SCARABEO 200 IE - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCARABEO 200 IE APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SCARABEO 200 IE APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCARABEO 200 IE - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCARABEO 200 IE van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING SCARABEO 200 IE APRILIA
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
SCARABEO 125 i.e - 200 i.e.
aprilia
De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende Aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende Aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke veiligheid
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbol, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich in alle situaties veilig en beheersd kan bewegen. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX INDEX
VEHICLE.... 7
Plaats van de hoofdcomponenten.... 10
Legenda.... 11
Analoog instrumentenpaneel.... 13
Digitaal display.... 19
MODE- toets.... 21
Sleutelschakelaar.... 21
Inschakeling van het stuurslot.... 22
Schakelaar richtingaanwijzers.... 23
Drukknop claxon.... 24
Koplampschakelaar.... 24
Startknop.... 25
Selectie lokalisaties.... 25
Stopcontact.... 26
Opening van het zadel.... 27
Identificatie.... 27
Penen van de koffer voor.... 29
Tassenhaak.... 29
GEBRUIK.... 31
Controles.... 32
Tanken.... 34
Regeling van de schokdempers.... 37
Inrijden.... 38
Starten des motors.... 41
Voorzorgsmaatregelen.... 45
Moeilijke start.... 50
Het stilleggen van de motor.... 50
Katalysator.... 53
Standaard.... 54
Tips tegen diefstal.... 54
Het veilig rijden.... 55
MAINTENANCE.... 63
Controle van het peil van de motorolie.... 65
Het bijvullen van motorolie.... 68
Signaleringslampje (onvoldoende oliedruk).... 69
Vervanging van de motorolie.... 69
Oliepeil van de naaf.... 70
Banden.... 71
Demonteren van de bougie.... 74
Demonteren van het luchtfilter.... 78
Reiniging van de luchtfilter.... 79
Peil van de koelvloeistof.... 81
Controle van het oliepeil van de remmen.... 87
Accu.... 90
Inwerkingstelling van een nieuwe accu.... 97
Lange stilstand.... 98
Zekeringen.... 99
Lampen.... 103
Voorste optische groep.... 105
Regeling van de koplamp.... 108
Voorste richtingaanwijzers.... 109
Achteruitkijkspiegels.... 113
Schijfrem vooraan en achteraan.... 114
Stilstand van het voertuig.... 117
Reinigen van het voertuig.... 119
Vervoer....123
Bijgeleverde gereedschappen.... 130
GEPLAND ONDERHOUD.... 133
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud.... 134
SPECIALE UITRUSTINGEN.... 143
Laterale standaard.... 144
Bagagedrager.... 144
Windscherm.... 145
SCARABEO 125 i.e - 200 i.e.
aprilia

Plaats van de hoofdcomponenten (01\_02)
LEGENDE:
-
Expansievat
-
Dop van het expansievat van de koel-vloeistof
-
Vloeistoftank van de achterrem
-
Linker achteruitkijkspiegeltje
-
Lasthaak
-
Luchtfilter
-
Centrale standaard
-
Linker voetensteun van de passagier
-
Accu
-
Hoofdzakelijke en secundaire zekeringenhouder
-
Akoestische melder
-
Framenummer
-
Voorste motorkap
-
Handgreep van de passagier
-
Zadel
-
Brandstoftank
-
Dop van de brandstoftank
-
Rechter achteruitkijkspiegeltje
-
Vloeistoftank van de voorrem
-
Opbergruimte
-
Ignition switch/ steering lock/ saddle opening
- Battery compartment cover
- Spark plug
- Engine oil filler cap
- Right passenger footrest
- Schakelaar ontsteking/ stuurslot/opening van het zadel
- Deksel van de accuruimte
- Bougie
- Vuldop voor de motorolie
- Rechter voetensteun van de passagier
Dashboard (01\_03)
Legenda (01\_03)

- Elektrische commando's op de linker kant van het stuur
- Hendel van de achterrem
- Hendel van de voorrem
- Gashandvat
- Elektrische commando's op de rechter kant van het stuur
-
Schakelaar van de ontsteking / stuurslot (ON - OFF - LOCK) / opening zadel
-
Instruments and gauges
-
Instrumenten en indicators
Analogue instrument panel (01\_04)
Analoog instrumentenpaneel (01\_04)

text_image
4 5 6 7 aprilia 20 30 40 60 80 100 120 140 160 MPH km/h 10:00 18888.8 ODD II = °C F 12 scarabeo 1 2 8 11 10 901_04
KEY
-
Blauwe controlelamp van het groot licht
-
Green turn indicator warning light
- Fuel gauge
- Orange low fuel warning light
- Speedometer
- Coolant temperature warning light
- Coolant temperature gauge
- Red oil pressure warning light
- Multifunction indicator: total odometer (ODO) / two trip odometers (ODO I - ODO II) / battery voltage / external temperature with ice indication (ice icon illuminates at temperatures below 4°C (39.2°F))
- Service indicator
- Digital clock
-
Electronic fuel injection check warning light (red)
-
Groene controlelamp van de richting-aanwijzers
- Indicator van het brandstofpeil
- Oranje controlelamp van de brandstof-reserve
- Snelheidsmeter
- Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof
- Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof
- Rode controlelamp van de oliedruk
- Multifunctionele indicator: kilometereteller totaal (ODO) / twee kilometeretellers partieel (ODO I - ODO II) / accuspanning / externe tempertuur met ijsaanduiding (oplichting van de ijsicoon bij temperaturen van minder dan 4°C (39.2°F)
- Indicator servicebeurt
- Digitale klok
- Controlelamp van de elektronische benzineinjectie (rood)
INSTRUMENT AND GAUGE DESCRIPTION
NOTE
WITH THE KEY SET TO «ON», ALL THE PRE-INSTALLED WARNING LIGHTS, INSTRUMENT PANEL LIGHTING AND ALL THE INDICATORS IN
BESCHRIJVING VAN DE INSTRUMENTEN EN DE INDICATOREN
N.B.
MET DE SLEUTEL IN DE «ON» POSITIE, LICHTEN ALLE VOORZIENE CONTROLELAMPEN, DE VERLICHTING VAN HET DASHBOARD EN DE
Controlelamp van het groot licht «1»
Deze licht op wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING).
Turn indicator warning light «2»
Flashes when in right or left turning mode.
Controlelamp van de richtingaanwijzers «2»
Knippert wanneer het signaal voor het rechts of links afslaan in functie is.
Wanneer een richtingaanwijzer stukgaat, verdubbelt de snelheid van het knipperen van de controlelamp. In dit geval moet het lampje vervangen worden.
Fuel gauge «3»
Indicator van het brandstofpeil «3»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Low fuel warning light «4»
Controlelamp van de brandstofreserve «4»
Deze licht op wanneer er in de brandstof-tank ongeveer 2 liter brandstof overblijft.
In dit geval moet men zo vlug mogelijk tanken.
Speedometer «5»
Shows riding speed.
Snelheidsmeter «5»
Duidt de rijsnelheid aan.
Coolant high temperature warning light «6»
Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof «6»
Deze licht op wanneer de indicator van de temperatuur van de koelvloeistof te hoge waarden bereikt. Leg onmiddellijk de motor stil en controleer het peil van de koelvloeistof.
Coolant temperature gauge «7»
Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «7»
Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvloeistof in de motor. Wanneer het wijzertje zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de werkings-temperatuur normaal. Wanneer de streep zich niet in de centrale positie bevindt, mag het voertuig niet excessief belast worden. Wanneer de wijzer de laatste streep bereikt, legt men de motor stil en controleert men het peil van de koelvloeistof.
LONG TIME, THE ENGINE CAN BE SERIOUSLY DAMAGED.
LET OP

WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTA-NE TEMPERATUUR VOOR EEN LANGE PERIODE WORDT OVERSCHREDEN, KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.
Engine oil pressure warning light «8»
Controlelamp van de druk van de motorolie «8»
Deze verschijnt om te melden dat de druk van de motorolie onvoldoende is. In dit geval legt men onmiddellijk de motor stil, en wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
Wanneer de motor uitstaat is de contro- lelamp steeds aan; wanneer ze uit blijkt, is er een onregelmatigheid aanwezig aan de sensor of aan de verbindingen.
De controlelamp moet uitgaan nadat de motor wordt gestart.
Multifunction indicator «9»
Geeft de totaal afgelegde afstand (ODO) of de twee partiële hodogrammen (ODO I-ODO II) of de accuspanning of de omgevingstemperatuur weer.
Service icon «10»
Wanneer het voertuig wordt gestart, na de ontstekingscheck en wanneer minder dan 300 Km (186 mijl) ontbreekt tot de volgende servicebeurt, begint de relatieve icoon onmiddellijk te knipperen voor 5 seconden, en moet ze daarna uitgaan.
De icoon licht op bij 1.000 Km (621 mi), 10.000 Km (6,215 mi), 20.000 Km (12,430 mi) en bij de volgende veelvouden van 10.000 Km (6,215 mi).
Wanneer de kilometerstand van de servicebeurt wordt bereikt, blijft de icoon vast oplichten tot de nulstelling ervan wordt uitgevoerd.
Digital clock «11»
Geeft de uren en de minuten weer.
Electronic fuel injection check warning light «12»
Controlelamp van de elektronische benzine-injectie «12»
Deze licht op voor ongeveer drie secon- den, elke keer de ontstekingsschakelaar op «ON» geplaatst wordt en de motor niet gestart heeft, om zo een test uit te voeren van de werking van het injectiesysteem. De controlelamp moet uitgaan wanneer de motor wordt gestart.
CAUTION

IF THE WARNING LIGHT TURNS ON WHILE THE ENGINE IS WORKING PROPERLY, THIS MEANS THAT THERE IS A FAILURE IN THE ELECTRONIC FUEL INJECTION SYSTEM. IF THIS OCCURS, STOP THE ENGINE AT ONCE AND CONTACT AN aprilia Official Dealer.
LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP OP-LICHT TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, DUIDT DIT OP EEN PROBLEEM VAN HET ELEKTRO-NISCH INJECTIESYSTEEM VAN DE BENZINE. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

text_image
AMPM — km i — 18:00 18:00:00 — ODO II — ℃F — 01_05Digital Icd display (01_05, 01_06)
Clock adjustment
NOTE
FOR SAFETY REASONS, ADJUST THE CLOCK ONLY WHEN YOUR VEHICLE IS STOPPED.
Digitaal display (01_05, 01_06)
Regeling van de klok
N.B.
VOOR VEILIGHEIDSREDENEN IS HET ENKEL MOGELIJK OM DEZE HANDELING UIT TE VOEREN WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT.

Wanneer op het multifunctioneel display «1» de functie van de kilometers totaal (ODO) wordt weergegeven, moet voor langer dan drie seconden op de toets MODE «2» gedrukt worden. De twee puntjes die de uren en de minuten scheiden, beginnen te knipperen.
Voer de regeling van de uren uit door de aangeduide waarde te verhogen bij elke druk op de toets MODE «2».
Druk weer op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de regeling van de minuten. De aangeduide waarde wordt verhoogd bij elke druk op de toets MODE «2».
Door op de toets MODE «2» te drukken voor langer dan drie seconden, wordt teruggekeerd naar de regeling van de uren.
Wanneer geen enkele toets wordt geactiveerd voor drie seconden, verlaat het display automatisch de functie van de regeling van de klok.

text_image
ECO Sport ② 01_07"MODE" button (01\_07)
Press the MODE button «2» to shift the instrument panel display.
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
MODE- toets (01\_07)
Door de drukknop MODE «2» te drukken, wordt de switch van het dashboard uitgevoerd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT-STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT

text_image
B OPEN PUSH LOCK C IGNITION A D 1 01_08Key switch (01\_08, 01\_09)
Sleutelschakelaar (01\_08, 01\_09)
De ontstekingsschakelaar «1» bevindt zich op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting.
N.B.
DE SLEUTEL «2» ACTIVEERT DE SCHAKELAAR VAN DE ONTSTEKING / HET STUURSLOT EN HET SLOT VAN HET ZADEL. BIJ HET VOERTUIG WORDEN TWEE SLEUTELS GELEVERD (ÉÉN RESERVE-SLEUTEL).
N.B.
BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.

text_image
② H50 OFF IN PPE LDX 01_09SWITCH POSITIONS
ON «A»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.
OFF «B»: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
OPEN «C»: De motor en de lichten kunnen niet in werking gesteld worden. De helmruimte kan geopend worden.
LOCK «D»: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
Inschakeling van het stuurslot (01\_10)
LET OP
DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI-TIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.
- Drai het stuur volledig naar links.
- Draai de sleutel «2» in positie «OFF»

text_image
OFF PREF LUX 2 01_10
text_image
③ 01_11NOTE
TURN THE KEY AND MOVE THE HAN- DLEBAR AT THE SAME TIME.
- Press and turn the key «2» anticlockwise (to the left), move the handlebar slowly until the key «2» is set to «LOCK».
- Extract the key.
Switch direction indicators (01\_11)
Move the switch «3» to the left, to indicate a left turn; move the switch «3» to the right, to indicate a right turn. Press the central part of the switch 3 to deactivate the turn indicator.
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
N.B.
DRAAI DE SLEUTEL EN DRAAI TEGELIJKERTIJD AAN HET STUUR.
- Druk op de sleutel «2» en draai hem in tegenwijzerszin (naar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK» wordt geplaatst.
• Verwijder de sleutel.
Schakelaar richtingaanwijzers (01\_11)
Verplaats schakelaar «3» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats schakelaar «3» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk centraal op de schakelaar «3» om de richtingaanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Door op drukknop «2» te drukken, activeert men de akoestische melder.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

text_image
A B C 4 01_13Light switch (01\_13)
Wanneer de omleider van de lichten «4» zich in positie «A» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; in positie «B» wordt het dimlicht geactiveerd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT
PASSING button «C»
Door op de drukknop PASSING te drukken, wordt de knippering van het groot licht geactiveerd.
N.B.
WANNEER DE DRUKKNOP «C» WORDT LOSGELATEN, WORDT HET

Door op de drukknop te drukken doet de startmotor de motor draaien.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

text_image
ECO eco sport SPORT01_15
Selectie lokalisaties (01\_15)
De centrale heeft twee verschillende "lo-kalisaties":
- ECO is een lokalisatie met mindere prestaties van de motor om het brandstofverbruik te beperken.
- SPORT is een lokalisatie met maximale prestaties van de motor ten koste van het brandstofverbruik.
De omschakeling van een lokalisatie naar de andere kan op elk ogenblik uitgevoerd worden.
- Binnenin de helmruimte is een stroomstopcomntact van 12V «4» voorzien.
- Het stroomstopcontact kan gebruikt worden voor het voeden van gebruiksvoorwrpen met een maximum vermogen van 180 W (GSM, inspectielamp, enz.).
LET OP

EEN LANG GEBRUIK VAN HET STOP-CONTACT WANEER DE MOTOR UITSTAAT, KAN DE ACCU VOLLEDIG DOEN ONTLADEN.

text_image
④ 01_17
Opening van het zadel (01\_17, 01\_18)
Om het zadel te blokkeren:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Plaats de sleutel in de sleutelschakelaar.
- Draai de sleutel «4» in tegenwijzerszin.
• Hef het zadel «5» op. - Om het zadel te blokkeren, doet men het dicht en drukt men er op (zonder te forceren), en laat men het slot klikken.
LET OP

VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT GEBLOKKEERD IS.
Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.
Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.
NOTE

ALTERING IDENTIFICATION NUMBERS CAN BE SERIOUSLY PUNISHED BY LAW, PARTICULARLY MODIFYING THE CHASSIS NUMBER WILL IMMEDIATELY INVALIDATE THE WARRANTY.
N.B.

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA- TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ERN- STIGE STRAFRECHTELIJKE EN AD- MINISTRATIEVE SANCTIES, VOORAL HET WIJZIGEN VAN HET FRAMENUM- MER DOET DE GARANTIE ONMID- DELLIJK VERVALLEN.

Het framenummer is gedrukt op de centrale buis van het frame. Voor de lezing is het nodig om het aangeduide dopje te verwijderen.
Framenum-
mer: ....

Het motornummer is gedrukt in de nabijheid van de onderste steun van de achterste schokdemper.
Motornum-
mer: ....

text_image
① ② 01_21Penen van de koffer voor (01\_21)
Dit bevindt zich onder het stuur, intern de beschermingsplaat; Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:
- Plaats de sleutel «1» in het slot.
- Draai de sleutel in wijzerszin, trek er aan, en open het deurtje «2».
N.B.
VOORALEER MEN HET DEURTJE BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET HEEFT VERGETEN IN DE OPBERGRUIMTE.

De lasthaak «1» bevindt zich vooraan onder het zadel.
LET OP

HANG GEEN TE GROTE TASSEN OF PAKKEN AAN DE LASTHAAK, OM-DAT DE HANDELBAARHEID VAN HET VOERTUIG OF DE BEWEGING VAN DE VOETEN ZOU KUNNEN GEHINDERD WORDEN.
1.5 kg.
Maximum toegestaan gewicht:
1,5 kg.
SCARABEO 125 i.e - 200 i.e.
aprilia

Voorste en achterste schijfrem
Controleer de werking, de lege loop van de commandohendels,
| fluid level. Check for leaks. Check brake pads for wear. If necessary, top-up the brake fluid. | het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controleer de slijtage van de pastilles. Indien nodig laat men remvloeistof bijvullen. | ||
| Brake levers | Check they function smoothly.Lubricate the joints if necessary. | Remhendels | Controleer of ze zacht werken.Smeer indien nodig de bewegingsplaatsen. |
| Throttle grip | Check that the throttle functions smoothly and can be fully opened and closed in all steering positions. | ||
| Wheels/ tyres | Check that tyres are in good condition. Check inflation pressure and check for tyre wear and damage. | Gashendel | Controleer of hij zacht werkt en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. |
| Steering | Check that the rotation is uniform, smooth and there are no signs of clearance or slackness. | Wielen/banden | Controleer de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. |
| Centre stand | Check that it works smoothly and it goes back to its normal position when the springs are released.Lubricate couplings and joints if necessary. | Stuur | Controleer of het draaien homogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt. |
| Clamping elements | Check that the clamping elements are not loose.Adjust or tighten them as required. | Centrale standaard | Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen.Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen. |
| Fuel tank | Check the coolant level and refill if necessary.Check the circuit for leaks or obstructions. |
| Bevestigingselementen | Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zijn.Stel ze af of sluit ze eventueel. |
| Brandstoftank | Controleer het peil, en tank indien nodig.Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit.Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop. |
| Koelvloeistof | Het vloeistofpeil in het expansievat moet zich tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevinden. |
| Lichten, controlelampen, controlelamp van de injectie, akoestische melder en elektrische mechanismen | Controleer de correcte werking van de akoestische en visieve mechanismen. Vervang de lampjes of grijp in bij schade. |
| Injectiepomp | Controleer de correcte werking |
Refuelling (02\_01)
CAUTION

FUEL USED TO DRIVE EXPLOSION ENGINES IS HIGHLY INFLAMMABLE
Tanken (02\_01)
LET OP

DE BRANDSTOF DIE WORDT GE-BRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLO-
AND CAN BECOME EXPLOSIVE UN- DER SPECIFIC CONDITIONS.
Gebruik loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Voor het tanken van brandstof, handelt men als volgt:
- Hef het zadel op.
- Draai de dop van de brandstof-tank «1» los en verwijder hem.
- Voer het tanken van brandstof uit.
- Plaats dop «1» opnieuw.
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN AAN DE BRANDSTOF TOE.
WANNEER EEN TRECHTER OF IETS ANDERS WORDT GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT SCHOON WORDEN.
NOTE
AFTER REFUELLING, REFIT THE FUEL TANK CAP «1» ADEQUATELY.
Characteristic
Laat de olie en de oliekeerring van de voorste ophanging controleren op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP

VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE VAN DE VOORSTE OPHANGING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, DIE EEN ZORGVULDIGE EN SNELLE SERVICE ZAL GARANDEREN.

text_image
1 - B ← A + 02_02- Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelasting van de veer van de schokdemper).
N.B.
VOER DE REGELINGEN UIT VOOR BEIDE ACHTERSTE SCHOKDEM-PERS.

text_image
B A 02_03Rotatie van de moer naar A: de voorbelasting van de veer verhoogt. De inrichting van het voertuig is harder. Te gebruiken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier.
Rotatie van de moer naar B: de voorbelasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier.
Running in
De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode.
Men moet zich houden aan de volgende indicaties:
- Draai het gashandvat niet helemaal bij lage regimes tijdens het inrijden, en ook niet erna.
- 0-100 km (0-62 mijl) Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschijf toe te staan.
- 0-500 km (0-312 mi) Tijdens de eerste 500 km (312 mi) rijdt men niet harder dan 80% van de voorziene maximum snelheid.
- Vermijdt om lang een constante snelheid aan te houden.
- Na de eerste 1000 km (625 mi), verhoogt men geleidelijkaan de snelheid tot men de maximale prestaties bereikt.
LET OP

MELD STEEDS OP VOORHAND WANNEER MEN VAN RIJBAAN OF RIJRICHTING VERANDERT MET DE HIERVOOR VOORZIENE MECHANISMEN, EN VERMIJD BRUUSKE OF GEVAARLIJKE MANOEUVRES. SCHA- KEL DE MECHANISMEN ONMIDDELLIJK UIT NADAT MEN VAN RIJRICH-TING HEEFT VERANDERD. WAN-
- To start-up the engine, rest the vehicle on its centre stand.
-
Make sure light switch «1» is set to low-beam.
-
Voor de start van de motor moet het voertuig op de centrale standaard geplaatst worden.
- Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van de dimlichten bevindt.

- Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te activeren. Wanneer dit niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor zal niet starten.

text_image
ECO sport ⑦ 02_06NOTE
IF THE VEHICLE IS NOT USED FOR A LONG TIME, FOLLOW THE PROCEDURE FOR STARTING THE ENGINE AFTER PROLONGED INACTIVITY.
NOTE
TO AVOID EXCESSIVE BATTERY CONSUMPTION, DO NOT HOLD DOWN THE STARTER BUTTON «7» MORE THAN FIVE SECONDS (TEN WHEN STARTING UP AFTER PROLONGED INACTIVITY). IF THE ENGINE FAILS TO START AFTER THIS TIME, WAIT TEN SECONDS AND REPEAT THE PROCEDURE.
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG VOOR LANGE TIJD INACTIEF IS GEBLEVEN, VOERT MEN DE HANDELINGEN VAN HET STARTEN NA EEN LANGE INACTIVITEIT UIT.
N.B.
OM EEN EXCESSIEF VERBRUIK VAN DE ACCU TE VERMIJDEN, HOUDT MEN DE STARTKNOP «7» NIET INGEDRUKT VOOR LANGER DAN VIJF SECONDEN (TIEN SECONDEN IN GEVAL VAN EEN START NA EEN LANGE INACTIVITEIT). WANNEER IN DIT TIJDS-INTERVAL DE MOTOR NIET START, WACHT MEN TIEN SECONDEN EN HERHAALT MEN DE PROCEDURE OPNIEUW.
CAUTION

NEVER PRESS THE STARTER BUTTON «7» WHEN THE ENGINE IS ALREADY RUNNING: DOING SO MAY DAMAGE THE STARTER MOTOR.
NOTE
PRESS THE STARTER BUTTON «7» WITHOUT OPENING THE THROTTLE AND RELEASE IT AS SOON AS THE ENGINE STARTS.
LET OP

VERMIJDT OM DE STARTKNOP «7» IN TE DRUKKEN WANNEER DE MOTOR REEDS GESTART IS: HET STARTMO-TORTJE ZOU BESCHADIGD KUNNEN WORDEN.
N.B.
DRUK OP DE STARTKNOP «7» ZONDER GAS TE GEVEN, EN LAAT DEZE LOS WANNEER DE MOTOR GESTART IS.
CAUTION

WHEN THE ENGINE IS RUNNING, THE ENGINE OIL PRESSURE WARNING LIGHT "4" SHOULD TURN OFF. IF THE WARNING LIGHT STAYS ON OR TURNS ON WHILE THE ENGINE IS WORKING PROPERLY THIS MEANS THAT THE OIL PRESSURE IN THE CIRCUIT IS NOT ENOUGH. SHOULD THIS OCCUR, STOP THE ENGINE AT ONCE AND CONTACT AN aprilia Official Dealer. NEVER USE THE VEHICLE WITH LOW ENGINE OIL SO AS TO AVOID DAMAGING ENGINE PARTS.
LET OP

WANNEER DE MOTOR IS GESTART, MOET DE CONTROLELAMP VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE «4» UITGAAN. WANNEER DE CONTROLELAMP AANBLIJFT OF OPLICHT TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, IS DE DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer. GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET EEN ONVOLDOENDE HOEVEELHEID MOTOROLIE, OM SCHADE TE VERMIJDEN AAN DE ONDERDELEN VAN DE MOTOR.
- Houd minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.
LET OP

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.
OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRANDSTOFVERBRUIK TE BEPERKEN, RAADT MEN AAN OM DE MO-

text_image
8 02_07ENGINE BY RIDING THE FIRST KILO-METRES AT A LIMITED SPEED.
TOR OP TE WARMEN, DOOR DE EERSTE KILOMETERS AF TE LEGGEN AAN EEN BEPERKTE SNELHEID.
- Laat het gashandvat los, activeer de achterrem, en laat het voertuig op de standaard rusten.
- Ga op het voertuig zitten, voor de stabiliteit, en hou minstens één voet op de grond.
- Regel de helling van de achteruitkijkspiegeltjes op correcte wijze.
CAUTION

WITH THE VEHICLE AT A STAND-STILL, PRACTICE USING THE REARVIEW MIRRORS. THE MIRRORS ARE CONVEX, SO OBJECTS MAY SEEM FARTHER AWAY THAN THEY REALLY ARE. THESE MIRRORS OFFER A WIDE-ANGLE VIEW AND ONLY EXPERIENCE HELPS YOU JUDGE THE DISTANCE SEPARATING YOU AND THE VEHICLE BEHIND.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE ACHTERUITKIIJKSPIEGELTJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENDE OPPERVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET INSCHATTEN MOGELIJK VAN DE AFSTAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

text_image
A B 02_09- Laat de remhendel los en geef gas door traag aan het gas-handvat (Pos. B) te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden.
CAUTION

Moeilijke start (02\_10)
Druk op de startknop «7» en laat de start-motor draaien voor ongeveer vijf seconden, zonder gas te geven.
In het geval de scooter bij een zeer lage temperatuur niet bij de eerste poging start, op de startknop drukken en deze direct loslaten wanneer de motor start. Een paar seconden gas geven en dan het gashandvat loslaten.
START NA EEN LANGE INACTIVITEIT
- Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn.
In dit geval handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «7» voor ongeveer tien seconden.
Het stilleggen van de motor (02\_11, 02\_12)
LET OP
VERMIJDT INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.

- Release the handle grip (Pos. A) and gradually operate the brakes to stop the vehicle.
-
While at a temporary halt, keep at least one brake operated. .
-
Laat het gashandvat los (pos. A) en activeer geleidelijk aan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen.
- Tijdens een momentele pauze houdt men minstens één rem ingetrokken.
PARKING
CAUTION

PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND TO PREVENT THE VEHICLE FROM FALLING.
DO NOT LEAN THE VEHICLE ON A WALL OR LAY ON THE GROUND.
MAKE SURE THE VEHICLE AND SPECIALLY ITS HOT PARTS DO NOT POSE ANY RISK TO PEOPLE OR CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VEHICLE UNATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH.
DO NOT SEAT ON THE VEHICLE WHEN THE STAND IS LOWERED.
PARKEREN
LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.
CONTROLEER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBEWAAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN WANNEER DE STANDAARD UITGE-KLAPT IS.
- Stop the vehicle.
CAUTION

WITH ENGINE OFF AND THE IGNITION SWITCH SET TO «ON» THE BATTERY MAY GET DISCHARGED.
• Het voertuig stilleggen.
LET OP

MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE-KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.

text_image
① ② 02_12- Turn key «2» and set ignition switch «1» to «OFF».
• Rest the vehicle on its stand.
CAUTION
DO NOT LEAVE THE KEY INSERTED IN THE IGNITION SWITCH.
- Draai aan de sleutel «2», plaats de ontstekingsschakelaar «1» op «OFF».
- Plaats het voertuig op de standaard.
LET OP
LAAT DE SLEUTEL NIET IN DE ONT-STEKINGSSCHAKELAAR.
- Lock the steering and take out the key «2».
- Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel «2».
Catalytic silencer
CAUTION

Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieden:
- de verwijdering en elke handeling om eender welk samenstellend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, behalve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te controleren vóór de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt; en
- het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt.
Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper, en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële Aprilia Dealer.

text_image
④ ⑤ ⑥ 02_13Stand (02\_13)
RESTING THE VEHICLE ON ITS STAND
CENTRE STAND
- Hold the left hand grip «4» with your left hand and the passenger handgrip «5» with your right hand.
- Push the stand lever «6» with your right foot.
CAUTION
MAKE SURE THE VEHICLE IS STABLE.
Standaard (02\_13)
PLAATSING VAN HET VOERTUIG OP DE STANDAARD
CENTRALE STANDAARD
- Grijp het linker handvat «4» vast met de linker hand, en de hand-greep van de passagier «5» met de rechter hand.
- Duw op de hendel van de standaard «6» met de rechter voet.
LET OP
CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats.
Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme.
Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM: ....
VOORNAAM: ......
ADRES: ....
TELEFOONNUMMER: ......
BELANGRIJK: In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje.

Het veilig rijden (02_14, 02_15, 02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSREGELS
Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/of in private eigendommen.

text_image
STOP STOP 150 m 150 m 02_15
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijzering en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen.
THE FOOTRESTS (OR THE RIDER'S FOOTRESTS) IN THE ADEQUATE RIDING POSITION.
LET OP

RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETENSTEUNEN VAN DE BESTUURDER), EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSITIE.

text_image
NO! 02_17
Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloeistoffen correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door voor-

text_image
ONLY ORIGINALS 02_19al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegal maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te houden met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.
KLEDING
Vooraleer men gaat rijden denkt men eraan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere weggebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die mogelijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bijvoorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de passagier).

De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de active-ring van de commando's niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando's hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen.
De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de

werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
aprilia raadt het gebruik aan van origine-le accessoires (aprilia genuine accessories).
LOADING
Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen.
Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden.
Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig.
Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.

text_image
NO! 02_25Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager.
De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid.
SCARABEO 125 i.e - 200 i.e.
aprilia

Peil van de motorolie
Controleer regelmatig het peil van de motorolie op basis van de tabel van het ge-programmeerd onderhoud.
LET OP

DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, INDIEN LANG EN DAGELIJKS GEHANTEERD.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
GIET DE OLIE NIET UIT.
DRAAG ZORG OM GEEN ENKEL ONDERDEEL, OM DE ZONE WAARIN
BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE WERKING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
N.B.
GEBRUIK OLIE MET DE SPECIFIEKEN DIE WORDEN AANGEDUID IN DE TABEL MET AANBEVOLEN PRODUCTEN.
N.B.
BIJ HET BIJVULLEN VAN MOTOR-OLIE RAADT MEN AAN OM HET "MAX" PEIL NIET TE OVERSCHRIJDEN.
Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
Controle van het peil van de motorolie (03\_01, 03\_02)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
CAUTION

PARK THE MOTORCYCLE ON SAFE AND LEVEL GROUND.
CAUTION

THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM COMPONENTS CAN GET VERY HOT AND REMAIN SO FOR SOME TIME EVEN AFTER THE ENGINE IS TURNED OFF. WEAR INSULATING GLOVES BEFORE HANDLING THESE PARTS OR WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM COOL DOWN.
- Leg de motor stil en laat hem afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan.
N.B.
WANNEER MEN VOORAFGAANDE HANDELINGEN NIET UITVOERT, KAN HET ZIJN DAT MEN EEN FOUTE OP-METING UITVOERT VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE.

- Unscrew and pull out the measuring cap-dipstick «1».
- Clean the area in contact with oil with a clean cloth.
- Place without screwing the cap-dipstick «1» into its tube «2».
- Remove the cap-dipstick «1» again and read the level the oil reaches on the dipstick.
-
The level is correct when it is close to the MAX level marked on the measuring dipstick.
-
Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze.
- Reinig het deel dat in contact staat met de olie met een rein doek.
- Plaats de dop-staaf «1» zonder vast te draaien in de invoerbo-ring «2».
- Verwijder opnieuw de dop-staaf «1» en lees het oliepeil af op de staaf:
- Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf.
- Top-up if necessary.
CAUTION

IN ORDER TO AVOID DAMAGING THE ENGINE, OIL LEVEL MUST NEVER EXCEED THE «MAX» MARK OR FALL BELOW THE «MIN» MARK.
- Indien nodig vult men bij.
LET OP

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR TE VEROORZAKEN.

Het bijvullen van motorolie (03\_03)
- Giet een kleine hoeveelheid olie in de inlaatboring «2» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform binnenin de carter vloeit.
- Voer de controle van het oliepeil uit, en vul eventueel bij.
- Voer het bijvullen uit met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven peil wordt bereikt.
- Op het einde van de handeling draait men de dop/staaf «1» vast en sluit men hem.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONGESCHIKTE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BEWEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJTEN EN DUS ERNSTIGE SCHADE KAN TOEBRENGEN.

text_image
12:00 188888 scarabeq 03_04Signaleringslampje (onvoldoende oliedruk) (03\_04)
Het voertuig is voorzien van een contro- lelamp voor de melding «1», die aangaat wanneer de sleutel in positie «ON» wordt gedraaid.
Deze controlelamp moet echter uitgaan wanneer de motor wordt gestart.
LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP OPLICHT TIJDENS HET REMMEN, AAN HET MINIMUM TOERENTAL OF IN EEN BOCHT, MOET EEN CONTROLE VAN HET PEIL UITGEVOERD WORDEN, EN EVENTUEEL BIJGEVULD WORDEN. WANNEER NA HET BIJVULLEN DE CONTROLELAMP NOG OPLICHT TIJDENS HET REMMEN, AAN HET MINIMUM TOERENTAL OF IN EEN BOCHT, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN ERKEND APRILIA SERVICECENTRUM.
Engine oil change
Vervanging van de motorolie
Voor de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
Hub oil level
Oliepeil van de naaf
Controleer op basis van de gegevens in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.
Voor de controle en de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
LET OP

DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, INDIEN LANG EN DAGELIJKS GEHANTEERD.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
GIET DE OLIE NIET UIT.
BE CAREFUL NOT TO DIRTY COMPONENTS, THE WORKING OR SURROUNDING AREA.
BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE WERKING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).
LET OP

CONTROLEER PERIODIEK DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGE-VINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR DE METING UIT VOORAL VÓÓR EN NA EEN LANGE REIS. WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMPT, EN DUS NAAR DE STUURINRICHTING VERSTUURT, ZODAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT.

| Vooraan: | 2 mm |
| Achteraan | 2 mm |
Spark plug dismantlement (03\_07, 03\_08, 03\_09)
Controleer de bougie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig.
Om de bougie te bereiken, handelt men als volgt:

text_image
3 scaraboo ⑤ ④ 03_07- Lift the saddle.
- Unscrew and remove the two screws «3» (one at each side).
-
Unscrew and remove the two screws «4» (one at each side).
-
Hef het zadel op.
- Draai de twee bouten «3» los, en verwijder ze (één per kant).
- Draai de twee bouten «4» los, en verwijder ze (één per kant).
CAUTION

- Verwijder het inspectiedeksel «5» langs voor.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:
CAUTION

BEFORE CARRYING OUT THE FOLLOWING OPERATIONS AND IN ORDER TO AVOID BURNS, LEAVE ENGINE AND SILENCER TO COOL OFF TO AMBIENT TEMPERATURE.
LET OP

VOORALEER MEN DE VOLGENDE HANDELINGEN UITVOERT, LAAT MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AFKOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGS-TEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT, OM MOGELIJKE BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.

- Remove the tube «1» of the spark plug «2».
- Clean off any trace of dirt from the spark plug base. Then unscrew it using the spanner supplied in the toolkit and remove it from its fitting, being careful not to let dust or any other substance come into the cylinder.
- Check that the spark plug electrode and centre porcelain are free of carbon deposits or signs of corrosion. If necessary, clean using suitable spark plug cleaners, a wire and/or metal brush.
- Blow with a strong air blast to avoid removed dirt getting into the engine. Replace the spark plug if there are cracks on the spark plug insulating material, corroded electrodes or several deposits.
-
Check the electrode gap with a thickness gauge. This gap should be 0.7 - 0.8 mm; adjust it
-
Verwijder de pipet «1» van de bougie «2».
- Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze daarna los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zit, door te zorgen dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt.
- Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en reinig eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje.
- Blaas goed uit met een luchtstraal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terecht kommen. Wanneer de bougie scheuren op de isolering, verroeste elektroden of ex-
cessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen.
- Controleer de afstand tussen de elektroden met een diktemeter. Deze moet 0,7 - 0,8 mm bedragen; regel de afstand eventueel, door voorzichtig de massaelektrode te buigen.
- Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd.
- Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel, door ze een 1/2 draai vast te draaien om de rondel vast te drukken.
LET OP
DE BOUGIE MOET GOED WORDEN VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN, EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHA-DIGD.
GEBRUIK ENKEL BOUGIES VAN HET AANBEVOLEN TYPE, ANDERS ZOU-DEN DE PRESTATIES EN DE DUUR VAN DE MOTOR GESCHAAD KUN-NEN WORDEN.
Afstand van de elektroden van de bougie
0,7 - 0,8 mm
Bougie
NGK PMR9B
Aandraaikoppels (N\*m)
Sluitkoppel van de bougie
10 Nm (1,02 Kgm)
- Refit the spark plug tube «1» securely, so that it will not get detached when exposed to engine vibrations.
-
Refit the central inspection cover «5».
-
Plaats correct de pipet van de bougie «1», zodat ze niet losraakt door de vibraties van de motor.
- Hermonteer het centrale inspectiedeksel «5».

Demonteren van het luchtfilter (03\_10, 03\_11)
De reiniging en de controle van de staat van de luchtfilter moeten uitgevoerd worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud; dit zal afhangen van de gebruikscondities.
Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelingen van de reiniging vlugger worden uitgevoerd.
Voor de reiniging van het filterend element, moet men het van het voertuig verwijderen.

- Draai de zeven bouten «1» los, en verwijder ze.
- Open de filterdoos.
- Verwijder het filterend element «3» van het deksel van de filterdoos «2».
Reiniging van de luchtfilter (03_12, 03_13)
CAUTION
LET OP

TO AVOID RISK OF FIRE OR EXPLOSION DO NOT USE PETROL OR INFLAMMABLE SOLVENTS TO CLEAN THE FILTERING ELEMENT.

GEBRUIK GEEN BENZINE OF BRANDBARE OPLOSMIDDELEN VOOR HET WASSEN VAN HET FILTEREND ELEMENT, OM HET RISICO OP BRAND EN EXPLOSIES TE VERMIJDEN.

- Was het filterend element «3» met reine oplosmiddelen, die niet ontvlambaar zijn en die geen hoog verdampingspunt hebben, en laat het zorgvuldig drogen.
- Breng op de volledige oppervlakte olie voor filters aan.
- Controleer de aanwezigheid van onzuiverheden in het onderste deel van de ontluchtingsbuis «4».
N.B.
WANNEER BINNENIN AFZETTINGEN AANWEZIG ZIJN, AFKOMSTIG VAN DE FILTERKAST, MOETEN DEZE ALS VOLGT VERWIJDERD WORDEN.

text_image
4 ⑤ 03_13• Verwijder het dopje «5».
- Laat de inhoud in een recipiënt stromen; overhandig het daarna aan een inzamelcentrum.
Cooling fluid level (03_14, 03_15, 03_16, 03_17)
CAUTION

DO NOT USE YOUR VEHICLE IF THE COOLANT LEVEL IS BELOW THE MINIMUM LEVEL MARKED "MIN".
Peil van de koelvloeistof (03_14, 03_15, 03_16, 03_17)
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET WANNEER DE KOELVLOEISTOF ZICH ONDER HET MINIMUM "MIN" PEIL BEVINDT.
Controleer het peil van de koelvloeistof volgens de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.
LET OP

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HIJ WORDT INGESLIKT; HET CONTACT MET DE HUID EN DE OGEN KAN IRRITATIES VEROORZAKEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT MEN EEN ARTS. WANNEER HET WORDT INGESLIKT, MOET MEN OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL SPOELEN MET VEEL WATER, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN.
CAUTION

DO NOT DISPOSE OF THE FLUID INTO THE ENVIRONMENT.
CAUTION

De oplossing van de koelvloeistof bestaat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste werkingstemperaturen, en garandeert een goede bescherming tegen corrosie. Het is een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ook tijdens het warme seizoen te gebruiken, omdat op deze manier verlies door verdamping en het frequent bijvullen wordt vermeden. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraal-
zouten die in de radiator van het verdampte water werden gelaten, en verandert de efficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere concentratie antivries toe (tot een maximum van 60%).
Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destilleerd water, om de motor niet te beschadigen.
LET OP
VERWIJDER DOP «1» NIET VAN HET EXPANSIEVAT WANNEER DE MOTOR WARM STAAT, OMDAT DE KOEL-VLOEISTOF EEN HOGE TEMPERATUUR HEEFT. BIJ CONTACT MET DE HUID OF DE KLEDING KAN HET ERNSTIGE LETSELS/SCHADE VEROOR-ZAKEN.
CHECK
CAUTION

WAIT FOR THE ENGINE TO COOL DOWN BEFORE CHECKING OR TOPPING-UP THE COOLANT LEVEL.
CONTROLE
LET OP

VOER DE HANDELINGEN VAN DE CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.
- Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.

text_image
2 MAX MIN 03_14- Open de opbergruimte. - Controleer of het vloeistofpeil in het expansievat «2» zich tussen de referenties «MIN» en «MAX» bevindt.
MIN = minimum peil.
MAX = maximum peil.
In het omgekeerde geval moet het bijgevuld worden.

- Verwijder de voorste motorkap «3» door de twee bouten «4» die zich op de voorkant bevinden los te draaien, en door de vier bouten «5» die zich op de tegenbeschermingsplaat bevinden los te draaien. - Verwijder de vuldop «1».

- Vul bij met koelvloeistof tot de vloeistof ongeveer het «MAX» peil bereikt.
- Plaats de vuldop «1» weer.
LET OP

WANNEER HET VERBRUIK VAN KOELVLOEISTOF EXCESSIEF IS, EN WANNEER HET EXPANSIEVAT LEEG BLIJFT, CONTROLEERT MEN OF ER GEEN LEKKEN ZIJN IN HET CIRCUIT. VOOR DE HERSTELLING, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIÈLE APRILIA DEALER.
- Hermonteer de voorste motorkap.

Controle van het oliepeil van de remmen (03\_18, 03\_19)
Dit voertuig is voorzien van een remsysteem, dat bestaat uit:
- Een schijfrem vooraan;
- Een schijfrem achteraan;
Een handeling op de rechter remhendel (voorrem) produceert een druk op de voorste remtang. Een handeling op de linker remhendel (achterrem) produceert een druk op de voorste remtang en op de achterste remtang.
N.B.
DIT VOERTUIG IS VOORZIEN VAN EEN INTEGRAAL REMSYSTEEM.
LET OP

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL MEN NIET IN STAAT IS OM DE NORMALE CONTROLEHANDELINGEN UIT TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
CIALLY AFTER MAINTENANCE OPERATIONS OR CHECKS. CHECK THAT THE BRAKE PIPE IS NOT TWISTED OR WORN.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slijtage te compenseren.
De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabijheid van de koppelingen van de remhendels.
Controleer regelmatig het peil van de remvloeistof in de tanks, en de slijtage van de pastilles.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NOOIT WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT VAN DE REMINSTALLATIE.
Checking
To check level:
CAUTION

PARK THE MOTORCYCLE ON SAFE AND LEVEL GROUND.
Controle
Voor de controle van het peil handelt men als volgt:
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.

- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai het stuur zodat de vloeistof in de tank van de remvloeistof zich parallel aan de «MIN» referentie op het glasje «1» bevindt.
- Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» op het glasje «1» overschrijdt.
MIN = minimum peil.
Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie niet bereikt:
-
Check the brake pads and discs for wear
If pads and/or the disc need not to be replaced:
• Take your vehicle to an Official aprilia Dealer to carry out the replacement. -
Controleer de slijtage van de rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn: - Zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer, die zal zorgen voor het bijvullen.
CAUTION
Controleer de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.
Verwijdering van de accu
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Verwijder de matjes «1». - Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE

• Verwijder het accudeksel.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.

text_image
+1.5 -3 03_22- Disconnect the negative lead (-) first and then the positive one (+).
-
Remove the battery «3» from its housing and put it away in a cool and dry place.
-
Maak eerste de negatieve (-) kabel en daarna de positieve (+) kabel los.
- Verwijder de accu «3» uit haar plaats, en plaats ze op een vlakke ondergrond, in een droge en koele plaats.

Controle en reiniging van de terminals en de klemmen
- Controleer of de terminals «4» van de kabels en de klemmen «5» van de accu:
- zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzettingen);
- bedekt zijn met neutraal vet of vaseline.
Indien nodig:
- Maak eerste de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los.
- Gebruik een metalen borstel om alle corrosie te verwijderen.
- Maak eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-) weer vast.
- Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.
Battery recharge
CAUTION
DO NOT REMOVE THE BATTERY CELL CAPS OR THE BATTERY MAY BE DAMAGED.
Het opladen van de accu
LET OP
VERWIJDER DE DOPPEN VAN DE ACCU NIET; WANNEER ZE VERWIJDERD WORDEN ZOU DE ACCU KUNNEN BESCHADIGD WORDEN.
- Remove the battery.
- Get an adequate battery charger.
- Set the battery charger for slow recharge.
-
Connect the battery to the battery charger.
-
Verwijder de accu.
- Voorzie een geschikte acculader.
- Voorzie de acculader voor een trage lading.
- Verbindt de accu aan de acculader.
CAUTION
WHEN RECHARGING OR USING THE BATTERY, BE CAREFUL TO HAVE THE ROOM ADEQUATELY AIRED. DO NOT BREATH GASES RELEASED WHEN THE BATTERY IS RECHARGING.
LET OP
TIJDENS HET LADEN OF HET GE-BRUIK, VOORZIET MEN HET LOKAAL VAN EEN GESCHIKTE VENTILATIE EN VERMIJDT MEN HET INADEMEN VAN DE GASSEN DIE VRIJKOMEN TIJDENS HET OPLADEN VAN DE AC-CU.
• Schakel de acculader aan.

text_image
1 +1.5 03_24
Inwerkingstelling van een nieuwe accu (03\_24, 03\_25, 03\_26)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Verwijder de matjes «1». - Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZENIET.
• Verwijder het accudeksel.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
THE FITTING TABS CORRECTLY IN THEIR SLOTS.

text_image
+1.5 -3 03_26- Place the battery «3» in its housing.
- Connect the positive lead (+) first and then the negative one (-).
- Cover the leads and terminals with neutral grease or petroleum jelly.
- Refit the battery compartment cover and tighten the two screws «2».
-
Refit the two mats «1» making sure the clamps fit in their fittings,
-
Plaats de accu «3» op zijn plaats.
- Verbindt eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-).
- Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.
- Herplaats het accudeksel en sluit de twee bouten «2».
- Herplaats de twee matjes «1» en let op dat de bevestigingen goed in hun zit geplaatst worden,
Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan vijftien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden:
- Verwijder de accu en plaats ze op een koele en droge plaats.
Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
- Laadt ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading.
Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.
Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of
het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.
Controleer eerst de zekeringen van 15 A, en vervolgens de zekering van 20 A.

text_image
1 +1.5 03_27To check:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
• Verwijder de matjes «1». - Draai de twee bouten «2» los en verwijder ze.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZE NIET.

• Verwijder het accudeksel.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Verwijder de zekeringen één voor één, en controleer of de draad «3» onderbroken is.
- Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak van het probleem.
- Vervang de zekering, indien beschadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroomsterkte.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKE- RING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.

text_image
8 9 6 5 4 7 03_30- Refit the battery compartment cover and tighten the two screws «2».
-
Refit the two mats «1» making sure the clamps fit in their fittings.
-
Herplaats het accudeksel en sluit de twee bouten «2».
- Herplaats de matjes «1» en let op dat de bevestigingen goed in hun zit geplaatst worden.
MAIN FUSES DISTRIBUTION
| 20A Fuse «6» | Direct positive (voltage regulator, instrument panel, ignition switch and plug socket fuse) |
| 15A Fuse «9» | Plug socket power supply |
| 20 A Fuse «7» | Spare Parts |
SCHIKKING VAN DE HOOFDZEKERINGEN
| Zekering van 20 A «6» | Positief direct (spanningsregelaar, dashboard, ontstekingsschakelaar en zekering stopcontact) |
| Zekering van 15 A «9» | Voeding stopcontact |
| Zekering van 20 A «7» | Reserve |
SECONDARY FUSES DISTRIBUTION
| 15 A Fuse «4» | From ignition switch to all light loads, license plate light, intermittence and horn. |
| 15A Fuse «5» | Ignition /injection and start-up power supply |
| 15 A Fuse «8» | Spare Parts |
SCHIKKING VAN DE SECUNDAIRE ZEKERINGEN
| Zekering van 15 A «4» | Vanaf de ontstekingsschakelaar naar alle ladingen van het licht, het nummerplaatlicht, knippering en akoestische melder. |
| Zekering van 15 A «5» | Voeding ontsteking/injectie en start |
| Zekering van 15 A «8» | Reserve |
Lamps
CAUTION

FIRE HAZARD. FUEL OR ANY OTHER FLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
CAUTION

BEFORE REPLACING A BULB, TURN THE IGNITION SWITCH TO «KEY OFF» AND WAIT A FEW MINUTES FOR THE BULB TO COOL OFF.
| Lamp van het dimlicht / groot licht | 12 V 60/55 W H4 |
| Lamp van het positielicht | 12V - 5W |
| Lamp van het licht van de voorste en achterste richtingaanwijzers | 12 V - 10 W (amberkleurige lamp RY) |
| Lamp van het nummerplaatlicht | 12V - 5W |
| Lamp van het achterste positielicht/stoplicht | 12V - 5/21W |
| Lamp van de verlichting van het dashboard (*) | LED |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers (*) | LED |
| Controlelamp van het groot licht (*) | LED |
| Controlelamp van de brandstofreserve (*) | LED |

text_image
① ② 03_31
text_image
③ 03_32Front light group (03_31, 03_32, 03_33, 03_34, 03_35, 03_36, 03_37, 03_38)
In het licht vindt men:
- Eén lamp van het dimlicht/groot licht «1»;
- Eén lamp van het positielicht «2».
Voor de vervanging:
- Verwijder de dopjes «3» met een schroevendraaier;
- Draai de twee bouten «4» los en verwijder de bovenste omlijsting «5»;
- Draai de drie bouten «6» los en verwijder het windscherm;
- Draai de acht bouten «7» los en verwijder de achterste stuurbedekking;
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.

text_image
⑤ ④ 03_33- Grijp de elektrische connector «8» vast, en koppel hem los van de lamphouder;
LET OP
OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR VAN DE LAMP TE VERWIJDEREN, MAG NIET AAN DE ELEKTRISCHE KA- BELS GETROKKEN WORDEN.

text_image
10 11 03_37- Remove the plastic gasket «9»;
- Release the clip «10»;
-
Take out the bulb holder «11» and replace it with another one of the same type;
-
Verwijder de rubberen pakking «9»;
• Koppel het veertje «10» los; - Verwijder de lamphouder «11», en vervang hem met één van hetzelfde type;

text_image
13 12 03_38TAIL LIGHT BULB
Grijp de lamphouder «12» vast, en verwijder hem uit de zit;
LET OP
TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.
- Verwijder het positielicht «13», en vervang het met één van hetzelfde type;

text_image
10 m 9/10 H H 03_39Headlight adjustment (03\_39, 03\_40)
Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).

Voor het regelen van de lichtbundel:
- Handel met een schroeven-draaier op de speciale bout «1» die zich onder de voorste stuur-bedekking bevindt.
Door haar VAST TE DRAAIEN (in wij-zerszin) wordt de lichtbundel verhoogd.
Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegenwijzerszin) wordt de lichtbundel verlaagd.

text_image
① ② apraka 03_41
Voorste richtingaanwijzers (03_41, 03_42, 03_43)
Voor de vervanging:
N.B.
DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT ÉÉN RICHTINGAANWIJZER, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE RICHTINGAANWIJZERS.
- Draai de bout «1» los en verwijder hem, zodat de richtingaanwijzer uit de zit kan verwijderd worden.
LET OP
WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
- Verwijder het beschermend scherm «2», door de bout «3» los te draaien.
- Druk gematigd op het lampje «4» en draai het in tegenwijzers-in.

text_image
4 ⑤ 03_43NOTE
IF THE BULB HOLDER «5» STICKS OUT ITS FITTING, INSERT IT AGAIN CORRECTLY.
N.B.
WANNEER DE LAMPHOUDER «5» UIT HAAR ZIT KOMT, MOET HIJ WEER CORRECT GEPLAATST WORDEN.
• Verwijder het lampje uit de zit.
N.B.
PLAATS HET LAMPJE IN DE LAMPENHOUDER, DOOR DE TWEE GELEIDERPINNETJES TE DOEN OVEREENKOMEN MET DE RESPECTIEVELIJKE GELEIDERS OP DE LAMPENHOU- DER.
- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.
NOTE
POSITION THE PROTECTIVE GLASS «2» CORRECTLY IN ITS FITTING.
NOTE
TIGHTEN THE SCREWS «1» AND «3» CAREFULLY AND SLIGHTLY TO
Bij de hermontage:
N.B.
PLAATS HET BESCHERMENDE SCHERM «2» CORRECT IN ZIJN ZIT.
N.B.
SLUIT VOORZICHTING EN GEMATIGD BOUT «1» EN BOUT «3», ZODAT HET

text_image
1 2 03_44
text_image
4 ③ 03_45AVOID DAMAGING THE PROTECTIVE GLASS «2».
Rear optical unit (03\_44, 03\_45)
Achterste optische groep (03\_44, 03\_45)
Op het achterlicht vindt men:
- één lampje van het positielicht/stoplicht «1»;
- twee lampen van de richtingaanwijzers «2».
Voor de vervanging van de lampen:
- Verwijder de lens van de achterste koplamp «3», door de vier bouten «4» los te draaien.
- Druk gematigd op de lamp «1» en draai ze in tegenwijzersin.
• Verwijder de lamp uit de zit.
NOTE
- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.
LAMP VAN DE ACHTERSTE RICH- TINGAANWIJZERS
- Om de lampen uit de richting-aanwijzer te verwijderen, draait men:
- de linker lamp IN WIJZERSZIN;
- de rechter lamp IN TEGENWIJZERS-ZIN.
N.B.
BIJ DE HERASSEMBLAGE MOET DE BEKLEDING VAN DE ACHTERSTE KOPLAMP «3» CORRECT IN HAAR ZIT GEPLAATST WORDEN.
LET OP
SLUIT VOORZICHTIG EN GEMATIGD DE BOUTEN «4», ZODAT DE LENS VAN DE ACHTERSTE KOPLAMP «3» NIET WORDT BESCHADIGD.

text_image
9 10 8 03_46Number plate light (03\_46)
To remove the bulb:
- Undo and remove the screw «8».
- Undo and remove the license plate bulb support «9».
- Slide off the bulb «10» and replace it with one of the same type.
Om de lamp te verwijderen:
- Draai de bout «8» los en verwijder ze.
- Verwijder de steun van de lamp van het nummerplaatlicht «9».
- Verwijder en vervang de lamp «10» met een andere van hetzelfde type.

Achteruitkijkspiegels (03\_47)
Voor het verwijderen van de spiegels:
• Draai de tegenmoer «1» los;
- Verwijder de achteruitkijkspiegel «2».
Voor de regeling moet de spiegel vastgegrepen worden, en gedraaid worden tot de optimale positie wordt verkregen.

Schijfrem vooraan en achteraan (03_48, 03_49, 03_50, 03_51)
N.B.
DIT VOERTUIG IS VOORZIEN VAN SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACHTERAAN, MET VERDEELKLEP DIE, WANNEER DE LINKER REMHENDEL OP HET STUUR WORDT GEACTIVEERD, DE INSTALLATIES ONDERLING VERBINDT. DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT EEN ENKELE REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
CAUTION
BRAKES ARE THE MOST IMPORTANT COMPONENTS TO ENSURE SAFETY AND THEREFORE THEY HAVE TO BE ALWAYS IN PERFECT CONDITIONS; CHECK THEM BEFORE EVERY RIDE.
A DIRTY DISC SMEARS THE PADS RESULTING IN POOR BRAKING. REPLACE DIRTY PADS AND CLEAN A DIRTY DISC USING A TOP-QUALITY DEGREASING PRODUCT.
LET OP
DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GARANDEREN, EN MOETEN DUS STEEDS PERFECT EFFICIËNT WORDEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE VÓÓR ELKE REIS.
EEN VUILE SCHIJF BESMEURT DE PASTILLES, EN VERMINDERT DUS DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN. VUILE PASTILLES MOETEN WORDEN VERVANGEN, TERWIJL DE VUILE SCHIJF MOET GEREINIGD WORDEN MET EEN ONTVETTEND PRODUCT VAN HOGE KWALITEIT.

text_image
A A 03_49Pad wear check
Controle van de slijtage van de pastilles
Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.
LET OP

CONTROLEER DE SLIJTAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VÓÓR ELKE REIS.
Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Voer een visieve controle uit tussen de remschijf en de pastilles.
Gebruik een lamp en een spiegeltje voor de controle:
Tang van de voorrem
- Van onder vooraan voor de linker pastille «A»;
- Langs boven vooraan voor de rechter pastille «B».
Achterste remtang

- Achteraan langs boven voor beide pastilles «C».

text_image
① 1,5 mm ② 1,5 mm 03_51Wanneer de dikte van het wrijvingsmateriaal (ook van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, moeten beide pastilles vervangen worden.
LET OP
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GEVOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE TANG DIE VONKEN MAAKT; DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.
LET OP

VOOR DE VERVANGING VAN DE REMPASTILLES WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF
WORKSHOP BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official Aprilia Dealer.
INDIEN U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.
Periods of inactivity (03\\_52)
Stilstand van het voertuig (03\_52)
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet gebruiken van het voertuig tegen te gaan.
Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle vóór het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren.
Handel als volgt:
- Maak de brandstoftank en de carburator volledig leeg.
• Verwijder de bougie. - Giet in de cilinder een lepeltje (5 - 10 cm ^3 ) motorolie.
N.B.

PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CILINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOUGIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.

- Druk enkele seconden op de startknop van de motor zodat de olie uniform over de oppervlakken van de cilinder wordt verdeeld.
- Verwijder het beschermende doek.
• Hermonteer de bougie. - Verwijder de accu.
• Was en droog het voertuig. - Breng was aan op de gelakte oppervlakken.
- Blaas de banden op.
- Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door gebruik te maken van een speciale steun.
- Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd tegen zonnestralen, en waar temperatuursverschillen miniem zijn.
- Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.
- Bedek het voertuig, maar gebruik geen plastic of ondoordringbaar materiaal.
NA HET OPBERGEN
- Verwijder de bedekking en reinig het voertuig.
- Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze.
- Tank brandstof.
- Voer de voorbereidende controles uit.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
- Atmosferische vervuiling (in de stad of in industriële zones)
- Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).
- Speciale milieu/seizoesconditions (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
- Let vooral op dat op de carrosserie geen afzettingsresten blijven van industriële en vervuilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz.
- Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.
CAUTION

AFTER CLEANING YOUR VEHICLE, BRAKING EFFICIENCY MAY BE TEMPORARILY AFFECTED DUE TO THE PRESENCE OF WATER ON THE FRICTION SURFACES OF THE BRAKING CIRCUIT. CALCULATE A LONGER BRAKING DISTANCE IN ORDER TO AVOID ACCIDENTS. BRAKE REPEATEDLY TO RESTORE NORMAL OPERATION. CARRY OUT THE PRE-RIDE CHECKS.
LET OP

NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOEL-TREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSOPPER-VLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REM-CONDITIES TE HERSTELLEN. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UIT.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons, voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2 - 4% delen shampoo in water).
Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard
- Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt.
- Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig.
- Verwijder de dop van de brand-stoftank.
- Voor het ledigen van de brandstof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelijksoortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen (peilsonde van de brandstof in de tank).
LET OP
NA HET LEDIGEN, MOET DE DOP VAN DE TANK GESLOTEN WORDEN.
SCARABEO 125 i.e - 200 i.e.
aprilia

| achteraan, in stalen buizen met hoge extrusielimiet | |
| Hellingshoek van het stuur | 26,5° |
| Voorste ophanging | Telescoopvork met hydraulische werking |
| Verplaatsing van de voorste ophanging | 104 mm |
| Achterste ophanging | hydraulische schokdemper met dubbele effect, met regeling van de voorbelasting |
| Verplaatsing van de achterste ophanging | 80 mm |
| Voorrem | Met schijf - ∅ 260 mm - met hydraulische transmissie |
| Achterrem | Met schijf - ∅ 220 mm - met hydraulische transmissie |
| Wielvelgen | Lichtmetalen velgen |
| Velg van het voorwiel | 2,50 x 16" |
| Velg van het achterwiel | 3,00 x 16" |
| Type van band | Zonder binnenband (tubeless) |
| Voorband | 100/80 - 16" 50 P |
| Achterband | 120/80 - 16" 60 P |
| Standaardspanning van de voorband | 200 kPa (2,0 bar) |
| Standaardspanning van de achterband | 200 kPa (2,0 bar) |
| Battery | 12V - 10 Ah |
| fuses | 20 - 15 - 15 - 15 A |
| (Permanent-magnet) Alternator | 12 V - 330W at 8000 rpm |
| Spanning van de voorband met passagier | 210 KPa (2,1 bar) |
| Spanning van de achterband met passagier | 220 KPa (2,2 bar) |
| Accu | 12V - 10 Ah |
| Zekeringen | 20 - 15 - 15 - 15 A |
| Generator (met permanente magneet) | 12V - 330W bij 8000 toeren/min |
ENGINE TECHNICAL DATA
| Toerental van de motor bij het minimumtoerental | 1900 ± 100 toeren/min (125)1800 ± 100 toeren/min (200) |
| Koppeling | Automatisch, drogecentrifugekoppeling |
| Versnellingsbak | Automatisch |
| Koeling | Met geforceerde vloeistofcirculatie, door eencentrifugepomp |
| VOEDING | Met elektronisch injectie. |
| Diffusor van de vlinderromp | ∅ 32 mm |
| Brandstof | Loodvrije superbenzine, met eenminimum octaangehalte van 95(N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
| Type van ontsteking | Elektronisch |
| Bougie | NGK PMR9B |
(*) Niet vervangbaar
| Lamp van het dimlicht / groot licht | 12 V 60/55 W H4 |
| Lamp van het positielicht | 12V - 5W |
| License plate light bulb | 12V - 5W |
| Rear daylight running light /stop light bulb | 12V - 5/21W |
| Instrument panel lighting bulb (*) | LED |
| Turn indicator warning light (*) | LED |
| High-beam warning light (*) | LED |
| Low fuel warning light (*) | LED |
| Engine oil pressure warning light (*) | LED |
| Electronic fuel injection check warning light (*) | LED |
| Lamp van het licht van de voorste en achterste richtingaanwijzers | 12 V - 10 W (amberkleurige lamp RY) |
| Lamp van het nummerplaatlicht | 12V - 5W |
| Lamp van het achterste positielicht/stoplicht | 12V - 5/21W |
| Lamp van de verlichting van het dashboard (*) | LED |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers (*) | LED |
| Controlelamp van het groot licht (*) | LED |
| Controlelamp van de brandstofreserve (*) | LED |
| Controlelamp van de druk van de motorolie (*) | LED |
| Controlelamp van de elektronische benzine-injectie (*) | LED |

Bijgeleverde gereedschappen (04\_01)
De gereedschapskit «3» is bevestigd in de speciale plaats in de opbergruimte.
Open de opbergruimte.
De bijgevoegde gereedschappen zijn:
- gereedschapstas;
- meervoudige schroevendraaier (met stervormige en sneevormige punt);
• buissleutel van 16 mm;
- sleutel voor de regeling van de schokdemper;
• inbussleutel van 4 mm.
SCARABEO 125 i.e - 200 i.e.
aprilia

Tabel van het geprogrammeerd onderhoud
LET OP

BRANDGEVAAR.
HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONT-VLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
VOORALEER MEN EENDER WELKE ONDERHOUDSHANDELING OF INSPECTIE UITVOERT OP HET VOERTUIG, LEGT MEN DE MOTOR STIL EN VERWIJDERT MEN DE SLEUTEL. WACHT TOT DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN, EN HEF INDIEN MOGELIJK HET VOERTUIG OP MET DE SPECIALE APPARATUUR OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
CONTROLEER EERST OF HET LO-KAAL WAAR MEN HANDELT GOED VERLUCHT IS.
SCHENK VOORAL AANDACHT AAN DE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLLATIE DIE NOG WARM ZIJN, OM BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
HOU NOOIT MECHANISCHE OF ANDERE DELEN VAN HET VOERTUIG IN DE MOND: GEEN ENKEL ONDERDEEL IS EETBAAR, ENKELE DELEN
NOTE
Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gevallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service garandeert.
Men raadt aan om aan de Officiële aprilia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlijk de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshandeling.
PERIODIC MAINTENANCE CHART
Kaart van het periodiek onderhoud
Een aangepast onderhoud is van doorslaggevend belang voor een langere levensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmiddellijk mee te delen aan de Officiële aprilia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.
Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het Geprogrammeerd Onderhoud, raadpleegt men het Garantieboekje.
ROUTINE MAINTENANCE TABLE
| Product | Beschrijving | Kenmerken |
| AGIP TEC 4T SAE 10W-40 | Motorolie | 10W-40 |
| AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 | Olie voor de versnellingsbak | API GL4, GL5 |
| AGIP FORK 7.5W | Olie van de vork | |
| AGIP GREASE SM2 | Lithiumvet met molybdeen voor lagers en andere te smeren punten | NLGI 2 |
| AGIP BRAKE 4 | remvloeistof | FMVSS DOT4+ |
| AGIP PERMANENT SPEZIAL | Koelvloeistof | Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. |
| AGIP FILTER OIL | Olie voor filters in spons | - |
| NEUTRAAL VET OF VASELINE | POLEN VAN DE ACCU | - |
SCARABEO 125 i.e - 200 i.e.
aprilia

Om het montagepunt te bereiken:
- Draai de bout «1» van de dop «2» van de spoiler aan de linker kant van het voertuig los;
• Verwijder de dop «2».

De kofferplaat en de drie verschillende model van koffer zijn optioneel:
Het windscherm is optioneel.
- Als het glas van de kap met het windscherm hoog, geleverd als optional, moet vervangen worden, moet de bijgeleverde hoge omlijsting van het dashboard geïnstalleerd worden in plaats van de bovenste omlijsting van het dashboard.
TABLE OF CONTENTS
A
Air filter: 78, 79
B
Battery: 90, 97
Brake: 87, 114
D
Disc brake: 114
Display: 19
E
Het stilleggen van de motor: 50
0
Onderhoud: 63, 133, 134
Optische groep: 105, 111
W
Windscherm: 145
B
Bagagedrager: 144
Banden: 71
BIJGELEVERDE
GEREEDSCHAPPEN: 130
BOUGIE: 74
|
Identificatie: 27
R
Richtingaanwijzers: 23, 109
Z
Zadel: 27
Zekeringen: 99
C
Claxon: 24
K
Koelvloeistof: 81
Koplamp: 108
S
Schijfrem: 114
Schokdempers: 37
Sleutelschakelaar: 21
Standaard: 54, 144
Start: 50
Stuurslot: 22
D
Display: 19
L
Lampen: 103
Laterale standaard: 144
Luchtfilter: 78, 79
T
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de Aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van Aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van Aprilia zijn essentiële factoren!
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële Website:
www.aprilia.com
Enkel wanneer men Originele Aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; Aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geïllustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commercièle aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van Aprilia.