Mein erster Spieleschatz - Bordspel HABA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Mein erster Spieleschatz HABA in PDF-formaat.
| Producttype | Bordspel |
| Merk | HABA |
| Model | Mein erster Spieleschatz |
| Aanbevolen leeftijd | Vanaf 3 jaar |
| Aantal spelers | 1 tot 6 spelers |
| Inhoud van het spel | 3 paarden, 3 koeien, 3 varkens, 3 schapen, 2 rode appels, 2 pruimen, 2 eieren, 2 porties kaas, 2 slablaadjes, 2 wortels, 1 boer, 1 dobbelsteen, 1 veelkleurige dobbelsteen, 6 sterren, 1 maan, 32 geheugenkaarten, 4 boodschappenlijstjes, 3 boerderijkaartjes, 2 speelborden (voor/achterkant) |
| Belangrijkste functies | 10 gevarieerde spellen: In de stal, Werk op de boerderij, Laten we boodschappen doen, Naar de wei klaar af, In de wei en in de stal, Meuh Meuh, Het boerderijquartet, Laatbloeier, Een dag op de markt, De race op de boerderij |
| Materialen | Karton, hout |
| Onderhoud en reiniging | Reinig met een droge of licht vochtige doek. Gebruik geen schurende middelen. |
| Veiligheid | Bevat kleine onderdelen. Niet geschikt voor kinderen jonger dan 3 jaar. Gebruik onder toezicht van een volwassene. |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Onderdelen verkrijgbaar op aanvraag bij de fabrikant. Repareerbaar door de fabrikant. |
Veelgestelde vragen - Mein erster Spieleschatz HABA
Gebruikersvragen over Mein erster Spieleschatz HABA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bordspel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Mein erster Spieleschatz - HABA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Mein erster Spieleschatz van het merk HABA.
GEBRUIKSAANWIJZING Mein erster Spieleschatz HABA
Mijn eerste spelletjesdoos
De grote spelletjesverzameling van HABA

Redactie: Markus Nikisch, Johannes Zirm
Spelletjesoverzicht
Bladzijde
- Boer-erger-je-niet! 54
Voor 2 – 4 kinderen vanaf 3 jaar
- De ijverige boer 56
Voor 1 – 6 kinderen vanaf 3 jaar
- We gaan boodschappen doen 57
Voor 2 – 4 kinderen vanaf 3 jaar
- Op de weide, klaar, af! 58
Voor 2 – 6 kinderen vanaf 3 jaar
- Weide en stal
Voor 2 – 6 kinderen vanaf 3 jaar
- Boe boe 60
Voor 2 – 5 kinderen vanaf 4 jaar
- Boerderijkwartet 62
Voor 3 – 6 kinderen vanaf 4 jaar
- Slaapmuts 63
Voor 3 – 6 kinderen vanaf 4 jaar
- Een dag op de markt 64
Voor 2 – 4 kinderen vanaf 5 jaar
- Wedloop rond de boerderij 65
Voor 2 – 4 kinderen vanaf 5 jaar
Spelinhoud
3 paarden, 3 koeien, 3 varkens, 3 schapen, 2 rode appels, 2 pruimen, 2 eieren, 2 kaaspuntjes, 2 slablaadjes, 2 worteltjes, 1 boer, 1 ogendobbelsteen, 1 kleurendobbelsteen, 6 sterren, 1 maan, spelregels
Speelbord "boerderij" en "markt"
Voorkant: boerderij Achterkant: markt

Speelbord "weide" en "Boer-erger-je-niet!"
Voorkant: weide Achterkant: Boer-erger-je-niet!

32 memokaarten met op de achterkant "weide" of "stal"
Voorkant:

4 boodschappenlijstjes 3 boerderijschijven

1. Boer-erger-je-niet!
Een aan kinderen aangepaste versie van een klassieker voor 2 – 4 spelers vanaf 3 jaar.
Spelmateriaal
Speelbord "Boer-erger-je-niet!", 3 schapen, 3 paarden, 3 varkens, 3 koeien, ogendobbelsteen
Spelvoorbereiding
Leg het speelbord in het midden op tafel. Iedere speler pakt drie dezelfde dieren en zet ze op de bijbehorende stal. Leg de ogendobbelsteen klaar.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het laatst een dier heeft gevoerd, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler.
Jullie moeten je dieren een rondje om het erf naar de juiste voederplaats laten lopen. Naar welke voederplaats jullie je dieren moeten brengen, is te herkennen aan het soort voer. De paarden houden van wortels, de koeien eten graag hooi, de schapen zijn dol op sla en de varkens hebben vandaag trek in lekkere rode appels.
Wie aan de beurt is, gooit met de dobbelsteen.
Wat laat de dobbelsteen zien?
- 3 ogen?
Wat een bof! Je mag kiezen of je een dier uit je stal pakt en op het veld voor de stal zet, of een van je dieren die al op weg zijn, kloksgewijs drie velden vooruit zet.
• 1 of 2 ogen?
Je mag een van je dieren dat al op weg is, het overeenkomstige aantal velden kloksgewijs vooruit zetten.
Daarna is de volgende speler aan de beurt en gooit met de dobbelsteen.
Belangrijke aanwijzingen:
- Als er nog geen enkel dier op weg is, moet je ze eerst uit de stallen halen. En dat kan alleen als je een drie hebt gegooid. Per beurt mag je het drie keer proberen.
- Als er al één of meerdere van je dieren op weg zijn, mag je slechts één keer gooien en een dier net zoveel velden vooruit zetten als je ogen hebt gegooid.
- Bij het zetten worden alle velden meegeteld, ook degene die bezet zijn.
- Er mogen meerdere dieren tegelijk op hetzelfde veld staan.
- Een dier moet altijd precies evenveel velden vooruit worden gezet als het aantal ogen dat de dobbelsteen aangeeft.
- Het fi nishveld moet precies met het juiste aantal ogen worden bereikt. Als dat niet mogelijk is, moet je dier helaas blijven staan.
Einde van het spel
Het spel is afgelopen zodra een van de spelers zijn drie dieren op de bijpassende voederplaats heeft gezet en zo het spel wint.
Variant
Als je op een veld terechtkomt waar al een dier van een medespeler staat, mag je het dier "uit het spel gooien", dat wil zeggen terug in zijn stal zetten. Dit dier moet zijn ronde opnieuw beginnen.
2. De ijverige boer
Een coöperatief spel met de kleurendobbelsteen voor 1 – 6 spelers vanaf 3 jaar.
Spelmateriaal
Speelbord "boerderij", 3 boerderijschijven, 6 sterren, maan, boer, kleurendobbelsteen
Spelvoorbereiding
Leg het speelbord in het midden op tafel en zet de boer op de boerderij. Leg de sterren, de drie boerderijschijven, de maan en de kleurendobbelsteen klaar.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het laatst fruit heeft geplukt, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler.
Met z'n allen helpen jullie de boer met zijn dagelijkse arbeid: dieren voederen, fruit plukken en graan oogsten. Als je aan de beurt bent, gooi je met de kleurendobbelsteen. Kijk waar de boer nu staat.
Is kloksgewijs op het eerstvolgende veld een bloem te zien met dezelfde kleur die de dobbelsteen vertoont?
• Ja?
Wat een bof. Je mag de boer op het volgende veld zetten.
- Nee?
Wat een pech. De boer is moe en moet jammer genoeg blijven staan. De tijd verstrijkt: leg daarom een ster op het hemelveld in het midden van het speelbord.
Daarna is de volgende speler aan de beurt en gooit met de dobbelsteen.
Belangrijke aanwijzingen:
- De grote ronde velden in de hoeken van het speelbord tellen als gewone velden en kunnen alleen met de bijpassende kleur van de dobbelsteen worden bereikt.
- Let goed op! Er zijn een heleboel bloemen die een beetje verstopt zijn.
- Als jullie een van de grote velden weer verlaten, wordt de bijbehorende boerderijschijf erop gelegd, want deze opdracht hebben jullie uitgevoerd!
- Als alle sterren zijn opgebruikt, leggen jullie de maan op het hemelveld.
Einde van het spel
Het spel is afgelopen als alle opdrachten zijn uitgevoerd en de boer zijn huis heeft bereikt, voordat de maan is opgekomen. De ijverige helpers hebben met z'n allen gewonnen.
Als de maan opkomt voordat de boer weer thuiskomt, hebben jullie helaas niet al het werk op tijd kunnen uitvoeren en zijn daarom met z'n allen verloren. Probeer het snel nog een keertje, want een nieuwe dag brengt nieuw geluk.
3. We gaan boodschappen doen
Een eerste boodschappenspel met de kleurendobbelsteen voor 2 – 4 spelers vanaf 3 jaar.
Spelmateriaal
Speelbord "markt", 4 boodschappenlijstjes, 2 rode appels, 2 pruimen, 2 eieren, 2 kaaspuntjes, 2 slablaadjes, 2 wortels, 1 kleurendobbelsteen
Spelvoorbereiding
Leg het speelbord in het midden op tafel. Verdeel de levensmiddelen overeenkomstig hun kleuren over de mandjes van de marktkramen. ledere speler pakt een boodschappen- lijstje. Leg de kleurendobbelsteen klaar.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het laatst op de markt is geweest, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler en probeert als eerste alle levensmiddelen van zijn boodschappenlijstje op de markt te kopen.
Wie aan de beurt is, gooit met de kleurendobbelsteen.
Geeft de dobbelsteen de kleur van een van de levensmiddelen op je boodschappenlijstje aan?
• Ja?
Als je dit levensmiddel nog niet hebt, mag je het van het speelbord pakken en op je boodschappenlijstje leggen. Als je het al hebt verzameld, mag je echter niets pakken.
- Nee?
Helaas. Je mag jammer genoeg niets pakken.
Daarna is de volgende speler aan de beurt.
Einde van het spel
Het spel is afgelopen zodra een van de spelers alle levensmiddelen van zijn boodschappenlijstje heeft verzameld en zo het spel wint.
4. Op de weide, klaar, af!
Een spannend geheugendobbelspel voor 2 – 6 spelers vanaf 3 jaar.
Spelmateriaal
Speelbord "weide", 16 memokaarten met de weide op de achterzijde, boer, ogendobbelsteen
Spelvoorbereiding
Leg het speelbord in het midden op tafel. Verdeel de 16 memokaarten over de weide en zet de boer op een willekeurig wegveld. Leg de ogendobbelsteen klaar.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het snelst drie keer: "het groenste gras" kan zeggen, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler. Hij/zij proberen zoveel mogelijk dieren op de weide te vinden.
Gooi met de ogendobbelsteen en zet vervolgens de boer kloksgewijs net zoveel velden vooruit als het gegooide aantal ogen op de dobbelsteen.
Als de boer nu op een veld terechtkomt waar een dier staat afgebeeld, moet je proberen dit dier in de wei te vinden. Draai nu een memokaartje om.
Staat op het memokaartje hetzelfde dier afgebeeld?
• Ja?
Gevonden! Je mag het kaartje pakken.
- Nee?
Alle spelers proberen het dier op het kaartje te onthouden. Vervolgens wordt het kaartje opnieuw omgekeerd.
Daarna is de volgende speler aan de beurt en gooit met de dobbelsteen.
Belangrijke aanwijzingen:
- Als de boer op een van de hoekvelden terechtkomt waarop geen dier staat afgebeeld, mag je ongezien een memokaartje bekijken.
- Als de boer op een dier terechtkomt dat al is gevonden, mag je de boer naar het eerstvolgende dier dat nog niet is gevonden vooruit zetten.
Einde van het spel
Het spel is afgelopen zodra er geen memokaarten meer op de wei liggen. De speler met de hoogste stapel kaarten wint.
5. Weide en stal
Een klassiek geheugenspel voor 2 – 6 spelers vanaf 3 jaar.
Spelmateriaal
16 memokaarten met de "weide" op de achterkant, 16 memokaarten met de "stal" op de achterkant
Spelvoorbereiding
De kaarten worden geschud en willekeurig in het midden op tafel gelegd. Let erop dat er geen kaarten over elkaar liggen.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het eerst een dier van een boerderij kan noemen, mag beginnen. Je draait een weide- en een stalkaart om.
Zijn er twee dezelfde afbeeldingen te zien (bv. twee paarden)?
• Ja?
Gevonden! Je mag het stel kaarten pakken. Daarna mag je nog eens twee kaarten omdraaien.
- Nee?
Alle spelers proberen om de afbeeldingen te onthouden. Daarna worden de kaarten weer omgekeerd.
Daarna is de volgende speler aan de beurt en gooit met de dobbelsteen.
Einde van het spel
Als alle kaartenparen zijn verzameld, heeft de speler met de hoogste stapel kaarten gewonnen.
Variant
Het spel wordt eenvoudiger als er minder dierenparen worden gebruikt.
6. Boe boe
Een klassiek kaartspel voor 2 – 5 spelers vanaf 4 jaar.
Spelmateriaal
Kaartspel (32 kaarten)
Spelvoorbereiding
De kaarten worden geschud. ledere speler krijgt vijf kaarten en neemt ze in de hand zonder ze aan de andere spelers te laten zien. De overgebleven kaarten worden verdekt op een stapel in het midden op tafel gelegd. De bovenste kaart van de stapel wordt omgedraaid en open naast de stapel kaarten gelegd.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het laatst kaplaarzen heeft gedragen, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler. Hij/zij moet nu proberen een van zijn/haar kaarten op de kaart te leggen die open op tafel ligt.
Belangrijk:
de kaart die wordt weggelegd, moet of dezelfde kleur (geel, blauw, rood of groen), of dezelfde afbeelding (bv. kaplaarzen) hebben als de kaart die open bovenop de stapel ligt. Als je geen kaart weg kunt leggen, moet je een nieuwe kaart van de verdekte stapel pakken. Deze kaart mag je echter niet meteen uitspelen, ook al zou hij passen. Als de kaarten van de verdekte stapel zijn opgebruikt, worden de openliggende kaarten behalve de bovenste kaart opnieuw geschud en verdekt op een stapel gelegd.
Daarna is de volgende speler aan de beurt.
Sommige kaarten hebben een speciale betekenis:
- De emmer
Als je deze kaart weglegt, mag je een kleur kiezen. De volgende kaart die wordt neergelegd, moet deze kleur hebben.
- De kruiwagen
Als je deze kaart weglegt, mag je gelijk nog een kaart wegleggen. Als je geen bijpassende kaart hebt, moet je een kaart van de stapel pakken.
- De mestvork
Nu moet de volgende speler twee kaarten van de stapel pakken.
- De vogelverschrikker
De volgende speler moet een beurt overslaan. De daaropvolgende speler is aan de beurt.
Zodra een speler nog maar één kaart in zijn/haar hand houdt, roept hij/zij luid: "boe". Als men dit vergeet, moet hij/zij voor straf twee kaarten van de verdekte stapel pakken.
Einde van het spel
Wie zijn/haar laatste kaart kan wegleggen, roept luid: "boe boe" en heeft het spel gewonnen.
Tip:
Het spel wordt eenvoudiger als enkele of alle speciale betekenissen van de kaarten worden weggelaten. Als jullie willen, kunnen jullie natuurlijk ook andere speciale betekenissen verzinnen. Wat zouden jullie ervan denken als bij de tractor de speelrichting verandert of bij een melkbus een koe moet worden nagedaan?
7. Boerderijkwartet
Een klassiek kaartspel voor 3 – 6 spelers vanaf 4 jaar.
Spelmateriaal
Kaartspel (32 kaarten)
Spelvoorbereiding
Alle kaarten worden geschud en over alle spelers verdeeld. Hierbij kan het gebeuren dat sommige spelers meer kaarten krijgen dan anderen. Houd de kaarten in je hand en kijk of er vier kaarten met dezelfde afbeelding tussen zitten (bv. vier mestvorken). Dit wordt een "kwartet" genoemd. Wie een kwartet heeft, legt het open voor zich op tafel. Als iemand aan het begin meer dan één kwartet heeft, worden de kaarten weer verzameld, geschud en opnieuw verdeeld.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het laatst zijn kamer heeft opgeruimd, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler en mag aan een medespeler naar keuze om een bepaalde afbeelding vragen (bv.: "Heb je een tractor?").
Heeft de medespeler een kaart met deze afbeelding?
• Ja?
Dan moet hij hem aan de speler geven die om de kaart heeft gevraagd. Hij moet echter alleen een kaart afstaan als hij meerdere kaarten met deze afbeelding in zijn hand houdt. De speler die heeft gevraagd, mag nu aan dezelfde of aan een andere speler om een volgende afbeelding vragen.
- Nee?
Hij hoeft geen kaart af te geven. In plaats daarvan mag hij nu zelf aan een speler naar keuze om een kaart vragen.
Zodra een speler een kwartet in zijn hand heeft, legt men dit voor zich neer.
Einde van het spel
Zodra alle kwartetten op tafel liggen, is het spel afgelopen. De speler met de meeste kwartetten wint.
8. Slaapmuts
Een kaartspel voor 3 – 6 uitgeslapen spelers vanaf 4 jaar.
Spelmateriaal
Kaartspel (32 kaarten), 6 sterren, boer, maan
Spelvoorbereiding
Alle kaarten worden geschud. Vervolgens krijgt iedere speler vijf kaarten (bij drie spelers zes kaarten) en houdt ze ongezien in de hand. Leg de sterren, de boer en de maan klaar. Overgebleven kaarten gaan terug in de doos.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het vroegst is opgestaan, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler en pakt de boer. Hij is gedurende deze ronde de spelleider.
De spelleider geeft het bevel: "Kaarten ruilen!". Nu geven alle spelers tegelijk een verdekte kaart aan hun linkerbuurman door. Iedere speler neemt de nieuwe kaart gelijk in de hand.
Het doorgeven wordt herhaald tot een van de spelers drie kaarten met dezelfde afbeelding in de hand houdt (bv. drie emmers). Nu mag hij direct al zijn kaarten open voor zich neerleggen en houdt onopvallend een vinger tegen het puntje van zijn neus. De medespelers die dit merken, leggen eveneens al hun kaarten voor zich neer en raken de punt van hun neus aan.
Wie als laatste nog kaarten in zijn hand heeft en geen vinger tegen zijn neus houdt, is in deze ronde de slaapmuts. Deze speler krijgt een ster. Als alle sterren zijn verdeeld, krijgt hij de maan.
Er begint een nieuwe ronde. De kaarten worden opnieuw geschud en verdeeld. De boer wordt kloksgewijs aan de volgende speler doorgegeven. In deze ronde is hij de spelleider.
Einde van het spel
Zodra de maan is uitgedeeld, is het spel afgelopen. De speler met de minste houten stukken wint. Bij gelijkspel zijn er meerdere winnaars.
Tip:
Als het niet duidelijk is wie als laatste zijn kaarten heeft neergelegd, beslist de spelleider.
9. Een dag op de markt
Een kleurendobbelspel waarbij voor het eerst tactische overwegingen een rol spelen voor 2 – 4 spelers vanaf 5 jaar.
Spelmateriaal
Speelbord "markt", 4 boodschappenlijstjes, 2 rode appels, 2 pruimen, 2 eieren, 2 kaaspuntjes, 2 slablaadjes, 2 wortels, kleurendobbelsteen
Spelvoorbereiding
Leg het speelbord in het midden op tafel. Verdeel de levensmiddelen overeenkomstig hun kleur over de mandjes van de marktkramen. Leg de boodschappenlijstjes voor iedereen zichtbaar naast het speelbord en leg de kleurendobbelsteen klaar.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het eerst drie dingen noemt die op de markt gekocht kunnen worden, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler en probeert zoveel mogelijk boodschappenlijstjes te veroveren.
Wie aan de beurt is, gooit met de kleurendobbelsteen.
Liggen er op het speelbord nog levensmiddelen met de gegooide kleur van de dobbelsteen?
• Ja?
Pak een van de bijpassende levensmiddelen van het speelbord en leg het op een boodschappenlijstje waarop dit levensmiddel staat afgebeeld. Is een van de boodschappenlijstjes compleet, dan mag je het pakken. De volgende speler is aan de beurt.
- Nee?
Helaas. Je mag jammer genoeg geen levensmiddel pakken en neerleggen.
De volgende speler is aan de beurt.
Einde van het spel
Het spel is afgelopen zodra alle levensmiddelen zijn verdeeld. De speler met de meeste boodschappenlijstjes wint. Bij gelijkspel zijn er meerdere winnaars.
10. Wedloop rond de boerderij
Een spannende wedloop met de kleurendobbelsteen voor 2 - 4 spelers vanaf 5 jaar.
Spelmateriaal
Speelbord "boerderij", 1 schaap, 1 paard, 1 varken, 1 koe, boer, kleurendobbelsteen
Spelvoorbereiding
Leg het speelbord in het midden op tafel. Iedere speler pakt een dier en zet het op de boerderij. Houd de boer en de kleurendobbelsteen klaar.
Spelverloop
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Wie het laatst een haas of een egel heeft gezien, mag beginnen. Als jullie het niet eens kunnen worden, begint de jongste speler. Wie aan de beurt is, zet de boer op het veld waarop zijn eigen dier staat en gooit met de dobbelsteen (bij het begin van het spel is de boerderij het startveld van de dieren).
Staat er kloksgewijs op het volgende veld een bloem met dezelfde kleur als op de dobbelsteen?
- Ja?
Wat een bof. Je mag de boer op dit veld zetten. Nu kan je verder gooien of je beurt beeindigen.
Als je je beurt wilt beëindigen, zet je je dier op het veld waarop de boer staat en geef je de boer aan de volgende speler door. Deze is nu aan de beurt en gooit met de dobbelsteen.
- Nee?
Wat een pech. Je dier blijft helaas staan. Geef de boer aan de volgende speler door. Deze is aan de beurt en gooit met de dobbelsteen.
Belangrijke aanwijzingen:
- Je kunt net zo vaak blijven gooien als je wilt en de boer vooruit zetten. Je mag echter je dier pas op het veld bij de boer zetten als je vrijwillig besluit om niet verder te gooien.
- Als je een kleur gooit waarvan er geen bloem op het volgende veld is, is je beurt onmiddellijk voorbij. Je dier blijft op zijn plaats staan.
- De grote velden tellen als gewone velden en kunnen ook alleen met de bijpassende kleur van de dobbelsteen worden bereikt.
- Let goed op! Er zijn een heleboel bloemen die een beetje verstopt zijn.
Einde van het spel
Het spel is afgelopen zodra een van de spelers zijn dier opnieuw op de boerderij heeft gezet en zo het spel wint.
De illustrator

Roger De Klerk, in 1956 in de omgeving van Antwerpen geboren, houdt ervan om zijn fantasie in gedetailleerde tekeningen tot uitdrukking te brengen. Tijdens zijn opleiding aan een Belgische academie voor schone kunsten en zijn daaropvolgende werk als striptekenaar, heeft hij zijn voorliefde voor spel- en boekillustraties ontdekt.
Roger de Klerk is getrouwd en heeft twee zoons. Hij werkt als freelance illustrator in Antwerpen en rijdt graag met zijn mountainbike door Vlaanderen.

Kinderen begrijpen de wereld spelen-
derwijs. HABA begeleidt hen hierbij met spellen en speelgoed dat nieuwsgierig maakt, fantasie volle meubels, knusse accessoires, sieraden, geschenken en nog veel meer. Want kleine ontdekkers hebben grote ideeën nodig.
