SCARABEO 200 IE - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SCARABEO 200 IE APRILIA in PDF-formaat.

📄 457 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice APRILIA SCARABEO 200 IE - page 1
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : APRILIA

Model : SCARABEO 200 IE

Categorie : Scooter

Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCARABEO 200 IE - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCARABEO 200 IE van het merk APRILIA.

GEBRUIKSAANWIJZING SCARABEO 200 IE APRILIA

omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar. SCARABEO 125 i.e - 200 i.e. Ed. 05 2010 The instructions in this booklet have been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; it also describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende Aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende Aprilia Garage.

Personal safety Persoonlijke veiligheid Failure to completely observe these instructions will result in serious risk of personal injury. Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben. Safeguarding the environment Bescherming van Sections marked with this symbol indicate the correct use of the vehicle to prevent damaging the environment. Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aanricht aan de natuur. Vehicle intactness Staat van het voertuig The incomplete or non-observance of these regulations leads to the risk of serious damage to the vehicle and sometimes even the invalidity of the guarantee. Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben. The symbols illustrated above are very important. They are used to highlight parts of the booklet that should be read with particular care. The different symbols are used to make each topic in the manual simple and quick to locate. Before starting the engine, read this booklet carefully, particularly the "SAFE RIDING" section. Your safety as well as other's does not only depend on the quickness of your reflexes and agility, but also on how well you know your vehicle, the state of maintenance of the vehicle itself and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master it given any riding condition. IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and must be handed to the new owner in the event of sale. Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich in alle situaties veilig en beheersd kan bewegen. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.

Arrangement of the main components (01_02) Plaats van de hoofdcomponenten (01_02) KEY:

2. Dop van het expansievat van de koelvloeistof

3. Rear brake fluid reservoir

3. Vloeistoftank van de achterrem

4. Left rear-view mirror

4. Linker achteruitkijkspiegeltje

8. Linker voetensteun van de passagier

10. Hoofdzakelijke en secundaire zekeringenhouder

18. Rechter achteruitkijkspiegeltje

20. Glove compartment

19. Vloeistoftank van de voorrem

opening van het zadel

24. Vuldop voor de motorolie

2. Hendel van de achterrem

3. Front brake lever

3. Hendel van de voorrem

6. Schakelaar van de ontsteking / stuurslot (ON - OFF - LOCK) / opening zadel

1. Blauwe controlelamp van het groot

2. Groene controlelamp van de richtingaanwijzers

3. Indicator van het brandstofpeil

6. Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof

7. Indicator van de temperatuur van de

8. Rode controlelamp van de oliedruk

partieel (ODO I - ODO II) / accuspanning / externe tempertuur met ijsaanduiding (oplichting van de ijsicoon bij temperaturen van minder dan 4°C (39.2°F)

benzineinjectie (rood)

INSTRUMENT. High-beam warning light «1» Controlelamp van het groot licht «1» Turns on when the front headlamp highbeam bulb is activated or when the highbeam light is flashed (PASSING). Deze licht op wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING). Turn indicator warning light «2» Controlelamp van de richtingaanwijzers «2» Flashes when in right or left turning mode. If the turn indicator breaks down, the warning light flashing frequency doubles. Replace light bulb if this occurs. Knippert wanneer het signaal voor het rechts of links afslaan in functie is. Wanneer een richtingaanwijzer stukgaat, verdubbelt de snelheid van het knipperen van de controlelamp. In dit geval moet het lampje vervangen worden. Fuel gauge «3» Indicator van het brandstofpeil «3» Shows the approximate fuel level in the tank. Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan. Low fuel warning light «4» Controlelamp van de brandstofreserve «4» Turns on when there is a 2-litre fuel reserve in the tank.

Deze licht op wanneer er in de brandstoftank ongeveer 2 liter brandstof overblijft. 1 Vehicle / 1 Voertuing

Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvloeistof in de motor. Wanneer het wijzertje zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de werkingstemperatuur normaal. Wanneer de streep zich niet in de centrale positie bevindt, mag het voertuig niet excessief belast worden. Wanneer de wijzer de laatste streep bereikt, legt men de motor stil en controleert men het peil van de koelvloeistof. LET OP WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTANE TEMPERATUUR VOOR EEN LANGE PERIODE WORDT OVERSCHREDEN, KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD. Engine oil pressure warning light «8» Displayed to indicate low engine oil pressure. If this occurs, stop the engine at once and contact an Official aprilia Dealer. With engine off, the warning light is always on. If it turns off, there is a failure in the sensor or the connections. The warning light must go off after the engine starts. Controlelamp van de druk van de motorolie «8» Deze verschijnt om te melden dat de druk van de motorolie onvoldoende is. In dit geval legt men onmiddellijk de motor stil, en wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer. Wanneer de motor uitstaat is de controlelamp steeds aan; wanneer ze uit blijkt, is er een onregelmatigheid aanwezig aan de sensor of aan de verbindingen. De controlelamp moet uitgaan nadat de motor wordt gestart. Multifunction indicator «9» Multifunctionele indicator «9» It displays the total odometer (ODO) or the two trip odometers (ODO I - ODO II), the battery voltage or the ambient temperature. Geeft de totaal afgelegde afstand (ODO) of de twee partiële hodogrammen (ODO I-ODO II) of de accuspanning of de omgevingstemperatuur weer.

(12,430 mi) en bij de volgende veelvouden van 10.000 Km (6,215 mi). Wanneer de kilometerstand van de servicebeurt wordt bereikt, blijft de icoon vast oplichten tot de nulstelling ervan wordt uitgevoerd. Digital clock «11» Digitale klok «11» Shows current hours and minutes. Geeft de uren en de minuten weer. Electronic fuel injection check warning light «12» Controlelamp van de elektronische benzine-injectie «12» Turns on for about three seconds every time the ignition switch is set to «ON» and the engine does not start; this tests the injection system operation. The warning light should turn off as soon as the engine is started. Deze licht op voor ongeveer drie seconden, elke keer de ontstekingsschakelaar op «ON» geplaatst wordt en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van het injectiesysteem. De controlelamp moet uitgaan wanneer de motor wordt gestart.

Wanneer op het multifunctioneel display «1» de functie van de kilometers totaal (ODO) wordt weergegeven, moet voor langer dan drie seconden op de toets MODE «2» gedrukt worden. De twee puntjes die de uren en de minuten scheiden, beginnen te knipperen. Voer de regeling van de uren uit door de aangeduide waarde te verhogen bij elke druk op de toets MODE «2». Druk weer op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de regeling van de minuten. De aangeduide waarde wordt verhoogd bij elke druk op de toets MODE «2». Door op de toets MODE «2» te drukken voor langer dan drie seconden, wordt teruggekeerd naar de regeling van de uren. Wanneer geen enkele toets wordt geactiveerd voor drie seconden, verlaat het display automatisch de functie van de regeling van de klok. MODE- toets (01_07) Press the MODE button «2» to shift the instrument panel display. Door de drukknop MODE «2» te drukken, wordt de switch van het dashboard uitgevoerd. NOTE ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY

WERKEN ENKEL WANNEER DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT Sleutelschakelaar (01_08, 01_09) De ontstekingsschakelaar «1» bevindt zich op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting. N.B.

ON «A»: The engine and lights can be set to work. The key cannot be extracted. ON «A»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen. OFF «B»: The engine and lights cannot be set to work. The key can be extracted. OPEN «C»: The engine and lights cannot be set to work. The helmet compartment can be opened. 1 Vehicle / 1 Voertuing 01_09 LOCK «D»: The steering is locked. It is not possible to start the engine or switch on the lights. The key can be extracted. OFF «B»: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen. OPEN «C»: De motor en de lichten kunnen niet in werking gesteld worden. De helmruimte kan geopend worden. LOCK «D»: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen. Locking the steering wheel (01_10) Inschakeling van het stuurslot (01_10) CAUTION LET OP

Drai het stuur volledig naar links. Draai de sleutel «2» in positie «OFF» N.B. TURN THE KEY AND MOVE THE HANDLEBAR AT THE SAME TIME. DRAAI DE SLEUTEL EN DRAAI TEGELIJKERTIJD AAN HET STUUR.

Druk op de sleutel «2» en draai hem in tegenwijzerszin (naar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK» wordt geplaatst. Verwijder de sleutel. 01_10 Switch direction indicators (01_11) Schakelaar richtingaanwijzers (01_11) Move the switch «3» to the left, to indicate a left turn; move the switch «3» to the right, to indicate a right turn. Press the central part of the switch 3 to deactivate the turn indicator. Verplaats schakelaar «3» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats schakelaar «3» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk centraal op de schakelaar «3» om de richtingaanwijzer te desactiveren. NOTE 01_11 ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY

- SPORT is een lokalisatie met maximale prestaties van de motor ten koste van het brandstofverbruik. De omschakeling van een lokalisatie naar de andere kan op elk ogenblik uitgevoerd worden. 1 Vehicle / 1 Voertuing

Binnenin de helmruimte is een stroomstopcomntact van 12V «4» voorzien. Het stroomstopcontact kan gebruikt worden voor het voeden van gebruiksvoorwrpen met een maximum vermogen van 180 W (GSM, inspectielamp, enz.). LET OP 01_16 1 Vehicle / 1 Voertuing

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Plaats de sleutel in de sleutelschakelaar. Draai de sleutel «4» in tegenwijzerszin. Hef het zadel «5» op. Om het zadel te blokkeren, doet men het dicht en drukt men er op (zonder te forceren), en laat men het slot klikken. LET OP

THE SADDLE CORRECTLY LOCKED INTO POSITION. VOORALEER MEN GAAT RIJDEN,

CORRECT GEBLOKKEERD IS. 01_18 Identification (01_19, 01_20) Identificatie (01_19, 01_20) Write down the chassis and engine numbers in the specific space in this manual. Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. The chassis number can be used to order spare parts.

Insert the key «1» in the lock. Turn the key clockwise, pull it and open the cover «2». NOTE 01_21 BEFORE LOCKING THE COVER, MAKE SURE THAT THE KEY HAS NOT BEEN LEFT INSIDE THE GLOVE-BOX. Penen van de koffer voor (01_21) Dit bevindt zich onder het stuur, intern de beschermingsplaat; Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:

Plaats de sleutel «1» in het slot. Draai de sleutel in wijzerszin, trek er aan, en open het deurtje «2». N.B.

BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN

VERGETEN IN DE OPBERGRUIMTE. 01_22 Bag clip (01_22) Tassenhaak (01_22) The bag hook «1» is under the saddle in the front part. De lasthaak «1» bevindt zich vooraan onder het zadel. CAUTION LET OP

Technische kenmerken Maximum toegestaan gewicht: 1 Vehicle / 1 Voertuing 1,5 kg.

Gashendel Controleer of hij zacht werkt en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. Wielen/banden Controleer de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. Stuur Controleer het draaien homogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt. Centrale standaard Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze

bevestigingselementen niet gelost zijn. Stel ze af of sluit ze eventueel. Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien nodig. Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit. Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop. Koelvloeistof Het vloeistofpeil in het expansievat moet zich tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevinden. Lichten, controlelampen, controlelamp van de injectie, akoestische melder en elektrische mechanismen Controleer de correcte werking van akoestische visieve mechanismen. Vervang lampjes of grijp in bij schade. Injectiepomp Controleer de correcte werking Refuelling (02_01) Tanken (02_01) CAUTION LET OP

PERFECTLY CLEAN. VAN KINDEREN Gebruik loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). Voor het tanken van brandstof, handelt men als volgt:

Hef het zadel op. Draai de dop van de brandstoftank «1» los en verwijder hem. Voer het tanken van brandstof uit. Plaats dop «1» opnieuw. VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN AAN DE BRANDSTOF TOE.

BOTH REAR SHOCK ABSORBERS. Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelasting van de veer van de schokdemper). N.B.

VOER DE REGELINGEN UIT VOOR

BEIDE ACHTERSTE SCHOKDEMPERS. 02_02 2 Use / 2 Gebruik 02_03 Turn the ring nut in direction A: Increase spring preloading. The vehicle suspension is very hard. To be used on roads with even or ordinary surfaces and when riding with passenger. Rotatie van de moer naar A: de voorbelasting van de veer verhoogt. De inrichting van het voertuig is harder. Te gebruiken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier. Turn the ring nut in direction B: Decrease spring preloading. The vehicle suspension is very soft. To be used on uneven roads and when riding without passenger. Rotatie van de moer naar B: de voorbelasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier. Running in Inrijden Engine run-in is essential to ensure engine long life and correct operation. If possible, ride on roads with lots of bends and/or slopes to test that the engine, suspensions and brakes perform efficiently. De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode. Follow these indications:

Draai het gashandvat niet helemaal bij lage regimes tijdens het inrijden, en ook niet erna. 0-100 km (0-62 mijl) Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschijf toe te staan. 0-500 km (0-312 mi) Tijdens de eerste 500 km (312 mi) rijdt men niet harder dan 80% van de voorziene maximum snelheid. Vermijdt om lang een constante snelheid aan te houden. Na de eerste 1000 km (625 mi), verhoogt men geleidelijkaan de snelheid tot men de maximale prestaties bereikt. LET OP ALWAYS SIGNAL CHANGES IN DIRECTION WITH THE APPROPRIATE DEVICES AND WELL IN ADVANCE,

Voor de start van de motor moet het voertuig op de centrale standaard geplaatst worden. Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van de dimlichten bevindt. 2 Use / 2 Gebruik Starting up the engine (02_04, 02_05, 02_06)

Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te activeren. Wanneer dit niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor zal niet starten. N.B. IF THE VEHICLE IS NOT USED FOR A LONG TIME, FOLLOW THE PROCEDURE FOR STARTING THE ENGINE AFTER PROLONGED INACTIVITY.

Houd minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek. CAUTION LET OP

Laat het gashandvat los, activeer de achterrem, en laat het voertuig op de standaard rusten. Ga op het voertuig zitten, voor de stabiliteit, en hou minstens één voet op de grond. Regel de helling van de achteruitkijkspiegeltjes op correcte wijze. 2 Use / 2 Gebruik 02_07 ENGINE BY RIDING THE FIRST KILOMETRES AT A LIMITED SPEED. CAUTION LET OP WITH THE VEHICLE AT A STANDSTILL, PRACTICE USING THE REARVIEW MIRRORS. THE MIRRORS ARE

MEN OP GESCHIKTE WIJZE DE DRUK

EXTREME CAUTION WHEN OVERTAKING OR BEING OVERTAKEN BY OTHER VEHICLES. WHEN IT RAINS, SPRAY CAUSED BY LARGE VEHICLES REDUCES VISIBILITY; AIR SHIFTS MAY CAUSE LOSS OF CONTROL ON YOUR VEHICLE. 02_10 Difficult start up (02_10) Moeilijke start (02_10) Press the starter button «7» and make the starter motor turn for about five seconds, without accelerating. Druk op de startknop «7» en laat de startmotor draaien voor ongeveer vijf seconden, zonder gas te geven. If due to particularly low temperatures the engine fails to start at the first attempt, slightly accelerate, press the starter button and release it as soon as the engine starts. Keep engine accelerated for a couple of seconds and afterwards release the handle grip. In het geval de scooter bij een zeer lage temperatuur niet bij de eerste poging start, op de startknop drukken en deze direct loslaten wanneer de motor start. Een paar seconden gas geven en dan het gashandvat loslaten.

Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn. In dit geval handelt men als volgt: Press the starter motor «7» for about ten seconds.

Druk op de startknop «7» voor ongeveer tien seconden. Stopping the engine (02_11, 02_12) Het stilleggen van de motor (02_11, 02_12) CAUTION LET OP WHENEVER POSSIBLE, AVOID ROUGH BRAKING, SUDDEN DECELERATION AND BRAKING IN EXCESS.

Laat het gashandvat los (pos. A) en activeer geleidelijk aan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen. Tijdens een momentele pauze houdt men minstens één rem ingetrokken. 02_11 PARKING PARKEREN CAUTION LET OP

Het voertuig stilleggen. CAUTION LET OP

Draai aan de sleutel «2», plaats de ontstekingsschakelaar «1» op «OFF». Plaats het voertuig op de standaard. LET OP LAAT DE SLEUTEL NIET IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR. 2 Use / 2 Gebruik 02_12

Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel «2». Katalysator CAUTION LET OP DO NOT TAMPER THE NOISE CONTROL SYSTEM.

- de verwijdering en elke handeling om eender welk samenstellend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, behalve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te controleren vóór de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt; en - het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt. Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper, en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële Aprilia Dealer. 2 Use / 2 Gebruik Catalytic silencer Stand (02_13) RESTING STAND THE Standaard (02_13) VEHICLE

Grijp het linker handvat «4» vast met de linker hand, en de handgreep van de passagier «5» met de rechter hand. Duw op de hendel van de standaard «6» met de rechter voet. CAUTION LET OP MAKE SURE THE VEHICLE IS STABLE.

DE STANDAARD Whenever possible, use the aprilia "Body-Guard" armoured cable or an additional antitheft device. Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats. Make sure all vehicle documents are in order and the road tax paid. Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme. Write down your personal details and telephone number on this page to help iden- Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.

TELEFOONNUMMER: ............. BELANGRIJK: In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiksen onderhoudsboekje. VEILIGHEIDSRE- Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.). Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen. 2 Use / 2 Gebruik tifying the owner in case of vehicle retrieval after a theft. Driving under the influence of medication, alcohol and narcotic drugs or psychotropic substances dramatically increases the risk of accidents. Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen. Do not ride your motorcycle if you feel tired or drowsy and always keep safe psychophysical riding conditions. Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid. The main cause of motorcycle accidents is users' inexperience. 02_15 NEVER lend the vehicle to beginners and always make sure that the rider complies with all necessary requirements for a safe riding. Strictly obey all national and local traffic signs and rules. 02_16 Avoid any abrupt and dangerous swerves for your own as well as others' safety (for example: rearing up on the back wheel, riding over the speed limit, etc.). Besides, always assess and bear in mind the road surface conditions, visibility, etc. Do not knock obstacles that can damage the motorcycle or cause loss of control. 2 Use / 2 Gebruik Do not ride on the course of the vehicle in front just to improve your own speed. CAUTION De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder. Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden. Respecteer nauwkeurig de bewegwijzering en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer. Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz. Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken. Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen.

Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden. De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt. Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloeistoffen correct zijn. Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd. Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door voor- 2 Use / 2 Gebruik

THE FOOTRESTS (OR THE RIDER' S

FOOTRESTS) IN THE ADEQUATE RIDING POSITION. Report any malfunction to the engineers and/or mechanics in order to facilitate their work. Never ride the vehicle if the damage jeopardises safety. Do not modify the position, angle or colour of: license plate, turn indicators, lighting devices and horn. 02_19 al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen. Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen. Any changes to the vehicle will void the warranty. Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt. Any change introduced to the vehicle and the removal of original parts may jeopardise the vehicle performance and therefore reduce safety or even render the vehicle inappropriate for legal riding. Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders. Comply with all national and local laws and regulations on vehicle equipment. In particular do not introduce technical changes leading to improve performance and under no circumstances alter the original specifications of the vehicle. Never race with vehicles. Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie. Elke eventuele aan het voertuig aangebrachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veiligheidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegaal maken. 2 Use / 2 Gebruik Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig. Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.

Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de activering van de commando´s niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert. Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando´s hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen. De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden. Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden. Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de aprilia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprilia genuine accessories). 02_23 LOADING BELASTING Do not overload your vehicle. Keep packages as close as possible to the vehicle centre of gravity and distribute load evenly on both sides to minimise imbalance. Check also that the load is firm and secured to the vehicle, mainly for long trips. Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen. Do not hang anything from your vehicle's handlebars, mudguards or forks, such as protruding, bulky, heavy and/or dangerous objects: this will slow the vehicle performance when turning and will upset the handling of your vehicle. Do not carry packages that protrude from vehicle sides as this may hit people or objects and result in loss of control of your vehicle. Never carry packages that are not securely fastened to the vehicle. 02_24 Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden. Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken. Do not carry packages that protrude from the luggage rack or which cover any of the sound and light alarm devices. Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig. Never carry animals or small children on the glove-box or the luggage rack. Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt. Never exceed the maximum weight allowed for each luggage rack.

2 Use / 2 Gebruik werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen. Overloading the vehicle may result in lack of stability and poor handling. Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager. Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager. De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid. 2 Use / 2 Gebruik 02_25

EEN Officiële aprilia Dealer. N.B.

Plaats het voertuig op de centrale standaard. 3 Maintenance / 3 Onderhoud

Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze. Reinig het deel dat in contact staat met de olie met een rein doek. Plaats de dop-staaf «1» zonder vast te draaien in de invoerboring «2». Verwijder opnieuw de dop-staaf «1» en lees het oliepeil af op de staaf: Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf. 03_02

Indien nodig vult men bij. CAUTION LET OP

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Giet een kleine hoeveelheid olie in de inlaatboring «2» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform binnenin de carter vloeit. Voer de controle van het oliepeil uit, en vul eventueel bij. Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven peil wordt bereikt. Op het einde van de handeling draait men de dop/staaf «1» vast en sluit men hem. 3 Maintenance / 3 Onderhoud LET OP DO NOT RIDE THE VEHICLE WITH INSUFFICIENT LUBRICATION OR WITH CONTAMINATED OR INCORRECT LUBRICANTS AS THIS ACCELERATES THE WEAR AND TEAR OF THE MOVING PARTS AND CAN CAUSE IRRETRIEVABLE DAMAGE.

VERONTREINIGDE OF ONGESCHIKTE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BEWEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJTEN EN DUS ERNSTIGE SCHADE KAN TOEBRENGEN. The vehicle is fitted with a telltale light «1» that turns on when the key is set to «ON». This light should however turn off once the engine is started. CAUTION 03_04 Signaleringslampje (onvoldoende oliedruk) (03_04) Het voertuig is voorzien van een controlelamp voor de melding «1», die aangaat wanneer de sleutel in positie «ON» wordt gedraaid. Deze controlelamp moet echter uitgaan wanneer de motor wordt gestart. LET OP

SERVICECENTRUM. Engine oil change Vervanging van de motorolie Take your vehicle to an Official aprilia Dealer to carry out the replacement. Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

Hef het zadel op. Draai de twee bouten «3» los, en verwijder ze (één per kant). Draai de twee bouten «4» los, en verwijder ze (één per kant). LET OP PROCEED WITH CAUTION. WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK. DO NOT DAMAGE THE TABS AND/OR THEIR CORRESPONDING SLOTS.

Verwijder het inspectiedeksel «5» langs voor. NOTE N.B.

SPECIALE ZITTEN. For removal and cleaning: Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:

3 Maintenance / 3 Onderhoud 03_08

Verwijder de pipet «1» van de bougie «2». Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze daarna los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zit, door te zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt. Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en reinig eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje. Blaas goed uit met een luchtstraal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terecht komen. Wanneer de bougie scheuren op de isolering, verroeste elektroden of ex-

cessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen. Controleer de afstand tussen de elektroden met een diktemeter. Deze moet 0,7 - 0,8 mm bedragen; regel de afstand eventueel, door voorzichtig de massaelektrode te buigen. Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd. Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel, door ze een 1/2 draai vast te draaien om de rondel vast te drukken. LET OP

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Aandraaikoppels (N*m) Sluitkoppel van de bougie 10 Nm (1,02 Kgm)

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Plaats correct de pipet van de bougie «1», zodat ze niet losraakt door de vibraties van de motor. Hermonteer het centrale inspectiedeksel «5». Removing the air filter (03_10, 03_11) Demonteren van het luchtfilter (03_10, 03_11) Clean the air filter and check it is in good conditions following the instructions in the scheduled maintenance table and according to the engine capacity. This will depend on use conditions. De reiniging en de controle van de staat van de luchtfilter moeten uitgevoerd worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud; dit zal afhangen van de gebruikscondities. If the vehicle is used in dusty or wet roads, cleaning operations should be carried out more frequently. Remove the filtering element from the vehicle for cleaning.

Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelingen van de reiniging vlugger worden uitgevoerd. Voor de reiniging van het filterend element, moet men het van het voertuig verwijderen. Remove the filtering element «3» from the filter housing cover «2».

3 Maintenance / 3 Onderhoud

HAVE FORMED IN THE BLEED PIPE, COMING FROM THE FILTER HOUSING. PROCEED AS FOLLOWS: Was het filterend element «3» met reine oplosmiddelen, die niet ontvlambaar zijn en die geen hoog verdampingspunt hebben, en laat het zorgvuldig drogen. Breng op de volledige oppervlakte olie voor filters aan. Controleer de aanwezigheid van onzuiverheden in het onderste deel van de ontluchtingsbuis «4». N.B.

AANWEZIG ZIJN, AFKOMSTIG VAN

VOLGT VERWIJDERD WORDEN. 3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder het dopje «5». Laat de inhoud in een recipiënt stromen; overhandig het daarna aan een inzamelcentrum. Peil van de koelvloeistof (03_14, 03_15, 03_16, 03_17) CAUTION LET OP DO NOT USE YOUR VEHICLE IF THE COOLANT LEVEL IS BELOW THE MINIMUM LEVEL MARKED "MIN". GEBRUIK HET VOERTUIG NIET WANNEER DE KOELVLOEISTOF ZICH ONDER HET MINIMUM "MIN" PEIL BEVINDT. Check the coolant level following the instructions in the scheduled maintenance table and according to the engine capacity. Controleer het peil van de koelvloeistof volgens de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. CAUTION LET OP COOLANT IS TOXIC IF INGESTED;

ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer. Coolant solution is 50% water and 50% antifreeze fluid. This is the ideal mixture for most operating temperatures and provides good corrosion protection. It is advisable to use the same mixture even in hot weather as this minimises loss due to evaporation and the need of frequent topups. Thus, mineral salt deposits formed in the radiator by evaporated water are also minimised and the efficiency of the cooling system is not affected. When the De oplossing van de koelvloeistof bestaat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste werkingstemperaturen, en garandeert een goede bescherming tegen corrosie. Het is een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ook tijdens het warme seizoen te gebruiken, omdat op deze manier verlies door verdamping en het frequent bijvullen wordt vermeden. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraal-

VAN KINDEREN zouten die in de radiator van het verdampte water werden gelaten, en verandert de efficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere concentratie antivries toe (tot een maximum van 60%). Use distilled water in the coolant mixture to avoid damaging the engine. Voor de koeloplossing gebruikt men gedestilleerd water, om de motor niet te beschadigen. CAUTION

VERWIJDER DOP «1» NIET VAN HET

Shut off the engine and wait until it cools off. Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is. CAUTION LET OP

Open de opbergruimte. Controleer of het vloeistofpeil in het expansievat «2» zich tussen de referenties «MIN» en «MAX» bevindt. MIN = minimum level. MIN = minimum peil. MAX = maximum level. MAX = maximum peil. Otherwise, top-up. In het omgekeerde geval moet het bijgevuld worden. TOPPING-UP BIJVULLING 03_14 3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder de voorste motorkap «3» door de twee bouten «4» die zich op de voorkant bevinden los te draaien, en door de vier bouten «5» die zich op de tegenbeschermingsplaat bevinden los te draaien. Verwijder de vuldop «1». LET OP PROCEED WITH CAUTION. WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK. DO NOT DAMAGE THE TABS AND/OR THEIR CORRESPONDING SLOTS. 03_16

Vul bij met koelvloeistof tot de vloeistof ongeveer het «MAX» peil bereikt. Plaats de vuldop «1» weer. CAUTION LET OP IF THERE IS AN EXCESSIVE CONSUMPTION OF COOLANT OR THE RESERVOIR REMAINS EMPTY,

Hermonteer de voorste motorkap. Controle van het oliepeil van de remmen (03_18, 03_19) This vehicle is fitted with a braking system made up of: Dit voertuig is voorzien van een remsysteem, dat bestaat uit:

Een schijfrem vooraan; Een schijfrem achteraan; Een handeling op de rechter remhendel (voorrem) produceert een druk op de voorste remtang. Een handeling op de linker remhendel (achterrem) produceert een druk op de voorste remtang en op de achterste remtang. N.B.

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE

VAN DE REMINSTALLATIE. Checking Controle To check level: Voor de controle van het peil handelt men als volgt: CAUTION LET OP

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Draai het stuur zodat de vloeistof in de tank van de remvloeistof zich parallel aan de «MIN» referentie op het glasje «1» bevindt. Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» op het glasje «1» overschrijdt. MIN = minimum peil. Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie niet bereikt: 3 Maintenance / 3 Onderhoud LET OP If the fluid does not reach at least the «MIN» reference mark: CAUTION BRAKE LEVEL DECREASES GRADUALLY AS BRAKE PADS WEAR DOWN.

Controleer de slijtage van de rempastilles en van de schijf. Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn:

Zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer, die zal zorgen voor het bijvullen. CAUTION LET OP

Controleer de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. CAUTION

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Verwijder de matjes «1». Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze. CAUTION LET OP PROCEED WITH CAUTION. WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK. DO NOT DAMAGE THE TABS AND/OR THEIR CORRESPONDING SLOTS. BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET. HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder het accudeksel. N.B. NOTE

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Maak eerste de negatieve (-) kabel en daarna de positieve (+) kabel los. Verwijder de accu «3» uit haar plaats, en plaats ze op een vlakke ondergrond, in een droge en koele plaats. LET OP

DE VERWIJDERDE ACCU MOET

Controleer of de terminals «4» van de kabels en de klemmen «5» van de accu: - zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzettingen); - covered by neutral grease or petroleum jelly. - bedekt zijn met neutraal vet of vaseline. If necessary: Indien nodig:

Maak eerste de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los. Gebruik een metalen borstel om alle corrosie te verwijderen. Maak eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-) weer vast. Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline. 3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION Battery recharge Het opladen van de accu CAUTION LET OP

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder de accu. Voorzie een geschikte acculader. Voorzie de acculader voor een trage lading. Verbindt de accu aan de acculader. CAUTION LET OP

Schakel de acculader aan.

CAUTION Plaats het voertuig op de centrale standaard. Verwijder de matjes «1». Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze. LET OP 03_24 PROCEED WITH CAUTION. DO NOT DAMAGE THE TABS AND/OR THEIR CORRESPONDING SLOTS. WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK.

Verwijder het accudeksel. N.B. NOTE

3 Maintenance / 3 Onderhoud 03_26

Plaats de accu «3» op zijn plaats. Verbindt eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-). Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline. Herplaats het accudeksel en sluit de twee bouten «2». Herplaats de twee matjes «1» en let op dat de bevestigingen goed in hun zit geplaatst worden, Long periods of inactivity Lange stilstand If the vehicle is inactive longer than fifteen days, it is necessary to recharge the battery to avoid sulphation: Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan vijftien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden:

Verwijder de accu en plaats ze op een koele en droge plaats. Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.

Laadt ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading. Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen. Fuses (03_27, 03_28, 03_29, 03_30) Zekeringen (03_27, 03_28, 03_29, 03_30) CAUTION LET OP DO NOT REPAIR FAULTY FUSES. HERSTEL GEEN DEFECTE ZEKERINGEN. NEVER USE A FUSE THAT IS DIFFERENT THAN WHAT IS SPECIFIED TO PREVENT DAMAGES TO THE ELECTRICAL SYSTEM OR SHORT CIRCUITS, WITH THE RISK OF FIRE. NOTE

Officiële Aprilia Dealer. Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of 3 Maintenance / 3 Onderhoud If the battery is still on the vehicle, disconnect the cables from the terminals. erate or is not working properly or when the engine does not start. het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren. Check the 15A fuses first and then the 20A fuse. Controleer eerst de zekeringen van 15 A, en vervolgens de zekering van 20 A. To check: Voor de controle:

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Verwijder de matjes «1». Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze. CAUTION LET OP PROCEED WITH CAUTION. WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK. DO NOT DAMAGE THE TABS AND/OR THEIR CORRESPONDING SLOTS. 3 Maintenance / 3 Onderhoud

Verwijder het accudeksel. N.B. NOTE

Verwijder de zekeringen één voor één, en controleer of de draad «3» onderbroken is. Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak van het probleem. Vervang de zekering, indien beschadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroomsterkte. N.B. WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING. 3 Maintenance / 3 Onderhoud

Herplaats het accudeksel en sluit de twee bouten «2». Herplaats de matjes «1» en let op dat de bevestigingen goed in hun zit geplaatst worden. 03_30 3 Maintenance / 3 Onderhoud

Zekering van 15 A «4» Vanaf de ontstekingsschakelaar naar alle ladingen van het licht, het nummerplaatlicht, knippering en akoestische melder. Zekering van 15 A «5» Voeding ontsteking/injectie en start Zekering van 15 A «8» Reserve Spare Parts

(*) Cannot be replaced High-/low-beam bulb 12 V 60/55 W H4 Lamp van het dimlicht / groot licht 12 V 60/55 W H4 Tail light bulb 12V - 5W Lamp van het positielicht 12V - 5W Front and rear turn indicator bulbs 12V - 10 W (RY amber bulb) 3 Maintenance / 3 Onderhoud LAMPEN/CONTROLELAMPEN (*) Niet vervangbaar License plate light bulb 12V - 5W Rear daylight running light /stop light bulb 12V - 5/21W Instrument panel lighting bulb (*) LED Turn indicator warning light (*) LED High-beam warning light (*) LED Low fuel warning light (*) Lamp van het licht van de voorste 12 V - 10 W (amberkleurige lamp en achterste richtingaanwijzers RY) Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W Lamp van het achterste positielicht/stoplicht 12V - 5/21W Lamp van de verlichting van het dashboard (*) LED Controlelamp van de richtingaanwijzers (*) LED LED Engine oil pressure warning light

  • One low-/high-beam light bulb «1»;
  • One tail light bulb «2»; In het licht vindt men:
  • Eén lamp van het dimlicht/groot licht «1»;
  • Eén lamp van het positielicht «2». For replacement: 03_31

Verwijder de dopjes «3» met een schroevendraaier; Draai de twee bouten «4» los en verwijder de bovenste omlijsting «5»; Draai de drie bouten «6» los en verwijder het windscherm; Draai de acht bouten «7» los en verwijder de achterste stuurbedekking; LET OP 03_32 PROCEED WITH CAUTION. DO NOT DAMAGE THE TABS AND/OR THEIR CORRESPONDING SLOTS.

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK. 3 Maintenance / 3 Onderhoud Controlelamp van de druk van de motorolie (*)

Verwijder de rubberen pakking «9»; Koppel het veertje «10» los; Verwijder de lamphouder «11», en vervang hem met één van hetzelfde type; 03_37

3 Maintenance / 3 Onderhoud

03_39 Take out the tail light bulb «13» and replace it with another one of the same type; Verwijder het positielicht «13», en vervang het met één van hetzelfde type; Headlight adjustment (03_39, 03_40) Regeling van de koplamp (03_39, 03_40) For a quick check of the correct direction of the front light beams, place the vehicle ten metres from a vertical wall and make sure the ground is level. Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is. Turn on the low-beam light, sit on the vehicle and check that the light beam projected to the wall is a little below the headlight horizontal straight line (about 9/10 of the total height). To adjust the light beam: 3 Maintenance / 3 Onderhoud

Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte). Voor het regelen van de lichtbundel:

Handel met een schroevendraaier op de speciale bout «1» die zich onder de voorste stuurbedekking bevindt. Door haar VAST TE DRAAIEN (in wijzerszin) wordt de lichtbundel verhoogd. Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegenwijzerszin) wordt de lichtbundel verlaagd. Voorste richtingaanwijzers (03_41, 03_42, 03_43) For replacement: Voor de vervanging: NOTE N.B. THE FOLLOWING INFORMATION REFERS TO ONLY ONE INDICATOR BUT IT APPLIES TO BOTH. DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT ÉÉN RICHTINGAANWIJZER, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE RICHTINGAANWIJZERS.

CAUTION PROCEED WITH CAUTION. DO NOT DAMAGE THE TABS AND/OR THEIR CORRESPONDING SLOTS. Draai de bout «1» los en verwijder hem, zodat de richtingaanwijzer uit de zit kan verwijderd worden. LET OP WEES VOORZICHTIG BIJ HET GEBRUIK. BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET. 03_41

Verwijder het beschermend scherm «2», door de bout «3» los te draaien. Druk gematigd op het lampje «4» en draai het in tegenwijzersin. 3 Maintenance / 3 Onderhoud Front direction indicators (03_41, 03_42, 03_43) NOTE N.B.

Verwijder het lampje uit de zit. NOTE N.B.

When refitting the bulb: Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type. Bij de hermontage: NOTE

WORDT BESCHADIGD. Rear optical unit (03_44, 03_45) Achterste optische groep (03_44, 03_45) In the rear light there are: Op het achterlicht vindt men: - one tail light/stop light bulb «1»; - één lampje van het positielicht/stoplicht «1»; - two rear turn indicator bulbs «2». To replace the bulbs: 03_44 Remove the tail light glass «3» by undoing the four screws «4». - twee lampen van de richtingaanwijzers «2». Voor de vervanging van de lampen:

Druk gematigd op de lamp «1» en draai ze in tegenwijzersin. Verwijder de lamp uit de zit. 03_45 NOTE N.B.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.

Nummerplaatlicht (03_46) To remove the bulb: Om de lamp te verwijderen:

Draai de bout «8» los en verwijder ze. Verwijder de steun van de lamp van het nummerplaatlicht «9». Verwijder en vervang de lamp «10» met een andere van hetzelfde type. 03_46 Rear-view mirrors (03_47) Achteruitkijkspiegels (03_47) To remove the mirrors:

  • Unscrew the lock nut «1»;
  • Slide off the rear-view mirror «2». Voor het verwijderen van de spiegels:
  • Draai de tegenmoer «1» los;
  • Verwijder de achteruitkijkspiegel «2». To adjust the mirror, hold it and turn until it is adjusted to the adequate angle. Voor de regeling moet de spiegel vastgegrepen worden, en gedraaid worden tot de optimale positie wordt verkregen. 03_47

3 Maintenance / 3 Onderhoud Number plate light (03_46) Front and rear disc brake (03_48, 03_49, 03_50, 03_51) Schijfrem vooraan en achteraan (03_48, 03_49, 03_50, 03_51) NOTE 3 Maintenance / 3 Onderhoud 03_48

REMMEN. VUILE PASTILLES MOETEN WORDEN VERVANGEN, TERWIJL DE VUILE SCHIJF MOET GEREINIGD WORDEN MET EEN ONTVETTEND PRODUCT VAN HOGE KWALITEIT. Check brake pad wear following the instructions on the scheduled maintenance table and according to the engine capacity. Disc brake pad wear depend on the use, the riding style and the roads. CAUTION Controle van de slijtage van de pastilles Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype. LET OP

Park the vehicle on its centre stand. Carry out a visual inspection of brake disc and pads. With a lamp and a mirror, proceed: Front brake calliper 03_49 - From the front bottom side for the left pad «A»; Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:

Plaats het voertuig op de centrale standaard. Voer een visieve controle uit tussen de remschijf en de pastilles. Gebruik een lamp en een spiegeltje voor de controle: Tang van de voorrem - From the front top side for the right pad «B» - Van onder vooraan voor de linker pastille «A»; Rear brake calliper - Langs boven vooraan voor de rechter pastille «B». Achterste remtang

3 Maintenance / 3 Onderhoud Pad wear check - From the back top side for both pads «C». - Achteraan langs boven voor beide pastilles «C». Replace both brake pads when the friction material is worn (even if it is only one brake pad) to about 1.5 mm. Wanneer de dikte van het wrijvingsmateriaal (ook van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, moeten beide pastilles vervangen worden. 03_50 CAUTION 3 Maintenance / 3 Onderhoud 03_51

Empty the fuel tank and the carburettor completely. Remove the spark plug. Pour a teaspoonful (5 - 10 cm³) of engine oil into the cylinder. Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet gebruiken van het voertuig tegen te gaan. Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle vóór het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren. Handel als volgt:

NOTE Maak de brandstoftank en de carburator volledig leeg. Verwijder de bougie. Giet in de cilinder een lepeltje (5 - 10 cm³) motorolie. N.B.

Druk enkele seconden op de startknop van de motor zodat de olie uniform over de oppervlakken van de cilinder wordt verdeeld. Verwijder het beschermende doek. Hermonteer de bougie. Verwijder de accu. Was en droog het voertuig. Breng was aan op de gelakte oppervlakken. Blaas de banden op. Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun. Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd tegen zonnestralen, en waar temperatuursverschillen miniem zijn. Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen. Bedek het voertuig, maar gebruik geen plastic of ondoordringbaar materiaal.

Verwijder de bedekking en reinig het voertuig. Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze. Tank brandstof. Voer de voorbereidende controles uit. VOER EEN TESTRONDE VAN ENKELE KILOMETERS UIT AAN EEN GEMATIGDE SNELHEID IN EEN VERKEERSVRIJE ZONE. Cleaning the vehicle Reinigen van het voertuig Clean the vehicle frequently when it is exposed to adverse conditions, such as:

  • Avoid parking your vehicle under trees; during some seasons, some residues, resin, fruits or leaves containing chemical substances which damage the paint fall from trees. Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
  • Atmosferische vervuiling (in de stad of in industriële zones)
  • Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).
  • Speciale milieu/seizoenscondities (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
  • Let vooral op dat op de carrosserie geen afzettingsresten blijven van industriële en vervuilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz.
  • Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.

UIT. To clean off dirt and mud deposited from painted surfaces, soften caked dirt with a low-pressure water jet. Sponge off using a car body sponge soaked in a car body shampoo and water solution (2 ÷ 4% parts of shampoo in water). Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons, voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2 - 4% delen shampoo in water). Then rinse with plenty of water, and dry with a chamois leather. To clean the engine outer parts, use degreasing detergent, brushes and old cloths. CAUTION

Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken.

Plaats het voertuig op de centrale standaard Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt. Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig. Verwijder de dop van de brandstoftank. Voor het ledigen van de brandstof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelijksoortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen (peilsonde van de brandstof in de tank). LET OP NA HET LEDIGEN, MOET DE DOP VAN DE TANK GESLOTEN WORDEN.

(Permanent-magnet) Alternator 12 V - 330W at 8000 rpm Spanning van de voorband met passagier 210 KPa (2,1 bar) Spanning van de achterband met passagier 220 KPa (2,2 bar) Accu 12V - 10 Ah Zekeringen

Generator (met permanente magneet) 12V - 330W bij 8000 toeren/min

Elektrisch 1900 ± 100 rpm (125) 1800 ± 100 rpm (200) Clutch Automatic centrifugal dry clutch Gearbox automatic Cooling Forced-circulation air cooling driven by a centrifugal pump Toerental van de motor bij het minimumtoerental 1900 ± 100 toeren/min (125) Koppeling Automatisch, droge centrifugekoppeling Versnellingsbak Automatisch Koeling Met vloeistofcirculatie, centrifugepomp 1800 ± 100 toeren/min (200) geforceerde door een Fuel system Electronic injection. Throttle body diffuser Ø 32 mm VOEDING Met elektronisch injectie. Fuel Premium unleaded petrol, minimum octane rating of 95 (NORM) and 85 (NOMM) Diffusor van de vlinderromp Ø 32 mm Brandstof Loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). Type van ontsteking Elektronisch Bougie

LED Electronic fuel injection check warning light (*) LED Lamp van het licht van de voorste 12 V - 10 W (amberkleurige lamp en achterste richtingaanwijzers RY) Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W Lamp van het achterste positielicht/stoplicht 12V - 5/21W Lamp van de verlichting van het dashboard (*) LED Controlelamp van de richtingaanwijzers (*) LED Controlelamp van het groot licht (*) LED Controlelamp van de brandstofreserve (*) LED Controlelamp van de druk van de motorolie (*) LED Controlelamp van de elektronische LED benzine-injectie (*) Kit equipment (04_01) The tool kit «3» is located in the specific housing, in the glove-box. Open the glove-box. The tools supplied are:

Bijgeleverde gereedschappen (04_01) De gereedschapskit «3» is bevestigd in de speciale plaats in de opbergruimte. Open de opbergruimte. De bijgevoegde gereedschappen zijn:

gereedschapstas; meervoudige schroevendraaier (met stervormige en sneevormige punt); buissleutel van 16 mm; a 3 mm Allen wrench.

sleutel voor de regeling van de schokdemper; inbussleutel van 4 mm. 4 Technical data / 4 Technische gegevens

Scheduled maintenance table Tabel van het geprogrammeerd onderhoud CAUTION LET OP FIRE HAZARD. 5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud

Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gevallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn. Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service garandeert. Men raadt aan om aan de Officiële aprilia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlijk de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshandeling. 5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud NOTE

PERIODIC MAINTENANCE CHART

Kaart van het periodiek onderhoud Adequate maintenance is fundamental to ensuring long-lasting, optimum operation and performance of your vehicle. Een aangepast onderhoud is van doorslaggevend belang voor een langere levensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties. 5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud For this purpose, aprilia offers a set of checks and maintenance services (at the owner's expense), which are included in the summary table shown on the following page. Any minor faults should be reported without delay to any Official aprilia Dealer without waiting until the next scheduled service to solve it. Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmiddellijk mee te delen aan de Officiële aprilia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt. Carrying out scheduled services on time is essential for your warranty validity. For further information concerning Warranty procedures and Scheduled Maintenance, please refer to the Warranty Booklet. Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het Geprogrammeerd Onderhoud, raadpleegt men het Garantieboekje.

Rollenkoker van de geconduceerde poelie Veiligheidsblokkeringen

Plastic beslagring in het variatordeksel Koppelingsblok

Filter luchtkanaal transmissiedeksel Filter van de motorolie

Richting van de koplamp

halve beweegbare voorste schijf snelheidsregelaar

  • Controleer het peil elke 3.000 km ** Vervang elke 2 jaar ** Vervang elke 4 jaar

Product Beschrijving Kenmerken

Olie voor de versnellingsbak

Lithiumvet met molybdeen voor lagers en andere te smeren punten

NLGI 2 Beschrijving Kenmerken AGIP BRAKE 4 remvloeistof FMVSS DOT4+

AGIP PERMANENT SPEZIAL

Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.

Olie voor filters in spons

Draai de bout «1» van de dop «2» van de spoiler aan de linker kant van het voertuig los; Verwijder de dop «2». 6 Special fittings / 6 Speciale uitrustingen 06_01 06_02 Luggage rack Bagagedrager The case plate and three different case models are optional: De kofferplaat en de drie verschillende moddel van koffer zijn optioneel: - New Concept; - New Concept; - City; - City; - Ovetto; - Ovetto;

Als het glas van de kap met het windscherm hoog, geleverd als optional, moet vervangen worden, moet de bijgeleverde hoge omlijsting van het dashboard geïnstalleerd worden in plaats van de bovenste omlijsting van het dashboard. 6 Special fittings / 6 Speciale uitrustingen Windscreen (06_03)

ACCU: 90, 97 Het stilleggen van de motor:

Onderhoud: 63, 133, 134 Optische groep: 105, 111 Windscherm: 145

Identificatie: 27 Richtingaanwijzers: 23, 109

Koelvloeistof: 81 Koplamp: 108 Schijfrem: 114 Schokdempers: 37 Sleutelschakelaar: 21 Standaard: 54, 144 Start: 50 Stuurslot: 22

Geprogrammeerd onderhoud: 134 Motorolie: 64, 65, 68, 69