HUSQVARNA Automower 320 - Grasmaaier

Automower 320 - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Automower 320 HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 96 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice HUSQVARNA Automower 320 - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Robotmaaier
Merk Husqvarna
Model Automower 320
Afmetingen (L x B x H) 72 cm x 56 cm x 31 cm
Gewicht 11,8 kg
Accu Lithium-ion, 18 V / 3,2 Ah
Transformator 100-240 V / 28 V
Gemiddelde maaitijd 50-70 minuten
Gemiddelde laadtijd 50-70 minuten
Maaihoogte instelbaar 2-6 cm (9 stappen)
Maaibreedte 24 cm
Maximaal werkgebied 2.200 m²
Maximale helling maaigebied 45%
Geluidsniveau (gemeten) 56 dB (A)
Beveiliging PIN-code, tijdslot, alarm
Zoekmethoden laadstation Onregelmatig, begeleidingsdraad, begrenzingsdraad
Timer Instelbaar per dag, twee periodes per dag
Weertimer Automatische aanpassing maaitijd aan grasgroei
Onderhoud Wekelijks reinigen, messen vervangen, winteropslag
Garantie 2 jaar

Veelgestelde vragen - Automower 320 HUSQVARNA

Hoe installeer ik de Husqvarna Automower 320?
Volg de instructies in de handleiding: plaats het laadstation op een vlakke ondergrond met minimaal 3 meter vrije ruimte ervoor, leg de begrenzingsdraad rond het werkgebied en sluit deze aan op het laadstation. Sluit de transformator aan op een stopcontact en laad de accu op. Start de robotmaaier en voer de initiële installatie uit via het bedieningspaneel.
Hoe laad ik de accu van de Automower 320?
Zet de hoofdschakelaar op stand 1 en plaats de robotmaaier in het laadstation. Het display toont dat de accu wordt opgeladen. De laadtijd is gemiddeld 50-70 minuten.
Hoe stel ik de maaihoogte in?
Druk op de STOP-knop, open de klep en ga naar het menu Maaihoogte. Gebruik de pijltjestoetsen om de hoogte in te stellen tussen MIN (2 cm) en MAX (6 cm). Bevestig met OK. Voor de eerste week na installatie op MAX zetten.
Kan ik de timer gebruiken om maaitijden in te stellen?
Ja, via het menu Timer kunt u twee werkperiodes per dag instellen per dag. U kunt ook de Weertimer gebruiken voor automatische aanpassing aan de grasgroei. De fabrieksinstelling is 24/7 maaien.
Wat moet ik doen bij een foutmelding?
Raadpleeg hoofdstuk 9 van de handleiding. Veelvoorkomende meldingen zoals Buiten maalgebied of Storing laadstation worden verklaard met oorzaak en actie. Via het menu Meldingen kunt u fout- en infomeldingen bekijken.
Hoe onderhoud ik de Automower 320?
Wekelijks: reinig de aandrijfwielen, voorwielen, kap en maaisysteem. Controleer de messen en vervang ze indien nodig. Gebruik nooit een hogedrukreiniger. Voor winteropslag: reinig, laad de accu op en sla de robotmaaier op een droge plaats op.
Hoe vindt de robotmaaier het laadstation terug?
De robotmaaier combineert drie zoekmethoden: onregelmatig patroon, begeleidingsdraad volgen en begrenzingsdraad volgen. U kunt deze instellen in het menu Installatie > Vind laadstation.
Wat is de maximale helling voor de robotmaaier?
Het maaigebied mag een helling hebben tot 45%. De begrenzingsdraad mag niet op een helling van meer dan 20% worden gelegd om vastlopen te voorkomen.
Kan ik de PIN-code wijzigen?
Ja, ga naar Veiligheid > Wijzig PIN-code. Voer de huidige code in, daarna de nieuwe code en bevestig. Noteer de nieuwe code op de daarvoor bestemde plaats in de handleiding.
Hoe vervang ik de messen?
Zet de hoofdschakelaar op 0. Draag handschoenen. Draai de robotmaaier om en verwijder de oude messen en schroeven. Plaats nieuwe messen en schroeven (allemaal tegelijk voor balans). Zie hoofdstuk 8.7 in de handleiding.

Gebruikersvragen over Automower 320 HUSQVARNA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Automower 320 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Automower 320 van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING Automower 320 HUSQVARNA

1 Introductie en veiligheid 3

1.1 Inleiding 3
1.2 Symbolen op het product 4
1.3 Symbolen in de gebruikershandleiding 5
1.4 Veiligheidsinstructies 6

2 Presentatie 9

2.1 Wat is wat? 10
2.2 Inhoud pakket 11
2.3 Werking 11

3 Installatie 15

3.1 Voorbereidingen 15
3.2 Het laadstation installeren 16
3.3 De accu laden 20
3.4 De begrenzingsdraad installeren 21
3.5 De begrenzingsdraad aansluiten 27
3.6 De begeleidingsdraad installeren 28
3.7 De installatie controleren 31
3.8 Ingebruikname en kalibratie 32
3.9 Het dokken in het laadstation testen 32

4 Gebruik

4.1 Een lege accu laden 33
4.2 De timer gebruiken 34
4.3 Starten 34
4.4 Stoppen 35
4.5 Uitschakelen 35

5 Bedieningspaneel

5.1 Bedieningsselectie Starten 37
5.2 Bedieningsselectie Parkeren 38
5.3 Hoofdschakelaar 39
5.4 De PARK-knop van het laadstation 39

6 Menufuncties

6.1 Hoofdmenu 40
6.2 Menustructuur 41
6.3 Timer 42
6.4 Maaihoogte 45
6.5 Veiligheid 46
6.6 Meldingen 48
6.7 Weertimer 49
6.8 Installatie 50
6.9 Instellingen 60
6.10 Accessories 65

7 Voorbeelden van tuinen

8 Onderhoud 71

8.1 Winteropslag 72
8.2 Winterbeurt 72
8.3 Na de winteropslag 73
8.4 Reinigen 73
8.5 Transport en verplaatsing 74
8.6 Bij onweer 74
8.7 Messen 75
8.8 Accu 75

9 Problemen oplossen 76

9.1 Foutmeldingen 76
9.2 Infomeldingen 79
9.3 Indicatielampje in het laadstation 80
9.4 Symptomen 81
9.5 Breuken in de lusdraad opsporen 83

12 Informatie over het milieu 89

12.1 Accu verwijderen om te recyclen 89

13 EG-verklaring van overeenstemming 91

AANTEKENINGEN

Serienummer:
PIN-code:
Dealer:
Dealers telefoonnummer:

Als de robotmaaier wordt gestolen, is het belangrijk om Husqvarna Group AB hiervan op de hoogte te stellen. Neem in dat geval contact op met uw dealer en geef het serienummer van het product door, zodat het product als gestolen kan worden geregistreerd in een internationale database. Dat vormt een belangrijke stap in de diefstalbeveiliging van de robotmaaier en maakt het kopen en verkopen van gestolen robotmaaiers minder aantrekkelijk.

Het serienummer van het product bestaat uit negen cijfers en staat op het productplaatje (te vinden op de binnenkant van het displaydeksel) en de productverpakking.

www.automower.com

1 Introductie en veiligheid

1.1 Inleiding

Gefeliciteerd met uw keuze voor een product van uitzonderlijk hoge kwaliteit. Om het beste uit uw Husqvarna-robotmaaier te halen, moet u weten hoe hij werkt. Deze gebruikershandleiding bevat belangrijke informatie over de robotmaaier, de installatie en het gebruik van het product.

Naast deze gebruikershandleiding is er aanvullende informatie te vinden op de website van Automower®, www.automower.com. Hier vindt u meer hulp en adviezen over het gebruik van het product.

Husqvarna AB werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van zijn producten en behoudt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in het ontwerp, het uiterlijk en de werking van zijn producten aan te brengen.

Om het gebruik van de gebruikershandleiding eenvoudiger te maken, wordt gebruik gemaakt van het volgende systeem:

  • Tekst die cursief is gedrukt, is tekst die verschijnt op het display van de robotmaaier of die verwijst naar een andere sectie van de gebruikershandleiding.
  • Woorden die vet zijn gedrukt, verwijzen naar de knoppen op het toetsenbord van de robotmaaier.
  • Woorden die cursief en in HOOFDLETTERS zijn gedrukt, verwijzen naar de stand van de hoofdschakelaar en de verschillende bedieningsmodi die voor de robotmaaier beschikbaar zijn.

www.automower.com

HUSQVARNA Automower 320 - Inleiding - 1

1001-003

BELANGRIJKE INFORMATIE

Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en gebruik de robotmaaier niet voordat u de instructies hebt begrepen.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 1

WAARSCHUWING

De robotmaaier kan gevaarlijk zijn als u hem verkeerd gebruikt.

HUSQVARNA Automower 320 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Gebruik de robotmaaier nooit wanneer personen, met name kinderen of huisdieren, zich in het maaigebied bevinden.

INTRODUCTIE EN VEILIGHEID

1.2 symbolen op het product

Deze symbolen staan op de robotmaaier. Bestudeer ze zorgvuldig.

  • Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en gebruik de robotmaaier niet voordat u de instructies hebt begrepen. De waarschuwingen en veiligheidsinstructies in deze gebruikershandleiding moeten zorgvuldig worden opgevolgd om de robotmaaier veilig en efficiënt te kunnen gebruiken.
  • De robotmaaier start alleen als de hoofdschakelaar op 1 staat en als de juiste PIN-code is ingevoerd. Zet de hoofdschakelaar op 0 voordat u inspecties en/of onderhoud uitvoert.
  • Blijf op een veilige afstand van de robotmaaier wanneer de robotmaaier in gebruik is. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de draaiende messen. Plaats uw handen of voeten niet in de buurt van of onder de kap wanneer de robotmaaier in gebruik is.
  • Het is niet toegestaan om op de robotmaaier te rijden.
  • Dit product voldoet aan de geldende EC-richtlijnen.
  • Geluidsemissie naar de omgeving. De emissies van het product staan vermeld in hoofdstuk 10 Technische gegevens en op het productplaatje.
  • Het is niet toegestaan om dit product aan het einde van zijn levensduur af te voeren als normaal huishoudelijk afval. Zorg dat het product wordt gerecycled volgens de lokale wettelijke voorschriften.
  • Gebruik nooit een hogedrukreiniger en zelfs geen stromend water om de robotmaaier schoon te maken.

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 1

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 2
1001-002, 1001-003

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 3

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 4
3012-663, 3012-1085

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 5
3018-066

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 6
3012-665

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 7
6001-024

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 8
3012-1059

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 9
3012-689

HUSQVARNA Automower 320 - symbolen op het product - 10
3018-062

INTRODUCTIE EN VEILIGHEID

  • Het chassis bevat onderdelen die gevoelig zijn voor elektrostatische ontlading (ESD). Het chassis is ook een belangrijk deel van het ontwerp van de robotmaaier en moet altijd op professionele wijze worden afgedicht om het product buiten te kunnen gebruiken. Daarom mag het chassis uitsluitend worden geopend door erkende servicemonteurs. Als de afdichting wordt verbroken, kan de garantie volledig of gedeeltelijk komen te vervallen.
  • De laagspanningskabel mag niet worden ingekort, verlengd of gesplitst.
  • Gebruik geen trimmer in de buurt van de laagspanningskabel. Wees voorzichtig bij het knippen van randen waar de kabels liggen.

1.3 Symbolen in de gebruikershandleiding

De volgende symbolen worden in de gebruikershandleiding gebruikt. Bestudeer ze zorgvuldig.

  • Zet de hoofdschakelaar op 0 voordat u inspecties en/of onderhoud uitvoert.
  • Draag altijd handschoenen wanneer u aan het chassis van de robotmaaier werkt.
  • Gebruik nooit een hogedrukreiniger en zelfs geen stromend water om de robotmaaier schoon te maken.
  • Een waarschuwingsbox waarschuwt dat er gevaar voor lichamelijk letsel bestaat wanneer de instructies niet worden opgevolgd.
  • Een informatiebox waarschuwt dat er materiële schade kan ontstaan wanneer de instructies niet worden opgevolgd. De box wordt ook gebruikt als er een kans bestaat dat de gebruiker een fout maakt.

HUSQVARNA Automower 320 - Symbolen in de gebruikershandleiding - 1

1.4 Veiligheidsinstructies

Gebruik

  • De robotmaaier is bedoeld voor het maaien van gras op open en vlakke grondoppervlakken. Hij mag uitsluitend worden gebruikt in combinatie met door de fabrikant aanbevolen apparatuur. Elk ander gebruik is onjuist. De instructies van de fabrikant over bediening/onderhoud en reparaties moeten nauwkeurig worden gevolgd.
  • Gebruik de robotmaaier nooit wanneer personen, met name kinderen of huisdieren, zich in het maalgebied bevinden. Als er zich personen of huisdieren in het maalgebied bevinden, wordt aanbevolen het gebruik van de robotmaaier te plannen wanneer er zich geen personen in het gebied bevinden, bijvoorbeeld 's avonds. Zie 6.3 Timer op pagina 42.
  • De robotmaaier mag uitsluitend worden bediend, onderhouden en gerepareerd door personen die volledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerken van en veiligheidsvoorschriften voor het product. Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en gebruik de robotmaaier niet voordat u de instructies hebt begrepen.
  • Het is niet toegestaan het originele ontwerp van de robotmaaier aan te passen. Alle aanpassingen die gedaan worden, zijn voor eigen risico.
  • Controleer of er geen stenen, takken, gereedschap, speelgoed of andere voorwerpen op het gazon liggen die de messen kunnen beschadigen. Voorwerpen op het gazon kunnen er ook toe leiden dat de robotmaaier hierin vast komt te zitten. Als dat gebeurt, kan het nodig zijn om het voorwerp te verwijderen voordat de maaier verder kan gaan met maaien.
  • Start de robotmaaier volgens de instructies. Wanneer de hoofdschakelaar op 1 staat, moet u uw handen en voeten uit de buurt van de draaiende messen houden. Plaats uw handen of voeten nooit onder de robotmaaier.
  • Til de robotmaaier nooit op en draag hem niet wanneer de hoofdschakelaar in stand 1 staat.
  • Sta niet toe dat de robotmaaier wordt gebruikt door personen die niet weten hoe de robotmaaier werkt en zich gedraagt.
  • De robotmaaier mag nooit in aanraking komen met personen of andere levende wezens. Als een persoon of ander levend wezen in de baan van de robotmaaier komt, moet deze onmiddellijk worden gestopt. Zie 4.4 Stoppen op pagina 35.
  • Gebruik de robotmaaier nooit als er personen – met name kinderen – of huisdieren in de onmiddellijke nabijheid van de machine zijn.
  • Plaats niets boven op de robotmaaier of het bijbehorende laadstation.
  • Gebruik de robotmaaier niet als de maaischijf of de kap beschadigd is. Gebruik het product ook niet met defecte messen, schroeven, moeren of kabels.
  • Gebruik de robotmaaier niet als de hoofdschakelaar niet werkt.

Nederlands - 6

HUSQVARNA Automower 320 - Gebruik - 1

1001-003

HUSQVARNA Automower 320 - Gebruik - 2

  • Schakel de robotmaaier altijd uit via de hoofdschakelaar wanneer de maaier niet wordt gebruikt. De robotmaaier start alleen als de hoofdschakelaar op 1 staat en als de juiste PIN-code is ingevoerd.
  • Gebruik de robotmaaier nooit terwijl er een gazonsproeier aanstaat. Gebruik in dat geval de timerfunctie (Zie 6.3 Timer op pagina 42) zodat de robotmaaier en sproeier nooit tegelijkertijd werken.
  • Husqvarna AB kan niet garanderen dat de robotmaaier volledig compatibel is met andere typen draadloze systemen, zoals afstandsbedieningen, radiozenders, ringleidingen, verzonken elektrische afrasteringen voor dieren en dergelijke.
  • Het ingebouwde alarm maakt een zeer hard geluid. Let op, in het bijzonder wanneer de robotmaaier in een gesloten ruimte wordt gehanteerd.

Verplaatsen

Plaats de robotmaaier in de originele verpakking wanneer hij over lange afstanden moet worden vervoerd.

Ga als volgt te werk om het product naar een andere locatie binnen of buiten het werkgebied te verplaatsen:

  1. Druk op de STOP-knop om de robotmaaier te stoppen. Als de beveiliging is ingesteld op middelhoog of hoog niveau (zie 6.5 Veiligheid op pagina 46) moet de. PIN-code worden ingevoerd. De PIN-code bestaat uit vier cijfers en wordt gekozen als de robotmaaier voor het eerst wordt gestart. Zie 3.8 Ingebruikname en kalibratie op pagina 32.
  2. Zet de hoofdschakelaar in stand 0.
  3. Draag de robotmaaier aan de handgreep die zich achter aan het product bevindt. Draag de robotmaaier met de maaischijf van uw lichaam af gericht.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Til de robotmaaier niet op wanneer deze in het laadstation is geparkeerd. Dat kan het laadstation en/of de robotmaaier beschadigen. Druk op STOP en trek de robotmaaier uit het laadstation voordat u hem optilt.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 1

Als de robotmaaier ondersteboven ligt, moet de hoofdschakelaar altijd in stand 0 staan.

De hoofdschakelaar moet in stand 0 staan tijdens alle werkzaamheden aan het chassis van de robotmaaier, zoals het reinigen of vervangen van de messen.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 2

Gebruik nooit een hogedrukreiniger en zelfs geen stromend water om de robotmaaier schoon te maken. Gebruik nooit oplosmiddelen om schoon te maken.

Inspecteer de robotmaaier elke week en vervang beschadigde of versleten onderdelen. De wekelijkse inspectie omvat de volgende punten:

  • Ontdoe het laadstation van gras, bladeren, twijgen en andere voorwerpen die het voor de robotmaaier moeilijk kunnen maken om in het laadstation te dokken.
  • Zet de hoofdschakelaar in stand 0 en trek een paar beschermende handschoenen aan. Draai de robotmaaier ondersteboven. Controleer de volgende punten:

  • Reinig de aandrijfwielen. Gras in de aandrijfwielen kan van invloed zijn op de wijze waarop de maaier op hellingen werkt.

  • Reinig de voorwielen. Gras op de voorwielen en op de voorwielas kan de prestaties nadelig beïnvloeden.
  • Reinig de kap, het chassis en het maaisysteem. Gras, bladeren en andere voorwerpen die het product zwaarder maken, kunnen de prestaties nadelig beïnvloeden.
  • Controleer of alle maaimessen intact zijn. Controleer ook of de bladen vrij kunnen draaien. Voor optimale maairesultaten en een laag energieverbruik moeten de maaimessen regelmatig worden vervangen, zelfs als ze niet gebroken zijn. Alle messen en schroeven moeten wanneer nodig op hetzelfde moment worden vervangen zodat de draaiende onderdelen uitgebalanceerd blijven. Zie 8.7 Messen op pagina 75.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 3

Dit hoofdstuk bevat informatie waarvan u zich bewust moet zijn bij het plannen van de installatie.

Het systeem van een Husqvarna-robotmaaier bestaat uit vier hoofdonderdelen:

- Een robotmaaier die het gazon maait door in principe te bewegen in een willekeurig patroon. De robotmaaier wordt gevoed door een onderhoudsvrije accu.

- Een laadstation waarnaar de robotmaaier automatisch terugkeert wanneer de accu bijna leeg is.

Het laadstation heeft drie functies:

  • Controlesignalen door de begrenzingsdraad verzenden.
  • Controlesignalen door de geleidingsdraden verzenden.
  • Om de accu in de robotmaaier op te laden.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 4

- Een transformator, die is aangesloten tussen het laadstation en een stopcontact van 100V-240V. De transformator wordt op het stopcontact en het laadstation aangesloten via een laagspanningskabel van 10 m. De laagspanningskabel mag niet worden ingekort of verlengd.

Een langere laagspanningskabel is verkrijgbaar als accessoire. Neem contact op met de dealer voor meer informatie.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 5

- Een lusdraad, die in een lus rond het werkgebied voor de robotmaaier wordt gelegd. De lusdraad wordt langs de randen van het gazon en rondom voorwerpen en planten gelegd en vormt een grens waar de robotmaaier niet mag komen. De lusdraad wordt ook als begeleidingsdraad gebruikt.

De bijgeleverde lusdraad is 400 m lang (250 m voor Automower® 320). Als dat niet voldoende is, kunt u extra draad kopen en die met behulp van een koppeling aan de bestaande draad vastmaken.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 6
3012-221

De maximaal toegestane lengte voor de begrenzingslus is 800 m.

PRESENTATIE

2.1 Wat is wat?

HUSQVARNA Automower 320 - Wat is wat? - 1

De nummers in de afbeelding geven het volgende aan:

  1. Kap
  2. Klep voor display en toetsenbord.
  3. Stopknop/Vergrendeling voor het openen van de klep
  4. Bevestiging voor accessoires, bijv. koplampen (niet beschikbaar op Automower® 320)
  5. Voorwiel
  6. Achterwielen
  7. Controlelampje voor de werking van het laadstation, de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad
  8. Contactstrips
  9. Parkeerknop (niet beschikbaar op Automower® 320)
  10. Laadstation
  11. Productplaatje
  12. Display
  13. Toetsenbord
  14. Maaisysteem
  15. Chassiskast met elektronica, accu en motoren

  16. Handvat

  17. Hoofdschakelaar
  18. Maaischijf
  19. Glijplaat
  20. Transformer
  21. Lusdraad voor begrenzingslus en begeleidingsdraad
  22. Laagspanningskabel
  23. Krammen
  24. Aansluitklem voor de lusdraad
  25. Schroeven voor bevestiging van het laadstation
  26. Meetlat voor gebruik bij de installatie van de begrenzingsdraad (de meetlat wordt van de doos afgebroken)
  27. Koppelingen voor de lusdraad
  28. Gebruikershandleiding en beknopte handleiding
  29. Draadmarkeringen
  30. Extra bladen
  31. Alarmsticker
  32. Dvd-rom met volledige gebruikershandleiding

PREsENTATIE

2.2 Inhoud pakket

Uw Automower®-pakket bevat het volgende:

Automower®320 Automower ®330X
Robotmaaier
Laadstation
Transformer
Lusdraad 250 m 400 m
Laagspanningskabel
Krammen 300 stuks 400 stuks
Verbinders 5 stuks 5 stuks
Schroeven laadstation 6 stuks 6 stuks
Inbussleutel
Meetlat
Koppelingen3 stuks 3 stuks
CD
33. Gebruikershandleiding
34. Draadmarkeringen
35. Extra bladen9 stuks 9 stuks
36. Alarmsticker2 stuks 2 stuks

2.3 Werking

Capaciteit

De robotmaaier is geschikt voor gazons tot 3.200 m 2 (2.200 m 2 voor de Automower® 320).

De grootte van het gebied dat de robotmaaier kan maaien, is vooral afhankelijk van de staat van de messen, het soort gras, het groeitempo en de vochtigheid. Ook de vorm van de tuin speelt een rol. Wanneer de tuin voornamelijk uit open gazongebieden bestaat, kan de robotmaaier een groter oppervlak per uur maaien dan wanneer de tuin uit diverse kleine gazons bestaat, die van elkaar worden gescheiden door bomen, bloemperken en doorgangen.

Een volledig geladen robotmaaier maait 130 tot 170 minuten (50 tot 70 minuten voor Automower® 320), afhankelijk van de leeftijd van de accu en de dikte van het gras. Vervolgens laadt de robotmaaier gedurende 50 tot 70 minuten op. De laadtijd kan variëren; die is onder meer afhankelijk van de omgevingstemperatuur.

PREsENTATIE

Maaitechniek

Het maaisysteem van de Husqvarna-robotmaaier is efficiënt en energiezuinig. In tegenstelling tot gewone gazonmaaiers snijdt de robotmaaier het gras af in plaats van het af te slaan.

Voor het beste resultaat raden we u aan om de robotmaaier vooral bij droog weer te gebruiken. De robotmaaier van Husqvarna kan ook maaien als het regent, maar nat gras blijft makkelijker op de robotmaaier vastzitten en er bestaat een grotere kans dat de robotmaaier op steile hellingen zal slippen.

Voor het beste maairesultaat moeten de messen in goede staat zijn. Houd de messen zo lang mogelijk scherp door het gazon vrij te houden van takken, steentjes en andere voorwerpen die de messen kunnen beschadigen.

Vervang de messen regelmatig voor het beste maairesultaat. Het vervangen van de messen is heel eenvoudig. Zie 8.7 Messen op pagina 75.

Werkmethode

De robotmaaier maait het gazon automatisch. Hierbij wisselen maaien en laden elkaar continu af.

De robotmaaier start met zoeken naar het laadstation wanneer de acculading te laag wordt. De robotmaaier maait niet wanneer hij het laadstation zoekt.

Wanneer de robotmaaier op zoek gaat naar het laadstation, kan hij het laadstation op diverse manieren vinden. Zie Het laadstation vinden op pagina 13.

Als de accu volledig is opgeladen, verlaat de robotmaaier het laadstation en begint in de tuin te maaien op een plaats waar onlangs nog niet is gemaaid. De plaats wordt bepaald door de ingebouwde GPS-ontvanger. Deze functie is alleen beschikbaar bij de Automower® 330X.

De Automower® 320 moet u mogelijk handmatig instellen, om er zeker van te zijn dat het gazon gelijkmatig wordt gemaaid, Zie 6.8 Installatie op pagina 50.

Als de robotmaaier tegen een obstakel rijdt, keert hij om en kiest hij een nieuwe richting.

Sensoren op de voor- en achterkant van de robotmaaier detecteren wanneer de robotmaaier de begrenzingsdraad nadert. De robotmaaier rijdt tot 32 centimeter over de begrenzingsdraad voordat hij omkeert.

HUSQVARNA Automower 320 - Werkmethode - 1

De STOP-knop boven op de robotmaaier wordt vooral gebruikt om de rijdende robotmaaier te stoppen. Als er op de STOP-knop wordt gedrukt, gaat er een klep open en ziet u het bedieningspaneel. De STOP-knop blijft ingedrukt totdat de klep weer wordt gesloten. De geopende klep en de START-knop fungeren samen als startonderbreker.

Alle instellingen van de maaier kunnen via het bedieningspaneel boven op de robotmaaier worden aangepast.

De eerste keer dat de hoofdschakelaar op 1 wordt gezet, wordt een startprocedure opgestart die betrekking heeft op een aantal belangrijke basisinstellingen. Zie 3.8 Ingebruikname en kalibratie op pagina 32.

Bewegingspatroon

Het bewegingspatroon van de robotmaaier is willekeurig en wordt door de robotmaaier zelf bepaald. Een bewegingspatroon wordt nooit herhaald. Het maaisysteem zorgt dat het gazon zeer gelijkmatig en zonder maailijnen van de robotmaaier wordt gemaaid.

Als de robotmaaier in een gebied komt en detecteert dat het gras langer dan gemiddeld is, kan hij het bewegingspatroon aanpassen. Hij kan dan in een spiraalvormig patroon gaan maaien om het gebied met het langere gras sneller te maaien. Dit wordt spiraalvormig maaien genoemd.

Het laadstation vinden

De robotmaaier kan worden ingesteld om het laadstation op een of meer van de drie beschikbare manieren te zoeken. De robotmaaier combineert deze drie zoekmethoden automatisch om het laadstation zo snel mogelijk te vinden, terwijl hij tegelijkertijd probeert om zo weinig mogelijk sporen te vormen.

Via de handmatige instelmogelijkheden kunnen de drie zoekmethoden worden gecombineerd om het zoeken naar het laadstation te optimaliseren voor de vorm van de betreffende tuin; zie 6.8 Installatie op pagina 50.

Zoekmethode 1: Onregelmatig

De robotmaaier rijdt in een onregelmatig patroon totdat hij dicht bij het laadstation komt.

Het voordeel van deze zoekmethode is dat er geen kans bestaat op sporen van de robotmaaier in het gazon. Het nadeel is dat het zoeken soms wat langer kan duren.

HUSQVARNA Automower 320 - Zoekmethode 1: Onregelmatig - 1

Zoekmethode 2: Begeleidingsdraad volgen

De robotmaaier rijdt in een onregelmatig patroon totdat hij bij de begeleidingsdraad komt. Vervolgens volgt de robotmaaier de begeleidingsdraad naar het laadstation.

De begeleidingsdraad is een kabel die vanaf het laadstation bijvoorbeeld richting een afgelegen deel van het werkgebied of door een smalle doorgang wordt gelegd, om vervolgens te worden aangesloten op de begeleidingsdraad. Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28.

Voor de Automower® 330X kunnen twee geleidingsdraden worden gebruikt (slechts één voor Automower® 320).

Deze zoekmethode maakt het voor de robotmaaier makkelijker om het laadstation te vinden in een gebied met veel of grote eilanden, smalle doorgangen of steile hellingen.

Het voordeel van deze zoekmethode is de kortere zoektijd.

Zoekmethode 3: Begrenzingsdraad volgen

De robotmaaier rijdt in een onregelmatig patroon totdat hij bij de begrenzingslus komt. Vervolgens volgt hij de begrenzingslus naar het laadstation. De robotmaaier gaat willekeurig rechtsom of linksom.

Deze zoekmethode is geschikt voor een installatie met een open tuin met brede doorgangen (breder dan circa 3 meter) en geen of slechts enkele kleine eilanden.

Het voordeel van deze zoekmethode is dat er geen begeleidingsdraad hoeft te worden geïnstalleerd.

Het nadeel is dat er langs de begrenzingslus enkele sporen in het gazon kunnen worden gevormd. Bovendien zal de zoektijd langer zijn als de installatie smalle doorgangen of talrijke eilanden bevat.

In de regel wordt deze zoekmethode enkel gebruikt als de robotmaaier het laadstation met behulp van zoekmethode 1 of 2 niet binnen de verwachte tijd kan vinden.

HUSQVARNA Automower 320 - Zoekmethode 3: Begrenzingsdraad volgen - 1

Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de robotmaaier installeert. Lees voordat u met de installatie begint eerst het vorige hoofdstuk, 2 Presentatie.

Lees ook het huidige hoofdstuk volledig door voordat u met de installatie begint. De wijze waarop de installatie is uitgevoerd, bepaalt tevens hoe goed de robotmaaier functioneert. Het is daarom belangrijk om de installatie zorgvuldig te plannen.

De planning is gemakkelijker als u een schets maakt van het werkgebied, met inbegrip van alle obstakels. Zo vindt u eenvoudiger de beste positie voor het laadstation, de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad. Geef op de schets aan hoe de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad moeten lopen.

Zie 7 Voorbeelden van tuinen op pagina 66 voor installatievoorbeelden.

Kijk ook op www.automower.com voor meer beschrijvingen en tips voor het installeren.

Volg onderstaande stappen om de installatie uit te voeren:

3.1 Voorbereidingen
3.2 Het laadstation installeren
3.3 De accu laden
3.4 De begrenzingsdraad installeren
3.5 De begrenzingsdraad aansluiten
3.6 De begeleidingsdraad installeren
3.7 De installatie controleren
3.8 Ingebruikname en kalibratie
3.9 Het dokken in het laadstation testen

Het laadstation, de begrenzingslus en de begeleidingsdraad moeten zijn aangesloten om een volledige startprocedure te kunnen uitvoeren.

3.1 Voorbereidingen

  1. Als het gras in het werkgebied langer dan 10 cm is, moet u het gras eerst met een gewone gazonmaaier maaien. Verzamel daarna het gras.
  2. Vul gaten en kuilen op om te voorkomen dat regenwater hier plassen vormt. Het product kan beschadigd raken als het wordt gebruikt in waterplassen. Zie 11 Garantiebepalingen op pagina 88.
  3. Lees alle stappen volledig door voordat u met de installatie begint.

HUSQVARNA Automower 320 - Voorbereidingen - 1

  1. Controleer of alle onderdelen voor de installatie zijn meegeleverd. De cijfers tussen haakjes verwijzen naar het onderdeel op de afbeelding. Zie 2.1 Wat is wat? op pagina 10.

  2. Robotmaaier

  3. Laadstation (10)
  4. Lusdraad voor begrenzingslus en begeleidingsdraad (21)
  5. Transformer (20)
    • Laagspanningskabel (22)
  6. Krammen (23)
  7. Connectoren voor de lusdraad (24)
    • Schroeven voor het laadstation (25)
  8. Meetlat (26)
    • Koppelingen voor de lusdraad (27)
    • Draadmarkeringen (29)

Tijdens de installatie hebt u ook het volgende nodig:

  • Hamer/kunststof moker (om de krammen gemakkelijker in de grond te krijgen).
  • Combinatietang voor het knippen van de begrenzingsdraad en het samenknijpen van de connectoren.
  • Waterpomptang (voor het samenknijpen van de koppelingen).
  • Kantensteker/rechte spade als de begrenzingsdraad moet worden ingegraven.

3.2 Het laadstation installeren

Beste locatie voor het laadstation

Houd bij het kiezen van de beste locatie voor het laadstation rekening met de volgende aspecten:

  • Zorg voor minimaal 3 meter vrije ruimte vóór het laadstation
  • Kies een locatie dicht bij een stopcontact. De bijgeleverde laagspanningskabel is 10 meter lang
  • Een vlakke ondergrond om het laadstation op te plaatsen
  • Bescherming tegen waternevel van bijvoorbeeld een besproeiingsinstallatie
  • Bescherming tegen direct zonlicht
  • Eventuele noodzaak om het laadstation uit het zicht van buitenstaanders te houden

HUSQVARNA Automower 320 - Beste locatie voor het laadstation - 1

Het laadstation moet zodanig worden geplaatst dat er veel vrije ruimte vóór het laadstation is (minimaal 3 meter). Het laadstation moet ook centraal in het werkgebied worden geplaatst, zodat de robotmaaier het laadstation makkelijker kan vinden en snel alle gebieden in het werkgebied kan bereiken.

HUSQVARNA Automower 320 - Beste locatie voor het laadstation - 2

Plaats het laadstation niet in krappe ruimtes in het werkgebied. Als dat wel gebeurt, kan de robotmaaier moeite hebben om het laadstation te vinden.

HUSQVARNA Automower 320 - Beste locatie voor het laadstation - 3

Plaats het laadstation op een redelijk vlakke ondergrond. De voorkant van het laadstation mag maximaal 5 cm hoger liggen dan de achterkant.

Max 5 cm Max 5 cm 3012-1054

3012-1054

Het laadstation mag niet zodanig worden geplaatst dat de grondplaat verbogen kan raken.

HUSQVARNA Automower 320 - Beste locatie voor het laadstation - 5

De transformator aansluiten

Houd bij het bepalen van de locatie voor de transformator rekening met de volgende punten:

• Dicht bij het laadstation
- Bescherming tegen regen
- Bescherming tegen direct zonlicht

Wanneer de transformator op een stopcontact buiten wordt aangesloten, moet dit stopcontact zijn goedgekeurd voor gebruik buitenshuis.

De laagspanningskabel naar de transformator is 10 meter lang en mag niet worden ingekort of verlengd. Een langere laagspanningskabel is verkrijgbaar als accessoire. Neem contact op met de dealer voor meer informatie.

Het is niet toegestaan om de transformator rechtstreeks op het laadstation aan te sluiten. Gebruik altijd de laagspanningskabel.

BELANGRIJKE INFORMATIE

De laagspanningskabel mag onder geen enkele voorwaarde worden ingekort of verlengd.

De laagspanningskabel mag door het werkgebied worden gelegd. De laagspanningskabel moet met krammen in de grond worden gezet of worden ingegraven en de maaihoogte moet zodanig worden ingesteld dat de messen op de maaischijf nooit in contact kunnen komen met de laagspanningskabel.

Zorg dat de laagspanningskabel over de grond met krammen wordt vastgezet. De kabel moet overal vlak tegen de grond liggen, zodat hij niet wordt doorgesneden voordat de graswortels er overheen zijn gegroeid.

De laagspanningskabel mag nooit in een rol worden gelegd of onder de basisplaat van het laadstation omdat dit interferentie kan veroorzaken met de signalen van het laadstation.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Plaats de laagspanningskabel zodanig dat de messen op de maaischijf hiermee nooit in contact kunnen komen.

De transformator moet op een locatie worden geplaatst waar voldoende ventilatie is en geen direct zonlicht. De transformator moet onder een afdak worden geplaatst.

We raden u aan om een aardlekschakelaar te gebruiken bij het aansluiten van de transformator op het stopcontact.

De transformator moet worden gemonteerd op een verticaal oppervlak, zoals een muur of een hek.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 1

Schroef de transformator in positie met behulp van de twee bevestigingsoogjes. Er worden geen schroeven meegeleverd. Kies schroeven die geschikt zijn voor het betreffende materiaal.

Monteer de transformator nooit op een hoogte waarbij het risico bestaat dat hij onder water komt te staan (minimaal 30 cm vanaf de grond). Het is niet toegestaan om de transformator op de grond te plaatsen.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Gebruik de stekker van de transformator om het laadstation los te koppelen wanneer u bijvoorbeeld de lusdraad wilt reinigen of repareren.

Het laadstation installeren en aansluiten

  1. Zet het laadstation op een geschikte plek.
  2. Kantel de beschermkap op het laadstation naar voren en sluit de laagspanningskabel aan op het laadstation.
  3. Sluit de voedingskabel van de transformator aan op een stopcontact van 100-240 V.

  4. Bevestig het laadstation aan de grond met behulp van de bijgeleverde schroeven. Draai de schroeven zodanig aan dat ze helemaal verzonken zijn. Als het laadstation tegen een wand wordt geplaatst, is het beter om het laadstation pas aan de grond te bevestigen nadat alle kabels zijn aangesloten.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Het is niet toegestaan om nieuwe gaten in de plaat van het laadstation te maken. Alleen de bestaande gaten mogen worden gebruikt om de grondplaat in de grond vast te zetten.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Sta of loop nooit op de plaat van het laadstation.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 1

3012-1063
HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 2

Zodra het laadstation is aangesloten, kunt u de robotmaaier opladen. Zet de hoofdschakelaar in stand 1.

Plaats de robotmaaier in het laadstation om de accu op te laden terwijl de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad worden gelegd.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 3

De robotmaaier kan niet worden gebruikt zolang de installatie niet is voltooid.

INSTALLATIE

3.4 De begrenzingsdraad installeren

De begrenzingsdraad kan op een van de volgende manieren worden geïnstalleerd:

- De draad in de grond vastzetten met krammen.

U kunt de begrenzingsdraad het beste met krammen vastzetten als u de plaatsing tijdens de eerste paar weken van het gebruik wilt kunnen bijstellen. Na enkele weken zal het gras over de draad heen zijn gegroeid, waardoor deze niet langer zichtbaar is. Gebruik een hamer/kunststof moker en de bijgeleverde krammen om de installatie uit te voeren.

- De draad ingraven.

Als u het gazon wilt verticuteren of beluchten, kunt u de begrenzingsdraad het best ingraven. Waar nodig kunnen beide methoden worden gecombineerd zodat een deel van de begrenzingsdraad is vastgezet met krammen en de rest is ingegraven. De draad kan worden ingegraven met behulp van bijvoorbeeld een kantensteker of een rechte spade. Zorg dat u de begrenzingsdraad minimaal 1 cm en maximaal 20 cm onder de grond legt.

Bepalen waar u de begrenzingsdraad wilt leggen

Bij het leggen van de begrenzingsdraad geldt het volgende:

  • De draad vormt een lus rond het werkgebied voor de robotmaaier. Gebruik alleen originele begrenzingsdraad. Dit is bestand tegen het vocht in de grond dat de draden anders makkelijk zou kunnen beschadigen.
  • De robotmaaier mag op geen enkel punt binnen het volledige werkgebied meer dan 35 meter verwijderd zijn van de draad.
  • De draad mag niet langer zijn dan 800 meter.
  • Zorg dat er 20 cm extra draad beschikbaar is om de begeleidingsdraad later op aan te sluiten. Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28.

De afstand van de begrenzingsdraad tot obstakels varieert en is afhankelijk van wat er pal naast het werkgebied ligt. In de onderstaande afbeelding ziet u hoe de begrenzingsdraad rond het werkgebied en rond obstakels moet worden gelegd. Gebruik de bijgeleverde meetlat om de juiste afstand te bepalen. Zie 2.1 Wat is wat? op pagina 10.

0 cm 10 cm / 4" 30 cm / 12" 35 cm / 14"

3018-070

INSTALLATIE

Grenzen van het werkgebied

Als het werkgebied wordt begrensd door bijvoorbeeld een muur of hek moet de begrenzingsdraad op 35 cm vanaf het obstakel worden gelegd. Dat voorkomt dat de robotmaaier op een obstakel botst en beperkt slijtage aan de kap.

Ongeveer 20 cm van het gazon rond het vaste obstakel zal niet worden gemaaid.

Als het werkgebied grenst aan een kleine greppel, zoals bij een bloemperk, of een kleine verhoging, zoals een lage stoeprand (3-5 cm), moet de begrenzingsdraad op 30 cm binnen het werkgebied worden gelegd. Op die manier rijden de wielen niet de greppel in of de stoep op.

Ongeveer 15 cm gras langs de greppel/stoeprand wordt niet gemaaid.

Als het werkgebied grenst aan een tegelpad of iets dergelijks, dat niet boven het gazon uitsteekt, is het mogelijk om de robotmaaier een eindje over het pad te laten rijden. De begrenzingsdraad moet dan op 10 cm vanaf de rand van het pad worden gelegd.

Al het gras langs het tegelpad wordt gemaaid.

Als het werkgebied in tweeën wordt gedeeld door een tegelpad dat niet boven het gazon uitsteekt, is het mogelijk om de robotmaaier over het pad te laten rijden. Het kan een voordeel zijn om de begrenzingsdraad onder de tegels te leggen. De begrenzingsdraad kan ook in de voeg tussen de tegels worden gelegd.

Let op! De robotmaaier mag nooit over grind, mulch of soortgelijk materiaal rijden, omdat de messen hierdoor kunnen worden beschadigd.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Als het werkgebied aan een waterpartij, helling, afgrond of openbare weg grenst, moet behalve de begrenzingsdraad ook een rand of iets dergelijks worden geplaatst. Die moet in dat geval minimaal 15 cm hoog zijn. Dat zorgt ervoor dat de robotmaaier nooit buiten het werkgebied terecht kan komen.

35 cm 3012-1047

30cm 3012-1048

10 cm 3012-10/49

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 4

Grenzen binnen het werkgebied

Gebruik de begrenzingsdraad om gebieden binnen het werkgebied te isoleren door eilanden te creëren rond obstakels die niet tegen botsingen kunnen, zoals bloemperken, struiken en fonteinen. Leg de draad tot en rond het gebied dat moet worden geïsoleerd en keer dan terug langs dezelfde route. Als er krammen worden gebruikt, moet de draad op de terugweg onder dezelfde kram worden gelegd. Als de begrenzingsdraden naar en vanaf het eiland dicht bij elkaar worden gelegd, kan de robotmaaier over de draad rijden.

BELANGRIJKE INFORMATIE

De begrenzingsdraad mag op het traject van en naar een eiland niet worden gekruist.

Obstakels die wel tegen een botsing kunnen, zoals bomen en struiken hoger dan 15 cm, hoeven niet met de begrenzingsdraad te worden geïsoleerd. De robotmaaier keert om wanneer hij tegen een dergelijk obstakel stoot.

We raden aan om alle vaste voorwerpen in en rond het werkgebied te isoleren. Dat zorgt voor de rustigste en stilste werking en voorkomt dat de robotmaaier op enig moment vast komt te zitten in deze voorwerpen.

Obstakels met een lichte helling, bijvoorbeeld stenen of grote bomen met bovengrondse wortels, moeten worden geïsoleerd of verwijderd. De robotmaaier kan anders op zulke obstakels glijden, met als gevolg dat de messen beschadigd raken.

Bijgebieden

Als het werkgebied uit twee zones bestaat, waarbij het voor de robotmaaier lastig is om van de ene naar de andere zone te gaan, kunt u beter een bijgebied creëren. Voorbeelden hiervan zijn hellingen van 45% of een doorgang die smaller is dan 60 cm. Leg de begrenzingsdraad dan rond het bijgebied zodat er een eiland wordt gevormd buiten het hoofdgebied.

De robotmaaier moet handmatig worden verplaatst tussen hoofd- en bijgebied wanneer het gras in het bijgebied moet worden gemaaid. Hiervoor moet de bedieningsmodus Bijgebied worden gebruikt, omdat de robotmaaier het traject tussen het bijgebied en het laadstation niet zelfstandig kan afleggen. Zie 5.1 Bedieningsselectie Starten op pagina 37. In deze modus zal de robotmaaier nooit op zoek gaan naar het laadstation, maar doorgaan met maaien totdat de accu leeg is. Wanneer de accu leeg is, stopt de robotmaaier en verschijnt de melding Moet handmatig laden op het display. Plaats de robotmaaier dan in het laadstation om de accu op te laden. Als het hoofdgebied meteen na het laden moet worden gemaaid, moet u de START-knop indrukken en Hoofdgebied selecteren voordat u de klep sluit.

0 cm

3012-1073

0cm

3012-686

HUSQVARNA Automower 320 - Bijgebieden - 3

Doorgangen tijdens het maaien

Vermijd lange en smalle doorgangen en zones smaller dan 1,5 tot 2 meter. Er bestaat een kans dan de robotmaaier tijdens het maaien langere tijd blijft hangen in een dergelijke doorgang of zone. Het gazon zal er dan geplet uitzien.

Hellingen

De robotmaaier kan ook werken op hellende werkgebieden. De maximale hellingsgraad wordt uitgedrukt in procenten (%). De hellingsgraad in procenten wordt berekend als het hoogteverschil in centimeter per meter. Als het hoogteverschil bijvoorbeeld 20 cm is, is de hellingsgraad 20%. Zie de afbeelding.

De begrenzingsdraad kan over een helling met een hellingsgraad van minder dan 20% worden gelegd.

De begrenzingsdraad mag niet op een helling van meer dan 20% worden gelegd. De kans bestaat dat de robotmaaier daar moeilijk kan draaien. De robotmaaier stopt dan en de foutmelding Buiten maalgebied wordt weergegeven. Dat kan vooral gebeuren bij natte weersomstandigheden, omdat de wielen dan op het natte gras kunnen gaan slippen.

De begrenzingsdraad kan ook op een helling steiler dan 20% worden gelegd als er een obstakel is waar de robotmaaier tegenaan mag rijden, zoals bijvoorbeeld een omheining of dichte haag.

Binnen het werkgebied kan de robotmaaier zones met een helling tot 45% maaien. Gebieden met een grote hellingsgraad moeten met begrenzingsdraad worden geïsoleerd.

Als zich aan de buitenrand van het werkgebied hellingen bevinden die steiler zijn dan 20% moet de begrenzingsdraad op een vlakke ondergrond worden gelegd op een afstand van ongeveer 35 cm voor het begin van de helling.

20% 20 cm 100 cm

3012-1088

0-20 % 0-20 cm 100 cm

3012-1055

20 - % 20 - cm 100 cm

3012-1056

>20% 0-20% 0-20 cm 100 cm 100 cm 35 cm 0-45% 0-45 cm 100 cm

3012-567

INSTALLATIE

De begrenzingsdraad leggen

Als u de begrenzingsdraad met krammen gaat vastzetten:

  • Maai het gras op de plek waar u de draad gaat leggen heel kort met een gewone gazonmaaier of trimmer. U kunt de draad dan dicht bij de grond leggen, waardoor de kans kleiner wordt dat de robotmaaier de draad doorsnijdt of de isolatie van de draad beschadigt.
  • Leg de begrenzingsdraad vlak bij de grond en zet de krammen dicht bij elkaar, op ongeveer 75 cm. De kabel moet overal vlak tegen de grond liggen, zodat hij niet wordt doorgesneden voordat de graswortels er overheen zijn gegroeid.
  • Gebruik een hamer om de krammen in de grond te tikken. Wees voorzichtig bij het inslaan van de krammen en zorg dat de draad niet te strak komt te staan. Vermijd scherpe bochten in de draad.

Als u de begrenzingsdraad gaat ingraven:

- Zorg dat u de begrenzingsdraad minimaal 1 cm en maximaal 20 cm onder de grond legt. De draad kan worden ingegraven met behulp van bijvoorbeeld een kantensteker of een rechte spade.

Gebruik de bijgeleverde meetlat als hulpmiddel bij het leggen van de begrenzingsdraad. Zo kunt u eenvoudig de juiste afstand aanhouden tussen de begrenzingsdraad en de grens/het obstakel. De meetlat wordt van de doos gescheurd.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Leg extra draad niet opgerold buiten de begrenzingsdraad. Dit kan de werking van de robotmaaier verstoren.

Oogje voor het aansluiten van de begeleidingsdraad

Om het aansluiten van de begeleidingsdraad op de begrenzingsdraad te vergemakkelijken, is het een goed idee om op het punt waar de begeleidingsdraad later wordt aangesloten een oogje te maken met behulp van een extra stuk begrenzingsdraad van ongeveer 20 cm. Bepaal voordat u begint met het uitleggen van de begrenzingsdraad waar u de begeleidingsdraad wilt plaatsen. Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28.

HUSQVARNA Automower 320 - Oogje voor het aansluiten van de begeleidingsdraad - 1

De begrenzingsdraad richting het laadstation leggen

Op het traject naar het laadstation kan de begrenzingsdraad volledig buiten het laadstation worden gelegd (zie optie 1 op de afbeelding). Als het noodzakelijk is om het laadstation gedeeltelijk buiten het werkgebied te plaatsen, is het ook mogelijk om de draad onder de laadplaat van het laadstation te leggen (zie optie 2 op de afbeelding).

Voorkom echter dat het grootste deel van het laadstation buiten het werkgebied wordt geplaatst, omdat dit het voor de robotmaaier lastig maakt om het laadstation te vinden (zie afbeelding).

1.

2.

3012-1065

De begrenzingsdraad lassen

Gebruik een originele koppeling wanneer de begrenzingsdraad niet lang genoeg is en moet worden gelast. Die is waterbestendig en garandeert een betrouwbare elektrische aansluiting.

Steek beide draaduiteinden in de koppeling. Controleer of de draden volledig in de koppeling zijn gestoken, zodat de uiteinden zichtbaar zijn door het doorzichtige deel aan de andere zijde van de koppeling. Duw de knop boven op de koppeling vervolgens helemaal in. Gebruik een waterpomptang om de knop op de koppeling helemaal in te drukken.

HUSQVARNA Automower 320 - De begrenzingsdraad lassen - 1

Een tweeaderige kabel of een kroonsteenje geïsoleerd met isolatietape levert geen adequate lassen op. Het vocht in de grond zorgt ervoor dat de draden gaan oxideren, waardoor het circuit na een tijdje wordt onderbroken.

INSTALLATIE

3.5 De begrenzingsdraad aansluiten

Om de begrenzingsdraad aan te sluiten op het laadstation:

BELANGRIJKE INFORMATIE

De begrenzingsdraad mag zichzelf niet krui- sen wanneer deze wordt aangesloten op het laadstation. Sluit het rechteruiteinde van de draad aan op de pen rechts op het laadsta- tion en het linkeruiteinde op de pen links.

  1. Steek de uiteinden van de draad in de aansluitklem:

  2. Open de connector.

  3. Plaats de draad in de uitsparing in de aansluitklem.

  4. Druk de aansluitklemmen samen met een tang. Druk totdat u een klik hoort.

  5. Knip overtollige begrenzingsdraad weg. Knip op 1 tot 2 cm boven de aansluitklemmen af.
  6. Kantel de beschermkap van het laadstation naar voren en steek de draadeinden in de relevante kanalen aan de achterkant van het laadstation. Druk de verbinder op de contactpen, met de markeringen AL (links) en AR (rechts) op het laadstation.
  7. Markeer de draden met de bijgeleverde draadmarkeringen. Dat maakt het eenvoudiger om de draden later opnieuw aan te sluiten, bijvoorbeeld nadat het laadstation tijdens de winter binnen is opgeslagen.

BELANGRIJKE INFORMATIE

De rechterconnector moet zijn aangesloten op de metalen pen rechts op het laadstation en het linkerdraaduiteinde moet zijn aangesloten op de linkerconnector.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 1

3.6 De begeleidingsdraad installeren

De begeleidingsdraad is een kabel die vanaf het laadstation bijvoorbeeld richting een afgelegen deel van het werkgebied of door een smalle doorgang wordt gelegd, om vervolgens te worden aangesloten op de begeleidingsdraad. Voor de begrenzingslus en de begeleidingsdraad wordt dezelfde kabelhaspel gebruikt.

De begeleidingsdraad wordt door de robotmaaier gebruikt om de weg naar het laadstation te vinden, maar dient ook om de robotmaaier naar moeilijk te bereiken delen van de tuin te leiden.

Er kunnen maximaal twee begeleidingsdraden worden aangesloten (slechts één begeleidingsdraad op Automower® 320).

Laat de robotmaaier op diverse afstanden vanaf de begeleidingsdraad werken om de kans op spoorvorming te beperken. Het gebied naast de draad dat de robotmaaier dan gebruikt, wordt de corridor genoemd. Hoe groter de ingestelde doorrijbreedte voor de corridor is, hoe kleiner de kans op spoorvorming is. Zorg daarom bij het installeren voor zo veel mogelijk vrije ruimte langs de begeleidingsdraad.

De robotmaaier loopt altijd links van de begeleidingsdraad, gezien in de richting van het laadstation. De corridor bevindt zich dus links van de begeleidingsdraad. Zorg daarom bij het installeren voor zo veel mogelijk vrije ruimte links van de begeleidingsdraad, gezien in de richting van het laadstation. Het is niet toegestaan om de begeleidingsdraad op een afstand van minder dan 30 cm vanaf de begrenzingsdraad te leggen.

De begeleidingsdraad kan net als de begrenzingsdraad met krammen in de grond worden vastgezet of worden ingegraven.

HUSQVARNA Automower 320 - De begeleidingsdraad installeren - 1

flowchart
graph TD
    A["Input"] --> B["Processing"]
    B --> C["Output"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style C fill:#bbf,stroke:#333

3012-1074

HUSQVARNA Automower 320 - De begeleidingsdraad installeren - 2

Zorg voor zo veel mogelijk vrije ruimte links van de begeleidingsdraad, gezien in de richting van het laadstation.

INSTALLATIE

De begeleidingsdraad leggen en aansluiten

  1. Het is belangrijk om na te denken over de lengte van de begeleidingslus voordat u begint met het leggen en aansluiten van de begeleidingsdraad. Dit geldt met name bij grote of complexe installaties. Als de begeleidingslus langer dan 400 meter is, kan het voor de robotmaaier lastig zijn om de begeleidingsdraad te volgen.

De combinatie van de begeleidingsdraad en het deel van de begrenzingslus dat de retourdraad naar het laadstation vormt, wordt de begeleidingslus genoemd. Het signaal in de begeleidingslus gaat altijd naar links op het punt waar de begeleidingsdraad op de begeleidingslus is aangesloten. De twee afbeeldingen laten zien wat onder een begeleidingslus wordt verstaan. De afbeeldingen laten ook goed zien dat de lengte van een begeleidingslus in een werkgebied kan variëren op basis van de locatie van het laadstation.

HUSQVARNA Automower 320 - De begeleidingsdraad leggen en aansluiten - 1

  1. Kantel de bovenklep op het laadstation naar voren en steek de begeleidingsdraad door het kanaal dat naar de aansluiting voor de begeleidingsdraad gaat.
  2. Bevestig een connector op de begeleidingsdraad, op dezelfde wijze als bij de begrenzingsdraad in 3.5 De begrenzingsdraad aansluiten. Sluit de aansluitklem aan op de contactpen op het laadstation, gemarkeerd met G1 (G1 of G2 voor Automower® 330X).
  3. Markeer de draden met de bijgeleverde draadmarkeringen. Dat maakt het eenvoudiger om de draden later opnieuw aan te sluiten, bijvoorbeeld nadat het laadstation tijdens de winter binnen is opgeslagen.
  4. Leid de draad recht onder de laadplaat door en vervolgens minstens 2 meter in een rechte lijn vanaf de voorste rand van de plaat.

Zorg er bij het leggen van de begeleidingsdraad voor dat er zo veel mogelijk vrije ruimte links van de begeleidingsdraad (gezien in de richting van het laadstation) beschikbaar is. De afstand tussen de begrenzingslus en de begeleidingsdraad moet echter altijd minimaal 30 cm bedragen.

G1 G2 Min 2m

3012-1092
Maximale afstand Min. 30 cm/12" Min. 2 m/7 ft

3012-951

INSTALLATIE

Als de begeleidingsdraad op een steile helling moet worden geïnstalleerd, moet de draad bij voorkeur onder een hoek op de helling worden gelegd. Dat maakt het voor de robotmaaier eenvoudiger om de begeleidingsdraad op de helling te volgen.

Leg de draad niet in scherpe bochten. Hierdoor kan het voor de robotmaaier lastig worden om de begeleidingsdraad te volgen.

  1. Leid de begeleidingsdraad naar het punt op de begrenzingslus waar de begeleidingsdraad moet worden aangesloten.

Til de begrenzingsdraad op. Knip de begrenzingsdraad door met bijvoorbeeld een draadtang. Het aansluiten van de begeleidingsdraad gaat makkelijker als er op de begrenzingsdraad een oogje wordt gemaakt, zoals eerder beschreven. Zie Oogje voor het aansluiten van de begeleidingsdraad op pagina 25.

  1. Sluit de begeleidingsdraad met behulp van een koppeling aan op de begrenzingsdraad:

Steek de begrenzingsdraad in elk van de openingen in de koppeling. Steek de begeleidingsdraad in de middelste opening in de koppeling. Controleer of de draden volledig in de koppeling zijn gestoken, zodat de uiteinden zichtbaar zijn door het doorzichtige deel aan de andere zijde van de koppeling.

Gebruik een waterpomptang om de knop op de koppeling helemaal in te drukken.

Het maakt niet uit welke openingen worden gebruikt voor het aansluiten van elke draad.

  1. Zet de las met krammen vast in het gazon of graaf hem in.

BELANGRIJKE INFORMATIE

De begeleidingsdraad mag de begrenzingsdraad niet kruisen, bijvoorbeeld een begrenzingsdraad die naar een eiland loopt.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 1

3.7 De installatie controleren

Controleer het lussignaal door te kijken naar het indicatielampje in het laadstation.

  • Constant groen licht = goede signalen.
  • Knipperend groen licht = het lussysteem is uitgeschakeld en de robotmaaier bevindt zich in de ECO-modus. Zie 6.9 Instellingen op pagina 60.
  • Knipperend blauw licht = onderbreking in de begrenzingslus, geen signaal.
  • Knipperend rood licht = onderbreking in de antenneplaat van het laadstation. De fout moet worden verholpen door een erkende dealer.
  • Constant blauw licht = zwak signaal. Dit kan komen doordat de begrenzingslus te lang is of doordat de draad beschadigd is. Als de robotmaaier nog werkt, is er geen probleem.
  • Constant rood licht = defect in een printplaat in het laadstation. De fout moet worden verholpen door een erkende dealer.

Zie 9.3 Indicatielampje in het laadstation op pagina 80 wanneer het lampje niet constant groen is en ook niet groen knippert.

HUSQVARNA Automower 320 - De installatie controleren - 1

3.8 Ingebruikname en kalibratie

Voordat de robotmaaier in gebruik wordt genomen, moet er via het menu van de robotmaaier een opstartprocedure worden uitgevoerd. Er wordt ook een automatische kalibratie van het begeleidingssignaal uitgevoerd.

  1. Open de klep van het bedieningspaneel door op de STOP-knop te drukken.
  2. Zet de hoofdschakelaar in stand 1.

Wanneer de robotmaaier voor het eerst wordt gebruikt, wordt een opstartprocedure gestart. De volgende gegevens moeten worden ingevoerd:

  • PIN-code van de fabriek. De code staat vermeld op een speciaal document dat bij aankoop wordt geleverd door de leverancier.
    • Taal
  • Land
  • Datum
    • Tijd
  • Viercijferige PIN-code. Alle combinaties behalve 0000 zijn toegestaan.

Parkeer de robotmaaier in het laadstation en druk op START. De robotmaaier begint nu met het kalibreren van de maaihoogteafstelling. Nadat dit is voltooid, wordt de kalibratie van de begeleidingsdraden uitgevoerd.Druk op START en sluit de klep. De robotmaaier zal hierbij achterwaarts het laadstation verlaten en vervolgens voor het laadstation een kalibratieprocedure uitvoeren. Wanneer deze procedure is voltooid, kan het maaien beginnen.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Gebruik Aantekeningen op pagina 2 om de PIN-code te noteren.

3.9 Het dokken in het laadstation testen

Controleer voordat u de robotmaaier gebruikt of deze de begeleidingsdraad helemaal kan volgen tot aan het laadstation en zonder problemen in het laadstation kan dokken.

De testfunctie is te vinden in het menu Installatie > Vind laadstation > Overzicht van de robotmaaier. Voor meer informatie, Zie Overzicht > Test op pagina 52.

Als er meer dan één begeleidingsdraad wordt geïnstalleerd, dan moet de test worden uitgevoerd voor alle begeleidingsdraden.

Als er geen begeleidingsdraad wordt geïnstalleerd, dan moet de test worden uitgevoerd op de begrenzingsdraad, zowel rechtsom als linksom.

Het geleidingssysteem moet eerst zijn gekalibreerd om bovenstaande test met succes te kunnen uitvoeren. Zie 3.8 Ingebruikname en kalibratie op pagina 32.

Nederlands - 32

G1G2Left RightCS
3 minsCW 93 minsCW 311 minsCW2-7max
TestTestTestTest

3012-NNN

GEBRUIK

4 Gebruik

4.1 Een lege accu laden

Wanneer de Husqvarna-robotmaaier nieuw is of langere tijd is opgeslagen, zal de accu leeg zijn en moet deze voor gebruik worden geladen.

  1. Zet de hoofdschakelaar in stand 1.
  2. Parkeer de robotmaaier in het laadstation. Open de klep en schuif de robotmaaier zo ver mogelijk naar binnen om te zorgen voor een goed contact tussen de robotmaaier en het laadstation.
  3. Op het display wordt aangegeven dat de accu wordt opgeladen.

HUSQVARNA Automower 320 - Een lege accu laden - 1

Lees de veiligheidsvoorschriften door voordat u de robotmaaier start.

HUSQVARNA Automower 320 - Een lege accu laden - 2
1001-003

HUSQVARNA Automower 320 - Een lege accu laden - 3

WAARSCHUWING

Houd uw handen en voeten uit de buurt van de draaiende messen. Plaats uw handen of voeten niet in de buurt van of onder de kap wanneer de motor draait.

HUSQVARNA Automower 320 - WAARSCHUWING - 1
3012-663

HUSQVARNA Automower 320 - WAARSCHUWING - 2

WAARSCHUWING

Gebruik de robotmaaier nooit wanneer personen, met name kinderen of huisdieren, zich in het maaigebied bevinden.

4.2 De timer gebruiken

Voor het beste maairesultaat mag u het gazon niet te vaak laten maaien. Gebruik de timerfunctie (zie 6.3 Timer op pagina 42) om een platgetrapt gazon te voorkomen en de maximale levensduur van de robotmaaier te waarborgen. Ga er bij het instellen van de timer van uit dat de robotmaaier circa 135 m² per uur en dag maait (ongeveer 90 m² voor Automower® 320). Bijvoorbeeld: als het werkgebied 1.200 m² bedraagt, moet de robotmaaier ongeveer 9 uur per dag maaien (ongeveer 13 uur voor Automower® 320). De tijden zijn bij benadering en hangen onder meer af van de kwaliteit van het gras, de scherpte van de messen en de leeftijd van de accu.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Gebruik de timer om niet te laten maaien op tijdstippen dat er vaak kinderen, huisdieren of andere elementen op het gazon aanwezig zijn die door de draaiende messen beschadigd kunnen raken.

Op basis van de fabrieksinstelling zal de robotmaaier 24 uur per dag en 7 dagen per week werken.

Als de omvang van het werkgebied dit toelaat, kan de kwaliteit van het gras verder worden verbeterd door dit om de andere dag te maaien in plaats van dagelijks enkele uren. Bovendien heeft het gras baat bij een rustperiode van ten minste drie opeenvolgende dagen per maand.

De maximale capaciteit, 3200 m 2 voor Automower® 330X en 2200 m 2 voor Automower® 320, wordt alleen bereikt als de robotmaaier 24 uur per dag, 7 dagen per week, maait.

4.3 Starten

  1. Druk op de STOP-knop om de klep van het bedieningspaneel te openen.
  2. Zet de hoofdschakelaar in stand 1.
  3. Voer de PIN-code in.
  4. Druk op de startknop.
  5. Selecteer de gewenste bedieningsmodus. Zie 5.1 Bedieningsselectie Starten op pagina 37.
  6. Sluit de klep binnen 10 seconden.

Als de robotmaaier in het laadstation is geparkeerd, verlaat hij het laadstation alleen wanneer de accu volledig is geladen en wanneer de timer zodanig is ingesteld dat de maaier kan werken.

Voordat de maaischijf start, klinken er 5 waarschuwingspiepjes gedurende 2 seconden.

START

3012-1204

GEBRUIK

4.4 Stoppen

  1. Druk op de STOP-knop.

De robotmaaier stopt, de maaimotor stopt en de klep van het bedieningspaneel gaat open.

4.5 Uitschakelen

  1. Druk op de STOP-knop.
  2. Zet de hoofdschakelaar in stand 0.

Schakel de robotmaaier altijd uit met de hoofdschakelaar als de maaier moet worden onderhouden of buiten het werkgebied moet worden gebracht.

De maaihoogte aanpassen

De maaihoogte kan worden ingesteld van MIN (2 cm) tot MAX (6 cm) in negen stappen.

Tijdens de eerste week na een nieuwe installatie moet de maaihoogte op MAX worden ingesteld om beschadiging van de lusdraad te voorkomen. Hierna kan de maaihoogte elke week een stap worden verlaagd totdat de gewenste maaihoogte is bereikt.

Als het gras lang is, kunt u de maaier het beste op de maximale maaihoogte laten beginnen. Zodra het gras korter is, kan de maaihoogte geleidelijk lager worden ingesteld.

Om de maaihoogte aan te passen:

  1. Druk op de STOP-knop om de robotmaaier te stoppen en open de klep.
  2. Druk op de MENU-knop om het hoofdmenu te openen.
  3. Verplaats de cursor met behulp van de pijltoetsen om Maaihoogte te selecteren.

  4. Druk op de pijltoets omhoog om de maaihoogte te verhogen.

  5. Druk op de pijltoets omlaag om de maaihoogte te verlagen.

  6. Druk op OK.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Tijdens de eerste week na een nieuwe installatie moet de maaihoogte op MAX worden ingesteld om beschadiging van de lusdraad te voorkomen. Hierna kan de maaihoogte elke week een stap worden verlaagd totdat de gewenste maaihoogte is bereikt.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 1

Alle commando's en instellingen voor de robotmaaier gebeuren via het bedieningspaneel. Alle functies zijn toegankelijk via een aantal menu's.

Het bedieningspaneel bestaat uit een display en een toetsenbord. Alle informatie wordt op het display weergegeven en alles wordt met de knoppen ingevoerd.

Wanneer de stopknop is ingedrukt en de klep is geopend, wordt de startpagina weergegeven met de volgende informatie:

  • Informatie over de werking, bv. MAAIEN, PARKEREN of TIMER. Als de stopknop wordt ingedrukt terwijl de robotmaaier bezig is, wordt de bedieningsmodus getoond die actief was voordat de robotmaaier werd stopgezet, bv. MAAIEN of ZOEKEN. De tekst GEREED wordt weergegeven als de robotmaaier niet in een specifieke bedieningsmodus staat, bv. als de hoofdschakelaar net is ingeschakeld.
  • De datum en klok tonen de huidige tijd.
  • Niet van toepassing op Automower ® 320. Het satellietpictogram wordt weergegeven wanneer de GPS-ondersteunde navigatie is geactiveerd. Symbool (A) wordt weergegeven wanneer de robotmaaier verbinding heeft gemaakt met een voldoende aantal GPS-satellieten. Symbool (B) wordt weergegeven wanneer de robotmaaier geen verbinding heeft gemaakt met een voldoende aantal GPS-satellieten. Symbool (A) knippert gedurende de eerste dagen dat de robotmaaier werkt, omdat dan GPS-informatie over de installatie wordt verzameld.
  • ECO wordt weergegeven als de robotmaaier in de ECO-modus is gezet.
  • Het kloksymbool geeft de geprogrammeerde timerinstellingen aan. Het klokpictogram is wit (A) wanneer de maaier mag maaien op basis van een timerinstelling en is zwart (B) wanneer de maaier niet mag maaien. Als de maaier niet mag maaien als gevolg van Weertimer, wordt symbool (C) weergegeven. Als de modus Negeer timer wordt gekozen, verschijnt symbool (D).
  • De accustatus geeft de resterende lading van de accu aan. Als de robotmaaier wordt geladen, verschijnt er ook een bliksemschicht boven het accusymbool (A). Als de robotmaaier in het laadstation wordt geplaatst zonder dat er wordt opgeladen, wordt symbool (B) weergegeven.
  • De instelling voor de hoogteafstelling wordt weergegeven als een schaal/numerieke waarde.
  • Het aantal bedrijfsuren geeft aan hoeveel uur de robotmaaier in bedrijf is geweest sinds de productiedatum. De tijd die de robotmaaier heeft gemaaid of naar het laadstation heeft gezocht, wordt ook als rijtijd geteld.
  • Als de functie Profielen wordt gebruikt, wordt de naam van het actieve profiel weergegeven. Een ster naast de naam geeft aan dat er nog niet opgeslagen wijzigingen voor het profiel zijn.

HUSQVARNA Automower 320 - BELANGRIJKE INFORMATIE - 2

Het toetsenbord bestaat uit zes knoppengroepen:

  • De START-knop dient om de robotmaaier te activeren. Dit is gewoonlijk de laatste knop die wordt ingedrukt voordat de klep van het display wordt gesloten.
  • De Back- en OK-knoppen dienen om in het menu te navigeren. De OK-knop wordt ook gebruikt om instellingen in het menu te bevestigen.
  • De pijltoetsen worden gebruikt om in het menu te navigeren, maar dienen ook om selecties te maken in bepaalde instelmogelijkheden.
  • De MENU-knop dient om naar het hoofdmenu te gaan.
  • De PARK-knop dient om de robotmaaier naar het laadstation te sturen.
  • De cijfers worden gebruikt om instellingen in te voeren, bijvoorbeeld de PIN-code, de tijd of de uitrijrichting. Ze kunnen ook worden gebruikt voor het invoeren van een reeks cijfers voor snelkoppelingen naar de diverse menu's. Zie 6.1 Hoofdmenu op pagina 40.

5.1 Bedieningsselectie Starten

Wanneer de START-knop is ingedrukt, kunnen de volgende bedrijfsmodi worden geselecteerd.

Hoofdgebied

De standaard, automatische bedieningsmodus waarbij de robotmaaier steeds afwisselend maait en wordt opgeladen.

Bijgebied

De bedieningsmodus Bijgebied wordt gebruikt voor het maaien van bijgebieden van waaruit de robotmaaier niet automatisch terug kan rijden naar het laadstation. Zie 3.4 De begrenzingsdraad installeren op pagina 21 voor informatie over bijgebieden.

Wanneer een Bijgebied wordt geselecteerd, hebt u drie opties:

  • Maai totdat batterij leeg is Deze optie is geschikt voor een groot bijgebied dat meer 90 minuten vergt om te worden gemaaid.
  • Maait voor 90 min Deze optie is geschikt om onnodig maaien en geplet gras te voorkomen in een klein tot middelgroot bijgebied.
  • Maait voor 30 min Deze optie is geschikt om onnodig maaien en afgetrapt gras te voorkomen in een klein bijgebied.

Als de robotmaaier in de modus Bijgebied wordt opgeladen, zal hij volledig worden geladen, waarna hij ongeveer 50 cm naar buiten rijdt en dan stopt. Dat geeft aan dat hij geladen is en klaar is om met maaien te beginnen.

Als het hoofdwerkgebied na het laden moet worden gemaaid, kunt u de bedieningsmodus Hoofdgebied selecteren voordat u de robotmaaier in het laadstation plaatst.

START BACK OK MENU HAPP 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0

3012-1094

CLOSE HATCH TO START

Main area

Alle timerinstellingen kunnen tijdelijk worden onderdrukt door Negeer timer te selecteren. Het is mogelijk om de timer gedurende 1, 3 of 5 dagen te onderdrukken.

Intens maaien

Intens maaien betekent dat de robotmaaier in een spiraalvormig patroon maait om het gras te maaien in het gebied waar hij is gestart. Wanneer dit is gebeurd, schakelt de maaier automatisch om naar Hoofdgebied of Bijgebied.

Deze functie is handig om snel een gebied te maaien waar het gras minder gemaid is dan elders in de tuin.

De functie Intens maaien kan worden geactiveerd met de START-knop. U kunt selecteren hoe de robotmaaier moet blijven werken nadat het maaien is beëindigd door op de knop Rechterpijl te drukken en daarna In hoofdgebied of In bijgebied te kiezen.

5.2 Bedieningsselectie Parkeren

Wanneer de PARK-knop is ingedrukt, kunnen de volgende bedrijfsmodi worden geselecteerd.

Parkeer tot nader order

De robotmaaier blijft in het laadstation tot er een andere bedieningsmodus is geselecteerd via het indrukken van de START-knop.

Start weer over 3 uur

De robotmaaier blijft in het laadstation gedurende drie uur en keert daarna automatisch terug naar de normale bedieningsmodus. Deze bedieningsmodus is geschikt om de werking tijdelijk op te schorten, bv. om het gazon even te sproeien of om te spelen of te relaxen op het gazon.

Start op volgende timer

De robotmaaier blijft in het laadstation tot de volgende timerinstelling de maaier toestaat om te maaien. Deze bedieningsmodus kan worden gebruikt om een reeds gestarte maaicyclus te annuleren en de robotmaaier tot de volgende dag in het laadstation te laten staan.

Deze optie wordt niet weergegeven als er geen timerinstellingen zijn.

Zet de hoofdschakelaar in stand 1 om de robotmaaier te starten.

Zet de hoofdschakelaar in stand 0 als de robotmaaier niet in gebruik is of als er werkzaamheden aan de maaischijf worden uitgevoerd.

Als de hoofdschakelaar in stand 0 staat, kunnen de motoren van de robotmaaier niet starten.

5.4 De PARK-knop van het laadstation

Deze sectie is niet van toepassing op Automower® 320.

De PARK-knop op het laadstation dient om de robotmaaier terug te roepen naar het laadstation. De PARK-knop op het toetsenbord in de robotmaaier heeft dezelfde functie. De PARK-knop op het laadstation is bijvoorbeeld handig als de robotmaaier in een groot werkgebied actief is en het laadstation beter toegankelijk is.

Wanneer de PARK-knop is ingedrukt, zal er een led in de knop constant branden. De led gaat uit zodra de robotmaaier in het laadstation is geparkeerd.

De robotmaaier blijft in het laadstation geparkeerd totdat de START-knop op het toetsenbord van de robotmaaier wordt ingedrukt.

HUSQVARNA Automower 320 - De PARK-knop van het laadstation - 1

Het hoofdmenu bestaat uit de volgende drie opties:

  • Timer
  • Maaihoogte
  • Veiligheid
  • Meldingen
  • Weertimer
  • Installatie
  • Instellingen
  • Accessoires

Elke optie heeft een aantal submenu's. Hiermee hebt u toegang tot alle functies voor het instellen van de robotmaaier.

Tussen menu's bladeren

Gebruik de pijltoetsen om door het hoofdmenu en de submenu's te bladeren. Gebruik de cijfertoetsen om waarden en tijden in te voeren en bevestig elke selectie met de meerkeuzeknop met de aanduiding OK. Druk BACK om een stap terug te gaan in het menu of houd de MENU-knop 2 seconden ingedrukt om direct terug te gaan naar het hoofdmenu.

HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 1

Sommige submenu's bevatten een vakje dat kan worden geselecteerd. Dit dient om te selecteren welke optie(s) wordt/ worden geselecteerd of om aan te geven of een functie is ingeschakeld/uitgeschakeld. Plaats of verwijder het vinkje in het vakje door te drukken op OK.

HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 2

De volgende tabel geeft een beknopt overzicht van de beschikbare menuopties in het hoofdmenu. Het volgende hoofdstuk bevat uitgebreidere informatie over de wijze waarop elke functie wordt gebruikt en welke instelmogelijkheden beschikbaar zijn. Gebruik de pijltoetsen om door het menu te bladeren. Bevestig elke selectie met OK.

HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 3TimerVoor het beste maairesultaat mag u het gazon niet te vaak laten maaien. Daarom is het belangrijk om de rijtijd via de timerfunctie te beperken als het werkgebied kleiner is dan de werkcapaciteit van de robotmaaier. De timerfunctie is ook een ideaal middel om te bepalen wanneer de robotmaaier niet mag maaien, bijvoorbeeld wanneer de kinderen in de tuin spelen.
HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 4MaaihoogteDe maaihoogte kan worden ingesteld van MIN (2 cm) tot MAX (6 cm).Tijdens de eerste week na een nieuwe installatie moet de maaihoogte op MAX worden ingesteld om beschadiging van de lusdraad te voorkomen. Hierna kan de maaihoogte elke week een stap worden verlaagd totdat de gewenste maaihoogte is bereikt.
HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 5VeiligheidVia dit menu kunt u instellingen met betrekking tot de beveiliging en de verbinding tussen de robotmaaier en het laadstation wijzigen.Er zijn drie veiligheidsniveaus waaruit u kunt kiezen, maar het is ook mogelijk om een eigen combinatie van beveiligingsfuncties te definiëren.
HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 6MeldingenVia deze functie kunnen opgeslagen fout- en infomeldingen worden uitgelezen. Voor de meest voorkomende foutmeldingen zijn er tips en adviezen beschikbaar waarmee u de fout kunt verhelpen. Zie 9.1 Foutmeldingen op pagina 76.
HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 7WeertimerVia deze functie kan de robotmaaier zijn maaitijden automatisch aanpassen aan de snelheid waarmee het gras groeit. Wanneer het weer bevorderlijk is voor het groeien van het gras maait de robotmaaier vaker en wanneer het gras minder snel groeit, zal de robotmaaier automatisch minder tijd aan het gazon besteden.
HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 8InstallatieDeze menufunctie dient om de robotmaaier naar afgelegen delen van een werkgebied te leiden en in te stellen hoe de robotmaaier het laadstation moet zoeken. Voor veel maagebieden hoeven de fabrieksinstellingen niet te worden gewijzigd, d.w.z. dat de robotmaaier zelf de verschillende zoekmethoden en de bijbehorende instellingen kan combineren.
HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 9InstellingenVia deze functie kunt u wijzigingen aanbrengen in de algemene instellingen van de robotmaaier, zoals de datum en tijd.
HUSQVARNA Automower 320 - Tussen menu's bladeren - 10AccessoiresIn dit menu kunt u de instellingen configureren voor accessoires die op de maaier zijn aangebracht. Neem contact op met uw dealer voor informatie over welke accessoires geschikt zijn voor uw robotmaaier.

6.3 Timer

Voor het beste maairesultaat mag u het gazon niet te vaak laten maaien. Daarom is het belangrijk om de rijtijd via de timerfunctie te beperken als het werkgebied kleiner is dan de werkcapaciteit van de robotmaaier. Als u de robotmaaier te veel laat maaien, kan het gazon er geplet uitzien. Bovendien zal de robotmaaier dan onnodig slijten.

De timerfunctie is ook een ideaal middel om te bepalen wanneer de robotmaaier niet mag maaien, bijvoorbeeld wanneer de kinderen in de tuin spelen.

Optimale prestaties worden verkregen wanneer de timer wordt uitgeschakeld en de robotmaaier 24 uur per dag en 7 dagen per week mag maaien.

Op basis van de fabrieksinstelling is de timer uitgeschakeld en zal de robotmaaier 24 uur per dag en 7 dagen per week werken. Dit is gewoonlijk een geschikte instelling voor een werkgebied dat overeenkomt met de maximale capaciteit van de robotmaaier, nl. 3.200 m² (2.200 m² voor Automower® 320).

Ga er bij het instellen van de timer van uit dat de robotmaaier circa 135 m 2 per uur en dag maait (ongeveer 90 m 2 voor Automower® 320). Bijvoorbeeld: Als het werkgebied 1.200 m 2 bedraagt, moet de robotmaaier ongeveer 9 uur per dag maaien (ongeveer 13 uur voor Automower® 320).

Onderstaande tabel geeft suggesties voor verschillende instellingen voor de timer afhankelijk van de grootte van de tuin. De tabel kan worden gebruikt om de bedrijfstijd in te stellen. De tijden zijn indicatief, mogelijk moeten ze worden aangepast aan de tuin. Gebruik de tabel als volgt:

  1. Zoek een werkgebied op dat het beste past bij het gebied van de tuin.
  2. Selecteer een geschikt aantal werkdagen per week (voor sommige werkgebieden zijn mogelijk 7 dagen nodig).
  3. Werkuren per dag toont hoeveel uren per dag de robotmaaier mag werken voor het geselecteerde aantal werkdagen.
  4. Voorgesteld tijdsinterval geeft een tijdsinterval aan dat overeenkomt met de gewenste werkuren per dag.

Deze tabel geldt voor Automower® 320

WerkgebiedWerkdagen per weekWerkuren per dagVoorgesteld tijdsinterval
500 m2 5 7,5 h 07:00- 14:30
7 5,5 h 07:00- 12:30
750 m2 5 11,5 h 07:00- 18:30
7 8 h 07:00- 15:00
1000 m2 5 15,5 h 07:00- 22:30
7 11 h 07:00- 18:00
1250 m2 5 19 h 04:00- 23:00
7 13,5 h 07:00- 20:30
1500 m2 5 23 h 00:00- 23:00
7 16,5 h 07:00- 23:30

HUSQVARNA Automower 320 - Timer - 1

HUSQVARNA Automower 320 - Timer - 2

flowchart
graph TD
    A["Maandag"] --> B["Periode 1"]
    A --> C["Periode 2 Kopieren Overzicht"]
    A --> D["Reset"]
    B --> E["Alle dagen"]
    B --> F["Ma"]
    B --> G["Di Wo Do Vr Za Zo"]
    C --> H["Huidige dag"]
    C --> I["Heel de week"]

HUSQVARNA Automower 320 - Timer - 3

Deze tabel geldt voor Automower® 320

WerkgebiedWerkdagen per weekWerkuren per dagVoorgesteld tijdsinterval
500 m2 5 5,5 h 07:00- 12:30
7 4 h 07:00 -11:00
750 m2 5 8 h 07:00 -15:00
7 5,5 h 07:00- 12:30
1000 m2 5 10,5 h 07:00- 17:30
7 7,5 h 07:00- 14:30
1250 m2 5 13 h 07:00- 20:00
7 9,5 h 07:00- 16:30
1500 m2 5 16 h 07:00- 23:00
7 11,5 h 07:00- 18:30
1750 m2 5 18,5 h 05:00- 23:30
7 13 h 07:00- 20:00
2000 m2 5 21 h 02:00- 23:00
7 15 h 07:00- 22:00
2250 m2 5 23,5 h 00:00- 23:30
7 17 h 07:00- 24:00
2500 m2 6 22 h 01:00- 23:00
7 19 h 04:00- 23:00
2750 m2 6 24 h 00:00- 24:00
7 20,5 h 03:00- 23:30
3000 m2 7 22,5 h 01:00- 23:30
3200 m2 7 24h 00:00 - 24:00

Wanneer de timerinstellingen zijn ingesteld, wordt op de startpagina een kloksymbool weergegeven. Het kloksymbool is zwart wanneer de robotmaaier niet mag maaien op basis van een timerinstelling en wit wanneer de robotmaaier wel mag maaien.

Het is mogelijk om twee werkperiodes per dag te configureren. Elke dag kan unieke werkperiodes hebben, maar het is ook mogelijk om de werkperiode voor de huidige dag te kopiëren naar alle andere dagen.

Gebruik de pijltoets omlaag om het selectievakje in te schakelen en druk vervolgens op OK. Dan pas kunnen de timerinstellingen worden uitgevoerd. De robotmaaier maait enkel op de dagen die zijn ingeschakeld.

Kopiëren

Gebruik deze functie om de instellingen voor de huidige dag te kopieren naar andere dagen.

Gebruik de pijltoetsen omhoog en omlaag om de cursor naar een andere dag te verplaatsen. De tijden zullen worden gekopieerd naar de dagen die met OK zijn gemarkeerd.

Overzicht

De functie geeft grafisch weer op welke uren en dagen de robotmaaier werkt. De tijd waarop de robotmaaier zal maaien, wordt aangegeven met een zwarte lijn. De rest van de tijd is de robotmaaier in het laadstation geparkeerd.

HUSQVARNA Automower 320 - Overzicht - 1

bar | Day | Value | |---|---| | Mo | 12 | | Tu | 10 | | We | 13 | | Th | 9 | | Fr | 13 | | Sa | 0 | | Su | 0 |

3012-1235

Reset

Deze functie reset de timer naar de fabrieksinstelling, waarbij de robotmaaier 24 uur per dag en 7 dagen per week mag werken.

Huidige dag

Hiermee wordt de geselecteerde dag in het tabsysteem gereset.

Op basis van de fabrieksinstelling mag de robotmaaier 24 uur per dag werken.

HUSQVARNA Automower 320 - Huidige dag - 1

Hiermee worden alle dagen van de week gereset.

Op basis van de fabrieksinstelling mag de robotmaaier 24 uur per dag en 7 dagen per week werken.

6.4 Maaihoogte

De maaihoogte kan worden ingesteld van MIN (2 cm) tot MAX (6 cm).

Tijdens de eerste week na een nieuwe installatie moet de maaihoogte op MAX worden ingesteld om beschadiging van de lusdraad te voorkomen. Hierna kan de maaihoogte elke week een stap worden verlaagd totdat de gewenste maaihoogte is bereikt.

Als het gras lang is, kunt u de maaier het beste op de maximale maaihoogte laten beginnen. Als het gras korter is, kan de maaihoogte geleidelijk worden verlaagd.

Om de maaihoogte te verhogen:

  1. Gebruik de pijl-omhoogtoets om de gewenste hoogte te verhogen of voer direct op het toetsenbord een nummer in.
  2. Druk op OK om te bevestigen.

Om de maaihoogte te verlagen:

  1. Gebruik de pijl-omlaagtoets om de gewenste hoogte te verlagen of voer direct op het toetsenbord een nummer in.
  2. Druk op OK om te bevestigen.

HUSQVARNA Automower 320 - Om de maaihoogte te verlagen: - 1

HUSQVARNA Automower 320 - Om de maaihoogte te verlagen: - 2

CUTTING HEIGHT Cutting height: max max min

3012-1237

6.5 Veiligheid

Via deze selectie kunnen instellingen met betrekking tot de beveiliging en de verbinding tussen de maaier en het laadstation worden aangepast.

Veiligheidsniveau

Er zijn drie veiligheidsniveaus waaruit u kunt kiezen, maar het is ook mogelijk om een eigen combinatie van beveiligingsfuncties te definiëren.

De fabrieksinstelling is veiligheidsniveau Midden.

Gebruik de pijltoetsen omlaag en omhoog om een veiligheidsniveau te selecteren.

Bij de veiligheidsniveaus Laag en Midden is de toegang tot de robotmaaier geblokkeerd als de PIN-code onbekend is. Bij veiligheidsniveau Hoog klinkt er tevens een waarschuwingspiepje als er niet binnen een ingestelde termijn de juiste PIN-code wordt ingevoerd.

Druk op de stopknop om de robotmaaier uit te schakelen en zet de hoofdschakelaar op 0.

Werking LaagMidden Hoog
Tijdsslot X X X
PIN-verzoek X X
Alarm X

Tijdsslot

Deze functie houdt in dat de robotmaaier na 30 dagen niet meer kan worden gestart tenzij eerst de juiste PIN-code wordt ingevoerd. Na het verstrijken van deze 30 dagen blijft de robotmaaier gewoon maaien, maar als de klep wordt geopend, verschijnt de melding Voer PIN-code in. Voer uw code weer in en druk op OK.

Hierna moet de PIN-code telkens worden ingevoerd als de hoofdschakelaar op 1 wordt gezet.

PIN-verzoek

Deze functie houdt in dat de maaier altijd om een PIN-code vraagt wanneer de klep wordt geopend. Om de robotmaaier te kunnen gebruiken, moet de juiste PIN-code worden ingevoerd.

Wanneer vijf keer achter elkaar een verkeerde PIN-code wordt ingevoerd, wordt de robotmaaier enige tijd geblokkeerd. De tijd voor de blokkering wordt bij elke volgende mislukte poging verlengd.

Alarm

Deze functie houdt in dat er een alarmsignaal klinkt wanneer de PIN-code niet binnen 10 seconden na het indrukken van de STOP-knop wordt ingevoerd of wanneer de robotmaaier om de een of andere reden is opgetild. Een tikkend geluid geeft aan dat de PIN-code moet worden ingevoerd om te voorkomen dat het alarm afgaat. Het alarm kan op elk moment weer worden uitgeschakeld door invoer van de juiste PIN-code.

Nederlands - 46

HUSQVARNA Automower 320 - Alarm - 1

flowchart
graph TD
    A["Veiligheid"] --> B["Veiligheids-niveau"]
    A --> C["Wijzig PIN-code"]
    A --> D["Nieuw lussignaal"]
    A --> E["Uitgebreid"]
    A --> F["Reset veiligheidsinstellingen"]
    B --> G["Laag Midden Hoog Aangepast"]
    C --> H["Duur van tijdsslot"]

HUSQVARNA Automower 320 - Alarm - 2

Via dit menu kunt u de beschikbare beveiligingsfuncties op basis van uw behoeften aanpassen en combineren.

Tijdsslot

Activeer of deactiveer het verzoek om een PIN-code na een bepaald aantal dagen. Het aantal dagen is in te stellen in Veiligheid > Uitgebreid.

LET OP! Tijdsslot is de belangrijkste diefstalbeveiligingsfunctie. Daarom raden we aan om deze altijd ingeschakeld te houden.

PIN indien gestopt

Activeer of deactiveer het verzoek om een PIN-code na het indrukken van de STOP-knop.

Alarm & PIN indien gestopt

Activeer of deactiveer het alarm na het indrukken van de STOP-knop.

Alarm & PIN indien opgetild

Activeer of deactiveer het alarm wanneer de robotmaaier wordt opgetild, bv. wanneer deze ergens naartoe wordt gedragen.

Het kan nodig zijn om deze functie te deactiveren in werkgebieden waar de robotmaaier regelmatig moet worden opgetild vanwege botsingen met bijvoorbeeld zacht glooiende rotsen of boomwortels.

Alarm & PIN indien gekanteld

Activeer of deactiveer het alarm wanneer de robotmaaier wordt gekanteld, bv. wanneer deze ergens naartoe wordt gedragen.

Wijzig PIN code

Voer de nieuwe PIN-code in en druk op OK. Bevestig door dezelfde code opnieuw in te voeren en op OK te drukken. Als de PIN-code is gewijzigd, wordt op het display heel kort de melding PIN-code veranderd weergegeven.

Maak een notitie van de nieuwe PIN-code op de aangegeven regel in Aantekeningen op pagina 2.

Nieuw lussignaal

Het lussignaal wordt willekeurig gekozen, zodat een unieke koppeling tussen de betreffende robotmaaier en het laadstation ontstaat. In zeldzame gevallen kan het nodig zijn om een nieuw signaal te genereren, bijvoorbeeld als twee aangrenzende installaties signalen gebruiken die erg op elkaar lijken.

  1. Plaats de robotmaaier in het laadstation waaraan de robotmaaier moet worden gekoppeld.
  2. Selecteer Nieuw lussignaal in het menu en druk op OK.

CUSTOM

  1. Druk op OK en wacht op de bevestiging dat het lussignaal is gegenereerd. Dit duurt gewoonlijk ongeveer 10 seconden.

Uitgebreid

Duur van het tijdsslot

Wanneer Tijdsslot is geactiveerd, is het tevens mogelijk om te selecteren hoeveel dagen de robotmaaier om een PIN-code moet vragen. U kunt een waarde van 1 tot 90 selecteren.

De fabrieksinstelling is 30 dagen.

Duur van het alarm

Wanneer Alarm is geactiveerd, is het tevens mogelijk om te selecteren hoe lang het alarmsignaal moet duren. U kunt een waarde van 1 tot 20 minuten selecteren.

6.6 Meldingen

Via deze functie kunnen opgeslagen fout- en infomeldingen worden uitgelezen. Voor de meest voorkomende foutmeldingen zijn er tips en adviezen beschikbaar waarmee u de fout kunt verhelpen. Zie 9.1 Foutmeldingen op pagina 76.

Foutmeldingen

Als de werking van de robotmaaier op enige wijze wordt verstoord, bijvoorbeeld als hij vast komt te zitten onder een gevallen tak, wordt er op het display van de maaier een melding weergegeven met betrekking tot de storing en het tijdstip waarop deze zich voordeed.

Als dezelfde foutmelding meerdere keren wordt herhaald, kan dit betekenen dat er een aanpassing aan de installatie of de robotmaaier moet worden gemaakt. Zie 9.1

Foutmeldingen op pagina 76 voor meer informatie over de mogelijk oorzaken voor elke melding.

Op datum

Deze lijst bevat de laatste 50 foutmeldingen, gesorteerd op datum, waarbij het meest recente incident boven aan de lijst staat.

Door een foutmelding te selecteren en op de OK-knop te drukken, kunt u de datum en de tijd zien waarop de foutmelding werd weergegeven.

Tips en advies om u te helpen het probleem zelf oplossen, worden ook weergegeven.

Op frequentie

Deze lijst bevat de meest recente 50 meldingen, gesorteerd op het aantal keren dat dezelfde fout is opgetreden.

Rechts van de melding wordt aangegeven hoe vaak elke foutmelding is weergegeven.

Door een foutmelding te selecteren en op de OK-knop te drukken, kunt u de datum en de tijd zien waarop de foutmelding werd weergegeven.

Nederlands - 48

HUSQVARNA Automower 320 - Op frequentie - 1

HUSQVARNA Automower 320 - Op frequentie - 2

flowchart
graph TD
    A["Meldingen"] --> B["Fout meldingen"]
    A --> C["Info meldingen"]
    A --> D["Reset meldingen"]
    B --> E["Op datum"]
    B --> F["Op frequentie"]
    C --> G["Op datum"]
    C --> H["Op frequentie"]

Infomeldingen

Op het display getoonde meldingen die niet het gevolg zijn van een fout, worden opgeslagen onder het kopje Infomeldingen Voorbeelden van dergelijke meldingen zijn Zwak GPS-signaal en Helling te steil. Zie 9.1 Foutmeldingen op pagina 76 voor meer informatie over de mogelijk oorzaken voor elke melding.

Op datum

Deze lijst bevat de laatste 50 foutmeldingen, gesorteerd op datum, waarbij het meest recente incident boven aan de lijst staat.

Op frequentie

Deze lijst bevat de meest recente 50 meldingen, gesorteerd op het aantal keren dat dezelfde fout is opgetreden.

Reset meldingen

Om alle opgeslagen meldingen te verwijderen, selecteert u Reset en drukt u op OK. Bevestig door nog een keer op OK te drukken.

6.7 Weertimer

Via deze functie kan de robotmaaier zijn maaitijden automatisch aanpassen aan de snelheid waarmee het gras groeit. Wanneer het weer bevorderlijk is voor het groeien van het gras maait de robotmaaier vaker en wanneer het gras minder snel groeit, zal de robotmaaier automatisch minder tijd aan het gazon besteden.

De robotmaaier zal echter niet langer werken dan de tijd die in de timerinstellingen kan worden geconfigureerd. Voor optimale weertimerprestaties raden we aan om bij het instellen van de timer alleen de tijden te deselecteren waarop de robotmaaier niet moet werken. Andere tijden moeten beschikbaar zijn voor de weertimer.

Wanneer de weertimer is geactiveerd, heeft de robotmaaier tijd nodig om te bepalen wat de optimale maaitijd voor het betreffende werkgebied is. Daarom kan het enkele dagen duren voordat de maairesultaten optimaal zijn.

Wanneer de weertimer is geactiveerd, is het erg belangrijk om regelmatig te controleren of de maaischijf schoon is en de messen in goede staat zijn. Gras dat rond de maaischijf is gedraaid of botte messen kunnen de werking van de timerfunctie beïnvloeden.

Weertimer

Om de weertimer te activeren: plaats de cursor op Aan en druk op OK.

HUSQVARNA Automower 320 - Weertimer - 1

flowchart
graph TD
    A["Weertimer"] --> B["MaaitijdAan/Uit"]
    B --> C["LaagLaag - Midden Hoog Hoog +"]

WEATHER TIMER ✓ Run Weather timer Cutting time ◀ Mid ►

3012-1259

Maaitijd

Als de maairesultaten bij gebruik van de weertimer niet optimaal zijn, kan het nodig zijn om de maaitijdinstellingen aan te passen.

Maaitijd instellen: plaats de cursor op Maaitijd en verleng of verkort de maaitijd met de rechter- en linkerpijltoets in drie vooraf ingestelde stappen.

Hoe langer de geselecteerde maaitijd, des te langer de robotmaaier mag maaien.

6.8 Installatie

Deze menufunctie dient om de robotmaaier naar afgelegen delen van een werkgebied te leiden en in te stellen hoe de robotmaaier het laadstation moet zoeken. Voor veel werkgebieden is het niet nodig om de fabrieksinstellingen te wijzigen, waarbij de robotmaaier de diverse zoekmethoden en de onderliggende instellingen zelf combineert.

Het laadstation vinden

De robotmaaier kan worden ingesteld om het laadstation te zoeken op een of meer van de volgende drie manieren: Volg, Begrenzingslus en Laadstation. Op basis van de fabrieksinstellingen worden deze zoekopties automatisch gecombineerd om het laadstation zo snel mogelijk te vinden, maar met een minimale kans op spoorvorming.

In zeer complexe tuinen, bijvoorbeeld met veel gebieden die met elkaar zijn verbonden door smalle doorgangen, wordt de benodigde tijd voor het vinden van het laadstation verkort door een aantal van de handmatige instellingen hieronder door te voeren.

De robotmaaier begint bij het zoeken naar het laadstation altijd met een onregelmatige zoekmethode.

Wanneer de robotmaaier het laadstation na een bepaalde periode van onregelmatig zoeken nog steeds niet kan vinden, gaat hij ook zoeken naar de begeleidingsdraden en na enige tijd eveneens naar de begrenzingsdraad om vervolgens een van deze te volgen naar het laadstation. Deze tijd wordt opgegeven in minuten en wordt de uitsteltijd genoemd.

Voorbeeld:

4 minuten uitstel voor Volg 1 en Volg 2 en 11 minuten voor de begrenzingslus. In dit geval zoekt de robotmaaier eerst 4 minuten onregelmatig en daarna zoekt hij gedurende 7 minuten naar de begeleidingsdraden. Als hij na deze tijd nog geen begeleidingsdraad heeft gevonden, gaat hij ook op zoek naar de begrenzingslus.

Het is natuurlijk ook mogelijk om voor zowel de begeleidingsdraden en de begrenzingslus dezelfde uitsteltijd op te geven, bijvoorbeeld 5 minuten. In dat geval zoekt de robotmaaier onregelmatig gedurende 5 minuten om daarna, als hij het laadstation nog niet heeft gevonden, verder te gaan met zoeken door de begeleidingsdraden of de begrenzingslus te volgen, afhankelijk van welke hij het eerst vindt.

HUSQVARNA Automower 320 - Voorbeeld: - 1

HUSQVARNA Automower 320 - Voorbeeld: - 2

flowchart
graph TD
    A["Installatie"] --> B["Vind laadstation"]
    A --> C["Tuin dekking"]
    A --> D["Uitgebreid"]
    B --> E["Regio 1-5 GPS Overzicht"]
    C --> F["Zoek methode"]
    C --> G["Overzicht Reset"]
    D --> H["Doorrij breedte"]
    D --> I["Uitrij hoeken"]
    D --> J["Achteruitrij-afstand"]
    D --> K["Rijd over draad"]
    D --> L["Installatievorm"]
    D --> M["Automatische passagedetectie"]

HUSQVARNA Automower 320 - Voorbeeld: - 3

Over het algemeen maakt een langere uitsteltijd de kans op spoorvorming kleiner (de robotmaaier zal het laadstation vaker vinden via onregelmatig zoeken), maar het zorgt tevens voor langere zoektijden. Een korte uitsteltijd geeft het omgekeerde effect, d.w.z. kortere zoektijden met een grotere kans op spoorvorming langs de begeleidingsdraden en/of begrenzingsdraden.

Volg

Controleer of het selectievakje Volg begeleiding naar huis is ingeschakeld. Gebruik anders de pijltoets omlaag om het selectievakje in te schakelen en druk vervolgens op OK.

Gebruik de cijfertoetsen om de uitsteltijd in te voeren.

Automower ® 320 heeft enkel Volg.

Volg > Begeleiding 1 uitstel

Verplaats de cursor naar Begeleiding 1 uitstel en voer de tijd in minuten in.

De uitsteltijd wordt gewoonlijk opgegeven als een waarde tussen 0 en 10 minuten.

Volg > Begeleiding 2 uitstel

Niet van toepassing op Automower® 320.

Verplaats de cursor naar Begeleiding 2 uitstel en voer de tijd in minuten in.

Begrenzingslus

Controleer of het selectievakje Volg begrenzing naar huis is ingeschakeld. Gebruik anders de pijltoets omlaag om het selectievakje in te schakelen en druk vervolgens op OK.

Gebruik de cijfertoetsen om de uitsteltijd in te voeren.

Verplaats de cursor naar Uitstel begrenzing en voer de tijd in minuten in.

Deze tijd is meestal langer dan de tijd voor Volg 1 en Volg 2, omdat het gewoonlijk beter is als de robotmaaier een van de begeleidingsdraden volgt om terug te keren naar het laadstation. De uitsteltijd wordt gewoonlijk opgegeven als een waarde tussen 10 en 20 minuten maar kan ook korter zijn als er geen begeleidingsdraad is geïnstalleerd en het onwaarschijnlijk is dat de robotmaaier het laadstation met behulp van onregelmatig zoeken kan vinden.

Als de robotmaaier een geleidingsdraad passeert terwijl de begrenzingsdraad wordt gevolgd, zoekt hij niet langer langs de begrenzingsdraad, maar volgt hij de geleidingsdraad tot in het laadstation.

Als het in de installatie echt onwenselijk is om de begrenzingslus te volgen, moet het selectievakje Volg begrenzing naar huis worden uitgeschakeld.

HUSQVARNA Automower 320 - Begrenzingslus - 1

Er kunnen redenen zijn om het bereik van het laadstation in zeldzame gevallen te beperken. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn als het laadstation dicht bij een struik of muur staat, waardoor de robotmaaier niet in het laadstation kan dokken terwijl hij wel de signalen van het laadstation ontvangt. In dergelijke gevallen is het gewoonlijk beter om het laadstation te verplaatsen. Als dit echter niet mogelijk is, kan het bereik van het laadstation worden beperkt.

Gebruik de pijltoetsen links en rechts om het bereik te selecteren.

Instelling Bereik
Min 0 m
Gemiddeld circa3 tot 4 m
Max circa 6 tot8 m

BELANGRIJKE INFORMATIE

Het bereik van het laadstation hoeft enkel in uitzonderlijke gevallen te worden beperkt. Het is gewoonlijk beter om het laadstation naar een geschiktere locatie in het werkgebied te verplaatsen.

Overzicht

Deze functie geeft een overzicht van de geselecteerde instellingen voor elke zoekmethode. Het is ook mogelijk om te testen of de robotmaaier de begeleidingsdraden en de begrenzingsdraad kan volgen tot aan het laadstation en vervolgens zonder problemen kan dokken.

Overzicht > Test

Het testen van geselecteerde instellingen kan worden beschouwd als een normaal onderdeel van de installatie.

Om de geselecteerde instellingen te testen:

  1. Plaats de robotmaaier op ongeveer 3 meter vanaf de te testen draad (begrenzingsdraad of de begeleidingsdraden), met de voorzijde naar de draad gericht.
  2. Gebruik de pijltoets rechts/links om Test te selecteren voor de draad die moet worden getest. Druk op OK.
  3. Druk op START en sluit de klep van het display.

Controleer of de robotmaaier de begeleidingsdraad helemaal volgt tot aan het laadstation en in het laadstation dokt. De test is alleen gelukt als de robotmaaier de begeleidingsdraad over het gehele traject naar het laadstation kan volgen en meteen bij de eerste poging dokt. Als het de robotmaaier niet lukt om bij de eerste poging te dokken, probeert hij het automatisch opnieuw. De installatie is niet goedgekeurd als de robotmaaier twee of meer pogingen nodig heeft om in het laadstation te dokken.

HUSQVARNA Automower 320 - Overzicht > Test - 1

Als de robotmaaier de draad niet kan volgen, komt dit in veel gevallen doordat obstakels dicht bij de draad niet zijn geïsoleerd of doordat de begeleidingsdraad op een steile helling niet onder een hoek is gelegd. Controleer of het laadstation, de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad zijn geïnstalleerd volgens de instructies in hoofdstuk 3.2, 3.4 en 3.6.

Als de handmatige instellingen zijn ingevoerd, kan het zijn dat hierbij ook een verkeerde doorrijbreedte is geselecteerd.

  1. De test is gelukt als de robotmaaier de geselecteerde draad naar het laadstation kan volgen en zonder problemen bij de eerste poging kan dokken.

Als de functie Test wordt geactiveerd, rijdt de robotmaaier zo ver mogelijk weg van de draad als is toegestaan op basis van de geselecteerde doorrijbreedte.

Tuindekking

Via dit menu kan de robotmaaier naar afgelegen delen van een werkgebied worden geleid. Deze belangrijke functie is bedoeld om een gelijkmatig maairesultaat in het gehele werkgebied te handhaven. In zeer complexe tuinen met bijvoorbeeld veel zones die met elkaar verbonden zijn via smalle doorgangen, kan het maairesultaat worden verbeterd door een aantal handmatige instellingen te maken, zoals hieronder beschreven.

De fabrieksinstellingen in Automower® 330X maken gebruik van een ingebouwde gps om te controleren welke zones al zijn gemaaid en welke zones daarna moeten worden gemaaid. Automower® 330X kan op deze manier automatisch naar moeilijk te bereiken delen van het werkgebied gaan.

Wanneer de GPS-ondersteunde navigatie is geactiveerd, hoeft u niets handmatig in te stellen.

Op basis van de fabrieksinstellingen in Automower ® 320 kan de robotmaaier de begeleidingsdraad over een lengte van 300 meter volgen in 20% van de gevallen dat de robotmaaier het laadstation verlaat.

Regio 1-5

Er kunnen maximaal vijf (drie voor Automower® 320) afgelegen zones worden ingesteld. Er zijn een aantal unieke selecties nodig om de robotmaaier toe te staan om de afgelegen zone te bereiken.

Gebruik de pijltoets omlaag om het selectievakje in te schakelen en druk vervolgens op OK. Dan pas kunnen handmatige instellingen worden gemaakt.

HUSQVARNA Automower 320 - Regio 1-5 - 1

Wanneer GPS-geassisteerde navigatie is geactiveerd, zal deze functie worden gebruikt zolang er een gps-service beschikbaar is – zelfs als er handmatige instellingen actief zijn. De handmatige instellingen worden enkel gebruikt als er geen gps-service beschikbaar is.

Regio X > Hoe?

Selecteer rechts, links of Volg 1 (of Volg 2 voor Automower® 330X) op basis van de locatie van de zone ten opzichte van het laadstation. De richting (rechts of links) wordt bepaald met het gezicht naar het laadstation gericht.

Gebruik de pijltoetsen rechts en links om tussen de verschillende opties te schakelen.

Regio X > Hoe ver?

Voer de afstand in meters in langs de stroomdraad vanaf het laadstation naar het gebied waar de robotmaaier begint de maaien.

Gebruik de cijfertoetsen om de afstand in meter te specificeren.

Tips! Gebruik de Overzicht > Test functie om te bepalen hoe ver het is naar de afgelegen zone. Tips! Bepaal via de functie Overzicht > Test hoe groot de afstand tot het gebied is. De afstand in meters wordt weergegeven op het display van de maaier wanneer STOP is ingedrukt.

De fabrieksinstelling voor Automower® 320 bedraagt 300 meter voor Volg 1.

Regio X > Hoe vaak?

Het aantal keren dat de robotmaaier naar de afgelegen zone moet worden geleid, wordt ingesteld als een percentage van het totale aantal keren dat hij het laadstation verlaat. Alle andere keren begint de robotmaaier te maaien bij het laadstation.

Selecteer het percentage dat overeenkomt met de omvang van de afgelegen zone ten opzichte van het totale werkoppervlak. Wanneer de afgelegen zone bijvoorbeeld de helft van het totale werkoppervlak bestrijkt, selecteert u 50%. Als de afgelegen zone kleiner is, voert u een lager getal in. Wanneer er meerdere zones zijn, moet u erom denken dat het totaal nooit hoger kan zijn dan 100%.

Zie de voorbeelden in 7 Voorbeelden van tuinen op pagina 66.

Gebruik de cijfertoetsen om het percentage in te voeren.

De fabrieksinstelling voor Automower®320 is 20% voor Volg 1.

HUSQVARNA Automower 320 - Regio X > Hoe vaak? - 1

Gps-geassisteerde navigatie

Deze sectie is niet van toepassing op Automower® 320.

Gps-geassisteerde navigatie maakt gebruik van een ingebouwde gps om te controleren welke zones al zijn gemaaid en welke zones daarna moeten worden gemaaid. Nadat de robotmaaier een aantal dagen in bedrijf is geweest, creëert hij een plattegrond van het werkgebied en waar de begeleidingsdraden zijn gelegd. Op deze manier kan Automower® 330X automatisch de afstanden en verhoudingen voor lastig te bereiken delen van het werkgebied bepalen.

De automatische instellingen die door de robotmaaier zijn gemaakt, kunnen niet op het display worden uitgelezen.

Om Gps-geassisteerde navigatie te activeren / deactiveren: selecteer "Gps-geassisteerde navigatie uitvoeren" en druk op OK.

Als zich problemen voordoen met de Gps-geassisteerde navigatie, kan de Gps-kaart van de robotmaaier worden gereset. Dit is normaal gesproken niet nodig. Om de Gps-kaart te resetten: Selecteer Reset GPS map en druk op OK.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Wanneer dezelfde robotmaaier wordt gebruikt voor twee of meer laadstations die dicht bij elkaar liggen (buren bijvoorbeeld), kan de gps-geassisteerde navigatie slechts in één van de werkgebieden worden gebruikt. Anders kan de digitale plattegrond misleidend zijn, waardoor de tuindekking van de robotmaaier afneemt.

Overzicht

Deze functie geeft een overzicht van de geselecteerde instellingen voor elke zone. Het is ook mogelijk om de uitrijinstellingen te testen en de afstand vanaf het laadstation naar een afgelegen zone te bepalen.

Overzicht > Test

Het testen van geselecteerde instellingen kan worden beschouwd als een normaal onderdeel van de installatie.

Als de functie Test wordt geactiveerd, rijdt de robotmaaier zo ver mogelijk weg van de lus als is toegestaan op basis van de geselecteerde doorrijbreedte.

Om de geselecteerde instellingen te testen:

  1. Plaats de robotmaaier in het laadstation.
  2. Gebruik de pijltoetsen omlaag en recht/links om Test te selecteren voor de zone die moet worden getest. Druk op OK.
  3. Druk op START en sluit de klep van het display.
  4. De robotmaaier zal nu het laadstation verlaten en de geselecteerde lus in de richting van de afgelegen zone gaan volgen. Controleer of de robotmaaier de vereiste afstand langs de lus helemaal kan volgen.
  5. De test is gelukt als de robotmaaier de geselecteerde lus zonder problemen kan volgen naar het vereiste startpunt.

GPS ASSISTED NAVIGATION

□ Run GPS assisted navigatio

3012-1242

Om de afstand tot een afgelegen zone te meten:

  1. Parkeer de robotmaaier in het laadstation.
  2. Voer in de menufunctie Tuindekking > Hoe ver? een afstand in die een stuk groter is dan de werkelijke afstand. De maximale afstand die kan worden ingevoerd, bedraagt 500 meter.
  3. Selecteer Tuindekking > Overzicht > Test en druk op OK.
  4. Druk op START en sluit de klep van het display.
  5. Druk op de gewenste positie op STOP en meet de afstand op het display. Dit getal kan nu worden ingevoerd in Tuindekking > Hoe ver?

Reset

Via deze functie kan Tuindekking worden teruggezet naar de fabrieksinstelling. Op basis van de fabrieksinstelling is Regio 1 geactiveerd, met de volgende instellingen:

• Hoe? = Volg 1
• Hoe vaak? = 20%
• Hoe ver? = 300 m

Bij de fabrieksinstelling voor Automower® 330X is ook Regio 2 geactiveerd, met de volgende instellingen:

• Hoe? = Volg 2
• Hoe vaak? = 20%
• Hoe ver? = 300 m

Reset > Huidig gebied

Deze functie reset enkel het geselecteerde gebied.

Reset > Alle gebieden

Deze functie reset alle gebieden.

Uitgebreid

Onder het kopje Uitgebreid vindt u nog meer instellingen die bepalen hoe de robotmaaier zich gedraagt. De instellingen in dit menu zijn enkel nodig als aanvullende besturing van de maaier absoluut noodzakelijk is, bv. bij zeer complexe tuinen. De fabrieksinstellingen zijn zo geselecteerd dat ze zouden moeten werken voor de meeste werkgebieden.

Doorrijbreedte

De doorrijbreedte bepaalt hoe ver de robotmaaier verwijderd mag blijven van de begeleidingsdraad/begrenzingsdraad wanneer hij deze van en naar het laadstation volgt. Het gebied naast de draad dat de robotmaaier dan gebruikt, wordt de corridor genoemd.

Door op diverse afstanden vanaf de draad te werken, wordt de kans op spoorvorming verkleind. Om de kans op spoorvorming te beperken, wordt aangeraden om de grootste doorrijbreedte (breedste corridor) te kiezen die mogelijk is op basis van de grootte van het werkgebied.

De robotmaaier stelt zelf de corridorbreedte in afhankelijk van de grootte van het maalgebied wanneer hij zich langs een geleidingsdraad verplaatst. Dankzij het ingebouwde automatische mechanisme kan de robotmaaier de afstand vanaf de draad variëren op basis van waar in het werkgebied deze zich bevindt. De doorrijbreedte wordt bijvoorbeeld automatisch verkleint in smalle doorgangen.

De fabrieksinstellingen zijn geschikt voor veel werkgebieden, d.w.z. dat de robotmaaier zelf de ingebouwde functies kan gebruiken om de grootst mogelijke doorrijbreedte aan te houden. In complexere tuinen, bv. waar de begeleidingsdraad dicht bij obstakels is gelegd omdat deze obstakels niet met behulp van de begrenzingslus konden worden geïsoleerd, kan de bedrijfszekerheid worden verbeterd door een aantal van de hieronder vermelde handmatige instellingen door te voeren.

Doorrijbreedte > Begrenzing

De doorrijbreedte is in te voeren in intervallen van 1-9. Het eerste cijfer van het interval specificeert de kleinste afstand tot aan de begrenzingslus en het tweede cijfer specificeert de grootste afstand.

De afstand die de robotmaaier van de begrenzingslus verwijderd blijft, varieert op basis van de indeling van het werkgebied. Gebruik de Test functie in Installatie > Tuindekking > Overzicht om de diverse waarden te testen.

Gebruik de cijfertoetsen om het gewenste interval op te geven.

De fabrieksinstelling is 3-6.

HUSQVARNA Automower 320 - Doorrijbreedte > Begrenzing - 1

Doorrijbreedte > Begeleiding

De functie Automatische passagedetectie zal automatisch de breedte van de begeleidingscorridor aanpassen. Als Automatische passagedetectie is uitgeschakeld, moeten handmatige instellingen worden ingevoerd. De doorrijbreedte kan worden ingesteld tussen 0 en 9.

Bij de waarde 0 zal de robotmaaier pal over het midden van de begeleidingsdraad rijden.

Gebruik de pijltoetsen om de gewenste waarde te selecteren.

Gewoonlijk verlaat de robotmaaier het laadstation in een richting vanuit een uitrijsector van 90°-270°. Door de uitrijhoeken te wijzigen, wordt het voor de robotmaaier makkelijker om het grootste werkgebied te bereiken wanneer het laadstation in een doorgang is geplaatst.

Uitrijhoeken > Sectoren

De robotmaaier kan worden ingesteld voor een of twee uitrijsectoren. Als het laadstation in een doorgang is geplaatst, kunnen er twee uitrijhoeken, bijvoorbeeld 70°-110° en 250°-290° worden gebruikt.

Bij gebruik van twee uitrijhoeken is het nodig om tevens te specificeren hoe vaak de robotmaaier het laadstation via sector 1 moet verlaten. Dat wordt gedaan via de functie Aandeel door aanvankelijk een percentage op te geven.

Een percentage van 75% betekent bijvoorbeeld dat de robotmaaier het laadstation in 75% van de gevallen verlaat via Gebied 1 en in 25% van de gevallen via Gebied 2.

Gebruik de cijfertoetsen om de voor de sectoren gewenste hoeken in graden en het aandeel in procenten in te voeren.

Achteruitrijafstand

Via deze functies bepaalt u hoe ver de robotmaaier uit het laadstation achteruit moet rijden voordat hij met maaien begint. Dit is een nuttige functie wanneer het laadstation bijvoorbeeld ver onder een veranda of een andere krappe ruimte is geplaatst.

Gebruik de cijfertoetsen om de gewenste achteruitrijafstand in centimeter in te voeren.

Boundary Guide1 Guide2 Corridor width : 9 Guide

3012-1251

HUSQVARNA Automower 320 - Achteruitrijafstand - 2

pie | Section | Value | | :--- | :--- | | Sector 1 | 270 | | Sector 2 | 90 |

3012-1252

REVERSE Distance: 60 cm 300 15

3012-1253

Rijd over draad

De voorzijde van de robotmaaier rijdt altijd een bepaalde afstand voorbij de begrenzingsdraad voordat de maaier keert. Deze afstand is standaard ingesteld op 32 cm, maar kan zo nodig worden gewijzigd. U kunt een waarde van 20 tot 50 selecteren.

Houd er rekening mee dat de gegeven afstand slechts een geschatte waarde is en dat deze uitsluitend dient ter referentie. In werkelijkheid kan de afstand tussen de robotmaaier en de begrenzingsdraad variëren.

Specificeer het aantal centimeters dat de robotmaaier voorbij de begrenzingsdraad moet rijden en druk op OK.

Installatievorm

De robotmaaier kan worden ingesteld voor een van de volgende vormen: Open, Normaal en Complex.

Deze instelling bepaalt hoe de robotmaaier een werkgebied tijdens het maaien bestrijkt.

  • Open
    Geschikt voor een werkgebied dat bestaat uit een groot, open gazongebied met weinig obstakels en zonder doorgangen, of voor een werkgebied waar het maairesultaat op steile hellingen ongelijkmatig is.
  • Normaal
    Geschikt voor de meeste werkgebieden. Bedoeld voor werkgebieden met een beperkt aantal obstakels en/of doorgangen.
  • Complex
    Geschikt voor werkgebieden met veel obstakels en/ of doorgangen.

Automatische passagedetectie

Automatische passagedetectie betekent dat de maaier zelf de afstand (corridorbreedte) bepaalt vanaf waar hij de geleidingsdraden volgt. Als Automatische passagedetectie is uitgeschakeld, moet de corridorbreedte handmatig worden ingesteld, zodat de robotmaaier langs alle passages in de tuin gaat.

De fabrieksinstelling is Automatische passagedetectie is ingeschakeld.

DRIVE PAST WIRE Distance: 32 cm Boundary 20 50

3012-1254

INSTALLATION SHAPE ○ Open ● Normal ○ Complex

3012-1255

HUSQVARNA Automower 320 - Automatische passagedetectie - 3

Via deze functie kunt u wijzigingen aanbrengen in de algemene instellingen van de robotmaaier.

HUSQVARNA Automower 320 - Automatische passagedetectie - 4

flowchart
graph TD
    A["Instellingen"] --> B["Over Kalde modus"]
    A --> C["Spiraalvormig maaien"]
    A --> D["Tijd & datum"]
    A --> E["Taal"]
    A --> F["LandProfielen"]
    A --> G["Reset alle gebruikersinstellingen"]
    B --> H["Aan/uit"]
    C --> I["IntensiteitAan/Uit"]
    D --> J["Maaihoogte kalibratie"]
    D --> K["Begeleidingsdraad kalibratie"]
    D --> L["Ingestelde tijd"]
    D --> M["Ingestelde datum"]
    D --> N["Tijdnotatie Datumnotatie"]
    H --> O["Naam wijzigen"]
    H --> P["OpslaanGebruik"]

Profielen

Met de functie Profielen kunt u verschillende gebruikersinstellingen opslaan. Dit betekent dat de instellingen gemakkelijk kunnen worden opgeslagen en opnieuw kunnen worden gebruikt als de robotmaalier bijvoorbeeld wordt gebruikt in andere tuinen. Er kunnen maximaal drie profielen worden opgeslagen.

Instellingen in een profiel opslaan

  • Configureer eerst de instellingen in de maaier die in het profiel wordt opgeslagen.
    • Vink Gebruik profielen aan en druk op OK.
  • Controleer het profiel dat u wilt opslaan, verplaats de cursor met de pijltoetsen omhoog en omlaag.
  • Druk op OK.
  • Vink Opslaan aan en druk op OK, daarna op de linkerpijltoets en op OK. Alle gebruikersinstellingen zijn nu in het geselecteerde profiel opgeslagen.
  • Als er instellingen worden geconfigureerd die niet in het profiel zijn opgeslagen, verschijnt het symbool * naast de profielnaam.

PROFILES

HUSQVARNA Automower 320 - PROFILES - 1

Enable profiles

Profile A

Profile B

Profile C

3012-572

PROFILE A

Select

Rename

Save

3012-574

Profielnaam wijzigen

U kunt de profielnamen wijzigen, zodat u gemakkelijker kunt onthouden welke instellingen in het desbetreffende profiel zijn opgeslagen.

  • Vink de profielnaam aan die u wilt wijzigen.
  • Druk op OK.
    • Vink Hernoem aan en druk op OK.
  • Verplaats de cursor met de pijltoetsen. Druk op OK om een letter te selecteren. Druk op TERUG om de nieuwe naam op te slaan.
  • De profielenamen worden weergegeven in het menu Instellingen - Profielen. De naam van het geselecteerde profiel is ook te zien op de startpagina.

Profiel gebruiken

Hieronder wordt beschreven hoe u een profiel kunt activeren en gebruiken, en dus gebruik kunt maken van de opgeslagen instellingen.

  • Vink het profiel aan dat u wilt activeren.
  • Druk op OK.
    • Vink Gebruik aan en druk op OK.

Het robotmaaier maakt nu gebruik van de instellingen die zijn opgeslagen in het profiel.

Eén Automower® voor verschillende tuinen

De unieke verbinding tussen de maaier en het laadstation wordt opgeslagen in de profielen. Daardoor kunnen er maximaal drie laadstations worden aangesloten op dezelfde robotmaaier.

Nieuw laadstation op de robotmaaier aansluiten:

  • Sla eerst een profiel op dat voor het oorspronkelijke laadstation moet worden gebruikt.
  • Stel daarna de maaier in het nieuwe laadstation in dat op de maaier wordt aangesloten.
    • Vink Nieuw lussignaal aan, Zie 6.5 Veiligheid op pagina 46
  • Sla een profiel op voor het nieuwe laadstation.

Om de robotmaaier in het oorspronkelijke laadstation te kunnen gebruiken, moet u nu het eerste profiel selecteren. Om de robotmaaier in het nieuwe laadstation te kunnen gebruiken, moet u dat profiel selecteren.

Voor een optimale werking moet de GPS-ondersteunde navigatie voor alle extra apparatuur worden uitgeschakeld en mag deze alleen gebruikt worden op het hoofdapparaat. GPS-ondersteunde navigatie uitschakelen, Zie 6.8 Installatie op pagina 50.

HUSQVARNA Automower 320 - Eén Automower® voor verschillende tuinen - 1

Het menu Over geeft informatie weer over het model robotmaaier, het serienummer en de verschillende softwaretoepassingen.

ECO

Deze functie schakelt het lussignaal van de begrenzingslus, de begeleidingsdraden en het laadstation automatisch uit wanneer de robotmaaier niet maait, d.w.z. wanneer de maaier wordt opgeladen of niet mag maaien op basis van timerinstellingen.

ECO is geschikt voor situaties waarbij andere draadloze apparatuur wordt gebruikt die niet compatibel is met de robotmaaier, zoals bepaalde ringleidingen of garagedeuren.

Wanneer het lussignaal vanwege de ECO-modus is uitgeschakeld, knippert het indicatielampje in het laadstation groen. Wanneer het indicatielampje groen knippert, kan de robotmaaier alleen in het laadstation worden gestart en niet in het werkgebied.

In de ECO-modus is het erg belangrijk om altijd de STOP-knop in te drukken voordat de robotmaaier uit het laadstation wordt gehaald. Het is niet mogelijk om de robotmaaier op een andere manier te starten wanneer hij in de ECO-modus staat. Als u de maaier per ongeluk uit het laadstation hebt gehaald zonder eerst de STOP-knop in te drukken, moet u de maaier weer in het laadstation plaatsen en de STOP-knop indrukken. Alleen dan kan de robotmaaier in het werkgebied worden gestart.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Druk altijd op de STOP-knop voor u de robotmaaier uit het laadstation haalt wanneer de robotmaaier in de ECO-modus staat; anders kan hij in het werkgebied niet worden gestart.

Selecteer Gebruik ECO-modus en druk op OK om de ECO-modus te activeren.

Spiraalvormig maaien

Als de robotmaaier in een gebied komt en detecteert dat het gras langer dan gemiddeld is, kan hij het bewegingspatroon aanpassen. Hij kan dan in een spiraalvormig patroon gaan maaien om het gebied met het langere gras sneller te maaien.

SETTINGS ECO Spiral cutting Time & Date Language

3012-1256

HUSQVARNA Automower 320 - Spiraalvormig maaien - 2

Spiraalvormig maaien kunt u activeren door Aan te selecteren met behulp van de pijltoets omhoog.

Intensiteit

Het intensiteitsniveau kan worden aangepast om in te stellen hoeveel hoger dan gemiddeld het gras moet staan om te beginnen met spiraalvormig maaien.

Een lage intensiteit betekent dat het spiraalvormig maaier minder vaak wordt toegepast. Een hoge intensiteit betekent dat spiraalvormig maaien vaker wordt toegepast.

Tijd & datum

Via deze functie kunt u de huidige tijd en de gewenste tijdnotatie instellen op de robotmaaier.

Tijd

Voer de juiste tijd in en druk op OK om af te sluiten.

Tijdnotatie

Verplaats de cursor naar de gewenste tijdnotatie: 12u/24u Sluit af door op OK te drukken.

Datum

Voer de juiste datum in en druk op OK om af te sluiten.

Datumnotatie

Plaats de cursor bij de gewenste datumnotatie:

JJJJ-MM-DD (jaar-maand-dag)

MM-DD-JJJJ (maand-dag-jaar)

DD-MM-JJJJ (dag-maand-jaar)

Sluit af door op OK te drukken.

Taal

Gebruik deze functie om de taal voor de menu's in te stellen.

Zet de cursor bij de gewenste taal en druk op OK.

Land

Met deze functie kunt u het land selecteren waarin de robotmaaier wordt gebruikt.

Plaats de cursor op het gewenste land en druk op OK.

Kalibratie

Maaihoogtekalibratie

In zeldzame gevallen kan het nodig zijn om de maaihoogte te kalibreren. Doe dit uitsluitend wanneer de robotmaaier hier zelf om vraagt of wanneer uw dealer dit aanraadt.

De maaihoogteafstelling wordt vervolgens automatisch uitgevoerd voor de minimum- en maximumhoogte en vervolgens de geselecteerde maaihoogte.

  1. Selecteer Maaihoogtekalibratie en druk op OK.
  2. Wacht op een melding die aangeeft dat de kalibratie is voltooid.

De begeleidingsdraad kalibreren

In zeldzame gevallen kan het nodig zijn om de begeleidingsdraad te kalibreren. Doe dit uitsluitend wanneer de robotmaaier hier zelf om vraagt of wanneer uw dealer dit aanraadt.

  1. Parkeer de robotmaaier in het laadstation.
  2. Selecteer Kalibratie begeleiding en druk op OK.
  3. De robotmaaier rijdt achterwaarts het laadstation uit en voert een kalibratieprocedure uit over de begeleidingsdraad. Daarna begint hij met maaien.

Reset alle gebruikersinstellingen

Via deze functie kunt u de robotmaaier terugzetten op de standaardinstellingen die in de fabriek waren ingesteld.

De volgende instellingen worden gereset:

  • Timer
  • Tuindekking
  • Veiligheidsniveau
  • ECO-modus
  • Meldingen
  • Weertimer

De volgende instellingen worden niet gewijzigd:

  • PIN-code
    • Lussignaal
    • Taal
  • Datum & tijd

  • Selecteer Reset alle gebruikersinstellingen in het menu en druk op OK.

  • Bevestig door op OK te drukken.

6.10 Accessories

In dit menu kunt u de accessoires instellen die op de maaier zijn gemonteerd.

Koplamp

Met deze functies kan de koplamp worden ingesteld. De koplamp kan alleen op de Automower® 330X als accessoire worden gemonteerd.

Schema

In het submenu Schema selecteert u wanneer de koplamp wordt ingeschakeld. U hebt de keuze uit Altijd AAN, Alleen 's avonds, Avond en nacht of Altijd UIT.

Op de volgende tijden worden de koplampen in- en uitgeschakeld voor de verschillende schema-opties:

Ingeschakeld Uitgeschakeld
Alleen ‘s avonds BijzonsondergangMiddernacht
Avond en nacht BijzonsondergangBij zonsopgang

Helderheid

In het submenu Helderheid selecteert u de lichtsterkte van de koplampen. U hebt de keuze uit Hoog en Laag.

Knippert bij fout

Als Knippert bij fout is geactiveerd, knipperen de koplampen als de robotmaaier door een storing is gestopt.

HUSQVARNA Automower 320 - Knippert bij fout - 1

flowchart
graph TD
    A["Accessories"] --> B["Koplamp"]
    A --> C["Maaierhuis"]
    B --> D["Schema Knplekheid"]
    B --> E["fout"]
    C --> F["Voorkom botsen met maaierhuis"]

HUSQVARNA Automower 320 - Knippert bij fout - 2

Met deze functie kan het maaierhuis worden ingesteld.

Voorkom botsen met maaierhuis

Als u deze optie selecteert, treedt er minder slijtage van de maaier en het huis op. Rondom het laadstation kan er dan echter sprake zijn van meer ongemaaid gras.

HUSQVARNA Automower 320 - Voorkom botsen met maaierhuis - 1

7 Voorbeelden van tuinen

- Suggesties en instellingen voor installatie

Door de tuininstellingen van de robotmaaier af te stemmen op de vorm van de tuin is het voor de robotmaaier makkelijker om alle delen van de tuin regelmatig te bereiken en een perfect maairesultaat te realiseren.

Voor verschillende tuinen kunnen verschillende instellingen nodig zijn. Op de volgende pagina's vindt u enkele voorbeelden van tuinen met suggesties en instellingen voor de installatie.

Zie 6 Menufuncties op pagina 40 voor meer informatie over de diverse instellingen.

Op www.automower.com vindt u nog meer hulp bij de installatie.

BELANGRIJKE INFORMATIE

De standaardinstelling voor de robotmaaier is zodanig gekozen dat deze geschikt is voor zo veel mogelijk verschillende tuinen. De instellingen hoeven enkel te worden gewijzigd wanneer er sprake is van speciale installatiecondities.

De aanbevolen timerinstellingen in de volgende tuinvoorbeelden gelden voor Automower® 320. De aangegeven rijtijd voor Automower® 330X kan met een derde worden verkort, aangezien Automower® 330X een grotere capaciteit heeft. Als in een van de tuinvoorbeelden hieronder bijvoorbeeld 6 dagen per week maaien adviseert, moet u voor Automower® 330X 4 dagen per week selecteren.

VOORBEELDEN VAN TUINEN

Suggesties en instellingen voor installatie
Gebied150 m2 . Open en vlak gebied.
Timer08:00-12:00Maandag, woensdag, vrijdag
TuindekkingFabrieksinstelling
Vind laadstationFabrieksinstelling
OpmerkingenDe timer moet worden gebruikt om te voorkomen dat het gras er platgetrapt uitziet, omdat het gebied kleiner is dan de maximale capaciteit van de robotmaaier.Omdat het gebied open en niet complex is, is voor deze installatie geen begeleidingsdraad nodig.
Gebied500 m2 . Een aantal eilanden en een helling van 35%.
Timer08:00-16:00Maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag
TuindekkingFabrieksinstelling
Vind laadstationFabrieksinstelling
OpmerkingenLeg de begeleidingsdraad onder een hoek over de steile helling.

HUSQVARNA Automower 320 - VOORBEELDEN VAN TUINEN - 1

Gebied800 m2 . L-vormige tuin met laadstation geïnstalleerd in het smalle gebied. Bevat enkele eilanden.
Timer08:00-20:00Maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag
TuindekkingAutomower® 320:Volg 1 Aandeel 60%Automower® 330X:Fabrieksinstelling
Vind laadstationFabrieksinstelling
OpmerkingenHet Aandeel voor Volg 1 moet worden opgegeven als een waarde die overeenkomt met het grootste deel van het werkgebied, omdat het grootste deel van het werkgebied door de robotmaaier makkelijk kan worden bereikt door de geleidingsdraad vanaf het laadstation te volgen.Voor Automower® 330X kan de fabrieksinstelling worden gebruikt, aangezien GPS-geassisteerde navigatie automatisch de benodigde instellingen uitvoert.
Gebied1.000 m2 . U-vormige tuin verbonden met een smalle doorgang.
Timer08:00-22:00Maandag tot zaterdag
TuindekkingAutomower® 320:Volg 1 Aandeel 40%Automower® 330X:Fabrieksinstelling
Vind laadstationFabrieksinstelling
OpmerkingenDe begeleidingsdraad moet langs de smalle doorgang worden gelegd om ervoor te zorgen dat de robotmaaier het laadstation zonder problemen kan vinden vanaf de linkerzijde van het werkgebied. Aandeel 40% is geselecteerd omdat het linkerdeel van het gebied bijna de helft van het totale oppervlak bestrijkt.Voor Automower® 330X kan de fabrieksinstelling worden gebruikt, aangezien GPS-geassisteerde navigatie automatisch de benodigde instellingen uitvoert.

HUSQVARNA Automower 320 - VOORBEELDEN VAN TUINEN - 2

flowchart
graph TD
    A["Start"] --> B{Decision}
    B -->|Yes| C["Path 1"]
    B -->|No| D["Path 2"]
    C --> E["End"]
    D --> F["End"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#ffc,stroke:#333
    style F fill:#fcc,stroke:#333

HUSQVARNA Automower 320 - VOORBEELDEN VAN TUINEN - 3

flowchart
graph TD
    A["Start"] --> B{Decision}
    B -->|Yes| C["Process Box"]
    B -->|No| D["End"]

VOORBEELDEN VAN TUINEN

Gebied800 m2 . Asymmetrisch werkgebied met een smalle doorgang en enkele eilanden.
Timer08:00-20:00Maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag
TuindekkingAutomower® 320: Gebied 1 Volg 1 Aandeel 30%Automower® 330X: fabrieksinstelling
Vind laadstationFabrieksinstelling
OpmerkingenDe begeleidingsdraad moet langs de smalle doorgang worden gelegd om ervoor te zorgen dat de robotmaaier het laadstation zonder problemen kan vinden vanaf de rechterzijde van het werkgebied.Omdat het rechterdeel van het gebied maar een klein deel van het werkgebied bestrijkt, kan de fabrieksinstelling Tuindekking worden gebruikt.
Gebied800 m2 . Er zijn drie gebieden en twee nauwe doorgangen.
Timer08:00-20:00Maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag
TuindekkingAutomower® 320: Gebied 1 Volg 1 Aandeel 25%Gebied 2 Volg 1 Aandeel 25%Automower® 330X: Fabrieksinstelling
Vind laadstationFabrieksinstelling
OpmerkingenOmdat het werkgebied uit diverse zones bestaat die door nauwe doorgangen met elkaar verbonden zijn, moet Tuindekking worden gebruikt om diverse zones te creëren, voor een gelijkmatig maairesultaat in het hele werkgebied.Voor Automower® 330X kan de fabrieksinstelling worden gebruikt, aangezien GPS-geassisteerde navigatie automatisch de benodigde instellingen uitvoert.

HUSQVARNA Automower 320 - VOORBEELDEN VAN TUINEN - 1

GebiedLET OP! Dit voorbeeld is enkel van toepassing op Automower® 330X.1.000 m2 . Drie zones, waarvan de twee kleinere zones met de grote zijn verbonden via een nauwe doorgang.
Timer08:00-22:00Maandag tot zaterdag
TuindekkingFabrieksinstelling
Vind laadstationFabrieksinstelling
OpmerkingenOmdat voor deze installatie 2 begeleidingsdraden nodig zijn, is dit werkgebied niet geschikt voor Automower® 320.
Gebied500 m2 + 100 2 in een bijgebied.
Timer08:00-16:00Maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag
TuindekkingFabrieksinstelling
Vind laadstationFabrieksinstelling
OpmerkingenHet bijgebied wordt op woensdag en zaterdag gemaaaid met behulp van de modus Bijgebied.Omdat het gebied open en niet complex is, is voor deze installatie geen begeleidingsdraad nodig.

HUSQVARNA Automower 320 - VOORBEELDEN VAN TUINEN - 2

flowchart
graph TD
    A["Start"] --> B{Horizontal Bar}
    B --> C["Circle 1"]
    B --> D["Circle 2"]
    B --> E["Circle 3"]
    C --> F["End"]
    D --> F
    E --> F

3012-1212

HUSQVARNA Automower 320 - VOORBEELDEN VAN TUINEN - 3

Voor een betere bedrijfszekerheid en een langere levensduur: controleer en reinig de robotmaaier regelmatig en vervang versleten onderdelen, indien nodig. Zie 8.4 Reinigen op pagina 73 voor meer informatie over het reinigen.

Na de ingebruikname van de robotmaaier moet u de maaischijf en de messen eens per week inspecteren. Als de mate van slijtage in deze periode laag is, kan het controle-interval worden vergroot.

Het is belangrijk dat de maaischijf soepel draait. De randen van de messen mogen niet beschadigd zijn. De levensduur van de messen kan sterk uiteenlopen en hangt bijvoorbeeld af van:

  • de rijtijd en de grootte van het werkgebied;
  • het type gras;
  • het type grond;
  • de aanwezigheid van voorwerpen zoals dennenappels, afgewaaide vruchten, speelgoed, gereedschap, stenen en wortels.

De normale levensduur bedraagt 2 tot 6 weken bij gebruik in gebieden met een oppervlak van meer dan 1.500 m² en langer voor kleinere gebieden. Zie 8.7 Messen op pagina 75 voor instructies over het vervangen van de bladen.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Werken met botte messen geeft een slechter maairesultaat. Het gras wordt niet goed gemaaid en er is meer energie nodig, waardoor de robotmaaier een kleiner oppervlak dan normaal kan maaien.

8.1 Winteropslag

De robotmaaier

Reinig de robotmaaier zorgvuldig voor u hem in de winterstalling zet. Zie 8.4 Reinigen op pagina 73.

Om de werking en levensduur van de accu te garanderen, is het zeer belangrijk dat de robotmaaier volledig is opgeladen voordat deze gedurende de winter wordt opgeslagen. Plaats de robotmaaier in het laadstation met de klep open totdat het accusymbool op het display aangeeft dat de accu volledig is opgeladen. Zet vervolgens de hoofdschakelaar op 0.

BELANGRIJKE INFORMATIE

De accu moet voorafgaand aan de winteropslag volledig worden opgeladen. Als de accu niet volledig is opgeladen, kan hij beschadigd raken en in sommige gevallen onbruikbaar worden.

Controleer de conditie van slijtagegevoelige onderdelen zoals messen en lagers in de voorwielen. Corrigeer indien nodig om ervoor te zorgen dat de robotmaaier zich bij de start van het volgende seizoen in een goede conditie bevindt.

Berg de robotmaaier droog en vorstvrij op. Er is een wandsteun verkrijgbaar voor Automower® robotmaaiers en laadstations. De wandsteun is uitstekend geschikt voor winteropslag. Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie.

Het laadstation

Berg het laadstation en de transformator binnen op. De begrenzingslus en de begeleidingsdraad kunnen in de grond blijven zitten. De uiteinden van de draden moeten worden beschermd tegen vocht, bijvoorbeeld door ze op een originele koppeling aan te sluiten of door ze in een potje met vet te steken.

Als het niet mogelijk is om het laadstation binnen op te bergen, dan moet het laadstation gedurende de hele winter aangesloten blijven op het lichtnet, de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraden.

8.2 Winterbeurt

Breng uw robotmaaier voor een servicebeurt naar een dealer voordat u hem stalt voor de winter. Een regelmatige winterbeurt is een goede manier om de robotmaaier lagere tijd in een goede conditie te houden en schept de beste voorwaarden voor een nieuw seizoen zonder onderbrekingen.

HUSQVARNA Automower 320 - Winterbeurt - 1

Een servicebeurt omvat gewoonlijk het volgende:

  • Grondige reiniging van de kap, het chassis, de maaischijf en alle andere bewegende delen.
  • Testen van de functies en componenten van de maaier.
  • Controle en eventuele vervanging van aan slijtage onderhevige artikelen, zoals messen en lagers.
  • Testen van de accucapaciteit van de maaiier en een aanbeveling voor vervanging van de accu waar nodig.

Indien nodig kan de dealer de robotmaaier bijwerken met nieuwe software, inclusief eventuele nieuwe functies.

8.3 Na de winteropslag

Controleer of de robotmaaier, de contactstrips of laadstrips voor gebruik moeten worden gereinigd. Reinig de laad- of contactstrips met fijn schuurlinnen als ze verbrand of met een laagje bedekt lijken te zijn. Controleer of de tijd en datum op de maaier correct zijn.

8.4 Reinigen

Het is belangrijk om de robotmaaier schoon te houden. Een robotmaaier waaraan veel gras is blijven plakken, zal minder makkelijk hellingen op kunnen rijden. Hij zal slechter presteren en sneller slijten. We adviseren om bij het reinigen een zachte borstel te gebruiken.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Gebruik nooit een hogedrukreiniger en zelfs geen stromend water om de robotmaaier schoon te maken. Gebruik voor het reinigen nooit oplosmiddelen.

Chassis en maaischijf

  1. Zet de hoofdschakelaar in stand 0.
  2. Draag beschermende handschoenen.
  3. Til de robotmaaier op z'n kant.
  4. Reinig de maaischijf en het chassis met bijvoorbeeld een afwasborstel.

Controleer ook of de glijplaat vrij kan draaien ten opzichte van de maaischijf.

Als lange grassprieten of andere objecten hierin binnendringen, kan de beweging van de maaischijf worden belemmerd. Zelfs een licht remeffect leidt al tot een hoger energieverbruik en langere maaitijden, en in het ergste geval zal de robotmaaier hierdoor niet in staat zijn om een groot gazon te maaien. De maaischijf moet worden verwijderd als u een grondiger reiniging wilt uitvoeren. Neem zo nodig contact op met uw dealer.

3012-271 3012-1060 3012-272 3012-1067

ONDERHOUD

Chassis

Reinig de onderkant van het chassis. Gebruik een borstel of licht vochtige doek.

Wielen

Reinig rondom het voorwiel en de achterwielen en ook rond de voorwielsteun.

Kap

Gebruik een vochtige, zachte spons of doek om de kap te reinigen. Als de kap erg vuil is, kunt u ook een zeepoplossing of afwasmiddel gebruiken.

Laadstation

Ontdoe het laadstation regelmatig van gras, bladeren, twijgen en andere objecten die het dokken kunnen belemmeren.

8.5 Transport en verplaatsing

Zet de machine vast tijdens transport. Het is belangrijk dat de robotmaaier niet kan bewegen tijdens vervoer, bijvoorbeeld van het ene gazon naar het andere.

De verpakte lithium-ion-accu's zijn onderworpen aan de wettelijke vereisten voor gevaarlijke goederen.

Voor commercieel transport door derden of expediteurs moeten de bijzondere voorschriften voor de verpakking en etiketten worden opgevolgd.

Voor de voorbereiding van het te verzenden item moet een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen worden geraadpleegd. Neem tevens de mogelijk meer gedetailleerde nationale regelgeving in acht.

Bescherm of plak open contactoppervlakken af en verpak de accu zodanig dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

8.6 Bij onweer

Om het risico op schade aan de componenten in de robotmaaier en het bijbehorende laadstation te beperken, adviseren we om alle aansluitingen op het laadstation (voeding, begrenzingsdraad en begeleidingsdraden) los te koppelen als er kans op onweer is.

  1. Controleer of de kabels zijn voorzien van de bijgeleverde kabelmarkering, om het opnieuw aansluiten te vergemakkelijken. De aansluitingen op het laadstation zijn gemarkeerd met AR, AL, G1, G2.
  2. Koppel alle draden los.
  3. Sluit de klep van het laadstation om de aansluitingen tegen regen te beschermen.
  4. Sluit alle draden weer als er geen onweer meer dreigt. Het is belangrijk dat elke draad op de juiste plaats wordt aangesloten.

Nederlands - 74

HUSQVARNA Automower 320 - Bij onweer - 1

Gebruik bij vervanging altijd originele messen en schroeven. Als alleen de messen worden vervangen en de schroeven worden hergebruikt, kunnen de schroeven tijdens het maaien en snoeien slijten. De messen kunnen dan onder de kap vandaan schieten en ernstig letsel veroorzaken.

De robotmaaier is voorzien van drie messen die in de maaischijf zijn geschroefd. De drie messen en de schroeven moeten allemaal op hetzelfde moment worden vervangen zodat het maaisysteem uitgebalanceerd blijft.

Er zijn diverse typen maaimessen met verschillende functies verkrijgbaar als accessoires. Gebruik uitsluitend door Husqvarna AB goedgekeurde messen. Neem contact op met de dealer voor meer informatie.

De messen vervangen:

  1. Zet de hoofdschakelaar in stand 0.
  2. Draag beschermende handschoenen.
  3. Draai de robotmaaier ondersteboven.
  4. Draai de glijplaat zodat de openingen ervan recht voor de schroef van het mes staan.
  5. Verwijder de schroef. Gebruik een platte of kruiskopschroevendraaier.
  6. Verwijder het mes en de schroef.
  7. Bevestig het nieuwe mes en de nieuwe schroef.

8.8 Accu

De accu is onderhoudsvrij, maar heeft een beperkte levensduur van 2 tot 4 jaar.

De levensduur van de accu hangt af van de lengte van het seizoen en het aantal uren per dag dat de robotmaaier wordt gebruikt. Een lang seizoen of veel bedrijfsuren per dag betekenen dat de accu vaker moet worden vervangen.

Neem contact op met uw leverancier om de accu te laten vervangen.

HUSQVARNA Automower 320 - Accu - 1

In dit hoofdstuk vindt u een aantal meldingen die bij een storing op het display kunnen worden weergegeven. Bij elke melding staan de mogelijke oorzaak en de te uit te voeren stappen vermeld.

Dit hoofdstuk bespreekt ook een aantal symptomen die u op weg kunnen helpen als de robotmaaier niet werkt zoals verwacht.

Meer suggesties voor uit te voeren stappen bij storingen of symptomen zijn te vinden op www.automower.com.

9.1 Foutmeldingen

Hieronder vindt u een aantal foutmeldingen die op het display van de robotmaaier kunnen worden weergegeven. Als dezelfde melding vaak verschijnt: neem contact op met uw dealer.

Melding Oorzaak Actie
Wielmotor geblokkeerd, linksEr zit gras of iets anders rond het aandrijfwiel.Controleer het aandrijfwiel en verwijder het gras of ander materiaal.
Wielmotor geblokkeerd, rechtsEr zit gras of iets anders rond het aandrijfwiel.Controleer het aandrijfwiel en verwijder het gras of ander materiaal.
Maaimotor geblokkeerdEr zit gras of ander materiaal rond de maaischijf gewikkeld.Controleer de maaischijf en verwijder het gras of ander materiaal.
De maaischijf ligt in een plas water. Verplaats de robotmaaier en neem maatregelen, indien mogelijk, om het ophopen van water in het werkgebied te voorkomen.
Maaihoogte geblokkeerdEr zit gras of ander materiaal rond de maaihoogteafstelling gewikkeld of tussen de maaischijf en het chassis.Controleer de maaischijf en de balg rond de maaihoogteafstelling en verwijder al het gras of andere materiaal dat vast is komen te zitten.

PROBLEMEN OPLOssEN

Geen lussignaalDe transformator is niet aangesloten.Controleer de aansluiting op het stopcontact en controleer tevens of er een aardlekschakelaar is geactiveerd.
De laagspanningskabel is beschadigd of niet aangesloten.Controleer of de laagspanningskabel niet is beschadigd. Controleer tevens of hij correct is aangesloten op het laadstation en de transformator.
De begrenzingsdraad is niet aangesloten op het laadstationControleer of de connectoren van de begrenzingsdraad correct zijn aangesloten op het laadstation. Zie 3.5 De begrenzingsdraad aansluiten op pagina 27.
Begrenzingsdraad gebroken. Lokaliseer de plaats van de breuk. Zie 9.5 Breuken in de lusdraad opsporen op pagina 83. Vervang het beschadigde deel van de lus met een nieuwe lusdraad en maak een las met behulp van een originele koppeling.
De ECO-modus is geactiveerd en de robotmaaier heeft geprobeerd om buiten het laadstation te starten.Plaats de robotmaaier in het laadstation, druk op de sTART-knop en sluit de klep. Zie 6.9 Instellingen op pagina 60.
De begrenzingsdraad is in de verkeerde richting om een eiland heen gelegd.Controleer of de begrenzingsdraad is gelegd volgens de instructies. Zie 3 Installatie op pagina 15.
De verbinding tussen de robotmaaier en het laadstation is verbroken.Plaats de robotmaaier in het laadstation en genereer een nieuw lussignaal. Zie 6.5 Veiligheid op pagina 46.
Storingen door metalen objecten (hekwerk, wapeningsstaal) of ondergrondse kabels in de nabijheid.Probeer de begrenzingsdraad te verleggen.
Vastgereden De robotmaaier is ergens in vastgelopen.Maak de robotmaaier los en neem de oorzaak voor het vastlopen weg.
Ga na of er obstakels zijn die het voor de robotmaaier moeilijk maken om weg te rijden van deze plek.

PROBLEMEN OPLOssEN

Buiten maaigebied De aansluitingen van de begrenzingsdraad op het laadstation zijn gekruist.Controleer of de begrenzingsdraad correct is aangesloten.
De begrenzingsdraad ligt te dicht bij de rand van het werkgebied.Controleer of de begrenzingsdraad is gelegd volgens de instructies. Zie 3 Installatie op pagina 15.
Het werkgebied is te steil voor de begrenzingslus.Controleer of de begrenzingsdraad is gelegd volgens de instructies. Zie 3 Installatie op pagina 15.
De begrenzingsdraad is in de verkeerde richting om een eiland heen gelegd.Controleer of de begrenzingsdraad is gelegd volgens de instructies. Zie 3 Installatie op pagina 15.
Storingen door metalen objecten (hekwerk, wapeningsstaal) of ondergrondse kabels in de nabijheid.Probeer de begrenzingsdraad te verleggen.
De robotmaaier kan moeilijk onderscheid maken tussen het eigen signaal en dat van een installatie in de buurt.Plaats de robotmaaier in het laadstation en genereer een nieuw lussignaal. Zie 6.5 Veiligheid op pagina 46.
Verkeerde PIN-code Er is een verkeerde PIN-code ingevoerd. Na vijf mislukte pogingen wordt het toetsenbord gedurende vijf minuten vergrendeld.Voer de juiste PIN-code in. Neem contact op met een dealer bij u in de buurt als u de PIN-code niet meer weet.
Rechter wiel overbelast Linker wiel overbelastDe robotmaaier is ergens in vastgelopen.Maak de robotmaaier los en neem de oorzaak voor het ontbreken van aandrijving weg. Als dit probleem wordt veroorzaakt door nat gras, wacht dan tot het gazon weer droog is voor u de robotmaaier opnieuw gebruikt.
Geen aandrijving De robotmaaier is ergens in vastgelopen.Maak de robotmaaier los en neem de oorzaak voor het ontbreken van aandrijving weg. Als dit probleem wordt veroorzaakt door nat gras, wacht dan tot het gazon weer droog is voor u de robotmaaier opnieuw gebruikt.
Het werkgebied bevat een steile helling.De maximaal gegarandeerde helling is 45%. Steilere hellingen moeten worden geïsoleerd. Zie 3.4 De begrenzingsdraad installeren op pagina 21.
De begeleidingsdraad is niet onder een hoek op een helling gelegd.Wanneer de begeleidingsdraad op een helling wordt geïnstalleerd, moet deze onder een hoek op de helling worden gelegd. Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28.
Laadstation geblokkeerdHet contact tussen de laadstrips en de contactstrips is mogelijk slecht en de robotmaaier heeft diverse pogingen gedaan om te laden.Plaats de robotmaaier in het laadstation en controleer of de laadstrips en de contactstrips goed contact maken.
Het pad van de robotmaaier wordt geblokkeerd door een voorwerp.Verwijder het voorwerp.
Vast in laadstation Het pad van de robotmaaier wordt geblokkeerd door een voorwerp, waardoor de maaier het laadstation niet kan verlaten.Verwijder het voorwerp.
Op zijn kop De robotmaaier helt te ver over of is gekanteld.Zet de robotmaaier met de juist zijde omhoog.

PROBLEMEN OPLOssEN

Moet handmatig laden Derobotmaaier staat in de bedieningsmodus Bijgebied.Plaats de robotmaaier in het laadstation. Dit gedrag is normaal en er hoeft geen actie te worden ondernomen.
Volgende start hh:mm Detimerinstelling belet de robotmaaier om te werken.Wijzig de timerinstellingen. Zie 6.3 Timer op pagina 42.
De klok op de robotmaaier geeft niet de juiste tijd aan.Stel de tijd in. Zie Tijd & datum op pagina 63.

9.2 Infomeldingen

Hieronder vindt u een aantal infomeldingen die op het display van de robotmaaier kunnen worden weergegeven. We raden u aan om contact op te nemen met uw dealer als dezelfde melding vaak verschijnt. Controleer of de installatie is uitgevoerd volgens de instructies in de gebruikershandleiding. Neem vervolgens contact op met een dealer bij u in de buurt.

Melding Oorzaak Actie
Lege batterij De robotmaaier kan het laadstation niet vinden.Controleer of het laadstation en de begeleidingsdraad zijn geïnstalleerd volgens de instructies. Zie 3 Installatie op pagina 15.
De accu is versleten. Neem contact op met uw dealer om de accu te laten vervangen.
De antenne van het laadstation is defect.Controleer of het indicatielampje in het laadstation rood knippert. Zie 9.3 Indicatielampje in het laadstation op pagina 80.
Instellingen hersteld Bevestiging dat de functie Reset alle gebruikersinstellingen is uitgevoerd.Dat is normaal. Geen actie nodig.
Beperkt bereik maaihoogteDe maximale en minimale stand voor de maaihoogteafstelling zijn begrensd.Controleer of er geen gras of andere materialen zijn die de maaischijf beletten om op en neer te gaan.
Voer een maaihoogtekalibratie uit via het menu Instellingen > Maaihoogte.
Neem contact op met uw dealer als deze melding vaak verschijnt.
Onverwachte maaihoogteafst.De maaihoogteafstelling is gewijzigd zonder dat de robotmaaier hierom heeft gevraagd.Voer een maaihoogtekalibratie uit via het menu Instellingen > Maaihoogte.
Neem contact op met uw dealer als deze melding vaak verschijnt.
Begeleiding 1 niet gevondenDe begeleidingsdraad is niet aangesloten op het laadstationControleer of de connector van de begeleidingsdraad correct is aangesloten op het laadstation. Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28.
Begeleiding 2 niet gevondenBreuk in de begeleidingsdraad Lokaliseer de plaats van de breuk. Vervang het beschadigde deel van de begeleidingsdraad met een nieuwe lusdraad en maak een las met behulp van een originele koppeling.
De begeleidingsdraad is niet aangesloten op de begrenzingslus.Controleer of de begeleidingsdraad correct is aangesloten op de begrenzingslus. Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28. Maak een las met behulp van een originele koppeling.

PROBLEMEN OPLOSSEN

Melding Oorzaak Actie
GPS-navigatieprobleemProbleem met de gps-geassisteerde navigatieapparatuur.Neem contact op met uw dealer als deze melding vaak verschijnt.
Zwak GPS-signaal Niet van toepassing op Automower® 320. Het gps-signaal in het huidige werkgebied is zwak. Er kan geen gebruik worden gemaakt van gps-geassisteerde navigatie.Als deze melding vaak verschijnt, moet u de gps-geassisteerde navigatie uitschakelen en in plaats daarvan de handmatige instellingen van Tuindekking gebruiken. Zie 6.8 Installatie op pagina 50.
Kalibratie geleiding misluktDe robotmaaier heeft de geleidingsdraad niet kunnen kalibreren.Controleer of de geleidingsdraden volgens de instructies zijn aangebracht, Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28
Kalibratie begeleiding voltooidDe robotmaaier heeft de geleidingsdraad gekalibreerd.Geen actie nodig
Lastig terugkeren naar laadstationDe robotmaaier heeft de begrenzingsdraad meerdere banen gevolgd, maar heeft het laadstation niet gevonden.De installatie is niet correct uitgevoerd.
Verkeerde instelling van de doorrijbreedte op de begrenzingsdraad.
De maaier werd gestart op een bijgebied met de instelling van het hoofdgebied

9.3 Indicatielampje in het laadstation

Voor een volledig werkende installatie moet het indicatielampje in het laadstation constant groen branden. Volg de foutopsporingsgids hieronder als er iets anders wordt weergegeven.

Op www.automower.com vindt u nog meer informatie over het opsporen van fouten. Neem contact op met een dealer bij u in de buurt als u het probleem nog steeds niet kunt verhelpen.

Licht Oorzaak Actie
Constant groen licht Goedede signalen Geen actie nodig
Groen knipperend licht Designalen zijn goed en de ECO-modus is geactiveerd.Geen actie nodig. Zie 6.9 Instellingen op pagina 60 voor meer informatie over de ECO-modus.
Blauw knipperend licht Debegrenzingslus is niet aangesloten op het laadstationControleer of de connectoren van de begrenzingsdraad correct zijn aangesloten op het laadstation. Zie 3.5 De begrenzingsdraad aansluiten op pagina 27.
Breuk in de begrenzingslus Lokaliseer deplaats van de breuk. Vervang het beschadigde deel van de lus met een nieuwe lusdraad en maak een las met behulp van een originele koppeling.
Rood knipperend licht Onderbreking in de antenne van het laadstationNeem contact op met een dealer bij u in de buurt.
Constant blauw licht Zwaksignaal vanwege een te lange begrenzingsdraad. De maximale lengte is 800 meter.Als de robotmaaier werkt zoals verwacht, hoeft u niets te doen.
Kort de begrenzingsdraad in door het werkgebied te verkleinen of door eilanden te vervangen door barrières waar de robotmaaier tegenaan kan rijden.
Constant rood lichtDefecte printplaat in het laadstationNeem contact op met een dealer bij u in de buurt.

PROBLEMEN OPLOSSEN

9.4 Symptomen

Als uw robotmaaier niet naar verwachting werkt, volg dan de onderstaande foutopsporingsgids.

Kijk op www.automower.com voor een FAQ (veelgestelde vragen) voor meer gedetailleerde antwoorden op een aantal standaardvragen. Neem contact op met een dealer bij u in de buurt als u de oorzaak van de fout nog steeds niet kunt vinden.

Symptomen Oorzaak Actie
De robotmaaier heeft moeite om te dokken in het laadstation.Het laadstation bevindt zich op een hellingPlaats het laadstation op een volledig vlakke ondergrond. Zie 3.2 Het laadstation installeren op pagina 16.
De begrenzingsdraad is niet correct gelegd bij het laadstation.Controleer of het laadstation is geïnstalleerd volgens de instructies. Zie 3.2 Het laadstation installeren op pagina 16.
Ongelijkmatige maairesultatenDe robotmaaier werkt te weinig uren per dag.Verhoog het aantal maaiuren. Zie 6.3 Timer op pagina 42.
De Weertimer detecteert dat het gazon vaker is gemaaid dan in werkelijkheid het geval is. Verhoog het gevoeligheidsniveau van de Weertimer. Schakel de Weertimer uit als dit niet helpt.
Vanwege de vorm van het werkgebied zijn handmatige instellingen nodig om ervoor te zorgen dat de robotmaaier de weg naar alle afgelegen gebieden kan vinden.Gebruik ook Tuindekking > Meer om de robotmaaier naar een of meer afgelegen gebieden te sturen. Zie 6.8 Installatie op pagina 50.
Werkgebied te groot. Probeer het werkgebied te verkleinen of de maaitijd te verlengen. Zie 6.3 Timer op pagina 42.
Botte messen. Vervang alle messen en schroeven zodat de draaiende onderdelen zijn uitgebalanceerd. Zie 8.7 Messen op pagina 75.
Lang gras ten opzichte van de ingestelde maaihoogte.Verhoog de maaihoogte en stel hem later weer lager in.
Gras verzameld door de maaischijf of rond de motoras.Controleer of de glijplaat van de maaischijf vrij en soepel draait. Als dat niet het geval is, schroeft u de maaischijf los en verwijdert u alle gras en vreemde voorwerpen. Zie 8.5 Transport en verplaatsing op pagina 74.
De robotmaaier werkt op het verkeerde tijdstipDe klok van de robotmaaier moet worden ingesteld.Stel de klok in. Zie 6.9 Instellingen op pagina 60.
De start- en stoptijden voor het maaien zijn verkeerd.Reset de start- en stoptijdinstelling voor maaien. Zie 6.3 Timer op pagina 42.
De robotmaaier trilt Beschadigde messen leiden tot onbalans in het maaisysteem.Controleer de messen en schroeven en vervang ze zo nodig. Zie 8.7 Messen op pagina 75.
Veel messen in dezelfde positie leiden tot onbalans in het maaisysteem.

PROBLEMEN OPLOSSEN

De robotmaaier rijdt, maar de maaischijf draait nietDe robotmaaier volgt een begeleidingsdraad of een begrenzingsdraad van en naar het laadstation.Dit gedrag is normaal en er hoeft geen actie te worden ondernomen.
De robotmaaier zoekt naar een begeleidingsdraad of een begrenzingsdraad en de accu is bijna leeg.Dit gedrag is normaal en er hoeft geen actie te worden ondernomen.
De robotmaaier maait minder lang dan gewoonlijk tussen twee laadbeurten inMaaischijf geblokkeerd door gras of ander vreemd voorwerp.Verwijder en reinig de maaischijf. Zie 8.4 Reinigen op pagina 73.
De accu is versleten. Neem contact op met een dealer bij u in de buurt.
Zowel de maaitijd als de laadtijd is korter dan normaalDe accu is versleten. Neem contact op met een dealer bij u in de buurt.
De robotmaaier beweegt vaak in cirkels of spiralenSpiraalvormig maaien is een natuurlijke vorm van de beweging van de robotmaaier.Stel in hoe vaak spiraalvormig maaien moet worden uitgevoerd. De functie kan indien nodig worden uitgeschakeld. Zie 6.9 Instellingen op pagina 60.
De robotmaaier draait rond en blijft verschillende minuten op een klein gebied.Dit gedrag is volkomen normaal voor de Automower® 330X met Gps-geassisteerde navigatie en draagt bij aan een glad maairesultaat.Geen actie

PROBLEMEN OPLOSSEN

9.5 Breuken in de lusdraad opsporen

Breuken in de lusdraad zijn meestal te wijten aan onbedoelde fysieke beschadigingen aan de draad, bijvoorbeeld bij het gebruik van een schop bij het tuinieren. In landen met nachtvorst kan de draad ook beschadigd raken door scherpe stenen die in de grond bewegen. Breuken in de draad kunnen ook worden veroorzaakt door overmatig strekken tijdens het installeren.

De kabelisolatie kan worden beschadigd wanneer het gras meteen na de installatie te kort wordt gemaaid. Bepaalde beschadigingen aan de isolatie zorgen soms pas weken of maanden later voor problemen. Om dit te voorkomen, moet u de eerste weken na het installeren altijd de maximale maaihoogte selecteren en de maaihoogte vervolgens elke tweede week een stap verlagen totdat de gewenste maaihoogte is bereikt.

Een foutieve las in de lusdraad kan soms weken nadat de las werd gemaakt voor problemen zorgen. Een foutieve las kan onder meer worden veroorzaakt doordat de originele koppeling niet stevig genoeg werd samengedrukt met behulp van een tang of doordat een koppeling van een mindere kwaliteit dan de originele koppeling werd gebruikt. Controleer eerst alle bij u bekende lassen voordat u verdergaat met de foutopsporing.

Een draadbreuk kan worden opgespoord door de afstand van de lus waar de breuk kan zijn opgetreden steeds te halveren, totdat er nog maar een kort stuk draad over is.

De volgende methode werkt niet wanneer de ECO-modus actief is. Zorg dat de ECO-modus eerst wordt uitgeschakeld. Zie 6.9 Instellingen op pagina 60.

  1. Controleer of het indicatielampje in het laadstation blauw knippert, wat een breuk in de begrenzingslus aangeeft. Zie 9.3 Indicatielampje in het laadstation op pagina 80.

  2. Controleer of de aansluitingen van de begrenzingsdraad naar het laadstation correct zijn aangesloten en niet zijn beschadigd. Controleer of het indicatielampje in het laadstation nog steeds blauw knippert.

HUSQVARNA Automower 320 - Breuken in de lusdraad opsporen - 1

  1. Verwissel de aansluitingen van de begeleidingsdraad en de begrenzingsdraad in het laadstation.

a) Verwissel de aansluitingen AL en G1.

Als het indicatielampje constant groen brandt, bevindt de breuk zich ergens in de begrenzingsdraad tussen AL en het punt waar de begeleidingsdraad is aangesloten op de begrenzingsdraad (dikke zwarte lijn op de afbeelding).

G1 AL Guide

3012-1208

b) Zet AL en G1 terug in hun oorspronkelijke posities. Verwissel vervolgens AR en G1.

Als het indicatielampje constant groen brandt, bevindt de breuk zich ergens in de begrenzingsdraad tussen AR en het punt waar de begeleidingsdraad is aangesloten op de begrenzingsdraad (dikke zwarte lijn op de afbeelding).

AR G1 Guide

3012-1209

PROBLEMEN OPLOssEN

  1. a) Stel dat het indicatielampje constant groen brandde tijdens test a) hierboven. Herstel de oorspronkelijke posities van alle aansluitingen. Koppel vervolgens AR los. Sluit een nieuwe lusdraad aan op AR. Sluit het andere uiteinde van de nieuwe lusdraad aan op een punt in het midden van de installatie.

Als het indicatielampje groen is, bevindt de breuk zich ergens in de draad tussen het losgekoppelde uiteinde en het punt waar de nieuwe draad is aangesloten (dikke zwarte lijn op onderstaande afbeelding).

Verplaats de aansluiting voor de nieuwe draad in dat geval dichter bij het losgekoppelde uiteinde (grofweg in het midden van het verdachte draaddeel) en controleer opnieuw of het indicatielampje groen is.

Ga zo verder totdat er nog een heel kort stuk draad over is, wat het verschil betekent tussen een knipperend blauw licht en een constant groen licht.

b) Als het indicatielampje tijdens test 3b) hierboven constant groen brandde, moet u een nieuwe test uitvoeren, maar nu met de nieuwe lusdraad aangesloten op AL.

AR

3012-1210

HUSQVARNA Automower 320 - PROBLEMEN OPLOssEN - 2

  1. Wanneer de breuk is gevonden, moet het beschadigde deel worden vervangen door een nieuw stuk draad. Het beschadigde deel kan worden weggeknipt als het mogelijk is om de begrenzingsdraad in te korten. Gebruik altijd originele koppelingen.

HUSQVARNA Automower 320 - PROBLEMEN OPLOssEN - 3

Gegevens Automower320 Automower330X
Afmetingen
Lengte 72 cm 72 cm
Breedte 56 cm 56 cm
Hoogte 31 cm 31 cm
Gewicht 11,8 kg 13,2 kg
Elektrisch systeem
Accu Speciale lithium-ion accu,18 V/3,2 AhSpeciale lithium-ion accu,18 V/6,4 Ah
Transformator 110-240 V/28 V 100-240 V/28 V
Lengte laagspanningskabel 10 m 10 m
Gemiddeld energieverbruik bij maximaal gebruik30 kWh/maand voor een werkgebied van 2.200 m2 43 kWh/maand voor een werkgebied van 3.200 m2
Laadstroom2.1A DC4.2A DC
Gemiddelde laadtijd50-70 minuten50-70 minuten
Gemiddelde maaitijd50-70 minuten130-170 minuten
Geluidsemissies
Gemeten geluidsniveau56 dB (A)56 dB (A)
Gegarandeerd geluidsniveau58 dB (A)58 dB (A)
Maaien
MaaisysteemDrie scharnierende mesbladenDrie scharnierende mesbladen
Toerental maaimotor2.300 tpm2.300 tpm
Energieverbruik tijdens maaien30 W +/- 20%30 W +/- 20%
Maaihoogte2-6 cm2-6 cm
Maaibreedte24 cm 24 cm
Smalste doorgang60 cm 60 cm
Maximale hoek voor maagebied45%45%
Maximale hoek voor begrenzingsdraad20%20%
Maximale lengte begrenzingsdraad800 m800 m
Maximale lengte geleidingsdraad400 m400 m
Werkcapaciteit2.200 m2 +/- 20%3.200 m2 +/- 20%
IP-classificatie
RobotmaaierIPX4IPX4
LaadstationIPX1IPX1
Transformer IPX4IPX4

Husqvarna Group AB kan niet garanderen dat de robotmaaier volledig compatibel is met andere typen draadloze systemen, zoals afstandsbedieningen, radiozenders, ringleidingen, verzonken elektrische afrasteringen en dergelijke.

11 Garantiebepalingen

Husqvarna AB garandeert de werking van dit product gedurende een periode van twee jaar (vanaf de aankoopdatum). De garantie dekt ernstige materiaal- of productiefouten. Binnen de garantieperiode zullen we het product kosteloos vervangen of repareren als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • De robotmaaier en het laadstation mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig de instructies in deze gebruikershandleiding.
  • Gebruikers of onbevoegde derden mogen geen pogingen doen om het product te repareren.

Voorbeelden van defecten die niet onder de garantie vallen:

- Schade veroorzaakt door water dat van onderaf de robotmaaier binnendringt. Deze schade wordt gewoonlijk veroorzaakt door was- of besproeiingssystemen of een of meer gaten in het werkgebied waar waterplassen worden gevormd wanneer het regent.

- Schade veroorzaakt door blikseminslag.

- Schade veroorzaakt door onjuiste accu-opslag of onjuist gebruik.

- Schade veroorzaakt door het gebruik van een andere accu dan een originele accu van Husqvarna AB.

• Schade aan de lusdraad.

De messen worden beschouwd als verbruiksartikelen en vallen niet onder de garantie.

Als uw robotmaaier een defect vertoont, neem dan contact op met de dealer (zie Aantekeningen op pagina 2) voor verdere instructies. Zorg dat u het betalingsbewijs en het serienummer van de maaier bij de hand hebt.

12 Informatie over het milieu

De symbolen op de robotmaaier van Husqvarna of de bijbehorende verpakking geven aan dat het product niet mag worden verwerkt als huishoudelijk afval. In plaats daarvan moet het product naar een gespecialiseerd recyclingcentrum worden gebracht, waar de elektronische componenten en accu's kunnen worden gerecycled. De accu's zijn ingekapseld in robotmaaier chassis. Voor toegang tot de batterijen, moet het chassis worden gedemonteerd. Raadpleeg uw dealer voor verwijdering.

Als u ervoor zorgt dat dit product goed wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en mensen door verkeerd afvalbeheer van dit product tegen te gaan.

Neem voor meer informatie over het recyclen van dit product contact op met de gemeente, het afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar u het product hebt gekocht.

HUSQVARNA Automower 320 - Informatie over het milieu - 1

12.1 Accu verwijderen om te recyclen

Volg deze stappen om de accu te verwijderen uit de robotmaaier.

De kap demonteren

De kap is op het chassis gemonteerd met vier kliksluitingen. De laadkabel die op de laadstrip van de kap is bevestigd, moet worden losgekoppeld om de kap volledig van het chassis te verwijderen.

  1. Zet de hoofdschakelaar in stand 0.
  2. Reinig het gebied rond de doorvoer voor de laadkabel helemaal aan de voorkant onder de maaier.
  3. Trek de rubberen doorvoer op de laadkabel los en haal de stekker voorzichtig los.
  4. Haal de kap los van het chassis door de kap hoek voor hoek op te tillen terwijl u het chassis op zijn plek houdt.

HUSQVARNA Automower 320 - De kap demonteren - 1

Het chassis demonteren

  1. Haal alle 14 schroeven los (Torx 20).

  2. Verwijder het garantiezegel op het scheidingspunt tussen de helften van het chassis aan de rechterkant.

  3. Til voorzichtig de achterste rand van het bovenste deel van het chassis op.

  4. Koppel de MMI-kabel los uit de hoofdprint en verwijder het bovenste deel van het chassis.

Accu demonteren

  1. Draai de drie schroeven (Torx 20) los waarmee het accudeksel op zijn plaats wordt gehouden.
  2. Koppel de accu-aansluiting los van de hoofdprint.
  3. Open het accudeksel en verwijder de accu.

HUSQVARNA Automower 320 - Accu demonteren - 1

13 EG-verklaring van overeenstemming

EU-verklaring van overeenstemming (alleen van toepassing op Europese versies)

Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel.+ 46 36 14 65 00, verklaart hierbij dat de robotmaaiers Husqvarna Automower® 320 en Automower® 330X met serienummers van jaartal 2014 week 40 en later (het jaartal en de week staan duidelijk vermeld op het productplaatje, gevolgd door het serienummer), in overeenstemming zijn met de voorschriften in de RICHTLIJN VAN DE RAAD:

• Machinerichtlijn 2006/42/EG
- Bijzondere eisen voor elektrisch aangedreven robotmaaiers met accu IEC 60335-2-107:2012.
- Richtlijn betreffende "beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen" 2011/65/EU
- Richtlijn "betreffende de geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis" 2000/14/EG. Zie ook de Technische gegevens voor informatie over de geluidsemissie en maaibreedte. Aangemelde instantie 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft rapporten opgesteld inzake een beoordeling van de overeenstemming met bijlage VI van Richtlijn 2000/14/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende "de geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis". Het certificaat heeft nummer: 01/901/201.
- EMC-richtlijn 2004/108/EG en relevante aanvullingen. De volgende normen zijn van toepassing:

- 61000-6-3:2007/A1:2011 (emissie)

  • 61000-6-1:2007 (immuniteit)
  • EN 62233:2008 (elektromagnetische velden)

Huskvarna, 28 september 2014

c.gn

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 2

(erkende vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische documentatie)

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 3

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 4

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 5

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 6

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 7

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 8

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 9

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 10

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 11

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 12

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 13

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 14

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 15

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 16

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 17

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 18

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 19

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 20

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 21

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 22

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 23

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 24

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 25

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 26

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 27

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 28

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 29

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 30

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 31

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 32

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 33

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 34

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 35

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 36

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 37

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 38

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 39

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 40

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 41

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 42

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 43

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 44

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 45

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 46

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 47

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 48

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 49

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 50

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 51

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 52

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 53

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 54

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 55

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 56

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 57

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 58

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 59

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 60

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 61

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 62

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 63

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 64

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 65

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 66

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 67

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 68

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 69

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 70

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 71

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 72

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 73

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 74

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 75

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 76

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 77

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 78

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 79

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 80

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 81

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 82

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 83

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 84

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 85

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 86

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 87

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 88

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 89

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 90

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 91

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 92

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 93

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 94

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 95

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 96

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 97

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 98

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 99

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 100

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 101

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 102

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 103

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 104

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 105

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 106

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 107

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 108

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 109

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 110

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 111

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 112

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 113

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 114

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 115

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 116

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 117

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 118

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 119

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 120

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 121

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 122

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 123

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 124

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 125

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 126

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 127

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 128

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 129

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 130

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 131

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 132

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 133

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 134

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 135

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 136

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 137

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 138

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 139

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 140

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 141

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 142

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 143

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 144

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 145

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 146

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 147

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 148

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 149

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 150

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 151

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 152

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 153

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 154

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 155

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 156

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 157

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 158

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 159

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 160

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 161

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 162

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 163

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 164

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 165

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 166

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 167

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 168

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 169

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 170

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 171

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 172

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 173

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 174

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 175

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 176

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 177

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 178

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 179

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 180

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 181

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 182

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 183

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 184

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 185

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 186

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 187

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 188

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 189

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 190

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 191

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 192

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 193

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 194

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 195

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 196

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 197

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 198

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 199

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 200

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 201

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 202

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 203

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 204

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 205

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 206

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 207

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 208

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 209

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 210

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 211

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 212

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 213

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 214

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 215

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 216

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 217

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 218

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 219

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 220

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 221

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 222

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 223

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 224

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 225

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 226

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 227

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 228

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 229

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 230

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 231

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 232

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 233

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 234

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 235

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 236

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 237

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 238

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 239

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 240

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 241

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 242

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 243

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 244

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 245

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 246

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 247

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 248

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 249

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 250

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 251

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 252

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 253

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 254

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 255

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 256

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 257

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 258

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 259

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 260

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 261

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 262

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 263

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 264

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 265

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 266

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 267

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 268

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 269

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 270

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 271

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 272

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 273

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 274

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 275

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 276

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 277

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 278

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 279

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 280

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 281

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 282

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 283

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 284

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 285

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 286

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 287

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 288

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 289

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 290

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 291

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 292

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 293

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 294

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 295

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 296

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 297

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 298

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 299

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 300

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 301

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 302

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 303

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 304

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 305

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 306

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 307

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 308

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 309

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 310

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 311

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 312

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 313

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 314

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 315

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 316

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 317

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 318

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 319

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 320

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 321

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 322

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 323

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 324

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 325

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 326

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 327

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 328

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 329

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 330

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 331

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 332

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 333

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 334

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 335

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 336

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 337

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 338

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 339

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 340

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 341

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 342

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 343

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 344

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 345

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 346

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 347

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 348

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 349

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 350

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 351

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 352

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 353

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 354

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 355

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 356

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 357

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 358

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 359

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 360

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 361

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 362

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 363

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 364

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 365

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 366

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 367

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 368

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 369

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 370

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 371

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 372

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 373

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 374

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 375

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 376

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 377

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 378

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 379

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 380

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 381

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 382

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 383

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 384

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 385

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 386

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 387

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 388

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 389

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 390

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 391

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 392

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 393

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 394

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 395

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 396

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 397

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 398

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 399

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 400

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 401

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 402

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 403

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 404

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 405

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 406

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 407

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 408

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 409

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 410

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 411

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 412

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 413

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 414

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 415

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 416

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 417

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 418

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 419

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 420

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 421

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 422

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 423

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 424

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 425

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 426

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 427

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 428

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 429

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 430

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 431

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 432

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 433

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 434

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 435

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 436

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 437

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 438

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 439

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 440

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 441

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 442

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 443

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 444

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 445

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 446

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 447

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 448

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 449

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 450

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 451

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 452

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 453

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 454

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 455

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 456

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 457

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 458

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 459

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 460

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 461

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 462

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 463

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 464

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 465

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 466

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 467

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 468

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 469

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 470

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 471

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 472

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 473

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 474

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 475

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 476

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 477

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 478

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 479

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 480

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 481

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 482

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 483

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 484

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 485

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 486

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 487

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 488

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 489

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 490

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 491

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 492

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 493

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 494

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 495

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 496

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 497

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 498

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 499

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 500

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 501

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 502

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 503

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 504

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 505

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 506

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 507

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 508

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 509

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 510

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 511

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 512

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 513

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 514

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 515

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 516

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 517

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 518

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 519

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 520

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 521

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 522

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 523

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 524

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 525

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 526

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 527

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 528

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 529

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 530

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 531

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 532

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 533

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 534

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 535

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 536

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 537

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 538

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 539

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 540

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 541

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 542

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 543

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 544

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 545

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 546

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 547

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 548

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 549

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 550

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 551

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 552

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 553

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 554

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 555

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 556

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 557

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 558

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 559

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 560

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 561

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 562

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 563

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 564

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 565

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 566

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 567

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 568

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 569

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 570

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 571

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 572

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 573

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 574

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 575

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 576

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 577

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 578

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 579

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 580

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 581

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 582

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 583

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 584

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 585

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 586

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 587

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 588

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 589

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 590

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 591

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 592

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 593

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 594

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 595

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 596

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 597

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 598

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 599

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 600

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 601

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 602

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 603

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 604

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 605

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 606

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 607

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 608

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 609

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 610

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 611

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 612

HUSQVARNA Automower 320 - EG-verklaring van overeenstemming - 613

Husqvarna®

ORIGINELE INSTRUCTIES

AUTOMOWER is een handelsmerk van Husqvarna AB. Copyright © 2014 HUSQVARNA. All rights reserved.

www.automower.com

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : Automower 320

Categorie : Grasmaaier