20039 - Lasapparaat GUDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 20039 GUDE in PDF-formaat.
| Producttype | MMA-lasapparaat |
| Merk | Güde |
| Model | 20039 |
| Categorie | Lasapparaat |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Lasstroom | 20 - 200 A |
| Elektrodediameter | 1,6 tot 4,0 mm |
| Inschakelduur | 60% bij 200 A, 100% bij 160 A |
| Afmetingen | 35 × 20 × 25 cm |
| Gewicht | 15 kg |
| Belangrijkste functies | Booglassen met beklede elektrode, intensiteitsinstelling, thermische beveiliging |
| Onderhoud en reiniging | Reinig regelmatig de ventilatieopeningen, controleer de aansluitingen en kabels |
| Veiligheid | Bescherming tegen overstroom en oververhitting, ingebouwde aardlekschakelaar, gebruik van lashelm en handschoenen verplicht |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Elektroden, kabels, elektrodehouder, massaklemmen verkrijgbaar als losse onderdelen |
| Algemene informatie | Gebruiksaanwijzing van 106 pagina’s, in het Frans, gratis te downloaden |
Veelgestelde vragen - 20039 GUDE
Gebruikersvragen over 20039 GUDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 20039 - GUDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 20039 van het merk GUDE.
GEBRUIKSAANWIJZING 20039 GUDE
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Italiano 49
De beschermgaslasapparaten van de MIG-serie zijn zeer plaats besparend, volgens moderne technieken vervaardigd en hebben een hoge betrouwbaarheid. De lasgenerator bestaat uit een luchtgekoelde transformator met dubbele primaire spoel. De gelijkspanning wordt met een luchtgekoelde multidiode brug bereikt.
De transformator wordt door een thermoschakelaar tegen overbelasting beveiligd. De platina's zijn zo beveiligd dat deze de milieu-invloeden van het voor lassen gebruikte ruimten in stand houden. De gehele serie is met een digitale aanwijzing uitgerust die de lasstroom aangeeft.
Instellingen van lasstroom
MIG 175 ZW/A - MIG 175 ZD/A
De generator kan acht vermogensinstellingen via een schakelaar voor vermogenscombinaties op de primaire spoel besturen (afb. 1/E).
A. Drukschakelaar voor menu
B. Gele LED voor thermobeveiliging
C. Display voor de indicatie van:
- draadsnelheid
- draadaanlooptijd
- terugbrandtijd
- puntlastijd
- beveiliging tegen oververhitting
D. Potentiometer
E. Schakeltrappen
F. Centrale aansluiting slangenpakket
Instellingen van de lasstroom
MIG 190 KOMBI/A
De generator kan acht vermogensinstellingen via een schakelaar voor de vermogenscombinaties op de primaire spoel besturen (afb. 2/E en F).
A. Drukschakelaar voor menu
B. Gele LED voor thermobeveiliging
C. Display voor de indicatie van:
- draadsnelheid
- draadaanlooptijd
- terugbrandtijd
- puntlastijd
- beveiliging tegen oververhitting
D. Potentiometer
E. Schakeltrappen
F. Centrale aansluiting slangenpakket
G. 230 V/400 V omschakeling
Instellingen van de lasstroom
MIG 220 ZW/A - MIG 250 ZD/A
De generator kan 32 vermogensinstellingen via twee schakelaars voor de vermogenscombinaties op de primaire spoel besturen (afb. 3/E en F).
A. Drukschakelaar voor menu
B. Gele LED voor thermobeveiliging
C. Display voor de indicatie van:
- draadsnelheid
- draadaanlooptijd
- terugbrandtijd
- puntlastijd
- beveiliging tegen oververhitting
D. Potentiometer
E. Centrale aansluiting slangenpakket
F. Hoofdtrappenschakelaar
G. Tussentrappenschakelaar
Instellingen van de lasstroom
MIG 350 ZD/A
De generator kan 32 vermogensinstellingen via twee schakelaars voor de vermogenscombinaties op de primaire spoel besturen (afb. 4/E en F).
A. Drukschakelaar voor menu
B. Gele LED voor thermobeveiliging
C. Display voor de indicatie van:
- draadsnelheid
- draadaanlooptijd
- terugbrandtijd
- puntlastijd
- beveiliging tegen oververhitting
D. Potentiometer
E. Centrale aansluiting slangenpakket
F. Hoofdtrappenschakelaar
G. Tussentrappenschakelaar
INBEDRIJFSTELLING VAN DE MACHINE
Algemeen
De machine (MIG 175 ZW/A, MIG 190 Kombi/A tweefasentoevoer 400 V/230 V met adapter) is door de fabriek voor een eenfasetoevoer 50/60 Hertz 230 V voorbereid. De machine (MIG 175 ZD/A, MIG 220 ZD/A, MIG 250 ZD/A, MIG 350 ZD/A) werd door de fabriek voor een tweefasentoevoer 50/60 Hertz 400V voorbereid.
De uit te voeren bewerkingen bestaan uit:
Montage van de stekker (m.u.v. MIG 175 ZW/A en MIG 190 Kombi A)
Montage van de wielen
Montage van de fles
Montage van het slangenpakket
Zitting van de draadspoel
Montage van de stekker
Op de MIG 175 ZD/A, MIG 220 ZD/A, MIG 250 ZD/A moet aan een CEE-16 A stekker (niet in de levering inbegrepen) aangesloten worden. Bij MIG 350 ZD/A wordt een CEE- 32 A stekker, aanbevolen met aarding, (niet in de levering inbegrepen) gemonteerd monteren. De montage moet door vakpersoneel uitgevoerd worden.
Aanwijzing: Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen oververhitting die de transformator voor overbelasting beveiligd en het apparaat bij oververhitting uitschakelt. Na afkoeling is het apparaat weer gebruiksklaar.
Montage van de wielen
De sleuven zijn voor het aanbrengen van twee draaibare voorwielen en voor het aanbrengen van een as voor de bevestiging van twee vaste achterwielen voorzien. Er wordt een montageset bijgeleverd bestaande uit: beweegbare voorwielen, as voor vaste achterwielen, achterwielen, splitpennen en kartelmoeren De kartelmoeren in de daarvoor voorziene inrichtingen, zie afb. 5 en 6, schroeven. De voorwielen zoals op afb. 7 monteren. De as ter bevestiging van de achterwielen aanbrengen en deze met de splitpennen vastzetten.
Montage van de gasfles
De gasfles in verticale positie op het draagplateau plaatsen en zodanig positioneren dat deze tegen de flessenhouder rust; daarna de fles met de ketting en karabijnhaak (afb. 8) zekeren. De drukregelaar op de gasfles schroeven en de gasslang met een montagebeugel aan de drukregelaar en aan het elektrische ventiel (afb. 9) bevestigen.
Montage van het slangenpakket
Voor de aansluiting van het slangenpakket is het voldoende deze met de aan de voorkant geplaatste centrale EURO aansluiting vast te schroeven. Op deze wijze wordt de elektrische- en de gasaansluiting met de gasfles verbonden.
Zitting van de draadspoel
Plaats de draadspoel op de naaf en breng de draad in de draadtoevoer, zoals op de afb. 11. Op alle modellen kunnen zonder uitzondering zowel een spoel van 5 kg als van 15 kg geplaatst woorden. De naaf is met een koppeling voorzien voor de juiste draadspanning.
Motor voor de draadspanning
Overtuigt u zich er van dat de draadtoevoerrol een geleidingssleuf heeft met een doorsnede gelijk aan de dikte van de draad. De machines zijn met een draadtoevoerrol van ∅ 0,6 en ∅ 0,8 uitgerust. De diameter is aan de zijkant van de rol aangegeven.
Draadgeleiding
De eerste 10 cm van de draad afknippen en controleren dat het einde van de draad een rechte, braamloze snede, zonder kraag door het knippen, verbuigingen of onzuiverheden vertoont. De bewegelijke arm van de draadspanner door het losmaken van de armschroef (afb. 12) openen. De draad in de passende geleidingssleuf plaatsen en de aandrukarm sluiten. De optimale weerstand aan de naaf op 15 instellen (de draad moet licht van de rol getrokken kunnen worden, zonder dat deze vanzelf gaat afwikkelen. De aandrukkracht, met de schroef op de aandrukarm, instellen (afb. 14).
230/400 V-INSTELLING (slechts model „MIG 190 Kombi/A“)
Het lasapparaat kan met 230 volt evenals met 400 volt gebruikt worden. Overtuigt u zich er van dat de positie van de spanningsschakelaar (230/400 volt) overeenkomt met de daarvoor gekozen netstekker.
VOORSCHRIFTEN TER VOORKOMING VAN ONGEVALLEN
Laswerkzaamheden betekenen vele risico's voor de lasser en de rondom staande personen.
Persoonlijke veiligheidsmaatregelen:
- Geschichte zuiver katoenen kleding zonder zakken en broeken zonder pijpomslag dragen.
- Altijd isolerende handschoenen dragen.
- Vaste, hoge, isolerende en met staal beschermde schoenen dragen.
- Een filtermasker tegen gassen en een lasbril met doorzichtige zijdelingse bescherming dragen. Let op, lasgassen niet inademen!
- Zorg voor een goede ventilatie van de werkplaats: indien nodig, een goede afzuiginstallatie, voornamelijk in kleine ruimten, gebruiken.
- Op de lasplaatsen roest, vet en verf verwijderen zodat de rookvorming beperkt wordt. Eventueel lasspray gebruiken.
- Gevaar van kortsluiting! Controleren of het stroomnet tegen overbelastingen en kortsluiting beveiligd is en van een juiste aarde is voorzien. Controleer of de netspanning met die van de machine overeenkomend is.
- Controleer dat er geen beschadigde, blanke kabels aanwezig zijn. Indien nodig, de netkabel, het slangenpakket en de laskabel vervangen.
- De juiste massaverbinding herstellen.
- De kabel van het slangenpakket of de massadraad niet om het lichaam wikkelen. Het slangenpakket niet op u zelf of andere personen richten.
- Niet in een vochtige of natte omgeving lassen.
- Niet zonder de zijdelingse beschermingsinrichtingen aan de machine werken.
- Explosiegevaar! Niet in de buurt van licht ontvlambare materialen of op licht ontvlambare reservoirs werken.
- De machine in een stabiele positie op de vloer plaatsen.
- De gasfles moet goed aan de machine met de daarvoor geschikte ketting, verwijderd van warmtebronnen, bevestigd worden.
- Het lasapparaat mag in geen geval aan weerinvloeden blootgesteld, resp. in een vochtige omgeving opgeslagen worden. De elektronische onderdelen worden dan door kortsluiting, resp. corrosie, vernield.
LASSEN
Lassen bij normaal gebruik
Let op: Let er op dat de inrichting voor het puntlassen (zie tab. pagina 8) volledig is uitgeschakeld.
Werkstuk op de bedoelde lasplaatsen blank maken en voor een goed massacontact zorgen. Door bediening van de schakelaar aan het slangenpakket wordt de lastransformator en evenals de draadtoevoer geactiveerd.
Tip: Maak een proeflas en stel het apparaat zodanig in dat een gelijkmatig en vol "lasgeluid" te horen is. Let verder op de inbranddiepte van de lasnaad voor het verkrijgen van een sterke lasverbinding.
Puntlassen (zie tab. pagina 9)
Werkstuk als beschreven voorbereiden en het mondstuk voor puntlassen (cilindrisch mondstuk met afstandsdoornen) op de hals van de lastoorts steken. De puntlasmachine inschakelen en proeflassen uitvoeren. Let op: Bij puntlassen moet men de schakelaar van het slangenpakket ingedrukt houden!
Burn Back (zie tab. pagina 9)
Bij doven van de vlamboog vormt zich altijd een smeltdruppel aan het einde van de lasdraad die vaak met het stroommondstuk aan de hals van de lastoorts verkleeft. De draad wordt, door de instelling van de terugbrandtijd, na beeindiging van het lasproces een paar millimeters verder geschoven en zal dus niet met het stroommondstuk samensmelten.

Aansluiting voor beschermgaslassen

Aansluiting voor lassen met voldraad
Draadtoevoersnelheid (zie tab. pagina 9)
Om een goede en zuivere lasnaad te verkrijgen mag de vlamboog niet spatten en de draad opduwen. Stel de snelheid van de draadtoevoer zodanig in dat er een gewenst "harmonisch lasgeluid" ontstaat.
Gasdruk
Als grondregel geldt: Draaddikte x 10 = l/min
Voorbeeld: Draaddikte 0,8 mm x 10 = ca. 8 l/min
Lassen met vuldraad (niet voor MIG 350)
Bij lassen met vuldraad is het gas in "verpoederde vorm" in de draad ingesloten en een gasfles is niet nodig. Het is echter noodzakelijk de polariteit van het apparaat, zoals in afb. 18 aangegeven, te wijzigen.
MIG-, MAG-lassen
MIG = Metal Inert Gas MAG = Metal Activ Gas
Beide processen zijn volledig gelijk, slechts het gebruikte gastype is verschillend.
Bij MIG-lassen is het gebruikte gas argon (inert gas). Bij MAG-lassen is het gebruikte gas CO₂ (actief gas).
Informaties voor lasgebruik
Met het „Control Board“ is het mogelijk de lasfuncties van het apparaat te regelen.
- Als de machine wordt ingeschakeld, geeft de display op het „Control Board“ de laatst gemeten lasstroom aan.
Toelichting van symbolen
LED = gele LED voor thermobeveiliging Display = geeft de lasparameters aan
ENC = potentiometer S1 = drukschakelaar voor menu - voor keuze van de lasparameters
Lassoorten
a) Handmatig
Door de knop aan de toorts te bedienen wordt de draadtoevoer voor handmatig lassen gestart of gestopt.
b) Puntlassen
Als de knop aan de toorts ingedrukt blijft, zal de machine voor de al ingestelde tijd (instelling 4.12 f) lassen en daarna

flowchart
graph TD
A["LED/Thermoschutz"] --> B["MENS-Tastschalter"]
C["Display"] --> D["ENC/Potenziometer"]
B --> D
style A fill:#fff,stroke:#000
style C fill:#fff,stroke:#000
style B fill:#fff,stroke:#000
style D fill:#fff,stroke:#000
automatisch stoppen. Door het opnieuw indrukken van de knop aan de toorts kan dit proces naar behoefte herhaald worden.
Display voor lasparameters
Door indrukken van de menuknop S1 is het mogelijk de gewenste instelling tijdens het lassen te kiezen. Door de potentiometer worden de instellingen verhoogd of verlaagd.

Draadsnelheid
-> instelgebied op display -> min=05 - max=99

Draadaanlooptijd
-> instelgebied op display -> min=10 - max=99

Terugbrandtijd
-> instelgebied op display -> min=0 - max=99

Punktschweißzeit
-> instelgebied op display -> min=10 - max=80

Beveiliging tegen over- verhitting
Toelichting van symbolen
De volgende instellingen worden telkens door drukken van de menuknop S1 opgeroepen:
| c) | ![]() | Draadsnelheid: Regelen door draaien van de potentiometer/ENC. |
| d) | ![]() | Draadstarttijd: De snelheid van de draadtoevoer, die daarvoor in c) gekozen werd, wordt trapsgewijze bereikt; het vermindert de startstroom. |
| e) | ![]() | Terugbrandtijd: De draad wordt na de beëindiging van het lasproces nog korte tijd verder getransporteerd en verkleeft niet met de stroommondstuk. |
| f) | ![]() | Puntlastijd: Instelling over potentiometer/ENC; werkwijze zie b). |
| g) | ![]() | Beveiliging tegen oververhitting: De gebruiker moet wachten, tot de gele LED is uitgegaan en de transformator dus afgekoeld is. De rode indicatie op de display gaat al na enkele seconden uit. |
Om de indicatie "Default" op het display te verwijderen, ga als volgt te werk:
- De hoofdschakelaar aan het apparaat op 0 zetten.
- De menuknop S1 indrukken.
- Het lasapparaat inschakelen en de knop S1 voor 3 seconden ingedrukt houden.
NUTTIGE TIPS OVER HET ONDERWERP LASSEN
Algemene regels
Als de lasspanning op minimum is ingesteld, moet de lengte van de vlamboog klein zijn. Dit wordt bereikt door het slangenpakket zo dicht mogelijk bij het werkstuk te houden en een hoek van ongeveer 60 graden aan te houden. De booglengte kan langzaam groter gemaakt worden door verhoging van de stroomsterkte; er kan maximaal een lengte van ongeveer 20 mm bereikt worden.
Algemene adviezen
Af en toe kunnen kleine storingen bij laswerkzaamheden optreden. Deze storingen kunnen, met inachtneming van de volgende aanwijzingen, vermeden worden:
- Porositeit
- Kleine poriën in de lasnaad, gelijksoortig als bij de oppervlakten van chocolade, kunnen een onderbreking van de gasstroom veroorzaken of soms ook de opname van kleine vreemde voorwerpen toelaten. In een dergelijk geval wordt aanbevolen de laswerkzaamheden te onderbreken en opnieuw te beginnen. Eerst dient de werkzone grondig gereinigd te worden, dan de gastoevoer (ongeveer 8 liter/minuut) in te stellen en vervolgens het slangenpakket tijdens het lassen op de juiste hoek te controleren.
- Spatten
- Kleine gesmolten metaaldruppels, die van de lasboog afdruppelen. In kleine hoeveelheden kan dit niet voorkomen worden, maar het kan tot een minimum gereduceerd worden door de netstroom en de gasflow juist in te stellen en het slangenpakket schoon te houden.
• Nauwe en afgeronde lassen
• Dit wordt door een te snelle draadtoevoer door het slangenpakket of door een onjuist ingestelde gastoevoer veroorzaakt.
- Dit kan door een te langzame draadtoevoer door het slangenpakket veroorzaakt worden.
- Draad verbrandt aan achterzijde
- Dit kan door een te langzame draadtoevoer, een losse of versleten geleidingspunt van de draad, een slechte draadkwaliteit of door een te hoge stroomtoevoer veroorzaakt worden.
• Geringe inbranddiepte
- Dit kan door een te snelle draadtoevoer door het slangenpakket, een te lage stroomtoevoer, een onjuiste hoek, een verkeerde poling, afschuiningen of onvoldoende afstand tussen de laskanten veroorzaakt worden. De instelling van de bewerkingparameters controleren en de voorbereiding van de te lassen delen verbeteren.
- Doorbranden van de delen
- Het kan door een te langzame draadtoevoer door het slangenpakket, een te hoge stroomtoevoer of een onjuiste draadtoevoer veroorzaakt worden.
- Onstabiliteit van de vlamboog
- Dit kan door onvoldoende netspanning, onregelmatige draadtoevoer of te weinig beschermgas veroorzaakt worden.
GARANTIE
Garantie vlg. bijliggende garantiekaart!
Niet in de garantie inbegrepen zijn machineschades die door:
- transport resp. toepassing
- onjuist gebruik van de machine door de gebruiker
- ontbrekend onderhoud
• storingen, resp. breuken die niet op het gebruik van de machine zijn terug te leiden
• elektrische en elektronische componenten, elektromotoren - of verkeerd gebruik van de machine door de gebruiker, worden veroorzaakt.
OPLOSSING VAN STORINGEN
| STORING | OORZAAK | OPLOSSING | |
| De draad verschuift niet, als het drijfwiel draaithaspel is te vast aangedraaid3) Beschadigd slangenpakket Draadkern controleren | 1) Vuil op het mondstuk van de draadgeleiding2) De koppeling van de afwikkel- | Met lucht doorblazenLosmaken | |
| Draadtoevoer onder- 1) Contactspuitmond beschadigd Vervangenbroken / uitgevallen 2) Verbranding in de contactspuitmond Vervangen3) Vuil in de gleuf van het aandrijfwiel Schoonmaken4) Groef op het versleten aandrijfwiel Vervangen | |||
| Vlamboog uitgegaan?massatang en lasdeel2) Kortsluiting tussen contact-spuitmond en gasgeleidebuis | 1) Slecht contact tussencontrolerenContactspuitmond engeleidesputmondschoonmaken of | De tang aandraaien envervangen | |
| Lasnaad poreusaanhechting in de geleidesputmond van gas2) Onjuiste afstand of hoek van het slangenpakket3) Te weinig gas4) Vochtige of natte werkstukken | 1) Ontbreken van gasschild wegensvrij makenDe afstand tussen despuitmond en het werkstukmoet 5-10 mm zijn; hoekniet onder 60° gehoudenten opzichte van werkstukDe hoeveelheid verhogenMet een heteluchtpistoolof ander middel drogen | Van aanhechtingen | |
| De machine functioneert onverwacht na langgebruik niet meer | De machine is door een te lang gebruikoververhit en de beveiliging,tegen oververhitting, is ingeschakeld | De machine minimaal20-30 min. laten afkoelen | |
EG-Conformiteitverklaring
dat het navolgend genoemde apparaat, op grond van zijn ontwerp en bouwwijze, evenals de door ons in omloop gebrachte uitvoeringen aan de desbetreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidverordeningen van de EG-richtlijnen voldoen.
Bij een niet met ons overeengekomen wijziging aan het apparaat verliest deze verklaring haar geldigheid.
Beschrijving van het apparaat:
Desbetreffende EG-Richtlijnen:
Gebruikte harmoniserende
normen:
Datum/ Handtekening fabrikant:
Date/Authorized Signaure:
Gegevens betr. de ondergetekende:
Title of Sinatory:
Dhr. Arnold, bedrijfsleider

Technische Documentatie:
Gegevens betr. de ondergetekende:
Title of Sinatory:

J. Bürkle FBL; QS




