor de regeling moet de spiegel vastgegrepen worden, en gedraaid worden tot de optimale positie wordt verkregen.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Number plate light (03_46)

Front and rear disc brake (03_48, 03_49, 03_50, 03_51)

Schijfrem vooraan en achteraan (03_48, 03_49, 03_50, 03_51)

3 Maintenance / 3 Onderhoud

CAUTION Controle van de slijtage van de pastilles Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.

- From the front bottom side for the left pad «A»;

Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles: • •

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Voer een visieve controle uit tussen de remschijf en de pastilles.

Gebruik een lamp en een spiegeltje voor de controle: Tang van de voorrem

- From the front top side for the right pad «B»

- Van onder vooraan voor de linker pastille «A»;

- Langs boven vooraan voor de rechter pastille «B». Achterste remtang 115

3 Maintenance / 3 Onderhoud

- From the back top side for both pads «C».

- Achteraan langs boven voor beide pastilles «C».

Replace both brake pads when the friction material is worn (even if it is only one brake pad) to about 1.5 mm.

Wanneer de dikte van het wrijvingsmateriaal (ook van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, moeten beide pastilles vervangen worden.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Stilstand van het voertuig (03_52)

Take some measures to avoid the side effects of not using the vehicle. Also, carry out general maintenance and checks before garaging the vehicle as one can forget to do so afterwards. Proceed as follows: • • •

Empty the fuel tank and the carburettor completely. Remove the spark plug. Pour a teaspoonful (5 - 10 cm³) of engine oil into the cylinder.

Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet gebruiken van het voertuig tegen te gaan. Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle vóór het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren. Handel als volgt: • • •

NOTE Maak de brandstoftank en de carburator volledig leeg. Verwijder de bougie. Giet in de cilinder een lepeltje (5 - 10 cm³) motorolie.

N.B. PLACE A CLEAN CLOTH ON THE CYLINDER NEXT TO THE SPARK PLUG SEAT TO PROTECT IT FROM POTENTIAL OIL SPLASHES.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Druk enkele seconden op de startknop van de motor zodat de olie uniform over de oppervlakken van de cilinder wordt verdeeld. Verwijder het beschermende doek. Hermonteer de bougie. Verwijder de accu. Was en droog het voertuig. Breng was aan op de gelakte oppervlakken. Blaas de banden op. Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun. Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd tegen zonnestralen, en waar temperatuursverschillen miniem zijn. Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen. Bedek het voertuig, maar gebruik geen plastic of ondoordringbaar materiaal.

Verwijder de bedekking en reinig het voertuig. Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze. Tank brandstof. Voer de voorbereidende controles uit.

VOER EEN TESTRONDE VAN ENKELE KILOMETERS UIT AAN EEN GEMATIGDE SNELHEID IN EEN VERKEERSVRIJE ZONE.

Cleaning the vehicle

Reinigen van het voertuig

Clean the vehicle frequently when it is exposed to adverse conditions, such as: • Air pollution (cities and industrial areas) • Salinity and humidity in the atmosphere (seashore areas, hot and wet weather). • Special ambient/seasonal conditions (use of salt, anti-icing chemical products on roads in winter). • Make sure to clean off any industrial residue or polluting dirt as well as remove tar stains, dead insects, bird droppings, etc. • Avoid parking your vehicle under trees; during some seasons, some residues, resin, fruits or leaves containing chemical substances which damage the paint fall from trees.

Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities: • Atmosferische vervuiling (in de stad of in industriële zones) • Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat). • Speciale milieu/seizoenscondities (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode). • Let vooral op dat op de carrosserie geen afzettingsresten blijven van industriële en vervuilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz. • Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

3 Maintenance / 3 Onderhoud

NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOELTREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSOPPERVLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REMCONDITIES TE HERSTELLEN. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UIT.

Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons, voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2 - 4% delen shampoo in water).

Then rinse with plenty of water, and dry with a chamois leather. To clean the engine outer parts, use degreasing detergent, brushes and old cloths. CAUTION TO CLEAN THE HEADLIGHTS USE A SPONGE SOAKED IN WATER AND MILD DETERGENT, RUBBING THE SURFACE GENTLY AND RINSING

Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

FREQUENTLY WITH PLENTY OF WATER.

AND NEUTRAL SOAP INSTEAD. DO NOT USE SOLVENTS OR PETROL BYPRODUCTS (ACETONE, TRICHLOROETHYLENE, TURPENTINE, PETROL, THINNERS) TO CLEAN THE SADDLE. USE INSTEAD DETERGENTS WITH SURFACE ACTIVE AGENTS NOT EXCEEDING 5% (NEUTRAL SOAP, DEGREASING DETERGENTS) OR ALCOHOL. DRY THE SADDLE WELL AFTER CLEANING. CAUTION

3 Maintenance / 3 Onderhoud

3 Maintenance / 3 Onderhoud

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Plaats het voertuig op de centrale standaard Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt. Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig. Verwijder de dop van de brandstoftank. Voor het ledigen van de brandstof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelijksoortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen (peilsonde van de brandstof in de tank).

Max hoogte (tot de kap)

Hoogte tot het zadel

Minimum vrije hoogte vanaf de grond

Engine oil (Engine oil change and engine oil filter replacement)

Gewicht per versnellingsorde (leeg)

Motorolie (Vervanging van de motorolie en de filter van de motorolie)

1.15 l (50% water + 50% ethylene glycol antifreeze fluid)

Olie van de transmissie

Max belasting van het voertuig 210 kg (bestuurder + passagier + bagage)

Met trapeziumvormige riem en reductor met tandwielen.

Monoligger vooraan met dubbele overlappende motorsteun

Hellingshoek van het stuur

Telescoopvork met hydraulische werking

Verplaatsing van de voorste ophanging

hydraulische schokdemper met dubbele effect, met regeling van de voorbelasting

Ø 220-mm disc brake hydraulic transmission

Verplaatsing van de achterste ophanging

Met schijf - Ø 260 mm - met hydraulische transmissie

Met schijf - Ø 220 mm - met hydraulische transmissie

120/80 - 16'' 60 P Velg van het voorwiel

Front tyre standard inflation pressure

Velg van het achterwiel

Standaardspanning van de voorband

Rear tyre standard inflation pressure with passenger

Standaardspanning van de achterband

achteraan, in stalen buizen met hoge extrusielimiet

Spanning van de voorband met passagier

Spanning van de achterband met passagier

12V - 330W bij 8000 toeren/min

Monocilindrisch 4-takt met 4 kleppen, geforceerde smering met vochtige carter, dubbele as met nokken in de kop.

Toerental van de motor bij het minimumtoerental

Met vloeistofcirculatie, centrifugepomp

1800 ± 100 toeren/min (200)

geforceerde door een

VOEDING Met elektronisch injectie.

Premium unleaded petrol, minimum octane rating of 95 (NORM) and 85 (NOMM)

Diffusor van de vlinderromp

Loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).

Lamp van het dimlicht / groot licht

12V - 5W Lamp van het positielicht

LED Electronic fuel injection check warning light (*)

LED Lamp van het licht van de voorste 12 V - 10 W (amberkleurige lamp en achterste richtingaanwijzers RY) Lamp van het nummerplaatlicht

12V - 5W Lamp van het achterste positielicht/stoplicht

12V - 5/21W Lamp van de verlichting van het dashboard (*)

LED Controlelamp van de richtingaanwijzers (*)

LED Controlelamp van het groot licht (*) LED Controlelamp van de brandstofreserve (*)

LED Controlelamp van de druk van de motorolie (*)

LED Controlelamp van de elektronische LED benzine-injectie (*)

Kit equipment (04_01) The tool kit «3» is located in the specific housing, in the glove-box. Open the glove-box. The tools supplied are: • • 04_01

toolkit pouch; multiple screwdriver (crosshead and plain slot); 16 mm box-spanner; shock absorber adjustment wrench; 130

Bijgeleverde gereedschappen (04_01) De gereedschapskit «3» is bevestigd in de speciale plaats in de opbergruimte. Open de opbergruimte. De bijgevoegde gereedschappen zijn: • • •

gereedschapstas; meervoudige schroevendraaier (met stervormige en sneevormige punt); buissleutel van 16 mm;

a 3 mm Allen wrench.

sleutel voor de regeling van de schokdemper; inbussleutel van 4 mm.

Tabel van het geprogrammeerd onderhoud

Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gevallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn. Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service garandeert. Men raadt aan om aan de Officiële aprilia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlijk de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshandeling.

5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud

NOTE PERIODIC MAINTENANCE CHART Kaart van het periodiek onderhoud

Adequate maintenance is fundamental to ensuring long-lasting, optimum operation and performance of your vehicle.

Een aangepast onderhoud is van doorslaggevend belang voor een langere levensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties.

5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud

For this purpose, aprilia offers a set of checks and maintenance services (at the owner's expense), which are included in the summary table shown on the following page. Any minor faults should be reported without delay to any Official aprilia Dealer without waiting until the next scheduled service to solve it.

Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmiddellijk mee te delen aan de Officiële aprilia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.

Carrying out scheduled services on time is essential for your warranty validity. For further information concerning Warranty procedures and Scheduled Maintenance, please refer to the Warranty Booklet.

Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het Geprogrammeerd Onderhoud, raadpleegt men het Garantieboekje.

Rollenkoker van de geconduceerde poelie Veiligheidsblokkeringen

I Plastic beslagring in het variatordeksel Koppelingsblok

C Filter luchtkanaal transmissiedeksel Filter van de motorolie

R Richting van de koplamp

A A A A A Schuifsleden / variatorrollen

halve beweegbare voorste schijf snelheidsregelaar

* Controleer het peil elke 3.000 km ** Vervang elke 2 jaar ** Vervang elke 4 jaar

Olie voor de versnellingsbak

AGIP FORK 7.5W Olie van de vork

Lithiumvet met molybdeen voor lagers en andere te smeren punten

AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvloeistof

Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.

AGIP FILTER OIL Olie voor filters in spons

Undo the screw «1» of the cap 2» of the spoiler on the left of the vehicle; Remove the cap «2».

Laterale standaard (06_01, 06_02) De laterale standaard is optioneel. Om het montagepunt te bereiken: • •

Draai de bout «1» van de dop «2» van de spoiler aan de linker kant van het voertuig los; Verwijder de dop «2».

6 Special fittings / 6 Speciale uitrustingen

De kofferplaat en de drie verschillende moddel van koffer zijn optioneel:

Het windscherm is optioneel.

Als het glas van de kap met het windscherm hoog, geleverd als optional, moet vervangen worden, moet de bijgeleverde hoge omlijsting van het dashboard geïnstalleerd worden in plaats van de bovenste omlijsting van het dashboard.

TREFWOORDENREGISTER A H O W ACCU: 90, 97

Het stilleggen van de motor: 50

Onderhoud: 63, 133, 134 Optische groep: 105, 111

I R Identificatie: 27

Richtingaanwijzers: 23, 109

K S Koelvloeistof: 81 Koplamp: 108

Schijfrem: 114 Schokdempers: 37 Sleutelschakelaar: 21 Standaard: 54, 144 Start: 50 Stuurslot: 22

G M Geprogrammeerd onderhoud: 134

Z Zadel: 27 Zekeringen: 99

THE VALUE OF SERVICE As a result of continuous technical updates and specific mechanic training programs for Aprilia products, only Aprilia Official Network mechanics know this vehicle fully and have the special tools necessary to carry out maintenance and repair operations correctly. The reliability of the vehicle also depends on its mechanical state. Checking the vehicle before riding, its regular maintenance and using only Original Aprilia Spare Parts are essential! For information about the nearest Official Dealer and/or Service Centre, consult the Yellow Pages or search directly on the inset map in our Official Website: www.aprilia.com Only by requesting Aprilia Original Spare Parts can you be sure of purchasing products that were developed and tested during the actual vehicle design stage. All Aprilia Original Spare Parts undergo quality control procedures to guarantee reliability and durability. The descriptions and illustrations given in this publication are not binding; While the basic characteristics as described and illustrated in this booklet remain unchanged, Aprilia reserves the right, at any time and without being required to update this publication beforehand, to make any changes to components, parts or accessories, which it considers necessary to improve the product or which are required for manufacturing or construction reasons. Not all versions/models shown in this publication are available in all Countries. The availability of individual versions/models should be confirmed with the official Aprilia sales network. © Copyright 2009- Aprilia. All rights reserved. Reproduction of this publication in whole or in part is prohibited. Aprilia - After sales service. The Aprilia trademark is the property of Piaggio & C. S.p.A. DE WAARDE VAN DE ASSISTENTIE Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma´s van de Aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van Aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen. De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van Aprilia zijn essentiële factoren! Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële Website: www.aprilia.com Enkel wanneer men Originele Aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen. De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; Aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geïllustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken. Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van Aprilia.

© Copyright 2009 - Aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprilia - Dienst na verkoop. Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.

Η Aprilia ΕΠΙΘΥΜΕΙ ΝΑ ΣΑΣ ΕΥΧΑΡΙΣΤΗΣΕΙ που επιλέξατε ένα από τα προϊόντα της. Ετοιμάσαμε το παρόν εγχειρίδιο προκειμένου να μπορέσετε να εκτιμήσετε πλήρως την ποιότητα. Σας προτείνουμε να διαβάσετε όλα τα μέρη του πριν ασχοληθείτε για πρώτη φορά με τον οδηγό. Το εγχειρίδιο περιέχει πληροφορίες, συμβουλές και προειδοποιήσεις που σχετίζονται με τη χρήση του οχήματός σας, θα ανακαλύψετε κι άλλα χαρακτηριστικά, που θα σας πείσουν για την ορθότητα της επιλογής σας. Είμαστε βέβαιοι ότι εάν τις λάβετε υπόψη σας, θα αποκτήσετε σύντομα οικειότητα με το νέο σας όχημα, το οποίο θα μπορείτε να χρησιμοποιήσετε για πολύ καιρό με πλήρη ικανοποίηση. Η παρούσα έκδοση αποτελεί αναπόσπαστο μέρος του οχήματος και σε περίπτωση πώλησής του, θα πρέπει να παραδοθεί στο νέο ιδιοκτήτη. APRILIA VIL GERNE TAKKE DIG for at have købt et af sine produkter. Vi har udarbejdet denne håndbog, så du kan udnytte produktet fuldt ud. Vi anbefaler at du læser den fuldstændigt igennem, før du begynder at benytte køretøjet. Håndbogen indeholder oplysninger, råd og advarsler vedrørende anvendelsen af køretøjet. Du vil ligeledes opdage egenskaber, detaljer og foranstaltninger, som vil overbevise dig om, at du har gjort et godt valg. Vi er overbeviste om, at anvisningerne vil gøre det let for dig straks at vænne dig til dit nye køretøj, som du vil få stor glæde af i lang tid. Denne udgivelse udgør en integrerende del af køretøjet og skal, i tilfælde af videresalg, overdrages til den nye ejer.