SCARABEO 300 SPECIAL - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCARABEO 300 SPECIAL APRILIA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCARABEO 300 SPECIAL - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCARABEO 300 SPECIAL van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING SCARABEO 300 SPECIAL APRILIA
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat riden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig: daarmaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidies ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelik zal wennen aan uw nieuw voertuig, waaru lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bi verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
SCARABEO 300 SPECIAL Ed. 01 2009
The instructions in this booklethave been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; italso describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop.
De instructies in deze handieiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelike leidraad te zin voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadtmen aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge- volg hebben.
Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur.
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden
opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig,
en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge- volg hebben.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb- ben namelik tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym- bool, zodat de bibehorende onderwerpen meteen duidelik kunnen worden gevonden in de verschillen- de delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf “VEILIG RIJ DEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar o0k van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJ DEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be- heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJ K Deze handleiding moet beschouwd worden als inte- grerend deel van het voertuig, en moet worden over- handigd bi de verkoop ervan.
VEHICLE 7 Arrangement of the main components. 9 Dashboard... 11 Analogue instrument panel 13 Digital Icd display. 18
VOERTUING 7 Plaats van de hoofdcomponenten.. 9 Legenda… …
Istellen van de kilometerteller en dagteller..
Weergave klok/datum. Sleutelschakelaar…
Inschakeling van het stuurslot. Schakelaar richtingaanwizers. Drukknop claxon... Koplampschakelaar. Inschakelknop alarmiichten: Startknop… Stopschakelaar motor.
Het zadel.. Identificatie…… Penen van de koffer voor... GEBRUIK Controles Tanken. Bandenspanning Regeling van de schokdempers. Inrijden……. Starten des motors Moeilike start. Hetstileggen va van de moto Katalysator.. . Standaard...
Suggestions to prevent theft
PROGRAMME D MAINTENANCE Scheduled maintenance table...
Tips tegen diefstal Het vellig riden: ONDERHOUD.... Peil van de motoroli Controle van het peil van de motorolie.
Het bijvullen van motorolie Oliepeil van de naaf. Banden.. Demonteren van de bougie. Demonteren van het luchtflter. Reiniging van de luchtfier… Peil van de koelvioeistof..…………. Controle van het oliepeil van de remmen ACCU.... Inwerkingsteling van een nieuwe accu Lange stilstand..
Regeling van de koplamp. Voorste richtingaanwijzers Achterste optische groep. Achterste richtingaanwijzers. Nummerplaaticht.. Licht van de verlichting van de helmruimte. Achteruitkikspiegels. Schifrem vooraan en achteraan. Stilstand van het voertui Reinigen van het voertuig Vervoer..
TECHNISCHE GEGEVENS. Bijgeleverde gereedschappen.
GEPLAND ONDERHOUD. Tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
Plaats van de hoofdcomponenten (01_02)
LEGENDE: L Expansievat
2. Dop van het expansievat van de koel- viveistof
3. Vloeistoftank van de achterrem 4. Luchtfilter 5. Transmissiedeksel
6. Linker voetensteun van de passagier
8. Dop peil/ bijvulling van de motorolie 9. Laterale standaard
11. Centraal inspectiedeksel
12. Akoestische melder
13. Handgreep van de passagier
14. Vioeistoftank van de voorrem
15. Schakelaar voor de opening van het zadel
16. Dop van de brandstoftank 17. Brandstoftank
19. Secundaire zekeringenhouders 20. Hoofdzakelike zekeringenhouders
21. Rechter voetensteun van de passa- gier
1. Elektrische commando's op de linker kant van het stuur
2. Hendel van de gecombineerde rem {voorrem en achterrem)
3. Linker achteruitkikspiegeltje 4. Instrumenten en indicators
5. Hendel van de voorrem
8. Elektrische commando's op de rechter kant van het stuur
Analoog instrumentenpaneel (01_04) LEGENDE:
L Rode controlelamp van de druk van de motorolie
2. Blauwe controlelamp van het groot licht
3. Groene controlelamp van de richting- aanwijzers
4. Indicator van de temperatuur van de koelvioeistof
5. Snelheidsmeter 6. Multifunctioneel LCD display 7. Indicator van het brandstofpeil 8. Drukknop MODE
9. Ambergele controlelamp van de brandstofreserve
11. Controlelamp van het antidiefstalsys- teem (IMMOBILIZER)
12. Rode controlelamp voor de hoge tem- peratuur van de koelvioeistof
BESCHRIJ VING VAN DE INSTRUMEN-
LET OP MET DE SLEUTEL IN DE «ON» POSI- TIE, LICHTEN ALLE VOORZIENE CONTROLELAMPEN, DE VOLLEDIGE VERLICHTING VAN HET DASH- BOARD EN ALLE SEGMENTEN VAN DE 3 DISPLAYS OP VOOR 3 SECON- DEN, VOOR EEN BEGINCHECK VAN HET INSTRUMENT.
Controlelamp van de druk van de mo- torolie «1»
Deze licht elke keer op wanneer men de onstekingsschakelaar in «ON» plaatsten de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van de LED. De controlelamp moetuitgaan wan- neer de motor wordt gestart.
LET OP IA WANNEER DE CONTROLELAMP OP- LICHT TI} DENS DE NORMALE WERK- ING VAN DE MOTOR, IS DE DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ON- VOLDOENDE. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer.
Controlelamp van het groot licht «2»
Deze lichtop wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING).
Controlelamp van de richtingaanwij- zer «3»
Deze knippert wanneer het signaal van verandering van richting in functie is
Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «4»
Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvioeistof in de motor. Wan- neer de wijzer zich naar het «MIN» peil verplaatst, is de temperatuur onvoldoen- de om met het voertuig te kunnen riden: Wanneer het wijzertie zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de wer- kingstemperatuur normaal. Wanneer de wizer de rode zone bereikt of de contro- lelamp licht op, legt men de motor stil en de controleert men het peil van de koel- viveistof.
LET OP LA WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTA- NE TEMPERATUUR WORDT OVER- SCHREDEN (DE RODE ZONE «MAX»
VAN DE SCHAAL), KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.
Snelheidsmeter «5» Duidt de risnelheid aan Multifunctioneel LCD display «6»
Op het display kunnen de digitale kiok, hethodogram, het partiële hodogram, de meeteenheid, het bereik van het gepro- grammeerd onderhoud, het brandstofpeil weergegeven worden
Indicator van het brandstofpeil «7»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Wanneer de wijzer de rode zone bereikt, blift er ongeveer 2 liter brandstof over in de tank. In dit geval moet men z0 vlug mogelik tanken.
Wanneer op de toets MODE gedrukt wordt, kunnen de verschillende functies van hetdigitale display geselecteerd wor- den.
Controlelamp van de brandstofreser- ve «9»
Deze lichtop wanneer er in de brandstof- tank ongeveer 2 liter brandstof overblijft.
Controlelamp van de elektronische benzineinjectie (EFI) «10»
Deze licht elke keer op voor ongeveer drie seconden wanneer men de ontste- kingsschakelaar in «ON» plaatst en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van het in- jectiesysteem. De controlelamp moet uit- gaan wanneer de motor wordt gestart.
LET OP LA WANNEER DE CONTROLELAMP OP- LICHT TI} DENS DE NORMALE WERK- ING VAN DE MOTOR, DUIDT DIT OP EEN PROBLEEM VAN HET ELEKTRO- NISCH INJECTIESYSTEEM VAN DE BENZINE. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIJ K DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer.
Controlelamp van het antidiefstalsys- teem (immobilizer) «11»
Enkel voor hiervoor voorziene voertui- gen.
Als de motor uit staat, wordt een alarme- rende knippering tegen diefstal weerge- geven. Het bevestigt dat het antidiefstal- systeem actief is.
Controlelamp van de hoge tempera- tuur van de koelvloeistof «12»
Deze licht op wanneer de indicator van de temperatuur van de koelvioeistof de rode zone bereikt. Leg onmiddellik de motor stil en controleer het peil van de koelvloeistof.
LET OP IA WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTA- NE TEMPERATUUR VOOR EEN LAN- GE PERIODE WORDT OVERSCHRE- DEN, KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.
Digitaal display (01_05, 01_06)
Door de ontstekingssleutel «1» in positie <ONp te draaien, worden alle segmenten op het multfunctioneel display geacti- veerd (op deze manier wordt een contro- le uitgevoerd van de werking van de onderdelen) en zal de laatste ingestelde functie na het stilleggen van het voertuig worden gevisualiseerd.
ICOON BEGINT TE KNIPPEREN NA DE ONTSTEKINGSCHECK VOOR ONGE- VEER 5 SECONDEN, WANNEER ER 300 KM ONTBREKEN TOT DE KILO- METERSTAND VAN DE SERVICE- BEURT.EENS DE KILOMETERSTAND WORDT BEREIKT, BLIJ FT DE ICOON VAST OPLICHTEN TOT DE SERVICE- BEURT WORDT UITGEVOERD. IN DIT GEVAL WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIÈLE APRILIA DEALER, VOOR HET UITVOEREN VAN DE HANDELIN- GEN DIE WORDEN VOORZIEN IN DE TABEL VAN HET GEPROGRAM- MEERD ONDERHOUD.
De verschillende functies worden gese- lecteerd, en worden vervolgens gevisua- liseerd op het display door op de MODE knop «2»
Volgende segmenten vindt men op het mulfunctioneel LCD display:
- digitale kok «3», - indicator hodogram «d», - meeteenheid in km «5»,
- indicator meeteenheid uitgedrukt in mil «6», - indicator van het hodogram partieel «D,
- indicator van het bereiken van het ge- programmeerd onderhoud «8»,
- indicator van het brandstofpeil «9».
Istellen van de kilometerteller en dagteller (01_07, 01_08)
DIGITAAL HODOGRAM Volgende segmenten vindt men in de functie van het hodogram op het LCD display:
Icoon voor de visualisering van het ho- dogram partieel, zescijferige visualise- ring «d», icoon van de indicator van de meeteenheid uitgedruktin Km «5», icoon van de indicator van de meeteenheid uit- gedrukt in mijlen «6».
Door opeenvolgens op de drukknop MO- DE «2» te drukken, gaat men over naar de volgende modaliteiten:
- Hodogram partieel -TRIP
OPNULSTELLING VAN HET HODO- GRAM PARTIEEL
- Druk op de toets MODE «2» tot de func- te van het hodogram partiel wordt be- reikt
- Druk op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden.
OP DEZE MANIER WORDT ENKEL DE GEVISUALISEERDE FUNCTIE OP NUL GESTELD.
Weergave klok/datum (01_09)
LET OP DE KLOK WORDT ENKEL GEVISUA- LISEERD WANNEER HET VOERTUIG AANSTAAT.
Regeling van de klok:
+ Druk op de toets MODE «2» tot de functie TRIP wordt bereikt
+ Druk voor langer dan drie se- conden op de toets MODE «2» om de regeling van de klok te activeren.
+ De eerste regeling die moet uit- gevoerd worden, is de regeling van de uren. Druk herhaaldelik op de toets MODE «2» om het gewenste uur in te stellen.
+ Druk op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de rege- ling van de minuten.
+ Voorde regeling van de minuten drukt men herhaaldelijk op de toets MODE «2» om de gewen- ste minuten in te stellen.
+ Eens men de kiok heeft inge- steld, drukt men op geen enkele toets voor drie seconden, om de functie van de regeling van de Klok te verlaten.
DE REGELING VAN DE KLOK KAN ENKEL WORDEN UITGEVOERD WAN- NEER DE MOTOR STILLIGT OF WAN- NEER HET VOERTUIG STILSTAAT,EN DUS MET DE TOEREN VAN DE MO- TOR OF DE SNELHEID GELIJK AAN NUL.
Sleutelschakelaar (01_ 10)
Ontstekingsschakelaar «1» vindtmen op de rechter kant, nabij) de kop van de stuurinrichting.
BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.
OFF: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is moge- lik om de sleutel te verwijderen
ON: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mo- gelik om de sleutel te verwijderen.
LOCK: Het stuur is geblokkeerd. De mo- tor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelik om de sleutel te verwijderen
Inschakeling van het stuurslot
Om de stuurinrichting te blokkeren:
+ Draai het stuur volledig naar links.
+ Metde ontstekingssleutel draait men de ontstekingsschakelaar in positie «LOCK»
LET OP DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI- TIE «LOCK» TI DENS HET RIJ DEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.
Schakelaar richtingaanwijzers (01_ 11)
Verplaats schakelaar «2» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait, Verplaats schakelaar «2» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Plaats de schakelaar centraal om de richtingaanwijzer te deactiveren. Met het voertuig in beweging, grijpt het auto- matisch terugkeersysteem in, dat de rich- tingaanwizer deactiveert na 40 secon- den of na 500 m.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
Door op drukknop «1» te drukken, acti- veert men de akoestische melder.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO-
SITIE «ON» BEVINDT Koplampschakelaar (01_13)
Wanneer de omleider van de lichten «3» zich in positie «B» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; wanneer hij zich in positie «A» bevindt, wordt het dimlicht geactiveerd.
Door op de omleider van de lichten te drukken in positie «C», activeert men het knipperen van het groot licht.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO-
Inschakelknop alarmlichten (01_14)
Met drukknop HAZARD «4» is het mo- geljk om de knipperichten aan/uit te schakelen.
INSCHAKELING Met de ontstekingsschakelaar in «ON».
Druk om de vier richüngaanwijzers in te schakelen, Nu is het mogelik om de ont- stekingsschakelaar in positie «OFF» te draaien, en om de sleutel te verwijderen.
UITSCHAKELING Plaats de sleutel in de ontstekingsscha- kelaar, en draai ze in positie «ON», druk opnieuw op de drukknop HAZARD om het systeem te deactiveren.
HET IN- EN UITSCHAKELEN VAN DE KNIPPERLICHTEN KAN ENKEL UIT- GEVOERD WORDEN MET DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE <ON».
Door op drukknop «2» te drukken, doet het startmotortje de motor draaien.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO-
SITIE «ON» BEVINDT Stopschakelaar motor (01_16)
Dit is een veiligheidsschakelaar of een noodstopschakelaar. Met schakelaar «> ingedrukt in positie «B» RUN, is het mogelik om de motor te starten; door er op te drukken in positie «A» OFF, wordt de motor stilgelegd.
Om de dop van de brandstoftank te be- reiken:
+ Plaats sleutel «1» in hetslotvan de ruimte van de brandstoftank.
+ Draai sleutel «1» in tegenwij- zerszin
+ Draai de dop van de tank «2» los.
+ Binnenin de documentenruimte is er een stopcontact van 12V «3» en een hendel «4» voor de manuele opening van het zadel voorzien.
+ Het stopcontact van 12 V kan gebruikt worden voor het voe- den van gebruiksvoonverpen van maximum 180 W (GSM, in- spectielamp, enz.)
LET OP EEN LANG GEBRUIK VAN HET STOP- CONTACT WANEER DE MOTOR UIT- STAAT, KAN DE ACCU VOLLEDIG DOEN ONTLADEN.
Om het zadel te deblokkeren:
+ open de documentenruimte. + Trek aan de hendel «4» om het zadel los te koppelen.
Om het zadel te blokkeren: + plaats het omlaag en druk erop
{zonder te forceren), zodat het slot klikt.
Het framenummer is gedrukt op de cen- tale buis van het frame. Voor het lezen ervan moet men de opbergruimte ope- nen en de erop gemonteerde klemver- bindingbescherming verwideren.
Het motomummer is gedrukt in de nabi- heid van de onderste steun van de ach- terste schokdemper.
Hetis goed om hetframenummer en het motomummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.
Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder- delen.
HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA- TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ERN- STIGE STRAFRECHTELIJKE EN AD- MINISTRATIEVE SANCTIES, VOORAL HET WIJ ZIGEN VAN HET FRAMENUM- MER DOET DE GARANTIE ONMID- DELLI} K VERVALLEN.
Penen van de koffer voor (01_ 22)
Dankzi het gebruik van de documenten- ruimte is het niet nodig om lastige voor- werpen bi zich te houden, elke keer het voertuig moet geparkeerd worden.
+ Plaats de sleutel in het sleutel- blok «1» en druk er op.
+ Het deurtje «2» van de opberg- ruimte opent automatisch
BunyeoA T /2PIY8AT BunyeoaT / al
Voorste en achterste schiffrem Controleerde werking, de loze slag van de commandohendels, hetpeil van de vioeistof en eventuele
lekken. Controleer de slitage van
Front and rear disc brake Check for proper operation. Check brake lever empty travel and brake
de remblokken. Indien nodig vuit men remvloeistof bij
Check that tyres are in good condition. Check infiation pressure and check for tyre wear and damage
Remhendels Controleer of ze zacht werken. Smeer indien nodig de bewegingsplaatsen.
Gashendel Controleer of hij zacht werkt en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. Registreer enfof smeer indien nodig.
Motorolie Controleer en/of vul bij indien
Controleer de conditie van de riviekken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade.
Check thatitworks smoothly and it goes back to its normal position when the springs are released. Lubricate couplings and joints if necessary.
Controleer of het draaien homogeen en vioeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt.
Check that the clamping elements are not loose.
Adjust or tighten them as required.
Laterale standaard en centrale standaard
Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen. Smeer indien nodig de koppelngen en de bewegingsplaatsen.
Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zin.
Controleer het peil, en tank indien nodig
Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit.
Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop.
Lights, warning lights, injection telltale light, hom and electrical devices
Check the correct operation of the hom and lights. Replace the bulbs orintervene in case of failure
Het vloeistofpeil in het expansievat moet zich tussen de «MIN» en <MAX referenties bevinden.
CAUTION A FUEL USED TO DRIVE EXPLOSION ENGINES IS HIGHLY INFLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UN- DER SPECIFIC CONDITIONS.
Lichten, controlelampen, controlelamp van de injectie, akoestische melder en elektrische mechanismen
Controleer de correcte werking van de akoestische en visieve mechanismen. Vervang de lampjes of grijp in bi schade.
Controleer de correcte werking
Gebruik uitsluitend loodvrije superbenzi- ne, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Technische kenmerken
Capaciteit van de brandstoftank (in- clusief de reserve)
BANDEN Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless)
Spanning van de voorband (enkel be- stuurder)
Spanning van de achterband (enkel bestuurder)
Spanning van de voorband (bestuur- der + passagier)
Regeling van de schokdempers (02_02, 02_03)
Inspectie van de voorste en achterste ophanging Laat de olie en de oliekeering van de voorste ophanging controleren op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud
Op basis van de tabel van het gepro- grammeerd onderhoud voertmen boven- dien de volgende controles uit:
+ Met de hendel van de voorrem geactiveerd, drukt men herhaal- delik op het stuur, door de vork te laten zakken:
+ Deloop moetprogressiefzin en er mogen geen oliesporen zijn op de stangen.
+ Controleer de sluiting van alle onderdelen en de functionalitieit van de bewegingsplaatsen van de voorste en achterste ophan- ging.
REGELING VAN DE ACHTERSTE OP-
HANGING De achterste ophanging bestaat uit een schokdemper met dubbel effect (rem- ming bi compressie/extensie), en is be- vestigd door middel van de silent-block aan de motor.
De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de voorbelas- üing van de veer. De standaardregeling, die wordt ingesteld in de fabriek, is voor- zien voor een bestuurder van ongeveer
70 kg. Voor andere gewichten en behoef- ten, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen.
+ Handel op de regelmoer « (regeling van de voorbelas- ing van de veer van de schok- demper)
VOER DE REGELINGEN UIT VOOR BEIDE ACHTERSTE SCHOKDEM- PERS.
Rotatie van de moer naar A: de voorbe- lasting van de veer verhoogt. De inrich- ting van het voertuig is harder, Te gebrui- ken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier.
Rotatie van de moer naar B: de voorbe- lasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rij- den zonder passagier.
De proefperiode van de motor is funda- menteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien moge- lik op wegen met veel bochten en/of hel- lingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiéntere proefperiode.
Men moet zich houden aan de volgende indicaties:
+ Draai het gashandvat niet hele- meal bij lage regimes tijdens het inriden, en ook niet ema.
+ 0-100 km (0-62 mijl) eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermidt men om bruusk en lang te remmen. Ditom een cor- recte stabilisatie van het wrij- vingsmateriaal van de pastilles op de remschiff toe te staan.
+ 0-500 km (0-312 mi) Tijdens de eerste 500 km (312 mi) rijdtmen
+ AVOID KEEPING À CON- STANT SPEED ALONG LONG SECTIONS OF ROAD.
niet harder dan 80% van de voorziene maximum snelheid.
+ Vermidt om lang een constante snelheid aan te houden.
+ Na de eerste 1000 km (625 mi), verhoogt men geleidelij- kaan de snelheid tot men de maximale prestaties bereikt.
LET OP A MELD STEEDS OP VOORHAND WAN- NEER MEN VAN RIJBAAN OF RIj- RICHTING VERANDERT MET DE HIERVOOR VOORZIENE MECHANIS- MEN, EN VERMI] D BRUUSKE OF GE- VAARLIJKE MANOEUVRES. SCHA- KEL DE MECHANISMEN ONMIDDEL- LIJK UIT NADAT MEN VAN RIJ RICH- TING HEEFT VERANDERD. WAN- NEER MEN INHAALT OF MEN WORDT INGEHAALD DOOR ANDERE VOER- TUIGEN, MOET MEN ZEER VOOR- ZICHTIG ZIJN. BJ REGEN WORDT HET ZICHT VERMINDERD DOOR HET OPSTUIVEN VAN WATER, DAT WORDT VEROORZAAKT DOOR GRO- TE VOERTUIGEN; DOOR DE LUCHT- VERPLAATSING KAN MEN DE CON- TROLE OVER HET VOERTUIG VER- LIEZEN.
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN VOOR HET STARTEN. START DE MO- TOR NIET WANNEER HET VOERTUIG OP DE LATERALE STANDAARD IS GEPLAATST.
+ Voor het starten van de motor plaatsts men het voertuig op de centrale standard en contro- leert men of de laterale stan- daard volledig dichtgeklapt is.
+ Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van het «dimlicht» bevindt.
+ Plaats de schakelaar voor het stlleggen van de motor «2» op <RUN».
+ Draai de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschakelaar op «ON».
LET OP OP DIT MOMENT GEBEURT HET VOL- GENDE:
WANNEER DEZE NIET OPLICHTEN, OF WANNEER NA DRIE SECONDEN BEIDE CONTROLELAMPEN NIET UIT- GAAN, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIÈLE APRILIA DEALER.
+ Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te ac- tiveren. Wanneer dit niet ge- beurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor start niet
+ Druk op startknop «7» zonder gas te geven, en laat deze los wanneer de motor start.
+ Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.
+ Gaophetvoertuigzitten, en hou minstens één voet op de grond om de stabiliteit te garanderen
+ Regel de achteruitkikspiegel- tes op correcte wijze.
LET OP A WANNEER HET VOERTUIG STIL- STAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE ACHTERUITKI] KSPIEGEL- TJES GEWOON TE RAKEN. HET RE- FLECTERENDE OPPERVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOOR- WERPEN VERDER DAN DAT ZE WER- KELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, ENENKEL ERVARING MAAKT HET IN- SCHATTEN MOGELIJK VAN DE AF- STAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.
+ Laat de remhendel los en geef gas, door matig aan het gas- handvat te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden.
De voedingsinstallatie van het voertuig is in staat om het starten te beheren op ba- sis van de staat van de motor (koud/ warm) én in functie van de omgevings- temperatuur en -druk.
Het stilleggen van de motor (02_11, 02_12)
+ Laathet gashandvat los (pos. A) en activer geleïdelijkaan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen.
+ Tijdens een tidelike pauze, ac- tiveert men minstens een rem.
+ Stop het voertuig.
LET OP A VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVER- WACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.
+ Plats de schakelaar voor het stoppen van de motor «1» op «B» «OFF».
LET OP IA MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE- KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.
+ Draai aan de sleutel «2», plats de ontstekingsschakelaar «3» op «OFF».
+ Plaats het voertuig op de stan- daard.
+ Blokkeer het stuur door de ont- stekingsschakelaar «3» op «LOCK» te draaien, en door de sleutel «2» te verwijderen
LET OP LAAT DE SLEUTEL «2» NIET IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
Men waarschuut de eigenaar van het voertuig dat de wethet volgende kan ver- bieden: + de venwijdering en elke daad voor het niet operationeel ma- ken, door eender wie, ware het niet voor onderhoudshandelin- gen, herstellingen of vervan- ging, eender welk mechanisme of samenstellend ingebouwd element van een nieuw voertuig, voor het controleren van lawaai véér verkoop of levering van het voertuig aan de koper of terwil het wordt gebruikt: + hetgebruik van het voertuig na- dat dit mechanisme of samen- stellend element werd verwij- derd of niet-operationeel werd gemaakt. Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitiaat en de buizen van de knaldemper,
en controleer ofer geen roestofboringen zin en of het uitaatsysteem correct werkt.
Wanneer het lawaai van het uitlaatsys- teem verhoogt, contacteert men onmid- dellik een Officièle aprilia Dealer.
HET IS VERBODEN OM TE KNOEIEN AAN HET UITLAATSYSTEEM.
+ Druk op de hendel van de stan- daard «6».
+ Neemhetlinker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast.
+ Duw op de laterale standaard «7» metde rechter voet, en klap hem volledig uit
+ __Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt.
+ Draai het stuur volledig naar links.
CAUTION MAKE SURE THE VEHICLE IS STA- BLE.
LET OP CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
Controle van de standaard
De rotatie van de standard «1» mag niet worden belet.
Voer de volgende controles uit:
+ De veren «2» mogen niet be- schadigd, versleten, verroest of verzwakt zin.
+ De standaard moet vrij draaien; vet eventueel het kogelgewricht in.
LET OP ENKEL VOOR DE LATERALE STAN- DAARD.GEVAAR OP VALLEN OF OM- SLAAN.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelik in een garage of een bewaakte plaats.
Gebruik wanneer mogelik de speciale gepantserde kabel "Body-Guard' van aprilia, of een extra antidiefstalmechanis- me.
Controleer of de documenten en de ver- keersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaarte vergemakkeliken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
BELANGRIJK In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje
Het veilig rijden (02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSRE-
GELS Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voor- ziene vereisten (rjbewijs, minimum leef- tjd, psychofysische geschiktheid, verze- Kering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.)
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen.
Rijden onder invioed van mediciinen, al- cohol, verdovende of psychotrope mid- delen verhoogt aanzienlik het risico op ongevallen
Men moet er zeker van zijn dat de psy- chotysische condities geschikt zijn voor hetrijden, met vooral aandacht voor fysi- sche moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te witen aan het gebrek aan ervaring van de bestuur- der.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controler in elk geval of de bestuur- der in het bezit is van alle vereisten voor het rijden:
Respecteer nauwkeurig de bewegwize- ring en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselik verkeer.
Vermijdtbruuske en gevaariike manoeu- vres voor zichzelf en voor anderen (voor- beeld: hetsteigeren, hetnietnaleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zicht- baarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen riden om de eigen snelheid te verhogen.
LET OP RIj STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETEN- STEUNEN VAN DE BESTUURDER), EN BEHOU EEN CORRECTE RIj POSI- TIE.
Vermijt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tÿ- dens het rijden.
De bestuurder mag nietafgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beinvioe- den door personen, voorwerpen, acties niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hi met het voertuig ridt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van hettype datmen vindtin de 'TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer her- haaldelik of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvioeistoffen correct zijn
Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen ge- stoten, controleert men of de comman- dohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiéle aprilia Dealer, door voor- al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veilig- heidsonderdelen en mechanismen waar- voor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mecha- niciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wan- neer de aangebrachte schade de veilig- heid schaadt.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de rich- ängaanwijzers, de verlichtingsmechanis- men en de akoestische melders
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegaal maken
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en pleatselike reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig
Men moet vooral vermiden om techni- sche wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alles- zins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdtabsoluut om wedstrijden te hou- den met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen
KLEDING Vooraleer men gaat riden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vastte maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mo- gelik met een lichte en/of refiecterende Kieur. Op deze manieris men goed zicht- baar voor andere weggebruikers en ver- mindert men aanzienfik het risico op aanridingen, en is men beter beschermd wanneer men valt
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet benge- len: vermijdt dat deze of andere voorwer- pen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende on- derdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die moge- lik gevaarlik zin wanneer men valt, bi- voorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voonwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagien).
ACCESSOIRES De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aan tidens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadit, de werking van de ophangingen en de hoëk van sturing niet beperkt, de active- ring van de commando niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang totde commando hinderen, en die dus de reactietijden bi nood kun- nen verlengen.
De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynami- sche krachten veroorzaken die de stabi- lieit van het voertuig tjdens het rijden schaden, vooral bi hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed veran- kerd is op het voertuig en dat het niet gevaarik is tjdens het rijden.
Wizig of voeg geen elektrische appara- ten toe die het draagvermogen van het voertuig overschriden; op deze wijze zou hetvoertuig onverwachtkunnen stivallen ofzou er een gevaarlike afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de
werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
aprilia raadt het gebruik aan van origine- le accessoires (aprilia genuine access0- ries).
BELASTING Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelik bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelik te houden. Controleer boven- dien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tjdens lange reizen.
Bevestig absoluut geen plaatsinnemen- de, volumineuze, zware en/of gevaarlike voorwerpen aan hetstuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertra- gen in bochten, en dus de handelbaar- heid ervan schaden:
Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig,
Vervoer geen bagage die ver uit de ba- gagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen be- dekt
Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke baga- gedrager.
De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaar- heid.
SCARABEO 300 SPECIAL Chap. 03
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Peil van de motorolie
Controleer het peil van de motorolie op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud.
De olie van de motor moet vervangen worden op basis van de tabel van het ge- programmeerd onderhoud.
Voor de vervanging wendt men zich tot een Officièle aprilia Dealer.
LET OP A DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, IN- DIEN LANG EN DAGELIJKS GEHAN- TEERD.
GEBRUIK OLIE VAN HET TYPE DAT MEN VINDT IN DE TABEL VAN DE AANBEVOLEN PRODUCTEN.
Controle van het peil van de motorolie (03_01)
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Leg de motorstilen laathem af- koëlen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelftoe te staan
+ Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder hem.
+ Reinig de delen die in contact komen met de olie met een rein doek
+ Draai de dop-staaf «1» vast in de inlaatboring «2».
+ Verwijder de dop-staaf «1» en lees het peil van de olie op de staaf:
MAX = maximum peil; MIN = minimum peil.
Het verschil tussen het "MAX" en het "MIN" peil bedraagt ongeveer 200 cc
+ Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf.
+ Indien nodig vult men bi.
LET OP LA OVERSCHRIDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ON- DER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR TE VEROORZAKEN.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Het bijvullen van motorolie (03_02)
+ Gieteen keine hoeveelheid olie in de inlaatboring «2» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform binnenin de carter vioeit
+ Voerde controle van hetoliepeil uit, en vul eventueel bi,
+ Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voor- geschreven peil wordt bereikt.
+ Op heteinde van de handeling draait men de dop/staaf «1» vast en sluit men hem.
LET OP GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONGESCHIK- TE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BE- WEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJ TEN EN DUS ERN- STIGE SCHADE KAN TOEBRENGEN.
Oliepeil van de naaf (03_03, 03_04)
Controleer hetoliepeil van de transmissie op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud
LET OP A DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, IN- DIEN LANG EN DAGELIJKS GEHAN- TEERD.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Controle van het oliepeil van de trans- missie + Plaats het voertuig op de cen-
TOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN.
+ Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder hem.
+ Reinig de delen die in contact komen met de olie met een rein doek
+ Draai de dop-staaf «1» vast in de inlaatboring.
+ Verwijder de dop-staaf «1» op- nieuw en lees het peil van de olie op de staaf:
MAX = maximum peil; MIN = minimum peil.
+ Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf.
+ Indien nodig vult men bi.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Gieteen keine hoeveelheid olie in de inlaatboring en wacht on- geveer één minuut tot de olie uniform binnenin de carter vioeit
+ Voerde controle uit van hetolie- peil, en vul eventueel bij
+ Voer het bijvullen uit met keine hoeveelheden olie, tot het voor- geschreven peil wordt bereikt.
+ Op heteinde van de handeling draait men de dop/staaf «2» vast en sluit men deze
Voor hetbijvullen en voor de vervanging, gebruiktmen nieuwe olie van hettype dat wordt aangeduid in de tabel van de aan- bevolen producten.
LET OP AA GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONGESCHIK- TE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BE- WEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJ TEN EN DUS ERN- STIGE SCHADE KUNNEN TOEBREN- GEN.
Vervanging van de olie van de trans- missie
De olie van de transmissie moet vervan- gen worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
De vervanging van de olie van de trans- missie vraagt om ingewikkelde handelin- gen, en daarom moet men zich wenden tot een Officiéle aprilia Dealer.
Banden (03_05, 03_06)
BANDEN Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless)
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR DE METING UIT VOORAL VOOR EN NA EEN LANGE REIS.WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMPT, EN DUS NAAR DE STUURINRICHTING VERSTUURT, ZO- DAT HET RI] COMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
3 Maintenance / 3 Onderhoud
MINIMUM DIEPTELIMIET VAN HET RIJ VLAK «2»
2mm Vooraan: 2mm Rear 2mm Achteraan 2mm M 03_06|
Na uitgediepte tests heeft aprilia voor dit model enkel de banden goedgekeurd die men vindt in de volgende tabel:
Controleer de bougie op basis van de ta- bel van het geprogrammeerd onderhoud
Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzetingen, en vervang ze indien nodig.
Om de bougie te bereiken, venwidert men het inspectiedeksel als volgt:
+ Verwijder de accubedekking en draai de tee bevestigingsbou- ten «2» los en verwider ze van het centrale inspectiedeksel.
+ Breng hetzadel omiaag
+ Draai de onderste centrale be- vestigingsbout «2» los en ver- wijder ze.
+ Verwijderhet centrale inspectie- deksel
Voor de verwijdering en de reiniging han- delt men als volgt:
LET OP A VOORALEER MEN DE VOLGENDE HANDELINGEN UITVOERT, LAAT MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AF- KOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGS- TEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT, OM MOGELI)KE BRANDWONDEN TE VERMI] DEN.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Maak het kapje «1» los van de hoogspanningskabel van de bougie.
Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bigevoegde sleutel en verwijder ze uithaarzit doorte zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt.
Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en rei- nig eventueel met speciale rei- nigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje
Blaas goed uit met een lucht- straal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terechtkomen. Wanneer de bougie scheuren op de isole- ring, verroeste elektroden of ex- cessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen. Controleer de afstand van de elektroden met een diktemeter, en regel de afstand eventueel door de massaelektrode voor- zichtig te buigen.
Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draaitmen de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd.
+ _Insertthe spark plug tube cor- rectiy so thatit does not detach with engine vibrations.
+ Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijge- voegde sleutel, door ze een 1/2 draai vastte draaien om de ron- del vastte drukken.
+ Plaats de pipet van de bougie correct, zodat deze niet loskomt door de vibraties van de motor.
+ Hermonteer het rechter inspec- tiedeksel.
LET OP LA DE BOUGIE MOET GOED WORDEN VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN, EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHA- DIGD. GEBRUIK ENKEL BOUGIES VAN HET AANBEVOLEN TYPE, AN- DERS ZOUDEN DE PRESTATIES EN DE DUUR VAN DE MOTOR GE- SCHAAD KUNNEN WORDEN.
Technische kenmerken
Afstand van de elektroden van de bou- gie
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Demonteren van het luchtfilter (03_11, 03 12)
Voor de reiniging en de controle van de luchtfiter raadpleegt men de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. Wan- neer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelin- gen van de reiniging of de vervanging vlugger worden uitgevoerd
+ Voor de reiniging van het filter- end element, moet men het van het voertuig verwijderen
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.
+ Draai de negen bouten «3» los en verwider ze.
+ Verwijder het deksel van de fil- terkas «4» compleet met filter end element «5».
+ Controleer het filterend element «5», en vervang het eventueel.
Reiniging van de luchtfilter
+ Reinig hetfilterend element «5» door gebruik te maken van een luchtstraal onder druk.
CAUTION A TO AVOID RISK OF FIRE OR EXPLO- SION DO NOT USE PETROL OR FLAM- MABLE SOLVENTS TO CLEAN THE FILTERING ELEMENT.
LET OP LA OLIE HET FILTEREND ELEMENT NIET, ANDERS KAN DE OLIE DIE IN DE DOOS VAN DE RIEM KOMT HAAR BESCHADIGEN OF DOEN SLIPPEN.
Peil van de koelvloeistof (03_13, 03_14)
Controleer het peil van de koelvioeistof: op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud
De oplossing van de koelvioeistof be- staat uit 50% water en 50% antivries. Dit
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
mengsel is ideaal voor het grootste deel van de werkingstemperaturen en garan- deert een goede bescherming tegen cor- rosie. Hetis passend om hetzelfde meng- sel ook te behouden voor het warme seizoen, omdat zo lekken door verdam- ping en de nood voor frequente bijvullin- gen worden verminderd. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraal- zouten die in de radiator van het ver- dampte water werden gelaten, en veran- dert de efficiëntie van de koelinstallatie niet, Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere con- centratie antivries toe (tot een maximum van 60%).
Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destilleerd water, om de motor niet te beschadigen.
LET OP IA GEBRUIK HET VOERTUIG NIET WAN- NEER DE KOELVLOEISTOF ZICH ON- DER HET MINIMUM "MIN" PEIL BE- VINDT.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
CONTROLE LET OP VOER DE HANDELINGEN VAN DE CONTROLE EN HET BI} VULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.
+ Leg de motorstilen wachttothi afgekoeld is
+ Verwijder de voorste motorkap
+ Los de vuldop «1» (door in te- genwijzerszin te draaien) zon- der hem te verwijderen.
+ Wachtenkele seconden zodat de eventuele druk kan ontiuch- ten.
+ Draai de dop «1» los en verwi- derhem.
+ Controleer of het vioeistofpeil in het expansievat «2» het «MAX» peil bereikt.
MIN = minimum peil. MAX = maximum peil.
+ Wanneer de vloeistof het «MAX peil niet bereikt, moet men bivullen.
+ Vul bij met koelvioeistof, tot het vloei- stofpeil ongeveer het "MAX" peil bereikt.
+ Plaats de vuldop «1» opnieuw. + Herplaats de voorste motorkap.
LET OP VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE- RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI- STOF. WANNEER MEN EEN TRECH- TER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
LET OP LA BI) HET BI) VULLEN MAG MEN HET «MAX» PEIL NIET OVERSCHRIJ DEN, ANDERS ZAL DE VLOEISTOF TIj- DENS DE WERKING VAN DE MOTOR UITSTROMEN.
Aanbeloven producten
AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvioeistof Biologisch afbreekbare koelvioeistof, ge- bruiksklaar, met "long life” technologie en kenmerken (rood). Verzekert een be- scherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.
Controle van het oliepeil van de remmen (03_15, 03_16)
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Methet verbruik van de wrivingspastiles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slitage te compenseren.
De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabifheid van de koppelingen van de remhendels.
Controleer periodiek het peil van de rem- viveistof in de tanks en de slitage van de pastilles.
LET OP GEBRUIK HET VOERTUIG NOOI!T WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT VAN DE REMINSTALLATIE.
CONTROLE Voor de controle van hetpeilhandeltmen als volgt:
+ Plaats het voertuig op de cen- tale standard
+ Draai het stuur zodat de vloei- stof in de tanks van de remvloei- stof parallel staat met de refe- rentie «MIN» op het kikglasje «l».
+ Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» over- schrijdt op het kikglasje «1».
MIN» = Minimum peil.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Wanneer het peil te laag is
+ Controleer de slitage van de rempastilles en van de schif.
Wanneer de pastilles enfof de schijf niet aan vervanging toe zijn
+ Zich wenden tot een Officiêle aprilia Dealer die zal zorgen voor het bijvullen.
LET OP HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VER- MINDERT PROGRESSIEF MET DE SLI] TAGE VAN DE PASTILLES.
Controleer het peil van de elektrolyten de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onder- houd.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
3 Maintenance / 3 Onderhoud
VERWIJ DERING VAN HET ACCUDEK-
SEL Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt
Draai de tee bouten «1 los en verwijder ze
Veruijder het accudeksel «2»
LET OP PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
CONTROLE EN REINIGING VAN DE TERMINALS EN VAN DE KLEMMEN Veruijder het accudeksel. Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
Controleer of terminals «3» van de kabels en de klemmen «4» van de accu:
zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zin met afzettin- gen);
bedekt zijn met neutraal vet of vaseline.
Maakt men eerst de negatieve kabel (-) en daama de positieve kabel (+) los.
+ Borstelt men meteen metalen borstel, om elk roestspoor te eli- mineren
+ Verbindt men opnieuw de posi- tieve kabel (+) en daarna de ne- gatieve kabel (-).
+ Bedekt men de terminals en de klemmen met neutraal vet of va- seline.
VERWIJ DERING VAN DE ACCU
+ Verwijder het accudeksel
+ Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (4 los.
+ Verwijder de accu «5» uit haar plaats, en plaats ze op een effen opperviak en in een frisse en droge plaats.
+ Herplaats het accudeksel
LET OP DE VERWIJDERDE ACCU MOET WORDEN OPGEBORGEN OP EEN VEILGE PLAATS EN UIT DE BUURT VAN KINDEREN.
LET OP HANTEER ZE MET ZORG EN AAN-
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Verbindt de accu aan een accu- lader.
+ Men raadt aan om op te laden door gebruik te maken van een elektische stroomsterkte van 1/10 van de capacitieit van de accu zef.
+ Na hetopladen, hercontroleert men het elektrolytpeil en vult men eventueel bi] met gedestl- leerd water.
+ Hermonteer de doppen op de elementen
HERMONTEER DE ACCU ENKEL NA 5- 10 MINUTEN NA HET UITSCHAKELEN VAN DE LAADAPPARATUUR, OMDAT DE ACCU GAS BLIJ FT PRODUCEREN VOOR EEN KORTE PERIODE.
Inwerkingstelling van een nieuwe accu
+ Verwider het accudeksel. + Plaats de accu «5» op haar plaats
+ Cover the leads and terminals with neutral grease or petroleum jelly.
+ Verbindt eerst de positieve ka- bel (+) en daama de negatieve kabel (-)
+ Bedek de terminals en de klem- men met neutraal vet of vaseli- ne.
+ Herplaats het accudeksel
LET OP LA VERBINDT STEEDS DE ONTLUCH- TING VAN DE ACCU, OM TE VERMIj- DEN DAT DE ZWAVELZUURDAMPEN DIE UIT DE ONTLUCHTING KOMEN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE, DE GELAKTE DELEN, DE RUBBEREN DETAILS OF DE PAKKINGEN KUN- NEN AANTASTEN.
Wanneer het voertuig voor lange td niet werd gebruikt, is het mogelik dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelik leeg zou kunnen zijn.
LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU Wanneer het voertuig inactief blift voor langer dan 15 dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden,
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Verwijder de accu en plaats ze op een frisse en droge plaats.
Tijdens de winter of anneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la- ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
+ Laadtze volledig op door ge- bruik te maken van een normale lading.
Wanneer de accu op het voertuig blift, maakt men de kabels los van de klem- men
Zekeringen (03_20, 03_21, 03_22)
LET OP LA WANNEER EEN ZEKERING FRE- QUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER WAARSCHI) NLIJK EEN KORTSLUI- TING OF EEN OVERBELASTING. IN DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN Officièle aprilia Dealer.
Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.
Controleer eerst de zekeringen van 10 A en 15 À, en vervolgens de zekeringen van 30 À.
+ Verwijder het accudeksel
+ Verwijder de zekeringen één voor één, en controler of de draad «1» onderbroken is.
+ Vooraleer men de zekering ver- vangt, zoekt men indien moge- lik de oorzaak van het pro- bleem.
+ Vervang de zekering indien be- schadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroom- sterkte.
+ Herplaats het accudeksel
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
(2) Zekering van 15A Van de spanningsregelaar naar: hetrelais van de schroef, de injectie, de logica van de stoplichten/start (zit A op het elektisch schema)
From the ignition switch to: lights, hom, instrument panel, radio (seat C on the electrical diagram)
(3) Zekering van 15A Van de ontstekingsschakelaar naar: het stroomstopcontact (zit B op het elektisch schema)
From main fuse to: ECU, alarm, electric lock, glove compartment light
(4) Zekering van 15A Van de ontstekingsschakelaar near: de lichten, de claxon, het dashboard, de radio (zit C op het elektrisch schema)
From the voltage regulator to: Continuous power supply, ECU, fan.
Vanaf de hoofdzekering naar: de ECU, hetalarm, hetelektroslot, het licht van de koffertjes
(6) Zekering van 10 À
Van de spanningsregelaar naar: het permanent stroomvoorzieningstoestel, de ECU, de schroef.
Van de accu naar: de voeding van alles, het stroomstopcontact.
(12) Zekering van 30A Van de accu naar: het opladen, de accuregelaar, het stroomstopcontact.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
12V -55W /12V -55W Lamp van het dimlicht / groot licht
12V -55W /12V -55W Front parking light
12V -5W Lamp van het voorste positielicht
12V -5W Rear/front turn indicator bulb
12V -10W (rear)/12V - 10W (front)
Lamp van het licht van de voorste/ achterste richtingaanwijzers
12V - 10W (achteraan)/ 12V - 10W {vooraan)
Rear tail light/stop light bulb LV - 5W/21W
warning light Controlelamp van het grootlicht LED Controlelamp van de LED
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Controlelamp van de indicator van LED de hoge temperatuur van de
Voorste optische groep (03_23, 03_24, 03 25)
Op het achterlicht vindt men:
+ Een lampje van het grootlicht + Een lampje van het dimicht + Een lampje van het positielicht «3». Voor de vervanging van de lampjes van het dimlicht/groot licht:
+ Draai de onderste bout «4» los en verwijder ze.
+ Verwijder de dopmoer van het achterlicht
+ Verwijder de bovenste sluiting van het licht
+ Draai de tee bevestigingsbou- ten los van hetlicht en verwijder ze.
+ Verwijder hetlicht uit de onder- ste pinnen.
+ Maak de connector los en ver- wijder het licht.
+ Verwijder de rubberen bescher- ming
+ Draai de lampenhouder in te- genwijzerszin en verwijder hem uit de paraboolzit.
+ Verwijder het lampje.
+ Plaats de lampenhouder in de paraboolzit en draai hem in wij- zerszin.
+ Verbindt de elektische connec- tor van het lampje.
LET OP OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR VAN HET LAMPJE TE VERWIJ DEREN, MAG MEN NIET AAN DE ELEKTRI- SCHE KABELS TREKKEN.
PLAATS HET LAMPJE IN DE PARA- BOOLZIT, DOOR DE TWEE KLEMVER- BINDINGEN TE DOEN OVEREENKO- MEN MET DE RESPECTIEVELIJKE GELEIDERS OP DE LAMPENHOU- DER.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Verbindt de connector van het licht. + Hermonteer het licht
WANNEER MEN DE BESCHERMINGS- KAP HERMONTEERT, LET MEN OP OM LANGS DE VOLLEDIGE OMTREK TE DRUKKEN IN OVEREENKOMST MET DE OPSCHRIFT «PUSH», ZODAT HET WATERDICHT IS, EN KOPPELT MEN VERVOLGENS DE LIPJ ES VAST.
Voor de vervanging van de positielamp- jes:
+ Doorte handelen vanaf de on- derkant van de koplamp, neemt men de lampenhouder «1» vast, trekt men eraan, en verwijdert men het uit de zit
+ Verwijder het positielampje «2» en vervang het met een ander van hetzelfde type.
LET OP LA TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJ DEREN.
Regeling van de koplamp (03_26, 03_27)
Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter af- stand van een verticale wand, en contro- leert men of het terrein vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controler of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lin van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte)
Voor het regelen van de lichtbundel:
+ Draai de onderste bout van het licht «1» los en verwijder ze.
+ Verwijder de verchroomde dop- moer.
+ Verplaats lichtes de bovenste sluiting van het licht naar voor, zonder ze te verwijderen.
+ Plaats een schroevendraaier in de regelbout van de voorste koplamp «2». Wanneer men in WIJZERSZIN draait, verlaagt de lichtbundel. Wanneer men in TEGENWIJZERSZIN draait, verhoogt de lichtbundel.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Voorste richtingaanwijzers (03_28, 03_29, 03_30, 03 31)
VOOR DE VERVANGING VAN DE LAMPEN VAN DE RICHTINGAANWI] - ZERS, IS HET NIET NODIG OM TE HANDELEN OP OF OM DE LENS OF DE PARABOOL VAN DE INDICATOR ZELF TE DEMONTEREN.
Voor de vervanging van de lampjes, ver- wijdert men de voorste motorkap als volgt:
+ Plaats het voertuig op de cen- tale standard.
+ Draai het stuur volledig naar rechts en verwijder bout «1».
+ Handel op dezelfde wijze op de tegenovergestelde kant, door het stuur naar links te draaien.
+ Draai het stuur volledig naar rechts en verwijder bout «2».
+ Handel op dezelfde wijze op de tegenovergestelde kant, door het stuur naar links te draaien.
+ Hefde motorkap lichtjes op, zoals aangeduid door de pi, en verwijder hem van de koppelin- gen.
LET OP PLAATS Blj DE HERMONTAGE DE KLEMVERBINDINGSLIPPEN COR- RECT IN DE SPECIALE ZITTEN, MET DE RELATIEVE CLIPS.
Voor de linker kant:
+ Draai de lampenhouder «1» in tegenwijzerszin.
+ Draai het lampje «2» in tegen- wizerszin
Voor de rechter kant:
+ Draai de twee bovenste bouten «3» los van het expansievat, en venwijder ze.
+ Open de documentenruimte.
+ Draai de onderste bout «4» van het expansievat los, langs de boring in de documentenruimte.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Hefhetexpansievat op, zodat men het rechterlampje kan be- reiken.
+ Handel zoals voor het linker lampje.
+ Installer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde ty- pe.
+ Voor de hermontage handelt men in de omgekeerde zin.
LET OP WEES VOORZICHTIG BI] HET GE- BRUIK.
Achterste optische groep (03_32, 03_33)
Voor de vervanging van de lampjes:
+ Draai de twee bouten «3» los en verwijder ze. + Verwijder het achterlicht «4».
+ Verwijder de lampenhouder «5» en verwijder het achterlicht
+ Draai het lampje «6» in tegen- wijzerszin
+ Verwiderhetlampje en vervang het
LET OP WEES VOORZICHTIG BIj HET GE- BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJ ES EN/OF DE RE- LATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Achterste richtingaanwijzers (03_34)
Voor de vervanging van de lampjes:
+ Venwijder het achterlicht
+ Draai de lampenhouder «1» in tegenwijzerszin en venwijder hem.
+ Draai het lampje «2» in tegen- wizerszin en verwijder het uit de lampenhouder.
Nummerplaatlicht (03_35, 03_36)
Voor de vervanging van de lamp:
+ Draai de bout «4» los en verwij- der ze.
+ Verwijder de steun van de lamp van het licht van de nummer- plaat «5».
+ Verwijder de lamp «6» en ver- vang ze met een andere van hetzelfde type
Voor de vervanging van het lampje:
+ Neem de lampenhouder «3» vast, trek eraan en verwijder het uit de zit.
+ Verwijder en vervang hetlampje met een ander van hetzelfde ty- pe.
LET OP TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJ DEREN.
Licht van de verlichting van de helmruimte (03_37)
+ Los de bevestigingsbout «1» van het dekglas van het accu- deksel, en verwijder ze.
+ Verwijder dekglas «2» langs on- der.
+ Neem de lampenhouder «3» vast, trek eraan en verwijder het uit de zit.
+ Verwijder de lamp «4» en ver- vang ze met een andere van hetzelfde type.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
LET OP TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJ DEREN.
Achteruitkijkspiegels (03_38)
Volgende informatie betreft één achter- uitkikspiegel, maar is geldig voor beide. + Plaats het voertuig op de cen- tale standaard. + Draai het dekseltje «3» los. + Verwijder het achteruitkikspie- geltje «4» langs boven: + Recuperer het dekselte «3» en de distantieerring
HOU DE ONDERDELEN VAN HET RECHTER EN LINKER SPIEGELTJE GESCHEIDEN.
Schijfrem vooraan en achteraan (03_39, 03_40, 03_41, 03 42)
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJ FREMMEN VOORAAN EN ACH- TERAAN, MET GESCHEIDEN HY- DRAULISCHE CIRCUITS. DE VOL- GENDE INFORMATIE BETREFT EEN ENKELE REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
LET OP LA HET PLOTSELING WI] ZIGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN GEVAL VAN TWIJ FELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
NIGD WORDEN MET EEN ONTVET- TEND PRODUCT VAN HOGE KWALI- TEIT.
Controle van de slijtage van de pastil- les
Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud
De slitage van de pastilles van de rem- schiff hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.
DE VOLGENDE INFORMATIE BE- TREFT ÉÉN REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
Voor het uitvoeren van een selle con- trole van de slitage van de pastilles:
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard
+ Voer een visieve controle uit tussen de remschif en de pas- tilles, door als volgtte handelen.
Vooraan en onderaan voor beide tangen:
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Achteraan en onderaan voor beide pas- tilles «1».
+ Wanneer de dikte van het wri- vingsmateriaal (00k van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, laat men bei- de pastilles vervangen.
Pastilles vooraan «2». Pastilles achteraan «3».
LET OP VOOR DE VERVANGING MOET MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer WENDEN.
Stilstand van het voertu (03_43, 03_44)
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet ge- bruiken van het voertuig tegen te gaan Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle véér het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uitte voeren.
+ Ledig de brandstoftank volledig.
+ Verwijder de bougie.
+ Gietin de cilinder een lepelte (5 -10 cm?) motorolie
PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABI} DE ZIT VAN DE BOU-
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
EVENTUELE OLIESPATTEN.
+ Plaats de ontstekingsschake- lear in «ON» en druk voor enke- le seconden op de startmotor «A» om de olie uniform op de opperviakken van de cilinder te verdelen
+ Verwijder hetbeschermende
Hermonteer de bougie
Was en droog het voertuig.
Breng was aan op de gelakte
+ Blaas de banden op.
+ Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun.
+ Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder voch- tigheid, beschermd tegen zon- nestralen, en waar tempera- tuursverschillen miniem zijn.
+ Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.
+ Bedek het voertuig, maar met geen plastic of ondoordringbaar materiaal.
+ Verwijder de bedekking en rei- nig het voertuig
+ Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze
+ Voer de voorbereidende contro- les uit.
LET OP VOER VOOR ENKELE KILOMETERS EEN TESTRIT UIT AAN EEN GEMA- TIGDE SNELHEID, IN EEN VER- KEERSVRIJE ZONE.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
+ Atmosferische vervuiling in de stad of in industrièle zones) Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig kimaat).
+ Speciale milieu/seizoenscondi- ties (het gebruik van zout, che- mische anti-isproducten op we- gen in de winterperiode).
+ Letvooral op dat op de carros- serie geen afzettingsresten blij- ven van industriële en vervuilen- de stoffen, teerviekken, dode insecten, uitwerpselen van vo- gels, enz.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelik zin voor de lak.
LET OP NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOEL- TREFFENDHEID TI} DELIJK MINDER ZI) N DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRI] VINGSOPPER- VLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJ DEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REM- CONDITIES TE HERSTELLEN. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UT.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte opperviakken, moet men een waterstraal onderlage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons voor carrosseries die doordrenkt is in veel water en shampoo (2 … 4% delen shampoo in water). Spoel vervolgens overvioedig met water en droog af met een zeemvel. Om de exteme delen van
CAUTION LA REMEMBER TO CLEAN THE SCOOT- ER CAREFULLY BEFORE ANY POL- ISHING WITH SILICON WAX. DO NOT POLISH MATT-PAINTED SURFACES WITH POLISHING PASTE. THE SCOOTER SHOULD NEVER BE WASHED IN DIRECT SUNLIGHT, ES- PECIALLY DURING SUMMER, WITH THE BODYWORK STILL HOT, AS THE SHAMPOO CAN DAMAGE THE PAINT- WORK IF IT DRIES BEFORE BEING RINSED OFF. DO NOT USE LIQUIDS AT TEMPERATURES OVER 40 °C WHEN CLEANING PLASTIC PARTS OF THE SCOOTER. DO NOT DIRECT HIGH PRESSURE WATER OR AIR JETS OR STEAMTO THE FOLLOWING PARTS: WHEEL HUBS, CONTROLS LOCATED ON THE RIGHT OR LEFT SIDE OF THE HANDLEBAR, BEAR- INGS, BRAKE PUMPS, INSTRUMENTS AND GAUGES, MUFFLER EXHAUST, GLOVE-BOX/TOOL KIT, IGNITION SWITCH/STEERING. DO NOT USE AL- COHOL, PETROL OR SOLVENTS TO CLEAN RUBBER AND PLASTIC PARTS. USE ONLY WATER AND NEU- TRAL SOAP INSTEAD. DO NOT USE
de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken
LET OP LA MEN HERINNERT DAT HET OPPOET- SEN MET SILICONENWAS UITGE- VOERD MOET WORDEN NADAT MEN HET VOERTUIG ZORGVULDIG HEEFT GEWASSEN. POETS MATTE LAKKEN NIET OP MET SCHURENDE PASTA'S. HET WASSEN MAG NOOIT WORDEN UITGEVOERD IN DE ZON, VOORAL NIET IN DE ZOMER WANNEER DE CARROSSERIE NOG WARM IS, OM- DAT DE SHAMPOO DIE VOOR HET SPOELEN OPDROOGT DE LAK KAN BESCHADIGEN. GEBRUIK GEEN VLOEISTOFFEN MET EEN TEMPERA- TUUR VAN MEER DAN 40°C VOOR HET REINIGEN VAN DE PLASTIC DE- LEN VAN HET VOERTUIG. RICHT DE WATERSTRALEN OF PERSLUCHT OF DAMP NIET OP DE VOLGENDE DE- LEN: DE NAVEN VAN DE WIELEN, DE COMMANDO'S OP HET RECHTER EN LINKER KANT VAN HET STUUR, DE KUSSENTJES, DE REMPOMPEN, DE INSTRUMENTEN EN DE INDICATORS,
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Het ledigen van de brandstoftank
LET OP A BRANDGEVAAR.
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
+ Plaats het voertuig op de cen- tale standaard en op een vaste en viakke ondergrond.
+ Leg de motorstil en wachttot hij afkoelt.
+ Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig.
+ Verwijder de dop van de brand- stoftank.
+ Voor het ledigen van de brand- Stof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelik- soortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen peilsonde van de benzine in de tank).
CAUTION AFTER EMPTYING THE TANK, REFIT THE FUEL TANK CAP ADEQUATELY.
motorolie en de filter van de
Olie van de transmissie —250 cm?
Koelvioeistof (50% water +50% 1,71
antivries met ethyleenglycol)
Depth of fork oil level from the rim 96 mm Diepte oliepeil vork vanaf de rand- 96 mm - without spring - fork included zonder veer - samengedrukte vork Seats 2 Plaatsen 2 Scooter max load (rider +luggage) 115 kg Max belasting van het voertuig 115kg (bestuurder + bagage ) Scooter max load (rider + 190 kg passenger + luggage) Max belasting van het voertuig 190 kg bestuurder + passagier + bagage Chassis type High-resistant steel tubes { Pas5eg gage) Type van frame In stalen buizen met hoge Steering inclination angle 27.5" weerstand Trail 108 mm Hellingshoek van het stuur 27,5" Front brake 9 260-mm disc brake with VER Dr hydraulic transmission Voorrem Met schijf- 9 260 mm - met
14:x3,5 light alloy rim
Gecombineerde achterrem
Met dubbele schijf- vooraan @ 260 mm achteraan @ 240 mm
Velg van het voorwiel
16"x 3,00 lichtmetalen velg
Velg van het achterwiel
Spanning van de voorband (enkel_ 2,1 bar bestuurder) Spanning van de achterband 2,1 bar
Spanning van de voorband (bestuurder + passagier)
Spanning van de achterband
hydraulic double-acting shock absorber and adjustable preloading
(bestuurder + passagier)
Telescoopvork met hydraulische werking
Verplaatsing van de voorste ophanging
{Permanent-magnet) Generator 14V - 320W ENGINE TECHNICAL DATA
hydraulische schokdemper met dubbele effect, metregeling van de voorbelasting
Verplaatsing van de achterste 80 mm ophanging
Accu 12V-14 Ah Zekeringen 20-15-10A Generator (met permanente 14V - 320W
Monocilindrisch 4-takt met 4 kleppen, geforceerde smering met vochtige carter, as met nokken in de kop.
Toerental van de motor aan het minimum regime
Versnellingsbak Automatisch
Koeling Met geforceerde
vioeistofcirculatie, door een centrifugepomp
Diffusor van de vlinderromp
Variable advance controlled by the injection control unit
VOEDING Elektronische injectie met elektrische brandstofpomp Brandstof Loodvrije superbenzine (4 Stars
UK), met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Voorontsteking Variabele voorontsteking, beheerd door de injectiecentrale
High-low-beam bulb 12V - 55W / 12V - 55W Lamp van het dimlicht/ grootlicht_12V -55W /12V - 55W Front parking light 12V-5W Lamp van het voorste positielicht _ 12V - 5W Rear/frontturn indicator bulb 12V - 10W (rear)/12V- 10W (front) Lamp van hetlicht van de voorste/ 12V - 10W (achteraan)/ 12V - 10W achterste richtingaanwijzers {vooraan)
Coolant high temperature gauge LED Controlelamp van het dimlicht LED
warning light Controlelamp van het grootlicht LED Controlelamp van de LED brandstofreserve
Controlelamp van de indicator van LED de hoge temperatuur van de koelvioeistof
Bijgeleverde gereedschappen (04_ 01)
De gereedschpskit «6» is bevestigd on- der het zadel.
Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:
Het zadel deblokkeren en het opheffen. De bigevoegde gereedschappen zijn: - Gereedschapstas.
- Dubbele schroevendraaier.
- Buissleutel van 16 mm.
- Sleutel voor schokdempers.
- Zeshoekige sleutel van 4 mm.
suanaBa6 aU2SIUU28 L ÿ / EJeP [E2IUU22 L +
Hst, 05 Gepland onderhoud
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud
B] ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HAND- SCHOENEN TE GEBRUIKEN.
Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de ge- bruiker worden uitgevoerd; in enkele ge- vallen kan men specifieke gereedschap- pen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiêle aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service ga- randeert.
Men raadt aan om aan de Officiêle apri- lia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlik de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshande-
Carrying out scheduled services on time is essential for your warranty validity. For further information conceming Warranty procedures and Scheduled Mainte- nance, please refer to the Warranty Booklet.
ROUTINE MAINTENANCE TABLE Kaart van het periodiek onderhoud
Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van con- troles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pa- gina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmid- delljk mee te delen aan de Officiéle apri- lia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de vol: gende servicebeurt.
Een stipte uitvoering van de servicebeur- ten is noodzakelik voor het correcte ge- bruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepas- singswizen van de Garantie en de uit- voering van het Geprogrammeerd On- derhoud, raadpleegt men het Garantie- boekje.
km x 1,000 1 5 10 | 15 | 20 | 25 | 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60
Veiligheidsblokkeringen
Luchtfilter van de riemruimte
Filter van de motorolie
Peil van de koelvloeistof *
Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest
Slitage van remblokjes
l: CONTROLEREN EN REINIGEN, REGELEN, SMEREN OF VERVANGEN INDIEN NODIG C:REINIGEN, R: VERVANGEN, A: REGELEN, L:SMEREN
+ Vervang elke 2 jaar
Olie voor de versnellingsbak
APIGL4, GLS AGIP FORK 7.5W Olie van de vork
Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes en andere te smeren punten
Biologisch afbreekbare koelvioeistof, gebruiksklaar, met "long life” technologie en
Kenmerken (rood). Verzekerteen bescherming tegen vriestemperaturen tot-40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.
AGIP FILTER OIL Olie voor fiers in spons
G Geprogrammeerd onderhoud: 146
Het stilleggen van de motor:
[e) Z Onderhoud: 71, 145, 146 Zadel: 29 Optische groep: 112, 119 Zekeringen: 106
R Richtingaanwijzers: 24, 116, 120
S Schifrem: 123 Schokdempers: 43 Sleutelschakelaar: 22 Standaard: 60
The aprilia trademark is property of Piaggio & C. S.p.A.
DE WAARDE VAN DE ASSISTENTIE Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officièle Netwerk van aprilia grondig dit voertig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstelingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertig. De controle vébr het riden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiéle factoren !
Voorinformatie in verband met de dichtstbizinde Offciéle dealer enjof Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechstreeks op de geografische kaart op onze Offciële Website
Enkel wranneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvraagf, zal men een product krjgen dat reeds bestudeerd en getest werd tjdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia Reserveonderdelen worden systematisch ondenvorpen aan kwalteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrjvingen en de illustrates in deze uitgave zijn niet bindend: aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiéle eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geilustreerd, op elk moment wizigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of de levering van accessoires naar gelang zi dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplichtte zijn om tjdig deze uitgave bi te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderljke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van aprilia.
© Copyright 2009 - april. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.
Notice-Facile