X-SMC3 - Luidspreker PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis X-SMC3 PIONEER in PDF-formaat.
| Producttype | Actieve luidspreker met dockingstation, internetradio en netwerkfuncties |
| Merk | Pioneer |
| Model | X-SMC3 |
| Afmetingen (B x H x D) | 520 mm x 218 mm x 156 mm |
| Gewicht (zonder verpakking) | 3,6 kg |
| Stroomvoorziening | 100-240 V AC, 50/60 Hz; netadapter 19 V DC, 3,42 A |
| Stroomverbruik | 23 W (werking), 0,5 W (standby) |
| Uitgangsvermogen | 2 x 20 W (1 kHz, 10% vervorming, 8 Ω) |
| Luidspreker | 1-weg systeem: 6,6 cm breedband driver, 7,7 cm passieve radiator |
| Frequentiebereik | 60 Hz – 20 kHz |
| Weergavebronnen | iPod/iPhone (dock), Bluetooth (optionele adapter AS-BT200), USB, internetradio, DLNA/AirPlay (muziekserver), FM-radio, AUX-ingang |
| Netwerk | LAN (10/100) en WLAN (802.11 b/g/n) |
| Speciale functies | Wek- en inslaaptimer, kinderslot voor internetradio, geluidsinstellingen (Virtual Surround, Sound Retriever, bas/hoog), displayhelderheid instelbaar |
| Meegeleverde accessoires | Afstandsbediening, AAA-batterijen (2x), FM-kamerantenne, netadapter, netsnoer, gebruiksaanwijzing |
| Reiniging en onderhoud | Buitenoppervlakken reinigen met een zachte, droge doek; bij hardnekkige vlekken een mild reinigingsmiddel (1:5 tot 1:6 met water) gebruiken; geen oplosmiddelen |
| Veiligheidsinstructies | Niet blootstellen aan water; voldoende ventilatie (10 cm afstand); geen open vuur; stekker uit het stopcontact bij onweer of langdurig niet gebruiken |
| Reparatie | Geen door de gebruiker te repareren onderdelen; reparaties alleen door gekwalificeerde klantenservice |
Veelgestelde vragen - X-SMC3 PIONEER
Gebruikersvragen over X-SMC3 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Luidspreker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X-SMC3 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X-SMC3 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING X-SMC3 PIONEER
Ontdek nu de voordelen van online registratie! Registreer uw
De lichtflash met pijlpuntsymbool in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de aandacht van de gebruikers te trekken op een niet geïsoleerde "gevaarlijke spanning" in het toestel, welke voldoende kan zijn om bij aanraking een elektrische shock te veroorzaken.
CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN
WAARSCHUWING:
OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SHOCK TE VOORKOMEN, DEKSEL (OF RUG) NIET VERWIJDEREN. AAN DE BINNENZIJDE BEVINDEN ZICH GEEN ELEMENTEN DIE DOOR DE GEBRUIKER KUNNEN BEDIEND WORDEN. ENKEL DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL TE BEDIENEN.

Het uitroepteken in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de aandacht van de gebruiker te trekken op de aanwezigheid van belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies in de handleiding bij dit toestel.
D3-4-2-1-1_A1_NI
WAARSCHUWING
Dit apparaat is niet waterdicht. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag u geen voorwerp dat vloeistof bevat in de buurt van het apparaat zetten (bijvoorbeeld een bloemenvaas) of het apparaat op andere wijze blootstellen aan waterdruppels, opspattend water, regen of vocht. D3-4-2-1-3_A1_N
WAARSCHUWING
Lees zorgvuldig de volgende informatie voordat u de stekker de eerste maal in het stopcontact steekt.
De bedrijfsspanning van het apparaat verschilt afhankelijk van het land waar het apparaat wordt verkocht. Zorg dat de netspanning in het land waar het apparaat wordt gebruikt, overeenkomt met de bedrijfsspanning (bijv. 230 V of 120 V) die op het label van de netspanningsadapter staat.
D3-4-2-1-4*_A1_NI
WAARSCHUWING
Om brand te voorkomen, mag u geen open vuur (zoals een brandende kaars) op de apparatuur zetten.
D3-4-2-1-7a_A1_NI
Gebruiksomgeving
Temperatuur en vochtigheidsgraad op de plaats van gebruik:
+5 °C tot +35 °C, minder dan 85 % RH
(ventilatieopeningen niet afgedekt)
Zet het apparaat niet op een slecht geventileerde plaats en stel het apparaat ook niet bloot aan hoge vochtigheid of direct zonlicht (of sterke kunstmatige verlichting). D3-4-2-1-7c*_A1_NI
Lees voordat u dit product gebruikt de veiligheidsinformatie op de onderkant van het apparaat en op het label van de netspanningsadapter.
D3-4-2-2-4_B1_NI
Dit apparaat is bestemd voor normaal huishoudelijk gebruik. Indien het apparaat voor andere doeleinden of op andere plaatsen wordt gebruikt (bijvoorbeeld langdurig gebruik in een restaurant voor zakelijke doeleinden, of gebruik in een auto of boot) en als gevolg hiervan defect zou raken, zullen de reparaties in rekening gebracht worden, ook als het apparaat nog in de garantieperiode is. K041 A1 N
WAARSCHUWING
Berg kleine onderdelen buiten het bereik van kinderen en baby's op. Neem direct contact op met een dokter bij per ongeluk inslikken.
BELANGRIJKE INFORMATIE BETREFFENDE DE VENTILATIE
Let er bij het installeren van het apparaat op dat er voldoende vrije ruimte rondom het apparaat is om een goede doorstroming van lucht te waarborgen (tenminste 10 cm boven, 10 cm achter en 10 cm aan de zijkanten van het apparaat).
WAARSCHUWING
De gleuven en openingen in de behuizing van het apparaat zijn aangebracht voor de ventilatie, zodat een betrouwbare werking van het apparaat wordt verkregen en oververhitting wordt voorkomen. Om brand te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze openingen nooit geblokkeerd worden of dat ze afgedekt worden door voorwerpen (kranten, tafelkleed, gordijn e.d.) of door gebruik van het apparaat op een dik tapijt of een bed.
D3-4-2-1-7b* A1 NI

Waarschuwing radiogolven
Dit toestel maakt gebruik van radiogolven met een frequentie van 2,4 GHz, een band die ook gebruikt wordt door andere draadloze systemen (draadloze telefoons, magnetronovens enz.).
In dit geval verschijnt er ruis in het televisiebeeld en is het mogelijk dat dit apparaat (en ook de producten die door die apparaat worden ondersteund) signaalinterferentie veroorzaakt in de antenne-ingangsaansluiting van uw televisie, video-apparaat, satelliettuner enz.
Vergroot in een dergelijk geval de afstand tussen de ingangsaansluiting voor de antenne en dit toestel (inclusief door dit toestel ondersteunde apparatuur).
- Pioneer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor storingen of foutieve werking van het geschikte Pioneer product door communicatiefouten/storingen die samenhangen met uw netwerkverbinding en/of de aangesloten apparatuur. Raadpleeg uw Internet-provider of de fabrikant van uw netwerkapparatuur.
- Er is een aparte overeenkomst/betaling vereist met/aan een internet service provider om gebruik te kunnen maken van het internet.
Gebruikersinformatie voor het verzamelen en verwijderen van oude producten en batterijen
(Symbool voor toestellen)

(Symbolen voor batterijen)

De symbolen op producten, verpakkingen en bijbehorende documenten geven aan dat de gebruikte elektronische producten en batterijen niet met het gewone huishoudelijk afval kunnen worden samengevoegd.
Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor de juiste behandling, het opnieuw bruikbaar maken en de recyclage van gebruikte producten en batterijen.
Door een correcte verzamelhandeling zorgt u ervoor dat het verwijderde product en/of batterij op de juiste wijze wordt behandeld, opnieuw bruikbaar wordt gemaakt, wordt gerecycleerd en het niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
Voor verdere informatie betreffende de juiste behandling, het opnieuw bruikbaar maken en de recyclage van gebruikte producten en batterijen kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid of een verkooppunt.
Deze symbolen zijn enkel geldig in de landen van de europese unie.
Indien u zich in een ander dan bovengenoemde landen bevindt kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid voor meer informatie over de juiste verwijdering van het product. K058a_A1_NI
Als de netstekker van dit apparaat niet geschikt is voor het stopcontact dat u wilt gebruiken, moet u de stekker verwijderen en een geschikte stekker aanbrengen. Laat het vervangen en aanbrengen van een nieuwe netstekker over aan vakkundig onderhoudspersoneel. Als de verwijderde stekker per ongeluk in een stopcontact zou worden gestoken, kan dit resulteren in een ernstige elektrische schok. Zorg er daarom voor dat de oude stekker na het verwijderen op de juiste wijze wordt weggegooid. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wanneer u het apparaat geruime tijd niet denkt te gebruiken (bijv. wanneer u op vakantie gaat).
D3-4-2-2-1a_A1_Nl
Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niet per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoer kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijgt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een nieuw snoer te kopen.
S002*_A1_NI
LET OP
De STANDBY/ON schakelaar van dit apparaat koppelt het apparaat niet volledig los van het lichtnet. Aangezien er na het uitschakelen van het apparaat nog een kleine hoeveelheid stroom blijft lopen, moet u de stekker uit het stopcontact halen om het apparaat volledig van het lichtnet los te koppelen. Plaats het apparaat zodanig dat de stekker in een noodgeval gemakkelijk uit het stopcontact kan worden gehaald. Om brand te voorkomen, moet u de stekker uit het stopcontact halen wanneer u het apparaat langere tijd niet denkt te gebruiken (bijv. wanneer u op vakantie gaat). D3-4-2-2-2a*_A1_NI
Waarschuwing bij de wisselstroomadapter
- Houd de wisselstroomadapter bij het hoofdgedeelte vast wanneer u deze van de netstroom verwijderl. Het netsnoer raakt mogelijk beschadigd als u eraan trekt, en dit kan tevens leiden tot brand en/of elektrocutie.
- De wisselstroomadapter moet niet met natte handen worden ingestoken of verwijderd, omdat dit kan leiden tot elektrocutie.
- Sluit het netsnoer van de netspanningsadapter niet op een stopcontact aan waar de stekker niet stevig in het stopcontact zit ondanks het feit dat de pennen volledig in het stopcontact zijn gestoken. Hitte kan zich ophopen en dit kan leiden tot brand. Raadpleeg het verkooppunt of een elektricien in verband met vervanging van het stopcontact.
Houd de netspanningsadapter uit de buurt van kinderen en baby's.
Kinderen kunnen per ongeluk het snoer van de netspanningsadapter om hun nek wikkelen met verstikking tot gevolg.
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Pioneer product.
Lees deze handleiding zorgvuldig door zodat u weet hoe u uw apparaat moet gebruiken. Bewaar de handleiding op een veilige plaats voor eventuele naslag in de toekomst.
Inhoudsopgave
01 Voordat u begint
De inhoud van de verpakking controleren ..... 5
Aanbrengen van de batterijen in de
afstandsbediening 5
Gebruik van de afstandsbediening....5
02 Aansluitingen
Aansluiten van de FM-antenne 6
Aansluiten van de los verkrijgbare Bluetooth® adapter (optie)....6
Aansluiten van USB-geheugenapparaten ..... 6
Aansluiten van uw TV....6
Aansluiten op het netwerk via de LAN-interface ..... 7
Verbinding via LAN-kabel 7
Verbinding via draadloze LAN. 7
De stekker in het stopcontact steken 8
03 Overzicht van de bedieningstoetsen
Afstandsbediening 9
Bovenpaneel 10
Voorpaneel 11
Hoofddisplay 12
04 Aan de slag
05 iPod/iPhone weergave
Controleren welke iPod/iPhone modellen ondersteund worden....14
Aansluiten van uw iPod/iPhone 14
Aansluiten van uw TV 15
Afspelen van uw iPod/iPhone 15
06 Bluetooth® audioweergave (optie)
Muziek weergeven met behulp van Bluetooth draadloze technologie....17
Gebruik van de afstandsbediening....17
Aansluiten van de los verkrijgbare Bluetooth® adapter 17
Instellen van de PIN-code 18
Paren van de Bluetooth® adapter en een apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie ..... 18
Muziek beluisteren van apparaten die zijn voorzien van Bluetooth draadloze technologie....18
AIR JAM 19
07 USB-weergave
Afspelen van bestanden die zijn opgeslagen op USB-geheugenapparaten....20
08 Internetradio
Naar de internetradio luisteren....21
Aansluiten op een LAN-netwerk....21
De eerste maal naar de internetradio luisteren .....21
Afstemmen op een zender .....21
Toevoegen van zenders aan de Favorites. 22
Wissen van zenders in de lijst .....22
Geavanceerde bedieningsfuncties voor internetradio 22
Radiozenders registreren die niet op de vTuner lijst van de speciale Pioneer-site staan....22
09 Muziekserver
Inleiding 23
Meer over DLNA-netwerkapparaten die weergegeven kunnen worden 23
Gebruik van AirPlay op iPod touch, iPhone, iPad en iTunes....23
Meer over de DHCP-serverfunctie 23
Dit apparaat autoriseren....24
Afspelen van audiobestanden die op PC's of andere
apparaten zijn opgeslagen 24
Aansluiten op het LAN-netwerk 24
Weergeven met de muziekserver....24
10 Gebruik van de tuner
Naar de FM-radio luisteren 25
Zenders in het geheugen opslaan 25
Luisteren naar voorkeurzenders 25
11 Overige aansluitingen
Aansluiten van extra apparatuur 26
Luisteren naar extra apparatuur 26
12 Instellingen aanpassen
Gebruik van de timer 28
Instellen van de klok 28
Instellen van de wekkertimer 28
In-/uitschakelen van de wekkertimer....29
Gebruik van de wekkertimer....29
Gebruik van de inslaaptimer....29
Netwerkinstelling 29
Wired Setting (bedraad) 30
Wireless Setting (draadloos) 30
Instelling van de WPS-verbinding.... 31
Verbinden met behulp van de PIN Input .... 32
Friendly Name (eigen naam).... 32
Kinderslot-instelling.... 32
In-/uitschakelen van het kinderslot 32
Veranderen van het wachtwoord 32
Software-update 33
Meldingen bij het updaten van de software ..... 33
Geluidsinstellingen 33
Gebruik van de virtuele surroundfunctie/Sound Retriever 33
Instellen van de lage en hoge tonen .... 33
Terugstellen van het systeem 33
13 Aanvullende informatie
Problemen oplossen 34
Afspeelbare bestandsformaten. 39
Voorzorgen bij het gebruik 40
Meer over netwerkweergave 40
- De afbeeldingen die in deze handleiding staan, kunnen in verband met de duidelijkheid gewijzigd of vereenvoudigd zijn en kunnen daarom verschillen van de feitelijke verschijning van het product.
Voordat u begint
Hoofdstuk 1:
Voordat u begint
De inhoud van de verpakking controleren
Controleer of de volgende accessoires zijn meegeleverd in de doos wanneer u deze opent.
- Afstandsbediening
- Netsnoer
• Nets panningsadapter
• F M - d raadantenne
• AAA-batterijen (R03) x 2 - Handleiding (dit document)
Aanbrengen van de batterijen in de afstandsbediening
1 Open het achterdekseltje en plaats de batterijen zoals hieronder is afgebeeld.

2 Sluit het achterdekseltje.

De bijgeleverde batterijen zijn bedoeld om de werking van het product te controleren en hebben mogelijk geen lange levensduur. Wij raden u aan alkalibatterijen te gebruiken die een lange levensduur hebben.

Let op
- Wees bij het plaatsen van de batterijen voorzichtig zodat u de veren op de aansluitingen voor de batterijen niet beschadigt.
- Gebruik geen andere dan de voorgeschreven batterijen. Gebruik ook nooit een oude en een nieuwe batterij tegelijk.
- Leg de batterijen in de juiste richting in de afstandsbediening, zoals aangegeven door de polariteitstekens (⊕ en ⊖).
-
Probeer niet om de batterijen open te maken, verhit ze niet en gooi ze niet in open vuur of water.
-
Batterijen kunnen verschillende voltages hebben, ook als ze van hetzelfde formaat zijn. Gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar.
- Verwijder de batterijen als u de afstandsbediening voorlopig (een maand of langer) niet meer gebruikt, om schade door eventuele batterijlekkage te voorkomen. Als er batterijvloeistof is gelekt, veegt u de binnenkant van het batterijvak dan zorgvuldig schoon, voordat u nieuwe batterijen plaatst. Als een batterij lek is en de vloeistof komt op uw huid, wast u het er grondig af met volop water.
- Bij het inleveren of terugbrengen van gebruikte batterijen dient u altijd de landelijke milieuwetten en eventuele plaatselijke voorschriften op te volgen.
• WAARSCHUWING
Gebruik of bewaar batterijen niet in direct zonlicht of op een hete plaats, zoals in de auto of bij een kachel. Hierdoor kunnen de batterijen gaan lekken, oververhit raken, exploderen of in brand vliegen. Bovendien vermindert dit de levensduur of prestatie van de batterijen.
Gebruik van de afstandsbediening
De afstandsbediening heeft een bereik van ongeveer 7 m bij een hoek van ongeveer 30° vanaf de afstandsbedieningssensor.

Houd tijdens het gebruik van de afstandsbediening rekening met het volgende:
- Zorg ervoor dat zich geen obstakels tussen de afstandsbediening en de sensor op het apparaat bevinden.
- De afstandsbediening werkt mogelijk niet goed als sterk zonlicht of TL-licht op de afstandsbedieningssensor valt.
- De afstandsbedieningen van verschillende apparaten kunnen elkaar storen. Het gebruik van afstandsbedieningen voor andere apparatuur vlakbij dit apparaat moet worden vermeden.
- Vervang de batterijen wanneer het bereik van de afstandsbediening begint af te nemen.
Aansluitingen
Hoofdstuk 2:
Aansluitingen
- Schakel altijd eerst de stroom uit en trek de stekker uit het stopcontact alvorens u enige aansluiting maakt of verbreekt.
- Sluit het netnoer pas aan nadat alle aansluitingen tussen de apparatuur volledig zijn gemaakt.
Aansluiten van de FM-antenne
Sluit de FM-antennestekker op de middenpen van de FM-antenneaansluiting aan. ^1

Het achterpaneel van dit apparaat
Aansluiten van de los verkrijgbare Bluetooth® adapter (optie)
Sluit de Bluetooth® adapter (Pioneer modelnummer AS-BT200) aan op de AS-BT200 aansluiting op het achterpaneel.
- Verwijder de afdekking van de AS-BT200 aansluiting, sluit de Bluetooth® adapter met de labelzijde naar rechts aan en breng dan de afdekking weer aan.

Aansluiten van USB-geheugenapparaten

Aansluiten van uw TV
Om de iPod/iPhone beelden op een televisie te bekijken, sluit u de apparatuur via een composietvideokabel op elkaar aan.
- Wanneer een iPod/iPhone op dit apparaat wordt aangesloten, komt de instelling voor de TV-uitgang van de iPod/iPhone automatisch op 'ON' te staan. ^2
Het achterpaneel van dit apparaat

Opmerking
1 Voor een optimale ontvangst moet de FM-antenne volledig worden uitgestrekt en niet worden opgerold of aan de achterkant van het apparaat worden opgehangen.
2 • Bij sommige iPod's kan de instelling voor de TV-uitgang worden veranderd terwijl de apparatuur is aangesloten.
- Wanneer de iPod/iPhone losgekoppeld wordt van dit apparaat, wordt de instelling voor de TV-uitgang van de iPod/iPhone in de oorspronkelijke toestand teruggezet.
Aansluiten op het netwerk via de LAN-interface
Door dit apparaat via de LAN-interface met het netwerk te verbinden kunt u audiobestanden afspelen die op de apparaten van het netwerk zijn opgeslagen, zoals uw PC, en ook kunt u naar internet-radiozenders luisteren. ^1
Verbind de LAN-aansluiting van dit apparaat met de LAN-aansluiting van de router (met of zonder ingebouwde DHCP-serverfunctie) met behulp van een straight LAN-kabel (CAT 5 of hoger). Draadloze verbinding met het netwerk is ook mogelijk.
Schakel de DHCP-serverfunctie van de router in. Als de router niet is uitgerust met een ingebouwde DHCP-serverfunctie, moet u de netwerkinstellingen handmatig maken. Zie pagina 29 voor verdere informatie.
Verbinding via LAN-kabel

flowchart
graph TD
Internet["Internet"] --> Modem["Modem"]
Modem --> Router["Router"]
Router --> LAN_3["LAN 3"]
Router --> LAN_2["LAN 2"]
Router --> LAN_1["LAN 1"]
Router --> LAN_WAN["WAN"]
LAN_kabel["LAN-kabel (los verkrijgbaar)"] --> Router
PC1["PC1"] --> Router
PC2["PC2"] --> Router
Router --> PC2
PC2 --> Antenna["Antenna FM75L"]
Antenna --> LAN["LAN (10/100)"]
LAN --> VideoOUT["VIDEO OUT"]
Antenna --> DCIN["DC IN 19V"]
Het achterpaneel van dit apparaat
Verbinding via draadloze LAN

flowchart
graph TD
A["Internet"] --> B["Modem"]
B --> C["Router"]
C --> D["PC"]
D --> E["PC"]
C --> F["Dit apparaat"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
Opmerking
1 • Voor de verbinding met internet moet u een contract afsluiten met een internetserviceprovider.
- Om naar internet-radiozenders te kunnen luisteren, moet u vooraf een contract afsluiten met een internetserviceprovider.
- Foto- of videobestanden kunnen niet worden afgespeeld.
- Met Windows Media Player 11 of 12 kunt u zelfs audiobestanden waarop auteursrechten rusten met dit apparaat afspelen.
De stekker in het stopcontact steken

Belangrijk
- V o o rdat u aansluitingen maakt of wijzigt, moet u dit apparaat uitschakelen en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
Nadat alle aansluitingen zijn voltooid, kunt u het apparaat op een stopcontact aansluiten.
Het achterpaneel van dit apparaat

1 Sluit de bijgeleverde netspanningsadapter op de DC IN aansluiting aan de achterkant van het apparaat aan.
2 Sluit het bijgeleverde netsnoer op de netspanningsadapter aan en steek daarna de stekker aan het andere uiteinde in het stopcontact.
Overzicht van de bedieningstoetsen
Hoofdstuk 3:
Overzicht van de bedieningstoetsen
Afstandsbediening

1 STANDBY/ON
Druk op deze toets om het apparaat in en uit te schakelen.
2 DISPOFF
Druk op deze toets om het display uit te schakelen wanneer u dit niet nodig hebt.
3 Cijfertoetsen (0 t/m 9)
Gebruik deze toetsen voor het kiezen van de voorkeurzenders bij gebruik van de tuner enz.
4 SET UP
Gebruik deze toets om instellingen te veranderen zoals de Timer Setting (pagina 27), Clock Setting (pagina 27), Display Setting (pagina 27), Network Setting (pagina 27), Option Setting (pagina 28); zie verder System Info (pagina 28).
5 M E N U
Selecteer en speel de track of het bestand op het menuscherm.
6 ↑/↓/←/→
Gebruik deze toetsen voor de keuze van onderdelen en instellingen en voor het verplaatsen van de cursor.
ENTER
Gebruik deze toets om het geselecteerde onderdeel te activeren of een gemaakte instelling in te voeren.
PRESET +/-
Gebruik deze toetsen om de voorkeurzenders te kiezen.
TUNE +/-
Gebruik deze toetsen om de frequentie stap voor stap te wijzigen. Houd voor het automatisch zoeken naar zenders de toets gedurende een paar seconden ingedrukt.
7 SOUND
Gebruik deze toets om Virtual Surround en Sound Retriever in en uit te schakelen (pagina 33). De toetsen worden ook gebruikt voor het instellen van de Bass en Treble.
8 FUNCTION ▲/▼
Gebruik deze toets om de ingangsbron te kiezen. De ingangsbron verandert als volgt.
iPod BT Audio ^1 Air Jam ^1 USB FM Internet Radio Music Server AUX Terug naar het begin (geen weergave)
9 ▶ PLAY
Druk op deze toets om te beginnen met afspelen.
Opmerking
1 Los verkrijgbaar. Om de BT Audio en Air Jam functie te kunnen gebruiken, moet u de los verkrijgbare Bluetooth® adapter: AS-BT200 op het apparaat aansluiten. Zie pagina 17 voor verdere informatie.
Overzicht van de bedieningstoetsen
10
Druk deze toets tijdens afspelen in om snel terugwaarts te gaan.
11 PREV
Druk op deze toets om terug te gaan naar het begin van de weergegeven track of bestand. Druk tweemaal op de toets om terug te gaan naar het begin van de voorgaande track of bestand.
12 ■ STOP
Druk op deze toets om te stoppen met afspelen.
13 SLEEP
Gebruik deze toets om het apparaat in de inslaapmodus te zetten en om de inslaaptijd in te stellen (pagina 29).
14
Gebruik deze toets om de timer in en uit te schakelen (pagina 28).
15 CLEAR
Druk op deze toets om het geselecteerde onderdeel te wissen. Gebruik deze toets als u zich bijvoorbeeld vergist bij de nummerkeuze.
16 RETURN
Druk op deze toets om naar het vorige scherm terug te keren. De toets wordt ook gebruikt om de klokinstelling of de geluidsinstelling te annuleren.
17 MUTE
Druk op deze toets om het geluid tijdelijk uit te zetten.
18 SHUFFLE
Gebruik deze toets voor willekeurige weergave van de tracks op de geselecteerde iPod/iPhone, USB-geheugenapparaat of Music Server. (pagina 15, 20, 24).
19 VOLUME +/-
Gebruik deze toetsen om het volume in te stellen. (Standaardinstelling: 10)
20 REPEAT
Gebruik deze toets voor herhaalde weergave van de tracks op de geselecteerde iPod/iPhone, USB-geheugenapparaat of Music Server. (pagina 15, 20, 24).
21 ▶▶
Druk op deze toets om de weergave tijdelijk te onderbreken. Druk nogmaals op de toets om de weergave te hervatten.
22 II PAUSE
Druk deze toets tijdens afspelen in om snel vooruit te gaan.
23 ▶▶I NEXT
Druk tijdens afspelen op deze toets om naar het begin van de volgende track of bestand te springen.
Bovenpaneel

1 ⏻ STANDBY/ON
Druk op deze toets om het apparaat in en uit te schakelen.
2 FUNCTION
Gebruik deze toets om de ingangsbron te kiezen. De ingangsbron verandert als volgt.
iPod → BT Audio ^1 → Air Jam ^1 → USB → FM → Internet Radio → Music Server → AUX → Terug naar het begin (geen weergave)
3 BT AUDIO ^1
Deze toets wordt gebruikt voor het omschakelen van de ingangsbron naar Bluetooth ^® Audio.
4 AIR JAM ^1
Deze toets wordt gebruikt voor het omschakelen van de ingangsbron naar Air Jam.
5 ▶/II
Druk op deze toets om te beginnen met afspelen. Tijdens afspelen kunt u de toets gebruiken om te pauzeren en daarna weer te beginnen met afspelen.
6 ■
Druk op deze toets om te stoppen met afspelen.
7 VOLUME +/-
Gebruik deze toetsen om het volume in te stellen. (Standaardinstelling: 10)
Voorpaneel

1 POWER ON
Wanneer het apparaat is ingeschakeld, licht deze indicator op.
BT AUDIO ^1
Wanneer BT Audio als de ingangsbron is geselecteerd, licht deze indicator op.
AIR JAM ^1
Wanneer Air Jam als de ingangsbron is geselecteerd, licht deze indicator op.
TIMER
Wanneer de wekkertimer op On is ingesteld, licht deze indicator op.
TUNE
Wanneer de tuner FM-uitzendingen ontvangt, licht de TUNE indicator op.
2 Hoofddisplay
3 Hulpdisplay
4 Luidsprekers
5 USB-poort
6 AUX IN
Hierop kan extra apparatuur worden aangesloten.
7 PHONES
Hierop kan een hoofdtelefoon worden aangesloten.
8 iPod/iPhone aansluitpoort
Opmerking
1 Los verkrijgbaar. Om de BT Audio en Air Jam functie te kunnen gebruiken, moet u de los verkrijgbare Bluetooth® adapter: AS-BT200 op het apparaat aansluiten. Zie pagina 17 voor verdere informatie.
Hoofddisplay

1 Ingangsbron
2 Inslaaptimer
Wanneer de inslaaptimer is ingesteld, wordt de resterende tijd aangegeven totdat het apparaat wordt uitgeschakeld.
3 AirPlay
Dit verschijnt in blauw wanneer AirPlay in gebruik is en in wit in de stopstand.
4 Netwerkverbindingsstatus

Wanneer het apparaat op het bedrade netwerk is aangesloten, licht deze indicator op.

Wanneer het apparaat op het braadloze netwerk is aangesloten, licht deze indicator op.

Wanneer het apparaat niet op het netwerk is aangesloten, licht deze indicator op.
5 Naam van map/bestand/track/artiest/album/zender enz.
6 Geluiddempingsstand (Mute)
Dit wordt in de geluiddempingsstand weergegeven.
7 Afspeelstatus
Dit wordt weergegeven wanneer het spelende bestand een albumillustratie enz. bevat.
9 Herhaalde en willekeurige weergave

Alle bestanden herhalen.

Eén bestand herhalen.

Willekeurige weergave
10 Verstreken speelduur
11 Afspeelbalk
De balk wordt langer samen met de verstreken speelduur.
12 Resterende speelduur
Aan de slag
Hoofdstuk 4:
Aan de slag
Wanneer u het apparaat de eerste maal gebruikt, worden de volgende schermen weergegeven.
Stel de volgende onderdelen in om het apparaat aan uw wensen aan te passen.
1 Druk op STANDBY/ON.
Ongeveer twintig seconden nadat het apparaat is ingeschakeld, verschijnt het volgende beginscherm. Na het inschakelen duurt het ongeveer één minuut voordat het opstarten volledig is voltooid.
Wanneer Quick Start Mode op On wordt gezet, zal er sneller worden gestart (pagina 28).

2 G e ▶ PLA Yuomidel Demo Mode te activeren of gebruik ■ STOP om de Demo Mode uit te schakelen.
Het onderstaande scherm verschijnt automatisch na het scherm in stap 1.
- Demo Mode kan ook in Auto mode select worden geactiveerd (pagina 28).

- Wanneer Start is geselecteerd, werkt de demonstratiefunctie. Wanneer de volgende keer wordt gestart, moet stap 3 worden ingesteld.
- Als Cancel wordt geselecteerd, wordt er automatisch doorgegaan naar stap 3.
3 G e b↑/↓ om deimelnutaal van dit apparaat te kiezen en druk dan op ENTER.

Door enkel uw iPod/iPhone op dit apparaat aan te sluiten, kunt u genieten van topkwaliteit geluid van uw iPod/iPhone. Dit apparaat kan ook aangesloten worden op een televisietoestel, zodat u beelden kunt bekijken van uw iPod/iPhone.
Het afspelen en de volume-instelling voor de muziek en de beelden van de iPod/iPhone kan op dit apparaat of op de iPod/iPhone zelf worden geregeld.
Controleren welke iPod/iPhone modellen ondersteund worden
Hieronder ziet u de iPod/iPhone modellen die met dit apparaat kunnen worden gebruikt. ^1
iPod/iPhone Audio Bediening Video
| iPod nano 2G √ | √ | — | ||
| iPod nano 3/4/5/6G √ | √ | √ | * | |
| iPod classic √ | √ | √ | ||
| iPod touch 1/2/3/4G √ | √ | √ | ||
| iPhone | √ | √ | √ | |
| iPhone 3G/3GS | √ | √ | √ | |
| iPhone 4 | √ | √ | √ | |
* De iPod nano 6G kan geen video afspelen maar kan wel een diavoorstelling tonen.
- Dit systeem is ontworpen en getest voor de softwareversie van de iPod/iPhone aangegeven op de website van Pioneer (http://pioneer.jp/homeav/support/ios/eu/).
- Wanneer een andere software op uw iPod/iPhone is geïnstalleerd dan aangegeven op de website van Pioneer, is het mogelijk dat de apparatuur niet compatibel is met dit systeem.
1 Selecteer " Settings" in het hoofdmenu.
Bij gebruik van een iPod touch of iPhone selecteert u "General" nadat u "Settings" hebt geselecteerd.
De softwareversie wordt weergegeven.

Tip
- Wanneer u een iPod/iPhone hebt die niet door dit apparaat wordt ondersteund, kunt u een los verkrijgbare kabel gebruiken om de iPod/iPhone met de AUX IN aansluiting van dit apparaat te verbinden.
Aansluiten van uw iPod/iPhone

Let op
- Bij het aansluiten van een iPod/iPhone apparaat moet u altijd de dock-adapter gebruiken die bij uw iPod/iPhone apparaat wordt geleverd of een los verkrijgbare adapter die voor uw iPod/iPhone is ontworpen. De iPod/iPhone kan niet zonder dock-adapter worden aangesloten; wanneer u probeert om een iPod/iPhone zonder dock-adapter aan te sluiten, kan dit resulteren in beschadigingen of een defect. - Er wordt geen universe dock-adapter voor de iPod/ iPhone bij dit apparaat geleverd.
1 Open de iPod/iPhone aansluitpoort. 2

2 Bevestig de dock-adapter aan de iPod/iPhone aansluitpoort.
Let er bij het bevestigen van de dock-adapter op dat deze in de juiste richting gekeerd wordt aangebracht. Om de adapter te bevestigen, plaatst u eerst de uitstekende lipjes aan de voorkant van de adapter in de uitsparingen van de iPod/ iPhone aansluitpoort en drukt de adapter dan op de plaats. Wees bij het bevestigen van de adapter voorzichtig dat u niet tegen de aansluitpunten stoot.
Opmerking
1 • Pioneer kan niet garanderen dat dit apparaat werkt met andere iPod/iPhone modellen dan die hieronder zijn aangegeven.
- Het is echter mogelijk dat bij sommige modellen of softwareversies bepaalde functies niet beschikbaar zijn.
- iPod/iPhone is gelicentieerd voor reproductie van materiaal waarop geen auteursrechten rusten of materiaal waarvoor de gebruiker het recht heeft om dit te reproduceren.
- Voorzieningen zoals de equalizer kunnen niet met dit systeem worden bediend en wij raden u aan de equalizer uit te schakelen voordat u de aansluitingen maakt.
- Pioneer kan onder geen enkele omstandigheid aansprakelijk worden gesteld voor direct of indirect verlies als gevolg van beschadiging of verlies van opgenomen materiaal dat het resultaat is van een defect van de iPod/iPhone.
- Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de iPod/iPhone voor instructies over het gebruik van de iPod/iPhone.
2 Bij het openen en sluiten van de iPod/iPhone aansluitpoort moet u de bovenkant van het apparaat met uw hand vasthouden om te voorkomen dat deze beweegt.
3 Sluit uw iPod/iPhone aan.

- Wanneer er geen iPod/iPhone op het apparaat is aangesloten, maakt u de iPod/iPhone aansluitpoort stevig dicht.

Aansluiten van uw TV
Om de iPod/iPhone beelden op een televisie te bekijken, sluit u de apparatuur via een composietvideokabel op elkaar aan.
- Wanneer een iPod/iPhone op dit apparaat wordt aangesloten, komt de instelling voor de TV-uitgang van de iPod/iPhone automatisch op 'ON' te staan.
Afspelen van uw iPod/iPhone

Let op
- Wanneer uw iPod/iPhone op dit apparaat is aangesloten en u de iPod/iPhone rechtstreeks wilt bedienen, moet u de iPod/iPhone met uw andere hand goed vasthouden om een defect als gevolg van een verkeerd contact te voorkomen.
1 Sluit uw iPod/iPhone aan.
- Zie Aansluiten van uw iPod/iPhone op pagina 14 om uw iPod/iPhone aan te sluiten.
2 D r iFUNCTION p/▼ om iPod als de ingangsbron te selecteren.
iPod wordt op het hoofddisplay aangegeven en het afspelen begint.
De volgende bedieningsfuncties zijn mogelijk voor de iPod/iPhone.
Toets Functie
| ▶ PLAY | Hiermee start u normaal afspelen. |
| ■ PAUSE | Hiermee pauzeert u het afspelen. |
| ■ STOP | Hiermee pauzeert u het afspelen. |
| |◀◀ PREV | Druk hierop om naar het begin van het huidige bestand te springen en vervolgens naar eerdere bestanden. |
| ▶▶I NEXT | Druk hierop om naar het volgende bestand te springen. |
| ◀◀ | Houd ingedrukt voor versnelde weergave in achterwaartse richting. |
| ▶▶ | Houd ingedrukt voor versnelde weergave in voorwaartse richting. |
| SHUFFLE | De muziekstukken van de geselecteerde iPod/ iPhone worden in een willekeurige volgorde weergegeven (willekeurige weergave). |
| REPEAT | De muziekstukken van de geselecteerde iPod/ iPhone worden herhaaldelijk weergegeven (herhaalde weergave).* |
| MENU | Deze toets wordt gebruikt voor toegang tot het iPod/iPhone menu. |
| ↑/↓/ENTER | Deze toets wordt gebruikt voor de bediening van het iPod/iPhone menu. |
* Telkens wanneer u op REPEAT drukt, verandert de herhaalfunctie zoals hieronder is aangegeven. ^2
1 muziekstuk herhalen → Alles herhalen → Normale weergave
1 muziekstuk herhalen: Het huidige bestand wordt herhaaldelijk afgespeeld.
Alles herhalen : Alle bestanden worden herhaaldelijk afgespeeld.
Opmerking
1 • Bij sommige iPod's kan de instelling voor de TV-uitgang worden veranderd terwijl de apparatuur is aangesloten.
- Wanneer de iPod/iPhone losgekoppeld wordt van dit apparaat, wordt de instelling voor de TV-uitgang van de iPod/iPhone in de oorspronkelijke toestand teruggezet.
2 Er wordt geen pictogram op het hoofddisplay weergegeven wanneer herhaalde weergave of willekeurige weergave op het apparaat is ingeschakeld.
iPod/iPhone weergave
Wanneer er geen apparatuur op de iPod/iPhone aansluitpoort is aangesloten en dit apparaat wordt langer dan 30 minuten niet bediend, wordt de stroom automatisch uitgeschakeld. ^1

Als dit apparaat uw iPod/iPhone niet kan weergeven, voer dan de volgende controles uit:
- Controleer of de iPod/iPhone door dit apparaat wordt ondersteund.
- Sluit de iPod/iPhone opnieuw op het apparaat aan. Als dit niet werkt, kunt u proberen of het resetten van de iPod/iPhone het probleem verhelpt.
- Controleer of de software van de iPod/iPhone door dit apparaat wordt ondersteund.
Controleer de volgende punten als de iPod/iPhone niet bediend kan worden:
- Is de iPod/iPhone correct aangesloten? Sluit de iPod/iPhone opnieuw op het apparaat aan.
- Is de iPod/iPhone onvoorzien gestopt? Probeer de iPod/iPhone te resetten en sluit deze opnieuw op het apparaat aan.

Tip
- De iPod/iPhone wordt opgeladen wanneer de iPod/iPhone op dit apparaat is aangesloten. (Dit gebeurt ook wanneer het apparaat in de ruststand staat.)
- Wanneer de ingangsfunctie wordt overgeschakeld van de iPod naar een andere functie, zal de iPod/iPhone automatisch worden uitgeschakeld.
- Als het apparaat in de ruststand wordt gezet terwijl er een iPod/iPhone is aangesloten, zal de iPod/iPhone automatisch worden uitgeschakeld.

Opmerking
1 Alleen wanneer Power Save mode is geselecteerd in Auto mode select (pagina 27).
Hoofdstuk 6:
Bluetooth® audioweergave (optie)

Muziek weergeven met behulp van Bluetooth draadloze technologie
Wanneer de Bluetooth® adapter (Pioneer modelnummer AS-BT200) is aangesloten op dit apparaat, kan een product dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie (mobiele telefoon, digitale muziekspeler enz.) worden gebruikt om draadloos muziek te beluisteren. Door gebruik te maken van een los verkrijgbare zender die Bluetooth draadloze technologie ondersteunt, kunt u muziek beluisteren op een apparaat dat niet is voorzien van Bluetooth draadloze technologie. Het AS-BT200 model ondersteunt SCMS-T inhoudbescherming, zodat muziek kan worden afgespeeld op apparaten die zijn voorzien van SCMS-T type Bluetooth draadloze technologie.
Gebruik van de afstandsbediening
Met de afstandsbediening die bij dit apparaat wordt geleverd kunt u media afspelen en stopzetten en andere bewerkingen uitvoeren. ^2
Aansluiten van de los verkrijgbare Bluetooth® adapter
1 Sluit de Bluetooth® adapter op dit apparaat aan terwijl het apparaat in de ruststand staat.
- Verwijder de afdekking van de AS-BT200 aansluiting, sluit de Bluetooth® adapter met de labelzijde naar rechts aan en breng dan de afdekking weer aan.

Opmerking
1 • Het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie moet A2DP-profielen ondersteunen.
- Pioneer kan geen correcte verbinding en bediening met dit apparaat garanderen met alle apparatuur die is uitgerust met Bluetooth draadloze technologie.
- Het merk Bluetooth® en de logo's daarvan zijn gedeponeerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc. PIONEER CORPORATION gebruikt deze onder licentie. Andere handelsmerken en handelsnamen zijn eigendom van de respectieve eigenaren.
2 • Het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie moet AVRCP-profielen ondersteunen.
- Een correcte werking van de afstandsbediening kan niet worden gegarandeerd voor alle apparaten die zijn voorzien van Bluetooth draadloze technologie.
2 Druk op STANDBY/ON om het apparaat in te schakelen.
3 Druk op FUNCTION ▲/▼ of BT AUDIO op het bovenpaneel van het apparaat om BT AUDIO als de ingangsbron te selecteren. ^1
De BT AUDIO indicator licht op en BT Audio wordt op het hoofddisplay aangegeven.
Instellen van de PIN-code
Stel de PIN-code van dit apparaat op dezelfde waarde in als die van het gebruikte apparaat met Bluetooth draadloze technologie. De PIN-codes die ondersteund worden zijn 0000, 1234 en 8888.
• Standaardinstelling: 0000
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ of BT AUDIO op het bovenpaneel van het apparaat om BT AUDIO als de ingangsbron te selecteren.
De BT AUDIO indicator licht op en BT Audio wordt op het hoofddisplay aangegeven.
2 Druk op SET UP.
3 G e b↑/↓ om Option Setting → BT PIN Select te selecteren en druk dan op ENTER.

4 G e b↑/↓ om dei PINk-code te selecteren en druk dan op ENTER.
De PIN-code wordt opgeslagen.
Paren van de Bluetooth® adapter en een apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie
"Paren" dient te worden uitgevoerd voordat u begint met afspelen van de Bluetooth draadloze technologie content met gebruik van de Bluetooth® adapter. Paren van de apparaten moet worden uitgevoerd de eerste keer dat u het systeem gebruikt of wanneer de paringsgegevens zijn gewist. "Paren" is de noodzakelijke stap voor het registreren van het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie om Bluetooth-communicatie in te schakelen.² Raadpleeg voor meer informatie tevens de handleiding van uw apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie.
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ of BT AUDIO op het bovenpaneel van het apparaat om BT AUDIO als de ingangsbron te selecteren.
De BT AUDIO indicator licht op en BT Audio wordt op het hoofddisplay aangegeven.
2 Schakel het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie en dat u wilt paren in, plaats het dicht bij het systeem en zet het in de modus voor paren.
Het paren begint.
3 Controleer of de Bluetooth® adapter is gedetecteerd door het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie.
- Als het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie niet met het apparaat kan worden verbonden, voert u de verbindingsbediening uit vanaf het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie.
Muziek beluisteren van apparaten die zijn voorzien van Bluetooth draadloze technologie
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ of BT AUDIO op het bovenpaneel van het apparaat om BT AUDIO als de ingangsbron te selecteren.
De BT AUDIO indicator licht op en BT Audio wordt op het hoofddisplay aangegeven.
Opmerking
1 Wanneer de Bluetooth® adapter niet is aangesloten en BT Audio als de ingangsbron is geselecteerd, wordt de foutmelding BT Adapter Not Connected op het hoofddisplay aangegeven.
2 • Paren is vereist bij het eerste gebruik van het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie en de Bluetooth® adapter. • Om Bluetooth-communicatie in te schakelen, dient paren te worden uitgevoerd op zowel uw systeem als op het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie.
Bluetooth® audioweergave (optie)
2 Maak verbinding tussen het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie en dit apparaat.
- Zie Paren van de Bluetooth® adapter en een apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie hierboven.
3 D r u▶ PKAYom de weergave te starten.
De volgende functies zijn nu beschikbaar voor apparaten die zijn voorzien van Bluetooth draadloze technologie via gebruik van de afstandsbediening. ^1
| Toets | Functie |
| ▶ PLAY | Hiermee start u normaal afspelen. |
| II PAUSE | Hiermee pauzeert u het afspelen. |
| ■ STOP | Hiermee stopt u het afspelen. |
| |◀◀ PREV | Druk hierop om naar het begin van het huidige bestand te springen en vervolgens naar eerdere bestanden. |
| ▶▶I NEXT | Druk hierop om naar het volgende bestand te springen. |
| ◀◀ | Houd ingedrukt voor versnelde weergave in achterwaartse richting.* |
| ▶▶ | Houd ingedrukt voor versnelde weergave in voorwaartse richting.* |
* Deze functie werkt mogelijk anders afhankelijk van het aangesloten apparaat.
- Wanneer geen apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie is aangesloten en er gedurende langer dan 30 minuten geen bediening wordt uitgevoerd, zal de stroom automatisch worden uitgeschakeld. ^2
AIR JAM
Air Jam — is een door Pioneer ontwikkelde applicatie die gratis verkrijgbaar is.
Met Air Jam kunt u meerdere compatibele apparaten met dit apparaat verbinden via gebruik van Bluetooth draadloze technologie. De applicatie maakt het mogelijk een groepsafspeellijst rechtstreeks op de ondersteunde apparatuur te maken, om deze via dit apparaat met uw thuisbioscoop weer te geven. U en uw vrienden kunnen muziekstukken van uw apparaten aan de afspeellijst toevoegen. Met Air jam kunt u een muziekstuk ook wissen voordat iemand het heeft gehoord.
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ of AIR JAM op het bovenpaneel van het apparaat om AIR JAM als de ingangsbron te selecteren.
De AIR JAM indicator licht op en Air Jam wordt op het hoofddisplay aangegeven.
Ga naar onzer website voor verdere informatie over Air Jam.
http://pioneer.jp/product/soft/iapp_airjam/en.html
Opmerking
1 • Het apparaat dat is voorzien van Bluetooth draadloze technologie moet AVRCP-profielen ondersteunen.
- De bediening van sommige apparaten die zijn voorzien van Bluetooth draadloze technologie kan verschillen van wat in de bovenstaande tabel is aangegeven.
2 Alleen wanneer Power Save mode is geselecteerd in Auto mode select (pagina 28).
Hoofdstuk 7:
USB-weergave
Afspelen van bestanden die zijn opgeslagen op USB-geheugenapparaten
- Het is mogelijk dat dit apparaat een USB-geheugenapparaat niet herkent, de bestanden niet kan afspelen of geen stroom aan het USB-geheugenapparaat kan leveren. Zie Wanneer er een USB-geheugenapparaat is aangesloten op pagina 35 voor verdere informatie.
- Pioneer kan niet garanderen dat een bestand dat op een USB-geheugenapparaat is opgeslagen kan worden afgespeeld of dat stroom aan het USB-geheugenapparaat kan worden geleverd. Bovendien aanvaardt Pioneer geen enkele verantwoordelijkheid voor het verlies van bestanden op USB-geheugenapparaten dat optreedt na het aansluiten op dit apparaat.
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ om USB als de ingangsbron te selecteren.
USB wordt op het hoofddisplay aangegeven.
2 Sluit het USB-geheugenapparaat aan.
De mappen/bestanden die op het aangesloten USB-geheugenapparaat zijn aangesloten, verschijnen automatisch op het hoofddisplay.
3 G e b↑/↓ om heit bestand te selecteren en druk dan op ENTER.
Het afspelen begint.
- Als u terug wilt keren naar het vorige scherm, drukt u op RETURN.
- Schakel de stroom uit voordat u het USBgeheugenapparaat verwijdert.
U kunt de volgende bedieningsfuncties uitvoeren. Sommige toetsen zijn niet beschikbaar voor de bediening afhankelijk van de categorie die op het moment wordt afgespeeld.
Toets Functie
| ▶ PLAY | Hiermee hervat u het afspelen vanuit de pauzestand. |
| II PAUSE | Hiermee pauzeert u het afspelen. |
| ■ STOP | Hiermee stopt u het afspelen. |
| I◀◀ PREV | Druk hierop om naar eerdere bestanden te springen. |
| ▶▶I NEXT | Druk hierop om naar het volgende bestand te springen. |
| SHUFFLE | De geselecteerde muziekstukken worden in een willekeurige volgorde weergegeven (willekeurige weergave). |
Toets Functie
REPEAT
De geselecteerde muziekstukken worden herhaaldelijk weergegeven (herhaalde weergave).*
| * Druk enkele malen op de toets om tussen de opties voor herhaalde weergave om te schakelen. Bij 🔒 wordt het huidige bestand herhaaldelijk afgespeeld. Bij 🔒 worden alle bestanden herhaaldelijk afgespeeld. |
Wanneer er geen USB-geheugenapparaat wordt weergegeven en dit apparaat langer dan 30 minuten niet wordt bediend, zal de stroom automatisch worden uitgeschakeld. ^1
Het volgende scherm verschijnt op het hoofddisplay wanneer u audiobestanden afspeelt. Het is mogelijk dat sommige bestandstypen niet op het display worden aangegeven.

1 Alleen wanneer Power Save mode is geselecteerd in Auto mode select (pagina 27).
Hoofdstuk 8:
Internetradio
Naar de internetradio luisteren
Aansluiten op een LAN-netwerk
Maak de aansluiting op het netwerk via de LAN-interface.
Zie Aansluiten op het netwerk via de LAN-interface op pagina 7 voor verdere informatie over de aansluitingen.
De eerste maal naar de internetradio luisteren
Wanneer u de eerste maal naar de internetradio luistert, volgt u de onderstaande aanwijzingen om op de gewenste zender af te stemmen.
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ om Internet Radio als de ingangsbron te selecteren.
Internet Radio wordt op het hoofddisplay aangegeven.
2 G e b↑/↓ om Find Net Radio te selecteren en druk dan op ENTER.

3 G e b↑/↓ om deizender te selecteren en druk dan op ENTER.

Afstemmen op een zender
1 D r uFUNCTION p/▼ om Internet Radio als de ingangsbron te selecteren.
- De informatie van de zender die u het laatst hebt geselecteerd, wordt op het hoofddisplay weergegeven.
2 D r uMENU om het internetradio- menuscherm te tonen.
3 G e ↑/↓ om Find Net Radio of Favorites te selecteren en druk dan op ENTER.
- Selecteer Find Net Radio wanneer u op een zender wilt afstemmen die niet aan de Favorites is toegevoegd.
- Selecteer Favorites wanneer u op een zender wilt afstemmen die reeds aan de Favorites is toegevoegd.
- Zie Toevoegen van zenders aan de Favorites op pagina 22 om zenders aan de Favorites toe te voegen.
4 G e b↑/↓ onu deizerlder te selecteren en druk dan op ENTER.
- Wanneer u Find Net Radio selecteert, kunt u ook de beschikbare zenders in het internetradiomenu selecteren.
Toevoegen van zenders aan de Favorites
1 Stem via Find Net Radio op een zender af.
- Volg de aanwijzingen in Afstemmen op een zender op pagina 21.
- De informatie van de zender wordt op het hoofddisplay weergegeven.
2 Houd ENTER een paar seconden ingedrukt.

Wissen van zenders in de lijst
1 Druk op MENU om het Internetradiomenuscherm te tonen.
2 G e b↑/↓ om Favorktes te selecteren en druk dan op ENTER.
3 G e b↑/↓ om deizerder te selecteren die u wilt wissen en druk dan op ENTER.
4 G e ↑/↓ om Deletekte seleteren en druk dan op ENTER.
Selecteer OK om te bevestigen.
- Om het wissen van de zender te annuleren, drukt u op RETURN.
Geavanceerde bedieningsfuncties voor internetradio
Radiozenders registreren die niet op de vTuner lijst van de speciale Pioneer-site staan
Met dit apparaat kunnen ook radiozenders worden geregistreerd en beluisterd die niet op de zenderlijst staan die door vTuner wordt verzorgd. Zoek de toegangscode die vereist is voor registratie op dit apparaat, gebruik deze toegangscode voor toegang tot de speciale Pioneer internetradio-site en registreer dan de gewenste zenders in uw favorieten. Het adres van de speciale Pioneer internetradio-site is:
http://www.radio-pioneer.com
1 Geef het Find Net Radio scherm weer.
Om het internetradio-lijstscherm weer te geven, voert u de stappen 1 t/m 3 uit onder De eerste maal naar de internetradio luisteren op pagina 21.
2 G e ↑/↓ omuHelp te selecteren en druk dan op ENTER.
3 G e ↑/↓ onu Geit access code te selecteren en druk dan op ENTER.
De toegangscode die vereist is voor registratie op de speciale Pioneer internetradio-site wordt getoond. Maak een notitie van dit adres.
U kunt het volgende op het Help scherm doen:
- Get access code - De toegangscode die vereist is voor registratie op de speciale Pioneer internetradio-site wordt getoond.
- Show Your WebID/PW - Na de registratie op de speciale Pioneer internetradio-site worden de geregistreerde ID en het wachtwoord getoond.
- Reset Your WebID/PW - Alle informatie geregistreerd op de speciale Pioneer internetradio-site wordt gereset. Bij het resetten worden tevens alle geregistreerde radiozenders gewist. Als u weer naar dezelfde zenders wilt luisteren, moet u deze na het resetten opnieuw registreren.
4 Ga via uw computer naar de Pioneer internetradio-site en doorloop het registratieproces.
Ga naar de bovenstaande site en gebruik de toegangscode uit stap 3 voor het uitvoeren van de gebruikersregistratie aan de hand van de instructies op het scherm.
5 Registreer de gewenste radiozenders als uw favorieten aan de hand van de instructies op het computerscherm.
Zowel radiozenders die niet op de vTuner lijst zijn als radiozenders die op de vTuner lijst zijn, kunnen worden geregistreerd. De zenders worden in het apparaat als favoriete zenders geregistreerd en kunnen worden beluisterd.
Hoofdstuk 9:
Muziekserver
Dit apparaat kan audiobestanden afspelen die op PC's of andere apparatuur van een LAN (lokaal netwerk) zijn opgeslagen.
Inleiding
Met dit apparaat kunt u luisteren naar audiobestanden of naar internetradiozenders op een computer of andere apparatuur die via de LAN-interface met dit apparaat is verbonden. In dit hoofdstuk worden de instellingen en afspeelprocedures beschreven die vereist zijn voor gebruik van deze functie. Raadpleeg tevens de handleiding die bij uw netwerkapparaat wordt geleverd.
- Foto- of videobestanden kunnen niet worden afgespeeld.
- Met Windows Media Player 11 of Windows Media Player 12 kunt u zelfs audiobestanden waarop auteursrechten rusten met dit apparaat afspelen.
Meer over DLNA-netwerkapparaten die weergegeven kunnen worden
Met dit apparaat kunt u muziek afspelen op mediaservers die op dezelfde LAN (lokaal netwerk) als dit apparaat zijn aangesloten. Dit apparaat kan bestanden afspelen die op de volgende apparatuur zijn opgeslagen:
• PC's die onder Microsoft Windows Vista of XP draaien met Windows Media Player 11 geinstalleerd
• PCs die onder Microsoft Windows 7 draaien met Windows Media Player 12 geïnstalleerd
- DLNA-compatibele digitale mediaservers (op PC's of andere apparaten)
Bestanden die zijn opgeslagen op een PC of DMS (Digitale Media Server) zoals hierboven beschreven, kunnen worden afgespeeld via opdrachten van een externe Digitale Media Controller (DMC). De apparaten die door deze DMC worden bestuurd om bestanden af te spelen, worden DMR's (Digitale Media Renderers) genoemd. Dit apparaat ondersteunt deze DMR-functie. Wanneer het apparaat in de DMR-modus staat, kunnen bedieningsfuncties zoals afspelen en stoppen van bestanden worden uitgevoerd vanaf de externe bedieningseenheid. Instelling van het volume en regeling van de geluidsdemping is ook mogelijk. De DMR-modus wordt geannuleerd als de afstandsbediening wordt gebruikt terwijl de DMR-modus is ingeschakeld (met uitzondering van bepaalde toetsen, waaronder de VOLUME +/-, MUTE en DISP OFF).
- Afhankelijk van de externe bedieningseenheid die wordt gebruikt, kan de weergave onderbroken worden wanneer de bedieningseenheid wordt gebruikt om het volume in te stellen. In dit geval stelt u het volume op het apparaat zelf of met de afstandsbediening in.
Gebruik van AirPlay op iPod touch, iPhone, iPad en iTunes
Dit apparaat ondersteunt AirPlay audiostreaming van de iPod touch (2de, 3de en 4de generatie), iPhone 4, iPhone 3GS, iPad met iOS 4.2 of later en iTunes 10.1 (Mac en PC) of later.
Om AirPlay te gebruiken, selecteert u uw apparaat op de iPod touch, iPhone, iPad of in iTunes en begint dan met afspelen.
Het ingangssignaal van het apparaat zal automatisch worden omgeschakeld wanneer AirPlay wordt gebruikt.
De volgende bedieningshandelingen kunnen in de AirPlaymodus worden uitgevoerd:
- Instelling van het volume van het apparaat vanaf de iPod touch, iPhone, iPad of iTunes.
- Pauzeren/hervatten, volgende/vorige muziekstuk en willekeurige/herhaalde weergave vanaf de afstandsbediening van het apparaat.
- Weergave van de informatie over het spelende muziekstuk op het hoofddisplay van het apparaat, waaronder de naam van de artiest, de naam van het muziekstuk/album en de albumillustraties. ^2

Tip
- Voor gebruik van AirPlay is een netwerkomgeving vereist.
- De naam van het apparaat die wordt getoond in de AirPlay UI op de iPod touch, iPhone, iPad en iTunes kan worden veranderd via Friendly Name van Network Setting.
- De AirPlay die op dit apparaat wordt geleverd is ontwikkeld en getest op basis van de softwareversies voor de iPod touch, iPhone en iPad en de softwareversies voor iTunes die zijn aangegeven op de Pioneer-website. AirPlay is mogelijk niet compatibel met andere iPod touch, iPhone, iPad of iTunes softwareversies dan die zijn aangegeven op de Pioneer-website.
Meer over de DHCP-serverfunctie
Om audiobestanden af te spelen die op apparaten in een netwerk zijn opgeslagen, moet u de DHCP-serverfunctie van de router inschakelen.
Als de router niet is uitgerust met een ingebouwde DHCP-serverfunctie, moet u de netwerkinstellingen handmatig maken. Anders kunt u geen audiobestanden afspelen die op apparaten in het netwerk zijn opgeslagen en kunt u ook niet naar internetradiozenders luisteren. Zie Netwerkinstelling op pagina 29 voor verdere informatie.
Opmerking
1 Zie voor meer informatie de Apple-website (http://www.apple.com).
2 Het is mogelijk dat alleen de naam van het muziekstuk wordt weergegeven.
Muziekserver
Dit apparaat autoriseren
Dit apparaat moet geautoriseerd worden om te kunnen weergeven. Het apparaat wordt automatisch geautoriseerd wanneer het via een netwerk op een PC wordt aangesloten. Als dit niet het geval is, moet u het apparaat handmatig op de PC autoriseren. De autorisatiemethode (of de toestemming) voor toegang varieert afhankelijk van het type server waarmee verbinding wordt gemaakt. Raadpleeg de handleiding van de server voor verdere informatie over het autoriseren van dit apparaat.
Afspelen van audiobestanden die op PC's of andere apparaten zijn opgeslagen
Aansluiten op het LAN-netwerk
Zorg dat de PC of de andere apparaten via de LAN-interface op het netwerk zijn aangesloten voordat u deze functie gebruikt.
Zie pagina 7 voor verdere informatie over de aansluitingen.
Weergeven met de muziekserver

Belangrijk
- U kunt geen toegang krijgen tot een PC in een netwerk terwijl u bent ingelogd op een domein dat in een Windows netwerkomgeving is geconfigureerd. In plaats van inloggen op het domein, moet u op de lokale apparatuur inloggen.
- Er zijn gevallen wanneer de verstreken speelduur verkeerd wordt aangegeven.
1 D r FUNCTION p/▼ om Music Server te selecteren.
Alle beschikbare servers worden op het hoofddisplay getoond.
- Wanneer er geen server voor weergave beschikbaar is, wordt "Empty" aangegeven.
2 G e ↑/↓ om deiserver te selecteren waarop het bestand is opgeslagen dat u wilt afspelen en druk dan op ENTER.
De mappen/bestanden die op de server zijn opgeslagen, worden op het hoofddisplay getoond.
3 G e ↑/↓ om heit bestand te selecteren dat u wilt afspelen en druk dan op ENTER.
Het afspelen begint.

- Wanneer het bestand dat u wilt afspelen in een map is, selecteert u eerst de map.
- Als u tijdens afspelen op RETURN drukt, verschijnt het vorige scherm (mappen/bestanden).
U kunt de volgende bedieningsfuncties uitvoeren. Sommige toetsen zijn niet beschikbaar voor de bediening afhankelijk van de categorie die op het moment wordt afgespeeld.
Toets Functie
| ▶ PLAY | Hiermee hervat u het afspelen vanuit de pauzestand. |
| II PAUSE | Hiermee pauzeert u het afspelen. |
| ■ STOP | Hiermee stopt u het afspelen. |
| I◀◀ PREV | Druk hierop om naar het vorige bestand te springen. |
| ▶▶I NEXT | Druk hierop om naar het volgende bestand te springen. |
| SHUFFLE | De geselecteerde muziekstukken worden in een willekeurige volgorde weergegeven (willekeurige weergave). |
| REPEAT | De geselecteerde muziekstukken worden herhaaldelijk weergegeven (herhaalde weergave).* |
* Druk enkele malen op de toets om tussen de opties voor herhaalde weergave om te schakelen. Bij wordt het huidige bestand herhaaldelijk afgespeeld. Bij worden alle bestanden herhaaldelijk afgespeeld.
Hoofdstuk 10:
Gebruik van de tuner
Naar de FM-radio luisteren
De tuner kan FM-uitzendingen ontvangen en u kunt uw favoriete zenders opslaan.
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ om FM te selecteren.
De afgestemde frequentie wordt op het hoofddisplay aangegeven.
2 Stem op een zender af.
Wanneer de tuner FM-uitzendingen ontvangt, licht de TUNE indicator op.
Er zijn twee manieren om dit te doen:
Automatische afstemming - Houd voor het zoeken naar zenders TUNE +/- gedurende enkele seconden ingedrukt. Dit apparaat begint de volgende zender te zoeken en stopt zodra deze is gevonden. Herhaal deze bedieningshandeling totdat u de gewenste zender hoort.
Handmatige afsteming - Druk even kort op TUNE +/- om de frequentie één stapje te veranderen.
Zenders in het geheugen opslaan
U kunt in totaal 9 zenders in het geheugen opslaan zodat u niet telkens handmatig op die zenders hoeft af te stemmen. ^1
- Voorkeurzenders handmatig in het geheugen opslaan
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ om FM te selecteren.
De afgestemde frequentie wordt op het hoofddisplay aangegeven.
2 Stem op een zender af.
3 Houd een cijfertoets (1 t/m 9) gedurende een paar seconden ingedrukt.
De afgestemde frequentie wordt met de ingedrukte cijfertoets in het geheugen opgeslagen. De voorheen vastgelegde zender wordt overschreven.
- Voorkeurzenders automatisch in het geheugen opslaan
1 Houd PRESET + een paar seconden ingedrukt.
De automatische afstemming wordt gestart.
- De afgestemde frequenties worden in numerieke volgorde met de toetsen in het geheugen opgeslagen.
- De automatische afstemming stopt nadat de FM-band is doorlopen of als er 9 zenders in het geheugen zijn opgeslagen.
Luisteren naar voorkeurzenders
1 D r uFUNCTION p/▼ om FM te selecteren.
De afgestemde frequentie wordt op het hoofddisplay aangegeven.
2 Druk op de cijfertoets (1 t/m 9) waarmee de FM-zender in het geheugen is opgeslagen.

Tip
- Druk enkele malen op PRESET +/- om de voorkeurzenders in numerieke volgorde te doorlopen.
Opmerking
- Wanneer een nieuwe zenderfrequentie wordt opgeslagen op een geheugenplaats waar reeds een zenderfrequentie is vastgelegd, wordt de oude frequentie overschreven door de nieuwe.
Overige aansluitingen
Hoofdstuk 11:
Overige aansluitingen
- V o o rdat u aansluitingen maakt of wijzigt, moet u dit apparaat uitschakelen en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Als de AUX IN ministekkeringang wordt verbonden met de hoofdtelefoonaansluiting van de extra apparatuur, wordt het volume van het apparaat ingesteld met de volumeregeling op de extra apparatuur. Als het geluid vervormd is nadat u het volume op dit apparaat hebt verlaagd, kunt u proberen om het volume op de extra apparatuur te verlagen.
Aansluiten van extra apparatuur
Verbind de AUX IN ministekkeringang op het voorpaneel met een extra weergaveapparaat.
- Deze methode kan worden gebruikt voor het afspelen van muziek op dit apparaat van iPod's/iPhone's die niet geschikt zijn voor gebruik van een iPod dock.

Het voorpaneel van dit apparaat
Luisteren naar extra apparatuur
1 Druk op FUNCTION ▲/▼ om AUX te selecteren.
- AUX wordt op het hoofddisplay aangegeven.

2 Begin met de weergave van de extra apparatuur.
Instellingen aanpassen
Hoofdstuk 12:
Instellingen aanpassen
De oorspronkelijke fabrieksinstellingen worden cursief aangegeven.
1 Druk op SET UP zodat het Initial Setup scherm verschijnt.
2 G e b↑/↓ om heit okderdeel te selecteren en druk dan op ENTER.
3 Volg de instructies op het hoofddisplay om de instelling te veranderen.
| Instellingen Functie | ||
| Timer Setting | Instellen van de wekkertimer en de tijd dat het apparaat wordt ingeschakeld. | |
| Clock Setting | Clock Display(On/On (Standby)/Off) | Selecteer On om de klok op het hulpdisplay aan te geven.Wanneer On (Standby) wordt geselecteerd, wordt de klok op het hulpdisplay weergegeven, zelfs wanneer het apparaat is uitgeschakeld (Off). |
| Time Format(12H/24H) | Selecteer de 12-uurs (12H) klok of de 24-uurs (24H) klok. | |
| Clock Adjustment(Auto/Manual) | Selecteer Auto om de klok automatisch gelijk te zetten.Selecteer Manual om de klok handmatig in te stellen. Zie pagina 28 voor het instellen van de klok. | |
| Time ZoneDe standaardinstelling is GMT ±0. | Selecteer de tijdzone van uw land. De tijdzone kan alleen worden veranderd wanneer Clock Adjustment op Auto is ingesteld.Bijvoorbeeld, als u in Hawaii bent (GMT -10:00), gebruikt ↑/↓ om Hawaii te selecteren en dan drukt u op ENTER. | |
| Daylight Saving Time(On/Off) | Selecteer On wanneer het zomertijd is. De tijd wordt 1 uur vooruit gezet. | |
| Display Setting(Level3/Level2/Level1) | Dimt of maakt het display helderder. | |
| Network Setting | Network Type(Wired/Wireless/Auto) | Selecteer het netwerkverbindingstype.Wanneer Auto wordt geselecteerd, wordt het netwerktype automatisch omgeschakeld tussen Wired en Wireless De instelling verschilt afhankelijk van de toestand op het moment dat het apparaat wordt ingeschakeld. |
| Network Configuration(Wired Setting/Wireless Setting) | Zie pagina 29 voor verdere informatie over de instellingen. | |
| WPS(PBC/PIN Input) | Zie pagina 31 voor de instellingen van de WPS-verbinding. | |
| Friendly Name | De naam van dit systeem die op een computer of ander apparaat dat op het netwerk is aangesloten wordt weergegeven, kan worden veranderd. | |
Instellingen aanpassen
| Instellingen Functie | ||
| Option Setting | BT PIN Select(0000/1234/8888) | Gebruik dit onderdeel om deBluetoothPIN-code in te stellen. (pagina 18) |
| Volume Limit Setting(On/Off) | WanneerOnwordt geselecteerd, kan het volume worden ingesteld tussen 0 en 30.Telkens nadat deze instelling is veranderd, komt het volume op 0 te staan. | |
| Internet Parental Lock(Change Password/Internet Parental Lock) | Beperkt het gebruik van internetradio via gebruik van een wachtwoord. ZetInternet Parental Lock opOn/Off.U kunt het wachtwoord instellen metChange Password(pagina 32). | |
| Auto mode select(Power Save mode/Demo Mode/Off) | WanneerPower Save modewordt geselecteerd, komt het apparaat automatisch in de ruststand te staan als er langer dan 30 minuten geen bedieningshandeling wordt verricht.WanneerDemo Modewordt geselecteerd, verschijnt het demonstratiescherm als er langer dan 5 minuten geen bedieningshandeling wordt verricht. | |
| Language(English/Other languages) | Verander met dit onderdeel de taal van de meldingen die op het hoofddisplay verschijnen.Other languages (andere talen): Frans, Duits, Nederlands, Italiaans, Spaans, Russisch, Japans | |
| Quick Start Mode(On/Off) | Wanneer dit onderdeel opOnstaat, is de tijd die vereist is voor het opstarten korter. Ook zal de stroom gelijktijdig worden ingeschakeld wanneer AirPlay wordt uitgevoerd.AlsQuick Start ModeopOnstaat, is het stroomverbruik wanneer het apparaat uitgeschakeld is (ruststand) ongeveer hetzelfde als wanneer het apparaat ingeschakeld is. Wanneer het netsnoer wordt losgemaakt terwijlQuick Start ModeopOnstaat, zal de volgende keer wanneer de stekker weer wordt ingestoken, ongeveer één minuut opwarmtijd vereist zijn voordat het apparaat reageert. Wacht één minuut na het aansluiten van het snoer voordat u op deSTANDBY/ON toets drukt. | |
| Software Update | Gebruik dit onderdeel om de software van het apparaat te updaten. | |
| System Info | Gebruik dit onderdeel om de informatiedetails van het apparaat te controleren. | |
Gebruik van de timer
Instellen van de klok
Stel de klok in voordat u de timer gebruikt. ^1
1 Druk op SET UP.
Het Initial Setup scherm wordt op het hoofddisplay weergegeven.
Als u Manual selecteert, gaat u door naar stap 4.
- Auto werkt alleen wanneer dit apparaat met het netwerk is verbonden. Maak verbinding met het netwerk als u de automatische tijdinstelling wilt gebruiken.
4 G e / / iof de cijfertoetsen om de klok in te stellen en druk dan op ENTER.
- M e t ←/→ kunt u naar een ander instelvakje (uur/minuten/seconden/AM, PM ^2 ) gaan.
- Gebruik ↑/↓ om de waarden te verhogen of verlagen.

- Als u op RETURN drukt, wordt het vorige scherm weergegeven.
Instellen van de wekkertimer ^3
1 Druk op SET UP.
Het Initial Setup scherm wordt op het hoofddisplay weergegeven.
Opmerking
1 U moet de klok opnieuw instellen wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt en weer insteekt (of als er een stroomstoring is).
2 De "AM" en "PM" indicators verschijnen alleen wanneer Time Format op 12H staat.
3 Wanneer het apparaat in de iPod, FM, Internet Radio of Aux stand staat, kunt u de timer instellen.
Instellingen aanpassen
Het Timer Setting scherm wordt weergegeven.
3 G e b↑/↓/↔y→iof de cijfertoetsen om de klok in te stellen en druk dan op ENTER.
De TIMER indicator licht op en de wekkertimer is ingesteld.
- M e t ←/→ kunt u naar een ander instelvakje (uur/minuten/AM, PM ^1 ) gaan.
- Gebruik ↑/↓ om de waarden te verhogen of verlagen.

- Als u op RETURN drukt, wordt het vorige scherm weergegeven.
- De wekkertimer wordt ingeschakeld met de ingangsbron en op het volumeniveau dat u hebt geselecteerd toen u de timer instelde.
In-/uitschakelen van de wekkertimer ^2
1 Druk op om de timer in te schakelen.
De TIMER indicator licht op.
- Om de timer uit te schakelen, drukt u op terwijl de timer is ingeschakeld.
Gebruik van de wekkertimer
1 Schakel de wekkertimer in.
2 Druk op STANDBY/ON om het apparaat uit te schakelen.
3 Bij het bereiken van de wektijd wordt het apparaat automatisch ingeschakeld en begint de weergave van de geselecteerde ingangsbron.
Als het apparaat langer dan 60 minuten nadat de wekkertimer in werking is getreden en het afspelen is begonnen niet wordt bediend, zal het apparaat automatisch worden uitgeschakeld (ruststand).
Gebruik van de inslaaptimer
De inslaaptimer schakelt het apparaat uit zodat u zonder zorgen in slaap kunt vallen.
1 Druk enkele malen op SLEEP om de tijd te kiezen waarna het apparaat moet worden uitgeschakeld.
U kunt 5 min, 15 min, 30 min, 60 min, 90 min of Uit (inslaaptimer uitgeschakeld) instellen. ^3
Netwerkinstelling
Als een breedbandrouter (met een ingebouwde DHCP-serverfunctie) op dit apparaat is aangesloten, hoeft u alleen maar de DHCP-serverfunctie in te schakelen en is het niet nodig om het netwerk handmatig in te stellen. Wanneer een breedbandrouter zonder een DHCP-serverfunctie op dit apparaat is aangesloten, moet u de instellingen maken die hieronder staan beschreven. Voordat u begint met het maken van de netwerkinstellingen, dient u uw ISP of netwerkbeheerder te raadplegen voor de vereiste instelwaarden.
Raadpleeg tevens de handleiding die bij uw netwerkapparaat wordt geleverd.
- Eventuele wijzigingen aangebracht in een router zonder DHCP-serverfunctie, moeten ook in de netwerkinstellingen worden doorgevoerd.
1 D r uSETkUP.o p
Het Initial Setup scherm wordt op het hoofddisplay weergegeven.
De volgende stappen worden afzonderlijk beschreven in Wired Setting en Wireless Setting. Volg de aanwijzingen die van toepassing zijn op uw netwerktype.
Opmerking
1 De "AM" en "PM" indicators verschijnen alleen wanneer Time Format op 12H staat.
2 De Timer Setting moet worden uitgevoerd voordat u de timer inschakelt.
3 De inslaaptimer kan worden ingesteld door op SLEEP te drukken terwijl de resterende tijd wordt aangegeven.
Instellingen aanpassen
Wired Setting (bedraad)
1 G e ↑/↓ om DHCPOff te selecteren en druk dan op ENTER.
Het instelscherm voor het IP-adres wordt weergegeven.
2 G e / / u iof de cijfertoetsen om de cijfers in te stellen en druk dan op ENTER.

• ←/→: Verplaatst het instelvakje.
• ↑/↓: Verhoogt of verlaagt de waarde.
Static IP Address (statisch IP-adres)
Het IP-adres dat wordt ingevoerd, moet binnen de volgende bereiken zijn gedefinieerd. Als het IP-adres buiten de volgende bereiken is gedefinieerd, kunt u geen audiobestanden afspelen die op apparaten in het netwerk zijn opgeslagen en kunt u ook niet naar internetradiozenders luisteren.
Groep A: 10.0.0.1 tot 10.255.255.254 / Groep B: 172.16.0.1 tot 172.31.255.254 / Groep C: 192.168.0.1 tot 192.168.255.254
Als een xDSL-modem of een terminaladapter rechtstreeks op dit apparaat is aangesloten, voert u het subnetmasker in dat in uw ISP-documentatie staat. In de meeste gevallen moet u 255.255.255.0 invoeren.
Gateway Address (gateway-adres)
Als een gateway (router) op dit apparaat is aangesloten, voert u het bijbehorende IP-adres in.
Preferred DNS/Alternate DNS (voorkeur DNS/alternatieve DNS)
Als er slechts één DNS-serveradres in uw ISP-documentatie staat vermeld, voert u Preferred DNS in. Als er meer dan twee DNS-serveradressen zijn, voert u Alternate DNS in het andere adresveld voor de DNS-server in.
Proxy Setup (proxy-instelling)
Selecteer Use Proxy Server wanneer u dit apparaat via een proxyserver op het internet aansluit. Voer het IP-adres van uw proxyserver in het Proxy Server Address veld in. Voer ook het poortnummer van uw proxyserver in het 'Proxy Port' veld in.
Wireless Setting (draadloos)
1 G e ↑/↓ om Manual te selecteren en druk dan op ENTER.

Tip
- O m Auto te selecteren, selecteert u de naam van het netwerk waarmee u verbinding wilt maken en volgt dan de aanwijzingen vanaf stap 4.

2 G e ↑/↓/←→iomkde SSID te selecteren en druk dan op ENTER.
• ←/→: Verplaatst het instelvakje.
• ↑/↓: Verandert het weergegeven teken.
• SOUND: Verandert het tekentype.
• CLEAR: Wist telkens één teken.

Instellingen aanpassen
3 G e b↑/↓ om het bøveiligingstype te selecteren en druk dan op ENTER.

• ←/→: Verplaatst het instelvakje.
• ↑/↓: Verandert het weergegeven teken.
• SOUND: Verandert het tekentype.
• CLEAR: Wist telkens één teken.
5 G e b↑/↓ om DHCPIOFF te selecteren en druk dan op ENTER.
Het instelscherm voor het IP-adres wordt weergegeven.
6 G e b↑/↓/↔u→iof de cijfertoetsen om de cijfers in te stellen en druk dan op ENTER.
• ←/→: Verplaatst het instelvakje.
• ↑/↓: Verhoogt of verlaagt de waarde.
- CLEAR: Wist telkens één teken.
- De onderstaande onderdelen kunnen worden ingesteld. Zie stap 2 in Wired Setting (bedraad) op pagina 30 voor verdere informatie over de onderdelen die ingesteld kunnen worden.
Static IP Address (statisch IP-adres)
Subnet Mask (subnetmasker)
Gateway Address (gateway-adres)
Preferred DNS/Alternate DNS (voorkeur DNS/alternatieve DNS)
Proxy Setup (proxy-instelling)
Instelling van de WPS-verbinding
WPS is de afkorting voor Wi-Fi Protected Setup (Wi-Fi beschermde instelling). Dit is een standaard opgesteld door de Wi-Fi Alliance industriegroep om de instellingen die verband houden met de verbinding van WPS-compatibele draadloze LAN-apparaten en de versleuteling ervan via een eenvoudige bediening te kunnen uitvoeren.
Dit apparaat ondersteunt de druktoets-configuratie en de PIN-code configuratie.

Belangrijk
- Het Network Type moet op Wireless of Auto worden ingesteld om de WPS-verbinding te kunnen gebruiken. Zie pagina 27 om het netwerktype te veranderen.
1 D r uSETkUP.o p
Het Initial Setup scherm wordt op het hoofddisplay weergegeven.
De verbindingsinstellingen worden automatisch gemaakt door eenvoudigweg op de WPS-toetsen van het WPS-compatibele draadloze LAN-apparaat te drukken. Volg de aanwijzingen op het hoofddisplay. Dit is de eenvoudigste manier om de instellingen te maken en deze manier is mogelijk wanneer het WPS-compatibele draadloze LAN-apparaat is uitgerust met een WPS-toets.
- PIN Input
De verbindingsinstellingen worden gemaakt door het invoeren van de 8-cijferige PIN-code die op het hoofddisplay wordt aangegeven naar het toegangspunt dat u hebt geselecteerd. Volg de aanwijzingen in Verbinden met behulp van de PIN-code configuratie rechts hiernaast.
Instellingen aanpassen
Verbinden met behulp van de PIN Input
1 Druk op SET UP, selecteer Network Setting → WPS → PIN Input en druk dan op ENTER.
2 G e b↑/↓ om heit tolegangspunt te selecteren waarmee u verbinding wilt maken en druk dan op ENTER.

3 Bevestig de PIN-code van dit apparaat en druk dan op ENTER.
De PIN-code van dit apparaat wordt op het hoofddisplay weergegeven. U moet deze PIN-code aangeven om verbinding met het netwerk te kunnen maken.

4 Binnen 2 minuten na het sluiten van het PIN-code bericht voert u de PIN-code in voor het toegangspunt dat geselecteerd is in stap 2.
- De methode voor het invoeren van de PIN-code verschilt afhankelijk van het gebruikte LAN-apparaat. Raadpleeg voor verdere informatie de handleiding die bij het LAN-apparaat wordt geleverd.
Friendly Name (eigen naam)
1 Druk op SET UP.
3 G e b↑/↓/←u→iomlde Friendly Name in te voeren en druk dan op ENTER.
• ←/→: Verplaatst het instelvakje.
• ↑/↓: Verandert het weergegeven teken.
• SOUND: Verandert het tekentype.
• CLEAR: Wist telkens één teken.
Kinderslot-instelling
Hiermee kan de toegang tot internetradio worden beperkt voor kinderen. Wanneer Internet Parental Lock op On wordt gezet, kunt u niet naar internetradio luisteren zonder eerst een wachtwoord in te voeren. ^1
In-/uitschakelen van het kinderslot
1 Druk op SET UP.
Het Initial Setup scherm wordt op het hoofddisplay weergegeven.
3 G e b↑/↓/←u→iof de cijfertoetsen om het wachtwoord in te voeren en druk dan op ENTER.
• ←/→: Verplaatst het instelvakje.
• ↑/↓: Verhoogt of verlaagt het cijfer.
• CLEAR: Wist telkens één teken.
- De oorspronkelijke fabrieksinstelling is "0000".
4 G e h/↓ om Ori oflOff te selecteren en druk dan op ENTER.
Veranderen van het wachtwoord
1 Druk op SET UP.
Het Initial Setup scherm wordt op het hoofddisplay weergegeven.
3 G e b↑/↓/↔u→iof de cijfertoetsen om het huidige wachtwoord in te voeren en druk dan op ENTER.
4 G e b↑/↓/↔u→iof de cijfertoetsen om het nieuwe wachtwoord in te voeren en druk dan op ENTER.
- Als u op RETURN drukt, wordt het vorige scherm weergegeven.
Opmerking
1 Wanneer Internet Parental Lock op On staat, zal de automatische klokinstelling via het netwerk toch werken.
Instellingen aanpassen
Software-update
Gebruik deze procedure om de software van het apparaat te updaten. U kunt de software via een USB-geheugenapparaat updaten.
Het updaten via een USB-geheugenapparaat gebeurt door het downloaden van het updatebestand naar een computer, het schrijven van dit bestand op een USB-geheugenapparaat en het plaatsen van het USB-geheugenapparaat in de USB-poort op het voorpaneel van het apparaat.
- Als een updatebestand op de Pioneer-website staat, downloadt u het naar uw computer. Bij het downloaden van een updatebestand vanaf de Pioneer-website naar uw computer zal het bestand in ZIP-formaat zijn. Pak het ZIP-bestand uit voordat u het op het USB-geheugenapparaat opslaat. Als er nog oude gedownloade bestanden of gedownloade bestanden voor andere modellen op het USB-geheugenapparaat zijn, moet u deze wissen.
Belangrijk
- Haal de stekker NIET uit het stopcontact tijdens het updaten.
- Bij het updaten via een USB-geheugenapparaat mag u het USB-geheugenapparaat niet loskoppelen.
1 Druk op SET UP.
Het Initial Setup scherm wordt op het hoofddisplay weergegeven.
2 Selecteer Option Setting → Software Update→ Start en druk dan op ENTER.

Het scherm voor het updaten verschijnt en het updaten begint.
- Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra het updaten is voltooid.
Meldingen bij het updaten van de software
Statusmeldingen Beschrijving
File Not Found. Er kan geen updatebestand op het USB-geheugenapparaat worden gevonden. Sla het bestand in de hoofddirectory van het USB-geheugenapparaat op.
Statusmeldingen Beschrijving
| Data format error. | Probeer het USB-geheugenapparaat los te koppelen en weer aan te sluiten of sla het updatebestand opnieuw op. Als de fout weer optreedt, gebruikt u een ander USB-geheugenapparaat. |
Update failed. Neem contact op met een officieel servicecentrum.
Geluidsinstellingen
Gebruik van de virtuele surroundfunctie/ Sound Retriever
U kunt opwindende effecten aan de geluidsbronnen toevoegen.
1 D r uSOUNDom Virtual Surround of Sound Retriever te selecteren.
2 G e b↑/↓ om Ori of Off te selecteren en druk dan op ENTER.
Meer over de Sound Retriever
Met deze functie worden de geluidsgegevens die tijdens de comprimering van MP3- en andere bestandstypen verloren zijn gegaan zo goed mogelijk hersteld zodat u kunt genieten van een geluidskwaliteit die dichter ligt bij de geluidskwaliteit van de originele signaalgegevens.
Instellen van de lage en hoge tonen
Met de lage- en hogetonenregeling kunt u de klankkleur aanpassen.
1 D r uSOUNDom Bass of Treble te selecteren.
2 G e b-/→ om de lage of hoge tonen in te stellen en druk dan op ENTER.
U kunt de lage en hoge tonen instellen tussen -5 en +5 (elf stappen).
Terugstellen van het systeem
Volg deze stappen om alle fabrieksinstellingen van dit apparaat te herstellen.
Belangrijk
- Maak alle apparatuur die op dit apparaat is aangesloten los voordat u met de bediening begint.
1 D r uSTANDBY/QN.
Het apparaat wordt ingeschakeld.
2 Houd ■ en ⓍSTANDBY/ON op het bovenpaneel gedurende drie seconden ingedrukt.
Het apparaat wordt uitgeschakeld (ruststand).
Alle instellingen worden teruggezet op de fabrieksinstellingen wanneer het apparaat de volgende keer wordt ingeschakeld.
Hoofdstuk 13:
Aanvullende informatie
Problemen oplossen
Vaak worden onjuiste handelingen verward met problemen of storingen. Wanneer u denkt dat er iets mis is met dit apparaat, controleer dan eerst de onderstaande punten. Soms kan de storing veroorzaakt worden door een andere component. Controleer daarom ook de andere componenten en elektrische apparatuur die gebruikt wordt. Als u het probleem aan de hand van de gegeven maatregelen niet kunt verhelpen, dient u contact op te nemen met uw dichtstbijzijnde officiële Pioneer servicecentrum of met uw dealer om het apparaat te laten repareren.
- Als dit apparaat niet naar behoren functioneert vanwege externe factoren zoals statische elektriciteit, trek dan de stekker uit het stopcontact en steek hem weer in om het apparaat normaal te laten werken.
Algemeen probleem
| Probleem Controle Oplossing | ||
| De gemaakte instellingen zijn gewist. | Is de stekker uit het stopcontact getrokken terwijl dit apparaat nog aan stond? | Druk altijd eerst op STANDBY/ON op het bovenpaneel van dit apparaat of druk op STANDBY/ON van de afstandsbediening en wacht tot de POWER ON indicator op het display op het voorpaneel dooft. |
| Verschillen in de geluidssterkte tussen MP3, WMA, iPod/iPhone en tuner. | Dit duidt niet op een storing in de werking van dit apparaat. | De geluidssterkte kan verschillend zijn afhankelijk van de ingangsbron en het opnameformaat. |
| Het apparaat reageert niet op de afstandsbediening. | Gebruikt u de afstandsbediening niet op te grote afstand? | Gebruik de afstandsbediening binnen 7 m en 30° van de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel (pagina 5). |
| Wordt de afstandsbedieningssensor niet blootgesteld aan direct zonlicht of fel licht van een tl-buis enz.? | De afstandsbedieningssignalen kunnen niet juist worden ontvangen als de afstandsbedieningssensor wordt blootgesteld aan direct zonlicht of fel licht van een tl-buis enz. | |
| Kunnen de batterijen leeg zijn? | Vervang de batterijen (pagina 5). | |
| Het beeld ziet er uitgerekt uit, of de beeldverhouding van de TV kan niet worden omgeschakeld. | Staat de beeldverhouding juist ingesteld op de aangesloten TV? | Lees de handleiding van de TV en stel de beeldverhouding van de TV juist in. |
| Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld of het demonstratiescherm verschijnt automatisch. | Is Auto mode select misschien ingesteld op Power Save mode of Demo Mode? | Verander de instelling van Auto mode select naar Off (pagina 28). |
Wanneer een iPod/iPhone is aangesloten
| Probleem Controle Oplossing | |
| Kan de iPod/iPhone niet bedienen. | Controleer of de iPod/iPhone juist is aangesloten (zie Aansluiten van uw iPod/iPhone op pagina 14).Probeer ook of het helpt wanneer de iPod/iPhone wordt losgemaakt en weer aangesloten.Als de iPod/iPhone onvoorzien is gestopt, probeer de iPod/iPhone dan te resetten en sluit deze opnieuw op het apparaat aan. |
Aanvullende informatie
Wanneer er een USB-geheugenapparaat is aangesloten
| Probleem Controle Oplossing | ||
| Het USB-geheugenapparaat wordt niet herkend. | Is het USB-geheugenapparaat naar behoren aangesloten? | Steek de stekker stevig helemaal in de aansluitbus. |
| Is het USB-geheugenapparaat aangesloten via een USB-verdeelhub? | Dit apparaat is niet geschikt voor USB-verdeelhubs. Sluit het USB-geheugenapparaat direct op dit apparaat aan. | |
| Dit duidt niet op een storing in de werking van dit apparaat. | Schakel de stroom uit en dan weer in. | |
| Het is mogelijk dat bepaalde USB-geheugenapparaten niet herkend worden. | ||
| Dit apparaat herkent alleen USB-apparaten die bedoeld zijn voor gegevensopslag. | ||
| Alleen de FAT16 en FAT32 bestandssystemen worden ondersteund. Andere bestandssystemen (bijv. FAT, NTFS enz.) worden niet ondersteund. | ||
| Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik van externe harde schijven. | ||
| De mappen of bestandsnamen worden niet in alfabetische volgorde aangegeven. | Dit duidt niet op een storing in de werking van dit apparaat. | De volgorde waarin de mappen en bestandsnamen worden aangegeven hangt af van de volgorde waarin de mappen of bestanden zijn opgenomen op het USB-geheugenapparaat. |
| Het duurt erg lang voordat het USB-geheugenapparaat herkend wordt. | Wat is de capaciteit van het USB-geheugenapparaat? | Bij aansluiten van een USB-geheugenapparaat met grote capaciteit kan het laden van de gegevens wel enige tijd vergen (dit kan soms enkele minuten duren). |
| Het USB-geheugenapparaat krijgt geen stroom. | Verschijnt er een foutmelding op het display op het voorpaneel?De stroomtoevoer wordt afgesloten als het stroomverbruik te hoog is. | Schakel de stroom uit en dan weer in. |
| Schakel de stroom uit, maak het USB-geheugenapparaat los en dan weer vast. | ||
| Druk op FUNCTION ▲/▼ om over le schakelen naar een andere ingangsbron en schakel dan terug naar de USB-stand. (Wanneer u de ingangsbron terugschakelt naar USB.) | ||
Netwerk
| Probleem Controle Oplossing | ||
| Geen toegang mogelijk tot het netwerk. | De LAN-kabel is niet stevig aangesloten. | Sluit de LAN-kabel stevig aan (pagina 7). |
| De router is niet ingeschakeld. Schakel de router in. | ||
| Geen toegang mogelijk tot het netwerk via gebruik van WPS. | Het Network Type staat op Wired. Het Network Type moet op Wireless of Auto worden ingesteld voor gebruik van de WPS-verbinding. Zie pagina 27 om het netwerktype te veranderen. | |
| Geen toegang mogelijk tot het apparaat of PC die via het netwerk is aangesloten. | Er is internet-beveiligingssoftware geïnstalleerd in het aangesloten apparaat. | Er zijn gevallen waarbij geen toegang mogelijk is tot een apparaat met internet-beveiligingssoftware. |
| Het audio-apparaat in het netwerk dat uitgeschakeld is, wordt ingeschakeld. | Schakel het audio-apparaat in het netwerk in voordat u dit apparaat inschakelt. | |
| Het apparaat aangesloten op het netwerk is niet juist ingesteld. | Als de client automatisch geautoriseerd wordt, moet u de corresponderende informatie opnieuw invoeren. Controleer of de verbindingsstatus op “Do not authorize” is ingesteld. | |
| Er zijn geen afspeelbare audiobestanden op het apparaat aangesloten op het netwerk. | Controleer de audiobestanden opgeslagen op het apparaat aangesloten op het netwerk. | |
Aanvullende informatie
Probleem Controle Oplossing
| Het afspelen begint niet. | De apparatuur is losgekoppeld van dit apparaat of de stroomvoorziening. | Controleer of de apparatuur correct op dit apparaat en de stroomvoorziening is aangesloten. |
| De PC of internetradio werkt niet juist. | Het corresponderende IP-adres is niet juist ingesteld. | Schakel de ingebouwde DHCP-serverfunctie van de router in of maak de netwerkinstellingen handmatig overeenkomstig uw netwerkomgeving (pagina 29). |
| Het IP-adres wordt nu automatisch geconfigureerd. | De automatische configuratie zal even duren. Even wachten a.u.b. | |
| De audiobestanden die op de apparaten in het netwerk zijn opgeslagen, zoals een PC, kunnen niet worden afgespeeld. | Windows Media Player 11 of Windows Media Player 12 is niet op de PC geïnstalleerd. | Installeer Windows Media Player 11 of Windows Media Player 12 op de PC (pagina 23). |
| De audiobestanden zijn in een ander formaat dan MP3, WAV (alleen LPCM), MPEG-4 AAC, FLAC of WMA opgenomen. | Speel audiobestanden af die zijn opgenomen in MP3, WAV (alleen LPCM), MPEG-4 AAC, FLAC of WMA. Het is mogelijk dat sommige audiobestanden die in deze formaten zijn opgenomen toch niet met het apparaat kunnen worden afgespeeld. | |
| Audiobestanden opgenomen in MPEG-4 AAC of FLAC worden afgespeeld op Windows Media Player 11 of Windows Media Player 12. | Audiobestanden opgenomen in MPEG-4 AAC of FLAC kunnen niet worden afgespeeld op Windows Media Player 11 of Windows Media Player 12. Probeer een andere server te gebruiken. Zie de handleiding die bij uw server wordt geleverd. | |
| Het apparaat aangesloten op het netwerk wordt niet juist bediend. | Controleer of het apparaat wellicht beïnvloed wordt door speciale omstandigheden of in de slaapmodus staat. Indien nodig, kunt u proberen om het apparaat opnieuw op te starten. | |
| Het apparaat aangesloten op het netwerk geeft geen toestemming voor het uitwisselen van bestanden. | Probeer de instellingen te veranderen voor het apparaat aangesloten op het netwerk. | |
| De map opgeslagen op het apparaat aangesloten op het netwerk is verwijderd of beschadigd. | Controleer de map opgeslagen op het apparaat aangesloten op het netwerk. | |
| De netwerkverbindingen kunnen beperkt zijn door de netwerkinstellingen van de computer, de beveiligingsinstellingen enz. | Controleer de netwerkinstellingen van de computer, de beveiligingsinstellingen enz. | |
| Geen toegang mogelijk tot Windows Media Player 11 of Windows Media Player 12. | In geval van Windows Media Player 11: U bent op het moment op het domein ingelogd via uw PC met Windows XP of Windows Vista geïnstalleerd.In geval van Windows Media Player 12: U bent op het moment op het domein ingelogd via uw PC met Windows 7 geïnstalleerd. | In plaats van inloggen op het domein, moet u op de lokale apparatuur inloggen (pagina 24). |
Aanvullende informatie
Probleem Controle Oplossing
| De audioweergave wordt plotseling gestopt of er zijn storingen. | Het audiobestand dat wordt afgespeeld is niet opgenomen in een formaat dat dit apparaat kan afspelen. | Controleer of het audiobestand is opgenomen in een formaat dat door dit apparaat wordt ondersteund.Controleer of de map beschadigd is of de gegevens verminkt.Zelfs audiobestanden die dit apparaat zou moeten kunnen afspelen, kunnen soms niet worden afgespeeld of worden niet op het display aangegeven (pagina 39). |
| De LAN-kabel is niet goed aangesloten. | Sluit de LAN-kabel correct aan (pagina 7). | |
| Er is veel dataverkeer op het netwerk terwijl er tevens verbinding is met internet op hetzelfde netwerk. | Gebruik 100BASE-TX voor toegang tot de apparaten in het netwerk. | |
| Afhankelijk van de externe bedieningseenheid die wordt gebruikt, kan in de DMR-modus de weergave onderbroken wanneer een volume-instelling op de bedieningseenheid wordt uitgevoerd. | In dit geval stelt u het volume op het apparaat zelf of met de afstandsbediening in. | |
| Er is een verbinding die via een draadloos LAN op hetzelfde netwerk loopt. | Er kan een tekort aan bandbreedte op de 2,4 GHz band zijn die gebruikt wordt door het draadloos LAN. Maak bedrade LAN-verbindingen die niet via een draadloos LAN lopen. | |
| Plaats het apparaat uit de buurt van apparatuur die elektromagnetische straling uitzendt op de 2,4 GHz band (magnetrons, spelconsoles enz.). Als het probleem hierdoor niet wordt verholpen, moet u de apparatuur die elektromagnetische straling uitzendt uitschakelen. | ||
| Kan niet naar internetradiozenders luisteren. | De firewall-instellingen voor de apparaten in het netwerk zijn geactiveerd. | Controleer de firewall-instellingen voor de apparaten in het netwerk. |
| U bent niet verbonden met internet. | Controleer de verbindinginstellingen voor de apparaten in het netwerk en neem indien nodig contact op met uw netwerkserviceprovider (pagina 7). | |
| De uitzendingen van een internetradiozender worden gestopt of onderbroken. | Het is mogelijk dat sommige internetradiozenders op de lijst met internetradiozenders voor dit apparaat (pagina 41) soms niet beschikbaar zijn om naar te luisteren. |
Aanvullende informatie
Draadloos LAN
| Probleem Controle Oplossing | ||
| Geen toegang tot het netwerk via draadloos LAN. | StaatNetwork TypeopAutoen is de LAN-kabel op het apparaat aangesloten? | ZetNetwork TypeopWirelessof maak de LAN-kabel los van het apparaat en start dan het apparaat opnieuw op.AlsNetwork TypeopAutostaat en de LAN-kabel op het apparaat is aangesloten, herkent het apparaat hetNetwork Typeals Wired. |
| Dit apparaat en het basisapparaat (draadloze LAN-router enz.) staan te ver uit elkaar of er is een obstakel tussen de apparaten. | Verbeter de draadloze LAN-omgeving door dit apparaat en het basisapparaat dichter bij elkaar te zetten enz. | |
| Er staat een magnetron of een ander apparaat dat elektromagnetische straling uitzendt te dicht in de buurt van de draadloze LAN-omgeving. | Gebruik het systeem op een plaats uit de buurt van magnetrons of andere apparatuur die elektromagnetische straling uitzendt. | |
| Vermijd zo veel mogelijk het gebruik van apparatuur die elektromagnetische straling uitzendt wanneer het systeem wordt gebruikt met het draadloze LAN. | ||
| Er zijn meerdere draadloze apparaten met de draadloze LAN-router verbonden. | Wanneer meerdere draadloze apparaten worden verbonden, moeten de IP-adressen ervan worden veranderd. | |
| Er kunnen geen draadloze LAN-verbindingen worden opgezet tussen dit apparaat en het basisapparaat (draadloze LAN-router enz.). | Het apparaat moet worden ingesteld om draadloze LAN-verbindingen te kunnen opzetten. Zie Verbinding via draadloze LAN op bladzijde 7. | |
| De instellingen voor het IP-adres van het apparaat komen niet overeen met de instellingen van de draadloze LAN-router enz. | Controleer de instellingen voor het IP-adres van het apparaat (inclusief de DHCP-instelling).Als de DHCP-instelling van het apparaat is ingeschakeld, schakelt u het apparaat uit en vervolgens weer in.Controleer of de IP-adressen van het apparaat overeenkomen met de instellingen van de draadloze LAN-router enz.Als de DHCP-instelling van het apparaat is uitgeschakeld, stelt u een IP-adres in dat overeenkomt met het netwerk van het basisapparaat (draadloze LAN-router enz.).Bijvoorbeeld, als het IP-adres van de draadloze LAN-router "192.168.1.1" is, stelt u het IP-adres van het apparaat in op "192.168.1.XXX" (*1), het subnetmasker op "255.255.255.0" en de gateway en DNS op "192.168.1.1".(*1) Stel de "XXX" in "192.168.1.XXX" in op een getal tussen 2 en 248 dat niet is toegewezen aan andere apparaten. | |
| Het toegangspunt is ingesteld op verbergen van de SSID. | In dit geval is het mogelijk dat de SSID niet wordt weergegeven op het lijstschem voor de toegangspunten. Indien niet, stelt u de SSID enz. in door de draadloze LAN-instellingen handmatig op het apparaat te maken. | |
| De beveiligingsinstellingen voor het toegangspunt gebruiken een WEP 152-bitlengte codesleutel of een gedeelde sleutel-authenticatie. | Dit apparaat ondersteunt niet een WEP 152-bitlengte codesleutel of een gedeelde sleutel-authenticatie. | |
Afspeelbare bestandsformaten
Dit apparaat ondersteunt de volgende bestandsformaten: Het is mogelijk dat sommige bestandsformaten niet afgespeeld kunnen worden, hoewel ze toch vermeld worden in de lijst met afspeelbare bestandsformaten. De compatibiliteit van de bestandsformaten varieert tevens afhankelijk van het type server. Controleer de gegevens van uw server om te weten te komen of de bestandsformaten ondersteund worden.
- Als u probeert om bestanden af te spelen die een niet ondersteund formaat hebben, kan het geluid soms wegvallen of is er ruis in het geluid. Controleer in dat geval of het bestandsformaat compatibel is met dit apparaat.
- De weergave van internetradio kan beïnvloed worden door de internetcommunicatie-omgeving, met als gevolg dat weergave niet mogelijk is zelfs bij de hier vermelde bestandsformaten.
Categorie Extensie Datastroom
| MP3<*1> | .mp3 | MPEG-1/2 Audio Layer-3 | Bemonsteringsfrequentie | 8 kHz tot 48 kHz |
| Kwantisering-bitrate | 16 bit | |||
| Kanaal 2 kan. | ||||
| Bitrate | 8 kbps tot 320 kbps | |||
| VBR/CBR Ondersteund/Ondersteund | ||||
| LPCM | <*2> | LPCM | Bemonsteringsfrequentie | 8 kHz tot 48 kHz |
| Kwantisering-bitrate | 16 bit | |||
| Kanaal 2 kan. | ||||
| WAV .wav LPCM | Bemonsteringsfrequentie | 8 kHz tot 192 kHz (Music Server (Wired)) | ||
| 8 kHz tot 48 kHz (Music Server (Wireless)) | ||||
| 8 kHz tot 96 kHz (USB) | ||||
| Kwantisering-bitrate | 16 bit, 20 bit, 24 bit | |||
| Kanaal 2 kan. | ||||
Categorie Extensie Datastroom
| WMA .wma | WMA2/7/8/9 | Bemonsteringsfrequentie | 8 kHz tot 48 kHz | |
| Kwantisering-bitrate | 16 bit | |||
| Kanaal 2 kan. | ||||
| Bitrate | 5 kbps tot 320 kbps | |||
| VBR/CBR Ondersteund/Ondersteund | ||||
| AAC | .m4a.aac.3gp.3g2 | MPEG-4 AAC MPEG-4 HE AAC (AAC Plus v1/2) | Bemonsteringsfrequentie | 32 kHz tot 48 kHz |
| Kwantisering-bitrate | 16 bit | |||
| Kanaal 2 kan. | ||||
| Bitrate | 16 kbps tot 320 kbps | |||
| VBR/CBR Ondersteund/Ondersteund | ||||
| FLAC .flac FLAC | Bemonsteringsfrequentie | 32 kHz tot 192 kHz (Music Server (Wired)) | ||
| 32 kHz tot 48 kHz (Music Server (Wireless)) | ||||
| 32 kHz tot 96 kHz (USB) | ||||
| Kwantisering-bitrate | 16 bit, 24 bit | |||
| Kanaal 2 kan. | ||||
| Bitrate | — | |||
| VBR/CBR | — | |||
*1 "MPEG Layer-3 audiodecodering-technologie gelicentieerd van Fraunhofer IIS en Thomson multimedia."
*2 Betreft alleen streaming-data van servers, dus er is geen extensie.
Voorzorgen bij het gebruik
Wanneer het apparaat wordt verplaatst
Wanneer het apparaat wordt verplaatst, moet u eerst de iPod/iPhone, het USB-geheugenapparaat, de LAN-kabel of eventuele extra apparatuur die op het apparaat is aangesloten losmaken. Druk daarna op STANDBY/ON van het apparaat (of op STANDBY/ON van de afstandsbediening), wacht totdat de POWER ON indicator op het display op het voorpaneel dooft en trek dan de stekker uit het stopcontact. Het apparaat kan beschadigd raken als het wordt verplaatst of vervoerd terwijl er een ander apparaat op de iPod/iPhone aansluitpoort, de USB en LAN (10/100) aansluitingen of de AUX IN en PHONES ministekkeringang is aangesloten.
Geschikte opstelling
- Kies een stabiele plaats in de buurt van de TV of de stereo-installatie waarmee u het apparaat gebruikt.
- Plaats het apparaat niet bovenop een TV of kleurenmonitor. Zet het apparaat niet te dicht bij een cassettedeck of ander apparaat dat gevoelig is voor magnetische velden.
Vermijd de volgende plaatsen:
- Plaatsen in de volle zon
- Plaatsen met veel vocht of onvoldoende ventilatie
- Plaatsen met veel hitte
- Plaatsen met veel trillingen
- Plaatsen met veel stof of tabaksrook
- Plaatsen met stoom, waterdamp, roet of vettige lucht (in de keuken enz.)
Plaats nooit een voorwerp bovenop het apparaat.
Plaats nooit enig voorwerp bovenop het apparaat.
Zorg dat de ventilatiesleuven niet geblokkeerd worden.
Plaats het apparaat niet op een wollig kleedje of deken, op een bed of sofa, en leg er nooit een doek overheen. Bij onvoldoende ventilatie kunnen de inwendige onderdelen oververhit en beschadigd raken.
Stel het apparaat niet bloot aan hitte.
Plaats het apparaat niet bovenop een versterker of ander apparaat dat warmte afgeeft. Bij opstelling in een audiorek plaatst u het apparaat zo mogelijk onder uw versterker e.d., om de warmte die de versterker afgeeft te vermijden.
- Schakel het apparaat uit wanneer u het apparaat niet gebruikt.
- Afhankelijk van de ontvangstomstandigheden kunnen er strepen in het TV-beeld verschijnen of kan er storing in de radio-entvangst klinken wanneer het apparaat aan staat. Als dit zich voordoet, schakelt u het apparaat uit.
Reinigen van het apparaat
- Trek altijd eerst de stekker uit het stopcontact, voordat u het apparaat gaat reinigen.
- Veeg het apparaat schoon met een zachte doek. Hardnekkig vuil kunt u weg poetsen met een zachte doek met wat neutrale zeep in 5 tot 6 delen water, stevig uitgewrongen, om daarna zorgvuldig na te drogen met een zachte droge doek.
- Alcohol, thinner, benzeen, insectenspray enz. kunnen de opschriften en de afwerking van het apparaat aantasten. Laat ook niet langdurig plastic of rubber voorwerpen tegen het apparaat aan liggen, want ook dat kan de afwerking aantasten.
- Bij gebruik van een chemisch reinigingsdoekje dient u de gebruiksaanwijzing daarvan zorgvuldig te lezen.
Meer over netwerkweergave
De netwerkweergavefunctie van dit apparaat, zoals Internet Radio of Music Server, maken gebruik van de volgende technologieën:
Windows Media Player
Zie Windows Media Player 11/Windows Media Player 12 op pagina 23 voor verdere informatie.
Windows Media DRM
Microsoft Windows Media Digital Rights Management (WMDRM) is een platform om content te beschermen en veilig af te leveren voor weergave op computers, draagbare apparaten en netwerkapparaten. Music Server functioneert als een WMDRM 10 voor genetwerkte apparaten. WMDRM-beveiligde content kan alleen op mediaservers worden afgespeeld die WMDRM ondersteunen.
Contenteigenaars gebruiken de WMDRM-technologie om hun intellectuele eigendom, inclusief de auteursrechten, te beschermen. Dit apparaat maakt gebruik van WMDRM-software voor toegang tot WMDRM-beveiligde content. Als de WMDRM-software de content niet beschermt, kunnen de contenteigenaars Microsoft vragen om de mogelijkheid van de software om WMDRM te gebruiken voor het afspelen of kopieren van beveiligde content te herroepen. Herroeping is niet van invloed op niet beveiligde content. Wanneer u licenties voor beveiligde content downloadt, gaat u ermee akkoord dat Microsoft een herroepingslijst bij de licenties kan voegen. Contenteigenaars kunnen eisen dat u WMDRM upgradet voor toegang tot hun content. Als u geen upgrade uitvoert, hebt u geen toegang tot content die de upgrade vereist.
Dit product wordt beschermd door bepaalde intellectuele eigendomsrechten van Microsoft. Gebruik of verspreiding van beschermde technologieën van dit product is niet toegeslaan zonder een licentie van Microsoft.
DLNA

dlna™
CERTIFIED
DLNA CERTIFIED ^® audiospeler
De Digital Living Network Alliance (DLNA) is een wereldwijde organisatie van fabrikanten van consumentenelektronica, computerapparatuur en mobiele apparaten. Digital Living biedt consumenten een gemakkelijke uitwisseling van digitale media via een bedraad of draadloos thuisnetwerk. Het DLNA-certificatielogo maakt het gemakkelijk om producten te vinden die voldoen aan de DLNA Interoperability Guidelines. Dit apparaat voldoet aan de DLNA Interoperability Guidelines v1.5.
Wanneer een PC met DLNA-serversoftware of een ander DLNA-compatibel apparaat op deze speler wordt aangesloten, kunnen er bepaalde wijzigingen in de software-instellingen of in de instellingen op het andere apparaat vereist zijn. Raadpleeg de handleiding van de software of het betreffende apparaat voor verdere informatie.
DLNA ^ , het DLNA-logo en DLNA CERTIFIED ^ zijn handelsmerken, servicemerken of certificatiemerken van Digital Living Network Alliance.
Content die via een netwerk kan worden afgespeeld
- Sommige bestanden worden mogelijk niet juist afgespeeld, ook wanneer ze in een compatibel formaat zijn gecodeerd.
- Film- en fotobestanden kunnen niet worden afgespeeld.
- Er zijn gevallen waarin u niet naar een internetradiozender kunt luisteren, zelfs als de zender in de lijst met radiozenders kan worden geselecteerd.
- Sommige functies worden wellicht niet ondersteund, afhankelijk van het servertype of de versie die wordt gebruikt.
- De ondersteunde bestandsformaten variëren per server. Bestanden die niet door uw server worden ondersteund, worden niet op dit apparaatweergegeven. Neem contact op met de fabrikant van uw server voor verdere informatie.
Disclaimer voor content van derden
Toegang tot content die geleverd wordt door derden vereist een hoge-snelheid internetverbinding en kan ook een accountregistratie en betaald abonnement vereisen.
Contentservices van derden kunnen op elk moment zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden, vervallen, onderbroken worden of gestopt en Pioneer wijst alle aansprakelijkheid in verband met dergelijke gebeurtenissen van de hand.
Pioneer geeft geen waarborg en staat er niet garant voor dat contentservices geleverd zullen worden of beschikbaar zullen zijn gedurende een bepaalde tijdsperiode en iedere aansprakelijkheid, direct of indirect, wordt afgewezen.
Meer over de eigenschappen bij afspelen via een netwerk
- Het afspelen kan stoppen wanneer de PC wordt uitgeschakeld of als er mediabestanden die op de PC zijn opgeslagen worden gewist tijdens het afspelen van content.
- Als er problemen zijn binnen de netwerkomgeving (veel dataverkeer enz.), bestaat de kans dat er content niet wordt weergegeven of niet juist wordt afgespeeld (het afspelen wordt onderbroken of stopt). Voor een optimale prestatie wordt een 100BASE-TX verbinding tussen de speler en PC aanbevolen.
- Als er meerdere clients gelijktijdig afspelen, wat mogelijk is, kan het afspelen onderbroken worden of stoppen.
- Afhankelijk van de beveiligingssoftware die op de aangesloten PC is geïnstalleerd en de instellingen van de betreffende software, kan een netwerkverbinding geblokkeerd worden.
Pioneer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor een foutieve werking van de speler en/of de Music Server functies als gevolg van communicatiefouten/defecten in de netwerkverbinding en/of de PC of andere aangesloten apparatuur. Neem contact op met de fabrikant van uw PC of de internetserviceprovider.
Windows Media is een gedeponeerd handelsmerk of een handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of in andere landen.
Dit product bevat technologie die het eigendom is van Microsoft Corporation en die niet gebruikt of gedistribueerd mag worden zonder toestemming van Microsoft Licensing, Inc.
Microsoft ^® , Windows ^® 7, Windows ^® Vista, Windows ^® XP, Windows ^® 2000, Windows ^® Millennium Edition, Windows ^® 98 en WindowsNT ^® zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Dit apparaat autoriseren
Om met Music Server te kunnen weergeven, moet dit apparaat geautoriseerd worden. Dit gebeurt automatisch wanneer het apparaat via het netwerk een verbinding maakt met de PC. Als dit niet het geval is, moet u het apparaat handmatig op de PC autoriseren.
De autorisatiemethode (of de toestemming) voor toegang varieert afhankelijk van het type server waarmee verbinding wordt gemaakt. Raadpleeg de handleiding van de server voor verdere informatie over het autoriseren van dit apparaat.
aacPlus


De AAC-decoder gebruikt aacPlus ontwikkeld door Coding Technologies
(www.codingtechnologies.com).
Aanvullende informatie
FLAC
FLAC Decoder
Copyright c 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006, 2007 Josh Coalson
"Gemaakt voor iPod" en "Gemaakt voor iPhone" wil zeggen dat een elektronische accessoire speciaal ontwikkeld is voor verbinding met respectievelijk een iPod of iPhone en door de maker gewaarborgd is als conform de Apple werkingsnormen. Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat en voor het voldoen aan de veiligheidsnormen en wettelijke normen. Houd er rekening mee dat het gebruik van dit accessoire met iPod of iPhone invloed kan hebben op de draadloze prestatie.
AirPlay, iPad, iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano, iPod shuffle en iPod touch zijn handelsnamen van Apple Inc., gedeponeeerd in de VS en in andere landen.
Het AirPlay-logo is een handelsmerk van Apple Inc.
Meer over Wi-Fi®

Het Wi-Fi CERTIFIED logo is een certificatiemerk van de Wi-Fi Alliance.

Wi-Fi Protected Setup is een merk van de Wi-Fi Alliance.
Technische gegevens
- Versterkergedeelte
RMS-uitgangsvermogen:
Voor links/rechts 20 W + 20 W
- Luidsprekergedeelte
Systeem....1-wegsysteem
Luidsprekers:
Volledig toonbereik....6,6 cm conus
Passieve straler....7,7 cm conus
Frequentiebereik....60 Hz tot 20 kHz
- Diverse
iPod 5 V, 1 A
USB 5 V, 500 mA
AS-BT200. 5 V, 100 mA
Stroomverbruik....23 W
In de ruststand (met de snelstartmodus ingeschakeld
(Quick Start Mode On)en bij internetradio-ingangssignaal)
16 W
Afmetingen ..... 520 mm (B) x 218 mm (H) x 156 mm (D)
Gewicht (zonder verpakking) 3,6 kg
- Netspanningsadapter
Netspanning . . . 100 V t/m 240 V wisselstroom, 50 Hz/60 Hz
Nominale uitgangsstroom.....19 V gelijkstroom, 3,42 A
- Accessoires
Afstandsbediening 1
AAA-batterijen (R03) 2
FM-draadantenne 1
Netspanningsadapter 1
Netsnoer
Handleiding (dit document)

Opmerking
- De technische gegevens en het ontwerp kunnen met het oog op verbeteringen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
- Dit product is niet ontworpen voor gebruik in Japan.
Alle rechten voorbehouden.
ВАЖНО

Hierbij verklaart Pioneer dat het toestel X-SMC3-K/-S in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG