FX 200 - LOGICOM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FX 200 LOGICOM in PDF-formaat.

Page 42
Bekijk de handleiding : Français FR English EN Español ES Nederlands NL Português PT
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LOGICOM

Model : FX 200

Categorie : Onbepaald

Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FX 200 - LOGICOM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FX 200 van het merk LOGICOM.

GEBRUIKSAANWIJZING FX 200 LOGICOM

NL Gebruiksaanwijzing Zender / Ontvanger

Inhoudsopgave Uw nieuwe zender/ontvanger Om te beginnen Plaatsing van de batterijen en opladen van de accu Opladen van de accu van de FX 200 Aan- en uitschakelen Overzicht van uw zender/ontvanger Volumeregeling Kanaalkeuze Goed gebruik van de zender Praten Luisteren Uitzenden van een oproeptoon Aftasten Ceintuurclip Voorpaneel van de FX 100 / 200 Aanvullende informatie Oplossen van problemen Onderhoud Garantiebepalingen Algemene informatie en veiligheidsinstructies Waarschuwingen voor het gebruik van een radiozender Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik 42

p 43 p 43 p 43 p 43 p 44 p 45 p 46 p 46 p 46 p 46 p 46 p??? p 47 p 47 p 48 p 49 p 50 p 51 p 52 p 53 p 56 p 57

Uw nieuwe zender/ontvanger Uw zender/ontvanger FX 100 of 200 werkt op PMR446-frequenties en kan worden gebruikt in alle landen waar deze frequenties zijn toegestaan, onder voorbehoud van de geldende wetgeving. Voor deze radiofrequentie, bestemd voor recreatief gebruik door gezinnen en groepen, is geen vergunning vereist. Het gebruik van deze radio in andere landen dan die waarvoor het apparaat is bestemd, valt onder de betreffende wetgeving en kan verboden zijn. Lees voorafgaand aan het gebruik eerst aandachtig deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat u dit apparaat goed kunt gebruiken.

Plaatsing van de batterijen en opladen van de accu FX 100 Uw FX 100 werkt alleen met drie alkalibatterijen type AAA. Plaatsing van de AAA-batterijen: • Open het batterijenvak door de vergrendeling van de klep op de achterzijde omhoog te drukken. • Plaats drie alkalibatterijen type AAA zoals aangegeven in het batterijenvak. • Plaats de klep op de achterzijde en druk deze op de juiste plaats. FX 200 FX 200 Uw FX 200 werkt met drie alkalibatterijen type AAA of met de bijgeleverde oplaadbare accuset. Plaatsing van de AAA-batterijen of de oplaadbare accuset: • Open het batterijenvak door de vergrendeling op de achterzijde omhoog te drukken. • Plaats drie alkalibatterijen type AAA zoals aangegeven in het batterijenvak. of • Plaats de bijgeleverde accuset in het apparaat. • Plaats de klep op de achterzijde en druk deze op de juiste plaats. 43

Acculader Opladen van de accu van de FX 200 Demonteer of open de accuset niet. Opladen van de accu: • Steek één van de jackstekkers in de voedingsingang aan de onderzijde van de FX 200. • Stop de 220V-stekker in een standaard stopcontact (220 V ~). • De lampjes op de acculader gaan branden. Als de lampjes niet gaan branden, is de accuset niet goed geplaatst. Controleer de positie.

Opmerking : Voor een optimale autonomie van de accuset, moet de acculader na 16 uur worden losgekoppeld. De lampjes gaan niet uit of knipperen als het maximale laadniveau is bereikt. Attentie : Het apparaat geeft een bliep als de accuset leeg raakt. Belangrijk : Verwijder de batterijen of de accuset als u het apparaat lange tijd niet gebruikt. De batterijen en de accuset kunnen op den duur corroderen en uw apparaat blijvend beschadigen. Wees voorzichtig bij het behandelen van lekkende batterijen of accu's. Breng gebruikte batterijen en accu's naar een inzamelingspunt voor recycling. Gooi ze nooit weg als gewoon huisvuil. Informeer zonodig bij de winkel naar de plaats van een inzamelingspunt. Aan- en uitschakelen • Houd de toets ingedrukt tot een geluidssignaal klinkt om het apparaat aan te schakelen. Op het scherm verschijnt een kanaalnummer. • U kunt het apparaat uitschakelen door de toets opnieuw in te drukken tot een geluidssignaal klinkt en het scherm leeg wordt.

1 Indrukken om te praten (PTT) • Indrukken om te praten, loslaten om te luisteren. • Als een menu is geopend, dient deze toets voor bevestigen.

4 • Verhogen van het volume (op het scherm staat V en het volumeniveau knippert) • In de menustand stijgt het kanaalnummer (het kanaalnummer knippert). • In de menustand start of stopt het aftasten. Op het scherm verschijnt en of knippert.

2 • Kort indrukken om een oproepsignaal uit te zenden MENU

3 • Lang indrukken om het apparaat aan of uit te schakelen. • Kort indrukken om een menu te openen: - eenmaal indrukken om het kanaal te wijzigen; - tweemaal indrukken om het aftasten te starten of te stoppen; - driemaal indrukken om de kanaalactiviteit te controleren.

Alleen voor de FX 200: Voedingsingang voor het opladen van de accuset.

5 • Verlagen van het volume (op het scherm staat V en het volumeniveau knippert) • In de menustand daalt het kanaalnummer (het kanaalnummer knippert). • In de menustand start of stopt het aftasten. Op het scherm verschijnt en of knippert.

Overzicht van uw zender/ontvanger

Volumeregeling Druk op om het volume te verhogen of op knippert. Druk op PTT om te bevestigen.

om het volume te verlagen. Op het scherm staat V en het volumeniveau

Kanaalkeuze Uw zender/ontvanger heeft acht kanalen. Als u in een groep wilt communiceren, moeten alle gebruikte apparaten op hetzelfde kanaal worden afgestemd. Als interferentie optreedt en u van kanaal wilt wisselen, moeten alle apparaten in de groep op het nieuwe kanaal worden afgestemd. • Druk kort op . Het kanaalnummer gaat knipperen. • Kies een kanaal met of . • Druk op PTT om uw keuze te bevestigen. Nederlands

MENU Goed gebruik van de zender Controleer eerst of een kanaal in gebruik is voordat u gaat zenden. Dit voorkomt dat u de communicatie van andere gebruikers van het kanaal verstoort. Druk driemaal op om de activiteit op het kanaal te controleren. Als u ruis hoort, is het kanaal te gebruiken.

MENU Praten Houd de toets PTT ingedrukt als u praat. Laat de toets PTT los als u uitgepraat bent. Er klinkt automatisch een bliep als u de knop loslaat (dit vervangt het zeggen van "Over"). Voor een optimale geluidskwaliteit moet de microfoon op 5 tot 7 cm voor de mond worden gehouden. Dek de microfoon niet af als u praat. Luisteren Let erop dat u de toets PTT niet indrukt als u wilt luisteren. Regel zonodig het volume met de toetsen en . Uitzenden van een oproeptoon Druk op als u een oproeptoon wilt uitzenden. Hierdoor weten de andere gebruikers dat u wilt gaan praten. 46

Aftasten U kunt de aftastfunctie gebruiken om de communicatie op de kanalen te volgen of iemand van uw groep te bereiken die per ongeluk een ander kanaal heeft ingesteld. • Druk tweemaal op de toets tot op het scherm verschijnt en of knippert. • Druk op of tot verschijnt om het aftasten te starten. • Druk op of tot verschijnt om het aftasten te stoppen. • Druk op [] om te bevestigen. Als het apparaat op het kanaal een activiteit vindt, stopt het aftasten en kunt u de communicatie beluisteren. Druk binnen vijf seconden op PTT als u wilt antwoorden.

Ceintuurclip Schuif de clip van bovenaf zover mogelijk in de gleuf van het apparaat. U kunt de clip verwijderen door aan het ontgrendelingsknopje te trekken en de clip omhoog te schuiven.

Voorpaneel van de FX 100 / 200 Het voorpaneel van het apparaat kan worden verwisseld, zodat u desgewenst een ander, persoonlijk voorpaneel kunt plaatsen.

Opmerking : gebruik het apparaat nooit zonder een voorpaneel. Verwijderen van het voorpaneel • Maak een lichte hefboombeweging tussen de bovenzijde van het voorpaneel en de rest van de behuizing. Druk hierbij naar voren. • Maak het voorpaneel voorzichtig verder los, te beginnen met de bovenzijde en eindigend met het losmaken van de haakjes. Monteren van een voorpaneel • Plaats de haakjes van het voorpaneel in het apparaat. • Druk het voorpaneel aan.

Voorpaneel van de FX 100 / 200

Aanvullende informatie Bereik Het apparaat is ontworpen voor maximale prestaties in het veld. Het wordt aangeraden om de apparaten op minstens 1,5 meter afstand van elkaar te gebruiken om interferentie te voorkomen. Het bereik is afhankelijk van de omgeving. Betonstructuren, bladeren en gesloten ruimten zoals gebouwen of auto's kunnen het bereik beperken. Standaard bereik Bij bomen, gebouwen of woningen

Laag bereik In de bergen of een dicht bos en in sommige gebouwen Nederlands

Optimaal bereik In open veld, op vlak terrein

Het bereik is optimaal in een plat, open terrein en kan tot drie kilometer reiken. Tussen bomen en gebouwen is het bereik minder. Het bereik is het laagst tussen bladeren en bergen.

Oplossen van problemen

Geen of verkeerde informatie op het scherm

• Plaats de batterijen opnieuw, vervang ze zonodig of laad de accuset op.

Berichten worden niet verzonden

• Let erop dat u de toets PTT volledig indrukt als u praat. • Plaats de batterijen opnieuw, vervang ze zonodig of laad de accuset op. • Misschien is het kanaal al in gebruik.

Berichten worden niet ontvangen

• Controleer of de apparaten op hetzelfde kanaal zijn afgesteld. • Let erop dat u de toets PTT niet indrukt als u wilt ontvangen. • Plaats de batterijen opnieuw, vervang ze zonodig of laad de accuset op. • Obstakels of gebruik in een gebouw of een auto kan de ontvangst verstoren. Probeer in een andere omgeving. • Controleer of het volume voldoende luid is ingesteld.

Een andere communicatie of geluid op het kanaal Klein bereik

• Een kanaal kan al in gebruik zijn. Probeer op een ander kanaal. • Staal- of betonconstructies, bladeren en gebruik in een gesloten ruimte of auto verminderen het bereik. Probeer een open omgeving te vinden voor een beter bereik. • Het bereik is minder als het apparaat in een jaszak of aan de ceintuur wordt gedragen. Verander de plaats van het apparaat.

Sterke statische lading of interferentie • De apparaten zijn te dicht bij elkaar. De afstand moet minstens 1,5 meter bedragen. • De apparaten zijn te ver uit elkaar of obstakels verhinderen de communicatie.

Onderhoud Schoonmaken van het apparaat: • Gebruik een zachte, vochtige doek. • Niet onderdompelen in water. • Gebruik geen alcohol of schoonmaakmiddelen.

Als het apparaat nat is geworden • Schakel het apparaat uit en verwijder de batterijen of de accuset • Afdrogen met een zachte doek. • Veeg de contactpunten van de batterijen droog met een niet-pluizende doek. • Gebruik het apparaat pas nadat het volledig droog is.

Gebruikmaken van de garantie De garantie wordt verzorgd door de leverancier of de erkende detailhandelaar waar u uw Logicom zender/ontvanger en de originele accessoires hebt aangeschaft. Zend het apparaat terug naar de leverancier of detailhandel als u een beroep wilt doen op de garantie. Stuur het apparaat niet naar Logicom. Om recht te hebben op garantie, moet een gedateerde kassabon of een vergelijkbaar aankoopbewijs worden overgelegd. Het apparaat moet tevens een serienummer bevatten. De garantie is niet van toepassing als het serienummer van het apparaat gewijzigd, onleesbaar of afwezig is. Uitsluitingen van de garantie 1. Storingen of schade als gevolg van een ander gebruik dan een normaal of correct gepersonaliseerd gebruik conform de gebruiksaanwijzingen. 2. Storingen of schade als gevolg van een ongeschikte of verkeerde toepassing, een ongeluk of een onvoorzichtigheid. 3. Storingen of schade als gevolg van een onjuist gebruik of onderhoud, of enigerlei verkeerde test, instelling of wijziging. 4. Breuk of beschadiging van de antenne, tenzij deze direct te wijten is aan een materiaal- of fabricagefout. 5. Apparaten die zodanig zijn gedemonteerd of gerepareerd dat de prestaties negatief worden beïnvloed of een normale inspectie of test van de storing wordt belemmerd. 6. Storingen of schade als gevolg van het dragen. 7. Storingen of schade als gevolg van vochtigheid, vloeistof of vervuiling. 8. Alle plastic onderdelen en alle andere aan externe risico's blootgestelde onderdelen die gekrast of beschadigd zijn als gevolg van een normaal gebruik. 9. Op tijdelijke basis verhuurde producten. 10. Periodieke onderhouds- en reparatiewerkzaamheden of de vervanging van batterijen als gevolg van een normale slijtage of een normaal gebruik.

Algemene informatie en veiligheidsinstructies Belangrijke informatie betreffende de veiligheid en een goed gebruik. Lees deze informatie voordat u het apparaat gebruikt. Procedure voor zenden en ontvangen Uw apparaat bevat een zender en een ontvanger. • Zend niet meer dan 50 % van de communicatietijd. • Om te zenden (praten), drukt u op de toets PTT. • Als u de toets PTT loslaat, kunt u ontvangen (luisteren). Antenne Gebruik uitsluitend de bijgeleverde antenne of een goedgekeurde vervangende antenne. Elke niet goedgekeurde antenne of wijziging, kan leiden tot beschadiging van het apparaat of overtreding van de wetgeving betreffende de blootstelling aan elektromagnetische straling. Raak tijdens het gebruik de antenne NIET aan. Een contact met de antenne kan het bereik verminderen.

Gebruik van een zender/ontvanger en blootstelling aan elektromagnetische energie (EME)

Gebruik als walkietalkie Houd de microfoon op 2,5 tot 5 cm voor uw mond als u het apparaat als een klassieke walkietalkie gebruikt. Dataoverdrachtfunctie Als een dataoverdrachtfunctie wordt gebruikt, met of zonder kabelaccessoire, moet de zender en de antenne minstens 2,5 cm van het lichaam worden gehouden. Elektromagnetische interferenties en compatibiliteit

Attentie : De meeste elektronische apparaten zijn gevoelig voor elektromagnetische interferentie (EMI), tenzij het ontwerp, de configuratie en de afscherming de elektromagnetische compatibiliteit garanderen. Plaats van gebruik Om storingen door elektromagnetische straling te voorkomen, moet het apparaat worden uitgeschakeld als borden of bevoegde personen hierom verzoeken. In ziekenhuizen en verzorgingshuizen wordt apparatuur gebruikt met externe RFenergiebronnen. Vliegtuigen Schakel uw apparaat uit in het vliegtuig zodra hierom wordt gevraagd. Gebruik van een radiografisch apparaat moet voldoen aan de voorschriften van de luchtvaartmaatschappij en de aanwijzingen van de bemanning.

Medische apparatuur - Pacemakers De Advanced Medical Technology Assocation beveelt aan om een dergelijk apparaat op meer dan 15 cm van een pacemaker te houden. Deze aanbeveling sluit aan bij de door de Amerikaanse overheid (US Food & Drug Administration) uitgevoerde onderzoeken en verstrekte aanbevelingen.

Medische apparatuur - Gehoorapparaten Sommige zenders kunnen gehoorapparaten storen. In dit geval kunt u bij de fabrikant van het gehoorapparaat informeren naar mogelijke oplossingen. Andere medische apparaten Indien een ander medisch apparaat wordt gebruikt, informeer dan bij de fabrikant of het betreffende apparaat voldoende is beveiligd tegen externe RF-energiebronnen. Uw dokter kan u helpen om deze informatie te verkrijgen. Gebruik en veiligheidsmaatregelen in de auto Informeer naar de geldende wetgeving en regels voor het gebruik van zenders in de omgeving waar u rijdt en houd u altijd aan alle voorschriften. Als u uw zender/ontvanger in de auto wilt gebruiken, moet u eerst de auto stilzetten en parkeren.

Personen die een pacemaker dragen, moeten: • het apparaat ALTIJD op meer dan 15 cm afstand houden van hun pacemaker als het apparaat is aangeschakeld; • het apparaat bij voorkeur niet in een borstzak dragen; • het apparaat gebruiken bij het oor aan de andere zijde dan de pacemaker om de kans op interferentie te verminderen; • het apparaat onmiddellijk UITSCHAKELEN als om enigerlei reden interferentie wordt vermoed.

Waarschuwingen voor het gebruik van een radiozender Auto's met airbags Leg het apparaat niet boven de airbagruimte of in de opblaaszone van de airbag. Door de kracht van de airbag bij het opblazen, kan het apparaat namelijk worden weggeslingerd en de inzittenden van de auto ernstig verwonden.

Explosieve omgevingen Schakel het apparaat uit voordat u een explosieve omgeving binnengaat, behalve als uw apparaat speciaal is ontworpen en beveiligd voor een dergelijke omgeving. Vermijd het verwijderen, vervangen of opladen van de accu in een explosieve omgeving. Als een vonk wordt veroorzaakt, bestaat ontploffingsgevaar en kans op ernstig of dodelijk letsel. Attentie : De hier bedoelde explosieve omgevingen betreffen met name brandstofvoorzieningen bij aanlegsteigers, opslag- en distributiecentra voor brandstof en plaatsen waar de atmosfeer chemische stoffen kan bevatten in de vorm van vaste deeltjes, dampen, gassen, stof of metaalpoeder en elke andere zone waar doorgaans wordt verzocht om uw automotor uit te schakelen. Explosieve omgevingen worden meestal, maar niet altijd, duidelijk aangegeven. Zones met springstoffen en ontstekingsmechanismen Om te voorkomen dat u een explosie veroorzaakt, moet het apparaat worden uitgeschakeld als u een zone betreedt met elektrische ontstekingen of springstoffen of een zone waar wordt aangegeven dat zenders/ontvangers moeten worden uitgeschakeld. Houd u aan alle schriftelijke en mondelinge instructies.

Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik Antennes Gebruik het apparaat niet als de antenne is beschadigd. Aanraking van een beschadigde antenne kan een lichte brandwond veroorzaken.

Attentie : Probeer nooit om gewone batterijen op te laden, want deze kunnen exploderen en schade aan het apparaat of lichamelijk letsel veroorzaken.

Batterijen of accu's Alle batterijen en accu's kunnen schade of lichamelijk letsel veroorzaken als een geleidend voorwerp (bijv. een sieraad, sleutels of een metalen armband) in contact komt met de contactpunten. Het geleidende voorwerp kan dan een kortsluiting veroorzaken en erg heet worden. Volle en lege batterijen en accu's moeten voorzichtig worden behandeld, met name als u ze in een tas of zak stopt waarin zich metalen voorwerpen kunnen bevinden.

De leveranciersgarantie van Logicom geldt alleen bij normaal gebruik van het apparaat, zoals omschreven in de gebruiksaanwijzing. Beschadigingen als gevolg van een externe oorzaak, vallen niet onder deze garantie. De garantie is met name niet van toepassing als het apparaat is beschadigd als gevolg van een schok, een val, een verkeerde beweging, een aansluiting die niet voldoet aan de instructies, een spanningspiek op het elektriciteitsnet of een ontoereikende bescherming tegen warmte, vocht of vorst. In elk geval is de wettelijke garantie betreffende verborgen gebreken van kracht, conform de artikelen 1641 en volgenden van het Burgerlijk Wetboek.

De EG-markering geeft aan dat de producten voldoen aan de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen die gelden op de datum waarop het product op de markt is gebracht, conform de richtlijn R&TTE 1999/5/EG van het Europese Parlement en de Europese Raad en de aanvullende bepalingen 73/23/EEG voor de veiligheid van de gebruiker en de elektromagnetische storingen. De conformiteit van dit product wordt regelmatig gecontroleerd. Dit apparaat is bestemd voor de volgende landen : Frankrijk, België, Spanje, Portugal en Engeland.

Conformiteitverklaring