RBS-5518 - Lintzaag RYOBI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RBS-5518 RYOBI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RBS-5518 RYOBI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lintzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RBS-5518 - RYOBI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RBS-5518 van het merk RYOBI.
GEBRUIKSAANWIJZING RBS-5518 RYOBI
Let op! Het is absoluut noodzakelijk vóór montage en inbedrijfstelling de aanwijzingen in deze handleiding te lezen.
- Bovendeur
- Afstelknop zaaglintspanning
- Bovenste zaaglintwiel
- Afstelknop zaaghoogte
- Glijschuif voor zaaghoogte
- Zaaglint
- Zaagtafel
- Drijfwiel
- Parallelgeleider
- Onderdeur
11.Aan/Uit-schakelaar met noodstopsysteem
12.Afstelknop hellingshoek bovenste zaaglintwiel
13.Motor - Voetstuk
15.Zaagselafzuigbuis - Afstelling drijfriemspanning
17.Splinterbeschermer - Schuifstok
2. ZAAG DOELMATIG GEBRUIKEN
Deze lintzaagmachine is bijzonder geschikt voor het zagen van hout en kunststof.
Ronde werkstukken mogen alleen met behulp van een gepaste kleminrichting in overdwarse lengterichting gezaagd worden om te voorkomen dat ze tijdens het zagen door het lint verwrongen worden.
Gebruik bij het zagen van planken op de smalle zijde een gepaste winkelhaak om het werkstuk beter te kunnen geleiden.
Elk ander gebruik van de zaag geldt als verkeerd. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade die door verkeerd gebruik van de zaag ontstaan is.
Door eigenhandig ombouwen van de zaag of door gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant getest en goedgekeurd zijn kan, als de zaag in bedrijf is, onvoorziene schade ontstaan.
2.1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- Deze machine is een elektrisch werktuig dat in geval van onachtzaamheid zware verwondingen kan veroorzaken.
- U dient dus deze handleiding aandachtig te lezen en vooral de veiligheidsvoorschriften bij elk hoofdstuk in acht te nemen.
- In het voorkomend geval dient u te letten op de wettelijke bepalingen omtrent het omgaan met van lintzagen.
- Bewaar zorgvuldig alle bijbehorende documenten.
- Deze machine mag alleen in bedrijf gesteld en gebruikt worden door personen die reeds met lintzagen vertrouwd zijn en zich van de gevaren bij het omgaan met dergelijke werktuigen bewust zijn.
- Minderjarigen mogen de machine alleen in het kader van een beroepsopleiding en onder toezicht van een specialist gebruiken.
- Onderstaande, niet-inschatbare risico's zijn typerend voor lintzagen en kunnen door de beveiligingsinrichting niet in hun geheel opgeheven worden.
Gevaar door technische wijzigingen aan de machine of door gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant getest en goedgekeurd zijn
• Monteer de machine precies volgens deze handleiding.
- Gebruik slechts onderdelen die door de fabrikant goedgekeurd zijn.
- Breng aan deze onderdelen geen veranderingen toe.
- Gebruik de machine nooit wanneer de deuren van de zaaglintbeveiligingsinrichting open staan.
- Let op dat het gekozen zaaglint en de gekozen zaagsnelheid overeenkomen met het materiaal dat u gaat zagen.
- Reinig de machine niet terwijl deze in bedrijf is.
- Regel de reinigingsborstel in de juiste stand en onderhoud hem regelmatig.
- Monteer de parallelgeleider op de onderste zaagtafel als u schraag zaagt op een hellende zaagtafel.
- Gebruik de beveiligingsinrichting nooit om de machine te verplaatsen.
- Gebruik de schuifstok wanneer u op de machine werkt.
Gevaar door onverwacht aanlopen van de machine
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine opent.
- Trek de stekker uit het stopcontact als er niemand op de machine werkt.
Gevaar door omgevingsomstandigheden
- Zet de machine niet in de regen of in een vochtige omgeving.
- Zorg dat er voldoende verlichting aanwezig is. Gebruik de machine niet in de nabijheid van brandgevaarlijke vloeistoffen of gassen.
Gevaar voor omstanders
De machine mag slechts door één persoon tegelijk bediend worden. Houd onbevoegden, en vooral kinderen, buiten de gevarenzone.
Gevaar door mankementen aan de machine
Controleer vóór elk gebruik of de machine, de beveiligingsinrichting en de toebehoren niet beschadigd zijn. Gebruik de machine niet als een van de onderdelen defect is. Vervang onmiddellijk een defecte beveiligingsinrichting, een gespleten of vervomd zaaglint of een beschadigde splinterbeschermer.
Gevaar door wankele stand van de machine
Gebruik bij lange werkstukken geschikte werkstukgeleiders aan weerszijden van de machine. Leun niet op of tegen de machine.
Zorg dat de machine niet wankel staat.
Gevaar door vreemde elementen in de machine
Controleer vóór u de machine aanzet of er geen voorwerpen (een stuk gereedsschap bijvoorbeeld) in de machine achtergebleven zijn.
Gevaar door het uitsteken van de handen onder de zaagtafel
Om functionele redenen kan het zaaglint onder de zaagtafel niet volledig afgeschermd zijn. Steek uw handen dus nooit onder de zaagtafel terwijl de machine aanstaat. Dit kan snijwonden veroorzaken!
Gevaar door onaangepaste houding en kleding
Kies bij uw werk de juiste lichaamspositie. Zorg dat geen lichaamsdeel of kledingstuk door de machine gegrepen en meegevoerd kan worden.
Gevaar door houtzaagsel
Zaagsel van bepaalde houtsoorten (zoals eiken- en essenhout) kan bij inademing kanker veroorzaken. Werk alleen met een zaagselafzuiginrichting.
Deze inrichting moet aan de volgende criteria voldoen :
• Passend op de buitendiameter van de afzuigbuis
- Debiet >550 ~m^3 / u
- Onderdruk in de afzuigbuis van de lintzaag > 740 Pa
- Luchtverplaatsingssnelheid in de afzuigbuis van de lintzaag > 20 m / s
Gevaar door uitvallen van het beveiligingssysteem
Draag bij het werk :
- Stofmasker
- Gehoorbescherming
- Schutbril
Bovenste glijschuif (Afb 2)
De bovenste glijschuif (18) biedt bescherming tegen het per ongeluk in aanraking komen met het zaaglint en tegen rondvliegend zaagsel. Om te zorgen dat de bovenste glijschuif afdoende bescherming biedt tegen het aanraken van het zaaglint, moet de bovenste zaaglintgeleider zich altijd op 3 mm afstand van het werkstuk bevinden.
Onderste glijschuif (Afb 2)
De onderste glijschuif (19) biedt bescherming tegen het per ongeluk in aanraking komen met het zaaglint. Bij het sluiten van de onderdeur draait de onderste glijschuif om zijn spil en plaatst hij zich voor het zaaglint.
De onderste glijschuif moet zich altijd op zijn plaats bevinden als de machine in bedrijf is.
• Grauw-gietijzeren zaagtafel
- Accurate bovenste zaaglintgeleiding over drie rollen
• Duimstok voor zaaghoogte
- Lengteaanslag
- Modernste techniek, bestemd voor langdurig en intensief gebruik en accuraat zaagresultaat
• Cirkelvormige zaaggeleider
4. ZAAG VERPLAATSEN
• Zet de stelinrichting omlaag.
• Schroef de uitstekende toebehoren los.
- Gebruik zo mogelijk de originele verpakking.
5. BEDIENINGSORGANEN
Aan/Uit-schakelaar met noodstop (Afb 3)
• Zaag aanzetten : druk op de groene schakelaar (20)
- Zaag afzetten : druk op de rode schakelaar (21) of op het deksel (22) van de Aan/Uit-schakelaar
Bij stroomuitval treedt een onderspanningsrelais in werking. Hierdoor wordt voorkomen dat het toestel vanzelf weer aanloopt zodra het potentiaal terug is. Om de zaag weer aan te zetten drukt u opnieuw op de groene schakelaar.
Het deksel op de Aan/Uit-schakelaar biedt extra beveiliging.
Afstelknop zaaglintspanning (Afb 4)
Met de afstelknop (23) kunt u zo nodig de spanning van het zaaglint bijstellen :
- Draai de knop met de klok mee om de spanning op de voeren.
- Draai de knop tegen de klok in om de spanning te verlagen.
Afstelknop hellingshoek bovenste zaaglintwiel (Afb 5)
Met de afstelknop (24) kunt u zo nodig de helling van het bovenste zaaglintwiel veranderen. Door de helling te verstellen regelt u het zaaglint zó dat het één tandhoogte aan de rand van het wiel uitsteekt.
- Draai de knop met de klok mee : het zaaglint loopt naar achteren.
- Draai de knop tegen de klok in : het zaaglint loopt naar voren.
Zaagsnelheid regelen (Afb 6)
Door de zaaglintspanning te regelen beschikt u over twee zaagsnelheden :
- 370 m/min voor harde houtsoorten en kunststof (met gepast zaaglint)
• 800 m/min voor alle houtsoorten
Let op!
De drijfriem mag niet scheef geïnstalleerd worden, anders wordt hij beschadigd.
Spanning drijfriem regelen (Afb 7)
Met de afstelknop (25) kunt u zo nodig de spanning van de drijfriem bijstellen :
- Draai de knop met de klok mee : de spanning wordt verlaagd.
- Draai de knop tegen de klok in : de spanning wordt verhoogd.
Helling van zaagtafel veranderen (Afb 8)
Draai de bevestigingsschroef (26) los, u kunt nu geleidelijk de helling van de zaagtafel (27) tegen het zaaglint veranderen tot 45 graden.
Parallelgeleider (Afb 9)
De parallelgeleider (28) wordt vooraan vastgeklemd. De parallelgeleider kan zowel links als rechts van het zaaglint gemonteerd worden. Bij het openen van de onderdeur moet u de parallelgeleider naar rechts verschuiven of geheel wegnemen.
6. EERSTE INBEDRIJFSTELLING
Gevaar
Stel de zaag nooit voor de eerste keer in bedrijf voordat de volgende voorbereidende werkzaamheden verricht zijn :
- Het voetstuk van de zaag is bevestigd.
- De zaagtafel is gemonteerd en gericht.
- De spanning van de drijfriem is gecontroleerd.
- De beveiligingsinrichting is nagezien.
- Pas als u met alle hierboven genoemde voorbereidingen klaar bent mag u de zaag op het net aansluiten ! Zo niet, dan loopt u het risico dat de zaag per ongeluk aanloopt en ernstige verwondingen veroorzaakt.
6.1 ZAAG BEVESTIGEN (Afb 10)
De zaag moet stevig en op een vlakke vloer geplaatst worden :
- Maak 4 boorgaten met pluggen.
- Steek de schroeven van boven in de voetplaat van de zaag en zet de schroeven aan.
Het vaste onderstel (tegen meerprijs), dat de zaag zijn uitzonderlijk karakater verleent, zorgt voor optimale werkhoogte en stabiliteit.
6.2 ZAAGTAFEL MONTEREN (Afb 11)
- Draai de eindaanslagschroef (29) aan de onderkant van de tafel vast.
- Plaats de tafel op de tafelsteun.
- Bevestig de tafel met vier schroeven (30) aan de tafelsteun.
De zaagtafel moet op twee niveaus gericht worden :
- zijdelings, zodat het zaaglint midden in de splinterbeschermer loopt ;
• haaks op het zaaglint.
Zaagtafel zijdelings richten (Afb 12)
- Draai de vier bevestigingsschroeven (31) van de tafelsteun los.
- Richt de tafel zó dat het zaaglint zich in het midden van de splinterbeschermer bevindt.
- Draai de vier bevestigingsschroeven (31) opnieuw vast.
Zaagtafel haaks richten (Afb 13 - 14)
- Richt het bovenste zaaglintgeleidewiel naar boven.
- Controleer de spanning van het zaaglint.
-
Draai de bevestigingsschroeven (32) los.
-
Richt de tafel met behulp van een winkelhaak haaks op het zaaglint en draai de bevestigingsschroeven (32) opnieuw vast.
- Draai de moer (33) los en verstel de eindaanslagschroef (34) tot deze het zaaghuis raakt.
- Draai de moer opnieuw vast.
7. PARALLELGELEIDER MONTEREN (Afb 15 - 16)
De parallelgeleider kan zowel rechts als links van het zaaglint gemonteerd worden.
Bevestig de aanslaglineaal (35) op het metalen gedeelte met :
- twee kartelschroeven
- en een glijscheen
7.1 ZAAGSELAFZUIGSYSTEEM AANSLUITEN
Gevaar!
Zaagsel van bepaalde houtsoorten (zoals eiken- en essenhout) kan bij inademing kanker veroorzaken. Werk in een gesloten ruimte alleen met een zaagselafzuigsysteem (luchtverplaatsingssnelheid in de afzuigbuis > 20 m / s).
Let op!
Werken zonder zaagselafzuigsysteem mag alleen :
• bij werk in de vrije buitenlucht.
- bij kortstondig bedrijf (tot maximaal 30 minuten bedrijf) met een stofmasker.
- Wanneer u geen afzuigsysteem gebruikt hoopt het zaagsel zich op en dient u het regelmatig te verwijderen.
Sluit het afzuigsysteem of de industriestofzuiger op de zaagselafzuigbuis aan. Gebruik hiertoe een gepast verloopstuk.
7.2 SPANNING VAN HET ZAAGLINT (Afb 17)
Gevaar!
Een te hoge spanning kan breuk van het zaaglint veroorzaken. Een te zwakke spanning kan het zaaglint doen slippen.
- Richt de bovenste zaaglintgeleider naar boven.
- Controleer de spanning door halverwege tussen de zaagtafel en de bovenste zaaglintgeleider met uw vinger tegen de zijkant van het zaaglint te drukken (het lint mag hierdoor hoogstens 1 à 2 mm bezwijken).
- Zo nodig de spanning van het zaaglint bijstellen : Draai de regelknop (36) met de klok mee om de spanning te verhogen. Draai de regelknop (36) tegen de klok in om de spanning te verlagen.
7.3 AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
Gevaar ! Elektrische spanning !
Stel de zaag op een droge plaats op. Steek de stekker van het toestel pas in het stopcontact als aan de volgende eisen voldaan is :
- Bescherming door zekering met FI schakelaar en 30 mA lekstroom ;
- Stopcontacten volgens de beginselen van goed vakmanschap aangebracht, geaard en gecontroleerd.
Plaats het netsnoer zó dat het u bij uw werk niet kan hinderen of beschadigd kan worden.
Bescherm het netsnoer tegen hitte, bijtende vloeistoffen en scherpe kanten.
Gebruik uitsluitend voldoende dikke rubbersnoeren.
Trek de stekker niet bij het snoer uit het stopcontact.
8. BEDIENING
Gevaar!
Houd u bij uw werk aan de volgende veiligheidsvoorschriften om gevaar voor verwonding te beperken :
- Gebruik een persoonlijke veiligheidsuitrusting :
- Stofmasker
- Gehoorbescherming
- Schutbril
• Zaag nooit meer dan één werkstuk tegelijk.
- Houd het werkstuk bij het zagen steeds stevig op de zaagtafel.
- Houd het werkstuk niet schuin tegen het zaaglint. Rem het zaaglint niet door zijdelingse druk af.
- Gebruik bij uw werk, indien nodig :
- een werkstuksteun – voor werkstukken van grote afmetingen die na het doorzagen op de grond dreigen te vallen
- een zaagselafzuigsysteem
- Gebruik bij het zagen van ronde werkstuken een gepaste kleminrichting, zodat het werkstuk niet verwrongen kan worden. (Afb 18)
- Gebruik bij het zagen van planken op de smalle zijde een gepaste winkelhaak om te voorkomen dat het werkstuk omkantelt. (Afb 19)
Controleer voordat u begint te werken of de volgende onderdelen in orde zijn :
- zaaglint
- bovenste en onderste glijschuif
• Vervang onmiddellijk beschadigde onderdelen.
- Neem bij het zagen van een werkstuk de juiste houding aan (met de tanden van de zaag naar u toegekeerd).
- Zaag nooit meer dan één werkstuk tegelijk. Zaag ook geen werkstukken die uit verschillende delen bestaan. Er bestaat gevaar voor ongevallen als aparte delen zonder toezicht door het zaaglint meegenomen worden.
Gevaar door verkeerde kleding
- Draag geen sieraden, handschoenen of wijde kledingstukken, die door draaiende delen van het toestel gegrepen kunnen worden.
- Bind uw haren op als u ze lang draagt.
- Zaag nooit werkstukken waarop of waarin zich snoeren, kabels, linten, stroken, touwen of draden bevinden.
Regel de hoogte van de bovenste zaaglintgeleider (Afb 20)
De hoogte van de bovenste zaaglintgeleider (38) moet geregeld worden :
- vóór elke inbedrijfstelling van de zaag, om de bovenste zaaglintgeleider aan de hoogte van het werkstuk aan te passen (de bovenste zaaglintgeleider moet zich bij het zagen circa 3 mm boven het werkstuk bevinden);
- na elke verandering aan het zaaglint of aan de zaagtafel (b.v. zaaglint wisselen, zaaglint spannen, zaagtafel richten).
Gevaar!
Vóór het regelen van de bovenste zaaglintgeleider en van de zaagtafelhelling moet u :
• het toestel afzetten ;
- wachten totdat het zaaglint stilstaat.
Zet de bovenste zaaglintgeleider (38) d.m.v. de afstelknop (37) in de gewenste stand.
8.1 ZAAGSNELHEID AFSTELLEN (Afb 6)
- Zet de onderdeur open.
- Maak de drijfriem los door de afstelknop met de klok mee te draaien.
- Leg de drijfriem op de riemschijf aan het drijfwiel (onderste lintzaagwiel) en op de overeenkomstige motorriemschijf.
Let op!
De drijfriem moet ofwel op beide voorste riemschijven ofwel op beide achterste riemschijven lopen. Leg de drijfriem nooit kruiselings op de riemschijven!
Drijfriem op de voorste riemschijven : lage snelheid, hoog draaimoment.
Drijfriem op de achterste riemschijven : hoge snelheid, laag draaimoment.
-
Span de drijfriem opnieuw door de afstelknop tegen de klok in te draaien (de drijfriem moet echter in het midden circa 10 mm kunnen doorbuigen).
-
Doe de onderdeur dicht.
De aanwijzingen aangaande het afstellen van de zaagsnelheid staan op het bordje aan de binnenzijde van de onderdeur.
8.2 WERKING VAN DE ZAAG
- Kies en installeer de splinterbeschermer die bij het gewenste soort zaagwerk past.
- Stel de snelheid van het zaaglint in.
- Regel zo nodig de helling van de zaagtafel.
- Kies de parallelgeleider en de helling van de zaagtafel die bij het gewenste soort zaagwerk passen.
- Zet de bovenste zaaglintgeleider op 3 mm boven het werkstuk.
Wenk :
Maak altijd eerst een proefstuk en stel eventueel de afstellingen bij.
- Leg het werkstuk op de zaagtafel.
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Schakel de zaag in.
- Zaag het werkstuk aan één stuk door.
- Schakel de zaag uit als u uw werk niet terstond voortzet.
9. ONDERHOUD EN REPARATIE
Gevaar!
Vóór het uitvoeren van onderhouds- en reinigingswerkzaamheden moet u :
• het toestel uitschakelen ;
- de stekker uit het stopcontact trekken ;
- wachten tot de zaag tot stilstand komt.
Stel na onderhoud en reiniging de beveiligingsinrichting weer in bedrijf en controleer de werking ervan.
Beschadigde onderdelen, vooral de beveiligingsinrichting, mogen slechts door oorspronkelijke onderdelen vervangen worden ; onderdelen die niet door de fabrikant getest en goedgekeurd zijn kunnen immers onvoorziene schade teweegbrengen.
Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden die niet in dit hoofdstuk beschreven staan mogen alleen door bevoegd personeel uitgevoerd worden.
9.1 ZAAGLINT WISSELEN (Afb 21 - 22)
Gevaar!
Et bestaat gevaar voor snijwonden, zelfs als het zaaglint stilstaat. Draag handschoenen bij het wisselen van het zaaglint.
Gebruik alleen geschikte zaaglinten.
- Draai beide schroeven (39) los en verwijder het geleideprofiel (40).
- Open beide deuren.
- Richt de bovenste zaaglintgeleider (41) geheel naar beneden.
- Draai de afstelknop (42) los totdat het zaaglint loslaat.
- Verwijder het zaaglint en voer het door de spleet in de zaagtafel (43), de bovenste zaaglintgeleider (44), de doorgangsopening van het zaaglint (45) en de stelinrichting.
- Zet het nieuwe zaaglint in. Let op de juiste positie van elk element : de zaagtanden naar de voorzijde (deurzijde) van de zaag.
- Leg het zaaglint midden op de rubbervoeringen.
- Draai de afstelknop opnieuw vast tot het zaaglint niet meer kan slippen.
-
Sluit beide deuren.
-
Vervolgens :
-
Span het zaaglint (zie Inbedrijfstelling).
- Stel het zaaglint bij (zie Onderhoud en reparatie).
- Monteer de stelinrichting (zie Onderhoud en reparatie).
- Proefdraai gedurende minstens een minuut.
- Schakel de zaag uit, trek de stekker uit het stopcontact en controleer nogmaals de installatie.
9.2 ZAAGLINT BIJSTELLEN (Afb 23)
Indien het zaaglint niet over het midden van de rubbervoeringen loopt moet de helling van het bovenste zaaglintwiel bijgesteld worden :
- Draai de stelmoer (46) los.
-
Draai de stelschroef (47) vast :
-
draai de stelschroef (47) met de klok mee als het zaaglint meer naar de voorzijde van de zaag loopt ;
-
draai de stelschroef (47) tegen de klok in als het zaaglint meer naar de achterzijde van de zaag loopt.
-
Draai de stelmoer (46) opnieuw vast.
9.3 BOVENSTE ZAAGLINTGELEIDER BIJSTELLEN (Afb 24 - 25 - 26)
De bovenste zaaglintgeleider bestaat uit de volgende delen :
- een steunrol (die het lint van achteren steunt) ;
- twee leirollen (die het zaaglint zijdelings leiden).
Deze onderdelen moeten na elke wisseling en afstelling van het zaaglint bijgesteld worden.
Wenk :
De leirollen moeten regelmatig op slijtage gecontroleerd en zo nodig vervangen worden. Vervang steeds beide rollen tegelijk.
- Door de draadstift (48) los te schroeven kunt u de steunrol (49) in de richting van de pijlen naar voren en naar achteren verplaatsen.
- Schroef de draadstang (50) los.
- Stel de drierollengeleider (51) zó bij dat de zijrollen (52) op ongeveer 1 mm achter de basis van de zaagtanden komen te staan.
- Schroef de draadstang (50) weer vast.
- Schroef de kartelmoer (56) los.
- Zet de kartelschroef (53) en de zijdelingse leirollen (54) in de juiste stand – beide zijdelingse leirollen moeten lichtjes tegen het zaaglint gedrukt staan.
Draai de zaaglintwielen met de hand een paar keer met de klok mee.
- Schroef de kartelmoer (56) opnieuw vast.
- Stel de rol (55) zó bij dat hij zich op ongeveer 1 mm voor het zaaglint bevindt.
- Schroef de draadstang (50) weer vast.
9.4 ONDERSTE ZAAGLINTGELEIDER BIJSTELLEN (Afb 21 - 27 - 28 - 29 - 30)
De onderste zaaglintgeleider bestaat uit de volgende delen :
- een steunrol (die het lint van achteren steunt) ;
- twee leirollen (die het zaaglint zijdelings leiden).
Deze onderdelen moeten na elke wisseling en afstelling van het zaaglint bijgesteld worden.
- Draai beide schroeven (39) los en verwijder het geleideprofiel (40).
- Schroef de zaagtafel (59) van de tafelsteun (60) los.
- Zet de bovenste zaaglintgeleider omhoog.
- Draai de schroef (61) los, zodat de rol gemakkelijk naar voren en naar achteren kan schuiven.
- Draai de schroef (62) los.
- Stel de houder (63) zó in dat de zijrollen (66) op ongeveer 1 mm achter de basis van de zaagtanden komen te staan.
- Draai de schroef (62) opnieuw vast.
- Draai de schroef (65) met behulp van een inbussleutel los.
- Druk de rollen (66) samen (tegen het zaaglint).
-
Draai de zaaglintwielen met de hand een paar keer met de klok mee zodat de zijrollen in de juiste stand komen te staan - beide zijrollen moeten lichtjes tegen het zaaglint gedrukt staan.
-
Draai de schroef (65) opnieuw vast.
- Stel de rol (67) zó af dat hij lichtjes tegen het zaaglint gedrukt staat.
- Draai de schroef (68) opnieuw vast.
- Schroef de zaagtafel opnieuw aan de tafelsteun vast.
- Bevestig het geleideprofiel opnieuw aan de zaagtafel.
9.5 RUBBERVOERINGEN WISSELEN (Afb 31)
Controleer de rubbervoeringen regelmatig op slijtage. Vervang de voeringen steeds paarsgewijs.
- Verwijder het zaaglint (zie Onderhoud en reparatie).
- Maak gebruik van een kleine schroevendraaier om de rubbervoeringen weg te nemen.
- Installeer de nieuwe rubbervoeringen en breng het zaaglint weer op zijn plaats.
9.6 SPLINTERBESCHERMER WISSELEN (Afb 32)
De splinterbeschermer moet vervangen worden als de zaagspleet beschadigd is.
- Neem de splinterbeschermer (69) van de zaagtafel af (druk hem onder de tafel door).
- Installeer de nieuwe splinterbeschermer.
9.7 KRINGZAAGGELEIDER (Afb 33)
De kringzaaggeleider is geschikt voor het doorzagen van cilindervormige werkstukken tot een doorsnede van 260 mm. Deze inrichting garandeert, in combinatie met het lint voor kromlijnig zagen, een optimaal resltaat.
- Bevestig het geleideprofiel met de bevestigingsinrichting en de schroef.
- Bevestig de passer met behulp van het klemstuk en de schroef.
- Plaats de zaaggeleider in de gewenste stand.
9.8 ZAAG OPBERGEN
Gevaar!
Schakel het toestel uit en berg het zó op dat onbevoegden het niet op gang kunnen brengen en niemand verwondingen kan oplopen.
Let op!
Stal het toestel niet onbeschermd in de buitenlucht of in vochtige omgeving.
10. TIPS
Houd de zaagtafel steeds netjes in orde en schoon – verwijder onder meer harsachtige resten met een gepaste onderhoudsspray. Behandel vervolgens het oppervlak van de zaagtafel met een smeermiddel.
11. REPARATIES
Gevaar!
Reparaties aan elektrowerktuigen mogen alleen door bevoegd personeel uitgevoerd worden. Beschrijf de geconstateerde storing als u het toestel in de reparatie geeft. Gebruik bij wisselen van het aansluitsnoer uitsluitend een oorspronkelijk snoer.
12. MILIEUBESCHERMING
Het verpakkingsmateriaal van de machine kan voor 100% de recycling in. Elektrowerktuigen en toebehoren, die door langdurig gebruik onbruikbaar geworden zijn, bevatten een groot aantal waardevolle grond- en kunststoffen, die eveneens de recycling in kunnen.
Deze handleiding is op chloorvrij papier gedrukt.
13. PROBLEMEN EN STORINGEN
Gevaar!
Vóór elke reparatie aan het toestel moet u :
- het toestel afzetten ;
• de stekker uit het stopcontact halen ; - wachten tot het zaaglint stilstaat.
Stel na elke reparatie de beveiligingsinrichting opnieuw in bedrijf en controleer of deze behoorlijk functioneert.
De motor loopt niet :
Het onderspanningsrelais is door een stroomuitval in werking getreden.
Schakel de machine opnieuw in.
Er is geen netspanning :
Controleer het netsnoer, de stekker, het stopcontact en de zekering.
De motor is warmgelopen, bijvoorbeeld ten gevolge van een bot zaaglint of van opgehoopt zaagsel in het carter :
Hef de oorzaak van het warmlopen op, laat de motor een paar minuten afkoelen en zet vervolgens het toestel weer aan.
Het zaaglint raakt uit de zaaglijn of loopt onregelmatig :
Het zaaglint loopt niet over het midden van het zaaglintwiel.
Stel de helling van het bovenste zaaglintwiel bij.
Vervang het zaaglint als het niet past.
Het zaaglint is gebroken :
Onjuiste spanning van het zaaglint – corrigeeer de spanning.
Te zware belasting – verlaag de druk op het zaaglint.
Verkeerd zaaglint : u krijgt zeer dunne werkstukken als het het zaaglint te smal is, zeer dikke als het te breed is.
Het zaaglint is kromgetrokken :
De belasting is te zwaar ; vermijd zijdelingse druk op het zaaglint.
De zaag trilt :
De bevestiging is onvoldoende. Bevestig de machine behoorlijk op een gepaste vloer.
De zaagtafel zit los : zet de tafel behoorlijk vast.
De motor zit los : controleer de bevestigingsschroeven en zet ze eventueel aan.
De zaagselafzuigbuis is verstopt :
De afzuiginrichting is niet aangesloten, of de afzuigcapaciteit is te gering. Sluit de afzuiginrichting aan of verhoog de afzuigcapaciteit (luchtverplaatsingssnelheid > 20 m / sec in de zaagselafzuigbuis).
14. TOEBEHOREN
1. Vast onderstel (Afb 34)
Het vaste onderstel zorgt voor een optimale werkhoogte van 1090 mm.
2. Verrijdbaar onderstel (Afb 35)
Het verrijdbare onderstel is ideaal om de machine te verplaatsen. De zaag kan alleen met een vast onderstel in bedrijf gesteld worden.
• Model RBS 5518
• Spanning 230 V (1\~50 Hz)
- Vermogen 780 Watt
• Nominale stroomsterkte 3,5 A
• Zekering A 10 (traag werkend of automatisch - K)
- Beschermklasse IP 54
• Nominale leegloop1400 (+ / - 10%) tpm- 1
- Zaagsnelheid
• Hoge zaaglintsnelheid 800 + / - 10% m/min
• Lage zaaglintsnelheid 370 + / - 10% m/min
• Afmetingen zaaglint 2240 mm
• Maximale overstek 305 mm
• Maximumbreedte zaaglint 15 mm
• Maximumdikte zaaglint 0,5 mm
• Maximale zaaghoogte 180 mm
• Buitenafmetingen 590 x 505 x 1265 mm
• Gewicht zonder toebehoren 67 kg
• Geluidsemissiewaarden bij leegloop
A-Geluidsdrukniveau LPA 67 dB(A)
A-Geluidsvermogenniveau LWA 78 dB(A)
• Geluidsemissiewaarden bij bewerking
A-Geluidsdrukniveau LPA 85 dB(A)
A-Geluidsvermogenniveau LWA 91dB(A)
Ter informatie :
De hierboven genoemde cijfers zijn emissiewaarden, die niet per se de reële akoestische waarden op de werkplek weergeven. Hoewel er een wederzijdse onderlinge betrekking bestaat tussen het geluidsemissieniveau en het geluidshinderniveau, kan men daaruit niet met zekerheid afleiden of er extra voorzorgsmaatregelen getroffen moeten worden of niet. Factoren die het huidige, op de arbeidsplek aanwezige geluidshinderniveau beïnvloeden zijn : de kenmerkende gegevens van de de werkruimte, overige geluidsbronnen zoals het aantal machines en het aantal bewerkingen die in de nabijheid aan de gang zijn. Verder kunnen de toegelaten akoestische waarden op de werkplek van land tot land verschillen. Deze beknopte informatie zal de gebruiker echter in staat stellen de gevaren en risico's beter in te schatten.
16. SCHAKELSCHEMA (Afb 36)
Wij verklaren op onze eigen verantwoordelijkheid dat dit produkt voldoet aan de volgende normen of normatieve dokumenten. EN 61029-1, prEN 61029-2-5, EN 55014-1, EN 55014-2, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3 89/336 EWG, 73/23 EWG, 98/37 EG