KM 130 300 R D - Industriële veegmachine KARCHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 130 300 R D KARCHER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KM 130 300 R D KARCHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Industriële veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 130 300 R D - KARCHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 130 300 R D van het merk KARCHER.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 130 300 R D KARCHER
Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele
gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Voor de eerste inbedrijfstelling de veiligheidsaanwijzingen nr. 5.956-250 beslist doorlezen!
Inhoud
Veiligheidsinstructies ..... NL .. 1
Algemene aanwijzingen NL .. 1
Symbolen op het apparaat NL .. 2
Symbolen in de gebruiksaanwijzing .... NL .. 2
Functie NL .. 2
Reglementair gebruik ..... NL .. 2
Geschikte ondergronden NL .. 2
Zorg voor het milieu ..... NL .. 2
Garantie NL .. 2
Elementen voor de bediening en de functies .... NL .. 3
Voor de inbedrijfstelling ... NL .. 4
Chauffeurscabine omhoog klappen .... NL .. 4
Parkeerrem vergrendelen/ loszetten .... NL .. 4
Veegmachine zonder zelf-aandrijving bewegen... NL .. 4
Veegmachine met zelfaandrijving bewegen ..... NL .. 4
Inbedrijfstelling .... NL .. 4
Algemene aanwijzingen NL .. 4
Tanken NL .. 4
Controle- en onderh ouds- werkzaamheden ..... NL .. 4
Werking.... NL .. 4
Chauffeursstoel instellen NL .. 4
Motortoerental verstellen NL .. 4
Programma's selecteren NL .. 4
Apparaat starten ..... NL .. 4
Apparaat verrijden..... NL .. 4
Veegbedrijf .... NL .. 5
Veeggoedcontainer legen NL .. 5
Apparaat uitschakelen. . NL .. 5
Transport NL .. 5
Opslag NL .. 5
Onderhoud .... NL .. 5
Algemene aanwijzingen NL .. 5
Reiniging.... NL .. 5
Onderhoudsintervallen. NL .. 6
Onderhoudswerkzaamheden NL .. 6
EG-conformiteitsverklaring. NL. 10
Hulp bij storingen ..... NL . 11
Veiligheidsinstructies

Gevaar van gehoor- schade. Bij het werken met het apparaat in elk geval een geschikte ge- hoorbescherming dra- gen.
Algemene aanwijzingen
Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur.
- De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zonder gevaar.
- Naast de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzingen moeten de algemene veiligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden.
Rijfunctie
⚠️ Gevaar
Verwondingsgevaar, beschadigingsgevaar! Bij het verladen van het apparaat een geschikt platform of een kraan gebruiken (Opgelet: Apparaat heeft een leeggewicht van 951 kg! Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht nog hoger).
Geen vorkheftruck gebruiken.
⚠️ Gevaar
Verwondingsgevaar!
Kantelgevaar bij de sterke hellingen.
- In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen.
Kantelgevaar bij snel door de bochten rijden.
– In bochten langzaam rijden.
Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond.
- Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen.
Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen.
- Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10 % berijden.
- De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd.
- De bediener moet het apparaat doelmatig gebruiken. Hij moet bij het rijden rekening houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met dit apparaat goed letten op anderen, vooral op kinderen.
- Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt die voor de omgang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik.
- Het apparaat mag niet worden gebruikt door kinderen of jongeren.
- Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan.
- Zittend bediende apparatuur moet ook vanuit de stoel in beweging worden gezet.
→ Om onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, dient men de contactsleutel te verwijderen.
→ Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het apparaat pas verlaten, als de motor is uitgezet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is afgeschermd, eventueel de handrem is aangetrokken en de contactsleutel uit het contact is gehaald.
Apparaten met verbrandingsmotor
⚠ Gevaar
Verwondingsgevaar!
– De uitlaat mag niet geblokkeerd worden.
- Niet over de uitlaat buigen of deze aanraken (verbrandingsgevaar).
- Aandrijfmotor niet aanraken of vastpakken (verbrandingsgevaar).
- Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden ingeademd.
- De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na-loop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik.
Apparaten met chauffeurscabine
- In noodgevallen ruiten met de noodhamer inslaan.
Waarschuwing
De noodhamer bevindt zich in de voetruimte onder de bestuurderstoel.
Accessoires en reserveonderdelen
- Er mogen alleen toebehoren en onderdelen gebruikt worden, die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Origineel toebehoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden.
- Een selectie van de meest frequent benodigde reserveonderdelen vindt u achteraan in de gebruiksaanwijzing.
- Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service.
Symbolen op het apparaat
![]() | Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. |
![]() | Werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren. |
![]() | Knelgevaar door vastklemmen tussen bewe-gende voertuigonderdelen |
![]() | Verwondingsgevaar door bewegende onder-delen. Niet erin grijpen. |
![]() | brandgevaar. Geen brandende of glimmen-de voorwerpen opzui-gen. |
![]() | Kettingopname / kraan-punt Vastsjorpunt |
![]() | Bandendruk (max.) |
![]() | Opnamepunt voor krik |
![]() | Veegrolverstelling |
![]() | Maximale helling van de ondergrond bij ritten met opgetild veeggoed-reservoir. |
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
⚠️ Gevaar
Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichamelijke letsels.
⚠ Waarschuwing
Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs do- delijke lichamelijke letsels.
Voorzichtig
Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die kan leiden tot lichte lichamelijke letsels of materiële schade.
Functie
De veegmachine werkt volgens het veegschoepprincipe.
- De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir.
- De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol.
- Het fijne stof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen.
Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
→ Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien zij niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken.
- Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken buiten.
- Het apparaat mag niet in gesloten ruimtes gebruikt worden.
- Zittend bediende apparatuur zonder geschikte uitrusting (optie vanaf fabriek) zijn niet toegelaten voor het openbare verkeer.
- Het apparaat mag alleen gebruikt worden in het openbare wegverkeer na goedkeuring door een officiële instantie.
- Het apparaat is niet geschikt voor het opzuigen van gezondheidsschadelijke stoffen.
- Er mogen aan het apparaat geen wijzigingen worden aangebracht.
- Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten.
- Geen brandbare of glimmende voorwerpen opvegen/opzuigen.
- Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing genoemde wegdek/ondergrond.
- Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgegeven oppervlakken.
- Het verblijf in de gevarenzone is verboden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.
- Over het algemeen geldt: Licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar).
Geschikte ondergronden
⚠️ Gevaar
Verwondingsgevaar. Draagkracht van de ondergrond vóór het rijden controleren.
- Asfalt
- Industrievloer
- Estrik
- Beton
- Klinkers
Voorzichtig
Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen aangezien die zich rond de keerrol kunnen wikkelen.
Zorg voor het milieu

Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik.

Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor hergebruik. Lever de apparaten daarom in bij een inzamelpunt voor herbruikbare materialen. Batterijen, olie en dergelijke stoffen mogen niet in het milieu belanden. Verwijder overbodig geworden apparatuur daarom via geschikte inzamelpunten.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 KARCHER Professional
text_image
15 16 17 17 4 12 4 13 14 KEBCHERKM 130/300 R D
1 Chauffeurscabine (optie)
2 Cabinedeur (optie)
3 Tanksluiting
4 Vastsjorpunt (4x)
5 Veegrol
6 Voorwiel
7 Zijbezem
8 Verlichtingsinatallatie (optie)
9 Veeggoedcontainer
10 Vergrendeling apparaatkap
11 Ruitenwisser (optie)
12 Motorafdekking
13 Achterwiel
14 Vergrendeling chauffeurscabine
15 Zwaailicht
16 Centrifugaalseparator
17 Veiligheidshendel chauffeurscabine
18 Veegrolverstelling (niet afgebeeld)
Bedieningsveld

text_image
19 20 21 22 22 23 24 25 26 27 28 2919 Programmaschakelaar
20 Functietoetsen
21 Multifunctionele weergave
22 Zekeringskast werkplek
23 Stuurwiel
24 Contactslot
25 Parkeerrem
26 Regeling motortoerental
27 Stoel (met zitcontactschakelaar)
28 Rempedaal
29 Gaspedaal
Contactslot (24)

text_image
3030 Contactsleutel
Symbool verwarmingsspiraal: Voorgloeien
Stand 0: Motor uitschakelen
Stand 1: Ontsteking aan
Stand 2: Motor starten
Functietoetsen (20)

text_image
31 32 33 34 35 36 37 38 3931 Werkverlichting aan/uit (optie)
32 Zwaailicht aan/uit
33 Claxon
34 Filterreiniging
35 Keuzeschakelaar rijrichting
36 Besproeiing zijbezem (optie)
37 Blazer
38 Reservoirklep openen / sluiten
39 Veeggoedcontainer omhoog/omlaag brengen
Multifunctioneel instrument (21)

text_image
46 45 44 43 42 41 40 47 48 49 50 51 52 53 Hours40 Bedrijfsurenteller
41 Waarschuwingslampje laden
42 Waarschuwingslampje oliedruk
43 Waarschuwingslampje koelwatertemperatuur
44 Aangezogen motorlucht
45 Waarschuwingslampje brandstofreserve
46 Controlelampje voorgloeien
47 Controlelampjes (niet aangesloten)
48 Controlelampje parkeerlicht (optie)
49 Controlelampje dimlicht (optie)
50 Controlelampje knipperlicht (optie)
51 Controlelampje rijrichting vooruit
52 Controlelampje rijrichting achteruit
53 Tankweergave
Voor de inbedrijfstelling
Chauffeurscabine omhoog klappen
Om verschillende werkzaamheden uit te voeren, kan het nodig zijn om de chauffeurscabine eerst naar boven te kantelen. Instructie: Chauffeurscabine mag enkel op een effen terrein (± 5 °) gekanteld worden.
→ Vergrendeling chauffeurscaine openen.
→ Chauffeurscabine omhoog kantelen tot de veiligheidshendel vastklikt.

→ Vooraleer de chauffeurscabine neergelaten wordt, de veiligheidshendel ontgrendelen.
Parkeerrem vergrendelen/loszetten
→ Parkeerrem loszetten, daarbij rempe-daal induwen.
→ Parkeerrem vergrendelen, daarbij rempedaal induwen.
Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen
→ Motorafdekking openen.
→ Vrijloophefboom van de hydraulische pomp 90 ° zijdelings naar beneden klappen.

Beweeg de veegmachine zonder eigen aandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h.
→ Vrijloophefboom na het verschuiven opnieuw naar boven klappen.
Veegmachine met zelfaandrijving bewegen
→ Vrijloophefboom na het verschuiven opnieuw naar boven klappen.
Inbedrijfstelling
Algemene aanwijzingen
→ Voor de inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzingg van de motorfabrikant lezen en in het bijzonder de veiligheidsinstructies in acht nemen.
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
→ Contactsleutel uitnemen.
→ Parkeerrem vastzetten.
Tanken
⚠️ Gevaar
Explosiegevaar!
- Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden gebruikt.
– Niet in gesloten ruimtes tanken. - Roken en open vuur is verboden.
- Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt.
→ Brandstofinhoud aan de tankweergave controleren.
→ Motor uitzetten.
→ Vuldop van de brandstoftank opendraaien.
→ Diesel tanken.
→ Overgelopen brandstof wegvegen en vuldop van brandstoftank sluiten.
Controle- en onderh oudswerkzaamheden
→ Motoroliepeil controleren.
→ Waterkoeler controleren.
→ Keerrol controleren.
→ Luchtdruk banden controleren.
→ Chauffeursstoel instellen.
→ Stoffilter reinigen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Reparaties en onderhoud.
Werking
Chauffeursstoel instellen
→ Hefboom stoelverstelling naar buiten trekken.
→ Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten.
→ Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit.
Motortoerental verstellen

→ Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten.
Instructie: Toerental van zijborstel en keerrol is afhankelijk van het motortoe- rental.
Programma's selecteren

text_image
1 2 31 Transport
2 Vegen met veegrol
3 Vegen met keerrol en zijbezems
Apparaat starten
Instructie: Het apparaat is uitgerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verla- ten van de chauffeursstoel wordt het apparaat uitgeschakeld.
→ Op de chauffeursstoel plaatsnemen.
→ Keuzeschakelaar rijrichting in de middenstand brengen.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Regeling motortoerental 1/3 naar voren schuiven.
Voorgloeien
→ Contactsleutel in het contactslot steken.
→ Contactsleutel in positie „Verwarmingsspiraal“ draaien.
Voorgloeilamp licht op.
Motor starten
→ Wanneer de voorgloeilamp uitgaat, de contactsleutel op positie „II“ draaien.
→ Is het apparaat gestart, dan contactsleutel loslaten.
Instructie: De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten.
Apparaat verrijden
→ Programmaschakelaar op Transport zetten.
→ Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten.
→ Rempedaal induwen en ingedrukt houden.
→ Parkeerrem losmaken.
Vooruit rijden
→ Keuzeschakelaar rijrichting „Vooruit“ stellen.
→ Langzaam op het gaspedaal drukken.
Achteruit rijden
⚠ Gevaar
Gevaar voor verwonding! Bij het achteruit- rijden mogen derden niet in gevaar ge- bracht worden, eventueel aanwijzingen laten geven.
Voorzichtig
Beschadigingsgevaar. Keuzeschakelaar rijrichting enkel bedienen bij een stilstaand apparaat.
→ Keuzeschakelaar rijrichting op „Achteruit“ stellen.
→ Langzaam op het gaspedaal drukken.
Rijgedrag
- Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden.
- Vermijd schokkerig gebruik van het pedaal, omdat de hydraulische installatie anders beschadigd kan raken.
- Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen.
Remmen
→ Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan.
Instructie: De remwerking kan door in-drukken van het rempedaal ondersteund worden.
Over hindernissen heen rijden
Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden:
→ Langzaam en voorzichtig in voorwaartse richting overheen rijden.
Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden:
→ Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte oprijdrempel.
Veegbedrijf
Voorzichtig
Geen pakbanden, draden of soortgelijk materiaal opvegen; dit kan leiden tot een beschadiging van het veegmechanisme.
Instructie: Om een optimaal reinigingsresultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden.
Instructie: Tijdens het gebruik moet het veeggoedreservoir op gezette tijden gele-digd worden.
Instructie: Tijdens het gebruik moet de stofffilter op gezette tijden gereinigd worden.
Droge bodem vegen
→ Ventilator inschakelen.

→ Bij oppervlaktereiniging de programma-schakelaar op Vegen met veegrol zetten.
→ Bij de reiniging van zijranden de programmaschakelaar op Vegen met vee-grol en zijbezems zetten.
Vochtige of natte bodem vegen
→ Ventilator uitschakelen.
→ Bij oppervlaktereiniging de programma-schakelaar op Vegen met veegrol zetten.
→ Bij de reiniging van zijranden de programmaschakelaar op Vegen met vee-grol en zijbezems zetten.
Veeggoedcontainer legen
⚠️ Gevaar
Gevaar voor verwonding! Tijdens het ledi- gen mogen zich geen personen en beesten in het zwenkbereik van het veeggoedreser- voir ophouden.
⚠️ Gevaar
Gevaar voor kneuzing! Nooit in het hef-boomstelsel van het legingsmechanisme grijpen. Niet onder de opgeheven container gaan staan.
⚠️ Gevaar
Gevaar voor kantelen! Het apparaat tijdens het ledigen op een vlak oppervlak zetten.

→ Programmaschakelaar op Transport zetten.
→ Veeggoedcontainer omhoog brengen.
→ Langzaam naar de verzamelbak rijden.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Veeggoedreservoir leegkiepen.
→ Parkeerrem losmaken.
→ Langzaam van de verzamelbak wegrijden.
→ Veeggoedreservoir tot de eindstand naar binnen kiepen.
→ Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten.
Apparaat uitschakelen
→ Regeling motortoerental volledig naar achteren schuiven.
→ Rempedaal induwen en ingedrukt houden.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Transport
⚠ Gevaar
Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het gewicht van het apparaat.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren.
→ Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten.
→ Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen.
Opslag
⚠️ Gevaar
Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen.
Stillegging
Als de veegmachine voor langere tijd niet gebruikt wordt, let dan op de volgende punten:
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
→ Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels niet te beschadigen.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Veegmachine tegen wegrollen beveiligen.
→ Motorolie verversen.
→ Wanneer vorst verwacht wordt, koelwater laten weglopen of controlleren of voldoende antivriesmiddel in de koelvloeistof zit.
→ Veegmachine aan de binnen- en buitenkant reinigen.
→ Batterij opladen en afklemmen.
Onderhoud
Algemene aanwijzingen
- Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn.
- Mobiel commercieel geëxploiteerde apparatuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd.
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Parkeerrem vastzetten.
Reiniging
Voorzichtig
Beschadigingsgevaar! De reiniging van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kort-sluiting of andere schade).
Reiniging binnenkant apparaat
⚠️ Gevaar
Verwondingsgevaar! Stofmasker en veiligheidsbril dragen.
→ Apparaat met een doek reinigen.
→ Apparaat met perslucht uitblazen.
Reiniging buitenkant apparaat
→ Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen.
Instructie: Geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.
Onderhoudsintervallen
Onderhoudsboek Inspectiechecklist 5.950-535 in acht nemen!
Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan.
Onderhoud door de klant
Instructie: Alle service- en onderhoudswerken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden.
Onderhoud dagelijks:
→ Motoroliepeil controleren.
→ Koelvloeistofstand controleren.
→ Luchtdruk banden controleren.
→ Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden.
→ Brandstoftank vullen.
→ Brandstofffilter controleren.
→ Centrifugaalseparator en luchtfilter controleren, zo nodig reinigen.
→ Werking van alle bedieningsonderdelen controleren.
→ Apparaat op beschadigingen controleren.
Onderhoud wekelijks:
→ Radiateur reinigen.
→ Hydraulische-oliekoeler reinigen.
→ Hydraulisch systeem controleren.
→ Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren.
→ Remvloeistofpeil controleren.
→ Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen
→ Reservoirklep controleren en smeren.
Onderhoud alle 50 bedrijfsuren:
→ Water uit de waterafscheider Diesel af- laten
Onderhoud na slijtage:
→ Afdichtlijsten vervangen.
→ Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen.
→ Veegrol vervangen.
→ Zijbezems vervangen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden.
Onderhoud door de klantenservice
Onderhoud na 50 bedrijfsuren:
→ Eerste inspectie volgens onderhoudsboek laten uitvoeren.
Onderhoud na 250 bedrijfsuren:
→ Inspectie volgens onderhoudsboek laten uitvoeren.
Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje gedaan worden.
Onderhoudswerkzaamheden
Voorbereiding:
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Parkeerrem vastzetten.
Overzicht

Algemene veiligheidsinstructies
⚠️ Gevaar
Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeggoedreservoir altijd de veiligheidsstang gebruiken.

text_image
1 21 Houder veiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
→ Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).
| Motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu te-recht laten komen. Gelieve bodem te beschermen en oude olie op een milieuvriendelijke manier tot afval verwerken. |
Veiligheidsvoorschriften accu's
Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip:
| Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! | |
| Veiligheidsbril dragen! | |
| Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! | |
| Explosiegevaar! | |
| Vuur, vonken, open licht en ro-ken verboden! | |
| Gevaar van brandwonden! | |
| Eerste hulp! | |
| Waarschuwingstekst! | |
| Verwijdering! | |
| Accu niet in vuilnisbak gooien! |
⚠️ Gevaar
Explosiegevaar! Geen materiaal of iets dergelijks op de accu, d.w.z. op de polen en verbindingsstrips van accucellen leggen.
⚠ Gevaar
Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na het werken aan accu's altijd de handen reinigen.
⚠️ Gevaar
Brand- en explosiegevaar!
- Roken en open vuur is verboden.
- Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat.
⚠️ Gevaar
Gevaar voor invreten!
- Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. afspoelen.
– Daarna direct een dokter raadplegen. - Verontreinigde kleding met water uitwassen.
Accu in apparaat plaatsen en aansluiten
→ Accu in de accuklemmen plaatsen.
→ Klemmen op de accubodem vast-schroeven.
→ Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten.
→ Poolklem op minpool (-) aansluiten.
Instructie: Controleren of de batterijpolen en poolklemmen voldoende door poolbeschermingsvet beschermd worden.
Vloeistofpeil van de accu controleren en bijstellen
Voorzichtig
Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren.
- Het zuur van een volledig opgeladen accu heeft bij 20 °C een soortelijk gewicht van 1,28 kg/l.
- Het zuur van een gedeeltelijk ontladen accu heeft een soortelijk gewicht tussen 1,00 en 1,28 kg/l.
- In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zijn.
→ Alle celsluitingen uitdraaien.
→ Uit iedere cel met de zuurtester een monster nemen.
→ Het zuurmonster weer terugdoen in dezelfde cel.
→ Bij te lage vloeistofstand cellen met ge- destilleerd water tot aan de markering bijvullen.
→ Accu laden.
→ Celsluitingen inschroeven.
Accu laden
⚠️ Gevaar
Gevaar voor verwonding! Houd u aan de veiligheidsvoorschriften bij het omgaan met accu's. De gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het laadapparaat opvolgen.
⚠️ Gevaar
Accu alleen met het geschikte laadapparaat opladen.

→ Alle celsluitingen uitdraaien.
→ Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden.
→ Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu verbinden.
→ Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen.
→ Accu met de kleinst mogelijke laadstroom laden.
Instructie: Wanneer de batterij opgeladen is, het laadapparaat eerst van het stroomnet en dan van de batterij halen.
Batterij demonteren
→ Poolklem op minpool (-) afklemmen.
→ Poolklem op pluspool (+) afklemmen.
→ Klemmen op de accubodem losschroeven.
→ Batterij uit de batterijhouder nemen.
→ Verbruikte batterij conform de geldende bepaleingen verwijderen.
Motoroliepeil controleren en olie bijvullen
⚠️ Gevaar
Verbrandingsgevaar!
→ Motor laten afkoelen.
→ Controle van het motoroliepeil op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren.
→ Oliepeilstok uittrekken.
→ Oliepeilstok afvegen en inschuiven.
→ Oliepeilstok uittrekken.
→ Oliepeil controleren.
→ Oliepeilstok weer erin doen.

text_image
MAX MIN- Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"-en „MAX"-markering bevinden.
- Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, motorolie bijvullen.
- Motor niet boven „MAX"-markering bijvullen.
→ Sluitschroef van de olievulopening losmaken.
→ Motorolie erin doen.
Oliesoort: zie Technische gegevens
→ Olievulopening afsluiten.
→ Minstens 5 minuten wachten.
→ Motoroliepeil controleren.
Motorolie en motoroliefilter wisselen Voorzichtig
Verbrandingsgevaar door hete olie!
→ Opvangreservoir voor minstens 6 liter olie klaarzetten.
→ Motor laten afkoelen.

→ Olieaftapschroef uitschroeven.
→ Sluitschroef van de olievulopening losmaken.
→ Olie aftappen.

→ Oliefilter afschroeven.
→ Bevestigingspunt en afdichtvlakken reinigen.
→ Afdichting van het nieuwe oliefilter voor het inbouwen met olie insmeren.
→ Nieuw oliefilter inbouwen en handvast aanhalen.
→ Olieaftapplug inclusief nieuwe afdichting erinschroeven.
Instructie: Olieaftapplug met een draaimo- mentsleutel op 25 Nm aanhalen.
→ Motorolie erin doen.
Oliesoort: zie Technische gegevens
→ Olievulopening afsluiten.
→ Motor ca. 10 seconden laten lopen.
→ Motoroliepeil controleren.
Oliepeil hydraulisch systeem controle- ren en hydraulische olie bijvullen Waarschuwing
Het veeggoedreservoir mag niet opgetild zijn.
→ Motorafdekking openen.

3 Afsluitdeksel, olievulopening
→ Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren.
- Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"-en „MAX"-markering bevinden.
- Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, hydraulische olie bijvullen.
→ Afsluitdeksel van de olievulopening los-schroeven.
→ Vulgebied reinigen.
→ Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort: zie Technische gegevens
→ Afsluitdeksel van de olievulopening eropschroeven.
Waarschuwing
Wanneer de manometer een verhoogde hydraulische-oliedruk weergeeft, moet de hydraulische-oliefilter vervangen worden door de klantenservice van Kärcher.
Hydraulisch systeem controleren
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Motor starten.
Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Kärcher-klantendienst.
→ Alle slangen van het hydraulische systeem en aansluitingen op lekkage controleren.
Radiateur controleren en onderhouden.
⚠️ Gevaar
Gevaar voor verbranding door kokend water! Radiateur minstens 20 minuten laten afkoelen.
→ Koelwaterpeil aan het expansievat controleren (waterpeil tussen MIN en MAX.
→ Koelerlamellen reinigen.
→ Koelslangen en aansluitingen op dichtheid controlleren.
→ Ventilator reinigen.
Veegrol controleren
→ Motor starten.
→ Veeggoedreservoir tot de eindstand optillen.
→ Motor uitzetten.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Veiligheidsstang gebruiken voor hoogleging.
→ Banden of snoeren van veegrol verwijderen.
→ Veiligheidsstang eruitnemen.
→ Motor starten.
→ Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten.
→ Motor uitzetten.
Veegrol verwisselen

1 Bevestigingsschroef veegrolhouder
2 Veegrol
3 Veegrolhouder
4 Borgplaat zijdelingse afdichting
5 Zijdelingse afdichting

→ Zijmantel met sleutel openen.
→ Vleugelmoeren aan de fenderbevestig- ging van de zijdelingse afdichtstrook af- schroeven en fenderbevestiging afnemen.
→ Zijdelingse afdichting naar buiten klappen.
→ Bevestigingsschroef veegrolhouder eruit schroeven en opname naar buiten zwenken.
→ Veegrol uitnemen.

Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht)
Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe vee-grol op de positie van de borstelset letten.
→ Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel gestoken worden.
Instructie: Na het inbouwen van de nieuwe veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden.
Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen
Instructie: De keerspiegel is in de fabriek ingesteld op 80 mm en kan bij slijtage van de keerrol traploos bijgesteld worden.
→ Luchtdruk banden controleren.
→ Zuigturbine uitschakelen.
→ Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is.
→ Programmaschakelaar op Vegen met veegrol stellen.
→ Programmaschakelaar op Transport zetten.
→ Apparaat achterwaarts wegrijden.
→ Veegspiegel controleren.

text_image
80 - 85 mmDe vorm van de veegspiegel moet een gelijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen.

→ Zijdelingse motorbekleding openen.
→ Contramoer lossen.
→ Veegspiegel instellen
→ Contramoer aantrekken.
→ Keerspiegel van de keerrol controleren.
Veegspiegel van de zijbezem controle- ren en instellen
→ Luchtdruk banden controleren.
→ Zijbezems opheffen.
→ Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is.
→ Programmaschakelaar op Vegen met veegrol en zijbezems stellen.
→ Zijbezems opheffen.
→ Programmaschakelaar op Rijden zetten.
→ Apparaat achterwaarts wegrijden.
→ Veegspiegel controleren.

text_image
40 - 50 mmDe breedte van de veegspiegel moet tussen 40-50 mm liggen.

text_image
A B A B→ Veegspiegel met de twee instelschroeven corrigeren.
→ Veegspiegel controleren.
Zijdelingse afdichtstroken plaatsen
→ Luchtdruk banden controleren.
→ Veeggoedreservoir naar boven brengen en met veiligheidsstang zekeren.
⚠️ Gevaar
Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeggoedreservoir altijd de veiligheidsstang gebruiken.
→ Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).

text_image
1 21 Houder veiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
→ Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals vervangen" beschreven wordt.
→ 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken.
→ 3 Moeren (SW 13) van de voorste fenderbevestiging losmaken.
→ Zijdelingse afdichtstrook zover naar beneden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bodem is.
→ Fenderbevestigingen vastschroeven.
→ Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen.
Bandenluchtdruk controleren
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
→ Luchtdrukapparaat aansluiten op het bandventiel.
→ Luchtdruk controleren en indien nodig druk bijstellen.
→ Toegestane bandenluchtdruk zie technische gegevens.
Stoffilter manueel reinigen
→ Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen.
Stoffilter verwisselen
⚠ Waarschuwing
Voor aanvangen van het verwisselen van de stoffilter veeggoedcontainer legen. Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschriften over de omgang met fijne stoffen in acht nemen.

text_image
1 2 KARCHER Professional1 Vergrendeling apparaatkap
2 Apparaatkap
→ Vergrendeling openen, daartoe stergreepschroef eruit draaien.
→ Apparaatkap naar voren klappen.

→ Filterschudinrichting naar voren klappen.

→ Stoffilter vervangen.
→ Filterafdekking opnieuw sluiten.
→ Stoffilter vervangen.
→ Filterafdekking opnieuw sluiten.
V-snaar controleren en instellen

De V-riem moet bij een druk van 10 kg ca. 7-9 mm meegeven.
→ V-riemspanning laten instellen door de geautoriseerde klantenservice.
Luchtfilter controleren en verwisselen

→ Luchtfilterbehuizing wegnemen.
→ Luchtfilterinzet vervangen.
Instructie: Inbouwpositie met uitblaas-
opening naar beneden (zie afbeelding).

text_image
2 1→ Vleugelmoer aan de centrifugaalseparator losschroeven.
→ Centrifugaalseparator reinigen.
Gloeilamp schijnwerper (optie) vervangen
→ Schijnwerper losschroeven.
→ Schijnwerper wegnemen en stekker uittrekken.
Instructie: Posities van de stekkers in acht nemen.
→ Schijnwerpers uiteenschroeven.
→ Behuizing schijnwerpers uiteentrekken en horizontaal houden aangezien de lampeenheid niet bevestigd is.
→ Sluitbeugel ontgrendelen en gloeilamp eruitnemen.
→ Nieuwe gloeilamp plaatsen.
→ In omgekeerde volgorde weer in elkaar zetten.
Zekeringen verwisselen
→ Zekeringhouder openen.

text_image
FU04 FU09 FU10 FU11 FU06 FU07 FU08 FU03 FU13 FU05 FU02 FU12→ Zekeringen controleren.
Instructie: De zekering FU 01bevindt zich in de motorruimte.
| FU 01 | Hoofdzekering | 60 A |
| FU 04 | Brandstofpomp | 10 A |
| FU 09 | Verlichting links | 7,5 A |
| FU 10 | Verlichting rechts | 7,5 A |
| FU 11 | Werkverlichting voren (dimlicht) | 10 A |
| FU 06 | Magneetventiel Rijden | 7,5 A |
| FU 07 | Programmakeuze-schakelaarFuncties veegreservoir | 10 A |
| FU 08 | Veiligheidsrelais | 7,5 A |
| FU 03 | Multifunctionele weergave | 3 A |
| FU 13 | Waterpomp | 10 A |
| FU 05 | TijdrelaisStoelcontactschake-laar | 25 A |
| FU 02 | ClaxonRuitenwisser | 7,5 A |
| FU 12 | SchudsysteemZwaailicht | 20 A |
→ Defecte zekeringen vervangen.
Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringswaarde gebruiken.
EG-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EG-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Veegzuigmachine opstap-machine
Type: 1.186-xxx
Van toepassing zijnde EG-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2004/108//EG
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-72
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 55014-2: 1997 + A2: 2008
Toegepaste landelijke normen
Toegepaste conformiteitsbeoordelings- procedure
2000/14/EG: Bijlage V
Geluidsvermogensniveau dB(A)
Gemeten: 99
Gegaran- 102
deerd:
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de bedrijfsleiding.

Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
| Storing | Oplossing |
| Apparaat wil niet starten. | Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd |
| Accu opladen of vervangen | |
| Brandstof tanken, brandstofsysteem ontluchten | |
| Brandstoffilter vervangen | |
| Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor loop onregelmatig | Luchtfilter reinigen of filterpatroon vervangen |
| Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor oververhit | Koelmiddel bijvullen |
| Koeler doorspoelen | |
| V-snaar aanspannen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor loopt, maar het apparaat rijdt slechts langzaam of helemaal niet. | Parkeerrem ontgrendelen |
| Controleren op ingedraaide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Fluitend geluid in het hydraulische systeem | Hydraulische vloeistof navullen |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Borstels draaien slechts langzaam of helemaal niet | Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten. |
| Controleren op ingedraaide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik | Filter reinigen |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Apparaat stoft | Zijdelingse afdichtstroken plaatsen |
| Ventilator inschakelen | |
| Stofffilter reinigen | |
| Filterafdichtingen vervangen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veegeenheid laat veeggoed liggen | Veeggoedcontainer legen |
| Stofffilter reinigen | |
| Keerrol vervangen | |
| Veegspiegel instellen | |
| Afdichtstrook van het veeggoedreservoir vervangen | |
| Blokkering van de keerrol oplossen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veeggoedreservoir gaat niet om-hoog of omlaag | Zekeringen controleren. |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veeggoedreservoir draait te langzaam of helemaal niet | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
| Storing bij hydraulisch bewogen delen | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
Technische gegevens
| KM 130/300 R D | ||
| Apparaatgegevens | ||
| Rijsnelheid, vooruit | km/h | 10 |
| Rijsnelheid, achteruit | km/h | 10 |
| Klimvermogen (max.) | -- | 18% |
| Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezems | m^2/h | 10000 |
| Oppervlaktecapaciteit met zijbezems | m^2/h | 13000 |
| Werkbreedte zonder zijbezems | mm | 1000 |
| Werkbreedte met zijbezems | mm | 1300 |
| Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater | -- | IPX 3 |
| Duur inzetten bij volle tank | h | 4 |
| Motor | ||
| Type | -- | YANMAR 3TNV76A |
| Type | -- | 3-cilinder-viertakt-dieselmotor |
| Koelwijze | -- | Waterkoeling |
| Draairichting | -- | tegen de wijzers van de klok in |
| Boring | mm | 70 |
| Slag | mm | 82 |
| Slagvolume | cm^3 | 1116 |
| Oliehoeveelheid | l | 3,4 |
| Nominaal toerental | 1/min | 2500 |
| Maximaal toerental | 1/min | 2500 |
| Nullasttoerental | 1/min | 1300 |
| Vermogen max. | kW/PS | 15,8 / 21,5 |
| Maximumkoppel bij 2100 1/min | Nm | 67,9 |
| Oliefilter | -- | Filterpatronen |
| Aanzuigluchtfilter | -- | Binnenfilterpatronen, buitenfilterpatro-nen |
| Brandstofffilter | -- | Filterpatronen |
| Elektrische installatie | ||
| Accu | V, Ah | 12, 62 |
| Generator, draaistroom | V, A | 12, 80 |
| Startmotor | -- | Elektrische starter |
| Hydraulische installatie | ||
| Hoeveelheid olie in het complete hydraulische systeem | l | 26,5 |
| Hoeveelheid olie in de hydraulische tank | l | 21,2 |
| Oliesoorten | ||
| Motor (boven 25 °C) | -- | SAE 30, SAE 10W-30, SAE 15W-40 |
| Motor (0 tot 25 °C) | -- | SAE 20, SAE 10W-30, SAE 10W-40 |
| Motor (onder 0 °C) | -- | SAE 10W, SAE 10W-30, SAE 10W-40 |
| Hydraulisch systeem | -- | HV 46 |
| Veeggoedreservoir | ||
| Max. ontladhoogte | mm | 1400 |
| Volume van de veeggoedcontainer | l | 300 |
| Keerrol | ||
| Veegrol-diameter | mm | 300 |
| Veegrol-breedte | mm | 1000 |
| Toerental | 1/min | 350 |
| Veegspiegel | mm | 80 |
| Zijbezems | ||
| Zijbezem-diameter | mm | 600 |
| Toerental (traploos) | 1/min | 0 - 60 |
| Bandenuitrusting | ||
| Grootte voor | -- | 15-4.5x8 |
| Luchtdruk voor | bar | 8 |
| Grootte achter | -- | 15-4.5x8 |
| Rem | ||
| Voorwielen | -- | mechanisch |
| Achterwiel | -- | hydrostatisch |
| Filter- en zuigsysteem | ||
| Type | -- | Vlakke harmonicafilter |
| Toerental | 1/min | 2800 |
| Filtervlak fijnstofffilter | m^2 | 5,2 |
| Nominale onderdruk zuigsysteem | mbar | 15,5 |
| Nominale volumestroom zuigsysteem | m^3/h | 800 |
| Schudsysteem | -- | Elektromotor |
| Omgevingsvoorwaarden | ||
| Temperatuur | °C | -5 tot +40 |
| Luchtvochtigheid, niet bedauwend | % | 0 - 90 |
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | ||
| Geluidsemissie | ||
| Geluidsdrukniveau L_pA | dB(A) | 84 |
| Onzekerheid K_pA | dB(A) | 3 |
| Geluidskrachtniveau L_WA + onveiligheid K_WA | dB(A) | 102 |
| Apparaattrillingen | ||
| Hand-arm vibratiewaarde | m/s^2 | 1,4 |
| Zitplaats | m/s^2 | 0,7 |
| Onzekerheid K | m/s^2 | 0,1 |
| Maten en gewichten | ||
| Lengte x breedte x hoogte | mm | 2040x1330x1430 |
| Draaicirkel rechts | mm | 1400 |
| Draaicirkel links | mm | 1400 |
| Leeggewicht (zonder aanbouwsets) | kg | 951 |
| Toelaatbaar totaalgewicht | kg | 1512 |
| Toegelaten asbelasting vooraan | kg | 877 |
| Toegelaten asbelasting achteraan | kg | 635 |
| Inhoud Brandstoftank, diesel | l | 16 |
| Technische veranderingen voorbehouden! | ||

→ Notīriet zonu ap iepildes atveri.
→ Papildiniet hidraulisko ellu. Ellu veidi: skatīt tehniskos datus









