SCARABEO STREET 125 STREET - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCARABEO STREET 125 STREET APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SCARABEO STREET 125 STREET APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCARABEO STREET 125 STREET - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCARABEO STREET 125 STREET van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING SCARABEO STREET 125 STREET APRILIA
omdat u een vanhaar producten heegt gekozen. Wij hebden deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waardenen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast za u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zicher zeker van dat indien u hier rekening mee za honden, u makkelijk za wennen aan uw/New voertuig, waar u lang maar volle tevredenheid gebruik van za hunnen make. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit的那一 ste moet het worden overhandigd aan de neue eigenaar.
SCARABEO 125 STREET SCARABEO 200 STREET
aprilia
De instructies in deze handledeig zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zichoor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het Klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage要去 uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die Niet uitgebrecht in deze uitgave zichen beschreiben, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschicht; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke verilgheit
Indien deze voorschriften nicht of nied volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan Personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zDat het gebruik van het voertuig geen schade aanricht aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften Niet of nicht volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventuele het verwallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zich erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kannen worden gezonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en voraal de paragraaf "VEILIG RIJDEN".Uw verilgheid en die van anderen hangt nicht enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiente van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN.We raden THATAM an om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integgerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX INDEX
VEHICLE 7
Plaats van de hoofdcomponenten 10
Legenda 11
Analoog instrumentenpaneel. 13
Klok. 18
Sleutelschakelaar 19
Inschakeling van het stuurslot. 20
Schakelaarrichtingaanwijzers 21
Drukknop claxon 22
Koplampschakelaar 22
Startknop 23
Stopschakelaar motor 23
Het zadel. 24
Identificatie 25
Knop voor het openen van het zadel 27
Penen van de koffer voor 28
Tassenhaak 29
Antidiefstalhaak 30
GEBRUIK 31
Controles 32
Tanken 34
Regeling van de schokdempers 36
Inrijden 38
Startendesmotors 40
Moeilijke start 50
Het stilleggen van de motor. 50
Katalysator. 53
Standaard. 54
Peil van de motorolie 66
Controle van het peil van de motorolie 68
Het bijvullen van motorolie 69
Vervanging van de motorolie. 70
Banden 71
Demonteren van de bougie 74
Demonteren van het luchtfilter 78
Reiniging van de luchtfilter 79
Peil van de koelvloeistof 81
Controle van het oliepeil van de remmen 86
Accu. 90
Inwerkingstelling van een neue accu. 95
Controle van het elektrolytpeil 96
Lange stilstand. 98
Zekeringen 100
Lampen 103
Regeling van de koplamp. 108
Voorsterichtingaanwijzers. 109
Achterste optische groep 111
Regeling van het minimum toerental. 112
Schijfrem vooraan en achteraan. 115
Stilstand van het voertuig 117
Reinigen van het voertuig. 119
Vervoer 122
Bijgeleverde gereedschappen 135
ONDERDELEN EN ACCESSOIRES 137
GEPLAND ONDERHOUD 139
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud. 140
Plaats van de hoofdcomponenten (03_02)
Legende
- Zekeringenhouser
- Accu
- Linker achteruitkijspiegelte
- Vloeistoftank van deachtenrem
- Lasthaak
- Dop van het expansievat van de koelvloeistof
- Expansievat
- Luchtfilter
- Antidiefsthaak (voor de pantserkabel "Body-Guard" aprilia OPT)
- Centrale standard
- Laterale standard
- Linker voetensteun van de passagier
- Vuldop van de motorolie
- Deksel voor de toegang tot de dop van de motorolie
- Voorste inspectiedeksel
- Koffertje voor de helm
- Handgreep van de passagier
- Zadeltje van de passagier
-
Brandstoftank
-
Front brake liquid tank
- Ignition switch/steering lock/saddle unlocking
- Glove compartment
- Central inspection cover
- Right rear-view mirror
- Horn
- Spark plug
- Central fairing
- Left passenger footrest
-
Case opening lock
-
Dop van de brandstoftank
- Vloeistoftank van de Voorrem
- Schakelaar ontsteking/stuurslot/deblokkering van het zadel
- Opbergruimte
- Centraal inspectiedeksel
- Rechter acheteruitkijspiegeltje
- Akoestische melder
- Bougie
- Centrale bekleding
- Rechter voetensteun van de passagier
- Blokje voor de opening van het koffertje
Dashboard (03_03)
KEY
- Elektrische commando's op de linker kant van het stuur
- Hendel van de gecombineerde rem (voorrem + acheterrem)
- Hendel van de Voorrem
- Gashandvat
-
Elektrische commando's op de rechtter kant van het stuur
-
Instruments and gauges
-
Ignition switch/steering lock (ON-OFF-LOCK) /saddle unlocking (OPEN)
-
Instrumenten en indicators
-
Schakelaar ontsteking /stuurslot (ON-OFF-LOCK) / deblokkering van het zadel (OPEN)

03_03

03_04
Analogue instrument panel (03_04)
KEY
Analoog instrumentenpaneel (03_04)
Legende
- Indicator van het brandstofpeil
- Kilometerteller totaal
- Digitale kok
- Drukknoppen voor de selectie van de functies en de regeling van de digitale klok
-
Snelheidsmeter
-
Coolant temperature gauge
- Green right turn indicator warning light
- Green low-beam warning light
- Blue high-beam warning light
- Red engine oil pressure warning light
- Yellow amber low fuel warning light
-
Green left turn indicator warning light
-
Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof
- Groene controlelamp van de rechterrichtingaanwijzers
- Groene controlamp van het dimlicht
- Blauwe controlelamp van het groot Licht
- Rode controlamp van de druk van de motorolie
- Ambergele controllamp van de brandstofreserve
- Groene controlelamp van de linkerRCTingtaanwijzers
INSTRUMENTS AND GAUGES DESCRIPTION
Right turn indicator warning light «7»
Flashes when in right turning mode.
BESCHRIJVING VAN DE INSTRUMENTEN EN DE INDICATORS
Controleamp van de rechter richtingaanwijzers «7»
Knippert wonneer het signaal voor het rechts afslaan in functie is.
Left turn indicator warning light «12»
Flashes when in left turning mode.
Controleamp van de linker richtingaanwijzers 12
Knippert wonneer het signaal voor het links afslaan in functie is.
Engine oil pressure warning light «10»
Controleamp van de druk van de motorolie «10»
Deze worden aangeschakeld elke keer de ontstekingsschakelaar op ON worden geplaatst en de motor worden Niet gestart, en voert zo de werkingsstest van het lampjeuit. Wanner het lampje tijdens deze fase nicht aangaat, moet het verrangen worden.
De controlelamp要去uitgaan wanner de motor worden gestart.
LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP OP- LICHTTIJDENSDE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR,IS DE DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE. IN DIT GEVAL LEGTMEN ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer.
Total odometer 《2》
Kilometerteller totaal «2»
Duidt het totaal aantal afgelegde kilometer aan.
Speedometer 《5》
Shows riding speed.
Snelheidsmeter «5»
Duidt de rijnselheid aan.
High-beam warning light «9»
Controlelamp van het grootlicht «9»
Deze Licht op wanner het lampje van het grootlicht van het voorlicht geactiveerd is, of wanner men het grootlicht doet knipperen (Passing).
Low-beam warning light «8»
Controlelamp van het dimlicht «8»
Dezelicht op wanner het lampje van het dimlicht van de voorste koplamp geactiveerd worden.
Low fuel warning light «11»
Deze Licht op wanner er in de brandstof-tank 2 liter brandstof overblijft.
Fuel gauge «1»
Indicator van het brandstofpeil «1»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Wanneer het wijzertje de rode zone bereikt, blijft er 2 liter brandstof over in de tank. In dit geval moet men zo vlug möglichk tanken.
Digital clock «3»
Digitale klok «3»
Op het display kan het uwr, de datum en de seconden gevisuliseerd worden.
Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «6»
Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvloeistof in de motor.
Wonneer het wijzertje zich maar het "min" peil begint te verplaatsen, is de temperatuur voldoende om met het voertuig te konnen rijden.
Wonneer het wijzertje zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de werkstemperatuur normal.
Wonneer het wijzertje de rode zone bereikt, legt men de motor stil en controleert men het peil van de koelvloeistof.
LET OP

WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTANE TEMPERATUREUUR WORDT OVERSCHREDEN (DE RODE ZONE «MAX» VAN DE SCHAAL), KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.

Beschrijving van de functies:
- Normale visualising: uren en minutes.
- Visualisering van de datum: druk op de toets «1», en het nummer van de maand en de dag verschijnen.
- Visualisering van de seconden: druk tweekeer op de toets «1».
N.B.
VOOR DE VERVANGING VAN DE BATTERIJ VAN DE KLOK, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIELE APRILIA DEALER.

Adjustment:
- Pressing the button «2» once displays date and time alternatively.
- Month: pressing «2» again displays the month on the left (the rest disappears). Pressing the button «1» sets the desired month.
Day: pressing «2» again displays the day on the right. Pressing the button «1» sets the desired day.
Time: pressing the button «2» displays the time on the left with the letter «A» or «P» (A= am, P= pm). Pressing the button «1» sets the desired time.
Regeling:
- Druk een keer op de toets «2», en de datum en het uw worden afwisseled gevisualiseerd.
Maand: druk nogmals op «2», en de maand zar links verschijnen (de rest verdwijnt). Druk op de toets «1» om de gewenste maand in te stellen. - Dag: druk nogmaals op «2», en de dag zarrechts verschijnen. Druk op de toets «1» om de gewenste dag in te stellen.
-
Uur: druk nogmaals op de toets «2» en links za het uw met de letter «A» of «P» verzschijnen (A= antimeridiaan, P= postmeridiaan). Druk op de toets «1»
-
Minutes: pressing the button «2» displays the day to the right of the display. Pressing the button «1» sets the desired minutes.
om het gewenste uur in te stellen.
- Minuten: druk nogmals op de toets «2», om rechts op het display de minutes te verkrijgen. Druk op de toets «1» om de gewenste minutes in te stellen.
De klok worden op deze manier geregeld.
Druk nogmaals op de toets «2», en vertologens op de toets «1» om terug te keren maar de normale werkig.

Key switch (03_07)
Sleutelschakelaar (03_07)
Ontstekingsschakelaar «1» vindt men op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting.
N.B.
DE SLEUTEL «2» ACTIVEERT DES SCHAKELAAR VAN DE ONTSTEKING / STUURSLOT, HET SLOT VAN HET ZADEL EN HET SLOT VAN DE OPBERGRUIMTE.
Bij het voertuig worden twee sleutels bij geleverd (eén reservesleutel).
N.B.
BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.
NOTE
ON «C»: De motor en de lichten kannen in werkung worden gesteld. Het is nicht möglichk om de sleutel te verwijderen.
OFF «B»: De motor en de lichten kannen nicht in werkung worden gesteld. Het is möglichk om de sleutel te verwijderen.
LOCK «A»: De stuurinrichting is geblokkeerd. Het is Niet möglich om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is möglich om de sleutel te verwijderen.

Inschakeling van hetstuurslot (03_08)
Om de stuurinrichting te blokkeren:
- Draai het stuur volledig maar links.
- Draai de sleutel «2» in positie «OFF».
- Druk op de sleutel «2» en draai hem in gegenwijzerszin (haar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK», worden geplaatst.
- Verwijder de sleutel.
CAUTION

AVOIDING LOSING CONTROL OF THE VEHICLE, NEVER TURN THE KEY TO "LOCK" WHILE RIDING.
NOTE
TURNING, WITHOUT PRESSING, THE KEY ACTIVATES THE SADDLE LOCK BUT NOT THE STEERING LOCK.
NOTE
TURN THE KEY AND MOVE THE HANDLEBAR AT THE SAME TIME.
LET OP

DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSITIE LOCK TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.
N.B.
WANNEER ER ENKEL AAN DE SLEUTEL WORDT GEDRAAID ZONDER ER OP TE DRUKKEN, WORDT HET SLOT VAN HET ZADEL GEACTIVEERD, EN HET STUURSLOT NIET.
N.B.
DRAAI DE SLEUTEL EN DRAAI TEGELIJKERTIJD AAN HET STUUR.

Schakelaar richtingaanwijzers (03_09)
Verplaats schakelaar «2»aar links, om aan te duiden dat men hierne links draait; verplaats de schakelaar hierrechts, om aan te duiden dat men hierne rechts draait; Druk centraal op de schakelaar, om de richtingaanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT

Horn button (03_10)
Door op drukknop «1» te drukken, activeert men de akostische melder.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT

Light switch (03_11)
Wanneer de omleider van de lichten «3» zich in positie «A» bevindt, worden het grootlicht geactiveerd; wanneer hij zich in positie «B» bevindt, worden het dimlicht geactiveerd.
Door op de omleider van de lichten te drukken in positie «C», activeert men het knipperen van het groot Licht.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT
IN "C"THE HIGH-BEAM LIGHT STOPS FLASHING.
N.B.
WANNEER MEN DE OMLEIDER VAN DE LICHTEM IN MODALITEIT KNIPPEREN «C» LOSLAAT, WORDT HET KNIPPEREN VAN HET GROOT LICT GEDEACTIVEERD.

Door op drukknop «2» te drukken, doe t het startmotortje de motor draaien.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT

Engine stop button (03_13)
Stopschakelaar motor (03_13)
Dit is een verdigeidsschakelaar of een moodstopschakelaar. Met de schakelaar «1» in positie «A» «ON», is het möglichk om de motor te starten; in positie «B» «OFF», worden de motor stilgelegd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT
CAUTION

DO NOT ACTIVATE THE ENGINE STOP SWITCH WHILE RIDING THE VEHICLE.
CAUTION

Het zadeltje van de passagier «3» kan in de lenghte in drie verschillende posities geregeld worden:
- helemaal vooruit A
- standard «B»;
- helemaal achteruit «C».
Voor de regeling:
- Lift the saddle.
Loosen the screws «4». - Move the saddle «3» to the desired position.
-
Tighten the screws «4».
-
Hef het zadel op.
- Los de bouten «4».
- Verplaats het zadeltje «3» maar de gewenste positie.
Sluit debouten 4

UNDER NO CIRCUMSTANCES LOOSEN THE SPECIAL SCREWS «5», TAMPERING WITH THESE SCREWS MAY JEOPARDISE SAFETY.

HANDEL VOOR GEEN ENKELE REDEN OP DE SPECIALE BOUT «5». GEKNOEI AAN DEZE BOUT SCHAADT DE VEILIGHEID.
Identification (03_15, 03_16, 03_17)
Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.
Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder-delen.
N.B.

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICATIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ERNSTIGE STRAFRECHTELIJKE EN ADMINISTRatieVE SANCTIES, VOORAL HET WIJZIGEN VAN HET FRAMENUM


Chassis number
Het framenummer is gedrukt op de centrale buis van het frame. Om het te lezen, moet het volgende uitgevoerd worden:
- Open de opbergruimte.
- Draai debout «1» los en verwijder ze.
- Verwijder het voorste inspectie dekseltje «2».
Framenum-
mer:
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.

Engine number
Het motornummer is gedrukt in de nabijheid van de onderste steun van de achterste schokdemper.
Motornum-
mer:
Saddle opening button (03_18)
Knop voor het openen van het zadel (03_18)
Om het zadel te blokkeren:
- Plaats het voertuig op de centrale standard.
- Plaats de sleutel in de schakelaar van de ontsteking/stuurslot.
N.B.
- Draai de sleutel «3» in gegenwijzerszin tot men de klik hoog die aanduidt dat het slot geopend is.
- Plaats de sleutel waar in OFF.
- Hef het zadel op «4».
- Om het zadel te blokkeren,\ plantaat men het omlaag en drukt\ men er op (zonder te forceren)\ zodat het slot klikt.
LET OP

VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT GEBLOKKEERD IS.

Penen van de koffer voor (03_19)
Deze bevindt zich onder het stuur, in de interne beschemingsplaat, en omdezete bereiken handelt men als volgt:
- Plaats de sleutel «1» in het slot.
- Draai de sleutel in wijzerszin, trek er aan, en open het deurtje «2».
Om het deurtje «2» te blokkeren, heft men het op en drukt men er op. Hiervoor hoeft men de sleutel Niet te gebruiken.
Characteristic
Maximum toegestaan gewicht:
1,5 kg.

Bag clip (03_20)
De lasthaak «3» bevindt zich op de interne beschemingsplaat, in de voorkant.
LET OP

HANG GEEN TE GROTE TASSEN OF PAKKEN AAN DE LASTHAAK, OMDAT DE HANDELBAARHEID VAN HET VOERTUIG OF DE BEWEGING VAN DE VOETEN ZOU KUNNEN GEHINDERD WORDEN.
Maximum toegestaan gewicht
1,5 kg

Antitheft hook (03_21)
De antidiefstalhaak «1» bevindt zich aan de linker kant van het voertuig, nabij de voetensteun van de passagier.
Om de eventuele diefstal van het voertuig te voorkomen, raadt men aan om het vast te make n met de pantserkabel "BodyGuard" aprilia (OPT) «2», die men vindt bij de Officièle aprilia Dealers.
N.B.
GEBRUK DE HAAK NIET OM HET VOERTUIG OP TE HEFFEN OF VOOR ANDERE DOELEINDEN, OMDAT DEZE ENKEL ONTWORPEN IS OM HET VOERTUIG VAST TE MAKEN WANNEER HET GEPARKEERD WORDT.
SCARABEO 125 STREET SCARABEO 200 STREET

Chap. 02
Use
Hst. 02
Gebruik
Checks
CAUTION


Voorste en achechterste schijfrem
Controleer de werkung, de legel loop van de commandohendels, het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controleer de
| slijtage van de pastilles en van de antigefluitplaatjes (enkel achteraan). Indien nodig maar men remvloeistof bijvullen. | |
| Remhendels | Controler of ze zicht werken.Smeer indien nodig de bewegingsplaatsen. |
| Gashendel | Controler of hij zicht werkct en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. Registreer en/of smeer indien nodig. |
| Wielen/banden | Controler de conditie van derijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. |
| Staar | Controler of het draaien homoogenen en vloeiend, en zonder speling of het losers ervan gebeurt. |
| Laterale standaard en centrale standaard | Controler of deze zicht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen. Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen. |
| Bevestigingselementen | Controler of de bevestigingselementen nicht gelost+zijn. |
| Check the circuit for leaks or obstructions. | Check that the tank cover closes correctly. | Brandstoffank | Stel ze af of sluit ze eventuel. | |
| Coolant | Fluid level inside the expansion tank should be between the «MIN» and «MAX» reference marks. | Controleer het peil, en tank indien nodig. | ||
| Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit. | ||||
| Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop. | ||||
| Engine stop switch (ON - OFF) | Check function. | |||
| Lights, warning lights, horn or electrical devices | Check the correct operation of the horn and lights. Replace the bulbs or repair any malfunctions. | Koelvloeistof | Het vloeistofpeil in het expansievat要去 zich:tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevinden. | |
| Schakelaar voor het stilleggen van de motor (ON - OFF) | Controleer de correcte werkinq. | |||
| Lichten, contrôleampen, akoestische melder of elektrische mechanismen | Controleer de correcte werkinq van de koolestische en visieve mechanismen. Vervang de lampjes of grijp in bij schade. | |||

Refuelling (04_01)
Gebruik enkel superbenzine met of zonder lood (4 Stars UK), met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
CAPACITEIT VAN DE TANK
(inclusiefreserve):8,91
RESERVE VAN DE TANK:2I
Om de dop van de brandstoffank te bereiken:
Unscrew the tank cap «1».
CAUTION

FUEL USED TO DRIVE EXPLOSION ENGINES IS HIGHLY INFLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDITIONS.
Hef het zadel op.
Draai de tankdop «1» los.
LET OP

DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OM-STANDIGHEDEN.
VOER HET TANKEN EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN UIT IN EEN GEVENTILEERDE ZONE EN MET DE MOTOR UIT.
ROOK NIET Tijdens HET TANKEN EN IN DE NABIJHEID VAN BRANDSTOFDAMPEN, EN VERMIJDT ABSOLUUT CONTACT MET VRIJE VLAMMEN, VONKEN EN EENDER WELKE ANDER BROND DIE HET VLAM VATTEN OF EXPLODEREN ERVAN KAN VEROORZAKEN.
VERMIJDT BOVENDIEN HET UIT STROMEN VAN BRANDSTOF UIT DE KLEP, OMDAT HJ KAN VLAM VATTEN IN CONTACT MET DE GLOEIEND HETE OPPERVALKEN VAN DE MOTOR. WANNEER ER ONVRIWILLIG BRANDSTOF WORDT GEMORST, CONTROLEERT MEN OF DE ZONE COMPLEET DROOG IS, VOORDAT MEN HET VOERTUIG START.
Laat de olie en de oliekeerring van de Voorste ophanging controleren, volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.

TO HAVE THE REAR SUSPENSION OIL CHANGED TAKE YOUR SCOOTER TO AN OFFICIAL APRILIA DEALER WHO WILL PROVIDE A PRECISE AND QUICK SERVICE.

VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE
VAN DE VOORSTE OPHANGING,
WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIELLE APRILIA DEALER, DIE EEN ZORGVULDIGE EN SNELLE SERVICE ZAL GARANDEREN.


De achechterste ophanging bestaat UIT een schokdempo met dubbel effect (remming bij compressie/extensie), en is bevestigd door middel van de silent-block aan de motor.
De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de Voorbelasting van de veer. De standardregeling, die worden ingesteld in de fabriek, is voorzien voor een bestuurder van ongeveer 70kg . Voor andere gewachten en behoeften, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen.
- Door gebruik te makes van de speciale sleutel, draait men gematigd de blokkeermoer los.
- Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelasting van de veer van de schokdempoer).
N.B.
DE REGELMOER MAG NIET VASTGEDRAID WORDEN VOOR MEER DAN
JERKING WHEN RIDING EVEN ON SOME SLIGHTLY UNEVEN ROADS.
14 MM. WANNEER DEZE WAARDE WORDT OVERSCHREDEN, ZAL HET VOERTUIG TijdENS HET RIJDEN PLOTSELING BEGINNEN TE SCHOKKEN B1J DE MINSTE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN.
Rotatie van de moer maar A: De voorbelasting van de veer verhooegt. De Incorrecting van het voertuig is harder. Te gebruiken op een glad of normala wegdek en voor het rijden met passagier.
Rotatie van de moer maar B: De voorbelasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier.
Running in
De proefperiode van de motor is fondamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werkig.
Rij indien möglich op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen of de remmen worden onderworpen aan een meer efficientre proefperiode.
Men moet zich houden aan de volgende indications:
- Draai het gashandvatijdens en na de proefperiode Niet volledig open bij lage regimes.
- 0-100 Km (0-62 miji). Tijdens de eerste 100km (62 miji) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmaterial van de pastilles op de remschijf te verkrijgen.
- 0-500 Km (0-312 hijl). Tijdens de eerste 500 Km (312 hijl) mag men Niet harder rijden dan 80% van de voorziene maximum能力和 sleelheid.
Vermijdt om voor langeijd een constante snelheid aan te houden. - Na de eerste 1000 Km (825IRR) verhoegt men geleidelijk aan de snelheid, tot de maximale prestaties worden bereikt.
LET OP

NA DE EERSTE 1000 KM (625 MIJL)
VAN WERKING, VOERT MEN DE CONTROLES UIT DIE VOORZIEN ZIJN IN DE TABEL VAN HET GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD, OM LETSELS AAN ZICHZELF OF ANDEREN EN/OF
CELERATION PERFORMANCE OF YOUR SCOOTER.
SCHADE AAN HET VOERTUIG TE VOORKOMEN.
N.B.
ENKEL NA DE EERSTE 500 KM (312 MIJL) VAN DE PROEFPERIODE, IS HET MOGELIJK OM DE BESTPE PRES- TATIES VAN HET ACCELERATIEVERM OGEN EN DE SNELHEID VAN HET VOERTUIG TE VERKRIJGEN.

- Om de motor te starten, staat men het voertuig op de centrale standaard.
- Controller of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van het dimlicht bevindt.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «2» op ON.
- Draai aan de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschake-laar op ON.
LET OP

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN UITERST
- Block one wheel at least operating one brake lever «5». If the engine fails to start, it means there is no current in the ignition relay and the engine does not start.
-
Press the starter button «6» but do not accelerate and release it as soon as the engine starts.
-
Blokker minstens een wie1, door een remhendel «5» te activeren. Wanner dit Niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais nicht, en de motor start Niet.
- Druk op de startknop «6» zonder gas te gehen, en LAST hem los wonneer de motor start.
NOTE
- Wanner de motor Niet start binnen drie of vier seconden, draait men gematigd (Pos. B) aan het gashandvat «7», door de startknop «6» ingedrukt te houden.
LET OP

WHEN THE ENGINE IS RUNNING, THE ENGINE OIL PRESSURE WARNING LIGHT "4" SHOULD TURN OFF. IF THE WARNING LIGHT STAYS ON OR TURNS ON WHILE THE ENGINE IS WORKING PROPERLY THIS MEANS THAT THE OIL PRESSURE IN THE CIRCUIT IS NOT ENOUGH. SHOULD THIS OCCUR, STOP THE ENGINE AT
WANNEER DE MOTOR IS GESTART, MOET DE CONTROLELAMP VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE «4» UITGAAN. WANNEER DE CONTROLELAMP AANBLIJFT OF OPLICHT TIJ-DENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, IS DE DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE. IN DIT GEVAL LEGT MEN
ONCE AND CONTACT AN aprilia Official Dealer. NEVER USE THE VEHICLE WITH LOW ENGINE OIL SO AS TO AVOID DAMAGING ENGINE PARTS.
ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer. GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET EEN ONVOLDOENDE HOEVEELHEID MOTOROLIE, OM SCHADE TE VERMIJDEN AAN DE ONDERDELEN VAN DE MOTOR.

-
Keep at least one brake lever operated and accelerate only when setting off.
-
Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.

DO NOT SET OFF SUDDENLY WHEN THE ENGINE IS COLD. TO MINIMISE THE EMISSION OF AIR POLLUTING SUBSTANCES AND FUEL CONSUMPTION, WARM UP THE ENGINE BY RIDING THE FIRST KILOMETRES AT A LIMITED SPEED.

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT. OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRANDSTOFVERBRUIK TE BEPERKEN, WORDT AANGERADEN OM Tijdens DE EERSTE KILOMETERS AAN EEN BEPERKTE SNELHEID TE RIJDEN.

Start met verzopen motor:
Wanner men de startprocedure Niet correct uitvoert, of wanner er een excessieve hoeveelheid brandstof aanwezig is in de aanzuigleiding en in de carburator, zou de motor konnen verzuipen.
Om een verzopen motor te reinigen, handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «6» voor enkele seconden (door de motor
leeg te doen draaien) met het gashandvat «7» volledig gedraaid (Pos. C).
Koude start:
Wanner de omgevingstemperatuur laag is (dicht bij of onder het vriespunt), zou de eerste start moeilijk hunnen verlopen.
In dit geval handelt men als volgt:
- Druk voor vijf seconden op de startknop «6» en draai tegelij-kertijd gematigd (Pos. B) aan het gashandvat «7».
Wanner de motor start:
- Laat het gashandvat «7» los (Pos. A).
- Wanner het minimumregime instabiel blijkt, handelt men op het gashandvat «7» metkleine en frequente rotaties.
Wacht enkele seconden, en voer de procedure van de koude start waar UIT.
- Verwijder eventuele de bougie en controllerer of ze Niet vochtig is.
- Wanner de bougie vochtig is, reinigt en droegt men ze.
Vooraleer men ze hermonteert, handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «6» en LAST het startmotortje draaien voor ongeveer vrij seconden, zonder gas te gehen.
NOTE

PLACE A CLEAN CLOTH ON THE CYLINDER NEXT TO THE SPARK PLUG SEAT TO PROTECT IT FROM POTENTIAL OIL SPLASHES.
N.B.

PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CILLINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOUGIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.


To set off: t
Ga op het voertuig zitten, en hou minstens een voet op de grond om de stabiliteit te garanderen.
Regel de awhilekijkspiegeltjes op correcte wijze.
N.B.
WANNEER Tijdens HET RIJDEN DE CONTROLELAMP VAN DE BRANDSTOFRESERVE OP HET DASHBOARD OPLICHT, BESCHIKT MEN NOG OVER 2 LITER BRANDSTOF. TANK ZO VLUG MOGELIJK.
LEFT. REFUEL AS SOON AS POSSIBLE.
CAUTION

WITH THE VEHICLE AT A STAND- STILL, PRACTICE USING THE REARVIEW MIRRORS. THE MIRROR REFLECTING SURFACE IS CONVEX SO OBJECTS MAY SEEM FARTHER THAN THEY REALLY ARE. THESE MIRRORS OFFER A WIDE-ANGLE VIEW AND ONLY EXPERIENCE HELPS YOU JUDGE THE DISTANCE SEPARATING YOU AND THE VEHICLE BEHIND.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STIL- STAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE AchteruitKIKSPIEGELTJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENDE OPPERVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET IN-SCHATTEN MOGELIJK VAN DE AF-STAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

Laat de remhendel los en geef gas, door gematigd aan (Pos. B) het gashandvat te draaien; het voertuig zar beginnen te rijden.

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT. OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRANDSTOFVERBRUIK TE BEPERKEN, WORDT AANGERADEN OM TIJDENS DE EERSTE KILOMETERS AAN EEN BEPERKTE SNELHEID TE RIJDEN.

Moeilijke start (04_12)
Wanner het voertuig voor langeijd Niet werden gebruikt, is het möglichk dat de start nicht klaar is, waar dat het voedingscircuit van de brandstof gedeelrijk leeg zou konnen zich.
In dit geval handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «6» voor ongeveer tien seconden, zodate het kuiipje van de carburator gezuld kan worden.

Het stilleggen van de motor (04_13, 04_14)
Laat het gashandvat los (pos. A) en activeer geleidelijk de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen.
Tijdens een momentele pauze,要去 men minstens een rem activeren.
LET OP

VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.

CAUTION

PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND TO PREVENT THE VEHICLE FROM FALLING.
DO NOT LEAN THE VEHICLE ON A WALL OR LAY ON THE GROUND.
MAKE SURE THE VEHICLE AND SPECIALLY ITS HOT PARTS DO NOT POSE ANY RISK TO PEOPLE OR CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VEHICLE UNATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH.
DO NOT SEAT ON THE VEHICLE WHEN THE STAND IS LOWERED.
LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.
CONTROLER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBewAAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DEONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN WANNEER DE STANDAARD UITGKLAPT IS.
PARKING
- Stop het voertuig.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «1» op OFF.
- Draai aan de sleutel «2» en plaats de ontstekingsschake-laar «3» op OFF.
- Plaats het voertuig op de staandaard.
- Blokveer de stuurinrichting en verwijder de sleutel.
CAUTION

WHEN THE ENGINE IS OFF AND THE IGNITION SWITCH IS SET TO «ON» THE BATTERY CAN GET DISCHARGED.
CAUTION
DO NOT LEAVE THE KEY INSERTED IN THE IGNITION SWITCH.
CAUTION
WITH THE ENGINE OFF, IT IS NOT NECESSARY TO CLOSE THE FUEL VALVE, FOR IT HAS AN AUTOMATIC SEALING SYSTEM.
CAUTION

PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND TO PREVENT THE VEHICLE FROM FALLING.
DO NOT LEAN THE SCOOTER ON A WALL OR LAY IT ON THE GROUND. MAKE SURE THE SCOOTER AND SPECIALLY ITS HOT PARTS DO NOT POSE ANY RISK TO PEOPLE OR CHILDREN.
DO NOT LEAVE YOUR SCOOTER UNATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH.
LET OP

MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE ON, KAN DE ACCU ONTLADEN.
LET OP
LAAT DE SLEUTEL NIET IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
LET OP
WANNEER DE MOTOR STILLIGT, IS HET NIET NODIG OM HET BRANDSTOFKRAANTJE TE SLUITEN, OMDAT HET VOORZIEN IS VAN EEN AUTOMATISCH DICTINGSSYSTEM.
LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND. CONTROLEER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PeRSONEN EN KINDEREN.
Catalytic silencer
Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieten:
- de verwijdering en elke daad voor het Niet operationeel make, door eender wie, ware het Niet voor onderhoudshandelingen, herstellingen of verranging, eender welk mechanisme of samenstellend ingebouwd element van een nuew voertuig, voor het controlleren van lawaai voor verloop of levering van het voertuig aan de koper of verwijl het worden gebruikt;
- het gebruik van het voertuig nat-dat dit mechanisme of samenstellend element werden verwijderd of Niet-operationeel werden gemaakt.
Controleer de uitlauf/knaldemper van de uitlauf en de buizen van de knaldemper, en controllerer of er geen roest of boringen zich en of het uitlaatsystem correct werkt.
NOTE
DO NOT TAMPER WITH THE EXHAUST SYSTEM.
Wanneer het lawaai van het uitlaatsystem verhoogt, contacteert men onmiddelijk een Officièle aprilia Dealer.
N.B.
HET IS VERBODEN OM TE KNOEION AAN HET UITLAATSYSTEEM.


Stand (04_15, 04_16)
Centre stand
- Hold the left handgrip «4» and the passenger handgrip «5».
- Push the stand lever «6».
Side stand
Standaard (04_15, 04_16)
Centrale standard
Grijp het linker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast.
Duw op de hendel van de stan-daard «6».
Laterale standard
Grijp het linker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast.
- Duw op delaterale standard «7» met de rechter voet, en klap hem volledig UIT.
- Hel het voertuig tot de standard de grond raakt.
- Draai het stuur helemaal maar links.
LET OP

CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.

RISK OF FALLING OR ROLLING OVER.
WHEN PULLING THE VEHICLE UPPERIGHT, FROM PARKING TO RIDING POSITION, THE STAND AUTOMATICALLY FOLDS UP.

GEVAAR OP VALLEN OF OMSLAAN.
WANNEER MEN HET VOERTUIG RECHTTREKT VAN DE PARKEERPOSITIE NAAR DE RIJPOSITIE, KLAP DE STANDAARD AUTOMATISCH IN.
Laat de ontstekingssseutel NOOIT awhile op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien möglichk in een garage of een bewaakte plaats.
Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zich.
Schrijf uw geveynes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM:
VOOR-
NAAM:
ADRES:
TELEPHONE
No:
BELANGRIJK In veel gevalen worden gestolen voertuigen geidentificerd door middel van de gegevens in het gebruiksen onderhoudsboekje.


Het veilig rijden (04_17, 04_18, 04_19, 04_20, 04_21, 04_22, 04_23, 04_24, 04_25, 04_26, 04_27, 04_28)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSREGELS
Om met het voertuig te rijden要去 men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.
Men要去 zeker van zich dat de psychophysische condities geschikt zich voor

het rijden, met vooral aandacht voor fysi-sche moeheid of slaperegheid.
De meeste ongevalten zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurd er.
Leen het voertuig NOoit aan beginners, en controllerer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijze-
ring en het normenstelsel in verband met
het nationale enplaatselijk verkeer.
Vermijdt bruske en gevaarlijke manoeuvres voor zichselt en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het Niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien要去 men steeds rekening honden met de condities van het wegdek, de zichtaarheid, enz.
Stoot nicht gegen obstkels die schade aan het voertuig of controverlies over het voertuig konnen veroorzaken.
Blijf nicht darüber voertuigen rijden om de eigene nselheid te verhogen.
LET OP

RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETENSTEUNEN VAN DE BESTUURDER),
FOOTRESTS) IN THE ADEQUATE RIDING POSITION.
EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSITIE.


Vermijdt absoluut omrecht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
De bestuurder mag nicht afgeleid zich, zich nicht latent afleiden of zich latente beinvloeden door Personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wonneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "LABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controllerer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloeistoffen correct+zijn.
Wonneer het voertuig een onceval heeft gehad, gezallen is of er werk谈起 gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen nicht zichorn beschadigd.
Laat het voertuig eventuele controlleren bij een Officièle aprilia Dealer, door vooral aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoorde gebruiker Niet in staat is om hun integritweit vast te stellen.

Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Rij absolutui niet met het voertuig wonneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.
Wijzig absolutiert nicht de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wanner men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aangebrachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het verilgheidsniveau schaden en het voertuig zichs illegaal make.
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale enplaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig.
Men要去 vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alles-zins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdt absolut om wedstrijden te houden met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.


CLOTHING
Vooraleer men gaat rijden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te make. Controller of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere wegbebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt.
De kleding要去 goed aansluiten en de uiteinden要去en gesloten zich; koorden, ceinturen en denen mogen nicht bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die möglich gevaarlijk zijn wanner men valt, bijoorbeeld: suntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagier).

ACCESSORIES
De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installmenten en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aanijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden nicht bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing Niet beperkt, de active-ring van de commando's Niet hinder, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht Niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando's hinderen, en die dus de reactietijden bij nood knen verlagen.
De bekledingen en de windschemen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, hunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabilititeit van het voertuigijdens het rijden schaden,vooral bij hoge snugheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het nicht gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht hunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom hunnen zijn, die nodig is voor de
werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
aprilia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprilia genuine accessories).


LOADING
Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo zichdacht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo Klein mogelijk te houden. Controller bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooralijdens lange reizen.
Bevestig absolutiert geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden.
Plaats op de kanten van het voertuig geenplaatsinnemende bagage, waar dit personen of obstakels zou hunnen aanstoten, en dus controverlies over het voertuig zou hunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die nicht stevig is bevestigd aan het voertuig.
Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.

Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouser of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht Niet voor elke bagagedrager.
De overbelasting van het voertuig schaatdt de stabiliteit en de handelbaarheid.

Rear rack (04_29)
- Plaats de sleutel in het blokje voor het openen van het koffertje voor de helm.
- Hef het deksel «5» van het koffertje voor de helm op.
- Om het deksel van het koffertje voor de helm te blokkeren, klapt men het omlaag en drukt men er op (zonder teforceren), zodate het slot klikt.
SCARABEO 125 STREET SCARABEO 200 STREET

Chap. 03
Maintenance
Hst. 03
Onderhoud
Peil van de motorolie (05_01, 05_02)
Controller regelmatig het peil van de motorolie, volgens de indications van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
LET OP

DE MOTOR EN DE ONDERDELEN VAN DE UITLAATINSTALLATIE WORDEN ZEER WARM EN BLIJVEN WARM VOOR EEN ZEKERE PERiode, OOK NADAT DE MOTOR WORDT UITGEZET. Vooraleer MEN DEZE ONDERDELEN HANTEERT, DRAAGT MEN ISOLERENDE HANDSCHOENEN, OF Wacht MEN TOT DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN.


- Plaats het voertuig op de centrale standard.
Leg de motor stil en当场 hem afkoelen, zodate olie in de carter kan draineren en de olie zichkan afkoelen.
Trek het linker matje van de voetensteun van de bestuurdere geedeeltelijk omhoog. - Open de linker voetensteun van de passagier.
- Draai de drie bevestigingsbouten «1» van het inspectiedeksel van de olie «2» los.
- Verwijder het inspectiedeksel van de olie «2» langs de linker kant van het voertuig.
- Draai de dop-staat «1» los en verwijder hem.
Reinig het deel dat in contact komt met de olie met een rein doek. - Draai de dop-staat «3» volledig vast in de vulboring.«4».
Verwijder opnieuw de dop/staaf «3» en lees het oliepeil af op de staaf:
MAX = maximum peil;
MIN = minimum peel.
Het verschil:tussen het «MIN» en het «MAX» bedraagt 200 cm3.
- Het peil is correct wanner het ongeveer het MAX peil bereikt, dat worden aangegeven op de meetstaaf.
RECT READING OF THE ENGINE OIL LEVEL.
CAUTION

DO NOT GO BEYOND THE MAX AND BELOW THE MIN LEVEL MARKS TO AVOID SEVERE ENGINE DAMAGE.
N.B.
WANNEER MEN VOORAFGAANDE HANDELINGEN NIET UITVOERT, KAN HET ZIJN DAT MEN EEN FOUTE OP-METING UITVOERT VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE.
LET OP

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AANDE MOTOR TE VEROORZAKEN.
Controle van het peil van de motorolie
LET OP

DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, INDIEN LANG EN DAGELIJKS GEHANTEERD.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUKEN.
Het bijvullen van motorolie
-
Giet eenkleinehoeveelheid olie in de vulboring «4» en wacht ongeveer een minuut tot de olie uniform in de carter kan lopen.
Voer de contrôle van het peil UIT, en vul eventuele bij.
Voer het bijvullen uit metkleine hoeveelheden olie, tot het Voorgeschreven peil worden bereikt. -
At the end of the operation, screw and tighten the tap-dip-stick «3».
-
Na de handeling draait men de dop-staat «3» vast, en sluit men hem.
CAUTION


Vervanging van de motorolie
De olie van de motor moet verrangen worden volgens de aanduidingen in de tabellen van het onderhoud, en de controle van het peil en het eventuele bijvullen要去 regelmatig uitgevoerd worden.
Voor de verwangting wendt men zich tot een Officièle aprilia Dealer.
N.B.
GEBRUIK OLIE VAN HET TYPE DAT MEN VINDT IN DE TABEL VAN DE AANBEVOLEN PRODUCTEN.

Tyres (05_03, 05_04)
TYRES
Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).
LET OP

CONTROLER PERIODIEK DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGEVINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR DE METING UIT VOORAL VOOR EN NA EEN LANGE REIS.WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMPT, EN DUS NAAR DE STUURINRICHTING VERSTUART, ZODAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT.
WANNEER VICEVERSA DE BANDENSPANNING ONVOLDOENDE IS, WERKEN DE ZIJKANTEN «1» VAN DE BANDEN MEER, EN KAN HET ZIJNDAT DE BAND OP DE VELG SLIPT OFLOSKOMT, MET ALS GEVOLG DAT MEN DE CONTROLLE OVER HET VOERTUIG VERLIEST. WANNEER MEN BRUUSK REMT KUNNEN DE BANDEN UIT DE VELGEN KOMEN. IN BOCHTEN KAN HET VOERTUIG GAAN SLIPPEN. CONTROLEER DE
| Vooraan: | 2 mm |
| Achteraan | 2 mm |
TYRE WEAR MINIMUM THRESHOLD «2» (USA
VERSION)
| Vooraan (versie USA) | 3 mm |
| Achteraan (versie USA) | 3 mm |


Controleer de bougie en/of verrang ze volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en verrang ze indien nodig.
Om de bougie te bereiken, handelt men als volgt:
-
Plaats het voertuig op de centrale standard.
-
Remove the central inspection cover «2».
CAUTION

- Draai de twee boutek «1» los en verwijder ze.
Verwijder het centrale inspectiedeksen «2»
LET OP

WEES VOORZICTIG BIJ HET GEBRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIE T.
HANTEER VOORZICTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZENIET.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:

BEFORE CARRYING OUT THE FOLLOWING OPERATIONS AND IN ORDER TO AVOID BURNS, LEAVE ENGINE AND MUFFLER TO COOL OFF TO AMBIENT TEMPERATURE.

VOORALEER MEN DE VOLGENDE HANDELINGEN UITVOERT, LAAT MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AFKOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGSTEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT, OM MOGELIJKE BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
- Remove the spark plug «4» hood «3».
- Remove any mark of dirt from the spark plug base; therefore, unscrew it with the wrench supplied with the tool kit and pull it out from its seat, being careful not to let dust or other substances into the cylinder.
- Check that spark plug electrode and central porcelain insulator do not have carbon deposits or corrosion; if necessary, clean it with an appropriate spark plug cleaner and an iron wire and/or metal brush.
- Blow energetically with a blast of air so that no removed deposit gets into the engine. The spark plug should be replaced if it shows cracks on the insulator, corroded electrodes or undue deposits.
-
Check the gap between electrodes with a thickness gauge. The
-
Verwijder de pipet «3» van de bougie «4».
- Verwijder al het vuil van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bijgeleverde sleutel, en verwijder ze van de zit, door op te letten om geen stof of andere stoffen in de cilinder te lately komen.
- Controller of de elektrode en het centrale porcelain van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens vertonen, en reinig ze eventueel met speciale reinigers voor bougies, met een ijzerdraad en/of metalen borstel.
- Reinig goed met een luchtstraal, zDat de verwijderde afzettingen Niet in de motor terecht komen. Wanner de bougie een gescheurde isolering, verroeste elektroden of excessieve afzettingen heeft, moet ze verrangen worden.
- Controller de afstandussen de elektroden met een diktemeter. Deze dikte要去 0,7 - 0,8 mm bedragen; regel de dikte eventueel door voorzichtig de massaelektrode te buigen.
- Controller of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel draait men de bougie met de hand vast, om schade aan de schroefdraad te vermijden.
- Sluit ze met de sleutel, bijgeleverd in de gereedschapshit, door elke bougie een 1/2 draai te lien maken om de rondel dicht te drukken.
Aandraikoppels (N^*m)
Bougie
18 Nm (1,8 Kgm)

- Place the spark plug tube correctly so that it does not get disconnected due to engine vibrations.
-
Reassemble the central inspection cover.
-
Plaats de pipet van de bougie correct, zodat deze Niet kan los-komen door de vibraties van de motor.
- Hermonteer het centrale inspectiekepsel.
CAUTION

LET OP

TIGHTEN THE SPARK PLUG CORRECTLY, OTHERWISE THE ENGINE MAY OVERHEAT AND GET IRRE
DE BOUGIE MOET GOED WORDEN VASTGEDRAID, OMDAT ANDERS DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN,

TRIEVABLE DAMAGED. USE ONLY THE RECOMMENDED TYPE OF SPARK PLUG, OTHERWISE, THE ENGINE DURATION AND PERFORMANCE COULD BE COMPROMISED.
EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHADIGD. GEBRUK ENKEL BOUGIES VAN HET AANBEVOLEN TYPE, ANDERS ZOUDEN DE PRESTATIES ENDE DUUR VAN DE MOTOR GESCHAAD KUNNEN WORDEN.

Demonteren van het luchtfilter (05_08, 05_09)
- Lift the saddle.
- Unscrew and remove the screws «1».
- Slide off the whole filter «2» from above.
- Separate the retaining net «3» from the support «4».
- Remove the filtering element «5».
Hef het zadel op.
- Draai de boutek «1» los en verwijder ze.
- Verwijder de volledige filter «2» langs boven.
Scheidt het beperkingsnetje «3» van de steun «4».
- Verwijder het filterend element «5».

Reiniging van de luchtfilter (05_10)
De reinging en de controle van de staat van de luchtfilter moeten volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud uitgevoerd worden; dit za afhangen van de gebruksconditions.
Wonneer het voertuig worden gebruikt op natte of stoffige wegen,要去en de handelingen van de reiniging vlugger worden uitgevoerd.
Voor de reiniging van het filterend element, moet men het van het voertuig verwijden.
- Was het filterend element «5» met reine oplosmiddelen, die Niet ontvlambaar zich en die geen hoog verdampingspunt hebben, en LAST het zorgvuldig drogen.
- Breng op de volledige oppervlakte olie voor filters aan.
- Controller de aanwezigheid van onzuiverheden in het onderste deel van de ontluchtingsbuis «6».

GEBRUK GEEN BENZINE OF BRAND-BARE OPLOSMIDDELEN VOOR HET WASSEN VAN HET FILTEREND ELEMENT, OM HET RISICO OP BRAND EN EXPLOSIES TE VERMIJDEN.

Voor het elimineren van eventuele afzettingen binnenin de ontluchtingsbuis, handelt men als volgt:
- Verwijder het dopje «7».
Laat de inhoud in eenrecipient stromen; overhandig het daarna aan eeninzamelcentrum.

Cooling fluid level (05_11, 05_12, 05_13)
Peil van de koelvloeistof (05_11, 05_12, 05_13)
Controller regelmatig en na lange reizen het peil van de koelvloeistof; LAST vloeistof verrangen volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, bij een Officièle aprilia Dealer.
De oplossing van de koelvloeistof bestaatuit 50% water en 50% antiviries.Dit mengsel is ideaal voor het grootste deel van de werkingstemperaturen en garandeert een goede bescherming gegen corrosie.Het is passend om hetzelfde mengsel ook te behouden voor het warmesezioen,ottom zo verlies door verdamping en de nood voor_freqente bijvullingen worden verminder. Op deze manierverminderen de bezinksels van mineraalzouten die in der radiator van het verdampaete water werden gelaten,en verandert de efficientie van de koelinstallatie Niet.Wanner de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controeren, en voegt men indien nodig een hogere concentratie antivries toe (tot een maximum van 60%
Voor de koeloplossing gebruikt men gedestilleerd water, om de motor nicht te beschadigen.
CAUTION

Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt.
- Open de opbergruimte.
- Draai debout «4» los en verwijder ze.
Verwijder het voorste inspectie deksel «5».
- Controller of het vloeistofpeil in het expansievat «2» zich:tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevindt.
MIN = minimum peel.
MAX = maximum peel.
In het omgekeerde geval:
Los de vuldop «1» (door in te-genwijzerszin te draaien), zonder hem te verwijderen.
Wacht enkele seconden zodat de eventuele druk kan ontluchten.
- Draai de dop «1» los en verwijder hem.
Vul bij met koelvloeistof tot het peil van de vloeistof ongeveer het "MAX"peil bereikt.
- Plaats de vuldop «1» weer.
Herplaats het voorste inspectie deksel.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VAST EN VLAK TERREIN.
NOTE
CAP «1» IS CONNECTED TO A BREATHER PIPE «3». DO NO FORCE OR DISCONNECT THE BREATHER PIPE «3».
CAUTION

WAIT FOR THE ENGINE TO COOL DOWN BEFORE CHECKING OR TOPPING-UP THE COOLANT LEVEL.
CAUTION

COOLANT IS TOXIC IF INGESTED; CONTACT WITH EYES OR SKIN MAY CAUSE IRRITATION. DO NOT INTRODUCE YOUR FINGERS OR ANY OTHER OBJECT TO CHECK IF THERE IS COOLANT OR NOT.
CAUTION

WHEN TOPPING-UP, DO NOT EXCEED THE «MAX» LEVEL OR THE FLUID WILL FLOW OUT WHEN THE ENGINE IS RUNNING.
N.B.
AAN DE DOP «1» IS EEN ONTLUCHTINGSBUIS «3» VERBONDEN. FORCEER DE ONTLUCHTINGSBUIS «3» NIET EN MAAK HEM NIET LOS.
LET OP

VOER DE HANDELINGEN VAN DE CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.
LET OP

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HET WORDT INGESLIKT; HET CONTACT MET DE HUID EN DE OGEN KAN IRRITATIES VEROORZAKEN. VOEL NIET MET DE VINGER'S OF GEBRUIK GEEN ANDERE VOORWERPEN OM TE CONTROLEREN OF ER KOELVLOEISTOF AANWEZIG IS.
LET OP

BIJ HET BIJVULLEN MAG MEN HET «MAX» PEIL NIET OVERSCHRIJDEN, ANDERS ZAL DE VLOEISTOF TIJ-DENS DE WERKING VAN DE MOTOR UITSTROMEN.

IF THERE IS AN EXCESSIVE CONSUMPTION OF COOLANT OR THE RESERVOIR REMAINS EMPTY, CHECK THAT THERE ARE NO LEAKS IN THE CIRCUIT. FOR REPAIRS, TAKE YOUR VEHICLE TO AN OFFICIAL APRILIA DEALER.

WANNEER HET VERBRUIK VAN KOELVLOEISTOF EXCESSIEF IS, EN WANNEER HET EXPANSIEVAT LEEG BLIJFT, CONTROLEERT MEN OF ER GEEN LEKKEN ZIJN IN HET CIRCUIT. VOOR DE HERSTELLING, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIELE APRI- LIA DEALER.
Controle van het oliepeil van de remmen (05_14)
Met het verbruik van de wrijvingspastilles verminder het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slijtage te compenseren.
De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabijheid van de koppelingen van de remhendels.
Controleer regelmatig het peil van de remvloeestof in de tanks, en de slijtage van de pastilles.
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACHTERAAN, MET GESCHEIDEN HYDRAULISCHE CIRCUITS. DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT EEN
MATION REFERS TO ONE BRAKING CIRCUIT BUT IT APPLIES TO BOTH.
CAUTION

DO NOT USE YOUR VEHICLE IF A FLUID LEAK IN THE BRAKING CIRCUIT IS DETECTED.
ENKELE REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
LET OP

GEBRUK HET VOERTUIG NOOIT
WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT
VAN DE REMINSTALLATIE.
To check level:
Voor de contrôle van het peil handelt men als volgt:
- Plaats het voertuig op de centrale standard.
- Verwijder de plastic beschermingen van de richtingaanwijzers.
- Draai het stuur zodate de vloei-stof in de tank van de remvloei-stof parallel staat met de "MIN" referentie op het glasje «1».
- Controller of de vloeistof in det tank de "MIN"referentie op het glasje 1 overtreft.
MIN = minimum peil.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VAST EN VLAK TERREIN.
- Controller de slijtage van de rempastilles van de schijfremmen.
Wonneer de pastilles en/of de schijf nicht aan verranging toe zich:
Voor het bijvullen wenDT men zich tot een Officièle aprilia Dealer.
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VERMINDERT PROGRESSIEF MET DESLIJTAGE VAN DE PASTILLES.
LET OP

CONTROLEER DE REMEFFICIÊNTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIÊNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OM-DAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.

CAUTION

UNEXPECTED CLEARANCE VARIATIONS OR ELASTIC RESISTANCE IN THE BRAKE LEVER ARE DUE TO FAILURE IN THE HYDRAULIC CIRCUIT.
CONTACT AN aprilia Official Dealer IN CASE OF DOUBTS ON THE CORRECT OPERATION OF THE BRAKING SYSTEM AND WHEN THE ORDINARY CHECKS CAN NOT BE CARRIED OUT.
CAUTION

PAY SPECIAL ATTENTION TO THE BRAKE DISC AND THE FRICTION GASKETS AND CHECK THAT THEY ARE NOT OILY OR GREASY, SPECIALLY AFTER MAINTENANCE OPERATIONS OR CHECKS.
CHECK THAT THE BRAKE PIPE IS NOT TWISTED OR WORN.
DO NOT DISPOSE OF THE FLUID INTO THE ENVIRONMENT.
Controleer het elektrolytpeil en de sluiting van de klemmen, volgens de aanduidingen die men vindt in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
CAUTION
FIRE HAZARD. FUEL OR ANY OTHER FLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
THE BATTERY ELECTROLYTE IS TOXIC, CORROSIVE AND AS IT CONTAINS SULPHURIC ACID, IT CAN CAUSE BURNS WHEN IN CONTACT WITH THE SKIN. WEAR PROTECTION CLOTHES, A FACE MASK AND/OR SAFETY GOGGLES WHEN CARRYING OUT MAINTENANCE OPERATIONS. IF THE ELECTROLYTIC FLUID GETS INTO CONTACT WITH THE SKIN, WASH WITH ABUNDANT COOL WATER.
IF THE FLUID GETS INTO CONTACT WITH THE EYES, WASH WITH ABUNDANT WATER FOR FIFTEEN MINUTES AND CONSULT AN EYE SPECIALIST IMMEDIATELY.
- Controller of de ontstekingschakelaar zich in positie OFF befindt.
- Draai de bouten «8» los en verwijder ze.
Verwijder de voorste motorkap «9» langus onder.
Verwijder het blokje van de zekeringenhouser «1» van de sluiting «2». - Draai de bout «3» los en verwijder ze.
- Verwijder de sluiting «2».
Verwijder de accuhouderdoos «4» compleet met accu. -
Controller of de terminals «5» van de kabels en de klemmen «6» van de accu als volgt zich:
-
in goede condities (en nicht verroest of bedekt met afzettingen);
- of ze bedekt zichn met neutraal vet of vaseline.



Indien nodig voert men het volgende UIT:
Maak eerste de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel los (+).
- Gebruik een metalen borstel om alle corrosie te verwijderen.
Maak erst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel wee vast (-). Bedek de ter-. minals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.



Inwerkingstelling van een neue accu (05_19, 05_20, 05_21)
Verwijder de accuhonderdoos:
- Controller of de ontstekingschakelaar zich in positie OFF befindt.
- Draai de boutek «8» los en verwijder ze.
Verwijder de voorste motorkap «9» langus awhile. - Verwijder het blokje van de zekeringenhouser «1» van de sluiting «2».
- Draai debout «3» los en verwijder ze.
- Verwijder de sluiting «2».
Verwijder de accuhouderdoos «4» compleet met accu.
Indienstneming van een neue accu
- Plaats de accu op+zijnplaats.
Verbindt het ontluchtingsbuisje «7» van de accu. - Verbindt erst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-).
Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseli-ne.
Herplaats de accuholderdoos.
DOES NOT CORRODE THE ELECTRICAL SYSTEM, PAINTED PARTS, RUBBER COMPONENTS OR GASKETS.
LET OP

VERBINDT STEEDS DE ONTLUCHTING VAN DE ACCU, OM TE VERMIJDEN DAT DE ZWAVELZUURDAMPEN DIE UIT DE ONTLUCHTING KOMEN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE, DE GELAKTE DELEN, DE RUBBEREND DETAILS OF DE PAKKINGEN KUNNEN AANTASTEN.

Controle van het elektrolytpeil (05_22, 05_23, 05_24, 05_25)
- Controller of de ontstekingschakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
- Plaats het voertuig op de centrale standard.
- Draai de bouten «8» los en verwijder ze.
- Verwijder de voorste motorkap «9» langus onder.
LET OP

WEES VOORZICTIG BIJ HET GEBRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIE T.



NOTE

UPON REFITTING, INSERT
THE FITTING TABS CORRECTLY IN THEIR SLOTS.
HANTEER VOORZICTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZENIET.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Verwijder het blokje van de zekeringenhouser «1» van de sluiting «2».
- Draai de bout «3» los en verwijder ze.
- Verwijder de sluiting «2».
Verwijder de accuholderdoos «4» compleet met accu.
Controller of het vloeistofpeil zich tussen de twee strepen "MIN" en "MAX" bevindt, die op de zijkant van de accu gedrukt zijn.
Anders handelt men als volgt:
Herstel het vloeistofpeil door gedestilleerd water toe te voegen.
N.B.
VOOR HET BIJVULLEN VAN DE ELEKTROLYTVLOEISTOF, GEBRUIKT MEN ENKEL GEDESTILLEERD WATER. OVERSCHRIJDT NOOIT DE "MAX" REFERENTIE, OMDAT HET PEIL TIJ-DENS HET LADEN VERHOOGT.

Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan vijftienragen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden.
Verwijdering van de accu:
- Verwijder de accuhouderdoos.
Maak eerst de negatieve kabel (-) los en daarna de positieve kabel (+).
Verwijder het ontluchtingsbuisje van de accu «7». - Verwijder de accu «8»uit+zijnplaats, enplaats ze op eenvlakke ondergrond, in een koele endroge ruimte.
Herplaats de accuhouderdoos.


CAUTION

ONCE REMOVED THE BATTERY MUST BE PUT AWAY IN A SAFE PLACE AND OUT OF THE REACH OF CHILDREN.
Battery recharge:
Het opladen van de accu:
- Verwijder de dappen van de elementen.
- Controller het elektrolytpeil van de accu.
- Verbindt de accu aan een accu-lader.
Er worden een lading aangeraden met een elektrische stroomsterkte van 1/10 van de capacitieit van de accu zich. - Wanner de lading voltooid is, hercontroleert men het elektrolyteil en vult men eventueel bij met gedestilleerd water.
- Verwijder de dappen van de elementen.
Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
Wonneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.
CAUTION

REFIT THE BATTERY ONLY 5-10 MINUTES AFTER DISCONNECTING THE CHARGER AS THE BATTERY KEeps PRODUCING GASES FOR A SHORT TIME.
LET OP

HERMONTEER DE ACCU ENKEL NA 5-10 MINUTEN NA HET UITSCHAKELEN VAN DE LAADAPPARATUUR, OMDAT DE ACCU GAS BLIJFT PRODUCEREN VOOR EEN KORTE PERIODE.
Fuses (05_29, 05_30, 05_31)
FUSE REPLACEMENT
Wonneer men het Niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het Niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controeren. Controller erest de zekeringen van 7,5 en 15 A, enervoigens de zekering van 20 A.
LET OP

HERSTEL GEEN DEFECTE ZEKERINGEN. GEBRUIK NOOIT ANDERE ZEKERINGEN DAN GESPECIFICEERD. MEN ZOU SCHADE KUNNEN VEROORZAKEN AAN HET ELEKTRISCH SYSTEEM, OF ZELFS BRAND IN GEVAL VAN KORSTSLUITING.
CAUTION

A FUSE THAT BLOWS FREQUENTLY MAY INDICATE A SHORT CIRCUIT OR OVERLOAD. IF THIS OCCURS, CONTACT AN Official aprilia Dealer.
LET OP

WANNEER EEN ZEKERING FREQUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER WAARSCHIJNLIJK EEN KORTSLUI TING OF EEN OVERBELASTING. IN DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN Officièle aprilia Dealer.

- Rest the scooter on its centre stand.
- Unscrew and remove the two fixing screws «3».
-
Remove the front case «4» by sliding it downwards.
-
Plaats het voertuig op de centrale standard.
- Draai de twee bouten «3» los en verwijder ze.
Verwijder de voorste motorkap «4» langs onder.
CAUTION

- Verwijder de zekeringen een voor een, en controllerer of de draad
《1》 - onderbroken is. Vooraleer men de zekering verrangt, Zoekt men indien möglichk de oorzaak die het probleem heeft veroorzaakt.
- Vervang de zekering indien beschadigd, met een andere met hetzelfde amperegehalte.
Herplaats de motorkap.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.
FUSE DISTRIBUTION
7.5A fuse (2)
Zekering van 7,5A (2)
Van de ontstekingsschakelaar
aar de ontsteking.
| 15A fuse (5) | From the ignition switch to all light loads and horn. | Zekering van 15A (5) | Van de ontstekingsschakelaarঀal aan alle ladingen van het Licht en de akoestische melder. |
| 20A fuse (6) | From the battery to ignition switch, voltage regulator, electrical fan. | Zekering van 20A (6) | Vanaf de accuঀaal de ontstekingsschakelaar,.de |

Lamps
CAUTION

FIRE HAZARD. FUEL OR ANY OTHER FLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
Lampen
LET OP

BRANDGEVAAR. HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONTVLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.

| Lamp van het dimlicht / grootlicht | 12V - 55/60W |
| Lamp van het positielicht | 12V - 3W |
| Lamp van het Licht van de richtingaanwijzers | 12V - 10W |
| Lamp van het achechterste positielicht/stoplicht | 12V - 5/21W |
| Lamp van het nummerplaatlicht | 12V - 5W |
| Lamp van de verlichting van het dashboard | 12V - 1,2W |
| Controllamp van de richtingaanwijzers | 12V - 2W |
| Controllamp van de oliedruk van de motor | 12V - 2W |
| Controllamp van het dimlicht | 12V - 2W |
| Controllamp van het grootlicht | 12V - 2W |
| Controllamp van de brandstofreserve | 12V - 2W |

Op het achechterlicht vindt men:
- één lampje van het dimlicht/grootlicht «1»;
- één lampje van het positielicht «2».
Voor de verwanging:
- Draai debout «3» los en verwijder ze.
- Draai de bouten «4» los en verwijder ze.
- Verwijder de omlijsting «5».
- Verwijder de parabool «6»
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE MOGEN DE POSITIES VAN DE BOUTEN «3» EN «4» NIET OMGEKEERD WORDEN.
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE INSTALLLEERT MEN CORRECT DE PARABOOLO «6», DOOR DE PLAATSINGSZITTED TE DOEN OVEREENKOMEN.

HIGH-/LOW-BEAM LIGHT BULB (HALOGEN)
Grijp de elektrische connector van het lampje «7» vast, trek er aan en maak het lampje «1» los.
- Draai de lamphouder «8» in te-genwijzerszin en verwijder hem van de paraboolzit.
- Verwijder het lampje «1».
Bij de hermontage:
- Plaats de lamphouder «8» in de paraboolzit en draai hem in wijzerszin.
Verbindt de elektrische connector van het lampje «7».
LET OP
OM DE ELEKTRISCHE CONNECTOR VAN HET LAMPJE TE VERWIJDEREN, MAG MEN NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS TREKKEN.
N.B.
PLAATS HET LAMPJE 1 IN DE PARABOOLZIT,DOOR DE TWEE KLEMVERBINDINGEN 9 OP HET LAMPJE TE DOEN OVEREENKOMEN MET DE RESPECTIEVELIJKE GELEIDERS 10 OP DE PARABOOLZIT.

TAIL LIGHT BULB
Grijp de lamphouder «11» vast, trek er aan en verwijder het uit de zit.
- Verwijder het positielampje «2» en verrang het met een ander van hetzelfde type.
LET OP

TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.

Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is. Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controllerer of de lichtbundel die op de wand worden geprojecteerd zich iets onder de horizontally lijn van de koplamp bevindt (ondeveer 9/10 van de totale hoogte). Voor het regelen van de lichtbundel:
Verwijder het kapje.
Handel met een schroeven-draaier op de speciale bout «1».

Door haar VAST TE DRAAIEN (in wijzerszin) worden de lichtbundel verhoogd.
Door haar LOS TE DRAAIEN (in gegenwijzerszin) worden de lichtbundel verlaagd.

Voorste richtingaanwijzers (05_37)
Voor de vervanging:
- Draai debout «1» los en verwijder ze.
- Verwijder het scherm «2».
- Druk gematigd op het lampje «3» en draai het in gegenwijzers-zin.
- Verwijder het lampje uit de zit.
N.B.
DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT EEN RICHINGAANWIJZER, MAAR IS GELDIG VOOR ALLE RICHINGAANWIJZERS.
LET OP
WEES VOORZICTIG BIJ HET GEBRUK. BESCHADIG HET LIPJE EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBIN-DINGSZITTEN NIET.
NOTE
IF THE BULB HOLDER «4» IS STICKS OUT ITS FITTING, INSERT IT AGAIN CORRECTLY BY MATCHING THE BULB HOLDER RADIAL OPENING WITH THE SCREW SEAT.
NOTE
- Installer op correcte wijze een新产品 lampje van hetzelfde type.
Bij de hermontage:
N.B.
BIJ DE HERASSEMBLAGE PLAATST MEN HET SCHERM «2» CORRECT IN ZIJN ZIT.
N.B.
SLUIT VOORZICHING EN GEMATIGD DE BOUT «1», ZODAT HET SCHERM «2» NIET WORDT BEsCHADIGD.

Op het achechterlicht vindt men:
- één lampje van het positielicht/stoplicht «1»;
- één lampje van het nummerplaatlicht «2».
Voor de vervanging:
- Draai de bouten «3» los en verwijder ze.
- Verwijder het scherm «4».
- Druk gematigd op het lampje «1» en draai het in tegenwijzers-zin.
- Verwijder het lampje uit de zit.
- Instaleer correct een lampje van hetzelfde type.
N.B.
PLAATS HET LAMPJE IN DE LAMPENHOUDER,DOOR DE TWEE GELEIDERPINNETJES TE DOEN OVEREENKOMEN MET DE RESPECTIEVELIJKE GELEIDERS OP DE LAMPENHOUDER.
Number plate light
Verwijder de lamp «2» en verrang ze met een andere van hetzelfde type.
N.B.
BIJ DE HERASSEMBLAGE PLAATST MEN HET SCHERM CORRECT IN ZIJN ZIT.
LET OP
SLUIT VOORZICHTING EN GEMATIGD DE BOUTEN «3», ZODAT HET SCHERM NIET WORDT BESCHADIGD.

Regeling van het minimum toerental (05_39, 05_40, 05_41, 05_42)
Voer de regeling van het minimum toeterentaluit,elkekeerdit onregelmatig blijkt.
Voor het uitvoeren van deze handeling handelt men als volgt:
- Rij enkele kilometers tot de temperatuur van de normale werk-ing worden bereikt.
- Plaats het voertuig op de centrale standard.
- Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.
Verwijder het centrale inspectiedeksel «2».


Hef het zadel op.
- Draai de bouten «3» los en verwijder ze.
- Verwijder gematigd het achechterste deel van de centrale bekleding «4».
Verwijder de centrale bekledging «4» langs voor.
LET OP

WEES VOORZICTIG BIJ HET GEBRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIE.
HANTEER VOORZICTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZENIET.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.

- Verbindt een elektronische toerenteller aan de kabel van de bougie.
Leg de motor stil.
Het minimum rotatieregime van de motor moet ongeveer 1600± 100 toeren/min zich, in dit geval wordt het achechterwiel Niet in rotatie gebracht door de motor.
Indien nodig voert men het volgende UIT:
- Door te handelen langs links achteraan van het voertuig, handelt men op de registerbout «5», die zich op de rechter kant van de brandstofank bevindt.
Door ze VAST TE DRAAIEN (in wijzers-zin) worden het toerental verhoogd.
Door ze LOS TE DRAAIEN (in tegenwijzerszin) worden het toerental verlaagd.
- Door te handelen op het gashandvat, versnelt en vertraagt men enkele keren om de correcte werkking te controleren en of het minimum toerental stabel blijft.
N.B.
HANDEL NIET OP DE REGELBOUT
VAN DE LUCHT, OM WIJZIGENGEN
VAN DE IJKING VAN DE CARBURATIE
TE VERMIJDEN. INDIEN NODIG
WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIEL
LE APRILIA DEALER.


Schijfrem vooraan en achteraan (05_43, 05_44, 05_45)
CONTROLE VAN DE SLIJTAGE VAN DE PASTILLES
Controleer de slijtage van de rempastilles volgens de aanduidingen in de tabel van het geprogrammeerd onderhoud. De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.
Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
- Plaats het voertuig op de centrale standard.
Voer een visieve contrôle uittussen de remschijf en de pastilles.
Gebruik een lamp en een spiegelte voor de contrôle:
TANG VAN DE VOORREM
- Langs onder vooraan voor de linker pastille (A);
- Langs boven voor aan voor de rechtter pastille (B).
TANG VAN DE ACHTERREM
- Langs boven zichteraan voor beiden pastilles (C).
CAUTION

CHECK BRAKE PADS FOR WEAR MAINLY BEFORE EACH RIDE.
N.B.
DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT EEN REMINSTALLATIE,MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
LET OP

CONTROLER DE SLIJTAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VOOR ELKE REIS.

Wonneer de dikte van het wrijvingsmaterial (ook van slechts een pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm (of wonneer slechts een van de slijtage-indicators Niet meer zichtaar is), moeten beiden pastilles verrangen worden.
- Voorste pastilles «1»;
- Achterste pastilles «2».
N.B.
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIALIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GEVOLG LAWAAI VAN METAAL EN DETANG DIE VONKEN MAAKT; DEDOELTREFPENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.
CAUTION
TAKE YOUR SCOOTER TO AN Official aprilia Dealer TO HAVE DISCS REPLACED.
LET OP
VOOR DE VERVANGING MOET MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer WENDEN.
Periods of inactivity (05_46, 05_47)
Stilstand van het voertuig (05_46, 05_47)
Men要去 enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het Niet gebruiken van het voertuig gegen te gaan. Bovendien要去 men de herstellingen en de algemene controle vór het opbergenuitvoeren, anders kan men vergeten om ditervoigens uit te voeren.
Handel als volgt:
- Ledig volledig de brandstoftank en de carburator.
- Verwijder de bougie.
- Giet in de cilinder een lepeltje (5 - 10 cm³) olie voor motoren.
N.B.

PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CILLINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOUGIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.


- Plaats de ontstekingsschake-laar op "ON" enrijk voor enke-le seconden op de startknop van de motor, om de olie uniform op de oppervlakken van de cilinder te verdelen.
- Verwijder het beschemend doek.
- Hermonteer de bougie.
- Verwijder de accu.
Was en droog het voertuig. - Breng was aan op de gelakte oppervlakken.
- Blaas de banden op.
- Plaats het voertuig zodanig dat beiden banden van de grond zijn, door een speciale steun te gebruiken.
- Plaats het voertuig in een nicht verwarmde en Niet vochtige ruimte, beschermd gegen zonneutralen, en waar de temperatuursveranderingen minimaal়n.
- Plaats een plastic zakje over de uitlaat en maak het vast, om te vermijden dat er vochtigkeit in komt.
Bedek het voertuig, maar vermijdt het gebruik van plastic of waterdicht materiaal.
NA HET OPBERGEN
- Verwijder de bedekking, en rei-nig het voertuig.
- Controller de staat van de la- ding van de accu, en installeer ze.
Tank brandstof in de brandstof-tank.
Voer de Voorafgaande controlesuit.
LET OP

VOER VOOR ENKELE KILOMETERS EEN TESTRIT UIT AAN EEN GEMATIGDE SNELHEID, IN EEN VERKEERSVRIJE ZONE.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanner het worden gezruikt in de volgende zones of conditions:
- Atmosferische verruiling (stad en industrielle zones).
Zoutgehalte en vochtigkeit uit de atmoseffer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat). - Speciale milieu/seizoensconditions (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
Vermijdt vooral dat er op de carrosserie afzettingen overblijven van industrielle en verruilende stoffen, teervlekken, dode insecten,uitwerpselen van vogels,enz.
- Parkeer Niet onder bomen; In sommige seizoenen kan er UIT de bomen hors, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.
LET OP

NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOELTREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSOPPERVLAKKEN VAN DE REMINSTALLatie. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REMCONDITIONS TE HERSTellen. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLS UIT.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken,要去en een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat makeen, de modder en het vuil verwijdersen met een zachte spons voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2÷ 4%) delen shampoo in water). Spoel verrolgens overvoedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een

TO CLEAN THE HEADLIGHTS USE A SPONGE SOAKED IN WATER AND MILD DETERGENT, RUBBING THE SURFACE GENTLY AND RINSING FREQUENLY WITH PLENTY OF WATER. REMEMBER TO CLEAN THE VEHICLE CAREFULLY BEFORE APPLYING SILICON WAX POLISH. DO NOT POLISH MATT-PAINTED SURFACES WITH POLISHING PASTE. THE VEHICLE SHOULD NEVER BE WASHED IN DIRECT SUNLIGHT, ESPECIALLY DURING SUMMER, OR WITH THE BODYWORK STILL HOT AS THE CAR SHAMPOO CAN DAMAGE THE PAINTWORK IF IT DRIES BEFORE BEING RINSED OFF.

DO NOT USE LIQUIDS AT TEMPERATURES OVER 40^ WHEN CLEANING PLASTIC PARTS OF THE SCOOTER. DO NOT AIM HIGH PRESSURE AIR/WATER JETS OR STEAM JETS AT THE FOLLOWING PARTS: WHEEL HUBS, CONTROLS ON THE RIGHT AND LEFT SIDES OF THE HANDLE-BAR, BEARINGS, BRAKE PUMPS, INSTRUMENTS AND GAUGES, MUFFLER EXHAUST, GLOVE-BOX/TOOL KIT, IGNITION SWITCH /STEERING LOCK, RADIATOR FINS, FUEL TANK
ontvettend reinigingsmiddel, kwasten end doeken.

VOOR DE REINIGING VAN DE LICH- TEN GEBRUIKT MEN EEN SPONS DIE WERD ONDERGEDOMPELD IN WATER EN EEN NEUTRAAL REINIGINGSMIDDEL, WRIJFT MEN ZACHTJES OP DE OPPERVLAKKEN EN SPOELT MEN FREQUENT MET VEEL WATER. MEN HERINNERT DAT HET OPPOETSEN MET SILICONENWAS UITGEVOERD MOET WORDEN NADAT MEN HET VOERTUIG ZORGVULDIG HEEFT GEWASSEN. POETS MATTE LAKKEN NIET OP MET SCHURENDPE PASTA'S. HET WASSEN MAG NOOIT WORDEN UITGEVOERD IN DE ZON, VOORAL NIET IN DE ZOMER WANNEER DE CARROSSERIE NOG WARM IS, OMDAT DE SHAMPOO DIE VOOR HET SPOELEN OPDROOGT DE LAK KAN BESCHADIGEN.

GEBRUK GEEN VLOEISTOFFEN MET EEN TEMPERATUUR VAN MEER DAN 40^ VOOR HET REINIGEN VAN DE PLASTIC DELEN VAN HET VOERTUIG. RICT DE WATERSTRALEN OF PERSLUCHT OF DAMP NIET OP DE VOLGENDE DELEN: DE NAVEN VAN DE WIELEN, DE COMMANDO'S OP DE
CAP, HEADLAMPS AND ELECTRICAL CONNECTIONS.
DO NOT USE ALCOHOL, PETROL OR SOLVENT TO CLEAN RUBBER OR PLASTIC PARTS AND THE SADDLE; USE ONLY WATER AND NEUTRAL SOAP INSTEAD.
CAUTION
Vervoer (05_48, 05_49, 05_50, 05_51)
- Plaats het voertuig op de centrale standard.
Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt. - Neem een recipient met een hogere capaciteit dan de brandstof die aanwezig is in de tank, en
plaats het op de grond aan de linker kanst van het voertuig.
- Verwijder de dop van de brandstoftank.
Voor het ledigen van de brandstofuit de tank,gebruikt men een manuele pomp of een soortgelijk system.
LET OP
VOORALEER MEN HET VOERTUIG VEROERT, MOET MEN ZORGVUL-DIG DE BRANDSTOFTANK EN DE CARBURATOR LEDIGEN, EN CONTROLLEERT MEN OF DEZE GOED DROOG ZIJN.
TIJDENS DE VERPLAATSING MOET HET VOERTUIG VERTICAAL BLIJVEN EN GOED WORDEN VERANKERD, ZODAT HET VERLIES VAN BRANDSTOF, OLIE EN KOELVLOEISTOF WORDT VERMEDEN.
IN GEVAL VAN EEN DEFECT MAG MEN HET VOERTUIG NIET SLEPEN, MAAR MOET MEN EEN HULPDIENST CONTACTEREN.
LET OP

BRANDGEVAAR.
Wacht Tot DE MOTOR EN DE UITLAAT VOLLEDIG AFGKEOELD ZIJN.
ARE HAS ADEQUATE AIR VENTILATION.
DO NOT INHALE FUEL VAPOURS.
DO NOT SMOKE OR USE NAKED FLAMES.
DO NOT DISPOSE OF FUEL INTO THE ENVIRONMENT.
CAUTION
AFTER EMPTYING THE TANK, REFIT THE FUEL TANK CAP ADEQUATELY.
DE BRANDSTOFDAMPEN ZIJN SCHADELJIK VOOR DE GEZONDHEID.
CONTROLER EERST OF HET LO-KAAL WAAR MEN HANDELT GOED VERLUCHT IS.
ADEM DE BRANDSTOFDAMPEN NIET IN.
ROOK NIET EN GEBRUK GEEN VRIJE VLAMMEN.
LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
LET OP
NA HET LEDIGEN VAN DE TANK, HERPLAATST MEN CORRECT DE DOP VAN DE TANK.
Voor het volledig ledigen van de carburator, handelt men als volgt:
- Rest the scooter on its centre stand.
- Unscrew and remove the two fixing screws «1».
-
Remove the central inspection cover «2».
-
Plaats het voertuig op de centrale standard.
-
Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.
Verwijder het centrale inspectiedeksel «2». -
Lift the saddle.
- Unscrew and remove the screws «3».
Hef het zadel op.
- Draai de bouten «3» los en verwijder ze.
- Verwijder gematigd het achechterste deel van de centrale bekleding «4».
Verwijder de centrale bekledging «4» langs voor.
LET OP

WEES VOORZICTIG BIJ HET GEBRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIE.
HANTEER VOORZICTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZENIET.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.



- Plaats het vrije uiteinde van de buis «6» in eenrecipient.
- Door te handelen vanaf de voorkant links, opent men de afvoer van de carburator, door de drainagebout «5» te losesten die zich onder het kuije bevindt.
Wanneer alle brandstof UIT de carburator is verwijderd, handelt men als volgt:
- Draai de drainagebout «5» volledig vast.

DRAAI DE DRAINAGEBOUT «5» ZORGVULDIG VAST OM BRANDSTOFLEKKEN UIT DE CARBURATOR TIJDENS HET TANKEN TE VERMIJDEN.
INDIEN NODIG WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIELE APRILIA DEALER.

SCARABEO 125 STREET SCARABEO 200 STREET

Chap. 04 Technical data
| 210 kg (VERSIE 200) | |
| Accu | 12V - 12 Ah |
| Zekeringen | 20- 15- 7,5 A |
| Generator (met permanente magneet) | 12 V - 180 W (VERSIE 125) 12 V - 235 W (VERSIE 200) |
| Type van frame | monoligger vooraan met dubbele overlappende motorsteun achteraan, in stalen buizen met hoge extrusielimiet |
| Hellingshoek van de stuurinrichting | 28° |
| Voorloop | 90 mm |
| Voorste ophanging | Telescoopvork met hydraulische werking |
| Verplaatsing van de voorste ophanging | 110 mm |
| Achterste ophanging | hydraulische schokdempoer met dubbele effect, met regeling van de voorbelasting |
| Verplaatsing van dechterste ophanging | 105 mm |
| Voorrem | met schijf - Ø 260 mm - met hydraulische transmissie |
| Achterrem | met schijf - Ø 240 mm - met hydraulische transmissie |
| Wielvelgen | lichte legering |
| Rear tyre | 130 / 80 - 16" 64 P |
| Front tyre standard inflation pressure | 190 kPa (1.9 bar) |
| Rear tyre standard inflation pressure | 190 kPa (1.9 bar) |
| Front tyre standard inflation pressure with passenger | 200 kPa (2.0 bar) |
| Rear tyre standard inflation pressure with passenger | 220 kPa (2.2 bar) |
| Velg van het voorwiel | 2,50 x 16" |
| Velg van hetijkenwiel | 3,00 x 16" |
| Type van banden | zonder binnenband (tubeless) |
| Voorband | 110 / 80 - 16" 55 P |
| Achterste band | 130 / 80 - 16" 64 P |
| Standaardspanning van de Voorband | 190 KPa (1,9 bar) |
| Standaardspanning van de hinterband | 190 KPa (1,9 bar) |
| Spanning van de voorband met passagier | 200 KPa (2,0 bar) |
| Spanning van deijkenband met passagier | 220 KPa (2,2 bar) |
ENGINE TECHNICAL DATA
| Model van de motor | M287M (VERSIE 125) |
| M28BM (VERSIE 200) | |
| Type van motor | Monocilindrisch 4-takt met 4 kleppen, geforceerde smering met vochtige carter, as met nokken in de kop. |
| Aantal cilinders | 1 |
| Compressieve cilinderinhoud | 124 cm3 (VERSIE 125) |
| 198 cm3 (VERSIE 200) |
| Bore/stroke | 57 mm / 48.6 mm (125 VERSION) | Cylinderdiameterboring/loop | 57 mm / 48,6 mm (VERSIE 125) |
| 72 mm / 48.6 mm (200 VERSION) | 72 mm / 48,6 mm (VERSIE 200) | ||
| Compression ratio | 12 ± 0.5 : 1 (125 VERSION) | Compressieverhouding | 12 ± 0,5 : 1 (VERSIE 125) |
| 11.5 ± 0.5 : 1 (200 VERSION) | 11,5 ± 0,5 : 1 (VERSIE 200) | ||
| Start-up | electric | Start | Elektrisch |
| Engine revs at idle speed | 1600 ± 100 rpm | Toerental van de motor bij het minimumregime | 1600 ± 100 toeren/min |
| Clutch | automatic centrifugal dry clutch | Koppeling | automatische, droge centrifugekoppeling |
| Transmission | automatic | ||
| Cooling | forced-circulation air cooling driven by a centrifugal pump | Versnellingsbak | automatisch |
| Valve clearance | Intake 0.10 Discharge 0.15 | Koeling | met geforceerde vloeistofcirculatie, door een centrifugopomp |
| Variator | continuous, automatic | ||
| Main transmission | V-belt | Kleppenspeling | Aanzuiging 0,10 Uitlaat 0,15 |
| Secondary transmission | Gear reduction unit | Variator | continu en automatisch |
| Engine/wheel total ratio | - minimum 36.5 | Primaire transmissie | Met trapeziumvormige riem |
| - maximum 10.95 | Secundaire transmissie | Met raderwerk | |
| Carburettor model | CVK 30 Keihin | Totale verhouding motor/wiel | - minimum 36,5 |
| - maximum 10,95 | |||
| Type of supply | vacuum pump | Model van carburator | CVK 30 Keihin |
| Fuel | premium leaded petrol (4 Stars UK) or unleaded petrol, with a minimum octane rating of 95 (NORM) and 85 (NOMM) | Benzinetype | onderdrukpomp |
| Brandstof | superbenzine met lood (4 Stars UK) of zonder lood, met een |
| minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). | |
| Type van ontsteking | Met capacitieve uitlauf met variabile voorontsteking |
| Voorontsteking | Variabile ontsteking, beheerd door de centrale. 5° minimum - 24° > 4000 toeren/min |
| Bougie | NGK CR8EB - en als alternatif: NGK CR7EB - NGK CR9EB - CHAMPION RG6YC - CHAMPION RG4HC |
| Afstand van de elektroden van de bougie | 0,7 - 0,8 mm |
| Lamp van het dimlicht / grootlicht | 12V - 55/60W |
| Lamp van het positielicht | 12V - 3W |
| Lamp van het Licht van de richtingaanwijzers | 12V - 10W |
| Lamp van het achechterste positielicht/stoplicht | 12V - 5/21W |
| Lamp van het nummerplaatlicht | 12V - 5W |
| Lamp van de verlichting van het dashboard | 12V - 1,2W |
| Controllamp van de richtingaanwijzers | 12V - 2W |
| Controlelamp van de oliedruk van de motor | 12V - 2W |
| Controlelamp van het dimlicht | 12V - 2W |
| Controlelamp van het grootlicht | 12V - 2W |
| Controlelamp van de brandstofreserve | 12V - 2W |

Bijgeleverde gereedschappen (06_01)
De gereedschapskit «6» is bevestigd in de speciale plaats onder het zadel.
- Hef het zadel op.
De bijgevoegde gereedschappen zijn:
- gereedschapstas;
- dubbele schroevendraier;
- buissleutel van 16 mm;
korte kruisschroevendraier;
sectorsleutel voor schokdempers; - inbussleutel van 3 mm.
SCARABEO 125 STREET SCARABEO 200 STREET

Hst. 05 Onderdelen en accessoires
SCARABEO 125 STREET SCARABEO 200 STREET

Chap. 06 Programmed maintenance
Hst. 06 Gepland nderhoud
Scheduled maintenance table
CAUTION

FIRE HAZARD.
FUEL OR ANY OTHER INFLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
BEFORE ANY MAINTENANCE OPERATION OR INSPECTION ON THE VEHICLE, SHUT OFF THE ENGINE AND REMOVE THE KEY. WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM ARE COLD. WHENEVER POSSIBLE, LIFT THE VEHICLE WITH A SPECIFIC EQUIPMENT ON A FIRM AND LEVEL GROUND.
BEFORE ANY OPERATION, MAKE SURE THAT THE ROOM WHERE YOU ARE HAS ADEQUATE AIR VENTILATION.
TO AVOID BURNS BE SPECIALLY CAREFUL WITH HOT ENGINE AND EXHAUST SYSTEM PARTS.
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud
LET OP

BRANDGEVAAR.
HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONTVLAMBARE STOFFEN VER WEG VANELEKTRISCHE ONDERDELEN.
VOORALEER MEN EENDER WELKE ONDERHOUDSHANDELING OF INSPECTIE UITVOERT OP HET VOERTUIG, LEGT MEN DE MOTOR STIL EN VERWIJDERT MEN DE SLEUTEL. Wacht TOT DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN, EN HEF INDIEN MOGELIJK HET VOERTUIG OP MET DE SPECIALE APPARATUUR OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
CONTROLEER EERST OF HET LOKAAL WAAR MEN HANDELT GOED VERLUCHT IS.
SCHENK VOORAL AANDACHT AAN DE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLLATIE DIE NOG WARM ZIJN, OM BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
HOU NOOIT MECHANISCHE OF ANDERE DELEN VAN HET VOERTUIG IN DE MOND: GEEN ENKEL ONDERDEEL IS EETBAAR, ENKELE DELEN
NOTE
Normaalgezien konnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gefallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en要去 technisch voorbereid zich.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, Wendt men zich tot een Officièle aprilia Dealer, die een zorgvuldige enbekommerde service garandeert.
Men raadt aan om aan de Officièle aprilia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstellung, of om aleszins persoonlijk de Voorbereidende Controlesuit te voeren na een onderhoudshandeling.
| Accu en klemmen - Controleren |
| Carburator - Minimumregime - Regelen |
| Werking van het gashandvat - Controleren |
| Werking van de blokkering van de remmen - Controleren |
| Koelvloeistof - Controleren |
| Motorolie - Vervangen |
| Olie van de transmissie - Vervangen |
| Slijtage van de rempastilles - Controleren |
| Remvloeistof - Controleren |
| Veiligheidsblokkeringen - controle |
| Stuurinrichting - controle |
EVERY MONTH
Tyres - Inflation pressure - Check
ELKE MAAND
Banden - Spanning - Controlleren
EVERY 2000 KM (1242 MILES)
Slijtage van de rempastilles - Controlleren
EVERY 3000 KM (1864 MILES)
Engine oil - Check
OGNI 3000 KM (1864 MI)
Motorolie - Controlleren
EVERY 6000 KM (3728 MILES) OR 8 MONTHS
| Accu en klemmen - Controleren |
| Bougie - Controleren |
| Motorolie - Vervangen |
| Olie van de transmissie - Controleren |
| Luchtfilter - Reinigen |
| Riem van de variator - Controleren |
| Olieffilter van de motor - Vervangen |
| Kleppenspeling - Controleren |
| Remvloeiestof - Controleren |
| Koelvloeiestof - Controleren |
| Variatorrollen en plastic geleiders van de variator - Controleren |
| Wienen - Banden - Controleren |
| Slijtage van de rempastilles - Controleren |
EVERY 12000 KM (7456 MILES) OR 16 MONTHS
| Bougie Vervangen |
| Riem van de variator - Vervangen |
| Variatorrollen en plastic geleiders van de variator - Vervangen |
| Werking van het gashandvat - Controleren |
| Werking van de blokkering van de remmen - Controleren |
| Vet van de variator - Vervangen |
| Richting van de lichten - werking - Controleren |
| Kussentjes van de stuurinrichtingskop - Controleren |
| Stuurinrichting - controle |
| Stuurinrichting - registratie |
| Veiligheidsblokkeringen - controle |
| Ophangingen - Controle |
| Carburator - Minimumregime - Regelen |
EVERY 24000 KM (14913 MILES)
| Olie van de transmissie - Vervangen |
| Variatorrollen en plastic geleiders van de variator - Vervangen |
| Kleppenspeling - Controle |
EVERY 2 YEARS
Remvloeiestof-Vervangen
Koelvloeistof - Vervangen
Filter van de inlaat van de secundaire lucht - Reinigen
RECOMMENDED PRODUCTS TABLE
| Product | Beschrijving | Kenmerken |
| AGIP CITY HI TEC 4T | Motorolie | SAE 5W/40, API SL, ACEA A3, JASO MA |
| AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 | Olie voor de versnellingsbak | API GL4, GL5 |
| AGIP FORK 7.5W | Olie van de vork | - |
| AGIP GREASE SM2 | Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes en andere te smeren punten | NLGI 2 |
| AGIP BRAKE 4 | Remvloeistof | FMVSS DOT4+ |
| AGIP PERMANENT SPEZIAL | Koelvloeistof | Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruisklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming gegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. |
SCARABEO 125 STREET SCARABEO 200 STREET

Hst. 07 Speciale uitrustingen
TABLE OF CONTENTS
A
Accessories: 137
Air filter: 78, 79
B
Battery: 90, 95
Brake:86,115
C
Clock: 18
D
Disc brake: 115
E
Engine oil: 66, 68-70
Engine stop: 23
F
Fuses: 100
H
Headlight: 108
Horn: 22
1
Identification: 25
Instrument panel: 13
K
Key switch: 19
L
Light switch: 22
M
Het stilleggen van de motor:
50
0
Onderhoud: 65, 139, 140
Optische groep: 106, 111
Z
Zadel: 24, 27
Zekeringen: 100
B
Bagagedrager: 63
Banden: 71
BIJGELEVERDE
GEREEDSCHAPPEN: 135
BOUGIE:74
1
Identificatie: 25
K
Klok: 18
Koelvloeistof: 81
Koplamp: 108
R
Richtingaanwijzers:21,109
s
Schijfrem: 115
Schokdempers: 36
Sleutelschakelaar: 19
Standaard: 54
Start: 50
Stuorslot: 20
C
Claxon: 22
L
Lampen: 103
Luchtfilter: 78, 79
T
Dankzij de voortduende technischeactualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officièle Network van aprilia grondig dit voertuig, en beschikten ze over de nodige speciale ustrusting voor een correcte uitvoerung van de handelingen van het onderhouben de herstellung.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusivef gebruik van de Originele Reserveonderden van aprilia zich en essentielle factoren!
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officièle dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtsstreeks op de geografische kaart op once Officièle Website:
www.aprilia.com
Enkel wonneer men Orignexe Aprilia Reserveonderelden aanvragt, za den een product krijn dat reeds besteerd en getest erwd tijendes de ontwerpfase van het voertuig. De Orignexe Aprilia Reserveonderelden worden systematisch onderworpen aan kwaliteitstontroleprocedures om de volgede betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijingen en de illustraties in de uitgave waren nicht bindend; Aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentièle eigenschappen van het model dat hierin is beschrenven en geillustreerd, op elk moment wijdzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen van accessoiresaar gelang zij dit nodig ache om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciele aard, zonder verplichte te为自己 tijidig deze uitgave bij te werkden.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontrolererd worden via het officielle verkoopsnetwork van Aprilia.