SCARABEO 300 SPECIAL - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCARABEO 300 SPECIAL APRILIA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCARABEO 300 SPECIAL - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCARABEO 300 SPECIAL van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING SCARABEO 300 SPECIAL APRILIA
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat riden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig: daarmaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidies ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelik zal wennen aan uw nieuw voertuig, waaru lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bi verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar. SCARABEO 300 SPECIAL Ed. 01 2009
The instructions in this booklethave been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; italso describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. De instructies in deze handieiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelike leidraad te zin voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadtmen aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.
B 5 E Personal safety Failure to completely observe these instructions will result in serious risk of personal injury. Safeguarding the environment Sections marked with this symbol indicate the correct use ofthe vehicle to prevent damaging the environ- ment. Vehicle intactness The incomplete or non-observance of these regula- tions leads to the risk of serious damage to the vehicle and sometimes even the invalidity ofthe guarantee. The symbols shown above are very important. They are used to highlight those parts of the booklet that should be read with particular care. As you can see, each sign consists of a different graphic symbol, mak- ing it quick and easy to locate the various topics. Before starting the engine, read this bookletthorough- ly and the "SAFE RIDING" section in particular. Your safety as well as others does not only depend on the quickness of your reflexes and agility, but also on how well you know your vehicle, the state of maintenance ofthe vehicle itself and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master itin road traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and must be handed to the new owner in the event of sale. Persoonlike veiligheid Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge- volg hebben. Bescherming van Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur. Staat van het voertuig Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge- volg hebben. Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb- ben namelik tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym- bool, zodat de bibehorende onderwerpen meteen duidelik kunnen worden gevonden in de verschillen- de delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf “VEILIG RIJ DEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar o0k van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJ DEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be- heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJ K Deze handleiding moet beschouwd worden als inte- grerend deel van het voertuig, en moet worden over- handigd bi de verkoop ervan.
Scheduled maintenance table... Tips tegen diefstal Het vellig riden: ONDERHOUD.... Peil van de motoroli Controle van het peil van de motorolie. Het bijvullen van motorolie Oliepeil van de naaf. Banden.. Demonteren van de bougie. Demonteren van het luchtflter. Reiniging van de luchtfier… Peil van de koelvioeistof..…………. Controle van het oliepeil van de remmen ACCU.... Inwerkingsteling van een nieuwe accu Lange stilstand..
Regeling van de koplamp. Voorste richtingaanwijzers Achterste optische groep. Achterste richtingaanwijzers. Nummerplaaticht.. Licht van de verlichting van de helmruimte. Achteruitkikspiegels. Schifrem vooraan en achteraan. Stilstand van het voertui Reinigen van het voertuig Vervoer.. TECHNISCHE GEGEVENS. Bijgeleverde gereedschappen. GEPLAND ONDERHOUD. Tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
Plaats van de hoofdcomponenten (01_02) LEGENDE: L Expansievat
2. Dop van het expansievat van de koel-
3. Vloeistoftank van de achterrem
5. Transmissiedeksel
6. Linker voetensteun van de passagier
8. Dop peil/ bijvulling van de motorolie
11. Centraal inspectiedeksel
14. Vioeistoftank van de voorrem
15. Schakelaar voor de opening van het
19. Secundaire zekeringenhouders
20. Hoofdzakelike zekeringenhouders
21. Rechter voetensteun van de passa-
2. Hendel van de gecombineerde rem
{voorrem en achterrem)
5. Hendel van de voorrem
9. Ontstekingsschakelaar / stuurslot (ON
Analoog instrumentenpaneel (01_04) LEGENDE: L Rode controlelamp van de druk van de motorolie
2. Blauwe controlelamp van het groot
4. Indicator van de temperatuur van de
7. Indicator van het brandstofpeil
11. Controlelamp van het antidiefstalsys-
12. Rode controlelamp voor de hoge tem-
peratuur van de koelvioeistof
HET INSTRUMENT. Controlelamp van de druk van de mo- torolie «1» Deze licht elke keer op wanneer men de onstekingsschakelaar in «ON» plaatsten de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van de LED. De controlelamp moetuitgaan wan- neer de motor wordt gestart. LET OP
Controlelamp van het groot licht «2» Deze lichtop wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING). Controlelamp van de richtingaanwij- zer «3» Deze knippert wanneer het signaal van verandering van richting in functie is Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «4» Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvioeistof in de motor. Wan- neer de wijzer zich naar het «MIN» peil verplaatst, is de temperatuur onvoldoen- de om met het voertuig te kunnen riden: Wanneer het wijzertie zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de wer- kingstemperatuur normaal. Wanneer de wizer de rode zone bereikt of de contro- lelamp licht op, legt men de motor stil en de controleert men het peil van de koel- viveistof. LET OP
ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD. Snelheidsmeter «5» Duidt de risnelheid aan Multifunctioneel LCD display «6» Op het display kunnen de digitale kiok, hethodogram, het partiële hodogram, de meeteenheid, het bereik van het gepro- grammeerd onderhoud, het brandstofpeil weergegeven worden Indicator van het brandstofpeil «7» Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan. Wanneer de wijzer de rode zone bereikt, blift er ongeveer 2 liter brandstof over in de tank. In dit geval moet men z0 vlug mogelik tanken. Knop MODE «8» Wanneer op de toets MODE gedrukt wordt, kunnen de verschillende functies van hetdigitale display geselecteerd wor- den. Controlelamp van de brandstofreser- ve «9» Deze lichtop wanneer er in de brandstof- tank ongeveer 2 liter brandstof overblijft.
Controlelamp van de elektronische benzineinjectie (EFI) «10» Deze licht elke keer op voor ongeveer drie seconden wanneer men de ontste- kingsschakelaar in «ON» plaatst en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van het in- jectiesysteem. De controlelamp moet uit- gaan wanneer de motor wordt gestart. LET OP
WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer. Controlelamp van het antidiefstalsys- teem (immobilizer) «11» Enkel voor hiervoor voorziene voertui- gen. Als de motor uit staat, wordt een alarme- rende knippering tegen diefstal weerge- geven. Het bevestigt dat het antidiefstal- systeem actief is. BunyeoA T /2PIY8AT
Controlelamp van de hoge tempera- tuur van de koelvloeistof «12» Deze licht op wanneer de indicator van de temperatuur van de koelvioeistof de rode zone bereikt. Leg onmiddellik de motor stil en controleer het peil van de koelvloeistof. LET OP
WORDEN BESCHADIGD. Digitaal display (01_05, 01_06) Door de ontstekingssleutel «1» in positie <ONp te draaien, worden alle segmenten op het multfunctioneel display geacti- veerd (op deze manier wordt een contro- le uitgevoerd van de werking van de onderdelen) en zal de laatste ingestelde functie na het stilleggen van het voertuig worden gevisualiseerd. LET OP
MEERD ONDERHOUD. De verschillende functies worden gese- lecteerd, en worden vervolgens gevisua- liseerd op het display door op de MODE knop «2» Volgende segmenten vindt men op het mulfunctioneel LCD display: - digitale kok «3», - indicator hodogram «d», - meeteenheid in km «5», - indicator meeteenheid uitgedrukt in mil «6», - indicator van het hodogram partieel «D, - indicator van het bereiken van het ge- programmeerd onderhoud «8», BunyeoA T /2PIY8AT
- indicator van het brandstofpeil «9». Istellen van de kilometerteller en dagteller (01_07, 01_08) DIGITAAL HODOGRAM Volgende segmenten vindt men in de functie van het hodogram op het LCD display: Icoon voor de visualisering van het ho- dogram partieel, zescijferige visualise- ring «d», icoon van de indicator van de meeteenheid uitgedruktin Km «5», icoon van de indicator van de meeteenheid uit- gedrukt in mijlen «6». Door opeenvolgens op de drukknop MO- DE «2» te drukken, gaat men over naar de volgende modaliteiten: - Hodogram partieel -TRIP - Accuspanning
GRAM PARTIEEL - Druk op de toets MODE «2» tot de func- te van het hodogram partiel wordt be- reikt - Druk op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden.
AANSTAAT. Regeling van de klok: + Druk op de toets MODE «2» tot de functie TRIP wordt bereikt + Druk voor langer dan drie se- conden op de toets MODE «2» om de regeling van de klok te activeren. + De eerste regeling die moet uit- gevoerd worden, is de regeling van de uren. Druk herhaaldelik op de toets MODE «2» om het gewenste uur in te stellen. BunyeoA T /2PIY8AT
+ Druk op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de rege- ling van de minuten. + Voorde regeling van de minuten drukt men herhaaldelijk op de toets MODE «2» om de gewen- ste minuten in te stellen. + Eens men de kiok heeft inge- steld, drukt men op geen enkele toets voor drie seconden, om de functie van de regeling van de Klok te verlaten.
NUL. Sleutelschakelaar (01_ 10) Ontstekingsschakelaar «1» vindtmen op de rechter kant, nabij) de kop van de stuurinrichting.
NIET OP HET VOERTUIG. OFF: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is moge- lik om de sleutel te verwijderen ON: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mo- gelik om de sleutel te verwijderen. LOCK: Het stuur is geblokkeerd. De mo- tor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelik om de sleutel te verwijderen Inschakeling van het stuurslot Om de stuurinrichting te blokkeren: + Draai het stuur volledig naar links. + Metde ontstekingssleutel draait men de ontstekingsschakelaar in positie «LOCK» BunyeoA T /2PIY8AT
HET VOERTUIG NIET VERLIEST. Schakelaar richtingaanwijzers (01_ 11) Verplaats schakelaar «2» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait, Verplaats schakelaar «2» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Plaats de schakelaar centraal om de richtingaanwijzer te deactiveren. Met het voertuig in beweging, grijpt het auto- matisch terugkeersysteem in, dat de rich- tingaanwizer deactiveert na 40 secon- den of na 500 m.
Drukknop claxon (01_12) Door op drukknop «1» te drukken, acti- veert men de akoestische melder.
Koplampschakelaar (01_13) Wanneer de omleider van de lichten «3» zich in positie «B» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; wanneer hij zich in positie «A» bevindt, wordt het dimlicht geactiveerd. Door op de omleider van de lichten te drukken in positie «C», activeert men het knipperen van het groot licht.
GEDEACTIVEERD. Inschakelknop alarmlichten (01_14) Met drukknop HAZARD «4» is het mo- geljk om de knipperichten aan/uit te schakelen. INSCHAKELING Met de ontstekingsschakelaar in «ON». Druk om de vier richüngaanwijzers in te schakelen, Nu is het mogelik om de ont- stekingsschakelaar in positie «OFF» te draaien, en om de sleutel te verwijderen. UITSCHAKELING Plaats de sleutel in de ontstekingsscha- kelaar, en draai ze in positie «ON», druk opnieuw op de drukknop HAZARD om het systeem te deactiveren.
Startknop (01_15) Door op drukknop «2» te drukken, doet het startmotortje de motor draaien.
Stopschakelaar motor (01_16) Dit is een veiligheidsschakelaar of een noodstopschakelaar. Met schakelaar «> ingedrukt in positie «B» RUN, is het mogelik om de motor te starten; door er op te drukken in positie «A» OFF, wordt de motor stilgelegd.
POSITIE «OFF». Benzinetank (01_17) Om de dop van de brandstoftank te be- reiken: + Plaats sleutel «1» in hetslotvan de ruimte van de brandstoftank. + Draai sleutel «1» in tegenwij- zerszin + Draai de dop van de tank «2» los.
Stopcontact (01_18) + Binnenin de documentenruimte is er een stopcontact van 12V «3» en een hendel «4» voor de manuele opening van het zadel voorzien. + Het stopcontact van 12 V kan gebruikt worden voor het voe- den van gebruiksvoonverpen van maximum 180 W (GSM, in- spectielamp, enz.) LET OP
DOEN ONTLADEN. Het zadel (01_19) Om het zadel te deblokkeren: + open de documentenruimte. + Trek aan de hendel «4» om het zadel los te koppelen. Om het zadel te blokkeren: + plaats het omlaag en druk erop {zonder te forceren), zodat het slot klikt. BunyeoA T /2PIY8AT
CORRECT GEBLOKKEERD IS. Identificatie (01_20, 01_ 21) Framenummer Het framenummer is gedrukt op de cen- tale buis van het frame. Voor het lezen ervan moet men de opbergruimte ope- nen en de erop gemonteerde klemver- bindingbescherming verwideren. Framenum- mer: Motornummer Het motomummer is gedrukt in de nabi- heid van de onderste steun van de ach- terste schokdemper. Motornum- mer:
Hetis goed om hetframenummer en het motomummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder- delen.
DELLI} K VERVALLEN. Penen van de koffer voor (01_ 22) Dankzi het gebruik van de documenten- ruimte is het niet nodig om lastige voor- werpen bi zich te houden, elke keer het voertuig moet geparkeerd worden. + Plaats de sleutel in het sleutel- blok «1» en druk er op. + Het deurtje «2» van de opberg- ruimte opent automatisch BunyeoA T /2PIY8AT
Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zin. Xug99 z/2sn2
DER SPECIFIC CONDITIONS. Lichten, controlelampen, controlelamp van de injectie, akoestische melder en elektrische mechanismen Controleer de correcte werking van de akoestische en visieve mechanismen. Vervang de lampjes of grijp in bi schade. Injectiepomp Controleer de correcte werking
VAN DEZE NORM KAN DE POMP VAN DE VOEDING EN/OF VAN DE KATA- LYSATOR BESCHADIGEN. Gebruik uitsluitend loodvrije superbenzi- ne, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). Technische kenmerken Capaciteit van de brandstoftank (in- clusief de reserve)
Bandenspanning (02_01) BANDEN Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless) LET OP
Spanning van de voorband (bestuur- der + passagier) 2,1 bar Spanning van de achterband (bestuur- der + passagier) 2,2 bar Regeling van de schokdempers (02_02, 02_03) Inspectie van de voorste en achterste ophanging Laat de olie en de oliekeering van de voorste ophanging controleren op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud Op basis van de tabel van het gepro- grammeerd onderhoud voertmen boven- dien de volgende controles uit: + Met de hendel van de voorrem geactiveerd, drukt men herhaal- delik op het stuur, door de vork te laten zakken: + Deloop moetprogressiefzin en er mogen geen oliesporen zijn op de stangen. + Controleer de sluiting van alle onderdelen en de functionalitieit van de bewegingsplaatsen van de voorste en achterste ophan- ging. xn1g29 z/25n7
HANGING De achterste ophanging bestaat uit een schokdemper met dubbel effect (rem- ming bi compressie/extensie), en is be- vestigd door middel van de silent-block aan de motor. De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de voorbelas- üing van de veer. De standaardregeling, die wordt ingesteld in de fabriek, is voor- zien voor een bestuurder van ongeveer
70 kg. Voor andere gewichten en behoef- ten, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen. + Handel op de regelmoer « (regeling van de voorbelas- ing van de veer van de schok- demper)
VOER DE REGELINGEN UIT VOOR
PERS. Rotatie van de moer naar A: de voorbe- lasting van de veer verhoogt. De inrich- ting van het voertuig is harder, Te gebrui- ken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier. Rotatie van de moer naar B: de voorbe- lasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rij- den zonder passagier. xn1g29 z/25n7
Inrijden De proefperiode van de motor is funda- menteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien moge- lik op wegen met veel bochten en/of hel- lingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiéntere proefperiode. Men moet zich houden aan de volgende indicaties: + Draai het gashandvat niet hele- meal bij lage regimes tijdens het inriden, en ook niet ema. + 0-100 km (0-62 mijl) eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermidt men om bruusk en lang te remmen. Ditom een cor- recte stabilisatie van het wrij- vingsmateriaal van de pastilles op de remschiff toe te staan. + 0-500 km (0-312 mi) Tijdens de eerste 500 km (312 mi) rijdtmen
niet harder dan 80% van de voorziene maximum snelheid. + Vermidt om lang een constante snelheid aan te houden. + Na de eerste 1000 km (625 mi), verhoogt men geleidelij- kaan de snelheid tot men de maximale prestaties bereikt. LET OP
GEPLAATST. + Voor het starten van de motor plaatsts men het voertuig op de centrale standard en contro- leert men of de laterale stan- daard volledig dichtgeklapt is. + Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van het «dimlicht» bevindt. + Plaats de schakelaar voor het stlleggen van de motor «2» op <RUN». + Draai de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschakelaar op «ON». LET OP
OFFICIÈLE APRILIA DEALER. + Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te ac- tiveren. Wanneer dit niet ge- beurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor start niet + Druk op startknop «7» zonder gas te geven, en laat deze los wanneer de motor start.
SCHADE TE VERMIJ DEN AAN DE ON- DERDELEN VAN DE MOTOR. + Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek. LET OP
BEPERKTE SNELHEID. Om te vertrekken: + Gaophetvoertuigzitten, en hou minstens één voet op de grond om de stabiliteit te garanderen + Regel de achteruitkikspiegel- tes op correcte wijze. LET OP
+ Laat de remhendel los en geef gas, door matig aan het gas- handvat te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden. LET OP
VOORZICHTIG WORDEN BENADERD, EN MAG MEN NIET BRUUSK RIJ DEN EN ZO WEINIG MOGELI] K HET VOER- TUIG DOEN HELLEN. Moeilijke start De voedingsinstallatie van het voertuig is in staat om het starten te beheren op ba- sis van de staat van de motor (koud/ warm) én in functie van de omgevings- temperatuur en -druk.
Het stilleggen van de motor (02_11, 02_12) + Laathet gashandvat los (pos. A) en activer geleïdelijkaan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen. + Tijdens een tidelike pauze, ac- tiveert men minstens een rem. + Stop het voertuig. LET OP
KLAPT IS. + Plats de schakelaar voor het stoppen van de motor «1» op «B» «OFF». LET OP
«ON», KAN DE ACCU ONTLADEN. + Draai aan de sleutel «2», plats de ontstekingsschakelaar «3» op «OFF». + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Blokkeer het stuur door de ont- stekingsschakelaar «3» op «LOCK» te draaien, en door de sleutel «2» te verwijderen LET OP
SLEUTEL TOT DE OPBERGRUIMTE. Katalysator Men waarschuut de eigenaar van het voertuig dat de wethet volgende kan ver- bieden: + de venwijdering en elke daad voor het niet operationeel ma- ken, door eender wie, ware het niet voor onderhoudshandelin- gen, herstellingen of vervan- ging, eender welk mechanisme of samenstellend ingebouwd element van een nieuw voertuig, voor het controleren van lawaai véér verkoop of levering van het voertuig aan de koper of terwil het wordt gebruikt: + hetgebruik van het voertuig na- dat dit mechanisme of samen- stellend element werd verwij- derd of niet-operationeel werd gemaakt. Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitiaat en de buizen van de knaldemper, xn1g29 z/25n7
en controleer ofer geen roestofboringen zin en of het uitaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsys- teem verhoogt, contacteert men onmid- dellik een Officièle aprilia Dealer.
HET IS VERBODEN OM TE KNOEIEN
AAN HET UITLAATSYSTEEM. Standaard (02_13, 02_14, 02_15) CENTRALE STANDAARD + Neemhetlinker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast. + Druk op de hendel van de stan- daard «6». LATERALE STANDAARD + Neemhetlinker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast. + Duw op de laterale standaard «7» metde rechter voet, en klap hem volledig uit + __Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt. + Draai het stuur volledig naar links.
HET VOERTUIG. Controle van de standaard De rotatie van de standard «1» mag niet worden belet. Voer de volgende controles uit: + De veren «2» mogen niet be- schadigd, versleten, verroest of verzwakt zin. + De standaard moet vrij draaien; vet eventueel het kogelgewricht in. LET OP
Tips tegen diefstal Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot. Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelik in een garage of een bewaakte plaats. Gebruik wanneer mogelik de speciale gepantserde kabel "Body-Guard' van aprilia, of een extra antidiefstalmechanis- me. Controleer of de documenten en de ver- keersbelasting in orde zijn. Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaarte vergemakkeliken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal. NAAM: VOORNAAM: … ADRES:. TELEFOONNUMMER:. BELANGRIJK In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje
Het veilig rijden (02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27) FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSRE- GELS Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voor- ziene vereisten (rjbewijs, minimum leef- tjd, psychofysische geschiktheid, verze- Kering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.) Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen. Rijden onder invioed van mediciinen, al- cohol, verdovende of psychotrope mid- delen verhoogt aanzienlik het risico op ongevallen Men moet er zeker van zijn dat de psy- chotysische condities geschikt zijn voor hetrijden, met vooral aandacht voor fysi- sche moeheid of slaperigheid. De meeste ongevallen zijn te witen aan het gebrek aan ervaring van de bestuur- der. Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controler in elk geval of de bestuur- der in het bezit is van alle vereisten voor het rijden: xn1g29 z/25n7
Respecteer nauwkeurig de bewegwize- ring en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselik verkeer. Vermijdtbruuske en gevaariike manoeu- vres voor zichzelf en voor anderen (voor- beeld: hetsteigeren, hetnietnaleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zicht- baarheid, enz. Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken. Blijf niet achter voertuigen riden om de eigen snelheid te verhogen. LET OP RIj STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET
Vermijt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tÿ- dens het rijden. De bestuurder mag nietafgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beinvioe- den door personen, voorwerpen, acties niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hi met het voertuig ridt. Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van hettype datmen vindtin de 'TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer her- haaldelik of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvioeistoffen correct zijn Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen ge- stoten, controleert men of de comman- dohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd. Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiéle aprilia Dealer, door voor- al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veilig- heidsonderdelen en mechanismen waar- voor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen. Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mecha- niciens te bevorderen. Rij absoluut niet met het voertuig wan- neer de aangebrachte schade de veilig- heid schaadt. xn1g29 z/25n7
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de rich- ängaanwijzers, de verlichtingsmechanis- men en de akoestische melders Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie. Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegaal maken Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en pleatselike reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig Men moet vooral vermiden om techni- sche wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alles- zins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen. Vermijdtabsoluut om wedstrijden te hou- den met de voertuigen. Vermijdt om te crossen
KLEDING Vooraleer men gaat riden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vastte maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is. Draag beschermende kleding, indien mo- gelik met een lichte en/of refiecterende Kieur. Op deze manieris men goed zicht- baar voor andere weggebruikers en ver- mindert men aanzienfik het risico op aanridingen, en is men beter beschermd wanneer men valt De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet benge- len: vermijdt dat deze of andere voorwer- pen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende on- derdelen of ander delen. Hou geen voorwerpen bij zich, die moge- lik gevaarlik zin wanneer men valt, bi- voorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voonwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagien). xn1g29 z/25n7
ACCESSOIRES De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires. Men raadt aan tidens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadit, de werking van de ophangingen en de hoëk van sturing niet beperkt, de active- ring van de commando niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert. Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang totde commando hinderen, en die dus de reactietijden bi nood kun- nen verlengen. De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynami- sche krachten veroorzaken die de stabi- lieit van het voertuig tjdens het rijden schaden, vooral bi hoge snelheden. Controleer of het accessoire goed veran- kerd is op het voertuig en dat het niet gevaarik is tjdens het rijden. Wizig of voeg geen elektrische appara- ten toe die het draagvermogen van het voertuig overschriden; op deze wijze zou hetvoertuig onverwachtkunnen stivallen ofzou er een gevaarlike afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de
werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen. aprilia raadt het gebruik aan van origine- le accessoires (aprilia genuine access0- ries). BELASTING Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelik bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelik te houden. Controleer boven- dien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tjdens lange reizen. Bevestig absoluut geen plaatsinnemen- de, volumineuze, zware en/of gevaarlike voorwerpen aan hetstuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertra- gen in bochten, en dus de handelbaar- heid ervan schaden: Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken. Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig, Vervoer geen bagage die ver uit de ba- gagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen be- dekt xn1g29 z/25n7
Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager. Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke baga- gedrager. De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaar- heid.
Peil van de motorolie Controleer het peil van de motorolie op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud. De olie van de motor moet vervangen worden op basis van de tabel van het ge- programmeerd onderhoud. Voor de vervanging wendt men zich tot een Officièle aprilia Dealer. LET OP
MEN VINDT IN DE TABEL VAN DE AANBEVOLEN PRODUCTEN. Controle van het peil van de motorolie (03_01) + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION
AFGEKOELD ZIJN. + Leg de motorstilen laathem af- koëlen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelftoe te staan
+ Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder hem. + Reinig de delen die in contact komen met de olie met een rein doek + Draai de dop-staaf «1» vast in de inlaatboring «2». + Verwijder de dop-staaf «1» en lees het peil van de olie op de staaf: MAX = maximum peil; MIN = minimum peil. Het verschil tussen het "MAX" en het "MIN" peil bedraagt ongeveer 200 cc + Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf. + Indien nodig vult men bi. LET OP
Het bijvullen van motorolie (03_02) + Gieteen keine hoeveelheid olie in de inlaatboring «2» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform binnenin de carter vioeit + Voerde controle van hetoliepeil uit, en vul eventueel bi, + Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voor- geschreven peil wordt bereikt. + Op heteinde van de handeling draait men de dop/staaf «1» vast en sluit men hem. LET OP
Oliepeil van de naaf (03_03, 03_04) Controleer hetoliepeil van de transmissie op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud LET OP
3 Maintenance / 3 Onderhoud
EEN Officiéle aprilia Dealer. Controle van het oliepeil van de trans- missie + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard. LET OP
AFGEKOELD ZIJN. + Draai de dop-meetstaaf «1» los en verwijder hem. + Reinig de delen die in contact komen met de olie met een rein doek + Draai de dop-staaf «1» vast in de inlaatboring. + Verwijder de dop-staaf «1» op- nieuw en lees het peil van de olie op de staaf: MAX = maximum peil; MIN = minimum peil. + Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf. LET OP
Bijvulling + Gieteen keine hoeveelheid olie in de inlaatboring en wacht on- geveer één minuut tot de olie uniform binnenin de carter vioeit + Voerde controle uit van hetolie- peil, en vul eventueel bij + Voer het bijvullen uit met keine hoeveelheden olie, tot het voor- geschreven peil wordt bereikt. + Op heteinde van de handeling draait men de dop/staaf «2» vast en sluit men deze Voor hetbijvullen en voor de vervanging, gebruiktmen nieuwe olie van hettype dat wordt aangeduid in de tabel van de aan- bevolen producten. LET OP
GEN. Vervanging van de olie van de trans- missie
De olie van de transmissie moet vervan- gen worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. De vervanging van de olie van de trans- missie vraagt om ingewikkelde handelin- gen, en daarom moet men zich wenden tot een Officiéle aprilia Dealer. Banden (03_05, 03_06) BANDEN Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless) LET OP
3 Maintenance / 3 Onderhoud
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Na uitgediepte tests heeft aprilia voor dit model enkel de banden goedgekeurd die men vindt in de volgende tabel: Technische kenmerken Voorband 110/70-16" 52P tubeless Achterband 140/70-14" 68P tubeless
Demonteren van de bougie (03_07, 03_08, 03_09, 03_10) Controleer de bougie op basis van de ta- bel van het geprogrammeerd onderhoud Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzetingen, en vervang ze indien nodig. Om de bougie te bereiken, venwidert men het inspectiedeksel als volgt: + Hefhetzadel op. + Verwijder de accubedekking en draai de tee bevestigingsbou- ten «2» los en verwider ze van het centrale inspectiedeksel. + Breng hetzadel omiaag + Draai de onderste centrale be- vestigingsbout «2» los en ver- wijder ze. + Verwijderhet centrale inspectie- deksel Voor de verwijdering en de reiniging han- delt men als volgt: LET OP
Maak het kapje «1» los van de hoogspanningskabel van de bougie. Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bigevoegde sleutel en verwijder ze uithaarzit doorte zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt. Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en rei- nig eventueel met speciale rei- nigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje Blaas goed uit met een lucht- straal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terechtkomen. Wanneer de bougie scheuren op de isole- ring, verroeste elektroden of ex- cessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen. Controleer de afstand van de elektroden met een diktemeter, en regel de afstand eventueel door de massaelektrode voor- zichtig te buigen. Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draaitmen de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd.
+ Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijge- voegde sleutel, door ze een 1/2 draai vastte draaien om de ron- del vastte drukken. + Plaats de pipet van de bougie correct, zodat deze niet loskomt door de vibraties van de motor. + Hermonteer het rechter inspec- tiedeksel. LET OP
Demonteren van het luchtfilter (03_11, 03 12) Voor de reiniging en de controle van de luchtfiter raadpleegt men de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. Wan- neer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelin- gen van de reiniging of de vervanging vlugger worden uitgevoerd + Voor de reiniging van het filter- end element, moet men het van het voertuig verwijderen + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard. + Draai de negen bouten «3» los en verwider ze. + Verwijder het deksel van de fil- terkas «4» compleet met filter end element «5». + Controleer het filterend element «5», en vervang het eventueel. Reiniging van de luchtfilter + Reinig hetfilterend element «5» door gebruik te maken van een luchtstraal onder druk.
NIET, ANDERS KAN DE OLIE DIE IN DE DOOS VAN DE RIEM KOMT HAAR BESCHADIGEN OF DOEN SLIPPEN. Peil van de koelvloeistof (03_13, 03_14) Controleer het peil van de koelvioeistof: op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud De oplossing van de koelvioeistof be- staat uit 50% water en 50% antivries. Dit PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
mengsel is ideaal voor het grootste deel van de werkingstemperaturen en garan- deert een goede bescherming tegen cor- rosie. Hetis passend om hetzelfde meng- sel ook te behouden voor het warme seizoen, omdat zo lekken door verdam- ping en de nood voor frequente bijvullin- gen worden verminderd. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraal- zouten die in de radiator van het ver- dampte water werden gelaten, en veran- dert de efficiëntie van de koelinstallatie niet, Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere con- centratie antivries toe (tot een maximum van 60%). Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destilleerd water, om de motor niet te beschadigen. LET OP
VERWIJ DER DOP «1» NIET VAN HET
DE MOTOR KOUD STAAT. + Leg de motorstilen wachttothi afgekoeld is + Verwijder de voorste motorkap + Los de vuldop «1» (door in te- genwijzerszin te draaien) zon- der hem te verwijderen. + Wachtenkele seconden zodat de eventuele druk kan ontiuch- ten. + Draai de dop «1» los en verwi- derhem. + Controleer of het vioeistofpeil in het expansievat «2» het «MAX» peil bereikt. MIN = minimum peil. MAX = maximum peil. + Wanneer de vloeistof het «MAX peil niet bereikt, moet men bivullen.
KOELVLOEISTOF AANWEZIG IS. BI} VULLING + Vul bij met koelvioeistof, tot het vloei- stofpeil ongeveer het "MAX" peil bereikt. + Plaats de vuldop «1» opnieuw. + Herplaats de voorste motorkap. LET OP
3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION
Koelvioeistof Biologisch afbreekbare koelvioeistof, ge- bruiksklaar, met "long life” technologie en kenmerken (rood). Verzekert een be- scherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.
Controle van het oliepeil van de remmen (03_15, 03_16)
Methet verbruik van de wrivingspastiles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slitage te compenseren. De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabifheid van de koppelingen van de remhendels. Controleer periodiek het peil van de rem- viveistof in de tanks en de slitage van de pastilles. LET OP
GEBRUIK HET VOERTUIG NOOI!T
VAN DE REMINSTALLATIE. CONTROLE Voor de controle van hetpeilhandeltmen als volgt: + Plaats het voertuig op de cen- tale standard + Draai het stuur zodat de vloei- stof in de tanks van de remvloei- stof parallel staat met de refe- rentie «MIN» op het kikglasje «l». + Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» over- schrijdt op het kikglasje «1». MIN» = Minimum peil. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION
TIE «MIN» NIET BEREIKT. Wanneer het peil te laag is + Controleer de slitage van de rempastilles en van de schif. Wanneer de pastilles enfof de schijf niet aan vervanging toe zijn + Zich wenden tot een Officiêle aprilia Dealer die zal zorgen voor het bijvullen. LET OP
REN VAN DE INSTALLATIE. Accu (03_17, 03_18, 03_19) Controleer het peil van de elektrolyten de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onder- houd. LET OP
3 Maintenance / 3 Onderhoud
3 Maintenance / 3 Onderhoud 03_17|
VERWIJ DERING VAN HET ACCUDEK-
SEL Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt Hef het zadel op. Draai de tee bouten «1 los en verwijder ze Veruijder het accudeksel «2» LET OP
Veruijder het accudeksel. Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt. Controleer of terminals «3» van de kabels en de klemmen «4» van de accu: zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zin met afzettin- gen); bedekt zijn met neutraal vet of vaseline. Indien nodig: Maakt men eerst de negatieve kabel (-) en daama de positieve kabel (+) los.
+ Borstelt men meteen metalen borstel, om elk roestspoor te eli- mineren + Verbindt men opnieuw de posi- tieve kabel (+) en daarna de ne- gatieve kabel (-). + Bedekt men de terminals en de klemmen met neutraal vet of va- seline.
VERWIJ DERING VAN DE ACCU
+ Verwijder het accudeksel + Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (4 los. + Verwijder de accu «5» uit haar plaats, en plaats ze op een effen opperviak en in een frisse en droge plaats. + Herplaats het accudeksel LET OP
DE VERWIJDERDE ACCU MOET
+ Verwider de accu. + Verbindt de accu aan een accu- lader. + Men raadt aan om op te laden door gebruik te maken van een elektische stroomsterkte van 1/10 van de capacitieit van de accu zef. + Na hetopladen, hercontroleert men het elektrolytpeil en vult men eventueel bi] met gedestl- leerd water. + Hermonteer de doppen op de elementen
VOOR EEN KORTE PERIODE. Inwerkingstelling van een nieuwe accu + Verwider het accudeksel. + Plaats de accu «5» op haar plaats
+ Verbindt eerst de positieve ka- bel (+) en daama de negatieve kabel (-) + Bedek de terminals en de klem- men met neutraal vet of vaseli- ne. + Herplaats het accudeksel LET OP
NEN AANTASTEN. Lange stilstand Wanneer het voertuig voor lange td niet werd gebruikt, is het mogelik dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelik leeg zou kunnen zijn.
LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU
Wanneer het voertuig inactief blift voor langer dan 15 dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden, PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
+ Verwijder de accu en plaats ze op een frisse en droge plaats. Tijdens de winter of anneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la- ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden. + Laadtze volledig op door ge- bruik te maken van een normale lading. Wanneer de accu op het voertuig blift, maakt men de kabels los van de klem- men Zekeringen (03_20, 03_21, 03_22) LET OP
Officièle aprilia Dealer. Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren. Controleer eerst de zekeringen van 10 A en 15 À, en vervolgens de zekeringen van 30 À. Voor de controle: + Verwijder het accudeksel + Verwijder de zekeringen één voor één, en controler of de draad «1» onderbroken is. + Vooraleer men de zekering ver- vangt, zoekt men indien moge- lik de oorzaak van het pro- bleem. + Vervang de zekering indien be- schadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroom- sterkte. + Herplaats het accudeksel PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING. AUXILIARY FUSES DISTRIBUTION SCHIKKING VAN DE SECUNDAIRE ZEKERINGEN 3 Maintenance / 3 Onderhoud (2) 15A fuse From the voltage regulator to: Fan relay, injection, stophgnition light logic (seat A on the electrical diagram). (3)15A Fuse From the ignition switch to: Plug socket (seat B on the electrical diagram). (2) Zekering van 15A Van de spanningsregelaar naar: hetrelais van de schroef, de injectie, de logica van de stoplichten/start (zit A op het elektisch schema) (4) 15A Fuse From the ignition switch to: lights, hom, instrument panel, radio (seat C on the electrical diagram) (3) Zekering van 15A Van de ontstekingsschakelaar naar: het stroomstopcontact (zit B op het elektisch schema) (5) 10A fuse From main fuse to: ECU, alarm, electric lock, glove compartment light (4) Zekering van 15A Van de ontstekingsschakelaar near: de lichten, de claxon, het dashboard, de radio (zit C op het elektrisch schema) (6) 10A fuse From the voltage regulator to: Continuous power supply, ECU, fan. (5) Zekering van 10 À Vanaf de hoofdzekering naar: de ECU, hetalarm, hetelektroslot, het licht van de koffertjes (6) Zekering van 10 À Van de spanningsregelaar naar: het permanent stroomvoorzieningstoestel, de ECU, de schroef.
KERINGEN. LAMPEN/CONTROLELAMPEN High-/low-beam bulb 12V -55W /12V -55W Lamp van het dimlicht / groot licht 12V -55W /12V -55W Front parking light 12V -5W Lamp van het voorste positielicht 12V -5W Rear/front turn indicator bulb 12V -10W (rear)/12V - 10W (front) Lamp van het licht van de voorste/ achterste richtingaanwijzers 12V - 10W (achteraan)/ 12V - 10W {vooraan) Rear tail light/stop light bulb LV - 5W/21W . Lamp van het achterste LV - 5W/21W License plate light bulb 12V -5W positilichbstoplicht Instrument panel lighting bulb LED Lamp van hetnummerplaatiicht 12V -5W Tu indicator warning light LED Lamp van de verlichting van het LED Engine oil pressure warning light LED dashboard Low-beam warning light LED GontruielempManiue) LED richtingaanwiizers High-beam warning light LED g 9 Controlelamp van de oliedruk van LED Low fuel warning light LED de motor Coolant high temperature gauge LED Controlelamp van het dimlicht LED warning light Controlelamp van het grootlicht LED Controlelamp van de LED brandstofreserve
Voorste optische groep (03_23, 03_24, 03 25) Op het achterlicht vindt men: + Een lampje van het grootlicht + Een lampje van het dimicht + Een lampje van het positielicht «3». Voor de vervanging van de lampjes van het dimlicht/groot licht: + Draai de onderste bout «4» los en verwijder ze. + Verwijder de dopmoer van het achterlicht + Verwijder de bovenste sluiting van het licht + Draai de tee bevestigingsbou- ten los van hetlicht en verwijder ze. + Verwijder hetlicht uit de onder- ste pinnen. + Maak de connector los en ver- wijder het licht.
+ Verwijder de rubberen bescher- ming + Draai de lampenhouder in te- genwijzerszin en verwijder hem uit de paraboolzit. + Verwijder het lampje. Bij de hermontage: + Plaats de lampenhouder in de paraboolzit en draai hem in wij- zerszin. + Verbindt de elektische connec- tor van het lampje. LET OP
OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR
VAN HET LAMPJE TE VERWIJ DEREN,
+ Verbindt de connector van het licht. + Hermonteer het licht
MEN VERVOLGENS DE LIPJ ES VAST. Voor de vervanging van de positielamp- jes: + Doorte handelen vanaf de on- derkant van de koplamp, neemt men de lampenhouder «1» vast, trekt men eraan, en verwijdert men het uit de zit + Verwijder het positielampje «2» en vervang het met een ander van hetzelfde type. LET OP
Regeling van de koplamp (03_26, 03_27) Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter af- stand van een verticale wand, en contro- leert men of het terrein vlak is. Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controler of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lin van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte) Voor het regelen van de lichtbundel: + Draai de onderste bout van het licht «1» los en verwijder ze. + Verwijder de verchroomde dop- moer. + Verplaats lichtes de bovenste sluiting van het licht naar voor, zonder ze te verwijderen. + Plaats een schroevendraaier in de regelbout van de voorste koplamp «2». Wanneer men in WIJZERSZIN draait, verlaagt de lichtbundel. Wanneer men in TEGENWIJZERSZIN draait, verhoogt de lichtbundel. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
Voorste richtingaanwijzers (03_28, 03_29, 03_30, 03 31)
ZELF TE DEMONTEREN. Voor de vervanging van de lampjes, ver- wijdert men de voorste motorkap als volgt: + Plaats het voertuig op de cen- tale standard. + Draai het stuur volledig naar rechts en verwijder bout «1». + Handel op dezelfde wijze op de tegenovergestelde kant, door het stuur naar links te draaien. + Draai het stuur volledig naar rechts en verwijder bout «2». + Handel op dezelfde wijze op de tegenovergestelde kant, door het stuur naar links te draaien. + Hefde motorkap lichtjes op, zoals aangeduid door de pi, en verwijder hem van de koppelin- gen.
DE RELATIEVE CLIPS. Voor de linker kant: + Draai de lampenhouder «1» in tegenwijzerszin. + Draai het lampje «2» in tegen- wizerszin Voor de rechter kant: + Draai de twee bovenste bouten «3» los van het expansievat, en venwijder ze. + Open de documentenruimte. + Draai de onderste bout «4» van het expansievat los, langs de boring in de documentenruimte. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
+ Hefhetexpansievat op, zodat men het rechterlampje kan be- reiken. + Handel zoals voor het linker lampje. + Installer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde ty- pe. + Voor de hermontage handelt men in de omgekeerde zin. LET OP
Achterste optische groep (03_32, 03_33) Voor de vervanging van de lampjes: + Draai de twee bouten «3» los en verwijder ze. + Verwijder het achterlicht «4». + Verwijder de lampenhouder «5» en verwijder het achterlicht + Draai het lampje «6» in tegen- wijzerszin + Verwiderhetlampje en vervang het LET OP WEES VOORZICHTIG BIj HET GE- BRUIK. BESCHADIG DE LIPJ ES EN/OF DE RE- LATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET. PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
Achterste richtingaanwijzers (03_34) Voor de vervanging van de lampjes: + Venwijder het achterlicht + Draai de lampenhouder «1» in tegenwijzerszin en venwijder hem. + Draai het lampje «2» in tegen- wizerszin en verwijder het uit de lampenhouder. Nummerplaatlicht (03_35, 03_36) Voor de vervanging van de lamp: + Draai de bout «4» los en verwij- der ze. + Verwijder de steun van de lamp van het licht van de nummer- plaat «5». + Verwijder de lamp «6» en ver- vang ze met een andere van hetzelfde type
Voor de vervanging van het lampje: + Neem de lampenhouder «3» vast, trek eraan en verwijder het uit de zit. + Verwijder en vervang hetlampje met een ander van hetzelfde ty- pe. LET OP
TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE
VERWIJ DEREN. Licht van de verlichting van de helmruimte (03_37) Voor de vervanging: + Hefhetzadel op. + Los de bevestigingsbout «1» van het dekglas van het accu- deksel, en verwijder ze. + Verwijder dekglas «2» langs on- der. + Neem de lampenhouder «3» vast, trek eraan en verwijder het uit de zit. + Verwijder de lamp «4» en ver- vang ze met een andere van hetzelfde type. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION
VERWIJ DEREN. Achteruitkijkspiegels (03_38) Volgende informatie betreft één achter- uitkikspiegel, maar is geldig voor beide. + Plaats het voertuig op de cen- tale standaard. + Draai het dekseltje «3» los. + Verwijder het achteruitkikspie- geltje «4» langs boven: + Recuperer het dekselte «3» en de distantieerring
NIET. Schijfrem vooraan en achteraan (03_39, 03_40, 03_41, 03 42)
3 Maintenance / 3 Onderhoud
TEIT. Controle van de slijtage van de pastil- les Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogram- meerd onderhoud De slitage van de pastilles van de rem- schiff hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.
DE VOLGENDE INFORMATIE BE-
IS GELDIG VOOR BEIDE. Voor het uitvoeren van een selle con- trole van de slitage van de pastilles: + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard + Voer een visieve controle uit tussen de remschif en de pas- tilles, door als volgtte handelen. Voorste remtangen Vooraan en onderaan voor beide tangen: PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
ELKE REIS. Achterste remtang Achteraan en onderaan voor beide pas- tilles «1».
+ Wanneer de dikte van het wri- vingsmateriaal (00k van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, laat men bei- de pastilles vervangen. Pastilles vooraan «2». Pastilles achteraan «3». LET OP
VOOR DE VERVANGING MOET MEN
ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer WENDEN. Stilstand van het voertu (03_43, 03_44) Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet ge- bruiken van het voertuig tegen te gaan Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle véér het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uitte voeren. Handel als volgt: + Ledig de brandstoftank volledig. + Verwijder de bougie. + Gietin de cilinder een lepelte (5 -10 cm?) motorolie PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABI} DE ZIT VAN DE BOU- PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
EVENTUELE OLIESPATTEN. + Plaats de ontstekingsschake- lear in «ON» en druk voor enke- le seconden op de startmotor «A» om de olie uniform op de opperviakken van de cilinder te verdelen + Verwijder hetbeschermende doëk. Hermonteer de bougie Veruijder de accu. Was en droog het voertuig. Breng was aan op de gelakte opperviakken. + Blaas de banden op. + Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun. + Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder voch- tigheid, beschermd tegen zon- nestralen, en waar tempera- tuursverschillen miniem zijn. + Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen. + Bedek het voertuig, maar met geen plastic of ondoordringbaar materiaal.
+ Verwijder de bedekking en rei- nig het voertuig
+ Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze + Tank brandstof. + Voer de voorbereidende contro- les uit. LET OP
KEERSVRIJE ZONE. Reinigen van het voertuig Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities: + Atmosferische vervuiling in de stad of in industrièle zones) Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig kimaat). + Speciale milieu/seizoenscondi- ties (het gebruik van zout, che- mische anti-isproducten op we- gen in de winterperiode). + Letvooral op dat op de carros- serie geen afzettingsresten blij- ven van industriële en vervuilen- de stoffen, teerviekken, dode insecten, uitwerpselen van vo- gels, enz. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
+ Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelik zin voor de lak. LET OP
UT. Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte opperviakken, moet men een waterstraal onderlage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons voor carrosseries die doordrenkt is in veel water en shampoo (2 … 4% delen shampoo in water). Spoel vervolgens overvioedig met water en droog af met een zeemvel. Om de exteme delen van
de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken LET OP
3 Maintenance / 3 Onderhoud
1. VERWIJ DER ALLE VOOR-
WERPEN UIT DE VOORSTE
RUIMTES EN UIT DE ZADEL-
RUIMTE; VERWIJ DER HET
CONTACTEREN. Het ledigen van de brandstoftank LET OP
3 Maintenance / 3 Onderhoud
MILIEU. + Plaats het voertuig op de cen- tale standaard en op een vaste en viakke ondergrond. + Leg de motorstil en wachttot hij afkoelt. + Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig. + Verwijder de dop van de brand- stoftank. + Voor het ledigen van de brand- Stof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelik- soortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen peilsonde van de benzine in de tank).
hydraulische schokdemper met dubbele effect, metregeling van de voorbelasting Verplaatsing van de achterste 80 mm ophanging Accu 12V-14 Ah Zekeringen 20-15-10A Generator (met permanente 14V - 320W magneet)
Monocilindrisch 4-takt met 4 kleppen, geforceerde smering met vochtige carter, as met nokken in de kop. Cylinder quantity
Type van ontsteking C.D.I. / inductief Spark plug electrode gap
Voorontsteking Variabele voorontsteking, beheerd door de injectiecentrale Bougie NGK CR8EKB Afstand van de elektroden van de 0,7 - 0,8 mm bougie
4 Technical data / 4 Technische gegevens High-low-beam bulb 12V - 55W / 12V - 55W Lamp van het dimlicht/ grootlicht_12V -55W /12V - 55W Front parking light 12V-5W Lamp van het voorste positielicht _ 12V - 5W Rear/frontturn indicator bulb 12V - 10W (rear)/12V- 10W (front) Lamp van hetlicht van de voorste/ 12V - 10W (achteraan)/ 12V - 10W achterste richtingaanwijzers {vooraan) Rear tail light /stop light bulb 12V - 5W/21W è ! Lamp van het achterste 12V - 5W/21W License plate light bulb TV -5W positilichtstoplicht Instrument panel lghting bulb LED Lamp van hetnummerplaaticht 12V-5W Turn indicator warning light LED Lamp van de verlichting van het LED Engine oil pressure warning light LED dashboard Low-beam warning light LED CHÉTSENNENCE LEB richtingaanwiizers High-bl light LED 19n-9eam Wammg 1 Controlelamp van de oliedruk van LED Low fuel warning light LED de motor Coolant high temperature gauge LED Controlelamp van het dimlicht LED warning light Controlelamp van het grootlicht LED Controlelamp van de LED brandstofreserve Controlelamp van de indicator van LED de hoge temperatuur van de koelvioeistof
Bijgeleverde gereedschappen (04_ 01) De gereedschpskit «6» is bevestigd on- der het zadel. Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden: Het zadel deblokkeren en het opheffen. De bigevoegde gereedschappen zijn: - Gereedschapstas. - Dubbele schroevendraaier. - Buissleutel van 16 mm. - Sleutel voor schokdempers. - Zeshoekige sleutel van 4 mm. suanaBa6 aU2SIUU28 L ÿ / EJeP [E2IUU22 L +
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud LET OP
SCHOENEN TE GEBRUIKEN. Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de ge- bruiker worden uitgevoerd; in enkele ge- vallen kan men specifieke gereedschap- pen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn. Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiêle aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service ga- randeert. Men raadt aan om aan de Officiêle apri- lia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlik de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshande- ling. pnouepuo puede ç / aaueuajuieuu pauuwue1601 4 G
Kaart van het periodiek onderhoud Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties. Daarom heeft aprilia een serie van con- troles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pa- gina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmid- delljk mee te delen aan de Officiéle apri- lia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de vol: gende servicebeurt. Een stipte uitvoering van de servicebeur- ten is noodzakelik voor het correcte ge- bruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepas- singswizen van de Garantie en de uit- voering van het Geprogrammeerd On- derhoud, raadpleegt men het Garantie- boekje. km x 1,000 1 5 10 | 15 | 20 | 25 | 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60 Safety locks [ [ [ [ Spark plug R R R driving belt [ R [ R [ R Throttie control A A A A A A A
BOUGIE Transmissieriem Gascommando Luchtfilter Luchtfilter van de riemruimte Filter van de motorolie 2lalol» 2lalol» Kleppenspeling >|læzlolol»|x|x 2lalol» »lzlolol»|2l2|8 Elektrische installatie en accu Remvloeistof * Peil van de koelvloeistof * Motorolie Naafolie Schuifsleden / variatorrollen Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest Wielen/banden Ophangingen Stuur Slitage van remblokjes l: CONTROLEREN EN REINIGEN, REGELEN, SMEREN OF VERVANGEN INDIEN NODIG C:REINIGEN, R: VERVANGEN, A: REGELEN, L:SMEREN + Vervang elke 2 jaar
Product Beschrijving Kenmerken
Olie voor de versnellingsbak APIGL4, GLS
Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes en andere te smeren punten NLGI2 AGIP BRAKE 4 remvloeistof FMVSS DOT4+
Biologisch afbreekbare koelvioeistof, gebruiksklaar, met "long life” technologie en pnouepuo puede ç / aaueuajuieuu pauuwue1601 4 G
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud Product Beschrijving Kenmerken Kenmerken (rood). Verzekerteen bescherming tegen vriestemperaturen tot-40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.
Olie voor fiers in spons
Geprogrammeerd onderhoud: 146
Helmruimte: 121 Het stilleggen van de motor:
Richtingaanwijzers: 24, 116,
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officièle Netwerk van aprilia grondig dit voertig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstelingen. De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertig. De controle vébr het riden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiéle factoren ! Voorinformatie in verband met de dichtstbizinde Offciéle dealer enjof Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechstreeks op de geografische kaart op onze Offciële Website www.aprilia.com Enkel wranneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvraagf, zal men een product krjgen dat reeds bestudeerd en getest werd tjdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia Reserveonderdelen worden systematisch ondenvorpen aan kwalteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen. De beschrjvingen en de illustrates in deze uitgave zijn niet bindend: aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiéle eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geilustreerd, op elk moment wizigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of de levering van accessoires naar gelang zi dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplichtte zijn om tjdig deze uitgave bi te werken. Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderljke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van aprilia.
© Copyright 2009 - april. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. aprilia - Dienst na verkoop. Het merk aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.
Notice-Facile