Rider P 524XR EFI - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Rider P 524XR EFI HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Rider P 524XR EFI HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Rider P 524XR EFI - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Rider P 524XR EFI van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING Rider P 524XR EFI HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 195-286
| Inhoud | |||
| Inleiding | 195 | Technische gegevens | 277 |
| Veiligheid | 206 | Accessoires | 285 |
| Montage | 220 | Service | 285 |
| Werking | 223 | Garantie | 285 |
| Onderhoud | 238 | Geregistreerde handelsmerken | 285 |
| Probleemoplossing | 265 | Verklaring van overeenstemming | 286 |
| Vervoer, opslag en verwerking | 274 | ||
Inleiding
| AfstandsbedieningVoor aanwijzingen bij de afstandsbediening raadpleegt u Afstandsbediening op pagina 203. | Afleveringsinspectie en productnummers |
| Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument. |
| Contactinformatie servicewerkplaats: | |
| Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: | |
| / | |
| Motor: | |
| Transmissie: | |
Productbeschrijving
Dit product is een frontmaaier. De krachtbron is een benzinemotor. Het product is voorzien van een display, koplampen en vierwielaandrijving (AWD). Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid geleidelijk aanpassen. U kunt het product gebruiken met verschillende typen maaidekken of andere, door Husqvarna goedgekeurde uitrusting. Het product heeft geïntegreerde waarschuwingslampen en kan vanaf de stoel of met de afstandsbediening worden bediend.
Gebruik
Het product is gemaakt om gras te maaien in commerciële gebieden. Bevestig een optionele
accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires.
Verzeker uw product
Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid.

- Pedaal voor vooruitrijden
- Pedaal voor achteruitrijden
- Display
- Bekerhouder
- Hendel (accessoire)
- Elektrische heffen van het maaidek
- Functieknop voor voorste accessoires (accessoire)
- PTO-knop
- Contactsleutel
- Gashendel
- Koplampschakelaar
- Schakelaar voor waarschuwingslamp
- Schakelaar voor voedingsaansluiting, 12 V
- Schakelaar voor AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
- Voedingsaansluiting, 12 V
- Functieknop voor achterste accessoires (accessoire)
-
Schakelaar voor afstandsbedieningsmodus
-
Achterste AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
-
Omloopklep voor de achterste transmissie
-
Achterste waarschuwingslampen
-
Opbergkoffer voor afstandsbediening
-
Rails
-
ROPS (Roll Over Protective Structure, kantelbeveiligingssysteem)
-
Veiligheidsgordel
-
Brandstoftankdop
-
Afstelhendel voor stoel
-
Omloopklep voor de voorste transmissie
-
Parkeerremvergrendeling
-
Parkeerrem
-
Voorste waarschuwingslamp
-
Voorste AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
-
Gereedschap

- Display
- Functieknop voor heffen maaidek
- Functieknop voor accessoires (accessoire)
- Contactsleutel
- PTO-knop
- Schakelaar voor afstandsbedieningsmodus
- Koplampschakelaar
- Schakelaar voor waarschuwingslamp
- Schakelaar voor voedingsaansluiting, 12 V
- Schakelaar voor AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
- Functieknop voor accessoires (accessoire)
- Gashendel EFI
- Voedingsaansluiting, 12V
- Relais
- Voertuigbesturingseenheid (VCU)
- Besturingseenheid maaier
- Temperatuursensor transmissieolie
- Bedieningskast
- Serviceaansluiting
- Ontvanger voor afstandsbediening
- Actuator afstandsbedieningsmodus
- OPC-schakelaar
- Zekering voor 12V-geheugenvoeding naar de bedieningsmodule van de maaier, 3A
-
Accu
-
Achterste waarschuwingslampen
- Achterste AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
- Regeleenheid EFI
- Zekering voor elektrische actuator heffen maaidek, 30 A
- Stuurhoeksensor
- Sensor brandstofpeil
- Naderingssensor
- Actuator tractiesnelheid
- Microschakelaar parkeerrem
- Elektrische actuator heffen maaidek
- Actuator parkeerrem
- Voorste AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
- Parkeerremschakelaar
- Voorste waarschuwingslamp
- Koplampen
- Zekeringen
Voedingsaansluitingen
Het product heeft de volgende voedingsaansluitingen:
• 12 V-voedingsaansluiting
• 12 V-AUX-voedingsaansluiting, voor (accessoire)
• 12 V-AUX-voedingsaansluiting, achter (accessoire)
Voor de locatie van de zekeringen voor de voedingsaansluitingen, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 245.
Voor de locatie van de voedingsaansluitingen, zie Overzicht elektrische installatie op pagina 197.
Schakel de voedingsaansluitingen in en uit met de aan/uit-schakelaar op het bedieningspaneel.
Urenteller
Het product heeft 2 urentellers op het display. De urentellers tonen hoeveel bedrijfsuren de motor in totaal (A) en tijdens de bedrijfsperiode (B) heeft. Het laatste cijfer van de urenteller voor de bedrijfsperiode geeft een tiende van een uur (6 minuten) weer.
De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motor draait, wordt niet geregistreerd.
Let op: De totale urenteller (A) toont alleen hele uren.
Let op: Een bedrijfsperiode is de tijd dat de motor gedurende 1 dag is ingeschakeld. Een nieuwe bedrijfsperiode begint als de motor minimaal 6 uur is uitgeschakeld.

text_image
A B h hBedieningsmodule maaier
Het product heeft een bedieningsmodule voor de maaier die de gebruiker voorziet van informatie over het product. De informatie wordt weergegeven op het display op het instrumentenpaneel. Zie Display op pagina 200.
Met de bedieningsmodule van de maaier kan de servicedealer het product aansluiten wanneer onderhoud wordt uitgevoerd.
Voertuigbesturingseenheid (VCU)
Het product is uitgerust met een voertuigbesturingseenheid (VCU). De VCU bestuurt het afstandsbedieningssysteem.
Ontvanger voor het afstandsbedieningssignaal
Het product is voorzien van een ontvanger voor de afstandsbediening, die signalen van de afstandsbediening ontvangt.
Husqvarna Connect
Het product heeft draadloze -technologie en kan verbinding maken met mobiele apparaten waarop de
Husqvarna Connect-app is geïnstalleerd. De Husqvarna Connect-app is een gratis app voor uw mobiele apparaat. De Husqvarna Connect-app biedt uitgebreide functies voor uw Husqvarna-product:
- De functies vergrendelen en ontgrendelen voorkomen onbevoegd gebruik van het product.
- Uitgebreide productinformatie.
- Informatie over, en hulp bij, onderdelen en onderhoud van uw product.
Husqvarna Fleet Services™
Husqvarna Fleet Services™ is een cloudoplossing waarmee de commerciële fleetmanager een overzicht heeft van alle machines. Voor meer informatie over Husqvarna Fleet Services™, zie www.husqvarna.com.
Het product verbinden met Husqvarna Fleet Services™
- Download de Husqvarna Fleet Services ™-app naar uw mobiele apparaat.
- Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services ™-app.
- Volg de instructies voor het koppelen van het product met Husqvarna Fleet Services™.
PTO-knop (aftakas)
Met de PTO-knop worden de PTO-koppeling en het maaidek of andere aangesloten apparatuur in- en uitgeschakeld. Er moet aan de correcte startvoorwaarden worden voldaan om de aandrijving van de messen in te schakelen. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 210 voor de juiste startvoorwaarden.
- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de messen of andere apparatuur in te schakelen.

- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van de messen of andere apparatuur uit te schakelen.

De koplampen hebben werklampen en grootlicht.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om de lampen uit te schakelen.

- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om de werklamp in te schakelen.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (C) om grootlicht en de werklamp in te schakelen.
De werklamp blijft 3 minuten branden nadat de contactsleutel op STOP is gezet. Het display toont het koplampsymbool als de koplampen zijn ingeschakeld. Raadpleeg Display op pagina 200.
Waarschuwingslichten
Let op: De waarschuwingslampen gaan automatisch branden wanneer het product in de afstandsbedieningsmodus staat.
Het product heeft waarschuwingslampen vooraan en achteraan.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om de waarschuwingslampen uit te schakelen in de handmatige modus.

- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om de waarschuwingslampen in te schakelen in de handmatige modus.
Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden
Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt om achteruit te rijden. Het product remt wanneer de pedalen worden losgelaten.

Schakelaar voor elektrisch heffen van het maaidek
De schakelaar regelt het elektrische heffen. Gebruik elektrisch heffen om het maaidek in de juiste stand te heffen en neer te laten.
De schakelaar heeft geen ingestelde stand. Trek de schakelaar voor elektrisch heffen naar achteren om het maaidek te heffen. Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Het maaidek kan altijd omhoog en omlaag worden gebracht wanneer de contactsleutel in de stand ON staat.
Het maaidek moet altijd in de zweefstand staan wanneer u gras maait. In de zweefstand kan het maaidek de verschillende niveaus van de grond volgen.

De maaidekken voor dit product zijn de Combi -maaidekken en het (R137)-maaidek. De maaidekken zijn ook verkrijgbaar als X-modellen, waarmee u de maaihoogte kunt aanpassen via het bedieningspaneel. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277.
De maaidekken werken met een mulchplug of uitworp aan de achterzijde. Wanneer de maaidekken met de mulchplug worden gebruikt, wordt het gras in kleinere stukjes gemaaid, die meststof voor het gazon worden. Als de mulchplug wordt verwijderd, werpen de maaidekken het gras aan de achterzijde uit. De Combi-maaidekken zijn speciaal gemaakt voor gebruik met de mulchplug, terwijl het (R137)-maaidek speciaal is gemaakt voor uitworp aan de achterzijde.
Display
Het display op het instrumentenpaneel toont informatie over de status van het product.

text_image
1 2 3 4 5 6 RPM Low Hi 7 (P) 8 10 11 12 13 9 12 14 15 h h 16 17- Hellingsindicator
- Indicator van de transmissieolietemperatuur
- Indicator voor motoroliedruk
- Indicator accuniveau
- PTO-indicator
- Toerenteller
- Indicator parkeerrem
- Dodemansregeling (OPC)
- Brandstofmeter
- Indicator werklampen of grootlicht
- Aanbevolen motortoerental wanneer u het product bedient
- Bluetooth®
- Indicator onderhoud
- Brandstofmeter in stappen van 5%
Let op: Als de indicator voor
transmissieolietemperatuur brandt, wordt door de brandstofmeter de transmissieolietemperatuur weergegeven.
- Urenteller. Geeft de totale bedrijfstijd in uren weer.
- Digitale vergrendeling
- Urenteller. Werkuren per dag.
Let op: Het display kan verschillend zijn, afhankelijk van het model.
Let op: Wanneer de contactsleutel van de STOP-stand naar de ON-stand (AAN) wordt gedraaid, gaan alle symbolen kort branden. Hierna branden alleen de symbolen van functies die in werking zijn.
Symbolen op het product

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen.

Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken.

Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van de kap wanneer de motor draait.

Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.

Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling.

Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. De hefarmen bewegen met grote kracht; houd lichaamsdelen uit de buurt.

Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Warm oppervlak.

Houd omstanders uit de buurt.

Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden.

Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Raadpleeg Gras maaien op hellingen op pagina 210.

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting.

Kantelgevaar.

Vooruit rijden.

Achteruit rijden.

Parkeerrempedaal


Parkeerrem.

Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen.

Dit product voldoet aan geldende VK- regelgeving.

Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 277 en op het label.

Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming.

Zet de motor uit en verwijder de bougie voordat u reparaties of onderhoud uitvoert.

Motor uit.

Motor aan.

Motor starten.

Motortoerental – snel.

Motortoerental – langzaam.

Afstandsbedieningsmodus.

Brandstof.

Max. ethanol 10%.

Transportpositie van het maaidek.

Werkstand van het maaidek.

Trek de PTO-knop uit.

Druk de PTO-knop in.

AUX voor de achterste voedingsuitgang.

AUX voor de voorste voedingsuitgang.

Oliepeil.

Scanbare code.

Milieumarkering. Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur.

MAX. XXXN / (XXkg)
Maximaal toegestane verticale kracht op de trekhaak wordt aangeduid in Technische gegevens op pagina 277en op het label.

MAX. XXXN / (XXkg)
Maximaal toegestane horizontale kracht op de trekhaak wordt aangeduid in Technische gegevens op pagina 277 en op het label.

Gebruik de veiligheidsgordel niet als de ROPS omlaag staat.

Gebruik altijd de veilig- heidsgordel wanneer de ROPS omhoog staat.


Houd tijdens het werken met het product een veilige en stabiele positie aan. Loop of sta niet onder of boven het product.

Houd de juiste bedie- ningsafstand aan.







De maximaal toegestane hellingshoek varieert per weer- of grondssituatie en maaimethode.
Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten.
Typeplaatje

- Husqvarna Identity (HID) met artikelnummer, fabriek en lijn, datum, volgnummer en controlenummer
- Modelnaam
- Productnummercode (PNC)
- Scanbare code
- Fabrikant en adres van de fabrikant
- Bouwjaar
- Nominaal vermogen
- Serienummer met datum, jaar en week van productie en volgnummer
- Productnummercode (PNC)
-
Productgewicht, onbelast
-
Maximaal gewicht vooras (GAWR)
- Maximaal gewicht achteras (GAWR)
- Maximaal gewicht in beladen toestand (GCWR)
Euro V-emissies

WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.
Schade aan het product
We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Afstandsbediening
Voor aanwijzingen bij P 524XR EFI raadpleegt u Inleiding op pagina 195.
Productbeschrijving
De afstandsbediening wordt geleverd met twee oplaadbare accu's en een oplader.
Gebruik
Gebruik deze afstandsbediening om de P 524XR EFI te bedienen. Gebruik het draagstel wanneer u de afstandsbediening gebruikt. Als de afstandsbediening niet in gebruik is, schakelt u deze uit en legt u haar in de opbergkoffer op de P 524XR EFI.

- Start/stop-schakelaar voor motor
- Knop voor neerlaten maaidek
- Knop voor heffen maaidek
- Aandrijfbediening
- ON/OFF-knop
- Indicatorpaneel
- Besturingshendel
- Boost-knop
- Parkeerrem
- PTO-knop
- Selectieknop
- Display van informatiecentrum
- Ogen voor draagstel
-
Bladerknop
-
AC/DC-adapter
- Opbergkoffer voor afstandsbediening
- Accu van de afstandsbediening
- Oplader voor accu afstandsbediening
- Machinestopknop
- Handgreep afstandsbediening
- Draagstel voor afstandsbediening
Symbolen op de afstandsbediening

Algemene storingsindicator.

Indicator gebruik geblokkeerd.

Indicator OPC.

Indicator oliepeil.

Indicator van de temperatuur van de transmissieolie.

Indicator afstandsbedieningsmodus.

Indicator Boost-functie

Indicator PTO-knop.

Indicator PTO-knop.

Parkeerrem.

Voeding aan/uit.

Positie maaidek – omhoog.

Positie maaidek – omlaag.

Rijden – vooruit/achteruit.
Sterkte radiosignaal.

Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten.
Productlabel fabrikant

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 Scanreco Type: XXX XX Radio Module: XXXX Safety: XXXX Supply: X.X VDC XXXX Freq: X.XGHz PN: XXXXXX - XXXXXXXXXXXX EXT.PN: SN: XXXXXX Contains FCC ID: XXXXXXXXX XXXXXXXXX Contains IC: XXXX-XXXXX XXXX-XXXXXXXXX XXXX-XXXXXXXXX XXXX-XXXXX XXXX-XXXXX Scanreco AB, Stensätravägen 13, SE-127 39 Skärholmen-
Type
-
Radiomodule
- Veiligheid
- Voeding
- Radiofrequentiebanden
-
Productnummer
-
Volgnummer met productiejaar en -week
- Naam en adres fabrikant
- Bevat FCC-id
- Bevat IC
- Scanbare code
Veiligheid
Afstandsbediening
Voor aanwijzingen bij de afstandsbediening raadpleegt u Veiligheid en de afstandsbediening op pagina 213.
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert.

WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk.

WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of
dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.

- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen,
de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.

- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Wijzig de afstelling voor de motortoerentalregeling niet.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen.

Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de
koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat.
Persoonlijke beschermingsuitrusting

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico's uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.

- Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste
werking. Als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neemt u contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of beschadigd zijn.
Kantelbeveiligingssysteem (ROPS)
De kantelbeveiliging is een beschermend frame dat het risico op letsel vermindert als het product kantelt. Gebruik het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel wanneer u het product op hellingen bedient.
Veiligheidsgordel
De veiligheidsgordel voorkomt letsel als er ongelukken gebeuren of het product kantelt. Gebruik de veiligheidsgordel alleen wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld. Controleer of de veiligheidsgordel goed is bevestigd en niet is beschadigd.
Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen
- Verwijder de twee pennen waarmee het kantelbeveiligingssysteem is bevestigd en kantel het systeem naar achteren om het uit te schakelen. Schakel het kantelbeveiligingssysteem in omgekeerde volgorde van uitschakelen in.

WAARSCHUWING: Houd u aan de volgende instructies voor het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel.
- Gebruik de veiligheidsgordel niet als het kantelbeveiligingssysteem is uitgeschakeld.

- Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld.

- Controleer of het kantelbeveiligingssysteem goed is bevestigd en niet is beschadigd.
De trillingsdempers op de ROPS aanpassen
De ROPS heeft 4 trillingsdempers die trillingen en geluid van de ROPS voorkomen.
- Schakel de ROPS uit. Raadpleeg Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 208.
- Draai de bovenste trillingsdempers totdat er geen speling meer in de ROPS is.

- Schakel de ROPS in. Raadpleeg Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 208.
- Draai de onderste trillingsdempers totdat er geen speling meer in de ROPS is.

- Haal de contramoeren aan.

De OPC wordt ingeschakeld wanneer de gebruiker opstaat van de stoel. De OPC-indicator in het display gaat branden. De OPC schakelt het veiligheidscircuit in. Zie Overzicht elektrische installatie op pagina 197.
Bedrijfsomstandigheden
De bedrijfsvoorwaarden zijn als volgt:
- De motor kan alleen worden gestart als de afstandsbediening is uitgeschakeld.
- De motor kan alleen worden gestart als de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus op het product op 0 staat.
- De motor kan alleen worden gestart als de aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
- De motor kan alleen worden gestart als de parkeerrem is ingeschakeld.
- De aandrijving van de messen kan alleen werken als de bestuurder op de stoel zit.
De bedrijfsvoorwaarden controleren
Controleer de bedrijfsvoorwaarden dagelijks.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond. Probeer de motor te starten met de afstandsbediening ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond. Probeer de motor te starten met de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus op het product op 1. Als het goed is, start de motor niet.
- Probeer de motor te starten met de aandrijving van de messen ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.
- Probeer de motor te starten zonder dat de parkeerrem is ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.
- Start de motor, schakel de aandrijving op de messen in en sta op uit de stoel. Als het goed is, stoppen de messen van het maaidek.
De contactsleutel controleren
- Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van de contactsleutel. Raadpleeg De motor starten op pagina 225 en Motor uitschakelen op pagina 228.
- Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar de startstand draait.
- Verifieer of de motor onmiddellijk wordt uitgeschakeld wanneer u de contactsleutel naar de stopstand draait.
Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren
- Start het product.
- Zorg dat de pedaal voor vooruitrijden en de pedaal voor achteruitrijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
- Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om vooruit te rijden.
- Laat het pedaal voor vooruitrijden los om de machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.
- Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor achteruitrijden.
Let op: Het product heeft een remfunctie die automatisch wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Om de snelheid sneller te verlagen, drukt u op het andere pedaal.
- Zorg ervoor dat het product niet beweegt wanneer de pedalen voor vooruit en achteruitrijden niet zijn ingeschakeld.
Parkeerrem

WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig.
Zie De parkeerrem controleren op pagina 243.
Geluiddemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand.

WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Geluidemper controleren
- Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is.
Beschermkappen
Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen.
Gras maaien op hellingen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.

- Start of stop niet op een helling.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.

text_image
无铅- Maai op een helling geen nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
De machine veilig als trekker gebruiken

WAARSCHUWING: Sleep apparatuur uitsluitend in de handmatige modus. Sleep apparatuur nooit in de afstandsbedieningsmodus.
- Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
- Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
- Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane trekgewicht. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277.

text_image
KG- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
- Wees voorzichtig wanneer u apparatuur op hellingen of over ruig terrein trekt.
- Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt.
Brandstofveiligheid

WAARSCHUWING: Wees
voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen.

volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
• Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
- Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
- Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur.
Veiligheid bij accu's

WAARSCHUWING: Een
beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats.

volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu's af. Zie Afvoeren op pagina 276.
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken.
Transportveiligheid
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Transport op pagina 274.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud of andere werkzaamheden uit aan de motor of het maaidek zonder dat aan deze voorwaarden is voldaan:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De ontstekingskabels zijn van de bougies losgenomen.
- De afstandsbediening is uitgeschakeld.

WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 238.
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
- Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Torn de motor niet als de bougie of de ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277 voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant.

WAARSCHUWING: Raak de hydraulische slangen niet aan. Hydraulische vloeistof onder druk kan ontsnappen en uw huid beschadigen.
Veiligheid en de afstandsbediening
Neem het hoofdstuk over veiligheid en de P 524XR EFI goed door voordat u het product met de afstandsbediening gebruikt. Zie Veiligheid op pagina 206.
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Neem de gebruikershandleiding en de instructies bij de afstandsbediening goed door voordat u het product start. Let erop dat niemand het product met de afstandsbediening gebruikt zonder de bedieningshandleiding te hebben gelezen en begrepen.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Begeef u niet in situaties waarover u zich onzeker voelt. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding vragen hebt over de bedieningsprocedures, neemt u contact op met uw Husqvarna-servicedealer voordat u verdergaat.
- Sla alle waarschuwingen en instructies op en zorg ervoor dat deze toegankelijk zijn voor alle gebruikers.
- Als de afstandsbediening valt of op de grond terechtkomt, wordt deze automatisch uitgeschakeld. Als het product plotseling stopt, kan er een gevaarlijke situatie ontstaan.
- Laad de accu van de afstandsbediening op voordat u het product in de afstandsbedieningsmodus gebruikt. Als de accuspanning te laag is, wordt de afstandsbediening automatisch uitgeschakeld. Als het product plotseling stopt, kan er een gevaarlijke situatie ontstaan.
- Laad de accu op of vervang deze als het display van het informatiecentrum aangeeft dat de accu van de afstandsbediening bijna leeg is. Raadpleeg Display van informatiecentrum op pagina 237 en De accu van de afstandsbediening opladen met de acculader op pagina 265.
Let op: Als de afstandsbediening wordt uitgeschakeld, wordt de parkeerrem automatisch geactiveerd, wordt de aandrijving van het maaidek uitgeschakeld en stopt de motor.
- Gebruik het product met de afstandsbediening op een veilige manier. Neem het product niet in gebruik voordat alle veiligheidsrisico's zijn weggenomen.
- Gebruik op het product uitsluitend hulpstukken die zijn goedgekeurd voor gebruik met de afstandsbediening. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277.
- Let altijd op de ledlampjes op de afstandsbediening.
Let op: De ledlampjes op de afstandsbediening geven niet alle productinformatie weer.
- Leer het product met de afstandsbediening te gebruiken op een vlakke ondergrond. Raadpleeg Het product gebruiken in de afstandsbedieningsmodus op pagina 231.

WAARSCHUWING:
Onvoldoende kennis van veilig werken met de afstandsbediening kan leiden tot gevaarlijke situaties voor uzelf en anderen.
- Zorg ervoor dat u veilig weet te werken met de afstandsbediening en ook weet hoe u het product snel kunt stoppen. Raadpleeg Het product gebruiken in de afstandsbedieningsmodus op pagina 231

WAARSCHUWING: Leer met de stuurregelaars op de afstandsbediening omgaan voordat u het product in uw richting beweegt. Als het product op u afkomt, doet een bocht naar rechts op de afstandsbediening bijvoorbeeld het product links van u afslaan. Zorg ervoor dat u weet hoe het product in de gewenste richting te manoeuvreren.
- Laat kinderen of anderen die niet geautoriseerd zijn om het product met de afstandsbediening te gebruiken niet ermee werken of onderhoud eraan verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Houd de afstandsbediening buiten bereik van onbevoegden. Wanneer de afstandsbediening niet in gebruik is, dient deze uitgeschakeld en in de opbergkoffer te zijn.
- Zet de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus op 0 wanneer de afstandsbediening niet in gebruik is.
- Laat de afstandsbediening nooit onbeheerd achter wanneer het product zich in de afstandsbedieningsmodus bevindt.
- Leg de afstandsbediening niet zodanig neer dat deze kan vallen of door invloeden van buitenaf beschadigd kan raken. Als de afstandsbediening valt, kan deze onbedoeld worden geactiveerd.
- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Stop de messen, activeer de parkeerrem, schakel de motor uit en verwijder de contactsleutel wanneer u geen toezicht houdt op het product.
- De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen waarbij anderen of hun eigendommen betrokken zijn.
- Laat nooit passagiers meerijden op het product.
- Ga niet op het product zitten wanneer het in de afstandsbedieningsmodus wordt gebruikt.
Veiligheidsinstructies voor bediening in de afstandsbedieningsmodus

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Het product kan met de afstandsbediening op afstand worden bediend. De ontvanger voor het afstandsbedieningssignaal maakt bediening mogelijk wanneer het product tijdelijk achter een obstakel verdwijnt. Gebruik het product uitsluitend als u onbelemmerd zicht hebt op het product en het bijbehorende risicogebied. De maximale afstand tussen u en het product is 50 m.
- Let erop dat u de juiste bedieningsafstand aanhoudt wanneer u het product met de afstandsbediening gebruikt. Wanneer het product
zich buiten de maximaal toegestane afstand van de afstandsbediening bevindt, wordt de parkeerrem automatisch geactiveerd, wordt de aandrijving van het maaidek uitgeschakeld en stopt de motor. Dit kan een gevaarlijke situatie opleveren voor u en anderen. Voor informatie over de juiste bedieningsafstand raadpleegt u Veilig werkgebied en de afstandsbedieningsmodus op pagina 215.
- Inspecteer het werkgebied om gevaarlijke situaties te voorkomen. Druk onmiddellijk op de machinestopknop als er een gevaarlijke situatie ontstaat.
- Let erop dat er voldoende ruimte om u heen is wanneer u de afstandsbediening gebruikt. Zorg ervoor dat u of omstanders niet het risico lopen om klem te raken tussen het product en een obstakel, zoals een muur of een ander hard oppervlak.
- Zorg ervoor dat niemand zich in de nabijheid van het product bevindt wanneer u het met de afstandsbediening gebruikt. Raadpleeg Veilig werkgebied en de afstandsbedieningsmodus op pagina 215.
- Gebruik het product niet in gebieden waar explosies kunnen optreden.
- Ga met het product en de afstandsbediening niet over objecten heen. Beweeg voorzichtig rondom stenen en andere grote objecten en let erop dat de messen de objecten niet raken. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer alle nodige reparaties uit voordat u het product weer start.

WAARSCHUWING: Inspecteer het maaidek niet zonder dat aan deze voorwaarden is voldaan:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel staat in de stand STOP.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De afstandsbediening is uitgeschakeld.
- Begeef u met het product en de afstandsbediening niet in het verkeer of over de weg. Wees voorzichtig wanneer u het gras langs een weg maait. Bewaar een veilige afstand tot het verkeer.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait.
- Gebruik het product met de afstandsbediening alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere obstakels in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Begeef u met het product en de afstandsbediening niet nabij randen, greppels of hellingen. Het product
- Begeef u met het product en de afstandsbediening niet in het verkeer of over de weg. Wees voorzichtig wanneer u het gras langs een weg maait. Bewaar een veilige afstand tot het verkeer. - Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait. - Gebruik het product met de afstandsbediening alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere obstakels in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's. - Begeef u met het product en de afstandsbediening niet nabij randen, greppels of hellingen. Het product
kan plotseling kantelen als een van de wielen over de rand van een steile helling of greppel komt of als een rand afbreekt. Let erop dat de ondergrond voldoende stabiel is om het gewicht van het product te dragen. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277.
- Probeer product niet tegen te houden als het begint te glijden of kantelen. Dit product is zwaar en kan ernstig letsel veroorzaken als het valt.
Veilig werkgebied en de afstandsbedieningsmodus

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er geen personen, kinderen of dieren in het werkgebied zijn. Als een persoon of dier het werkgebied binnenkomt, stopt u het product onmiddellijk.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Wees alert op omstanders, objecten en situaties die veilig werken met het product kunnen verhinderen.
- Let erop dat u de juiste bedieningsafstand aanhoudt wanneer u het product met de afstandsbediening gebruikt.

| De juiste bedieningsafstand | Gebrui- ker | Omstan- ders |
| Bij gebruik met maaidek inge- schakeld | 15–50 m >50 m | |
| Bij gebruik met maaidek uitge- schakeld | 5–50 m >50 m | |
- Voordat u tijdens het gebruik met de afstandsbediening uw bedieningspositie wijzigt, dient u met behulp van de afstandsbediening het product te stoppen en de parkeerrem te activeren.
- Zorg ervoor dat uw positie tijdens het gebruik veilig en stabiel is.
- Blijf tijdens het gebruik met de afstandsbediening niet achter of voor het product staan.
- Wees voorzichtig wanneer u met het product werkt in de nabijheid van een obstakel, muur of
helling. Het product heeft een gelede stuurinrichting: de achterkant van het product beweegt in de tegenovergestelde hoek van de voorkant.

- Start of stop niet op een helling.
- Zorg ervoor dat u altijd de messen stopt, de parkeerrem activeert en de motor stopt voordat u het werkgebied betreedt.
Gras op hellingen maaien in de afstandsbedieningsmodus

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand.
- Rijd niet over obstakels en gaten heen. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Pas op voor verborgen obstakels in hoog gras.
- Start of stop niet op een helling.

WAARSCHUWING: Als het product stopt op een helling, activeert u de parkeerrem en stopt u de motor om te voorkomen dat het product omvalt.
Let op: Als de afstandsbediening wordt uitgeschakeld, wordt de parkeerrem automatisch geactiveerd, wordt de aandrijving van het maaidek uitgeschakeld en stopt de motor.

WAARSCHUWING: Als het product stopt op een helling, betreedt u het werkgebied altijd van bovenaf. Loop of sta niet onder het product.
- Zorg ervoor dat u stabiel en veilig staat tijdens het gebruik. Loop of sta niet onder of boven het product.

- Wanneer u het product in de afstandsbedieningsmodus gebruikt, geldt een grotere maximaal toegestane hellingshoek. De maximaal toegestane hellingshoek varieert per weer- of grondssituatie en maaimethode. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277.















toegestane hellingshoeken worden gemeten met originele onderdelen van Husqvarna. Breng geen wijzigingen aan het product aan. Wijzigingen aan het product die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen leiden tot ernstig letsel of overlijden.

WAARSCHUWING: Gebruik het product in de handmatige modus niet op hellingen van meer dan 10°.
Let op: Hulpstukken op het product kunnen de maximaal toegestane hellingshoek verlagen. Gebruik op het product uitsluitend hulpstukken die zijn goedgekeurd voor gebruik met de afstandsbediening. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277.
- Gebruik het product niet met de afstandsbediening op gladde hellingen van meer dan 20°.

WAARSCHUWING: Gladde oppervlakken kunnen ertoe leiden dat het product minder tractie heeft en gaat glijden of omvalt. Gladde oppervlakken kunnen ertoe leiden dat de bestuurder of omstanders uitglijden of vallen.

WAARSCHUWING: Check de grond altijd en overweeg het risico van gladde oppervlakken of instabiele grond. Gladde oppervlakken kunnen ertoe leiden dat het product zelfs binnen de maximaal toegestane hellingshoek gaat glijden of omvalt.
- Inspecteer het werkgebied voordat u besluit welke maaimethode u gaat gebruiken en bereid het werk voor, onder meer waar u gaat keren.
- Als u wat onzeker bent over de grondssituatie, stelt u de hoogte van het maaidek in op positie 6. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228.
- Zet de gashendel op volgas wanneer u met het product op een helling werkt. De prestaties van het product verschillen al naar gelang het toerental waarop de motor draait.
Let op: Houd de Boost-knop op de afstandsbediening ingedrukt. De Boost-functie op de afstandsbediening vergroot het transmissievermogen van het product, waardoor het een grotere helling aankan en u het product van een obstakel of uit een gat kunt krijgen of van het ene gebied waar u niet maait naar het andere kunt rijden.

WAARSCHUWING: Druk niet op de Boost-knop wanneer u het product draait. Een te hoge rijsnelheid kan het product doen glijden of omvallen.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam. Vermijd abrupte richtingswijzigingen.
- Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid.

WAARSCHUWING: De
rijsnelheid kan het product zelfs binnen de maximaal toegestane hellingshoek doen glijden of omvallen.
- Gebruik het product niet met de afstandsbediening om hellingen van meer dan 20° over de breedte te maaien.
- Als u een helling in de breedte wilt maaien, adviseren wij om hierbij met het product de helling op te rijden.

- Gebruik het product niet met de afstandsbediening om hellingen van meer dan 30° over de lengte te maaien. Maai hellingen van 30° uitsluitend als de grond droog en stabiel is.
- Als u een helling in de lengte wilt maaien, keert u waar de hellingshoek kleiner is.

- Als de hellingshoek te groot is om te keren, rijdt u een stukje omhoog en achteruit de helling af.

Veiligheidsvoorzieningen op de afstandsbediening

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik de afstandsbediening niet als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd of niet naar behoren functioneren.
- Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neemt u contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan veiligheidsvoorzieningen.
Draagstel voor afstandsbediening
Gebruik bij het werken met het product altijd het draagstel voor de afstandsbediening. Doet u dit niet, dan kunt u het product niet veilig bedienen. Dit kan bij uzelf of anderen letsel veroorzaken. Let erop dat u de afstandsbediening op de juiste wijze aan het draagstel bevestigt. Zo voorkomt u dat de afstandsbediening valt en beschadigd raakt en dat het product onbedoeld wordt gestart.
De machinestopknop op de afstandsbediening
De machinestopknop ^17 stopt snel de motor, schakelt de aandrijving van het maaidek uit en activeert de parkeerrem.

machinestopknop stopt de motor van het product. De machinestopknop op de afstandsbediening kan niet worden gebruikt wanneer het product handmatig wordt bediend.

OPGELET: Gebruik de
machinestopknop op de afstandsbediening niet als stopknop voor het product.

WAARSCHUWING: Wees
voorzichtig met de machinestopknop op hellingen. De hellingshoek kan het product in een ongewenste beweging de helling af brengen.

WAARSCHUWING: Wanneer u het
product start nadat de machinestopknop is ingedrukt, kunnen er objecten uit het maaidek worden geworpen. Risico op ernstig letsel.

WAARSCHUWING: Gebruik het
product niet met de afstandsbediening als de machinestopknop niet naar behoren functioneert. Raadpleeg een erkende servicedealer als de afstandsbediening beschadigd is of niet naar behoren functioneert.
De machinestopknop op de afstandsbediening controleren
Let op: Nadat de contactsleutel in de neutrale stand is gezet, moet de schakelaar voor de afstandsbediening in minder dan drie minuten in positie 1 komen. Na drie minuten draait u de contactsleutel naar STOP en probeert u het nogmaals.
- Zet het product in de afstandsbedieningsmodus. Raadpleeg De afstandsbediening starten op pagina 231.
- Druk op de afstandsbediening op de machinestopknop en controleer of de indicator gebruik geblokkeerd brandt.

Indicator dodemansregeling (OPC) op de afstandsbediening
De OPC-indicator wordt geactiveerd wanneer de gebruiker op de stoel zit. Raadpleeg Dodemansregeling (OPC) op pagina 209. De OPC-indicator op het paneel van de afstandsbediening gaat branden.
Bedrijfsvoorwaarden voor de afstandsbedieningsmodus
Let op: Als een bedrijfsvoorwaarde verandert, stopt de motor onmiddellijk. De parkeerrem wordt meteen geactiveerd en de aandrijving van het maaidek wordt uitgeschakeld.
De bedrijfsvoorwaarden voor de afstandsbedieningsmodus zijn als volgt:
- De gebruiker zit niet op de stoel.
- De PTO-knop op het product is niet actief, de contactsleutel staat in de neutrale stand en de parkeerrem van het product is niet actief. Raadpleeg De afstandsbediening starten op pagina 231.
- De schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus staat op 1.
Let op: Nadat de contactsleutel in de neutrale stand is gezet, moet de schakelaar voor de afstandsbediening in minder dan drie minuten in positie 1 komen. Na drie minuten draait u de contactsleutel naar STOP en probeert u het nogmaals.
- De machinestopknop op de afstandsbediening is niet geactiveerd.
- Het product bevindt zich binnen het bedieningsbereik.
De bedrijfsvoorwaarden voor de afstandsbedieningsmodus controleren
Controleer de bedrijfsvoorwaarden dagelijks.
- Start de afstandsbedieningsmodus, stop het product op een vlakke ondergrond en gebruik de afstandsbediening om de parkeerrem te activeren. Ga op de stoel zitten en druk op de afstandsbediening op de start/stop-schakelaar voor de motor. Als het goed is, start de motor niet.
- Start de afstandsbedieningsmodus, stop het product op een vlakke ondergrond en gebruik de afstandsbediening om de parkeerrem te activeren. Zet de contactsleutel in de startpositie en druk op de afstandsbediening op de start/stop-schakelaar voor de motor. Als het goed is, start de motor niet.
- Start de afstandsbedieningsmodus, stop het product op een vlakke ondergrond en gebruik de afstandsbediening om de parkeerrem te activeren. Trek de PTO-knop op het product uit en druk op de afstandsbediening op de start/stop-schakelaar voor de motor. Als het goed is, start de motor niet.
- Start de afstandsbedieningsmodus met de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus in de positie 0. Druk op de afstandsbediening op de start/stop-schakelaar voor de motor. Als het goed is, start de motor niet.
- Start de afstandsbedieningsmodus, stop het product op een vlakke ondergrond en gebruik de afstandsbediening om de parkeerrem te activeren. Stap uit het bedieningsbereik en druk op de afstandsbediening op de start/stop-schakelaar voor de motor. Als het goed is, start de motor niet.
- Probeer de afstandsbedieningsmodus te starten met de machinestopknop geactiveerd. Als het goed is, start de afstandsbedieningsmodus niet.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud van de afstandsbediening

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik de afstandsbediening niet als deze beschadigd is of niet naar behoren functioneert.
- Voer de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en onderhouds- en servicetaken uit. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkende servicedealer.
- Breng geen wijzigingen aan de afstandsbediening of de bijbehorende componenten aan. Zorg ervoor dat vervanging van de afstandsbediening en de bijbehorende componenten door een Husqvarna-servicedealer wordt uitgevoerd met originele onderdelen.
- Vervang versleten componenten. Het risico op mechanische storingen is groter wanneer de afstandsbediening met beschadigde of versleten componenten wordt gebruikt. Vervang versleten of ontbrekende symbolen en stickers.
Veiligheid en de accu voor de afstandsbediening

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik uitsluitend de Husqvarna-accu's die we voor uw product aanbevelen. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277. De accu's zijn voorzien van softwarematige encryptie.
- Let erop dat u de batterijen correct plaatst, met de polen (+ en -) op de juiste plek.
- Gebruik de Husqvarna-accu's die oplaadbaar zijn uitsluitend als een voedingsbron voor de bijbehorende producten van Husqvarna. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277. Gebruik de accu niet als voedingsbron voor andere apparaten, om letsel te voorkomen.
- Verwijder de accu als de afstandsbediening een week of langer niet wordt gebruikt.
- Risico van elektrische schok. Berg accu zodanig op en vervoer deze zodanig dat de accupolen niet in aanraking komen met geleidende materialen: sleutels, muntgeld of handgereedschap. Dit kan kortsluiting van de accu veroorzaken.
- Gebruik geen batterijen die niet oplaadbaar zijn.
- Plaats geen voorwerpen in de luchtspleten van de accu.
- Bescherm de accu tegen direct zonlicht, warmte of open vuur. De accu kan brandwonden en/of chemische brandwonden veroorzaken.
- Bescherm de accu tegen regen en vocht.
- Houd de accu uit de buurt van magnetrons en hoge druk.
- Probeer de accu niet te demonteren of te slopen.
- Gebruik de accu bij temperaturen tussen -25 °C en 70 °C.
-
Reinig de accu of acculader nooit met water. Raadpleeg De accu en de acculader van de afstandsbediening reinigen op pagina 264.
-
Gebruik de accu niet als deze beschadigd of defect is, lekt, opgezwollen of geoxideerd is of niet naar behoren functioneert.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
Veiligheid en de acculader voor de afstandsbediening

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (onder wie kinderen) met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of een gebrek aan kennis en ervaring, tenzij ze begeleiding of aanwijzingen bij het gebruik van het apparaat hebben ontvangen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Zorg ervoor dat kinderen en niet-geautoriseerde personen geen toegang hebben tot de acculader.
- Dit apparaat mag uitsluitend worden gevoed met zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS) zoals op het apparaat vermeld.
- Laad niet-oplaadbare accu's niet op in de acculader.
-
Gebruik nooit een beschadigde of defecte acculader.
-
Verbind de contacten van de acculader niet met metalen objecten, omdat dit kortsluiting in de acculader kan veroorzaken.
- Laad de accu alleen op wanneer de omgevingstemperatuur tussen 0 °C en 45 °C ligt. Gebruik de oplader in een droge, stofvrije omgeving met goede ventilatie.
- Als de acculader niet wordt gebruikt, verwijdert u de stekker uit het stopcontact.
- De accu mag alleen binnenshuis worden opgeladen op een plek met voldoende ventilatie en zonder direct zonlicht. Laad de accu niet buiten op. Laad de accu niet op in vochtige omstandigheden.
- De acculader moet extern gezekerd zijn met een 3A-zekering.
- Gebruik goedgekeurde stopcontacten die niet beschadigd zijn. Controleer of de kabel van de acculader niet beschadigd is. Als er verlengkabels worden gebruikt, zorg er dan voor dat deze niet beschadigd zijn.
- Gebruik de acculader niet op gevaarlijke plekken of nabij explosieve stoffen.
- Dek de acculader niet af.
- De verbinding met de voeding moet voldoen aan de landelijke richtlijnen voor elektrische bedrading.
Montage
Het maaidek bevestigen
Let op: Voor maaidekmodellen C112X, C122X, R137X: Voordat u een X-model-maaidek kunt bevestigen, moet u een AUX-voedingsset (accessoire) aan de voorzijde monteren.
Let op: Zorg ervoor dat het maaidek en het product op een vlakke ondergrond staan voordat u het maaidek bevestigt.
- Bedien het product voorzichtig totdat het zich vóór het maaidek bevindt.
- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Schakel de parkeerrem in.
- Stop de motor.
- Duw het werktuigframe omlaag. Beweeg het werktuigframe naar de verticale positie.

WAARSCHUWING: Bij onvoorzichtig gebruik kan het vergrendelmechanisme uw vingers verwonden. Pak de voorste rand van het
maaidek met twee handen vast wanneer u doorgaat naar de volgende stap.
- Duw het maaidek in het werktuigframe. Zorg ervoor dat de voorste geleidepennen in de groeven op het werktuigframe vallen. Het werktuigframe ontgrendelt automatisch.

- Duw het maaidek omlaag totdat de achterste geleidepennen de onderkant van de groeven op het werktuigframe aanraken.

-
Breng de aandrijfriem rondom de aandrijfpoelie voor het maaidek aan.
-
Plaats de veerhendel in de veerhouder.

a) Sluit de kabel aan op de uitgang (A).
b) Bevestig de kabel aan de kabelklem (B) op de voetsteunplaat.

OPGELET: Zorg ervoor dat de kabel zich in de juiste positie onder de actuator (C) bevindt en niet wordt samengedrukt wanneer u het maaidek in de maaistand zet. Raadpleeg Het maaidek in de maaistand zetten op pagina 249.
- Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. Raadpleeg Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 250.
Het maaidek verwijderen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Voor maaidekmodellen C112X, C122X, R137X: Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228.
- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Stop de motor.
- Zet de contactsleutel in de neutrale positie.
- Voor maaidekmodellen C112X, C122X, R137X:

a) Koppel de kabel los van het stopcontact (A).
b) Verwijder de kabel van de kabelklem (B) op de voetsteunplaat.
- Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk aan de contactsleutel en haal het voorblad eraf.

- Voor maaidekmodellen C112, C122, R137: Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227.
- Trek de veerhendel uit de veerhouder om de spanning van de aandrijfriem te halen.

- Verwijder de aandrijfriem en plaats hem in de riemhouder.

- Pak de voorkant van het maaidek met twee handen vast en trek het maaidek naar voren.
- Laat het maaidek volledig neer.
- Open de vergrendeling van het werktuigframe.

- Pak de voorkant van het maaidek met twee handen vast en trek het maaidek naar voren.

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door pletten; houd lichaamsdelen uit de buurt.
Afstandsbediening
Voor aanwijzingen bij P 524XR EFI raadpleegt u Montage op pagina 220.
De opbergkoffer voor de afstandsbediening bevestigen en verwijderen
Let op: De voorkant van de bevestigingsplaat bevindt zich aan de rechterkant van het product. Blijf vóór de bevestigingsplaat wanneer u de opbergdoos voor de afstandsbediening bevestigt.
- Plaats de opbergdoos voor de afstandsbediening op de adapterplaat met de voorkant naar u gericht.

text_image
RJ130000000000 RJ130000000000- Duw de opbergdoos voor de afstandsbediening naar de eindpositie om hem op zijn plaats te vergrendelen.

- Om de opbergdoos voor de afstandsbediening te verwijderen, drukt u de hendel van de bevestigingsplaat met één hand omlaag. Trek de handgreep van de opbergdoos voor de afstandsbediening naar u toe. Verwijder de opbergkoffer voor de afstandsbediening.

- Let op: Als de afstandsbediening niet in gebruik is, schakelt u deze uit en legt u haar in de opbergkoffer.
Leg de afstandsbediening, de accu en het draagstel voor de afstandsbediening in de opbergkoffer.
Werking
Afstandsbediening
Voor aanwijzingen bij de afstandsbediening raadpleegt u Afstandsbediening op pagina 229.
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het
hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.
Husqvarna Connect gebruiken
-
Download de Husqvarna Connect-app op uw mobiele apparaat.
-
Registreer in de Husqvarna Connect-app.
-
Volg de instructies in de Husqvarna Connect-app om verbinding te maken met het product en dit te registreren.
Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij (zie Brandstofveiligheid op pagina 211).

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning.
De motor gebruikt loodvrije benzine met een minimum octaangetal van RON 95 (niet vermengd met olie). Wij adviseren biologisch afbreekbare alkylaatbenzine (max. methanol 5%, max. ethanol 10%, max. MTBE 15%).
Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul bij indien nodig.
U kunt het brandstofniveau in de brandstoftank duidelijk zien. Vul niet teveel bij. Houd een minimale speling van 2,5 cm aan.
De stoel afstellen

WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.
De stoel kan voorover gekanteld worden. De stoel is ook naar voren en naar achteren verstelbaar.
- Om de stoel naar voren en achteren in te stellen, plaatst uw voeten op de voetsteunplaten en duwt u de hendel onder de voorste rand van de stoel naar links. Verplaats de stoel naar de correcte positie.

- Om de stoelveren aan te passen, verschuift u de rubberen aanslagen onder de stoel zoals aangegeven in de afbeelding. Plaats de twee aanslagen vooraan, in het midden of achteraan.

- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van het maaidek uit te schakelen.

- Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort.

Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
Let op: U kunt het maaidek een beetje heffen met de aandrijving op de messen ingeschakeld. Gebruik deze functie voor zeer lang gras of ruwe oppervlakken.

WAARSCHUWING: Hef het maaidek niet volledig als omhoog als de aandrijving van het maaidek is ingeschakeld. Het risico bestaat dat objecten worden
weggeslingerd, wat ernstig of fataal letsel kan veroorzaken.
Het maaidek neerlaten
- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving op de messen van het maaidek in te schakelen.

Voordat u het product gebruikt

WAARSCHUWING: Gebruik het product niet met de afstandsbediening als u geen goed zicht op het product hebt. Dankzij het bedieningsbereik van de afstandsbediening kunt u het product ook verplaatsen wanneer u het niet kunt zien. Gevaar voor letsel en schade.

WAARSCHUWING: Let erop dat u de juiste bedieningsafstand aanhoudt wanneer u het product met de afstandsbediening gebruikt. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277. Het product stopt automatisch wanneer het buiten het bereik van de afstandsbediening komt. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren.
- Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen.
- Draag de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen. Raadpleeg Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 208.
- Zorg ervoor dat er alleen goedgekeurde personen in het werkgebied zijn.
- Voer dagelijks onderhoud uit. Raadpleeg Onderhoud op pagina 238.
- Controleer of het product goed gemonteerd en niet beschadigd is.
- Schakel de afstandsbediening uit. Raadpleeg De afstandsbediening in- en uitschakelen op pagina 237.
- Leg de afstandsbediening in de opbergkoffer.
- Bevestig de opbergkoffer aan de motorkap. Raadpleeg De opbergkoffer voor de afstandsbediening bevestigen en verwijderen op pagina 223.
- Zet de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus op 0.

- Schakel de parkeerrem in.
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen.

- Draai de contactsleutel naar de startstand.

- Laat, zodra de motor aanslaat, de contactsleutel meteen los naar de neutraalstand.

OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
-
Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.
-
Duw de gashendel naar de stand voor volgas.

OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Gebruik pas vol gas wanneer het maaidek omlaag is gezet in de maaistand.
Het product gebruiken
- Controleer of de bypasskleppen zijn gesloten. Raadpleeg De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 229.
-
Start de motor.
-
Trap het parkeerrempedaal in en laat deze vervolgens los om de parkeerrem uit te schakelen.

- Druk één van de rijpedalen voorzichtig in. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruitrijden en pedaal (B) voor achteruitrijden.

- Laat het pedaal los om te remmen. Om harder te remmen, drukt u op het andere rijpedaal.
- Selecteer de maaihoogte. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228.
- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om
ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Trek de PTO-knop uit om de aandrijving op de messen van het maaidek in te schakelen.

De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137)
- Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort.

Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel naar stand STOP.
- De borgplaat in de richting van de voorkant van het maaidek duwen en vasthouden. Trek met uw rechterhand de afstelhendel voor de maaihoogte omhoog. Laat de afstelhendel niet los.

- Houd het werktuigframe (B) vast met uw linkerhand. Breng het maaidek omhoog of omlaag terwijl u de afstelhendel (A) voor de maaihoogte horizontaal beweegt.

- Laat de afstelhendel voor maaihoogte in een van de gaten op de afstelplaat los.
- Laat het werktuigframe los.
Let op: Zie de onderstaande tabel voor welke maaihoogte ongeveer overeenkomt met welk getal.
| Nummer Maaihoogte, mm | ||
| Maaidek C112, C122 | R137 | |
| 1 (S) Onderhouds-stand, laagste stand | 25 35 | |
| 2 35 50 | ||
| 3 45 60 | ||
| 4 55 75 | ||
| 5 65 90 | ||
| 6 75 100 | ||
De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X)
- Druk op het bovenste deel van de linker functieknop voor accessoires aan de voorzijde om de maaihoogte te verlagen. Druk op het onderste deel van de linker functieknop voor accessoires aan de voorzijde om de maaihoogte te verhogen.

De markeringen op het maaidek geven de stand van de geselecteerde maaihoogte aan.

Let op: Zie de onderstaande tabel voor welke maaihoogte ongeveer overeenkomt met elke markering.
| Markeringen Maalhoogte, mm | ||
| Maaidek C112X, C122X R137X | ||
| 75 100 | ||
| 65 90 | ||
| 55 75 | ||
| 45 60 | ||
| 35 50 | ||
| 25 35 | ||
Motor uitschakelen
- Laat de rijpedalen los.
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving op de messen van het maaidek uit te schakelen.

- Laat de motor gedurende 1 minuut stationair draaien om de temperatuur van de motor te verlagen.
- Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren om het maaidek omhoog te zetten.

- Draai de contactsleutel naar stand STOP.

- Schakel de parkeerrem in zodra het product stopt.
De parkeerrem in- en uitschakelen
-
Trap het parkeerrempedaal in (A).
-
Houd de vergrendelknop (B) ingedrukt.

- Houd de knop ingedrukt en zet het parkeerrempedaal vrij.
- Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het parkeerrempedaal nogmaals in.
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoud op pagina 238.
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
- Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (zie Technische gegevens op pagina 277 voor het hoogst toegestane motortoerental). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de mulch-functie.
De hydrostatische transmissie uitschakelen
Om het product te verplaatsen terwijl de motor is uitgeschakeld, moet u de hydraulische circuits op de voorste en achterste transmissie openen. Dit wordt gedaan door de omloopkleppen in de transmissiemotoren te openen.

OPGELET: Het product heeft geen remmen wanneer de omloopkleppen open zijn. De omloopkleppen moeten gesloten zijn voordat u het product gebruikt.

OPGELET: Sleep het product niet met hoge snelheid of over lange afstanden. Dit kan schade aan de transmissies veroorzaken.
Achterste transmissie
- De omloopklep opent u door de borgmoer (A) 14 tot 12 slag naar links te draaien en vervolgens de klepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.

- De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) te sluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgens de borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm.
Voorste transmissie
- De omloopklep opent u door de borgmoer (A) 14 tot 12 slag naar links te draaien en vervolgens de klepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.

- De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) te sluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgens de borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm.
Afstandsbediening
Voor aanwijzingen bij de handmatige bediening van P 524XR EFI raadpleegt u Werking op pagina 223.
De afstandsbediening heeft alle bedieningselementen die nodig zijn om het product te bedienen. Deze bedieningselementen reageren meteen op uw handelingen.
De afstandsbediening werkt op radiosignalen. Als er interferentie optreedt in de overdracht, wordt de frequentie automatisch gewijzigd.

OPGELET: Gebruik uitsluitend de afstandsbediening die bij het product wordt geleverd.
Het product en de afstandsbediening worden in de fabriek aan elkaar gekoppeld. Mocht het nodig zijn om de koppelingsprocedure opnieuw uit te voeren, dan neemt u contact op met uw Husqvarna-servicedealer.
Voordat u het product met de afstandsbediening gebruikt

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u het product te allen tijde kunt zien wanneer u het met de afstandsbediening bedient. De ontvanger voor het afstandsbedieningssignaal maakt bediening mogelijk wanneer het product tijdelijk achter een obstakel verdwijnt.

WAARSCHUWING: Let erop dat u de juiste bedieningsafstand aanhoudt wanneer u het product met de afstandsbediening gebruikt. Wanneer het product zich buiten de maximaal toegestane afstand van de afstandsbediening bevindt, wordt de parkeerrem automatisch geactiveerd, wordt de aandrijving van het maaidek uitgeschakeld en stopt de motor. Dit kan een gevaarlijke situatie opleveren voor u en anderen. Voor informatie over de juiste bedieningsafstand raadpleegt u Technische gegevens op pagina 277.
| De juiste bedieningsafstand Gebruiker | Omstanders |
| Bij gebruik met maaidek ingeschakeld. | 15-50 m >50 m |
| Bij gebruik met maaidek uitgeschakeld. | 5-50 m >50 m |

- Zorg ervoor dat er niemand in het werkgebied is.
- Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen.
-
Leer het product te gebruiken met de afstandsbediening. Raadpleeg Het product gebruiken in de afstandsbedieningsmodus op pagina 231.
-
Voer dagelijks onderhoud uit op het product en de afstandsbediening. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 238 en Afstandsbediening op pagina 264.
- Controleer of de afstandsbediening niet beschadigd is en of alle bedieningselementen en schakelaars in de neutrale stand staan.
- Controleer of de veiligheidsvoorzieningen op de afstandsbediening naar behoren functioneren en niet beschadigd zijn.
- Controleer of alle bedieningselementen terugkeren naar de neutrale stand wanneer ze worden losgelaten.
- Laad de accu van de afstandsbediening op voordat u het product in de afstandsbedieningsmodus gebruikt. Als de accuspanning te laag is, wat gevaarlijke situaties kan opleveren, wordt de afstandsbediening automatisch uitgeschakeld.
- Laad de accu op of vervang deze als het display van het informatiecentrum aangeeft dat de accu van de afstandsbediening bijna leeg is. Raadpleeg Display van informatiecentrum op pagina 237 en De accu van de afstandsbediening opladen met de acculader op pagina 265.
- Controleer of de bypasskleppen zijn gesloten. Raadpleeg De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 229.
- Draai de gashendel op het product helemaal open (volgas) voordat u het product in de afstandsbedieningsmodus zet. De motorsnelheid kan niet worden aangepast met de afstandsbediening.
- Let erop dat de contactsleutel in de neutrale stand staat en dat de parkeerrem van het product niet is geactiveerd. Raadpleeg De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 228.
- Controleer of de PTO-knop op het product niet actief is. Raadpleeg PTO-knop (aftakas) op pagina 198.
Het draagstel voor de afstandsbediening gebruiken

WAARSCHUWING: Let erop dat de afstandsbediening bij gebruik in de afstandsbedieningsmodus op de juiste wijze aan het draagstel is bevestigd. Gebruik het draagstel niet als het is beschadigd.
- Bevestig de haken van het draagstel aan de ogen op de afstandsbediening.

-
Doe het draagstel aan.
-
Pas de hoogte van het ophangpunt aan met behulp van de gesp aan het draagstel.

Het product gebruiken in de afstandsbedieningsmodus
Leer op een vlakke ondergrond met de afstandsbediening omgaan voordat u rondom obstakels of op hellingen gaat werken. Oefen net zolang totdat u het product veilig kunt gebruiken met de afstandsbediening. Vergroot de hellingshoek naarmate uw vaardigheid groeit.

WAARSCHUWING: Onvoldoende kennis van veilig werken met het product kan leiden tot gevaarlijke situaties voor uzelf en anderen.

WAARSCHUWING: Het product bevat draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.

WAARSCHUWING: Wees alert op objecten die tijdens het werk weggeslingerd kunnen worden. Ernstig letsel of de
dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert.
- Leer op een vlakke ondergrond schakelen tussen de handmatige modus en de afstandsbedieningsmodus. Raadpleeg Voordat u het product met de afstandsbediening gebruikt op pagina 230 en De afstandsbediening starten op pagina 231.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u altijd de messen stopt, de parkeerrem activeert en de motor stopt voordat u het werkgebied betreedt.
- Leer het product te stoppen met de machinestopknop. Raadpleeg De machinestopknop op de afstandsbediening op pagina 218 en De machinestopknop op de afstandsbediening controleren op pagina 218.
- Leer het product op een vlakke ondergrond te bedienen met het maaidek uitgeschakeld. Raadpleeg Het product bedienen met de afstandsbediening op pagina 234. Verdiep u in de bewegingen van het product wanneer u de stuurregelaars gebruikt. Bewaar altijd een veilige afstand tot het product.
- Leer met de bedieningselementen omgaan voordat u het product in uw richting beweegt. Met de bedieningselementen op de afstandsbediening bepaalt u de bewegingsrichting van het product. De bewegingsrichting van het product moet worden gezien vanuit het gezichtspunt van het product. In de illustratie hieronder ziet u een bestuurder die links aangeeft gezien vanuit de positie van het product.

-
Druk op de PTO-knop op het product.
-
Zet de contactsleutel in de neutrale stand.
- Geef op het product de parkeerrem vrij. Zie De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 228.

- Haal de afstandsbediening uit de opbergkoffer.
- Gebruik het draagstel wanneer u het product met de afstandsbediening gebruikt. Zie Het draagstel voor de afstandsbediening gebruiken op pagina 230.
- Zet de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus op 1.

Let op: Nadat de contactsleutel in de neutrale stand is gezet, moet de schakelaar voor de afstandsbediening in minder dan drie minuten in positie 1 komen. Na drie minuten draait u de contactsleutel naar STOP en probeert u het nogmaals.
-
Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
-
Draai de machinestopknop op de afstandsbediening rechtsom om de machinestopknop uit te schakelen.

- Druk op de afstandsbediening op de ON/OFF-knop om de afstandsbediening in te schakelen.

text_image
空气计温器- Controleer op de afstandsbediening of het ledlampje boven het symbool voor de afstandsbediening op ON staat.

Let op: Het is niet mogelijk om de afstandsbedieningsmodus te starten als de temperatuur van de transmissieolie te laag is. Zie Paneel - problemen met de afstandsbediening oplossen op pagina 271.
- Controleer op de afstandsbediening of het symbool voor het radiosignaal wordt weergegeven op het display van het informatiecentrum. Zie Symbolen op de afstandsbediening op pagina 204
- Controleer of de parkeerrem is ingeschakeld.

- Duw de stuurregelaar naar rechts en laat de regelaar los voordat u het product met de afstandsbediening gebruikt. Controleer of de achterkant van het product opzij beweegt en of deze terugkeert naar de neutrale stand wanneer u de stuurregelaar loslaat. Duw de stuurregelaar naar links en laat de regelaar los. Controleer of de achterkant van het product opzij beweegt en of deze terugkeert naar de neutrale stand wanneer u de stuurregelaar loslaat.
- Als het product in een draai staat voordat u het met de afstandsbediening gaat gebruiken, moet u het product eerst rechtzetten. Als het product naar rechts is gedraaid, duwt u de stuurregelaar op de afstandsbediening naar rechts. Als het product naar links is gedraaid duwt u de stuurregelaar op de afstandsbediening naar links.

Let op: De indicator gebruik geblokkeerd gaat branden en brandt tot de wielen van het product zijn uitgelijnd.
De motor starten met de afstandsbediening
- Stel het draagstel zodanig af dat u een goede werkstand kunt aannemen.
- Controleer of de parkeerrem is ingeschakeld.

- Duw op de afstandsbediening de start/stop- schakelaar voor de motor naar rechts en houd de knop 1 seconde vast om de motor te starten.

De aandrijving van het maaidek in- en uitschakelen

WAARSCHUWING: Let erop dat u de juiste bedieningsafstand aanhoudt wanneer u het product met de afstandsbediening gebruikt. Blijf op een afstand van minimaal 15 m van het product wanneer de aandrijving van het maaidek is ingeschakeld. Raadpleeg Veilig werkgebied en de afstandsbedieningsmodus op pagina 215.
Let op: Schakel de aandrijving van het maaidek uit wanneer u het product van het ene gebied dat u niet maait naar het andere verplaatst.

WAARSCHUWING: Houd de afstandsbediening altijd binnen uw
gezichtsveld wanneer het product zich in de afstandsbedieningsmodus bevindt.
- Duw de PTO-knop op de afstandsbediening naar rechts en houd de knop 1 seconde vast om de aandrijving van het maaidek in te schakelen.

- Duw de PTO-knop naar links om de aandrijving van het maaidek uit te schakelen.
Let op: Wanneer de aandrijving van het maaidek is uitgeschakeld met de PTO-knop op de afstandsbediening, stoppen de messen binnen 3,5 seconde.
Let op: De aandrijving van de messen wordt automatisch uitgeschakeld wanneer u het volgende doet op de afstandsbediening:
- Duw de start/stop-schakelaar voor de motor naar links.
• Druk op de ON/OFF-knop.
• Druk op de machinestopknop.

WAARSCHUWING: Wees
voorzichtig met de machinestopknop op hellingen. De hellingshoek kan het product in een ongewenste beweging de helling af brengen.
Het product bedienen met de afstandsbediening

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Raadpleeg Veiligheid en de afstandsbediening op pagina 213.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u het product te allen tijde kunt zien wanneer u het met de afstandsbediening bedient. Dankzij het bedieningsbereik van
de afstandsbediening kunt u het product ook verplaatsen wanneer u het niet kunt zien. Gevaar voor letsel en schade.

WAARSCHUWING: Start of stop het product niet op een helling. De banden kunnen hun grip verliezen, waardoor het product kan gaan glijden.

WAARSCHUWING: Schakel de aandrijving van het maaidek uit, activeer de parkeerrem en stop de motor voordat u het werkgebied betreedt.
Voordat u het product met de afstandsbediening gebruikt, moet u de bedieningselementen op de afstandsbediening uitlijnen met het product. Raadpleeg De afstandsbediening starten op pagina 231.
- Start de motor. Raadpleeg De motor starten op pagina 225.
- Duw op de parkeerremknop om de parkeerrem vrij te geven.

Let op: De indicator gebruik geblokkeerd gaat branden wanneer het product in een draaistand staat wanneer u de afstandsbedieningsmodus start en probeert het product met de afstandsbediening te bedienen. Lijn de wielen van het product uit en start opnieuw, zie De afstandsbediening starten op pagina 231.
- Duw de aandrijfbediening van u af om het product vooruit te bewegen. Trek de aandrijfbediening naar u toe om het product achteruit te bewegen.

- Duw de stuurregelaar naar links of rechts om de rijrichting van het product te bepalen.

Let op: Beweging van de stuurregelaar verandert de richting van de wielen geleidelijk. Kleine bewegingen aan de bedieningselementen leiden tot kleine bewegingen van de wielen. Wanneer u de bedieningselementen loslaat, keren ze terug naar de neutrale stand.
- Laat de aandrijfbediening los om de beweging van het product te stoppen.
Let op: Het product komt binnen 1,5 seconde na het loslaten van de aandrijfbediening tot stilstand.
Let op: Het product stopt automatisch wanneer u het volgende doet op de afstandsbediening:
- Duw de start/stop-schakelaar voor de motor naar links.
• Druk op de ON/OFF-knop.
• Druk op de machinestopknop.

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met de machinestopknop op hellingen. De hellingshoek kan het product in een ongewenste beweging de helling af brengen.

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig wanneer u met het product werkt in de nabijheid van een obstakel, muur of helling. Het product heeft een gelede stuurinrichting: de achterkant van het product beweegt in de tegenovergestelde hoek van de voorkant.

OPGELET: Beroer de bedieningselementen met zorg. Het product presteert niet beter als u hardhandig met de bedieningselementen omgaat. De bedieningselementen kunnen beschadigd raken als u te veel kracht zet.

OPGELET: Til de afstandsbediening niet op aan de bedieningselementen.
Het maaidek heffen en neerlaten met de afstandsbediening
- Houd knop A ingedrukt om het maaidek te heffen. Laat knop A los wanneer het maaidek zich in de gewenste positie bevindt.

text_image
A B- Houd knop B ingedrukt om het maaidek neer te laten. Laat knop B los wanneer het maaidek zich in de gewenste positie bevindt.

OPGELET: Houd de knop nog minimaal 2 seconden ingedrukt wanneer het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product beschadigd is of niet goed werkt.
De functie Boost gebruiken
De afstandsbediening heeft een Boost-functie, die het transmissievermogen van het product vergroot, waardoor de gebruikssnelheid toeneemt. Gebruik de Boost-functie op steile hellingen, om het product van een obstakel of uit een gat te krijgen of van het ene gebied waar u niet maait naar het andere te rijden.

WAARSCHUWING: Druk niet op de
Boost-knop wanneer u het product draait. Een te hoge rijsnelheid kan het product doen glijden of omvallen.
- Houd de Boost-knop ingedrukt om de Boost-functie te activeren.

text_image
Husqvar HusqvarLet op: Wanneer u op de Boost-knop drukt, gaat de indicator branden.
- Laat de Boost-knop los om de Boost-functie te stoppen.
Let op: Het product stopt binnen 2 seconden na het loslaten van de Boost-functie en de aandrijfbediening.
Let op: Het product stopt automatisch wanneer u het volgende doet op de afstandsbediening:
- Duw de start/stop-schakelaar voor de motor naar links.
• Druk op de ON/OFF-knop.
• Druk op de machinestopknop.

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met de machinestopknop op hellingen. De hellingshoek kan het
product in een ongewenste beweging de helling af brengen.
De motor stoppen met de afstandsbediening
- Deactiveer de knop voor vooruit- en achteruitrijden (A) en de stuurregelaar (B).

text_image
A B C D E Husqverne®- Duw de PTO-knop (D) naar links om de aandrijving van het maaidek uit te schakelen.
- Druk op de parkeerremknop (C) om de parkeerrem te activeren.
- Duw de start/stop-schakelaar voor de motor (E) naar links om de motor te stoppen.
De maaihoogte aanpassen

WAARSCHUWING: Schakel de aandrijving van het maaidek uit, activeer de parkeerrem en stop de motor voordat u het werkgebied betreedt.
Voor informatie over het aanpassen van de maaihoogte raadpleegt u De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228 voor instructies.
De parkeerrem activeren en vrijgeven met de afstandsbediening
- Druk op de parkeerremknop om de parkeerrem te activeren en vrij te geven.

De afstandsbediening in- en uitschakelen
- Druk op de ON/OFF-knop om de afstandsbediening uit te schakelen.

WAARSCHUWING: Als het
product handmatig wordt bediend, zet u de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus op 0, legt u de afstandsbediening in de opbergkoffer en bevestigt u de koffer aan de motorkap.
Display van informatiecentrum

text_image
A B C Information centerHet display (C) van het informatiecentrum op de afstandsbediening geeft de volgende informatie over de afstandsbediening weer:
- Of de afstandsbediening aan of uit staat.
- Foutcodes. Raadpleeg Foutcodes en hun beschrijving op pagina 273.
Let op: Als er een systeemfout optreedt, wordt het display van het informatiecentrum ROOD.
- De sterkte van het radiosignaal tussen de afstandsbediening en het product.
| Radiosignaal Symbol | |
| Indicator voor radiosignaalsterkte, vier niveaus. | ![]() |
| Radiosignaal is in stand-bymodus. De afstandsbediening functioneert niet naar behoren. Zorg ervoor dat alle bedieningselementen en schakelaars op de afstandsbediening in de neutrale stand staan. Controleer bij het starten van de afstandsbediening of de machinestopknop niet is geactiveerd. | ![]() |
| Geen radiosignaal. | ![]() |
- Accustatus.
| Laadstatus | Symbool |
| Accustatus, vijf niveaus. | |
| 0-25% | ![]() |
| 25-50% | |
| 50-75% | |
| 75-100% | |
| Fout in accu. | ![]() |
- Druk op de bladerknop (A) om het volgende symbool op het display weer te geven.
- Druk op de selectieknop (B) om een keuze te maken.
Let op: Als de knoppen gelijktijdig worden ingedrukt, verandert de modus op het display van het informatiecentrum. Raadpleeg Problemen met de afstandsbediening oplossen op pagina 269.

| Onderhoud | Wekelijks (elke 40 uur) | Na de eerste 50 uur | Onderhoudsin-terval in uren | ||
| 100 | 200 | 400 | |||
| Controleer of de brandstofleidingen en de koppelingen schoon en onbeschadigd zijn. | O | O | |||
| Inspecteer de 12V-accu. X X | |||||
| Controleer de elektrische aansluitingen en kabels. O O | |||||
| Controleer de remkabel en stel de parkeerrem af. O | |||||
| Zorg ervoor dat de koplampen en de werklampen correct werken (indien van toepassing). | X | X | |||
| Voer na de reinigingsprocedure een visuele controle uit van de spanning van de pompriem. | O | O | |||
| Vervang de riem van de pomp. O | |||||
| Vervang de PTO-riem. X | |||||
| Controleer het gewrichtslager in de gelede eenheid. O | |||||
| Voer na de reinigingsprocedure een visuele controle van alle poelies uit. | O | ||||
| Voer een visuele inspectie uit van alle hydrostatische kabels met verbindingen. | O | ||||
| Controleer de gashendel en chokehendel. O | |||||
| Voer indien nodig een update van de firmware uit. O | |||||
| Vervang de PTO-knop. | Om de 10 jaar | ||||
| O | |||||
| Vervang het hydraulische-oliefilter. O O | |||||
| Ververs de hydraulische olie. O | |||||
| Inspecteer de bougie op beschadigingen en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is. | X | ||||
| Maak het luchtfilter schoon. X X | |||||
| Vervang het brandstofffilter. | X | X | |||
| Vervang het luchtfilterpatroon. | X | ||||
| Controleer het binnenste luchtfilter. | X | ||||
| Vervang het binnenste luchtfilter. | X | ||||
| De klepspeling van de motor controleren en afstellen. O | |||||
| Reinig het oppervlak van de klepzitting. | O | ||||
| Inspecteer de uitlaatdemper en het hitteschild. | XX | ||||
| Ververs de motorolie. | X | X | |||
| Vervang het motoroliefilter. X X | |||||
| Vervang de bougie. | X | ||||
| Vervang de brandstofslangen. | Om de 5 jaar | ||||
| O | |||||
| Controleer de snelheid van de voor- en achterwielen en stel deze af. | O | ||||
| Controleer het transmissieoliepeil. X X | |||||
| Ververs de olie in de transmissie. O O | |||||
| Zorg voor de juiste bandenspanning. X X | |||||
| Controleer de maaihoogte-instellingen en stel deze af. X | |||||
| Vervang de riem van het maaidek. X | |||||
| Inspecteer het maaidek op beschadigingen. X | |||||
| Inspecteer de messen in het maaidek. X | |||||
Product reinigen

OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden.
Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
- Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondom de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
- Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
- Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
- Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
- Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen.
- Controleer alle smeerpunten en smeer indien nodig. Smeer de lagers altijd nadat u het product hebt gereinigd.

De motor en de uitlaatdemper reinigen
Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel.
Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is.
Koelluchtinlaat van motor reinigen

WAARSCHUWING: Stop de motor. De koelluchtinlaat draait en kan letsel aan uw vingers veroorzaken.
- Zorg dat het luchtinlaatrooster niet is geblokkeerd. Verwijder gras en vuil met een borstel.

-
Verwijder de motorkap.
-
Zorg dat de koelluchtinlaat niet geblokkeerd wordt. Verwijder gras en vuil met een borstel.

- Controleer het luchtkanaal aan de binnenzijde van de motorkap. Zorg dat het luchtkanaal schoon is en niet tegen de koelluchtinlaat schuurt.

De koeler voor hydraulische olie reinigen
Zorg ervoor dat de ventilator voor de koeler van de hydraulische olie niet is geblokkeerd en dat het gebied
rondom de koeler schoon is. Verwijder gras en vuil met een borstel.

De kappen verwijderen
De motorkap verwijderen en aanbrengen
-
Klap de stoel naar voren.
-
Maak de 2 klemmen op de motorkap los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

- Verwijder de schroeven uit de scharnieren.

-
Klap de motorkap naar achteren.
-
Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Verwijderen van voorblad
- Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

- Verwijder het voorblad.
De afdekkingen van het maaidek verwijderen (R137, 137X)
-
Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228.
-
Verwijder de 6 schroeven op de zijkappen van het maaidek.

-
Verwijder de zijkappen van het maaidek.
-
Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De rechter zijkap verwijderen
- Verwijder de 4 schroeven en verwijder de zijkap.

De afdekking van de bedieningskast verwijderen
- Draai de drie schroeven ¼ linksom en verwijder de afdekking.

De rechter voetplaat verwijderen en monteren
- Verwijder het pedaal voor achteruitrijden.
- Neem de zijkap rechts weg. Raadpleeg De rechter zijkap verwijderen op pagina 242.
-
Verwijder de 2 schroeven en verwijder de bekerhouder.
-
Verwijder de 4 schroeven en verwijder de voetplaat.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De linker voetplaat verwijderen en monteren
- Verwijder de 4 schroeven en verwijder de voetplaat.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De parkeerrem controleren
- Parkeer het product op een harde ondergrond die afloopt.
Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
-
Trap het parkeerrempedaal in (A).
-
Zet de parkeerrem vrij terwijl u de vergrendelknop (B) ingedrukt houdt.

- Als het product begint te bewegen, moet u de parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.
- Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de parkeerrem uit te schakelen.
Het brandstofffilter vervangen
- Verwijder de motorkap om bij het brandstofffilter te kunnen.

- Knijp de slang van de brandstoftank dicht om lekkage te voorkomen.
- Gebruik een platte tang om de slangklemmen van het brandstofffilter te verwijderen.
- Trek aan de slangeinden om het brandstofffilter te verwijderen.
- Duw het nieuwe brandstofffilter in de uiteinden van de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstofffilter om de aansluiting te vergemakkelijken.
- Duw de slangklemmen tegen het brandstofffilter.
Het luchtfilter reinigen en vervangen

OPGELET: Start de motor niet wanneer het luchtfilter niet is aangebracht.
-
Verwijder de motorkap.
-
Maak de twee knoppen los waarmee het luchtfilterdeksel vastzit.

-
Verwijder het luchtfilterdeksel.
-
Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

-
Reinig het binnenvlak van het luchtfilterhuis met een droge doek.
-
Tik het luchtfilterpatroon voorzichtig tegen een hard oppervlak en blaas met perslucht op het binnenoppervlak. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd.
-
Verwijder het binnenste luchtfilterelement achter het luchtfilterpatroon.

- Tik het binnenste luchtfilterelement tegen een hard oppervlak om het schoon te maken. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd.

OPGELET: Gebruik geen perslucht om het binnenste luchtfilter te reinigen.
-
Plaats het binnenste luchtfilter en de luchtfiltercartridge in hun oorspronkelijke posities in het filterhuis. Zorg ervoor dat het luchtfilterpatroon goed is bevestigd op de bovenkant van de luchtinlaat.
-
Bevestig het luchtfilterdeksel en zorg ervoor dat de deeltjesvanger naar beneden wijst.

Een bougie controleren en vervangen
- Open de motorkap.
- Verwijder de bougiekap en reinig rond de bougie.
- Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
- Controleer de bougie. Vervang de bougie als de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.
- Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze correct is. Zie Technische gegevens op pagina 277.

- Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te passen.
- Plaats de bougie terug en draai deze met de hand totdat deze tegen de zitting aan zit.
- Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de ring wordt samengedrukt.
- Draai een gebruikte bougie nogmaals 1/8 slag vast, een nieuwe bougie nog 1/4 slag extra.

OPGELET: Onjuist vastgedraaide bougies kunnen leiden tot motorschade.
- Bevestig de bougiedop.
Overzicht van de zekeringen

- 12V-voeding naar de bedieningsmodule van de maaier, 20 A
- Voeding display, 5A
- Ontstekingsvoeding, 5 A
- J14 + 12 V, waarschuwingslamp, 10 A
- J16 + 12 V, extra schakelaar, extra uit, hydraulisch vermogen, 10 A
- Parkeerrem / stoel, 10 A
- Verlichtingsvoeding, 10 A
- USB, 12 V-aansluiting, 12 V-schakelvoeding, 10 A
- 12V-geheugenvoeding naar de bedieningsmodule van de maaier, 3 A
- 12 V, zekering voor elektrische actuator heffen maaidek, 30 A
- Indicatielampje zekering
- Bedieningsmodule van de maaier AUX, 15 A
- +12V-accu, 10 A
Een zekering vervangen
Een defecte zekering wordt aangegeven door een doorgebrande zekeringsdraad. Bij zekering 1-8, 12 en 13 geeft het zekeringsindicatielampje aan of een zekering is doorgebrand.
De locatie van de zekeringen vindt u in het overzicht van de zekeringen, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 245.
- Zoek de defecte zekering:
a) Verwijder het rechterdeksel om de zekeringen 1-8 te vervangen.
b) Open de motorkap om de zekeringen 9 en 10 te vervangen.
- Trek de zekering uit de houder.
- Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type.
- Monteer de afdekkingen.
Let op: Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats.
De accu opladen
- Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
- Gebruik een standaard acculader.

OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.
- Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten.
Noodstart van motor uitvoeren
Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt-systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben.
Startkabels aansluiten

WAARSCHUWING:
Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit geen negatieve aansluitklem van de volledig opgeladen accu aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu.

OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.
- Open de motorkap. Zie De motorkap verwijderen en aanbrengen op pagina 241.
- Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).

- Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu (B).

WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode draden geen kortsluiting maken tegen het chassis.
-
Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op de MINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).
-
Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.
- Plaats de afdekkingen terug.
Startkabels verwijderen
Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.
- Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
- Verwijder de ZWARTE kabel van de volledig opgeladen accu.
- Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's.
Bandenspanning
De juiste bandenspanning is 120 kPa (1.2 bar /17.4 PSI) voor alle 4 de banden.

De PTO-riem vervangen
- Start de motor.
- Draai het stuurwiel helemaal naar links om gemakkelijk bij de motorpoelie te kunnen komen.
- Zet het maaidek omlaag.
- Stop de motor.
- Verwijder het maaidek of de accessoire.
- Neem de veerstang uit de hefketting.

- Verwijder de vier schroeven en verwijder de riembescherming.

- Verwijder de riem van de poelie, til de riemhouder (A) op en verwijder de riem van de spanrol.

- Verwijder de riembescherming onder de motorpoelie.

- Verwijder de riembescherming vóór de achterste transmissie.

-
Verwijder de riem van de motorpoelie.
-
Verwijder de riembescherming aan de rechterzijde van het product.

- Verwijder de riem van de achterste motorpoelie.

- Maak de riem los van de haak op de middelste poelie.

- Trek de aandrijfriem uit.

- Breng een nieuwe aandrijfriem aan in de omgekeerde volgorde van verwijderen.
Zorg dat de aandrijfriem voor het maaidek wordt aangebracht zoals getoond in de afbeelding. Zorg ervoor dat deze juist in de spanpoelie zit, die in de afbeelding met een pijl is aangegeven.

Het maaidek in de onderhoudsstand zetten

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door pletten; houd lichaamsdelen uit de buurt.
- Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort.

Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk aan de contactsleutel en haal het voorblad eraf.

-
Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228.
-
Trek de veerhendel naar links uit de veerhouder om de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen.

- Verwijder de riem van de poelie op het werktuigframe.

- Pak de voorste rand van het maaidek vast en trek het maaidek naar voren tot de aanslag.

- Til het maaidek op tot het verticaal staat en een klikgeluid hoorbaar is. Het maaidek wordt automatisch vergrendeld in de verticale stand.

Het maaidek in de maaistand zetten
- Houd de voorkant van het maaidek vast met uw linkerhand.
- Maak de vergrendeling met uw rechterhand los.

- Laat het maaidek neer en druk het naar binnen tot de aanslag.

OPGELET: Voor de maaidekmodellen C112X, C122X, R137X: Zorg ervoor dat de kabel naar het maaidek niet wordt samengedrukt.
- Breng de aandrijfriem rondom het aandrijfwiel voor het maaidek aan.
- Plaats de veerhendel in de veerhouder.

- Monteer het voorblad.
Bodemdruk van maaidek controleren en aanpassen
Een juiste bodemdruk zorgt ervoor dat het maaidek boven de bodem beweegt, maar er niet hard tegenaan drukt.
- Controleer de bandenspanning. Raadpleeg Bandenspanning op pagina 246.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Plaats een personenweegschaal onder de voorkant van het maaidek.

- Plaats een houten blok tussen het frame en de personenweegschaal. Het houten blok zorgt ervoor dat er geen gewicht wordt toegepast op de steunwielen.
- Om de bodemdruk af te stellen draait u aan de stelschroeven achter beide voorwielen.
- Draai de schroeven rechts- of linksom totdat de bodemdruk correct is. Zorg ervoor dat de veren een gelijke spanning hebben aan de rechter- en linkerkant.

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
- Controleer de bandenspanning. Raadpleeg Bandenspanning op pagina 246.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228.
- Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en achterste rand van het maaidek. Zorg dat de achterkant 5-10 mm (0,2-0,4 inch) hoger is dan de voorkant.

De uitlijning van het maaidek afstellen (C112, C122, R137)
Stel de uitlijning af wanneer het maaidek op het product is gemonteerd.
- Verwijder het voorblad. Raadpleeg Verwijderen van voorblad op pagina 242.
- Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227.
- Verwijder de gaffelscharnier aan de achterkant van de hoogteafstellingsbeugel van het frame van het maaidek.

- Draai de borgmoeren op de hefsteun los.

- Draai de stelmoer op de hefsteun om de lengte van de hefsteun aan te passen. Maak langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.

-
Volg de instructies in Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 250.
-
Draai de borgmoeren op de hefsteun vast wanneer de lengte van de hefsteun correct is.
-
Draai de borgmoeren op de hoogteafstellingsbeugel los. Draai de gaffelscharnier om de lengte van de hoogteafstellingsbeugel aan te passen. Lijn de gaffelscharnier uit op de opening op het frame van het maaidek. Monteer de gaffelscharnier op het frame van het maaidek.

-
Test alle maaihoogten. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 227.
-
Draai de borgmoeren op de hoogteafstellingsbeugel vast.
-
Monteer het voorblad.
De uitlijning van het maaidek afstellen (C112X, C122X, R137X)
Stel de uitlijning af wanneer het maaidek op het product is gemonteerd.
- Verwijder de gaffelscharnier aan de achterkant van de elektrische actuator van het frame van het maaidek.

- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product beschadigd is.
- Draai de borgmoeren op de hefsteun los.

- Draai de stelmoer op de hefsteun om de lengte van de hefsteun aan te passen. Maak langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.

- Volg de instructies in De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228.
- Draai de borgmoeren op de hefsteun vast wanneer de lengte van de hefsteun correct is.
- Draai de borgmoer op de elektrische actuator los. Draai de gaffelscharnier rechtsom om de lengte van de hoogteafstellingsstang te vergroten. Vergroot de lengte van de hoogteafstellingsstang zo ver mogelijk, totdat er geen speling meer tussen de bout en de arm is. Lijn de gaffelscharnier uit op de opening op het frame van het maaidek. Monteer de gaffelscharnier op het frame van het maaidek.

- Draai de borgmoer op de elektrische actuator vast.
- Stel de maaihoogte-indicator indien nodig af. Raadpleeg De maaihoogte-indicator (C112X, C122X, R137X) afstellen op pagina 252.
De maaihoogte-indicator (C112X, C122X, R137X) afstellen
De maaihoogte-indicator op het maaidek geeft de geselecteerde maaihoogte aan.
- Draai de 2 schroeven los.

-
Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 228.
-
Stel de maaihoogte-indicator zodanig af dat deze de laagste maaihoogte aangeeft, gezien vanuit de hoek van de gebruiker op de stoel.

- Draai de 2 schroeven vast.
De riem op het maaidek vervangen (C112, C112X, C122, C122X)

voor verbrijzeling. Draag veiligheidshandschoenen.
Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.
- Verwijder het maaidek. Raadpleeg Het maaidek verwijderen op pagina 221.
- Verwijder de twee bouten waarmee de vergrendelbeugel op het maaidekframe is bevestigd.

- Verwijder de vergrendelbeugel en verwijder de beschermplaat.

- Open en verwijder de vergrendeling voor de bout van de voorste hefsteun en de stang van de achterste hoogteafstelling.

- Verwijder de 2 bouten op het werktuigframe.

- Verwijder de 2 schroeven op de afdekking van het maaidek. Til het maaidekframe op en verwijder de afdekking van het maaidek.

- Koppel de spanveer voor de riem los en verwijder de riem.

- Bevestig een nieuwe riem in de omgekeerde volgorde van verwijderen.
Overzicht riem - C112, C112X

Overzicht riem - C122, C122X

De riem op het maaidek vervangen (R137, R137X)

WAARSCHUWING: Gevaar voor verbrijzeling. Draag veiligheidshandschoenen.
Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.
- Verwijder het maaidek. Raadpleeg Het maaidek verwijderen op pagina 221.
- Verwijder het voorblad.
- Trek de veerhendel naar links uit de veerhouder om de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen.

- Verwijder de riem van de poelie op het werktuigframe.

-
Verwijder de afdekkingen van het maaidek. Raadpleeg De afdekkingen van het maaidek verwijderen (R137, 137X) op pagina 242.
-
Koppel de spanveer voor de riem los en verwijder de riem.

- Bevestig een nieuwe riem in de omgekeerde volgorde van verwijderen.
Overzicht riem - R137, R137X

De mulch-plug verwijderen en monteren (C112, C112X, C122, C122X)
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Verwijder de 3 schroeven die de mulchplug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

-
Monteer 3 schroeven in de schroefopeningen voor de mulch-plug om schade aan de schroefdraden te voorkomen.
-
Zet het maaidek in de maaistand.
-
Monteer de mulch-plug in omgekeerde volgorde.
De mulch-plug verwijderen en monteren (R137, R137X)
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Verwijder de 3 moeren en schroeven die de mulchplug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

- Zet het maaidek in de maaistand.
- Monteer de mulch-plug in omgekeerde volgorde.
- Monteer de moeren en schroeven in de 3 gaten nabij de bovenrand van het maaidek.
De messen inspecteren

OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen
slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

- Haal de mesbouten aan met het juiste aanhaalmoment. Zie Technische gegevens op pagina 277.
Messen vervangen
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Zet het blad vast met een houten blok (A).

- Draai de bout (B) van het blad los en verwijder de bout samen met de sluitringen (C) en het blad (D).
- Monteer de bladen parallel aan elkaar.
- Voor maaidek (R137). Zorg ervoor dat de geleidepennen correct door de groef van de bladen zijn gemonteerd.

- Monteer het nieuwe mes met de puntige uiteinden in de richting van het maaidek.

WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen bladen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 277.

OPGELET: Een onjuist type blad kan ongewenst geluid veroorzaken. Gebruik alleen bladen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 277.
- Breng de onderlegring en de bout aan om het mes te bevestigen. Haal de bout aan met het juiste aanhaalmoment. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 277.
Het motoroliepeil controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de motor uit.
- Verwijder de motorkap.
- Maak de peilstok los en trek hem eruit.

- Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok weer helemaal terug en maak hem niet vast.
- Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.
- Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan. Als het peil bijna bij de markering "ADD" staat, moet u olie bijvullen tot de markering "FULL".

text_image
ADD FULL- Vul langzaam olie bij via de opening voor de peilstok. Gebruik een olieviscositeit die geschikt is voor de temperatuurbereiken in de afbeelding.

text_image
-20°C -10°C 20°C10°C 30°C 40°C0°C SAE40 SAE30 SAE20W-50 SAE10W-40 SAE10W-30 SAE5W-20 -4°F -14°F 68°F50°F 86°F 104°F32°F
OPGELET: Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.
- Zet de peilstok goed vast voordat u de motor start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals.
De motorolie verversen en het oliefilter vervangen
Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen.

WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt.

WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
- Verwijder de motorkap.
- Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.

- Verwijder de peilstok.
- Verwijder de olieaftapplug van de motor.
- Laat de olie in de bak lopen.
- Bevestig de olieaftapplug en draai deze volledig vast.
- Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.

- Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter in met een beetje verse motorolie.
- Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
- Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 277.
- Start de motor en laat die gedurende 3 minuten stationair draaien.
- Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op lekkage.
- Vul olie bij en compenseer daarbij de hoeveelheid die het nieuwe oliefilter opneemt.
Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 276.
Het transmissieoliepeil controleren
- Gebruik de oliepeilstok om het oliepeil in de transmissie af te lezen.

- Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan.

- Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type opgegeven in Technische gegevens op pagina 277.
Het oliepeil in het hydraulische systeem controleren
- Kantel de stoel naar voren.
- Reinig het gebied rondom de oliedop met een droge doek.
- Verwijder de oliedop en controleer het peil van de hydraulische olie. Het juiste oliepeil is 40-60 mm van de bovenkant van de zeef.

- Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type opgegeven in Technische gegevens op pagina 277.
De riem van de hydraulische pomp afstellen
- Klap de bestuurdersstoel naar voren.
- Verwijder de beschermplaat onder de stoel.

- Verwijder de 2 riembeschermingsafdekkingen.

- Draai de 3 schroeven (A) op de pompriemschuif los.

text_image
A B C- Draai de borgmoer (B) op de afstelschroef los.
- Draai de stelschroef (C) voor de pompriem totdat de riem de juiste spanning heeft.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Symbolen van beknopte handleiding voor onderhoud

Vervang het filter

Ververs de olie

Visuele inspectie of controle van het oliepeil

Smeer de smeernippel met vet

Smeer met olie

Controleer de staat en spanning van de aandrijfriem

Vervang de aandrijfriem

Messen vervangen

- Achteraslager
- Verbindingsstang
- Gelede lager
- Vooraslager
- Stuurcilinder
- As voor hefketting
- Smeerarm
Smering, algemene informatie
- Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machine tijdens het smeren onbedoeld gaat draaien.
- Reinig het gebied voordat u een onderdeel op het product smeert.
-
Gebruik olie bij het smeren met een oliekan.
-
Gebruik bij het smeren met vet een chassis-of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig vet na het smeren.
- Smeer twee keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
- Vermijd het morsen van smeermiddel op de aandrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maak dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aandrijfriem en de poelie niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, vervang dan de aandrijfriem.

OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen.
Kabels smeren
- Smeer de twee uiteinden van de kabels en zet de bedieningselementen in de eindstanden.
- Breng na het smeren de rubberen mantels aan op de kabels.
- Kabels met ommanteling moeten regelmatig worden gesmeerd om storing te voorkomen.
a) Verwijder de kabel en hang deze verticaal.
b) Smeer de kabel met dunne motorolie tot er onderaan olie begint af te druipen. Vervang de kabel als er onderaan geen olie afdruipt.
Let op: U kunt een kleine plastic zak met olie vullen en de plastic zak met tape afdichten tegen de kabelmantel. Laat de kabel verticaal uit de zak hangen tot de volgende dag.
Het maaidek smeren
Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.
- Verwijder het voorblad.
- Smeer de verbindingen en de lagers (A) met vet.
- Smeer met een vetpistool via de vetnippels op het maaidek (B). Smeer totdat er vet uit de achterzijde van de smeernippel komt.

text_image
C112, C112X A
Het pedaalsysteem smeren
- Verwijder de vier schroeven en verwijder de frameplaat.

- Trap de pedalen in en laat ze los, en smeer de bewegende onderdelen met olie.

- Smeer de kabels van de pedalen voor vooruit- en achteruitrijden met olie.
De parkeerremkabel smeren
-
Verwijder de vier schroeven en verwijder de frameplaat.
-
Neem de zijkap links weg.
-
Verwijder de rubberen mantel van de parkeerremkabel.
-
Smeer de uiteinden van de parkeerremkabel met olie.

- Smeer de parkeerremkabel met olie.
- Trap drie keer het parkeerrempedaal in en smeer de parkeerremkabel opnieuw.
- Bevestig de linker zijkap en de frameplaat.
De kettingen in de frametunnel smeren
- Verwijder de schroeven en verwijder de frameplaat.
- Smeer de ketting in de frametunnel met olie of een kettingspray.

De stoelrails smeren
- Kantel de stoel naar voren.
- Smeer de stoelrails met olie.

De kabel van de hydrostatische transmissie smeren
- Smeer de verbindingen en lagers van de kabel van de hydrostatische transmissie met olie.
- Verwijder de rubberen huls en smeer de kabel (A) van de hydrostatische transmissie met olie.

- Smeer de smeernippel (B) met een smeerpistool totdat er vet uitkomt.
- Trap het pedaal voor vooruitrijden vijf keer in en smeer de kabel van de hydrostatische transmissie opnieuw.
- Bevestig de rubberen huls.
De stuurcilinder smeren
De stuurcilinder heeft twee smeernippels, één aan elk uiteinde.
- Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt.

- Smeer het lager van de gelede stuurinrichting wanneer het product met alle wielen op de grond staat. Smeer via de vetnippel (A) tot vet uit het gat (B) komt.

text_image
A B- Hef het product op om de druk in de gelede stuurinrichting af te laten. In de afbeelding ziet u waar u de steunen moet plaatsen.

OPGELET: Zorg ervoor dat de steun geen schade aan de hendelsteun of een blokkering van de gelede stuurinrichting veroorzaakt.
- Smeer het lager van de gelede stuurinrichting opnieuw terwijl het product is opgetild.

OPGELET: Controleer of het vet uit de verbinding komt, onder de vetnippel.
- Laat het product zakken.
De verbindingsstang smeren
- De verbindingsstang heeft twee smeernippels, één aan elke kant. Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt.

Voor aanwijzingen bij P 524XR EFI raadpleegt u Onderhoud op pagina 238.
De kabel voor de actuator voor de afstandsbedieningsmodus verwijderen

WAARSCHUWING: Gebruik
het product niet langer dan nodig met een losgekoppelde kabel voor de afstandsbedieningsactuator. Als de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus beschadigd is, neemt u contact op met uw Husqvarna- servicedealer. Als de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus beschadigd is, koppelt u de kabel naar de actuator van de afstandsbediening los om het product in de handmatige modus te gebruiken.
- Activeer de parkeerrem op het product.
- Stop de motor.
- Klap de bestuurdersstoel naar voren.
- Verwijder de beschermplaat onder de stoel.

- Koppel de kabel voor de actuator (A) van de afstandsbediening los van de veer (B).

De afstandsbediening reinigen
- Reinig de afstandsbediening regelmatig.
- Neem de buitenkant van de afstandsbediening af met een vochtige doek.
- Gebruik voor de reiniging geen scherpe of puntige objecten.
- Gebruik voor de reiniging geen oplosmiddelen of ontvlambare/bijtende stoffen.
- Controleer de rubberen balgen en rubberen afdichtingen van de bedieningselementen, schakelaars en knoppen op schade. Vervang alle kapotte rubberen balgen en/of rubberen afdichtingen.

OPGELET: Reinig de afstandsbediening niet met een hogedrukspuit.
De accu en de acculader van de afstandsbediening reinigen

OPGELET: Reinig de accu of acculader nooit met water.
- Zorg ervoor dat de accu en de acculader schoon en droog zijn voordat u de accu aansluit op de acculader.
- Reinig de accupolen met perslucht of een zachte, droge doek.
- Reinig de oppervlakken van de accu en de acculader met een zachte en droge doek.
Accu van de afstandsbediening
De afstandsbediening heeft één accusleuf. De laadstatus van de accu wordt op het display van het informatiecentrum weergegeven. Raadpleeg De status van de acculader op pagina 274 en Display van informatiecentrum op pagina 237. Als de accu van de afstandsbediening een te lage laadstatus heeft, kan de afstandsbediening niet worden gebruikt. Laad de accu op als het display van het informatiecentrum aangeeft dat de accu van de afstandsbediening bijna leeg is. Raadpleeg Display van informatiecentrum op pagina
237 en De accu van de afstandsbediening opladen met de acculader op pagina 265.
De gebruiksduur van een volledig opgeladen accu voor de afstandsbediening is 10-12 uur.
Let op: Bij koud weer kan de gebruiksduur afnemen.
Sluit de accu vóór gebruik aan op de acculader. De accu moet worden opgeladen voordat u de afstandsbediening voor het eerst gebruikt.
Let op: Schakel de afstandsbediening uit wanneer deze niet in gebruik is, om de accu te sparen. De afstandsbediening gaat niet automatisch uit wanneer deze niet wordt gebruikt.
De accu van de afstandsbediening in de afstandsbediening plaatsen en eruit verwijderen
- Draai de afstandsbediening om zodat u toegang krijgt tot de achterkant waar zich de accu bevindt.
- Verwijder of plaats de accu van de afstandsbediening.

De accu van de afstandsbediening opladen met de acculader
Het opladen van een lege accu voor de afstandsbediening duurt ongeveer twee uur met de acculader. Laad de accu van de afstandsbediening op bij een temperatuur tussen 0 °C en 45 °C.
- Verwijder de lege accu uit de afstandsbediening. Raadpleeg De accu van de afstandsbediening in de afstandsbediening plaatsen en eruit verwijderen op pagina 265.
- Sluit de acculader aan op een stopcontact. De voedingsindicator (A) voor de accu wordt rood. Raadpleeg De status van de acculader op pagina 274.

text_image
app B A C BATTERY CHARGER- Sluit de afstandsbedieningsaccu aan op de acculader. Let erop dat de pijl (B) op de accu van de afstandsbediening en die op de acculader tegenover elkaar liggen. De statusindicator (C) op de acculader knippert groen wanneer de accu van de afstandsbediening wordt opgeladen.
- Wanneer de afstandsbedieningsaccu volledig is opgeladen, wordt het lampje groen. Haal de afstandsbedieningsaccu van de acculader.
- Ontkoppel de acculader van het stopcontact.
Probleemoplossing
Probleemoplossing
Voor aanwijzingen bij de afstandsbediening raadpleegt u Afstandsbediening op pagina 269.
Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer.
| Probleem Oorzaak | ||
| De startmotor laat de motor niet aan-slaan. | De PTO-knop is geactiveerd. Raadpleeg De motor starten op pagina 225. | |
| De parkeerrem is niet ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem in- en uit-schakelen op pagina 228. | ||
| De hoofdzekering is doorgebrand. Raadpleeg Een zekering vervangen op pagina 245. | ||
| Er is een zekering doorgebrand. Raadpleeg Een zekering vervangen op pagina 245. | ||
| De contactsleutel is beschadigd. | ||
| Slecht contact tussen de kabel en de accu. | ||
| De accu is te zwak. Raadpleeg De accu opladen op pagina 245. | ||
| De startmotor is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | ||
| De afstandsbediening staat op ON. | ||
| De schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus staat op 1. | ||
| De schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus functioneert niet naar be-horen. Raadpleeg De kabel voor de actuator voor de afstandsbedieningsmo-dus verwijderen op pagina 264. Als de schakelaar voor de afstandsbedie-ningsmodus beschadigd is, neemt u contact op met uw Husqvarna-service-dealer. | ||
| Het product gaat na gebruik in de af-standsbedieningsmodus niet vooruit of achteruit. | De handmatige modus is niet correct gestart. Stop de motor. Raadpleeg Motor uitschakelen op pagina 228. Trap het parkeerrempedaal in en laat deze los. Herhaal deze procedure met de pedaal voor vooruitrijden en de pedaal voor achteruitrijden. Neem contact op met uw Husqvarna servicedea-ler indien het probleem aanhoudt. | |
| De motor tornt, maar slaat niet aan. Ge | een brandstof in de brandstoftank. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagi-na 224. | |
| De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | ||
| De ontstekingskabel is beschadigd. | ||
| Er zit vuil in de brandstofleiding. | ||
| De afstandsbediening staat op ON. | ||
| De motor loopt niet gelijkmatig. De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | ||
| De motor produceert nauwelijks ver-mogen. | Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 243. | |
| De ontluchting van de brandstoftank is geblokkeerd. | ||
| Er zit vuil in de brandstofleiding. | ||
| De motor produceert nauwelijks ver-mogen. | Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 243. | |
| De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | ||
| Er zit vuil in de brandstofleiding. | ||
| De gaskabel is verkeerd afgesteld. | ||
| De transmissie levert niet genoeg vermogen. | De pompriem is niet correct gespannen. | |
| Het toerental van de voor- en achteras is niet correct afgesteld. | ||
| Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Raadpleeg Het transmissieoliepeil controleren op pagina 257. | ||
| De accu laadt niet. De accu is beschadigd. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | ||
| Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. | ||
| Het product trilt. De messen zitten los. | Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 255. | |
| Eén of meer messen zijn niet goed uitgebalanceerd. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 255. | ||
| De motor zit los. | ||
| Gras verstopt het maaidek. Raadpleeg Product reinigen op pagina 240. | ||
| Het maairesultaat is onvoldoende. De messen zijn bot. Raadpleeg Messen vervangen op pagina 256. | ||
| Het gras is lang of nat. Raadpleeg Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 229. | ||
| De parallelliteit van het maaidek is niet afgesteld. Raadpleeg Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 250. | ||
| Het maaidek is niet waterpas. | ||
| Gras verstopt het maaidek. Raadpleeg Product reinigen op pagina 240. | ||
| De bandenspanning tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. Raadpleeg Bandenspanning op pagina 246. | ||
| Het product rijdt met te hoge snelheid. Raadpleeg Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 229. | ||
| Het motortoerental is te laag. Raadpleeg Het product gebruiken op pagina 226. | ||
| De aandrijfriem slipt. | ||
| De kabel naar het maaidek is niet aangesloten. Raadpleeg Het maaidek bevestigen op pagina 220. | ||
| De kabel naar het maaidek is samengedrukt. Raadpleeg Het maaidek bevestigen op pagina 220. | ||
| De functieknop voor accessoires aan de voorzijde is niet correct aangesloten. | ||
Display - Probleemoplossing
| Symbool Naam | Wordt weergegeven op het display | Oorzaak | |
![]() | Indicator van de transmissieolietemperatuur | Het symbool wordt weergegeven. | De temperatuur van de transmissie-olie is te hoog. |
| Het symbool knippert snel. | Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | ||
![]() | Motoroliedruksensor | Het symbool wordt weergegeven. | Oliedruk laag. Zie Het motoroliepeil controleren op pagina 256. |
| Het smeersysteem is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | |||
| Het symbool knippert. | De olieschakelaar of het oliecircuit is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | ||
![]() | Indicator accuniveau | Het symbool wordt weergegeven. | Lage spanning. Zie De accu opladen op pagina 245. |
![]() | Indicator PTO-knop | Het symbool wordt weergegeven. | PTO-knop ingedrukt. Zie PTO-knop (aftakas) op pagina 198. |
| Het symbool knippert. | Onjuiste startprocedure. Zie De motor starten op pagina 225. | ||
| Het symbool knippert snel. | De PTO-knop is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | ||
![]() | Indicator parkeerrem | Het symbool wordt weergegeven. | De parkeerrem is ingeschakeld. Zie De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 228. |
| Het symbool knippert snel. | De parkeerrem is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | ||
![]() | Indicator OPC | Het symbool knippert. | De stoelschakelaar is uitgeschakeld wanneer u de motor probeert te starten. Zie Dodemansregeling (OPC) op pagina 209. |
| Het symbool knippert snel. | De stoelschakelaar wordt onjuist gebruikt. Start het product opnieuw op. Zie Voordat u het product gebruikt op pagina 225en Voordat u het product met de afstandsbediening gebruikt op pagina 230. | ||
| De stoelschakelaar is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | |||
![]() | Indicator onderhoud | Het symbool wordt weergegeven. | Onderhoud is nodig. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. |
![]() | Brandstofmeter | Het symbool wordt weergegeven. | Laag brandstofniveau. Zie Brandstof bijvullen op pagina 224. |
![]() | Bluetooth® | Het symbool knippert. | Het product is vergrendeld. Ontgren-del uw product met de Husqvarna Connect-app. |
![]() | Digitale vergrendeling | Het symbool wordt weergegeven. | Het product is vergrendeld. Ontgren-del uw product met de Husqvarna Connect-app. |
Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het model.
Afstandsbediening
Voor aanwijzingen bij P 524XR EFI raadpleegt u Probleemoplossing op pagina 265.
Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer.
Problemen met de afstandsbediening oplossen
Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer.
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| De afstandsbediening start niet wanneer u op de ON/OFF-knop drukt. | De accu van de afstandsbediening is niet opgeladen. | Laad de accu van de afstandsbedie-ning op of vervang de accu. |
| Andere fout. | Zet de afstandsbediening op OFF en stop het product. Start het product en de afstandsbediening na 5 secon-den opnieuw. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
| De afstandsbediening staat op ON, maar de bedienings-elementen werken niet. | De temperatuur van de transmissieolie is lager dan 0 °C. | Gebruik het product in de handmatige modus tot er voldoende warmte is op-gebouwd in het hydraulisch systeem. |
| De afstandsbediening staat op ON, maar de bedienings-elementen werken niet. Er is geen radiocommunicatie tus-sen het product en de af-standsbediening. | De afstandsbedieningsmodus is niet cor-rect gestart. | Zet de afstandsbediening op OFF en stop het product. Start het product en de afstandsbediening na 5 seconden opnieuw. Start de afstandsbedienings-modus. Zie De afstandsbediening starten op pagina 231. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. |
| De afstandsbediening bevindt zich niet bin-nen het bedieningsbereik. | Zorg ervoor dat de afstandsbediening zich binnen het bereik bevindt. Zie Technische gegevens op pagina 277 en Veilig werkgebied en de afstandsbedieningsmodus op pagina 215. | |
| De radiocommunicatie tussen de afstands-bediening en het product wordt verhinderd door interferentie. | Stop alle andere radiocommunicatie-systemen die interferentie kunnen veroorzaken. | |
| Het product en de afstandsbediening zijn niet aan elkaar gekoppeld. | Vraag uw Husqvarna-servicedealer zo nodig om een koppelingsprocedure uit te voeren. | |
| De schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | Verwijder de kabel voor de afstandsbedieningsactuator. Zie De kabel voor de actuator voor de afstandsbedienings-modus verwijderen op pagina 264.Als de schakelaar voor de afstandsbedieningsmodus beschadigd is of niet naar behoren functioneert, neemt u contact op met uw Husqvarna-service-dealer. | |
| De afstandsbediening staat op ON, maar de bedienings-elementen werken niet. Het radiosignaal is in de stand-by-modus. | De afstandsbedieningsmodus is niet cor-rect gestart. | Let erop dat alle bedieningselementen en schakelaars in de neutrale stand staan wanneer u de afstandsbediening inschakelt. |
| Geef de machinestopknop op de af-standsbediening vrij. | ||
| De afstandsbediening is ingeschakeld, maar sommige bedieningselementen werken niet. | De afstandsbedieningsmodus is niet cor-rect gestart. | Let erop dat alle bedieningselementen en schakelaars in de neutrale stand staan wanneer u de afstandsbediening inschakelt. |
| Er zijn beschadigde bedieningselementen of schakelaars op de afstandsbediening. | Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | |
| De bedieningselementen of schakelaars op de afstandsbediening zijn niet correct aangesloten. | ||
| Het display van het informa-tiecentrum wordt rood en laat een foutcode zien. | Er is een fout opgetreden. Zie | Foutcodes en hun beschrijving op pagina 273. |
Op het display van het in-formatiecentrum staat het vol-gende symbool.1. ![]() | De testmodus is gestart. Start de afstandsbediening opnieuw om de testmodus af te sluiten. De testmodus is uitsluitend bedoeld voor diagnostische doeleinden bij serviceon-derhoud van het product.Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | |
Op het display van het in-formatiecentrum staat het vol-gende symbool.2. ![]() | De koppeling tussen de afstandsbediening en de ontvanger is gestart. | Start de afstandsbediening opnieuw om de koppelingsprocedure te beëindi-gen.Vraag uw Husqvarna-servicedealer zo nodig om een koppelingsprocedure uit te voeren. |
Op het display van het in-formatiecentrum staat het vol-gende symbool.![]() | De afstandsbediening is vergrendeld en kan geen verbinding maken met de ont-vanger. | Houd de rechterknop op het display van het informatiecentrum ingedrukt terwijl u gelijktijdig driemaal op de lin-kerknop drukt. Zie Display van informa-tiecentrum op pagina 237. |
| Andere fouten. Als zich andere | fouten voordoen, zet u de afstandsbediening op OFF en stopt u het product. Start het product en de afstandsbediening na 5 seconden opnieuw. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
Paneel - problemen met de afstandsbediening oplossen
Als deze handleiding geen oplossing voor uw probleem biedt, neemt u contact op met uw Husqvarna-servicedealer.
| Symbool Oorzaak Weergave op het paneel | van de afstandsbediening | Oorzaak/actie | |
![]() | Indicator gebruik geblokkeerd. Het symbool is rood. | De machinestop is geactiveerd. | |
| Het product staat in een draaistand wanneer u de afstandsbedieningsmodus start en probeert het product met de afstandsbediening te bedienen. Lijn de wielen van het product uit en start opnieuw. Zie De afstandsbediening starten op pagina 231. | |||
![]() | Indicator OPC. Het symbool is rood. | De stoelschakelaar is geactiveerd terwijl u de motor start. Zie Dodemansregeling (OPC) op pagina 209. | |
![]() | Algemene storing. Het symbool is rood. | Er is een systeemfout opge-treden. Zie Problemen met de afstandsbediening oplos-sen op pagina 269en Fout-codes en hun beschrijving op pagina 273. | |
![]() | Motoroliedruksensor. Het symbool is rood. | Oliedruk laag. Zie Het moto-roliepeil controleren op pagi-na 256. | |
![]() | Indicator voor de temperatuur van de transmissieolie en af-standsbedieningsmodus. | De symbolen knipperen. | De temperatuur van de transmissieolie is lager dan 0 °C. Gebruik het product in de handmatige modus tot er voldoende warmte is op-gebouwd in het hydraulisch systeem. |
![]() | Indicator van de temperatuur van de transmissieolie. | Het symbool is rood. | De temperatuur van de transmissieolie is te hoog.Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met uw Husqvarna-servi-cedealer. |
| Indicator van de temperatuur van de transmissieolie. | Het symbool knippert | De temperatuur van de transmissieolie is lager dan 15 °C. De prestaties van het product zijn beperkt vanwe-ge de lage temperatuur van de transmissieolie. Gebruik het product voorzichtig tot er voldoende warmte in het hy-draulisch systeem is opge-bouwd. | |
![]() | Afstandsbedieningsmodus. | Het symbool is groen. | De afstandsbedieningsmo-dus is actief. |
![]() | Boost-functie. Het symbool is groen. | De Boost-functie is inge-schakeld. | |
![]() | Indicator PTO-knop. Het symbool is groen. | De aandrijving van het maai-dek is ingeschakeld. | |
![]() | Indicator voor parkeerrem. Het symbool is rood. | De parkeerrem is ingescha-keld. | |
Foutcodes en hun beschrijving
De foutcodes voor de afstandsbediening en de ontvanger voor de afstandsbediening worden op het display van het informatiecentrum weergegeven.
| Foutcode Oorzaak Oplossing | ||
| 1001 | De machinestopknop op de afstandsbediening is geactiveerd of te traag gedeactiveerd. | Schakel de afstandsbediening uit en stop het product. Start het product en de afstandsbediening na 5 seconden opnieuw. Neem contact op met uw Husqvarna ser-vicedealer indien het probleem aanhoudt. |
| De machinestopknop functioneert niet naar behoren. | Neem contact op met uw Husqvarna-ser-vicedealer. | |
| Andere fout. | Neem contact op met uw Husqvarna-ser-vicedealer. | |
| 1101-11161401-1408 | Een bedieningselement of schakelaar op de afstandsbediening is niet correct van de ene positie naar de andere verplaatst. | Schakel de afstandsbediening uit en stop het product. Start het product en de af-standsbediening na 5 seconden opnieuw. Neem contact op met uw Husqvarna ser-vicedealer indien het probleem aanhoudt. |
| Een bedieningselement of schakelaar op de afstandsbediening functioneert niet naar behoren. | Neem contact op met uw Husqvarna-ser-vicedealer. | |
| Andere fout. | Neem contact op met uw Husqvarna-ser-vicedealer. | |
| 2025/2225 | De temperatuur van de afstandsbediening is te hoog. | Wacht tot de afstandsbediening is afge-koeld. Neem contact op met uw Husqvar-na servicedealer indien het probleem aan-houdt. |
| Andere fout. | Neem contact op met uw Husqvarna-ser-vicedealer. | |
| 2026/2226 De temperatuur van de afstandsbediening is te laag. | Wacht tot de afstandsbediening is opge-warmd. Neem contact op met uw Husq-varna servicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
| Andere fout. Neem contact op met uw Husqvarna-ser-vicedealer. | ||
| 3201/3202 Er zit een verkeer de accu in de afstands-bediening. | Gebruik uitsluitend onderdelen van Husq-varna. | |
| De accu is vuil. Reinig de accu. | ||
| 2119/2319 De temperatuur van de ontvanger voor de afstandsbediening is te hoog. | Wacht totdat de ontvanger is afgekoeld. Neem contact op met uw Husqvarna ser-vicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
| Andere fout. Neem contact op met uw Husqvarna-ser-vicedealer. | ||
| 2120/2320 De temperatuur van de ontvanger voor de afstandsbediening is te laag. | Wacht totdat de ontvanger is opgewarmd.Neem contact op met uw Husqvarna ser-vicedealer indien het probleem aanhoudt. | |
| Andere fout. Neem contact op met uw Husqvarna-ser-vicedealer. | ||
| Andere foutcodes. Bij andere foutcodes schakelt u de afstandsbediening uit en stopt u het product. Start het product en de afstandsbediening na 5 seconden opnieuw. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer indien het probleem aanhoudt. | ||
De status van de acculader
De indicator voor de accustatus bestaat uit twee ledlampjes op de acculader: een lampje voor de accuspanning (rood) en een lampje voor de accustatus (groen).
| Lampje accu-spanning | Lampje accu-status | Aanwijzing |
| Rood licht | UIT De oplader | staat op ON.Er zit geen accu in de oplader. |
| Rood licht | Groen lampje De | oplader staat op ON.De accu is volledig opgeladen. |
| Lampje accu-spanning | Lampje accu-status | Aanwijzing |
| Rood licht | Groen lampje knippert | De oplader staat op ON.De accu wordt opgeladen. |
| Rood lampje knippert | UIT Er is een fout opgetreden in de acculader of de temperatuur valt buiten het juiste bereik voor opladen. | |
| Rood lampje knippert | Groen lampje knippert | De accu laadt niet op, omdat de temperatuur te hoog of te laag is. |
Vervoer, opslag en verwerking
Afstandsbediening
Voor aanwijzingen bij de afstandsbediening raadpleegt u Afstandsbediening op pagina 276.
Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Hijs het product niet op. De transportogen zijn geen goedgekeurde hijspunten en zijn uitsluitend bedoeld om het product veilig aan een aanhanger te bevestigen.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg.
Het product veilig vastzetten op een aanhanger
Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Raadpleeg Veiligheid op pagina 206.

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte.
Uitrusting: Vier goedgekeurde banden en vier wielblokken.
- Plaats het product in het midden van de laadruimte.

WAARSCHUWING: Voor vervoer in transportvoertuigen met een kap. Laat het product afkoelen voordat u het in het transportvoertuig plaatst.
- Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.

- Schakel de parkeerrem in.
- Verlaag het maaidek tot de zweefstand.
- Verwijder alle losse voorwerpen.
- Bevestig de eerste sjorband via het frame van de achterste transmissie.

- Bevestig de tweede sjorband via het frame van de achterste transmissie.
- Bevestig de sjorbanden aan de laadruimte.
- Maak de sjorbanden naar achteren vast om het product vast te zetten op de laadruimte.
- Bevestig de derde sjorband aan een van de transportogen.

- Bevestig de vierde sjorband aan het andere transportoog.
- Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
- Maak de sjorband naar voren vast om het product vast te zetten op het laadgebied.
- Plaats de wielblokken vóór en achter de achterwielen.

Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen.
Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept. Zie De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 229.
Opslag
Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor.
Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt.

WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen.

WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 240. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
- Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is.
Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
- Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer.
Afvoeren
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
Afstandsbediening
Voor aanwijzingen bij P 524XR EFI raadpleegt u Vervoer, opslag en verwerking op pagina 274.
Opslag van de afstandsbediening
Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen.
- Zet de afstandsbediening op OFF. Raadpleeg De afstandsbediening in- en uitschakelen op pagina 237.
- Reinig de afstandsbediening. Raadpleeg De afstandsbediening reinigen op pagina 264.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu uit de afstandsbediening wanneer het product langer dan een week wordt opgeslagen.
- Laad de accu van de afstandsbediening elk halfjaar op wanneer het product voor langere tijd wordt opgeslagen.
- Bewaar de afstandsbediening in de opbergkoffer. Zet de opbergkoffer voor de afstandsbediening weg in een afgesloten ruimte, buiten het bereik van kinderen en andere onbevoegden.
- Bewaar de acculader in een droge en vorstvrije ruimte.
Technische gegevens
Technische gegevens
Voor aanwijzingen bij de afstandsbediening raadpleegt u Afstandsbediening op pagina 283.
| P 524XR EFI | |
| Afmetingen, zie ook Productafmetingen op pagina 282 | |
| Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg 472 | |
| Bandenmaat 18×8,50-8 | |
| Bandenspanning, achter – voor, kPa/bar/PSI 140 / 1,4 / 20,3 | |
| Maximale hellingshoek in handmatige modus, graden ° 10 | |
| Maximale hellingshoek in afstandsbedieningsmodus dwars over helling, graden ° | 20 |
| Maximale hellingshoek in afstandsbedieningsmodus in lengterichting van helling, graden ° | 30 |
| Max. ongeremde apparatuur gewicht, bij 10° graden, kg 18 | 200 |
| Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak, N/kg 250/25 | |
| Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak, N/kg 350/35 | |
| Motor | |
| Merk/Model Kawasaki/V-Twin, FX730V EFI-KME01609-D2 | |
| Nominaal motorvermogen, kW 19 | 15,6 |
| Cilinderinhoud, cm3 | 726 |
| Max. motortoerental, omw/min 3000 +/- 100 | |
| Maximale voorwaartse snelheid in handmatige modus, km/u | 13 |
| Maximale achterwaartse snelheid in handmatige modus, km/u | 9 |
| Maximale voorwaartse snelheid in afstandsbedieningsmodus, km/u | 5 |
| Maximale voorwaartse snelheid in afstandsbedieningsmodus met Boost-functie, km/u | 13 |
| Maximale achterwaartse snelheid in afstandsbedieningsmodus, km/u | 4 |
| Maximale achterwaartse snelheid in afstandsbedieningsmodus met Boost-functie, km/u | 11 |
| Brandstof, min. octaangetal loodvrij 95 (max. methanol 5%, max. ethanol 10%, max. MTBE 15%) | |
| Tankinhoud, I 21 | |
| Olie, API-klasse CD of beter SAE 10W/40 | |
| Olievolume incl. filter, I 2,1 | |
| Olievolume excl. filter, I 1,8 | |
| Startmotor Elektrische start, 12 V | |
| Transmissie | |
| Merk/Model Kanzaki/KTM 23 | |
| Transmissieolie Husqvarna-transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-304T AWD of STOU 10W-30) | |
| Oliecapaciteit versnellingsbak voor, I 0,9 | |
| Oliecapaciteit versnellingsbak achter, I 0,9 | |
| Hydraulisch systeem | |
| Max. werkdruk, bar/psi 120/1740 | |
| Inhoud hydraulische tank, I 8 | |
| Inhoud hydraulisch systeem, I 13 | |
| Transmissieolie Husqvarna-transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-304T AWD of STOU 10W-30) | |
| Elektrisch systeem | |
| Type 12 V, negatief geaard | |
| Accu 12 V, 24 Ah | |
| Bougie NGK BPR4ES | |
| Hoofdzekering, platte pen, A 20 | |
| Zekering voor voedingsaansluiting, platte pen, A | 5 |
| Afstand tussen de elektroden, mm/inch | 0,75/0,030 |
| Lampen | Led |
| Maaidek | |
| Type Combi 112 | |
| Combi 122 | |
| R137 | |
| Combi 112X | |
| Combi 122X | |
| R137X | |
| Geluidsemissies ^20 | P 524XR EFI |
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) | |
| Combi 112 100 | |
| Combi 122 105 | |
| R137 105 | |
| Combi 112X 99 | |
| Combi 122X 105 | |
| R137X 105 | |
| Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) | |
| Combi 112 100 | |
| Combi 122 105 | |
| R137 105 | |
| Combi 112X 100 | |
| Combi 122X 105 | |
| R137X 105 | |
| Geluidsniveaus21 | P 524XR EFI |
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB (A) | |
| Combi 112 86 | |
| Combi 122 88 | |
| R137 90 | |
| Combi 112X 86 | |
| Combi 122X 88 | |
| R137X 91 | |
| Trillingsniveau^22 | P 524XR EFI |
| Trillingsniveau in stuurwiel, m/s^2 | |
| Combi 112 2,5 | |
| Combi 122 2,5 | |
| R137 2,5 | |
| Combi 112X 2,5 | |
| Combi 122X 2,5 | |
| R137X 2,5 | |
| Trillingsniveau in stoel, m/s^2 | |
| Combi 112 0,5 | |
| Combi 122 0,5 | |
| R137 0,5 | |
| Combi 112X 0,5 | |
| Combi 122X 0,5 | |
| R137X 0,5 | |
| Maaidek Combi 112 Combi | 122 R137 Combi | 112X Combi | 122X R137X | |||
| Maaibreedte, mm 1120 1220 | 1370 1120 12 | 20 1370 | ||||
| Maaihoogte, 7 standen, mm | 25-75 25-75 | 35-100 1370 25 | -75 35-100 | |||
| Breedte, mm 1220 1330 140 | 9 1220 1330 | 1409 | ||||
| Gewicht, kg 60 71 89 61 72 | 90 | |||||
| Lengte, mm | 420 | 454 | 924 | 420 | 454 | 924 |
| Mes | ||||||
| Aanhaalmoment mesbou- ten, Nm/kpm/lb-ft | 80/8.1/59 | 80/8.1/59 | 130/13.2/95, 8 | 80/8.1/59 | 80/8.1/59 | 130/13.2/95, 8 |
| Artikelnummer | 5441027-10 | 5354294-10 | 5321872-55 | 5441027-10 | 5354294-10 | 5321872-55 |
| Radiofrequentiegegevens P 524XR EFI | |
| Frequentiebereik, MHz 2402-2480 | |
| Uitgangsvermogen ^23 , dBm -10 |
| Goedgekeurde hulpstukken voor de afstandsbedieningsmodus |
| Maaidek Combi 112, ARCM5112v1 |
| Maaidek Combi 122, ARCM5122v1 |
| Maaidek R137, ARCR5137v1 |
| Maaidek Combi 112X, ARCM5112Xv1 |
| Maaidek Combi 122X, ARCM5122Xv1 |
| Maaidek R137X, ARCR5137Xv1 |
| Klepelmaaier, ARFM5100v1 |

WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten veroorzaken
wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan de hierboven vermelde.


text_image
P Q
Voor aanwijzingen bij P 524XR EFI raadpleegt u Technische gegevens op pagina 277.
Technische gegevens van de afstandsbediening
| Afstandsbediening P 524XR EFI | |
| Afmetingen, zie ook Afmetingen afstandsbediening op pagina 284. | |
| Specificatie accu/batterij Nominaal 7,2 V, 2000 mAh | |
| Accu 1 x NiMH-accu meegeleverd met het product | |
| Gebruiksduur, u 10-12 | |
| Laadtijd, u 2 | |
| Signaaloverdracht Radiosignaal | |
| Radiofrequentiebanden, GHz 2,4 | |
| Maximaal radiofrequentievermogen, mW 100 | |
| Bedieningsbereik, m < 200 | |
| Gewicht ^24 , kg 1,57 | |
| Beschermingsklasse IP65 | |
| Bedrijfstemperatuur, °C -25 – +70 | |
| Opslagtemperatuur met accu, °C -20 – +35 | |
| Opslagtemperatuur zonder accu, °C -40 – +85 | |
| Laadtemperatuur, °C 0 – +45 | |
| Ingangsspanning oplader, VAC 12/24 | |
| Aantal laadbeurten | 500 |
Afmetingen afstandsbediening

text_image
A B
Deze bedieningshandleiding bevat geen instructies voor het onderhoud van optionele uitrusting of accessoires.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire of de uitrusting voor instructies.
Service
Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen.
Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
Garantie
Garantie op transmissie
De garantie op de transmissie is alleen van toepassing als de controles van de rotatiesnelheid van de voor-
en achterwielen worden uitgevoerd zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Laat de rotatiesnelheid indien nodig aanpassen bij een erkende servicewerkplaats, ter voorkoming van schade aan het transmissiesysteem.
Geregistreerde handelsmerken
Het Bluetooth®-woordmerk en de logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna,
Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze
alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Zitmaaier | |
| Merk Husqvarna | |
| Type / model P 524XR | EFI |
| Identificatie Serienummers vanaf 2023 en verder | |
voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlijn/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "betreffende machines" | |
| 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" | |
| 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" | |
| 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro-nische apparatuur" |
en dat de volgende normen en/of technische
specificaties zijn toegepast: EN ISO 12100:2010, EN
ISO 13849-1:2015, EN ISO 13849-2:2012, EN ISO
5395-1:2013/A1:2018, EN ISO 5395-3: 2013/A1:2017/
A2:2018, EN ISO 14982:2009, EN 50665:2017, EN IEC
61000-6-2:2005, EN IEC 61000-6-4:2007/A1:2011, EN
IEC 61000-6-7:2015, ETSI EN 300 328 v2.2.2, ETSI EN
301 489-1 v1.9.2, ETSI EN 301 489-3 v2.1.1, ETSI EN
301 489-17 v3.2.4, EN IEC 63000:2018.
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk
Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå,
Sweden is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG
van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit:
Bijlage VI.
Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 277.
Huskvarna, 2024-01-29
$$ \Delta \cdot 2 m $$
Verantwoordelijk voor technische documentatie

VSEBINA
Originele instructies
Izvirna navodila



























