CS7000 - Industriële reiniger NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS7000 NILFISK in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CS7000 NILFISK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Industriële reiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS7000 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS7000 van het merk NILFISK.
GEBRUIKSAANWIJZING CS7000 NILFISK
Onderdelen en service C-3
Typeplaatie C-3
Levering. C-3
Aandachtspunten en waarschuwingen C-4-C-5
Algemene informatie C-6-C-7
Ken uw machine / Bedieningspaneel C-8-C-12
De machine gebruikskaar make
Checklist voor gebruik C-13
Motorolie. C-14
Motorkoelvloeistof C-15
Luchtfilter van de motor C-15
Brandstof C-15
Accu-installatie. C-16
Hoofdbezem C-17
Schrobborstels. C-17
De schoonwatertank en DustGuard™-tank vullen C-18
De machine bedieren C-19
De dieselmotor starten C-19
De propaanmotor starten. C-19
Reinigungsmiddelsystem (alleen EcoFlex™) C-20 - C-21
Vegen C-22-C-23
Hopper legen C-22-C-23
Schrobben C-24-C-25
Na gebruik van de machine C-26
De dieselmotor uitzetten. C-26
Propaanmotor uitzetten C-26
Hydrauliekolie C-26
Onderhoudsschema C-27
Smering C-28
De accu opladen (accumodellen) C-29
Het accupack opladen (hybride modellen) C-30
Onderhoud hoofdbezem C-31-C-32
Onderhoud zijbezem C-33
Onderhoud zuigmond C-34
Stoffilter van de hopper C-35
Spatschermen controleren C-36
Probleemoplossing C-37-C-39
Zekeringenpaneel C-37
Technische specificaties C-40
Materialsamenstelling en recyclebarheid C-41
INLEIDING
Deze handleiding is een waardevol hulpmiddel om uw Nilfisk™ veeg- en schrobmachine optimaal te benutten. Lees de handleiding aandachtig door voordat u de machine in gebruik neemt. Wanner er in deze handleiding worden verwezenaar "rechts" of "links", betekent dit "rechts" of "links" ten opzichte van de bestuurdersplaats.
Opmerking: Vetgedrukte cijfers en letters tussen haakjes verwijzenaar een onderdeel op de afbeeldingen op pagina C 8 - C 12 tenzij er wordt verwizen aan een nummer in een specifieke figuur.
ONDERDELEN EN SERVICE
Eventuale reparations dienen te worden uitgevoerd door een erkende Nilfisk-servicedienst die met specialaal waar voor opgeleide technici werkt en originele verwangingsonderdelen en accessoires van Nilfisk gezruikt.
Bel uw hieronder vermelde erkende Nilfisk-ondersteuningsdienst voor reparaties of onderhoud. Vermeld waar bij het model- en seriENUMmer van uw machine.
(Dealer: plank hier uw sticker.)
TYPEPLAATJE
Het model- en serialummer van uw machine staan vermeld op het typeplaatje. Eén typeplaatje bevindt zich op de wand van het bestuurderscompartment, vlak onder het zekeringplaatje. Het tweede typeplaatje bevindt zich op het chassis onder de vuilwatertank. Deze gegevens heeft u nodig wanner u reparatieonderdelen voor uw machine bestelt. Noteer hieronder het type- en serialummer van uw machine, zodat u dit alttijd bij de hand—heeft.
TYPENUMMER
SERIENUMMER
DATUMCODE
Opmerking: Raadpleeg de afzonderlijk bijgeleverde onderhouds- en gebruikershandleiding van de motorfabrikant voor de technische gegevens met betrekking tot de motor en het onderhoud waarvan.
UITPAKKEN
Controleer bij ontvangst zorgvuldig of de verpakking en de machine Niet beschadigd+zijn. Als u toch schade vaststelt, dient u alle delen van de verpakking te bewaren zodat ze können worden onderzoucht door het transportbedrijf dat de machine heeft afgeleverd. Neem daarna onmiddelijk contact op met het transportbedrijf om een schadeclaim in te dienen.
1 Nadat u de verpakking heeft verwijderd, haalt u de houten blokken naast de wielen weg.
2 Controleer het peil van de motorolie en de koelvloeistof.
3 Controller het peil van de hydrauliekolie.
4 Lees de aanwijzingen in het hoofdstuk "Machine gebruiksklaar maken" van deze handleiding en vul daarna de brandstoftank.
5 Plaats een afrit gegen de voorkant van de pallet.
6 Lees de aanwijzingen in de hoofdstukken "Ken uw machine en Bedieningspost" en "Bediening" van deze handleiding en start de motor. Rijd de machine via de afrit langzaam voorwaarts tot op de vloer. Houd uw voet Lichtjes op het rempedaal totdat de machine van de pallet is.
LET OP!
- Wees uiterst VOORZICHTIG bij het gebruik van deze machine. Zorg dat u alle bedieningsinstrumenties grondig beheerst voordat u de machine begint te gebruiken. Als u vragen heeft, raadpleegt u uw chef of neemt u contact op met uw lokale Nilfisk Industrial-dealer.
- Als de machine Nietaar behoren werkt, probeer het probleem dan nicht zich op te losesten, tenzij u daartoe de opdracht heeft gekreten van uw chef. Laat de benodigde aanpassingen aan de machine uitvoeren door een daartoe bevoegd technicus binnen uw bedrijf of een monteur van een erkende Nilfisk-dealer.
- Wees uiterst voorzichtig wanner u onderhoud aan deze machine verricht. Loshangende kleding, langhaar en sieraden+kunnen in de bewegende delen verstrikt raken. Zet de ontstekingsschakelaar UIT en verwijder de sleuteluit het contact voor u het onderhoud aan de machine begint uit te voeren. Schakel de handrem in voor u de machine verlaat. Gebruik uw gezond verstand, neem alle benodigde voorzorgsmaatregelen en let op de gele plaatjes op de machine.
- Rijd langzaam op hellingen. Gebruik het rempedaal (38) om de snelheid van de machine te controlleren wonneer u waar van de schuine balken afrijdt. Rijd op een hellingrecht maar boven of beneden; maak IN GEEN GEVAL bochten.
- De maximale helling bij het vegen en schrobben is 10^ . De maximale helling bij het vervoeren is 10^ .
AANPASSINGEN
Aanpassingen op en toevoegingen aan de reinigingsmachine die invloed hebben op de capacititeit en veilige bediening, mogen nicht door de klant of gebruiker zich worden uitgevoerd zonder voorafgaande schrifelijke toestemming van Nilfisk-Advance Inc. Bij Niet-goedgekeurde aanpassingen vervalt de garantie van de machine en is de klant aansprakelijk voor alle resulterende ongevallen.
AANDACHTSPUNTEN EN WAARSCHUWINGEN
Nilfisk maakt gebruik van de volgende symbolen om potentieel gevaarlijke situatuies aan te gehen. Lees deze informatatie algid aandachtig en neem de juiste voorzorgsmaatregelen om personeel en eigendom te beschermen.
GEVAAR!
Wordt gebruikt bij direct gevaar op ernstig persoonlijk letsel of de dood.
WAARSCHUWING!
Wordt gebruikt om een situation aan te gehen die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
! LET OP!
Wordt gebruikt om een situation aan te gehen diekleine verwondingen of schade aan de machine of andere voorwerpen kan veroorzaken.

Lees alle aanwijzingen voordat u de machine gaat gebruiken.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Bij "Waarschuwing!" en "Let op!" worden u gewaarschuwd voor situatuies die lichamelijk letsel of schade aan de machine können veroorzaken.
GEVAAR!
- Bij het gebruik van deze machine komen uitlaufgassen (koolmonoxide) vrij die ernstig letsel of zichs de dood tot gevolg konnen hebben. Zorg waarom altijd voor voldoende ventilatie bij het gebruik van de machine. (Alleen voor diesel- en LPG-modellen.)
WAARSCHUWING!
- Deze machine mag alleen worden bediend door juist opgeleide en daartoe bevoegde Personen.
- Vermijd het met een volle machine abrupt stoppen op opritten of hellingen. Maak geen plotselinge scherpe bochten. Matig uw snugheid als u hellingen afrijdt. Maak hellende oppervlakken alleen schoon bij het maar boven rijden.
- Om lichamelijk letsel of het rondspuiten van hydrauliekolie te voorkomen, dient u.altijd beschemende kleding en een veiligheidsbril te dragen wanner u in de buurt van of met het hydraulische systemerwerkt.
- Houd de accu uit de buurt van vonden, vuur en rokende materialen. Bij normala gebruik komen explosieve gassen vrij.
- Bij het opladen van de accu komt zeer explosief waterstofgas vrij. Het opladen van de accu dient.altijd te gebeuren in een goed geventileerde ruimte, ver weg van open vuur. Rook Niet tijdens het opladen van de accu.
- Draag geen sieradenijdens werk in de buurt van elektrische onderdelen.
Zet de contactschakelaaruit(O)en ontkoppelde accu's voordat u onderhoud verricht aan elektrische onderdelen. - Werk nooit onder de machine zonder dat deze veilig op steunen is geplaatst.
- Gebruik geen ontvlambare reinigingsmiddelen; gebruik de machine Niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of in een ruimte waar dergelijkke vloeistoffen aanwezigহn.
Reinig het bedieningspaneel, zekeringpaneel, contactpaneel of motorcompartment Niet met een hagedrukreiniger. - Adem geen uitlaatgassen in. Alleen binnenshuis gebruiken indien er voldoende worden geventileerd, en indien een tweede person de opdracht heeft gekregen om u in de gaten te honden.
- Gebruik de machine Niet zicheren constructie ter beveiliging gegen vallende voorwerpen (FOPS) in gebieden waar het waarschijnlijk is dat de bestuurder door vallende objecten worden geraakt.
LET OP!
- Deze machine is Niet goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg.
- Deze machine mag nicht worden gebruikt voor het opvegen van gevaarlijk stof.
Wees voorzichtig als u slijpschijven of schrobstenen gebruikt. Nilfisk kan nicht aansprakelijk worden gezchoolen voor schade aan het vloeropppervlak door harde schijven of slijpstenen. - Let er bij het gebruik van deze machine op dat anderen, met name kinderen, geen gevaar lopen.
Lees, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten, alkijd eerst aandachtig alle aanwijzingen met betrekking tot de desbeteffende werkzaamheden. - Laat de machine nicht onbeheerd anschter zonder eerst de contactschakelaar uit te zetten (O), de sleutel eruit te halen en de handrem aan te trekken.
- Zet de contactschakelaar uit (O) voordat u de bezems verrangt of voordat u een van de toegangspanelen opent.
- Neem voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dathaar, sieraden of loshangende kleding in de bewegende delen van de machine verstrikt raken.
Wees voorzichtig wanner u deze machine verplaatst bij temperaturen onder het vriespunt. Water dat zich in de schoonwatertank, de vuilwatertank of de slangen bevindt, kan bevriezen. - De accu moet uit de machine worden gehaald wanner de machine definitief buiten Dienst worden gesteld. Het afdanken van de accu dient veilig te gebeuren in overeenstemming met uw lokale milieuvoorschriften.
- Gebruik de machine Niet op oppervlakken met een helling die de op de machine aangegeven maximale hellingshoek overschrijdt.
Zorg ervoor dat alle deuren en=kappen goed vergrendeld zich voordat u met de machine aan het werk gaat.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
VEILIGHEIDSSTEUN VAN DE HOPPER
WAARSCHUWING!
Zorg er alkijd voor dat de veiligheidssteun van de hopper (23) op+zijn plaats zit wanner u onderhoudswerkzaamheden onder of vlakbij een omhoog geklapte hopper gaat uitvoeren. De veiligheidssteun van de hopper (23) houdt de hopper omhoog geklapt, zodat u onder de hopper kunt werkken. Zie Figuur 1. Vertrouw voor het veilig ondersteunen van de hopper NOOT op de hydraulische onderdelen van de machine.
A- De veiligheidssteun van de hopper inschakelen:
- Druk de knop voor het heffen van de hopper in en houd deze ingedrukt om de hopper omhoog te brengen.
- Trek de hendel van de veiligheidssteun van de hopper (21) maar u toe om de veiligheidssteun (23) in te trekken.
- Druk de knop voor het latent zakken van de hopper in en houd deze ingedrukt om de hopper te latent zakken totdat deze de veiligheidssteun van de hopper raakt.
B - De veiligheidssteun van de hopper uitschakelen:
- Druk de knop voor het heffen van de hopper in en houd deze ingedrukt om de hopperlicht omhoog te lately komen zodat deze de veiligheidssteun van de hopper loslaat.
- Duw de hendel van de veiligheidssteun van de hopper (21) richting de voorkant van de machine om de veiligheidssteun (23) te verlengen.
- Druk de knop voor het latent zakken van de hopper in en houd deze ingedrukt om de hopper te latent zakken.

FIGUUR 1
DE MACHINE OPKRIKKEN
LET OP!
Werk nooit onder de machine zonder dat deze veilig op steunen is geplaatst.
- Als u de machine wilt opkrikken,要去 u dat vanaf de waarvoa aangewezen punten doen (NIET aan de hopper opkrikken) - zie Krikpunt / Aansnoerpunten (33).
DE MACHINE VEROVEREN
LET OP!
Voordat u de machine op een open vrachtwagen of aanhangwagen vervoert, dient u ervoor te zorgen dat:
Alle toegangspanelen stevig vergrendeld zich.
- De machine stevig is vastgesnoerd - zie Krikpunt / Aansnoerpunten (33).
- De handrem van de machine aangetrokken is.

FIGJUR 2
EEN NIET WERKENDE MACHINE SLEPEN OF DUWEN
LET OP!
Als de machine moet worden weggeslept of -geduwd, dient u ervoor te zorgen dat de contactschakelaar UIT staat. U mag de machine Niet sneller dan in normale looppas (3,5 km per eer) en enkel over een korte afstand slepen of duwen.
Dit is een tweede optie waar bij u kunt sturenijdens het duwen of het slepen van de machine:
-Zet de contactschakelaar (A) AAN verwijl u zowel de snelheidsregelaar (K) als de schakelaar voor reinigen onder hoge druk (N) twee seconden lang ingedrukt houdt.
KEN UW MACHINE
Bij het lezen van deze handleiding komt u geregeld vetgedrukte nummers en letters tussen haakjes gegen - bijvoorbeeld: (2). Tenzij anders vermeld, verwijzen deze nummers en letters aan een onderdeel dat op deze pagina's staat afgebeeld. Raadpleeg deze pagina's wanner u de precieze locatie wilt terugvinden van een onderdeel dat in de tekst worden vermeld. OPMERKING: Raadpleeg de onderhoudshandleiding voor een gedetailleerde beschrijving van alle onderdelen die op de 5 volgende pagina's staan afgebeeld.
1 Stuur
2 Bestuurdersplaats
3 'Tip-Out'-vergrendeling van de vuilwatertank
4 Vulopening van de schoonwatertank
5 Deksel van de vuilwatertank
6 Toegangsklep stofffilter
7 Afvoerslang vuilwatertank
8 Linker spatschermen
9 Uitlaatpijp (LPG- en dieselmotoren)
10 Toegangspaneelvergrendeling motorcompartment
11 Voorwiel
12 Linker lijbezem
13 DustGuard™-sproeierkoppen (optioneel)
14 Koplampen
15 Rechter zichbezem
16 Vergrendelingen van het hopperdeksel
17 Stofffilter
18 Vulopening van de DustGuard™
19 Accu (accumodellen)
20 Vergrendeling motor-/accucompartment
21 Handgreep van de veiligheidssteun van de hopper
22 Koelvloeistoftank (LPG- en dieselmotoren)
51 Vuilopvangbak vuilwatertank
52 Vlotters van de vuilwatertank
54 Filter voor reinigen onder hoge druk (optioneel)
55 DustGuardTM-filter (optioneel)
56 DustGuard™-afsluiter (optioneel)

KEN UW MACHINE (VERVOLG)
24 Dekselvergrendeling van de vuilwatertank
25 'Tip-Out'-handvat van de vuilwatertank
26 Zekeringenpaneel (raadpleeg probleemoplossing)
27 Bedieningspaneel
28 Radiatordop
29 Waarschuwingslampje voor onderhoud van de luchtfilter
30 Startaccu motor (LPG- en dieselmotoren)
31 LPG-brandstoftank (LPG-modellen)
32 Accpack
33 Locatie voor Krikpunt / Aansnoerpunt
34 Afdekking onder
35 Rechter zijdeur
36 Toegangsdeur bezem
37 Voor- en achechteruitpedaal
38 Rempedaal / handrem
39 Rechter spatschem
40 Borgpen randbeschemkap
41 Oplossingsfilter
42 Snelafsluiter oplosmiddel
43 Afvoerslang van de schoonwatertank
44 Knoppen ter verwijdering zuigmond
45 Zuigmond
46 Hendel hellingshoek van de zuigmond
47 Reinigungsmiddelpatronen (alleen EcoFlex™-modellen)
48 Luchtfilter van de motor
49 Hydrauliekolietank
50 Oliepeilstok (LPG-en dieselmotoren)
53 Stuurafstellingsknop
57 Zuigmondbescherming acheer (optioneel)

BEDIENINGSPANEEL
A Contactschakelaar
B Noodstop
C LCD-display
D Waarschuwingslampje voor bocht maar links
E Signaal voor bocht maar links
F Waarschuwingslampje
G Signaal voor bocht waar rechts
H Waarschuwingslampje voor bocht waar rechts
I Attentielampje
J Waarschuwingslampje
K Snelheidsregelaar
L Schakelaar koplampen
M Schakelaar claxon
N Schakelaar voor reinigen onder hoge druk (optioneel, zie IS56090038)
O Uitgebvre schroobschakelaar (optioneel, zie IS56090061)
P Schakelaar voor extra vermogen (alleen EcoFlex™)
Q Verhoging van de schrobdruk
R One-TouchTM-schroobschakelaar
S Regelaar verlaging van de schrobdruk
T Schakelaar voor verhoging van schoonwatertoevoer
U Regelaar schoonwatertoevoer
V Schakelaar voor verlaging van schoonwatertoevoer
W Schakelaar van het zuigsysteme/de zuigbuis (zie IS56090054)
X Reinigingsmiddelschakelaar
Y One-Touch™-veegschakelaar
Z Schakelaar voor verhogen bezemhoogte
AA Bezemregelaar
BB Schakelaar voor verlagen bezemhoogte
CC Zijbezemschakelaar
DD DustGuard™-sproeischakelaar
EE Schakelaar filterschudder
FF Schakelaar stofopnameventilator
GG Vlotterschakelaar hoofdbezem
HH Schakelaar om de hopper omhoog te brengen
II Schakelaar om de hopper te lately zakken
JJ Schakelaar voor het openen van hopperdeur
KK Schakelaar voor het sluiten van hopperdeur

BEDIENINGSPANEEL (VERVOLG)
1 Hoofdweergaveschem accumodel
2 Hoofdweergaveschem LPG-model
3 Hoofdweergaveschem dieselmodel
4 Bezemafstelschemr
C LCD-display
C1 Waarschuwingslampje voor het reinigingsmiddel (indien aanwezig)
C2 Schoonwatertankpeil
C3 Veeg-/schrobtijd (accumodellen)
C4 Werktijd motor (LPG- en dieselmotoren)
C5 Ladingsniveau van de accu (accumodellen)
C6 Brandstofpeil (dieselmodel)
C7 Recyclesystem (indien aanwezig)
C8 Stand hoofdbezem
C9 Geselecteerde bezem(s)
C10 Bezemrichting

BEDIENINGSPANEEL (VERVOLG)
WANNEER HIERONDER GEMARKEERDE (X) WAARSCHUWINGS- / AANDACHTSPICTOGRAMMEN WORDEN WEERGEVEEN, NEEMT U CONTACT OP MET UW BEVOEGDE NILFISK SERVICEDIENST.
C LCD-display
C11 Niet-kritieke storing
C12 Waarschuwingslampje accu laag
C13 Waarschuwingssymbollaag oplossingsniveau
C14 Waarschuwingssymbol hoppertemperatuur (optioneel)
C15 Waarschuwingssymbol verstopt hopperfilter (optioneel)
C16 Waarschuwingssymbol gloeibougie (dieselmotoren)
C17 Kritieke storing
C18 Waarschuwingssymbol bijna lege startaccu motor (LPG-en dieselmotoren)
C19 Motorstoring
C20 Waarschuwingssymbol brandstof bijna op (LPG- en dieselmotoren)
C21 Waarschuwingssymbol handrem
C22 Waarschuwingssymbol volle vuilwatertank
C23 Waarschuwingssymbol motortemperatuur heet













CHECKLIST VÓR GEBRUK
Telkens voor gebruik:
- Controller de machine op beschadigingen en lekkage van olie of koelvloeistof.
- Knijp in het rubberen stofreservoir op de luchtfilter (48), om eventuele aanwezigste stofdeeltjes eruit te verwijderen.
- Controller of het waarschuwingslampje voor onderhoud van de luchtfilter (29) Niet brandt.
- Controller het peil van de koelvloeistof van de motor (22).
- Controller het oliepeil van de motor (50).
- Controller het peil van de hydrauliekolie.
- Controller de brandstofmeter (C6) als uw machine een benzinemotor heeft.
- Controller de brandstofmeter op de LPG-tank (31) als uw machine een propaanmotor heeft.
- Controller het ladingsniveau van de accu (C5) voor accumodellen.
- Zorg ervoor dat de acculader Niet is aangesloten op de machine.
- Zorg ervoor dat de vuilwatertank leeg is.
Op de bestuurdersplaats:
- Zorg dat ubekend bent met de bedieningsknoppen en hun functies.
- Stel de stoei zodanig af dat u gemakkelijk bij alle bedieningsknoppen kunt.
- Steek de contactsleutel in de contactschakelaar (A) en zet de schakelaar AAN. Controller of de claxon (M), urenteller (C3 of C4) en de koplampen (L) goed functioneren. Zet de contactschakelaar (A) UIT.
- Controller het rempedaal (38). Het pedaal moet een stevige waarstand hebben en moet Niet volledig hunnen worden ingedrukt. De vergrendeling moet het pedaal tegenhonden wanner deze worden ingedrukt. (Meld alle eventuale gebreken onmiddelijk aan een monteur).
Uw werkzaamheden eerst voorbereiden:
- Zorg dat u lange banen=kunt makeen waar bij u zo weinig möglichk moet stoppen en weer starten.
- Laat de banen van de bezem met 15 cm overlappen om er zeker van teল dat u geen stukken overslaat.
- Probeer geen scherpe bochten te make, Niet gegen palen aan te rijden of met de zijkant van de machine langs objcten te schuren.
MOTOROLIE - LPG
Controleer het motoroliepeil wonneer de machine geparkeerd is op een horizontal oppervlak en de motor koel is. Ververs de motorolie na de eerste 50 uur gebruik en daarna telkens na 200 uur gebruik. Gebruik een SF- of SG-olie die voldoet aan de API-specificaties en die geschikt is voor seizoensttemperaturen. Zie het hoofdstuk Engine Workshop (Motorwerkplaats) voor oliehoedanigheden en extra motorspecificaties. Vervang het oliefilter elke keer als u de olie verwagt.
TEMPERATUURBEREIK
Meer dan 25^
0^ tot 25^
Minder dan 0^
OLIEGEWICHT
SAE 30 of SAE 10W-30
SAE 20 of SAE 10W-30
Controleer het motoroliepeil wanner de machine geparkeerd is op een horizontal oppervlak en de motor koel is. Ververs de motorolie na de eerste 50 uu gebruik en daarna telkens na 200 uu gebruik. Gebruik CF-, CF-4- of CG-4-olie die voldoet aan de API-specificaties en aan de geschichte temperaturen (*belangrijke referentie: onderstaande opmerking over het olie-/brandstoftype, voor verdere aanbevelingen aangaande dieselolie). Zie het hoofdstuk Engine Workshop (Motorwerkplaats) voor oliehoedanigheden en extra motorspecificaties. Vervang het olieffilter elke keer als u de olie verwagt.
TEMPERATUURBEREIK
Meer dan 25^
0^ tot 25^
Minder dan 0^
OLIEGEWICHT
SAE 30 of SAE 10W-30
SAE 20 of SAE 10W-30
- Opmerking aangaande dieselsmeerolie:
Aangezien er gegenwoordig emissiecontrole van kracht is, zij CF-4- en CG-4-smeerolie ontwikkeld voor gebruik bij brandstof met een laag zwavelgehalte die gebruikt worden voor motoren van asfaltvoertuigen. Wanner een motor van een terreinvoertuig op brandstof met een hoog zwavelgehalte loopt, worden het aanbevolen de CF-, CD- of CE-smeerolie met een hoog totaal base-nummer te gebruiken. Als er CF-4- of CG-4-smeerolie worden gebruikt in combinatie met een brandstof met een hoog zwavelgehalte, wissel de smeerolie dan vaker. - Aanbevolen smeerolie wanner er brandstof met een laag of hoog zwavelgehalte gebruikt worden.
| Smeerolie-klasse | Brandstof | Laag zwavelgehalte (0.5 % ≥) | Hoog zwavelgehalte | Opmerkingen |
| CF | O | O | TBN ≥ 10 | |
| CF-4 | O | X | ||
| CG-4 | O | X | ||
O:Aanbevolen
X:Niet aanbevolen
Gedurende de eerste startperiode van de motor ruikt u wellicht een geur of ziet u eenkleine hoeveelheid rook uit de motor komen.
CHECKLIST VOOR GEBRUIK KOELVLOEISTOF
OPGELET!
Haal de vuldop van de radiator er Niet af als de motor nog heet is.
Om het motorkoelvloeistofpeil te controleren, ontgrendelt u de toegangspaneelvergrendeling van het motorcompartment (10) en verwijdert u het zijpaneel en controleert u het koelvloeistofpeil in de motorkoelvloeistoftank (22). Wanner het peil lag is voegt u antivirusies voor auto's toe dat correct is verdund voor de omgeving. Reinig de buitenkant van de radiator door deze onder lage druk met water af te spoelen of iedere 30 uu met perslucht.
LUCHTFILTER VAN DE MOTOR
Controleer voordat u met de machine gaat werken als tijd eerst het waarschuwingslampje voor onderhoud van de luchtfilter (29). Verricht geen onderhoud aan de luchtfilter als het rode vlaggetje in het waarschuwingslampje Niet gaat branden.
LET OP!
Bij onderhoud aan de onderdelen van de luchtfilter dient u goed op te letten dat er geen los stof in de motor terechtkomt. De motor kan door stof ernstig worden beschadigd.
De luchtfilter bestaat uit een (externe) hoofdfilter en een (interne) veiligheidsfilter. De hoofdfilter kan tweeemaal worden gereinigd voordat hij moet worden verrangen. Vervang de veiligheidsfilter steeds nadat de hoofdfilter driemaal is verrangen. Probeer de interne veiligheidsfilter nooit te reinigen.
Om de hoofdfilter schoon te make, trekt u de 2 clips aan het uiteinde van de luchtfilter los en verwijdert u de behuizing aan het uiteinde. Trek de hoofdfilter er verrolgens uit. Reinig de hoofdfilter met perslucht (maximum druk 100 psi (6,89 bar)) of spoel hem met water af (maximum druk 40 psi (2,75 bar)). Plaats de hoofdfilter NIET terug in de filterbus als deze Niet helemaal droog is.
BRANDSTOF
WAARSCHUWING!
ZET DE MOTOR ALTIJD UIT VOORDAT U DE BRANDSTOFTANK GAAT VULLEN.
DRAAI DE DIESELBRANDSTOFTANK ALTIJD NAAR BUITEN VOORDAT U BRANDSTOF BIJVULT.
ROOK NIET TIJDENS HET VULLEN VAN DE BRANDSTOFTANK.
VUL DE BRANDSTOFTANK IN EEN GOED GEVENTILEERDE RUIMTE.
VUL DE BRANDSTOFANK NIET IN DE BUURT VAN VONKEN OF OPEN VUUR.
- GEBRUK ALLEEN DE BRANDSTOF DIE OP HET PLAATJE OP DE TANK WORDT AANGGEVEN.

FIGUUR 2.5
Bij machines met een dieselmotor, kut u op een plaatje bij de dop van de brandstoffank lezen welke brandstof u voor uw machine要去 gebruiken. Zie Figuur 2.5. Trek de bevestigingspen (P1) uit en draai verrolgens de brandstoffank. Voordat u de dop van de tank haalt, dient u alle stof- en vuildeeltjes van de dop en rond het vulpijpje te vegen, zodate benzine zo zuiver möglich blijft.
Bij machines met een propaanmotor, vindt u op een plaatje bij de tank precieze informatatie over welk type tank u voor de machine moet gebruiken.
DIESELMOTOR
Gebruik de gegaste diesel naargelang de machine worden gebruikt in ruimten waar de temperatuur 0^ C ofeer bedraagt, of in ruimten waar de temperatuur minder dan 0^ C bedraagt.
OPMERKING: Als u bij een dieselmodel volledig zonder brandstof kommt te zitten,要去 u het brandstofsystem ontluchten voor u de motor opnieuw=kunt starten. Om dit te vermiinden vult u de brandstoffank bij wonneer de brandstoffmeter 1/4 aangeeft. De inhoud van de brandstoffank bedraagt 38,8 liter.
LPG-MOTOR
Monteer op de machine een standaardtank met een inhoud van 14,85 kg vloeijaar propaan, sluit de brandstofslang aan en open de afsluitklep op de tank. Draag handschoenenijdens het aansluiten of loskoppelen van de brandstofslang. Zet de kraan van de propaantank UIT wanner de machine nicht in gebruik is.
ACCU-INSTALLATIE
Zie Figuur 3. De accu voor deze machine worden afzonderlijk verkocht. De accu voor deze machine moet minstens 635kg wegen en mag neteer dan 850kg wegen. Neem contact op met uw Nilfisk Industrial Dealer voor de correcte installmentie van de accu. Probeer IN GEEN GEVAL de accu te installereren met een bovenloopkraan of vorkhefrtruck; de accu mag enkel met behulp van een daartoe bestemd karretje worden geinstalleerd. Sluit de contactstop (AB) op de accu aan op het contact dat zichchter het stuur van de machine bevindt. Zorg ervoor dat de accu stevig vastzit gegen de eindsteun aan de linkerzijde van de accurimte. Plaats de afterschermplaat (AC) aan de rechtzerijde van de accurimte terug en zorg dat de stootkussens (AD) goed op hun plaats zitten zDat de accu Niet van de ene kant waar de andere kan schuiven.
WAARSCHUWING!
Accu's zwaarder dan 850kg ofichter dan 635kg kunnen ertoe leiden dat bepaalde onderdelen, zoals de banden, sneller要去en worden verrangen. Verder kuren ze resulteren in een verminderde stabiliteit en controle over de machine, wat ernstig letsel of dedood, en/of schade aan de machine en andere voorwerpen tot gevolg kan hebben. Bij gebruik van accu's die zwaarder zichn dan het maximaal toegestane gewicht, vervalt de garantie.
BELANGRIJK!
Lees de instructies die bij de accu en de lader worden geleverd voordat u de accu oplaadt. Lees de instructies met betrekking tot het opladen van de accu in het Onderhoudsschema van deze handleiding.

FIGUUR 3
HOOFDBEZEM
Er zijn voor deze machine verschillende hoofdbezems beschikbaar. Neem contact op met uw Nilfisk-dealer als u hulp nodig heeft bij het kiezen van de bezem die het meest geschikt is voor de ondergrond waarop de machine worden gebruikt en voor het soort afval dat u zal opvegen. Opmerking: Raadpleeg het hoofdstuk over onderhoud aan de hoofdbezem voor een correcte installmentie.
SCHROBBORSTELS
1 Zorg ervoor dat de contactschakelaar (B) UIT staat (O).
Zie Figur 4. Zet de spatschemen aan de zijkanten omhoog voor een gemakkelijkere toegang. OPMERKING: Recht omhoog zetten in het midden van het spatschem en gebruik de arm (AE) om het spatschem omhoog te honden werwijl u de borstels plaatst.
3 Trek hendel (AF) maar buiten om de gasveer los te make. Nu kan de rechtter schrobborstel waar de achechterkant van de machine worden gedraaid en heeft u eenvoudiger toegang tot de middelste schrobborstel.
4 Om de borstels (of pad-holders) te bevestigen, brengt u de lipjes op de borstels op gelinge hoogte met de gaatjes in de montageplaat en draait u ze volgens de richtingen aangeduid in Figuur 5 totdat ze op hun plaats vallen.

FIGUUR 4

FIGUJR 5

De buitenste pijlen gehen de draairichting aan voor het installereren van de borstels. De binnenste pijlen gehen de draairichting aan van de borstelmotor tijdens het schrobben.
DE VLOEISTOFTANK VULLEN
Zie Figuur 6. Vul de schoonwatertank met maximaal 284 liter reinigingsoplossing. Vul de tank nicht verder dan 7,5 cm onder de rand van de vulopening (4). De oplossing要去 bestaan uit een mengsel van water en het juiste reinigingsmiddel voor de taak. Volg altijd de aanwijzingen voor de mengverhouding op het etiket van het reinigingsmiddel. OPMERKING: EcoFlex-machines hunnen ofwel gewoon worden gebruikt met reinigingsmiddel gemengd in de oplossingstank, ofwel hunnen ze werken met het reinigingsmiddel-doseersysteme. Wanner wordt gewerkt met het reinigingsmiddel-doseersystem, meng dan geen reinigingsmiddel in de tank, maar gebruik gewoon water.
LET OP!
Gebruik alleen laagschuimende, nied ontvlambare vloeibare reinigingsmiddelen die geschikt zich voor machinaal schrobben. De temperatuur van het water mag Niet hoger zich dan 54,4 °Celsius.
DE DUSTGUARD™-VLOEISTOFTANK VULLEN
Zie Figuur 6. Vul de schoonwatertank met maximaal 110 liter water. Vul de schoonwatertank Niet verder bij dan 7,5cm boven de bodem van de vulopening van de DustGuardTM (18). Meng geen reinigingsmiddel in de tank, maar gebruik gewoon water.

FIGUUR 6
BEDIENING VAN DE MACHINE
De CS7000 is een rijdende machine die is bestemd voor het automatisch vegen en schrobben van vloeren. De machine is ontworpen voor het gewelijktdig opvegen van afval, hetafscheiden van de nodige reinigingsvloeistof, het schrobben van vloeren en het drogen ervan. Het is ook möglichk om afzonderlijk te vegen en te schrobben.
De bedieningsknoppen zijn zo ontworpen dat men bepaalde functies gewoon via een knop in werkung kan stellen. Om enkel te schrobben hoeft u slechts een schakelaar in te drukken zodat alle schrobfuncties van de machine in werkung worden gesteld. Om te konnen vegen kan de operator gewoon een schakelaar loslaten, zodat alle veegfuncties in werkung worden gesteld.
OPMERKING: De vet gedrukte nummers of letters tussen haakjes verwijzen aan de onderdelen op pagina 8 tot 12.
DE DIESELMOTOR STARTEN
1 Draai de contactschakelaar (A) met de klok mee in de ACTIEVE (AAN) stand. De gloeibougies worden gedurende 10 seconden ingeschakeld. Dit wordt door het gloeibougiesymbol op het display aangegeven. Indien de motor al warm is, draait u de contactschakelaar in de startstand om de machine te starten. Indien de motor koud is, wacht u tot het symbool voor de gloeibougieuitgaat, voordat u de motor start. De motor要去 nu onmiddelijk starten. Indien de motor Niet binnen 15 seconden start, laut u de sleutel los en wacht u ongeveer een minuut en herhaalt uervoalgens bovenstaande stappen.
2 Laat de motor vijf minuten in NEUTRAAL draaien voor u met de machine aan het werk gaat.
DE LPG-MOTOR STARTEN
1 Open de kraan van de LPG-tank.
2 Draai de contactschakelaar (A) met de wijzers van de klok mee maar de stand START en LAST zodra de motor aanslaat. Als de motor na 15 secon den nog Niet wil starten, waar de sleutel dan los, wacht 1 minuut en probeer het nogmaals.
3 Laat de motor 5 Minutes in NEUTRAAL draaien voor u met de machine aan het werk gaat.
Het motortoerental (TPM) worden automatisch aangepast afhankelijk van de belasting. Gebruik het voor- ofchteruitpedaal (37) en Niet de snelheidsregelaar van de motor (K) om de slelheid van de machine te regelen. De machine rijdt sneller naarmate u het pedaal verder maar beneden drukt. Druk het voor- ofchteruitpedaal (37) Niet in totdat de motor is gestart.
SNELHEIDSREGELAAR (K) OP LPG- EN DIESELMODELLEN:
Er zijn drie instellenen voor de motorsnelheid die door de snelheidsregelaar op het bedieningspaneel (K) van de motor kan den worden geseleerd.
1 "Neutraal" (1700 TPM - zowel LPG als diesel). Gebruiken voor opwarmen, afkoelen en transporteren. Het lampje van de snelheidsregelaar van de motor is uitgeschakeld.
2 "In werking" (2500 TPM - LPG) (2200 TPM - diesel). Schakelt automatisch over maar dit motortoerental voor alleen vegen of alleen zuigen. Het lampie van de spelheidsregelaar van de motor is ingeschakeld.
3 "Maximaal vermogen" (2700 TPM - LPG) (2400 TPM - diesel). Schakelt automatisch overaar dit motortoerental voor alleen schrobben of schrobben en vegen. Het lampie van de spelheidsregelaar van de motor is ingeschakeld.
4 Druk de snelheidsregelaar van de motor in en laat dezeervolgens los om+tussen Neutraal en In werking te kiezen.
Stel de snelheid eerst in op In werking om de snelheid Maximaal vermogen te selecteren. Druk verwolgens de snelheidsregelaar van de motor twee seconden in en laat deze los. Om terug te keren aan de snelheid In werking, drukt u de schakelaar wee in.
6 De CS7000 heft een automatische Neutraal-optie die de motorsnelheid op neutraal instelt wanner het voetpedaal (37) 20 seconden of langer in de neutrale stand haeft gestaan. De geseleterde motorsnelheid wordt wee automatisch ingesteld wanner het voetpedaal nicht更是 in de neutraalstand staat. De snelheidsregelaar van de motor (K) is ingeschakeld tijdens de neutraalstand, de automatische neutraaloptie wordtijdelijk uitgeschakeld tot de volgende keer wanner het voetpedaaluit de neutraalstand wordt gezet. Dit kan van pas komen tijdens het verhelpen van problemen of wanner het nodig is om de machine op volle snelheid te latentlopen tijdens warmlopen.
SNELHEIDSREGELAAR (K) OP ACCUMODELLEN:
Tijdens het schrobben is de maximum snugheid beperkt. Om de schrobsnelheidsbegrenzer op te heffen, drukt u op de snugheidsregelaar (K). Hierdoor wordt schrobben onder maximale transportsnelheid ingeschakeld.
VOORBEREIDING EN GEBRUIK VAN REINIGINGSMIDDELSYSTEEM (ALLEEN ECOFLEX MODELLEN)
De reingingspatronen (47) bevinden zich onder de bestuurdersplaats (2). Vul het reinigingspatroon met maximaal 8,32 liter reinigingsoplossing. ONDERHOUDSADVIES: Haal het reinigingspatroon uit de behuizing voor u het gaat vullen, om te vermiiden dat u reinigingsmiddel op de machine morst. Het worden aanbevolen een afzonderlijk patroon te gebruiken voor elk reinigingsmiddel dat u van plan bent te gebruiken Op de reinigingspatronen zit een witte sticker zodat u de naam van het reinigingsmiddel op elk patroon kan schrijven om te vermiiden dat u ze door elkaar haalt. Wanner u een new patroon installeert, verwijdert u de Dop (BC) en doet u het patroon in de behuizing. Installeer de Dry Break dop (BD) zoals getoond. Wanner u overschakelt op een ander reinigingsmiddel, dient u het vorige reinigingsmiddel uit het systeem te spoelen. ONDERHOUDSADVIES: Plaats de machine boven een afvoer in de vloer voor u de machine schoonspoelt, waar er tijdens het schoonspoelen eenkleine hoeveelheid reinigingsmiddel vrijkomt.
Het systeem schoonspoelen wonneer op een ander reinigingsmiddel wordt overgeschakeld (SCHROB- EN SCHOONWATERSYSTEEM MOETEN UITGESCHAKELD ZIJN):
Maak het reinigingspatroon los en verwijder het.
2 Draai de contactschakelaar (A) in de ACTIEVE (AAN) stand. Wacht een paar seconden tot de opstartfase beeindigd is.
3 Houd de reinigingsmiddelschakelaar (X) en de schakelaar voor schoonwatertoevoer (U) ongeveer 2 seconden ingedrukt. Laat de schakelaar los wanner het pictogram voor chemisch schoonspoelen (C12) op het display worden weergegeven en het waarschuwingslampje op de reinigingsmiddelschakelaar (X) begint te knipperen. OPMERKING: Nadat het schoonmaakproces is geactiveerd, za het proces minstens 20 sec. duren. Zie de figuur op de volgende pagina voor de waarschuwingslampjes van het reinigingsmiddelsystem. Normaal volstaat een schoonmaakcyclus om het system schoon te spoelen.
Wekelijks schoonspoelen (SCHROB- EN SCHOONWATERSYSTEEM MOETEN UITGESCHAKELD ZIJN):
Maak het reinigingspatroon los en verwijder het. Installer een met warm, schoon water gezuld patron en sluit dit aan.
2 Draai de contactschakelaar (A) in de ACTIEVE (AAN) stand. Wacht een paar seconden tot de opstartfase beeindigd is.
3 Houd de reinigingsmiddelschakelaar (X) en de schakelaar voor schoonwatertoevoer (U) ongeveer 2 seconden ingedrukt. Laat de schakelaar los wanneer het pictogram voor chemisch schoonspoelen (C12) op het display worden weergegeven en het waarschuwingslampje op de reinigingsmiddelschakelaar (X) begint te knipperen. OPMERKING: Nadat het schoonmaakproces is geactiveerd, za het proces minstens 20 sec. duren. Zie de figuur op de volgende pagina voor de waarschuwingslampjes van het reinigingsmiddelsystem. Normaal volstaat een schoonmaakcyclus om het system schoon te spoelen.
Wanneer het niveau van het reinigingsmiddel de onderkant van het patroon nadert, is hetijd om het patroon / de patronen bij te vullen of te verrangen.
Reinigungsmiddelpercentage (SCHROBSYSTEEM MOET INGESCHAKELD ZIJN):
Er worden geen reinigingsmiddel afgeveen totdat het schrob- en reinigingsmiddelsysteme geactiveerd worden en het aandrifpedaal (37) maar voren gedrukt.
- Het symbool voor de mengverhouding van het reinigingsmiddel (C1) worden als het reinigingsmiddelsystem is ingeschakeld.
Er zijn 4 modellen voor EcoFlex-bediening:
- Minimale concentratie reingigingsmiddel – Waarschuwingslampje voor extra vermogen (P1) AAN (Kan worden ingeschakeld door de schakelaar voor extra vermogenijdelijk in te drukken in de modus Maximale concentratie reingigingsmiddel). Raadplaag onderstaande stappen “De minimale concentratie reingigingsmiddel instellen”.
- Maximale concentratie reinigingsmittel – Waarschuwingslampe voor extra vermogen (P1) UIT (Kan worden geactiveerd door de schakelaar voor extra vermogen twee seconden in te drukken). Raadplaag onderstaande stappen “De minimale concentratie reinigingsmittel instellen”. Gebruik geen concentratie die hoger is dan de door de fabrikant van het reinigingsmittel aanbevolen concentratie.
- Extra vermogen - Druk op de schakelaar voor extra vermogen (P) voor een toename van het percentage reinigingsmiddel aan het voorgeprogrammeerde "maximum" concentratieniveau voor 1 minuut (zoals in onderstaande programmeerinstructies worden weergegeven). Hierdoor nemen ook de stromingssnelheid van de oplossing en de schrobdruk toe tot het volgende niveau. Het waarschuwingslampje voor extra vermogen (P1) knippert 1 minuut lang.
- Gewoon water - Tijdens het schrobben kan het reinigingsmiddelsystem op elk moment worden stopgezet door de AAN/UIT-schakelaar van het reinigingsmiddel (X) in te drukken, zDat er enkel met water wordt geschrodbd. Het waarschuwingslampje voor het reinigingsmiddel (X1) is UIT.
De minimale concentratie reinigingsmiddel instellen
- Druk op de OneTouch™-schrobschakelaar (R) om het schrobsysteme te activeren.
- Zorg ervoor dat het waarschuwingslampje voor extra vermogen (P1) AAN is (modus Minimale concentratie reinigingmiddel).
- Druk op de AAN/UIT-schakelaar voor reinigingsmiddel (X) om het reinigingsmiddelsysteme uit te schakelen (waarschuwingslampje reinigingsmiddel (X1) UIT).
- Houd de reinigingsmiddelschakelaar 2 seconden ingedrukt tot het waarschuwingslampje gaat knipperen.
- Als het waarschuwingslampje knippert,kest u door de reinigingsmiddelschakelaar in te drukken de beschikbare percentages bekijken (0,25%, 0,3%, 0,4%, 0,5%, 0,7%, 0,8%, 1%, 1,5%, 2%, 3%, 3,8%).
- Zodra het gewenste percentage weergegeven worden op het scherm (C1), stopt u en worden de instelling na 3 seconden opgeslagen.
- Wanner de instelling voor minimale concentatie wordt ingesteld op een hogere concentatie dan de huidige instelling voor maximale geprogrammeerde concentatie. De standardinstelling voor maximale concentatie is gelijk aan de instelling van de minimale concentatie, totdat dit door de operator worden gewijzigd.
De maximale concentratie reinigingsmiddel instellen
- Druk op de OneTouch™-schrobschakelaar (R) om het schrobsysteme te activeren.
- Druk de schakelaar voor extra vermogen (P) ongeveer 2 seconden in totdat het waarschuwingslampje (P1) UIT is (modus Maximale concentratie reinigingsmiddel).
- Druk op de AAN/UIT-schakelaar voor reinigingsmiddel (X) om het reinigingsmiddelsystemeuit te schakelen (waarschuingslampje reinigingsmiddel (X1) UIT).
- Houd de reinigingsmiddelschakelaar 2 seconden ingedrukt tot het waarschuingslampje gaat knipperen.
- Als het waarschuwingslampje knippert, kutu door de reinigingsmiddelschakelaar in te drukken de beschikbare percentages bekijken (Opmerking: er zijn alleen percentages beschikbaar die een hogere concentratie hebben of gelijk zich aan de minimale reinigingsmiddelinstelling.
- Zodra het gewenste percentage weergegeven worden op het scherm (C1), stopt u en worden de instelling na 3 seconden opgeslagen.
Indien ingesteld, neemt de stromingsnelheid van het reinigingsmiddel automatisch toe en neemt deze af met de stromingsnelheid van het schone water, maar het percentage reinigingsmiddel blijfdezelfde.

FIGUUR 7
VEGEN
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat u de bedieningsknoppen en de werking waarvan begrijpt.
Vermijd het met een volle machine abrupt stoppen op opritten of hellingen. Maak geen plotselinge scherpe bochten. Matig uw snugheid als u hellingen affrijdt.
Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk "Machine gebruiksklaar make" van deze handleiding. Start de motor volgens de instructies in het hoofdstuk "De ... motor starten" (LPG- en dieelmotoren).
1 Terwijl u zich op de machine bevindt, stelt u de stoel en het stuur in op een comfortabele bedieningsstand.
2 Schakel de handrem (38)uit. Om de machine aan de werkplek te rijden, oefent u met uw voet een gelijkmatige drukuit op het voorste gedeelte van het voor- enchteruitpediaal (37) om vooruit te gaan of op hetchterste gedeelte omchteruit te gaan. Door harder of zachter op het voetpediaal te drukken, kunt u zelf de juiste snugheid bepalen.
3 Druk de schakelaar om de hopper te latent zakken (II) in om ervoor te zorgen dat de hopper zich in de juiste stand bevindt.
4 Druk op de One-Touch™-schroobschakelaar (Y) om de hoofdbezem en de zijbezems te latent zakken. De hoofdbezem, zijbezems, stoffilters en optionele DustGuard™-systemen (indien geinstalleel) starten allemaal wanner het voor- en achechteruitpedaal (37) worden geactiveerd. De zijbezems (CC), stoffilters (FF) en DustGuard™ (DD) können allemaal apart worden uit- en ingeschakeld door de bijbehorende knop in te drukken. OPMERKING: De stortdeur gaat automatisch open wanner de hoofdbezem olaag worden gelaten en sluit waar wanner de bezem omhoog worden gebracht.
Druk alleen op de vlotterschakelaar van de hoofdbezem (GG) wanner u zeer ruwe of ongelijke vloeren veegt. Als u deze functie ook in andere gevallen gebruikt, slijt de bezem sneller. Wanner in de volledige vlotterstand (full float) het waarschuwingslampje van de vlotterschakelaar op AAN staat, drukt u op de vlotterschakelaar (GG) om maar de normale modus terug te keren.
5 Bij het vegen van vloeren waarop zich plassen bevinden, drukt u de schakelaar voor de stofwering (FF) in, om het stofopnamesystem UIT te zetten voor de machine door een plas rijdt. Zet het stofopnamesystem opnieuw AAN wonneer de machine terug op een volledig droge vloer rijdt.
Bij het vegen van natte vloeren dient u de schakelaar voor de stofopname (FF) te allen tjde UIT te latent staan.
6 Voor het instellen van het veegpatroon van de bezem of de veegdruk van de hoofdbezem raadpleegt u het hoofdstuk Onderhoud.
7 Begin in een snelle looppas vooruit te rijden. Rijd langzamer wanner u groe hoeveelheden stof of afval veegt of wanner dat met het oog op de verilheid nodig is. Zorg dat de banen van de bezem met 15 cm overlappen.
8 Als er tijdens het vegen stof uit het bezemhuis komt, is de stofffilter (17) möglichk verstopt. Druk de schakelaar van de schudinrichting (EE) in om de stofffilter waar schoon te makeen. Het stofopnamesystem (FF) zal automatisch worden uitgeschakeld wonneer de schudinrichting geactiveerd is, en worden opnieuw INGESCHAKELD nadat de schudinrichting worden uitgeschakeld (de schudinrichting is voor 15 seconden ingeschakeld). Schakel de schudinrichting (EE) gemiddeld jegere 10 minutes in (afhankelijk van de hoeveelheid stof in de te reinigen ruimte).
De stofffilter moet zo schoon möglichk worden gezchoolen om de machine correct te kunnen bedieren.
9 Kijk af en toe ache ter de machine om te zien of stof en afval inderdaad worden opgezogen. Als er vuil ache terblijf op de baan die u heeft gemaatk, betekent dat doorgaans dat de machine te snel rijdt, dat de bezem opnieuw要去en afgesteld of dat de hopper vol is.
10 Wanner de operatior wil stopen met vegen, drukt u op de One-TouchTM-veegschakelaar (Y). De hoofdbezem en de zijbezems worden hierdoor automatisch omhoog gebracht en gestopt. De stofopname en DustGuardTM (indien geinstalleerd) worden uitgeschakeld. De hopperdeur gaat zich en de motor van de schudinrichting worden 15 seconden ingeschakeld.
HOPPER LEGEN
WAARSCHUWING!
Zorg er alkijd voor dat de veiligheidssteun van de hopper (23) op+zijn plaats zit wanner u onderhoudswerkzaamheden onder of vlakbij een omhoog geklapte hopper gaat uitvoeren. De veiligheidssteun van de hopper (23) houdt de hopper omhoog geklapt, zodat u onder de hopper kunt werkken. Vertrouw voor het veilig ondersteunen van de hopper NOOT op de hydraulische onderdelen van de machine.
OPMERKING: De MINIMUM plafondhoogte die benodigd is voor het omhoog klappen van de hopper om deze te legen, bedraagt 228,6 cm (90").
1 Druk de schakelaar van de filterschudinrichting (EE) in om overtollig vuil uit de stofffilter te verwijden. ONDERHOUDSADVIES: U bereikt het Beste resultaat wanner u de schudinrichting alg indgeschakeldaat wanner de hopper helemaal in de laagste stand staat.
Rijd de machine tot vlakbij een groe vuilniscontainer en houdt de schakelaar om de hopper omhoog te brengen (HH) ingedrukt tot de hopper helemaal in de hoogste stand staat. OPMERKING: De stortdeur sluit automatisch wanner deze schakelaar (HH) worden ingedrukt. U kurz de stortdeur wee openen en sluiten zodia de hopper omhoog begint te komen, zodat u indien gewenst op iedere hoogte het afval kut storten.
3 Rijd de machine vooruit totdat de hopper zich precies boven de afvalbak bevindt en trek cervolgens de handrem (38) aan. Druk de schakelaar voor het openen van de hopper (JJ) in om de stortdeur te openen en de hopper te legen. OPMERKING: Als de hopper Niet worden geleegd in een vuilcontainer, worden het aangeraden het vuil te storten op lage hoogte om opwaaiende stofwolken te vermijden.
4 Plaats de veiligheidssteun van de hopper (23) door de hendel van de veiligheidssteun van de hopper (21) waar achefteren te trekken, en druk verwolgens de schakelaar om de hopper te lately zakken (II) in om de hopper op een veilige manier iets te lately zakken.
5 Controleer de hopperdeur en de Voorste afdichting. Verwijder het afval waar nodig met een gewone bezem. Voor een goede werking moet de hopperdeur nauw aansluten gegen het bezemhuis.
6 Ga wee terug naar de bestuurdersplaats. Schakel de handrem uit. Druk de schakelaar voor het sluiten van de hopperdeur (KK) in om de hopperdeur te sluiten. Rijd de machine acheteruit totdat de hopper Niet更是 boven de afvalbak hangt. Zet de hopper een beetje omhoog en druk de handgreep van de veiligheidssteun van de hopper (21) maar voren tot de veiligheidssteun van de hopper (23) loskomt, en druk verwolgens de schakelaar voor het latent zakken van de hopper (II) in om de hopper te latent zakken. OPMERKING: De bezems worden nicht opnieuw ingeschakeld als de hopper Niet volledig maar beneden staat.


SCHROBBEN
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat u de bedieningsknoppen en de werkking waarvan begrijpt.
Vermijd het met een volle machine abrupt stoppen op opritten of hellingen. Maak geen plotselinge scherpe bochten. Matig uw snugheid als u hellingen afrijdt.
Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk "Machine gebruiksklaar make" van deze handleiding. Start de motor volgens de instructies in het hoofdstuk "De ... motor starten" (LPG- en dieelmotoren).
1 Terwijl u zich op de machine bevindt, stelt u de stoel en het stuur (sturafstelling is optioneel) in op een comfortabele bedieningsstand.
2 Schakel de handrem (38)uit. Om de machine naar de werkplek te rijden, oefent u met uw voet een gelsematige druk uit op het voorste gedeelte van het voor- enchteruiptpedaal (37) om vooruit te gaan of op hetchterste gedeelte omchteruit te gaan. Door harder of zachter op het voetpedaal te drukken, kutu zelf de juiste snelheid bepalen.
3 Houd de schakelaar voor de schoonwatertoevoer (U) ingedrukt om de vloer vooraf nat te make; verwijl de schakelaar wordt vastgehonden, wordt er oplosmiddel toegevoerd. OPMERKING: Hierdoor bestaat er minder kans dat de vloer beschadigd raakt wonneer u begint te schrobben als de borstels nog droog+zijn. Dit moet u doen voordat u de One-TouchTM-schroobschakelaar (R) indrukt.
4 Druk op de One-Touch™-schrobschakelaar (R), waarna de schrobplaat en wisser automatisch waar de vloer zakken. De systemen voor het schrobben, het zuigen, de schoonwatertoevoer en het reinigingsmiddel (EcoFlex-modellen) starten allemaal wanneer het voor- en achechteruitpedaal (37) geactiveerd worden.
De schrobdk is standard ingesteld op Normaal (er gaat een waarschuwingslampje voor de schrobdk branden). Maak gebruik van de schakelaar voor het verhogen (Q) en verlagen (S) van de schrobdk om te wisselen:tussen de normale, sterke en extreme schrobstand. De stromingssnelheid van de schoonwatertoevoer worden automatisch aangepast om overeen te stemmen met de schrobdk.
OPMERKING: De stromingsnelheid van de schoonwatertoevoer kan onafhankelijk van de schrobdruk eenvoudig gewijzigd worden door te drukken op de schakelaar voor het verhogen (T) of verlagen (V) van de schoonwatertoevoer. Wanner u daarna de schrobdruk aanpast, za de stromingsnelheid ook veranderen en hetzelfde zijn als de schrobdruk.
OPMERKING: De systemen voor het schrobben, de schoonwatertoevoer, het zuigen en het reinigingsmiddel (EcoFlex-modellen) worden automatisch geactiveerd wanner er op de One-Touch™-schroobschakelaar (R) worden gedrukt. De verschillende individuele systemen können IN of weer UIT worden geschakeld doorijdens het schrobben de overeenkomstige regelaar in te drukken.
OPMERKING: Wanner de machine acheeruit gaat, komt de zuigmond automatisch omhoog en stopt de schoonwatertoevoer.
5 Begin met schrobben door de machinerecht vooruit in normale looppas te rijden. Overlap elke baan met 5,08 - 7,62 cm. Stel de snelheid van de machine en de toevoer van schoon water zo nodig al naargelang de gesteldheid van de vloer af.
LET OP!
Houd de machine in beweging wanner de bezems draaien (de bezems worden na 2 seconden vertraging UITGESCHAKELD wanner het voor- en achteruitpedaal in de neutrale stand staat) om de vloer Niet te beschadenig.
Breng de schrobplaat omhoog bij drempels.
6 Kijk tijdens het schrobben af en toe achefterom, om te zien of al het vuile water goed wordt opgezogen. Als er water achechterblijft, brengt u misschien te veel schoon water aan, is de vuilwatertank maybeik vol of moet de zuigmond worden bijgesteld.
7 De machine worden automatisch in de staat gebruikte reinigingsmodus gezet, namelijk Minimale of maximale concentratie reinigingsmiddel (indien er reinigingsmiddel is). Druk de schakelaar voor extra vermogen (P) in om de huidige reinigingsmodus op te heffen en de schrobdruk, oplossingstoevoer, en het percentage reinigingsmiddel te verhogen (behalte bij Maximale concentratie). Hierdoor gaat het waarschuwingslampje een minuut lang knipperen, de oplossingstoevoer neem toe tot het volgende niveau en het percentage reinigingsmiddel gaat maar het niveau Maximale concentratie (het reinigingsmiddelsystem wird ingeschakeld indien dit uitgeschakeld was).
OPMERKING: Door de schakelaar voor extra vermogen (P) 2 seconden lang ingedrukt te houden, worden er geschakeld:tussen de bedieningsmodi Minimale en Maximale concentratie. Het EcoFlex-system functieert alleen indien het schrobsystem is ingeschakeld.
8 Bij zeer vuile vloeren is het möglichk dat 'enkel' schrobben Niet voldoende is en kan dubbel' schrobben vereist+zijn. Dubbel schrobben werkt hetzelfde als enkel schrobben, maar bij de eerste keer staat de wisser omhoog (druk op de zuig-/zuigbuisknop (W) om de wisser omhoog te zetten). Zo kan het reinigingsmiddel langer op de vloer inwerken. De spatschemen (8 & 39) konnen indien nodig ook omhoog worden gebracht voor dubbel schrobben en op hun plek gezahlen worden met de arm (AE) zoals in figuur 4 wordt weergegeven. De LASTe keer gaat u over hetzelfde oppervlak, met de zuigmond en spatschemen aan beneden om de opgehoeopte oplossing op te zuigen.
9 De vuilwatertank is voorzien van twee vlotters (52) die ALLE systemen behave het rijd- en veegsystem uitschakelen wanner de vuilwatertank vol is. Wanner de vlotter(s) worden geactiveerd,要去 de vuilwatertank worden leeggemaakt. De machine za geen water opzuigen en nicht schrobben wanner de vlotter geactiveerd is. De machine kan nog steeds voor vegen worden gebruikt.
OPMERKING: Het waarschuwingslampje (J) staat ROOD branden en het symbool voor een volle vuilwatertank (C22) worden weergegeven wanner de vlotter (52) worden geactiveerd. Wanner het bedieningspaneel herhaaldelijk aangeeft dat de tank vol is en dit Niet zo is, controleert u of de vlotters vrij bewegen.
Wanner de operatior wil stoppen met schrobben, drukt u op de One-TouchTM-schrobschakelaar (Y). Hierdoor worden de schrobborstels, schoonwatertoevoer en toevoer van reinigingsmiddel automatisch gestopt. De schrobplaat wordt opgetrokken. Een korteijd later komt de zuigmond omhoog en stoot het zuigsysteme (zodat eventueel overgebleven water nog kan worden opgezogen zonder het zuigsystemeeer in te schakelen).
11 Rijd de machine aan een geschikte AFVOERPLEK en maak de vuilwatertank leeg. Om de vuilwatertank te legen, trekt u de afvoerslang van de vuilwatertank (7)uit de opbergplek en schroeft u de dop los (houd het uiteinde van de slang boven het waterpeil van de tank om te voorkomen dat er plotseling vuil water uit stroomt). Er kan in de afvoerslang van de vuilwatertank (7) geknepen worden om de afvoer van het water te regelen. Daarna vult u de schoonwatertank opnieuw en kunt u doorgaan met schrobben.
OPMERKING: Zorg dat het deksel van de vuilwatertank (5) en de stop van de afvoerslang van de vuilwatertank (7) goed op hunplaats zitten, anders zuijt de machine het water Niet goed op.
Accumodellen: Wanner de accu's opnieuw geladen dienen te worden, wordt het waarschuwingslampje voor accu bijna leeg (C12) weergegeven. Vervolgens worden de schrob- en veegsystemen automatisch uitgeschakeld. Rijd de machine maar een onderhoudsplek en laad de accu's op in overeenstemming met de instructies in het hoofdstuk Onderhoud van deze handleiding.


NA GEBRUIK
1 Breng de schrobborstels en de bezems omhoog.
2 Schud de stofffilteruit en maak de hopper leeg.
Maak de vuiwatertank leeg en spoel deze schoon. Controller of de afsluitdop van de afvoerslang dicht zit.
4 Spoel de zuigmond en de slang van het zuigsystem schoon; open hiervoor het deksel van de vuilwatertank en giet water door de buis aan de achterzijde van de tank. OnderHOUDSADVIES: De vuilwatertank kan via de zijkant uit de machine worden gekanteld voor reiniging nadat de tank is geleegd. Ontrendel de tip-out-verbendeling van de vuilwatertank (3)ussen de oplossing en de vuilwatertank en trek de tank verrolgens met het handvat (25) uit de machine.
5 Verwijder de zuigmond en reinig.Deze.
6 Verwijder de schrobborstels en reinig ze. Keer de schrobborstels om.
7 Reinig de machine met een vochtige doeck.
8 Voer eventuele onderhoud uit voordat u de machine wegzet.
9 Parkeer de machine in een schone, droge ruimte.
10 Schakel de handrem in.
11 Zorg ervoor dat de bezems, de zuigmond en de schrobborstels OMHOOG staan wanner u de machine wegzet, en zet de deksels van de tanks open zodate ze kunnen ontluchten.
MELD ALLE EVENTUELE DEFECTEN OF GEBREKEN DIE U TIJDENS HET GEBRUIK CONSTATEERT ONMIDDELLIJK AAN EEN ERKENDE SERVICEDIENST OF MONTEUR.
DE DIESELMOTOR UITZETTEN
1 Schakel alle functies UIT.
2 Breng de zuigmond, de schrobborstels en de bezems omhoog.
3 Trek de handrem (38) aan.
4 Zet de contactschakelaar (A) UIT en haal de sleutel eruit.
DE LPG-MOTOR UITZETTEN
1 Schakel alle functies UIT.
2 Breng de zuigmond, de schrobborstels en de bezems omhoog.
3 Zet de kraan van de LPG-brandstoftank UIT.
4 Laat de motor stationair draaien totdat alle brandstofuit de leiding is verdwenen.
5 Trek de handrem (38) aan.
6 Zet de contactschakelaar (A) UIT en haal de sleutel eruit.
BELANGRIJKE OPMERKING: Bij een normale werkig za de motor nadat u de contactschakelaar heeft UITGESCHAKELD nog even (1 tot 3 seconden) blijven draaien tot alle brandstof uit het brandstofsysteme is verdwenen.
HYDRAULIEKOLIE CONTROLEREN
Om het peel van de hydrauliekolie te controlleden, opent u de rechtzer zijdeur (35) en tilt u de onderste afdekking (34) eruit. De hydrauliekolietank (49) is zichtaar in de ruimte boven de Voorband. Kijk door de doorzichtige tank om het oliepeil te controlleden. Het peel要去 zich:tussen de lijnen MIN en MAX bevinden. Zie Figuur 10.
Als het oliepeil zich onder de lijn MIN bevindt met de hopper in de omlaagstand, moet u de tank bijvullen met olie. Breng de hopper omhoog en schakel de veiligheidssteun van de hopper in om toegang te krijgen tot de vuldop van de hydrauliekolietank. Opmerking: Met de hopper omhoog stroomt er een beetje olie in de cilinder waardoor het oliepeil daalt. Vul de tank NIET bij tot de lijn MAX met de hopper omhoog. Bijvullen met 10W30-motorolie tot de olie is bijgevuld tot de lijn MIN. Ververs de olie als de olie erg vuil is geworden door een mechanische storing.

ONDERHOUDSSCHEMA
Om de machine in perfecte staat te houden, dient u het onderhoudsschema nauwlettend te volgen. De aangegeven tijden voor de onderhoudswerkzaamheden zijn bedoeld voor gebruik onder normale omstandigheden. Er要去 waarschijnlijk vaker onderhoud worden gepleegd aan machines die in zwaardere omstandigheden worden gebruikt.
| ONDERHOUDSITEM | DAGELIJKS | UITVOEREN | WEKELIJKS | UITVOEREN |
| Voer de "Na Gebruik" onderhoudsstappen uit | X | |||
| Accu opladen (accumodellen) | X | |||
| De handrem controleren | X | |||
| Motorolie controleren (alleen LPG- en thiselmotoren) | X | |||
| Koelvloeistofpeil van de motor controleren (alleen LPG- en thiselmotoren) | X | |||
| Controleren op motor- en koelvloeistoflekkages (alleen LPG- en thiselmotoren) | X | |||
| Waarschuingslampje van de luchtfilter controleren | X | |||
| De hoofd- en zijbezems reinigen | X | |||
| De borstels controleren en reinigen | X | |||
| Tanks en slangen legen/controleren/reinigen | X | |||
| Vuilopvangbak vuilwatertank reinigen (51) | X | |||
| De zuigmond controleren/reinigen/bijstellen | X | |||
| De hopper reinigen | X | |||
| Zijstuk spatschemen reinigen/inspecteren/schrobben | X | |||
| Het schuimfilter van de zuigmotor en zeef, onder de dekel (6) | ||||
| controleren/reinigen/spoelen | X | |||
| Hydrauliekoliepeil controleren | X | |||
| ONDERHOUDSITEM | 15 tot 20 uur | 150 uur | 400 uur | 1000 uur |
| Het vloeistofpeil in de accu controleren (accumodellen) | X | |||
| De accukabels en aansluitingen controleren | X | |||
| Hoofdbezem omkeren | X | |||
| Schoonwaterfilter controleren/reinigen | X | |||
| De schrobborstels omkeren | X | |||
| De hoofd- en zijbezems inspecteren/afstellen | X | |||
| De spreierkoppen van het DustGuard™-systemeim reinigen | X | |||
| Spatschemen van borstelplaat controleren | X | |||
| Stoffilter van de hopper controleren/reinigen | X | |||
| Hopperafdichtingen controleren | X | |||
| Reinigungsmiddelsystem (alleen EcoFlex) zuiveren | X | |||
| Radiator reinigen | X | |||
| Motoronderhoud uitvoeren | X | |||
| Controleren op olieophoping van het LPG-brandstofsysteme | ||||
| EPR en dit oplossen | X | |||
| Het volledige luchtinaatsysteme inspecteren (alleen LPG en diesel) | X | |||
| Het vloeistofpeil en de polen van de accu controleren (alleen LPG en diesel) | X | |||
| Brandstofffilter verwangen (alleen LPG en diesel) | X | |||
| De bougies verwangen (alleen LPG) | X | |||
| Radiator afspoelen | X | |||
| Aandrijfrem voor de dynamo verwangen | X | |||
| ONDERHOUDSITEM | 1500 u. | 1900 u. | 2000 u. | |
| Koolborstels van hoofdbezem controleren | X | |||
| Koolborstels van zijbezem controleren | X | |||
| Koolborstels van schrobborstel controleren | X | |||
| *Motoronderhoud uitvoeren | X |
*Raadpleeg de onderhoudshandleiding voor gedetailleerde onderhoudsinformatie met betrekking tot de genoemde systemen. (Motor, vegen, hopper, besturing, stofffilter, recycling, schrobben, oplossing, stuurinrichting en zuigmond)
DE MACHINE DOORSMEREN - FIGUUR 11
Spuit eenmaal per maand eenkleine hoeveelheid vet in alle smeernippels van de machine totdat het vet er rond de lagers uit begint te sijpelen. Invetpunten (of breng wat vet aan op) (DE):
- As en scharnierpunt van het zuigmondzwenkwiei
Stuurmechanisme - vereist special vet (Nilfisk-Advance PN 56510412) Chevron Open Gear Lube 250 NC.
Smeer de volgende punten (DF) eenmaal per maand met lichte machineolie:
Eindwielenzuigmondinrichting
- Vergrendeling van de brandstoffank (alleen LPG en diesel)
- Vergrendeling van de vuilwatertank
Rempedaal (handrem) aansluiting

FIGUUR 11
DE ACCU OPLADEN (ACCUMODELLEN)
Laad de accu op telkens wanner u de machine heegt gebruikt, of telkens wanner het waarschuwingslampje voor een bijna lege accu (C12) wordt weergegeven.
De accu opladen...
1 Ontgrendel de vergrendeling van de accurimte (20) en open de deur voor voldoende ventilatie.
2 Schakel de accuuit (AB) en sluit het contact van de acculader aan op het contact van de accu.
3 Volg de aanwijzingen op de acculader.
4 Controller na het opladen van de accu het vloeistofpeil van alle accucellen. Voeg zo nodig gedestilleerd water toe totdat het vloeistofpeil zich tot aan de bodem van de vulbuisjes bevindt.
WAARSCHUWING!
Vul de accu nooit voordat u de accu gaat opladen.
Laad de accu uitsluitend op in een goed geventileerde ruimte.
Rook Nietijdens onderhoudswerkzaamheden aan de accu.
LET O!
Om beschadiging van de vloer te voorkomen dient u water en accuzuur na het opladen van de bovenkant van de accu af te vegen.
VLOEISTOFPEIL VAN DE ACCU CONTROLEREN
Controller het vloeistofpeil van de accu minstens eenmaal per week.
Na het opladen van de accu haalt u de accudoppen eraf en controleert u het vloeistofpeil van elke accucel. Vul elke cel tot aan de bodem van de vulbuisjes met gedestilleerd water.
Vul de accu nooit te veel bij!
LET O!
Als de accu te veel worden bijgevuld, kan er accuzuur op de vloer terechtkommen.
Draai de accudoppen vast. Als er accuzuur op de accu aanwezig is, reinigt u de bovenkant van de accu met een oplossing van soda en water (2 eetlepels soda op 1 liter water).

HET ACCUPACK OPLADEN (HYBRIDE MODELLEN)
De motor drijft een generator aan die de hoofdbron is voor elektrische stroom. Het accurapk (32) wordt als reserve gebruikt. Wanneer de motor niet in bedrijf is, kan de machine een beperkte tijd werken met alleen het accurapck. Laad het accurapck op als het waarschuwingslampje voor een bijna lege accu (C12) worden weergegeven (wat duidt op uitschakeling bij laagspanning). Het accurapck kan opnieuw worden opgeladen door de motor in bedrijf te stellen en minstens vier uur met de machine te schrobben. Een tweede optie is om onderstaande stappen te volgen voor het opladen van het accurapck met behulp van een zelflader.
Het accupack opladen...
1 Ontgrendel en opende rechte zijdeur (35).
2 Trek aan de gele hendel (DG) om het accupack te ontkoppelen van de machine bij het contact (DH).
3 Sluit de acculader aan op het contact van de accu (DH).
4 Volg de instructies op de acculader en gebruik een geschikte lader voor accu's met gelingvulling.
OPGELET!
Gebruik uitsluitend een lader die special bedoeld is voor gebruik bij accu's met gelsevulling.
Laat de machine's nachts nooit uitgeschakeld bij laagspanning zonder het accupack op te laden.

ONDERHOUD HOOFDBEZEM
Omdat de hoofdbezem steeds indezelfde richting draait, buigt het borstelhaar na verloop van tijd om, waardoor de bezem minder goed zal vegen. U kunt dit voorkomen door de bezem uit de machine te halen en om te draaien (d.w.z. om te keren). Deze procedure, het omkeren van de hoofdbezem, moet telkens na 15 tot 20 ur bedrijf worden uitgevoerd.
Voor optimale prestaties moet de hoofdbezem worden verrangen als het borstelhaar tot op 6,35 cm versleten is. Telkens wanneer de hoofdbezem wordt verrangen, moet de stoparm van de hoofdbezem opnieuw worden afgesteld. OPMERKING: De lengte van het borstelhaar op een neue bezem bedraagt 9,5 cm.
OPMERKING: Als u de machine wegzet, moet de hoofdbezem omhoog staan.

WAARSCHUWING!
Tijdens deze procedure mag de motor Niet in bedrijf zich.
Hoofdbezem omkeren of cervangen...
1 Zet de contactschakelaar (A) UIT.
2 Open het paneel van de hoofdbezem (36).
3 Zie Figuur 12. Duw het rechtter spatschem (EF) opzij.
4 Trek de tussenarminrichting (EG) daarna uit de Kern van de hoofdbezem. OPMERKING: De tussenarm wordt op+zijn plaats gehonden door de toegangsdeur tot de hoofdbezem (36).
5 Trek de hoofdbezem (EH) uit het bezemhuis en verwijder eventuele draadjes die om de bezem heben gedraaid zitten. Controller ook de spatschemen aan de Voorkant, acheerkant en zijkanten van het bezemhuis. De spatschemen要去en worden verrangen of bijgesteld als ze gescheurd zich on tot op 6,35 mm boven de grond versleten zich.
6 Keer de bezem om en schuif deze wee terug in het bezemhuis. Zorg dat de lipjes op de Kern van de bezem (aan de linkerkant) in de gleufjes in de naaf van het aandrijfmechanisme van de bezem vallen en dat de bezem goed op+zijn plaats zit.
7 Schuif de tussenarm wee terug in de kern van de bezem. OPMERKING: Zorg ervoor dat de lipjes op de tussenarm in de gleufjes in de kern van de bezem vallen.
8 Plaats het rechter spatschem (EF) wee terug en zorg ervoor dat u het spatschem over de twee pennen (EJ) drukt.
9 Sluit en vergrendel het paneel van de hoofdbezem (36).
10 Als u een gebruikte bezem met een neue bezem verrangt, gaat u maar het hoofdstuk Onderhoud hoofdbezem voor het opnieuw afstellen van de bezemhoogte.

FIGUUR 12
ONDERHOUD HOOFDBEZEM
Hoopte van de hoofdbezem afstellen...
1 Rijd de machine waar een plek waar de ondergrond vlak is en trek de handrem aan.
Zie Figuur 13. Druk de One-Touch™-veegschakelaar (Y) in om de hoofdbezem te latent zakken. Verplaats de machine NIET.
3 Druk het voor- ofchteruipedaal (37) Licht in om de hoofdbezem te starten en LAST deze hier 1 minuut draaien. Zo kan de bezem een klein strookje van de vloer opwrijven. Na 1 minuut zet u de bezem weeher omhoog en schakelt u de handrem uit. Verplaats de machine een klein stukje, zodat u het opgewreven plekke sunt zien.
4 Bekijk het opgewreven strookje op de vloer. Als het strookje minder dan 5,08 cm ofeer dan 7,62 cm breed is, moet de hoogte van de hoofdbezem worden bijgesteld.
5 Om af te stellen drukt u tweeemaal op de bezemregelaar (AA), of totdat het waarschuwingslampje van de hoofdbezem (Y1) knippert. Het LCDdisplay (C) geeft de grafiek van de bezemstand (C8) en het hoofdbezemsymbol (C9) weeR. Druk de schakelaar voor het omhoog brengen van de bezemhoogte (Z) (meerdere malen) in om de hoofdbezem omhoog te brengen, of druk de schakelaar voor het latent zakken van de bezem (BB) in om de bezem te latent zakken (de positie-indicator gaat op en neer en geeft de stand van de bezem aan). Na 10 seconden nicht te hebben afgesteld, worden de hoofdbezem in deze stand ingesteld en verlaat u het afstelmenu.
Begin met de positie-indicator bovenaan de grafiek voor een neue bezem. Stel de positie-indicator waar beneden af als de bezem slijt. Vervang de bezem wonneer de positie-indicator de onderkant van de grafiek bereikt.
6 Herhaal stappen 1 tot 5 net zo lang tot het opgewreven strookje 5,08 tot 7,62 cm breed is.
Het opgewreven strookje moet aan beiden kanten van de hoofdbezem even breed+zijn. Als het strookje scheef is, verplaatst u de machine maar een andere plek en herhaalt u stap 1 tot 5. Als het opgewreven strookje dan nog steeds scheef is, moet u voor reparatie contact opnemen met uw Nilfisk-dealer.

FIGUUR 13
ONDERHOUD ZIJBEZEMS
De zichbezems vegen stof en afval dat aan wanden of verhoogde randen ligt waar het veegbereik van de hoofdbezem. Stel de zichbezems zo af dat het borstelhaar in het gebied+tussen (FG) en (FH), zoals weergegeven in Figuur 14, contact maakt met de vloer wanner de bezem omlaag staat en draait.
De zijbezem afstellen...
1 Druk op de One-Touch™-veegschakelaar (Y) om de zijbezems te latent zakken. Verplaats de machine NIET.
2 Zie Figuur 13. Voor afstellen drukt u de bezemregelaar (AA) eenmaal in. Het symbool van de zijbezem worden op het LCD-display (C) weergegeven. Druk de schakelaar voor het omhoog brengen van de bezem (Z) in om de zijbezem omhoog te brengen, of druk de schakelaar voor het latent zakken van de bezem (BB) in om de zijbezem te latent zakken. Na 10 seconden Niet te hebben afgesteld, worden de zijbezem in deze stand ingesteld en verlaat u het afstelmenu.
OPMERKING: Als u de machine wegzet, moet(en) de zijbebem(s) omhoog staan. De zijbebem(s) moet(en) worden verwangen als het borstelhaar tot op 7,62 cm versleten is, want anders werkde zijbebem nicht meer goed.
De zijbezem verrangen...
1 Breng de zichbezem(s) omhoog.
2 Verwijder de groe vingermoer waarmee de zijbezem wordt geborgd en haal de zijbezem en plastic schijf eruit. OPMERKING: De vingermoer aan de rechtzerijde heeft rechtsomdraaiend schroefdraad en de vingermoer aan de linkerzijde heeft linksdraaiend schroefdraad.
3 Plaats de neue zijbezem en plastic schijf door de drie pennen op de juiste positie teplaaten en aan te drukken. Zet de vingermoer wee terug en draai vast.

FIGUUR 14

ONDERHOUD ZUIGMOND
Als de zuigmond smalle banen water achefterlaat, zich de wissers misschien vuil of beschadigd. Verwijder de zuigmond, spoelDEX met warm water af en controllerer de wissers. De wissers要去 omgekeerd of verrangen worden als ze gekrast, gescheurd, gekreukeld of afgesleten zich.
De achefterste wisser omkeren of cervangen...
1 Zie Figuur 15. Breng de zuigmond omhoog van de vloer en trek daarna de vergrendeling van de zuigmond (GA) los.
2 Verwijder de spanriem (GB).
3 Schuif de achefterste wisser van de pennen af.
4 De wisser heeft 4 randen zoals hieronder weergegeven. Draai de wisser zodate er een schone, onbeschadigde rand in de richting van de voorkant van de machine wijst. Als alle vier de randen gekrast, gescheurd of erg afgesleten zich, moet u de wisser verrangen.
5 Plaats de wisser en volg waar bij bovenstaande aanwijzingen in omgekeerde volgorde. Stel daarna de zuigmondeer af.
De voorste wisser omkeren of verrangen...
1 Zie Figuur 15. Breng de zuigmond omhoog. Maak de zuigslang (GC) los van de zuigmond.
2 Draai de (2) knappen voor het verwijderen van de zuigmond (44) los op de zuigmondclips en verwijder de zuigmond (45)uit de montageplaat.
3 Maak de klem (GD) los en verwijder de draagriem (GE) van de voorste wisser (GF).
4 De wisser heeft 4 randen zoals hieronder weergegeben. Draai de wisser zodate er een schone, onbeschadigde rand in de richting van de voorkant van de machine wijst. Als alle vier de randen gekrast, gescheurd of erg afgesleten zich, moet u de wisser verrangen.
5 Plaats de wisser en volg waar bij bovenstaande aanwijzingen in omgekeerde volgorde. Stel daarna de zuigmond wee af.
ZUIGMOND BIJSTELLEN
Hoek van de zuigmond afstellen
Telkens wanner er een wisser omgekeerd ofervangen wordt of als de zuigmond de vloer Niet goed droog zuiigt, moet de hoek van de zuigmond opnieuw worden afgesteld.
1 Parkeer de machine op een vlakke, rechte ondergrond.
2 Laat de zuigmond zakken en rijd de machine iets maar voren.
3 Haal de hendel voor de hellingshoek van de zuigmond (46)uit de beugel. Draai de hendel en LAST deze wee terugvallen in de moer. Gebruik de hendel om de moer te draaien (omhoog of omlaag brengen) zodat dechterste wisser de ondergrond gelijkmatig raakt over de gehele bredte en lichtjes gebogen is, zoals worden weergegeven in de wisserdoorsnede. Wanner de afstelling is voltooid,plaatst u de hendel terug in de moer.



STOFFILTER VAN DE HOPPER
De stofffilter van de hopper moet regelmatig worden gereinigd om ervoor te zorgen dat het zuigsysteme goed blijft werken. Houd u voor een optimale levensduur van de filter aan de aanbevolen onderhoudstijden.

LET OP!
Gebruik uitsluitend de door Nilfisk goedgekeurde große stofffilter voor deze machine. Het gebruik van standardploofilters heeft onvoldoende luchtstroom, ineffectief schudden, en möglichke schade aan de machine tot gevolg.
Draag een veiligheidsbril als u de filter schoonmaakt.
Zorg dat er geen gaatjes in de papieren filter komen.
Reinig de filter in een goed geventileerde ruimte.
Stoffilter van de hopper verwijderen...
1 Zie Figuur 16. Ontrendel de vergrendelingen van het hopperdeksen (16) en til het hopperdeksen omhoog.
2 Draai de twee vingermoeren (HA) los en schuif de motor van de schudinrichting (HB) verrolgens aan rechts aan haal deze uit de hopper.
3 Hang de schudinrichting op de scharnierhaak van het hopperdeksel (HC).
4 Controleer de bovenkant van de stoffiler van de hopper (17) op beschadigingen. Als er zich veel stof bovenop de filter bevindt, betekent dat meestal dat er een gaatje in de filter zit of dat de pakking van de filter beschadigd is.
5 Til de stoffilter van de hopper (17)uit de machine.
6 Reinig de filter volgens een van de volgende methoden:
Methode "A"
Zuig los stof van de filter. Sla de filter verzolgens zachtjesuit gegen een plat oppervlak (met de vuile kant maar beneden) om los stof en vuil te verwijderen. OPMERKING: Zorg ervoor dat u de pakking Niet beschadigd.
Methode "B"
Zuig los stof van de filter. Blaas verwolgens perslucht (met een maximum druk van 100 psi) in de schone kant van de filter (in tegenovergestelde richting van de luchtstroom).
Methode "C"
Zuig los stof van de filter. Spoel de filter onder een zicht straaltje water af (met een maximum druk van 40 psi).
Laat de filter volledig drogen voordat u deze terug in de machine zet. Het worden aanbevolen om een reservefilter bij de hand te honden die u kunt gebruiken als de gereinigde filter droogt.
7 Zorg ervoor dat de richel (HD) Niet vuil worden. Hier maakt de filterpakking contact met de hopper.
8 Volg bovenstaande aanwijzingen in omgekeerde volgorde om de filter weer terug te zetten. Als de pakking op de filter gescheurd is of ontbreekt, moet u deze verrangen. OPMERKING: Zorg ervoor dat u het opnieuw installeert zodat het luchtstroomplaatje maar boven wijst zoals weergegeven.

SPARSCHERMEN CONTROLEREN
LET OP!
Zet de contactschakelaar uit (O) en verwijder de sleutel voordat u de borstels verrangt of voordat u een van de toegangspanelen opent.
De functie van de spatschemen is vuil wateraar de zuigmond leiden, zodat het water better binnen het werkvlak van de machine za blijven.
Bij normala gebruik zullen de wissers uiteindelijk slijten. OPMERKING: De wissers op elke spatscherminrichting worden vastgehonden met borgveren.
De hoofdwisserplaat (JD) omkeren of cervangen...
1 Zie Figuur 17. Draai borgpen (40) los en open de randbescherming (JA) Zoals weergegeven. OPMERKING: Alleen hetrechtier spatschemm heeft randbescherming.
2 Verwijder de twee vleugelmoeren (JB). Verwijder de draagriem (JC) en de hoofdwisserplaat (JD) uit de binnenzijde van het spatschem.
3 De draagriemen haben 4 randen zoals hieronder weergegeven. Draai de wissers zo dat er een schon, onbeschadigde rand in de richting van de voorkant van de machine wijst. Vervang alle wissers als de werkranden gekrast, gescheurd of erg afgesleten zichn.
4 Volg de stappen in ongekeerde volgorde om de hoofdwisserplaat te installereren.
De volgwisserplaat (JD) omkeren of verrangen...
1 Zie Figuur 17. Draai borgpen (40) los en open de randbescherming (JA) Zoals weergegeven. OPMERKING: Alleen hetrechtier spatschemm heeft randbescherming.
2 Ontgrendel de vergrendeling (JE) aan de achterzijde van het spatschem. Trek de band (JF) maar buiten en haak deze los aan de voorzijde van het spatschem. Verwijder de volgwisserplaat (JG) van het spatschem.
3 De volgwisserplaten haben 2 werkkranden. Draai het blad zo om dat er een schone, onbeschadigde rand in de richting van de voorkant van de machine wijst. Vervang alle wissers als de beiden werkkranden gekrast, gescheurd of erg afgesleten zich.
4 Volg de stappen in ongekeerde volgorde om de volgwisserplaat te installereren.

FIGUUR 17
PROBLEMEN VERHELPEN
Indien de hieronder vermelde omstandigheden nicht de oorzaak van het probleem vormen, wil dat zeggen dat er iets ernstigers aan de hand is. Neem in dat geval onmiddelijk contact op met uw Nilfisk-servicedienst voor onderhoud of reparatie.
DOORSLAANDE ZEKERINGEN
De zekeringen bevinden zich op het zekeringenpaneel in de bedieningspost, en beveiligden de elektrische circuits en motoren gegen schade door overbelasting. Als een zekering doorelaat, probeer de oorzaak waarvan dan te vinden.
VACC1 Zekering (CB1 / 20 Amp). Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
VACC2 Zekering (CB2 / 25 Amp). Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
VACC3 Zekering (CB3 / 25 Amp). Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
Zekering van het ontstekingscircuit (CB4 / 5 Amp).Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
Zekering van het stofffilter (CB5 / 10 Amp).Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
Zekering van VACC6 (CB6 / 15 Amp).Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
Zekering van de zijbezem (CB7 / 25 Amp).Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
Zekering van de motor (CB9 / 15 Amp).Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
Zekering van de draadbesturing (CB10 / 25 Amp).Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
Zekering van de gloeibougie (alleen diesel) (CB11 / 40 Amp).Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
ACC-zekering (optioneel) (CB12 / 15 Amp).Mogelijkeoorzaak:zie 1 hieronder
1 Kortsluiting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Zekering hydrauliek (CB8 / 25 Amp). Mogelijkeoorzaak:zie1 en 2 hieronder
1 Kortsluiting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
2 Hopper overbelast (controller hopper)
Als het probleem is verholpen, drukt u de knop in om de zekering opnieuw in te stellen. Als de knop Niet ingedrukt blijft, wacht dan 5 minuten en probeer het daarna opnieuw. Als een zekering steeds wee doorslaat, neem dan contact op met uw Nilfisk-servicedienst voor onderhoud of reparatie.
VACC1-zekering (CB1)
Hoofschoonwaterklep (L1)
Motorcontact linker borstel (K1)
Motorcontact middelste borstel (K2)
Motorcontact rechter borstel (K3)
Motorcontact bezem (K4)
Zuigmotorcontact (K5)
Motorcontact stoffilter (K6)
Zijbezemcontact (K8)
Motorcontact hydrauliekpomp (K11)
Motorcontact hydrauliekpomp (K12)
Motor schudinrichting (M14)
Zwaallicht (LT10)
VACC2-zekering (CB2)
Uitgebrende schrobpomp (M25)
Optionele lagedrukpomp (M23)
DustGuardTM-pomp (M22)
DustGuardTM-klep (L2)
Optionele schoonwaterpomp (M19)
- Claxon (H2)
Hoorbaar back-upalarm (H1)
VACC3-zekering (CB3)
Hulpcontact (K9)
IGN-zekering (CB4)
Handlamp (LT1)
Zekering stofffilter (CB5)
- Stoffiltermotor (M5)
Motorcontact stoffilter (K6)
VACC6-zekering (CB6)
Rechter koplamp (LT2)
Linker koplamp (LT3)
Optioneel parkeerlicht (LT8)
Zekering zijbezem (CB7)
Motor rechter bezem (M8)
Motor linker bezem (M9)
Zijbezemcontact (K8)
Hydrauliekzekering (CB8)
Motor hydrauliekpomp (M10)
Hydrauliekcontact (K11)
Hydrauliekcontact (K12)
Zekering motorsystem (CB9)
Hulprelais (K15)
Zekering draabesturing (CB10)
Stuurcontact (K10)
Zekering gloeibougie (CB11)
Relais gloeibougie (K13)
ACC-zekering (CB12)
- Stopcontact van 12 volt (optioneel)

VACC1
20A
CB1

VACC2
25A
CB2

VACC3
25A
CB3
3




B
10A
CB5
VA
A
3

VACC8
15A
CB6
25A
CB7
25A
CB8

CB9
15A

CB10
25A
A

CB11
40A

CB12
15A 160
ACC

12V=
Zorg er voordat u problemen gaat verhelpen voor dat:
- deoodstopschakelaar (B) op het bedieningspaneel van de operator is uitgeschakeld (rechtsom draaien).
- de zittingschakelaar is dichtgodraaid.
- de afterschermplaat van de accu (AC) is bevestigd (accumodellen).
- doorgeslagen zekeringen worden geseset.
PROBLEMEN VERHELPEN
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| Water worden slecht opgezogen | Versleten of geschuurde wissers | Wissers omkeren of verwangen |
| Zuigmond Niet goed afgesteld | Zuigmond bijstellen totdat de wissers de vloer over de gehele bredte op gelijke hoogte raken | |
| Vuilwatertank vol | Vuilwatertank legen | |
| Lek in afvoerslang vuilwatertank | Afslutdop afvoerslang vastzetten of verwangen | |
| Lek in pakking deksel vuilwatertank | Pakking verwangen/deksel juistplaatsen | |
| Vuildeeltjes in zuigmond | Zuigmond reinigen | |
| Zuigslang verstopt | Vuil verwijderen | |
| Te veel toevoer van schoon water | Verminder toevoer via schoonwaterknop op het bedieningspaneel | |
| Schrobt slecht | Versleten borstel | Borstels omkeren of verwangen |
| Verkeerde borstel | Neem contact op met Nilfisk | |
| Verkeerd reinigingsmiddel | Neem contact op met Nilfisk | |
| Machine rijdt te hard | Rijd langzamer | |
| Niet voldoende toevoer van schoon water | Verhoog toevoer via schoonwaterknop op het bedieningspaneel | |
| Onjuist percentage reinigingsmiddel | Controler percentage reinigingsmiddel indien uitgerust met EcoFlex | |
| Machine veegt nicht� behoren | Bezem Niet goed afgesteld | Stel de bezem af |
| De hopper is vol | Leeg de hopper | |
| Bezemharen versleten of verbogen | Bezem verwangen of omkeren | |
| Spatschemen bezemhuis beschadigd of versleten | Vervang spatschemen | |
| Bezem Niet draaien | Zie onderhoudshandleiding | |
| Te weinig of geen toevoer van schoon water | Schoonwatertank leeg | Schoonwatertank vullen |
| Toevoerleidingen, klep of filter verstopt | Leidingen en klep doorspoelen / schoonwaterfilter reinigen | |
| Oplossing staat UIT | Stroom inschakeni via schakelaar schoonwatertoevoer op bedieningspaneel / controller of afluitklep is geopend | |
| Elektromagnetische klep schoonwatertoevoer verstopt of defect | Reinig de klep of verwang.dequeue (zie onderhoudshandleiding) | |
| Machine werkt nicht | 5 Amp zekering (CB4) doorgeslagen | Op kortsluiting controeren en opniew instellen |
| Noodstop geactiveerd | Draai de noodstopknop rechtsom om te resetten | |
| Regeling hoofdsystem | Op foutcodes controeren (zie onderhoudshandleiding) | |
| Snelheidsregelaar aandrijfsystem | Handrem ingeschakeld | Schakel de handrem UIT |
| Noodstop geactiveerd | Draai de moodstopknop recht som om te resetten | |
| Doorgeslagen zekeringen | Doorgeslagen zekeringen resetten | |
| Zuigen wordenuitgeschakeld en display geeft "VOL" waar verwijl vuilwatertank Niet vol is | Zuigmondslang verstopt | Vuil verwijderen |
| Er worden met hoge snelheid groetheveelheden water opgezogen | Rijd langzamer of zet automatisch aflsuiten van toevoer UIT (zie onderhoudshandleiding) | |
| Geen reinigungsmiddeltoevoer (alleen bij EcoFlex-modellen) | Reinigungspatroon is leeg | Vul het reinigungspatroon bij |
| Toevoerleiding reinigungsmiddel verstopt of geknikt | Reinig het systeme, trek de leidingenrecht om knikken erin te verwijderen | |
| Afsluitdop op reinigungspatroon Niet afgesloten | Draai de aflsuitdop waar vast | |
| Bedrading pomp reinigungsmiddelfagesloten of foufiet aangesloten | Sluit de bedrading (opnieuw) aan | |
| Hoofd- en/of zijbezems doeen het Niet | Vuil rondon het aandrijfmechanisme van de bezem | Vuil verwijderen |
| Hopper is Niet volledig gezakt | Laat hopper volledig zakken | |
| Doorgeslagen zekering | Doorgeslagen zekering resetten | |
| Hopper staat net omhoog | Doorgeslagen zekering | Doorgeslagen zekeringen resetten |
| Hopper overbelast | Controleer de hopper | |
| Hopperdeur staat net open | Stortdeur zit klem door vuil | Verwijder vuil en reinig randen of vuile ruimtes |
| Schrobsystem werkt Niet | Hopper is Niet volledig gezakt | Laat hopper volledig zakken |
TECHNISCHE SPECIFICATIONS (ZOALS OP DE MACHINE GEINSTALLEERD EN GETEST)
| Model | CS7000 Hybride (LPG) | CS7000 Hybride (diesel) |
| Typenummer | 56509003 | 56509004 |
| Veiligheitsklasse | IPX4 | IPX4 |
| Geluidsdrukniveau (ISO 11201) | 82dB LpA, 3dB u(Lw) | 81dB LpA, 3dB u(Lw) |
| Geluidsvermogenniveau (ISO 3744) | 103dB LWA | 102dB LWA |
| Bruto gewicht voertuig | 4676 lbs. (2121 kg) | 4537 lbs. (2058 kg) |
| Transportgewicht | 3636 lbs. (1649 kg) | 3511 lbs. (1593 kg) |
| Trillingen ter hoogte van de handgrepen (ISO 5349-1) | 0,33 m/s² | 0,35 m/s² |
| Trillingen ter hoogte van de handgrepen (ISO 5349-1) Onzekerheid | 0,03 m/s² | 0,03 m/s² |
| Trillingen bij bestuurdersplaats (EN 1032) | 0,03 m/s² | 0,03 m/s² |
| Capaciteit schoonwatertank | 75 gal (284 L) | 75 gal (284 L) |
| Capaciteit vuilwatertank | 75 gal (284 L) | 75 gal (284 L) |
| Tankinhoud van de DustGuard™ | 29 gal (110 L) | 29 gal (110 L) |
| Max. vloerbelasting wiel (rechtenvoorzijde) | 104,5 psi / 0,720 N/mm² | 102,8 psi / 0,709 N/mm² |
| Max. vloerbelasting wiel (linkervoorzijde) | 104,5 psi / 0,721 N/mm² | 107,9 psi / 0,743 N/mm² |
| Max. vloerbelasting wiel (achter in het midden) | 146 psi / 1,007 N/mm² | 136,5 psi / 0,941 N/mm² |
| Stijgvermogen - Transport | 21 % (12 °) | 21 % (12 °) |
| Stijgvermogen - Reinigen | 17,6 % (10 °) | 17,6 % (10 °) |
| Model | CS7000 ePower (accu) |
| Typenummer | 56509005 |
| Voltage, accu | 36V |
| Accuvermogen | 800 AH |
| Veiligheidsklasse | IPX4 |
| Geluidsdrukniveau (ISO 11201) | 72dB LpA, 3dB u(Lw) |
| Bruto gewicht voertuig | 5716 lbs. (2593 kg) |
| Transportgewicht | 4682 lbs. (2124 kg) |
| Trillingen ter hoogte van de handgrepen (ISO 5349-1) | 0,36 m/s2 |
| Trillingen ter hoogte van de handgrepen (ISO 5349-1) Onzekerheid | 0,04 m/s2 |
| Trillingen bij bestuurdersplaats (EN 1032) | 0,02 m/s2 |
| Capaciteit schoonwatertank | 75 gal (284 L) |
| Capaciteit vuilwatertank | 75 gal (284 L) |
| Tankinhoud van de DustGuardTM | 29 gal (110 L) |
| Max. vloerbelasting wiel (rechtervoorzijde) | 126,6 psi / 0,873 N/mm2 |
| Max. vloerbelasting wiel (linkervoorzijde) | 125,1 psi / 0,863 N/mm2 |
| Max. vloerbelasting wiel (achter in het midden) | 147,9 psi / 1,019 N/mm2 |
| Stijgvermogen - Transport | 21 % (12 °) |
| Stijgvermogen - Reinigen | 17,6 % (10 °) |
| Materialsamenstelling en recyclebarheid | ||||
| Type | % van gewichted machine LPG | % van gewichted machine diesel | % van gewichted machine accu | % recyclebaar |
| Aluminium | 0,5% | 0,5% | 0,3% | 100% |
| Elektrisch / motoren / - overig | 27% | 29,3% | 50,1% | 29% |
| Ferrometalen | 53,8% | 51% | 35,2% | 100% |
| Harnassen / kabels | 1,1% | 1,2% | 0,9% | 80% |
| Vloeistoffen | 0,7% | 0,7% | 0,9% | 100% |
| Plastic – Niet-recyclebaar | 1,5% | 1,8% | 1,1% | 0% |
| Plastic - recyclebaar | 0,9% | 0,7% | 0,4% | 100% |
| Polyetheen | 12% | 12,3% | 9,2% | 92% |
| Rubber | 2,5% | 2,5% | 1,9% | 20% |
COIDEPXAHNE
Ctpanuca
Bveidenne D-2
Ietann noocnykubane D-3
PacnopTna Ta6JnUka D-3
Дocтавka D-3
PpeDynpexKdEHHnI npedocTepeKeHnI D-4-D-5
ObuaHOpMaun D-6-D-7
O Bašewe Mašinne / ΠaheJIb ynpaBLeHnna D-8-D-12
IpoTobKaMaunHbKpa6Ote
IpoBepKa MaunHb Ipeed 3KcPnyatauee D-13
Maclio DvirataTeia. D-14
OxlaaJdaHouaJxNdkocTb DnRatena D-15
Bo3dyhblnBtpDbratena D-15
ToPnIBO D-15
Uctanobka 6atapei D-16
OchOBnA yetka nIy noDMetaHn. D-17
Mojuune 1eTkn D-17
HanoIeHnepe3epByapaIpaTbopaIpe3epByapaDustGuardTM....D-18
UnpaBJIeHne MaunHOI D-19
3anyck dni3eIbHoro dBiratela D-19
3anyck 6eH3nHOBOrO DnRatela .D-19
Cnctema moojoer cpeictba (toIbko Ira moJeEe EcoFlexTM).D-20-D-21
Побmetаиме D-22-D-23
OnopoxHeHne 6yHkepa D-22-D-23
Pexim npomblBkn D-24-D-25
PocJIe 3KcIpyatauMaunHbI D-26
Bbiklouehne Dn3eIbHoro Dbratela D-26
BbIKJIIOHHe 6eH3nHOBO DmraTeIa D-26
IindpaBnueckoeMacno D-26
Verklaring van overeenstemming
NL Ondergetekende verzekert dat de bovengenoemde modellen geproduerd zich in overeenstemming met de volgende richtlijnen en standardaards.