Rider 155 AWD - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Rider 155 AWD HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Merk en model | Husqvarna Rider 155 AWD |
| Type | Zitmaaier met vierwielaandrijving |
| Motor | Kohler CV15, 15,5 pk (11,4 kW), 426 cc |
| Aandrijving | Hydrostatisch, traploos vooruit en achteruit |
| Maaibreedte | 1030 mm (Combi 103) of 1120 mm (Combi 112) |
| Maaihoogte | 9 standen, 40–90 mm |
| Maaikast | 3-messenkap, BioClip- of achteruitworp mogelijk |
| Brandstoftank | 7 liter, loodvrije benzine (min. 87 octaan) |
| Motorolie | Synthetisch SAE 10W/30 (5W/30 bij vorst), 1,9 liter |
| Accu | 12 V, 24 Ah |
| Banden | 16 x 6,50 – 8; spanning 60 kPa (8,5 PSI) |
| Maximale helling | 15° (maaien bergop/bergaf, niet dwars) |
| Geluidsniveau | 99–100 dB(A) (gegarandeerd 100 dB(A)) |
| Startsysteem | Elektrisch met contactsleutel |
| Veiligheidssysteem | Schakelaars in zitting, maaikasthendel en pedalen |
| Onderhoud motorolie | Verversen na 5 uur, daarna elke 50 uur |
| Luchtfilter | Voorfilter wassen elke 25 uur, papierfilter vervangen elke 100 uur |
| Brandstoffilter | Vervangen elke 100 uur |
| Bougie | Champion QC12YC, elektrodenafstand 1,02 mm |
| Gewicht | Ca. 295 kg |
Veelgestelde vragen - Rider 155 AWD HUSQVARNA
Gebruikersvragen over Rider 155 AWD HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Rider 155 AWD - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Rider 155 AWD van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING Rider 155 AWD HUSQVARNA
Gebruiksaanwijzing voor Rider 155 en rider 155 AWD
Introductie.... 2
Rijden en transport op de openbare weg ...... 2
Slepen 2
Toepassing 2
Productienummer 3
Verklaring van de symbolen.... 4
Veiligheidsinstructies 5
Algemeen gebruik 5
Rijden op hellingen 7
Kinderen 8
Onderhoud 8
Transport 10
Presentatie 11
Plaatsing van de bedieningsorganen 11
Snelheidsregeling 12
Parkerrem 12
Maaikast 13
Hendel voor instelling van de maaikast ...... 13
Hendel voor instelling van de maaihoogte ..... 14
Zitting 14
Tanken 14
Rijden 15
Voor de start 15
Starten van de motor 15
Een motor met een zwakke accu starten ..... 17
Rijden met de zitmaaier 18
Maaitips 19
Afzetten van de motor 20
Ontkoppelingsregeling 21
Onderhoud 22
Onderhoudsschema 22
Schoonmaken 23
Demontage van de kappen van
de zitmaaier 24
Controleren en afstellen van
besturingskabels 25
Afstellen va parkeerrem 26
Afstellen van de gaskabel 27
Controle van geluiddemper 27
Vervangen van het brandstofffilter 28
Vervangen van luchtfilter 28
Controleren van het zuurniveau in de accu.... 29
Ontstekingssysteem 30
Controle van veiligheidssysteem 31
Hoofdzekering 33
Controle van de spanning van de banden ..... 33
Controle van de koelluchtinlaat van de motor 33
Monteren van het maai-element 34
Controleren en afstellen van de druk op de ondergrond vanmaaikast .... 35
Controleren van de parallelliteit van de maaikast 35
Afstelling van de parallelliteit van het maaikast 35
Demonteren van het maai-element 36
Vervangen van de riemen van het maai-element 36
Servicestand voor maai-element 37
Verwijderen van BioClip-plug (Combi) ...... 40
Smeren 41
Controlere van het oliepeil van de motor ..... 41
Verversen van de motorolie 41
Oliefilter vervangen 42
Controleren van het oliepeil van de transmissie 42
Smeren van riemspanner 43
Algemeen smeren 43
Storingsschema 44
Stallen 45
Winterstselling 45
Bescherming 45
Service 45
Technische specificaties 46
EG-verklaring van overeenstemming 47
Servicejournaal 48
BELANGRIJKE INFORMATIE
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door zodat u weet hoe u de zitmaaier moet gebruiken en onderhouden voordat u hem gebruikt.
Voor andere service dan in dit handboek wordt beschreven, moet u contact opnemen met een erkende verkoper die onderdelen en service aanbiedt.
INTRODUCTIE
Beste klant,
Gefeliciteerd met uw keuze voor een Husqvarna Rider. De Husqvarna Riders zijn volgens een uniek concept gebouwd. Ze zijn voorzien van een frontgemonteerd maaiaggregaat en een gepatenteerde sturing op de achterwielen. De Rider werkt heel effectief, ook op kleine en nauwe oppervlakken. Bij elkaar geplaatste hendels en een hydrostatische transmissie die met pedalen wordt geregeld, dragen ook bij tot de prestaties van de machine.
Deze gebruiksaanwijzing is een waardevol document. Door deze te lezen en toe te passen (voor gebruik, service, onderhoud etc.) kunt u de levensduur van uw machine verlengen en de inruilwaarde verhogen.
Als u uw Rider verkoopt, moet u de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar geven.
Rijden en transport op de openbare weg
Controleer de geldende verkeersregels voor het rijden en vervoeren op de openbare weg. Bij eventueel transport moet u altijd goedgekeurd spanmateriaal gebruiken en ervoor zorgen dat de machine goed vast zit.
Slepen
Uw machine is voorzien van een hydrostaat en u mag de machine alleen, indien noodzakelijk, over zeer korte afstanden en met een lage snelheid slepen, anders bestaat het risico dat de hydrostaat beschadigd raakt.
Toepassing
Deze machine is gemaakt voor het maaien van gras op normale gazons en andere vrije en vlakke terreinen zonder hindernissen zoals stenen, stobbes e.d., ook wanneer de machine is uitgerust met door de producent aangeboden speciale accessoires, waarvoor bij levering een gebruiksaanwijzing wordt bijgevoegd.
Bovendien mag de machine alleen worden gebruikt voor andere speciale taken met accessoires die door de producent zijn geleverd en waarvoor instructies bij het accessoire zijn meegeleverd. Toepassing van de machine op enige andere wijze wordt beschouwd als tegengesteld aan het bedoelde gebruik. Het voldoen aan en strikte opvolging van de voorwaarden voor gebruik, service en reparatie zoals die door de producent zijn aangegeven, vormen ook een essentieel onderdeel van het bedoelde gebruik.
Deze machine mag alleen worden gebruikt, onderhouden en gerepareerd door personen die de bijzondere kenmerken kennen en bekend zijn met de relevante veiligheidsprocedures.
Voorschriften ter voorkoming van ongevallen en alle andere algemeen erkende voorschriften op het gebied van veiligheid en bedrijfsgezondheid, en alle verkeersvoorschriften moeten te allen tijde in acht worden genomen.
Enige arbitraire wijzigingen die aan deze machine worden uitgevoerd, kunnen de producent ontheffen van zijn verantwoordelijkheid voor enige schade of verwonding die hieruit voortvloeit.
INTRODUCTIE
Goede service
De producten van Husqvarna worden over de hele wereld verkocht. Dit gebeurt alleen via de serviceverlenende vakhandel, zodat we de klant de best mogelijke ondersteuning en service kunnen bieden. Voordat het product werd afgeleverd is de machine gecontroleerd en afgesteld door uw dealer.
Als u reserveonderdelen of ondersteuning bij servicevragen, garantiekwesties etc. wilt, kunt u contact opnemen met:
| Deze gebruiksaanwijzing hoort bij machine met productienummer: | Motor Transmissie | |
Productienummer
Het productienummer van de machine is aangegeven op een gedrukt plaatje dat bevestigd is aan de linkerkant voor onder de zitting. Op het plaatje staat van boven naar beneden:
- De typeaanduiding van de machine.
- Het typenummer van de producent.
- Het productienummer van de machine.
Geef typeaanduiding en productienummer aan wanneer u reserveonderdelen bestelt.
Het productienummer van de motor staat op het ventieldeksel gestanst. De tekst geeft aan:
- Model.
- Type.
- Code.
Geef dit aan wanneer u reserveonderdelen bestelt.
Het productienummer van de transmissie staat op een plaatje met streepjescode aan de voorkant van het huis van de linker aandrijfas:
- De typeaanduiding staat boven de streepjescode en begint met de letter "K".
- Het productienummer staat boven de streepjescode en wordt voorafgegaan door de tekens "s/n".
- De typeaanduiding van de producent staat onder de streepjescode en wordt voorafgegaan door de tekens "p/n".
Geef typeaanduiding en productienummer aan wanneer u reserveonderdelen bestelt.
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
Deze symbolen staan op de zitmaaier en in de gebruiksaanwijzing.
Bestudeer deze zorgvuldig, zodat u weet wat zij betekenen.

Lees de gebruiksaanwijzing.






Neutraal Snel Langzaam Motor uit Choke Brandstof





Oliepeil Maaihoogte Achteruit Vooruit Ontsteking







Hydrostatische free-wheel Gebruik een gehoorbescherming Handrem Waarschuwing

Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlijn van de Europese Gemeenschap. De emissie van de machine staat in hoofdstuk TECHNISCHE GEGEVENS en op plaatjes.

Gebruik de zitmaaier nooit als zich personen, in het bijzonder kinderen of huisdieren, ophouden in de nabijheid

Waarschuwing! Roterende messen

Waarschuwing! Risico dat de zitmaaier kantelt

Rijd nooit dwars over een helling

CE-markering

Neem nooit passagiers mee op de zitmaaier of op het gereedschap

Steek geen handen of voeten onder de kap als de motor loopt

Rijd zonder maaikast zeer langzaam
![graph TD A["START"] --> B["N"] A --> C["START"] B --> D["θ"] C --> E["ψ"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333](/content/2026/06/1151633/images/ca184d6304d9af22c49596c2e86e930a25552309713b9c1f96777374958beb33.jpg)
Startinstructie
Lees de gebruiksaanwijzing
Controleer het oliepeil van de motor
Breng de maaikast omhoog
Zet de hydrostaatpedalen in neutrale stand
Als de motor koud is, gebruik dan de choke
Start de motor
Los de handrem voordat u gaat rijden

Snelheidsregelingspedaal vooruit
Neutrale stand
Snelheidsregelingspedaal achteruit

Zet de motor af en maak de ontstekingskabel los vóór reparatie of onderhoud
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Veiligheidsinstructies
Deze instructies zijn gemaakt voor uw veiligheid. Lees ze aandachtig door.

WAARSCHUWING!
Het ingevoegde symbool betekent dat belangrijke veiligheidsinstructies onder de aandacht gebracht moeten worden. Het betreft uw veiligheid.
Algemeen gebruik
- Lees alle instructies uit deze gebruiksaanwijzing en op de machine voordat u hem start. Vergewis u ervan dat u ze begrijpt en volg ze daarna op.
- Leer hoe u de machine en de hendels op een veilige manier kunt gebruiken en leer hoe u snel kunt stoppen. Leer ook alle veiligheidsplaatjes herkennen.
- Laat de machine alleen gebruiken door volwassenen die ermee vertrouwd zijn.
- Zorg ervoor dat zich niemand vlakbij de machine bevindt, wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of rijdt.
- Zorg ervoor dat dieren en personen zich op veilige afstand van de machine bevinden.
- Stop de machine wanneer iemand het werkterrein binnen komt.
- Maak het terrein schoon van voorwerpen zoals stenen, speelgoed, draden enz. die door de messen opgenomen en weggeslingerd kunnen worden.
- Pas op voor de uitworp en richt die niet op iemand.
- Stop de motor en voorkom een motorstart voordat u het maaidek schoonmaakt.
- Denk eraan dat de operator verantwoordelijk is voor gevaren of ongelukken.
- Neem nooit passagiers mee. De machine is alleen bedoeld om door één persoon te worden gebruikt.
- Kijk altijd naar beneden en naar achteren voor en tijdens het naar achteren rijden. Hou zowel kleine als grote obstakels in de gaten.
- Rem af voordat u de bocht omgaat.
- Zet de messen uit wanneer u niet maait.

8010-047
Lees de gebruiksaanwijzing voordat u de machine start.

Maak het terrein schoon van voorwerpen voor het maaien.

8010-052
Neem nooit passagiers mee.

WAARSCHUWING!
Deze machine kan uw handen en voeten eraf maaien en voorwerpen wegslingeren. Wanneer u verzuimt de veiligheidsvoorschriften te volgen kan dit tot ernstig letsel leiden.
- Wees voorzichtig bij het ronden van een vast voorwerp, zodat de messen er niet tegen aan komen. Rijd nooit over vreemde voorwerpen heen.
- Gebruik de machine alleen bij daglicht of tijdens andere goed verlichte omstandigheden. Hou de machine op veilige afstand van gaten en andere ongelijkmatigheden in de grond. Wees opmerkzaam op andere mogelijke risico's.
- Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of andere drugs heeft ingenomen of wanneer u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatievermogen negatief beïnvloeden.
- Pas op voor verkeer wanneer u vlakbij een weg werkt of deze oversteekt.
- Laat de machine nooit zonder toezicht achter wanneer de motor draait. Zet de messen altijd uit, trek de parkeerrem aan, stop de motor en haal de sleutel eruit voordat u de machine achterlaat.
- Laat kinderen of andere personen die niet zijn opgeleid om met de machine om te gaan, deze nooit gebruiken of onderhouden. Lokale voorschriften kunnen de leeftijd van de gebruiker bepalen.

WAARSCHUWING!
De uitlaatgassen van de motor van de machine, inclusief bepaalde stoffen daarin, en sommige machineonderdelen bevatten of stoten chemicaliën uit, waarvan men aanneemt dat ze kanker, schade aan de ongeboren vrucht of andere voortplantingsschade veroorzaken. De motor geeft koolmonoxide af, wat een kleur-loos, giftig gas is. Gebruik de machine niet in afgesloten ruimtes.

6003-006
Hou kinderen weg van het maaiterrein.

WAARSCHUWING!
Wanneer u de machine gebruikt, moet u door de autoriteiten goedgekeurde persoonlijke beschermingsuitrusting gebruiken. Persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert het risico van een ongeval niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw uitrusting koopt.
- Zorg ervoor dat er altijd EHBO-middelen bij de hand zijn wanneer u de machine gebruikt.
- Gebruik de machine nooit blootvoets. Draag altijd beschermingsschoenen of beschermingslaarzen, het liefst met een stalen neus.
- Draag een goedgekeurde beschermingsbril of een volledig dekkend vizier bij montage en bij gebruik.
- Draag nooit los zittende kleding die in de bewegende delen vast kan komen zitten.




Persoonlijke beschermingsuitrusting.
8011-292
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Rijden op hellingen
Het rijden op hellingen is een van de operaties waar het risico het grootst is dat de bestuurder de controle verliest of dat de machine omver valt, hetgeen ernstig letsel of overlijden kan veroorzaken. Alle hellingen vragen om extra voorzichtigheid. Wanneer u op de helling niet naar achteren kunt rijden of u voelt zich onzeker, maai ze dan niet.
Ga als volgt te werk
- Verwijder hindernissen zoals stenen, takken enz.
- Maai naar boven en naar beneden, niet in zijwaartse richting.
- Gebruik de zitmaaier nooit op terrein dat meer dan 15° helt.
- Voorkom het starten of stoppen op een helling. Als de banden gaan slippen, moet u de messen uitdoen en langzaam van de helling afrijden.
- Rij altijd gelijkmatig en langzaam op hellingen.
- Maak geen plotselinge wijzigingen in snelheid of richting.
- Voorkom onnodige bochten op hellingen, en als het nodig is, draai dan langzaam en stap voor stap naar beneden, indien mogelijk.
- Pas op voor greppels, kuilen en verhogingen en rij er niet overheen. Op ongelijk terrein kan de machine makkelijker omver vallen. Hoog gras kan hindernissen verbergen.
- Rij langzaam. Gebruik kleine stuurbewegingen. De machine remt beter op de motor af in een lage versnelling.
- Wees extra voorzichtig met eventuele extra uitrusting, die de stabiliteit van de machine kan wijzigen.
- Maai niet vlakbij randen, sloten of wallen. De machine kan plotseling omslaan wanneer één wiel over de rand van een diepte of een sloot komt, of wanneer een rand instort.
- Maai geen nat gras. Dat is glad en de banden kunnen de grip verliezen zodat de machine gaat gliiden.
- Probeer de machine niet te stabiliseren door een voet op de grond te zetten.
- Bij schoonmaken onder de machine mag hij nooit vlak naast een rand of sloot worden gereden.
- Volg de aanwijzingen van de producent over wielverzwaarders of contragewichten om de stabiliteit te verhogen.

Maai hellingennaar boven en naar beneden, niet in zijwaartse richting.

Wees extra voorzichtig bij het rijden op hellingen.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Kinderen
- Ernstige ongelukken kunnen gebeuren als men niet alert is op kinderen in de buurt van de machine. Kinderen worden vaak door de machine en de maaiwerkzaamheden aangetrokken. Ga er nooit van uit dat kinderen op de plek blijven waar u ze het laatst zag.
- Hou kinderen weg van het maaiterrein en onder zorgvuldig toezicht van een andere volwassene.
- Wees op uw hoede en zet de machine uit wanneer kinderen het werkterrein binnen gaan.
- Kijk voor en tijdens een achteruitrijmanoeuvre naar achteren en naar beneden naar kleine kinderen.
- Laat kinderen nooit meerijden. Ze kunnen vallen en zich ernstig bezeren of het zonder risico's manoeuvreren van de machine belemmeren.
- Laat kinderen nooit de machine bedienen.
- Wees extra voorzichtig in de buurt van hoeken, bosjes, bomen of andere voorwerpen die het zicht belemmeren.

Laat kinderen de machine nooit bedienen.
Onderhoud
- Stop de motor. Voorkom een start door de ontstekingskabel van de bougie te halen of verwijder de ontstekingssleutel voordat u afstellingen maakt of onderhoud uitvoert.
• Vul nooit binnenshuis brandstof bij. - Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer brandgevaarlijk. Wees extra voorzichtig bij het hanteren van benzine omdat onachtzame hantering kan leiden tot persoonlijk letsel of brand.
- Bewaar de brandstof alleen in jerrycans die voor dit doel zijn goedgekeurd.
- Verwijder nooit het deksel van de brandstoftank en vul nooit benzine bij wanneer de motor loopt.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult. Rook niet. Vul geen benzine bij in de buurt van vonken of open vuur.

Vul nooit binnenshuis brandstof bij.
- Als er lekkage is opgetreden in het brand-stofsysteem mag de motor niet gestart worden voordat dit is verholpen.
- Bewaar de machine en de brandstof zodanig dat er geen risico bestaat dat lekkende brandstof of brandstofdampen schade kunnen veroorzaken.
- Controleer voor ieder gebruik het brandstofpeil en laat ruimte over voor de brandstof om uit te zetten, omdat de warmte van de motor en de zon anders de brandstof zo uit kunnen laten zetten dat deze overloopt.
- Voorkom overvulling. Als er benzine op de machine is geknoeid, moet u dit opdrogen en wachten tot het verdampt is voordat u de motor start. Wanneer u op uw kleding hebt geknoeid moet u zich omkleden.
- Laat de machine afkoelen voordat u iets doet aan de motorkamer.
- Wees zeer voorzichtig bij het hanteren van accuzuur. Zuur op de huid kan ernstige bijt-wonden veroorzaken. Spoel onmiddellijk met water wanneer u op uw huid knoeit.
- Zuur in uw ogen kan blindheid veroorzaken, neem onmiddellijk contact op met een arts.
- Wees voorzichtig bij het onderhoud van de accu. In de accu wordt een explosief gas gevormd. Voer nooit onderhoud aan de accu uit terwijl u rookt of in de buurt van open vuur of vonken. De accu kan dan exploderen en zwaar letsel veroorzaken.
- Zorg ervoor dat bouten en moeren goed zijn vastgedraaid en dat de uitrusting in goede staat verkeert.
- Wijzig de veiligheidsmiddelen nooit. Controleer regelmatig of ze werken. De machine mag niet gebruikt worden met kapotte of niet gemonteerde beschermingsplaten, beschermingskappen, veiligheidsschakelaars of andere beschermingen.
- Wijzig de regulatorinstelling niet en voorkom de motor te rijden met een te hoog toerental. Wanneer u met een te hoog toerental rijdt, bestaat het risico van machinebeschadiging.
- Hou rekening met het risico dat u gewond raakt door beweegbare of warme onderdelen wanneer u de motor met open motorkap of verwijderde beschermkappen start.

WAARSCHUWING!
De motor en het uitlaatsysteem worden zeer warm tijdens gebruik.
Risico voor brandwonden bij aanraking.

WAARSCHUWING!
De accu bevat lood en lood-verontreinigingen, chemicaliën waarvan men denkt dat ze kanker, schade aan de ongeboren vrucht of andere voortplantings-schade veroorzaken. Was uw handen nadat u de accu hebt aangeraakt.

6003-009
Rook niet wanneer u onderhoud uitvoert.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- Gebruik de machine nooit binnenshuis of in ruimtes die ventilatie missen. De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en levensgevaarlijk gas.
- Stop om de uitrusting te inspecteren wanneer u tegen een voorwerp aanrijdt. Repareer, indien nodig, voordat u start.
- Voer nooit afstellingen uit terwijl de motor draait.
- De machine is alleen getest en goedgekeurd met door de producent geleverde en aanbevolen uitrusting.
- De mesranden zijn scherp en kunnen snijwonden geven. Verpak de bladen of gebruik beschermingshandschoenen wanneer u ze hanteert.
- Controleer regelmatig de werking van de parkeerrem. Stel af en onderhoud naar behoefte.
- Het mulchmaaidek mag alleen gebruikt worden waar maaien van betere kwaliteit gewenst is en op bekend terrein.
- Verminder het brandgevaar door gras, blad en ander vuil dat erin vast komt te zitten van de machine te halen. Laat de machine afkoelen voor deze in de stalling wordt gezet.
Transport
- De machine is zwaar en kan ernstige beknellingswonden veroorzaken. Wees extra voorzichtig wanneer hij op of van een auto of een aanhanger wordt geladen.
- Gebruik een goedgekeurde aanhanger om de machine te transporteren. Activeer de parkeerrem en zet de machine bij transport vast met goedgekeurde spanmiddelen, zoals spanbanden, kettingen of touw.
- Controleer en volg lokale verkeersbepalingen voordat u de machine vervoert of op een weg rijdt.

8010-060
Gebruik de machine nooit in een afgesloten ruimte.

8010-061
Maak de machine regelmatig schoon en verwijder gras, blad en ander vuil.
BELANGRIJKE INFORMATIE
De parkeerrem is niet voldoende om de machine vast te zetten tijdens transport. Zorg ervoor de machine goed op het transportvoertuig vast te zetten. Rij de machine achteruit het transportvoertuig op om te voorkomen dat hij kan kantelen.
PRESENTATIE
Presentatie
Gefeliciteerd met uw keuze voor een uitstekend kwaliteitsproduct waar u lang plezier van zult hebben.
Deze gebruiksaanwijzing beschrijft Rider 155 en Rider 155 AWD. Deze machines zijn uitgerust met een motor van Kohler van 15,5 paardenkrachten.
De Rider 155 AWD is voorzien van vierwielaandrijving.
De krachtoverbrenging van de motor gebeurt met een hydrostatische versnellingsbak waarmee een traploze variatie van de snelheid met de pedalen mogelijk is.
Een pedaal voor het vooruit en een pedaal voor het achteruit rijden.

Plaatsing van de bedieningsorganen
- Contactslot
- Gas/chokebediening
- Regelaar voor de instelling van de maaihoogte
- Hendel voor instelling van de maaikast
- Snelheidsregeling voor vooruit rijden
- Snelheidsregeling voor achteruit rijden
- Handrem
-
Vergrendelknop voor handrem
-
Knoppen voor instelling van de zitting
- Benzinetankdop
- Hendel voor uitschakelen aandrijving van vooras, Rider 155 AWD
- Kapslot (onder zitting)
- Hendel voor uitschakelen aandrijving, Rider 155 Hendel voor uitschakelen aandrijving van achteras, Rider 155 AWD
PRESENTATIE
Gas- en Chokebediening
Met de gasbediening wordt het toerental van de motor geregeld en daardoor ook de rotatiesnelheid van de messen.
De bediening wordt ook gebruikt om de chokefunctie te activeren. Bij het inschakelen van de chokefunctie krijgt de motor een vetter brandstof/luchtmengsel, hetgeen een koude start vergemakkelijkt.

De snelheid van de machine wordt traploos gere- geld met twee pedalen. Bij het vooruit rijden wordt pedaal (1) gebruikt en bij achteruit rijden pedaal (2).

WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat takken niet bij de pedalen kunnen bij het maaien onder struiken.
Gevaar van ongewenste beweging.

De parkeerrem wordt als volgt aangetrokken:
- Druk het parkeerrempedaal (1) in.
- Druk de vergrendelknop (2) op de stuurkolom in.
- Laat het parkeerrempedaal omhoog komen terwijl u de knop ingedrukt houdt.
De vergrendeling van de parkeerrem wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het parkeerrempedaal wordt ingedrukt.

De Rider 155 en Rider 155 AWD kunnen worden voorzien van twee verschillende maaidekken.
Combi - 1120 mm/44"
Combi - 1030 mm/41"
Zie "Onderhoud\Controle van messen" voor de identi catie van het maai-element.

Hendel voor instelling van de maaikast
De hendel wordt gebruikt om de maaikast in de transport- of maaistand te zetten.
Als de hendel naar achteren wordt getrokken, zal het element omhoog komen en stoppen de messen automatisch met roteren (transportstand).
Wanneer de blokkeerknop ingedrukt wordt en de hendel wordt naar voren geduwd, zal het element zakken en beginnen de messen automatisch te roteren (maaistand).
De hendel kan ook worden gebruikt voor het tijdelijk regelen van de maaihoogte bij bijv. een kleine verhoging in de grasmat.

6004-011H
Omhoog laten komen van de maakast (transportstand)

6004-012H
Laten zakken van de maaikast (maaistand)
PRESENTATIE
Hendel voor instelling van de maaihoogte
Met de hendel kan de maaihoogte worden geregeld in 9 verschillende standen.
Combi, 40-90 mm
(1 9/16" - 3 9/16")
Zitting
De zitplaats heeft een gelede bevestiging aan de voorkant en kan voorover worden geklapt.
De zitting kan ook worden afgesteld in de lengterichting.
Maak de knoppen onder de zitting los en stel deze vooruit of achteruit af tot de gewenste stand.
Vergrendel daarna de instelling met de knoppen.

De motor moet lopen op loodvrije benzine van minimaal 85 octaan (niet gemengd met olie). Milieuvriendelijke alkylaatbenzine van bijv. het merk Aspen kan heel goed worden gebruikt.
Gebruik geen benzine die methanol bevat. Vul de tank niet helemaal, laat ten minste 2,5 cm (1") expansieruimte over.

Waarschuwing! Benzine is zeer brandgevaarlijk. Neem voorzichtigheid in acht en tank buitenshuis (zie de veiligheidsvoorschriften).

Het luchtinlaatrooster in de motorkap achter de bestuurderszitting mag niet geblokkeerd zijn door bijv. kledingstukken, bladeren, gras of viezigheid.
Dat verslechtert de koeling van de motor. Risico van ernstige motorbeschadigingen.

- Lees de veiligheidsvoorschriften en de informatie over de plaatsing van de bedieningsorganen en de functies voor de start door (zie de bladzijden 5–12).
- Voer het dagelijks onderhoud uit voor de start (zie het onderhoudsschema op bladzijde 22).

Starten van de motor
- Breng de maaikast omhoog door de hendel naar achter te trekken naar de blokkeerstand (transportstand).
- Trek de handrem aan. Dat doet u op de volgende wijze:
• Druk het parkeerrempedaal (1) in. - Druk de vergrendelknop op de stuurkolom (2) in.
- Laat het parkeerrempedaal omhoog komen terwijl u de knop ingedrukt houdt.

De motor kan niet opnieuw worden gestart, als de parkeerrem niet wordt ingedrukt.
De vergrendeling van de parkeerrem wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het parkeerrempedaal wordt ingedrukt.

- Schuif de gasbediening naar stand 3 (chokestand). In deze stand krijgt de motor een vetter mengsel, hetgeen ervoor zorgt dat de motor makkelijker start.
RIJDEN
Bij warme motor:
- Zet de gasbediening precies tussen stand 1 en 2.

- Draai de contactsleutel naar de startstand.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Laat de startmotor niet langer dan 10 seconden achter elkaar draaien. Als de motor niet start wacht dan ca. 60 seconden voordat de volgende startpoging wordt gedaan.

- Als de motor is gestart, de contactsleutel terug laten gaan naar de neutrale stand.
Schuif de gasbediening naar het gewenste motortoerental. Bij maaien kunt u 3/4 tot vol gas geven.

WAARSCHUWING!
Laat de motor nooit binnenshuis lopen, in een gesloten of slecht geventileerde ruimte. De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxyde.

Een motor met een zwakke accu starten


WAARSCHUWING! Lood-zuur accu's genereren explosieve gassen. Hou vonken, vlammen en rokend materiaal uit de buurt van accu's. Draag altijd oogbescherming wanneer u met accu's werkt.
Wanneer de accu te zwak is om de motor te starten, moet hij opgeladen worden.
Wanneer startkabels worden gebruikt voor een noodstart, volg dan deze procedure:
BELANGRIJKE INFORMATIE
Uw maaier is uitgerust met een 12-volt negatief geaard systeem. Het andere voertuig moet ook een 12-volt negatief geaard systeem zijn. Gebruik de accu van de maaier niet om andere voertuigen te starten.
De startkabels bevestigen
- Sluit ieder eind van de RODE kabel aan op de POSITIEVE (+) pool van elke accu, zorg ervoor niet tegen het chassis te kortsluiten.
- Bevestig een eind van de ZWARTE kabel op de NEGATIEVE (-) pool van de volledig geladen accu.
- Bevestig het andere eind van de ZWARTE kabel op een goede CHASSISAARDING, uit de buurt van de brandstoftank en accu.
Voor het weghalen van de kabels, omgekeerde volgorde
- ZWARTE kabel eerst van het chassis en dan van de volledig opgeladen accu.
- RODE kabel als laatste van beide accu's.

Aansluiting startkabels
8011-642
RIJDEN
Rijden met de zitmaaier
- Zet de parkeerrem los door het parkeerrempedaal in te drukken en het vervolgens omhoog te laten komen.

- Druk voorzichtig een van de pedalen in totdat de gewenste snelheid is verkregen.
Bij vooruit rijden, druk pedaal (1) in of bij achteruit rijden, pedaal (2).

- Kies de gewenste maaihoogte (1–9) met de maaihoogtehendel.
Om een regelmatige maaihoogte te krijgen is het belangrijk dat de bandenspanning van beide voorwielen gelijk is 60 kPa/8.5 PSI.

- Druk de blokkeerknop op de hendel voor de maaikast in en laat de maaikast zakken.
BELANGRIJKE INFORMATIE
De levensduur van de aandrijfriemen wordt aanzienlijk verlengd als de motor loopt met een laag toerental als de messen worden ingeschakeld. Geef daarom pas gas als de maaikast is neergelaten in de maaistand.

- Lokaliseer en markeer stenen en andere vaste voorwerpen om te vermijden dat u hier tegenaan rijdt.
- Begin met een hoge maaihoogte en verminder tot het gewenste maairesultaat wordt verkregen.
- Het maairesultaat wordt het best met een hoog motortoerental (de messen roteren snel) en een lage snelheid (de zitmaaier beweegt zich langzaam). Is het gras niet al te lang en dicht op elkaar groeiend, kan de rijsnelheid worden verhoogd zonder dat het maairesultaat merkbaar verslechtert.
![graph TD A["Robot"] --> B{Loop 1} B --> C{Loop 2} C --> D{Loop 3} D --> E{Loop 4} E --> F{Loop 5} F --> G{Loop 6} G --> H{Loop 7} H --> I{Loop 8} I --> J{Loop 9} J --> K{Loop 10} K --> L["End"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style L fill:#bbf,stroke:#333](/content/2026/06/1151633/images/45376efdf92e2b0b0eba3cfe2d1bd4f206b191446774e527e1dfb9883e719cd8.jpg)
Maaipatroon
- De mooiste grasmat krijgt u als u deze vaak maait. Het maaien wordt regelmatiger en het afgeknipte gras wordt gelijkmatiger over het oppervlak verdeeld. De totale tijd die u aan het maaien besteedt wordt niet langer aangezien een hogere rijsnelheid kan worden gekozen zonder dat het maairesultaat slechter wordt.
- Vermijd het maaien van een natte grasmat. Het maairesultaat wordt slechter aangezien de wielen wegzakken in de zachte grasmat.
- Spoel na ieder gebruik het maai-element aan de onderzijde met water af, gebruik geen hogedrukspuit. Het maai-element moet dan in de servicestand gezet worden.
- Wanneer het BioClip-element wordt gebruikt, komt het extra nauw dat de maai-interval niet te lang wordt.

WAARSCHUWING!
Reinig de grasmat van stenen en andere voorwerpen die door de messen kunnen worden weggeslingerd.
RIJDEN

WAARSCHUWING!
Rijd nooit met de zitmaaier over een terrein met een helling van meer dan 15°. Maai hellingen recht naar boven en recht naar beneden, nooit dwars. Vermijd plotselinge richtingsveranderingen.

6007-002
Afzetten van de motor
Laat de motor bij voorkeur een minuut stationair lopen om weer de normale werktemperatuur te krijgen voordat hij wordt afgezet, als hij hard heeft moeten werken.
- Haal de maaikast omhoog door de hendel naar achter te trekken tot de eindstand.

- Trek de gasbediening terug en draai de contactsleutel naar de stand "STOP".
- Wanneer de zitmaaier stil staat, moet u de parkeerrem naar beneden houden en de vergrendelknop indrukken.

Om de zitmaaier te kunnen verplaatsen met een motor die uit staat moet u de ontkoppelingshendel uittrekken.

Rider 155 AWD heeft een hendel voor de vooras en een hendel voor de achteras.
Trek de hendels naar hun eindstand. Gebruik geen tussenposities.
Achteras
De hendel zit aan de binnenkant van het linker achterwiel.
- Hendel uitgetrokken, het aandrijfsysteem is ontkoppeld.
- Hendel ingedrukt, het aandrijfsysteem is ingeschakeld.

De hendel zit aan de binnenkant van het linker voorwiel.
- De hendel naar voren (uitgetrokken), het aandrijfsysteem is ontkoppeld.
- De hendel naar achteren (ingedrukt), het aandrijfsysteem is ingeschakeld.

Hier volgt een lijst van het onderhoud dat moet worden gepleegd aan de zitmaaier. Voor de punten die in deze gebruiksaanwijzing niet worden beschreven, dient u naar een bevoegde onderhoudswerkplaats te gaan.
| Onderhoud | Blad-zijde | Dagelijks onderhoud voor de start | Ten minste ieder jaar | Onderhoudsintervallen in uren | |||
| 25 | 50 | 100 | 200 | ||||
| Schoonmaken 23 • | |||||||
| Controleer het oliepeil van de motor 41 • | |||||||
| Controleer de koelluchtinlaat van de motor 33 • | |||||||
| Controleer de besturingskabels 25 • | |||||||
| Controleer de accu 29 • | |||||||
| Controleer het veiligheidssysteem | 31 • | ||||||
| Controleer bouten en moeren | - | ○ | |||||
| Controleer evt. brandstof- en olielekkage | - | ○ | |||||
| Maak schoon rond de geluiddemper | - | ○ | |||||
| Controleer de geluiddemper | 27 | • | |||||
| Ververs de motorolie1) | 41 | •1) | •1) | ||||
| Vervang het voor lter van het lucht lter2) | 28 | • | |||||
| Controleer de maaikast | 35 | • | |||||
| Controleer de spanning van de banden (60 kPa/8.5 PSI) | 33 | • | |||||
| Smeren van riemspanner3) | 43 | • | |||||
| Smeer gewrichten en assen3) | 43 | • | |||||
| Controleer de spieriemen | - | ○ | |||||
| Controleer de koel enzen van de hydrostaat | - | ○ | |||||
| Controleer het oliepeil van de transmissie | 42 • | ||||||
| De parkeerremmen afstellen | 26 | • | |||||
| Controle en afstelling van de gaskabel | 27 | • | |||||
| Reinig de koel enzen van de motor en de hydrostaat2,4) | - | ○ | |||||
| Vervang het voorfilter en het papierfilter van het luchtfilter2) | 28 | • | |||||
| Vervang het brandstofffilter | 28 | • | |||||
| Vervang de bougie | 30 | • | |||||
| Controleer of het nodig is olie te verversen4,5)versnellingsbak/hydraulisch systeem | - | ○ | ○ | ||||
1) Eerste verversing na 5 uur. Vervang om de 25 uur bij zware belasting of hoge temperatuur. 2) Onder stof ge omstandigheden moet het reinigen en vervangen vaker plaatsvinden. 3) Bij dagelijks gebruik van de zitmaaier moet het smeren twee keer per week worden uitgevoerd. 4) Wordt uitgevoerd door een bevoegde onderhoudswerkplaats. 5) Alleen Rider 155 AWD. De eerste vervanging na 8 uur.
●= Wordt beschreven in deze gebruiksaanwijzing
O= Wordt niet beschreven in deze gebruiksaanwijzing.

WAARSCHUWING!
Er mogen geen servicemaatregelen aan motor of maaikast worden uitgevoerd als niet:
- De motor is afgezet. • De handrem is aangetrokken.
- De contactsleutel is verwijderd.
- De maaikast is ontkoppeld.
- De ontstekingskabel is verwijderd van de bougie.
Schoonmaken
Maak de machine direct na gebruik schoon.
Het is veel makkelijker maairesten weg te spoelen als ze nog niet vast gedroogd zijn.
Olieresten kunnen worden opgelost met een koud ontvettingsmiddel. Breng een dunne laag aan.
Afspoelen met gewoon water (waterleidingdruk).
Richt de straal niet op elektrische componenten of lagers.
Spoel geen hete oppervlakken af, zoals de motor en het uitlaatgassysteem.
Na het schoonmaken raden wij aan de motor te starten en het maaidek enige tijd te laten draaien, zodat het overgebleven water wordt weggeblazen.
Smeer de machine indien nodig na het schoonmaken.
Smeer bij voorkeur een keer extra wanneer lagers blootgesteld zijn aan ontvettingsmiddel of de waterstraal.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Spoel niet met de hogedrukspuit of stoom.
Het risico is groot dat er water in de lagers en de elektrische aansluitingen komt. Dat kan leiden tot roestvorming, waardoor storingen in de werking optreden. Het toevoegen van een schoonmaakmiddel verergert gewoonlijk de schade.

Demonteren van de kappen van de zitmaaier
De motorkap
De motor wordt bereikbaar voor onderhoud als de motorkap is opgeklapt.
Klap de zitplaats naar voren, maak de rubberen clip onder de zitplaats los en klap de kap achterover.

Maak de snelsluiting van de frontkap los en til de kap van zijn plaats.

Demonteer de knop (1), de schroeven (2 en 3) en til de kap van zijn plaats.

Maak de bouten in de vleugelkap (2 stuks) los en til de kap van zijn plaats.

De besturing wordt geregeld met behulp van kabels.
Deze kunnen zich nadat de zitmaaier een tijd in gebruik is geweest, uitrekken, hetgeen betekent dat de afstelling van de besturing gewijzigd kan zijn.
De besturing wordt gecontroleerd en afgesteld op de volgende manier:
- Demonteer de frameplaat door de bouten los te maken (2 stuks aan iedere kant).

- Controleer hoe gespannen de besturingskabels zijn door ze samen te klemmen bij de pijlen volgens de afbeelding. De kabels moeten samen kunnen worden geklemd zodat de afstand tussen hen half zo groot wordt, zonder al te veel kracht te gebruiken.

- Indien nodig kunnen de kabels gespannen worden door de stelmoeren aan iedere kant van de stuurkrans aan te draaien. Span de kabels niet te hard aan, ze moeten alleen tegen de stuurkrans getrokken worden.
Hou de kabel tegen zodat deze niet ineen draait. Als u alleen de ene kant spant, kan de middenstand van het stuur wijzigen.
Controleer de kabelspanning volgens punt 2 na de uitgevoerde afstelling.

Afstellen van parkeerrem Rider 155
De parkeerrem wordt als volgt afgesteld:
- Maak de borgmoeren (1) los.
- Span de kabel met de stelschroef (2) tot alle speling in de kabel verdwijnt.
- Draai de borgmoeren (1) vast.
- Nadat het afstellen gereed is, moet de parkeerrem opnieuw gecontroleerd worden.

WAARSCHUWING! Een slecht afgestelde parkeerrem kan leiden tot verminderd remvermogen.

Afstellen van parkeerrem Rider 155 AWD
Controleer of de parkeerrem goed is afgesteld door de machine op een helling te zetten met ontkoppelde voor- en achterassen. Schakel in en vergrendel de parkeerrem. Indien de machine niet stil staat, moet u de parkeerrem als volgt afstellen.
- Verwijder de linker vleugelkap.
- Maak de borgmoeren (1) los.
- Strek de kabel met de afstelschroef (2) totdat alle speling in de kabel verdwijnt.
- Draai de borgmoeren (1) vast.
- Na een uitgevoerde afstelling moet de rem opnieuw worden gecontroleerd.
- Plaats de linker vleugelkap.

WAARSCHUWING! Een slecht afgestelde rem kan leiden tot een verminderd rem vermogen.

Als de motor niet reageert zoals het hoort bij gas geven of als het maximale toerental niet wordt bereikt, kan het nodig zijn de gaskabel af te stellen.
- Maak de klemschroef (bij de pijl) los en schuif de gashendel naar de chokestand.
- Trek de buitenhuls van de gaskabel zo ver mogelijk naar rechts en controleer of de choke volledig geactiveerd is.
- Zet de klemschroef weer vast.
- Trek de gashendel terug naar de volgas-stand en controleer of de choke niet langer geactiveerd is.

Controle van geluiddemper
Controleer regelmatig of de geluiddemper heel is en of deze goed vast zit.
Temperatuurvariaties en trillingen kunnen betekenen dat het aanhaalmoment van de bouten afneemt. Om te zorgen voor het juiste moment moeten de bouten bij iedere servicegelegenheid worden gecontroleerd. Het aanhaalmoment moet ca. 10 Nm zijn. Gebruik nooit een kapotte geluiddemper.

WAARSCHUWING!
Tijdens en enige tijd na het gebruik is de geluiddemper erg warm. Aanraking kan leiden tot brandwonden. Denk om het brandgevaar.

8009-683
ONDERHOUD
Vervangen van het brandstof Iter
Vervang het op de leiding gemonteerde brandstof I-ter iedere 100 uur (een keer per seizoen) of vaker als het verstopt is.
Vervang het Iter op de volgende wijze:
- Klap de motorkap omhoog.
- Haal de slangklemmen weg bij het filter. Gebruik een platte tang.
- Trek het Iter los van de slanguiteinden.
- Druk het nieuwe Iter in de slanguiteinden. Indien nodig kan een zeepoplossing worden aangebracht op de Iteruiteinden om de montage te vergemakkelijken.
- Zet de slangklemmen weer terug bij het Iter.
Vervangen van luchtfilter
Als de motor zwak lijkt of onregelmatig loopt kan de oorzaak zijn dat het lucht Iter is verstopt.
Het is daarom belangrijk om met regelmatige tussenpozen het lucht Iter te vervangen (zie het onderhoudsschema voor de juiste onderhoudsintervallen).
- Klap de motorkap omhoog.
- Draai de vleugelmoer (A) boven op het lucht Iter los en haal het deksel weg.
- Verwijder voorzichtig de voorreiniger. Was de voorreiniger en olie deze om de 25 bedrijfsuren in.
Was de voorreiniger in warm water met afwasmiddel. Spoel de voorreiniger met schoon warm water af. Knijp het water eruit (niet wringen om scheuren te voorkomen). Laten drogen voordat u een beetje verse motorolie aanbrengt en de voorreiniger over het papier liter installeert.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Gebruik geen perslucht om het papieren Iter te reinigen.
De Iters mogen niet geolied worden. Ze moeten droog gemonteerd worden.
- Vervang het papier Iter om de 100 uur of wanneer het met vuil verstopt is. Draai de vleugelmoer (B) los en verwijder het papierfilter.

- U kunt het papier Iter voorzichtig tegen een hard oppervlak slaan om stof te verwijderen. Probeer het niet te wassen of met perslucht schoon te maken.
- Plaats het papier Iter en controleer of het goed op zijn plaats zit. Draai de vleugelmoer van het papier Iter vast en installeer de voorreiniger over het papier Iter.
- Plaats het lucht Iterdeksel en draai de vleugelmoer vast.

Controleren van het zuurniveau in de accu
Controleer of het zuurniveau van de accu ligt tussen de markeringen. Bij bijvullen mag alleen gedestilleerd water worden gedaan in de cellen.

WAARSCHUWING!
Maatregelen bij contact met het zuur
Uitwendig: Spoel rijkelijk met water.
Inwendig: Drink grote hoeveelheden water of melk. Ga zo snel mogelijk naar een arts.
Ogen: Spoel rijkelijk met water. Ga zo snel mogelijk naar een arts.
De accu geeft een explosief gas af. Vonken, vlammen en sigaretten mogen absoluut niet in de buurt van de accu komen.

6008-013
ONDERHOUD
Ontstekingssysteem
De motor is voorzien van een elektronische ontsteking. Alleen de bougie heeft onderhoud nodig.
Aanbevolen bougie, zie hoofdstuk "Technische gegevens".
BELANGRIJKE INFORMATIE
Een verkeerd type bougie kan de motor beschadigen.
- Trek de bougiedop los en maak het rond de bougie schoon.
- Verwijder de bougie met een 5/8" (16 mm) bougiesleutel.
- Controleer de bougie. Vervang de bougie wanneer de elektroden rondom verbrand zijn of wanneer de isolator gescheurd of beschadigd is. Maak de bougie schoon met een staalborstel als die moet worden gebruikt.
- Meet de elektrodenafstand met een voelermaat. De afstand moet 1,02 mm (0,040") zijn. Stel de afstand indien nodig af door de massaelektrode te buigen.
- Schroef de bougie met de hand terug om te voorkomen dat het schroefdraad beschadigd raakt.
- Nadat de bougie is geplaatst, moet u deze aandraaien met 38-43 Nm (28-32 Ibft).
- Zet de bougiedop terug.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Een bougie, die niet goed is aangedraaid, kan oververhitting veroorzaken en de motor beschadigen. Een bougie, die te hard is aangedraaid, kan het schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Draai de motor niet rond met een verwijderde bougie of een losgemaakte ontstekingskabel.
Controle van veiligheidssysteem Rider 155
De zitmaaier is uitgerust met een veiligheidssysteem dat starten of rijden onder de volgende condities verhindert.
De motor moet alleen gestart kunnen worden wanneer het maaielement omhoog getild is en de hydrostaatpedalen in neutraalstand staan.
De bestuurder hoeft niet op de bestuurderszitting te zitten.
Controleer dagelijks of het veiligheidssysteem werkt door te proberen om de motor te starten wanneer aan een van deze voorwaarden niet is voldaan. Kies een andere voorwaarde en probeer het opnieuw.
Controleer of de motor uitgaat als je even van de bestuurdersstoel opstaat wanneer het maaielement in uitgeklapte stand staat of de hydrostaatpedalen niet in neutraalstand staan.

Startmotor

Functioneert

Ontstekings-
systeem

Functioneert
niet
![graph TD A["Motor Start"] --> B["Motor Switch"] C["Motor Stop"] --> D["Motor Switch"] E["Motor End"] --> F["Motor Switch"] G["Motor Start"] --> H["Motor Switch"] I["Motor Stop"] --> J["Motor Switch"] K["Motor End"] --> L["Motor Switch"] B --> M["Capacitor 1"] B --> N["Capacitor 2"] D --> O["Capacito…](/content/2026/06/1151633/images/ddae0f601ded5468c98c790745ffd053696d96a607dd2f518ac0e359afb22bfb.jpg)
Rider 155
Controle van veiligheidssysteem Rider AWD
De zitmaaier is uitgerust met een veiligheidssysteem dat starten of rijden onder de volgende condities verhindert.
De motor moet alleen gestart kunnen worden wanneer het maaielement omhoog getild is en de hydrostaatpedalen in neutraalstand staan.
Rider 155 AWD. De motor moet alleen gestart kunnen worden wanneer het maaielement omhoog getild is en de parkeerrem ingeschakeld is.
De bestuurder hoeft niet op de bestuurderszitting te zitten.
Controleer dagelijks of het veiligheidssysteem werkt door te proberen om de motor te starten wanneer aan een van deze voorwaarden niet is voldaan. Kies een andere voorwaarde en probeer het opnieuw.
Controleer of de motor uitgaat als je even van de bestuurdersstoel opstaat wanneer het maaielement in uitgeklapte stand staat of de hydrostaatpedalen niet in neutraalstand staan.

Startmotor

Functioneert

Ontstekings-
systeem

Functioneert
niet
![graph TD A["Motor"] --> B["Switch"] C["Battery"] --> B D["Switch"] --> B B --> E["Motor"] B --> F["Switch"] B --> G["Switch"] E --> H["Motor"] E --> I["Switch"] F --> J["Motor"] F --> K["Switch"] G --> L["Motor"] G --> M["Switch"] H --> N["Motor"] H --> O["Switch"] I --> P["Motor"] I --> Q["Switch"]…](/content/2026/06/1151633/images/a825b9c9300000eb629d886d706c93baa940ce203c22fe251043a1bfcd13911e.jpg)
Rider 155 AWD
8009-153
ONDERHOUD
Hoofdzekering
De zekering zit in een losse houder onder het deksel van de accubak, voor de accu. Type Platte stift, 15 A.
Gebruik geen andere zekering bij het vervangen. Een gesprongen zekering geeft aan dat de stift verbrand is. Trek de zekering uit de houder om te vervangen. De zekering dient ter bescherming van het elektrisch systeem. Wanneer hij in korte tijd weer springt, komt dit door een kortsluiting die verholpen moet worden voordat de machine weer in gebruik genomen wordt.
Controle van de spanning van de banden
De spanning van de banden moet zijn 60 kPa (0.6 kg/cm²/8.5 PSI) voor alle wielen.
Om het aandrijfvermogen te verbeteren, kan de spanning voor de achterbanden worden verminderd tot 40 kPa (0.4 kg/cm²/5.6 PSI).
Hoogste toegestane spanning is 100 kPa (1.0 kg/cm²/14 PSI).
BELANGRIJKE INFORMATIE
Een verschillende spanning in de voorbanden brengt met zich mee dat de messen het gras maaien op een verschillende hoogte.
Controle van de koelluchtinlaat van de motor
Maak het luchtinlaatrooster in de motorkap achter de bestuurderszitting schoon.
Klap de motorkap omhoog.
Controleer of de koelluchtinlaat van de motor vrij is van gebladerte, gras en vuil.
Controleer de luchtleiding, die aan de onderkant van de motorkap zit, of deze schoon is en niet tegen de koelluchtinlaat schuurt.
Bij een verstopte koelluchtinlaat wordt de koeling van de motor slechter, hetgeen kan leiden tot schade aan de motor.

WAARSCHUWING!
De koelluchtinlaat draait rond wanneer de motor loopt. Pas op uw vingers.

Luchtinlaatrooster
8009-431

8009-470
Koelluchtinlaat
ONDERHOUD
Monteren van het maai-element
- Plaats de Rider op een vlakke ondergrond en activeer de parkeerrem. Controleer of de hendel voor het instellen van de maaihoogte in de laagste stand staat.
Zorg ervoor dat er steunwielen op het maai-element (1) zijn gemonteerd.
- Pak de handgreep aan de voorkant (BioClip 90) of het frame van het maai-element (2) beet en schuif het element onder de zitmaaier, let erop dat het lipje (3) van het element goed terecht komt.

- Plaats de bout en zet deze met een borgspie vast.

WAARSCHUWING! Neem voorzichtigheid in acht zodat uw hand niet bekneld raakt.

- Druk het frame naar beneden en zet de spie vast. Plaats de aandrijfriem om het drijfwiel van het element.
- Haak de stang voor de hoogte-instelling vast.
- Monteer de frontkap.
- Zet de veer van het spanwiel vast, zie de cirkel op onderstaande tekening.

Controleren en afstellen van de druk op de ondergrond van de maaikast
Om het beste maairesultaat te bereiken moet de maaikast de ondergrond volgen zonder daar al te stevig tegen aan te liggen.
De druk wordt afgesteld met een schroef aan iedere kant van de zitmaaier.
- Controleer de luchtdruk van de banden 60 kPa (0.6 kp/cm²/8.5 PSI).
- Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
- Zet de hefstang in maaistand.
- Plaats een badkamerweegschaal onder het frame van de maaikast (aan de voorkant), zodat het aggregaat rust op de weegschaal. Indien nodig kan een blok worden gelegd tussen het frame en de weegschaal zodat de steunwielen geen gewicht opnemen.
- Stel de druk op de ondergrond van de kast af door de stelschroeven die geplaatst zijn achter de voorwielen aan beide zijden in of uit te schroeven.
De druk moet liggen tussen 12 en 15 kg (26.5 - 33 lb).
Controleren van de parallelliteit van de maaikast
Controleer de parallelliteit van de maaikast op de volgende wijze:
- Controleer de luchtdruk van de banden 60 kPa (0.6 kp/cm²/8.5 PSI).
- Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
- Zet de hefstang in maaistand.
- Meet de afstand tussen de grond en de rand van het element, aan de voor- en de achterkant van de kap. Het element moet licht hellen, waarbij de achterkant 2-4 mm (1/8") hoger moet zijn dan de voorkant.
Afstelling van de parallelliteit van het maaikast
- Demonteer de frontkap en de rechter vleugelkap volgens de beschrijving op blz. 24.
- Maak de moeren van de parallelliteitsstang los.
- Schroef de stang uit (verlengen) om de achterkant van de kap te verhogen.
Schroef de stang in (verkorten) om de achterkant van de kap te verlagen.
- Haal na het afstellen de moeren aan.
- Nadat het afstellen is voltooid moet de parallelliteit van het element opnieuw worden gecontroleerd.
- Monter de rechter vleugelkap en de frontkap.

Demonteren van het maai-element

WAARSCHUWING! Draag een veiligheidsbril bij het demonteren van de maaikast. De veer die de riem spant kan eraf springen en persoonlijk letsel veroorzaken.
- Voer de punten 1-9 uit om het maaielement in servicestand te zetten, zie "Servicestand voor maaielement" op bladzijde 37.
- Verwijder de bout (3) en til het maaielement weg.
Het monteren van het maai-element geschiedt in omgekeerde volgorde van het demonteren.
Bij montage: Let goed op dat de "tong" van het element in de juiste stand in de beugel aan de onderkant van de machine terecht komt.

Vervangen van de riemen van het maai-element
Combi 103, 112
Op deze maai-elementen met "botsbeveiligde" messen worden de messen aangedreven door één V-snaar. Ga als volgt te werk om de V-snaar te vervangen:
- Verwijder het maai-element, zie pagina 36.
- Maak de bout van de parallelstang los en de twee schroeven op de kap. Til de kap van het maai-element af.
- Maak de veer los die de V-snaar spant en haal de snaar eraf.
De montage van de nieuwe riem gebeurt in omgekeerde volgorde.

Servicestand voor maai-element
Om bij schoonmaken, reparatie en service goed bij het element te kunnen, kan dit in servicestand gezet worden. De servicestand houdt in dat het element omhoog geklapt is en vergrendeld in verticale positie.
- Zet de machine recht neer. Activeer de parkeerrem (A). Zet het maai-element op de laagste maaihoogte (B) en laat het element zakken.

8009-437
- Verwijder de frontkap door de borgspie los te maken. (Aan de binnenkant van de frontkap zit een complete instructie voor de servicestand).

- Maak de twee steunwielen los, die onder de frontkap zitten.

- Monteer de twee steunwielen aan beide kanten van het achterdeel van het element.

WAARSCHUWING!
Draag een veiligheidsbril bij het demonteren van de maaikast. De veer die de riem spant kan eraf springen en persoonlijk letsel veroorzaken.
- Maak de veer van de spanrol van de aandrijfriem los.

- Zet een voet vlakbij het wiel aan de voorkant van het element en til de voorzijde van het element op om de stang voor de hoogteinstelling makkelijker los te kunnen maken. Zet de stang vast in de houder.

WAARSCHUWING! Neem voorzichtigheid in acht zodat uw hand niet bekneld raakt.
- Til de aandrijfriem eraf (1). Trek vervolgens de borgspie (2) eruit.
Neem voorzichtigheid in acht zodat uw hand niet klem komt te zitten.
-
Trek het frame naar voren en plaats de splitpen terug.
-
Pak de voorkant van het element beet, trek het uit en breng het omhoog naar de servicestand.
Als de cilindrische bout waarmee het maaielement nu vast zit wordt weggehaald, kan het maaielement eraf getild worden.
Uit servicestand halen
Terugkeer uit servicestand gebeurt in omgekeerde volgorde van "In servicestand zetten". Let erop dat de tong van het maaielement in de beugel aan de onderkant van de machine valt, zie afbeelding.

Controle van de messen
Om het beste maairesultaat te bereiken is het belangrijk dat de messen niet beschadigd zijn en dat zij goed zijn geslepen.
Controleer of de bevestigingsbouten van de messen zijn vastgedraaid.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Het vervangen of slijpen van de messen moet worden uitgevoerd door een bevoegde onderhoudswerkplaats.
Nadat de messen geslepen zijn moeten ze uitgebalanceerd worden.
Bij een aanrijding met een hindernis waarbij schade is ontstaan, moeten beschadigde messen vervangen worden. Laat de servicewerkplaats beoordelen of het mes gerepareerd/geslepen kan worden of weggegooid moet worden.

Verwijderen van BioClip-plug (Combi)
Om een Combimaai-element om te zetten van BioClip-functie naar een maai-element met achteruitworp verwijdert u de BioClip-plug, die met drie bouten onder het maai-element vast zit.
- Zet het maai-element in servicestand, zie "In servicestand zetten".
- Verwijder de drie bouten waarmee de BioClip- plug vastzit en haal de plug weg.
- Tip: Monteer drie bouten M8x15 mm met volledig schroefdraad in de gaten om daar het schroefdraad te beschermen.
- Zet het maai-element weer in normale stand terug.
Het plaatsen van de BioClip-plug gebeurt in omgekeerde volgorde.

Verwijderen van BioClip-plug
8009-289
SMEREN
Controlere van het oliepeil van de motor
Controleer het oliepeil in de motor als de zitmaaier horizontaal staat met gestopte motor.
Klap de motorkap omhoog volgens de beschrijving op blz. 19.
Maak de peilstok los en trek deze omhoog. Maak de stok droog en monteer deze weer.
De peilstok moet helemaal zijn ingeschroefd.
Maak daarna de peilstok los en trek deze weer omhoog. Lees het oliepeil af.
Het oliepeil moet liggen tussen de markeringen op de peilstok. Als het peil in de buurt komt van het "ADD"-merkteken, vul dan olie bij tot het "FULL"-merkteken op de peilstok.
Olie wordt bijgevuld via hetzelfde gat als waarin de peilstok zit.
Vul langzaam olie bij. Draai de peilstok goed vast voordat u de motor start. Start de motor en laat deze ca. 30 seconden stationair lopen. Zet de motor uit. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil. Vul indien nodig bij tot de olie bij het "FULL"-teken op de peilstok komt.
Gebruik op de eerste plaats synthetische motorolie klasse SJ-CF 5W/30 of 10W/30 voor elk temperatuurbereik. Minerale olie SAE30, klasse SF-CC kan gebruikt worden bij een temperatuur van >+5°C (40°F).
Meng verschillende oliesoorten niet door elkaar.
Verversen van de motorolie
De motorolie moet de eerste keer worden vervangen na vijf gebruiksuren. Daarna moet verversing plaatsvinden na iedere 50 gebruiksuren.
Bij zware belasting of hoge temperatuur, vervangt u de olie om de 25 bedrijfsuren.

WAARSCHUWING! De motorolie kan zeer warm zijn als deze wordt afgetapt direct na het stoppen. Laat daarom de motor eerst wat afkoelen.
-
Plaats een opvangbak onder de aftapplug van de motor, die zit aan de linkerkant van de motor.
-
Verwijder de peilstok en de aftapplug (A).
-
Laat de olie in de opvangbak lopen.
-
Monteer de aftapplug en draai deze vast.
-
Vul olie bij tot het "FULL"-merkteken op de peilstok. Het bijvullen van olie gebeurt door hetzelfde gat als waarin de peilstok zit. Zie "Controle van het oliepeil van de motor" hierboven voor vulinstructies. In de motor gaat ca. 1.9 liter (1.8 Usqt) olie.
-
Laat de motor warmlopen, controleer daarna of er geen lekkage voorkomt bij de olieplug.

Gebruikte motorolie is schadelijk voor de gezondheid en mag volgens de wet niet op de grond of in de natuur worden gegoten, maar moet worden ingeleverd bij een werkplaats of een daarvoor aangewezen plaats voor verwerking.
Vermijd contact met de huis, wassen met zeep en water bij eventueel knoeien.
SMEREN
Olie Iter vervangen
Vervang het olie Iter om de 200 bedrijfsuren. Tap eerst de olie af via de plug aan de onderkant van het Iter. Verwijder het oude Iter met een olie Itergereedschap. Smeer de rubberen afdichting met nieuwe olie, installeer het Iter vervolgens door het met de hand stevig naar rechts te draaien. Draai het Iter vervolgens nog een + slag vast. Controleer of de aftapplug weer is geïnstalleerd, voor u de motor start.
Start de motor en controleer op lekkage.
Controleren van het oliepeil van de transmissie
- Verwijder de kap op de transmissie. Maak de beide schroeven los (een aan iedere kant) en til de transmissiekap eraf.

- Controleer of er olie in de olietank van de transmissie zit. Vul indien nodig bij met motorolie.
Rider 155: SAE 10W/30 (klasse SF-CC)
Rider 155 AWD: SAE 10W/40 (klasse SF-CC)
Olie verversen wordt gedaan door een erkende servicewerkplaats en wordt in het werkplaatshandboek beschreven.
Filters worden vervangen op het moment dat olie wordt ververst.
Maatregelen aan het systeem stellen bijzondere eisen aan netheid en het systeem moet worden ontlucht voor de machine in gebruik wordt genomen.

Smeren van riemspanner
De riemspanner moet regelmatig ingevet worden met molybdeendisul devet van goede kwaliteit*. 1 nippel vanaf de rechterkant onder de onderste poelie van de motor, tot er vet uitkomt.
Bij dagelijks gebruik moet het smeren twee keer per week worden uitgevoerd.

Alle gewrichten en lagers zijn bij de produktie gesmeerd met molybdendisul devet. Nasmeren met hetzelfde type vet*. Smeer de besturings- en bedieningskabels met motorolie.
Voer deze smering regelmatig uit, bij dagelijks gebruik van de machine moet de smering twee keer per week worden uitgevoerd.
* Vet van bekende merken (oliemaatschappijen enz.) is normaliter van goede kwaliteit. De belangrijkste eigenschap is dat het vet een goede bescherming tegen corrosie biedt.
STORINGSSCHEMA
Probleem Maatregel
| De motor start niet • Geen brandstof in de brandstoftank | |
| • Bougie defect• Bougie-aansluiting defect• Vuil in de vergasser of de brandsto eiding | |
| De startmotor krijgt • Accu leegde motor niet rond • Slecht contact tussen kabel en accupool | |
| • Hendel voor de maaikast in verkeerde stand• Hoofdzekering kapot. De zekering is geplaatst voor de accu, onder de accukap.• Contactslot kapot• Versnellingshendel/hydrostaat-pedaal niet in neutrale stand• Hydrostaatpedalen niet in neutrale stand | |
| De motor loopt • Bougie defectonregelmatig • Vergasser verkeerd afgesteld | |
| • Lucht Iter verstopt• Ventilatie van de brandstoftank verstopt• Ontstekingsafstelling verkeerd• Vuil in de brandsto eiding• Choken of verkeerd afgestelde gaskabel | |
| De motor lijkt zwak • Het lucht Iter verstopt | |
| • De bougie defect• Vuil in vergasser of brandsto eiding• Vergasser verkeerd afgesteld• Choken of verkeerd afgestelde gaskabel | |
| De motor raakt • De motor overbelastoververhit • Luchtinlaat of koel enzen verstopt | |
| • Ventilator beschadigd• Te weinig of geen olie in de motor• Voorontsteking niet goed• De bougie defect | |
| De accu wordt niet • Een of meer cellen kapotopgeladen • Slecht contact tussen accupolen en kabels | |
| De zitmaaier trilt • De messen zitten los | |
| • De motor zit los• Onbalans tussen een of meer messen, veroorzaakt door schade of slechte balancering na het slijpen | |
| Ongelijkmatig maai-resultaat | • Messen bot• Maaikast scheef afgesteld• Lang of nat gras• Grasopeenhoping onder de kap• Verschillende spanning in de banden aan de rechter en linker kant• Te hoge rijsnelheid• De aandrijfriem slipt |
Winterstalling
Aan het eind van het maaiseizoen moet de zitmaaier onmiddellijk in orde worden gemaakt voor stalling, ook als deze langer dan 30 dagen niet gebruikt gaat worden. Brandstof die lange perioden in de tank blijft (30 dagen of meer) kan kleverige afzettingen produceren, die de vergasser kunnen verstoppen en de werking van de motor kunnen verstoren.
Een brandstofstabilisator is een acceptabel alternatief als het erom gaat kleverige afzettingen tijdens de stalling te voorkomen. Als alkylaatbenzine (Aspen) werd gebruikt, hoeft men geen stabilisator toe te voegen, daar deze brandstof stabiel is. Daarentegen moet men vermijden standaard- en alkylaatbenzine afwisselend te gebruiken, daar gevoelige rubberen onderdelen dan hard kunnen worden. Voeg stabilisator toe aan de brandstof in de tank of het opbergreservoir.
Gebruik altijd de mengverhouding die door de fabrikant van de stabilisator wordt aangegeven. Laat de motor minstens 10 minuten lopen na toevoeging van de stabilisator, zodat de stabilisator tot bij de vergasser komt. Maak de brandstoftank en de vergasser niet leeg als stabilisator is toegevoegd.

WAARSCHUWING!
Stal een motor met brandstof in de tank nooit binnenshuis of in slecht geventileerde ruimten, daar brandstofdampen in contact kunnen komen met open vuur, vonken of een waakvlam, zoals in een verwarmingsketel, een geiser, een droger etc.
Hanteer de brandstof met voorzichtigheid. Deze is zeer snel ontvlambaar en onachtzaam gebruik kan zwaar persoonlijk letsel en schade aan eigendommen veroorzaken. Tap de brandstof af in een goedgekeurd reservoir buitenshuis en op geruime afstand van open vuur. Gebruik nooit benzine voor het reinigen. Gebruik in plaats daarvan ontvettingsmiddel en warm water.
Om de zitmaaier klaar te maken voor stalling, deze stappen volgen:
- Maak de zitmaaier zorgvuldig schoon, in het bijzonder onder de maaikast. Herstel lakbeschadigingen om roestaanvallen te voorkomen.
- Inspecteer de zitmaaier op beschadigde of versleten onderdelen en draai evt. losse bouten en moeren vast.
- Ververs de olie in de motor, zorg dat de afgewerkte olie een goede bestemming krijgt.
- Maak de benzinetank leeg. Start de motor en laat deze lopen totdat er ook geen benzine meer zit in de vergasser.
- Verwijder de bougie en giet ong. een eetlepel motorolie in de cilinder. Draai de motor rond zodat de olie verdeeld wordt en schroef de bougie weer vast.
- Smeer alle smeernippels, gewrichten en assen.
- Verwijder de accu. Maak deze schoon, laad hem op en bewaar hem op een koele plaats.
8 Stal de zitmaaier schoon en droog en breng een bedekking aan als extra bescherming.
Bescherming
Ter bescherming van uw machine bij opslag of vervoer is een hoes verkrijgbaar. Neem contact op met uw dealer voor een demonstratie.
Service
Bij het bestellen van reserve-onderdelen moet het jaar van aankoop van de zitmaaier en het model-, type- en serienummer worden vermeld.
Er moeten altijd originele reserve-onderdelen worden gebruikt.
Een jaarlijkse controle of groot onderhoud door een bevoegde servicewerkplaats is een goede manier om ook het daaropvolgende seizoen optimaal plezier te hebben van uw zitmaaier.

Spoorbreedte voor 715 mm/2.34 ft 715 mm/2.34 ft
Spoorbreedte achter 625 mm/2.05 ft 625 mm/2.05 ft
Bandenafmeting 16 x 6.50 x 8 16 x 6.50 x 8
Bandenspanning, voor en achter 60kPa (0.6 kp/cm²/8.5 PSI) 60kPa (0.6 kp/cm²/8.5 PSI)
Max. toegestane helling 15° 15°
Motor
| Fabrikaat | Kohler Engines model CV15 | Kohler Engines model CV15 |
| Vermogen | 11.4/15.5 kW/pk 11.4/15.5 kW/pk | |
| Cilinderinhoud | 426 cm3/26 cuin | 426 cm3/26 cuin |
| Brandstof | Min. 87 octaan ongelood(Research min. 90 octaan)(Gasohol < 10% ethylalcohol of MTBE < 15% - volumeprocent) | Min. 87 octaan ongelood(Research min. 90 octaan)(Gasohol < 10% ethylalcohol of MTBE < 15% - volumeprocent) |
| Tankinhoud | 7 liter/7.4 USqt | 7 liter/7.4 USqt |
| Olie synthetisch | SAE 10W/30 SAE 10W/30(SAE 5W/30 onder het vriespunt)klasse SG of SH | (SAE 5W/30 onder het vriespunt)klasse SG of SH |
| Hoeveelheid 1.9 liter/1.8 USqt | 1.9 liter/1.8 USqt | |
| Start | Elektrisch | Elektrisch |
Geluidsemissie en maaibreedte
| Gemeten geluidsvermogen | Combi 103: 99 dB(A) | Combi 103: 99 dB(A) |
| Combi 112: 100 dB(A) | Combi 112: 100 dB(A) | |
| Gegarandeerd geluidsvermogen | 100 dB(A) 100 dB(A) | |
| Maaibreedte 1030 – 1120 mm/40.5" - 44" | 1030 – 1120 mm/40.5" - 44" | |
Elektrisch systeem
| Type | 12 V, min geaard | 12 V, min geaard |
| Accu | 12 V, 24 Ah | 12 V, 24 Ah |
| Bougie | Champion QC12YC,elektrodenafstand=1,02 mm/0.040" | Champion QC12YC,elektrodenafstand=1,02 mm/0.040" |
Versnellingsbak
| Fabrikaat | Tuff Torq K46 | Tuff Torq |
| Olie | SAE 10W/30 klasse SF-CC | SAE 10W/40 klasse SF-CC |
Maaikast
| Type | 3-messenkap Combi1030/1120 mm | 3-messenkap Combi1030/1120 mm |
| Maaibreedte 1030 mm/40.5" (Combi) | 1030 mm/40.5" (Combi) |
| 1120 mm/44" (Combi) | 1120 mm/44" (Combi) |
| Maaihoogtes | 9 standen,40-90 mm/1 9/16" - 3 9/16" | 9 standen,40-90 mm/1 9/16" - 3 9/16" |
| Mesdiameter | 410 mm/16 1/4" (BioClip103) | 410 mm/16 1/4" (BioClip103) |
| 420 mm/16 1/2" (Combi 112) | 420 mm/16 1/2" (Combi 112) |
EG-verklaring van overeenstemming (Geldt alleen voor
Europa)
Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de zitmaaier
Husqvarna Rider 155, Rider 155 AWD met een serienummer uit het jaar 2005 en verder (het jaar met
daaropvolgend een serienummer wordt duidelijk aangegeven op het productplaatje), in overeenstemming is met de voorschriften in
de RICHTLIJN VAN DE RAAD:
- van 22 juni 1998 "betreffende machines" 98/37/EG, bijlage IIA.
- van 3 mei 1989 "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 89/336/EEC, en thans geldende aanvullingen.
- van 8 mei 2000 "betreffende geluidsemissie naar de omgeving" 2000/14/EG.
Voor informatie over geluidsemissie en maaibreedte, zie "Technische Gegevens".
De volgende geharmoniseerde normen zijn van toepassing: EN292-2, EN836.
Aangemelde instantie 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala Zweden heeft een rapport opgesteld met nummer
Rider 155, Rider 155 AWD, Combi 103: 01/901/031
Rider 155, Rider 155 AWD, Combi 112: 01/901/032
met een beoordeling van de overeenstemming conform bijlage VI van de RICHTLIJN VAN DE RAAD van 8 mei 2000 "betreffende geluidsemissie naar de omgeving" 2000/14/EG.
Huskvarna, 3 november 2005

Roger Andersson, Manager R&D/Tuinproducten
Wanneer dit product versleten is en niet langer gebruikt wordt, moet het voor recycling teruggebracht worden naar de dealer of een andere instantie.
Om verbeteringen te kunnen doorvoeren kunnen de speci caties en de vormgeving veranderd worden zonder speciale mededeling.
Denk eraan, dat geen enkele gerechtelijke eis, van welke aard dan ook, kan worden gesteld op grond van de informatie in deze gebruiksaanwijzing.
Gebruik alleen originele onderdelen bij reparaties. Als andere onderdelen worden gebruikt, eindigt de geldigheid van de garantie.
SERVICEJOURNAAL
| Maatregel | Datum, meterstand, stempel, handtekening |
| Leverantieservice | |
| 1. Vul de accu met accuzuur en laad de accu vier uur op. | |
| 2. Monteer het stuur, de zitting en eventuele overige onderdelen. | |
| 3. Stel het maaiaggregaat af:Stel de hefveer af (het "gewicht" van het maaielement moet 12-15 kg/26.5-33 lbs worden). Alleen van toepassing voor BioClip. | |
| Stel het aggregaat zodanig af dat de achterkant ca. 2-4 mm/1/8" hoger is dan de voorkant. | |
| Stel de maaihoogte-instelling van het aggregaat zodanig af dat de maaihoogtebegrenzing bij de laagste maaihoogte 5 mm/3/16" boven de aggregaatarm is. | |
| 4. Controleer of de juiste hoeveelheid olie in de motor zit. | |
| 5. Controleer of de juiste hoeveelheid olie in de transmissie zit. | |
| 6. Controleer de luchtdruk van de banden (60 kPa/0.6 bar/8.5 PSI) en stel deze af. | |
| 7. Sluit de accu aan. | |
| 8. Vul brandstof bij en start de motor. | |
| 9. Controleer of de machine in de neutrale stand niet beweegt. | |
| 10. Controleer:Voorwaarts rijden.Achterwaarts rijden.Messen activeren.Veiligheidsschakelaar in de zitting.Veiligheidsschakelaar in de hefhendel.Veiligheidsschakelaar voor hydrostaatpedalen. | |
| 11. Controleer het motortoerental 2 900±100 tpm. | |
| 12. Controleer de bouten van de geluiddemper (10Nm) | |
| 13. Informeer de klant over:De noodzaak en de voordelen van het volgen van het service-schema.Noodzaak en voordelen van het regelmatig wegbrengen van de machine voor service.De invloed van onderhoud op de tweedehandswaarde van de machine.Het toepassingsgebied van de BioClip.14. Het invullen van het verkoopbewijs etc. | Deze leverantieservice is uitgevoerd.Geen resterende opmerkingen.Schriftelijk verklaard: |
| Na de eerste 5 uur | |
| 1. Ververs de motorolie. |
SERVICEJOURNAAL
| Maatregel | Datum, meterstand, stempel, handtekening |
SERVICEJOURNAAL
| Maatregel | Datum, meterstand, stempel, handtekening |
SERVICEJOURNAAL
| Maatregel | Datum, meterstand, stempel, handtekening |
SERVICEJOURNAAL
| Maatregel | Datum, meterstand, stempel, handtekening |
115 01 81-36