ALTO Live 1604 - Mengpaneel

Live 1604 - Mengpaneel ALTO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Live 1604 ALTO in PDF-formaat.

📄 48 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice ALTO Live 1604 - page 38
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Analoge mengtafel
Merk ALTO
Model Live 1604
Aantal kanalen 16 ingangskanalen
Aantal bussen 4 groepsbussen
Hoofduitgangen 2 hoofduitgangen (L/R)
Equalisatie 3-band EQ per kanaal (HF, MF, LF)
Ingebouwde effecten Digitaal effectprocessor met 16 presets
Fantoomvoeding +48V schakelbaar per groep
Microfooningangen 10 microfooningangen met voorversterkers
Lijningangen 6 lijningangen (6,35 mm jack)
Auxiliaire uitgangen 4 monitorretouren (AUX)
Aansluitingen XLR, 6,35 mm jack, RCA
Afmetingen (B x D x H) ongeveer 44,5 x 40,6 x 12,7 cm
Gewicht ongeveer 7,5 kg
Voeding netvoeding 220-240 V, 50/60 Hz
Stroomverbruik 40 W
Onderhoud en reiniging Afstoffen met een droge, zachte doek. Vermijd oplosmiddelen.
Veiligheid Niet blootstellen aan vocht. Loskoppelen voor onderhoud.
Onderdelen en repareerbaarheid Neem contact op met de ALTO-klantenservice voor onderdelen en reparaties.

Veelgestelde vragen - Live 1604 ALTO

Hoe sluit ik een microfoon aan op de tafel?
Gebruik een XLR-kabel om de microfoon aan te sluiten op een microfooningang (kanalen 1-10). Schakel de fantoomvoeding (+48V) in als de microfoon dit nodig heeft via de toegewijde schakelaar.
Hoe stel ik het volume van een kanaal in?
Gebruik de Gain knop voor het ingangsniveau en de Volume (fader) voor het mixniveau. Houd de VU-meter in de gaten om clippen te voorkomen.
Hoe gebruik ik de ingebouwde effecten?
Druk op de FX-knop van het gewenste kanaal, selecteer een effect op de digitale processor (galm, delay, enz.) en pas het niveau aan met de FX Send-knop.
Wat moet ik doen als er geen geluid uit de speakers komt?
Controleer of de kabels correct zijn aangesloten op de Main L/R-uitgangen, of de hoofdfaders open staan en of de kanalen niet op mute staan. Zorg er ook voor dat de speakers zijn ingeschakeld.
Hoe stel ik de equalizer op een kanaal in?
Gebruik de drie knoppen HF (hoge tonen), MF (middentonen) en LF (lage tonen). Draai naar rechts om te versterken, naar links om te verzwakken.
Kan ik direct een muziekinstrument aansluiten?
Ja, sluit een instrument (gitaar, toetsen) aan op een lijningang (6,35 mm jack). Gebruik de impedantieschakelaar indien beschikbaar of stel de Gain dienovereenkomstig in.
Hoe stuur ik een signaal naar een monitor?
Gebruik de AUX-uitgangen (1-4). Draai de bijbehorende AUX-knop op het gewenste kanaal en sluit de monitor aan op de juiste AUX-uitgang.
Wordt de tafel normaal warm?
Een lichte warmte is normaal tijdens gebruik. Wordt hij erg heet, controleer dan of de ventilatiesleuven niet geblokkeerd zijn en verlaag indien nodig het volume.
Hoe maak ik de mengtafel schoon?
Stof regelmatig af met een zachte, droge doek. Voor hardnekkig vuil gebruik je een licht vochtige doek (alleen water). Gebruik nooit schurende middelen of oplosmiddelen.
Waar vind ik het serienummer van het apparaat?
Het serienummer staat op een sticker aan de achterkant of onderkant van de mengtafel. Het is nodig voor technische ondersteuning.

Gebruikersvragen over Live 1604 ALTO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Live 1604 - ALTO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Live 1604 van het merk ALTO.

GEBRUIKSAANWIJZING Live 1604 ALTO

Gebruikershandleiding

Nederlands (38 - 44)

Appendix

English (45)

Gebruikershandleiding (Nederlands)

Inleiding

Inhoud van de doos

Live 1604

Stroomkabel

Gebruikershandleiding

Veiligheidsvoorschriften en handleiding

Ondersteuning

Voor de laatste informatie over dit product (systeemvereisten, informatie over compatibiliteit, enz.) en productregistratie, ga naar: altoprofessional.com/live1604.

Surf voor aanvullende productondersteuning naar altoprofessional.com/support.

Snelstartgids / Aansluitschema
Microfoons Cabine-/cue-monitoren Podiummonitoren Aanzicht bovenpaneel Koptelefoon Externe effectprocessor Luidsprekers Aanzicht achterpaneel Computer Voeding Artikelen die niet verme Inhoud van de doos meegeleverd.

Kenmerken

Bovenpaneel

Opmerking: De kanalen hebben grotendeels dezelfde bedieningsknoppen, met enkele kleine verschillen tussen kanalen 1-6, 7-8, 9-12 en 13-16. De vijf verschillende kanaaltypes worden hier getoond.

  1. Mic-ingang: Sluit met behulp van een XLR-kabel op deze ingangen een microfoon of apparaat op lijnniveau aan.
  2. Lijningang: Gebruik 1/4"-kabels om op deze ingangen apparaten op lijnniveau aan te sluiten.
  3. Insert: Gebruik een standaard 1/4" TRS-kabel om een externe processor op deze uitgang aan te sluiten (zoals een compressor, limiter, externe equalizer, enz.). Het geluidssignaal wordt afgenomen na de gain-regeling van het kanaal en wordt geretourneerd voor het naar de EQ van het kanaal gaat. De top van de TRS-jack is het send-signaal; de ring is het return-signaal.
  4. Gain: Regelt het geluidsniveau van het kanaal (pre-fader en pre-EQ gain). Regel dit bij tot de signaal-LED gaat branden.
  5. piek-LED: De LED gaat knipperen wanneer het signaal overstuurd wordt. Als dat gebeurt, verlaag dan de instelling van de Gain-knop.
  6. Compressor: Regelt de hoeveelheid compressie die de ingebouwde compressor van het mengpaneel op het kanaal toepast. De LED naast de knop gaat branden wanneer de compressor aanstaat.
  7. Low Cut Filter: Wanneer deze knop wordt ingedrukt, wordt het geluidssignaal van dat kanaal door een 75 Hz laagfrequentiefilter gestuurd met een hellingsgraad van 18 dB per octaaf. Dit is handig voor het verminderen laagfrequent lawaai bij het gebruik van microfoons.
  8. Hi EQ: Regelt de hoge frequenties van het kanaal.
  9. Mid EQ: Regelt de middenfrequenties van het kanaal.
  10. Mid Freq: Past de frequentieband (100 Hz - 8 kHz) aan die door de Mid EQ-knop wordt beïnvloed.
  11. Hi-Mid EQ: Regelt de hoge middenfrequenties (3 kHz) van het kanaal.
  12. Low-Mid EQ: Regelt de lage middenfrequenties (500 Hz) van het kanaal.

1 MIC LINE 2 LRT 3 4 5 6 COMP 7 LOW OUT 8 EG 9 HND 10 FREQ 13 LOW 14 NUX 15 16 VDX 17 PAN 18 PAN 19 SUT 20 ROLD 21 22 22 ROLD 23 7 8 9 9 MCD 10 VEX 11 LOW OUT 12 VEX 13 VEX 14 VEX 15 VEX 16 VEX 17 VEX 18 BAL 19 9/10 20 SAL 21 22 22 22 23 23 9/10 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23

  1. Low EQ: Regelt de lage frequenties (bassen) van het kanaal.
  2. Aux 1/2-knoppen: Regelt het volume van het signaal dat van dat kanaal naar de overeenkomstige Aux-bus wordt gestuurd. Gebruik de knop Aux Post/Pre om in te stellen of het niveau pre-fader of post-fader wordt verstuurd.
  3. Aux Post/Pre: Wanneer niet ingedrukt, bedienen de Aux 1/2-knoppen het post-fadervolume van het signaal dat van dat kanaal naar de overeenkomstige Aux-bus wordt gestuurd. Wanneer ingedrukt, wordt het signaal aan pre-fadervolume verstuurd.
  4. Aux 3-knop: Regelt het post-fadervolume van het signaal dat van dat kanaal naar de Aux 3-bus wordt gestuurd.
  5. Aux 4-/DFX-knop: Regelt het volume van het signaal dat naar de effectenprocessor van het mengpaneel wordt gestuurd. Het volume van de effectenprocessor wordt geregeld door de DFX Return Fader (DFX Rtn). Als een externe effectenprocessor met Aux Send 4 is verbonden, dan wordt het signaal naar deze processor gestuurd in plaats van naar de effectenprocessor van het mengpaneel.
  6. Channel Pan / Balance: Als deze knop Pan is gelabeld, dan past hij de positie aan van het (mono)kanaal in het stereoveld. Als de knop Bal is gelabeld, past hij de balans aan tussen de twee monokanalen van dit stereosignaal.
  7. Kanaal dempen: Druk op deze knop om het kanaal te dempen of terug aan te zetten. Wanneer het kanaal is gedempt, gaat de LED naast de knop branden.
  8. Kanaal in solo: Druk op deze knop om het kanaal solo/niet solo af te spelen. De LED naast de knop en de LED Solo Actief gaan branden wanneer het kanaal solo wordt afgespeeld. Gebruik dit om het kanaalniveau op de LED-meters weer te geven en om de audio afzonderlijk in de controlekamermix te beluisteren.
  9. Kanaalfader: Past het geluidsniveau van het kanaal aan.
  10. Uitgangsknoppen: Druk eender welke combinatie in van deze knoppen om het post-fadersignaal van het kanaal naar de overeenkomstige uitgangen te versturen: Sub 1-2 (subgroepen 1 en 2), Sub 3-4 (subgroepen 3 en 4), en/of Main L/R (Hoofduitgangen).
  11. Signaal-LED (Sig): Geeft aan dat het binnenkomende audiosignaal van het kanaal zich binnen een optimaal bereik bevindt.

  12. Control Room-uitgangen (Ctrl Out): Gebruik standaard 1/4"-kabels om deze uitgangen aan te sluiten op de monitors of aan uw versterkersysteem in uw controlekamer (cabin

  13. Uitgangen van de subgroepen: Gebruik standaard 1/4"-kabels om deze uitgangen aan te sluiten op het versterkersysteem in uw controlekamer en regel hun volume met de Subgroepfaders. U kunt deze uitgangen gebruiken voor groepbewerkingen of om bepaalde kanalen naar een andere bestemming dan de Hoofdmix te sturen.
  14. 2-Track-ingangen (2 Track In): U kunt deze ingangen verbinden met de uitgangen van een externe geluidsbron met behulp van een standaard stereo RCA-kabel (afzonderlijk verkrijgbaar). Gebruik de 2 Track In Source-knop om dit signaal ofwel naar de Main Mix-uitgangen ofwel naar de Control Room-uitgangen (Ctrl Out) te sturen.
  15. 2-Track-uitgangen (2 Track Out): Sluit deze uitgangen aan op de ingangen van een extern opnameapparaat met behulp van een standaard stereo RCA-kabel (afzonderlijk verkrijgbaar).
  16. Aux Send: Gebruik 1/4" TRS-kabels om deze uitgangen aan te sluiten op de ingangen van een externe versterker of actieve monitor. Gebruik Aux Send-knoppen op elk kanaal om het volume te regelen van het signaal dat naar deze uitgangen wordt verstuurd. Dit is handig om voor muzikanten op het podium een aangepaste monitormix te maken.
  17. Aux Send-knoppen: Gebruik deze knoppen om het algemene volume te regelen van het signaal dat naar de Aux Send-uitgangen wordt gestuurd. (Gebruik de Aux 1-4-knoppen op elk kanaal om het signaal te regelen dat van elk kanaal hier naartoe wordt gestuurd.)
  18. Aux Sends Solo: Druk deze knoppen in om dat kanaal solo af te spelen in de Koptelefoonuitgangen.
  19. Aux Return-knop (Aux Rtn): Regelt het geluidsniveau dat verstuurd wordt naar de Aux Return (Aux Rtn)-ingangen. De eerste en tweede knoppen regelen de Aux Return-volumes die naar de Hoofdmix worden gestuurd.

2 TRACK IN/OUT 26-7 IN OUT USB POWER ONLY 59 ALTO PROFESSIONAL LIVE1604 A CTRL OUT AUX SENDS SUBGROUPS OUT 44 B 24 28 28 25 5 PHONES GRAPHIC EQ +15 +13 +12 +11 +10 +9 0 -5 -4 -3 -2 -1 83 128 265 37 E5 ONY E5 ON MAIN OUT MON/AUX/21 OUT 42 -06 +168 D/FX OUT TO AUR 1 -06 +168 D/FX OUT TO MAIN 42 -06 +168 D/FX OUT TO AUR 2 39 40 41 PRESETS 00-09 DELAY 10-19 DELAY+VERB 20-29 TREMOLO 30-39 PLATE 40-49 CHORUS 50-59 VOCAL 60-69 ROTARY 70-79 SMALL ROOM 80-89 FLANGE+VERB 90-99 LARGE HALL AUX SF* 1 29 30 2 29 30 3 29 30 4 29 30 51 51 SUBGROUPS A. LEFT LAST LEFT SOLO ACTIVE: SOLO MAIN: PE. IN. ALL: SUB1 SUB2 SUB3 SUB4 MAIN: 50 50 55 58 59

  1. Aux Returns naar Aux Sends: Gebruik deze knoppen om het niveau te regelen van het signaal dat wordt gestuurd van de overeenkomstige Aux Return naar de Aux Send-bus met hetzelfde nummer. Dit is behulpzaam bij het gebruik van mengpanelen in cascade-opstelling (bv. bij het versturen van Aux Sends van de submixer naar de Aux Returns van dit mengpaneel, waardoor de controlekamermix van de submixer naar de subgroepen van deze mixer kunnen worden gestuurd en vervolgens naar de controlekamermix).
  2. Routering van Aux Return 3: Wanneer deze knop wordt ingedrukt, zal het signaal dat naar Aux Return 3 wordt gestuurd naar de controlekamermix worden gerouteerd. Wanneer deze knop niet is ingedrukt, wordt het signaal naar de Hoofdmix gestuurd.
  3. Routering van Aux Return 4: Druk een willekeurige combinatie van deze knoppen in om het naar Aux Return 4 verstuurde signaal naar de overeenkomstige uitgangen te sturen: Sub 1/2 (subgroepen 1 en 2), Sub 3/4 (subgroepen 3 en 4), en/of de Hoofdmix (Mainuitgangen).
  4. Aux Return Solo: Druk deze knop in om de Aux Returns 1-4 solo af te spelen in de controlekamermix.
  5. Grafische equalizer: Wanneer de schakelaar EQ Aan/Uit is ingeschakeld (ingeduwd), kunt u deze knoppen gebruiken om de toon van de hoofdmix te regelen.
  6. EQ Aan/Uit: Schakelt de Grafische equalizer aan of uit.
  7. Main Out / Monitor Out: Wanneer deze knop niet is ingedrukt, beïnvloedt de Grafische equalizer het signaal dat naar de uitgangen van de Hoofdmix wordt gestuurd. Wanneer deze knop is ingedrukt, beïnvloedt de Grafische equalizer het signaal dat naar de Aux 1/2 (Mon)-uitgang wordt gestuurd.
  8. Effectkeuzeschakelaar: Deze knop selecteert het effect dat de interne effectenprocessor van het mengpaneel op de verschillende kanalen toepast. Draai aan de knop het nummer van het effect te veranderen en druk op de knop om het te selecteren. Het scherm naast de DFX Mute-toets toont het programmanummer. Elk kanaal kan verschillende geluidsniveaus naar de processor sturen, door de DFX-knop bij te regelen. Zie de sectie Effecten voor uitleg over de beschikbare effecten.
  9. DFX Mute: Druk op deze knop om de effecten te dempen of terug aan te zetten.
  10. Piek-LED van DFX: De LED gaat knipperen wanneer het signaal overstuurd wordt. Als dat gebeurt, verlaag dan de instelling van de DFX-knoppen van uw bronkanaal. Wanneer de effectenprocessor gedempt is, blijft de LED branden.
  11. DFX Out naar Aux 1/2: Deze knoppen regelen het volume van het signaal dat van de effectenprocessor naar Aux Send 1 en 2 wordt gestuurd.
  12. DFX Out naar Main: Deze knop regelt het volume van het signaal dat van de effectenprocessor naar de Main-uitgangen wordt gestuurd.
  13. Koptelefoonuitgang: Sluit op deze uitgangen een 1/4" stereo koptelefoon aan. De Phones Volume-knop regelt het volume.
  14. Controlekamerbron: Wanneer een willekeurige combinatie van deze knoppen is ingedrukt, zullen de signalen van deze bronnen hoorbaar zijn in de controlekamermix: Main Mix, Sub 1/2 (subtgroepen 1 en 2), en/of Sub 3/4 (subgroepen 3 en 4).
    Opmerking: Als een Solo-knop is ingedrukt, dan zal het gesoleerde audiosignaal het signaal vervangen dat wordt afgespeeld in de controlekamermix, ongeacht de stand van deze knoppen.
  15. Koptelefoonvolume: Past het volume aan van de Koptelefoonuitgang.
  16. Controlekamervolume: Regelt het volume van de controlekameruitgangen (Ctrl Out).
  17. 2 Track In Source: Druk de knop 2Tk In in om het 2 Track In-signaal aan de controlekamermix toe te voegen. Druk de knop 2Tk naar Main in om het 2 Track In-signaal toe te voegen aan de Hoofdmix.
  18. 2 Track-volume: Regelt het volume van het 2 Track In-signaal.
  19. Subgroepfader: Regelt het volume van de overeenkomstige subgroep.

  20. Subgroeptoewijzingen: Druk een willekeurige combinatie van deze knoppen in om hun overeenkomstige Subgroepen (eronder) aan dat kanaal (Links of Rechts) van de Hoofdmix toe te wijzen.

  21. Main-fader: Past het geluidsniveau aan van de Main Mix-uitgangen.
  22. LED-meters: Geeft het geluidsniveau weer van de Main Mix-uitgangen of de Control Room-uitgangen (Ctrl Out), naargelang de stand van de Control Room Source-knoppen. De Clip-LED mag af en toe branden. Als dit echter te vaak gebeurt, verlaagt u het beste het volume van de mix en/of de afzonderlijke kanalen.
  23. Stroom-LED: Gaat branden wanneer het mengpaneel aanstaat.
  24. Fantoomvoeding-LED: Brandt wanneer de fantoomvoedingschakelaar is ingeschakeld.
  25. Ingesteld niveau: Gaat branden wanneer de LED-meters het pre-fader audioniveau weergeven van een actief gesoleerd kanaal en niet het niveau van de hoofdmix of de controlekamermix. De knop Solo-modus mag niet ingedrukt zijn (PFL) (wijzigingen van de faderniveaus hebben geen invloed op de LED-meters en het gehoorde niveau).
  26. Solo actief: Gaat branden wanneer de LED-meters het post-fader audioniveau weergeven van de actieve gesoleerde kanalen in plaats van de kanalen van de hoofdmix of controlekamermix. De knop Soleermodus moet ingedrukt zijn (AFL) (veranderingen in de faderniveaus beïnvloeden de LED-meters en het gehoorde volume).
  27. Soleermodus: Indien niet-ingedrukt, wordt de audio van een kanaal met ingedrukte Solo-knop pre-fader afgespeeld (PFL). Wanneer ingedrukt, wordt de audio post-fader afgespeeld (na de fader of AFL).
  28. USB-stroomaansluiting: Via deze USB-poort kunt u een apparaat dat stroom gebruikt en beschikt over een 5 V USB-poort voorzien van stroom (of opladen).

Effecten

Om effecten toe te passen, draait u aan de Knop met effectprogramma's en drukt u erop om een van de beschikbare programma's te selecteren. Om het signaal van een kanaal naar de effectenprocessor te sturen, zet u de DFX-knop (Aux 4) van het kanaal luider.

Elk effect heeft 10 variaties. Selecteer een effect dat past bij de omgeving en bij uw voorkeuren.

Nummers Effect Beschrijving

00-09 Delay Reproduceert het signaal na een korte vertragingstijd.

10-19 Delay+Galm Delay-effect met ruimtegalm.

20-29 Tremolo Verhoogt en verlaagt snel het signaalvolume aan een regelmatige snelheid.

30-39 Plaat Bootst een heldere plaatgalm na.

40-49 Chorus Simuleert het volle, complexe en vloeiende geluid van verschillende instrumenten die hetzelfde spelen.

50-59 Zang Galm die een kamer nabootst, met een korte vervaltijd.

60-69 Rotary Simuleert het klassieke dopplereffect van de draaiende hoorn in de luidspreker van een orgel.

70-79 Kleine ruimte Galm die een heldere studioruimte nabootst.

80-89 Flanger+Galm Past kamergalm toe plus een klassiek stereo flanger-effect.

90-99 Grote zaal Galm die een grote akoestische ruimte nabootst.

Achterpaneel

1 2 POWER PHANTOM 3 4 USB AUDIO INPUT 8 9 PLAYBACK 10 11 OFF OUT 4 STEREO AUX RETURN 3 2 L L L R R R R 1 MAIN INSERT L R MAIN MIX OUTPUT (EXCUNSO) 6 7 5 5 R IBAO IBAO

  1. Stroomingang: Gebruik de meegeleverde IEC-stroomkabel om het mengpaneel aan te sluiten op een stopcontact. Sluit terwijl de voeding uit staat de stroomkabel aan op het mengpaneel en verbindt deze vervolgens met het stopcontact.
  2. Afsluitklep zekering: Als de zekering van het apparaat kapot is, gebruik dan een schroevendraaier of ander gereedschap om dit klepje op te tillen en de zekering te vervangen door een zekering met dezelfde waarde (afgedrukt boven de Stroomingang). Een zekering met onjuiste waarde kan het apparaat en/of de zekering beschadigen.
  3. Aan/uit-schakelaar: Zet het mengpaneel aan en uit. Zet het mengpaneel alleen aan nadat u al uw invoerapparaten hebt aangesloten, maar voor u uw versterkers aanzet. Schakel de versterkers uit voordat u de mixer uitzet.
  4. Fantoomvoeding Activeert/deactiveert fantoomvoeding. Wanneer geactiveerd, leveren de fantoomvoedingen +48V aan de XLR-microfooningangen. Houd er rekening mee dat de meeste dynamische microfoons geen fantoomvoeding vereisen, terwijl de meeste condensatormicrofoons dit wel nodig hebben. Raadpleeg de documentatie van uw microfoon om te controleren of fantoomvoeding nodig is.
  5. Main Mix-uitgangen: Gebruik standaard XLR- of 1/4" TRS-kabels om een paar van deze uitgangen aan te sluiten op uw luidsprekers of versterkersysteem. Gebruik de Main Fader om het geluidsniveau van deze uitgangen te regelen.
  6. Hoofdmix dempen Wanneer deze knop is ingedrukt, wordt het signaal dat naar de uitgangen van de Hoofdmix wordt gestuurd met 10 dB verlaagd. Wanneer niet ingedrukt, wordt het signaal met 4 dB verhoogd. Zet deze schakelaar op een stand die overeenkomt met het nominale werkingsniveau van uw apparatuur; apparatuur voor professioneel gebruik werkt aan een nominaal niveau van +4dBu, terwijl consumentenapparatuur werkt aan een nominaal niveau van -10 dBV.
  7. Insert van de Hoofdmix: Gebruik een standaard 1/4" TRS Y-kabel om een externe processor op deze uitgang aan te sluiten (zoals een compressor, limiter, externe equalizer, enz.). Het geluidssignaal wordt afgenomen na de Grafische equalizer en wordt geretourneerd voor de Hoofdfader. De top van de TRS-jack is het send-signaal; de ring is het return-signaal.
  8. USB-poort: Gebruik een standaard USB-kabel om deze USB-poort te verbinden met een computer. Via deze verbinding kan het mengpaneel audio van en naar uw computer verzenden of ontvangen.

  9. Bij het verzenden van audio worden de Hoofdmix of Subgroepen 1 en 2 van het mengpaneel naar uw computer gestuurd, afhankelijk van de stand van de Opnameschakelaar.

  10. Bij het ontvangen van audio wordt het signaal gestuurd naar kanalen 15/16 of de Hoofdmix, afhankelijk van de stand van de Afspeelschakelaar.

  11. Opnemen: Deze schakelaar bepaalt welk audiosignaal vanaf de USB-poort van het mengpaneel naar de computer wordt gestuurd: Subgroepen 1 en 2 (Sub 1/2) of de Hoofdmix.

  12. Afspelen: Deze schakelaar bepaalt hoe de audio, verstuurd van de computer (naar de USB-poort van het mengpaneel) bij terugkeer naar het mengpaneel zal worden gerouteerd: Kanalen 15/16 (Ch 15/16) of Hoofdmix.

  13. DFX Out: Gebruik een standaard 1/4" TRS-kabel om deze uitgang met een versterkersysteem te verbinden. Het signaal van de effectenprocessor van het mengpaneel zal naar deze uitgang worden gezonden.
  14. Bypass: Sluit een optionele standaard 1/4" TS-voetschakelaar (afzonderlijk verkrijgbaar) aan op deze ingang. U kunt de voetschakelaar gebruiken om de effectenprocessor van het mengpaneel te activeren of uit te schakelen.
  15. Stereo Aux Return: Gebruik 1/4" monokabels om de uitgangen van een extern apparaat met deze ingangen te verbinden. Als uw bron mono is, sluit de kabel dan aan op de linkse aansluiting. Dat maakt het signaal hoorbaar in zowel het linker- als rechterkanaal.

Appendix (English)

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALTO

Model : Live 1604

Categorie : Mengpaneel