SPORTCITY ONE 50 4T - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SPORTCITY ONE 50 4T APRILIA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SPORTCITY ONE 50 4T - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SPORTCITY ONE 50 4T van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING SPORTCITY ONE 50 4T APRILIA
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat riden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig: daarmaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidies ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelik zal wennen aan uw nieuw voertuig, waaru lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bi verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
SPORTCITY ONE 50 4T Ed. 01 2008
The instructions in this booklethave been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; italso describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop.
De instructies in deze handieiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelike leidraad te zin voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadtmen aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge- volg hebben.
Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur.
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden
opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig,
en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge- volg hebben.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb- ben namelik tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym- bool, zodat de bibehorende onderwerpen meteen duidelik kunnen worden gevonden in de verschillen- de delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf “VEILIG RIJ DEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar o0k van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJ DEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be- heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJ K Deze handleiding moet beschouwd worden als inte- grerend deel van het voertuig, en moet worden over- handigd bi de verkoop ervan.
VEHICLE 7 Arrangement of the main components. 10 Dashboard. 11 Analogue instrument panel. 13 Key switch... 15
Locking the steering whee 16 Switch direction indicators. 17 Horn button 18 Light switch 18 Start-up button. 19 The saddle
VOERTUING 7 Plaats van de hoofdcomponenten.. 10 Legenda…. ….
Analog instrumentenpaneel. Sleutelschakelaar.…
Inschakeling van het stuurslot Schakelaar richtingaanwizers. Drukknop claxon... Koplampschakelaar. Startknop. Het zadel Identiicatie. Penen van de koffer voor.
Engine oil level check. 59 Engine oil top-up.… 60 Engine oil change... 61
Controles Tanken. Regeling van de schokdemper: Inrijden…….
Starten des motors Moeilike start. Het stilleggen van de motor. Katalysator.. Standaard Tips tegen diefstal
Peil van de motorolie... Controle van het peil van de motorolie. Het bijvullen van motorolie… Vervanging van de motorolie……
Hub oil leve 61 Tyres Spark plug dismantlement Removing the air filte Ai filter cleaning... Checking the brake oil level
Oliepeil van de naaf. Banden… Demonteren van de bougie... Demonteren van het luchtflter. Reiniging van de luchtflter. Controle van het oliepeil van de remmen... Het bijvullen van vioeistof in de reminstallatie ACC. … Controle van het elektrolytpeil. Lange stilstand.. Zekeringen… Voorste optische groep. Regeling van de koplamp. Voorste richtingaanwijzers Achterste optische groep. Achterste richtingaanwijzers. Achteruitkikspiegels….
Regeling van het minimum toerental. 91 Schifrem vooraan. 92 Trommelrem achteraa 94 Stilstand van het voertui 95
Reinigen van het voertuig Vervoer.
TECHNISCHE GEGEVENS. 105 Bijgeleverde gereedschappen. 110 GEPLAND ONDERHOUD. 111
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud... .112
Plaats van de hoofdcomponenten (01_02)
9.Dop van de brandstoftank 10.Dekseltje framenummer 1L. Lasthaak
12. Vloeistoftank van de voorrem
13. Schakelaar van de ontsteking / stuur-
14. Akoestische melder 15. Inspectiedeksel 16.Bougie
2. Lasthaak 3. Opbergruimte
4. Drukknop van de claxon
5. Schakelaar van de knipperlichten
6. Hendel van de achterrem
7. Omieider van de lichten 8. Linker achteruitkijkspiegelte
9. Instrumentengroep
10. Rechter achteruitkjkspiegeltje 1L. Hendel van de voorrem
Analoog instrumentenpaneel (01_04)
L Indicator van het brandstofpeil
2. Controlelamp van de richtingaanwi-
zers 3. Snelheidsmeter
4. Controlelamp van het groot licht
BunueoA T / 2PIUSA I
5. Controlelamp van het dimlicht
BESCHRIJ VING VAN DE INSTRUMEN-
TEN EN DE INDICATORS Indicator van het brandstofpeil «1»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Controlelamp van de richtingaanwij- zers «2»
Knippert wanneer het signaal in functie is.
Snelheidsmeter «3» Duidt de risnelheid aan. Controlelamp van het groot licht «4»
Licht op wanneer het licht van het voor- licht zich in de positie van het groot licht bevindt.
Controlelamp van het dimlicht «5»
Licht op wanneer het licht van het voor- licht zich in de positie van het dimiicht bevindt.
Duidt het totaal aantal afgelegde kilome- ters aan
De ontstekingsschakelaar «1» bevindt zich op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting.
STUURSLOT EN HET DEURTJE VAN DE OPBERGRUIMTE. BJ} HET VOER- TUIG WORDEN TWEE SLEUTELS GE- LEVERD (ÉÉN RESERVESLEUTEL).
BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.
POSITIE VAN DE SCHAKELAAR ON «A»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelik om de sleutel te verwideren.
OFF «B»: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelik om de sleutel te verwideren.
LOCK «C»:Hetstuuris geblokkeerd. Het is niet mogelik om de motor te starten en
BunueoA T / 2PIUSA I
om de lichten te activeren. Hetis mogelik om de sleutel te venwijderen.
Inschakeling van het stuurslot (01_ 07)
LET OP DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI- TIE «LOCK» TI DENS HET RIJ DEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.
Om de stuurinrichting te blokkeren:
+ Draihet stuur volledig naar links.
+ Druk op de sleutel «2» en draai hem in tegenwizerszin (naar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK» wordt geplaatst.
+ Verwijder de sleutel.
Schakelaar richtingaanwijzers (01_08)
Verplaats schakelaar «3» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats schakelaar «3» naarrechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk centraal op de schakelaar «3» om de richtingaanwizer te desactiveren.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO-
Door op drukknop «2» te drukken, acti- veert men de akoestische melder.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO-
SITIE «ON» BEVINDT Koplampschakelaar (01_10)
Wanneer de omleider van de lichten «4» zich in positie «A» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd: in positie «B» wordt het dimlicht geactiveerd.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO-
SITIE «ON» BEVINDT Drukknop PASSING «C»
Door op de drukknop PASSING te druk- ken, wordt de knippering van het groot licht geactiveerd
KNIPPEREN VAN HET GROOT LICHT GEDESACTIVEERD.
AUTOMATISCHE ONTSTEKING VAN DE LICHTEN ASD Dit voertuig is voorzien van een automa- tisch ontstekingssysteem van de lichten bij het starten van de motor.
Daarom werd de schakelaar van de lich- ten vervangen door een omleider "dim- lichten-grote lichten".
De lichten gaan uit wanneer de motor wordt uitgeschakeld.
+ Véér de start controleert men of de omleider van de lichten op “dimlichten" is geplaatst (voor- ste dimlicht).
Door op startknop «5» te drukken en door geliktidig de remhendel (vooraan of ach- teraan) te activeren, doet het startmotor- ie de motor draaien.
Voor het deblokkeren en het opheffen van het zadel, handelt men als volgt + Plaats het voertuig op de cen- tale standaard en op een viak
+ Plaats de sleutel in het zadelslot «l»
+ Draai de sleutel in tegenwijzers- zin en hef het zadel «2» op.
+ Omhetzadelte blokkeren, moet het dicht gedaan worden; druk op het midden van het zadel zo- dat het slot kikt.
LET OP VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT GEBLOKKEERD IS.
Identificatie (01_13, 01_14)
Hetis goed om hetframenummer en het motomummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.
Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder- delen.
A HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA- TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ERN- STIGE STRAFRECHTELIJKE EN AD- MINISTRATIEVE SANCTIES, VOORAL HET WIJ ZIGEN VAN HET FRAMENUM- MER DOET DE GARANTIE ONMID- DELLI} K VERVALLEN.
FRAMENUMMER Het framenummer is gedrukt op de cen- tale buis van het frame. Voor de lezing is het nodig om het dekseltje «1» te ver- wijderen.
MOTORNUMMER Het motomummer is gedrukt in de nabij- heid van de onderste steun van de ach- terste schokdemper.
Penen van de koffer voor (01_15)
Om de documentenruimte te openen:
+ Plaats het voertuig op de cen- tale standaard en op een viak en stevig terrein.
+ Plaats de ontstekingssleutel in het slot «3», en druk er op.
De lasthaak «1» bevindt zich op de inter- ne beschermingsplaat, in de voorkant.
Controleer de werking, de loze slag van de commandohendel, het peil van de vioeistof en eventuele lekken. Controleer de slitage van
de pastilles. Indien nodig laat men remvloeistof bijvullen.
Check for proper operation. Check control lever free play and condition.
Achterste trommelrem
Controleer de werking, de lege loop, en de condities van de
Smeer indien nodig de
bewegingsplaatsen. Gashendel Controleer of hij zacht werkt en of
men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posites van het stuur.
Check that the rotation is uniform, smooth and there are no signs of clearance or slackness.
Controleer de conditie van de riviekken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade.
Controleer of het draaien homogeen en vioeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt.
Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen
Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen.
Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zin
CAUTION A Brandstoftank
Controleer het peil, en tank indien nodig
Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit.
Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop.
Stoplichten, controlelampen, akoestische melder en elektrische mechanismen
Controleer de correcte werking van de mechanismen:
LET OP LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
LET OP BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN Gebruik loodvrie superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 {N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Voor het tanken van brandstof, han- delt men als volgt:
+ Draai de dop van de brandstof- tank «1» los en verwijder hem.
+ Voer hettanken van brandstof uit.
+ Plaats dop «1» opnieuw
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE- RE STOFFEN AAN DE BRANDSTOF TOE.
Regeling van de schokdempers (02_02, 02_03)
De achterste ophanging bestaat uit een schokdemper met dubbel effect (rem- ming bi compressie/extensie), en is be- vestigd door middel van de silent-block aan de motor.
De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de voorbelas- ing van de veer. De standaardregeling, die wordt ingesteld in de fabriek, is voor- zien voor een bestuurder van ongeveer 70 kg. Voor andere gewichten en behoef- ten, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen.
Rotatie van de moer naar A: de voorbe- lasting van de veer verhoogt. De inrich- äing van het voertuig is harder, Te gebrui- ken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier.
Rotatie van de moer naar B: de voorbe- lasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rij- den zonder passager.
Inrijden (02_04, 02_05)
De proefperiode van de motor is funda- menteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien moge- lik op wegen met veel bochten enof hel- lingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiéntere proefperiode. Voor de eerste 500 km (312 mijl), moetmen de volgende normen respecteren:
+ 0-100 km (0-62 mijl) Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Ditom een cor- recte stabilisatie van het wrij- vingsmateriaal van de pastilles op de remschijftoe te staan.
+ 0-300 km (0-187 mijl) Hou het gashandvat niet te lang open voor meer dan de helft.
+ 300-1000 km (187-625 mijl) Hou het gashandvat niette lang open voor meer dan 3/4.
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard en op een viak en stevig terrein.
+ Controleer of de omieider van de lichten «2» zich in de positie van de dimlichten bevindt.
+ Plaats de ontstekingsschake- laar «3» op «ON».
+ Blokkeerminstens één wiel door een remhendel «4» te activeren. Wanneer dit niet gebeur, be- reikt de stroom het startrelais niet, en dus draait het startmo- tortie niet.
WANNEER HET VOERTUIG VOOR LANGE TI} D INACTIEF IS GEBLEVEN, VOERT MEN DE HANDELINGEN UIT DIE WORDEN BESCHREVEN IN HET DEEL «LANGE INACTIVITEIT».
Druk op startknop «5», open lichtjes het gashandvat voor 1/8 (raadpleeg de fi- guur), en laat het daama los wanneer de motor wordt gestart.
PEDAALSTART (KICK START)
+ Plaats het voertuig op de cen- trle standard en op een viak en stevig terrein.
+ Bereik de linker kant van het voertuig.
+ Controleer of de omieider van de lichten «2» zich in de positie van de dimlichten bevindt.
+ Plaats de ontstekingsschake- laar «3» op «ON».
+ Omte vermijden dat men bij de start de controle over het voer- tuig verliest, blokkeert men bei- de wielen en activeert men de remhendels «4».
+ Draai het startpedaal «6» naar buiten toe.
LET OP HANDEL NIET OP HET STARTPE- DAAL WANNEER DE MOTOR REEDS GESTART IS.
+ Handel met de rechter voet op het startpedaal «6», en laat het onmiddellik los. Herhaal de handeling indien nodig, tot de start van de motor.
+ Klap het startpedaal «@» op- nieuw naar binnen.
SETTING OFF AND RIDING CAUTION REFERENCES TO RIDING WITH PAS- SENGER INTENDED ONLY FOR COUNTRIES WHERE THIS IS PERMIT- TED.
+ Laathet gashandvat los (pos. A), activeer de achterrem, en leat het voertuig op de stan- daard rusten.
+ Ga op het voertuig zitten, voor de stabilteit, en hou minstens één voet op de grond.
+ Regel de achteruitkikspiegel- des op correcte wijze.
LET OP WANNEER HET VOERTUIG STIL- STAAT, PROBEERT MEN REEDS OM DE ACHTERUITKI) KSPIEGELTJES TE REGELEN.
+ Omte vertrekken moet de rem- hendel losgelaten worden, en moet gas gegeven worden door het gashandvat zachtte draaien (Pos. B), het voertuig zal begin- nen den.
VOERTUIGEN, MOET MEN ZEER VOORZICHTIG ZIJN. Blj REGEN WORDT HET ZICHT VERMINDERD DOOR HET OPSTUIVEN VAN WATER, DAT WORDT VEROORZAAKT DOOR GROTE VOERTUIGEN; DOOR DE LUCHTVERPLAATSING KAN MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLIEZEN.
Moeilijke start (02_14, 02_15)
STARTEN MET VERZOPEN MOTOR Wanneer men de startprocedure niet cor- rect uitvoert, of wanneer er een exces- sieve hoeveelheid brandstof aanwezig is in de aanzuigleiding, zou de motor kun- nen verzuipen.
Om een verzopen motor te reinigen, han- delt men als volgt:
+ Druk op de startknop «1» voor enkele seconden (door de motor leeg te doen draaien) met het gashandvat «2» volledig ge- draaid (pos. A)
KOUDE START Wanneer de omgevingstemperatuur lag is (dichtbij of onder het vriespunt), zou de eerste start moeilik kunnen verlopen
In dit geval handelt men als volgt:
+ Druk op de startknop «1» en draai tegelikertjd maar lichties aan het gashandvat «2».
Wanneer de motor niet start.
+ Laathet gashandvat «2» los.
+ Wanneer het minimumregime instabiel is, handelt men op het gashandvat «2» met kleine en veelvuldige rotaties.
Wanneer de motor niet start.
Wacht enkele seconden en voer de pro- cedure van de koude start opnieuw uit Wanneer de motor nog steeds niet ge- start kan worden, moetu zich wenden tot een Offciële aprilia Dealer.
START NA EEN LANGE INACTIVITEIT Wanneer het voertuig voor lange td niet werd gebruikt, is het mogelik dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit
van de brandstof gedeeltelik leeg zou kunnen zijn. In dit geval handelt men als volgt:
+ Druk op de startknop «1» voor ongeveer vif seconden, zodat het kuipje van de carburator ge- vuld wordt.
Het stilleggen van de motor (02_16, 02_17)
+ Laathetgashandvat los (pos. A) en activeer geleidelikaan de remmen om de beweging van het voertuig te stoppen.
+ Tijdens een momentele pauze houdtmen minstens één rem in- getrokken.
LET OP A VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVER- WACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.
PARKEREN * Leg het voertuig stil.
+ Draaiaan de sleutel «1, plaats de ontstekingsschakelaar «2» op
+ Plaats het voertuig op de stan- daard.
+ Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel «1».
Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wethet volgende kan ver- bieden:
+ De verwijdering en elke daad voor het niet operationeel ma- ken, door eender wie, ware het niet voor onderhoudshandelin- gen, herstellingen of vervan- ging, eender welk mechanisme of samenstellend ingebouwd elementvan een nieuw voertuig, voor het controleren van lawaai véér de verkoop of de levering van hetvoertuig aan de koper of terwill het wordt gebruikt.
+ Het gebruik van het voertuig na- dat dit mechanisme of samen- stellend element werd verwi- derd of niet-operationeel werd gemaakt
Controleer de uitaatknaldemper van de
uitlaat en de buizen van de knaldemper,
If exhaust noise increases, take your scooter at once to an Official aprilia Dealer.
en controler ofer geen roestof boringen zin en of het uitaatsysteem correct werkt.
Wanneer het lawaai van het uitlaatsys- teem verhoogt, contacteert men onmid- dellik een Officièle aprilia Dealer.
LET OP HET IS VERBODEN OM TE KNOEIEN AAN HET CONTROLESYSTEEM VAN HET LAWAAI.
Standaard (02_18, 02_19)
PLAATSING VAN HET VOERTUIG OP DE CENTRALE STANDAARD
+ Grip het linker handvat en de achterste handgreep «1» vast.
+ Druk op de hendel van de stan- daard «2»
CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
Controle van de standaard
De rotatie van de standard «3» mag niet worden belet
Voer de volgende controles uit:
+ De veren «4» mogen nietbe- schadigd, versleten, verroest of verzwakt zin.
+ De standaard moet vri draaien, smeer eventueel het kogelge- wricht.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelik in een garage of een bewaakte plaats.
Gebruik wanneer mogelik de speciale gepantserde kabel "Body-Guard' van aprilia, of een extra antidiefstalmechanis- me.
Controleer of de documenten en de ver- keersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaarte vergemakkeliken in geval
van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM: VOORNAAM: ADRES: TELEFOONNUMMER:.
BELANGRIJK In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiks- en onderhoudsboekje.
Het veilig rijden (02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30, 02_31)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSRE-
GELS Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voor- ziene vereisten (rjbewijs, minimum leef- tjd, psychofysische geschiktheid, verze- Kering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.)
Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/ of in private eigendommen.
Rijden onder invioed van mediciinen, al- cohol, verdovende of psychotrope mid-
delen verhoogt aanzienlik het risico op ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psy- chofysische condities geschikt zin voor hetrijden, met vooral aandacht voor fysi- sche moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuur- der.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuur- der in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwize- ring en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselik verkeer.
Vermijdtbruuske en gevaariike manoeu- vres voor zichzelf en voor anderen (voor- beeld: hetsteigeren, hetnietnaleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zicht- baarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen riden om de eigen snelheid te verhogen.
FOOTRESTS)IN THE ADEQUATE RID- ING POSITION.
LET OP RIJj STEEDS MET BEIDE HANDEN OP HET STUUR EN DE VOETEN OP HET VOETENVLAK (OF OP DE VOETEN- STEUNEN VAN DE BESTUURDER) EN BEHOU EEN CORRECTE RIJ POSI- TIE.
Vermijt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tÿ- dens het rijden.
De bestuurder mag nietafgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beinvioe- den door personen, voorwerpen, acties niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hi met het voertuig ridt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van hettype datmen vindtin de 'TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer her- haaldelik of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvioeistoffen correct zijn
Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen ge- stoten, controleert men of de comman- dohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiêle aprilia Dealer, door voor-
al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veilig- heidsonderdelen en mechanismen waar- voor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mecha- niciens te bevorderen
Rij absoluut niet met het voertuig wan- neer de aangebrachte schade de veilig- heid schaadt.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de rich- ängaanwijzers, de verlichtingsmechanis- men en de akoestische melders
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegaal maken
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en pleatselike reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig
Men moet vooral vermiden om techni- sche wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alles- zins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te hou- den met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.
KLEDING Vooraleer men gaat riden denkt men er- aan om steeds en correct de helm op te zetten en vastte maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mo- gelik met een lichte en/of refiecterende Kieur. Op deze manieris men goed zicht- baar voor andere weggebruikers en ver- mindert men aanzienfik het risico op aanridingen, en is men beter beschermd wanneer men valt
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet benge- len: vermijdt dat deze of andere voorwer- pen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende on- derdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die moge- lik gevaarlik zin wanneer men valt, bi- voorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voonwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagien).
ACCESSOIRES De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aan tidens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadit, de werking van de ophangingen en de hoëk van sturing niet beperkt, de active- ring van de commando niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang totde commando hinderen, en die dus de reactietijden bi nood kun- nen verlengen.
De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynami- sche krachten veroorzaken die de stabi- lieit van het voertuig tjdens het rijden schaden, vooral bi hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed veran- kerd is op het voertuig en dat het niet gevaarik is tjdens het rijden.
Wizig of voeg geen elektrische appara- ten toe die het draagvermogen van het voertuig overschriden; op deze wijze zou hetvoertuig onverwachtkunnen stivallen ofzou er een gevaarlike afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de
werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
aprilia raadt het gebruik aan van origine- le accessoires (aprilia genuine access0- ries).
BELASTING Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelik bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelik te houden. Controleer boven- dien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tjdens lange reizen.
Bevestig absoluut geen plaatsinnemen- de, volumineuze, zware en/of gevaarlike voorwerpen aan hetstuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertra- gen in bochten, en dus de handelbaar- heid ervan schaden:
Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig,
Vervoer geen bagage die ver uit de ba- gagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen be- dekt
Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke baga- gedrager.
De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaar- heid.
SPORTCITY ONE 50 4T Chap. 03
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Peil van de motorolie
Bij 4takt motoren wordt de motorolie ge- bruikt voor hetsmeren van de distributie- onderdelen, de banksteunen en de ther- mische groep.
LET OP EEN ONVOLDOENDE HOEVEELHEID OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VER- OORZAKEN AAN DE MOTOR ZELF.
Bij alle 4-takt motoren kan een zeker ver- bruik en het verslechteren van de ken- merken van de olie als normal be- schouwd worden. Vooral het verbruik kan gevolgen ondervinden van de gebruiks- condities (biv.: steeds "vol gas” rijden verhoogt het olieverbruik).
In functie van de totale inhoud van olie in de motor en van het gemiddeld verbruik dat wordt gemeten volgens standaard- modaliteiten, wordt de frequentie van vervanging gedefinieerd, die voorzien wordt door het onderhoudsprogramma
LET OP OM EENDER WELKE PROBLEEM TE VOORKOMEN, RAADT MEN AAN OM OIL LEVEL EVERY TIME YOU RIDE YOUR SCOOTER.
HET OLIEPEIL TE CONTROLEREN ELKE KEER MEN HET VOERTUIG GE- BRUIKT.
Controle van het peil van de motorolie (03_01)
+ Controleer hetoliepeil van de motor volgens de tabel van het onderhoud.
+ Plaats het voertuig op de cen- trle standard
ELKE KEER MEN HET VOERTUIG GE- BRUIKT, Bi} KOUDE MOTOR, MOET DE CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN DE MOTOR UITGEVOERD WOR- DEN.
+ Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze.
+ Reinig het deel dat in contact staat met de olie met een rein doëk.
+ Draai de dop/staaf «1» volledig vastin de invoerboring «2»
+ Verwijder opnieuw de dop/staaf «1 en lees het oliepeil af op de staa
+ Hetpeil is correct wanneer het ongeveer de streep van het maximumpeil op de meetstaaf bereikt.
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Indien nodig vult men bi.
De referentie van het MAX peil duidt een hoeveelheid aan van ongeveer 850 cc olie in de motor. Wanneer de controle wordt uitgevoerd nadat men het voertuig heeft gebruikt, dus bij warme motor, zal het peil lager bliken; om een correcte controle uit te voeren is het nodig om minstens 10 minuten te wachten na het stileggen van de motor, zodat het peil correct is.
Het bijvullen van motorolie
Voer het bijvullen van olie in de motor uit, volgens de beschrijvingen die men vindt in de tabel van het onderhoud.
In de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud is alleszins voorzien om bij een Erkend aprilia Dealer een controle en het eventueel bijvullen van olie in de motor te laten uitvoeren.
LET OP HET EVENTUEEL BIJVULLEN VAN OLIE MOET UITGEVOERD WORDEN NA DE CONTROLE VAN HET PEIL,EN ALLESZINS DOOR OLIE TOE TE VOE- GEN ZONDER DAT HET MAX PEIL WORDT OVERSCHREDEN.
Vervanging van de motorolie
VOOR DE VERVANGING VAN DE MO- TOROLIE WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer, OF INDIEN U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARA- GE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officièle aprilia Dealer.
Oliepeil van de naaf (03_02, 03_03)
+ Leg enkele kilometers af tot de normale werkingstemperatuur wordt bereikt, en leg daarna de motor stl.
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard
+ Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwider deze.
+ Reinig het deel dat in contact staat met de olie met een rein doek
+ Draai de dop/staaf «1» volledig vast in de invoerboring «2».
+ Verwijder opnieuw de dop/staaf en lees het oliepeil af op de staaf.
+ Het peil is correct wanneer het ongeveer de referentie, aange- duid in de figuur, op de meet- staaf bereikt.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Olie voor de versnellingsbak APIGLA4,GL5
VERVANGING VAN DE OLIE VAN DE TRANSMISSIE De olie van de transmissie moet vervan- gen worden volgens de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud.
Voor de controle en de vervanging, wendt men zich tot een Officièle aprilia Dealer.
Banden (03_04, 03_05)
Dit voertuig is voorzien van banden zon- der binnenband (tubeless)
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Demonteren van de bougie
PERT EN GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BI} EEN Officièle aprilia Dealer.
Demonteren van het luchtfilter (03_06, 03_07)
De reiniging en de staat van de luchtflter zouden maandeliks of volgens de aan- duidingen die men vindt in de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud uit- gevoerd moeten worden; dit zal afhan- gen van de gebruikscondities.
Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de han- delingen van de reiniging of de vervan- ging vlugger worden uitgevoerd
Voor de reiniging van het fiterend ele- ment, moetmen het van het voertuig ver- wijderen.
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
Air filter cleaning (03_08)
CAUTION VERWIJ DERING
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard en op een viak en stevig terrein.
+ Draai de zes bouten «1» los en verwijder ze
+ Verwijder het deksel van de luchtfilter «2».
+ Verwijder het filterend element «3».
Reiniging van de luchtfilter (03_08)
LET OP TO AVOID RISK OF FIRE OR EXPLO- FN SION DO NOT USE PETROL OR IN- GEBRUIK GEEN BENZINE OF BRAND-
FLAMMABLE SOLVENTS TO CLEAN BARE OPLOSMIDDELEN VOOR HET THE FILTERING ELEMENT.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
WASSEN VAN HET FILTEREND ELE- MENT, OM HET RISICO OP BRANDEN EXPLOSIES TE VERMI] DEN.
+ Was het fiterend element «3» met reine oplosmiddelen, die niet ontvlambaar zijn en die geen hoog verdampingspunt hebben, en laat het zorgvuldig drogen
+ Breng op de volledige opper- viakte olie voor filters aan.
NOTE REMOVE ANY DEPOSIT THAT MAY HAVE FORMED IN THE BLEED PIPE, COMING FROM THE FILTER HOUS- ING. PROCEED AS FOLLOWS:
+ Controleer de aanwezigheid van onzuiverheden in hetonder- ste deel van de ontluchtingsbuis «d».
WANNEER BINNENIN AFZETTINGEN AANWEZIG ZIJN, AFKOMSTIG VAN DE FILTERKAST, MOETEN DEZE ALS VOLGT VERWIJ DERD WORDEN.
+ Verwijder de klem «5».
+ Laat de inhoud in een recipiènt lopen; overhandig het daarna aan een inzamelcentrum.
Controle van het oliepeil van de remmen (03_09, 03_10)
LET OP PLOTSELINGE WI} ZIGINGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND OP DE HENDEL VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLE-
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Methet verbruik van de wrijvingspastiles vermindert het peil van de vloeistof, om automatisch de slijtage te compenseren. De tank van de remvloeistof bevindt zich in de nabiheid van de koppeling van de voorste remhendel. Controleer periodiek het peil van de remvloeistof in de tank en de slitage van de pastilles.
LET OP GEBRUIK HET VOERTUIG NOOIT WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT VAN DE REMINSTALLATIE.
De tank van de remvloeistof bevindt zich in de nabiheid van de koppeling van de voorste remhendel. Controleer periodiek het peil van de remvloeistof in de tank en de slitage van de pastilles.
CONTROLE Voor de controle van hetpeil handeltmen als volgt:
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard en op een viak en stevig terrein.
+ Draai het stuur, en plaats het horizontal.
+ Controleer of de remvloeistof in de tank de referentie over- schrijdt die aangeduid wordt in de figuur.
NOTE FLUID LEVEL GOES DOWN GRADU- ALLY AS THE PADS WEAR OUT.
Wanneer de vloeistof minstens de aan- geduide referentie niet bereikt:
+ Controleer de slitage van de rempastilles.
Wanneer de pastilles enfof de schijf niet
aan vervanging toe zijn:
+ Zich wenden tot een Officiêle aprilia Dealer, die zal zorgen voor het bijvullen
LET OP LA CONTROLEER DE REMEFFICIÈNTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIÈNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer, OM- DAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
CAUTION TO HAVE THE BRAKING SYSTEM FLUID TOPPED-UP, PLEASE CON- TACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE SUITABLY AND EXPERI ENCED, FOLLOW THE INSTRUC- TIONS IN THE WORKSHOP BOOK- LET, WHICH IS AVAILABLE FROM ANY DEALER.
Het bijvullen van vloeistof in de reminstallatie
Controleerhetelektrolytpeil en de sluiting van de klemmen volgens de aanduidin- gen die men vindt in de tabellen van het geprogrammeerd onderhoud.
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
3 Maintenance / 3 Onderhoud
CONTROLE EN REINIGING VAN DE TERMINALS EN DE KLEMMEN Bereik de accu door het inspec- tiedeksel «1» te verwideren. Controleer of de terminals «2» van de kabels en de klemmen «3» van de accu zich in goede condities bevinden (en niet ver- roest of bedekt zijn met afzettin- gen) en bedektzin met speciaal vet of vaseline.
Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
Maak eerst de negatieve kabel (en daarna de positieve (rood) (+ los.
Borstelt men met een metalen borstel, om elk roestspoor te eli- mineren.
Herverbindt eerst de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (-).
Bedek de terminals en de klem- men met special vet of vaseli- ne.
+ Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
+ Verwijder het accudeksel «1».
LET OP DE ACCU IS GEBONDEN AAN DE ELEKTRISCHE KABELS. FORCEER DE KABELS NIET Blj DE VERWIJ DE- RING.
VOLLEDIGE VERWIJ DERING
+ Maak eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel {rood) (+) los.
+ Maakhetontluchtingsbuisje los.
+ Verwijder de accu uithaar plaats en plaats haar op een Vlak opperviak in een koele en droge plaats.
LET OP DE VERWIJDERDE ACCU MOET WORDEN OPGEBORGEN OP EEN PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Voorzie een geschikte accula- der.
+ Draai de doppen van de ele- menten los, en verwijder ze
+ Controleerhetelektrolytpeil van
+ Verbindt de accu aan een accu- lader.
MEN RAADT AAN OMTE LADEN AAN EEN AMPÈREGEHALTE VAN 1/10 VAN DE CAPACITEIT VAN DE ACCU ZELF.
+ Schakel de acculader aan
+ Na hetopladen, hercontroleert men het elektrolytpeil en vult men eventueel bi] met gedestl- leerd water.
+ Sluit de doppen van de elemen- ten.
CHARGER AS THE BATTERY KEEPS PRODUCING GASES FOR A SHORT TIME.
LET OP A HERMONTEER DE ACCU ENKEL NA 5- 10 MINUTEN NA HET UITSCHAKELEN VAN DE LAADAPPARATUUR, OMDAT DE ACCU GAS BLIJ FT PRODUCEREN VOOR EEN KORTE PERIODE.
installatie van de accu
+ Controleer of de ontstekings- schakelaar zich in positie «OFF» bevindt.
+ Plaats de accu op zijn plaats.
+ Sluithet ontuchtingsbuisje van de accu «4» aan
LET OP LA VERBINDT STEEDS DE ONTLUCH- TING VAN DE ACCU, OM TE VERMIj- DEN DAT DE ZWAVELZUURDAMPEN DIE UIT DE ONTLUCHTING KOMEN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE, DE GELAKTE DELEN, DE RUBBEREN DETAILS OF DE PAKKINGEN KUN- NEN AANTASTEN.
DE ONTLUCHTINGSBUIS MOET VER- BONDEN WORDEN ZODAT HI} NIET WORDT PLATGEDRUKT, ANDERS KAN DIT HET VERHOGEN VAN DE IN- TERNE DRUK VAN DE ACCU VER-
3 Maintenance / 3 Onderhoud
+ Bedek de terminals en de klem- men met speciaal vet of vaseli- ne.
WAARSCHUWING IA BI} DE HERMONTAGE MOETEN DE ELEKTRISCHE KABELS IN POSITIE WORDEN GEBRACHT, ZODAT ZE NIET KUNNEN PLATGEDRUKT WOR- DEN.
DE NEGATIEVE KABEL (-) MAG DE BEVESTIGING VAN DE POSITIEVE KABEL (+) NIET OVERLAPPEN, MAAR MOET ER NAAST WORDEN GE- PLAATST, TUSSEN DE ACCU EN DE DOOS.
+ Duw de accu in de accudoos. + Sluithet accudeksel «1». + Klap het zadel omlaag
Controle van het elektrolytpeil (03_15)
+ Verwijder de accu.
+ Controleer of het vioeistofpeil zich tussen de twee strepen "MIN" en "MAX", op de zikant van de accu, bevindt.
Anders handelt men als volgt:
+ Draai de doppen van de ele- menten los en verwijder ze
VOOR HET BI} VULLEN VAN DE ELEK- TROLYTVLOEISTOF, GEBRUIKT MEN ENKEL GEDESTILLEERD WATER. OVERSCHRIJDT NOOIT DE "MAX" REFERENTIE, OMDAT HET PEIL TIj- DENS HET LADEN VERHOOGT.
+ Herstel het peil door enkel ge- destileerd water toe te voegen.
+ Herplaats de doppen van de elementen.
LET OP NA HET BI} VULLEN HERPLAATST MEN CORRECT DE DOPPEN VAN DE ELEMENTEN.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Wanneer het voertuig inactief blift voor langer dan viffien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden.
Tijdens de winter of anneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la- ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
+ Laadtze volledig op door ge- bruik te maken van een normale lading. Wanneer de accu op het voertuig blift, maakt men de kabels los van de klem- men
Zekeringen (03_16, 03_17, 03_18)
Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekering «1» controleren.
+ Plaats de ontstekingsschake- laar op «OFF» om een toevalli- ge kortsluiting te vermiden:
+ Verwijder het inspectiedeksel «l».
+ Verwijder de zekering «2», en controleer of de draad «3» on- derbroken is.
+ Vooraleer men de zekering ver- vangt, zoekt men indien moge- lik de oorzaak van het pro- bleem.
+ Vervang de beschadigde zeke- ring met een andere met dezelf- de elektrische stroomsterkte.
+ Plaats het inspectiedeksel «1» weer.
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
BULBS AND WARNING LIGHTS LAMPEN EN CONTROLELAMPEN Low-beam bulb
12 V -35 W (Halogen) H8
Lampje van het dimlicht
Lampje van het groot licht
12 V-35 W (Halogeen)
12V -3W Lampje van het positielicht
12V -3W Front turn indicator bulbs
12V-21W (Halogen) H21W Rear turn indicator bulbs
12V -16W Lampjes van de voorste
12V-21W (Halogeen) H21W Rear position light /stop light bulb 12V - 5/21W Instrument panel light bulbs 12V-12W High-beam warning light 12V-12W Turn indicator warning light 12V-12W Low-beam warning light 12V-12W
Lampjes van de achterste 12V-16W richtingaanwijzers
Lampje van het achterste 12V-5/21W positielicht/stoplicht
Lampje van de verlichting van het 12V - 1,2W dashboard
Controlelamp van het grootlicht 12V -1,2W Controlelamp van de 12V-12W
Controlelamp van het dimlicht
Voorste optische groep (03_19, 03_20)
De voorste optische groep bevat:
+ Een lampje van het dimlicht
+ Een lampje van het groot licht
+ Twee lampjes van de positie- lichten
Voor de vervanging van de lampjes van de dimlichten «1» en de grote lichten «2»: + Handelintem de wielruimte, en neem de lamp vast. + Draai de lamp in tegenwijzers- zin, en verwijder ze. + Maak de voedingsconnector los.
Voor de vervanging van de positielamp- jes 3»: + Handelintem de wielruimte, neem de rubberen lamphouder vast, en verwijder hem. + Neem het lampje vast, en ver- wijder het.
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Regeling van de koplamp (03_ 21)
+ Voor een snelle controle van de correcte richting van de licht- bundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en con- troleertmen ofhetterrein viak is.
+ Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lin van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard en op een viak en stevig terrein.
+ Handel intem de wielruimte, en neem de draaiknop «4» vast.
DOOR VAST TE DRAAIEN (wijzerszin)
verhoogt de lichtbundel
NOTE IN COMPLIANCE WITH LOCAL LEGIS- LATION, SPECIFIC PROCEDURES MUST BE FOLLOWED WHEN ALIGN- ING THE LIGHTS.
Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegen- wizerszin) wordt de lichtbundel verlaagd
OP BASIS VAN WAT WORDT VOOR- GESCHREVEN DOOR DE VAN KRACHT Zij NDE WETGEVING IN HET LAND VAN GEBRUIK VAN HET VOER- TUIG, MOETEN ER VOOR DE CON- TROLE VAN DE RICHTING VAN DE LICHTBUNDEL SPECIFIEKE PROCE- DURES AANGENOMEN WORDEN.
Voorste richtingaanwijzers
LET OP VOOR DE VERVANGING VAN DE LAMPJES VAN DE VOORSTE RICH- TINGAANWIJ ZERS MOET EEN Offici- ele aprilia Dealer GECONTACTEERD WORDEN.ALS UEENEXPERT OF GE- KWALIFICEERD BENT, KAN U DE AANW!IJ ZINGEN RAADPLEGEN DIE AANGEDUID WORDEN IN DE HAND- LEIDING VAN HET SERVICESTATION DAT U BI} DE Officièle aprilia Dealer ZELF KAN KOPEN.
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Achterste richtingaanwijzers
Voor de verwijdering:
+ Plaats het voertuig op de cen- tale standaard, op een vlak en stevig terrein.
+ Draai de bout «1 los
+ Verwijder de achteruitkikspie- gel «2».
ONDERSTEUN HET ACHTERUITKI] K- SPIEGELTJE «2» ZODAT HET NIET TOEVALLIG KAN VALLEN.
Handel voor de regeling op de randen van de spiegel, tot de optimale positie bereikt wordt.
Regeling van het minimum toerental
LET OP VOOR DE REGELING VAN HET MINI- MUM TOERENTAL MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officièle aprilia
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Schijfrem vooraan (03_24)
LET OP CONTROLEER DE SLI) TAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VOOR ELKE REIS.
Controle van de slijtage van de pastil- les
Controleer de slitage van de rempastiles volgens de aanduidingen die men vindtin de tabel van het geprogrammeerd onder- houd.
De slitage van de pastilles van de rem- schiff hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van hetwegtype. Op vuile en natte wegen zullen de pastiles vlugger versliten.
Voor het uitvoeren van een snelle con- role van de slitage van de pastilles:
pads operating on the leftside of the vehicle from the back top side towards the bottom
+ Plaats het voertuig op de cen- trale standaard en op een viak en stevig terrein.
+ Voer een visieve controle uit tussen de remschif en de pas- tilles, aan de linker kant van het voertuig en van boven naar on- der toe.
+ Wanneer de dikte van het wri- vingsmateriaal (00k van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, moeten beide pastilles vervangen worden.
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJ VINGSMATERIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTIL- LES MET DE SCHIF, MET ALS GE- VOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE TANG DIE VONKEN MAAKT; DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REM- MEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRI- TEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.
LET OP VOOR DE VERVANGING MOET MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer WENDEN.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Trommelrem achteraan (03_25)
Stilstand van het voertuig (03_26, 03_27)
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet ge- bruiken van het voertuig tegen te gaan.
Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle véér het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uitte voeren.
+ Ledig de tank en de carburator volledig.
+ Verwijder de bougie, en giet in de cilinder een lepelte (5 - 10 cm) olie voor 4takt motoren.
+ Plaats de ontstekingsschake- lear op «ON» en druk voor en- ele seconden op de startknop van de motor, om de olie uni- form op de opperviakken van de cilinder te verdelen.
+ Verwijder het beschermende
Hermonteer de bougie.
Was en droog het voertuig.
Breng was aan op de gelakte
+ Blaas de banden op
+ Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zin, door gebruik te maken van een speciale steun.
+ Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder voch- tigheid, beschermd tegen zon-
PNOUISPUO € / SUEUAUIEN £
3 Maintenance / 3 Onderhoud
nestralen, en waar tempera- tuursverschillen miniem zijn.
+ Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bindt dit vast, zodat er geen vochtigheid in kan komen.
+ Bedek het voertuig, maar ge- bruik geen plastic of ondoor- dringbaar material.
PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABI} DE ZIT VAN DE BOU- GIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.
+ Verwijder de bedekking en rei- nig het voertuig
+ Controleer de staat van lading van de accu, en installeer ze.
+ Controleer of de drainagebout van de carburator volledig vast- gedraaid is (aanwijzing van de sluiting van de drainage)
+ Voerde voorafgaande controles uit.
WAARSCHUWING VOER VOOR ENKELE KILOMETERS EEN TESTRIT UIT AAN EEN GEMA- TIGDE SNELHEID, IN EEN VER- KEERSVRIJE ZONE.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
+ Atmosferische vervuiling (stad en industriële zones).
+ Zoutgehalte en vochtigheid uit de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig kimaat).
+ Speciale milieu/seizoenscondi- ties (het gebruik van zout, che- mische anti-isproducten op we- gen in de winterperiode).
+ Letvooral op dat op de carros- serie geen afzettingsresten blij- ven van industriële en vervuilen- de stoffen, teerviekken, dode insecten, uitwerpselen van vo- gels, enz.
+ Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelik zin voor de lak.
PNOUI2PUO € / SJUEUAqUIEN €
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte opperviakken, moet men een waterstraal onderlage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons, voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2 - 4% delen shampoo in water). Spoel vervolgens overvioedig met water en droog af met een zeemvel. Om de exteme delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
3 Maintenance / 3 Onderhoud
LET OP LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
+ Plaats het voertuig op de cen- tale standaard en op een viak en stevig terrein.
+ Leg de motorstilen wachttot hij afgekoeld is
+ Voorzie een recipiënt dat de hoeveelheid brandstof kan op- vangen die aanwezig is in de tank, en plaats dit op de grond aan de linker kant van het voer- tuig.
+ Verwijder de dop van de brand- stoftank.
+ Voorhet verwijderen van de brandstof uit de tank gebruikt men een manuele pomp of een gelikaardig systeem
+ Herplaats de dop van de brand- stoftank.
CAUTION LA EMPTYING THE FUEL TANK FULLY CAN PROVE DIFFICULT IF YOU ARE INEXPERIENCED.
2 (1 in de landen waar geen passagiers mogen vervoerd worden)
High strength steel tube chassis with reinforcements.
Max belasting van het voertuig (bestuurder + passagier + bagage)
Stalen buizen, hoge weerstand, met versterkende elementen.
Hellingshoëk van het stuur
Hydraulic single shock absorber with preloading adjustable to four positions
Telescoopvork met hydraulische werking
Verplaatsing van de voorste ophanging
Rear suspension travel
Hydraulische monoschokdemper, met regelbare voorbelasting op vier posities
Verplaatsing van de achterste ophanging
Voorrem Met schijf - @ 220 mm - met hydraulische transmissie
Achterrem Met trommel - 2140 mm - met mechanische transmissie
Wielvelgen Lichimetalen velgen
Standaardspanning van de voorband
Standaardspanning van de achterband
Battery 12V-9Ah Fuse 10 Ah
(Permanent magnet) Generator 120 W Spanning van de voorband met passagier
Spanning van de achterband met passagier
2,3° bij 7.000 toeren/min
3,66 Nm bij 6.500 toeren/min
Lubrication Wet sump with pump Starten Elektrisch + kick starter Cooling Forced air circulation cooling Smering Vochtige carter met pomp Clutch Centrifugal Koeling Geforceerde luchtkoeling Gear automatic Koppeling Centrifuge
Primary drive V-belt Variator Continu en automatisch Secondary Gear reduction unit in oil bath Put” Met trapeziumvormige riem Minimum ratio for continuos 3.067:1 Secundair Met raderwerken in een oliebad transmission Minimum verhouding voor continu 3,067:1
Maximum ratio for continuos 0.786:1 versnelling
transmission Maximum verhouding voor continu 0,786:1
Toerental van de motor aan het minimumregime
LAMPEN EN CONTROLELAMPEN Low-beam bulb
Lampje van het dimlicht
Lampje van het groot licht
12 V-35 W (Halogeen)
12V -3W Lampje van het positielicht
Lampjes van de voorste
12V-21W (Halogeen) H21W Rear turn indicator bulbs 12V -16W Rear position light /stop light bulb 12V - 5/21W Instrument panel light bulbs 12V-12W High-beam warning light 12V-12W Turn indicator warning light 12V-12W Low-beam warning light 12V-12W
Lampjes van de achterste 12V-16W richtingaanwijzers
Lampje van het achterste 12V-5/21W positielicht/stoplicht
Lampje van de verlichting van het 12V - 1,2W dashboard
Controlelamp van het grootlicht 12V -1,2W Controlelamp van de 12V-12W richtingaanwizers
Controlelamp van het dimlicht 12V-1,2W Kit equipment (04_01)
To access the toolkit, unlock and lift the saddle. The spanners are placed in à specific housing located under the seat.
Bijgeleverde gereedschappen (04_ 01)
Om de gereedschapskit te bereiken, de- blokkeert en heft men het zadel op. De sleutels bevinden zich in de daarvoor be- stemde plaats onder het zadel
De gereedschapskit bestaat uit:
1 buissleutel van 16 mm
1 dubbele schroevendraaier
1 zeskantsleutel van 10/16 mm. 1 sleutel voor schokdempers
Hst, 05 Gepland onderhoud
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud
B] ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HAND- SCHOENEN TE GEBRUIKEN.
Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de ge- bruiker worden uitgevoerd; in enkele ge- vallen kan men specifieke gereedschap- pen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiêle aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service ga- randeert.
Men raadt aan om aan de Officiêle apri- lia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlik de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshande-
ROUTINE MAINTENANCE TABLE KAART VAN HET PERIODIEK ONDER-
HOUD Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van con- troles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pa- gina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmid- delljk mee te delen aan de Officiéle apri- lia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de vol: gende servicebeurt.
Een stipte uitvoering van de servicebeur- ten is noodzakelik voor het correcte ge- bruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepas- singswizen van de Garantie en de uit- voering van het Geprogrammeerd On- derhoud, raadpleegt men het Garantie- boekje.
Km x 1,000 1 | 6 | 12 18 | 24 | 30 | 36 | 42 | 48 | 54 | 60 Safety locks ! l l 1 l 1 Fuel pipes **
Veiligheidsblokkeringen
Richting van de koplamp
I: CONTROLEREN EN REINIGEN, REGELEN, SMEREN OF VERVANGEN INDIEN NODIG C:REINIGEN, R: VERVANGEN, A: REGELEN, L: SMEREN
* Controleer het peil ellke 3.000 km
# Vervang elke 2 jaar
# Vervang elke 4 jaar
AGIP FORK 7.5W Olie van de vork >
Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes NLGI 2 en andere te smeren punten
Remvloeistof FMVSS DOT4+
AGIP FILTER OIL Olie voor fiers in spons -
TREFWOORDENREGISTER A ( R ACCU: 75 Identificatie: 21 Richtingaanwijzers: 17, 89, 90 B K Banden: 63 Koplamp: 88 S BI GELEVERDE Schijfrem: 92 GEREEDSCHAPPEN: 110 Schokdempers: 31 BOUGIE: 66 L Sleutelschakelaar: 15 Luchtfiter: 67, 68 Standaard: 47 Start: 42 C Stuurslot 16 Claxon: 18 M Motorolie: 58-61 T G Technische gegevens: 105 Geprogrammeerd (eo onderhoud: 112 Onderhoud: 57, 111, 112 Optische groep: 87, 90 A Zadel: 20 H Zekeringen: 84 Het stilleggen van de motor: 44
Not all versions/models shown in this publication are available in all countries. The availabilty of individual versions/models should be confirmed with the official Apriia sales network. © Copyright 2006- Aprilia. AI rights reserved. Reproduction of his publication in whole or in part is prohibited. Aprilia - After-sales service.
Apriia trademark is property of Piaggio & C. S.p.A DE WAARDE VAN DE ASSISTENTIE Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifeke trainingsprogramma van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiéle Netwerk van aprilia grondig dit voetuig, en beschikken ze over de nodige speciale uirusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle véér het riden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Ori Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiéle factoren !
Voor informatie in verband met de dichtstbizinde Officiéle dealer enfof Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zo8kt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Offciële Website
Enkel wanneer men Originele Apriia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Apriia Reserveonderdelen worden systematisch ondenworpen aan kwalteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrjvingen en de ilustraties in deze uitgave zijn niet bindend Apriia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiéle eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geilustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of aan de levering van accessoires naar gelang zj dit nodig acht om het productte verbeteren, of om te Voldoen aan vereisten van constructieve of commerciéle aard, zonder verplicht te zin om tijdig deze uitgave bite werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlike versies moet gecontroleerd worden via het officiéle verkoopsnetwerk van Aprilia
© Copyright 2006- Apriia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprila - Dienst na verkoop.
Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.
Notice-Facile