Easy 1881 - Fornuis NOVY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Easy 1881 NOVY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Easy 1881 NOVY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Easy 1881 - NOVY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Easy 1881 van het merk NOVY.
GEBRUIKSAANWIJZING Easy 1881 NOVY
NL Gebruiksaanwijzing p. 2
2.1 Verpakkingsmateriaal 5
2.2 Afvoeren van het oude apparaat 5
2.3 Tips voor lager energieverbruik en hogere efficiëntie 5
3 GEBRUIK VAN HET APPARAAT 7
3.1 Eerste gebruik van het apparaat 7
3.2 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging 7
4.1 Principe van inductie 8
4.2 Technische kenmerken van de inductiekookplaat 9
4.3 Geluiden bij inductie 9
4.4 Global overzicht 10
5 INDUCTIEKOOKPLAAT 11
5.1 Bedieningspaneel 11
5.2 Toetsen en slider bediening 11
5.3 Bediening van de kookplaat 12
5.3.1 In- en uitschakelen 12
5.3.2 Pandetectie 12
5.3.3 Aanduiding restwarmte 13
5.3.4 Power- en Super Power-functie 13
5.3.5 Timerfunctie 16
5.3.6 Programmeren van de aankookautomaat 17
5.3.7 Stop & Go-functie 18
5.3.8 Herhalingsfunctie 18
5.3.9 Warmhoudfunctie 18
5.3.10 Flexzone 19
5.3.11 Grillfunctie 20
5.3.12 Vergrendeling kookplaat 20
6 AFZUIGING 21
6.1 Bedieningspaneel 21
6.2 Toetsen en slider bediening 21
6.3 Afvoermodus bij
1851 / 1871 &
1861-g1 / 1881-g1 (optionele instelling) ^1 22
6.4 Recirculatiemodus bij
1861 / 1881 &
1861-g1 / 1881-g1 (standaardinstelling) 22
6.5 Bediening van de afzuiging 23
6.5.1 In- en uitschakelen 23
6.5.2 Automatische afzuiging 23
6.5.3 Automatische naloopfunctie 24
7 REINIGINGSINDICATIES 25
7.1 Reinigingsindicatie vetfilter 25
7.2 Vervangingsindicatie recirculatiefilter bij 1861 / 1881 & 1861-g1 / 1881-g1 (in recirculatiemodus) 26
8 KOOKADVIES 27
9 REINIGING EN ONDERHOUD 29
9.1 Onderhoud van de kookplaat 29
9.2 Onderhoud van de afzuiging 32
9.2.1 Inlaatrooster uitnemen 32
9.2.2 Inlaatrooster terugplaatsen 33
9.2.3 Reiniging van de vetfilter 33
9.2.4 Vervangen van de recirculatiefilter bij 1861 / 1881 1861-g1 / 1881-g1 (in recirculatiemodus) 35
9.2.5 Instellen recirculatietimer (enkel bij 1861-g1 / 1881-g1) 36
10 KLEINE STORINGEN VERHELPEN 39
10.1 Meldingen op de kookplaat 39
10.2 Meldingen bij de afzuiging 40
10.3 Storingen 40
OVERZICHT FUNCTIES NOVY EASY 41
1ALGEMENEINFORMATIE
Lees aandachtig de veiligheidsvoorschriften, de montage handleiding en de gebruiks aanwijzing vóór de installatie en ingebruikname.
De veiligheidsvoorschriften staan vermeld in een apart boekje dat met het toestel is meegeleverd en op onze website www.novy.com.
Leef de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de gebruiks aanwijzing na om letsel en materiële schade te voorkomen.
In deze gebruiksaanwijzing wordt gewerkt met een aantal symbolen. Hieronder vindt u de betekenis van deze symbolen.
| SymboolBetekenis | ||
![]() | Indicatie Toelichting van een indicatie op het toestel. | |
![]() | Info/Waarschuwing | Dit symbool duidt op een belangrijke tip of een gevaarlijke situatie. |
2 MILIEU EN BESPARING
2.1 Verpakkingsmateriaal
Dit toestel is beschermd door verpakking tegen transportschade.
De gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en geschikt voor recyclage. Opteer voor een milieuvriendelijke afvoer van de verpakking.
2.2 Afvoeren van het oude apparaat
Uw apparaat bevat tevens vele recycleerbare materialen.

Daarom dienen gebruikte toestellen van ander afval te worden gescheiden. De recyclage van de apparaten die door uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze manier onder de beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper naar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude toestel. Houd oude toestellen buiten het bereik van kinderen.
2.3 Tips voor lager energieverbruik en hogere efficiëntie
Het nieuwe toestel is bijzonder efficiënt en energiezuinig. Hieronder volgen een aantal tips om uw toestel nog energiezuiniger en efficiënter te maken.
Kies een kookzone die bij de grootte van de pan past. De bodem van de pan moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken.
Zorg ervoor dat de pan steeds in het midden van de kookzone staat.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Plaats deksels op de pannen. Dat voorkomt dat onnodig warmte ontsnapt en vermindert kookdampen en condens.
Gebruik pannen met vlakke bodem. Een pan met een niet vlakke bodem verbruikt meer energie.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel. Voor een kleine pan is minder energie nodig dan voor een grote, niet geheel gevulde pan.
- Gebruik zo min mogelijk water. Hoe meer water er in de pan zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
- Schakel na het aankoken of aanbraden tijdig terug naar een lagere vermogensstand voor een lager energieverbruik en om overproductie van dampen te beperken.
Plaats uw kookgerei zodanig dat opwellende dampen in het aanzuigoppervlak van de ventilator terecht-komen.
Schakel de ventilator van het toestel op de laagste snelheid in wanneer u met koken begint om de vochtigheidsgraad te regelen en kookluchtjes te verwijderen.
Verhoog de ventilatorsnelheid van het toestel alleen wanneer de hoeveelheid kookdamp dit vereist.
Gebruik de hoogste ventilatorsnelheid alleen wanneer dit beslist noodzakelijk is.
- Schakel als er veel kookdamp vrijkomt op tijd naar een hogere ventilatorsnelheid. Dat is efficiënter dan te proberen door het toestel lang te gebruiken, damp op te vangen die zich al in de keuken verspreid heeft. Maak gebruik van de naloopstand indien het toestel hierover beschikt. Laat het toestel na het koken niet onnodig (na)ventileren.
Houd het filter/ de filters van het toestel schoon om de vetfilterings- en geurfilteringsefficiëntie te optimaliseren.
Zorg voor voldoende luchttoevoer in de ruimte, zodat het toestel efficiënt en energiezuinig kan werken.
Vermijd elke vorm van tocht boven het kookvlak voor een efficiënte werking.
3GEBRUIKVAN HET APPARAAT
3.1 Eerste gebruik van het apparaat
Scan uw QR-code op de garantiesticker en registreer uw toestel.
Verwijder alle zichtbare stickers voor ingebruikname.
- Reinig de glasplaat voor het eerste gebruik van de kookplaat als volgt:
- Gebruik een vochtige, zachte doek of een krasvrije, niet-schurende spons.
- Reinig met een geschikt reinigingsmiddel voor glaskeramiek. Volg altijd de instructies op de verpakking van het reinigingsproduct.
- Droog het glas met een microvezeldoek voor een streeploos en glanzend resultaat.
Zie Hoofdstuk 9.1 voor volledige instructies over het reinigen van de kookplaat na gebruik.
3.2 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging
Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen.
- Zorg ervoor dat de buitenkant van de pan droog en schoon is. Controleer of er geen etensresten of andere deeltjes op de kookplaat of onder het kookgerei zitten, om krassen of beschadiging te voorkomen.
De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen het glas beschadigen.
Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen. Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas.
Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat.
Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone.
Het apparaat is een inductiekookplaat met geïntegreerde werkblad afzuiging. De inductiekookplaat beschikt over 4 kookzones met centraal in de kookplaat een geïntegreerde afzuiging die voor het verwijderen van de kookdampen zorgt.
De kookplaat en afzuiging kunnen afzonderlijk bediend worden. Verderop in deze gebruiksaanwijzing vindt u de uitleg van de bediening van het apparaat.
4.1 Principe van inductie
Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat.
Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist:
Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met magnetische basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen kookpotten, in inox met magnetische bodem, ...
- Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem...
De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te klein dan werkt de kookpot niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de kookzone. Wanneer de kookpot niet aan de kookplaat aangepast is, blijft het symbool knipperen.
4.2 Technische kenmerken van de inductiekookplaat
| Type | 1851 /1861 / 1861-g1 | 1871 / 1881 / 1881-g1 | |
| Totaal vermogen 7400 7400 W | |||
| Energieverbruik van de kookplaat EChob** | 185,1 Wh/kg | ||
| Zone linksvoor 240 x 210 220 x 210 mm | |||
| Minimum detectie ∅ 110 ∅ 110 mm | |||
| Nominaal vermogen* | 2100 | 2100 W | |
| Power vermogen* | 2300 | 2300 | W |
| Super Power vermogen* | 3000 | 3000 | W |
| Gestandardiseerde categorie kookgerei** | A | A | |
| Energie verbruik ECcw** | 186,3 Wh/kg | ||
| Zone linksachter | 240 x 210 220 x 210 mm | ||
| Minimum detectie ∅ 110 ∅ 110 mm | |||
| Nominaal vermogen* | 2100 | 2100 W | |
| Power vermogen* | 2300 | 2300 W | |
| Super Power vermogen* | 3000 | 3000 | W |
| Gestandardiseerde categorie kookgerei** | A | A | |
| Energie verbruik ECcw** | 183,9 Wh/kg | ||
| Zone rechtsvoor | 240 x 210 | ∅ 175 | mm |
| Minimum detectie ∅ 110 | ∅ 90 | mm | |
| Nominaal vermogen* | 2100 | 1400 W | |
| Power vermogen* | 2300 | 2100 W | |
| Super Power vermogen* | 3000 | - | W |
| Gestandardiseerde categorie kookgerei** | A | A | |
| Energie verbruik ECcw** | 186,3 Wh/kg | ||
| Zone rechtsachter | 240 x 210 | ∅ 175 | mm |
| Minimum detectie ∅ 110 | ∅ 90 | mm | |
| Nominaal vermogen* | 2100 | 1400 W | |
| Power vermogen* | 2300 | 2100 W | |
| Super Power vermogen* | 3000 | - | W |
| Geststandardiseerde categorie kookgerei** | A | A | |
| Energie verbruik ECcw** | 183,9 Wh/kg |
* het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal van de kookpotten
** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen(EN 60350-2)
4.3 Geluiden bij inductie
Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. Deze geluiden zijn afhankelijk van constructie en het materiaal van de bodem van het kookgerei.
Brommen
Dit treedt op als u kookt op een hogere vermogensstand, en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energie die
van de kookplaat naar het kookgerei wordt gestuurd. Het geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.
Knetteren
Dit geluid ontstaat als het kookgerei uit verschillende materiaallagen is gemaakt. Het geluid wordt veroorzaakt door trillingen in de aanraakvlakken van de verschillende materiaallagen.
Fluiten
Dergelijke geluiden treden over het algemeen op bij kookgerei dat is samengesteld uit verschillende materiaallagen, en als twee aangrenzende kookzones gelijktijdig op de maximale instelling worden gebruikt. Het fluitende geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.
Klikken
Bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schake lingen klikgeluiden optreden.
Zoemen
Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilator wordt ingeschakeld. Deze ventilator koelt de elektronica als u de kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld, blijft de ventilator doorlopen als de temperatuur te hoog is.
4.4 Global overzicht

| 1 Inlaatrooster |
| 2 Vetfilter, type filter afhankelijk van het model |
| 3 Recirculatiefilter bij 1861 / 1881 / 1861-g1 / 1881-g1 ^1 |
| 4 Inductiekookplaat |
| 5 Bediening |
5INDUCTIEKOOKPLAAT
5.1 Bedieningspaneel

text_image
|| GRILL =0 ③ 8 8 8 8 8 8 - - - ② . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . + + + ⑤ ⑥ ⑦ 8 8 8 8 8 8 - - - ② ③| Bediening kookplaat | |
| Aanduiding en selectie van de timertijd | 8 8 8- - - |
| Sliderbediening vermogen | |
| In- / uitschakelen van de kookplaat | 1 |
| Zone-selectietoets | 8 |
| Flexzone-indicatie | 7 |
| Timer-selectietoets | |
| Stop & Go-toets | 11 |
| Grillfunctietoets | GRILL |
| Vergrendelingstoets | |
| Warmhoudfunctietoets | |
5.2 Toetsen en slider bediening
Het apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal.
WAARSCHUWING: Niet op meerdere toetsen tegelijk duwen bij normaal gebruik.
Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw vinger op de led aanduiding van de sliderbediening te glijden. U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door met uw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te selecteren.

Zone voor sliderbediening (SLIDER)
5.3 Bediening van de kookplaat
5.3.1 In- en uitschakelen
| In- en uitschakelen van de kookplaat | |
| Inschakelen Display | |
| Druk op ➊ en 2 sec blijven duwen.Bedieningspaneel licht op. | ➊ |
| Uitschakelen | |
| Druk op ➊. Bedieningspaneel dooft. | |
| In- en uitschakelen van een kookzone | |
| Instellen Display | |
| Selecteer de zone via de zone-selectietoets. Glij van links naar rechts over de SLIDER (sliderbedieining vermogen). | 0-9 |
| Uitschakelen | |
| Selecteer de zone via de zone-selectietoets. Glij van rechts naar links over de SLIDER tot de display of H^1 aangeeft. | 0H |
Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie.
5.3.2 Pandetectie
Deze kookplaat is uitgerust met een interactief controlesysteem dat het gebruik van de kookplaat nog vereenvoudigt.
Wanneer u een pan op de ingeschakelde kookplaat plaatst, wordt deze automatisch gedetecteerd. Bovendien krijgt u een indicatie ☐ welke slider u dient te gebruiken voor de desbetreffende zone. De detectie van de pan verzekert een optimale veiligheid.
De inductiekookplaat werkt niet:
Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symboolVerschijnt op het display.
De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool Verschijnt op het display. De Verdwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen.
Schakel de kookzone uit na gebruik. De pandetectie U blijft dan niet actief.
5.3.3 Aanduiding restwarmte
Als na het uitzetten van de kookzone of het volledig uitzetten van de kookplaat, het glas van de kookzone nog warm is, wordt dit aangegeven door H. Het symbool H verdwijnt wanneer het glas van de kookzone zonder gevaar kan aangeraakt worden.
WAARSCHUWING: Zolang de indicatie van de restwarmte actief blijft, de kookzone(s) niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzone plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden!
5.3.4 Power- en Super Power-functie
De Powerfunctie P en Super Powerfunctie „ II verlenen aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen.
Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.
5.3.4.1 Power-functie
De Powerfunctie is op alle kookzones beschikbaar.
| In- en uitschakelen Powerfunctie | |
| Power inschakelen Display | |
| Tot het einde van de SLIDER glijden of meteen op het einde van de SLIDER duwen. | P |
| Power uitschakelen | |
| Over de SLIDER glijden. | 9-0 |
5.3.4.2 Super Power-functie
De Super Powerfunctie ik beschikbaar bij:
- 1851 / 1861 / 1861-g1: alle zones.
- 1871 / 1881 / 1881-g1: enkel de linkse zones.
| In- en uitschakelen van Super Power-functie | |
| Power inschakelen Display | |
| Tot het einde van de SLIDER glijden of meteen op het einde van de SLIDER duwen. | P |
| Super Power inschakelen | II + P |
| Druk opnieuw einde van de SLIDER. | |
| Super Power uitschakelen | P-0 |
| Over de SLIDER glijden. | |
| Power uitschakelen | 9-0 |
| Over de SLIDER glijden. | |
Beheer van het maximaal vermogen:
De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwarmingsgroepen.

text_image
A2 B2 A1 B1 1851 / 1861 / 1861-g1
text_image
C2 D2 C1 D1 1871 / 1881 / 1881-g1Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de Powerfunctie wordt overschreden, reduceert het power management de kookstand van de desbetreffende kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, en wordt daarna automatisch gereduceerd naar de maximaal mogelijke kookstand.
Het maximale vermogen van iedere zone afzonderlijk is 3000W.
Indien simultaan gekookt wordt op zones A1 en A2, B1 en B2 of C1 en C2, wordt een vermogen van 3700W verdeeld over deze 2 zones A1 en A2, B1 en B2 of C1 en C2.
| Type Kook-zone | in cm | Vermogen (W) | |
| 1851 | A1 | 24 x 21 | Normaal: 2100 |
| A2 | 24 x 21 | ||
| 1861 | B1 | 24 x 21 | Power: 2300 |
| 1861-g1 | B2 | 24 x 21 | Super Power: 3000 |
| 1871 | C1 | 22 x 21 | Normaal: 2100 |
| C2 | 22 x 21 | Power: 2300 | |
| 1881 | Super Power: 3000 | ||
| 1881-g1 | D1 | ∅ 175 | Normaal: 1400 |
| D2 | ∅ 175 | Power: 2100 | |
| Vermogensgrens | Display |
| Gekozen kookzone met Powerfunctie. | P |
| Vermogensgrens geactiveerd | 8 |
| [9] wordt tot [8] gereduceerd en knippert. |
Om 2 zones tegelijkertijd op een maximaal vermogen te kunnen gebruiken, maak gebruik van een combinatie tussen zone A1 of A2, B1 of B2 en C1 of C2.
5.3.5 Timerfunctie
De timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt worden en dit met verschillende tijdsaanduidingen (van 0 tot 1H59 minuten) voor iedere zone.
| Timer functie | |
| Regeling of wijziging van de kooktijd Display | |
| Selecteer het vermogen door over de SLIDER te glijden. | 1-P |
| Selecteer de timer | |
| Druk op het timer-icoon boven de zone-selectietoets van de gewenste kookzone. | L |
| Duurtijd verlengen | 0 0 1-1 5 9... |
| Druk op de [+] boven de aanduiding (H MM). | |
| Duurtijd verminderen | 0 6 0-0 5 9... |
| Druk op [-] van de timer. | |
Na enkele seconden knippert de led Ⓞ niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint.
| Uitschakelen van de timerfunctie | |
| Selecteer de timer Display | |
| Druk op het timer-icoon boven de zone-selectietoets van de gewenste kookzone. | |
| Stop de timer | |
| Druk op [-] van de timer tot de timer op 000 staat. | 000 |
Na enkele seconden knippert de led Ⓥ niet meer. De timer tijd is nu uitgeschakeld.
Indien verschillende timers op meerdere zones geactiveerd zijn, dient deze handeling meermaals herhaald te worden. De geactiveerde timer indicatie licht niet meer op boven de desbetreffende kookzone.
De timer kan ook als onafhankelijke kookwekker worden gebruikt zonder dat een kookzone wordt geschakeld. Indien de kookplaat wordt uitgeschakeld loopt de onafhankelijke kookwekker nog verder tot het einde van de ingestelde tijd.
Gebruik van de timer zonder koken
| Timer zonder koken | Display |
| De kookplaat inschakelen.Druk op ⏻ gedurende 2 seconden. | |
| Selecteer de timer | |
| Druk op de timer-indicatie [000]. | 000 |
| Duurtijd verminderen | |
| Druk op [-] van de timer. | 060-059... |
| Duurtijd verlengen | |
| Druk op [+] van de timer. | 001-002... |
Na enkele seconden knippert het timerdisplay niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint.
Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd:
Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, gaat de display knipperen 000, er klinkt een geluidssignaal. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt u op [-] of [+] van de timer.
5.3.6 Programmeren van de aankookautomaat
Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen.
Programmeren van de aankookautomaat
| Activeren van de aankookautomaat | Display |
| Over de SLIDER glijden tot (bv.) 6 en 3 sec blijven duwen. | 6 A |
| Stopzetten van de aankookautomaat | Display |
| Glijd over de SLIDER 0 tot 9. | 0-9 |
Tabel aankookautomaat
| Ingestelde doorkookstand | Aankookautomaat Tijd (min:sec) |
| 1 | 0:40 |
| 2 | 1:12 |
| 3 | 2:00 |
| 4 | 2:56 |
| 5 | 4:16 |
| 6 | 7:12 |
| 7 | 2:00 |
| 8 | 3:12 |
| 9 | --:-- |
5.3.7 Stop & Go-functie
Deze functie onderbreekt de activiteit van de kookplaat tijdelijk en laat een herstart met dezelfde instellingen toe.
| Aan- en uitzetten van Stop & Go | |
| Aanzetten | Display |
| Druk op || gedurende 2 seconden. | 11 |
| Uitzetten | |
| Druk op || gedurende 2 seconden tot deze knippert. | 0-9 |
| Druk daarna op een zone-selectietoets. | |
5.3.8 Herhalingsfunctie
Na het uitzetten van de kookplaat Ⓞ is het mogelijk de laatst gekozen instellingen te herhalen: (dit tot maximaal 10 seconden).
- Staat van alle kookzones (vermogen).
Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones door de timers.
- Functie automatisch koken.
- Warmhoudfunctie.
De herhalingsprocedure is als volgt:
- Duw op de toets! gedurende 2 seconden.
- Duw opll voor het knipperen stopt.
De vorige instellingen zijn opnieuw actief.
5.3.9 Warmhoudfunctie
Deze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 70°C te bereiken en automatisch te behouden.
Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven.
| Aan- en uitzetten van de warmhoudfunctie | |
| Aanzetten | Display |
| Selecteer de zone via de zone-selectietoets. | |
| Druk op 📌 | ☐ |
| Uitzetten | |
| Selecteer de zone via de zone-selectietoets. | |
| Druk op 📌 | |
De maximale duur van het warmhouden is 2 uur.
5.3.10 Flexzone
Deze functie laat toe om bij de modellen:
- 1851 / 1861 / 1861-g1:
de 2 linker en de 2 rechter flexzones te koppelen tot 2 grote zones.
- 1871 / 1881 / 1881-g1:
de 2 linker flexzones te koppelen tot 1 grote zone.
Deze functie kan manueel of automatisch geacti veerd worden wanneer een grote pot/pan op het kookoppervlak wordt gezet.
| Flexzone | |
| Manueel activeren | Display |
| Tegelijkertijd op de 2 flexzones selectie toetsen drukken van de 2 te combineren flexzones A1 & A2, B1 & B2 of C1 & C2. | 0 7 |
| Automatisch activeren | 7 |
| Plaats een kookpot op de flexzones A1 & A2, B1 & B2 of C1 & C2. | |
| Vermogen verhogen | 0-9 |
| Glijd over de linker SLIDER tot het gewenste vermogen, beide zones geven het gekozen vermogen weer. | |
| Flexzone stopzetten | 0 |
| Tegelijkertijd op de 2 zone-selectietoetsen drukken van de 2 gecombineerde zones. | |
5.3.11 Grillfunctie
Deze speciale kookfunctie optimaliseert het opwarmen en warmhouden van een gietijzeren pot/grillplaat. Hierdoor bekomt u betere kookresultaten van uw gerecht. De kookzones A1 & A2, B1 & B2 of C1 & C2 worden hierbij automatisch met de Flexzone aan elkaar gekoppeld.
| Grill functie | |
| Activeren Display | |
| Selecteer de zone via de zone-selectietoets. Druk op GRILL. | ≡ Ω |
| Vermogen verhogen | |
| Glijd over de SLIDER tot het gewenste vermogen, beide zones geven het gekozen vermogen weer. | |
| Grill stopzetten | |
| Selecteer de zone via de zone-selectietoets. Druk op GRILL. | Ω |
5.3.12 Vergrendeling kookplaat
Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan de bediening worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit).
| Vergrendeling kookplaat | |
| Vergrendelen Display | |
| Druk op —0 gedurende 2 seconden. Het icoon brandt nu fel. | —0 |
| Ontgrendelen | |
| Druk op —gedurende 2 seconden. Het icoon brandt nu normaal. | —0 |
6AFZUIGING
6.1 Bedieningspaneel

text_image
|| GRILL =0 Ⅲ 8 8 8 8 8 8 - - - ⑤ ⑤ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ① 8 8| Bediening afzuiging | |
| In- / uitschakelen van de afzuiging | 1 |
| Zone-selectietoets afzuiging | 8 |
| Aanduiding en selectie van de timertijd | + + + + + - - - - |
| Timer-selectietoets | L |
| Sliderbediening vermogen | ...... |
6.2 Toetsen en slider bediening
Het apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal.
WAARSCHUWING: Niet op meerdere toetsen tegelijk duwen bij normaal gebruik.
Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw vinger op de led aanduiding van de sliderbediening te glijden. U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door met uw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te selecteren.

Zone voor sliderbediening (SLIDER)
6.3 Afvoermodus bij
1851 / 1871 &
1861-g1 / 1881-g1 (optionele instelling) ^1
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters eerst gereinigd alvorens afgevoerd te worden naar buiten. Dit kan gedaan worden door gebruik te maken van kanaalwerk aangesloten tussen het apparaat en een wanduitblaasrooster.

Zotg voor voldoende luchttoevoer in de keuken voor een optimale efficiëntie van het systeem.
6.4 Recirculatiemodus bij
1861 / 1881 &
1861-g1 / 1881-g1 (standaardinstelling) ^1
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters eerst gereinigd.
Daarna ontdaan van geuren door de recirculatiefilter alvorens de lucht terug in de keuken wordt ingeblazen.

Zotg voor voldoende ventilatie in de keuken voor een optimale efficiëntie van het recirculatie systeem.
6.5 Bediening van de afzuiging
6.5.1 In- en uitschakelen
| Afzuiging | |
| Afzuigvermogen verhogen Display | |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging. | 0-9 |
| Over de SLIDER glijden. | |
| Afzuigvermogen verlagen | 9-0 |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging. | |
| Over de SLIDER glijden. | |
| Afzuiging uitschakelen | 0 |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging. | |
| Over de SLIDER glijden. | |
Deze functie past automatisch het afzuigvermogen aan afhankelijk van het gebruikte vermogen van de kookzone(s). Wanneer deze functie actief is bij het uitschakelen van het toestel, wordt deze bij het inschakelen terug automatisch geactiveerd.
| Automatische afzuiging | |
| Automatische afzuiging inschakelen | A |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging en houd 3 seconden ingedrukt. | |
| Automatische afzuiging uitschakelen | O |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging en houd 3 seconden ingedrukt. | |
Tip: het is mogelijk om snel het afzuigvermogen te veranderen door op de SLIDER te glijden.
Deze actie onderbreekt tijdelijk de automatische afzuiging. De automatische afzuiging wordt wel de volgende keer bij het inschakelen van het toestel terug geactiveerd.
6.5.3 Automatische naloopfunctie
Het apparaat is uitgevoerd met een automatische naloopfunctie.
Vermogenstand 1 of, in de automatische modus, R wordt weergegeven.
| Automatische naloopfunctie | |
| Naloopfunctie inschakelen | A of 1 |
| Druk op Ⓐ. | |
| Naloopfunctie uitschakelen | led |
| Druk nogmaals op Ⓐ. | dooft |
Naloopfunctie afvoermodus (1851 / 1871) ^1
Deze functie wordt gestart na het beëindigen van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vaste tijd alle laatste kookdampen uit de keuken opgenomen door de afzuigkap op een laag afzuigvermogen. Bij afvoer is de nalooptijd standaard ingesteld op 10 minuten. Het is aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het beëindigen van de nalooptijd schakelt de afzuiging zich automatisch uit.
De naloopfunctie kan manueel uitgeschakeld worden door nogmaals op de knop te drukken.
De modellen 1861-g1 en 1881-g1 ^1 kunnen ook naar afvoermodus omgeschakeld worden. Zie hiervoor hoofdstuk 9.2.5.
Naloopfunctie recirculatiemodus (1861 / 1881 & 1861-g1 / 1881-g1) ^1
Deze functie wordt gestart na het beëindigen van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vaste tijd alle laatste kookdampen uit de keuken opgenomen door de afzuigkap op een laag afzuigvermogen. Bij recirculatie worden de recirculatiefilters gedroogd, de nalooptijd is standaard ingesteld op 30 minuten. Het is aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het beëindigen van de nalooptijd schakelt de afzuiging zich automatisch uit.
De naloopfunctie kan manueel uitgeschakeld worden door nogmaals op de knop te drukken maar dit wordt afgeraden om de levensduur en werking van de recirculatiefilter niet te beïnvloeden.
7REINIGINGSINDICATIES
7.1 Reinigingsindicatie vetfilter
Na 20 kookuren is het aangeraden om de vetfilter te reiningen. Deze indicatie wordt aangegeven door het toestel zelf.
Wanneer het toestel is ingeschakeld en de het vermogen van de afzuiging is ingesteld op 0 dan kan de resterende tijd vooraleer het filter te reiningen afgelezen worden op het timer display.
Na 20 kookuren verschijnt op het timer display GrE 00h.
| Vetfilter | |
| Resterende tijd vetfilter | Display |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging. | GREHHH |
| Druk op boven de zone-selectietoets van de afzuiging | |
| Resterende tijd wordt weergegeven. | |
| Reset van de vetfilter indicatie | 20h |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging. | |
| Druk op boven de zone-selectietoets van de afzuiging. | |
| Druk 5 seconden op tot deze veranderd in 20h. | |
| Druk daarna nogmaals 5 seconden op om te bevestigen. | |
Voi de reinigingsinstructies op die beschreven staan in het hoofdstuk 9 Reiniging en onderhoud.

7.2 Vervangingsindicatie recirculatiefilter bij 1861 / 1881 &
1861-g1 / 1881-g1 (in recirculatiemodus) ^1
De gebruiksduur van de recirculatiefilter hangt af van het type recirculatiefilter dat wordt gebruikt. Na het verstrijken van de gebruiksduur is het aangeraden om de recirculatiefilter te vervangen. Deze vervangingsindicatie wordt aangegeven door het toestel zelf.
Na het verstrijken van de gebruiksduur verschijnt ChR 00h op het timer display.
| Recirculatiefilter | |
| Resterende tijd recirculatiefilter Display | |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging. | ChA |
| Druk 2x op boven de zone-selectietoets van de afzuiging. | 00h |
| Resterende tijd wordt weergegeven. | |
| Reset van de recirculatiefilter indicatie | |
| Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging. | 150h |
| Druk 2x op boven de zone-selectietoets van de afzuiging. | 300h |
| Druk 3 seconden op 00h tot de timer is gereset. | 450h |
| Druk daarna nogmaals 3 seconden om de geresette timerwaarde te bevestigen. | |
Volg de vervangingsinstructies op die beschreven staan in het hoofdstuk 9 Reiniging en onderhoud.

8KOOKADVIES
Kwaliteit van de kookpannen/potten
Aangepaste kookpannen/potten: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem (±100mm min). Niet aangepaste kook potten: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie.
Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn:
Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op 9. Het water moet binnen enkele seconden opwarmen.
Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot.
De magneet moet blijven plakken.
Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren. Dit geluid neemt af wanneer u een andere vermogensstand instelt.

Tide pannen op als u ze wilt verplaatsen, zo voorkomt u vlekken en krassen door wrijving.
Zotg ervoor dat de buitenkant van de pan droog en schoon is. Controleer of er geen etensresten of andere deeltjes op de kookplaat of onder het kookgerei zitten, om krassen of beschadiging te voorkomen.
– Bereid gerechten zo vaak mogelijk met een deksel op de pot.
Afmetingen van de kookpotten
De kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter (± 9cm) te hebben in functie van de diameter van de gekozen
kookzone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. Indien de diameter de diameter van de kookpot veel groter is dan de zone, zal dit geen optimaal kookresutaat opleveren.
Het oppervlak van de kookpot die dan net boven de inductiespoel staat genereert dan de warmte. De rest van het oppervlak die niet boven de inductiespoel staat krijgt dan de warmte door via de opbouwlagen van de kookpot.
Daarom wordt het aangeraden indien de kookpot veel groter is dan de kookzone deze op een iets lager vermogenniveau op te warmen zodat de warmte mooi verdeeld kan worden.
Voorbeelden van vermogensregeling
(de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend).
| Toepassing Display | ||
| SmeltenOpwarmen | - Sauzen, boter,chocolade, gelatine- Kant- enklaargerechten | 1-2 |
| OpzwellenOntdooien | - Rijst, pudding enbereidde gerechten- Groenten, vis,diepgevrorenproducten | 2-3 |
| Stoom | - Groenten, vis, vlees | 3-4 |
| Water | - Gekookteaardappelen, soep,pasta- Verse groenten | 4-5 |
| Zachtjeskoken | - Vlees, lever, eieren,braadworsten- Goulash, rollade, pens | 6-7 |
| KokenBraden | - Aardappelen,beignets, plattekoeken | 7-8 |
| BradenOp kook-temperatuurbrengen | - Steaks, omeletten- water | 9 |
| Koken | - Aan de kookbrengen van grotehoeveelheden water | P+ , , 11 |
9REINIGINGENONDERHOUD
Volga alle instructies zoals beschreven in het hoofdstuk "Gebruik van het apparaat" en zoals vermeld staan in het aparte boekje "Veiligheidsvoorschriften" dat met het toestel is meegeleverd of op onze website www.novy.com vermeld wordt.
Controleer voorafgaand de reiniging of de kooplaat volledig uitgeschakeld is en het glas boven de kookzones voldoende is afgekoeld.
Volk onderstaande reinigingsinstructies voor een langere levensduur en optimale werking van het apparaat.
9.1 Onderhoud van de kookplaat
Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico op brandwonden.
Gebruik in geen geval toestellen die met "stoom" of met "druk" werken.
Geen voorwerpen gebruiken die het vitrokeramische glas kunnen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.
Reinigen glas kookplaat
Reinig het glas van de kookplaat na elk gebruik om te voorkomen dat kookresten inbranden en het oppervlak beschadigd raakt.
Stap-voor-stap reinigingsinstructie
– Laat het oppervlak volledig afkoelen.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen op een warme kookplaat – dit kan verkleuring veroorzaken.
Gebruik een vochtige, zachte doek of een krasvrije, niet-schurende spons.
Reinig met een geschikt reinigingsmiddel voor glaskeramiek. Volg altijd de instructies op de verpakking van het reinigingsproduct.
Droog het glas met een microvezeldoek voor een streeploos en glanzend resultaat.
Ongeschikte reinigingsmiddelen (niet gebruiken)
Gebruik deze producten niet, omdat ze het oppervlak kunnen beschadigen:
– Onverdund afwasmiddel
– Vaatwasmiddelen
- Schuurmiddelen
Agressieve schoonmaakproducten (zoals ovensprays of vlekverwijderaars)
- Krassende sponzen
– Hogedruk- of stoomreinigingsapparaten
Let op: Gebruik altijd milde producten en geschikt materiaal om de levensduur van uw kookplaat te verlengen en schade te voorkomen.
Let op: Zorg dat kookgerei een schone bodem heeft om krassen en inbranden in het glasoppervlak te voorkomen.
Voor hardnekkige vlekken
Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen en reinigingsmethode.
Indien dit echter niet zou volstaan, kunt u de volgende stappen volgen:
- Gebruik een glasschraper om zoveel mogelijk vlekken voorzichtig te verwijderen.
- Blijven er toch nog vlekken zichtbaar? Breng dan een milde, alkalische schuurcrème aan en laat dit 10 minuten inwerken.
- Wrijf vervolgens met een niet-schurende spons of doek om de vlekken los te maken.
- Droog het glas tenslotte met een microvezeldoek voor een streeploos en glanzend resultaat
Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder "Reinigen glas kookplaat" beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.
Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten.
Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen alleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigings middelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen.
Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het glasoppervlak in de loop van de tijd afgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken.
Gebruik de kookplaat niet als een werkblad of om materialen op te leggen.
Til de pannen/potten altijd op en schuif deze niet over de glasplaat.
9.2 Onderhoud van de afzuiging
9.2.1 Inlaatrooster uitnemen
Geen voorwerpen gebruiken die het inlaatrooster kunnen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.
Zet de kookplaat en naloopstand eerst volledig uit vooraleer onderdelen van de afzuiging te verwijderen.
Druk rechts op het inlaatrooster zodat deze kan kantelen.

Neem het inlaatrooster vast en leg het veilig weg op het keukenwerkblad.
Plaats het inlaatrooster niet op het glas van de kookplaat om krassen te vermijden. Plaats het inlaatrooster niet op een inschakelde kookplaat om opwarming te vermijden.
9.2.2 Inlaatrooster terugplaatsen
Zotg ervoor dat de recirculatiefilter en vetfilter eerst in het toestel geplaatst zijn vooraleer het inlaatrooster terug te plaatsen.
Neem het inlaatrooster vast en plaats deze centraal in de aanzuigopening via de positioneerpunten.

9.2.3 Reiniging van de vetfilter
Wanneer de vetfilter gereinigd dient te worden, wordt dit aangegeven door de vetfilter reinigingsindicatie (zie 7.1).
Toegang tot filter
- Verwijder het inlaatrooster (zie 9.2.1).
Neem het vetfilter vast via de handgrepen en hef deze uit de aanzuigopening.

Het metalen vetfilter kan met de hand of in de vaatwasser gereinigd worden. We raden aan om het vetfilter met de hand te reinigen.
Het filter handmatig reinigen:
Dompel het filter in een oplossing van kokend water waaraan een ontvettend afwasmiddel is toegevoegd.
- Gebruik geen agressieve, zuur- of alkalische reini- gingsmiddelen.
- Gebruik voor het reinigen een borstel.
Spoel vervolgens het filter uit onder de kraan met warm water en laat deze daarna uitlekken.
Het filter in de vaatwasser reinigen:
- Gebruik een gangbaar vaatwasmiddel.
Plaats de verzadigde vetfilters niet samen met servicegoed in de vaatwasser.
Kies een programma met een lage temperatuur (max. 65°C).
- Laat het vetfilter uitlekken na het reinigen.
WAARSCHUWING: In de vaatwasser kan het filter wat verkleuren. Dit heeft geen invloed op de werking van het filter.
WAARSCHUWING: Indien de bovenvermelde instructies niet worden uitgevoerd, ontstaat er door een te sterke vervuiling, kans op brandgevaar.
Na het reinigen:
Plaats het vetfilter via de handgrepen terug in de aanzuigopening in de juiste richting.
Plaats het inlaatrooster terug in de aanzuigopening.
- Reset de vetfilterindicatie (ziē.1).
Echnieuw vetfilter kunt u verkrijgen via de vakhandel of via de website van Novy.
• 1851 / 1861: artikelnummer 99003
• 1871 / 1881: artikelnummer 99005
• 1861-g1: artikelnummer 99003
• 1881-g1: artikelnummer 99005
9.2.4 Vervangen van de recirculatiefilter bij 1861 / 1881
1861-g1 / 1881-g1 (in recirculatiemodus) ^1
- Verwijder het inlaatrooster (zie 9.2.1).
- Verwijder het vetfilter (zie 9.2.3).
- Neem de recirculatiefilter vast en kantel deze naar voor.
Plooi beide hoeken om en neem de recirculatiefilter uit de aanzuigopening.

Plooi de hoeken van de nieuwe recirculatiefilter terug om en plaats deze in het frame via de aanzuigopening.
– Druk het filter goed aan tegen het frame.
Plaats het vetvilter via de handgrepen terug in de aanzuigopening in de juiste richting.
Plaats het inlaatrooster terug in de aanzuigopening.
Indien vervanging door dezelfde recirculatiefilter als standaard meegeleverd:
- Reset de vervangingsindicatie van de recirculatiefilter (zie 7.2).
Indien vervanging door andere recirculatiefilter als standaard meegeleverd:
Wijzig de recirculatietimer van het recirculatiefilter om de juiste gebruiksduur in te stellen (zie 9.2.5).
- Reset de vervangingsindicatie van de recirculatie filter (zie 7.2).
Echnieuw recirculatiefilter kunt u verkrijgen via de vakhandel of via de website van Novy:
| Recirculatiefilter | |||
| Artikel Monoblock Pure Pro | Pure Pro Finesse | ||
| 1861 98002 1861560 | (standaard) | 1861570 | |
| 1881 98005 (standaard) - - | |||
| 1861-g1 98002 (standaard) 1861560 1861570 | |||
| 1881-g1 98005 (standaard) - - | |||
9.2.5 Instellen recirculatietimer (enkel bij 1861-g1 / 1881-g1) ^1
De 1851 en 1871 ^1 zijn alleen geschikt voor afvoer naar buiten en worden zonder recirculatiefilter geleverd.
De 1861 en 1881 ^1 zijn alleen geschikt voor recirculatie en worden standaard met een recirculatiefilter geleverd:
- 1861 ^1 : met een gebruiksduur van 300u.
- 1881 ^1 : met een gebruiksduur van 450u.
De 1861-g1 en 1881-g1 ^1 zijn geschikt voor recirculatie en wordt met een rericulatiefilter van 450 uur geleverd. Bij deze modellen is het mogelijk de recirculatiemodus om te stellen naar afvoermodus. Dit kan middels de configuratieprocedure in de installatiehandleiding.
Een nieuw recirculatiefilter kunt u verkrijgen via de vakhandel of via de website van Novy. Op de website van Novy treft u een keuze aan recirculatiefilters die geschikt zijn voor dit toestel.
Indien u als accessoire een andere recirculatiefilter aankoopt dan de standaard uitvoering, dan dient de recirculatietimer aangepast te worden. Dit kan middels volgende configuratieprocedure.
Daarna reset u de indicatie om de gebruiksduur op nul te zetten (zie 7.2).
Configuratieprocedure:
Wijzigen recirculatietimer bij gebruik andere recirculatiefilter
Deze procedure geldt uitsluitend voor de
1861-g1 & 1881-g1 ^1 .
De 1861-g1 & 1881-g1 ^1 zijn geschikt voor zowel afvoer naar buiten als recirculatie.
Af fabriek staat het apparaat ingesteld op recirculatie.
Voor gebruik in afvoer naar buiten moet de instelling worden aangepast (zie de procedure in de installatiehandleiding).
Let op: Voor de 1851, 1861, 1871 en 1881 is deze procedure niet nodig, deze modellen zijn standaard correct ingesteld.
1) Schakel de kookplaat in door op de toëls te drukken.
2) Schakel de kookplaat weer uit binnen 3 seconden door opnieuw op de Ⓞtoets te drukken.
3) Houd de || toets ingedrukt.
4) In elk display verschijnt nu een 5.
5) Activeer het gebruikersmenu door met een vinger van de andere hand snel (binnen 2 seconden) de displays met het symbool in te drukken in deze volgorde:
• 1 (linksvoor)
- 2 (linksachter)
• 3 (rechtsachter)
• 4 (rechtsvoor)
- Laat daarna de || toets los.
Let op: Bij een dubbele pieptoon is er een bedieningsfout. Herstart de procedure vanaf stap 3.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> A
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
6) In display 2 verspringt de aanduiding van U naar 1, wat aangeeft dat het gebruikersmenu actief is.
7) Wijzig de configuratie voor een andere recirculatiefilter:
- Druk eerst op display 1 om de configuratie te activeren.
- Gebruik de SLIDER om de instelling te wijzigen van bv. 3 (Monoblock filter) naar 2 (Pure Pro filter).
- Bevestig de wijziging door de ① toets 2 seconden ingedrukt te houden.
Het apparaat is nu ingesteld op een ander type recirculatiefilter met een andere gebruiksduur. Reset vervolgens de gebruiksduur door de teller op nul te zetten (zie 7.2).
| Configuratie | Toepassing | Recirculatiefilter | Modus* | Vetfilter (u) | Recirculatietijd | Nalooptijd (min.) |
| 0 | 1851 (standaard), 1861-g1 (optioneel) | - A 20 - 10 | ||||
| 1 | 1861 & 1861-g1 (optioneel) | Pure Pro Finesse R | 20 | 15 | 0u 30 | |
| 2 | 1861 (standaard), 1861-g1 (optioneel) | Pure Pro | R | 20 | 300u 30 | |
| 3 | 1861 (optioneel), 1861-g1 (standaard) | Monoblock filter | R | 20 | 450u 30 | |
| 5 | 1871 (standaard), 1881-g1 (optioneel) | - A 20 - 10 | ||||
| 6 | 1881 & 1881-g1 (optioneel) | Pure Pro Finesse R | 20 | 15 | 0u 30 | |
| 7 | 1881 (standaard), 1881-g1 (optioneel) | Pure Pro | R | 20 | 300u 30 | |
| 8 | 1881 (optioneel), 1881-g1 (standaard) | Monoblock filter | R | 20 | 450u 30 |
* Modus: A = afvoer, R = recirculatie
8) Druk op de Ⓞtoets gedurende 2 seconden om de configuratie te bevestigen.
10KLEINESTORINGEN VERHELPEN
10.1 Meldingen op de kookplaat
| Code | |
| – er staat geen kookpot op de kookzone– de kookpot is niet geschikt voor inductie de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzone | |
| Zie hoofdstuk 5.3.9 Warmhoudfunctie | |
| – Het elektronisch systeem is ontregeld. ∅ntkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan.– Doe beroep op de dienst na verkoop | |
| Zie hoofdstuk 5.3.7 Stop&Go functie | |
| (Er03) | Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn. |
| 2 | De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze terug inschakelen. |
| 8 | De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten.Maak deze vrij. |
| 400 | De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aangesloten. Kijk de aansluiting na. |
| (Er47) | Probleem in het intern BUS-systeem van het apparaat. |
Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de dienst na verkoop contacteren.
De kookplaat of de kookzone werkt niet:
-de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten.
– de veiligheidszekering is gesprongen.
- kijk na of de vergrendeling is ingeschakeld.
- de tiptoetsen zijn met water of vet bespat.
- er staat een voorwerp op de tiptoetsen.
Een enkele zone of alle zones vallen uit:
– de veiligheid is in werking getreden.
-deze treedt in werking wanneer u vergeten bent een kookzone uit te schakelen.
-de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn.
- een kookpan is leeg en de bodem is oververhit.
- de kookplaat beschikt eveneens over een automatische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting.
De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel:
dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur.
– de ventilator stopt vanzelf.
De bediening van automatisch koken treedt niet in werking:
- de kookzone is nog warm.
- het maximum kookniveau staat aan.
- het kookniveau werd aangezet met de toets-[]
10.2 Meldingen bij de afzuiging
De afzuigkap zuigt niet goed af. Wat kan dit probleem veroorzaken?
- Controleer of de recirculatiefilter en vetfilter samen met het inlaatrooster correct zijn geplaatst.
Controleer de vetfilter. Respecteer de reinigingsindicatie. De filter dient gemiddeld één maal in de twee weken gereinigd te worden om een goede werking van de afzuiging te garanderen.
- Controleer de luchttoevoer in de woning. Zodra de afzuigkap aangezet wordt, dient er luchttoevoer aanwezig te zijn d.m.v. roosters in de ramen of door een raam open te zetten.
10.3 Storingen
Storing: In geval van storing, aarzel niet om onze hersteldienst te contacteren: www.novy.com/contact.
Kies eerst uw land.
Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodzakelijk dat de hersteldienst weet welk type apparaat u heeft. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje aan de onderkant van het toestel.
OVERZICHTFUNCTIES NOVY EASY
Indicatie afzuiging
① Aan/uit toets voor de afzuiging
8 Aanduiding en selectietoets afzuiging
Sliderbediening vermogen
8 8 8 Aanduiding van de timertijd
Timer-toetsen
Indicatie kookplaat
① Aan/uit toets voor de kookplaat
8 8 8 Aanduiding van de timertijd
Timer-toetsen
II Stop & Go-toets
8 Aanduiding en zone-selectietoets
Flexzone-indicatie
Timer Indicatie
Warmhoudfunctietoets
GRILL Grillfunctietoets
Sliderbediening vermogen
-0 Vergrendelingstoets
Bediening kookplaat
| Kookplaat inschakelen / uitschakelen |
| IN - Druk op 1 en 2 sec blijven duwen.Bedieningspaneel licht op. |
| UIT - Druk op 1.Bedieningspaneel dooft. |
| Vermogensregeling instellen |
| MEER - Glijden over de SLIDER (Vermogensregeling). |
| MINDER - Glijden tot 0 over de SLIDER. |
| In- en uitschakelen van Power |
| IN - Tot het einde van de SLIDER glijden - [P]. |
| UIT - Over de SLIDER glijden [900]. |
| In- en uitschakelen van Super Power |
| IN - Power inschakelen.Druk nogmaals op einde van de SLIDER. |
| UIT - Over de SLIDER glijden [P00]. |
| Vermogensgrens geactiveerd |
| [g] wordt tot [g] gereduceerd en knippert [g]. |
| Stop & Go functie |
| AAN - Druk op || gedurende 2 sec. tot deze knippert. |
| UIT - Druk op || gedurende 2 sec. tot deze knippert.Druk daarna op een zone-selectietoets. |
| Selecteer de timer |
| Druk op het ☑ boven de zone-selectietoets. |
| Duurtijd verminderen |
| Druk op [-] van de timer. |
| Duurtijd verlengen |
| Druk op [+] van de timer. |
| Uitschakelen van de timerfunctie |
| Druk op het ☑ boven de zone-selectietoets. |
| Druk op [-] van de timer tot de timer op [000] staat. |
Gebruik van de timer zonder koken
De kookplaat inschakelen.
Druk op Ⓐ gedurende 2 seconden.
Druk op de timer-indicatie [000].
Wijzig de duurtijd met [-] of [+].
Programmeren van de aankookautomaat
AAN - Over de SLIDER glijden, 3 sec blijven duwen op gewenste vermogen.
UIT - Glijd over de SLIDER.
Warmhoudfunctie
IN - Druk op 📄.
UIT - Druk op 📋.
Flexzone manueel
AAN - tegelijkertijd op de 2 zone-selectietoetsen drukken.
UIT - tegelijkertijd op de 2 zone-selectietoetsen drukken.
AAN - plaats een kookpot op de 2 flexzones.
UIT - tegelijkertijd op de 2 zone-selectietoetsen drukken.
Grill Functie
AAN - Druk op GRILL.
UIT - Druk op GRILL.
Bediening afzuiging
Vermogensregeling afzuiging instellen
MEER - Glijden over de SLIDER.
MINDER - Gluiden tot 0 over de SLIDER.
Automatische vermogensregeling afzuiging
AAN - Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging en houd 3 seconden ingedrukt.
UIT - Druk op de zone-selectietoets van de afzuiging en houd 3 seconden ingedrukt.
CONTENU
1 INFORMATIONS GÉNÉRALES 46
2 ENVIRONNEMENT ET ÉCONOMIES 47
NOVY nv behoudt zich het recht voor te allen tijde en zonder voorbehoud de constructie en de prijzen van haar producten te wijzigen.

