47-PRO E Vario - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 47-PRO E Vario SABO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 47-PRO E Vario SABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 47-PRO E Vario - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 47-PRO E Vario van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 47-PRO E Vario SABO
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Español
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen......2
Veiligheidsinstructies voor grasmaaier....4
1 Inleiding....5
2 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje 5
3 Verklaring van de pictogrammen....5
4 Verklaring van de symbolen....5
5 Gebruik conform de voorschriften....6
6 Algemene veiligheidsvoorschriften voor de met de hand geleide sikkelgrasmaaier 6
Algemene veiligheidsinstructies....6
Voorbereidende maatregelen....7
Gebruik 7
Onderhoud en opslag....8
7 Beschrijving van de componenten....9
8 Voorbereidende werkzaamheden....9
Duwstang omhoog zetten (afbeelding A1 + B1 + E1)....9
Duwstang omhoogzetten (afbeelding A1 + C1 + E1).... 10
Grasvangzak aan de maaier hangen (afbeelding R1 + S1).... 10
Maaihoogte instellen (afbeelding I + I1) 10
De geladen accu aanbrengen (afbeelding V1)....10
Accu verwijderen (afbeelding F + N2)....10
9 Vóór de eerste inbedrijfstelling....10
Accu-indicatie (afbeelding U4) 11
10 Stand-bymodus in-/uitschakelen (afbeelding A2 + N2)....11
Stand-bymodus inschakelen (afbeelding A2)....11
Stand-bymodus uitschakelen (afbeelding A2)....11
11 Toerental van de motor wijzigen (energiezuinige modus in-/uitschakelen) (afbeelding F + H1)....11
12 Starten van de motor (afbeelding A2 + A3 + D)....11
13 Uitschakelen van de motor (afbeelding F + N2)....12
14 Stoppen in geval van nood....12
15 Aandrijving....12
Bediening van de achterwielaandrijving (afbeelding E2) 12
Snelheidsinstelling (afbeelding H)....12
16 Grasopvanginrichting....12
Gebruik met grasvangzak....12
Turbo Signal (weergave vulniveau van de grasvangzak) (afbeelding J + K)12
Leegmaken van de grasopvangzak (afbeelding F + L)....12
Gebruik zonder grasvangzak 12
17 Maaien....12
Maaien op hellingen 12
Controle van de bedrijfsveiligheid 12
Tijdelijke beperkingen....13
Tips voor de verzorging van het gazon (Afbeelding M) 13
Mulchen 13
Ombouw tot maaier met uitworp aan de achterzijde (afbeelding F + N2 + U2 + S1) 13
18 Onderhoudsintervallen 13
19 Verzorging en onderhoud van de maaier 13
Reiniging (afbeelding O)....13
Omklappen van de duwstang (afbeelding B4) 14
Transport en beveiliging van het apparaat (afbeelding N + N1 + N4).... 14
Onderhoud van de mesbalk 14
Naslijpen en uitbalanceren van de mesbalk (afbeelding Q) 14
Vervangen van de mesbalk....14
Onderhoud van de voorwielen 14
Onderhoud van de wielen (afbeelding R)....14
Onderhoud van de aandrijving....14
Vervangen van de V-snaar van de aandrijving 14
Klantenservice 14
20 Onderhoud van de motor....14
Schoonmaken resp. vervangen van het luchtfilter (afbeelding W + W1)..... 15
21 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan....15
22 Storingsweergave motoreenheid (afbeelding A2)....16
Geluidsdrukniveau 17
Trillingen....17
24 Originele reserveonderdelen en toebehoren....17
Conformiteitsverklaring......zie achteraan, na de laatste taal
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsinstructies, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Het niet in acht nemen van de onderstaande instructies kan een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrische gereedschappen op stroom (met voedingskabel) of op elektrische gereedschappen die op een accu werken (zonder voedingskabel).
1) Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde of slecht verlichte werkplekken kunnen ongelukken tot gevolg hebben.
b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waar zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken, die het stof of de dampen kunnen aansteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap op afstand. U kunt de controle over het elektrisch gereedschap verliezen als u wordt afgeleid.
2) Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden aangepast. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaarde elektronische gereedschappen. Onveranderde stekkers en correcte stopcontacten verkleinen het risico op een elektrische schok.
b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingen, fornuizen of koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd het elektrische gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Als er water in een elektrisch gereedschap terechtkomt, verhoogt dat het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik de voedingskabel niet om het elektrisch gereedschap te dragen, op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de voedingskabel op afstand van hitte, olie, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of in de knoop geraakte voedingskabels verhogen het risico van een elektrische schok.
e) Als u buitenshuis werkt met een elektrisch gereedschap, gebruik dan alleen verlengkabels die ook geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een geschikte verlengkabel voor gebruik buitenshuis vermindert het risico van een elektrische schok.
f) Als gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving niet voorkomen kan worden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.
3) Veiligheid van personen
a) Wees voorzichtig, let op wat u doet en ga verstandig om met een elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén enkel moment van onoplettendheid bij het gebruik van een elektrisch gereedschap kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislip, een veiligheidshelm of gehoorbescherming – afhankelijk van het type en de toepassing van het elektrische gereedschap – verkleint het risico op letsel.
c) Voorkom dat het apparaat per ongeluk aangaat. Vergewis u ervan dat het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het aansluit op de stroomvoorziening en/of de accu, het oppakt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereedschap de vinger op de schakelaar heeft of het elektrisch gereedschap ingeschakeld aansluit op de stroomvoorziening, kan dat leiden tot ongelukken.
d) Verwijder afstelgereedschap of schroevendraaiers voordat u het elektrische gereedschap aanzet. Een gereedschap of schroevendraaier in een draaiend deel van het elektrisch gereedschap kan letsel veroorzaken.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en bewaar te allen tijde uw evenwicht. Zo kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Losse kleding, sieraden of lange haren kunnen in bewegende delen blijven hangen.
g) Als stofafzuig- en opvanginrichtingen gemonteerd kunnen worden, moeten deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Gebruik van een stofafzuiging kan risico's door stof verminderen.
NL
h) Waan u niet onterecht veilig. Neem altijd de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap in acht, ook als u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met het elektrisch gereedschap. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.
4) Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Voorkom overbelasting van het elektrisch gereedschap. Gebruik voor uw werk het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het correcte elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensniveau.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap met een kapotte schakelaar. Een elektrisch gereedschap dat niet meer aan of uit kan worden gezet, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder een afneembare accu, voordat u instellingen uitvoert aan het apparaat, toebehoren wisselt of het elektrisch gereedschap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk start.
d) Bewaar niet gebruikte elektrische gereedschappen buiten het bereik van kinderen. Laat personen die niet vertrouwd zijn met het elektrisch gereedschap of deze instructies niet hebben gelezen, er geen gebruik van maken. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren personen.
e) Zorg ervoor dat elektrische gereedschappen en toebehoren altijd zorgvuldig onderhouden zijn. Controleer of bewegende delen onberispelijk functioneren en niet klemmen, of er onderdelen gebroken zijn of zodanig beschadigd dat de werking van het elektrisch gereedschap belemmerd wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het elektrisch gereedschap repareren. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische gereedschappen.
f) Houd snijgereedschappen altijd scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschappen met scherpe snijranden blijven minder klemmen en zijn gemakkelijk te hanteren.
g) Gebruik elektrische gereedschap, toebehoren enz. in overeenstemming met deze instructies. Neem daarbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheid in acht. Het gebruik van elektronische gereedschappen voor andere toepassingen dan voorgeschreven, kan gevaarlijke situaties veroorzaken.
h) Houd handgrepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde grepen en grijpvlakken zorgen ervoor dat het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en gecontroleerd kan worden.
5) Gebruik en behandeling van het accugereedschap
a) Laad de accu's alleen op met laders die door de fabrikant worden aanbevolen. Als een lader geschikt is voor een bepaald type accu, bestaat er brandgevaar als deze lader met andere accu's wordt gebruikt.
b) Gebruik in de elektrische gereedschappen alleen accu's die hiervoor bedoeld zijn. Het gebruik van andere accu's kan letsel en brandgevaar veroorzaken.
c) Houd de ongebruikte accu op afstand van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen objecten die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.
d) Bij foutief gebruik kan vloeistof uit de accu weglopen. Vermijd het contact ermee. Bij toevallig contact afspoelen met water. Als de vloeistof in de ogen komt, roept u ook de hulp in van een arts. Uitlopende accuvloeistof kan tot huidirritaties of brandwonden leiden.
e) Gebruik geen beschadigde of aangepaste accu. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar reageren en brand, explosie of gevaar voor letsel veroorzaken.
f) Stel een accu niet bloot aan vuur of te hoge temperaturen. Vuur of temperaturen boven 130 °C (265 °F) kunnen een explosie veroorzaken.
g) Neem alle instructies voor het laden in acht en laad de accu of het accugereedschap nooit buiten het temperatuurbereik dat in de gebruiksaanwijzing is aangegeven. Verkeerd laden of laden buiten het toegestane temperatuurbereik kan de accu vernietigen en het brandgevaar verhogen.
6) Service
a) Laat uw elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerde specialisten en alleen met originele reserveonderdelen repareren. Zo blijft de veiligheid van het elektrische gereedschap behouden.
b) Beschadigde accu's nooit onderhouden. Onderhoud van accu's mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of door erkende servicediensten.
Veiligheidsinstructies voor grasmaaier
a) Gebruik de grasmaaier niet bij slecht weer, vooral niet als er kans op onweer is. Dat verkleint het risico dat u door de bliksem wordt geraakt.
b) Onderzoek zorgvuldig of er wilde dieren aanwezig zijn in het werkgebied. Wilde dieren kunnen door de draaiende grasmaaier gewond raken.
c) Onderzoek het werkgebied grondig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde elementen. Delen die door de grasmaaier naar buiten worden geslingerd, kunnen letsel veroorzaken.
d) Controleer vóór het gebruik van de grasmaaier altijd of het maaimes en het maaiwerk niet versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde onderdelen verhogen het risico van letsel.
e) Controleer de grasopvanginrichting regelmatig op slijtage. Een versleten of beschadigde grasopvanginrichting verhoogt het risico van letsel.
f) Laat afschermingen op hun plaats zitten. Afschermingen moeten correct bevestigd zijn en klaar voor gebruik zijn. Een losse, beschadigde of niet correct functionerende afscherming kan letsel veroorzaken.
g) Houd de inlaatopeningen voor koellucht vrij van aangekoekt vuil. Geblokkeerde luchtinlaten en aangekoekt vuil kunnen oververhitting of brandgevaar veroorzaken.
h) Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier altijd veiligheidsschoenen met een antislipzool. Werk nooit op blote voeten of met open sandalen. Zo vermindert u het gevaar van voetletsel bij het contact met het draaiende maairnes.
i) Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier altijd een lange broek. Blote huid verhoogt de kans op letsel door uit de machine geslingerde objecten.
j) Gebruik de grasmaaier niet in nat gras. Wandel tijdens het gebruik van de grasmaaier, nooit rennen. Hierdoor vermindert u het gevaar uit te glijden en te vallen, wat letsel kan veroorzaken.
k) Gebruik de grasmaaier niet op te steile hellingen. Hierdoor vermindert u het risico de controle over het apparaat te verliezen, uit te glijden en te vallen, wat letsel kan veroorzaken.
1) Let er tijdens het werken op hellingen op dat u veilig staat; werk altijd dwars op de helling, nooit omhoog of omlaag, en wees uiterst voorzichtig als u uw richting van werken wijzigt. Hierdoor vermindert u het risico de controle over het apparaat te verliezen, uit te glijden en te vallen, wat letsel kan veroorzaken.
m) Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien in achterwaartse richting of als u de grasmaaier naar u toe trekt. Let altijd op de omgeving. Dit vermindert het gevaar dat u struikelt tijdens het werken.
n) Raak geen messen of andere gevaarlijke onderdelen aan die nog bewegen. Zo vermindert u het risico van letsel door bewegende onderdelen.
o) Zorg dat alle schakelaars zijn uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld, voordat u ingeklemd materiaal verwijdert of de grasmaaier reinigt. Als de grasmaaier onverwachts start, kan dat ernstig letsel veroorzaken.
NL
1 INLEIDING
Beste tuinliefhebber,
Als je niet alleen trots bent op een verzorgd gazon, maar ook met plezier in de tuin werkt, dan weet je dat je goede tuingereedschappen hebt. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze gemaakt. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne hightech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt en dat ziet u aan het geweldige resultaat.
Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden.
Voordat u de grasmaaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden.
Lees ook de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de lader en accu's, in het bijzonder de veiligheidsinstructies ervan, en neem deze in acht.
Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen.
De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen.
De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd.
De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat.
Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen.
Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.
2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE

text_image
1 2 3 4 5 LWA dB Product Identification Number * IP min⁻¹ WBM 14 13 11 12 8 7 15 6 10 9 V kg3 Symbool van de beschermingsklasse (afhankelijk van het model)
4 Nominaal toerental
5 Model
6 Vermogen
7 Nominale spanning
8 Dit apparaat hoort niet bij het huisvuil. Apparaat, toebehoren en verpakking moeten milieuvriendelijk worden gerecycled
9 Gewicht
10 Symbool van de gelijkspanning
11 CE-conformiteitskenmerk
12 Bouwjaar
13 Met de hand geleide grasmaaier
14 Gegarandeerd geluidsvermogensniveau
15 Serienummer
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen:
47-PRO E VARIO (SA621724): Maaibreedte 470 mm
54-PRO E VARIO (SA622424): Maaibreedte 540 mm
De correcte modelbeschrijving van uw apparaat, alsook het serienummer vindt u op het typeplaatje.
Het gedeelte onder een titel in cursief en onderstreept is van toepassing tot de volgende zo gemarkeerde titel voor het betreffende model.
3 VERKLARING VAN DE PICTOGRAMMEN

Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen!

Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor – veiligheidsafstand aanhouden/derden uit de gevarenzone houden!

Houd stroomvoerende kabels uit de buurt van het snijgereedschap.

Let op voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Let erop dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor afzetten en de accu'(s) verwijderen.
Gevaar voor lawaai -
Bij langer gebruik wordt een gehoorbescherming aanbevolen.


Accu's en laders horen niet bij het huisvuil.
Lever de accu('s) of de lader in bij uw dealer of breng ze naar een openbaar inzamelpunt.
Dit apparaat hoort niet bij het huisvuil. Apparaat, toebehoren en verpakking moeten milieuvriendelijk worden gerecycled.

text_image
1 2 3 4 1 + 2 + 3 4Mesmotor starten:
1 Druk op de Aan/Uit-knop om de stand- bymodus in te schakelen.
2 Druk binnen 120 seconden op de knop en houd deze ingedrukt.
3 Leg de veiligheidsschakelbeugel om. Mesmotor en mes starten. Hierna kunt u de knop (2) loslaten. De veiligheidsschakelbeugel blijft u vasthouden om het mes door te laten lopen.
Zolang het apparaat in de stand-bymodus staat (stap 1), zijn de stappen 2 en 3 voldoende om de mesmotor opnieuw te starten.
4 Om de aandrijving ook in te schakelen, legt u de onderste schakelbeugel om. Let op: de aandrijving werkt alleen bij draaiende mesmotor.
Motor STOP:
Onderste schakelbeugel loslaten:
rijaandrijving stopt en de maaier blijft stilstaan.
Veiligheidsschakelbeugel loslaten:
mesmotor en mesbalk stoppen. Opgelet: de mesbalk loopt nog enige tijd door!

4 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN

WAARSCHUWING
Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en servicevoorwaarden.

WAARSCHUWING
Afstand houden / derden uit de gevarenzone houden!
Contact met de roterende mesbalk kan zwaar letsel veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondinger veroorzaken.
Maai nooit als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt aanwezig zijn.

WAARSCHUWING
Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. De elektrische ultrusting mag niet worden gewijzigd. Lees de veiligheidsinstructies voor omgang met de accu('s) en de lader in de aparte gebruiksaanwijzingen en neem deze in acht! Spuit het apparaat niet met water af. Dit kan de elektrische installatie beschadigen.

WAARSCHUWING
Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroom geleidende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.

WAARSCHUWING
Let op voor scherpe messen! Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan de voeten veroorzaken. De motor alleen starten als u achter de maaier staat. Let erop dat de voeten niet onder de behuizing komen.

WAARSCHUWING
Let op voor scherpe messen! Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan de handen en voeten veroorzaken Bij lopende motor / draaiend mes de door de lengte van de duwstang geboden veiligheidsafstand aanhouden. Let erop dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

WAARSCHUWING
Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met bladeren bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vervangen. De messchroef door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.

WAARSCHUWING
Als bij werkzaamheden aan het apparaat de accu of de accu's niet worden verwijderd, zou de motor gestart kunnen worden en zouden zware verwondingen het gevolg kunnen zijn. Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan de handen en voeten veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken.
Wees u er altijd bewust van, dat de mesbalk na het loslaten van de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop nog korte tijd doordraait.
De motor uitzetten en wachten tot het snijgereedschap stilstaat en de accu'(s) verwijderen: - vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden; - als de maaiier opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voor het transport; - bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; - als u de machine naar het maaivlak toe en weer weg transporteert; - voordat de grasvangzak wordt verwijderd of bevestigd; - voordat de mulchstop in het uitwerpkanaal wordt geplaatst of uit het uitwerpkanaal wordt verwijderd; - als u de machine zonder toezicht achterlaat; Zet de motor uit en wacht tot het snijgereedschap stilstaat, voorda u accu's uit het accuvak op de motor verwijdert of aanbrengt! Voor betreffende reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.

WAARSCHUWING
Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan de handen en voeten veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. De motor uitzetten en wachten tot het snijgereedschap stilstaat: - voordat de maaihoogte wordt ingesteld; - voordat de grasvangzak eraf wordt genomen!

VOORZICHTIG
Contact met de scherpe randen van de mesbalk en andere scherpe randen van het apparaat kan letsel veroorzaken. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.
5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN
- Het apparaat is uitsluitend bestemd voor het maaien van grasperken en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Gebruik conform de voorschriften"). Elke verder leidende toepassing geldt als niet conform de voorschriften; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en servicevoorwaarden.
- Bij gebruik in openbare plantsoenen, parken, op sportvelden, langs de weg en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder voorzichtig te werk gaan.
- De maaier mag in het bijzonder niet worden gebruikt voor het trimmen van heggen, heesters en struiken, het snijden van rankgewassen of begroeling op daken en in balkonbakken en voor het opzuigen en/of wegblazen van bladeren op wandelpaden.
- Het gebruik van door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende apparaten en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende apparaten en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE MET DE HAND GELEIDE SIKKELGRASMAAIER
Algemene veiligheidsinstructies

Voor uw eigen veiligheid en voor een zo optimaal mogelijke werking van uw machine raden wij u aan deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen. Neem de tijd om kennis te nemen van de bedieningselementen en de machine juist te gebruiken. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Wij wijzen u erop dat de bestuurder of gebruiker van de machine aansprakelijk is voor het in gevaar brengen van andere personen, hun eigendommen en ongevallen waarbij deze betrokken zijn.
- Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet bij eventuele verdere verkoop aan de nieuwe eigenaar van het apparaat worden overhandigd.
- Laat nooit kinderen en personen onder 16 jaar en andere personen die geen kennis hebben genomen van de gebruiksaanwijzing de machine gebruiken. Wij wijzen u op het volgende: De minimumleeftijd van gebruikers kan regionaal verschillen.
- Wijs iedereen die met het apparaat gaat werken op de mogelijke gevaren en hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd zijn en over de gevaren geïnstrueerd werden. De geldende voorschriften voor ongevallenpreventie alsook de andere algemeen erkende veiligheidstechnische en arbeidsmedische regels dienen te worden opgevolgd.
- Dit apparaat dient niet te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.

Maai nooit als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt aanwezig zijn.
- Berg de machine veilig op! Ongebruikte apparaten altijd zonder aangebrachte accu's in een droge, gesloten ruimte en buiten het bereik van kinderen bewaren.
- Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
- De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de stang liggen dat ze bij het neerklappen
NL
van de stang niet bekneld raken of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden.
Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislipschoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Wij raden aan om gehoorbescherming te dragen.

Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.

Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk.
Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok!
Bij beschadiging van een stroom geleidende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
- Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot het werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen:
- Vóór het maaien op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd.
- Wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation.
- Wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing.
- De begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden.
- Rondslingerende kabelresten vóór het maaien verwijderen.
Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Kabels kunnen blijven hangen en beschadigd raken of losgerukt worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden. Voor en tijdens het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen.

De elektrische uitrusting mag niet worden gewijzigd. Lees de veiligheidsinstructies voor omgang met de accu('s) en de lader in de aparte gebruiksaanwijzingen en neem deze in acht!
- Vóór het gebruik moet altijd visueel worden gecontroleerd of het snijgereedschap, de bevestigingsschroeven en de gehele snijeenheid zijn versleten of beschadigd. Om onbalans te voorkomen, moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een erkende vakwerkplaats worden vervangen.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elk gebruik worden gecontroleerd. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen.
Gebruik
- De accu's mogen alleen worden geladen met een lader die hiervoor is toegestaan. U kunt uzelf in gevaar brengen of uw apparaat beschadigen. Gebruik de grasmaaier alleen met daarvoor goedgekeurde accu's. Verkeerd gebruik van accu's en lader kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Toegestane laders en accu's: zie hoofdstuk "Originele reserveonderdelen en toebehoren".
- Het apparaat mag niet in een explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
- Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Apparaat niet blootstellen aan regen of vocht.
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf van de machine vereisen onbeperkte aandacht.
- Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
-
Pas de rijsnelheid aan persoon en terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u uw juiste rijsnelheid bereikt.
-
Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- Niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bijv. schommels). Het apparaat kan in een onveilige positie terechtkomen. Er bestaat verwondingsgevaar.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het apparaat bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling altijd dwars op de helling, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee.
De maaler kan worden gebruikt op taluds en hellingen die tot 48% (26° helling) aflopen.
Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentleel niet volledig te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat!
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of het apparaat naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
- Houd de door de lengte van de duwstang bepaalde veilige afstand aan.
- Om een wegglijden van het apparaat tijdens het dragen te verhinderen, dient u het apparaat steeds vast te nemen aan de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, stanguiteinden of dwarsstang van het onderste deel van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen.
Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar.
Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk "Beschrijving van de componenten"):

- Veiligheidsschakelbeugel motorstop (1)
De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting.
Tijdens het gebruik en in gevaarlijke situaties kan men de motor uitschakelen door de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop los te laten.
Het mes moet binnen 3 seconden tot stilstand komen.
De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen die in de afbeelding
"Beschrijving van de componenten" wordt getoond.
Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden.
Verwondingsgevaar!
Als het mes langer doorloopt, mag u het apparaat niet meer gebruiken en moet u het naar een erkende vakwerkplaats brengen.
Meten van de nalooptijd
Na het starten van de motor draait het mes en is er een ruisend geluid hoorbaar.
De nalooptijd komt overeen met de duur van het ruisende geluid na het uitschakelen van de motor en kan met een stopwatch worden gemeten.
De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld.
Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Laat een niet correct werkende veiligheidsschakelbeugel repareren door een erkend vakbedrijf.

- Accu('s) (7)
Deze bescherminrichting beschermt tegen letsel door onopzettelijk starten van de motor.

Om onbevoegde bediening van de machine te voorkomen, moeten bij alle werkzaamheden aan de machine, vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, als de machine wordt achtergelaten en tijdens de opslag alle accu's verwijderd zijn.
Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk "Beschrijving van de componenten"):

- Behuizing, grasvangzak ((13) bij 47-PRO E VARIO en (15) bij 54-PRO E VARIO), uitwerpklep ((12) bij 47-PRO E VARIO en (14) bij 54-PRO E VARIO)
Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsel door omhoog geslingerde voorwerpen.
Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing dan wel zonder reglementair bevestigde opvangzak of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt.

- Behuizing
Deze bescherminrichting beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk.
Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Let erop dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
- Afdekkingen van de riemaandrijving (5)
Deze bescherminrichting beschermt tegen letsel door bewegende onderdelen.
Het apparaat mag niet met beschadigde dan wel zonder op de voorgeschreven wijze
bevestigde afdekkingen worden gebruikt.

- Isolatie-elementen (bowdenkabelscheiding (4), isolatieschalen ((13) bij 47-PRO E VARIO en (14) bij 54-PRO E VARIO))
Deze beschermingsinrichtingen bieden extra bescherming tegen letsel door een elektrische schok.
Het apparaat mag niet met beschadigde isolatie-elementen worden gebruikt. Let erop dat u uw handen tijdens het gebruik alleen in de zones houdt die daarvoor bedoeld zijn (bovenste deel van de stang).
• De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
• Tijdens het starten de aandrijving niet inschakelen.

Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het snijgereedschap staan.

Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld. Indien nodig moet de machine, door de duwstang omlaag te duwen, zo schuin worden gezet dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Zolang het apparaat niet met alle 4 de wielen op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste gedeelte van de duwstang bevinden.
Start de motor niet als er mensen of dieren voor de maaier staan.

Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

Zet de motor af door de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop los te laten, en vergewis u ervan dat alle bewegende delen volkomen stilstaan en alle accu's verwijderd zijn:
- als u de machine korte tijd zonder toezicht laat;
- voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden eraan uitvoert;
- als u de machine moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport;
- als u de machine naar het maaivlak toe en weer weg transporteert;
- voordat u de grasvangzak eraf neemt of eraan hangt;
- voordat u de mulchstop in het uitwerpkanaal plaatst of uit het uitwerpkanaal verwijdert;
- bij het rijden buiten het gazon;
- voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert;
- als er een vreemd voorwerp werd geraakt;
- als er een storing optreedt;
-
als de machine ongewoon begint te trillen.
-
Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van het apparaat beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Vooraf de machine niet opnieuw starten of bedienen.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist.
Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Neem als er sterke trillingen optreden, meteen contact op met een geautoriseerde vakwerkplaats.

Schakel de motor uit door de beugel voor de motorstop los te laten, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan,
- voordat u de accu of de accu's uit het accuvak op de motor verwijdert of aanbrengt;
- als u de maaihoogte moet verstellen;
- voordat u de grasvangzak eraf neemt.
• WAARSCHUWING
Het geluidsniveau en de trillingswaarde die in de gebruiksaanwijzing worden aangegeven, zijn bepaald volgens de norm en kunnen afwijken van de waarden bij het daadwerkelijke gebruik van de machine. Dat hangt af van de manier waarop de machine wordt gebruikt.
Er dienen veiligheidsmaatregelen te worden vastgelegd om de bedienende persoon te beschermen. Deze moeten zijn gebaseerd op een schatting van de trillingsbelasting tijdens het daadwerkelijke gebruik. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle delen van de bedrijfscyclus, bijvoorbeeld ook tijden waarin de machine is uitgeschakeld of waarin deze is ingeschakeld, maar zonder belasting draait.
Het gebruik van een snijgereedschap in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekking onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden.
Onderhoud de machine goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk.
De in deze gebruiksaanwijzing opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden.
Onderhoud en opslag
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken!
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het apparaat in een veilige arbeidstoestand is.

Het openen van de uitwerpklep en het verwijderen van de grasvangzak of de mulchstop mogen alleen worden uitgevoerd bij uitgeschakelde motor en stilstaande mesbalk.

Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasvangbak niet versleten is en of deze nog goed functioneert.

Controleer voor ieder maaien de toestand van het mes en of dit goed bevestigd is. De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te stevig of te los wordt aangedraaid, kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd raken of losraken, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen.
Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkende vakwerkplaats.
Door een verkeerd gemonteerde mesbevestiging kan de mesbalk loskomen, wat tot ernstige verwondingen kan leiden.
Een onjuist geslepen en niet-uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.
• Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
- Het apparaat nooit onder stromend water of met een hogedrukreiniger schoonmaken. Dit kan de elektrische installatie beschadigen.
• Leeg de grasvangzak voordat u het apparaat opslaat.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
- Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals bijv. smeermiddelen, moeten geschikte persoonlijke beschemningsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen) worden gedragen.
NL
De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen.

Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op een vlakke ondergrond, bij uitgeschakelde motor en nadat alle accu's zijn verwijderd.
Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.

Het apparaat altijd in schone en onderhouden toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen zetten.
Vóór opslag van de machine altijd alle accu's verwijderen om onbevoegde bediening van de machine te voorkomen.
Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt.
Ongelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
7 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN
47-PRO E VARIO

text_image
1 2 3 16 15 14 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 SPRD1 Veiligheidsschakelbeugel motorstop
2 Variobediening
3 Schakelbeugel voor de aandrijving
4 Bowdenkabelscheiding (per bowdenkabel)
5 Afdekkingen van de riemaandrijving
6 Accu-afdekking
7 Accu('s) (onder de accu-afdekking)
8 Stelgreep voor maaihoogte-instelling
9 Voorste draaggreep
10 Luchtuitlaat
11 Luchtfilter
12 Achterste draaggreep
13 Isolatieschaal (beide zijden)
14 Uitwerpklep
15 Opvangzak
16 Ontgrendelingsknop motorstart (rood)
54-PRO E VARIO

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 SRBD1 Veiligheidsschakelbeugel motorstop
2 Variobediening
3 Schakelbeugel voor de aandrijving
4 Bowdenkabelscheiding (per bowdenkabel)
5 Afdekkingen van de riemaandrijving
6 Accu-afdekking
7 Accu('s) (onder de accu-afdekking)
8 Stelgreep voor maaihoogte-instelling
9 Voorste draaggreep
10 Luchtuitlaat
11 Luchtfilter
12 Uitwerpklep
13 Opvangzak
14 Isolatieschaal (beide zijden)
15 Ontgrendelingsknop motorstart (rood)
Alle modellen
Voor de montage van de maaier bevinden zich de volgende afzonderlijke delen in de verpakking:
- Maaier met gemonteerde duwstang
-
Opvangdoek, opvangzakframe
• Gereedschapszak met volgende inhoud: -
Gebruiksaanwijzing met conformiteitsverklaring
- Garantiebepalingen (afhankelijk van het model)
– Diverse montageonderdelen.
Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar.
47-PRO E VARIO
Duwstang omhoog zetten (afbeelding A1 + B1 + E1)
Trek de Z-vormig ingeklapte duwstang in de onderstaande volgorde naar boven eruit:
- Eerst het onderste deel van de duwstang optillen (1) A1, de uiteinden van het onderste deel zo ver uit elkaar drukken dat de naar binnen wijzende vergrendelingsnokken (2) aan weerszijden in de desbetreffende boringen vallen B1. Er kunnen drie verschillende stanghoogtes worden ingesteld. Let op Let er bij het inklappen van het onderste deel van de duwstang op dat de bowdenkabels niet kantelen.
- Schuif een gebogen ring (4) en een afstandsbus (5) op elk van de twee bovenste bouten (3) voor bevestiging en schroef ze vast met een zeskantmoer (6) B1 (uit de gereedschapstas).
- Til nu het bovenste deel van de duwstang op (7). Als het bovenste en het onderste deel op één niveau liggen, draait u de gerande moeren (8) met de hand vast E1.
Let op
Let er bij het optillen van het bovenste deel van de duwstang op dat de bowdenkabels niet bekneld raken.
VOORZICHTIG
Bij het bedienen van de stanghoogteverstelling worden de zeskantmoeren (6) B1 losgedraaid om het onderste deel van de stang aan de behuizing te bevestigen en worden de vergrendelingsnokken in de boringen van de stangaansluiting ontgrendeld. Hierbij kan de stang onbedoeld omslaan. Bovendien kunnen er tussen het onderste deel van de duwstang en de stangaansluiting/behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
54-PRO E VARIO
Duwstang omhoogzetten (afbeelding A1 + C1 + E1)
Trek de Z-vormig ingeklapte duwstang in de onderstaande volgorde naar boven eruit:
- Draai eerst het onderste deel van de duwstang zo ver mogelijk naar achteren A1 totdat het gat aan het uiteinde van de stang samenvalt met een van de twee gaten in de stangaansluiting.
- Steek de twee zeskantschroeven M8x30 (1) (uit de gereedschapstas) met de aangebrachte borgringen (2) van buitenaf door de stang en de stangaansluiting en schroef ze vast C1.
Er kunnen twee verschillende stanghoogtes worden ingesteld.
Let op
Let er bij het inklappen van het onderste deel van de duwstang op dat de bowdenkabels niet kantelen.
- Schuif eerst een gebogen ring (3) en een afstandsbus (4) op elk van de twee bovenste bouten voor bevestiging en schroef ze vast met een zeskantmoer (5) C1 (uit de gereedschapstas).
- Til nu het bovenste deel van de duwstang op (6). Als het bovenste en het onderste deel op één niveau liggen, draait u de gerande moeren (7) met de hand vast E1.
BELANGRIJK
Let er bij het optillen van het bovenste deel van de duwstang op dat de bowdenkabels niet bekneld raken.
VOORZICHTIG
Bij het bedienen van de stanghoogteverstelling kan de stang bij het losdraaien van de zeskantmoeren (5) C1 (slechts losdraaien tot de stang vrij kan bewegen) en de bevestigingsschroeven (1) C1 tussen onderste deel van de duwstang en stangaansluiting onbedoeld omslaan. Bovendien kunnen er tussen het onderste deel van de duwstang en de stangaansluiting/behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
Alle modellen
BELANGRIJK
Let erop, dat de kabels bij het uit- en in elkaar klappen van de duwstangen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt worden! De kabel altijd aan de buitenkant van de stangverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden.
Grasvangzak aan de maaier hangen (afbeelding R1 + S1)
- Het opvangzakframe met de beugel naar voren in de opvangdoek inbrengen. De bovenste naad van de opvangdoek uitlijnen met de beugel. Let er bij de 54-PRO E VARIO op dat de beschermhoeken van de opvangdoek om de achterste hoeken van het opvangzakframe liggen.
- De hechtprofielen op het voorkader van het opvangzakframe drukken R1.
- De uitwerpklep van de maaier naar boven openen.
- De grasvangzak aan de draagbeugel optillen, de schans (1) R1 aan de vangzakopening in de uitwerpopening plaatsen en de grasvangzak met de twee haken aan de zijkanten boven in de maaierbehuizing hangen S1.
- De uitwerpklep op de grasvangzak klappen.
Maaihoogte instellen (afbeelding I + I1)

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 5
- Aan elk wiel de hendel (1) naar het wiel toe trekken en na zijdelings verschuiven weer vergrendelen in de gewenste positie I.
- Alle vier hendels moeten in dezelfde positie staan!
VOORZICHTIG
Bij het instellen van de maaihoogte de stelhendel vastpakken zoals weergegeven in de afbeelding 11. Hierdoor wordt voorkomen dat de hand bij het instellen wegglijdt en letsel ontstaat.
BELANGRIJK
Het maaien op laagste maaihoogte mag alleen worden uitgevoerd op vlakke en egale gazons!
Houd er rekening mee dat de onderste maaihoogte-instellingen alleen in optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de maaihoogte te laag selecteert, kan de grasnerf beschadigd en mogelijk zelfs vernietigd worden.
Naast de maaihoogte is ook de rijsnelheid van invloed op het maaibeeld en het opvangresultaat. Pas maaihoogte en rijsnelheid aan de te maaien grashoogte aan, indien nodig de aandrijving niet inschakelen.
De geladen accu aanbrengen (afbeelding V1)

De omgang met lader en accu('s) staat beschreven in de aparte gebruiksaanwijzingen. Vooral veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen! Laad de accu('s) vóór de eerste ingebruikname volledig op!
We raden aan twee accu's met dezelfde capaciteit te gebruiken, met minimaal 7,5 Ah (bij voorkeur 12,0 Ah) en dezelfde laadstatus.
Als er slechts één accu wordt gebruikt of accu's met een capaciteit van minder dan 7,5 Ah, is slechts 80% van het motorvermogen beschikbaar.
- Accu-afdekking openen en vasthouden.
Accu in het accuvak schuiven, totdat de vergrendeling hoorbaar vastklikt V1. Let erop dat de vergrendeling aan de accu vrij loopt en zuiver vastklikt.
- Accu-afdekking sluiten. Erop letten dat de afdekking zelfstandig sluit. Vuil en grasresten kunnen dit voorkomen en moeten daarom worden verwijderd.
Accu verwijderen (afbeelding F + N2)
- Motor uitschakelen F.
- Accu-afdekking openen en vasthouden.
- Ontgrendelingsknop aan de motoreenheid indrukken (1) en accu uit het accuvak verwijderen (2) N2.
- Accu-afdekking sluiten. Erop letten dat de afdekking zelfstandig sluit. Vuil en grasresten kunnen dit voorkomen en moeten daarom worden verwijderd.
9 VÓÓR DE EERSTE INBEDRIJFSTELLING

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 5
Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name moet de bevestiging van de mesbalk worden gecontroleerd (zie het hoofdstuk "Onderhoud van de mesbalk").
De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te stevig of te los wordt aangedraaid, kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd raken of losraken, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken.
De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting.
Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, moet de mesbalk binnen 3 seconden tot stilstand kommen.
De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen die in de afbeelding "Beschrijving van de componenten" wordt getoond.
Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden.
Verwondingsgevaar!
Als het mes langer doorloopt, mag u het apparaat niet meer gebruiken en moet u het naar een erkende vakwerkplaats brengen.
Meten van de nalooptijd
Na het starten van de motor draait het mes en is er een ruisend geluid hoorbaar.
De nalooptijd komt overeen met de duur van het ruisende geluid na het afzetten van de motor en kan met een stopwatch worden gemeten.
De veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet worden gemanipuleerd of gedeactiveerd!
Let erop dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Accu laden (afbeelding W2)

De omgang met lader en accu('s) staat beschreven in de aparte gebruiksaanwijzingen. Vooral veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen! Laad de accu('s) vóór de eerste ingebruikname volledig op! W2

Alle veiligheidsinstructies betreffende hantering, opslag, bewaren, transport, verwijdering van de lithium-ionaccu's, alsook EHBO-maatregelen en maatregelen voor brandbestrijding, vindt u in het "Gegevensblad voor productveiligheid" op www.sabo-online.com bij de gebruiksaanwijzingen.
Informatienummer voor lithium-ionaccu's
+49 (0) 2261 704-0
Accu-indicatie (afbeelding U4)
Ter controle van de beschikbare lading de accu-indicatie aan de accu indrukken (1). De indicator-leds (2) lichten op afhankelijk van de laadstatus van de accu:
| Leds | Laadniveau- of functieweergave | Uitleg |
| 5 groene leds branden | ![]() | Accu is tussen 80 en 100% opgeladen |
| 4 groene leds branden | ![]() | Accu is tussen 60 en 80% opgeladen |
| 3 groene leds branden | ![]() | Accu is tussen 40 en 60% opgeladen |
| 2 groene leds branden | ![]() | Accu is tussen 20 en 40% opgeladen |
| 1 groene led brandt | ![]() | Accu is tussen 10 en 20% opgeladen |
| 1 rode led knippert | ![]() | Accu is voor minder dan 10% opgeladen en moet binnenkort opnieuw worden opgeladen |
| 5 rode leds knipperen | ![]() | Accu is bijna leeg en moet onmiddellijk worden opgeladen om onherstelbare schade (diepe ontlading) te voorkomen. |
| 5 rode leds branden | ![]() | Oververhitting Laat de accu tot onder 67 °C afkoelen |
| Voor BA1400T/BA2242/BA2800T/BA4200T/BA5600T/BA6720T:5 rode leds branden 10 s, schakelen 10 s uit, lichten opnieuw 10 s op of5 groene leds knipperen om de 2 s (afhankelijk van de accuversie).Bij beide weergaven doorlopen de leds de cyclus totdat het zelfonderhoud is voltooid.Voor BA2240T: geen speciale weergave. | of![]() | Zelfonderhoud |
10 STAND-BYMODUS IN-/UITSCHAKELEN (AFBEELDING A2 + N2)
Het inschakelen van de stand-bymodus is een voorwaarde om met de maaier te kunnen werken.
Zorg er vooraf voor dat
- er één of twee opgeladen accu's in het accuvak zitten (zie hoofdstuk "De geladen accu aanbrengen"),
Stand-bymodus inschakelen (afbeelding A2)
- Aan/Uit-knop (1) indrukken.
De led op de motoreenheid brandt groen.
- Om te maaien, start u de mesmotor binnen 120 seconden na het inschakelen van de stand-bymodus (zie hoofdstuk "De mesmotor starten").
Om de accu of accu's te sparen, wordt de stand-bymodus automatisch uitgeschakeld als de mesmotor niet binnen 120 seconden wordt gestart. De led op de motoreenheid gaat uit.
Als de led een andere kleur weergeeft, is er een storing, verhelp deze onmiddellijk (zie hoofdstuk "Storingsweergave") of neem contact op met een erkende werkplaats.
Stand-bymodus uitschakelen (afbeelding A2)
Aan/Uit-knop (1) opnieuw indrukken.
De led op de motoreenheid gaat uit.
Voordat u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Verwijder de accu('s) uit het accuvak N2.
11 TOERENTAL VAN DE MOTOR WIJZIGEN (ENERGIEZUINIGE MODUS IN-/UITSCHAKELEN) (AFBEELDING F + H1)
Het standaardtoerental (TURBO) van de mesmotor is 2800 omwentelingen per minuut.
Het toerental van de motor wordt alleen aangepast wanneer de motor is gestopt. Om de accu te sparen en energie te besparen, kan het toerental naar 2400 omwentelingen per minuut (ECO) worden teruggebracht:
- Motor uitschakelen F, wacht tot de mesbalk tot stilstand is gekomen.
- Accu-afdekking openen en vasthouden.
- Toerentalregelknop in de motoreenheid van "TURBO" naar "ECO" zetten H1.
- Accu-afdekking sluiten. Erop letten dat de afdekking zelfstandig sluit. Vuil en grasresten kunnen dit voorkomen en moeten daarom worden verwijderd.
- Om de motor te starten (zie hoofdstuk "STARTEN VAN DE MOTOR"). De maaier maait nu nog maar met 2400 omwentelingen per minuut.
Standaardtoerental herstellen:
- Motor uitschakelen F, wacht tot de mesbalk tot stilstand is gekomen.
- Accu-afdekking openen en vasthouden.
- Toerentalregelknop in de motoreenheid van "ECO" naar "TURBO" zetten H1.
- Accu-afdekking sluiten. Erop letten dat de afdekking zelfstandig sluit. Vuil en grasresten kunnen dit voorkomen en moeten daarom worden verwijderd.
- Om de motor te starten (zie hoofdstuk "STARTEN VAN DE MOTOR").
De maaier maait nu weer met 2800 omwentelingen per minuut.
BELANGRIJK
Gebruik de energiezuinige modus alleen bij lichte maalomstandigheden, bijv. kort, droog gras en een lagere rijsnelheid. Anders kan de maaikwaliteit verslechteren of kan het uitwerpkanaal verstopt raken.
12 STARTEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING A2 + A3 + D)

Veiligheidsinstructiel
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 5
De motor alleen starten als u achter de maaier staat.
De maaiier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld. Indien nodig moet de machine, door de duwstang omlaag te duwen, zo schuin worden gezet dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Zolang het apparaat niet op alle 4 de wielen staat, moeten beide handen zich aan het bovenste gedeelte van de duwstang bevinden.
Zorg er vooraf voor dat er één of twee opgeladen accu's in het accuvak zitten (zie hoofdstuk "De geladen accu aanbrengen").
We raden aan twee accu's met dezelfde capaciteit te gebruiken, met minimaal 7,5 Ah (bij voorkeur 12,0 Ah) en dezelfde laadstatus.
Als er slechts één accu wordt gebruikt of accu's met een capaciteit van minder dan 7,5 Ah, is slechts 80% van het motorvermogen beschikbaar.
- Druk op de Aan/Uit-knop op de motoreenheid om de stand-bymodus in te schakelen (zie hoofdstuk "Stand-bymodus in-/uitschakelen") A2.
- Voor het inschakelen van de motor eerst de ontgrendelingsknop motorstart (1) indrukken en ingedrukt houden A3.
- Met de andere hand de schakelbeugel (2) tegen het bovenstuk van de stang aan trekken A3. Tijdens het gebruik moet de schakelbeugel in deze stand worden vastgehouden.
- De ontgrendelingsknop motorstart kan vervolgens worden losgelaten.
- Het mes loopt zolang de veiligheidsschakelbeugel ingedrukt wordt.
- Zodra de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, stoppen mesmotor en mes.
- Na het loslaten van de veiligheidsschakelbeugel blijft het apparaat 120 seconden in de stand-bymodus, herkenbaar aan de led op de motoreenheid die gaat branden. Zolang deze brandt, kan de mesmotor op elk
moment opnieuw worden gestart door de ontgrendelingsknop motorstart ingedrukt te houden en de schakelbeugel om te leggen.
- Als de mesmotor niet binnen 120 seconden opnieuw wordt gestart, schakelt de stand-bymodus automatisch uit om de accu of de accu's te ontzien.
De led van de motoreenheid gaat uit.
Om de mesmotor te starten, stand-bymodus opnieuw inschakelen.
13 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING F + N2)
– Veiligheidsschakelbeugel loslaten F.
- Wacht totdat de mesbalk tot stilstand is gekomen.
- Verwijder de accu('s) uit het accuvak N2.
14 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD
Veiligheidsschakelbeugel en de schakelbeugel voor de aandrijving loslaten.
- De mesmotor stopt en het mes komt tot stilstand.
- De aandrijfmotor stopt en de maaier stopt.
LET OP
Controleer vóór elk maaien of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop en de schakelbeugel voor de aandrijving perfect werken:
- Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, moet het mes binnen 3 seconden tot stilstand kommen.
- Als de schakelbeugel voor de aandrijving wordt losgelaten, moet de aandrijving onmiddellijk stoppen en de maaier tot stilstand komen.
Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
15 AANDRIJVING
INSTRUCTIE
Bij een te lage accuspanning schakelt de mesmotor automatisch uit. Laad de accu of de accu's daarom tijdig op.
Bediening van de achterwielaandrijving (afbeelding E2)
De achterwielaandrijving wordt bij draaiende motor in- en uitgeschakeld via de schakelbeugel voor de aandrijving (1) aan het bovenste deel van de duwstang (2):
- Schakelbeugel aandrijving aantrekken en vasthouden = maaier rijdt.
- Schakelbeugel aandrijving loslaten = maaier blijft staan (0-stand).
De schakelbeugel aandrijving moet altijd stevig tegen de bovenstang worden getrokken. Een verkeerde bediening leidt tot slijtage van de versnellingsbak.
INSTRUCTIE
De achterwielen klikken als de maaier vooruit wordt geschoven.
Snelheidsinstelling (afbeelding H)
BELANGRIJK
De snelheid mag alleen bij draaiende motor worden ingesteld om beschadigingen te voorkomen!
INSTRUCTIE
Maaien met te hoge snelheid leidt tot een slecht maalpatroon of opvangresultaat. Pas de snelheid altijd aan de omstandigheden aan. Bij langere grashalmen moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen.
De rijsnelheid wordt met de links aangebrachte draaigreep ingesteld.
- Draai de greep voor de snelheidsinstelling in de betreffende richting en stel zo de gewenste rijsnelheid in. De pijl op de draaigreep geeft de rijsnelheid aan.
- Stand "Haas" = snel (max. snelheid).
- Stand "Schildpad" = langzaam (min. snelheid).
16 GRASOPVANGINRICHTING

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel
pagina 5
Gebruik met grasvangzak
WAARSCHUWING
Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn.
BELANGRIJK
Let er bij het hanteren van de grasvangzak op dat de schans (1) R1 niet verbogen wordt.
Let er bij het maaien op dat de grasvangzak op tijd wordt geleegd. Het Turbo Signal op de grasvangzak geeft het juiste tijdstip weer voor het legen.
Turbo Signal (weergave vulniveau van de grasvangzak) (afbeelding J + K)
Aan de bovenzijde van de grasvangzak is een indicator geplaatst die weergeeft of de grasvangzak leeg of vol is:
- Bij lege grasvangzak en tijdens het maaien zwelt het Turbo Signal op J.
- Als de grasvangzak vol is, zakt het Turbo Signal in; dan onmiddellijk stoppen met maaien en de grasvangzak legen K.
BELANGRIJK
Als het weefsel van de vangzak sterk vervulld is, zwelt het Turbo Signal niet op - in dat geval het weefsel onmiddellijk reinigen. Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk.
BELANGRIJK
Grasvangzak niet met warm water reinigen!
Leegmaken van de grasopvangzak (afbeelding F + L)
- Motor uitschakelen F, wacht tot de mesbalk tot stilstand is gekomen.
- Uitwerpklep optillen.
- De gevulde grasvangzak aan de draagbeugel van de maaier nemen - uitwerpklep sluit zelfstandig.
- De grasvangzak vasthouden aan de draagbeugel en de verzonken greep op de onderzijde van de bodem en grondig uitschudden L.
Gebruik zonder grasvangzak
WAARSCHUWING
Bij het gebruik zonder grasvangzak moet de uitwerpklep aan de maalerbehuizing altijd gesloten zijn (omlaag geklapt).
17 MAAIEN

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 5
INSTRUCTIE
Bij een te lage accuspanning schakelt de mesmotor automatisch uit. Laad de accu of de accu's daarom tijdig op.
Maaien op hellingen
LET OP
De maaler kan worden gebruikt op taluds en hellingen die tot 48% (26° helling) aflopen.
Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet volledig te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stablel staat. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat!
Controle van de bedrijfsveiligheid
De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting.
Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, moet de mesbalk binnen 3 seconden tot stilstand kommen.
De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen die in de afbeelding "Beschrijving van de componenten" wordt getoond.
Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden.
Verwondingsgevaar!
Als het mes langer doorloopt, mag u het apparaat niet meer gebruiken en moet u het naar een erkende vakwerkplaats brengen.
Meten van de nalooptijd
Na het starten van de mesmotor draait het mes en is er een ruisend geluid hoorbaar.
De nalooptijd komt overeen met de duur van het ruisende geluid na het afzetten van de motor en kan met een stopwatch worden gemeten.
De veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet worden gemanipuleerd of gedeactiveerd!
Ook de onberispelijke werking van de schakelbeugel voor de aandrijving moet vóór elk maaien worden gecontroleerd. Als de schakelbeugel voor de aandrijving wordt losgelaten, moet de aandrijving onmiddellijk stoppen en de maaier tot stilstand komen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden.
Let erop dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Controleer voor ieder maaien de toestand van het mes en of dit goed bevestigd is om gevaren te voorkomen. De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te stevig of te los wordt aangedraaid, kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd raken of
NL
losraken, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hoofdstuk "Onderhoud van de mesbalk").
Controleer om de 10 bedrijfsuren ventilator, mesbevestiging en ventilatorbehuizing op slijtage en goede bevestiging. Controleer ook schroeven en moeren van het apparaat op goede bevestiging en draai ze eventueel aan!
Laat bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door het rijden tegen een hindernis, door een geautoriseerde vakwerkplaats controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist.
Tijdelijke beperkingen
Daarnaast zijn er ook regionale beperkingen mogelijk (bijv. ter bescherming van de middagrust), waarover de bevoegde gemeentelijke autoriteit u kan informeren.
Tips voor de verzorging van het gazon (Afbeelding M)
WAARSCHUWING
Verwijder vóór elk maaien alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let desondanks ook tijdens het maaien altijd op rondslingerende voorwerpen.
Instructies over het onderwerp gazonverzorging ontvangt u op verzoek van uw dealer. Informatie en advies over maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant.
Mulchen
Uw grasmaaier kan worden uitgerust met een mulchset. De desbetreffende ombouwset naar mulchsysteem is verkrijgbaar in de vakhandel als toebehoren (bestelnr. ombouwset, zie "Originele reserveonderdelen en toebehoren").
De mulchset bevat ook tips en informatie over mulchen. Ook op de homepage van de fabrikant vindt u informatie over het onderwerp mulchen.
WAARSCHUWING
Laat het ombouwen van de maaier naar mulchsysteem altijd uitvoeren door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd gemonteerde mesbevestiging of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, wat tot ernstige verwondingen kan leiden.
Als het gras toch eens te hoog is om te mulchen, kan de mulchmaaier met enkele handelingen worden omgebouwd voor het maaien met grasvangzak.
Ombouw tot maaier met uitworp aan de achterzijde (afbeelding F + N2 + U2 + S1)
Motor uitschakelen F, wacht tot de mesbalk tot stilstand is gekomen.
- Accu('s) verwijderen N2.
- Uitwerpklep optillen.
- Verwijder de mulchstop uit het kanaal U2.
- Grasvangzak verwijderen
- Hang de grasvangzak in de beoogde houder aan de behuizing van de maaier S1.
- Uitwerpklep sluiten.
Een ombouw van het mulchmessysteem is niet nodig! Bij moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan het echter gebeuren dat de opvangzak minder gevuld wordt.
Om het apparaat weer te gebruiken als mulchmaaier, moet de mulchstop weer worden gemonteerd. Schakel hiervoor de motor uit, wacht tot de mesbalk tot stilstand is gekomen, verwijder de accu('s), til de uitwerpklep op, verwijder de grasvangzak, steek de mulchstop in het uitwerpkanaal en sluit de uitwerpklep. Maak het uitwerpkanaal vooraf schoon.
18 ONDERHOUDSINTERVALLEN
BELANGRIJK
Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Neem als u gebreken vaststelt, contact op met een geautoriseerde vakwerkplaats.
Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen.
De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden.
Vóór de eerste inbedrijfstelling
-
Accu('s) laden volgens de aparte gebruiksaanwijzing van de lader.
• Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging. -
De messchroef controleren en deze eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
• Controlleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos werkt.
• Controleren of de schakelbeugel voor de aandrijving foutloos werkt. - Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn.
Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen, vooral stroom geleidende kabels.
- Bereik van de begrenzingskabel controleren (als ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
- Lading van de accu('s) controleren (zie hoofdstuk "Accu-indicatie").
- Toestand en goede bevestiging van het mes controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
• Controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos werkt.
• Controleren of de schakelbeugel voor de aandrijving foutloos werkt. - Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn.
• Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren
• Controleren of het luchtfilter schoon en in goede staat is.
Om de 10 bedrijfsuren
• Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Controleer ventilator, mesbevestiging en ventilatorbehuizing op slijtage en goede bevestiging.
Na elk bedrijf
• De maaier schoonmaken.
- Het mes controleren op beschadigingen en slijtage.
Om de 50 bedrijfsuren
• Luchtfilter reinigen W.
• De lagers van de achterwielaandrijving smeren R.
Bij de jaarlijkse inspectie
• Luchtfilterelement laten vervangen W1.
- De versnellingsbak en het gebied onder de riemafdekking laten reinigen.
- Alle bowdenkabels controleren en indien nodig laten instellen.
19 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken!
Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwalitelt!

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 5
Reiniging (afbeelding O)
BELANGRIJK
Schakel voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motoreenheid ult. Schakel hiervoor de stand-bymodus ult (zie hoofdstuk "STAND-
BYMODUS IN-/UITSCHAKELEN") en verwijder de accu's (1.). Kantel daarna pas de voorkant van de maaier omhoog (2.). Als het toch een keer noodzakelijk is om de maaier op zijn kant te leggen, leg hem dan op de linkerzijde en in geen geval op de rechterzijde, omdat anders de ontgrendelingsknop motorstart aan het bovenste deel van de stang kan worden bediend.
Bij het omhoog kantelen van de maaier erop letten dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. De maaier In omhoog gekantelde toestand beveilligen!
Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. Gebruik een borstel of een lap voor het reinigen.
LET OP
Vingers niet in de openingen van de ventilatorbehuizing steken en ventilator vasthouden. Als de mesbalk bij het schoonmaken wordt gedraaid, bestaat het gevaar dat de vingers bekneld raken tussen de ventilator en de behuizing van de ventilator!
BELANGRIJK
Nooit de maalier met water schoonspuiten. Dit kan de elektrische installatie beschadigen.
Opbergen
Sla het apparaat altijd op zonder de accu's erin.
Het apparaat altijd in schone en onderhouden toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen zetten.
Laat het apparaat vóór opslag altijd afkoelen.
Leeg de grasvangzak voordat u het apparaat opslaat.
Omklappen van de duwstang (afbeelding B4)
BELANGRIJK
Let erop, dat de kabels bij het uit- en in elkaar klappen van de duwstangen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt worden! De kabel altijd aan de buitenkant van de stangverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden.
- Voor ruimtebesparende opslag of voor transport de twee gerande moeren zover losmaken dat de bovenste duwstang zonder weerstand naar de motor toe kan omklappen.
- Bowdenkabels daarbij niet knikken of inklemmen.
VOORZICHTIG
Bij het omleggen van de stang voor transport- en opslagdoeleinden kan de stang bij het losdraalen van de gerande moeren onverwacht omslaan. Bovendien kunnen er tussen het onderste deel van de duwstang, het bovenste deel en de behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
Transport en beveiliging van het apparaat (afbeelding N + N1 + N4)
- Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep!
Bij de 47-PRO E VARIO pakt u het apparaat voor en achter aan de draaggreep vast (zie afbeelding N).
Bij de 54-PRO E VARIO pakt u het apparaat voor aan de draaggreep (1) en achter aan de dwarsstang van het onderste deel van de duwstang (2) vast (zie afbeelding N1).
Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken.
Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen als er geen andere hulpmiddelen beschikbaar zijn.
Als het apparaat op een laadvlak getransporteerd wordt, dan moet voor het op- en afladen een laadplatform worden gebruikt.
- Het apparaat op alle 4 de wielen staand transporteren, om beschadiging van het apparaat en verwondingen van personen te vermijden.
LET OP
Verwondingen vermijden! Bij het op- of afladen van de machine bijzonder voorzichtig te werk gaan.
Het wordt aangeraden om er bij het gebruik van een aanhanger op te letten dat deze is uitgerust met stabiele zijwanden.
Om het apparaat vast te zetten mogen alleen de aangeduide punten aan het transportvoertuig gebruikt worden.
- Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet.
- De grasvangzak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken.
- Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen.
- Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Daarvoor worden de riemen direct aan de bevestigingspunten aan het apparaat en in de vastsjorpunten op de laadvloer bevestigd en licht voorgespannen N4.
LET OP
De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn.
54-PRO E VARIO
VOORZICHTIG
Bij het omleggen van de stang voor transport en opslag kan de stang bij het losdraaien van de zeskantmoeren (5) C1 (slechts losdraaien tot de stang vrij kan bewegen) en de bevestiglingsschroeven (1) C1 tussen onderste deel van de stang en stangaansluiting onbedoeld omslaan. Bovendien kunnen er tussen het onderste deel van de duwstang en de stangaansluiting/behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Alle modellen
Onderhoud van de mesbalk
Een scherp mes garandeert een optimaal snijvermogen. Controleer voor ieder maaien de toestand van het mes en of dit goed bevestigd is. De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te stevig of te los wordt aangedraaid, kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd raken of losraken, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen.
Naslijpen en uitbalanceren van de mesbalk (afbeelding Q)
WAARSCHUWING
Het naslijpen en uitbalanceren van de mesbalk moet worden uitgevoerd door een erkende vakwerkplaats. Een onjuist geslepen en niet-uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.
De snijranden van de mesbalk mogen worden nageslepen totdat de desbetreffende waarde (zie afbeelding Q) of de markering (1) op de mesbalk (ring) is bereikt. Let op! Slijphoek van 30° in acht nemen.
Uw vakwerkplaats kan deze waarde (slijtagegrens) voor u controleren!
WAARSCHUWING
Een mes waarbij de slijtagegrens (markerIng) is overschreden, kan breken en weggeslingerd worden, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken.
Vervangen van de mesbalk
WAARSCHUWING
Het vervangen van de mesbalk moet worden uitgevoerd door een erkende vakwerkplaats. Door een verkeerd gemonteerde mesbevestiging of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, wat tot ernstige verwondingen kan lelden.
- Bij vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Ongelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
- Vervangende mesbalken moeten permanent voorzien zijn van de naam en/of het logo van de fabrikant of leverancier en met het onderdeelnummer.
Onderhoud van de voorwielen
De wielen zijn uitgerust met onderhoudsvrije lagers. Een onderhoud is niet noodzakelijk.
Onderhoud van de wielen (afbeelding R)
Om de 50 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten.
- Trek de aandrijfwielen van de wielas nadat u de moer heeft losgedraaid en de stofkap heeft verwijderd.
- De wielafdekking verwijderen; let daarbij op de startring.
- Verwijder het vuil van de wielafdekking, het rondsel op de overbrengingsas en de tandkrans aan de binnenkant van het wiel.
INSTRUCTIE
Trek het rondsel niet van de overbrengingsas!
- De wielas invetten met het wentellagervet "KAJO-Langzeitfett LZR 2". Rondsel en tandkrans in het wiel niet invetten!
- De wielafdekking aanbrengen en de startring op de wielas schuiven. Let er bij het aanbrengen van het aandrijfwiel op dat rondsel en tandkrans in elkaar grijpen. Verdraai indien nodig het wiel op de as licht.
- Breng de stofkap aan, bevestig de zeskantmoer en draai deze zo vast dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden.
Onderhoud van de aandrijving
Voor de goede werking van de riemaandrijving is het van essentieel belang dat de bowdenkabel voor het in-/uitschakelen van de aandrijving soepel loopt.
Vervangen van de V-snaar van de aandrijving
Het vervangen van de V-snaar van de aandrijving altijd door een erkend vakbedrijf laten uitvoeren.
Klantenservice
De klantenservice wordt uitgevoerd door een erkende vakhandelaar. Op onze homepage op www.sabo-online.com en het tabblad "Service" / "Vakhandelaar zoeken" vindt u voor Duitsland de vakhandelaar in uw buurt. Neem bij twijfel contact op met uw verkoper.
20 ONDERHOUD VAN DE MOTOR

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 5
BELANGRIJK
Schakel voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motoreenheid uit. Schakel hiervoor de stand-bymodus uit (zie hoofdstuk "STAND-BYMODUS IN-/UITSCHAKELEN") en verwijder de accu's (1.). Kantel daarna pas de voorkant van de maalier omhoog (2.). Als het toch een keer noodzakelijk is om de maalier op zijn kant te leggen, leg hem dan op de linkerzijde en in geen geval op de rechterzijde, omdat anders de ontgrendelingsknop motorstart aan het bovenste deel van de stang kan worden bedlend.
Bij het omhoog kantelen van de maaier erop letten dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. De maaier in omhoog gekantelde toestand beveiligen!
NL
BELANGRIJK
De motor nooit met een hogedrukreiniger of een normale waterstraal reinigen. Beschadigingen en dure reparaties kunnen het gevolg zijn.
Het regelmatig uitvoeren van de voorgeschreven service- en onderhoudswerkzaamheden vormt de voorwaarde voor een duurzame en storingsvrije werking van de motor en bovendien een basisvoorwaarde voor garantieaanspraken.
De motor vooral uitwendig altijd schoonhouden, vooral het accuvak en de ventilatiesleuven moeten altijd vrij van vreemde voorwerpen zijn (bijv. grasresten). Een goede koeling is alleen gegarandeerd als de ventilatiesleuven altijd schoon en vrij van vreemde voorwerpen zijn.
Schoonmaken resp. vervangen van het luchtfilter (afbeelding W + W1)
BELANGRIJK
Nooit de motor met gedemonteerd luchtfilter starten of laten lopen.
- Draai de vergrendelingsschakelaar op het luchtfilter linksom volgens het symbool (1) W.
- Verwijder het luchtfilter W1.
- Reinig het filterelement (2) om de 50 bedrijfsuren W1. Bij lichte verontreiniging voorzichtig uitkloppen op een glad oppervlak. Bij sterke vervuiling of beschadiging vervangen. Filter niet uitspoelen, niet schoonblazen met perslucht en niet invetten.
- Plaats na reiniging of vervanging het filterelement (2) in de luchtfilterplaat (1). Het materiaal mag nergens golven W1.
- Plaats het luchtfilter op de juiste manier in de motoreenheid.
- Druk op de vergrendelingsschakelaar op het luchtfilter en draai deze rechtsom volgens het symbool (2) om het luchtfilter vast te zetten W. Bij ongunstige gebruiksomstandigheden (sterke stofontwikkeling) moet elke keer na het maaien worden gereinigd. Filterinzetstuk elk jaar of om de 100 bedrijfsuren vervangen. (voor bestelnr. filterelement zie hoofdstuk "Originele reserveonderdelen en toebehoren")
21 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN DAARVAN
| Storingen | Mogelijke oorzaken | Oplossing |
| Motor start niet | Startroutine niet correct uitgevoerd | Druk op de Aan/Uit-knop op de motoreenheid om de stand-bymodus in te schakelen.Druk binnen 120 seconden op de knop aan de bovenstang en houd deze ingedrukt.Leg de veiligheidsschakelbeugel om.Mesmotor en mes starten.Hierna kunt u de knop (2) loslaten.De veiligheidsschakelbeugel blijft u vasthouden om het mes door te laten lopen.Zolang het apparaat in de stand-bymodus staat (stap 1), zijn de stappen 2 en 3 voldoende om de mesmotor opnieuw te starten. |
| Accu niet opgeladen | Accu opladen (zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader). | |
| Accu werkt niet of kan niet worden opgeladen | Accu vervangen. | |
| Maaihoogte te laag ingesteld (te hoog gras belemmert het starten van de motor) | Grotere maaihoogte instellen I. Machine bij het starten kantelen. | |
| Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal | Gras in de snijruimte/het uitwerpkanaal verwijderen, spleet tussen ventilator en behuizing schoonhouden (eerst de accu('s) verwijderen N2 !). |
| Luchtfilter vuil | Luchtfilterelement schoonmaken of vervangen W + W1. | |
| Bowdenkabel uitgerekt | Door een erkende werkplaats laten controleren en indien nodig laten bijstellen. | |
| Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Motor schakelt tijdens het maaien uit | Maaihoogte te laag | Grotere maaihoogte instellen I. |
| Accu is leeg | Accu laden (zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader). | |
| Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal | Gras in de snijruimte/het uitwerpkanaal verwijderen, spleet tussen ventilator en behuizing schoonhouden (eerst de accu('s) verwijderen N2 !). | |
| Motorvermogen neemt af | Mesbalk stomp | Door een erkende vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren Q. |
| Accuspanning laag | Accu laden (zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader). | |
| Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal | Gras in de snijruimte/het uitwerpkanaal verwijderen, spleet tussen ventilator en behuizing schoonhouden (eerst de accu('s) verwijderen N2 !). | |
| Luchtfilter vuil | Luchtfilterelement schoonmaken of vervangen W + W1. | |
| Maaier rijdt niet | Schakelbeugel voor de aandrijving niet aangetrokken | Schakelbeugel voor de aandrijving aantrekken G. |
| Snelheid werd ingesteld terwijl de motor niet draaide | Zet de snelheidsinstelling bij draaiende motor in de hoogste stand en vervolgens in de laagste stand terwijl de motor draait. | |
| Riem losgesprongen | De snelheid mag alleen bij draaiende motor worden ingesteld om beschadigingen te voorkomen! Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | |
| Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Rijsnelheid kan niet worden geregeld | Snelheid werd ingesteld terwijl de motor niet draaide | Zet de snelheidsinstelling bij draaiende motor in de hoogste stand en vervolgens in de laagste stand terwijl de motor draait. |
| Riem losgesprongen | De snelheid mag alleen bij draaiende motor worden ingesteld om beschadigingen te voorkomen! Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controlleren. | |
| Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controlleren. | ||
| Sterke trillingen (vibratie) | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controlleren. | |
| Maaibeeld onzulver, gras wordt geel | Mesbalk stomp | Door een erkende vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren Q. |
| Maaihoogte te laag | Grotere maaihoogte instellen I. | |
| Motortoerental te laag | Van “ECO” naar “TURBO” zetten (zie hoofdstuk “TOERENTAL VAN DE MOTOR WIJZIGEN (ENERGIEZUINIGE MODUS IN-/UITSCHAKELEN)”) | |
| Maaien met te hoge snelheid | Maaisnelheid aanpassen. | |
| Maaistroken niet voldoende overlappend | Bij hoog gras moeten de maaistroken blijven overlappen. | |
| Gazon vervilt | Door gebruik van een verticuteerder kan een aanzienlijke verbetering worden bereikt. | |
| Uitworp verstopt | TurboSignal niet in acht genomen J + K. | Opvangzak legen L. |
| Te lage maaihoogte bij te hoog gras | Grotere maaihoogte instellen I | |
| Maaien met te hoge snelheid | Maaisnelheid aanpassen. | |
| Gras is vochtig | Gras laten drogen. | |
| Het gemulchte gras ziet er slecht uit: Klonten, te grote hoeveelheden maaigoed, grove snede | Mesbalk stomp | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren. |
| Mulchregel niet aangehouden (max. 1/3 van de grashoogte maaien, de te maaien grashoogte moet lager dan 10 cm zijn). | Grotere maaihoogte instellen I. | |
| Rijsnelheid te hoog | Rijsnelheid aanpassen. | |
| Gras hoopt zich op onder het maaiwerk | Grotere maaihoogte instellen I. | |
| Maaistroken niet voldoende overlappend | Bij hoog gras moeten de maaistroken blijven overlappen. | |
| Gras is vochtig | Grotere maaihoogte instellen I. Gras laten drogen. |
Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats.
Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert.
22 STORINGSWEERGAVE MOTOREENHEID (AFBEELDING A2)
| Lichtsignaal | Betekenis | Verhelpen van de storing |
| Groene led brandt | De motoreenheid werkt perfect | Niet noodzakelijk. |
| Oranje led brandt | De motoreenheid is oververhit | Luchtfilter controleren en reinigen W + W1.Maaiier laten afkoelen. |
| Verminder de belasting en gebruik de motoreenheid niet bij hoge omgevingstemperaturen.Maaiier laten afkoelen. | ||
| Rode led knippert | Accu is leeg | Accu laden. |
| Oranje led knippert | Overbelasting van de mesmotor | Gras in snijruimte/uitwerpkanaal verwijderen, vreemde voorwerpen verwijderen |
| (eerst de accu('s) verwijderen N2 !). | ||
| Grotere maaihoogte instellen I. | ||
| Bij het maaien op de helling: verminder de rijsnelheid of schakel de aandrijving uit. Maai dwars op de helling, niet bergop. | ||
| Rode en groene leds knipperen afwisselend | Communicatie tussen accu en printplaat gestoord | Controleer of de accu goed in het accuvak zit of de accu's goed in het accuvak zitten, indien nodig corrigeren en de motor opnieuw starten. |
| Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. |
Zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader.
| Toegestaan temperatuurbereik tijdens het laden | + 5 tot + 40 °C |
Accu
Zie aparte gebruiksaanwijzing van de accu.
| Aanbevolen temperatuurbereik tijdens opslag | + 10 tot + 26 °C |
Maaier
47-PRO E VARIO
| Behuizing | Aluminium spuitgietwerk met ingelegd staal | |
| Maabreedte | 470 mm | |
| Maaihoogtes | Enkel wiel, 25, 28, 35, 45, 55, 70, 80 mm | |
| Duwstang in hoogte verstelbaar | 3-voudig | |
| Capaciteit opvangzak | 65 liter | |
| Rijsnelheid | ECO | 2,3 – 3,9 km/h |
| TURBO | 2,7 – 4,5 km/h | |
| Gewicht | Machine met lege opvangzak | 45,5 kg |
| Extra met 2 x 56 V 12 Ah accu's | 52,8 kg | |
| Lengte | 1740 mm | |
| Breedte | 510 mm | |
| Hoogte | 1075 mm | |
| Wielen voor / achter | 210 mm / 210 mm | |
| Lagers voor | Naaldlagers | |
| Lagers achter | Bronzen glijlagers | |
| Toegestaan temperatuurbereik tijdens het gebruik | 0 tot + 45 °C | |
| Toegestaan temperatuurbereik tijdens opslag | - 5 tot + 60 °C | |
| Maximaal toegestane luchtvochtigheid | 70%, niet condenserend | |
54-PRO E VARIO
| Behuizing | Aluminium spuitgietwerk met ingelegd staal |
| Maaibreedte | 540 mm |
NL
| Maaihoogtes | Enkel wiel,15, 30, 40, 50, 60, 70, 85,95 mm |
| Duwstang in hoogte verstelbaar | 2-voudig |
| Capaciteit opvangzak | 75 liter |
| Rijsnelheid ECO | 2,3 – 4,1 km/h |
| TURBO | 2,7 – 4,8 km/h |
| Gewicht Machine met lege opvangzak | 52,5 kg |
| Extra met 2 x 56 V 12 Ah accu's | 59,8 kg |
| Lengte | 1730 mm |
| Breedte | 600 mm |
| Hoogte | 1050 mm |
| Wielen voor / achter | 210 mm / 210 mm |
| Lagers voor | Naaldlagers |
| Lagers achter | Bronzen glijlagers |
| Toegestaan temperatuurbereik tijdens het gebruik | 0 tot + 45 °C |
| Toegestaan temperatuurbereik tijdens opslag | - 5 tot + 60 °C |
| Maximaal toegestane luchtvochtigheid | 70%, niet condenserend |
Geluidsvermogensniveau
47-PRO E VARIO
| Geluidsvermogensniveau; gemeten volgens DIN EN IEC 62841-4-3 Meetonzekerheden; conform DIN EN ISO 4871 | LWA=92,8 dB(A) 1,4 dB |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau; gemeten conform 2000/14/EG | Lxa=94 dB(A) |
54-PRO E VARIO
| Geluidsvermogensniveau; gemeten volgens DIN EN IEC 62841-4-3 Meetonzekerheden; conform DIN EN ISO 4871 | L_WA = 94,3 dB(A) 1,3 dB |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau; gemeten conform 2000/14/EG | L_xa = 96 dB(A) |
Geluidsdrukniveau
47-PRO E VARIO
| Geluidsdrukniveau op de plaats van de bedienende persoon; gemeten volgens DIN EN IEC 62841-4-3 | L_pA = 81 dB(A) |
| Meetonzekerheden; conform DIN EN ISO 4871 | 3 dB |
54-PRO E VARIO
| Geluidsdrukniveau op de plaats van de bedienende persoon; gemeten volgens DIN EN IEC 62841-4-3 | L_pA = 83 dB(A) |
| Meetonzekerheden; conform DIN EN ISO 4871 | 3 dB |
Trillingen
De aangegeven totale trillingswaarde is gemeten volgens een genormeerde testprocedure en kan worden gebruikt voor de vergelijking met een andere machine. Deze waarde kan worden gebruikt voor de voorlopige inschatting van de trillingsbelasting.
47-PRO E VARIO
| Trillingen aan de duwstang; gemeten volgens DIN EN IEC 62841-4-3 | a_hw = 1,10 m/s^2 |
| Meetonzekerheden; volgens DIN EN 12096 | 0,55 m/s^2 |
54-PRO E VARIO
| Trillingen aan de duwstang: gemeten volgens DIN EN IEC 62841-4-3 | a_hw = 0,70 m/s^2 |
| Meetonzekerheden; volgens DIN EN 12096 | 0,35 m/s^2 |
24 ORIGINELE RESERVEONDERDELEN EN TOEBEHOREN
| Aanbevolen lithium-ionaccu's | BA6720T (12 Ah, 672 Wh)(best.-nr. SAB10424)Alle toegestane lithium-ionaccu's vindt u in de gebruiksaanwijzing van de accu('s) |
| Aanbevolen acculaders | CH7000E (700 W)(best.-nr. SAB10524)Alle toegestane laders vindt u in de gebruiksaanwijzing van de accu('s) |
| Filter | SAE10418 |
| Wentellagervet | SAA11300 |
| Ombouwset naar mulchsysteem | SAB10124 (47-PRO E VARIO)SAB10324 (54-PRO E VARIO) |
| Mesbalk | Het vervangen van de mesbalk mag om veiligheidsredenen alleen worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakwerkplaats. Deze vakwerkplaats kent ook het bijhorende onderdeelnummer van de mesbalk. |
ES
Naam en adres van de persoon in de Gemeenschap die gemachtigd is de technische documenten samen te stellen:
Place of declaration / Plaats van de verklaring: Gummersbach, Germany / Duitsland
Naam en adres van de persoon in de Gemeenschap die gemachtigd is de technische documenten samen te stellen:








of