IPM 2 - Thermostaat Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IPM 2 Junkers in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over IPM 2 Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IPM 2 - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IPM 2 van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING IPM 2 Junkers
1 Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen 30
1.1 Voor uw veiligheid 30
1.2 Verklaring symbolen 30
2 Gegevens over het toebehoren 31
2.1 Leveringsomvang
2.2 Technische gegevens 32
2.3 Aanvullend toebehoren 32
3 Installatie 33
3.1 Montage
3.1.1 Montage op de muur 33
3.1.2 Montage op de montagerail 33
3.1.3 Demontage van de montagerail 33
3.2 Elektrische aansluiting 33
3.2.1 Aansluiting laagspanningsdeel met busverbinding 33
3.2.2 Aansluiting 230 V AC 34
3.2.3 Aansluitschema's met installatievoorbeelden 34
3.3 Montage van het aanvullende toebehoren 35
4 Inbedrijfname 36
4.1 Codering
4.2 Blokkeerbescherming
5 Storingen 37
Aanhangsel 56
Informatie over de documentatie

De installateur dient alle bijgevoegde documentatie aan de gebruiker over te dragen.
Aanvullende documentatie voor de vakman (niet meegeleverd)
Naast deze meegeleverde handleiding is de volgende documentatie verkrijgbaar:
- Onderdelenlijst
- Serviceboekje (voor het opsporen van fouten en de functiecontro38)
Deze documentatie kunt u bij de Junkers informa- tiedienst aanvragen. Het contactadres vindt u op de achterkant van deze handleiding.
36 36
1 Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen
1.1 Voor uw veiligheid
▶ Neem de gebruiksaanwijzing in acht voor een juiste werking.
▶ Monteer het verwarmingstoestel en het overige toebehoren en stel het in werking overeenkomstig de aanwijzingen in de bijbehorende handleidingen.
▶ Laat het toebehoren alleen door een erkend installateur monteren.
- Deze toebehoren alleen in combinatie met de aangegeven verwarmingstoestellen aansluiten. Neem aansluitschema in acht!
- Gebruik dit toebehoren uitsluitend in combinatie met de vermelde regelaars en verwarmingstoestellen. Neem het aansluitschema in acht.
- Het toebehoren heeft verschillende spanningen nodig. Sluit de laagspanningszijde niet aan op het 230-V-stroomnet en de netzijde niet op de laagspanning.
▶ Voor montage van de toebehoren: onderbreek de stroomverzorging (230V AC) naar het verwarmingstoestel en andere Busdeelnemers.
▶ Bij montage op de muur: Monteer dit toebehoren niet in een vochtige ruimte.
1.2 Verklaring symbolen

Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevaren driehoek aangeduid.
Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd.
- Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.
- Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.
- Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden. In bijzonder ernstige gevallen bestaat er levensgevaar.

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en onder de tekst.
Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.
2 Gegevens over het toebehoren
| Combinatieoverzicht IPM 1 IPM 2 | ||
| Verwarmingstoestel Alle verwarmingstoestellen met buscompatibele Heatronic 3 | Alle verwarmingstoestellen met bus- compatibele Heatronic 3 | |
| Weersafhankelijke regelaar | FW 100 / FW 200 FW 100 / FW 200 | |
| Ruimtetemperatuur- regelaar | FR 10 / FR 100 / FR 110 / FR 110 F | FR 10 / FR 100 / FR 110 / FR 110 F |
| Afstandsbediening FB 10 / FB 100 FB 10 / FB 100 | ||
| Mogelijke aansturing 1 gem. verwarmingscircuit 2 gem. verwarmingscircuits | ||
1) Als het verwarmingstoestel geen aansluiting voor een circulatiepomp bezit.
2.1 Leveringsomvang
→ Afbeelding 1 op pagina 56 en 12 op pagina 60:
1 IPM 1 of IPM 2
2 Schroeven ter bevestiging van het bovenstuk
3 Brug in plaats van aansluiting van een temperatuurbewaker TB 1
4 Trekontlastingen
5 Aanvoertemperatuurvoeler gemengd verwarmingscircuit (MF)
| Meegeleverd | |
| - IPM 1 | Afbeelding 1, pagina 56 |
| - IPM 2 | Afbeelding 12, pagina 60 |
| Afmetingen | |
| - IPM 1 | Afbeelding 2, pagina 56 |
| - IPM 2 | Afbeelding 13, pagina 60 |
| Nominale spanningen | |
| - Bus | 15 V DC |
| - IPM | 230 V AC |
| - Regelaar | 10...24 V DC |
| - Pomp en menger | 230 V AC |
| Max. stroomopname 4 A | |
| Regelingsuitgang Tweedraads bus | |
| Max. afgegeven vermogen | |
| - Per aansluiting (P1, P2) | 250 W |
| - Per aansluiting (M1, M2) | 100 W |
| Meetbereik aanvoertemperatuurvoeler 0 ... 99 °C | |
| Toeg. omgevingstemp. | |
| - IPM | 0 ... 50 °C |
| - Aanvoertemperatuurvoeler | 0 ... 100 °C |
| Beschermingstype IP44 | |
| CE | |
Meetwaarden aanvoertemperatuurvoeler (MF)
| °C | _MF | °C | _MF |
| 20 | 14772 56 3723 | ||
| 26 | 11500 62 3032 | ||
| 32 | 9043 68 2488 | ||
| 38 | 7174 74 2053 | ||
| 44 | 5730 80 1704 | ||
| 50 | 4608 86 1421 |
2.3 Aanvullend toebehoren
Zie ook de prijslijst.
- SM3: Menger-stelmotor voor aansluiting aan de klemmen M1 of M2.
- UP...: Pomp voor aansluiting aan de klemmen P1 of P2.
- TB1: Temperatuurbewaker voor aansluiting aan de klemmen TB1 of TB2.
- HW...: Hydraulische poort met temperatuurvoeler voor aansluiting aan de klemmen VF.
- S...: Boiler met temperatuurvoeler voor aan-sluiting aan de klemmen SF1 of SF2.
- Nr. 1143: Kabelset met houder voor inbouw van de IPM 1 in het verwarmingstoestel.
3 Installatie
3.1 Montage

Gevaar: Gevaar voor stroomschok!
▶ Onderbreek voor de elektrische aansluiting de voedingsspanning naar het verwarmingstoestel en naar alle andere busdeelnemers.
IPM 1 → Afbeelding 2 t/m 5 vanaf pagina 56
IPM 2 → Afbeelding 13 t/m 16 vanaf pagina 60
IPM 1 → Afbeelding 6 op pagina 56
IPM 2 → Afbeelding 17 op pagina 60
Voorzichtig: Als de achterwand voor de demontage van de montagerail wordt opengebroken, wordt de veiligheidsklasse verlaagd tot IP20.
IPM 1 → Afbeelding 7 op pagina 57
IPM 2 → Afbeelding 18 op pagina 61
3.2 Elektrische aansluiting
- Gebruik met inachtneming van de geldende voorschriften voor de aansluiting minstens een elektrische kabel van type H05VV-... (NYM-...).
▶ Geleid leidingen vanwege de bescherming tegen spatwater altijd door de reeds voorge-monteerde tules en monteer de meegeleverde trekontlastingen.
3.2.1 Aansluiting laagspanningsdeel met busverbinding
Toegestane leidinglengten van de buscompatibele Heatronic 3 naar de IPM...:
| Leidinglengte Diameter | |
| ≤ 80 m 0,40 mm | 2 |
| ≤ 100 m 0,50 mm | 2 |
| ≤ 150 m 0,75 mm | 2 |
| ≤ 200 m 1,00 mm | 2 |
| ≤ 300 m 1,50 mm | 2 |
- Om inductieve beïnvloeding te voorkomen: Installeer alle laagspanningsleidingen gescheiden van leidingen met een spanning van 230 V of 400 V (minimumafstand 100 mm).
▶ Als er inductieve externe invloeden zijn, moeten de leidingen worden afgeschermd. Daardoor worden de leidingen beschermd tegen extern invloeden zoals sterkstroomkabels, voeringsleidingen, transformatorstations, radio- en televisietoestellen, amateurzendstations, magnetrons en dergelijke.
▶ Bij verlenging van de bedrading van de voeler moeten de volgende draaddiameters worden gebruikt:
Leidinglengte Diameter
| ≤ 20 m 0,75 mm | ^2 1,50 mm^2 |
| ≤ 30 m 1,00 mm | ^2 1,50 mm^2 |
| ≥ 30 m 1,50 mm | ^2 |

Voor spatwaterbescherming (IP): Leidingen zodanig installeren dat de kabelmantel minstens 20 mm in de kabeldoorvoer steekt
(→ afbeelding 8 op pagina 57 en afbeelding 19 op pagina 61).
3.2.2 Aansluiting 230 V AC
- Gebruik alleen elektrische kabels van dezelfde kwaliteit.
- Sluit op de uitgangen geen extra besturingen aan die overige installatiedelen besturen.

De maximale vermogensopname van de installatiedelen mag niet groter zijn dan de aangegeven vermogensopname (→ hoofdstuk 2.2 op pagina 5).
Bij aansluiting van meer dan één verbruiker (verwarmingstoestel, enz.):
▶ Wanneer de maximale stroomopname groter is dan de waarde van de in de schakeling opgenomen scheidingsvoorziening met een contactafstand van minstens 3 mm (bijvoorbeeld zekering, aardlekschakelaar, moeten de gebruikers apart van zekeringen worden voorzien.
3.2.3 Aansluitschema's met installatievoor- beelden

Als de aansluiting voor de circula- tiepomp in het verwarmingstoestel ontbreekt:
▶ Sluit de circulatiepomp aan zoals in afbeelding 9 op pagina 57 getoond.
IPM 1 met boiler na de hydraulische poort en circulatiepomp:
→ Afbeelding 9 op pagina 57
IPM 1 met verwarmingscircuit ongemengd en circulatiepomp:
→ Afbeelding 10 op pagina 58
IPM 1 met verwarmingscircuit gemengd:
→ Afbeelding 11 op pagina 59
IPM 2 met boiler na de hydraulische poort, verwarmingscircuit ongemengd en circulatiepomp:
→ Afbeelding 20 op pagina 61
IPM 2 met boiler na de hydraulische poort, verwarmingscircuit gemengd en circulatiepomp:
→ Afbeelding 21 op pagina 62
IPM 2 met verwarmingscircuit ongemengd, verwarmingscircuit gemengd en circulatiepomp:
→ Afbeelding 22 op pagina 63
IPM 2 met twee verwarmingscircuits gemengd:
→ Afbeelding 23 op pagina 64
Legenda bij afbeelding 9 t/m 24 vanaf pagina 57:
I Verwarmingscircuit 1
II Verwarmingscircuit 2
AF Buitentemperatuurvoeler
FW 200 Weersafhankelijke regelaar met solarregeling
HK_110 Verwarmingscircuits
IPM 1 Module voor een verwarmingscircuit
IPM 2 Module voor twee verwarmingscircuits
KW Koudwateraansluiting
LP _12 Opwarmpomp boiler
M_12 Mengklepmotor
MF_1...2 Aanvoertemperatuurvoeler van gemengd verwarmingscircuit
P_1...2 Pomp verwarmingscircuit
SF Boilertemperatuurvoeler (NTC)
TB_1...2 Temperatuurbewaker
VF Gemeenschappelijke aanvoervoeler
WS Warmwaterboiler
WW Warmwateraansluiting
Z Circulatieaansluiting
ZP_1...2 Circulatiepomp
2) Boileropwarmcircuits na de hydraulische poort moeten codering 3 of hoger krijgen.
3.3 Montage van het aanvullende toebehoren
- Monteer het aanvullende toebehoren volgens de geldende voorschriften en de meegeleverde installatiehandleiding.
4 Inbedrijfname
4.1 Codering
▶ Voor het schakelen van de codeerschakelaar: Onderbreek de voedingsspanning (230 V AC) van de hele verwarmingsinstallatie.
▶ Wijs verwarmingscircuits en evt. boileropwarmcircuits met de codeerschakelaars toe ^1) .
Voorbeeld:
→ Afbeelding 24 op pagina 65:
- Verwarmingscircuit 1 (HK 1 ) = codeerschakelaar I op 1
- Verwarmingscircuit 2 (HK 2 ) = codeerschakelaar II op 2
- Boileropwarmcircuit (WS ^2 ) = Codeerschakelaar I op 3
- Verwarmingscircuit 4 (HK _4 ) = codeerschakelaar II op 4
- enz. tot verwarmingscircuit 10
- Schakel de voedingsspanning (230 V AC) van de hele verwarmingsinstallatie pas in als alle circuits met een codering zijn toegewezen. De functie-indicaties branden continu.
4.2 Blokkeerbescherming
• Blokkeerbeveiliging pomp:
De aangesloten pomp wordt bewaakt en na 24 uur stilstand gedurende korte tijd in werking gesteld. Daardoor wordt vastzitten van de pomp voorkomen.
• Blokkeerbeveiliging menger:
De toegewezen menger wordt bewaakt en na 24 uur stilstand gedurende korte tijd in werking gesteld. Daardoor wordt vastzitten van de menger voorkomen.
1) De basisinstelling van alle codeerschakelaars is off
2) Boileropwarmcircuits na de hydraulische poort moeten codering 3 of hoger krijgen.
5 S t o r i n g e n
De functie-indicatie geeft de functietoestand van het toebehoren aan.
Storingen worden in het display van de regelaar of van de desbetreffende afstandsbediening weergegeven.
| Functie-indicatie Reactie van de IPM Storing/oplossing | ||
| Continu uit – Draai de codeerschakelaar op de des- | betreffende codering (1 ... 10). | |
| Schakel de voedingsspanning in. | ||
| Vervang de zekering (→ afbeelding 25 op pagina 65). | ||
| Knippert Verwarming: | Verwarmingscircuitpomp aan en men-gerstelmotor 10 % op (bescherming tegen vorst).Warm water:Circulatiepomp uit en boileropwarm-pomp aan bij boilertemperatuur ≤ 10°C (bescherming tegen vorst). | Neem de storingsmelding in het dis-play van de regelaar in acht. De gebruiksaanwijzing van de regelaar bevat overige aanwijzingen voor het verhelpen van de storing. |
| Continu aan Normale functie Geen fout | ||
Anhang/Annexe/Allegato/Aanhangsel/Príloha/Dodatek
IPM 1:

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 801

text_image
6 720 612 404-06.1R 1. 2. 3. 4. 5. 6 mm 6 mm 3,5...5 mm4

text_image
93 13 68,2 65,7 156 106 110 55 6 720 612 404 -03.1R2

text_image
6 720-012 404-07.1R 6 mm 6 mm 3,5...5 mm5
