CT126 - Rijmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CT126 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Rijmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CT126 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CT126 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING CT126 HUSQVARNA
1. Veiligheiïdsregels
Veilige bedieningsmethoden voor zittrekkers
Lees de instructies aandachtig. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Laat kinderen of mensen die niet bekend zijn met de in- structies, de maaimachine niet gebruiken. Het is mogelijk dat plaatselijke voorschriften een beperking stellen aan de leeftijd van de bestuurder. Maai nooit terwijl mensen, vooral kinderen, of huisdieren in de buurt zijn. Bedenk dat de bestuurder of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of risico’s die andere mensen of hun eigendommen kunnen overkomen. Geen passagiers vervoeren. Alle bestuurders dienen vakkundige instructies te ontvan- gen. Bij dergelijke instructies dient de nadruk te worden gelegd op: - de noodzaak voor aandacht en concentratie bij het werken met zittrekkers; - een zittrekker die op een helling wegglijdt, kan niet onder controle worden gehouden door te remmen. De hoofdredenen voor besturingsverlies zijn: a) onvoldoende houvast; b) te snel rijden; c) ontoereikend remmen:; d) het soort machine is niet geschikt voor de taak; e) gebrek aankennis van heteffect van bodemcondities, Vooral hellingen:; f) verkeerd vastkoppelen en verkeerde verdeling van de lading.
Inspecteer om brandgevaar te voorkomen, of er afvalo- phopingen zijn bij de tractor, de maaier en achter alle beveil- igingen en verwijder die — voor het gebruik, als u brandstof tankt en aan het einde van iedere maaisessie. Draag tijdens het maaien altijd stevige schoenen en een lange broek. Gebruik de machine nietblootsvoets ofterwil u open sandalen draagt. Inspecteer de plek waar de machine zal worden gebruikt, grondig en verwijder alle voorwerpen die door de machine kunnen worden weggeslingerd. WAARSCHUWING - Benzine is licht ontvlambaar. - Bewaar brandstofin blikken die speciaal voor dat doel zijn bestemd. - Tank alleen buiten en rook niet tijdens het tanken. - Tank voordat u de motor start. Draai de dop nooit van de benzinetank af of tank nooit terwijl de motor draait of heet is. -_ Als benzine is gemorst, probeer de motor dan niet te starten maar haal de machine van de plaats vandaan waar u benzine heeft gemorst en zorg dat u geen ont- stekingsbron teweeg brengttotdat de benzinedampen zijn verdreven. -_ Draaïi de dop van alle brandstoftanks en -blikken weer goed vast. Vervang defecte geluiddempers. Inspecteer voér het gebruik altijd of de messen, mes- bouten en maai-inrichting niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten ofbeschadigde messen en bouten in sets om het evenwicht in stand te houden. Op machines met meerdere messen dient u eraan te denken dat het draaien van één mes andere messen kan doen draaien.
Il. BEDIENING Laatdemotornietdraaienineenbeslotenruimtewaargevaar- like koolmonoxydedampen zich kunnen verzamelen. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht. Voordat u de motor gaat starten, moetu alle meshulpstuk- koppelingen uitschakelen en naar de vriloop schakelen. Gebruik de trekker niet op hellingen van meer dan 5°. Denk eraan dat er geen“veilige” hellingen bestaan. Bijhet rijden op hellingen met gras dient men extra voorzichtig te zijn. Zo zorgt u ervoor dat de trekker niet omslaat: - stop en start niet plotseling bij het op- of afrijden van een helling. -__ schakel de koppeling langzaam in, houd de machine altijd in de versnelling, vooral bij het afrijden van een heuvel; - de snelheid van de machine dient op hellingen en in scherpe bochten laag te worden gehouden; -__kijk uit voor bulten en kuilen en andere verborgen gevaren; - _ maai nooît dwars op de helling tenzij de maaier voor dit doel is ontworpen. Wees voorzichtig bij het trekken van ladingen of het gebruik van zwaar materieel. -__ Gebruïk alleen goedgekeurde aanhaakpunten voor een trekstang. -__ Beperk de lading tot hetgeen u veilig kunt hanteren. - Maak geen scherpe bochten. Wees voorzichtig bij achteruit rijden. - Gebruik contragewicht(en) of wielgewichten wanneer dat in de handleiding wordt aangeraden. Kijk uit voor het verkeer wanneer u de weg oversteekt of zich nabij een weg bevindt. Stop de messen voordat u andere opperviakken dan gras oversteekt. Voer bij het gebruik van hulpstukken het material nooit af in de richting van omstanders en laat niemand in de buurt van de machine komen terwijl deze in bedrijf is. Gebruik de maaimachine nooit met defecte bescherm- kappen en schermen of zonder beveiligingsinrichtingen op hun plaats. Verander de instelling van de motorregelaar niet en laat de motor niet met te hoge toeren draaien. Als de motor mette hoog toerental draait, kan het risico van lichamelijk letsel groter worden. Voordat u de bestuurdersstoel verlaat: - de aftakas uitschakelen en de hulpstukken neerla- ten; -__ naardevriloopschakelenendeparkeerreminschakelen:; - de motor stoppen en de sleutel verwijderen. Schakel de aandrijving naar de hulpstukken uit, stop de motor en maak de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltie, -__voordat u opgehoopt materiaal weghaalt of een ver- stopte afvoer leeg maakt; -__ voordat u de maaimachine controleert, schoonmaakt of eraan werkt; -__nadat u een ongewenst voorwerp heeft geraakt. In- specteer de maaimachine op schade en voerreparaties uit voordat u de machine weer start en gebruikt; - als de machine abnormaal beginttetrillen (onmiddellijk controleren). - vor dem Entfernen von Verstopfungen aus dem Mäh- werk oder dem Auswurf;
Schakel de aandrijving naar de hulpstukken uit tijdens transport of als ze niet worden gebruikt. Stop de motor en schakel de aandrijving naar het hulpstuk uit, -_ voordat u tankt; -_ voordat u de opvangzak verwijdert; -__voordat u de hoogfte verstelt tenzi de hoogte vanuit de bestuurdersplaats kan worden ingesteld. Minder gas tijdens het uitlopen van de motor, en als de motor met een afsluitklep is uitgerust, moet u de brand- stoftoevoer aan het einde van het maaien afsluiten.
IV. ONDERHOUD EN OPSLAG
Houd alle moeren, bouten en schroeven goed vastge- draaid zodat u er zeker van kunt zijn dat de machine in een veilige bedrijfsstaat verkeert. Sla de machine nooitin een gebouw op, waar dampen een open vlam of vonk kunnen bereiken, terwijl zich benzine in de tank bevindt. Laat de motor afkoelen voordat u hem in een besloten ruimte opbergt. Beperk brandgevaar: houd de motor, geluiddemper. ac- curuimte en benzine-opslagruimte vrij van gras, bladeren of een overmaat aan smeervet. Controleer de opvangzak vaak op slijtage of verwering. Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veil- igheidsredenen. Als de brandstoftank afgetapt moet worden, moet dit buiten worden gedaan. Op machines met meerdere messen dient u eraan te denken dat het draaien van één mes andere messen kan doen draaien. Wanneer de machine moet worden geparkeerd, opge- slagen of alleen moet worden gelaten, moet de maai- inrichting neergelaten worden tenzij een mechanische vergrendeling wordt gebruikt. WAARSCHUWING: Maak de bougiekabel altijd los, plaats hem waar hij de bougie niet kan raken teneinde onverhoeds startente voorkomentijdens het opstellen, vervoeren, afstellen of uitvoeren van reparaties. MODEL PNC ML | SERIAL NO.
+ Monteer de verlengas (1). + Monteer de stuuraskap. Let erop dat de stuurtaps in de kap in de respectievelijke gaten vallen. + Haaldestuuradaptervanhetstuurafenschuifde adapterop hetverlengstukvan de stuuras. Controleer ofde voorwielen rechtnaar vorenstaan gerichten plaats hetstuurop denaaîf. + Bevestig de grote platte Sluiring, de borgring en de 5/16 zeskantbout. Zet ze stevig vast. + Klik het inzetstuk in het midden van het stuur.
Verwijder de bevestigingselementen waarmee de zitting aan de kartonnen verpakking bevestigd is en zet deze bevestig- ingselementen opzi voor het monteren van de zitting op de trekker. Verwijder de kartonnen verpakking en werp die weg. N.B. Controleer of de snoer correct is aangesloten op deveil- igheidsschakelaar (1), op de houder van de zitting. Plaats de stoel op de zitpan zodat de kop van de borstbout zich over het grote sleufgat in de pan bevindit (2). Druk op de stoel totdat de borstbout in de sleuf past en trek de stoel vervolgens naar de achterzijde van de tractor. Haal de stelschroef (3) aan. STOEL AFSTELLEN Til de afstelhendel (4) op en schuif de stoel naar een com- fortabele positie waarin u de koppeling/rem helemaal in kunt duwen. Laat de hendel los om de stoel op die plaats vast te zetten.
N.B.: Als deze accu na de maand en het jaar, aangegeven op het etiket, in bedrijf wordt genomen, laad de accu dan minstens één uur op met 6-10 A. WAARSCHUWING: Doe voor het intalleren van de accu alle metalen voorwerpen: armbanden, ringen, horloges enz., uit. Anders kan het contat tussen deze voorwerpen en de accu brandwonden veroorzaken.
Voer de buis van het bovenste frame van de opvangbak (1) door de lus (2) aan de bovenkant van het textiel van de opvangbak (laat de lusdelen aan de uiteinden los). Zorg eerst dat de twee gaten aan de rechterkant van het bovenste gelaste onderdeel (4) van het frame van de opvangbak op een lijn liggen met de overeenkomstige gaten in de buis van het bovenste frame van de opvangbak (1). Bevestig twee slotbouten (5) van 1/4”- 20 x 1,25 en zet ze vast met twee moeren (6) van 1/4”. Zorg dat de twee gaten aan de linkerkant van het bovenste gelaste onderdeel (4) van het frame van de opvangbak op een lijn liggen met de overeenkometige gaten in de buis van het bovenste frame van de opvangbak (1). Bevestig twee slotbouten (5) van 1/4”- 20 x 1,25 en zet ze vast met twee moeren (6) van 1/4”. Bevestig nog twee slotbouten (7) aan de achterkant aan de zijkanten van de buis van het bovenste frame van de opvangbak, en draai de borgmoeren (8) met de hand vast.
Leg het deksel van de opvangbak ondersteboven (laat daarbij de beschermende afdekking intact). Schuif het inzetstuk van de handgreep van de opvangbak (9) in het verzonken deel aan de binnenkant van het deksel van de opvangbak. Zorg ervoor dat de twee uitsteeksels aan de bovenkant op hun plaats klikken in het deksel van de opvangbak. De tanden aan de onderkant van het inzetstuk van de handgreep van de opvangbak zouden op hun plaats moeten schuiven tussen de tanden op het deksel van de opvangbak. Schuiftwee vierkantmoeren (10) in de twee vierkante gleuven aan de voorkant van het deksel van de opvangbak en twee vierkantmoeren in de twee vierkante gleuven (een gleuf aan elke kant) aan de achterste handgreep van het deksel van de opvangbak. Draai de opvangbakassemblage (3) ondersteboven, en zorg daarbij dat de gaten in het frame op één lijn komen te liggen met de gaten in het deksel van de opvangbak, en zorg ervoor dat de bovenste gelaste buizen van het frame vastzitten in de kunststof houder in het inzetstuk van de handgreep van de opvangbak (9). Bevestig vier zeskantige bouten van 1/4” (11) (1/4-20 UNC x 1.15) in de gaten met vier vierkantmoeren (10) en draai ze aan tot ze helemaal vast zitten. Bevestig twee schroeven van 1/4” (12) (1/4-20 UNC x 1.15 Geel) in de gaten in het midden van het bovenste gelaste onderdeel van het frame.
Zet de assemblage weer met de goede kant naar boven. Bevestig twee slotbouten van 1/4” (13) aan de onderkant van het voorste frame van de opvangbak (14) en draai de borgmoeren (15) met de hand aan. Voer het voorste frame van de opvangbak (14) door de textiellussen aan de voorkant van de opvangbak. Klik de onderkant van het voorste frame van de opvangbak (14) in het kunststof vastklikonderdeel aan de voorkant van de onderkant van de opvangbak. Schuifdetextiellusdelenvandeopvangbakaandeuiteindenvan debakopdebuizenvanhetbovensteframe van deopvangbak. Schuif twee zeskantige bouten van 1/4” (16) door de gaten aan de bovenkant van het voorste frame van de opvangbak en draai ze in de moeren aan de binnenkant van de buizen van het bovenste frame van de opvangbak. Schuif de kunststof klem (17) naar beneden in de textiellus van de opvangbak aan de rechterkant en klik deze vast op het voorste frame van de opvangbak (14) 101 mm (4 inch) van de bovenkant van de buis van het Voorste frame van de opvangbak. Maak de borgmoeren (21) aan de achterkant van het bovenste frame van de opvangbak en aan de onderkant van het voorste frame van de opvangbak los en bevestig aan elke kant kruisbeugels (22). Bevestig de borgmoeren (21) weer en draai ze volledig vast. Schuif de rubberen afsluiter (23) naar de bovenkant van de metalen handgreep (24) van de opvangbak. Schuif de handgreep (24) van de opvangbak naar beneden door de bovensie lasgaten van het deksel van de opvangbak en het frame. Schuif de vorkbout (25) door het gat aan de onderkant van de handgreep van de opvangbak en schuif de steunveer (26) in het gat aan het uiteinde van de vorkbout tot deze op zijn plaats vastklikt. Duw de kunststof afsluiting (27) terug zodat hij op zijn plaats schiet achter de steunribben (28). Zorg dat de gaten in de grasdeflector (29) op een lin liggen met de nokken in het deksel van de opvangbak. Bevestig eerst een zeskantige bout (30) (1/4"-15 x 1/2") van 1/4" aan de zijkant, zoals getoond. Bevestig vervolgens een zeskantige bout (31) (1/4"-15 x 1/2") van 1/4” aan de bovenkant, zoals getoond.
Voor het bevestigen moet de motor van de tractor zijn uitgeschakeld en moet hij op de parkeerrem staan. Identificeer, terwijl u achter de tractor staat en de opvangbak van de achterplaat (1) is gehaald, het schakelgebied (2) voor een volle bak. (Zie Fig. 1)
Fig. 1 VOORKANT ———> TRACTOR (a) Fig.2 Fig.3 Neem de “opvangbak vol”-hendel (3) van de opvangbak en schuif het uitsteeksel (4) in de bovenste gleuf en draai de hendel (3) totdat deze op zijn plaats klikt (Zie Fig. 2 en Fig. 3) Bevestig de schoep (5) niet voor zwaar/nat gras. Gebruik voor lichtere grassen de schoep (5) op stand “1”, “2” of “3” (stand “3” is voor het lichtste of droog gras). Kies uw instelling en draai de schoep (5) van de opvangbak zodanig dat het gewenste nummer (de instelling) naar u toe gekeerd is. Plaats de schoep (5) op de hendel (3) zodat het uitsteeksel (6) aan de onderkant van de “opvangbak vol”-hendel (3) door de juiste rechthoekige gleuf gaat en zorg ervoor dat de gaten in de “opvangbak vol”-hendel en -schoep op één lin liggen. Voer de schroef (7) door de gaten van “opvangbak vol”-schoep (5)en-hendel(3)enmaakdezevastmeteenmoer(8) (ZieFig.3) De instelling kan worden gewijzigd door de sluitingen (7 en
8) los te maken en de schoep (5) te verwijderen/draaien en
weer vast te zetten.
Voor het bevestigen moet de motor van de tractor zijn uitgeschakeld en moet hij op de parkeerrem staan. Bevestig de vergrendelingsveren (1) in de bevestigingsgaten op de achterplaat. Steek een zeskantige bout (2) door elk gat voor de vergrend- elingsveren en het overeenkomstige gat in de achterplaat. Draai een borgmoer (3) vast aan de bout aan de andere kant van de achterplaat.
Bevestig de dekplaat van de opvangbak (1) door de kunststof stijlen aan de voorzijde van de dekplaat (1) in de overcenkomstige gleuven aan de voorkant van het deksel van de opvangbak te buigen. Klap de achterkant van de dekplaat (1) naar beneden tot hij op het deksel van de opvangbak rust. Schuïf de hele dekplaat (1) van de opvangbak naar achteren zodat de tanden onder de opening in de dekplaat (1) in de tanden in het handgreepdeel van het deksel van de opvangbak schuiven Bevestig de drukmoeren (2) aan de kunststof stijlen om de dekplaat (1) aan de voorzijde vast te zetten. Bevestig de achterzijde van de dekplaat (1) aan het deksel van de opvangbak en maak hem vast door twee #8 schroeven (3) naar boven te draaien door de achterste handgreep van het deksel van de opvangbak in de dekplaat (1).
3. Beschrijving van functies
1. Schakelaar verlichting
Metde gashendel wordt hettoerental van de motor geregeld en daardoor ook de rotatiesnelheid van de messen. Is de hendel in de voorste stand gezet, is de chokefunctie ingescha-keld. Staat de hendel in de achterste stand, loopt de motor stationair. Tussen deze beide buitenposities ligt de vol-gas stand.
De versnelingsbak heeft versnellingen vooruit, neutraal-stand en achteruitstand. Er kan van de neutraalstand recht-streeks tot de hoogste versnelling geschakeld worden, zonder oponthoud bi iedere versnelling. Gebruik de koppeling bij iedere versnelling! Het starten kan plaatsvinden onafhankelijk van de positie van de versnellingspook. N.B.! Laat de machine tot stilstand komen door van achteruit naar vooruit of andersom te schakelen. Schakelen tussen de ver- snellingen vooruit mag niet gebeuren, wanneer de machine in beweging is. Gebruik nooit geweld bij het schakelen.
La chiave d'accensione prevede quattro diverse posizioni: OFF I circuiti elettrici sono interrotti ROSON Sistema per operazioni in retromarcia (ROS) collegato ON Attivazione del cisrcuito elettrico START Inserimento del motorino di avviamento. Sistema per operazioni in retromarcia (ROS) - Permette l'opera- zione della falciatrice o altro elemento collegato mentre in fase di marcia indietro (Vedi sezione 5 - “Guida”) PERICOLO! Prima di lasciare la macchina, togliere sempre la chiave. @_ 7. Stuurslot/contact De contactsleutel heeft vier verschillende standen: OFF Alle elektrische stroom uitgeschakeld ROS ON Systeem voor achteruit - ROS) aangesloten ON De elektrische stroom ingeschakeld START Startmotor ingeschakeld Systeem voor achteruit - ROS) — Maakt het mogelijk het maaierdekte gebruiken of een ander aangekoppeld apparaat dat elektrisch wordt aangedreven als men achteruit rijdt (Zie sectie 5 - “Rijden”) WAARSCHUWING! Laat nooit de sleutel in het contact zitten, wanneer de ma- chine zonder toezicht wordt achtergelaten.
1. Druk de rempedaal in tot op de bodem.
2. Breng de parkeerremhendel naar boven en houdt hem
Om de parkeerrem vrij te maken, behoeft u alleen de rem- pedaal in te drukken.
4. Maatregelen véér het starten.
+ Spingere il pedale frizione/freno fino in fondo e mante- nere. + Conil motore accesso, girare la chiave di accensione in direzione antiorario con il ROS in posizione "ON". + Guardare giù e indietro prima di fare retromarcia. + Spostare la leva del cambio in posizione di retromarcia {(R) e rilasciare lentamente il pedale frizione/freno per iniziare il movimento. *_ Quando l'utilizzo nel ROS non serve pit, girare la chiave diaccensione in direzione orario conil motore in posizione "ON". Systeem Voor Achteruit (ROS) Uw'tractor is uitgerust met een systeem voor achteruit (ROS). Elke poging door de bestuurder om achteruit te rijden waarbij het aankoppelingspedaal actief is, zal de motor doen afslaan, tenzi het contactsleuteltje zich in de "ON'"-positie van de ROS bevindt. WAARSCHUWING! Achteruit rijden met het aenkoppelinge spedaal actief tijdens het maaien wordt sterk afgeraden. Als men de ROS "ON:" zet, om achteruit rijden met het aankop- pelingspedaal actief mogelijk te maken, dient dit alleen te gebeurenals de bestuurder beslist dat hetnodigis de machine een andere positie te geven met wat aangekoppeld is. Maai niet achteruit, tenzij dit absoluut nodig is.
+ Druk de koppeling/het rempedaal totaal in en houd dit vast. + De motor loopt en draai de contactschakelaar tegen de klok in naar de positie "ON" van de ROS. + Kijk naar beneden en achter u voor u achteruit rijdt. + Verplaats de versnellingshendel naar de positie achteruit (reverse —R) en laat langzaam het koppelingspedaal/het rempedaal los om met bewegen te beginnen. + Wanneer men de ROS niet langer nodig heeft, draait u het contactsleuteltje met de klok mee in positie "ON" van de motor
Consigli per il taglio dell’erba Pulire il prato da pietre e altri corpi estranei. Individuare ostacoli fissi. Cominciare con un'altezza di taglio elevata e scendere progressivamente. I migliori risultati si ottengono con un elevato regime del motore (lame che girano veloci) e marcia bassa (la mac- china si muive lentamente). Se l'erba non è alta o folta à possibile passare ad una marcia superiore o diminuire il regime senza peggiorare sensibilmente il risultato. ‘I migliori prati sono quelli tagliati spesso. Il taglio à più uniforme e il tagliato si distribuisce più uniformemente su tutta la superficie. Il tempo necessario complessivo à uguale. Evitare di tagliare un prato bagnato. Il risultato non è sod- disfaciente dato che le ruote affondano nella superfice del tappeto erboso. Lavare il tagliaerba con acqua dopo ogni uso. Verwijder stenen en andere voorwerpen van het gazon, die weggeworpen kunnen worden door de messen. Localiseer en markeer grotere stenenofandere vastevoor- werpen, om ze bij het maaien te kunnen vermijden. Start met een hoge maaihoogte en verlaag deze tot gewenste maairesultaat is verkregen. Hetmaairesultaat wordt het beste met een hoogtoerental (de messen roteren snel) en een lage versnelling (de machine beweegt zich EE et gras niet al te hoogen dicht begroeid, kan de rijsnelheidtoenemen door een hogere versnelling te kiezen, of door het toerental te verla-gen, zonder dat het maairesultaat merkbaar minder wordt. Het mooiste gazon wordt verkregen, als het vaak wordt gemaaid. Het maaien geschiedt gelikmatiger en het ge- maaide gras wordt ook gelikmatiger over het opperviak verdeeld. Hettotale tijdsbestek voor het maaien wordt niet langer, daar een grotere rijsnelheid kan wordentoegepast, zonder dat het maairesultaat minder wordt. Vermijd een nat gazonte maaien. Het maairesultaat wordt minder, daar de wielen in de zachte grasmat zakken. Spoel de onderkant van de maaikastnaiedere maai-beurt schoon met water.
@ Voor het onderhoud van de motor Zie motor handleiding Olie aflaatklep + Neem het kapje weg en breng de aflaatbuis aan. + Om de klep te openen druk lichtjes in, draai om tegen wijzerzin en trek uit. + Om de klepte sluiten, druk in en draai om in wijzerzin. + Verwijder de aflaatbuis en breng het kapje aan.
BESTUURDER + Wanneer de motor loopt, dient elke poging door de bestuurder om zijn stoel te verlaten zonder eerst de parkeerrem in te stellen de motor uit te zetten. + Wanneer de motor loopt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om zijn stoel te verlaten de motor af te sluiten. + Hetaankoppelingspedaal dient nooit te werken, tenzij de bestuurder in zijn stoel zit.
CONTROLEER HET SYSTEEM VOOR ACHTERUIT
WERKEN (ROS) + Als de motor loopt en de contactschakelaar zich in de positie "ON" van de motor bevindt en het aankoppeling- spedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om over te schakelen naar achteruit Rraverse) de motor af te sluiten. + Als de motor loopt en de contactschakelaar zich in de positie "ON" van de ROS bevindt en het aankoppeling- Spedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om over te schakelen naar achteruit (reverse) de motor niet afte sluiten.
Lame Per avere il migliore risultato di taglio, è necessario che le lame siano ben affilate. Sostituirle se usurate o danneggjiate. A tale scopo utilizzare una lima o una mola. NOTA: E' importante affilare le due estremità della lama in modo uniforme per non creare disequilibri. RIMOZIONE DELLE LAME: + Sollevare la macchina per avere accesso alle lame. + Rimuovere il bullone dalla lama. + Montare una nuova lama o una lama con palettaura posteriore rivolta verso il piatto, come indicato. ATTENZIONE: Per assicurare un buon fissaggio centrale della lama, è necessario che questa combaci perfettamente con il mozzo. + Riposizionare il bullone sulla lama, quindi serrare ac- curatamente (coppia 45-55 piedi/libbra) ATTENZIONE: bullone speciale per lama, trattato termica- mente, secondo la Classe 8. (@ Messen Voor de beste resultaten moeten de maaimessen scherp gehouden worden. Vervang gebogen of beschadigde mes- sen. Het slijpen kan geschieden met een vil of met een slijpschijf. N.B.: Het is zeer belangrijk dat beide uiteinden van het mes even-veel worden geslepen, om onbalans te voorkomen. MES VERWIJDEREN + Zet de maaier in de hoogste stand om bij de messen te kunnen. + Haal de mesbout eraf. + Monteer een nieuw of geslepen mes waarbij het sleep (hulp) mes omhoog naar het maaidek gericht moet zijn, zie afbeelding. BELANGRIJK: Omzekerte zijn van goede montage moethet centrumgat in het mes passen met de ster op de mandrijn. + Zet de mesbout er weer op en draai goed aan (137-168 cm Lbs. Koppel). BELANGRIJK: Speciale mesboutis heet-behandeld, Graad8.
sia in posizione di folle (N) NOTA: Quando le ruote posteriori del trattore si muovono liberamente, il meccanismo del cambio è posizione folle. Quando sitenta di springere manualmenteiltrattore in avanti, le ruote posteriori dovranno bloccarsi e slittare. Se le ruote posteriore ruotano, significa che necessario sottoporre i frenie a revisione. contattare un o un altro centro assistenza qualificato. @D De rem controleren Als de tractor meer dan vijf (5) voet nodig heeft om te stop- pen in de hoogste snelheid in de hoogste versnelling op een vlakke, droge betonnen of geplaveide ondergrond, moet de rem worden nagekeken. U kunt ook als volgt de rem controleren:
1. Parkeer de tractor op een vlakke, droge betonnen of
geplaveide gndergrond duw het rempedaal helemaal in en schakel de parkeerrem in.
2. Controleer of de gecombineerde versnellingsbak en
achterbrug in “vrijloop” (N) staat. N.B.: Wanneer de achterwielen van de tractor vrij bewegen, staat de versnellingsbak in vrijloop. De achterwielen moeten blokkeren en slippen als u de tractor handmatig vooruit probeert te duwen. Als de achterwielen draaien, moet de rem worden nagekeken. Neem contact op met een of een ander deskundig servicecentrum.
DE AANDRUFRIEM VAN DE MAAIUNIT VERWIJDEREN
1. Parkeer de tractor op een vlakke ondergrond. Schakel de
parkeerrem in. . Zet de hendel van de hefinrichting in de laagste positie.
3. Verwijder vuil of vet dat zich rond de spillen en op het hele
bovenopperviak heeft gevormd.
4. Verwijder de riem van de koppelingspoelie (M), spilpoelie
(R) en alle vrijlooppoelies (V).
DE AANDRIJFRIEM OP DE MAAIUNIT INSTALLEREN
1. Installeer de riem om de beide spilschijven (R) en om de
draagrolschijven (V) zoals op de afbeelding. Installeer de riem op de riemschijf van de koppeling (M). BEL ANGRUK Controleer of de riem goed in alle riemschijf- groeven van de maaiunit loopt.
3. Zet de hendel van de hefinrichting in de hoogste positie.
@ De maaiunit nivelleren Zorgervoor dat de bandentot de PSI-waarde die op de banden zelfstaat aangegeven zijn opgepompt. Als de bandente hard oftezachtzijn, kan dathetuiterlijk van uw grasveld beïnvioeden zodat u denkt dat de maaiunit niet goed is afgesteld.
BEIDE KANTEN OP HET OOG UITLIJNEN
veld toch niet gelijk is gemaaid, kijkt u welke kant van de maaier dieper maait.
2. Draai met een verstelbare sleutel of een sleutel van 3/4"
de afstelmoer van de hefkoppeling (A) naar links om de maaier te verlagen, of naar rechts om de maaier te verhogen (Fig. 1). .B.: ledere volle slag van de afstelmoer wijzigt de hoogte van de maaier met ongeveer 3/16".
3. Test uw afstelling door wat ongemaaid gras te maaien
en te kijken hoe het resultaat eruitziet. Stel de maaiunit indien nodig verder af totdat u tevreden bent met het resultaat.
1. Parkeer metalle banden op de juiste spanning de tractor
op een vlakke ondergrond of op een oprit. À OPGELET: Het mes is scherp. Bescherm uw handen met handschoenen en/of wikkel dikke doeken om de messen.
2. Breng de maaier omhoog tot de hoogste positie.
3. Plaats aan beide zijden van de maaier het mes aan de
zijkant en meet de afstand (A) van de onderste rand van het mes tot de grond. De afstand moet aan beide zijden hetzelfde zijn (Fig. 2).
4. Zie de stappen 2 van de instructies voor het op het oog
uitliinen als de messen afgesteld moeten worden.
5. Controleer de metingen opnieuw, en stel de messen af
totdat beide zijden gelijk zijn.
BELANGRIJK: Het oppervlak van de maaier moet overal dezelfde hoogte hebben. Voor de beste maairesultaten moeten de maaimessen zodanig worden afgesteld dat de voorkant 1/8" tot 3/8" lager is dan de achterkant wanneer de maaier in de hoogste stand staat. A OPGELET: Het mes is scherp. Bescherm uw handen met handschoenen en/of wikkel dikke doeken om de messen. + Breng de maaier omhoog tot de hoogste positie. + Plaatsallemessenzo, dat de puntrecht vooruit wijst. Meet de afstand (B) tot de grond bij de voorste en achterste punt van het mes (Fig. 3). + Ganaarde voorkant van detractor als de voorste punt van het mes niet 1/8" tot 3/8" lager is dan de achterste punt. + Haalmeteen 11/16"ofverstelbare sleutel de blokkeermoer Averschillende slagen los om afstelmoer B vrij te maken. + Draai met een 3/4" of verstelbare sleutel de afstelmoer van de voorste koppeling (B) in de richting van de klok (vast) om de voorkant van de maaier opte heffen oftegen de richting van de klok in (los) om de voorkant van de maaier te laten zakken (Fig. 4). N. ledere volle slag van de afstelmoer wijzigt de hoogte van de maaier met ongeveer 1/8" + Controleer de metingen opnieuw en stel indien nodig verder af totdat de voorste punt van het mes 1/8" tot 3/8" lager is dan de achterste punt. + Houd de afstelmoer in positie met de sleutel en draai de blokkeermoer goed vast tegen de afstelmoer.
EN ACHTERBRUG De gecombineerde versnellingsbak en achterbrug moet in “vriloop” staan wanneer de schakelhefboom zich in de vrijloopstand (N) bevindt (sluitboomgrendel). Dit is reeds in de fabriek afgesteld. Mocht afstelling toch noodzakelik zijn, ga dan als volgt te werk: + Controleer of de gecombineerde versnellingsbak en achterbrug in “vrijloop” (N) staat. N.B.: Wanneer de achterwielen van de tractor vrij bewegen, staat de versnellingsbak in vrijloop. *___Zet de stelbout voor het rechter achterwiel los. + Plaats de versnellingshendel in de vrijloopstand (N). + Zet de stelbout stevig vast. N.B.: Als extra ruimte nodig is om bij de stelbout te komen, het maaiwerk in de laagste stand zetten.
@ DEKREINIGINGSPOORT Hetmaaidek van uwtrekkeris aan de bovenkant uitgerustmeteen reinigingspoort als onderdeel van het dekreinigingssysteem. Dit systeem dient na elk gebruik van de maaier te worden gebruikt. - Rijd de trekker naar een vlakke, open plek op uw gazon, dicht genoeg bij een waterkraan om met de tuinslang te bereiken. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat de uitworp van de trekker is weg- ericht van uw huis, garage: geparkeerde auto’s, enz. Verwijder le opvangbak of mulchplaat indien bevestigd. + Zorgervoor dat de PTO (Blade Engage) niet is ingeschakeld, schakel de parkeerrem in en schakel de motor uit. Schroef de mondstukadapter (A) (bevindt zich in de verpak- king van de gebruiksaanwijzing bij uwtrekker) op hetuiteinde van uw tuinslang (B). Trek de borgkraag van de mondstukadapter terug en druk de adapter op de dekreinigingspoortlinks op het maaidek (C).Laat de borgkraaglos om de adapter ophetmondstukte bevestigen. BELANGRIJK: Trek aan de slang om te controleren of de slang goed is gekoppeld. + Draai de waterkraan open. + Gaopdebestuurdersstoel van de trekker zitten, start de motor en plaats de gashendel in de stand “Fast” C'<') (snel). BELANGRIJK: Controleer nog een keer of de ruimte voor de uitworp vri is. + _Zet de PTO (Blade Engage) van de trekker in de positie ON (AAN). Blijf op de bestuurdersstoel zitten met het maaidek ingeschakeld totdat het dek schoon is. Zet de PTO (Blade Engage) van de trekker in de positie OFF (UIT). Draai de startsleutel in de positie STOP om de motor uit te schakelen. Draai de waterkraan dichit. Trek de borgkraag van de mondstukadapter terug om de adapter van de reinigingspoort los te koppelen. Verplaats de trekker naar een droge plaats, bij voorkeur met een betonnen of bestrate ondergrond. Schakel de maaidek- PTO in om overtollig water te verwijderen en de machine te helpen drogen alvorens de trekker weg te zetten. WAARSCHUWING: Een kapotte of ontbrekende reinigingsaansluiting kan u of anderen blootstellen aan voorwerpen die door contact met de messen worden uitgeworpen. + __Vervang een kapotte of ontbrekende reiniging- saansluiting onmiddellijk, alvorens de maaier opnieuw te gebruiken. + Dicht evt. openingen in de maaier met bouten en borgmoeren.
7. Ricerca guasti. 7. Het localiseren van fouten.
1. Eris geen benzine in de tank.
le startmotor trekt de motor niet De accu is leeg. Slecht contact tussen kabel en accupool. Aan/uitschakelhendel in foutieve stand. De hoofdzekering is defect. Het stuurslot/contact is defect. Het veiligheidscontact voor koppelings/rempedaal is defect. Koppelings/rempedaal niet ingedrukt. NO DaBSRDRD De motor loopt niet gelijkmatig
4. Het luchtfilter zit dicht.
5. De ventilatie van de brandstoftank is verstopt.
6. De ontsteking is verkeerd ingesteld.
7. Vuil in de brandstofleidingen.
De motor lijkt zwak/weinig vermogen
1. Het luchtfilter is verstopt.
3. Vuil in de carburateur of brandstofleiding.
4. De carburateur is verkeerd ingesteld.
De motor raakt oververhit De motor is overbelast. De luchtinlaat of de koelribben zitten verstopt. De ventilator is beschadigd. Te weinig of geen olie in de motor. Het voorgloeien is defect. De bougie is defect. DAHBOND = De accu laadt niet op
1. De zekering is defect.
2. Een of meer cellen zijn beschadigd.
3. Accupolen en kabels maken geen contact.
De verlichting werkt niet
1. De gloeilampen zijn stuk.
3. Één of beide messen zijn in onbalans, veroorzaakt
door beschadiging of slechte balans na het slijpen. Hoogte van gemaaid gras is ongelijk De messen zijn bot. De maaikast staat niet recht. Lang of nat gras. Grasophoping onder de kap. De luchtdruk in de banden is links en rechts niet gelijk. Te hoge versnelling. De aandrijfriem slipt. NOHmBOD =
@D Aan het einde van elk maaisezoen moeten de volgende matregelen worden genomen: Maak de hele machine schoon, in het bijzonder de bin- nenkant van de kap van de maaikast. Geen water onder hoge druk gebruiken om het voertuig te reinigen. Er kan water in de motor en in de transmissieorganen komen, wat de levensduur van het voertuig verkort. + Herstel lakbeschadigingen om roest te voorkomen. + Ververs de olie in de motor. + Maak de benzinetank leeg. Laat de motor draaien totdat er ook in de carburateur geen benzine meer is. + Verwijder de bougie en laat een eetlepel motorolie in de cilinder lopen. Draai de motor rond zodat de olie wordt verdeeld en schroef daarna de bougie weer vast. + Haal de accu weg. Laad de accu op en bewaar deze op een koele plaats. Bescherm de accu tegen strenge kou. + Zet de machine in een droge overdekte ruimte. WAARSCHUWING! Gebruik nooit benzine bij het schoonmaken, omdat dit schadelijke stoffen bevat. Onderhoud Bij het bestellen van onderdelen moet de merknaam van de machine, het jaar van aankoop en het model, type- en serienummer worden vermeld. Neem contact op met de dichstbijzijnde dealer voor onderhoud en reparaties. Er moeten altijd originele onderdelen worden gebruikt.
Notice-Facile