Sportcity Cube 200 (2008) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Sportcity Cube 200 (2008) APRILIA in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk en model | Aprilia Sportcity Cube 200 (2008) |
| Totale lengte | 1965 mm |
| Totale breedte (tot remhendels) | 720 mm |
| Totale breedte (tot spiegels) | 890 mm |
| Totale hoogte (tot spiegels) | 1143 mm |
| Zadelhoogte | 790 mm |
| Wielbasis | 1360 mm |
| Minimale bodemvrijheid | 130 mm |
| Rijklaar gewicht | 148 kg |
| Maximaal laadvermogen (bestuurder + passagier + bagage) | 210 kg |
| Brandstoftankinhoud (inclusief reserve) | 9 L |
| Brandstofreserve | 1.5 L |
| Cilinderinhoud | 198 cm³ (200 model) |
| Motortype | Eencilinder, 4-takt, 4 kleppen, nat carter, OHC |
| Boring x slag | 72 mm x 48.6 mm |
| Compressieverhouding | 11.5 ± 0.5 : 1 |
| Maximaal vermogen | 14 kW bij 8500 tpm |
| Maximaal koppel | 19 Nm bij 6500 tpm |
| Stationair toerental | 1600 ± 100 tpm |
| Starten | Elektrisch |
| Koppeling | Automatische centrifugale droge koppeling |
| Transmissie | Continue automatische variator met V-riem |
| Smeersysteem | Geforceerde smering met nat carter |
| Koeling | Geforceerde luchtkoeling aangedreven door centrifugaalpomp |
| Brandstoftype | Ongelode premium benzine, min octaan 95 (NORM) / 85 (NOMM) |
| Ontsteking | Capacitieve ontsteking, variabele vervroeging |
| Bougie-elektrodenafstand | 0.7 - 0.8 mm (NGK) |
| Remmen (voor en achter) | Schijfremmen, onafhankelijke hydraulische circuits |
| Accu | 12V, onderhoudsvrij |
| Stroomaansluiting | 12V, max 180W (in helmvak) |
Veelgestelde vragen - Sportcity Cube 200 (2008) APRILIA
Gebruikersvragen over Sportcity Cube 200 (2008) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sportcity Cube 200 (2008) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sportcity Cube 200 (2008) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Sportcity Cube 200 (2008) APRILIA
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
SPORTCITY CUBE 125-200

De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die uitgevoerd moeten worden op het voertuig, bij een Dealer of Erkende aprilia Garage. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke veiligheid
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX
INDEX
VEHICLE....7
Plaats van de hoofdcomponenten.... 10
Legenda.... 11
Analoog instrumentenpaneel.... 13
Digitaal display.... 18
MODE- toets.... 19
Sleutelschakelaar.... 20
Inschakeling van het stuurslot.... 21
Schakelaar richtingaanwijzers.... 22
Drukknop claxon.... 22
Koplampschakelaar.... 23
Startknop....24
Stopschakelaar motor.... 24
Stopcontact.... 26
Opening van het zadel.... 27
Identificatie 27
Penen van de koffer voor.... 29
Tassenhaak.... 30
GEBRUIK.... 31
Controles.... 32
Tanken 35
Regeling van de schokdempers.... 37
Starten des motors.... 39
Moeilijke start.... 49
Het stilleggen van de motor.... 51
Katalysator 54
Standaard.... 56
Tips tegen diefstal.... 56
Het veilig rijden.... 57
ONDERHOUD.... 65
Peil van de motorolie.... 66
Controle van het peil van de motorolie.... 67
Het bijvullen van motorolie.... 69
Oliepeil van de naaf.... 70
Banden....72
Demonteren van de bougie.... 75
Demonteren van het luchtfilter.... 80
Reiniging van de luchtfilter.... 81
Peil van de koelvloeistof.... 82
Controle van het oliepeil van de remmen.... 88
Accu.... 92
Inwerkingstelling van een nieuwe accu.... 98
Lange stilstand.... 100
Zekeringen.... 101
Lampen 105
Voorste optische groep.... 107
Regeling van de koplamp.... 111
Voorste richtingaanwijzers.... 112
Regeling van het minimum toerental.... 117
Schijfrem vooraan en achteraan.... 118
Stilstand van het voertuig.... 122
Reinigen van het voertuig.... 124
Vervoer.... 128
Bijgeleverde gereedschappen.... 140
GEPLAND ONDERHOUD.... 141
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud.... 142
SPECIALE UITRUSTINGEN.... 151
SPECIALE UITRUSTINGEN.... 152
SPORTCITY
CUBE
125-200
aprilia
Chap. 01
Vehicle
Hst. 01
Voertuing
1 Vehicle / 1 Voertuing

Plaats van de hoofdcomponenten (01\_02)
LEGENDE:
- Expansievat
- Dop van het expansievat van de koel-vloeistof
- Vloeistoftank van de achterrem
-
Linker achteruitkijkspiegeltje
-
Lasthaak
-
Luchtfilter
-
Centrale standaard
-
Vuldop voor de motorolie
-
Linker voetensteun van de passagier
-
Accu
-
Zekeringenhouder
-
Framenummer
-
Voorste motorkap
-
Handgreep van de passagier
-
Zadel
-
Brandstoftank
-
Dop van de brandstoftank
-
Rechter achteruitkijkspiegeltje
-
Vloeistoftank van de voorrem
-
Akoestische melder
-
Glove compartment
- Ignition /steering lock switch
- Battery compartment cover
- Spark plug
-
Right passenger footrest
-
Opbergruimte
- Schakelaar van de ontsteking / stuurslot
- Deksel van de accuruimte
- Bougie
- Rechter voetensteun van de passagier
Dashboard (01\_03)
KEY
- Elektrische commando's op de linker kant van het stuur
- Hendel van de achterrem
- Hendel van de voorrem
- Gashandvat
- Elektrische commando's op de rechter kant van het stuur
- Schakelaar van de ontsteking / stuurslot (ON-OFF-LOCK)
- Instrumenten en indicators


01_04
Analogue instrument panel (01\_04)
KEY
Analoog instrumentenpaneel (01\_04)
Legende
- Blauwe controlelamp van het groot licht
- Groene controlelamp van de richting- aanwijzers
-
Indicator van het brandstofpeil
-
Speedometer
- Coolant high temperature warning light
- Coolant temperature gauge
- Red oil pressure warning light.
- ABS warning light (Activated on ABS versions only)
- Multifunction indicator: total odometer (ODO) / two trip odometers (ODO I - ODO II) / battery voltage
- Warning light not active
-
Digital clock
-
Oranje controlelamp van de brandstof-reserve
- Snelheidsmeter
- Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof
- Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof
- Rode controlelamp van de oliedruk
- Controlelamp van het ABS (enkel actief op de versies met ABS)
- Mutifunctionele indicator: kilometer-teller totaal (ODO) / twee kilometertellers partieel (ODO I - ODO II) / accuspanning
- Controlelamp niet actief
- Digitale kok
INSTRUMENT AND GAUGE DESCRIPTION
NOTE
WITH THE KEY SET TO «ON», ALL THE PRE-INSTALLED WARNING LIGHTS, INSTRUMENT PANEL LIGHTING AND ALL THE INDICATORS IN DIGITAL DISPLAY TURN ON FOR THE FIRST THREE SECONDS FOR AN INITIAL INSTRUMENT CHECK.
BESCHRIJVING VAN DE INSTRUMENTEN EN DE INDICATOREN
N.B.
MET DE SLEUTEL IN DE «ON» POSITIE, LICHTEN ALLE VOORZIENE CONTROLELAMPEN, DE VERLICHTING VAN HET DASHBOARD EN DE INDICATOREN VAN HET DIGITAAL DISPLAY OP VOOR DRIE SECONDEN, VOOR EEN BEGINCHECK VAN HET INSTRUMENT.
High-beam warning light «1»
Controlelamp van het groot licht «1»
Deze licht op wanneer het lampje van het groot licht van het voorlicht geactiveerd is, of wanneer men het groot licht doet knipperen (PASSING).
Turn indicator warning light «2»
Flashes when in right or left turning mode.
Controlelamp van de richtingaanwijzers «2»
Knippert wanneer het signaal voor het rechts of links afslaan in functie is.
Wanneer een richtingaanwijzer stukgaat, verdubbelt de snelheid van het knipperen van de controlelamp. In dit geval moet het lampje vervangen worden.
Fuel gauge «3»
Indicator van het brandstofpeil «3»
Duidt bij benadering het brandstofpeil in de tank aan.
Low fuel warning light «4»
Controlelamp van de brandstofreserve «4»
Deze licht op wanneer er in de brandstof-tank 1,5 liter brandstof overblijft.
In dit geval moet men zo vlug mogelijk tanken.
Speedometer «5»
Shows riding speed.
Snelheidsmeter «5»
Duidt de rijsnelheid aan.
Coolant high temperature warning light «6»
Controlelamp van de hoge temperatuur van de koelvloeistof «6»
Deze licht op wanneer de indicator van de temperatuur van de koelvloeistof te hoge waarden bereikt. Leg onmiddellijk de motor stil en controleer het peil van de koelvloeistof.
Coolant temperature gauge «7»
Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof «7»
Duidt bij benadering de temperatuur aan van de koelvloeistof in de motor. Wanneer het wijzertje zich in de centrale zone van de schaal bevindt, is de werkings-temperatuur normaal. Wanneer de streep zich niet in de centrale positie bevindt, mag het voertuig niet excessief belast worden. Wanneer de wijzer de laatste streep bereikt, legt men de motor stil en controleert men het peil van de koelvloeistof.
CAUTION

IF THE TEMPERATURE EXCEEDS THE MAXIMUM ALLOWED FOR A LONG TIME, THE ENGINE CAN BE SERIOUSLY DAMAGED.
LET OP

WANNEER DE MAXIMUM TOEGESTA- NE TEMPERATUUR VOOR EEN LAN- GE PERIODE WORDT OVERSCHRE-
DEN, KAN DE MOTOR ERNSTIG WORDEN BESCHADIGD.
Engine oil pressure warning light «8»
Controlelamp van de druk van de motorolie «8»
Deze verschijnt om te melden dat de druk van de motorolie onvoldoende is. In dit geval legt men onmiddellijk de motor stil, en wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
Wanneer de motor uitstaat is de contro- lelamp steeds aan; wanneer ze uit blijkt, is er een onregelmatigheid aanwezig aan de sensor of aan de verbindingen.
De controlelamp moet uitgaan nadat de motor wordt gestart.
ABS warning light «9»
Enkel actief op versies met ABS.
Multifunction indicator «10»
Geeft de totaal afgelegde afstand (ODO) of de twee partiele hodogrammen (ODO I-ODO II) of de accuspanning weer.
Warning light «11» Controlelamp «11»
Deze licht op, maar is niet actief.
Geeft de uren en de minuten weer.

Digital Icd display (01\_05)
Clock adjustment
NOTE
FOR SAFETY REASONS, ADJUST THE CLOCK ONLY WHEN YOUR VEHICLE IS STOPPED.
Digitaal display (01\_05)
Regeling van de klok
N.B.
VOOR VEILIGHEIDSREDENEN IS HET ENKEL MOGELIJK OM DEZE HANDE-LING UIT TE VOEREN WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT.

Wanneer op het multifunctioneel display «1» de functie van de kilometers totaal (ODO) wordt weergegeven, moet voor langer dan drie seconden op de toets MODE «2» gedrukt worden. De twee puntjes die de uren en de minuten scheiden, beginnen te knipperen.
Voer de regeling van de uren uit door de aangeduide waarde te verhogen bij elke druk op de toets MODE «2».
Druk weer op de toets MODE «2» voor langer dan drie seconden om over te gaan naar de regeling van de minuten. De aangeduide waarde wordt verhoogd bij elke druk op de toets MODE «2».
Door op de toets MODE «2» te drukken voor langer dan drie seconden, wordt teruggekeerd naar de regeling van de uren.
Wanneer geen enkele toets wordt geactiveerd voor drie seconden, verlaat het display automatisch de functie van de regeling van de klok.
"MODE" button
Wanneer op de toets «MODE» wordt gedrukt, worden achtereenvolgens ODO I, ODO II en de accuspanning weergegeven.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT-


NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN POSITIE «ON» BEVINDT
Key switch (01\_07, 01\_08)
De ontstekingsschakelaar «1» bevindt zich op de rechter kant, nabij de kop van de stuurinrichting.
N.B.
DE SLEUTEL «2» ACTIVEERT DE SCHAKELAAR VAN DE ONTSTE-KING / STUURSLOT, HET SLOT VAN HET ZADEL EN HET SLOT VAN DE OPBERGRUIMTE. BIJ HET VOERTUIG WORDEN TWEE SLEUTELS GELE-VERD (ÉÉN RESERVESLEUTEL).
N.B.
BEWAAR DE RESERVESLEUTEL NIET OP HET VOERTUIG.
SWITCH POSITIONS
ON «A»: De motor en de lichten kunnen in werking worden gesteld. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.
OFF «B»: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.
LOCK «C»: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten aan te schakelen. De sleutel kan verwijderd worden.
Inschakeling van het stuurslot
LET OP
DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI- TIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.
- Drai het stuur volledig naar links.
- Draai de sleutel «2» in positie «OFF»
NOTE
TURN THE KEY AND MOVE THE HAN- DLEBAR AT THE SAME TIME.
N.B.
DRAAI DE SLEUTEL EN DRAAI TEGELIJKERTIJD AAN HET STUUR.
- Press and turn the key «2» anticlockwise (to the left), move the handlebar slowly until the key «2» is set to «LOCK».
- Druk op de sleutel «2» en draai hem in tegenwijzerszin (naar links), draai traag aan het stuur tot de sleutel «2» op «LOCK» wordt geplaatst.
- Extract the key.
- Verwijder de sleutel.

Schakelaar richtingaanwijzers (01\_09)
Verplaats schakelaar «3» naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats schakelaar «3» naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk centraal op de schakelaar «3» om de richtingaanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

Door op drukknop «2» te drukken, activeert men de akoestische melder.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
Light switch (01\_11)
Wanneer de omleider van de lichten «4» zich in positie «A» bevindt, wordt het groot licht geactiveerd; in positie «B» wordt het dimlicht geactiveerd.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

PASSING button «C»
Door op de drukknop PASSING te drukken, wordt de knippering van het groot licht geactiveerd.
N.B.
WANNEER DE DRUKKNOP «C» WORDT LOSGELATEN, WORDT HET KNIPPEREN VAN HET GROOT LICHT GEDESACTIVEERD.

Door op drukknop «7» te drukken, doet de startmotor de motor draaien.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT
Engine stop button (01\_13)
CAUTION

DO NOT ACTION THE ENGINE STOP SWITCH «6» WHILE RIDING THE VEHICLE.
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNCTION ONLY WHEN THE IGNITION KEY IS SET TO "ON"
Stopschakelaar motor (01\_13)
LET OP

RAAK DE SCHAKELAAR VOOR HET STILLEGGEN VAN DE MOTOR «6» NIET AAN TIJDENS HET RIJDEN.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT- STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO- SITIE «ON» BEVINDT

De schakelaar voor het stilleggen van de motor «6» dient als veiligheids- of noodschakelaar.
Met de schakelaar «6» in positie «ON», is het mogelijk om de motor te starten; in positie «OFF» stopt de motor met draai- en.
LET OP

MET DE MOTOR STIL EN DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR MET SLEUTEL IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN. WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT NADAT MEN DE MOTOR HEEFT STILGELEGD, DRAAIT MEN DE ONSTEKINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «OFF».

- Binnenin de helmruimte onder de zadelruimte is een stopcontact «4» van 12V voorzien.
- Het stopcontact kan gebruikt worden voor het voeden van gebruiksvoorwerpen met een vermogen van maximum 180 W (GSM, inspectielamp, enz.).
LET OP

EEN LANG GEBRUIK VAN HET STOP-CONTACT WANEER DE MOTOR UITSTAAT, KAN DE ACCU VOLLEDIG DOEN ONTLADEN.

Opening van het zadel (01\_15)
Om het zadel te blokkeren:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Plaats de sleutel in het blok voor de opening van het zadel.
- Draai de sleutel «4» in tegenwij-zerszin.
• Hef het zadel «5» op. - Om het zadel te blokkeren moet het omlaag gebracht en er op gedrukt worden (zonder te forceren), door het slot te doen klikken.
LET OP

VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT GEBLOKKEERD IS.
Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.
Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.
NOTE

ALTERING IDENTIFICATION NUMBERS CAN BE SERIOUSLY PUNISHED BY LAW, PARTICULARLY MODIFYING THE CHASSIS NUMBER WILL IMMEDIATELY INVALIDATE THE WARRANTY.
N.B.

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA- TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ERN- STIGE STRAFRECHTELIJKE EN AD- MINISTRATIEVE SANCTIES, VOORAL HET WIJZIGEN VAN HET FRAMENUM- MER DOET DE GARANTIE ONMID- DELLIK VERVALLEN.

Het framenummer is gedrukt op de centrale buis van het frame. Voor de lezing is het nodig om het aangeduide dopje te verwijderen.
Framenum-
mer: ....

Engine number
Het motornummer is gedrukt in de nabijheid van de onderste steun van de achterste schokdemper.
Motornum-
mer: ....

Penen van de koffer voor (01\_18)
Dit bevindt zich onder het stuur, intern de beschermingsplaat; Om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:
- Plaats de sleutel «1» in het slot.
- Draai de sleutel in wijzerszin, trek er aan, en open het deurtje «2».
N.B.
VOORALEER MEN HET DEURTJE BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET HEEFT VERGETEN IN DE OPBERGRUIMTE.

De lasthaak «1» bevindt zich op de interne beschermingsplaat, in de voorkant.
LET OP

HANG GEEN TE GROTE TASSEN OF PAKKEN AAN DE LASTHAAK, OM-DAT DE HANDELBAARHEID VAN HET VOERTUIG OF DE BEWEGING VAN DE VOETEN ZOU KUNNEN GEHINDERD WORDEN.
Maximum toegestaan gewicht
1,5 kg
SPORTCITY
CUBE
125-200
aprilia
Chap. 02
Use
Hst. 02
Gebruik
Checks
CAUTION

BEFORE RIDING, ALWAYS PERFORM A PRELIMINARY CHECK OF THE VEHICLE FOR CORRECT AND SAFE OPERATION AS SHOWN IN THE TABLE. FAILURE TO DO SO MAY LEAD TO SEVERE INJURY OR VEHICLE DAMAGE.
DO NOT HESITATE TO CONTACT AN OFFICIAL APRILIA DEALER IF YOU DO NOT UNDERSTAND HOW SOME CONTROLS WORK OR IF MALFUNCTION IS DETECTED OR SUSPECTED. CHECKS DO NOT TAKE LONG AND RESULT IN ENHANCED SAFETY.
Controles
LET OP

VÓÓR HET VERTREK VOERT MEN STEEDS EEN VOORBEREIDENDE CONTROLE UIT VAN HET VOERTUIG, VOOR EEN CORRECTE EN VEILIGE WERKING, ZOALS WORDT AANGE-DUID IN DE TABEL. HET NIET UITVOEREN VAN DEZE HANDELINGEN KAN ERNSTIGE LETSELS AAN UZELF OF SCHADE AAN HET VOERTUIG VER- OORZAKEN.
AARZEL NIET OM ZICH TE WENDEN TOT EEN OFFICIÈLE APRILIA DEALER WANNEER MEN DE WERKING VAN SOMMIGE COMMANDO'S NIET BEGRIJPT, OF WANNEER MEN ON-REGELMATIGHEDEN OPMERKT OF VERONDERSTELT.
DE NODIGE TIJD VOOR EEN CONTROLE IS UITERST BEPERKT, EN DE VEILIGHEID KOMT OP DE EERSTE PLAATS.
PRE-RIDE CHECKS
Voorste en achterste schijfrem Controleer de werking, de lege loop van de commandohendels,
| fluid level. Check for leaks. Check brake pads for wear. If necessary, top-up the brake fluid. | het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controleer de slijtage van de pastilles. Indien nodig laat men remvloeistof bijvullen. | |
| Brake levers Check they function smoothly.Lubricate the joints if necessary. | Remhendels Controleer of ze zacht werken.Smeer indien nodig de bewegingsplaatsen. | |
| Throttle grip Check that the throttle functions smoothly and can be fully opened and closed in all steering positions. | Gashendel Controleer of hij zacht werkt en ofmen hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. | |
| Wheels/ tyres Check that tyres are in good conditions. Check inflation pressure, tyre wear and potential damage. | ||
| Steering Check that the rotation is uniform, smooth and there are no signs of clearance or slackness. | Wielen/banden Controleer de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. | |
| Centre stand Check that it works smoothly and it goes back to its normal position when the springs are released.Lubricate couplings and joints if necessary. | Stuur Controleer of het draaien homogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt. | |
| Clamps Check that the clamping elements are not loose.Adjust or tighten them as required. | Centrale standaard Controleer of deze zacht werken, en of de spanning van de veren ze in de normale positie terugbrengen.Smeer indien nodig de koppelingen en de bewegingsplaatsen. | |
| Fuel tank Check the coolant level and refill if necessary.Check the circuit for potential leaks or obstructions. | ||
| Bevestigingselementen Controleer | of de bevestigingselementen niet gelost zijn.Registreer of sluit ze eventueel. |
| Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien nodig.Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit.Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop. | |
| Koelvloeistof Het vloeistofpeil in het expansievat moet zich tussen de «MIN» en «MAX» referenties bevinden. | |
| SCHAKELAAR VOOR HETSTILLEGGEN VAN DE MOTOR | Controleer de correcte werking. |

Gebruik enkel superbenzine met lood (4 Stars UK) of zonder lood, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Om de dop van de brandstoftank te bereiken:
• Hef het zadel op.
• Unscrew the tank cap «1».
Characteristic
Capaciteit van de tank (inclusief de reserve):
91
Reserve van de tank
\~ 1,5 l
Laat de olie en de oliekeerring van de voorste ophanging controleren op basis van de tabel van het geprogrammeerd


onderhoud, naargelang de cilinderin- houd.
De achterste ophanging bestaat uit een schokdemper met dubbel effect (remming bij compressie/extensie), en is bevestigd door middel van de silent-block aan de motor.
De schokdemper is voorzien van een moer voor de regeling van de voorbelasting van de veer. De standaardregeling, die wordt ingesteld in de fabriek, is voorzien voor een bestuurder van ongeveer 70 kg. Voor andere gewichten en behoeften, handelt men op moer «1» met de sectorsleutel (bijgevoegd), om een ideale rijconditie te verkrijgen.
- Handel op de regelmoer «1» (regeling van de voorbelasting van de veer van de schokdemper).
N.B.
VOER DE REGELINGEN UIT VOOR BEIDE ACHTERSTE SCHOKDEM-PERS.
Rotatie van de moer naar A: de voorbelasting van de veer verhoogt. De inrichting van het voertuig is harder. Te gebruiken op een glad of normaal wegdek, en voor het rijden met passagier.
Rotatie van de moer naar B: de voorbelasting van de veer verlaagt. De inrichting van het voertuig is zachter. Te gebruiken op een onverhard wegdek en voor het rijden zonder passagier.

- Voor het starten van de motor plaatst men het voertuig op de centrale standaard.
- Controleer of de omleider van de lichten «1» zich in de positie van het dimlichtbevindt.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «2» op «ON» (landen waar voorzien).

- Turn the key «3» and set the ignition switch to «ON».
CAUTION
NOW:
THE ENGINE OIL PRESSURE WARNING LIGHT «4» ON THE INSTRUMENT PANEL TURNS ON AND REMAINS LIT UNTIL THE ENGINE STARTS UP.
- CONTACT AN Official aprilia Dealer IF THIS WARNING LIGHT DOES NOT TURN ON OR IF AFTER THREE SECONDS THE WARNING LIGHT DOES NOT TURN OFF.
- Draai aan de sleutel «3» en plaats de ontstekingsschakelaar op «ON».
LET OP
OP DIT MOMENT GEBEURT HET VOLGENDE:
- OP HET DASHBOARD LICHT DE CONTROLELAMP VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE «4» OP, DIE BLIJFT OPLICHTEN TOT DE MOTOR WORDT GESTART.
- WANNEER DEZE NIET OPLICHTEN, OF WANNEER NA DRIE SECONDEN DE CONTROLELAMP NIET UITGAAT, WENDT MEN ZICH TOT EEN officièle aprilia dealer.
- Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel «6» te activeren. Wanneer dit niet gebeurt, bereikt de stroom het startrelais niet, en de motor zal niet starten.

- Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.
LET OP

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.
OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRANDSTOFVERBRUIK TE BEPER- KEN, RAADT MEN AAN OM DE MO-
ENGINE BY RIDING THE FIRST KILO-METRES AT A LIMITED SPEED.
TOR OP TE WARMEN, DOOR DE EERSTE KILOMETERS AF TE LEGGEN AAN EEN BEPERKTE SNELHEID.
CAUTION
IF THE LOW FUEL WARNING LIGHT «8» ON THE INSTRUMENT PANEL TURNS ON WHILE RIDING, THIS MEANS THAT THE RESERVE IS BEING USED AND YOU STILL HAVE 1.5 L OF FUEL AVAILABLE. REFUEL AS SOON AS POSSIBLE.
LET OP
WANNEER TIJDENS HET RIJDEN DE CONTROLELAMP VAN DE BRANDSTOFRESERVE «8» OP HET DASHBOARD OPLICHT, RIJDT MEN OP RESERVE, EN BESCHIKT MEN NOG OVER 1,5 L BRANDSTOF. TANK ZO VLUG MOGELIJK BRANDSTOF.
CAUTION
LET OP


WHEN RIDING WITHOUT PASSENGERS, MAKE SURE THE PASSENGER FOOTRESTS ARE FOLDED. WHILE RIDING, KEEP YOUR HANDS FIRMLY ON THE HANDGRIPS AND YOUR FEET ON THE FOOTRESTS.
NEVER RIDE THE VEHICLE IN ANY OTHER POSITION.
WANNEER MEN ZONDER PASSAGIER REIST, CONTROLEERT MEN OF DE VOETENSTEUNEN VAN DE PASSAGIER GESLOTEN ZIJN. TIJDENS HET RIJDEN HOUDT MEN DE HANDEN STEVIG OP DE HANDVATEN EN LAAT MEN DE VOETEN STEUNEN OP DE VOETENSTEUNEN.
- Laat het gashandvat los, activeer de achterrem en laat het voertuig op de standaard zakken.
- Ga op het voertuig zitten, en hou voor de stabiliteit minstens één voet op de grond.
- Regel de correcte helling van de achteruitkijkspiegeltjes.
CAUTION

WITH THE VEHICLE AT A STAND-STILL, PRACTICE USING THE REARVIEW MIRRORS. THE MIRROR REFLECTING SURFACE IS CONVEX SO OBJECTS MAY SEEM FARTHER THAN THEY REALLY ARE. THESE MIRRORS OFFER A WIDE-ANGLE VIEW AND ONLY EXPERIENCE HELPS YOU JUDGE THE DISTANCE SEPARATING YOU AND THE VEHICLE BEHIND.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE ACHTERUITKIIJKSPIEGELTJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENDE OPPERVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET INSCHATTEN MOGELIJK VAN DE AFSTAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

- Laat de remhendel los en geef gas, door gematigd aan (Pos. B) het gashandvat te draaien; het voertuig zal beginnen te rijden.
CAUTION
LET OP


Moeilijke start (02\_11)
STARTEN MET VERZOPEN MOTOR
Wanneer men de startprocedure niet correct uitvoert, of wanneer er een excessieve hoeveelheid brandstof aanwezig is in de aanzuigleiding en in de carburator, zou de motor kunnen verzuipen.
Om een verzopen motor te reinigen, handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «7» voor enkele seconden (door de motor leeg te doen draaien), met het gashandvat volledig gedraaid.
KOUDE START
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (dichtbij of onder het vriespunt), zou de eerste start moeilijk kunnen verlopen.
In dit geval handelt men als volgt:
- Druk voor vijf seconden op de startknop «7» en draai tegelijkertijd gematigd aan het gashandvat.
Wanneer de motor niet start.
• Laat het gashandvat los.
- Wanneer het regime van het minimum toerental instabiel blijkt, handelt men op het gashandvat
met kleine en veelvuldige rota- ties.
Wanneer de motor niet start.
- Wacht enkele seconden en voer de procedure van de KOUDE START opnieuw uit.
- Verwijder eventueel de bougie, en controleer of ze niet vochtig is.
- Wanneer de bougie vochtig is, moet ze gereinigd en gedroogd worden.
Vooraleer men ze hermonteert, handelt men als volgt:
N.B.
PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOU- GIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.

Druk op de startknop «7» en laat de start-motor draaien voor ongeveer vijf secon-den, zonder gas te geven.
START NA EEN LANGE INACTIVITEIT
- Wanneer het voertuig voor lange tijd niet werd gebruikt, is het mogelijk dat de start niet klaar is, omdat het voedingscircuit van de brandstof gedeeltelijk leeg zou kunnen zijn.
In dit geval handelt men als volgt:
- Druk op de startknop «7» voor ongeveer tien seconden.

Het stilleggen van de motor (02\_12)
LET OP
VERMIJDT INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVER- WACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.

- Laat het gashandvat (Pos. A) los en activeer geleidelijk aan de remmen zodat het voertuig stopt.
- Tijdens een tijdelijke pauze moet minstens één rem geactiveerd worden.
PARKING
CAUTION

PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND TO PREVENT THE VEHICLE FROM FALLING.
DO NOT LEAN THE VEHICLE ON A WALL OR LAY ON THE GROUND.
MAKE SURE THE VEHICLE AND SPECIALLY ITS HOT PARTS DO NOT POSE ANY RISK TO PEOPLE OR CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VEHICLE UNATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH.
DO NOT SEAT ON THE VEHICLE WHEN THE STAND IS LOWERED.
PARKEREN
LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.
CONTROLEER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBEWAAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN WANNEER DE STANDAARD UITGE-KLAPT IS.
- Stop the vehicle.
- Set the engine stop switch «1» to «OFF».
CAUTION

WITH ENGINE OFF AND THE IGNITION SWITCH SET TO «ON» THE BATTERY MAY GET DISCHARGED.
- Turn the key «2» and set the engine stop switch «3» to «OFF».
• Rest the vehicle on its stand.
CAUTION
DO NOT LEAVE THE KEY INSERTED IN THE IGNITION SWITCH.
NOTE
WITH THE ENGINE OFF, IT IS NOT NECESSARY TO CLOSE THE FUEL VALVE, FOR IT HAS AN AUTOMATIC SEALING SYSTEM.
- Stop het voertuig.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor «1» op «OFF».
LET OP

MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE-KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE «ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.
- Draai de sleutel «2» en plaats de ontstekingsschakelaar «3» op «OFF».
- Plaats het voertuig op de standaard.
LET OP
LAAT DE SLEUTEL NIET IN DE ONT-STEKINGSSCHAKELAAR.
N.B.
WANNEER DE MOTOR STILLIGT, IS HET NIET NODIG OM HET BRAND-STOFKRAANTJE TE SLUITEN, OM-DAT HET VOORZIEN IS VAN EEN
- Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel «2».
Catalytic silencer
CAUTION

Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieden:
- de verwijdering en elke handeling om eender welk samenstellend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, behalve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te controleren vóór de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt; en
- het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element
werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt.
Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper, en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële Aprilia Dealer.

Stand (02\_15)
RESTING THE VEHICLE ON ITS STAND
CENTRE STAND
- Hold the left handgrip «4» and the passenger handgrip «5».
- Push the stand lever «6».
CAUTION
MAKE SURE THE VEHICLE IS STA- BLE.
Standaard (02\_15)
PLAATSING VAN HET VOERTUIG OP DE STANDAARD
CENTRALE STANDAARD
- Grijp het linker handvat «4» en de handgreep van de passagier «5» vast.
- Duw op de hendel van de standaard «6».
LET OP
CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats.
Gebruik wanneer mogelijk de speciale gepantserde kabel "Body-Guard" van aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme.
Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval
LAST van het terugvinden van het voertuig na NAME: diefstal.
NAME: NAAM:
... AD- DRESS: .... ...
ADRES:
Belangrijk: In veel gevallen worden gestolen voertuigen geïdentificeerd door middel van de gegevens in het gebruiken onderhoudsboekje.

Het veilig rijden (02_16, 02_17, 02_18, 02_19, 02_20, 02_21, 02_22, 02_23, 02_24, 02_25, 02_26, 02_27)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSREGELS
Om met het voertuig te rijden moet men beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie, nummerplaat, enz.).


Men raadt aan om het voertuig gewoon te raken in zones met weinig verkeer en/of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan het gebrek aan ervaring van de bestuurder.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners, en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijzering en het normenstelsel in verband met het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van de snelheidslimieten, enz.), bovendien moet men steeds rekening houden met de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade aan het voertuig of controleverlies over het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de eigen snelheid te verhogen.
CAUTION

Vermijdt absoluut om recht te staan op het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties (niet eten, roken, drinken, lezen, enz.) wanneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke smeermiddelen voor het voertuig, van het type dat men vindt in de "TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen van brandstof, olie en koelvloeistoffen correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft gehad, gevallen is of er werd tegen gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de reminstallatie en de fundamentele delen niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren bij een Officiële aprilia Dealer, door voor-

al aandacht te schenken voor het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange- brachte wijziging en de verwijdering van originele stukken, kan de prestaties van het voertuig schaden, en dus het veilig- heidsniveau schaden en het voertuig zelfs illegala maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden aan alle wetsvoorschriften en nationale en plaatselijke reglementen in verband met de uitrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het voertuig wijzigen.
Never ride off-road. Vermijdt absoluut om wedstrijden te hou-
den met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.

Vooraleer men gaat rijden denkt men eraan om steeds en correct de helm op te zetten en vast te maken. Controleer of hij gehomologeerd en integer is, of de maat juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere weggebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op aanrijdingen, en is men beter beschermd wanneer men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de uiteinden moeten gesloten zijn; koorden, ceinturen en dassen mogen niet bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die mogelijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bijvoorbeeld: puntige voorwerpen zoals sleutels, pennen, glazen voorwerpen, enz. (dit advies geldt eveneens voor de eventuele passagier).

De gebruiker is verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Men raadt aan tijdens de montage, dat het accessoire de mechanismen van het akoestisch en visief melden niet bedekt en dus de functionaliteit ervan schaadt, de werking van de ophangingen en de hoek van sturing niet beperkt, de active-ring van de commando's niet hindert, en de hoogte van de grond en de helhoek in een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die de toegang tot de commando's hinderen, en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen.
De bekledingen en de windschermen met grote afmetingen, die gemonteerd zijn op het voertuig, kunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het voertuig overschrijden; op deze wijze zou het voertuig onverwacht kunnen stilvallen of zou er een gevaarlijke afwezigheid van stroom kunnen zijn, die nodig is voor de

werking van de akoestische en visieve meldingsmechanismen.
aprilia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprilia genuine accessories).
LOADING
Wees voorzichtig en matig bij het laden van bagage. Men moet de bagage zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig laden en uniform verdelen op de twee kanten, om elke onbalans zo klein mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het voertuig, vooral tijdens lange reizen.
Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden.
Plaats op de kanten van het voertuig geen plaatsinnemende bagage, omdat dit personen of obstakels zou kunnen aanstoten, en dus controleverlies over het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Vervoer geen bagage die niet stevig is bevestigd aan het voertuig.
Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.

Vervoer geen dieren of kinderen op de documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager.
De overbelasting van het voertuig schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid.
SPORTCITY
CUBE
125-200
aprilia
Chap. 03
Maintenance
Hst. 03
Onderhoud
Engine oil level
Peil van de motorolie
Controleer regelmatig het peil van de motorolie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud.
LET OP

DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, IN- DIEN LANG EN DAGELIJKS GEHAN- TEERD.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
GIET DE OLIE NIET UIT.
DRAAG ZORG OM GEEN ENKEL ONDERDEEL, OM DE ZONE WAARIN
BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE WERKING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
Voor de bijvulling en de vervanging wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.
Controle van het peil van de motorolie (03\_01, 03\_02)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
LET OP

DE MOTOR EN DE ONDERDELEN VAN DE UITLAATINSTALLATIE WORDEN ZEER WARM EN BLIJVEN WARM
SOME TIME EVEN AFTER THE ENGINE IS TURNED OFF. WEAR INSULATING GLOVES BEFORE HANDLING THESE PARTS OR WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM COOL DOWN.
- Leg de motor stil en laat hem afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan.
N.B.
WANNEER MEN VOORAFGAANDE HANDELINGEN NIET UITVOERT, KAN HET ZIJN DAT MEN EEN FOUTE OP- METING UITVOERT VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE.
- Draai de dop/meetstaaf «1» los en verwijder deze.
- Reinig het deel dat in contact staat met de olie met een rein doek.
- Draai de dop-staaf «1» volledig vast in de invoerboring «2».
- Verwijder opnieuw de dop-staaf «1» en lees het oliepeil af op de staaf:
- Het peil is correct wanneer het ongeveer het MAX peil bereikt,

dat wordt aangegeven op de meetstaaf.
CAUTION

IN ORDER TO AVOID DAMAGING THE ENGINE, OIL LEVEL MUST NEVER EXCEED THE «MAX» MARK OR FALL BELOW THE «MIN» MARK.
LET OP

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR TE VEROORZAKEN.

Het bijvullen van motorolie
LET OP

VOOR DE VERVANGING VAN DE MO- TOROLIE WENDT MEN ZICH TOT EEN
YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official aprilia Dealer.
CAUTION

Officiële aprilia Dealer, OF INDIEN U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.
LET OP

GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET ONVOLDOENDE SMERING OF MET VERONTREINIGDE OF ONGESCHIKTE SMEERMIDDELEN, OMDAT DE BEWEGENDE DELEN ERVAN SNELLER ZULLEN VERSLIJTEN EN DUS ERNSTIGE SCHADE KUNNEN TOEBRENGEN.

Oliepeil van de naaf (03\_03, 03\_04)
Controleer of olie aanwezig is in de achternaaf. Voor de controle van het peil van de naafolie moet als volgt gehandeld worden:
- Plaats het voertuig op een vlak terrein en op de standaard.
- Draai de staaf van de naafolie «1», droog hem met een rein doek, plaats hem weer, en draai hem helemaal vast.

- Verwijder de staaf, en controleer of het oliepeil de streep bereikt die aangeduid wordt door de pijl in de figuur. Dit peil is correct, en moet zo blijven.
- Draai de staaf weer vast, en controleer de correcte blokke- ring.
LET OP

DE OLIE KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, IN- DIEN LANG EN DAGELIJKS GEHAN- TEERD.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
GIET DE OLIE NIET UIT.
BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE WERKING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).
LET OP

CONTROLEER PERIODIEK DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGE-VINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR DE METING UIT VOORAL VÓÓR EN NA EEN LANGE REIS. WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMT, EN DUS NAAR DE STUURINRICHTING VERSTUURT, ZODAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT.
CONVERSELY, WITH INADEQUATE TYRE PRESSURE, TYRE SIDES «1» BEAR MORE STRESS AND THE TYRE CAN SLIDE ON THE RIM OR EVEN GET DETACHED RESULTING IN LOSS OF CONTROL OVER THE VEHICLE. THE TYRE MIGHT EVEN JUMP OFF THE RIM UNDER HARD BRAKING. EVENTUALLY THE VEHICLE MIGHT SKID IN A BEND. INSPECT THREAD SURFACE AND CHECK IT FOR WEAR. BADLY WORN TYRES ADVERSELY AFFECT TRACTION AND HANDLING. SOME TYRE TYPES HOMOLOGATED FOR THIS VEHICLE FEATURE WEAR INDICATORS. THERE ARE SEVERAL TYPES OF WEAR INDICATORS. CONSULT YOUR DEALER ON METHODS TO CHECK WEAR. CARRY OUT A VISUAL INSPECTION FOR TYRE CONSUMPTION. REPLACE TYRES IF WORN.
WHEN TYRES ARE OLD, THE MATERIAL MAY HARDEN AND NOT PROVIDE ADEQUATE GRIP, EVEN IF TYRES ARE STILL WITHIN THE WEAR LIMIT. REPLACE TYRES IF THIS OCCURS. REPLACE TYRES WHEN WORN OR IF THE TREAD HAS A HOLE BIGGER THAN 5 MM. BALANCE THE WHEELS AFTER A TYRE IS MENDED.. USE ONLY TYRE SIZES INDICATED BY THE MANUFACTURER. DO NOT FIT TYRES WITH INNER TUBES ON RIMS FOR TUBELESS TYRES OR VICE VERSA. CHECK THAT THE IN-WANNEER VICEVERSA DE BANDEN-SPANNING ONVOLDOENDE IS, WERKEN DE ZIJKANTEN «1» VAN DE BANDEN MEER, EN KAN HET ZIJN DAT DE BAND OP DE VELG SLIPT OF LOSKOMT, MET ALS GEVOLG DAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLIEST. WANNEER MEN BRUUSK REMT KUNNEN DE BANDEN UIT DE VELGEN KOMEN. IN BOCHTEN KAN HET VOERTUIG GAAN SLIPPEN. CONTROLEER DE STAAT VAN HET RIJOPPERVLAK EN DE SLIJTAGE, OMDAT SLECHTE BANDENCONDITIES DE WEGLIGGING EN DE MANOEUVREERBAARHEID VAN HET VOERTUIG KUNNEN SCHADEN. ENKELE BANDENTYPES, DIE GEHOMOLOGEERD ZIJN VOOR DIT VOERTUIG, HEBBEN EEN SLIJTAGE-INDICATOR. ER BESTAAN VERSCHILLENDE TYPES VAN SLIJTAGE-INDICATORS. VOOR INFORMATIE IN VERBAND MET DE CONTROLE VAN DE SLIJTAGE, WENDT MEN ZICH TOT DE VERKOPER. CONTROLEER VISIEF DE SLIJTAGE VAN DE BANDEN, EN VERVANG ZE INDIEN ZE VERSLETEN ZIJN.
WANNEER DE BANDEN OUD ZIJN, EN OOKAL ZIJN ZE NIET VERSLETEN, KUNNEN ZE VERHARDEN EN DUS DE WEGLIGGING SCHADEN. IN DIT GEVAL VERVANGT MEN DE BANDEN VERVANG DE BANDEN WANNEER ZE VERSLETEN ZIJN, OF WANNEER ER
FLATION VALVES HAVE THEIR CAPS FITTED IN ORDER TO AVOID UNEXPECTED FLAT TYRES.
Controleer de bougie op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig.
Om de bougie te bereiken, handelt men als volgt:

- Lift the saddle.
- Undo and remove the screws «3».
- Undo and remove the screws «4».
• Hef het zadel op.
- Draai de bouten «3» op en verwijder ze.
- Draai de bouten «4» los en verwijder ze.

- Verwijder het inspectiedeksel «5» langs voor.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
Voor de verwijdering en de reiniging handelt men als volgt:
LET OP

VOORALEER MEN DE VOLGENDE HANDELINGEN UITVOERT, LAAT MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AF- KOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGS- TEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT, OM MOGELIJKE BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
- Remove the tube «1» of the spark plug «2».
-
Clean off any trace of dirt from the spark plug base. Then unscrew it using the spanner supplied in the tool kit and remove it from its fitting, being careful not
-
Verwijder de pipet «1» van de bougie «2».
- Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze daarna los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zit, door te zorgen dat er geen stof of an-
- Controleer of de elektrode en het centrale porcelein van de bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en reinig eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje.
- Blaas goed uit met een luchtstraal, om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terecht kommen. Wanneer de bougie scheuren op de isolering, verroeste elektroden of excessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen.
- Controleer de afstand tussen de elektroden met een diktemeter. Deze moet 0,7 - 0,8 mm bedragen; regel de afstand eventueel, door voorzichtig de massaelektrode te buigen.
- Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd.
- Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel, door ze een 1/2 draai vast te draaien om de rondel vast te drukken.
THE ENGINE DURATION AND PERFORMANCE COULD BE COMPROMISED.
Characteristic
Spark plug electrode gap
0.7 -0.8 mm
Spark plug
NGK CR7EB
Locking torques (N\*m)
Afstand van de elektroden van de bougie
0,7 - 0,8 mm
BOUGIE
NGK CR7EB
Aandraaikoppels (N\*m)
Sluitkoppel van de bougie
18 Nm (1,8 Kgm)
- Place the tube of the spark plug «1» correctly so that it does not get disconnected due to engine vibrations.
-
Reassemble the central inspection cover «5».
-
Plaats de pipet van de bougie «1» correct, zodat ze niet kan loskomen door de vibraties van de motor.
- Hermonteer het centrale inspectiedeksel «5».


Demonteren van het luchtfilter (03\_11, 03\_12)
De reiniging en de controle van de staat van de luchfilter moeten uitgevoerd worden op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud; dit zal afhangen van de gebruikscondities.
Wanneer het voertuig wordt gebruikt op natte of stoffige wegen, moeten de handelingen van de reiniging vlugger worden uitgevoerd.
Voor de reiniging van het filterend element, moet men het van het voertuig verwijderen.
- Draai de negen bouten «1» los en verwijder ze.
- Open de filterdoos.
- Verwijder uit het deksel van de filterdoos «2» het filterend element «3».

Reiniging van de luchtfilter (03_13, 03_14)
LET OP

GEBRUIK GEEN BENZINE OF BRAND-BARE OPLOSMIDDELEN VOOR HET WASSEN VAN HET FILTEREND ELEMENT, OM HET RISICO OP BRAND EN EXPLOSIES TE VERMIJDEN.

- Was het filterend element «3» met reine oplosmiddelen, die niet ontvlambaar zijn en die geen hoog verdampingspunt hebben, en laat het zorgvuldig drogen.
- Breng op de volledige oppervlakte olie voor filters aan.
- Controleer de aanwezigheid van onzuiverheden in het onderste deel van de ontluchtingsbuis «4».
N.B.
WANNEER BINNENIN AFZETTINGEN AANWEZIG ZIJN, AFKOMSTIG VAN DE FILTERKAST, MOETEN DEZE ALS VOLGT VERWIJDERD WORDEN.
- Remove the cap «5».
• Verwijder het dopje «5».
- Laat de inhoud in een recipiën stromen; overhandig het daarna aan een inzamelcentrum.
Cooling fluid level (03_15, 03_16, 03_17)
Peil van de koelvloeistof (03_15, 03_16, 03_17)
CAUTION
LET OP


DO NOT USE YOUR VEHICLE IF THE COOLANT LEVEL IS BELOW THE MINIMUM LEVEL MARKED "MIN".
GEBRUIK HET VOERTUIG NIET WANNEER DE KOELVLOEISTOF ZICH ONDER HET MINIMUM "MIN" PEIL BEVINDT.
Controleer het peil van de koelvloeistof volgens de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.
CAUTION
LET OP


De oplossing van de koelvloeistof be- staat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste wer- kingstemperaturen, en garandeert een goede bescherming tegen corrosie. Het is een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ook tijdens het warme seizoen te gebruiken, omdat op deze manier ver- lies door verdamping en het frequent bij- vullen wordt vermeden. Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraal- zouten die in de radiator van het ver- dampte water werden gelaten, en veran- dert de efficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere con- centratie antivries toe (tot een maximum van 60%).

Voor de koeloplossing gebruikt men ge- destilleerd water, om de motor niet te beschadigen.
LET OP

VERWIJDER DOP «1» NIET VAN HET EXPANSIEVAT WANNEER DE MOTOR WARM STAAT, OMDAT DE KOEL-VLOEISTOF ONDER DRUK STAAT EN EEN HOGE TEMPERATUUR HEEFT. BIJ CONTACT MET DE HUID OF DE
KLEDING KAN HET ERNSTIGE LET- SELS/SCHADE VEROORZAKEN.
CHECK
CAUTION
CONTROLE
LET OP

WAIT FOR THE ENGINE TO COOL DOWN BEFORE CHECKING OR TOPPING-UP THE COOLANT LEVEL.

VOER DE HANDELINGEN VAN DE CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.
- Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.
CAUTION
LET OP

PARK THE VEHICLE ON SAFE AND LEVEL GROUND.

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai de bouten «3» los en verwijder ze.

CAUTION

• Verwijder de voorste motorkap.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Controleer of het vloeistofpeil in het expansievat «2» zich tussen de referenties «MIN» en «MAX» bevindt.
MIN = minimum peil.
MAX = maximum peil.
CAUTION
VOOR DE HERSTELLING MOET MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer WENDEN.
LET OP

VOOR HET BIJVULLEN VAN DE VLOEISTOF VAN DE KOPPELING, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN OFFICIÈLE aprilia DEALER, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Controle van het oliepeil van de remmen (03\_18)
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACH- TERAAN, MET GESCHEIDEN HY- DRAULISCHE CIRCUITS. DE VOL- GENDE INFORMATIE BETREFT EEN ENKELE REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.
LET OP

HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE SPELING OF EEN ELASTISCHE WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND MET DE PERFECTE WERKING VAN DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL MEN NIET IN STAAT IS OM DE NOR-
ABLE TO CARRY OUT ROUTINE CHECK PROCEDURES.
CAUTION
PAY SPECIAL ATTENTION TO THE BRAKE DISC AND THE FRICTION GASKETS AND CHECK THAT THEY ARE NOT OILY OR GREASY, SPECIALLY AFTER MAINTENANCE OPERATIONS OR CHECKS. CHECK THAT THE BRAKE PIPE IS NOT TWISTED OR WORN.
MALE CONTROLEHANDELINGEN UIT TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.
LET OP
LET VOORAL OP VOOR DE SCHIJFREM EN VOOR DE WRIJVINGSPAKKINGEN, EN CONTROLEER OF ZENIET VERBONDEN ZIJN OF INGEVET ZIJN, VOORAL NA HET UITVOEREN VAN DE ONDERHOUDS OF CONTROLEHANDELINGEN. CONTROLEER OF DE REMBUIS NIET IN ELKAAR IS GEDRAAID OF VERSLETEN IS.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
LOOS DE VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles vermindert het peil van de remvloeistof in de tank, om automatisch de slijtage te compenseren.
De tanks van de remvloeistof vindt men onder de stuurbedekking, in de nabijheid van de koppelingen van de remhendels.
Controleer regelmatig het peil van de remvloeistof in de tanks, en de slijtage van de pastilles.
CAUTION

DO NOT USE YOUR VEHICLE IF A FLUID LEAK IN THE BRAKING CIRCUIT IS DETECTED.
Checking
To check level:
CAUTION

PARK THE VEHICLE ON SAFE AND LEVEL GROUND.
Voor de controle van het peil handelt men als volgt:
LET OP

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai het stuur zodat de vloeistof in de tank van de remvloeistof zich parallel aan de «MIN» referentie op het glasje «1» bevindt.
- Controleer of de vloeistof in de tank de referentie «MIN» op het glasje «1» overschrijdt.
MIN = minimum peil.
Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie niet bereikt:
- Controleer de slijtage van de rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet aan vervanging toe zijn: - Zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer, die zal zorgen voor het bijvullen.
LET OP
CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE. IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEALER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOEREN VAN DE INSTALLATIE.

Controleer de sluiting van de klemmen op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud.
LET OP
BRANDGEVAAR. HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONTVLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWON- DEN VOORZAKEN OMDAT HET ZWA- VELZUUR BEVAT. DRAAG BESCHER- MENDE KLEDING, EEN MASKER VOOR HET GEZICHT EN/OF EEN BE- SCHERMENDE BRIL WANNEER MEN ONDERHOUD UITVOERT. WANNEER DE ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CON- TACT ZOU KOMEN MET DE HUID, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET KOUD WATER.
WANNEER HET IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE OGEN, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET WATER VOOR ONGEVEER VIJFTIEN MINUTEN, EN ONMIDDELLIK EEN OOGARTS RAADPLEGEN.
WANNEER HET TOEVALLIG ZOU WORDEN INGESLIKT, MOET MEN VEEL WATER OF MELK DRINKEN, DAARAAN MAGNESIUMMELK OF VE-
Verwijdering van de accu
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.

- Druk op de uiteinden «2» aan de tegenovergestelde kant van de bouten om het deksel op te heffen.
- Verwijder het deksel van de accuruimte.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.

- Maak eerste de negatieve (-) kabel en daarna de positieve (+) kabel los.
- Verwijder de accu «3» uit haar plaats, en plaats ze op een vlakke ondergrond, in een droge en koele plaats.
LET OP

DE VERWIJDERDE ACCU MOET WORDEN OPGEBORGEN OP EEN
PLACE OUT OF THE REACH OF CHIL- DREN.
VEILGE PLAATS EN UIT DE BUURT VAN KINDEREN.
Controle en reiniging van de terminals en de klemmen
- Controleer of de terminals «4» van de kabels en de klemmen «5» van de accu:
- zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzettingen);
- bedekt zijn met neutraal vet of vaseline.
Indien nodig:
- Maak eerste de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los.
- Gebruik een metalen borstel om alle corrosie te verwijderen.
- Maak eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-) weer vast.
- Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.
Battery recharge
Het opladen van de accu
LET OP
VERWIJDER DE DOPPEN VAN DE AC- CU NIET; WANNEER ZE VERWIJDERD
CAUTION
DO NOT REMOVE THE BATTERY CELL CAPS OR THE BATTERY MAY BE DAMAGED.
• Verwijder de accu.
- Voorzie een geschikte acculader.
- Voorzie de acculader voor een trage lading.
- Verbindt de accu aan de acculader.
LET OP
TIJDENS HET LADEN OF HET GE-BRUIK, VOORZIET MEN HET LOKAAL VAN EEN GESCHIKTE VENTILATIE EN VERMIJDT MEN HET INADEMEN VAN DE GASSEN DIE VRIJKOMEN TIJDENS HET OPLADEN VAN DE AC-CU.
• Schakel de acculader aan.

Inwerkingstelling van een nieuwe accu (03\_23)
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZE NIET.

- Druk op de uiteinden «2» aan de tegenovergestelde kant van de bouten om het deksel op te heffen.
- Verwijder het deksel van de accuruimte.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Place the battery «3» in its housing.
- Connect the positive lead (+) first and then the negative one (-).
• Cover terminals and leads with neutral grease or petroleum jelly. -
Refit the battery compartment cover.
-
Plaats de accu «3» op haar plaats.
- Verbindt eerste de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-).
- Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.
- Herplaats het deksel van de accuruimte.

Wanneer het voertuig inactief blijft voor langer dan vijftien dagen, moet men de accu opladen om sulfatatie te vermijden:
- Verwijder de accu en plaats ze op een koele en droge plaats.
Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
- Laadt ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading.
Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.
Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.
To check: Voor de controle:

- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZE NIET.
- Druk op de uiteinden «2» aan de tegenovergestelde kant van de bouten om het deksel op te heffen.
- Verwijder het deksel van de accuruimte.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.
- Verwijder één zekering per keer en controleer of de draad «3» onderbroken is.
- Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak die het probleem heeft veroorzaakt.
- Vervang de zekering, indien beschadigd, met een andere met hetzelfde ampèregehalte.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.

• Herplaats het accudeksel.

FUSE DISTRIBUTION
| Zekering nr.4 Capaciteit: 7,5A | Beschermde circuits: Van de sleutelschakelaar naar de automatische starter, de ontsteking en het startcircuit. |
| Zekering nr.5 Capaciteit: 15A | Beschermde circuits: Van de sleutelschakelaar naar de positielichten, de stoplichten, het groot licht, het dimlicht, de claxon en de groep instrumenten. |
| Zekering nr.6 Capaciteit: 15A | Beschermde circuits: Van de accu naar het stopcontact. |
| Zekering nr.7 Capaciteit: 20A | Beschermde circuits: Sleutelschakelaar, |
instrumentengroep, schroef en laadcircuit.
Lamps
CAUTION

FIRE HAZARD. FUEL OR ANY OTHER FLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
CAUTION

| Lamp van het dimlicht / groot licht 12 V - 55 W - H7 | |
| Lamp van het positielicht 12V - 5W | |
| Lamp van het licht van de richtingaanwijzers | 12 V - 10 W (Amberkleurig) |
| Lamp van het achterste positielicht/stoplicht | 12 V - 5/21 W (Rood) |
| Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W | |
| Lamp van de verlichting van het dashboard | LED |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers | LED |
| Controlelamp van het groot licht LED | |
| High coolant temperature gauge warning light | LED Controlelamp van de |
| brandstofreserve | LED |
| Controlelamp van de druk van de motorolie / Controlelamp EFI | LED |
| Controlelamp van de indicator van de hoge temperatuur van de koelvloeistof | LED |

Voorste optische groep (03\_29)
Op het achterlicht vindt men:
- één lampje van het groot licht «1».
• één lampje van het dimlicht «2». - één lampje van het positielicht «3».
Voor de vervanging:
- Undo and remove the screws «7»
CAUTION

- Draai de bouten «7» los en verwijder ze.
LET OP

WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
HANTEER VOORZICHTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZE NIET.
• Verwijder de voorste motorkap.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.

- Verwijder de luchtdeflector van de radiator «4» langs de voorkant.
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE VAN DE DE LUCHTDEFLECTOR VAN DE RADIATOR MOETEN DE BLOKKEERVINNETJES ONDER DE RADIATOR GEPLAATST WORDEN
LOW- / HIGH-BEAM LIGHT BULB (HALOGEN)
CAUTION
DO NOT PULL THE ELECTRICAL CABLES WHEN TAKING OUT THE BULB ELECTRICAL CONNECTOR.
-
Place the bulb in the parabole fitting making sure that the reference tongues «5» are correctly placed in their slots.
• Turn the bulb clockwise. -
Grijp de elektrische connector van de lamp vast; draai hem in tegenwijzerszin en verwijder hem.
- Verwijder de lamp.
Bij de hermontage:
- Plaats de lamp in de parabool en controleer of de referentielipjes «5» correct in de relatieve zitten geplaatst zijn.
• Draai het lampje in wijzerszin.
TAIL LIGHT BULB
POSITIELAMP
CAUTION
LET OP
DO NOT PULL THE ELECTRICAL CABLES WHEN TAKING OUT THE BULB HOLDER.
TREK NIET AAN DE ELEKTRISCHE KABELS OM DE LAMPENHOUDER TE VERWIJDEREN.
• Grijp de lamphouder «6» vast en verwijder hem uit de zit.
- Verwijder de positielamp en vervang ze met een andere van hetzelfde type.


Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaats men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
- Handel met een schroeven-draaier op de speciale bouten «1» die zich op de voorste wiel-kast bevinden.
Door haar VAST TE DRAAIEN (in wij-zerszin) wordt de lichtbundel verhoogd.
Door haar LOS TE DRAAIEN (in tegenwijzerszin) wordt de lichtbundel verlaagd.

Voorste richtingaanwijzers (03\_35)
Voor de vervanging:
N.B.
DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT ÉÉN RICHTINGAANWIJZER, MAAR IS GELDIG VOOR ALLE RICHTINGAANWIJZERS.
- Draai de bout «1» los en verwijder ze.
LET OP
WEES VOORZICHTIG BIJ HET GE-BRUIK.
BESCHADIG DE LIPJES EN/OF DE RELATIEVE KLEMVERBINDINGSZITTEN NIET.
- Remove the protective glass «2».
- Press the bulb «3» slightly and turn it anticlockwise.
NOTE
IF THE BULB HOLDER «4» STICKS OUT ITS FITTING, INSERT IT AGAIN CORRECTLY.
- Verwijder het beschermende scherm «2».
- Druk gematigd op de lamp «3» en draai ze in tegenwijzerszin.
N.B.
WANNEER DE LAMPHOUDER «4» UIT HAAR ZIT KOMT, MOET HIJ WEER CORRECT GEPLAATST WORDEN.
• Verwijder het lampje uit de zit.
N.B.
PLAATS HET LAMPJE IN DE LAMPENHOUDER, DOOR DE TWEE GELEIDERPINNETJES TE DOEN OVEREENKOMEN MET DE RESPECTIEVELIJKE GELEIDERS OP DE LAMPENHOU-DER.
- Installeer op correcte wijze een nieuw lampje van hetzelfde type.
Bij de hermontage:
N.B.
PLAATS HET BESCHERMENDE SCHERM «2» CORRECT IN ZIJN ZIT.
LET OP
SLUIT VOORZICHTING EN GEMATIGD DE BOUT «1», ZODAT HET SCHERM «2» NIET WORDT BESCHADIGD.
DAMAGING THE PROTECTIVE GLASS «2».

Achterste optische groep (03\_37)
Op het achterlicht vindt men:
- twee lampen van het positielicht/stoplicht «1»;
- twee lampen van de richtingaanwijzers «2».
Voor de vervanging van de lampen:
- Hef het zadel op en draai de twee bouten «11» los.
- Handel op beide kanten: draai de bouten «12» los.
- Verwijder de bekleding van de achterste koplamp «3», door de bout «4» los te draaien.
- Verwijder de lens van de achterste koplamp «5», door de bouten «6» los te draaien.
- Druk gematigd op de lamp «1» en draai ze in tegenwijzersin.
• Verwijder de lamp uit de zit.
NOTE
- Installeer op correcte wijze een nieuwe lamp van hetzelfde type.
LAMP VAN DE ACHTERSTE RICH- TINGAANWIJZERS
- Verwijder het gekleurde scherm «7», en let op om het niet te beschadigen.
- Druk gematigd op de lamp «2» en draai ze in tegenwijzerszin.
• Verwijder de lamp uit haar zit.
N.B.
BIJ DE HERASSEMBLAGE MOET DE BEKLEDING VAN DE ACHTERSTE KOPLAMP «3» CORRECT IN HAAR ZIT GEPLAATST WORDEN.
LET OP
SLUIT VOORZICHTIG EN GEMATIGD DE BOUTEN «6», ZODAT DE LENS VAN DE ACHTERSTE KOPLAMP «5» NIET WORDT BESCHADIGD.
- Hermonteer de bekleding van de achterste koplamp «3» en sluit voorzichtig de bouten «4».

Number plate light (03\_40)
To remove the bulb:
- Undo and remove the screw «8».
- Undo and remove the license plate bulb support «9».
- Slide off the bulb «10» and replace it with one of the same type.
Om de lamp te verwijderen:
- Draai de bout «8» los en verwijder ze.
- Verwijder de steun van de lamp van het nummerplaatlicht «9».
- Verwijder en vervang de lamp «10» met een andere van hetzelfde type.
Idle adjustment
CAUTION
TO ADJUST IDLE SPEED, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official aprilia Dealer.
Regeling van het minimum toerental
LET OP
VOOR DE REGELING VAN HET MINIMUM TOERENTAL MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS RE-
FERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Schijfrem vooraan en achteraan (03\_41)
NOTE
THIS VEHICLE IS FITTED WITH FRONT AND REAR DISC BRAKES WITH INDEPENDENT HYDRAULIC CIRCUITS. THE FOLLOWING INFORMATION REFERS TO ONE BRAKING CIRCUIT BUT IT APPLIES TO BOTH.
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACHTERAAN, MET GESCHEIDEN HYDRAULISCHE CIRCUITS. DE VOLGENDE INFORMATIE BETREFT EEN ENKELE REMINSTALLATIE, MAAR IS GELDIG VOOR BEIDE.

Controle van de slijtage van de pastilles
Controleer de slijtage van de rempastilles op basis van de tabel van het geprogrammeerd onderhoud, naargelang de cilinderinhoud. De slijtage van de pastilles van de remschijf hangt af van het gebruik, van het rijgedrag en van het wegtype.
LET OP

CONTROLEER DE SLIJTAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VÓÓR ELKE REIS.

Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
- Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Voer een visieve controle uit tussen de remschijf en de pastilles.
Gebruik een lamp en een spiegeltje voor de controle:
Tang van de voorrem
- Van onder vooraan voor de linker pastille «A»;
- Langs boven vooraan voor de rechter pastille «B».
Achterste remtang
- Achteraan langs boven voor beide pastilles «C».
Wanneer de dikte van het wrijvingsmateriaal (ook van slechts één pastille) verminderd is tot ongeveer 1,5 mm, moeten beide pastilles vervangen worden.
LET OP
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GEVOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE TANG DIE VONKEN MAAKT; DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REM-
CAUTION

TO CHANGE THE BRAKE PADS, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP BOOKLET AVAILABLE ALSO AT ANY Official aprilia Dealer.
MEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.
LET OP

VOOR DE VERVANGING VAN DE REMPASTILLES WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF INDIEN U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Stilstand van het voertuig (03\_45)
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het niet gebruiken van het voertuig tegen te gaan.
Bovendien moet men de herstellingen en de algemene controle vóór het opbergen uitvoeren, anders kan men vergeten om dit vervolgens uit te voeren.
Handel als volgt:
• Maak de brandstoftank en de carburator volledig leeg.
• Verwijder de bougie.
• Giet in de cilinder een lepeltje (5 - 10 cm³) motorolie.
N.B.

PLAATS EEN REIN DOEK OP DE CI- LINDER, NABIJ DE ZIT VAN DE BOU- GIE, TER BESCHERMING TEGEN EVENTUELE OLIESPATTEN.
-
Plaats de ontstekingsschakelaar op «ON» en druk voor enkele seconden op de startknop van de motor, om de olie uniform op de oppervlakken van de cilinder te verdelen.
• Verwijder het beschermend doek.
• Hermonteer de bougie. -
Wax painted surfaces.
- Inflate tyres.
- Position the vehicle on a specific support stand so that both tyres are not in contact with the ground.
- Keep the vehicle in a cool and dry place, not exposed to sunlight or marked temperature variations.
- Wrap and tie a plastic bag around the exhaust pipe end to keep moisture out.
- Cove the scooter but do not use plastic or waterproof materials.
After storage
- Verwijder de accu.
• Was en droog het voertuig. - Breng was aan op de gelakte oppervlakken.
- Blaas de banden op.
- Plaats het voertuig zodanig dat beide banden van de grond zijn, door een speciale steun te gebruiken.
- Plaats het voertuig in een niet verwarmde en niet vochtige ruimte, beschermd tegen zonnestralen, en waar de temperatuursveranderingen minimaal zijn.
- Plaats een plastic zakje over de uitlaat, en maak het vast om te vermijden dat er vochtigheid in komt.
- Bedek het voertuig, maar vermijdt het gebruik van plastic of waterdicht materiaal.
NA HET OPBERGEN
- Verwijder de bedekking, en reinig het voertuig.
- Controleer de staat van de la- ding van de accu, en installeer ze.
- Tank brandstof in de brandstof-tank.
• Voer de voorafgaande controles uit.
LET OP

VOER EEN TESTRONDE VAN ENKELE KILOMETERS UIT AAN EEN GEMATIGDE SNELHEID IN EEN VERKEERSVRIJE ZONE.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wanneer het wordt gebruikt in de volgende zones of condities:
- Atmosferische vervuiling (in de stad of in industriële zones)
- Zoutgehalte en vochtigheid van de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).
- Speciale milieu/seizoescondities (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
- Let vooral op dat op de carrosserie geen afzettingsresten blijven van industriële en vervuilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz.
- Vermijdt om het voertuig onder bomen te parkeren; In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de lak.
CAUTION

AFTER CLEANING YOUR VEHICLE, BRAKING EFFICIENCY MAY BE TEMPORARILY AFFECTED DUE TO THE PRESENCE OF WATER ON THE FRICTION SURFACES OF THE BRAKING CIRCUIT. CALCULATE A LONGER BRAKING DISTANCE IN ORDER TO AVOID ACCIDENTS. BRAKE REPEATEDLY TO RESTORE NORMAL OPERATION. CARRY OUT THE PRE-RIDE CHECKS.
LET OP

NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOEL-TREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSOPPER-VLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTIVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REM-CONDITIES TE HERSTELLEN. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLES UIT.
Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken, moet men een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons, voor carrosseries, die doordrenkt is met veel water en shampoo (2 - 4% delen shampoo in water).
Spoel vervolgens overvloedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken.
Vervoer (03_47, 03_48, 03_49, 03_50)
LET OP
VOORALEER MEN HET VOERTUIG VERVOERT, MOET MEN ZORGVUL-DIG DE BRANDSTOFTANK EN DE CARBURATOR LEDIGEN, EN CONTROLEERT MEN OF DEZE GOED DROOG ZIJN.
TIJDENS DE VERPLAATSING MOET HET VOERTUIG HORIZONTAAL BLIJVEN EN GOED VERANKERD ZIJN; OP DEZE MANIER WORDEN BRANDSTOF-, OLIE- EN KOELVLOEISTOFLEKKEN VERMEDEN.
IN GEVAL VAN EEN DEFECT MAG MEN HET VOERTUIG NIET SLEPEN, MAAR MOET MEN EEN HULPDIENST CONTACTEREN.
EMPTYING THE FUEL TANK
CAUTION
FIRE HAZARD.
- Plaats het voertuig op de centrale standaard
- Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt.
- Voorzie een recipiënt die alle brandstof kan opvangen die aanwezig is in de tank, en plaats het op de grond, links van het voertuig.
- Verwijder de dop van de brand-stoftank.
- Voor het ledigen van de brandstof uit de tank, gebruikt men een handpomp of een gelijksoortig systeem. Let op om de pompgroep niet te beschadigen (peilsonde van de brandstof in de tank).
LET OP
NA HET LEDIGEN, MOET DE DOP VAN DE TANK GESLOTEN WORDEN.
To empty the carburettor completely: Voor het volledig ledigen van de carburator, handelt men als volgt:
- Rest the vehicle on its centre stand.
-
Undo and remove the two screws «1».
-
Plaats het voertuig op de centrale standaard.
- Draai de twee bouten «1» los en verwijder ze.
CAUTION

- Druk op de uiteinden «2» aan de tegenovergestelde kant van de bouten om het deksel op te heffen.
- Verwijder het deksel van de accuruimte.


- Lift the saddle.
- Undo and remove the screws «3».
- Undo and remove the screws «4».
• Hef het zadel op.
- Draai de bouten «3» op en verwijder ze.
- Draai de bouten «4» los en verwijder ze.
- Verwijder het inspectiedeksel van de motor «5» langs voor.
N.B.

BIJ DE HERMONTAGE PLAATST MEN HET KLEMLIPJE CORRECT IN DE SPECIALE ZITTEN.

- Plaats het vrije uiteinde van de buis «6» in een recipiënt.
- Door te handelen vanaf de voorkant links, opent men de afvoer van de carburator, door de drainagebout «7» te lossen die zich onder het kuipje bevindt.
Wanneer alle brandstof uit de carburator is verwijderd, handelt men als volgt:
- Draai de drainagebout «7» volledig vast.
LET OP

DRAAI DE DRAINAGEBOUT «7» ZORGVULDIG VAST OM BRAND-STOFLEKKEN UIT DE CARBURATOR TIJDENS HET TANKEN TE VERMIJ-DEN.
INDIEN NODIG WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIÈLE APRILIA DEALER.
SPORTCITY
CUBE
125-200
aprilia
Chap. 04
Technical data
Hst. 04
Technische gegevens
VEHICLE TECHNICAL DATA
| Primaire transmissie Met trapeziumvormige riem | |
| Secundaire transmissie Met raderwerk | |
| Totale verhouding motor/wiel 1/6,36 (125) | |
| 1/6,54 (200) | |
| Minimum verhouding voor continu versnelling | 36,5 (125) |
| 22,36 (200) | |
| Maximum verhouding voor continu versnelling | 10,95 (125) |
| 7,88 (200) | |
| Type van frame Monoligger vooraan met dubbele overlappende motorsteun achteraan, in stalen buizen met hoge extrusielimiet | |
| Hellingshoek van het stuur 25,5° | |
| Voorste ophanging Telescoopvork met hydraulische werking | |
| Verplaatsing van de voorste ophanging | 100 mm |
| Olie van de vork 135 | ±1 cm3voor elke stang |
| Achterste ophanging hydraulische schokdemper met dubbele effect, met regeling van de voorbelasting | |
| Verplaatsing van de achterste ophanging | 80 mm |
| Rear brake ∅ 220-mm disc brake with hydraulic transmission | Voorrem Met schijf - ∅ 260 mm - met hydraulische transmissie | ||
| Wheel rims Light alloy rims | Achterrem Met schijf - ∅ 220 mm - met hydraulische transmissie | ||
| Front wheel rim 2.75 x 15" | Wielvelgen Lichtmetalen velgen | ||
| Rear wheel rim 3.00 x 15" | Velg van het voorwiel 2,75 x 15" | ||
| Tyre type Without inner tube (Tubeless) | Velg van het achterwiel 3,00 x 15" | ||
| front tyre 120 / 70 - 15" 56 P | Type van band Zonder binnenband (tubeless) | ||
| Rear tyre 130 / 80 - 15" 63 P | Voorband 120 / 70 - 15" 56 P | ||
| Front tyre standard inflation pressure | 200 kPa (2.0 bar) | Achterband | 130 / 80 - 15" 63 P |
| Rear tyre standard inflation pressure | 200 kPa (2.0 bar) | Standaardspanning van de voorband | 200 kPa (2,0 bar) |
| Front tyre standard inflation pressure with passenger | 200 kPa (2.0 bar) | Standaardspanning van de achterband | 200 kPa (2,0 bar) |
| Rear tyre standard inflation pressure with passenger | 230 kPa (2.3 bar) | Spanning van de voorband met passagier | 200 kPa (2,0 bar) |
| Battery 12V - 10 Ah | Spanning van de achterband met passagier | 230 kPa (2,3 bar) | |
| (Permanent magnet) Generator 12V - 180W | Accu | 12V - 10 Ah | |
| Generator (met permanente magneet) | 12V - 180W | ||
ENGINE TECHNICAL DATA
| Model van de motor M281M (125) | |
| M282M (200) | |
| Type van motor Monocilindrisch 4-takt met 4kleppen, geforceerde smering metvochtige carter, as met nokken inde kop. | |
| Aantal kleppen 4 | |
| Aantal cilinders 1 | |
| Complessieve cilinderinhoud | 124 cm^3 (125)198 cm^3 (200) |
| Boring/slag | 57 mm / 48,6 mm (125)72 mm / 48,6 mm (200) |
| Compressieverhouding | 12,0 ± 0,5 : 1 (125)11,5 ± 0,5 : 1 (200) |
| MAX vermogen | 11 kW bij 10.000 toeren/min (125)14 kW bij 8.500 toeren/min (200) |
| MAX koppel | 11,7 Nm bij 7.500 toeren/min (125)19 Nm bij 6.500 toeren/min (200) |
| Start | Elektrisch |
| Toerental van de motor bij hetminimumregime | 1600 ± 100 toeren/min |
| Koppeling Automatisch, drogecentrifugekoppeling | |
| Smeersysteem Geforceerde smering met vochtige carter. | |
| Koeling Met | geforceerde vloeistofcirculatie, door een centrifugepomp |
| Kleppenspeling Aanzuiging: 0,10Uitlaat: 0,15 | |
| Model van de carburator (125) CVK7 30 Keihin | |
| Model van de carburator (200) CVK7 30 KeihinWVF7 ø29 WALBRO | |
| VOEDING Onderdrukpomp | |
| brandstof Gebruikuitsluitend | loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
| Ontsteking Met capacitieve uitlaat met variabele voorontsteking | |
| Voorontsteking (125) Variabel met microprocessor: 10^ ± 1^ bij 2.000 toeren/min 34^ ± 1 van 4.500^ tot 10.000 toeren/min | |
Voorontsteking (200) Variabel (vóór het B.D.P.):
| Spark plug NGK CR7EB |
| Spark plug electrode gap 0.7 - 0.8 mm |
10^ ± 1^ bij 2.000 toeren/min
32° ± 1° bij 6.500 toeren/min
BOUGIE NGK CR7EB
| Afstand van de elektroden van de bougie | 0,7 ÷ 0,8 mm |
| Lamp van het dimlicht / groot licht 12 V - 55 W - H7 | |
| Lamp van het positielicht 12V - 5W | |
| Lamp van het licht van de richtingaanwijzers | 12 V - 10 W (Amberkleurig) |
| Lamp van het achterste positielicht/stoplicht | 12 V - 5/21 W (Rood) |
| Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W | |
| Lamp van de verlichting van het dashboard | LED |
| Controlelamp van de richtingaanwijzers | LED |
| Controlelamp van het groot licht LED | |
| Controlelamp van de brandstofreserve | LED |
| Controlelamp van de druk van de motorolie / Controlelamp EFI | LED |
Controlelamp van de indicator van LED de hoge temperatuur van de koelvloeistof

Bijgeleverde gereedschappen (04\_01)
De gereedschapskit «3» is bevestigd in de speciale plaats in de opbergruimte.
Open de opbergruimte.
De bijgevoegde gereedschappen zijn:
• gereedschapstas;
• dubbele schroevendraaier;
• buissleutel van 16 mm;
• sleutel voor schokdempers;
• zeshoekige sleutel van 3 mm.
SPORTCITY
CUBE
125-200
aprilia
Chap. 05
Programmed
maintenance
Hst. 05
Gepland onderhoud
Scheduled maintenance table
CAUTION

FIRE HAZARD.
FUEL OR ANY OTHER INFLAMMABLE SUBSTANCES MUST NOT BE CLOSE TO ELECTRICAL COMPONENTS.
BEFORE ANY MAINTENANCE OPERATION OR INSPECTION ON THE VEHICLE, SHUT OFF THE ENGINE AND REMOVE THE KEY. WAIT UNTIL THE ENGINE AND THE EXHAUST SYSTEM ARE COLD. WHENEVER POSSIBLE, LIFT THE VEHICLE WITH A SPECIFIC EQUIPMENT ON A FIRM AND LEVEL GROUND.
BEFORE ANY OPERATION, MAKE SURE THAT THE ROOM WHERE YOU ARE HAS ADEQUATE AIR VENTILA- TION.
TO AVOID BURNS BE SPECIALLY CAREFUL WITH HOT ENGINE AND EXHAUST SYSTEM PARTS.
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud
LET OP

BRANDGEVAAR.
HOU BRANDSTOF EN ANDERE ONT-VLAMBARE STOFFEN VER WEG VAN ELEKTRISCHE ONDERDELEN.
VOORALEER MEN EENDER WELKE ONDERHOUDSHANDELING OF INSPECTIE UITVOERT OP HET VOERTUIG, LEGT MEN DE MOTOR STIL EN VERWIJDERT MEN DE SLEUTEL. WACHT TOT DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE AFGEKOELD ZIJN, EN HEF INDIEN MOGELIJK HET VOERTUIG OP MET DE SPECIALE APPARATUUR OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.
CONTROLEER EERST OF HET LO-KAAL WAAR MEN HANDELT GOED VERLUCHT IS.
SCHENK VOORAL AANDACHT AAN DE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLLATIE DIE NOG WARM ZIJN, OM BRANDWONDEN TE VERMIJDEN.
HOU NOOIT MECHANISCHE OF ANDERE DELEN VAN HET VOERTUIG IN DE MOND: GEEN ENKEL ONDERDEEL IS EETBAAR, ENKELE DELEN
NOTE
Normaalgezien kunnen de handelingen van het gewoon onderhoud door de gebruiker worden uitgevoerd; in enkele gevallen kan men specifieke gereedschappen nodig hebben en moet men technisch voorbereid zijn.
Wanneer men assistentie of technisch advies nodig heeft, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer, die een zorgvuldige en bekommerde service garandeert.
Men raadt aan om aan de Officiële aprilia Dealer te vragen om een testrit uit te voeren na een herstelling, of om alleszins persoonlijk de Voorbereidende Controles uit te voeren na een onderhoudshandeling.
PERIODIC MAINTENANCE CHART
Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is goed om eventuele kleine onregelmatigheden bij de werking onmiddellijk mee te delen aan de Officiële aprilia Dealer, zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.
Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het Geprogrammeerd Onderhoud, raadpleegt men het Garantieboekje.
ROUTINE MAINTENANCE TABLE
* Controleer het peil ellke 3.000 km
** Vervang elke 2 jaar
** Vervang elke 4 jaar
RECOMMENDED PRODUCTS TABLE
| Product | Beschrijving Kenmerken | |
| AGIP TEC 4T SAE 10W-40 Motorolie 10W-40 | ||
| AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90 Olie voor de versnellingsbak API GL4, GL5 | ||
| AGIP FORK 7.5W Olie van de vork | ||
| AGIP FILTER OIL Olie voor filters in spons - | ||
| AGIP BRAKE 4 Remvloeistof FMVSS DOT4+ | ||
| AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvloeistof, | gebruiksklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. | |
| AGIP GREASE SM2 Lithiumvet met molybdeen voor de kussentjes en andere te smeren punten | NLGI 2 | |
| NEUTRAAL VET OF VASELINE | POLEN VAN DE ACCU | Neutraal vet of vaseline |
SPORTCITY
CUBE
125-200
aprilia
Chap. 06
Special fittings
Hst. 06
Speciale uitrustingen
Special fittings
Speciale uitrustingen
De extra uitrusting van dit voertuig is:
- Windscherm
- Koffertje
- kit antivibratiegewichten (enkel te gebruiken in geval het koffertje wordt gemonteerd)
LET OP
VOOR HET AANBRENGEN VAN HET KOFFERTJE OP DE BAGAGEDRA- GER VAN HET VOERTUIG MOET OP HET UITEINDE VAN HET STUUR DE KIT VAN DE ANTIVIBRATIEGEWICH- TEN (EXTRA UITRUSTING) GEMON- TEERD WORDEN.
TABLE OF CONTENTS
A
Air filter: 80, 81
B
Battery: 92, 98
Brake: 88, 118
D
Disc brake: 118
Display: 18
E
Engine oil: 66, 67, 69
Engine stop: 24
F
Fuses: 101
H
Headlight: 111
Horn: 22
Hub oil: 70
|
Identification: 27
Instrument panel: 13
K
Key switch: 20
L
Light switch: 23
M
Het stilleggen van de motor: 51
0
Onderhoud: 65, 141, 142
Z
Zadel: 27
Optische groep: 107, 115
Zekeringen: 101
B
Banden: 72
BIJGELEVERDE
GEREEDSCHAPPEN: 140
BOUGIE: 75
|
Identificatie: 27
R
Richtingaanwijzers: 22, 112
C
Claxon: 22
K
Koelvloeistof: 82
Koplamp: 111
S
Schijfrem: 118
Schokdempers: 37
Sleutelschakelaar: 20
Standaard: 56
Start: 49
Stuurslot: 21
D
Display: 18
L
Lampen: 105
Luchtfilter: 80, 81
T
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiële factoren!
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Asslentledienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële Website:
www.aprillia.com
Enkel wanneer men Originele Aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; Aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geïllustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of aan de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren. of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van Aprilia.
© Copyright 2006- Aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.