SCARABEO STREET 125 STREET - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SCARABEO STREET 125 STREET APRILIA in PDF-formaat.

📄 153 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice APRILIA SCARABEO STREET 125 STREET - page 1
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : APRILIA

Model : SCARABEO STREET 125 STREET

Categorie : Scooter

Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCARABEO STREET 125 STREET - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCARABEO STREET 125 STREET van het merk APRILIA.

GEBRUIKSAANWIJZING SCARABEO STREET 125 STREET APRILIA

omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat riden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig: daarmaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidies ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelik zal wennen aan uw nieuw voertuig, waaru lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bi verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.

The instructions in this booklethave been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; italso describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. De instructies in deze handieiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelike leidraad te zin voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadtmen aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety Failure to completely observe these instructions will result in serious risk of personal injury. Safeguarding the environment Sections marked with this symbol indicate the correct use ofthe vehicle to prevent damaging the environ- ment. Vehicle intactness The incomplete or non-observance of these regula- tions leads to the risk of serious damage to the vehicle and sometimes even the invalidity ofthe guarantee. The symbols shown above are very important. They are used to highlight those parts of the booklet that should be read with particular care. As you can see, each sign consists of a different graphic symbol, mak- ing it quick and easy to locate the various topics. Before starting the engine, read this bookletthorough- ly and the "SAFE RIDING" section in particular. Your safety as well as others does not only depend on the quickness of your reflexes and agility, but also on how well you know your vehicle, the state of maintenance ofthe vehicle itself and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master itin road traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and must be handed to the new owner in the event of sale. Persoonlike veiligheid Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge- volg hebben. Bescherming van Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur. Staat van het voertuig Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge- volg hebben. Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb- ben namelik tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym- bool, zodat de bibehorende onderwerpen meteen duidelik kunnen worden gevonden in de verschillen- de delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf “VEILIG RIJ DEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar o0k van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJ DEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be- heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJ K Deze handleiding moet beschouwd worden als inte- grerend deel van het voertuig, en moet worden over- handigd bi de verkoop ervan.

Scheduled maintenance table... SPECIAL FITTINGS.. ONDERHOUD... Peil van de motoroli Controle van het peil van de motorolie. Het bivullen van motorolie Vervanging van de motorolie Banden… .… Demonteren van de bougie... Demonteren van het luchtflter. Reiniging van de luchtflter. Peil van de koelvioeistof. Controle van het oliepeil van de remmen: Accu... .… Inwerkingstelling van een nieuwe accu. Controle van het elektrolytpeil..……. Lange stilstand.. Zekeringen. Lampen... Voorste optische groep. Regeling van de koplamp. Voorste richtingaanwijzers Achterste optische groep. Nummerplaaticht.. Regeling van het minimum toerental. Schifrem vooraan en achteraan. Stilstand van het voertui Reinigen van het voertuig Vervoer..

GEPLAND ONDERHOUD. 139 Tabel van het geprogrammeerd onderhoud 140 SPECIALE UITRUSTINGEN.... 147

Plaats van de hoofdcomponenten (03_02) Legende

4. Viveistoftank van de achterrem

6. Dop van het expansievat van de koel-

9. Antidiefsthaak (voor de pantserkabel

12. Linker voetensteun van de passagier

13. Vuldop van de motorolie

14. Deksel voor de toegang tot de dop

15. Voorste inspectiedeksel

16. Koffertje voor de helm

21. Viveistoftank van de voorrem

22. Schakelaar ontsteking/stuurslot/de-

blokkering van het zadel

24. Centraal inspectiedeksel

29. Rechter voetensteun van de passa-

30. Blokje voor de opening van het kof-

2. Hendel van de gecombineerde rem

{voorrem + achterrem)

3. Hendel van de voorrem

kant van het stuur BunyeoA T /2PIY8AT

Analoog instrumentenpaneel (03_04) Legende L Indicator van het brandstofpeil

4. Drukknoppen voor de selectie van de

functies en de regeling van de digitale klok

6. Indicator van de temperatuur van de

8. Groene controlelamp van het dimlicht

9. Blauwe controlelamp van het groot

10. Rode controlelamp van de druk van

Controlelamp van de rechter richting- aanwijzers «7» Knippert wanneer het signaal voor het rechts afslaan in functie is. Controlelamp van de linker richting- aanwijzers «12» Knippert wanneer het signaal voor het links afslaan in functie is.

Controlelamp van de druk van de mo- torolie «10» Deze wordt aangeschakeld elke keer de ontstekingsschakelaar op ON wordt ge- plaatsten de motor wordt niet gestart, en voert zo de werkingstest van het lampje uit. Wanneerhetlampje tijdens deze fase niet aangaat, moet het vervangen wor- den. De controlelamp moet uitgaan wanneer de motor wordt gestart. LET OP

STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer. Kilometerteller totaal «2» Duidt het totaal aantal afgelegde kilome- ters aan. Snelheidsmeter «5» Duidt de rijsnelheid aan. BunyeoA T /2PIY8AT

Controlelamp van het groot licht «9» Deze lichtop wanneer hetlampje van het groot licht van het vooriicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (P assing). Controlelamp van het dimlicht «8» Deze lichtop wanneer hetlampje van het dimlicht van de voorste koplamp geacti- veerd wordt. Controlelamp van de brandstofreser- ve «11» Deze licht op wanneer erin de brandstof- tank 2 liter brandstof overblif. Indicator van het brandstofpeil «1» Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan. Wanneer het wizertie de rode zone be- reikt, blift er 2 liter brandstof over in de tank. In dit geval moet men zo vlug mo- gelijk tanken. Digitale klok «3» Op het display kan het uur, de datum en de seconden gevisualiseerd worden.

Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «6» Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvioeistof in de motor. Wanneer het wizerÿe zich naar het "min" peil begint te Verplaatsen, is de temperatuur voldoende om met het voer- tuig te kunnen riden. Wanneer het wijzertie zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de wer- kingstemperatuur normal Wanneer het wijzerte de rode zone be- reikt, legtmen de motor sti en controleert men het peil van de koelvioeistof. LET OP

Klok (03_05, 03_06) Beschrijving van de functies: + Normale visualisering: uren en minuten. + Visualisering van de datum: druk op de toets «1», en het nummer van de maand en de dag verschinen. + Visualisering van de seconden: druk tee keer op de toets «1».

DEALER. Regeling: + Druk één keer op de toets «2», en de datum en het uur worden afwisselend gevisualiseerd. + Maand: druk nogmals op «2», en de maand zal links verschi- nen (de rest verduijnt). Druk op de toets «1» om de gewenste meand in te stellen + Dag: druk nogmaals op «2», en de dag zal rechts verschinen Druk op de toets «1» om de ge- wenste dag in te stellen. + Uur: druk nogmaals op de toets «2» en links zal het uur met de letter «A» of «P» verschinen (A= antimeridiaan, P= postme- ridiaan). Druk op de toets «1»

om het gewenste uur in te stel- len, + Minuten: druk nogmals op de toets «2», om rechts op het dis- play de minuten te verkrijgen Druk op de toets «1» om de ge- wenste minuten in te stellen. De kiok wordt op deze manier geregeld. Druk nogmaals op de toets «2», en ver- volgens op de toets «1» om terug te ke- ren naar de normale werking. Sleutelschakelaar (03_07) Ontstekingsschakelaar «1» vindtmen op de rechter kant, nabi de kop van de stuurinrichting.

HET ZADEL EN HET SLOT VAN DE OPBERGRUIMTE. Bij het voertuig worden twee sleutels bij- geleverd (één reservesleutel).

ON «C»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelik om de sleutel te verwijderen OFF «B» : De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelik om de sleutel te verwijderen LOCK «A» : De stuurinrichting is geblok- keerd. Hetis nietmogelik om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelik om de sleutel te verwijderen. Inschakeling van het stuurslot (03_08) Om de stuurinrichting te blokkeren: + Draai het stuur volledig naar links. + Draai de sleutel «2» in positie «OFF». + Druk op de sleutel «2» en draai hem in tegenwizerszin (naar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK» wordt geplaatst. + Verwijder de sleutel.

Li) KERTI} D AAN HET STUUR. Schakelaar richtingaanwijzers (03_09) Verplaats schakelaar «2» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats de schakelaar naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk centraal op de schakelaar, om de richtingaanwijzer te desactiveren.

Drukknop claxon (03_10) Door op drukknop «1» te drukken, acti- veert men de akoestische melder.

Koplampschakelaar (03_11) Wanneer de omleider van de lichten «3» zich in positie «A» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; wanneer hi zich in positie «B» bevindt, wordt het dimlicht geactiveerd. Door op de omleider van de lichten te drukken in positie «C», activeert men het knipperen van het groot licht

GEDEACTIVEERD. Startknop (03_12) Door op drukknop «2» te drukken, doet het startmotortie de motor draaien.

Stopschakelaar motor (03_13) Dit is een veiligheidsschakelaar of een noodstopschakelaar. Met de schakelaar «> in positie «A» «ONp, is het mogelik om de motor te starten; in positie «B» «OFF» , wordt de motor stilgelegd.

POSITIE «OFF». Het zadel (03_14)

REGELBAAR ZADELTJE VAN DE

PASSAGIER Hetzadeltie van de passagier «3» kan in de lengte in drie verschillende posities geregeld worden: - helemaal vooruit «A»; - standaard «B»; - helemaal achteruit «C». Voor de regeling:

+ Hefhetzadel op. + Los de bouten «d» + Verplaats het zadelte «3» naar de gewenste positie. + Sluit de bouten «d».

DE VEILIGHEID. Identificatie (03_15, 03_16, 03_17) Hetis goed om hetframenummer en het motomummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder- delen.

DELLI] K VERVALLEN. Framenummer Het framenummer is gedrukt op de cen- trale buis van hetframe. Om hette lezen, moet het volgende uitgevoerd worden: + Open de opbergruimte. + Draai de bout «1» los en verwij- der ze. + Venwijder het voorste inspectie- dekseltje «2». Framenum- mer: …

Motornummer Het motomummer is gedrukt in de nabij- heid van de onderste steun van de ach- terste schokdemper. Motormum- Mer: Knop voor het openen van het zadel (03_18) Om het zadel te blokkeren: + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard + Plaats de sleutel in de schake- lear van de ontsteking/stuurslot.

+ Draai de sleutel «3» in tegenwij zerszin tot men de klik hoort die aanduidtdathetslot geopend is. + Plaats de sleutel weer in OFF. + Hefhetzadel op «4» + Omhetzadelte blokkeren, plaatst men hetomlaag en drukt men er op (zonder te forceren) zodat het slot klikt. LET OP

CORRECT GEBLOKKEERD IS. Penen van de koffer voor (03_19) Deze bevindt zich onder het stuur, in de inteme beschermingsplaat, en om deze te bereiken handelt men als volgt: + Plaats de sleutel «1» in hetslot. + Draai de sleutel in wizerszin, trek er aan, en open het deurtje «2». Om het deurtie «2» te blokkeren, heft men het op en drukt men er op. Hiervoor hoeft men de sleutel niette gebruiken.

um toegestaan gewicht: 15 kg. Tassenhaak (03_20) De lasthaak «3» bevindt zich op de inter- ne beschermingsplaat, in de voorkant. LET OP

Antidiefstalhaak (03_21) De antidiefstalhaak «1» bevindt zich aan de linker kant van het voertuig, nabij de voetensteun van de passagier. Om de eventuele diefstal van hetvoertuig te voorkomen, raadt men aan om het vast te maken met de pantserkabel "Body- Guard" aprilia (OPT) «2», die men vindt bij de Officièle aprilia Dealers.

Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zin. xn1g29 z/25n7

Tanken (04_01) Gebruik enkel superbenzine met of zon- der lood (4 Stars UK), met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.0.M.M.).

Om de dop van de brandstoftank te be- reiken:

HOUDEN Regeling van de schokdempers (04_02, 04_03) Laat de olie en de oliekeerring van de voorste ophanging controleren, volgens de aanduidingen in de tabel van het ge- programmeerd onderhoud.

GARANDEREN. De achterste ophanging bestaat uit een schokdemper met dubbel effect (rem- ming bij compressie/extensie), en is be- vestigd door middel van de silent-block aan de motor. De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de voorbelas- ing van de veer. De standaardregeling, die wordt ingesteld in de fabriek, is voor- zien voor een bestuurder van ongeveer 70 kg. Voor andere gewichten en behoef- ten, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen. - Door gebruik te maken van de speciale sleutel, draaitmen gematigd de blokkeer- moer los. - Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelasting van de veer van de schokdemper)

TING VAN DE VEER VAN DE ACHTER- STE OPHANGING Rotatie van de moer naar A: De voor- belasting van de veer verhoogt. De in- richting van het voertuig is harder, Te gebruiken op een glad of normaal weg- dek en voor het rijden met passagier. Rotatie van de moer naar B: De voor- belasting van de veer verlaagt. De inrich- äng van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier. Inrijden De proefperiode van de motor is funda- menteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien mogelik op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen of de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode.

Men moet zich houden aan de volgende indicaties: + Draai het gashandvattijdens en na de proefperiode niet volledig open bij lage regimes. + 0-100 Km (0-62 mijl). Tijdens de eerste 100 km (62 mil) han- delt men voorzichtig op de rem- men, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschif te ver- krijgen + _0-500 Km (0-312 mijl). Tijdens de eerste 500 Km (312 mil) mag men niet harder rijden dan 80% van de voorziene maximum snelheid! + Vermijdt om voor lange ti een constante snelheid aan te hou- den. + Na de eerste 1000 Km (825 mijl) verhoogt men geleidelikk aan de snelheid, tot de maximale pres- taties worden bereikt. LET OP

VOERTUIG TE VERKRIJ GEN. Starten des motors (04_04, 04_05, 04_06, 04_07, 04 08, 04_09, 04 10, 04 11) + Om de motor te starten, plaatst men het voertuig op de centrale standard. + Controleer of de omieider van de lichten «1» zich in de positie van het dimlicht bevindit. + Plats de schakelaar voor het stlleggen van de motor «2» op

+ Draai aan de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschake- laar op ON. LET OP

START WORDT. + Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «5» te ac- tiveren. Wanneer dit niet ge- beurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor start niet. + Druk op de startknop «6» zon- der gas te geven, en laathem los wanneer de motor start.

WORDEN. + Wanneerde motor niet start bin- nen drie of vier seconden, draait men gematigd (Pos. B) aan het gashandvat «7», door de start- Knop «6» ingedruktte houden. LET OP

SCHADE TE VERMIj DEN AAN DE ON- DERDELEN VAN DE MOTOR. + Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.

BEPERKTE SNELHEID TE RIJ DEN. Start met verzopen motor: Wanneer men de startprocedure nietcor- rect uitvoert, of wanneer er een exces- sieve hoeveelheid brandstof aanwezig is in de aanzuigleiding en in de carburator, zou de motor kunnen verzuipen Om een verzopen motorte reinigen, han- delt men als volgt: + Druk op de startknop «6» voor enkele seconden (door de motor xn1g29 z/25n7

leeg te doen draaien) met het gashandvat «7» volledig ge- draaïd (Pos. C). Koude start: Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (dichtbij of onder het vriespunt), zou de eerste start moeilik kunnen verlopen In dit geval handelt men als volgt: + Druk voor viff seconden op de startknop «6» en draai tegelij- kertijd gematigd (Pos. B) aan het gashandvat «7». Wanneer de motor start: + Laathetgashandvat «7» los (Pos. A). + Wanneer het minimumregime instabiel blijkt, handelt men op het gashandvat «7» met kleine en frequente rotaties. Wanneer de motor niet start: + Wachtenkele seconden, en voer de procedure van de koude start weer uit. + Verwijder eventueel de bougie en controleer of ze niet vochtig is. + Wanneer de bougie vochtig is, reinigt en droogt men ze. Vooraleer men ze hermonteert, handelt men als volgt: + Drukop de startknop «6» en laat het startmotortie draaien voor ongeveer vijf seconden, zonder gas te geven.

EVENTUELE OLIESPATTEN. Om te vertrekken: + Gaophetvoertuigzitten, en hou minstens één voet op de grond om de stabiliteit te garanderen + Regel de achteruitkikspiegel- tes op correcte wize. WANNEER TI} DENS HET RIj DEN DE

VOLGEN. + Laat de remhendel los en geef gas, door gematigd aan (Pos. B) het gashandvat te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden.

Moeilijke start (04_12) Wanneer het voertuig voor lange tjd niet werd gebruikt, is het mogelik dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelik leeg zou kunnen zijn In dit geval handelt men als volgt: + Druk op de startknop «6» voor ongeveer tien seconden, zodat het kuipje van de carburator ge- vuld kan worden. Het stilleggen van de motor (04_13, 04 14) + Laathet gashandvat los (pos. A) en activeer geleidelik de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen. + Tijdens een momentele pauze, moet men minstens één rem ac- tiveren. LET OP

KLAPT IS. PARKEREN + Stop het voertuig. + Plaats de schakelaar voor het stlleggen van de motor «1» op OFF. + Draai aan de sleutel «2» en plaats de ontstekingsschake- laar «3» op OFF. + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Blokkeer de stuurinrichting en veruijder de sleutel. xn1g29 z/25n7

STAAT. Katalysator Men waarschuut de eigenaar van het voertuig dat de wethet volgende kan ver- bieden: + de venwijdering en elke daad voor het niet operationeel ma- ken, door eender wie, ware het niet voor onderhoudshandelin- gen, herstellingen of vervan- ging, eender welk mechanisme of samenstellend ingebouwd element van een nieuw voertuig, voor het controleren van lawaai véér verkoop of levering van het voertuig aan de koper of terwi] het wordt gebruikt: + hetgebruik van het voertuig na- dat dit mechanisme of samen- stellend element werd verwij- derd of niet-operationeel werd gemaakt. Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitiaat en de buizen van de knaldemper, en controler ofer geen roestof boringen zin en of het uitaatsysteem correct werkt. xn1g29 z/25n7

Wanneer het lawaai van het uitlaatsys- teem verhoogt, contacteert men onmid- dellik een Officièle aprilia Dealer.

HET IS VERBODEN OM TE KNOEIEN

AAN HET UITLAATSYSTEEM. Standaard (04_15, 04_16) Centrale standaard + Grip hetlinker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast. + Duw op de hendel van de stan- daard «6». Laterale standaard + Grip hetlinker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast. + Duw op de laterale standaard «7» metde rechter voet, en klap hem volledig uit + __Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt. + Draai het stuur helemaal naar links. LET OP

SITIE NAAR DE RIj POSITIE, KLAP DE STANDAARD AUTOMATISCH IN. Tips tegen diefstal Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot. Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelik in een garage of een bewaakte plaats. Controleer of de documenten en de ver- Keersbelasting in orde zijn. Schrif uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal. NAAM VOOR- NAAM:. ADRES: xn1g29 z/25n7

TELEFOONNUM- MER: BELANGRIJK In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje Het veilig rijden (04_17, 04_ 18, 04_19, 04 20, 04 21, 04 22, 04_23, 04 24, 04 25, 04 26, 04_27, 04 28) FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSRE- GELS Om met het voertuig te riden moet men beschikken over alle door de wet voor- ziene vereisten (rjbewis, minimum leef- tjd, psychofysische geschiktheid, verze- kering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.). Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen Rijden onder invioed van medicijnen, al- cohol, verdovende of psychotrope mid- delen verhoogt aanzienlik het risico op ongevallen. Men moet er zeker van zijn dat de psy- chofysische condities geschikt zin voor

hetrijden, met vooral aandacht voor fysi- sche moeheid of slaperigheid. De meeste ongevallen zijn te witen aan het gebrek aan ervaring van de bestuur- der. Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controler in elk geval of de bestuur- der in het bezit is van alle vereisten voor het rijden: Respecter nauwkeurig de bewegwize- ring en hetnormenstelsel in verband met hetnationale en plaatselik verkeer. Vermijdtbruuske en gevaarlike manoeu- vres voor zichzelf en voor anderen (voor- beeld: hetsteigeren, hetnietnaleven van de snelheïdslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zicht- baarheid, enz. Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken. Blijf niet achter voertuigen riden om de eigen snelheid te verhogen. LET OP RIJj STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET

EN BEHOU EEN CORRECTE RIj POSI- TIE. Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tÿ- dens het rijden De bestuurder mag nietafgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvioe- den door personen, voorwerpen, acties {niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt. Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van hettype datmen vindtin de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer her- haaldelik of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvioeistoffen correct zijn. Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen ge- stoten, controleert men of de comman- dohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zin beschadigd Laat het voertuig eventueel controleren bij een Oficiële aprilia Dealer, door voor- al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veilig- heidsonderdelen en mechanismen waar- voor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.

Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mecha- niciens te bevorderen. Rij absoluut niet met het voertuig wan- neer de aangebrachte schade de veilig- heid schaadt. Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de rich- tingaanwijzers, de verlichtingsmechanis- men en de akoestische melders. Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie. Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originel stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zeffs illegaal maken. Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselike reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig. Men moet vooral vermiden om techni- sche wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alles- zins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen. Vermijdt absoluut om wedstrijden te hou- den met de voertuigen. Vermijdt om te crossen. xn1g29 z/25n7

KLEDING Vooraleer men gaat rijden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vastte maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is. Draag beschermende kleding, indien mo- gelik met een lichte en/of reflecterende Kleur. Op deze manier is men goed zicht- baar voor andere weggebruikers en ver- mindert men aanzienfik het risico op aanridingen, en is men beter beschermd wanneer men valt. De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet benge- len: vermijat dat deze of andere voorwer- pen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende on- derdelen of ander delen. Hou geen voorwerpen bij zich, die moge- lik gevaartik zin wanneer men valt, bi- voorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voonwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagien).

ACCESSOIRES De gebruiker is verantwoordelik voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires Men raadt aan tidens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de active- ring van de commando niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoëk in een bocht niet vermindert. Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang totde commando ‘s hinderen, en die dus de reactietiden bi nood kun- nen verlengen De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynami- sche krachten veroorzaken die de stabi- lieit van het voertuig tidens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden. Controleer of het accessoire goed veran- kerd is op het voertuig en dat het niet gevaariik is tjdens het rijden. Wijzig of voeg geen elektrische appara- ten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden: op deze wijze zou hetvoertuig onverwachtkunnen stivallen ofzou er een gevaarlike afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de xn1g29 z/25n7

werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen: aprilia raadt het gebruik aan van origine- le accessoires (aprilia genuine accesso- ries). BELASTING Wees voorzichtig en matig bi het laden van bagage. Men moet de bagage z0 dicht mogelik bi het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelik te houden. Controleer boven- dien ofde lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen. Bevestig absoluut geen plaatsinnemen- de, volumineuze, zware en/of gevaarike voonwerpen aan hetstuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertra- gen in bochten, en dus de handelbaar- heid ervan schaden. Plats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig. Vervoer geen bagage die ver uit de ba- gagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen be- dekt.

Overioading the vehicle mayresultin lack … Vervoer geen dieren of kinderen op de of stability and poor handling. documentenhouder of bagagedrager. Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke baga- gedrager. De overbelasting van het voertuig schaadt de stabilteit en de handelbaar- xn1g29 z/25n7 heid 04_28| Rear rack (04_29) Bagagedrager (04_29) *__Insertthe key in the opening + Plaats de sleutel in het blokje lock of the helmet case. voor het openen van het koffer- Liftthe helmet case cover «5». Lower and press (but not force) the helmetcase coverto release te voor de helm. Hef het deksel «5» van het kof- fertie voor de helm op. the lock and close it. + Om het deksel van het koffertie voor de helm te blokkeren, kiapt men hetomlaag en drukt men er op (zonder te forceren), zodat het slot klikt 04_29]

Peil van de motorolie (05_01, 05_02) Controleer regelmatig het peil van de mo- torolie, volgens de indicaties van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud LET OP

+ Plaats het voertuig op de cen- tale standard + Leg de motorstilen laathem af- koelen, zodat de olie in de carter kan draineren en de olie zelfkan afkoelen. + Trekhetlinkermate van de voe- tensteun van de bestuurder ge- deeltelik omhoog. + Open de linker voetensteun van de passagier. + Draai de drie bevestigingsbou- ten «1» van het inspectiedeksel van de olie «2» los. + Verwijder het inspectiedeksel van de olie «2» langs de linker kant van het voertuig. + Draai de dop-staaf «1» los en verwijder hem. + Reinig het deel dat in contact komt met de olie met een rein doëk. + Draai de dop-staaf «3» volledig vastin de vulboring.«4» + Verwijder opnieuw de dop/staaf «3» en lees het oliepeil af op de staaf. MAX = maximum peil; MIN = minimum peil. Het verschil tussen het «MIN» en het «MAX» bedraagt 200 cm3. + Hetpeil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt, dat wordt aangegeven op de meetstaaf. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

3 Maintenance / 3 Onderhoud

DE MOTOR TE VEROORZAKEN. Controle van het peil van de motorolie LET OP

EEN Officièle aprilia Dealer. Het bijvullen van motorolie + Gieteen keine hoeveelheid olie in de vulboring «4» en wachton- geveer één minuut tot de olie uniform in de carter kan lopen. + Voer de controle van het peil uit, en vul eventueel bi. + Voer het bijvullen uit met kieine hoeveelheden olie, tot het voor- geschreven peil wordt bereikt. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

GEN. Vervanging van de motorolie De olie van de motor moet vervangen worden volgens de aanduidingen in de tabellen van het onderhoud, en de con- role van het peil en het eventueel bivul- len moet regelmatig uitgevoerd worden. Voor de vervanging wendt men zich tot een Officièle aprilia Dealer.

Banden (05_03, 05_04) BANDEN Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless) LET OP

3 Maintenance / 3 Onderhoud

Demonteren van de bougie (05_05, 05_06, 05_07) Controleer de bougie en/of vervang ze volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. De- monter periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig. Om de bougie te bereiken, handelt men als volgt: + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard.

+ Draaide twee bouten «1» los en verwijder ze. + Verwijder het centrale inspectie- deksel «2». LET OP

SPECIALE ZITTEN. Voor de verwijdering en de reiniging han- delt men als volgt PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £

3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION

VERMI DEN. + Verwijder de pipet «3» van de bougie «4». Verwijder al het vuil van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bijge- leverde sleutel, en verwijder ze van de zit, door op te letten om geen stof of andere stoffen in de cilinder te laten komen. + Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens vertonen, en reinig ze eventueel met speciale reinigers voor bougies, met een izerdraad en/of metalen borstel. + Reinig goed meteen luchtstraal, zodat de verwijderde afzettin- gen niet in de motor terecht ko- men. Wanneer de bougie een gescheurde isolering, verroeste elektroden of excessieve afzet- tingen heeft, moetze vervangen worden.

+ Controleer de afstandtussen de elektroden met een diktemeter. Deze dikte moet 0,7 - 0,8 mm bedragen: regel de dikte even- tueel door voorzichtig de mas- saelektrode te buigen. + Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel draait men de bougie met de hand vast, om schade aan de schroefdraad te vermijden + Sluitze met de sleutel, bijgele- verd in de gereedschapskit, door elke bougie een 1/2 draai te laten maken om de rondel dicht te drukken. Aandraaikoppels (N*m) Bougie 18 Nm (1,8 Kgm) + Plats de pipet van de bougie correct, zodat deze niet kan los- komen door de vibraties van de motor. + Hermonteerhetcentrale inspec- tiedeksel. LET OP

SCHAAD KUNNEN WORDEN. Demonteren van het luchtfilter (05_08, 05_09) + Hefhetzadel op. + Draai de bouten «> los en ver- wijder ze. + Venwider de volledige filter «2» langs boven: + Scheidt het beperkingsnetie «3» van de steun «4». + Verwider het filterend element «5».

ing van de luchtfilter (05_10) De reiniging en de controle van de staat van de luchtflter moeten volgens de aan- duidingen in de tabel van het geprogram- meerd onderhoud uitgevoerd worden: dit zal afhangen van de gebruikscondities. Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de han- delingen van de reiniging vlugger worden uitgevoerd. Voor de reiniging van het fiterend ele- ment, moetmen het van het voertuig ver- wijderen. + Was het flterend element «5» met reine oplosmiddelen, die niet ontvlambaar zijn en die geen hoog verdampingspunt hebben, en laat het zorgvuldig drogen. + Breng op de volledige opper- viakte olie voor fiers aan + Controleer de aanwezigheid van onzuiverheden in hetonder- ste deel van de ontluchtingsbuis «6». PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

3 Maintenance / 3 Onderhoud

DIE AFKOMSTIG ZIJN VAN DE FIL-

TERKAST, MOETEN DEZE VERWIJ-

DERD WORDEN. Voor het elimineren van eventuele afzet- tingen binnenin de ontluchtingsbuis, han- delt men als volgt: + Venwijder het dopje «7». + Laat de inhoud in een recipiént stromen; overhandig het daamna aan een inzamelcentrum.

Peil van de koelvloeistof (05_11, 05_12, 05 13) Controleer regelmatig en na lange reizen hetpeil van de koelvioeistof: laat de vloei- stof vervangen volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd on- derhoud, bij een Officièle aprilia Dea- ler. De oplossing van de koelvioeistof be- staat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor het grootste deel van de werkingstemperaturen en garan- deert een goede bescherming tegen cor- rosie. Hetis passend om hetzelfde meng- sel ook te behouden voor het warme seizoen, omdat zo verlies door verdam- ping en de nood voor frequente bijvullin- gen worden verminderd. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraal- zouten die in de radiator van het ver- dampte water werden gelaten, en veran- dert de efficiéntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere con- centratie antivries toe (tot een maximum van 60%). Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destileerd water, om de motor niet te beschadigen PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION

VERWIJ DER DOP «1» NIET VAN HET

Controle + Leg de motorstilen wachttothi afkoelt. + Open de opbergruimte. + Draai de bout «d» los en verwij- der ze. + Venwijder het voorste inspectie- deksel «5». + Controleer of het vioeistofpeil in hetexpansievat «2» zich tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevindt MIN = minimum peil. MAX = maximum peil. In het omgekeerde geval: + Los de vuldop «1» (door in te- genwijzerszin te draaien), zon- der hem te verwijderen. + Wachtenkele seconden zodat de eventuele druk kan ontiuch- ten. + Draai de dop «1» los en verwi- derhem. + Vul bij met koelvioeistof tot het peil van de vioeistof ongeveer het"MAX" peil bereikt + Plaats de vuldop «1» weer. + Herplaats het voorste inspectie- deksel. LET OP

3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION

MEN ZICH TOT EEN OFFICIÈLE APRI- LIA DEALER. Controle van het oliepeil van de remmen (05_14) Methet verbruik van de wrijvingspastiles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slitage te compenseren. De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabijheid van de koppelingen van de remhendels. Controleer regelmatig het peil van de remvioeistof in de tanks, en de slitage van de pastilles.

VAN DE REMINSTALLATIE. Voor de controle van hetpeilhandeltmen als volgt: + Plaats het voertuig op de cen- trale standard + Verwijder de plastic bescher- mingen van de richtingaanwi zers. + Draai het stuur zodat de vloei- Stof in de tank van de remvloei- stof parallel staat met de "MIN " referentie op het glasje «1». + Controleer of de viveistof in de tank de "MIN " referentie op het glasje «1» overtreft. MIN = minimum peil. LET OP

Wanneer het peil te laag is + Controleer de slitage van de rempastilles van de schijfrem- men. Wanneer de pastilles enfof de schijf niet aan vervanging toe zijn + Voor het bijvullen wendt men zich tot een Officiéle aprilia Dealer. LET OP

3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION

LER. Accu (05_15, 05_16, 05_17, 05_18) Controleer hetelektrolytpeil en de sluiting van de klemmen, volgens de aanduidin- gen die men vindt in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.

3 Maintenance / 3 Onderhoud

DIGD WORDEN. + Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie OFF bevindt. *__ Draai de bouten «8» los en ver- wijder ze. + Verwijder de voorste motorkap «9» langs onder. + Verwijder het blokje van de ze- keringenhouder«1» van de slui- ting «2». + Draai de bout «3» los en verwij- der ze. + Verwijder de sluiting «2». + Verwijder de accuhouderdoos «4» compleet met accu. *__ Controleer of de terminals «5» van de kabels en de klemmen «6» van de accu als volgt zijn: - in goede condities (en niet verroest of bedekt met afzettingen); - ofze bedekt zijn met neutraal vet of va- seline PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

Indien nodig voert men het volgende uit: Maak eerste de negatieve kabel (-) en daara de positieve kabel los (+) Gebruik een metalen borstel om alle corrosie te verwijderen. Maak eerst de positieve kabel (4) en daama de negatieve ka- bel weer vast (-). Bedek de ter- minals en de klemmen metneu- traal vet of vaseline.

Inwerkingstelling van een nieuwe accu (05_19, 05_20, 05_21) Verwijder de accuhouderdoos: + Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie OFF bevindt. + Draai de bouten «8» los en ver- wijder ze. + Verwijder de voorste motorkap «9» langs achter. + Verwijder het blokje van de ze- keringenhouder «1» van de slui- ting «2». + Draai de bout «3» los en verwij- derze. + Verwijder de sluiting «2». + Verwijder de accuhouderdoos «4» compleet met accu. Indienstneming van een nieuwe accu + Plaats de accu op zijn plaats. + Verbindt het ontluchtingsbuisje «» van de accu. + Verbindt eerst de positieve ka- bel (+) en daama de negatieve kabel (-) + Bedek de terminals en de klem- men met neutraal vet of vaseli- ne. + Herplaats de accuhouderdoos. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

3 Maintenance / 3 Onderhoud

NEN AANTASTEN. Controle van het elektrolytpeil (05_22, 05_23, 05_24, 05 25) + Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt. + Plaats het voertuig op de cen- tale standaard. + Draai de bouten «8 los en ver- wijder ze. + Verwijder de voorste motorkap «9» langs onder. LET OP

SPECIALE ZITTEN. + Verwijder het blokje van de ze- keringenhouder «1» van de slui- ting «2». + Draai de bout «3» los en verwij- derze. + Verwijder de sluiting «2». + Verwijder de accuhouderdoos «4» compleet met accu. Controleer of hetviveistofpeil zich tussen de twee strepen "MIN" en "MAX" be- vindt, die op de zikant van de accu ge- drukt zijn PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

Anders handelt men als volgt + Herstelhetvioeistofpeil door ge- destileerd water toe te voegen VOOR HET BI} VULLEN VAN DE ELEK-

ENKEL GEDESTILLEERD WATER.

REFERENTIE, OMDAT HET PEIL TIj- DENS HET LADEN VERHOOGT. Lange stilstand (05_26, 05_27, 05_28) LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU: Wanneer het voertuig inactief blift voor langer dan viffien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden. Verwijdering van de accu: + Verwijder de accuhouderdoos. + Maak eerst de negatieve kabel (-) los en daama de positieve kabel (+). + Verwider hetontiuchtingsbuisje van de accu «7». + Verwijder de accu «8 uit zin plaats, en plaats ze op een viak- ke ondergrond, in een koele en droge ruimte. + Herplaats de accuhouderdoos.

DE VERWIJDERDE ACCU MOET

WORDEN OPGEBORGEN OP EEN

VEILGE PLAATS EN UIT DE BUURT

VAN KINDEREN. Het opladen van de accu: + Verwijder de doppen van de ele- menten. + Controleer hetelektrolytpeil van de accu. + Verbindt de accu aan een accu- lader + Erwordteen lading aangeraden met een elektrische stroom- sterkte van 1/10 van de capaci- teit van de accu zelf. + Wanneer de lading voltooid is, hercontroleert men het elektro- lytpeil en vult men eventueel bij met gedestilleerd water. + Verwijder de doppen van de ele- menten. Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la- ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermiden. Wanneer de accu op het voertuig blif, maakt men de kabels los van de klem- men. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION

Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren. Controleer eerst de zekeringen van 7,5 en 15 À, en vervolgens de zekering van 20A LET OP

Officièle aprilia Dealer. + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard + Draaide twee bouten «3» los en veruijder ze. + Verwijder de voorste motorkap «d» langs onder. LET OP

SPECIALE ZITTEN. + Verwijder de zekeringen één voor één, en controler of de dread

  • «l + onderbroken is. Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelik de oorzaak die het probleem heeft veroor- zaakt + Vervang de zekering indien be- schadigd, met een andere met hetzelfde ampèregehalte. + Herplaats de motorkap.

05_31 Lamps CAUTION Zekering van 20A (6) Vanaf de accu naar de ontstekingsschakelaar, de spanningsregelaar, de elektroklep.

3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION

LAMPEN/CONTROLELAMPEN High-/low-beam bulb 12V - 55/60W Lamp van het dimlicht/ grootlicht 12V - 55/60W Tail light bulb 12V-3W Lamp van het positielicht 12V-3W Tum indicators bulb 12V - 10W Lamp van het licht van de 12V - 10W richtingaanwijzers Rear tail light /stop light bulb 12V-521W ; Lamp van het achterste 12V-521W License plate light bulb 12V-5W positelicht/stoplicht Instrument panel lighting bulb 12V-1.2W Lamp van hetnummerplaaticht 12V-5W Tu indicator warning light dv 21 Lamp van de verlichting van het 12V -1,2W Engine oil pressure warning light 12V - 2W dashboard Low-beam warning light 12V-2W GontruielempManiue) lea) richtingaanwijzers High-b light 12V-2W JNIEN NEMNI 9 Controlelamp van de oliedruk van 12V - 2W Low fuel warning light 12V-2W de motor Controlelamp van het dimlicht 12V-2W Controlelamp van het grootlicht 12V - 2W Controlelamp van de 12V-2W brandstofreserve

Voorste optische groep (05_32, 05_33, 05 34) Op het achterlicht vindt men: - één lampje van het dimlicht/groot licht <b:; - één lampje van het positielicht «2». Voor de vervanging: Draai de bout «3» los en verwij- der ze. Draai de bouten «4» los en ver- wijder ze. + Verwider de omlijsting «5». + Verwijder de parabool «6»

LICHT (HALOGEEN) + Grip de elektische connector van het lampje «7» vast, trek er aan en maak hetlampje «1» los. + Draai de lamphouder «8 in te- genwijzerszin en verwider hem van de paraboolzit + Verwijder het lampje «1». Bij de hermontage: + Plaats de lamphouder «8» in de paraboolzit en draai hem in wij- zerszin. + Verbindt de elektische connec- tor van het lampje «7». LET OP

OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR

VAN HET LAMPJE TE VERWIJ DEREN,

POSITIELAMP] E + Grijp de lamphouder «11» vast, trek er aan en venwijder het uit de zit + Venwijder het positielampje «2» en vervang het met een ander van hetzelfde type. LET OP

VERWIJ DEREN. Regeling van de koplamp (05_35, 05_36) Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter af- stand van een verticale wand, en contro- leert men of het terrein vlak is. Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lin van de koplamp be- vindt (ongeveer 9/10 van de totale hoog- te). Voor het regelen van de lichtbundel: + Venwider het kapje. + Handel meteen schroeven- draaier op de speciale bout «1».

Door haar VAST TE DRAAIEN (in wiÿ- zerszin) wordt de lichtbundel verhoogd. Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegen- wijzerszin) wordt de lichtbundel verlaagd. Voorste richtingaanwijzers (05_37) Voor de vervanging: + Draai de bout «> los en verwij- derze. + Verwijder hetscherm «2». + Druk gematigd op het lampje «3» en draaihetin tegenwijzers- zin. + Verwijder het lampje uit de zit.

DER. + _ Installer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde ty- pe. Bij de hermontage:

Op het achterlicht vindt men: - één lampje van het positielichystoplicht «b: - één lampje van het nummerplaaticht «2». Voor de vervanging: + Draai de bouten «3» los en ver- wijder ze. + Verwijder hetscherm «d».

LAMPJE VAN HET POSITIELICHT /

STOPLICHT + Druk gematigd op het lampje «1 en draaihetin tegenwijzers- zin. Verwijder het lampje uit de zit Instaleer correcteen lampje van hetzelfde type.

Nummerplaatlicht Verwijder de lamp «2» en vervang ze met een andere van hetzelfde type

DIGD. Regeling van het um toerental (05_39,05_40,05_41, 05_42) Voer de regeling van het minimum toe- rental ui, elke keer dit onregelmatig blijkt. Voor het uitvoeren van deze handeling handelt men als volgt: + Rijenkele kilometers tot de tem- peratuur van de normale werk- ing wordt bereikt. + Plaats het voertuig op de cen- tale standard. + Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze + Verwiderhetcentrale inspectie- deksel «2».

+ Hefhetzadel op. *__ Draai de bouten «3» los en ver- wijder ze. + Verwijder gematigd het achter- ste deel van de centrale bekle- ding «4». + Verwijder de centrale bekleding «» langs voor. LET OP

+ Verbindt een elektronische toe- renteller aan de kabel van de bougie. Leg de motor stil. Hetminimum rotatieregime van de motor moet ongeveer 1600 + 100 toeren/min zijn, in dit geval wordt het achterwiel niet in rotatie gebracht door de motor. Indien nodig voert men het volgende uit: + Doorte handelen langs links achteraan van hetvoertuig, han- deltmen op de registerbout «5», die zich op de rechter kant van de brandstoftank bevindt. Door ze VAST TE DRAAIEN (in wizers- zin) wordt het toerental verhoogd. Door ze LOS TE DRAAIEN (in tegenwi- zerszin) wordt het toerental verlaagd. + Doorte handelen op het gas- handvat, versnelt en vertraagt men enkele keren om de correc- te werking te controleren en of het minimum toerental stabiel lift. NB.

HANDEL NIET OP DE REGELBOUT

VAN DE LUCHT, OM WIJZIGINGEN

Schijfrem vooraan en achteraan (05_43, 05_44, 05_45)

CONTROLE VAN DE SLIJTAGE VAN

DE PASTILLES Controleer de slijtage van de rempastilles volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. De slij- tage van de pastilles van de remschif hangt af van het gebruik, van het rig- edrag en van het wegtype. Voor het uitvoeren van een selle con- trole van de slitage van de pastilles: + Plaats het voertuig op de cen- trale standard + Voer een visieve controle uit tussen de remschif en de pas- ülles. Gebruik een lamp en een spiegeltie voor de controle:

- Langs onder vooraan voor de linkerpas- tlle (A): - Langs boven vooraan voor de rechter pastille (B).

TANG VAN DE ACHTERREM

- Langs boven achteraan voor beide pas- tlles (C). PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

3 Maintenance / 3 Onderhoud CAUTION

ELKE REIS. Wanneer de dikte van hetwrivingsmate- riaal (ook van slechts één pastille) ver- minderd is tot ongeveer 1,5 mm (of wanneer slechts één van de slijtage-indi- cators niet meer zichtbaar is), moeten beide pastilles vervangen worden - Voorste pastilles «1»: - Achterste pastilles «2». NB.

ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer WENDEN. Stilstand van het voertuig (05_46, 05_47) Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet ge- bruiken van het voertuig tegen te gaan Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle véér het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uitte voeren. Handel als volgt: + Ledig volledig de brandstoftank en de carburator. + Verwijder de bougie. + Gietin de cilinder een lepelte (5 - 10 cm) olie voor motoren.

Plaats de ontstekingsschake- lear op ON" en druk voor enke- le seconden op de startknop van de motor, om de olie uniform op de opperviakken van de cilinder te verdelen. Verwijder het beschermend doëk. Hermonteer de bougie Veruijder de accu. Was en droog het voertuig. Breng was aan op de gelakte opperviakken. Blaas de banden op. Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door een speciale steun te ge- bruiken. Plaats het voertuig in een niet verwarmde en niet vochtige ruimte, beschermd tegen zon- nestralen, en waar de tempera- tuursveranderingen minimaal zijn Plaats een plastic zakje over de uitlaat en maak het vast, omte vermijden dat er vochtigheid in komt. Bedek het voertuig, maar ver- mijdt het gebruik van plastic of waterdicht materiaal.

Verwijder de bedekking, en rei- nig het voertuig Controleer de staat van de la- ding van de accu, en installeer ze.

+ Tank brandstof in de brandstof- tank. + Voer de voorafgaande controles uit. LET OP

KEERSVRIJE ZONE. Reinigen van het voertuig Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities: + Atmosferische vervuiling (stad en industriële zones). + Zoutgehalte en vochtigheid uit de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig kimaat). + Speciale milieu/seizoenscondi- ties (het gebruik van zout, che- mische anti-isproducten op we- gen in de winterperiode). + Vermijdt vooral dater op de car- rosserie afzettngen overblijven van industriële en vervuilende stoffen, teerviekken, dode in- secten, uitwerpselen van vo- gels, enz. PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €

+ Parker niet onder bomen:; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen be- vatten die schadelik zijn voor de lk. LET OP

UT. Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte opperviakken, moet men een waterstraal onderlage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2 + 4% delen shampoo in water). Spoel vervolgens overvioedig met water en droog af met een zeemvel. Om de exteme delen van de motor te reinigen, gebruikt men een

ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken

3 Maintenance / 3 Onderhoud

SCHERMENDE WAS, OM TE VERMIj- DEN DAT HET GAAT SCHUIVEN. Vervoer (05_48, 05_49, 05_50, 05_51) + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard. + Leg de motor stil en wachttothij afkoelt. + Neem een recipiënt met een ho- gere capaciteit dan de brandstof die aanwezig is in de tank, en

plaats het op de grond aan de linker kant van het voertuig + Verwijder de dop van de brand- stoftank. + Voor het ledigen van de brand- Stof uit de tank, gebruikt men een manuele pomp of een soort- gelik systeem. LET OP

3 Maintenance / 3 Onderhoud

DOP VAN DE TANK. Voor het volledig ledigen van de carbu- rator, handelt men als volgt: + Plaats het voertuig op de cen- trale standaard. + Draaide twee bouten «1» los en verwijder ze + Verwijderhetcentrale inspectie- deksel «2». + Hefhetzadel op. + Draai de bouten «3» los en ver- wijder ze.

+ Verwijder gematigd het achter- ste deel van de centrale bekle- ding «4». + Verwijder de centrale bekleding «4» langs voor. LET OP

+ Plaats het vrije uiteinde van de buis «6 in een recipiënt. + Doorte handelen vanaf de voor- kant links, opent men de afvoer van de carburator, door de drai- nagebout «5» te lossen die zich onder het kuipje bevindt. Wanneer alle brandstof uit de carburator is verwijderd, handelt men als volgt: + Draai de drainagebout «5» vol- ledig vast

Max belasting van het voertuig (bestuurder +passagier +bagage )

achterband 190 KPa (1,9 bar) Spanning van de voorband met passagier 200 KPa (2,0 bar) Spanning van de achterband met passagier 220 KPa (2,2 bar)

UK) of zonder lood, met een sUSAS62Ë 2U2SIUUD8 L + / EJP 1EDIUU28 1 à

RG4HC Voorontsteking Variabele ontsteking, beheerd door de centrale. 5° minimum - 24° > 4000 toeren/min Bougie NGK CR8EB - en als alternatief: Spark plug electrode gap

Bijgeleverde gereedschappen (06_01) De gereedschapskit «6» is bevestigd in de speciale plaats onder het zadel. + Hefhetzadel op. De bigevoegde gereedschappen zijn: gereedschapstas; dubbele schroevendraier: buissleutel van 16 mm; korte kruisschroevendraaier; sectorsleutel voor schokdem- pers; + inbussleutel van 3 mm. su212626 au2sIUU28 1 ÿ / EEP PJIUU28 1 +

Tabel van het geprogrammeerd onderhoud LET OP

SCHOENEN TE GEBRUIKEN. Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de ge- bruiker worden uitgevoerd; in enkele ge- vallen kan men specifieke gereedschap- pen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn. Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiêle aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service ga- randeert. Men raadt aan om aan de Officiêle apri- lia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlik de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshande- ling. pnouepuo puede9 9 / aaueuajuieuu pauuwue1601 4 9

Product Beschrijving Kenmerken

Product Beschrijving Kenmerken AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 Olie voor de versnellingsbak API GLA, GL5 AGIP FORK 7.5W Olie van de vork - AGIP GREASE SM2 Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes NLGI 2 en andere te smeren punten AGIP BRAKE 4 Remvioeistof FMVSS DOT4+ AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvioeistof, gebruiksklaar, met "long life technologie en Kenmerken (rood). Verzekerteen bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. 6 Programmed maintenance / 6 Gepland onderhoud

Geprogrammeerd onderhoud: 140

Het stilleggen van de motor:

Richtingaanwizers: 21, 109

Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifeke trainingsprogramma van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiéle Netwerk van aprilia grondig dit voetuig, en beschikken ze over de nodige speciale uirusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen. De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle véér het riden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Ori Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiéle factoren ! Voor informatie in verband met de dichtstbizinde Officiéle dealer enfof Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zo8kt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Offciële Website www.aprilia.com Enkel wanneer men Originele Apriia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Apriia Reserveonderdelen worden systematisch ondenworpen aan kwalteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen. De beschrjvingen en de ilustraties in deze uitgave zijn niet bindend Apriia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiéle eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geilustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of aan de levering van accessoires naar gelang zj dit nodig acht om het productte verbeteren, of om te Voldoen aan vereisten van constructieve of commerciéle aard, zonder verplicht te zin om tijdig deze uitgave bite werken. Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlike versies moet gecontroleerd worden via het officiéle verkoopsnetwerk van Aprilia

© Copyright 2006- Apriia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprila - Dienst na verkoop. Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.