CM-220 - Studiomonitor ROLAND - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM-220 ROLAND in PDF-formaat.
| Merk | Roland |
| Model | CM-220 |
| Producttype | Studiomonitor 2.1 |
| Nominaal uitgangsvermogen | 200 W (subwoofer 100 W + satellietluidsprekers 2 x 50 W) |
| Afmetingen subwoofer | 381 (B) x 376 (D) x 413 (H) mm |
| Afmetingen satellietluidsprekers | 162 (B) x 197 (D) x 243 (H) mm (elk) |
| Gewicht subwoofer | 18,8 kg |
| Gewicht satellietluidsprekers | 3,1 kg (elk) |
| Stroomverbruik | 67 W |
| Voeding | Netstekker met meegeleverd netsnoer |
| Audio-ingangen | CH1 (instrument, 6,35 mm jack), CH2 (Lijn, RCA en stereo mini-jack), CH3 (digitale coaxiale RCA), symmetrische ingangen (XLR/TRS) |
| Uitgangen | Hoofdtelefoonaansluiting (stereo mini-jack), speciale aansluitingen voor satellietluidsprekers |
| Bedieningselementen | Volume CH1, CH2, CH3, Master, equalizer (Low/High), Woofer volume, fase, Auto Off, AAN/UIT |
| Speciale functies | Automatische uitschakeling (Auto Off) instelbaar (4 uur), geïntegreerd 2.1-systeem, magnetische afscherming satellieten |
| Luidsprekers | Subwoofer: 25 cm (10 inch); satellieten: 10 cm (4 inch) + 2 cm (3/4 inch) tweeter |
| Meegeleverde accessoires | Netsnoer, luidsprekerkabels (2), gebruikershandleiding |
| Veiligheid | Beschermcircuit, automatische uitschakeling, belangrijke veiligheidsinstructies |
| Onderhoud en reiniging | Droge, zachte doek; milde, niet-schurende reinigingsmiddelen; vermijd oplosmiddelen |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Neem contact op met de dealer of een erkend Roland-servicecentrum |
Veelgestelde vragen - CM-220 ROLAND
Gebruikersvragen over CM-220 ROLAND
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Studiomonitor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM-220 - ROLAND en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM-220 van het merk ROLAND.
GEBRUIKSAANWIJZING CM-220 ROLAND
Gebruikershandleiding

ATTENTION
CAUTION

RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN
RISQUE DE CHOC ELECTRIQUE NE PAS OUVRIR
CAUTION: TO REDUCE THE RISK OF ELECTRIC SHOCK,
DO NOT REMOVE COVER (OR BACK).

* In de afbeelding ziet u de CM-220.
Gebruikershandleiding
CUBE ANDTDR
CM-110
CM-220

Een handig 2.1-kanaal
Het systemd.bestaat uit een hoofdunit (subwoofer) die volle, diepe basgeluiden levert, plus twee satellietluidsprekers.
Dankzij de simpele aansluitingenkest u meteen van 2.1-kanaals geluid genieten.
Voor muziekinstrumenten
De CM-220 heeft een uitgangsvermögen van 200 W. Het uitgangsvermögen van de CM-110 is 100 W.
Invoerbronnen können worden gemixt, zodat u bij alle frequentries, van laag tot hoog, met helder geluid kunt spelen.


Voor het produceren van muziek
U kunt het system op uw computer aansluiten om een monitoring-opstelling van hoge kwaliteit te verkrijgen.
Metল, diepe basgeluid is dit systeem ook ideaal voor luisteren.
Lees de onderstaande hoofdstukken zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt: "BELANGRIJE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES," "HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN" (p. 2) en "BELANGRIJE OPMERKINGEN" (p. 3). Deze hoofdstukken bevatten belangrijke informatie over de juiste bediening van het apparaat. Om er bovendien zeker van te zijn dat u elkere fungtie van uw十几年e apparaat goed begrijpt, leest u best de hele gebruikershandleiding. De handleiding moet als handig naslagwerk worden bewaard.
INSTRUCTIES TER VERMIJDING VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF VERWONDING VAN PERSONEN
Over de aanduidingen WAARSCHUWING en OPGELET
| WAARSCHUWING | Gebrukt voor instructies die de gebruiker waarschuwen voor levensgevaarlijke risico's of risico's op verwondeningen indien het apparaat verkeerd worden gebruikt. |
| OPGELET | Gebrukt voor instructies die de gebruiker waarschuwen voor risico's op verwonden-gen of materiaalschade indien het apparaat verkeerd worden gebruekt.* Materiaalschade verwijst maar schade of negatieve effecten die veroorzaakt worden met betrekking tot de woning en de volledige inrichting, alsook huisdieren. |
Over de symbolen
| A | Het symbol △waarschuwt de gebruiker voor belangrijke instructueties en waarschuwingen. De specifieke betekenis van het symbol worden bepaald door het pictogram binnen de driehoek. Het symbol links worden gebruikt voor algemene waarschuwingen voor gevaar. |
| B | Het symbol △waarschuwt de gebruiker voor items die nooitogens worden gebruikt (verboden). De specifieke handeling die Niet mag worden gedaan, worden door het pictogram binnen de cirkel aangeduid. Het symbol links beteket denat het apparaat nooit gedemonteerdager mind worden. |
| C | Het symbol ●wijst de gesteuteer op handelingen die要去en worden uitgevoerd. De specifieke handeling die要去en uitgevoerd, worden door het pictogram binnen de cirkel aangeduid. Het symbol links geeft aan dat het netsnoeruit het stopcontact moet worden getrokken. |
LET STEEDS OP HET VOLGENDE
WAARSCHUWING
Sluit de stroomkabel van dit aparaat aan op een geaard stopcontact.

Open het apparaat Niet en voer geen interne wijzigingen UIT.

Probeer het apparaat Niet te herstellen of onderdenen ervan te vervangen (behale als deze handleiding specifieke instructies geeft om dit te doen). Laat het onderhoud uitovoeren door uw handelaar, het zichtbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-distributeur, zoals vermeld op de pagina 'Informatie'.

Installeer het apparaat nooit opplaatsen die:
- aan extreme temperatures worden bloatgesteld (bijv. direct zonlicht in een gesloten voertuig, in de buurt van een verwarmingsleiding, op materiaal dat warmte genereert);
- nat+zijn (bijv. baden, wasruimten, op natte vloeren);
- worden blootgesteld aan damp of rook;
- worden blootgesteld aan zout;
- vochtig়;
- worden blootgesteld aan regen;
- stoffig of zanderig zich;
- aan hoge trillingsniveauaus en schokken worden blootgesteld.
Zorg ervoor dat het apparaaat alkijd horizontaal en stabil geplaatst is. Plaats het nooit op een standaard die kan wankelen of op aflopende oppervlakken.

Het apparaat mag alleen worden
aangesloten op een voeding van het type
dat beschreiben is of dat op de weiterijde
van het apparaat is aangeduid.

Gebruik alleen de bevestigde stroomkabel. Sluit de meegeleverde stroomkabel ook Niet aan op andere apparaten.

Verdraai of buig de stroomkabel nicht overmatig en plaats er geen zware voorwerpen op. Dit kan het snoer zowel binnenin als aan de buitenkant beschadigen en kortsluitingen verroorzaken. Beschadigde kabels können brand of schokken verroorzaken!



WAARSCHUWING
Dit apparaat kan, apart of in combinatie met een versterker en hoofdtelefoon of luidspeakers, geluidsniveauaus produceren die permanente gehoorschade kenn unevenoorzaken. Gebruik het apparaat Niet langdurig op een hoog volumeniveau of op een niveau dat oncomfortabel is. Als u gehoorverlies of oursuizingen ervaart, moet u onmiddelijk stoppen met het gebruik van het apparaat en een audioloog raadplegen.

Plaats geen voorwerpen die vloeistoffen bevatten op dit product. Zorg ervoor dat er nooit vreemde voorwerpen (bijv. brandbaar materiaal, munten of draten) of vloeistoffen (bijv. water of vruchtensap) in dit product terechtkomen. Dit kan kortsluiting, storingen of andere defectenervoorzaken.

Schakel het apparaat ommiddelijk UIT, trek het netsnoeruit het stopcontact en vraag onderhoud aan bij uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-distributeur, zoals vermeld op de pagina "Informatie" als:

- het netsnoer of de stekker beschadigd is;
rook of ongewone geuren ontstaan; - objcten of vloeistof in het apparaat zichnterechtgekomen;
- het apparara aan regen werk blootgesteld (of op een andere manier nat is gewonnen):
- het apparaat Niet normalaal lijkt te werkden omperkelijk anders functioneert.
Zorg bij gelebruik op locaties waar kinderen aanwezig zijn, dat het apparaat niet verkeerd of ruw worden behandeld. Er moet alitijd een volwassene in de buurtrijk ons om te helpen en toezicht te houden.

Beschem het apparaat gegen zware schokken.
Raadpleeg uw handelaar, het dichtstbijzijinde Roland Service Center of een erkende Roland-distributeur, zoals worden vermeld op de pagina 'Informatie', voordat u het apparaat in het buitenland gezruikt.


WAARSCHUWING
Laat de stroomkabel van het apparaat
geen stopcontact delen met een
buitensporig aantal andere apparaten.
Wees vooral voorziglicht met
verlangkabels - het totale stroomverbruik
van alle apparaten die u op de
verlangkabel hebt aangesloten, mag nooit
het maximumvermogen (watt/ampere)
voor de verlangkabel overschrijden.
Buitensporige belasting kan de isolatie
van de kabel verwarmen en uiteindelijk
doen smelten.

! LET OP
Het apparaat要去zo worden geplaatst dat de ventilatie Niet door de locatie of positie wordt verstoord.

Pak altiqd alleen de stekker van de stroomkabel vast als u dit apparaat aansluit op en verwijdert uit een stopcontact.

U moet regelmatig de stekker loskoppelen en schoonmaken met een droge doeok om al het stof en andere ophopengen te verwijderen van de polen. Trek de stekker ook uit het stopcontact als het apparatusaat langere tjid nicht worden gebruikt. Stofophoping tussen de stekker en het stopcontact kan leiden tot slechte isolatie en brand verroorzaken.

Zorg ervoor dat de snoeren en kabels nicht in de war raken. Zorg er ook voor dat alle snoeren en kabels buiten het bereik van kinderen blijven.

Klim nooit op het apparaat en plaats er geen zware voorwerpen op.

Pak de stroomkabel of de stekkers nooit met ntte handen vast wanner udezhe aansluit op of verwijdert uitem eon stopcontact of dit apparaat.

Koppel het netsnoor los van het stopcontact en verwijder alle snoeren uit externde apparaten voordat u het apparaat verplaatst.

Schakel het apparaat uit en trek het netsnoer uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt (p. 5).

Trek het netsnoeruit het stopcontact als u bliksem verwacht in uw omgeving.

De metalen delen van de hooftdunit (subwoofer) hunnen heel warm worden. Let dus op voor brandwonden.

Verwijder het luidsprekerrooster of de luidspreker nooit. De luidspreker kan Niet door de gebruiker worden verrangen. In de behuizing zijn spanningsen en stromen aanwezig die elektrische schokken könnenveroorzaken.

Stroomtoevoer
- Sluit dit apparaat Niet aan op een stopcontact dat tegelijkkertijd worden gebruikt door een elektrisch apparaat dat door een signalomzetter worden bestuurd (zoals een koelkast, wasmachine, magnetron of airconditioner) of dat een motor bevat. Afhankelijk van de manier waarop elektrische apparaten worden gebruikt, kan ruis van de stroomvoorziening defecten aan dit apparaat of hoorbare ruis verooorzaken. Als het Niet practitsch is om een apart stopcontact te gebruiken,plaats dan een ruisfilter voor de stroomvoorzieningCUSSEN dit apparaat en het stopcontact.
- Schakel alle apparaten uit voordat u dit aparaat erop aansluit. Zodoende kurz u defecten en/of schade aan luidsprekers of andere apparaten voorkomen.
- Als de LED's uitgeschakeld zijn, betekent dit nicht dat het apparaat volledig van de stroomtoevoer is losgekoppeld. Om de stroom volledig uit te schaken, tek t u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Zorg er.daarom voor dat u het netsnoer aansluit op een stopcontact dat gemakkelijk bereikbaar is.
- Met de fabrieksinstellingen worden de CM-110 en CM-220 automatisch uitgeschakeld waren u ongeveer 4=uur lang nicht hebtspeedd of geen gebruik van het apparaat hebts gemaakt. Als u wilt voorkomen dat het apparaat automatisch worden uitgeschakeld, stelt u "AUTO OFF" op "OFF" in (zie p. 6 voor meer informatie).
Plaatsing
- Als u het apparaat gebruikt in de buurt van vermogensversterkers (of andere apparatuur met grote transformatoren), kan dit gezoem veroorzaken. Om dit probleem te verhopen, kutu u het apparaat anders richten of verdier van de storingsbronplaatsen.
- Dit apparaat kan de radio- en televisioneontvangst verstoren. Gebruik dit apparaat Niet in de buurt van dergelijkke ontvangers.
- Er kan ruis ontstaan als draadloze communicatieapparaten, zoals mobiele telefoons, in de buurt van dit apparaat worden gebruikt. Dergelijkke ruis kan ontstaan als een oproep worden ontvangen of gemaakt of tijdens gespreken. Verplaats dergelijkke apparaten zodate zich op een grotere afstand van dit apparaat bevinden of schakel zeuit als u dergelijkke problemen ervaart.
- Stel het apparaat Niet bloot aan direct zonlicht, plaats het Niet in de buurt van warmtebronnen, maar het Niet acheer in een gesloten voertuig en stel het op geen enkele andere wijze bloot aan extreme temperaturen. Zorg er ook voor dat hetzelfde deel van het apparaat Niet langdurig worden verlicht door verlichtingsapparaten waarvan de lichtbron zich doorgaans zich bij het apparaat bevindt (zoals een pianolamp) of door krachtige spots. Overmatige warmte kan het apparaat cervormen of verkleuren.
-
Wonneer het apparaat waar een andere locatie wordt verplaatst waar de temperatuur en/of vochtigheid sterk verschit,+kennen er waterdruppels (condens) ontstaan in het apparaat. Als u het apparaat in deze tostand probeert te gebruiken, kennen er schade of defecten ontstaan.Voordat u het apparaat gebruikt, moet u het的那一om enkele uren ongemoeid latent, tot de condens volledig is verdampt.
-
Laat voorwerpen van rubber, vinyl of vergelijkbare materiaalen Niet langdurig op het apparaat liggen. Dergelijkte voorwerpen konnen de afwerking verkleuren of beschadigen.
- Plak geen stickers, plakplaatjes en dergelijkke op het apparaat. De afwerking kan beschadigd raken als u het kleefmaterialiaal probeert te verwijderen.
- Afhankelijk van het materiaal en de temperatuur van het oppervlak waarop u het apparaatplaatst,+kennen de rubberen voetstukken möglichk het oppervlak verkleuren of ontsieren. U kunt een stuk vilt of stof onder de rubberen voetstukken plaatsen om dit te voorkomen.Zorg er in dit geval voor dat het apparaat Niet verschuift of per ongeluk worden verplaatst.
- Plaats geen voorwerpen die water bevatten (bijv. bloemenvazen) op het apparaat. Vermijd ook het gebruik van insecticiden, perfume, alcohol, nagellak, spuitbussen, enz. in de nabijheid van het apparaat. Verwijder ommiddelijk alle vloeistof die op het apparaat gemorst worden met een droge, zachte doek.
Onderhoud
- Gebruik een zachte, droge doek of een doek die licht bevochtigd is met water om het apparaat dagelijks af te vegen. Gebruik een doek die is bevochtigd met een zacht, Niet-schurend schoonmaakmiddel om hardnekig vuil te verwijderen. Veegervolgenshet apparaat grondig schoon met een zachte, droge doek.
- Gebruik geen benzine, verdunningsmiddelen, alcohol of oplosmiddelen om verkleuring en/of verzorming te voorkomen.
Extra voorzorgsmaatregelen
- Ga zorgvuldig te werk bij het gebruik van de knoppen, schuifknoppen of andere bedieningeselementen van het apparaat en bij het gebruik van aansluitingen en ingangen. Als u ruw omgaat met de apparatuur, kan dit defectenveroorzaken.
- Pak altijd de aansluiting vast als u kabels aansluit of loskoppelt. Trek nooit aan de kabel. Op die manier vermijdt u kortsluiting of schade aan de inwendige elementen van de kabel.
- Tijdens normaal gebruik straalt het apparaat eenkleine hoeveelheid warmte UIT.
- Houd het volume van het apparaat op een acceptabel niveau zodate u uw buren nicht stoort. Misschien gezrukt u liever een hoofdtelefoon en hoeft u zich geen zorgen te make over uw omgeving.
- Verpak het apparaat indien möglichk in de doos (inclusief opvulling) waarin het werk geleverd als u het moet vervoeren. Gebruik anders gelijkwaardige verpakkingsmaterialen.
- Sommige kabels bevatten waarstanden. Gebruik geen kabels met waarstanden om op dit apparaat aan te sluiten. Het gebruik van dergelijkke kabels kan het geluidsniveau extream verlagen of geluid zichs onhoortaar makeen. Neem contact op met de fabrikant van de kabel voor informatie over kabelspecificaties.
-
Er is een risico datkleine dieren in het apparaat geraken en vast komen te zitten. Als dit gebeurt,要去 u het apparaat onmiddelijk uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Neemervoilgens contact op met de handelaar waar u het apparaat hebts gekocht of het dichtstbijzijnde Roland Service Center.
-
Plaats uw handen of vingers Niet in de openings in het achterpaneel van het apparaat. Bij gezinnen metkleine kinderen dient een volwassene toezicht te houden om te vermijden dat kinderen hun handen of voeten in deze openingsplaatsen.
- Bedrijsnamen en productnamen die in dit document worden genoemd, zich handelsmerken of geregistreehandelsmerken van hun respectieve eigenaars.
Controleer de inhoud van het pakket

* In de afbeelding ziet u de hoofdunit van de CM-220.
Satellietluidsprekers (twee)
- U moet de bijgeleverde satellitluidsprekers gebruiken.

Luidsprekerdeksels (twee)
U kunt deze desgewenst aan de satellietluidsprekers bevestigen.

Luidsprekerkabels(twee)
- U moet de bijgeleverde luidsprekerkabels gebruiken.
Netsnoer
Gebruikershandleiding (dit document)
Plaatsing
Het volume en de klankkwaliteit worden beinvloed door de afstand tussen de hoofdunit en satellietluidsprekers energijds en de muur anderzijds, en door het materiaal van de muur en de eigenschappen van de vloer. Stem de positie en het volume af op uw omgeving werwijl u mumiek beluistert.
De satellietluidsprekersplaatsen

U=knt de satellietluidsprekers het beste in twee hoeken van een gelijkzijdige driehoek plaatsen, waar bij de luisterpositie de derde hoek vormt.
Zorg dat de voorkant van elke satellietluidsprekeraar de luisterpositie is gericht.
De hoofdunitplaatsen

Plaats de hoofdunit (subwoofer) bij voorkeur opdezelfde afstand als de satellietluidsprekers, met de luisterpositie in het midden.
Zorg voor een tatsächlijke koppeling tussen de hoofdunit (subwoofer) en de satellietluidsprekers ([PHASE]-schakelaar)
Met de [PHASE]-schakelaar kutu de fase van de hoofdunit (subwoofer) omschakelen. Kies de instelling die de meest natururlijke koppelng tussen de hoofdunit (subwoofer) en de satellietluidsprekers produeert: "NOR" (normaal) of "INV" (inverse ofwel omgeeerd).
![ROLAND CM-220 - Zorg voor een tatsächlijke koppeling tussen de hoofdunit (subwoofer) en de satellietluidsprekers ([PHASE]-schakelaar) - 1](/content/2025/01/131013/images/69b685762b21e37a85dd4131ed2fff1eced874307dcf2d45aec0ac7e811e1ce5.jpg)
Achterpaneel
Ingangen
Hierop kunt u de audio-apparaten aansluiten waarnaar u wilt luisteren. De signalen van alle ingangen konnen tegelijkertijd worden geproduerd.
* Gebruik van verbindingskabels met waarstanden resulteert möglich in een laag volumeniveau van de apparaten die op de ingangen zijn aangesloten. Als dit het geval is, Gebruikt u verbindingskabels zonder waarstand.
BALANCED INPUT-ingangen
Hierop Aunt u eenCCCCCC of vergelijkbaar apparaat aansluiten.
Type aansluiting

- Dit instrument is uitgerust met gebalanceerde XLR/TRS-aansluitingen. Hieronder ziet u
bedrangsschema's voor deze aansluitingen.
Maak de aansluitingen nadat u de bedradingsschema's van andere aan te sluiten apparaten hebt gecontrolerd.

1:GND
2: HOT
3:COLD

HOT
(PUNT)
一
)
COLD (RING)
CH 3-ingang
Hierop aunt u de digitaleuitgang (coaxkabel) vaneen apparaat aansluten.
- Deze ingang isuitsluitend voor een stereo digitaal signalbestemd. Als via deezingang een 5.1-kanaals of ander digitaal signalbinnenkomt, worden ruis geprodueerd.


Type aansluiting
CH 2-ingangen
Hierop aunt u een apparaat zoals een tv, computer of audiospeler (met RCA-aansluitingen of een stereominaiaturaansluiting) aansluiten.



Type aansluiting
CH 1-ingangen
Hierop aunt u een muziekinstrument Zoals een keyboard of V-Drums (1 / 4^ -monoansluitingen) aansluiten.


Type aansluiting
PHONES-ingang
Hierop aunt u een
hooftelefoon (stereominiuuraansluiting, apart verkrigbaar) aansluiten.
Als een hoofdtelefoon is aangesloten,*
wordt geen geluid uitgestuurd via de hoofdunit (subwoofer) of satellietluidsprekers.


PHONES


CH3


AC IN

1:GND 2:HOT 3:COLD
ustettuun
12/14
Hierop sluit u het bijgeleverde netsnoer aan.

Achterpaneel

Achterpaneel
SATELLITE SPEAKER-ingangen
Hierop sluit u de bijgeleverde
satellietluidsprekers aan.
- Gebruik voor aansluiting alleen de
meegeleverde luidsprekerkabels.
Bovenpaneel

Het system inschakelen
- Zet het volume algijd lager en schakel alle apparaten uit voordat u aansluitingen maakt; hierdoor voorkomt u defecten en/of schade aan luidsprekers of andere apparaten.
- Zodra u alle aansluitingen tot stand hebt gebracht, schakelt u de verschillende apparaten in de opgegeven volgorde in. Als u de apparaten in de verkeerde volgorde inschakelt, können er defecten optreten en/of kan er schade aan de luidsprekers en andere apparaten ontstaan.

- Dit apparaat is uitergerust met een beveiligingscircuit. Na het inschaken duurt het even (enkele seconden) voordat het apparaat normala werkt.
- Zorg er alkijd voor dat het volume zich staat voordat u het apparaat inschakelt. Zelfs als het volume volledig op nul staat,kest u nog geluid horen wanner u het apparaat in- of uitschakelt. Dit is echter normala en wijst Niet op een defect.
- Om de stroom volledig uit te schakelen, trekt u de stekker van het netsnoor uit het stopcontact. Raadpleeg "Stroomtoevoer" (p. 3).
Geluid van alle aangesloten apparatuur kan tegelijk worden afgespeeld.
Een synthesizer of V-Drums-set bespelen

Muziek op eenDVD-speler of audiospeler afspelen

Als uwDVD-speler een digitale uitgang heeft, sluit deze dan aan op de CH 3-ingang voor de Beste afspeelkwaliteit.
Muziek via eenCCCCCC aufspelen

Mengpanteel
Sluit uwCCCCCC INPUT-ingangen aan. HierdoorUNT u het syseem als een set monitors van hoge kwaliteit gebruiken.
Muziek vanaf een computer afspelen
Als u een computer aansluit, zich de volgende soorten aansluitingen möglichk.
Een computer via een analoge aansluiting verbinden
Dit is het eenvoudigste type aansluiting. Sluit de hoofdtelefoonaansluiting van uw computer of lijnuitgang op de LINE-ingang aan.

Een computer via een USB-audio-interface aansluiten
U kunt muziek vanaf uw computer afspelen via een USB-audio-interface.


Problemen oplossen
| Probleem | Oorzaak | Corrigerende handeling | Pagina |
| Het apparaat kan nicht worden ingeschakeld | Is het netsnoer correct aangesloten op een stopcontact? | Zorg dat het netsnoer correct is aangesloten op een stopcontact. | p. 5 |
| Geen geluid | Is de externe apparatuur correct aangesloten? | Controleer het type ingang/aansluiting en stekker en zorg ervoor dat de aansluitingen correct+zijn. | — |
| Is elke regelaar correct ingesteld? | Draai de regelaarsaar rechts om het volume te verhogen. | p. 6 | |
| Is de automatische uitschakelfunctie misschien geactiveerd? | Schakel het systemeuit en verwolgens weein, of zet de [AUTO OFF]-schakelaar op OFF. | p. 6 | |
| Komt er misschien een analoog signala via de CH 3-ingang binnen? | Sluit een coaxkabel op de CH 3-ingang aan en verbind het andere uiteinde met de digitaleuitgang van uw apparatuur. | p. 5 | |
| Komt er misschien een digitaal signala (bijvoorbeeld 5.1-kanaals audio) via de CH 3-ingang binnen? | Zorg dat een stereo digitaal signala wordt ingenoerd. | p. 7 | |
| Hebt u misschien andere luidsprekers aangesloten dan de meegeleverde satellitluidsprekers? | Gebruik de meegeleverde satellitluidsprekers. | p. 4 | |
| Gebruikt u misschien andere kabels dan de meegeleverde luidsprekerkabels? | Gebruik de meegeleverde luidsprekerkabels. | p. 4 | |
| Het geluid worden verrormd of er is ruis | Staat de respectieve regelaar misschien te hoog? | Draai de respectieve regelaaraar links om het volume aan te passen. | p. 6 |
| Is het ingangsniveau van het aangesloten apparaat juist? | Verlaag het volume van het aangesloten apparaat. | — | |
| Komt er misschien een digitaal signala (bijvoorbeeld 5.1-kanaals audio) via de CH 3-ingang binnen? | Zorg dat een stereo digitaal signala wordt ingenoerd. | p. 7 | |
| Onvoldoende volume | Is elke regelaar correct ingesteld? | Draai de regelaarsaar rechts om het volume te verhogen. | p. 6 |
| Is het ingangsniveau van het aangesloten apparaat juist? | Verhoog het volume van het aangesloten apparaat. | — | |
| Hebt u misschien andere luidsprekers aangesloten dan de meegeleverde satellitluidsprekers? | Gebruik de meegeleverde satellitluidsprekers. | p. 4 | |
| Gebruikt u misschien andere kabels dan de meegeleverde luidsprekerkabels? | Gebruik de meegeleverde luidsprekerkabelss. | p. 4 | |
| Gebruikt u misschien een babel met interne werstand? | Gebruik kabelszonder interne werstand wanner u apparaten op de ingangen aansluit. | — |
Roland CM-110, CM-220: CUBE MONITOR
| CM-110 | CM-220 | ||
| Nominaal uitgangsvermögen | 100 W (hoofdunit 50 W + satellitluidspreker 25 W x 2) | 200 W (hoofdunit 100 W + satellitluidspreker 25 W x 2) | |
| Nominaal ingangsiveau (1 kHz) | CH 1 (INSTRUMENT): -20 dBU | ||
| CH 2 (LINE): -10 dBU | |||
| BALANCED INPUT: +4 dBU | |||
| Ingangsimpedantie | CH 1 (INSTRUMENT): 10 k ohm | ||
| CH 2 (LINE): 10 kohm | |||
| BALANCED INPUT: 10 kohm | |||
| Digitale ingang (CH 3) | Formaat: conformiteit met IEC60958 Samplefrequentie: 32 kHz t/m 192 kHz (automatisch) (verzwakking: UIT) Woordlengthe: 24 bits | ||
| Luidsprekers | Hoofdunit | 16 cm | 25 cm |
| Satellitluidspreker | 10 cm (magnetisch afgeschermd), 2 cm (magnetisch afgeschermd) (per stuk) | ||
| Bedieningsle-mentationen | [Kanaalbedieningselement> | [CH 1] (INSTRUMENT)-volumeregelaar | |
| [CH 2] (LINE)-volumeregelaar | |||
| [CH 3] (DIGITAL)-volumeregelaar | |||
| <Wooferbedieningselement> | [WOOFER]-volumeregelaar | ||
| [PHASE]-schakelaar | |||
| <Master-bedieningselement> | EQUALIZER [HIGH]-regelaar, [LOW]-regelaar | ||
| [MASTER]-volumeregelaar | |||
| [AUTO OFF]-schakelaar | |||
| [ON]-schakelaar | |||
| Aansluitingen | CH 1 (INSTRUMENT)-ingangen (L/MONO, R): 1/4"-monoaansluiting | ||
| CH 2 (LINE)-ingangen (L, R, STEREO): RCA-aansluiting, stereominiauuraansluiting | |||
| CH 3 (DIGITAL)-ingang: RCA-aansluiting | |||
| BALANCED INPUT-ingangen (L, R): XLR, 1/4-inch TRS-aansluiting | |||
| PHONES-ingang: stereominiauuraansluiting | |||
| SATELLITE SPEAKER-ingangen (alleen voor speciale satellitluidsprekers) | |||
| Netstroomingang (AC IN) | |||
| Stroomverbruik | 47 W | 67 W | |
| Afmetingen | Hoofdunit | 330 (B) x 327 (D) x 368 (H) mm | 381 (B) x 376 (D) x 413 (H) mm |
| Satellitluidspreker | 162 (B) x 197 (D) x 243 (H) mm | ||
| Gewicht | Hoofdunit | 13,3 kg | 18,8 kg |
| Satellitluidspreker | 3,1 kg (per stuk) | ||
| Accessoires | Netsnoer, luidsprekerkabel (3,5 m) x 2, gebruikershandleiding | ||
- 0 dBu = 0,775 Vrms
- Wegens productverbeteringen können de specificaties en/of het uiterlijk van dit apparaat zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

WAARSCHUWING: De veiligheid en stabiliteit van het apparaat hunnen nicht worden gegardeerd wanner u andere microfoonstandaards gebruikt dan de vouwstandaard die bij de luidspreker hoort. Het gebruik van andere standaards kan schade of letsels aan de gebruiker veroorzaken.
De satellietluidsprekers zich zo ontworpen dat microfoonstandaards die nicht door Roland zich geproduced, als ondersteuning;kuren worden gebruikt. Als u de satellietluidsprekers monteert op microfoonstandaards die nicht door Roland zich geproduced,kest u deze op de ideale hoogteplaatsen die nodig is voor gebruik als monitor of als handig PA-system.
WAARSCHUWING
De microfoonstandaardhouser aan de onderkant van elke satellietluidspreker is voorzien van twee gaten, met een diameter van respectievelijk 3/8 inch (1 cm) en 5/8 inch (1,6 cm). Gebruik het gat dat geschikt is voor uw microfoonstandaard.
- Spreid de poten van de microfoonstandaard (minimaal 50~cm ) en plaats de standard zodanig dat de totale hoogte inclusief satellietluidspreker nicht meer dan 105~cm is (zie de volgende afbeelding).

- Als de microfoonstandaard (inclusief satellitluidspreker) hoger dan 105~cm is of als u de poten nicht goed spreidt, bestaat het risico dat de standaard en luidspreker omvallen, en schade of letsel veroorzaken.
- Als u de satellietluidspekers op microfoonstandaards monteert,plaatst u deze Niet op een wankele of schuine ondergrond. Plaats ze op een stabel en horizontaal oppervlak.
Zorg dat de kabels die op de satellietluidsprekers+zijn aangesloten,veilig worden opgeborgen,om struikelpartijen en andere ongelukken te voorkomen. - Plaats geen voorwerpen op een satellietluidspeker die op een microfoonstandaard is gemonteerd. Hierdoor konnen de standarde en luidspekera omvallen.
- Controller na het monteren van een satellietluidspreker op een microfoonstandaard of het geheel stabel is.
- Roep altijd de hulp in van ten minste eén andere person wanner u de satellliuidspreker op een microfoonstandaard installeert of wanner u de hoogte van de standaard aanpast terwijl de satellliuidspreker erop is gemonteerd.
- Draai de onderdelen van de microfoonstandaard stevig vast, zodat de satellietluidspreker Nietaar links of rechts schuift.
- Pas op dat uw vingers Niet klem komt te zitten wanner u de satellietluidspreker monteert.
- Gebruik een microfoonstandaard die sterk en duurzaam is en bijvoorbeeld uit aluminium of staal is gemaakt.
Roland
MEMO
MEMO
-For the USA
FEDERAL COMMUNICATIONS COMMISSION RADIO FREQUENCY INTERFERENCE STATEMENT
Dit symbolism geeft aan dat in landen van de EU dit product gescheiden van huishoudelijk afval moet worden aangeboden, zoals bepaald per gemeente of regio. Producten die van dit symbolism voorzien, mogen net samen met huishoudelijk afval verwijderd.
