ICM - Thermostaat Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ICM Junkers in PDF-formaat.
| Producttype | Kamerthermostaat |
| Merk | Junkers |
| Model | ICM |
| Afmetingen (L x H x D) | Ongeveer 80 x 80 x 25 mm |
| Gewicht | Ongeveer 150 g (zonder batterijen) |
| Voeding | 2 AA-batterijen (1,5 V) of netadapter 230 V (optioneel) |
| Weergave | LCD-scherm met achtergrondverlichting |
| Temperatuurbereik | 5 °C tot 35 °C |
| Nauwkeurigheid | ±0,5 °C |
| Programmering | Wekelijkse programmering met dag/nacht-modus |
| Belangrijkste functies | PID-regeling, open raamdetectie, vakantiemodus, antivriesbeveiliging |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, droge doek; geen schurende middelen gebruiken |
| Veiligheid | Beschermingsklasse II, overspanningsbeveiliging |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Batterijen (eenvoudig te vervangen); wandsteun; kalibratiegereedschap beschikbaar |
| Algemene informatie | Handleiding gratis te downloaden op notice-facile.com |
Veelgestelde vragen - ICM Junkers
Gebruikersvragen over ICM Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ICM - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ICM van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING ICM Junkers
nl Installatie-instructie 50
Inhaltsverzeichnis
1 Veiligheidsaanwijzingen en toelichting van de symbolen 51
1.1 Voor uw veiligheid 51
1.2 Verklaring symbolen 51
2 Specificatie ICM-module 52
2.1 Gebruik volgens de voorschriften 52
2.2 Leveringsomvang 52
2.3 Toebehoren 52
2.4 Technische gegevens 52
2.4.1 Algemeen
2.4.2 Meetwaarde systeemaanvoervoeler 53
2.4.3 Meetwaarde buitentemperatuurvoeler 53
2.4.4 Kenmerken van de elektrische aansluiting 53
2.5 Systeemintegratie van de ICM 53
2.5.1 Regeling bij ICM-cascadesystemen 53
2.5.2 Bereiding van warm water bij ICM-cascadesystemen 54
2.5.3 Interne vorstbeveiligingsfunctie 54
2.5.4 Principe van de cascaderegeling 54
2.5.5 Besturing van een cv-pomp 54
2.5.6 Overzicht van de systeemvarianten 55
2.5.7 Aansluiting van andere module bij regelaars met 2-draads BUS-aansturing 56
2.6 Overzicht van het hoofdstuk Aanhangsel 57
3 Installatie
3.1 Montage 58
3.1.1 Wandmontage
3.1.2 Montage op de montagerail 35 mm
(DIN-rail 46277 of EN 60 715-TH 35-7,5) 58
3.1.3 Demontage van de montagerail 58
3.2 Elektrische aansluiting 58
3.2.1 Aansluiten laagspanningsgedeelte met BUS-verbindingen 58
3.2.2 Aansluiting 230 V AC 59
3.2.3 Aansluiting voor storingsmeldingen op afstand met optisch of akoestische melding (bijv. waarschuwingslamp) 59
3.2.4 Elektrische aansluiting van de buitentemperatuur-
voeler 59
3.2.5 Afval
3.3 Montage van aanvullende toebehoren 59
4 Inbedrijfstelling en buiten bedrijf stellen 60
4.1 Configuratie 60
4.2 Inbedrijfstelling 60
4.3 Reset van de configuratie 60
4.4 Buiten bedrijf stellen 61
5 Bedrijfs- en storingsmeldingen 62
5.1 Bedrijfs- en storingsmeldingen via het display van het cv-toestel 62
5.2 Storingsmelding via de melding op afstand 62
5.3 Bedrijfs- en storingsmelding op de regelaar
(bijv. FW 200) 62
5.4 Bedrijfs- en storingsmelding via LED's op de ICM-module 63
5.5 Zekering voor de aansluiting van de cv-pomp vervangen.
64
6 Milieubescherming
Aanhangsel 69
52
Informatie betreffende de documentatie 58

Overhandig alle bijbehorende documenten aan de gebruiker.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
59
1 Veiligheidsaanwijzingen en toelichting van de symbolen
1.1 Voor uw veiligheid
▶Neem de gebruiksaanwijzing in acht voor een juiste werking.
▶Monteer en neem het cv-toestel en andere accessoires in gebruik overeenkomstig de bijbehorende handleidingen.
▶Laat het toebehoren door een erkende installateur monteren.
- Gebruik dit toebehoren uitsluitend in combinatie met de genoemde regelaars en cv-toestellen.
Neem het aansluitschema in acht!
▶Het toebehoren heeft verschillende spanningen nodig. Sluit de laagspanningszijde niet aan op het 230-V-stroomnet en de netzijde niet op de laagspanning.
▶Voor montage van de toebehoren:
onderbreek de stroomvoorziening (230 VAC) naar het
cv-toestel en andere BUS-deelnemers.
▶Bij wandmontage: Monteer dit toebehoren niet in vochtige ruimten.
1.2 Verklaring symbolen

Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een geva-rendriehoek aangeduid.
Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd.
- Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.
- Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.
- Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden. In bijzonder ernstige gevallen bestaat er levensgevaar.

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en onder de tekst.
Aanwijzingen zijn belangrijke informaties voor die geval- len, waarbij geen gevaar voor mens of toebehoren bestaat.
2 Specificatie ICM-module
2.1 Gebruik volgens de voorschriften
De ICM-modules dienen voor het regelen van casca- desystemen. Een cascadesysteem is een verwarmings- systeem waarbij meerdere kleine cv-toestellen parallel worden geschakeld om een groter cv-vermogen te reali- seren. Zie daarvoor ook het aansluitschema op pagina 71.
De ICM-modules zijn uitsluitend geschikt voor het aansturen van cv-toestellen met Heatronic3-BUS.
2.2 Leveringsomvang
→ Afbeelding 1 op pagina 69:
1 ICM
2 Schroeven en pluggen voor de bevestiging
3 Trekontlastingen
4 Installatie-instructie
▶Controleer of de levering compleet is.
2.3 Toebehoren

Hier vindt u een lijst met typische toebehoren. Om een volledig overzicht van alle accessoires te krijgen, kunt u contact met de leverancier opnemen.
- Buitentemperatuurvoeler voor aansluiting op de klemmen F:
- behoort tot de leveringsomvang van de regelaar FW 200 of
- toebehoren buitentemperatuursensor AF 2.
- Aanvoertemperatuurvoeler voor aansluiting op de klemmen E:
- systeemaanvoervoeler compleet met dompelhuls behoort tot de leveringsomvang van de hydraulische evenwichtscollector of
- toebehoren klemvoeler VF.
- UP...: pomp voor de aansluiting op de klemmen C.
- HW...: hydraulische evenwichtscollector met systeemaanvoervoeler voor de aansluiting op de klemmen E.
- FW 200: weersafhankelijke regelaar met display voor normale tekst voor de regeling van een cv-installatie met gemengde of niet-gemengde verwarmingskringen.
| Benaming Eenheid | ||
| leveringsomvang Afbeelding 1, | op pagina 69 | |
| afmetingen mm Afbeelding 2, | op pagina 69 | |
| gewicht (zonder verpakking) | kg 0,8 | |
| nominale spanning ICM AC ... V 230 | ||
| frequentie | Hz | 50 ... 60 |
| max. afzekering van de stroomvoorziening | A | 16 |
| opgenomen elektrisch vermogen ICM | W | 5 |
| nominale spanning BUS | DC ... V | 15 |
| toestelinterne zekering uitgang cv-pomp | 2,5 AT, keramisch, met zand gevuld | |
| meetbereik aanvoertemperatuurvoeler | °C | 0 ... 100 |
| meetbereik buitentemperatuurvoeler | °C | -40 ... 50 |
| toegestane omgevingstemperatuur ICM | °C | 0 ... 50 |
| toegestane omgevingstemperatuur aanvoertemperatuurvoeler | °C | 0 ... 100 |
| toegestane omgevingstemperatuur buitentemperatuurvoeler | °C | -50 ... 100 |
| maximale kabellengte 2-draads BUS-verbindingen | m | Tabel 6, op pagina 58 |
| maximale kabellengte voelerkabels | m | Tabel 7, op pagina 58 |
| EMC-ontstoring conform | EN 60730 | |
| IP-classificatie | IPX4D | |
| conformiteit | CE | |
Tabel 1
2.4.2 Meetwaarde systeemaanvoervoeler
| °C Ω | VF | °C Ω | VF |
| 20 14772 56 3723 | |||
| 26 11500 62 3032 | |||
| 32 9043 68 2488 | |||
| 38 7174 74 2053 | |||
| 44 5730 80 1704 | |||
| 50 4608 86 1421 |
Tabel 2
2.4.3 Meetwaarde buitentemperatuurvoeler
| °C Ω | AF | °C Ω | AF |
| -20 2392 4 | 9 | 8 | |
| -16 2088 8 | 8 | 4 | |
| -12 1811 12 720 | |||
| -8 1562 16 616 | |||
| -4 1342 20 528 | |||
| ±0 | 1 | 1 | 4 |
Tabel 3
2.4.4 Kenmerken van de elektrische aansluiting
| Pos.1) Aansluiting | |||
| A ingang | Stroomvoorziening van-uit het net of van voor-gaande ICM-module | 230 V AC, max. 16 A | |
| B | uitgang | stroomvoorziening voor andere ICM | 230 V AC, max. 16 A |
| C | uitgang | Pomp | 230 V AC, max. 250 W |
| D | uitgang | storingsmelding op afstand | potentiaal-vrij, max. 230 V, 1 A |
| E | ingang | systeemaanvoervoeler | NTC (tab. 2) |
| F | ingang | buitentemperatuurvoe-ler | NTC (tab. 3) |
| G | ingang | geen functie | - |
| H | ingang | aan-/uitregelaar (potentiaalvrij) | 24 V DC |
| I | ingang | 0-10V-regelaar (bijvoor-beeld een gebouwbe-heersysteem (GBS) | 0-10 V DC |
| J | 2-draads BUS | ingang digitaal module-rende weersafhanke-lijke regelaar | - |
| K | 2-draads BUS | ingang BUS van vorig ICM-module | - |
| L | 2-draads BUS | uitgang BUS naar vol-gende ICM-module | - |
| M | 2-draads BUS | uitgang naar cv-toestel | - |
Tabel 4
1) in afb. 13, pagina 71
2.5 Systeemintegratie van de ICM
2.5.1 Regeling bij ICM-cascadesystemen
De ICM-module stuurt de cv-toestellen aan volgens een door een regelaar berekende warmtebehoefte. Hiervoor is het dus noodzakelijk, dat de ICM-module altijd in combinatie met een regelaar (→ afbeelding 13, klemmen H, I of J) geïnstalleerd wordt. Afhankelijk van de toegepaste regelaar zijn er vier systeemvarianten mogelijk (→ tab. 5).

Houd er rekening mee, dat voor een correcte werking slechts één regelaar/gebouwbeheersysteem (GBS) aangesloten mag zijn.
Door één ICM-module kunnen maximaal vier cv-toestellen worden aangestuurd. Door een koppeling van maximaal vier ICM-modules kunnen maximaal 16 cv-toestellen in één cascade worden geschakeld (→ afbeelding 13). Daarbij neemt één ICM-module de besturing over van de cascade (ICM-master).
Afhankelijk van de toegepaste regelaar kan een casca-desysteem met maximaal 4 of maximaal 16 cv-toestellen worden gemonteerd. Het maximale aantal aan te sluiten cv-toestellen en het daarvoor vereiste aantal ICM-modules voor de verschillende systeemvarianten staan in tab. 5.

De verschillende systeemvarianten vereisen de aansluiting van bepaalde toebehoren (systeemaanvoervoelers VF en AF 2, circulatiepomp en regelaar) (→ tab. 5).
- Het aansluiten van dit toebehoren, evenals de storingsmelding op afstand gebeurt uitsluitend op de ICM-master.
De ICM-module regelt het complete warmteopwekkings-circuit (primaire zijde inclusief hydraulische evenwichts-collector). Alle overige componenten van de cv-installatie (secundaire zijde van de hydraulische even-wichtscollector zoals bijv. verwarmingskringen, ww-groepen) kunnen door een weersafhankelijke regelaar met 2-draads BUS-aansluiting en andere modules (→ hoofdstuk 2.3, toebehoren) worden aangestuurd. Neem contact op met de leverancier voor meer informatie. Zie voor het adres de achterzijde van dit document.
In de cascadeschakeling kunnen cv-toestellen met een willekeurig vermogen worden aangesloten.
2.5.2 Bereiding van warm water bij ICM-cascadesystemen
Er zijn twee mogelijkheden om indirect verwarmde boilers op te nemen in cascadesystemen:
- Boiler hydraulisch en elektrisch rechtstreeks op een cv-toestel (boileruitvoering) aangesloten.
De besturing voor de bereiding van warm water wordt overgenomen door het cv-toestel. Wanneer de bereiding van warm water actief is, wordt dit cv-toestel niet door de ICM-module aangestuurd. In geval van een cvwarmtevraag wordt eventueel een volgende cv-toestel ingeschakeld. - Indien in dit geval de warmwaterbereiding volgens een klokprogramma moet verlopen, dan moet worden gekozen voor systeemvariant 1. Sluit hierbij de 2-draads BUS van het cv-toestel aan op de klemmen 17 en 18 van de ICM-module (ICM-master).
- Boiler op de secundaire zijde van de hydraulische evenwichtscollector aangesloten. De aansturing voor de bereiding van warm water wordt overgenomen door de regelaar (bijv. FW 200). Meer informatie is in de installatie- en gebruikersinstructie van de regelaar.
2.5.3 Interne vorstbeveiligingsfunctie
De ICM-module is uitgevoerd met een interne vorstbeveiligingsfunctie: daalt de aanvoertemperatuur tot onder 7 °C dan wordt een cv-toestel gestart en draait net zo lang tot een aanvoertemperatuur van 15 °C is bereikt. De eventueel op de ICM-module aangesloten cv-pomp draait dan eveneens (→ hoofdstuk 2.5.5)
▶Systeemaanvoervoeler op de ICM-module (ICM-master) aansluiten als de interne vorstbeveiligingsfunctie moet worden toegepast.

Een uitgebreidere vorstbeveiliging van de cv-installatie kan worden gerealiseerd door het toepassen van een regelaar met 2-draads BUS-aansluiting. Daarvoor is de aan-sluiting van een buientemperatuursensor noodzakelijk.
2.5.4 Principe van de cascaderegeling
Bij een cv-warmtevraag door de regelaar (tab. 5, systeemvariant 1, 2 en 3) wordt eerst één cv-toestel gestart en indien nodig wordt de capaciteit tot het max. nominale vermogen verhoogd. Pas dan wordt een volgend cv-toestel gestart.
Als er te veel warmte wordt geproduceerd, worden de cv-toestellen zonder wachttijd één voor één tot het min. nominale vermogen verlaagd of uitgeschakeld, totdat de warmtevraag en warmteproductie overeenkomen. Bij systeemvariant 4 worden alle toestellen tegelijkertijd uitgeschakeld.
De schakelvolgorde van de cv-toestellen wordt automatisch door de ICM-module bepaald. De module ICM zorgt voor een gelijkmatige verdeling van de bedrijfsuren over alle cv-toestellen. Daarbij wordt zowel rekening met het aantal bedrijfsuren voor cv-bedrijf als voor tapwaterbedrijf gehouden. Dat verhoogt de levensduur van de cv-toestellen. Bij een spanningsonderbreking naar de ICM-module worden de bedrijfsurentellers in de ICM-module op nul gezet.
Zodra een cv-toestel niet meer inzetbaar is (bereiding van warm water voor rechtstreeks aangesloten boilers, storing van het cv-toestel, storing in de communicatie naar de ICM-module) wordt automatisch een volgend cv-toestel ingeschakeld om aan de warmtebehoefte te voldoen.
2.5.5 Besturing van een cv-pomp
Bij cv-installaties met slechts één verwarmingskring kan de cv-pomp rechtstreeks op de ICM-module (ICM-master) worden aangesloten.
De cv-pomp draait
- zo lang ten minste één pomp van een cv-toestel in bedrijf is (evt. nadraaitijd van de pomp van het cv-toestel dienovereenkomstig instellen
→ Installatiehandleiding van het cv-toestel) of - voor korte tijd als de cv-pomp 24 uur stil heeft gestaan (blokkeerbeveiliging).

Door de blokkeerbeveiliging gaat de cv-pomp ook zonder warmtevraag (bijv. in de zomer) eenmaal per dag even draaien.
▶Om te voorkomen dat de cv-pomp blokkeert (bijv. in de zomer) moet de cv-installatie het hele jaar door ingeschakeld blijven!
2.5.6 Overzicht van de systeemvarianten
| Systeemvarianten | Symbool van de regelaar | Regelaar op de ICM I (ICM-master) Type | Max. aantal ICM | Max. aan te sluiten CV-toestellen met Heatronic 3-BUS. | Noodzakelijke toebehoren met aansluiting op de ICM ( → afbeelding 13) | |
1 mo ![]() | onde weersafhanke-lijke regelaar met 2-draads BUS-aansturing | FW 200 | 1 | 4 | • buitentemperatuurvoeler op de klemmen F• gezamenlijke aanvoertemperatuurvoeler op de klemmen E• cv-pomp (secundaire zijde van de hydraulische evenwichtscollector) ( → afbeelding 13, pos. 19) op de klemmen C, alleen bij één of meerdere verwarmingskringen zonder cv-pomp of bij verwarmingskringen, die niet via de BUS-module met de ICM-module communiceren | |
2 mo ![]() | onde0 - 10 V-regelaar, bijv. gebouwbeheerssysteem (GBS);sturing op het cv-vermogen | willekeu-rig | 4 | 1 | 6 | • gezamenlijke aanvoertemperatuurvoeler op de klemmen E (alleen voor interne vorstbeveiligingsfunctie)• cv-pomp (secundaire zijde van de hydraulische evenwichtscollector) ( → afbeelding 13, pos. 19) op de klemmen C, alleen bij één of meerdere verwarmingskringen zonder cv-pomp of bij verwarmingskringen, die niet via het gebouwbeheersysteem worden aange-stuurd |
3 mo ![]() | onde0 - 10 V-regelaar, bijv. gebouwbeheerssysteem (GBS);sturing op de aanvoertem-peratuur | willekeu-rig | 4 | 1 | 6 | • gezamenlijke aanvoertemperatuurvoeler op de klemmen E• cv-pomp (secundaire zijde van de hydraulische evenwichtscollector) ( → afbeelding 13, pos. 19) op de klemmen C, alleen bij één of meerdere verwarmingskringen zonder cv-pomp of bij verwarmingskringen, die niet via het gebouwbeheersysteem worden aange-stuurd |
4aar ![]() | egelaar (potentiaal-vrij) | willekeu-rig | 4 | 1 | 6 | • gezamenlijke aanvoertemperatuurvoeler op de klemmen E (alleen voor interne vorstbeveiligingsfunctie)• cv-pomp (secundaire zijde van de hydraulische evenwichtscollector) ( → afbeelding 13, pos. 19) op de klemmen C |
Tabel 5
Systeemvariant 1: modulerende weersafhankelijke regelaar 2-draads BUS-aansturing
Als fabrikant van de modernste verwarmingstechniek hechten wij grote waarde aan de ontwikkeling en productie van zuinige en schone cv-toestellen. Om dat te garanderen zijn onze cv-toestellen uitgerust met een modulerende brander. Voor een optimaal gebruik van deze brandereigenschap moeten regelaars met de 2-draads Bus-aansturing worden gebruikt.
Een ander voordeel van deze systeemvariant is de communicatiemogelijkheid tussen modules voor de aansturing van de verwarmingskringen (IPM) met de ICM-module d.m.v. de gemeenschappelijke bus parallel met aansluiting J op de ICM-module (→ afbeelding 13 op pagina 71). Hierdoor is een optimale aanpassing van de geproduceerde hoeveelheid warmte met de daadwerkelijke hoeveelheid opgenomen warmte gegarandeerd. Bij deze systeemvariant biedt de cv-installatie optimaal comfort bij de maximale energiebesparing.
Systeemvariant 2: modulerende 0 - 10 V-regelaar, sturing van het cv-vermogen
In combinatie met een gebouwbeheersysteem (GBS) met 0 - 10V-aansluiting kan als referentiegrootheid het totale cv-vermogen van de cascade worden geselecteerd. De instelling gebeurt via een jumper (→ afbeelding 12 op pagina 70).
Samenhang tussen ingangsspanning en aanvoertemperatuur → afbeelding 11 op pagina 70.
Systeemvariant 3: modulerende 0 - 10 V-regelaar, sturing op de aanvoertemperatuur
In combinatie met een gebouwbeheersysteem (GBS) met 0 - 10V-aansluiting kan als referentiegrootheid de aanvoertemperatuur worden geselecteerd. De instelling gebeurt via een jumper (→ afbeelding 12 op pagina 70).
Samenhang tussen ingangsspanning en cv-vermogen → afbeelding 10 op pagina 70.
Systeemvariant 4: aan-/uitregelaar (potentiaalvrij)
In combinatie met een aan-/uitregelaar regelt de ICM-module het vermogen van de cascade na het sluiten van het contact altijd tot het maximale vermogen. Bij het openen van het contact worden alle cv-toestellen tegelijkertijd uitgeschakeld.
Het aan-/uit-contact van de regelaar moet potentiaalvrij zijn.
2.5.7 Aansluiting van andere module bij regelaars met 2-draads BUS-aansturing
Eventueel aanwezige andere modules, zoals b.v. de module IPM (→ pos. 21 in afbeelding 13 op pagina 71), moeten op de BUS van de regelaar (parallel met aansluiting J op de ICM-module) worden aangesloten.
Om contactproblemen met de klemmen op de ICM-master te vermijden, wordt een verdeeldoos aanbevolen (→ pos. 20 in afbeelding 13 op pagina 71).
2.6 Overzicht van het hoofdstuk Aanhangsel
Legende bij afbeelding 13 op pagina 71
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Bena-ming | Klemmen-benaming | Sym-bool | Functie |
| M | 17-18 | aansluiting 2-draads busverbin-ding naar cv-toestel | |
| 19-20 | |||
| 21-22 | |||
| 23-24 | |||
![]() | stroomvoorziening | ||
![]() | storingsmelding op afstand | ||
![]() | buitentemperatuurvoeler (in de leveringsomvang FW 200 c.q. als afzonderlijke toebeho-ren AF 2 verkrijgbaar) | ||
![]() | aan-/uitregelaar (potentiaal-vrij) | ||
![]() | modulerende 0-10V-regelaar | ||
![]() | modulerende weersafhanke-lijke regelaar met 2-draads BUS-aansturing |
Legende bij afbeelding 10, 11 en 12 op pagina 70
| Symbool | Eenheid | Betekenis |
| U | V DC | ingangsspanning |
| VT | °C | aanvoertemperatuur |
| P | % | cv-vermogen in % van het nominale vermogen van de cascade |
Legende bij afbeelding 14 op pagina 71
| Benaming | Symbol | Betekenis |
| 1 | netspanning | |
| 2 | cv-pomp (secundaire zijdevan de hydraulische even-wichtscollector) | |
| 3 | schakelcontact voor storings-melding op afstand 230 VAC | |
| 4 | communicatie tussen ICM’s | |
| 5 | cv-toestel 1 | |
| 6 | cv-toestel 2 | |
| 7 | cv-toestel 3 | |
| 8 | cv-toestel 4 | |
3 Installatie
3.1 Montage

Gevaar: Gevaar voor stroomschok!
▶Onderbreek voorafgaand aan het elektrisch aansluiten de voedingsspanning naar de cv-toestellen en naar alle andere BUS-deelnemers.
3.1.1 Wandmontage
→ afbeelding 2 tot 5 vanaf pagina 69.
▶Bepaal overeenkomstig de maten van de ICM-module de plaats voor bevestiging aan de wand.
▶Draai twee schroeven onder aan de ICM-module los, trek het deksel naar voren en verwijder het deksel naar boven.
▶Boor voor de bovenste bevestigingsschroef een gat van ∅ 6 mm, breng de plug aan en draai de schroef er tot 1,5 mm in.
▶Maak aan de achterkant van de ICM-module op de daarvoor bedoelde plaatsen twee openingen voor de onderste bevestigingsschroeven.
▶Hang de ICM-module aan de bovenste bevestigings-schroef in.
▶Markeer de boorgaten via de openingen in de wand.
▶Verwijder de ICM-module.
▶Boor gaten van ∅ 6 mm en breng pluggen aan.
▶Hang de ICM-module aan de bovenste bevestigingsschroef in en bevestig deze met de onderste schroeven aan de wand.
→ Afbeelding 6 op pagina 69.
→ Afbeelding 7 op pagina 70.
3.2 Elektrische aansluiting
▶Gebruik met inachtneming van de geldende voorschriften voor de aansluiting minstens een elektrische kabel van type H05VV-... (NYM-...).
▶Geleid de leidingen in verband met de bescherming tegen waterdruppels in elk geval door de voorgemonteerde tules en monteer de bijgeleverde trekontlastingen
▶Bekabeling bij voorkeur met 1-aderige draad. Als een gevlochten draad (flexibele draad) wordt gebruikt, deze draden van adereindhulzen voorzien.
▶Voor het aansluiten van de kabel aan de schroefklemmen kunnen deze worden losgetrokken van de contactstrip. Door de verschillende kleuren en mechanische codering kunnen de kabelklemmen niet worden verwisseld.
3.2.1 Aansluiten laagspanningsgedeelte met BUS- verbindingen

Voorzichtig: Functiestoring!
De communicatie van de verschillende gebruikers (ICM, regelaar, cv-toestel) gebeurt via individuele 2-draads BUS-verbindingen.
▶Voer de bekabeling absoluut overeenkomstig het aansluitschema uit (→ Afbeelding 13 op pagina 71).
▶Verbind bussen niet met elkaar.
Minimaal toegestane doorsnede van de 2-draads BUS-verbinding:
| Lengte van de kabel Min. doorsnede | |
| < 80 m 0,40 mm | 2 |
| 80 - 100 m 0,50 mm | 2 |
| 100 - 150 m 0,75 mm | 2 |
| 150 - 200 m 1,00 mm | 2 |
| 200 - 300 m 1,50 mm | 2 |
Tabel 6 Minimaal toegestane doorsnede van de 2-draads BUS-verbinding
▶Om inductieve beïnvloeding te voorkomen:
Installeer alle laagspanningsleidingen gescheiden van leidingen met een spanning van 230 V of 400 V (Mini-mumafstand 100 mm).
▶Als er inductieve externe invloeden zijn, moeten de leidingen worden afgeschermd.
Daardoor worden de leidingen beschermd tegen externe invloeden zoals sterkstroomkabels, voerings-
leidingen, transformatorstations, radio- en televisie-toestellen, amateurzendstations, magnetrons en dergelijke.
▶Bij verlenging van de bedrading van de voeler moeten de volgende draaddiameters worden gebruikt:
Lengte van de kabel Min. doorsnede
| < 20 m 0,75 mm | 2 |
| 20 - 30 m 1,00 mm | 2 |
Tabel 7 Verlenging van de voelerkabel

I.v.m. de spatwaterbescherming (IP): kabel zo leggen, dat de kabelmantel ten minste 20 mm in de kabeldoorvoer steekt (→ afbeelding 8 op pagina 70).

Voorzichtig: Gevaar voor onpolen. Functiestoring door omgepoolde aansluiting op de 0 - 10V-aansluiting.
▶Let op correcte aansluiting van de polen (9 = minus, 10 = plus).
3.2.2 Aansluiting 230 V AC

Voorzichtig: De ingang van de ICM-module heeft geen zekering.
Bij overbelasting van de uitgangen kunnen de ICM-modules beschadigd raken.
▶Beveilig voedingspanning naar de ICM-module (ICM-master) met een zekering van max. 16 A.
-Gebruik alleen elektriciteitskabels van dezelfde kwaliteit.
▶Sluit op de uitgangen C (pomp) en D (storingssignaal) geen extra componenten aan die andere delen van de installatie aansturen.

Voorzichtig: Uitgang C (pomp) van de ICM-module mag met maximaal 250 W worden belast.
▶Sluit pompen met een groter opgenomen vermogen via een relais aan.
- Advies bij het gebruik van meerdere ICM-modules (cascade met meer dan vier cv-toestellen): de stroom- voorziening van de andere ICM-modules via de eerste ICM-module (ICM-master) aansluiten. Zo wordt een gelijktijdige ingebruikname gegarandeerd.

Het maximale opgenomen vermogen van de delen van de installatie (pompen, ...) mag het aangegeven vermogen niet overschrijden (→ tab. 1 op pagina 52).
3.2.3 Aansluiting voor storingsmeldingen op afstand met optisch of akoestische melding (bijv. waarschuwingslamp)
(Aansluitschema → afbeelding 13 op pagina 71): op het potentiaalvrije storingscontact (klemmen D) kan bijv. een waarschuwingslamp worden aangesloten. De toestand van het storingscontact wordt ook via een LED op de ICM weergegeven (→ tabel 9 op pagina 63). In de normale bedrijfstoestand is het contact tussen C en NC geopend (C en NO gesloten). In geval van een storing of onderbreking van de stroomvoorziening is het contact tussen C en NC gesloten (C en NO geopend)
De maximale stroom van dit potentiaalvrije storingscontact is 1 A bij 230 V AC.

De storingsmelding op afstand is bij onderbreking van de voedingspanning naar de ICM-module (ICM-master) actief (functiecontrole).
3.2.4 Elektrische aansluiting van de buitentemperatuurvoeler
Sluit in combinatie met een regelaar met 2-draads BUS-aansturing de buitentemperatuurvoeler AF 2 absoluut op de ICM-module (ICM-master) aan (→ afbeelding 13 op pagina 71) en niet op het cv-toestel.
3.2.5 Afval
▶Voer verpakking op milieuvriendelijke wijze af.
▶Bij vervangen van een component: behandel oude componenten milieuvriendelijk als afval.
3.3 Montage van aanvullende toebehoren
▶Monteer het aanvullende toebehoren overeenkomstig de wettelijke voorschriften en de bijgeleverde installatiehandleiding.
4 Inbedrijfstelling en buiten bedrijf stellen
4.1 Configuratie
Bij de configuratie wordt het regelgedrag van de ICM-module (ICM-master) aan de specifieke cv-installatie aangepast.
De configuratie van de ICM-module start automatisch:
- bij de eerste inbedrijfstelling van een ICM-module,
- bij het opnieuw in bedrijf stellen na een reset van de configuratie (→ hoofdstuk 4.3).
De configuratie duurt ten minste 5 minuten. Tijdens de configuratie knipperen de bij de aangesloten cv-toestellen behorende LED's en evt. de LED voor de weergave van een BUS-communicatie ( → tabel 9). Knipperen er geen LED's meer, dan is de configuratie beëindigd en in de ICM-module opgeslagen.
Een eenmaal opgeslagen configuratie blijft ook bij een onderbreking van de stroomvoorziening behouden.
Als na de configuratie tijdens de werking een cv-toestel (of een ICM-module) tijdelijk wordt uitgeschakeld (bijv. i.v.m. onderhoud), dan begint de bij dit cv-toestel behorende LED of de LED voor de weergave van de BUS-communicatie te knipperen. Na het opnieuw inschakelen wordt het cv-toestel (of de ICM-module) weer herkend en de bijbehorende LED knippert niet meer.

Stemt de opgeslagen configuratie niet overeen met de daadwerkelijke configuratie van de cv-installatie, wordt het opsporen van een storing bemoeilijkt.
▶Voer na iedere geplande/blijvende verandering van de configuratie een reset van de configuratie uit (→ hoofdstuk 4.3), zo- dat de nieuwe configuratie van het toestel in de ICM-module (ICM-master) kan worden opgeslagen.
4.2 Inbedrijfstelling

Bij de eerste inbedrijfstelling of na een reset wordt de configuratie van de cascade ingesteld (→ hoofdstuk 4.1).
▶Tijdens de configuratie de LED's in de gaten houden om kabelbreuk of bedradingsfouten te kunnen constateren.
▶Controleer de correcte aansluiting van alle componenten van de cv-installatie.
▶Schakel de voeding (230 V AC) voor alle componenten van de cv-installatie, behalve voor de ICM-module, in.
▶Stel alle cv-toestellen in bedrijf (inschakelen)
▶Schakel de voedingspanning via de netstekker van de (eerste) ICM-module in. Soms begint dan de configuratie. Dit duurt ten minste 5 minuten.
▶Voer bij de afzonderlijke BUS-gebruikers de noodzakelijke instellingen overeenkomstig de desbetreffende installatiehandleidingen uit.
4.3 Reset van de configuratie

De configuratie van de cv-installatie is opgeslagen in de ICM-master. Door een reset van de ICM-master wordt de complete configuratie (ook van de andere ICM-modules) gewist.
Bij een reset van de configuratie wordt een in de ICM-module opgeslagen installatieconfiguratie gewist. Bij de volgende inbedrijfstelling wordt dan de actuele installatieconfiguratie opgeslagen in de ICM-module.
▶Onderbreek de stroomvoorziening naar alle ICM-modules.
▶Open de behuizing van de ICM-module (ICM-master) (→ afbeelding 3).
▶ Verwijder de jumper (→ afbeelding 12).
▶Zorg voor een correcte aansluiting van alle componenten van de cv-installatie.
- Schakel de voeding (230 V AC) voor alle componenten van de cv-installatie, behalve voor de ICM-module, in.
▶Stel alle cv-toestellen in bedrijf (inschakelen)
▶Schakel de stroomvoorziening via de netstekker van de (eerste) ICM-module in.

Voorzichtig: Functiestoring!
▶Let bij het gebruik van de systeemvarianten 2 of 3 bij het opnieuw plaatsen van de jumper op de juiste positie (→ afbeelding 12).
- Jumper (→ afbeelding 12) weer aanbrengen.
Nu begint de configuratie. Dit duurt ten minste 5 minuten.
▶Behuizing van de module ICM (ICM-master) sluiten (→ afbeelding 3).
4.4 Buiten bedrijf stellen

Waarschuwing: Schade aan de installatie door vorst.
▶Als de cv-installatie langere tijd buiten bedrijf wordt gesteld, moet de vorstbeveiliging in de gaten worden gehouden (zie de installatiehandleiding van het cvtoestel).
Om de cv-installatie buiten bedrijf te stellen:
▶Stroomvoorziening van alle ICM-modules en alle cv-toestellen onderbreken.
5 Bedrijfs- en storingsmeldingen
Er zijn vier mogelijkheden voor het weergeven van de bedrijfstoestand of een storing:
• via het display van het cv-toestel;
• via een storingsmelding op afstand
• via de regelaar (bijv. FW 200);
• via de LED's op de ICM-module
5.1 Bedrijfs- en storingsmeldingen via het display van het cv-toestel
Via het display van het cv-toestel kunnen de bedrijfs- en storingsmeldingen van ieder cv-toestel worden afgelezen. Meer informatie over de bedrijfs- of storingsmeldingen van de cv-toestellen is in de bijbehorende documentatie van de cv-toestellen opgenomen.
5.2 Storingsmelding via de melding op afstand
Bij een potentiaalvrij storingscontact kan bijv. een waarschuwingslamp worden aangesloten (zie ook hoofdstuk 3.2.3 op pagina 59). De toestand van de storingsmelding op afstand wordt ook via een LED op de ICM weergegeven (→ tabel 9 op pagina 63).
5.3 Bedrijfs- en storingsmelding op de regelaar (bijv. FW 200)
Op de regelaar met 2-draads BUS-aansturing kunnen de bedrijfs- of storingsmeldingen van alle cv-toestellen en de ICM-module worden afgelezen.
De betekenis van de displaymeldingen van de desbetreffende ICM-modules zijn in tabel 8 opgenomen. De betekenis van de overige displaymeldingen is in de documentatie van de regelaar of van de cv-toestellen opgenomen.
| Display Beschrijving Verhelpen | |
| A8 BUS-communicatie onderbroken. | Verbindingskabel tussen cv-toestel en ICM-module controleren.ICM-module vervangen. |
| E2 Aanvoertemperatuurvoeler defect. | Aanvoertemperatuurvoeler op de ICM-master en aansluitkabel controleren.Controler of een cv-toestel deze storing veroorzaakt (zie installatiehandleiding van het cv-toestel).ICM-module vervangen. |
| b4 EEPROM-datafout: algemene parameter | Wanneer de fout op één van de cv-toestellen wordt getoond: branderautomaat van het betreffende cv-toestel vervangen.Wanneer de fout niet op één van de cv-toestellen wordt getoond: ICM-module vervangen. |
Tabel 8 Storingsmeldingen op de regelaar
Andere regelaars kunnen geen bedrijfs- of storingsmeldingen van de ICM-module of de daarop aangesloten cvtoestellen weergeven.
5.4 Bedrijfs- en storingsmelding via LED's op de ICM-module
In principe kan onderscheid tussen drie verschillende toestanden van de complete installatie worden gemaakt:
- Configuratie (bij de eerste inbedrijfstelling of na een reset)
• Bedrijf - Storing
Afhankelijk van de toestand van de complete installatie geven de LED's op de module ICM (→ afbeelding 14 op pagina 71) aanwijzingen over de bedrijfs- of storingstoe- stand van afzonderlijke componenten en maken zo het doelgericht opsporen van storingen mogelijk
(→ tabel 9).
| LED Uit Aan Knippert | ||||||||
| Nr. | Functie | Kleur | Diagnose | Oplossing | Diagnose | Oplossing | Diagnose | Oplossing |
| 1[3089] | Netspanning | groen | Storing: geen net-spanning aanwezig. | Controleer de voeding.Vervang ICM-module. | Bedrijf: normalewerking. | - | ||
| 2[TB4H] | CV-pomp | groen | Bedrijf: pomp uit | Bedrijf: pomp aan. | - | |||
| Storing: de cv-pomp draait niet, alhoewel de LED brandt, omdat de zekering voor uit-gang pomp defect is. | Vervang zekering (→ hoofdstuk 5.5 op pagina 64). | |||||||
| 3[KGOT] | Schakelcontact voor storingsmelding op afstand 230 VAC | rood | Bedrijf: schakel-contact niet geactiveerd, er is geen storing aanwezig. | - | Storing: geen van de cv-toestellen op de ICM-module staat standby. | Verhelp storing(en) van cv-toestel(len). | ||
| Storing: schakel-contact geactiveerd, maar er is geen netspanning beschikbaar. | Controleer de voeding.Vervang ICM-module. | Storing: aanvoer-temperatuurvoe-ler defect.1) | Controleer aan-voertemperatuur-voeler op de ICM-master en aansluitkabel con-troleren.Vervang ICM-module. | |||||
| Storing: systeemdruk te laag. | Vul water bij. | |||||||
| Storing: geen communicatie tus-sen ICM-module en alle aangeslo-ten cv-toestellen gedurende ten minste 1 minuut.2) | Controleer betref-fende verbindings-kabel.Vervang ICM-module. | |||||||
| 4[AADH] | Communicatie | groen | Bedrijf: geen communicatie tussen deze ICM-module en de vorige c.q. de regelaar (2-draads BUS). | normale werking bij slechts één ICM-module of bij de ICM-master zonder 2-draads BUS-regelaar. | Bedrijf: communicatie tussen deze ICM-module en de vorige c.q. de regelaar (2-draads bus). | - | Configuratie: communicatie tus-sen deze ICM-module en de vorige c.q. de regelaar (2-draads bus). | Wacht tot de con-figuratie is beëin-digd. Daarna brandt de LED permanent. |
| Storing: geen communicatie tus-sen deze ICM-module en de vorige c.q. de regelaar (2-draads BUS). | Controleer betref-fende verbindings-kabel.Vervang ICM-module of regelaar. | Storing: geen communicatie tus-sen deze ICM-module en de vorige c.q. de regelaar (2-draads BUS), alhoewel deze component nog beschikbaar is. | Controleer betref-fende verbindings-kabel.Vervang ICM-module of regelaar. | |||||
| Storing: geen communicatie tus-sen deze ICM-module en de vorige c.q. de regelaar (2-draads BUS), omdat dit component met opzet werd verwijderd | Voer reset van de configuratie door (→ hoofdstuk 4.3). | |||||||
| LED Ult Aan Knlppert | ||||||||
| Nr. | Functie | Kleur | Diagnose | Oplossing | Diagnose | Oplossing | Diagnose | Oplossing |
| 5,6,7,8 | cv-toestel 1 | groen | Bedrijf: geen warmtevraag aan cv-toestel, cv-toestel is bedrijfs- klaar | -Bedrijf: warmte- | vraag aan cv-toestel, cv-toestel in bedrijf | - Configuratie: | communicatie tus- sen dit cv-toestel en de ICM-module. | Wacht tot de con- figuratie is beëin- digd. |
| cv-toestel 2 | ||||||||
| cv-toestel 3 | ||||||||
| cv-toestel 4 | ||||||||
| Bedrijf: geen cv- toestel aangeslo- ten | -Storling: storing | van de cv-toestel 3) | Verhelp storing aan het cv-toestel. | |||||
| Configuratie/sto- ring: geen commu- nicatie tussen de ICM-module en dit cv-toestel, alhoe- wel deze wel beschikbaar is. | Controleer betref- fende verbindings- kabel. Verhelp storing aan het cv-toestel. Vervang ICM- module. | Storing: geen communicatie tus- sen de ICM- module en dit cv- toestel, omdat deze met opzet werd verwijderd. | Voer reset van de configuratie door (→ hoofdstuk 4.3). | |||||
| Storing: communi- catiefout tussen de ICM-module en het cv-toestel 3) . | Controleer betref- fende verbindings- kabel. Vervang ICM- module. | |||||||
Tabel 9 Bedrijfs- en storingsmeldingen op de ICM-module
Tabel 9 Bedrijfs- en storingsmeldingen op de ICM-module
1) Als een regelaar met 2-draads BUS-aansluiting is aangesloten, geeft deze de storingscode E2 aan.
2) Indien een regelaar met 2-draads BUS-aansluiting is aangesloten, geeft deze de storingscode A8 aan.
3) Bij een warmteverzoek wordt automatisch een volgende cv-toestel geactiveerd
5.5 Zekering voor de aansluiting van de cv-pomp vervangen.
▶Onderbreek de stroomvoorziening.
▶Open behuizing van de ICM-module (ICM-master) (→ afbeelding 3 op pagina 69).
▶Vervang zekering (1) door een van hetzelfde type (2,5 AT, keramisch, met zand gevuld) (→ afbeelding 9 op pagina 70). Op het deksel in de ICM-module is een reservezekering (2) aanwezig.
▶Sluit behuizing van de ICM-module (ICM-master) (→ afbeelding 3 op pagina 69).
6 Milieubescherming
Milieubescherming is een belangrijk beginsel van Bosch en Junkers.
Kwaliteit van de producten, spaarzaamheid en milieubescherming zijn voor ons doelen die even belangrijk zijn.
Wetten en voorschriften ten aanzien van de milieubescherming worden strikt in acht genomen.
Ter bescherming van het milieu passen wij met inachtneming van economische gezichtspunten de best mogelijke techniek en materialen toe.
Verpakking
Wat betreft de verpakking nemen wij deel aan de recyclingssystemen in de verschillende landen, die een optimale recyclage waarborgen.
Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen worden gerecycled.
Oud toestel
Oude toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gerecycleerd.
De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gekenmerkt. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en gerecycleerd resp. afgevoerd.
Anhang/Annexe/Allegato/Aanhangsel

1

4

2

5





















