Easy 90 Prestige - Fornuis NOVY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Easy 90 Prestige NOVY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Easy 90 Prestige NOVY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Easy 90 Prestige - NOVY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Easy 90 Prestige van het merk NOVY.
GEBRUIKSAANWIJZING Easy 90 Prestige NOVY
NL Gebruiksaanwijzing p. 2
2.2 Afvoeren van het oude apparaat 5
2.3 Tips voor lager energieverbruik en hogere efficiëntie 5
3 GEBRUIK VAN HET APPARAAT 7
3.1 Eerste gebruik van het apparaat 7
3.2 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging 7
4.1 Principe van inductie 8
4.2 Technische kenmerken van de inductiekookplaat 9
4.3 Geluiden bij inductie 9
4.4 Global overzicht 10
5 INDUCTIEKOOKPLAAT 11
5.1 Bediening 11
5.2 Bediening met draaiknop 11
5.3 Bediening van de kookplaat 12
5.3.1 In- en uitschakelen 12
5.3.2 Pandetectie 13
5.3.3 Aanduiding restwarmte 13
5.3.4 Power functie 14
5.3.5 Programmeren van de aankookautomaat 16
5.3.6 Warmhoudfunctie 17
5.3.7 Flexzone 18
5.3.8 Kinderbeveiliging 19
6 AFZUIGING 20
6.1 Bedieningspaneel 20
6.2 Bediening met draaiknop 21
6.3 Gebruiksmodus 22
6.3.1 Recirculatie modus (standaardinstelling) 22
6.3.2 Afvoer modus 22
6.4 Bediening van de afzuiging 23
6.4.1 In- en uitschakelen 23
6.4.3 Automatische naloopfunctie 24
7 REINIGINGSINDICATIES 26
7.1 Reinigingsindicatie vetfilter 26
7.2 Vervangingsindicatie recirculatiefilter (recirculatie modus) 26
8 KOOKADVIES 27
9 REINIGING EN ONDERHOUD 29
9.1 Onderhoud van de kookplaat 29
9.2 Onderhoud van de afzuiging 31
9.2.1 Inlaatrooster uitnemen 31
9.2.2 Inlaatrooster terugplaatsen 32
9.2.3 Reiniging van de vetfilter 32
9.2.4 Vervangen van de monoblock filter (recirculatie modus) 34
10 KLEINE STORINGEN VERHELPEN 35
10.1 Meldingen op de kookplaat 35
10.2 Meldingen bij de afzuiging 36
10.3 Storingen 36
OVERZICHT FUNCTIES NOVY EASY PRESTIGE 37
1ALGEMENEINFORMATIE
Lees aandachtig de veiligheidsvoorschriften, de montage handleiding en de gebruiks aanwijzing vóór de installatie en ingebruikname.
De veiligheidsvoorschriften staan vermeld in een apart boekje dat met het toestel is meegeleverd en op onze website www.novy.com.
Leef de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de gebruiks aanwijzing na om letsel en materiële schade te voorkomen.
In deze gebruiksaanwijzing wordt gewerkt met een aantal symbolen. Hieronder vindt u de betekenis van deze symbolen.
| SymboolBetekenis | ||
| [gz7T] | Indicatie Toelichting van een indicatie op het toestel. | |
![]() | Info/Waarschuwing | Dit symbool duidt op een belangrijke tip of een gevaarlijke situatie. |
2 MILIEU EN BESPARING
2.1 Verpakkingsmateriaal
Dit toestel is beschermd door verpakking tegen transportschade.
De gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en geschikt voor recyclage. Opteer voor een milieuvriendelijke afvoer van de verpakking.
2.2 Afvoeren van het oude apparaat
Uw apparaat bevat tevens vele recycleerbare materialen.

Daarom dienen gebruikte toestellen van ander afval te worden gescheiden. De recyclage van de apparaten die door uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze manier onder de beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper naar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude toestel. Houd oude toestellen buiten het bereik van kinderen.
2.3 Tips voor lager energieverbruik en hogere efficiëntie
Het nieuwe toestel is bijzonder efficiënt en energiezuinig. Hieronder volgen een aantal tips om uw toestel nog energiezuiniger en efficiënter te maken.
Kies een kookzone die bij de grootte van de pan past. De bodem van de pan moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken.
Zorg ervoor dat de pan steeds in het midden van de kookzone staat.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Plaats deksels op de pannen. Dat voorkomt dat onnodig warmte ontsnapt en vermindert kookdampen en condens.
Gebruik pannen met vlakke bodem. Een pan met een niet vlakke bodem verbruikt meer energie.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel. Voor een kleine pan is minder energie nodig dan voor een grote, niet geheel gevulde pan.
- Gebruik zo min mogelijk water. Hoe meer water er in de pan zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
- Schakel na het aankoken of aanbraden tijdig terug naar een lagere vermogensstand voor een lager energieverbruik en om overproductie van dampen te beperken.
Plaats uw kookgerei zodanig dat opwellende dampen in het aanzuigoppervlak van de ventilator terecht-komen.
Schakel de ventilator van het toestel op de laagste snelheid in wanneer u met koken begint om de vochtigheidsgraad te regelen en kookluchtjes te verwijderen.
Verhoog de ventilatorsnelheid van het toestel alleen wanneer de hoeveelheid kookdamp dit vereist.
Gebruik de hoogste ventilatorsnelheid alleen wanneer dit beslist noodzakelijk is.
- Schakel als er veel kookdamp vrijkomt op tijd naar een hogere ventilatorsnelheid. Dat is efficiënter dan te proberen door het toestel lang te gebruiken, damp op te vangen die zich al in de keuken verspreid heeft.
Maak gebruik van de naloopstand indien het toestel hierover beschikt. Laat het toestel na het koken niet onnodig (na)ventileren.
Houd het filter/ de filters van het toestel schoon om de vetfilterings- en geurfilteringsefficiëntie te optimaliseren.
Zorg voor voldoende luchttoevoer in de ruimte, zodat het toestel efficiënt en energiezuinig kan werken.
Vermijd elke vorm van tocht boven het kookvlak voor een efficiënte werking.
3GEBRUIKVAN HET APPARAAT
3.1 Eerste gebruik van het apparaat
Scan uw QR-code op de garantiesticker en registreer uw toestel.
Verwijder alle zichtbare stickers voor ingebruikname. Poets altijd eerst de glasplaat met een vochtige doek en droog het af voor het eerste gebruik. Gebruik geen schoonmaakmiddel; hierdoor kan een blauwachtige waas ontstaan.
3.2 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging
Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen.
De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen het glas beschadigen.
Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen. Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas.
Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat. Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone.
Het apparaat is een inductiekookplaat met geïntegreerde werkblad afzuiging. De inductiekookplaat beschikt over 4 kookzones met centraal in de kookplaat een geïntegreerde afzuiging die voor het verwijderen van de kookdampen zorgt.
De kookplaat en afzuiging kunnen afzonderlijk bediend worden. Verderop in deze gebruiksaanwijzing vindt u de uitleg van de bediening van het apparaat.
4.1 Principe van inductie
Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat.
Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist:
Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met magnetische basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen kookpotten, in inox met magnetische bodem, ...
- Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem...
De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te klein dan werkt de kookpot niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de kookzone. Wanneer de kookpot niet aan de kookplaat aangepast is, blijft het symbool 4knipperen.
4.2 Technische kenmerken van de inductiekookplaat
| Type 1866 | ||
| Totaal vermogen 7400 W | ||
| Energieverbruik van de kookplaat EChob** | 180.5 Wh/kg | |
| Kookzones 240 x 210 mm | ||
| Minimum detectie ∅ 110 mm | ||
| Nominaal vermogen* 2100 W | ||
| Power vermogen* | 3000 W | |
| Super power vermogen* | - | W |
| Gestandardiseerde categorie kookgerei** | A | |
| Energie verbruik ECcw** | 186.4 Wh/kg | |
* het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal van de kookpotten
** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen(EN 60350-2)
4.3 Geluiden bij inductie
Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. Deze geluiden zijn afhankelijk van constructie en het materiaal van de bodem van het kookgerei.
Brommen
Dit treedt op als u kookt op een hogere vermogensstand, en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energie die van de kookplaat naar het kookgerei wordt gestuurd. Het geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.
Knetteren
Dit geluid ontstaat als het kookgerei uit verschillende materiaallagen is gemaakt. Het geluid wordt veroorzaakt door trillingen in de aanraakvlakken van de verschillende materiaallagen.
Fluiten
Dergelijke geluiden treden over het algemeen op bij kookgerei dat is samengesteld uit verschillende materiaallagen, en als twee aangrenzende kookzones gelijktijdig op de maximale instelling worden gebruikt. Het fluitende geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.
Klikken
Bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schakelingen klikgeluiden optreden.
Zoemen
Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilator wordt ingeschakeld. Deze ventilator koelt de elektronica als u de kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld, blijft de ventilator doorlopen als de temperatuur te hoog is.
4.4 Global overzicht

| 1 Inlaatrooster |
| 2 Vetfilter |
| 3 Monoblock filter (bij recirculatie modus) |
| 4 Inductiekookplaat |
| 5 Indicatie |
| 6 Bediening |
5INDUCTIEKOOKPLAAT
5.1 Bediening

text_image
2a 1a 3a 4a ... 8 8 8 8 1b4c20 62c30 4b| Bediening kookplaat | |
| 1a Kookzone linksvoor | |
| 2a Kookzone linksachter | |
| 3a Kookzone rechtsachter | |
| 4a Kookzone rechtsvoor | |
| 1b Indicatie kookzone linksvoor | |
| 2b Indicatie kookzone linksachter | |
| 3b Indicatie kookzone rechtsachter | |
| 4b Indicatie kookzone rechtsvoor | |
| 1c Draaiknop kookzone linksvoor | |
| 2c Draaiknop kookzone linksachter | |
| 3c Draaiknop kookzone rechtsachter | |
| 4c Draaiknop kookzone rechtsvoor | |
| 5 Indicatie afzuiging | |
| 6 Draaiknop afzuiging |
5.2 Bediening met draaiknop
Het apparaat wordt bediend met draaiknoppen op het frontpaneel van de keuken.
De draaiknoppen zijn traploos en kunnen naar rechts en links gedraaid worden.
Verschillende functies worden geactiveerd door aan de knoppen te draaien. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een indicatie en/of een geluidssignaal.
Als er aan één of meer knoppen langer of tegelijk gedraaid wordt (bijv. door doordraaien van de knoppen voor de powerfunctie), zal de functie niet geactiveerd worden. Dan knippert het symbool ^1 en wordt het apparaat na enkele seconden uitgeschakeld.
Om het symbool te wissen, aan dezelfde knop draaien of de kookplaat uit- en inschakelen.
5.3 Bediening van de kookplaat
5.3.1 In- en uitschakelen
| In- en uitschakelen van een kookzone: | |||
| Inschakelen Display | |||
| Selecteer de zone door de betreffende draaiknop naar rechts te draaien.Bedieningsindicatie van deze kookzone licht op. | U-9 | ||
![]() | ![]() | ![]() | [B23D] |
| Uitschakelen Display | |||
| De draaiknop naar links draaientot bedieningsindicatie een ☐ of H1aangeeft. | O | ||
| H | |||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de inductie in. De pan wordt verwarmd.
Zolang geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de indicatie tussen de ingestelde kookstand en het symbool Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk '5.3.2 Pandetectie'.
5.3.2 Pandetectie
Deze kookplaat is uitgerust met een interactief controlesysteem dat het gebruik van de kookplaat nog vereenvoudigt.
Wanneer u een pan op de ingeschakelde kookplaat plaatst, wordt deze automatisch gedetecteerd.
De inductiekookplaat werkt niet:
Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool Verschijnt op het display.
De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool Verschijnt op het display. De Verdwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen.
Schakel de kookzone uit na gebruik. De pandetectie U blijft dan niet actief.
5.3.3 Aanduiding restwarmte
Als na het uitzetten van de kookzone of het volledig uitzetten van de kookplaat, het glas van de kookzone nog warm is, wordt dit aangegeven door H. Het symbool H verdwijnt wanneer het glas van de kookzone zonder gevaar kan aangeraakt worden.
WAARSCHUWING: Zolang de indicatie van de restwarmte actief blijft, de kookzone(s) niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzone plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden!
5.3.4 Power functie
De Powerfunctie P verleent aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen.
Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.
| In- en uitschakelen van Power | |||
| Power inschakelen Display | |||
| De betreffende draaiknop rechtsom tot de aanslag draaien en ca. 2 sec. vasthouden, tot een signaal te horen is. | |||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
| Power uitschakelen Display | |||
| De draaiknop linksom draaien. | 9-0 | ||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Beheer van het maximaal vermogen:
De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwarmingsgroepen.

Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het power management de kookstand van de desbetreffende kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, en wordt daarna automatisch gereduceerd naar de maximaal mogelijke kookstand
Het maximale vermogen van iedere zone afzonderlijk is 3000W.
Indien simultaan gekookt wordt op zones A1 en A2 of B1 en B2 wordt een vermogen van 3700W verdeeld over deze 2 zones A1 en A2 of B1 en B2.
| Kookzone in | cm Vermogen (W) | |
| A1 | 24 x 21 | |
| A2 | 24 x 21 | Normaal: 2100 |
| B1 | 24 x 21 | Power: 3000 |
| B2 | 24 x 21 | |
| Vermogensgrens Display | |
| Gekozen kookzone met Powerfunctie. | P |
| Vermogensgrens geactiveerd | 8 |
| [9] wordt tot [8] gereduceerd en knippert. | |
Om 2 zones tegelijkertijd op een maximaal vermogen te kunnen gebruiken, maak gebruik van een combinatie tussen zone A1 of A2 en B1 of B2.
5.3.5 Programmeren van de aankookautomaat
Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen.
Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet permanent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees).
| Programmeren van de aankookautomaat | |||
| Activeren van de aankookautomaat Display | |||
| De betreffende draaiknop linksom tot de aanslag draaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signaal te horen is. | |||
![]() | |||
| Direct daarna de draaiknop terugdraaien op de gewenste doorkookstand. | |||
![]() | |||
| Stopzetten van de aankookautomaat Display | |||
| De betreffende draaiknop helemaal linksom draaien of links draaien tot de gewenste kookstand. | |||
![]() |
Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na een bepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voortgezet. Het symbool R dooft uit.
| Tabel aankookautomaat | |
| Ingestelde doorkookstand | Aankookautomaat Tijd (min:sec) |
| 1 0:40 | |
| 2 1:12 | |
| 3 2:00 | |
| 4 2:56 | |
| 5 4:16 | |
| 6 7:12 | |
| 7 2:00 | |
| 8 3:12 | |
| 9 --:-- | |
5.3.6 Warmhoudfunctie
Deze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 42°C te bereiken en automatisch te behouden.
Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven.
| Aan- en uitzetten van de warmhoudfunctie | ||
| Aanzetten van de warmhoudfunctie Display | ||
| De betreffende draaiknop rechtsom tot de eerste aanslag. | ||
![]() | ○ | ![]() |
| Uitzetten van de warmhoudfunctie Display | ||
| De betreffende draaiknop linksom draaien tot bedieningsindicatie een □ of H1 aangeeft of [0 Hrechtsom draaien om gewenste kookstand 1-9 te selecteren. | ||
![]() | ○ | ![]() |
| of | ||
![]() | ○ | ![]() |
De maximale duur van het warmhouden is 2 uur.
5.3.7 Flexzone
Deze functie laat toe om de 2 linker en 2 rechter flexzones te koppelen tot 2 grote zones. Deze functie kan manueel geactiveerd worden wanneer een grote pot/pan op het kookoppervlak wordt gezet.
| Flexzone | |||
| Manueel activeren | Display | ||
| De draaiknoppen van de voorste en achterste kookzone (A1 + A2 of B1 + B2) tegelijkertijd tot de aanslag naar rechts draaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signaal te horen is.De Flexzone is ingeschakeld, het symboolVerschijnt. | 90 | ||
![]() | ![]() | →7 | |
| Vermogen verlagen | Display | ||
| De bediening gebeurt met de knoppen van de voorste kookzone. Draai deze draaiknop naar links tot het gewenste vermogen. | 9-0 | ||
![]() | ![]() | →9-0 | |
| Vermogen verhogen | Display | ||
| De bediening gebeurt met de knoppen van de voorste kookzone. Draai deze draaiknop naar links tot het gewenste vermogen. | 1-9 | ||
[8SDD] | ![]() | →1-9 | |
| Flexzone stopzetten | Display | ||
| De draaiknoppen van de voorste en achterste kookzone (A1 + A2 of B1 + B2) tegelijkertijd linksom draaien tot bedieningsindicatie een H1aangeeft. | H | ||
![]() | ![]() | →H | |
5.3.8 Kinderbeveiliging
De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.
De!inderbeveiling is alleen in te schakelen als alle kookzones en de afzuiging uitgeschakeld zijn.
| Kinderbeveiliging | |
| Inschakelen kinderbeveiliging | Display |
| Allereerst alle kookzones en afzuiging uitschakelen. ∨vervolgens de twee linkse knoppen van de voorste en achterste linker kookzone tegelijkertijd tot de aanslag naar links draaien en ca. 3 sec. vasthouden. In de kookstandweergaven verschijnt een [L] voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd. | L |
![]() | ○ ○ ○ → L |
| Uitschakelen kinderbeveiliging | Display |
| De twee linkse knoppen van de voorste en achterste linker kookzone opnieuw tegelijkertijd tot de aanslag naar links draaien en ca. 3 sec. vasthouden om de kinderbeveiliging weer uit te schakelen. De [L] verdwijnt. | Led dooft |
![]() | ○ ○ ○ |
Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beëindigd, d.w.z. gedeactiveerd.
6AFZUIGING
6.1 Bedieningspaneel

text_image
2a 1a ... 3a 4a ... 8 8 8 8 1b4c20 62c3b 4b| Bediening kookplaat | |
| 1a Kookzone linksvoor | |
| 2a Kookzone linksachter | |
| 3a Kookzone rechtsachter | |
| 4a Kookzone rechtsvoor | |
| 1b Indicatie kookzone linksvoor | |
| 2b Indicatie kookzone linksachter | |
| 3b Indicatie kookzone rechtsachter | |
| 4b Indicatie kookzone rechtsvoor | |
| 1c Draaiknop kookzone linksvoor | |
| 2c Draaiknop kookzone linksachter | |
| 3c Draaiknop kookzone rechtsachter | |
| 4c Draaiknop kookzone rechtsvoor | |
| 5 Indicatie afzuiging | |
| 6 Draaiknop afzuiging |
6.2 Bediening met draaiknop
Het apparaat wordt bediend met draaiknoppen op het frontpaneel van de keuken.
De draaiknoppen zijn traploos en kunnen naar rechts en links gedraaid worden.
Verschillende functies worden geactiveerd door aan de knoppen te draaien kan instellen. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een indicatie en/of een geluidssignaal.
Als er aan één of meer knoppen langer of tegelijk gedraaid wordt (bijv. door doordraaien van de knoppen voor de powerfunctie), zal de functie niet geactiveerd worden.
Dan knippert het symbool en wordt het apparaat na enkele seconden uitgeschakeld.
Om het symbool r' te wissen, dezelfde knop draaien of de kookplaat uit- en inschakelen.
6.3 Gebruiksmodus
Dit apparaat kan gebruikt worden in afvoer- of in recirculatie modus (standaardinstelling bij levering).
6.3.1 Recirculatie modus (standaardinstelling)
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters eerst gereinigd.
Daarna ontdaan van geuren door de recirculatiefilter alvorens de lucht terug in de keuken wordt ingeblazen.

Zotg voor voldoende ventilatie in de keuken voor een optimale efficiëntie van het recirculatie systeem.
6.3.2 Afvoer modus
Lees voor het wijzigen van de recirculatie modus in de afvoer modus de uitleg in de installatiehandleiding.
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters eerst gereinigd alvorens afgevoerd te worden naar buiten. Dit kan gedaan worden door gebruik te maken van kanaalwerk aangesloten tussen het apparaat en een wanduitblaasrooster.

Zotg voor voldoende luchttoevoer in de keuken voor een optimale efficiëntie van het systeem.
6.4 Bediening van de afzuiging
6.4.1 In- en uitschakelen
| Afzuiging | |
| Afzuigvermogen inschakelen/verhogen | Display |
| Draai de knop van de afzuiging naar rechts voor de gewenste vermogensstand. | 1-9 |
![]() | → 1-9 |
| Afzuigvermogen verlagen Display | |
| Draai de knop van de afzuiging naar links voor de gewenste vermogensstand. | 9-1 |
![]() | →9-1 |
| Afzuiging uitschakelen Display | |
| Draai de knop van de afzuiging geheel naar links. | 0 |
![]() | →0 |
Deze functie past automatisch het afzuigvermogen aan afhankelijk van het gebruikte vermogen van de kookzone(s).
| Automatische afzuiging inschakelen Display | |||
| Draai de knop van de afzuiging naar rechts tot de [R] in het display verschijnt. | |||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
| Automatische afzuiging uitschakelen Display | |||
| Draai de knop van de afzuiging naar links om de afzuiging uit te zetten of draai naar rechts voor de gewenste vermogenstand. | |||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
| of | |||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
6.4.3 Automatische naloopfunctie
Het apparaat is uitgevoerd met een automatische naloopfunctie.
Vermogenstand 1 of, in de automatische modus, A wordt weergegeven met een knipperend puntje.
| Naloopfunctie inschakelen Display | |||
| Schakel alle kookzones uit door alle knoppen naar links te draaien. | R. of 1. | ||
![]() | ![]() | ![]() | → ![]() |
| Naloopfunctie uitschakelen Display | |||
| Draai de knop van de afzuiging naar links. | 0 | ||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Naloopfunctie recirculatie modus (standaardinstelling)
Deze functie wordt gestart na het beëindigen van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vaste tijd alle laatste kookdampen uit de keuken opgenomen door de afzuigkap op een laag afzuigvermogen. Bij recirculatie worden de recirculatiefilters gedroogd, de nalooptijd is standaard ingesteld op 30 minuten. Het is aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het beëindigen van de nalooptijd schakelt de afzuiging zich automatisch uit.
De naloopfunctie kan niet manueel uitgeschakeld worden.
Naloopfunctie afvoer modus
Deze functie wordt gestart na het beëindigen van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vaste tijd alle laatste kookdampen uit de keuken opgenomen door de afzuigkap op een laag afzuigvermogen. Bij afvoer is de nalooptijd standaard ingesteld op 10 minuten. Het is aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het beëindigen van de nalooptijd schakelt de afzuiging zich automatisch uit.
De naloopfunctie kan niet manueel uitgeschakeld worden.
7REINIGINGSINDICATIES
7.1 Reinigingsindicatie vetfilter
Na 20 kookuren is het aangeraden om de vetfilter te reiningen. Deze indicatie wordt aangegeven door het toestel zelf.
Na 20 kookuren verschijnt op het display van de afzuiging een knipperende [F].
| Vetfilter | |
| Reset van de vetfilter indicatie Display | |
| Draai de draaiknop voor de bediening van de afzuiging ongeveer 3 seconden naar links. | F |
Vole de reinigingsinstructies op die beschreven staan in het hoofdstuk 9. Reiniging en onderhoud.
7.2 Vervangingsindicatie recirculatiefilter (recirculatie modus)
Na 450 kookuren is het aangeraden om de monoblock filter te wisselen. Deze indicatie wordt aangegeven door het toestel zelf.
Na 450 kookuren verschijnt op het display van de afzuiging een knipperende [ [ ].
| Recirculatiefilter | |
| Reset van de recirculatiefilter indicatie | Display |
| Draai de draaiknop voor de bediening van de afzuiging ongeveer 3 seconden naar links. | |
Ook als het apparaat in afvoer modus wordt gebruikt, moet ook na 450 kookuren de knipperende [ ] worden gereset.
Vot de vervangingsinstructies op die beschreven staan in het hoofdstuk 9. Reiniging en onderhoud.
8KOOKADVIES
Kwaliteit van de kookpannen/potten
Aangepaste kookpannen/potten: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem (±100mm min). Niet aangepaste kook potten: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie.
Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn:
Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op 9. Het water moet binnen enkele seconden opwarmen.
Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot.
De magneet moet blijven plakken.
Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren. Dit geluid neemt af wanneer u een andere vermogensstand instelt.

Tide pannen op als u ze wilt verplaatsen, zo voorkomt u vlekken en krassen door wrijving.
– Bereid gerechten zo vaak mogelijk met een deksel op de pot.
Afmetingen van de kookpotten
De kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter (± 9cm) te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. Indien de diameter de diameter van de kookpot veel groter is dan de zone, zal dit geen optimaal kookresultaat opleveren.
Het oppervlak van de kookpot die dan net boven de inductiespoel staat genereert dan de warmte. De rest van het oppervlak die niet boven de inductiespoel staat krijgt dan de warmte door via de opbouwlagen van de kookpot.
Daarom wordt het aangeraden indien de kookpot veel groter is dan de kookzone deze op een iets lager vermogenniveau op te warmen zodat de warmte mooi verdeeld kan worden.
Voorbeelden van vermogensregeling
(de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend).
| Toepassing Display | ||
| SmeltenOpwarmen | - Sauzen, boter,chocolade,gelatine | 1-2 |
| - Kant- enklaargerechten | ||
| OpzwellenOntdooien | - Rijst, puddingen bereiddegerechten | 2-3 |
| - Groenten, vis,diepgevrorenproducten | ||
| Stoom | - Groenten, vis,vlees | 3-4 |
| Water | - Gekookteaardappelen,soep, pasta | 4-5 |
| - Verse groenten | ||
| Zachtjes koken | - Vlees, lever,eieren,braadworsten | 6-7 |
| - Goulash, rollade,pens | ||
| KokenBraden | - Aardappelen,beignets, plattekoeken | 7-8 |
| BradenOpkooktemperatuurbrengen | - Steaks, omeletten- water | 9 |
| Koken | - Aan de kookbrengen van grotehoeveelhedenwater | P |
9 REINIGING EN ONDERHOUD
Volga alle instructies zoals beschreven in het hoofdstuk "Gebruik van het apparaat" en zoals vermeld staan in het aparte boekje "Veiligheidsvoorschriften" dat met het toestel is meegeleverd of op onze website www.novy.com vermeld wordt.
Controleer voorafgaand de reiniging of de kooplaat volledig uitgeschakeld is en het glas boven de kookzones voldoende is afgekoeld.
Volk onderstaande reinigingsinstructies voor een langere levensduur en optimale werking van het apparaat.
9.1 Onderhoud van de kookplaat
Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico op brandwonden.
Gebruik in geen geval toestellen die met "stoom" of met "druk" werken.
Geen voorwerpen gebruiken die het vitrokeramische glas kunnen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.
Gelakte delen draaiknoppen
De draaiknoppen kunnen worden gereinigd met een vochtig schoonmaakdoekje en een mild reinigingsmiddel. De knoppen niet demonteren voor reininging.
De draaiknoppen zijn niet geschikt voor reiniging in de vaatwasser.
Reinigen glas kookplaat
Veeg het oppervlak schoon met een vochtige doek of spons met eventueel wat afwasmiddel (het beste telkens na gebruik). Daarna wrijft u de kookplaat met een droge doek of met keukenpapier droog. Let er altijd op dat alle doeken die u gebruikt proper zijn, zodat krassen op het oppervlak vermeden worden.
Voor hardnekkige vlekken
Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen en reinigingsmethode. Indien dit echter niet zou volstaan kunt u gebruik maken van een specifiek reinigingsproduct voor het reinigen van vitrokeramisch glas (bv. vitroclen)
Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder "Reinigen glas kookplaat" beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.
Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten.
Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen alleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigings middelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen.
Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het glasoppervlak in de loop van de tijd afgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken.
Gebruik de kookplaat niet als een werkblad of om materialen op te leggen.
Til de pannen/potten altijd op en schuif deze niet over de glasplaat.
9.2 Onderhoud van de afzuiging
9.2.1 Inlaatrooster uitnemen
Geen voorwerpen gebruiken die het inlaatrooster kunnen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.
Zet de kookplaat en naaloopstand eerst volledig uit vooraleerd onderdelen van de afzuiging te verwijderen.
Druk rechts op het inlaatrooster zodat deze kan kantelen.

Neem het inlaatrooster vast en leg het veilig weg op het keukenwerkblad.
Plaats het inlaatrooster niet op het glas van de kookplaat om krassen te vermijden. Plaats het inlaatrooster niet op een inschakelde kookplaat om opwarming te vermijden.
9.2.2 Inlaatrooster terugplaatsen
Zotg ervoor dat het monoblockfilter en vetfilter eerst geplaats zijn in het toestel vooralleer het inlaatrooster terug te plaatsen.
Neem het inlaatrooster vast en plaats deze centraal in de aanzuigopening via de positioneerpunten.

9.2.3 Reiniging van de vetfilter
Wanneer de vetfilter gereinigd dient te worden, wordt dit aangegeven door de vetfilter reinigingsindicatie (zie 7.1).
Toegang tot filter
- Verwijder het inlaatrooster (zie 9.2.1).
Neem het vetfilter vast via de handgrepen en hef deze uit de aanzuigopening.

Het metalen vetfilter kan met de hand of in de vaatwasser gereinigd worden. We raden aan om het vetfilter met de hand te reinigen.
Het filter handmatig reinigen:
Dompel het filter in een oplossing van kokend water waaraan een ontvettend afwasmiddel is toegevoegd.
- Gebruik geen agressieve, zuur- of alkalische reini- gingsmiddelen.
- Gebruik voor het reinigen een borstel.
Spoel vervolgens het filter uit onder de kraan met warm water en laat deze daarna uitlekken.
Het filter in de vaatwasser reinigen:
- Gebruik een gangbaar vaatwasmiddel.
Plaats de verzadigde vetfilters niet samen met servicegoed in de vaatwasser.
Kies een programma met een lage temperatuur (max. 65°C).
- Laat het vetfilter uitlekken na het reinigen.
WAARSCHUWING: In de vaatwasser kan het filter wat verkleuren. Dit heeft geen invloed op de werking van het filter.
WAARSCHUWING: Indien de bovenvermelde instructies niet worden uitgevoerd, ontstaat er door een te sterke vervuiling, kans op brandgevaar.
Na het reinigen:
Plaats het vetfilter via de handgrepen terug in de aanzuigopening in de juiste richting.
Plaats het inlaatrooster terug in de aanzuigopening.
- Reset de vetfilterindicatie (zie 7.1).
9.2.4 Vervangen van de monoblock filter (recirculatie modus)
- Verwijder het inlaatrooster (zie 9.2.1).
- Verwijder het vetfilter (zie 9.2.3).
- Neem de monoblock filter vast en kantel deze naar voor.
Plooi beide hoeken om en neem het monoblock filter uit de aanzuigopening.

Plooi de hoeken van het nieuwe monoblock filter terug om en plaats deze in het frame via de aanzuigopening.
– Druk het filter goed aan tegen het frame.
Plaats het vetvilter via de handgrepen terug in de aanzuigopening in de juiste richting.
Plaats het inlaatrooster terug in de aanzuigopening.
- Reset de vervangingsindicatie van de recirculatiefilter (zie 7.2).
10KLEINESTORINGEN VERHELPEN
10.1 Meldingen op de kookplaat
| Code | |
| – er staat geen kookpot op de kookzone– de kookpot is niet geschikt voor inductie de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzone | |
| Zie hoofdstuk 5.3.9 Warmhoudfunctie | |
| – Het elektronisch systeem is ontregeld. ∅ntkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan.– Doe beroep op de dienst na verkoop | |
| (Er03) | Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn. |
| 2 | De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze terug inschakelen. |
| 8 | De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten.Maak deze vrij. |
| 400 | De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aangesloten. Kijk de aansluiting na. |
| (Er47) | Probleem in het intern BUS-systeem van het apparaat. |
Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de dienst na verkoop contacteren.
De kookplaat of de kookzone werkt niet:
-de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten.
– de veiligheidszekering is gesprongen.
- kijk na of de vergrendeling is ingeschakeld.
- de tiptoetsen zijn met water of vet bespat.
- er staat een voorwerp op de tiptoetsen.
Een enkele zone of alle zones vallen uit:
– de veiligheid is in werking getreden.
-deze treedt in werking wanneer u vergeten bent een kookzone uit te schakelen.
-de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn.
- een kookpan is leeg en de bodem is oververhit.
- de kookplaat beschikt eveneens over een automatische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting.
De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel:
dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur.
– de ventilator stopt vanzelf.
De bediening van automatisch koken treedt niet in werking:
- de kookzone is nog warm.
- het maximum kookniveau staat aan [].
- het kookniveau werd aangezet met de toets[ .]
10.2 Meldingen bij de afzuiging
De afzuigkap zuigt niet goed af. Wat kan dit probleem veroorzaken?
€Controleer of het monoblock filter en vetfilter samen met het inlaatrooster correct zijn geplaatst.
Controleer de vetfilter. Respecteer de reinigingsindicatie. De filter dient gemiddeld één maal in de twee weken gereinigd te worden om een goede werking van de afzuiging te garanderen.
- Controleer de luchttoevoer in de woning. Zodra de afzuigkap aangezet wordt, dient er luchttoevoer aanwezig te zijn d.m.v. roosters in de ramen of door een raam open te zetten.
10.3 Storingen
Storing: In geval van storing, aarzel niet om onze hersteldienst te contacteren: www.novy.com/contact.
Kies eerst uw land.
Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodzakelijk dat de hersteldienst weet welk type apparaat u heeft. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje aan de onderkant van het toestel.
OVERZICHTFUNCTIES NOVY EASY PRESTIGE
Indicatie
8 Aanduiding en zone selectie toets
Warmhoud functie toets
Bediening kookplaat
Kookplaat inschakelen / uitschakelen
IN - Selecteer de zone door de betreffende draaiknop naar rechts te draaien.
Bedieningsindicatie van deze kookzone licht op [u-9].
UIT - De draaiknop naar links draaien tot bedieningsindicatie een of H aangeeft [☐/H].
Vermogensregeling instellen
MEER - Draai de draaiknop van de kookplaat naar rechts tot het gewenste vermogen [1-9].
MINDER - Draai de draaiknop van de kookplaat naar links tot het gewenste vermogen [9- 1].
In- en uitschakelen van Power
IN - De betreffende draaiknop rechtsom tot de aanslag draaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signaal te horen is [P].
UIT - De draaiknop linksom draaien [9-0].
Vermogensgrens geactiveerd
[9] wordt tot [8] gereduceerd en knippert [8].
Programmeren van de aankookautomaat
AAN -De betreffende draaiknop linksom tot de aanslag draaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signaal te horen is [R] en direct daarna de draaiknop terugdraaien op de gewenste doorkookstand [6-R].
UIT - draaiknop helemaal linksom draaien of links draaien tot de gewenste kookstand [9-0].
Warmhoudfunctie
IN - De betreffende draaiknop rechtsom tot de eerste aanslag [u].
UIT - De betreffende draaiknop linksom draaien tot bedieningsindicatie een [☐ of H] aangeeft of rechtsom draaien om gewenste kookstand te selecteren [1-9].
Flexzone manueel
AAN - De draaiknoppen van de voorste en achterste kookzone (A1 + A2 of B1 + B2) tegelijkertijd tot de aanslag naar rechts draaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signaal te horen is [7].
UIT - De draaiknoppen van de voorste en achterste kookzone (A1 + A2 of B1 + B2) tegelijkertijd linksom draaien tot bedieningsindicatie een [H] aangeeft.
Bediening afzuiging
Vermogensregeling afzuiging instellen
MEER - Draai de knop van de afzuiging naar rechts voor de gewenste vermogensstand [1-9].
MINDER - Draai de knop van de afzuiging naar links voor de gewenste vermogensstand [9- i].
Automatische vermogensrefeling afzuiging
AAN - Draai de knop van de afzuiging naar rechts tot de [R] in het display verschijnt.
UIT - Draai de knop van de afzuiging naar links om de afzuiging uit te zetten [1] of draai naar rechts voor de gewenste vermogenstand [1-9].
CONTENU
1 INFORMATIONS GÉNÉRALES 41
2 ENVIRONNEMENT ET ÉCONOMIES 42
NOVY nv behoudt zich het recht voor te allen tijde en zonder voorbehoud de constructie en de prijzen van haar producten te wijzigen.




[B23D]
























[8SDD]


























