6CFI-4GLS - Forn FAGOR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 6CFI-4GLS FAGOR in PDF-formaat.
| Type product | Inbouwgasplaat (fornuis) |
| Merk | Fagor |
| Model | 6CFI-4GLS |
| Afmetingen (B x D x H) | 594 x 520 x 41 mm |
| Uitsparing werkblad | 560 x 490 mm |
| Voedingsspanning | 1N ~ 230V / 50Hz |
| Aantal gasbranders | 4 |
| Vermogen kleine brander | 1,0 kW |
| Vermogen middelgrote branders (2x) | 1,75 kW |
| Vermogen grote brander | 3,0 kW |
| Ontsteking | Vonkontsteking via draaiknoppen |
| Gaslekkagebeveiliging | Ja (thermokoppel) |
| Kleur | Zwart |
| Gassoort | Aardgas 2L (G20) 20 mbar / Propaan-butaan 3B/P (G30) 30 mbar |
| Montage | Inbouw in keukenwerkblad |
| Reiniging | Niet schurend, glasplaat met speciale middelen, branders met water en zeep |
| Veiligheid | Kinderslot (niet genoemd), thermokoppel, gaslekkagebeveiliging |
| Kookpannen minimum diameter | Klein: 90 mm, middel: 120 mm, groot: 140 mm |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen, straalbuizen controleren, jaarlijkse controle door servicedienst |
| Garantie | Installatie door erkende installateur vereist voor garantie |
Veelgestelde vragen - 6CFI-4GLS FAGOR
Gebruikersvragen over 6CFI-4GLS FAGOR
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 6CFI-4GLS - FAGOR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 6CFI-4GLS van het merk FAGOR.
GEBRUIKSAANWIJZING 6CFI-4GLS FAGOR
U bent een gebruiker van onze gasplaat bestemd voor de inbouw in uw keukenwerkblad.
Dankzij het gebruik van moderne technische oplossingen en esthetische aspecten onze gesplaten kunnen uitstekend met elk interieur gecombineerd en willekeurig gemonteerd worden, waardoor u de keukenruimte makkelijk naar uw behoeften en wensen kunt inrichten.
Alle onze gasplaten zijn voorzien van gasbranders met ontstekers, die met behulp van draaiknoppen bediend worden. Sommige modellen zijn eveneens voorzien van gaslekkage beveiliging.
De gasbranders garanderen een volledig stabiele vlam, zodat zelfs een kleine vlam niet gedoofd wordt en als de vlam uitwaait, bv. door een onverwacht overkoken of een harde luchttrek, sluit de gaslekkage beveiliging de gastoevoer naar elke gasbrander af.
De glazen oppervlakte van de plaat is zeer esthetisch en makkelijk om schoon te houden.
Voor het beginnen met gebruik van de plaat neemt u eerst kennis met deze gebruiksaanwijzing. Het houdt de aanwijzingen en tips verbonden met het juist gebruik ervan in.
Wij wensen veel satisfactie en success met ons product.
Fagor
1 ALGEMENE BESCHRIJVING 71
1.1 BESTEMMING VAN HET PRODUCT 71
1.2 TECHNISCHE GEGEVENS....71
1.3 MODELLEN VAN GASPLATEN 72
1.4 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN....72
2 INSTALLATIE 73
2.1 MONTAGE VAN DE GASPLAAT....74
2.2 HET AANSLUITEN VAN DE PLAAT OP DE INSTALLATIE 75
2.3 AANSLUITING OP DE GASFLES MET PROPAAN-BUTAAN....76
4.1 ALGEMENE AANWIJZINGEN 81
4.2 REINIGING VAN DE GASBRANDERS 82
5 STORINGEN 84
6 MILIEUBESCHERMING 85
Let op:
- Voor eerst gebruik van de plaat neem kennis met deze gebruiksaanwijzing.
- Wacht met de installatie tot 8 uur vanaf het plaatsen van het toestel in de keukenruimte.
- De gasplaat wordt uitgevoerd in de eerste klasse beveiliging tegen elektrocutie en eist een aansluiting op een veilig stroomcircuit.
- De aansluiting van de plaat op de gasinstallatie dient door een erkende installateur uitgevoerd te worden, wat op de garantiekaart van het product dient genoteerd worden. Het gebrek aan zulke inschrijving maakt deze garantiekaart ongeldig!
- Voor de installatie dient u controleren of de soort gas in uw installatie hetzelfde is als de soort, waarvoor de plaat is bestemd. De informatie over soort gas kunt u vinden op het typeplaatje van het toestel.
- De ruimte, waarin u het toestel gaat installeren, dient over een juist werkende ventilatiesysteem te beschikken. De ventilatieopeningen dienen altijd open te zijn of u dient over een mechanische ventilatiesysteem te beschikken (bv. een afzuigkap).
- Het is verboden om de reparaties zelf uit te voeren, wat het vervallen van de garantie kan veroorzaken.
- Ingeval van storingen dient u zich wenden aan een geautoriseerde servicedienst of producent
1 ALGEMENE BESCHRIJVING
De gasplaten zijn voorzien van een geintegreerd bedieningssysteem en geschikt voor inbouw in uw keukenwerkblad. Ze zijn bedoeld en gemaakt voor het bereiden van voedsel in het huishouden. Het is verboden om deze toestellen voor andere doeleinden te gebruiken!
| Kenmerken | Model | |||||||
| 6CFI-5GL BUT | 6CFI-5GLST BUT | 6CFI-5GLST NAT | 6CFI-4GLS BUT | 6CFI-4GLS NAT | 6CFI-4GLSB NAT | 6CFIE-4GLS NAT | ||
| Plaat-afmetingen | Breedte [mm] | 700 | 700 | 700 | 594 | 594 | 594 | 594 |
| Diepte [mm] | 575 | 575 | 575 | 520 | 520 | 520 | 520 | |
| Hoogte [mm] | 48 | 48 | 48 | 41 | 41 | |||
| Aansluitspanning 1N ~ 230V 50Hz | ||||||||
| Aantal gasbranders [st.] | Kleine gasbrander ø 45 mm / 1,0 kW | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | |
| Middelgrote gasbrander ø 65 mm / 1,75 kW | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | ||
| Grote gasbrander ø 91 mm / 3,0 kW | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | ||
| Drievoudig gasbrander ø 125 mm / 3,6 kW | 1 | 1 | 1 | — | — | — | ||
| Vonkontstekers ingeschakeld met gebruik van draaiknoppen | • | • | • | • | • | • | ||
| Gaslekkage beveiliging | — | • | • | • | • | |||
| Kleur zwaart zwaart | zwaart | zwaart | zwaart | blank | zwaart | |||
De platen zijn voorbereid voor de aandrijving op:
- aardgas 2L(G20) 20 mbar
- 3B/P-(G30) 30 mbar
Tabel 2
| Soort gas | Kleine gasbrander | Middelgrote gasbrander | Grote gasbrander | Drievoudig gasbrander |
| 2L (G25) 25 mbar | X072 | Z097 | Y118 | T135 |
| 3B/P- (G30) 30mbar | 050 | 065 | 085 | 095 |
6CFI-4GLS BUT, 6CFI-4GLS NAT,
6CFI-4GLSB NAT, 6CFIE-4GLS
(4 gasbranders)
6CFI-5GL BUT, 6CFI-5GLST BUT,
6CFI-5GLST,
(5 gasbranders)
3,0 kW
1,75 kW








1,75 kW
1,0 kW
1,75 kW
3,0 kW

3,6 kW








1,75 kW
1,0 kW
Afb. 1
1.4 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
Het toestel dient alleen door volwassene personen gebruikt worden; het is verboden om kinderen met de plaat te laten spelen en manipuleren.
- Het toestel dient volgens de geldende voorschriften en aanwijzingen van deze gebruiksaanwijzing geinstalleerd te worden. Het is verboden om het toestel in de buurt van brandbare voorwerpen te installeren, bv. gordijnen, handdoeken ezv.
- Na het uitschakelen van het toestel – de gasbranders, elektrische plaat, roosters en pannen met gerechten blijven door een lange tijd heet. Blijf attent zodat kinderen niet in de buurt van de plaat komen en de potten aanraken.
- De aansluitkabels van de mechanische huishoudtoestellen dienen niet in de buurt van hete gasbranders en elektrische plaat komen.
- Gebruik beschermende handschoenen tijdens het aanraken van hete pannen.
- Plaats geen gedeformeerde of onstabiele pannen op de pannendragers, ze kunnen omvallen en de gasbranders of plaat nat maken.
- Blijf in de ruimte tijdens de werking van het toestel, in het bijzonder tijdens braden, omdat de hete vet kan ontsteken.
- Draai de vlam laag of schakel het uit voor het afnemen van de pannen.
-
Het is verboden om het toestel voor de opwarming van de ruimte te gebruiken
• Ingeval van gaslekkage: -
sluit onmiddelijk het ventiel van de gasinstallatie of gasfles,
- ventileer goed de ruimte,
- alarmeer de gasnooddienst.
- Het is verboden om:
- lucifers aan te steken en sigaretten te roken,
- elektrische toestellen of mechanische vonk producerende toestellen in- of uit te schakelen (bv. radiotoestel, bel, lichtschakelaar).
- De storing van het toestel dient u bij de geautoriseerde servicedienst aangeven.
• HET IS VERBODEN OM:
- een grote pan op twee gasbranders te plaatsen,
- een plaat in een ruimte zonder een goede ventilatie te gebruiken,
- de plaat zelfstandig aan een andere soort gas aan te passen, gas- en elektrische installatie wijzigen; elke modificatie van het toestel brengt gevaar voor de gebruiker,
- zelfstandig reparaties uit te voeren,
- het toestel te gebruiken inden de aansluitkabel of stekker beschadigt is,
- de plaat door de kinderen of personen zonder kennis van deze gebruiksaanwijzing te laten gebruiken.
De producent is niet aansprakelijk voor eventuele letsels van personen en materiale schade als gevolg van onjuist gebruik van de gasplaat, gebruik niet met de bestemming of handelingen in strijd met de gebruiksaanwijzing.
2 INSTALLATIE
De producent is niet aansprakelijk voor de schade als gevolg van het niet toepassen van de geldende normen en voorschriften en een aansluiting uitgevoerd door een onbevoegde persoon.
- De keukenruimte, waarin het toestel gaat geinstalleerd worden dient aan de eisen van de Bouwwet vol te doen (Stb. Nr. 89 pos. 484). Deze ruimte dient beschikken over:
- een juiste oppervlakte, die verzekert dat de maximale warmtebelasting van de geinstalleerde gastoestellen de waarde van 930 W/m ^3 niet bedraagt,
- minimale hoogte van 2,2 m,
- een juist werkende ventilatiesysteem (ten minste 1,5 keer luchtverwisseling binnen 1 uur),
- een luchttoestroom (indien geen raam) door de openingen in de buitenmuur van de minimale oppervlakte van 0,016 m ^2 ,
-
een verbrandingstoffen afvoer, bv. door een schoorsteen met de minimale zijwand van 0,14 m
-
Om de negatieve invloed van de luchttrekken op de werking van de gasbranders te verminderen, de platen dienen niet in de lijn raam-deur geinstalleerd te worden.
-
Het toestel dient geinstalleerd te worden op het keukenwerkblad niet hooger dan 850 mm. De wand tegen de plaat dient van de niet brandbare materialen uitgevoerd worden (afb. 2).
-
Boven het toestel dient een ruimte voor de afvoer voor de keukendampen overblijven; het is aangeraden om een afzuigkap te monteren, die deze dampen gaat absorberen of afvoeren. De afstand tussen de afzuigkap en de plaat dient ten minste 650 mm bedragen (afb. 3).
-
Het is verboden om de keukenmeubels direct boven het toestel te plaatsen. De minimale afstand tussen de zijranden van de plaat en de zijranden van de hangende meubelen bedraagt 50 mm (afb. 3).

- Controleer voor de montage alle afmetingen van de plaat en van de opening in het werkblad, waarin de plaat geinstalleerd gaat worden.

Afb.4
- Maak een rechthoekige opening in het werkblad 1 van de afmetingen 490 x 560 [mm] (afb. 4).
- Verwijder de beschermende band van de afdichting.
- Draai de plaat naar beneden en plak de afdichting 2 op de onderkant van de gasplaat (afb. 4 en 5).
- Vervolgens plaats de plaat in de opening in het werkblad en druk zodat de afdichting 2 goed aan het werkblad ligt.
-
Bevestig de plaat op de onderkant aan het werkblad 1 met behulp van de klemmen 3 en schroeven 4, die in de uitrusting zich bevinden.
-
Onder het werkblad dient de rek A gemonteerd worden (afb. 6), die de gebruiker tegen een toevallige aanraking aan de plaat beveiligt. Deze rek dient na de montage van de plaat in het werkblad bevestigt worden

Na het monteren van de plaat in het werkblad, kan het toestel aan de interne gasinstallatie aangesloten worden.
Let op:
- De aansluiting op de gasinstallatie dient volgens de geldende voorschriften te gebeuren.
- De handelingen verbonden met het aansluiten van de plaat aan de gasinstallatie, het instellen van de knoppen en de uitwisseling van de straalbuizen dienen altijd door een bevoegde persoon uitgevoerd te worden.
- Sluit de gasknop voor het beginnen met de aansluithandelingen uit.
- Een slechte uitvoering en overspanning van de installatie kan onjuiste werking of storing van het toestel of gasinstallatie veroorzaken.
- Producent is niet aansprakelijk voor het beschadigen van het toestel of gasinstallatie in de ruimte, als gevolg van foute aansluiting.
De gasplaat is voorzien van een aansluitingsbuis van de doorsnede 1/2". Deze buis dient met gebruik van de juiste gereedschappen aan de gasinstallatie verbonden worden.
AANSLUITING OP AARDGAS
Tijdens de aansluiting van de plaat op aardgas dient u van een koppelstuk met een pakking te gebruiken en de schroefdraad met een teflonband af te dichten.
De plaat kunt u op een interne huisinstallatie vast of met gebruik van een flexibele metalen slang aansluiten.
De manier van de aansluiting staat op de afbeelding 7 aangegeven.

Afdichting met een teflonband
1- Moer
2- Verbindingsbuis van de plaat
3- Pakking
4- Koppelstuk- 1/2“
5- Flexibele metalen slang
6- Verbindingsbuis van de gasinstallatie
Afb. 7
2.3 AANSLUITING OP DE GASFLES MET PROPAAN-BUTAAN
- Het is verboden om het toestel in de kelder of een andere ruimte met de bodem onder de grondhoogte te installeren, vloeibaar gas is zwaarder dan het lucht en kan op de bodem verzamelen.
- De fles dient op een makkelijk toegangbare plaats in de verticale positie geplaatst worden en tegen het omvallen beveiligt worden.
- Om de gasfles aan te sluiten, gebruik een flexibel snoer.
- Gebruik de uiteinde bestemd voor vloeibaar gas met een pakking, zoals op de afbeelding 11.
- Na elke aansluiting van de plaat op de gasfles controleer de dichtheid aan de zijde van hoge druk dwz. de dichtheid van het ventiel van de fles en de verbinding tussen de reductor de de fles eveneens de werking ervan.
- De dichtheid van alle verbindingen en het ventiel op de fles kan gecontroleerd worden door de genoemde plaatsen te smeren met water met zeep tijdens een gewone werkdruk. Het ontstaan van blaren bewijst gaslekkage.

-
Het is verboden om de dichtheid met gebruik van open vuur (bv. lucifers of kaars) te controleren; ontploffingsgevaar!
-
Controleer regelmatig, om de elke half jaar, het toestand van de snoer aan de verbindingen en de dichtheid ervan.
UITWISSELING VAN DE STRAALBUIZEN
Let op:
-
Voor de uitwisseling van de straalbuizen en het instellen van de draaiknoppen trek de stekker uit het stopcontact.
-
Tijdens het instellen van de draaiknoppen, draai de naald niet helemal los.
De plaat is bestemd voor gassoort en druk, die op het typeplaatje van het toestel aangegeven staan.
Ingeval van verandering van de gassoort dient u de straalbuizen uit te wisselen en de draaiknoppen opnieuw in te stellen.
Voor het beginnen met deze handelingen dient u :
- de gasknop op de gasinstallatie of gasfles af te sluiten,
- alle draaiknoppen van de plaat uit te schakelen.
- de plaat van de elektrische installatie uit te schakelen.
Vervolgens:
- de deksels en vlamverdelers van de gasbranders wegnemen,
- de straalbuizen losdraaien met behulp van de steeksleutel nr. 7 en volgens de tabel 2 uitwisselen
- vlamverdelers en deksels opnieuw plaatsen.
- draaiknoppen instellen en de dichtcheid van de verbindingen controleren.

Het instellen van de draaiknop bestaat uit het bepaalen van de minimale vlam van de gasbrander. Om de draaiknoppen in te stellen dienen deze tezamen met het paneel van de bedieningselementen weggenomen te worden.
Vervolgens:
- open het gasdoorstroom, ontstek de gekozen gasbrander en zet op de positie zuinige vlam,
- draai de regelaarschroef A of B (afb. 13), zodat u het minimale vlam verkrijgt die niet uitwaait zelfs een na snelle wijziging van de volle vlam naar ◆ de zuinige vlam ◆ en omgekeerd.
- de instellingen zijn correct, indien de kern van de vlam een vorm van een groen-blauwe kogel van de hoogte 2-4 mm heeft.
indien in de gasinstallatie de schommelingen in de gasdruk aanmerkbaar zijn, de zuinige vlam dient u instellen tijdens een lage druk in de installatie, zodat het niet uitwaait tijdens het normale gebruik.

De gasplaat is voorzien van een spanningskabel zonder stekker
Let op:
- De stekker dient op de spanningskabel door een bevoegde elektro-installateur aangesloten worden.
- Het stopcontact, waarop de stekker gaat zitten dient makkelijk toegangbaar zijn.
- Controleer of tijdens het gebruik van de plaat de spanningskabel niet aan de hete gasbranders raakt.
De plaat is bestemd voor de wisselende spanning van 230V, 50Hz en dient in een geaarde stopcontact ingestopt worden. Het aansluiten op een niet geaarde stopcontact veroorzaakt het risico van electrocutie ingeval van beschadiging van de elektrische installatie van de plaat

Voor het ontsteken van de gasbrander verzeker u zich, dat de draaiknop, die u wilt gebruiken met de juiste gasbrander gaat.

3.1 GEBRUIKSREGELS
- Het is verboden om pannendragers weg te nemem en de pannen direct op de gasbranders te plaatsen.
- Controleer altijd voor het openen van het ventiel van de gasinstallatie en gasfles of alle draaiknoppen uitgeschakeld zijn.
- Controleer of de uiteinden van de ontstekers en thermokoppels zijn schoon en droog, wat hun juiste werking garandeert.
- Raak niet aan de gasbranders, evenals hete kookplaat, pannendragers en pannen.
- Sla niet op de draaiknoppen, gasbranders, kookplaat, ontstekers en uiteinden van thermokoppels.
- Voorkom het overkoken van de gerechten en vocht in de gasbranders.
- In de gasplaten met gaslekkage beveiliging blijf de draaiknoop door 10 seconden indrukken na het gas ontsteken, zodat de vlambeveiliging inschakelt.
- Plaats geen zware voorwerpen op de pannendragers
Juiste en energiezuinige werking van de gasbranders is mogelijk door: - de juiste grootte van de valm,
- keuze van geschikte pannen

A - Vonkontsteker
B- Uiteinde van thermokoppel
Afb. 12
VLAMGROOTTE
- Het doorstroom van het gas in de gasbranders wordt met gebruik van de draaiknoppen geopend.
- De vlam dient nooit buiten de zijkant van de pan uit te slaan, het zou 2/3 van de bodemoppervlakte aanraken. Zulk gebruik garandeert zuinig gasverbruik en voorkomt vervuiling van de pannen.
- De vlamgrootte hangt van de positie van de draaiknop af (afb. 10). Gebruik de hoogste vlam tot het moment van het gerecht aan de kook raakt, verder kan de vlam naar beneden gedraaid worden (zuinige vlam). De vlamgrootte dient tussen de posities ♦en zich bevinden.

• gasbrander uitgeschakeld
volle (grote) vlam
♦ kleine (zuinige) vlam
Afb.13
HET ONTSTEKEN EN UITDOVEN VAN DE GASBRANDERS
Ontsteken van de gasbranders
- druk de draaiknop van de gewenste gasbrander, draai deze naar links, zet in de positie ¿en houdt ingedrukt tot de vlam verschijnt
- als de vlam verschijnt, laat de draaiknop los, gasbrander zou branden,
- houdt de draaiknop nog door 10 seconden ingedrukt om de vlambeveiliging in te schakelen,
- indien de valm uitwaait, herhaal deze handelingen en verleng de tijd van het indrukken van de draaiknop van 5 seconden,
- stel de gewenste vlamgrootte in.
Uitdoven van de gasbranders
- draai de draaiknop naar rechts zodat het in de nulpositie zich bevindt
- De kookpannen voor de gasplaat dienen niet te hoog te zijn, de hoogte dient 2/3 van de bodemdoorsnede bedragen.
- Gebruik altijd schone en droge pannen, omdat op die manier ze de warmte het best doorlaten en houden.
- Gebruik deksels tijdens het koken, het helpt de onnodige verzameling van dampen in de keuken voorkomen.

Een te klein pan ten opzichte van da gasbrander en geen desksel

Een goed gekozen pan
Afb..14
- Minimale doorsneden van de pannen gebruikt op de bepaalde gasbranders:
- kleine gasbrander ø 90 mm
- middelgrote gasbrander ø 120 mm
- grote gasbrander ø 140 mm
- drievoudig gasbrander ø 180 mm
-
4 REINIGING EN ONDERHOUD
Let op:
Voor het wassen en reinigen van het toestel, trek de stekker uit het stopcontact.
4.1 ALGEMENE AANWIJZINGEN
Om een optimale technische en esthetische toestand van de plaat de behouden, dient deze regelmatig gereinigd te worden.
- Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen, draden sponsen, poeders en agresieve chemische stoffen die de oppervlakte van de plaat en draaiknoppen kunnen beschadigen.
- Om de plaat schoon te maken, neem de pannendragers en deksels van de gasbranders weg.
-
Maak de geëmailleerde oppervlakte van de omhulsel van de gasbranders met een vochtig doekje of spons met een toevoeging van een reinigingsmiddel schoon, voorkom te grote hoeveelheid water. Grove vuil verwijder met gebruik van speciale middelen voor keukenreiniging.
-
Voorkom het doorlaten van het water onder de plaat. Controleer of de plaatoppervlakte en de omhuisel van de gasbranders goed schoon is. Het is zeer relevant omdat tijdens de werking van het toestel het vuil op de vlamverdeler verslecht de verbranding van de gasmengsel.
- De vervuilde pannendragers plaats in het warme water met een toevoeging van een reinigingsmiddel, was ze en droog af.
Reiniging van glazen platen:
- Om de restanten van voedsel te verwijderen is het aangeraden om een houten lepel of een schrobber (afb. 12) te gebruiken, blijf attent om de oppervlakte niet te krabben.
- Plaats geen smeltende voorwerpen, zoals aluminium folie of kunststof materialen in de buurt van de gasbranders. Ingeval er toch iets werd gesmolten, verwijder het onmiddelijk (heet) van de oppervlakte van de plaat. Hetzelfde geldt voor gerechten met een hoge inhoud van suiker. Op de hete oppervlakte gaat het suiker snel smelten, wat kan duurzame vlekken veroorzaken. Veranderingen in de kleur van de plaat hebben geen involed op de werking ervan.
- Na het wassen van de plaat, kunt u een onderhoudsmiddel gebruiken, bv CERA FIX.

Reinig gasbranders, ontstekers en uiteinden van thermokoppels na elk contact met gerechten als gevolg van overkoken, maar het is eveneens aangeraden om deze regelamtig te reinigen om stof en vuil te verwijderen.
- Om een gasbrander te reinigen, neem eerst de deksel 1 en vlamverdeler 2 af (afb. 13), plaats ze in warm water met een toevoeging van een reinigingsmiddel en vervolgens was elk deel van de gasbrander.
- Was de deksel met gebruik van een spons of borstel en vlamverdelar – met een borstel van kunstmatig materiaal of een zachte draadborstel. Om de vlamopeningen te reinigen gebruik een stalen draad. Controleer vervolgens of de openingen schoon zijn.

Afb.16
- Controleer of het onderste deel van de vlamverdeler, met name nabij straalbuis schoon is. Vervulilde straalbuizen 4 (afb. 13) kunnen verstoppen, waardoor de branders met een lager vlam gaan branden of helemaal niet gaan branden. Om de straalbuizen te reinigen, gebruik een penseel met een beetje oplosmiddel erop (afb. 14).

- Schone gasbranders moeten nauwkeurig gedroogd zijn, omdat vochtige gasbranders gaan niet branden of kunnen het gas niet juist verbranden. Na het afdrogen plaats alle elementen in de omgekeerde volgorde en let daarbij op om de ontstekers en de uiteinden van thermokoppels niet te beschadigen.

- Tijdens het gebruik van de plaat kunnen storingen opkomen. Enkele geringe storingen kunnen door de gebruiker met behulp van de aanwijzingen van de tabel 3 zelf verholpen worden.
- Tijdens de loopperiode van de garantie alle andere reparaties dan genoemd in de onderstaande tabel, dienen door een bevoegde servicedienst uitgevoerd worden.
- Na het aflopen van de loopperiode van de garantie dient de gebruiker reguliere controles door een servicedienst te laten uitvoeren
Table 3
| Storing | Reden | Verhelpen |
| Brander brandt niet | De openingen in de vlamverdeler zijn verstopt | - Draaiknoppen uitschakelen;- Draaiknop van de installatie voor de plaat uitschakelen;- De ruimte ventileren;- De gasbrander losdraaien en reinigen, met speciale aandacht voor de openingen inde vuurverdeler;- De gasbrander opnieuw correct opzetten en vlam proberen te ontsteken |
| Verstopte (natte) straalbuis van de gasbrander | - Alle elementen van gasbrander losdraaien;- Straalbuis reinigen, eventueel met behulp van een koperen draad (gebruik geen metalen draad en boor niet in de opening) | |
| Ontsteker ontstekt niet (geen vonk) | Onderbreking in het elektrische stroomcircuit | - De zekering van de huisinstallatie controleren, indien verbrandt ruilen |
| Vervuilde gas branders en/of ontstekers | - De gasbranders en ontstekers reinigen en drogen |
Let op:
- Indien na de uitvoering van de boven beschreven handelingen, het toestel werkt eveneens niet, neem contact met de geautoriseerde servicedienst.
- Het is verboden om een gebroken gasplaat te gebruiken, het moet eerst door een vakkundig personeel gerepareerd worden.
- Na een lange onderbreking in het werk van het toestel, dient u dit eerst grondig te reinigen, schakel de draaiknop voor de plaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.

Dit toestel beschikt over de markering volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EC, het symbool van een doorkruiste, verrijdbare afvalcontainer

Dit symbool wijst erop dat na gebruiksperide dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld.
De gebruiker wordt verplicht om het naar een eenheid van inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur brengen.
Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkerde afvalbehandeling van zulke toestellen.