CM-110 - Monitorluidsprekers ROLAND - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM-110 ROLAND in PDF-formaat.
| Producttype | 2.1-monitoringsysteem (subwoofer + 2 satellietluidsprekers) |
| Merk | Roland |
| Model | CM-110 |
| Nominaal uitgangsvermogen | 100 W totaal (subwoofer: 50 W, satellietluidsprekers: 2 x 25 W) |
| Subwoofer | 16 cm (6,5 inch) luidspreker |
| Satellietluidsprekers | 10 cm (4 inch, magnetisch afgeschermd) luidspreker + 2 cm (3/4 inch) tweeter |
| Afmetingen subwoofer | 330 (B) x 327 (D) x 368 (H) mm |
| Afmetingen satellietluidsprekers | 162 (B) x 197 (D) x 243 (H) mm (elk) |
| Gewicht subwoofer | 13,3 kg |
| Gewicht satellietluidsprekers | 3,1 kg (elk) |
| Stroomverbruik | 47 W |
| Audio-ingangen | CH1 Instrument (6,35 mm jack L/MONO, R), CH2 Line (RCA L/R + stereo mini-jack), CH3 Digitaal (coaxiaal RCA), Gebalanceerde ingang (XLR/TRS L/R) |
| Hoofdtelefoonuitgang | Stereo mini-jack (schakelt luidsprekers uit) |
| Bedieningselementen | Volume CH1, CH2, CH3, Woofer, Master; equalizer Low/High; schakelaar Phase (NOR/INV); Auto Off (ON/OFF); netschakelaar ON |
| Speciale functies | Automatische uitschakeling na 4 uur (AUTO OFF), gelijktijdig mixen van alle ingangen |
| Bevestiging op statief | Voet voor microfoonstatief (schroefdraad 3/8" en 5/8"); aanbevolen max. hoogte 105 cm |
| Onderhoud | Reinigen met een droge, zachte doek; geen oplosmiddelen gebruiken |
| Meegeleverde accessoires | Netsnoer, luidsprekerkabels (3,5 m x 2), gebruikershandleiding, luidsprekerhoezen (2) |
| Veiligheid | Volg de instructies: aansluiten op geaard stopcontact, niet openen, niet blootstellen aan water of extreme temperaturen, loskoppelen bij onweer |
| Repareerbaarheid | Niet zelf proberen te repareren; neem contact op met een erkend Roland-servicecentrum |
| Garantie en ondersteuning | Raadpleeg de dealer of de Roland-website voor garantie-informatie |
| Conformiteit | Dit klasse B digitale apparaat voldoet aan FCC en Canadese normen |
Veelgestelde vragen - CM-110 ROLAND
Gebruikersvragen over CM-110 ROLAND
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Monitorluidsprekers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM-110 - ROLAND en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM-110 van het merk ROLAND.
GEBRUIKSAANWIJZING CM-110 ROLAND
Gebruikershandleiding

ATTENTION

RISQUE DE CHOC ELECTRIQUE NE PAS OUVRIR

CAUTION: TO REDUCE THE RISK OF ELECTRIC SHOCK, DO NOT REMOVE COVER (OR BACK).
* In de afbeelding ziet u de CM-220.
Gebruikershandleiding
CUBE MONITOR
CM-110
CM-220

Een handig 2.1-kanaal
Het systeem bestaat uit een hoofdunit (subwoofer) die volle, diepe basgeluiden levert, plus twee satellietluidsprekers.
Dankzij de simpele aansluitingen kunt u meteen van 2.1-kanaals geluid genieten.
Voor muziekinstrumenten
De CM-220 heeft een uitgangsvermogen van 200 W. Het uitgangsvermogen van de CM-110 is 100 W.
Invoerbronnen kunnen worden gemixt, zodat u bij alle frequenties, van laag tot hoog, met helder geluid kunt spelen.

Voor het produceren van muziek
U kunt het systeem op uw computer aansluiten om een monitoring-opstelling van hoge kwaliteit te verkrijgen.
Met zijn volle, diepe basgeluid is dit systeem ook ideaal voor luisteren.
Lees de onderstaande hoofdstukken zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt: "BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES", "HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN" (p. 2) en "BELANGRIJKE OPMERKINGEN" (p. 3). Deze hoofdstukken bevatten belangrijke informatie over de juiste bediening van het apparaat. Om er bovendien zeker van te zijn dat u elke functie van uw nieuwe apparaat goed begrijpt, leest u best de hele gebruikershandleiding. De handleiding moet als handig naslagwerk worden bewaard.
INSTRUCTIES TER VERMIJDING VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF VERWONDING VAN PERSONEN
Over de aanduidingen ⚠ WAARSCHUWING en ⚠ OPGELET
| ⚠ WAARSCHUWING | Gebruikt voor instructies die de gebruiker waarschuwen voor levensgevaarlijke risico's of risico's op verwondingen indien het apparaat verkeerd wordt gebruikt. |
| ⚠ OPGELET | Gebruikt voor instructies die de gebruiker waarschuwen voor risico's op verwondingen of materiaalschade indien het apparaat verkeerd wordt gebruikt.* Materiaalschade verwijst naar schade of negatieve effecten die veroorzaakt worden met betrekking tot de woning en de volledige inrichting, alsook huisdieren. |
Over de symbolen
| Het symbool waarschuwt de gebruiker voor belangrijke instructies en waarschuwingen. De specifieke betekenis van het symbool wordt bepaald door het pictogram binnen de driehoek. Het symbool links wordt gebruikt voor algemene waarschuwingen voor gevaar. | |
| Het symbool waarschuwt de gebruiker voor items die nooit mogen worden gebruikt (verboden). De specifieke handeling die niet mag worden gedaan, wordt door het pictogram binnen de cirkel aangeduid. Het symbool links betekent dat het apparaat nooit gedemonteerd mag worden. | |
| Het symbool wijst de gebruiker op handelingen die moeten worden uitgevoerd. De specifieke handeling die moet worden uitgevoerd, wordt door het pictogram binnen de cirkel aangeduid. Het symbool links geeft aan dat het netsnoer uit het stopcontact moet worden getrokken. |
LET STEEDS OP HET VOLGENDE
⚠ WAARSCHUWING
Sluit de stroomkabel van dit apparaat aan op een geaard stopcontact.

Open het apparaat niet en voer geen interne wijzigingen uit.

Probeer het apparaat niet te herstellen of onderdelen ervan te vervangen (behalve als deze handleiding specifieke instructies geeft om dit te doen). Laat het onderhoud uitvoeren door uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-distributeur, zoals vermeld op de pagina 'Informatie'.

Installeer het apparaat nooit op plaatsen die:
- aan extreme temperaturen worden blootgesteld (bijv. direct zonlicht in een gesloten voertuig, in de buurt van een verwarmingsleiding, op materiaal dat warmte genereert);
- nat zijn (bijv. baden, wasruimten, op natte vloeren);
• worden blootgesteld aan damp of rook;
• worden blootgesteld aan zout; - vochtig zijn;
• worden blootgesteld aan regen; - stoffig of zanderig zijn;
- aan hoge trillingsniveaus en schokken worden blootgesteld.
Zorg ervoor dat het apparaat altijd horizontaal en stabiel geplaatst is. Plaats het nooit op een standaard die kan wankelen of op aflopende oppervlakken.

Het apparaat mag alleen worden aangesloten op een voeding van het type dat beschreven is of dat op de achterzijde van het apparaat is aangeduid.

Gebruik alleen de bevestigde stroomkabel. Sluit de meegeleverde stroomkabel ook niet aan op andere apparaten.

Verdraai of buig de stroomkabel niet overmatig en plaats er geen zware voorwerpen op. Dit kan het snoer zowel binnenin als aan de buitenkant beschadigen en kortsluitingen veroorzaken. Beschadigde kabels kunnen brand of schokken veroorzaken!



⚠ WAARSCHUWING
Dit apparaat kan, apart of in combinatie met een versterker en hoofdtelefoon of luidsprekers, geluidsniveaus produceren die permanente gehoorschade kunnen veroorzaken. Gebruik het apparaat niet langdurig op een hoog volumeniveau of op een niveau dat oncomfortabel is. Als u gehoorverlies of oorsuizingen ervaart, moet u onmiddellijk stoppen met het gebruik van het apparaat en een audioloog raadplegen.

Plaats geen voorwerpen die vloeistoffen bevatten op dit product. Zorg ervoor dat er nooit vreemde voorwerpen (bijv. brandbaar materiaal, munten of draden) of vloeistoffen (bijv. water of vruchtensap) in dit product terechtkomen. Dit kan kortsluiting, storingen of andere defecten veroorzaken.

Schakel het apparaat onmiddellijk uit, trek het netsnoer uit het stopcontact en vraag onderhoud aan bij uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-distributeur, zoals vermeld op de pagina "Informatie" als:

- het netsnoer of de stekker beschadigd is;
• rook of ongewone geuren ontstaan; - objecten of vloeistof in het apparaat zijn terechtgekomen;
- het apparaat aan regen werd blootgesteld (of op een andere manier nat is geworden);
- het apparaat niet normaal lijkt te werken of opmerkelijk anders functioneert.
Zorg bij gebruik op locaties waar kinderen aanwezig zijn, dat het apparaat niet verkeerd of ruw wordt behandeld. Er moet altijd een volwassene in de buurt zijn om te helpen en toezicht te houden.

Bescherm het apparaat tegen zware schokken.
(Laat het niet vallen!)

Raadpleeg uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-distributeur, zoals wordt vermeld op de pagina 'Informatie', voordat u het apparaat in het buitenland gebruikt.


⚠ WAARSCHUWING
Laat de stroomkabel van het apparaat geen stopcontact delen met een buitensporig aantal andere apparaten. Wees vooral voorzichtig met verlengkabels - het totale stroomverbruik van alle apparaten die u op de verlengkabel hebt aangesloten, mag nooit het maximumvermogen (watt/ampère) voor de verlengkabel overschrijden. Buitensporige belasting kan de isolatie van de kabel verwarmen en uiteindelijk doen smelten.

LET OP
Het apparaat moet zo worden geplaatst dat de ventilatie niet door de locatie of positie wordt verstoord.

Pak altijd alleen de stekker van de stroomkabel vast als u dit apparaat aansluit op en verwijdert uit een stopcontact.

U moet regelmatig de stekker loskoppelen en schoonmaken met een droge doek om al het stof en andere ophopingen te verwijderen van de polen. Trek de stekker ook uit het stopcontact als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt. Stofophoping tussen de stekker en het stopcontact kan leiden tot slechte isolatie en brand veroorzaken.

Zorg ervoor dat de snoeren en kabels niet in de war raken. Zorg er ook voor dat alle snoeren en kabels buiten het bereik van kinderen blijven.

Klim nooit op het apparaat en plaats er geen zware voorwerpen op.

Pak de stroomkabel of de stekkers nooit met natte handen vast wanneer u deze aansluit op of verwijdert uit een stopcontact of dit apparaat.

Koppel het netsnoer los van het stopcontact en verwijder alle snoeren uit externe apparaten voordat u het apparaat verplaatst.

Schakel het apparaat uit en trek het netsnoer uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt (p. 5).

Trek het netsnoer uit het stopcontact als u bliksem verwacht in uw omgeving.

De metalen delen van de hoofdunit (subwoofer) kunnen heel warm worden. Let dus op voor brandwonden.

Verwijder het luidsprekerrooster of de luidspreker nooit. De luidspreker kan niet door de gebruiker worden vervangen. In de behuizing zijn spanningen en stromen aanwezig die elektrische schokken kunnen veroorzaken.

Stroomtoevoer
- Sluit dit apparaat niet aan op een stopcontact dat tegelijkertijd wordt gebruikt door een elektrisch apparaat dat door een signaalomzetter wordt bestuurd (zoals een koelkast, wasmachine, magnetron of airconditioner) of dat een motor bevat. Afhankelijk van de manier waarop elektrische apparaten worden gebruikt, kan ruis van de stroomvoorziening defecten aan dit apparaat of hoorbare ruis veroorzaken. Als het niet praktisch is om een apart stopcontact te gebruiken, plaats dan een ruisfilter voor de stroomvoorziening tussen dit apparaat en het stopcontact.
- Schakel alle apparaten uit voordat u dit apparaat erop aansluit. Zodoende kunt u defecten en/of schade aan luidsprekers of andere apparaten voorkomen.
- Als de LED's uitgeschakeld zijn, betekent dit niet dat het apparaat volledig van de stroomtoevoer is losgekoppeld. Om de stroom volledig uit te schakelen, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Zorg er daarom voor dat u het netsnoer aansluit op een stopcontact dat gemakkelijk bereikbaar is.
- Met de fabrieksinstellingen worden de CM-110 en CM-220 automatisch uitgeschakeld wanneer u ongeveer 4 uur lang niet hebt gespeeld of geen gebruik van het apparaat hebt gemaakt. Als u wilt voorkomen dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld, stelt u "AUTO OFF" op "OFF" in (zie p. 6 voor meer informatie).
Plaatsing
- Als u het apparaat gebruikt in de buurt van vermogensversterkers (of andere apparatuur met grote transformatoren), kan dit gezoem veroorzaken. Om dit probleem te verhelpen, kunt u het apparaat anders richten of verder van de storingsbron plaatsen.
- Dit apparaat kan de radio- en televisieontvangst verstoren. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van dergelijke ontvangers.
- Er kan ruis ontstaan als draadloze communicatieapparaten, zoals mobiele telefoons, in de buurt van dit apparaat worden gebruikt. Dergelijke ruis kan ontstaan als een oproep wordt ontvangen of gemaakt of tijdens gesprekken. Verplaats dergelijke apparaten zodat ze zich op een grotere afstand van dit apparaat bevinden of schakel ze uit als u dergelijke problemen ervaart.
- Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht, plaats het niet in de buurt van warmtebronnen, laat het niet achter in een gesloten voertuig en stel het op geen enkele andere wijze bloot aan extreme temperaturen. Zorg er ook voor dat hetzelfde deel van het apparaat niet langdurig wordt verlicht door verlichtingsapparaten waarvan de lichtbron zich doorgaans dicht bij het apparaat bevindt (zoals een pianolamp) of door krachtige spots. Overmatige warmte kan het apparaat vervormen of verkleuren.
-
Wanneer het apparaat naar een andere locatie wordt verplaatst waar de temperatuur en/of vochtigheid sterk verschilt, kunnen er waterdruppels (condens) ontstaan in het apparaat. Als u het apparaat in deze toestand probeert te gebruiken, kunnen er schade of defecten ontstaan. Voordat u het apparaat gebruikt, moet u het daarom enkele uren ongemoeid laten, tot de condens volledig is verdampt.
-
Laat voorwerpen van rubber, vinyl of vergelijkbare materialen niet langdurig op het apparaat liggen. Dergelijke voorwerpen kunnen de afwerking verkleuren of beschadigen.
- Plak geen stickers, plakplaatjes en dergelijke op het apparaat. De afwerking kan beschadigd raken als u het kleefmateriaal probeert te verwijderen.
- Afhankelijk van het materiaal en de temperatuur van het oppervlak waarop u het apparaat plaatst, kunnen de rubberen voetstukken mogelijk het oppervlak verkleuren of ontsieren.
U kunt een stuk vilt of stof onder de rubberen voetstukken plaatsen om dit te voorkomen. Zorg er in dit geval voor dat het apparaat niet verschuift of per ongeluk wordt verplaatst.
- Plaats geen voorwerpen die water bevatten (bijv. bloemenvazen) op het apparaat. Vermijd ook het gebruik van insecticiden, parfum, alcohol, nagellak, spuitbussen, enz. in de nabijheid van het apparaat. Verwijder onmiddellijk alle vloeistof die op het apparaat gemorst wordt met een droge, zachte doek.
Onderhoud
- Gebruik een zachte, droge doek of een doek die licht bevochtigd is met water om het apparaat dagelijks af te vegen. Gebruik een doek die is bevochtigd met een zacht, niet-schurend schoonmaakmiddel om hardnekking vuil te verwijderen. Veeg vervolgens het apparaat grondig schoon met een zachte, droge doek.
- Gebruik geen benzine, verdunningsmiddelen, alcohol of oplosmiddelen om verkleuring en/of vervorming te voorkomen.
Extra voorzorgsmaatregelen
- Ga zorgvuldig te werk bij het gebruik van de knoppen, schuifknoppen of andere bedieningselementen van het apparaat en bij het gebruik van aansluitingen en ingangen. Als u ruw omgaat met de apparatuur, kan dit defecten veroorzaken.
- Pak altijd de aansluiting vast als u kabels aansluit of loskoppelt. Trek nooit aan de kabel. Op die manier vermijdt u kortsluiting of schade aan de inwendige elementen van de kabel.
- Tijdens normaal gebruik straalt het apparaat een kleine hoeveelheid warmte uit.
- Houd het volume van het apparaat op een acceptabel niveau zodat u uw buren niet stoort. Misschien gebruikt u liever een hoofdtelefoon en hoeft u zich geen zorgen te maken over uw omgeving.
- Verpak het apparaat indien mogelijk in de doos (inclusief opvulling) waarin het werd geleverd als u het moet vervoeren. Gebruik anders gelijkwaardige verpakkingsmaterialen.
- Sommige kabels bevatten weerstanden. Gebruik geen kabels met weerstanden om op dit apparaat aan te sluiten. Het gebruik van dergelijke kabels kan het geluidsniveau extreem verlagen of geluid zelfs onhoorbaar maken. Neem contact op met de fabrikant van de kabel voor informatie over kabelspecificaties.
-
Er is een risico dat kleine dieren in het apparaat geraken en vast komen te zitten. Als dit gebeurt, moet u het apparaat onmiddellijk uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Neem vervolgens contact op met de handelaar waar u het apparaat hebt gekocht of het dichtstbijzijnde Roland Service Center.
-
Plaats uw handen of vingers niet in de openingen in het achterpaneel van het apparaat. Bij gezinnen met kleine kinderen dient een volwassene toezicht te houden om te vermijden dat kinderen hun handen of voeten in deze openingen plaatsen.
- Bedrijfsnamen en productnamen die in dit document worden genoemd, zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaars.
Controleer de inhoud van het pakket
* In de afbeelding ziet u de hoofdunit van de CM-220.
□ Satellietluidsprekers (twee)
* U moet de bijgeleverde satellietluidsprekers gebruiken.

□ Luidsprekerdeksels (twee)
U kunt deze desgewenst aan de satellietluidsprekers bevestigen.
□ Luidsprekerkabels (twee)
* U moet de bijgeleverde luidsprekerkabels gebruiken.
□ Netsnoer
√ Gebruikershandleiding (dit document)
Plaatsing
Het volume en de klankkwaliteit worden beïnvloed door de afstand tussen de hoofdunit en satellietluidsprekers enerzijds en de muur anderzijds, en door het materiaal van de muur en de eigenschappen van de vloer. Stem de positie en het volume af op uw omgeving terwijl u muziek beluistert.
De satellietluidsprekers plaatsen

U kunt de satellietluidsprekers het beste in twee hoeken van een gelijkzijdige driehoek plaatsen, waarbij de luisterpositie de derde hoek vormt.
Zorg dat de voorkant van elke satellietluidspreker naar de luisterpositie is gericht.
De hoofdunit plaatsen

flowchart
graph TD
A["Speaker 1"] --> C["User"]
B["Speaker 2"] --> C["User"]
C --> D["Circle"]
style C stroke-dasharray: 5 5
Plaats de hoofdunit (subwoofer) bij voorkeur op dezelfde afstand als de satellietluidsprekers, met de luisterpositie in het midden.
Zorg voor een natuurlijke koppeling tussen de hoofdunit (subwoofer) en de satellietluidsprekers ([PHASE]-schakelaar)
Met de [PHASE]-schakelaar kunt u de fase van de hoofdunit (subwoofer) omschakelen. Kies de instelling die de meest natuurlijke koppeling tussen de hoofdunit (subwoofer) en de satellietluidsprekers produceert: "NOR" (normaal) of "INV" (inverse ofwel omgekeerd).
![ROLAND CM-110 - Zorg voor een natuurlijke koppeling tussen de hoofdunit (subwoofer) en de satellietluidsprekers ([PHASE]-schakelaar) - 1](/content/2020/04/131012/images/2a3c183ccb912f324b3f76a3730dab1ce2350593c7a4d03eb14795cc88521608.jpg)
Hierop kunt u de audio-apparaten aansluiten waarnaar u wilt luisteren. De signalen van alle ingangen kunnen tegelijkertijd worden geproduceerd.
* Gebruik van verbindingskabels met weerstanden resulteert mogelijk in een laag volumeniveau van de apparaten die op de ingangen zijn aangesloten. Als dit het geval is, gebruikt u verbindingskabels zonder weerstand.
BALANCED INPUT-ingangen
Hierop kunt u een mengpaneel of vergelijkbaar apparaat aansluiten.
Type aansluiting
* Dit instrument is uitgerust met gebalanceerde XLR/TRS-aansluitingen. Hieronder ziet u bedradingsschema's voor deze aansluitingen.
Maak de aansluitingen nadat u de bedradingsschema's van andere aan te sluiten apparaten hebt gecontroleerd.


1: GND
2: HOT
3: COLD

(1-2)

COLD (RING)
CH 3-ingang
Hierop kunt u de digitale uitgang (coaxkabel) van een apparaat aansluiten.
* Deze ingang is uitsluitend voor een stereo digitaal signaal bestemd. Als via deze ingang een 5.1-kanaals of ander digitaal signaal binnenkomt, wordt ruis geproduceerd.

Type aansluiting

CH 2-ingangen
Hierop kunt u een apparaat zoals een tv, computer of audiospeler (met RCA-aansluitingen of een stereominiatuuraansluiting) aansluiten.


Type aansluiting


CH 1-ingangen
Hierop kunt u een muziekinstrument zoals een keyboard of V-Drums (1/4"-monoansluitingen) aansluiten.

Type aansluiting

PHONES-ingang
Hierop kunt u een hoofdtelefoon (stereominiatuuraansluiting, apart verkrijgbaar) aansluiten.
* Als een hoofdtelefoon is aangesloten, wordt geen geluid uitgestuurd via de hoofdunit (subwoofer) of satellietluidsprekers.

Netstroomingang (AC IN)
Hierop sluit u het bijgeleverde netsnoer aan.


Achterpaneel

Achterpaneel


SATELLITE SPEAKER-ingangen
Hierop sluit u de bijgeleverde satellietluidsprekers aan.
* Gebruik voor aansluiting alleen de meegeleverde luidsprekerkabels.
Bovenpaneel
[CH 1]-, [CH 2]-, [CH 3]-regelaar
Hiermee kunt het volume regelen van het geluid dat via de CH 1- en CH 2-ingangen en de CH 3-ingang binnenkomt.
[MASTER]-regelaar
Hiermee kunt u het algemene volume van de output van de hoofdunit (subwoofer) en satellietluidsprekers regelen.
[AUTO OFF]-schakelaar
![ROLAND CM-110 - [AUTO OFF]-schakelaar - 1](/content/2020/04/131012/images/cd959854ee0415ee7c10d82961d6cd914e8876fcd7dca429ec9868338668c349.jpg)
ON
Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld wanneer 4 uur verstrijkt zonder dat een ingangssignaal wordt gedetecteerd.
* Als u het apparaat weer wilt gebruiken, schakelt u het uit en vervolgens weer in of zet u de [AUTO OFF]-schakelaar in de stand "OFF".
OFF
Het systeem wordt niet automatisch uitgeschakeld.


WOOFER PHASE MASTER

ON
CUBE MONITOR CM-220
Dit brandt rood wanneer het systeem ingeschakeld is.
[ON]-schakelaar
Hiermee schakelt u het systeem in.
EQUALIZER-regelaars
| [LOW]-regelaar | Hiermee kunt u het volume van de lage tonen regelen. |
| [HIGH]-regelaar | Hiermee kunt u het volume van de hoge tonen regelen. |
[W0OFER]-regelaar
Hiermee kunt u het volume van de uitvoer van de hoofdunit (subwoofer) regelen.
[PHASE]-schakelaar
Hiermee wijzigt u de fase van het geluid dat door de hoofdunit (subwoofer) wordt uitgevoerd (p. 4).
Het systeem inschakelen
* Zet het volume altijd lager en schakel alle apparaten uit voordat u aansluitingen maakt; hierdoor voorkomt u defecten en/of schade aan luidsprekers of andere apparaten.
* Zodra u alle aansluitingen tot stand hebt gebracht, schakelt u de verschillende apparaten in de opgegeven volgorde in. Als u de apparaten in de verkeerde volgorde inschakelt, kunnen er defecten optreden en/of kan er schade aan de luidsprekers en andere apparaten ontstaan.
-
Zet de [MASTER]-regelaar op 0.
-
Schakel de aangesloten apparatuur in.
-
Schakel het systeem in.

OPMERKING
Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld wanneer ongeveer 4 uur verstrijkt zonder dat een ingangssignaal wordt gedetecteerd.
Als u wilt voorkomen dat het systeem automatisch wordt uitgeschakeld, zet u de [AUTO OFF]-schakelaar in de stand "OFF".
* Dit apparaat is uitgerust met een beveiligingscircuit. Na het inschakelen duurt het even (enkele seconden) voordat het apparaat normaal werkt.
* Zorg er altijd voor dat het volume dicht staat voordat u het apparaat inschakelt. Zelfs als het volume volledig op nul staat, kunt u nog geluid horen wanneer u het apparaat in- of uitschakelt. Dit is echter normaal en wijst niet op een defect.
* Om de stroom volledig uit te schakelen, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Raadpleeg "Stroomtoevoer" (p. 3).
Geluid van alle aangesloten apparatuur kan tegelijk worden afgespeeld.
Een synthesizer of V-Drums-set bespelen

Muziek op een dvd-speler of audiospeler afspelen

Als uw dvd-speler een digitale uitgang heeft, sluit deze dan aan op de CH 3-ingang voor de beste afspeelkwaliteit.
Muziek via een mengpaneel afspelen

Mengpaneel
Sluit uw mengpaneel op de BALANCED INPUT-ingangen aan. Hierdoor kunt u het systeem als een set monitors van hoge kwaliteit gebruiken.
Muziek vanaf een computer afspelen
Als u een computer aansluit, zijn de volgende soorten aansluitingen mogelijk.
Een computer via een analoge aansluiting verbinden
Dit is het eenvoudigste type aansluiting. Sluit de hoofdtelefoonaansluiting van uw computer of lijnuitgang op de LINE-ingang aan.

Een computer via een USB-audio-interface aansluiten
U kunt muziek vanaf uw computer afspelen via een USB-audio-interface.

flowchart
graph TD
A["PhONES BALANCED INPUT"] --> B["CH 3 DIGITAL"]
B --> C["CH 2 LINE"]
C --> D["CH 1 INSTRUMENT"]
D --> E["U kunt tegelijk een synthesizer aansluiten en spelen."]
F["Coaxkabel"] --> G["Naar de coaxuitgang"]
G --> H["USB-audio-interface"]
H --> I["Computer"]
J["Roland QUAD-CAPTURE"] --> K["USB audio-interface"]
K --> L["Computer"]
M["Input 1L INPUT 2R SENS 1L PEAK AUTO-SENS DIRECT MONITOR MOIO USB MIX OUTPUT PLAYBACK INPUT PHONES"] --> N["Computer"]
O["INCT 1 (H-2)"] --> P["USB audio-interface"]
Q["Suits een gitaar, bas of microfoon niet rechtstreeks op de CM-110 of CM-220 aan."] --> R["Computer"]

flowchart
graph LR
subgraph Signal Path
direction LR
L/MONO --> CH1_INSTRUMENT
CH1_INSTRUMENT --> CH2_LINE
CH2_LINE --> CH3_DIGITAL
CH3_DIGITAL --> CH1_INSTRUMENT
CH1_INSTRUMENT --> LOW
CH1_INSTRUMENT --> HIGH
CH2_LINE --> EQUALIZER
EQUALIZER --> MASTER
MASTER --> HPF
HPF --> POWER_AMP
POWER_AMP --> SPEAKER_OUT
SPEAKER_OUT --> SATELLITE_SPEAKER
SATELLITE_SPEAKER --> INPUT
SATELLITE_SPEAKER --> INPUT
SATELLITE_SPEAKER --> R
end
CH1_INSTRUMENT --> CH2_LINE
CH2_LINE --> CH3_DIGITAL
CH3_DIGITAL --> CH1_INSTRUMENT
CH3_DIGITAL --> BALANCED_INPUT
BALANCED_INPUT --> L
BALANCED_INPUT --> R
CH1_INSTRUMENT --> LOW
CH1_INSTRUMENT --> HIGH
CH2_LINE --> LOW
CH2_LINE --> HIGH
CH3_DIGITAL --> LOW
CH3_DIGITAL --> HIGH
EQUALIZER --> MASTER
MASTER --> HPF
HPF --> POWER_AMP
POWER_AMP --> SPEAKER_OUT
SPEAKER_OUT --> SATELLITE_SPEAKER
SATELLITE_SPEAKER --> INPUT
SATELLITE_SPEAKER --> INPUT
WOOFER --> LPF
LPF --> PHASE_NOR
PHASE_NOR --> INV
INV --> POWER_AMP
POWER_AMP --> PHONES
BALANCED_INPUT --> L
BALANCED_INPUT --> R
SATELLITE_SPEAKER --> SATELLITE_SPEAKER
SATELLITE_SPEAKER --> INPUT
SATELLITE_SPEAKER --> INPUT
Problemen oplossen
| Probleem | Oorzaak | Corrigerende handeling | Pagina |
| Het apparaat kan niet worden ingeschakeld | Is het netsnoer correct aangesloten op een stopcontact? | Zorg dat het netsnoer correct is aangesloten op een stopcontact. | p. 5 |
| Geen geluid | Is de externe apparatuur correct aangesloten? | Controleer het type ingang/aansluiting en stekker en zorg ervoor dat de aansluitingen correct zijn. | — |
| Is elke regelaar correct ingesteld? | Draai de regelaars naar rechts om het volume te verhogen. | p. 6 | |
| Is de automatische uitschakelfunctie misschien geactiveerd? | Schakel het systeem uit en vervolgens weer in, of zet de [AUTO OFF]-schakelaar op OFF. | p. 6 | |
| Komt er misschien een analoog signaal via de CH 3-ingang binnen? | Sluit een coaxkabel op de CH 3-ingang aan en verbind het andere uiteinde met de digitale uitgang van uw apparatuur. | p. 5 | |
| Komt er misschien een digitaal signaal (bijvoorbeeld 5.1-kanaals audio) via de CH 3-ingang binnen? | Zorg dat een stereo digitaal signaal wordt ingevoerd. | p. 7 | |
| Hebt u misschien andere luidsprekers aangesloten dan de meegeleverde satellietluidsprekers? | Gebruik de meegeleverde satellietluidsprekers. | p. 4 | |
| Gebruikt u misschien andere kabels dan de meegeleverde luidsprekerkabels? | Gebruik de meegeleverde luidsprekerkabels. | p. 4 | |
| Het geluid wordt vervormd of er is ruis | Staat de respectieve regelaar misschien te hoog? | Draai de respectieve regelaar naar links om het volume aan te passen. | p. 6 |
| Is het ingangsniveau van het aangesloten apparaat juist? | Verlaag het volume van het aangesloten apparaat. | — | |
| Komt er misschien een digitaal signaal (bijvoorbeeld 5.1-kanaals audio) via de CH 3-ingang binnen? | Zorg dat een stereo digitaal signaal wordt ingevoerd. | p. 7 | |
| Onvoldoende volume | Is elke regelaar correct ingesteld? | Draai de regelaars naar rechts om het volume te verhogen. | p. 6 |
| Is het ingangsniveau van het aangesloten apparaat juist? | Verhoog het volume van het aangesloten apparaat. | — | |
| Hebt u misschien andere luidsprekers aangesloten dan de meegeleverde satellietluidsprekers? | Gebruik de meegeleverde satellietluidsprekers. | p. 4 | |
| Gebruikt u misschien andere kabels dan de meegeleverde luidsprekerkabels? | Gebruik de meegeleverde luidsprekerkabelS. | p. 4 | |
| Gebruikt u misschien een kabel met interne weerstand? | Gebruik kabels zonder interne weerstand wanneer u apparaten op de ingangen aansluit. | — |
Roland CM-110, CM-220: CUBE MONITOR
| CM-110 | CM-220 | ||
| Nominaal uitgangsvermogen | 100 W(hoofdunit 50 W + satellietluidspreker 25 W x 2) | 200 W(hoofdunit 100 W + satellietluidspreker 25 W x 2) | |
| Nominaal ingangsniveau (1 kHz) | CH 1 (INSTRUMENT): -20 dBu | ||
| CH 2 (LINE): -10 dBu | |||
| BALANCED INPUT: +4 dBu | |||
| Ingangsimpedantie | CH 1 (INSTRUMENT): 10 k ohm | ||
| CH 2 (LINE): 10 kohm | |||
| BALANCED INPUT: 10 kohm | |||
| Digitale ingang (CH 3) | Formaat: conformiteit met IEC60958Samplefrequentie: 32 kHz t/m 192 kHz (automatisch) (verzwakking: UIT)Woordlengte: 24 bits | ||
| Luidsprekers | Hoofdunit | 16 cm | 25 cm |
| Satellietluidspreker | 10 cm (magnetisch afgeschermd), 2 cm (magnetisch afgeschermd) (per stuk) | ||
| Bedieningselementen | [CH 1] (INSTRUMENT)-volumeregelaar | ||
| [CH 2] (LINE)-volumeregelaar | |||
| [CH 3] (DIGITAL)-volumeregelaar | |||
| [WOOFER]-volumeregelaar | |||
| [PHASE]-schakelaar | |||
| EQUALIZER [HIGH]-regelaar, [LOW]-regelaar | |||
| [MASTER]-volumeregelaar | |||
| [AUTO OFF]-schakelaar | |||
| [ON]-schakelaar | |||
| Aansluitingen | CH 1 (INSTRUMENT)-ingangen (L/MONO, R): 1/4"-monoansluiting | ||
| CH 2 (LINE)-ingangen (L, R, STEREO): RCA-aansluiting, stereominiatuuraansluiting | |||
| CH 3 (DIGITAL)-ingang: RCA-aansluiting | |||
| BALANCED INPUT-ingangen (L, R): XLR, 1/4-inch TRS-aansluiting | |||
| PHONES-ingang: stereominiatuuraansluiting | |||
| SATELLITE SPEAKER-ingangen (alleen voor speciale satellietluidsprekers) | |||
| Netstroomingang (AC IN) | |||
| Stroomverbruik | 47 W | 67 W | |
| Afmetingen | Hoofdunit | 330 (B) x 327 (D) x 368 (H) mm | 381 (B) x 376 (D) x 413 (H) mm |
| Satellietluidspreker | 162 (B) x 197 (D) x 243 (H) mm | ||
| Gewicht | Hoofdunit | 13,3 kg | 18,8 kg |
| Satellietluidspreker | 3,1 kg (per stuk) | ||
| Accessoires | Netsnoer, luidsprekerkabel (3,5 m) x 2, gebruikershandleiding | ||
* 0 dBu = 0,775 Vrms
* Wegens productverbeteringen kunnen de specificaties en/of het uiterlijk van dit apparaat zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

WAARSCHUWING: De veiligheid en stabiliteit van het apparaat kunnen niet worden gegarandeerd wanneer u andere microfoonstandaards gebruikt dan de vouwstandaard die bij de luidspreker hoort. Het gebruik van andere standaards kan schade of letsels aan de gebruiker veroorzaken.
De satellietluidsprekers zijn zo ontworpen dat microfoonstandaards die niet door Roland zijn geproduceerd, als ondersteuning kunnen worden gebruikt. Als u de satellietluidsprekers monteert op microfoonstandaards die niet door Roland zijn geproduceerd, kunt u deze op de ideale hoogte plaatsen die nodig is voor gebruik als monitor of als handig PA-systeem.
⚠ WAARSCHUWING
De microfoonstandaardhouder aan de onderkant van elke satellietluidspreker is voorzien van twee gaten, met een diameter van respectievelijk 3/8 inch (1 cm) en 5/8 inch (1,6 cm). Gebruik het gat dat geschikt is voor uw microfoonstandaard.
- Spreid de poten van de microfoonstandaard (minimaal 50 cm) en plaats de standaard zodanig dat de totale hoogte inclusief satellietluidspreker niet meer dan 105 cm is (zie de volgende afbeelding).

- Als de microfoonstandaard (inclusief satellietluidspreker) hoger dan 105 cm is of als u de poten niet goed spreidt, bestaat het risico dat de standaard en luidspreker omvallen, en schade of letsel veroorzaken.
- Als u de satellietluidsprekers op microfoonstandaards monteert, plaatst u deze niet op een wankele of schuine ondergrond. Plaats ze op een stabiel en horizontaal oppervlak.
- Zorg dat de kabels die op de satellietluidsprekers zijn aangesloten, veilig worden opgeborgen, om struikelpartijen en andere ongelukken te voorkomen.
- Plaats geen voorwerpen op een satellietluidspreker die op een microfoonstandaard is gemonteerd. Hierdoor kunnen de standaard en luidspreker omvallen.
- Controleer na het monteren van een satellietluidspreker op een microfoonstandaard of het geheel stabiel is.
- Roep altijd de hulp in van ten minste één andere persoon wanneer u de satellietluidspreker op een microfoonstandaard installeert of wanneer u de hoogte van de standaard aanpast terwijl de satellietluidspreker erop is gemonteerd.
- Draai de onderdelen van de microfoonstandaard stevig vast, zodat de satellietluidspreker niet naar links of rechts schuift.
- Pas op dat uw vingers niet klem komen te zitten wanneer u de satellietluidspreker monteert.
- Gebruik een microfoonstandaard die sterk en duurzaam is en bijvoorbeeld uit aluminium of staal is gemaakt.
Roland
MEMO
MEMO
-For the USA
FEDERAL COMMUNICATIONS COMMISSION RADIO FREQUENCY INTERFERENCE STATEMENT
Dit symbool geeft aan dat in landen van de EU dit product gescheiden van huishoudelijk afval moet worden aangeboden, zoals bepaald per gemeente of regio. Producten die van dit symbool zijn voorzien, mogen niet samen met huishoudelijk afval worden verwijderd.
