Royal PKS 1635 - Zaag EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Royal PKS 1635 EINHELL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Royal PKS 1635 EINHELL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Royal PKS 1635 - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Royal PKS 1635 van het merk EINHELL.
GEBRUIKSAANWIJZING Royal PKS 1635 EINHELL
NL Gebruiksaanwijzin Elektrische kettingzaag
③ Verklarende aanwijzingen

De gevarendriehoek kenmerkt alle aanwijzingen die belangrijk zijn voor de veiligheid. Neem deze zeker altijd in acht, anders kunnen zware verwondingen het gevolg zijn! De bij de tekst gaande illustraties vindt u op de voorste uitvouwbare bladzijden. Hou ze open tijdens het bestuderen van de gebruiksaanwijzing.
① Verklarende aanwijzingen

19 Beveiliging tegen ontijdig
8 Geleiderail
inschakelen
9 Netkabel
20 Kettingkast
10 Achterste handgreep
21 Oliepeilglas
11 Achlerste handbescherming
22 Dichting
12 Kettingwiel
| Type PKS 1635/1 PKS 1840/1 | ||
| Netaansluiting 230 V ~ 50 Hz 230 V ~ 50 Hz | ||
| Nominaal vermogen 1600 W 1800 W | ||
| Snijlengle max.: 35 cm 40 cm | ||
| Snijsnelheid bij nominaal toerental 9 m/s 9 m/s | ||
| Vulhoeveelheid olletank 200 ml 200 ml | ||
| Gewicht zonder zwaard + ketting | 3,9 kg 3,9 kg | |
| Kettingrem | 0,1 sec | 0,1 sec |
| Bescheming klasse II / | ☐ | II / ☐ |
| Gegarandeerd geluidsvermogen onder last | 106 dB(A) | 106 dB(A) |
| Geluidsdrukniveau onder last | 84 dB(A) | 84 dB(A) |
| Versnelling: achterste handgreep onder last | 4,4 m/s2 | 4,6 m/s2 |
| (bepaaid volgens EN 50144) voorste handgreep onder last | 3,3 m/s2 | 3,5 m/s2 |
3. Verklaring van de pictogrammen

text_image
max. 350 1 a b max. 400 2 3 4 5- Maximale snijlengte:
a) bij PKS 1635/1 max. 350 mm
b) bij PKS 1840/1 max. 400 mm - Hoofd-, oog- en oorbeschermer dragen!
- Let op! Gebruiksaanwijzing lezen en veiligheidsvoorschriften in acht nemen!
- Bij beschadigde kabel netstekker uit het stopcontact trekken!
- Beschermen tegen vocht.
32

4. Veiligheidsvoorschriften

Bij gebruik van de machine moeten de veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen. Gelieve zich aan deze voorschriften te houden voor Uw veiligheid en voor de veiligheid van anderen vooraleer U de machine in werking stelt. Bewaar deze voorschriften veilig voor later gebruik. Gebruik de elektrische kettingzaag uitslultend voor het zagen van hout (houten stukken). Alle andere manier van toepassing geschiedt op eigen risico en is mogelijkkerwijze gevaarlijk. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een gebruik voor een andere bestemming dan in deze gebruiksaanwijzing vastgelegd of door verkeerde bedlening.

Veiligheidsvoorschriften en ongevallenpreventie
Gelieve vóór de eerste inwerkingstelling de gebruiksaanwijzing dachtig te lezen om
een foute hantering van de kettingzaag te voorkomen. Alle aanwijzingen voor het hanteren van de kettingzaag dienen steeds ook uw persoonlijke veiligheid! Laat u zich door een vakman praktisch wegwijs maken!
● Vóór het loszetten van de kettingrem het toestel uitschakelen.
- Bescherming tegen lawaai dragen om gehoor-
schade le voorkomen; van voordeel zijn helmen
met gelaatsschem.
- Zorg ervoor dat u bij het werken veilig staat.
● Schakel de machine uit voordat u haar neerzet.
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine telkens de netstekker uit het stopcontact.
- Stekker enkel in het stopcontact steken als de machine uitgeschakeld is.
- De kettingzaag mag alleen door één persoon worden bediend. Het verblijf van andere personen binnen het zwenkgebied van de kettingzaag is verboden. Let bijzonder op kinderen en huisdieren.
- De zaag moet bij het aanlopen vrij staan.
- De kettingzaag bij het werken met beide handen vasthouden!
- Kinderen en jongeren mogen de kettingzaag niet bedienen. Dit verbod geldt niet voor jongeren boven 16 jaar die onder toezicht opgeleid worden. De zaag enkel aan personen overhandigen (uitlenen) die principieel vertrouwd zijn met dit type en met de hantering. In elk geval handlei-
ding meegeven!
- Werken met de kettingzaag mag alleen wie uitgerust en gezond, dus lichamelijk in goede conditie is. Als u moe bent van te werken, op tijd een werkpauze inlassen. Na alcoholgebruik mag niet met de kettingzaag worden gewerkt.
- Wordt de machine een tijdje niet gebruikt, dient ze te worden afgezet zodat niemand in gevaar kan worden gebracht.
- Bij elke snede klauwaanslag hard aanzetten, pas dan met het zagen beginnen.
- De netkabel dient principieel achter de bedieningspersoon te worden geleid.
- Kabel altijd naar achteren wegleiden van de machine.
● Enkel originele accessoires gebruiken. - Toestellen die in open lucht worden gebruikt dienen via een aardlekschakelaar te worden aangesloten.
- Verlengkabel in open lucht: Gebruik in open lucht enkel verlengkabels die daarvoor goedgekeurd en overeenkomstig gekenmerkt zijn.
- Gebruik bij het zagen van bezaagd hout en dunne struikgewassen een veilige steun (zaagbok, fig. 4). Het hout mag niet worden gestapeld en het mag door geen andere persoon en niet met de voet worden vastgehouden.
● Rond hout moet worden beveiligd. - Bij het werken op een schuine ondergrond steeds naar de helling toe staan.
- Zaaginrichting alleen met draaiende zaagketting het hout uit trekken.
- Indien meerdere sneden worden uitgevoerd dient de elektrische zaag lussen de snijbeurten te worden uitgeschakeld.
- Wees voorzichtig bij het snijden van gesplinterd hout. Afgezaagde houten stukken kunnen worden meegesleurd (Iichamelijk gevaar!).
- Elektrische kettingzaag bij het verwijderen van houten stukken en andere voorwerpen niet gebruiken als hefboom of schop.
- Het wegsnoeien van takken is enkel voorbehouden aan personen die daarvoor opgeleid zijn. Lichamelijk gevaar!
- Let bijzonder op takken die onder spanning staan. Vrij hangende takken niet van beneden doorzagen.
- Bij het snoeien van takken niet op de stam gaan staan.
- De elektrische zaag mag niet in de bosbouw, dus voor het vellen en snoeien van takken in het bos, worden gebruikt. De nodige beweeglijkheid en veiligheid van de zaagbedlenaar is hier vanwege de kabelverbinding niet gewaarborgd.
- Bij het vellen enkel zijdelings van de neerkomen-
NL

NL
de boom gaan staan.
- Bij het teruggaan na de velsnede dient u op neerkomende takken te letten.
- Bij het werken op een helling dient de bedienaar van de zaag hoger dan de te bewerken stam of liggende boom of zijdelings ervan te staan.
- Indien de aansluitkabel wordt beschadigd, dient die door de fabrikant of door zijn vertegenwoordiger van de dienst na verkoop te worden vervangen om gevaren te voorkomen.
Om terugslag te vermijden zijn volgende punten in acht te nemen:
- De elektrische zaag nooit met de top van de rail aanzetten om te snijden! Top van de rail altijd in het oog houden.
- Nooit met de top van de rail zagen! Wees voorzichtig bij het voortzetten van reeds begonnen sneden.
- De snede altijd met draaiende zaagketting beginnen!
- Zaagketting steeds naar behoren scherpen.
- Nooit meerdere takken tegelijk doorzagen! Tijdens het afsnoeien erop letten dat geen andere tak wordt geraakt.
- Tijdens het pas zagen op dichtbij liggende stammen letten. Indien mogelijk zaagbok gebruiken.
5. Transport van de kettingzaag
Vóór het transport van de kettingzaag de netstekker uittrokken en de kettingkast over rail en ketting schuiven. Wanneer meerdere sneden met de kettingzaag worden uitgevoerd, moet de zaag tussen de sneden worden uitgeschakeld.
6. Voor inwerkingstelling
De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens vermeld op het kenplaatje van de machine. Telkens voor werkbegin de kettingszaag controleren op correcte werkwijze en voorgeschreven bedrijfszekere toestand. Voor werkbegin de functie van de kettingsmering en het oliepeil controleren (zie fig. 9). Wanneer de olie (5 mm boven de onderste rand staat (in de illustratie door „min“ gekenmerkt), moet olie worden bijgevuld. Boven dit peil werkt u in een veilig geblied. Kettlingzaag inschakelen en boven heldere grond houden. Opgelet! De ketting mag de grond niet raken; daarom een veiligheidsafstand van ± 20 cm houden. Als zich nu een toenemend oliespoor vertoond, werkt de kettingsmering correct. Als zich geen oliespoor vertoond, eventueel olie-uitloopkanaal (4), de bovenste kettingspanboring
en het oliekanaal schoonmaken of de klantenservice consulteren. (Gelieve hiervoor zeker ook de alinea „Kettingolie Ingleten en kettingsmering“ lezen). Kettingspanning controlleren en zo nodig naspannen (zie alinea „Spannen van de zaagketting“). Werking van de kettingrem controlleren (zie ook alinea „Loszetten van de kettingrem“).
7. Montage van de geleiderail en zaagketting
Netstekker mag niet ingestoken zijn.
- Let op ! Het voorste handscherm (2) moet altijd in de bovenste (verticale) positie staan.
Geleiderail en zaagketting worden niet gemontleerd bijgeleverd. Voor de montage eerst de moer (16) afschroeven en de afdekking (15) van de remkast verwijderen. De kettingspanbout (13) moet zich in het midden van de geleider (5) bevinden. Haal, indien nodig, de kettingspanbout aan d.m.v. de kettingspanschroef (6). Gedurende de montage alsook bij het spannen en de eindcontrole handschoenen dragen als bescherming tegen verwondingen door de scherpe snijkanten. Voór het monteren van de geleiderail met zaagketting de snijrichting van de tanden in acht nemen! De looprichting is op de afdekking (15) aangeduid door een pijl. Ter bepaling van de snijrichting, indien nodig, zaagketting omdraaien (7). Geleiderail (8) met het uiteinde recht omhoog houden en zeagketting (7), aan het uiteinde van de rall beginnend, installeren. Monteer dan de geleiderail met zaagketting als volgt : Geleiderail met zaagketting op de zwaardgeleider (5) of kettingspanbout (13) aanleggen. Zaagketting rond het kettingwiel (12) leggen, controleren of de kettling naar behoren is gemonteerd (zie fig. 1 / pos. 7). Afdekking (15) aanzetten en lichtjes aanhaien d.m.v. de moer (16). Vervolgens dient u de zaagketting naar behoren te spannen :
8. Spannen van de zaagketting
Trek telkens de netstekker uit het stopcontact voordat u aan de machine werkt. Veiligheidshandschoenen dragen!
Let erop dat de zaagketting (7) in de geleidegroef van de rail (8) ligt! Kettingspanschroef (6) m.b.v. een kruiskopschroe-vendraaier naar rechts met de wijzers van de klok mee draaien tot de zaagketting correct is gespannen. Vervolgens drukt u de geleiderall omhoog terwijl u de moer (16) aanhaalt. Controleer opnieuw de spanning van de ketting (zie fig. 10). De zaagketting niet te hard spannen. In koude bedrijfstoestand moet u de
ketting in het midden van de geleiderail ca. 3 mm kunnen optillen. Moer (16) goed aanhalen. Als de zaagketting warm wordt gaat de ketting uitzetten en doorhangen. De zaagketting zou dan kunnen afspringen. Indien nodig, ketting naspannen. Als de zaagketting in warme toestand wordt nagespannen dient u ze aan het einde van de zaagwerkzaamheden zeker te ontspannen.
De ketting zel uit als ze warm wordt en hangt slap. Het gevaar bestaat dat de zaagketting afspringt. Zo nodig, naspannen. Als de ketting in warme toestand vaster wordt gespannen, moet ze aan het eind van de zaagwerkzaamheden zeker worden ontspannen. Anders zouden er zich tijdens het afkoelen hoge spanningen voordoen door samentrekken van de zaagketting. Een nieuwe zaagketting heeft een inlooptijd van ± 5 minuten nodig. Daarbij is een voldoende kettingsmering uiterst belangrijk! Na het inlopen kettingspanning controleren of naspannen.
9. Kettingolie bijvullen
Olietankkap (3) vóór het openen schoonmaken om te voorkomen dat vuil in de tank terechtkomt. De inhoud van de olietank tijdens het zaagwerk aan het oliepeilglas (21) in het oog houden. Olietankkap (3) goed sluiten en eventueel overgelopen olie afkuisen.
10. Kettingsmering
Ter voorkoming van bovenmatige slijtage moeten de zaagketting en de geleiderail tijdens het werken regelmatig worden gesmeerd. De smering gebeurt automatisch. Nooit zonder kettingsmering werken! Bij droog draaiende ketting wordt de hele snij-inrichting binnen korte tijd zwaar beschadigd. Daarom talkens voór werkbegin de kettingsmering en het oliepeil controleren (fig. 9). De zaag nooit in werking stellen als zich het oliepeil onder het 'Minimum'-merkteken bevindt (fig. 9).
● Minimum: Wanneer het oliepeil enkel maar ± 5 mm aan de onderste kant van het oliepeilglas (21) zichtbaar is, moet olie worden bijgevuld.
● Maximum: Olle bijvullen tot het ollepellglas gevuld is.
11. Controleren van de automatische oliesmering
Telkens vóór werkbegin de functie van de kettingsmering en het oliepeil controleren. Kettingzaag inschakelen en boven heldere grond houden. Let op!
De ketting mag de grond niet raken; daarom een veiligheidsafstand van ± 20 cm houden. Als zich nu een toenemend ollespoor vertoond, werkt de kettingsmering correct. Als zich geen ollespoor vertoond, eventueel het olie-uitloopkanaal (4), de bovenste kettingspanboring (14) en het oliekanaal schoonmaken of de klantenservice consulteren. (fig. 3).
12. Kettingsmeerolie
De levensduur van zaagkettingen en geleiderails is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte smeerolie. Het gebruik van afgewerkte olie is niet toegestaan! Gebruik enkel milieuvriendelijke kettingsmeerolie. Kettingsmeerolie enkel in goedgekeurde vaten opslaan.
13. Geleiderail
Aan het keerpunt en aan de onderkant is de geleiderail (8) blootgesteld aan een bijzonder hoge slijtagebelasting. Teneinde een eenzijdige slijtage te voorkomen de geleiderail (8) telkens na het scherpen van de ketting omdraaien.
14. Kettingwiel
De belasting van het kettingwiel (12) is bijzonder groot. Wanneer het aan de tanden duidelijke inloopsporen vertoond, moet het zeker worden vernieuwd. Een ingelopen kettingwiel verminderl de levensduur van de zaagketting. Kettingwiel door een speciaalzaak of door de klantenservice laten vervangen.
15. Kettingkast
De kettingkast (20) moet onmiddellijk aan het einde van uw werk resp. vóór het transport over de ketting en het zwaard worden gestoken.
16. Kettingrem
In geval van een terugslag van de zaag wordt de ket- tingrem door de voorste handbescherming (2) in wer- king gezet. De voorste handbescherming (2) wordt door de handrug naar voren gedrukt. Daardoor wordt de kettingrem, de kettingzaag resp.de motor binnen 0,10 sec tot stilstand gebracht.
17. Loszetten van de kettingrem
Om uw zaag opnieuw bedrijfsklaar te maken moet de zaagketting worden ontgrendeld. Eerst het toestel
NL
uitschakelen. Dan de voorste handbescherming (2) in zijn verticale uitgangspositie terugklappen tot hij vast vergrendeld is. Daardoor is de kettingrem opnieuw in staat zijn functie te vervullen.
18. Zaagkettingen scherpen
Uw zaagketting wordt door een speciaalzaak snel en deskundig nageslepen. In de gespecialiseerde handel zijn ook kettingscherpinrichtingen (vijltoestellen) verkrijgbaar waamee u uw zaagketting zelf kunt scherpen. De overeenkomstige gebruiksaanwijzing dient nageleefd te worden.
Onderhoud uw gereedschap zorgvuldig. Hou uw gereedschappen scherp en schoon om goed en veilig te kunnen werken. Volg de onderhoudsvoorschriften en de aanwijzingen op aangaande het vervangen van de gereedschappen.
19. Inbedrijfstelling



Tijdens het werk uit principe veiligheidsbril, gehoorbeschermer, veiligheidshandschoenen en vaste werkkledij dragen!
Werken op een ladder, in de boom of op dergelijk onstabiele standplaatsen is verboden. Niet boven schouderhoogte en ook niet met een hand zagen.
Zaag alleen gebruiken met toegelaten verlengkabel met voorgeschreven dikte van de isolatie en koppelingen voor gebruik in open lucht (toegelaten rubberkabel), passend bij de stekker van het toestel. Om het toestel in te schakelen, met de linker hand de voorste handgreep (1) en met de rechter hand de achterste handgreep (10) omvallen. Aanzetten : Aanzetgrendel (19) samen met AAN/UIT-schakelaar (18) Indrukken. Functie van de kettlingrem controle- ren.

Indien de kettingzaag niet draait moet de kettingrem worden uitgezet d.m.v. het voorste handscherm (2). Lees hiervoor zeker het hoofdstuk „kettingrem“ en „uitzetten van de kettingrem“.
Na het aanzetten draait de kettingzaag onmiddel- lijk met maximumsnelheid.
Uitzetten : AAN / UIT schakelaar (fig. 18) loslaten. Zet de kettingzaag pas neer als de ketting stilstaat ! Telkens na het werken met de kettingzaag is het
aan te raden : de zaagketting en de geleiderail schoon te maken. Kettingbeschermer aanbrengen.
Bescherming van het toestel

Het toestel mag niet in de regen of in vochtige omstandigheden worden gebruikt.

Bij beschadiging van de verlengkabel onmiddellijk de netstekker uit het stopcontact trekken. Een beschadigde kabel mag niet meer worden gebruikt.
In geval van beschadiging van de verlengkabel onmiddellijk de netstekker uit het stopcontact trekken. Een beschadigde kabel mag niet meer worden gebruikt.
Controleer uw toestel op beschadigingen.
- Voór gebruik van het gereedschap de veiligheidsinrichtingen of eventuele licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun correcte functie zoals in deze gebruiks aanwijzing bepaald controleren. Controleer of de beweeglijke onderdelen correct werken. Alle onderdelen moeten naar behoren geinstalleerd zijn en alle voorwaarden vervullen om de correcte werkwijze van het toestel te waarborgen. Beschadigde veiligheidsinrichtingen en onderdelen moeten onmiddellijk deskundig worden hersteld of vervangen door een klantenservice-werkplaats of door ISC-GmbH, indien in deze gebruiksaanwijzing niet anders vermeld.
Werkaanwijzing
Terugstoot van de zaag
- Als hout op lengte wordt gezaagd dient u de klauwaanslag aan het te zagen hout aan te zetten (zie fig. 4).
- Vóór elke afkortsnede klauwaanslag hard aanzetten, pas dan met draaiende zaagketting in het hout zagen. Daarbij trekt u de zaag aan de achterste greep omhoog en leidt u de zaag aan de voorste handgreep. De klauwaanslag dient als draaipunt. Het nazetten gebeurt door lichtjes op de voorste handgreep te duwen. Daarbij de zaag iets terugtrekken. Klauwaanslag dieper aanzetten en opnieuw de achterste greep omhoogtrekken (zie fig. 5).
- Insteek- en langssneden mogen alleen door personen worden uitgevoerd die ervoor speciaal zijn opgeleid (verhoogd terugstootgevaar, zie fig. 6).
- Langssneden met een zo scherp mogelijke hoek aanzetten. Hier dient u bijzonder voorzichtig te werk te gaan omdat de klauwaanslag in dit geval
NL
niet kan worden gebruikt.
- De elektrische kettingzaag kan bij het snijden met de bovenkant van de rail in de richting van de bedienaar worden gestoten mocht de zaag-ketting vastklemmen. Daarom is het aan te raden indien mogelijk met de onderkant van de rail te zagen omdat de zaag weg van het lichaam in de richting van het hout wordt getrokken (zie fig. 7 en 8).
- Bij het snoeien van takken dient de elektrische kettingzaag zoveel mogelijk op de stam te worden ondersteund. Hierbij mag niet met de top van de rail worden gezaagd (terugstootgevaar, zle flg. 6).
- Op aanrollende boomstammen letten. Terugstoot!
- Een terugstoot van de kettingzaag kan ontstaan als de top van de rail (vooral het bovenste kwart) onbedoeld hout of andere vaste voorwerpen raakt. Daarbij wordt de elektrische zaag onge-controleerd met hoge energie in de richting van de bedienaar van de zaag geslingerd (lichamelijk gevaar!!).

Fig. 6
U vermijdt zaagongevallen als u niet met top van de rall zaagt; de top kan bliksemsnel omhoogslaan. Bij het werken met de zaag volledige beschermende uitrusting dragen.

Beveilig uw werkstuk.
Gebruik spaninrichtingen om het werkstuk vast te zetten. Daardoor kan u de machine met beide handen veilig bedienen.
Terugstoot leidt tot ongecontroleerd gedrag van de zaag. Daardoor bestaat het gevaar dat u zware verwondingen oploopt. Niet met een botte ketting of met onvoldoende kettingspanning zagen. Een ondeskundig geslepen ketting verhoogd het terugstootrisico. Nooit boven uw schouder zagen.
20. Wenken voor het gebruik
Hout in stukken zagen (zie fig. 4 en 5)
Neem alle veiligheidsvoorschriften in acht en ga als volgt te werk om hout in stukken te zagen: Hout veilig opleggen. Korte houtblokken vóór het zagen beveiligen door vastspannen. Enkel hout of houten voorwerpen zagen. Er bij het zagen op letten dat geen stenen, nagels enz. worden geraakt. Deze kunnen wegspringen en de zaagketting beschadigen. Vermijd ieder contact van de draaiende zaag met
draadhekken of met de grond. Bij het afsnoeien moet de machine zoveel mogelijk worden gesteund. Hierbij mag niet met de top van de rail worden gezaagd. Let op hindemissen zoals boomstronken, wortels, sloten en heuvels; struikelgevaar!
Let wel :
Kettingzaag moet onmiddellijk voor het contact met het hout draaien!
Aanzetten : Aanzetgrendel (19) en AAN/UIT-schakelaar (18) indrukken. Onderste klauw (17) in contact brengen met het hout. Kettingzaag aan de achterste handgreep (10) omhoogtrekken en het hout in zagen. Kettingzaag iets terugzetten en klauw (17) lager aanzetten. Wees voorzichtig bij het snijden van gesplinterd hout. Houten stukken kunnen worden meegesleurd.
Uitzetten : AAN / UIT-schakelaar loslaten.
Netstekker uit het stopcontact trekken.

Kettingzaag alleen met draaiende zaagketting het hout uit trekken. Wie zonder aanslag zaagt kan naar voren worden gesleurd.
Hout onder spanning

Fig. 10.1: Stam aan de bovenkant onder spanning.
Gevaar: boom slaat omhoog!
Fig. 10.2: Stam aan de onder kant onder spanning.
Gevaar: boom slaat naar beneden!
Fig. 10.3: Dikke stammen en grote spanning
Gevaar: boom slaat bliksemsnel met geweldige macht uit!
Fig. 10.4: Stam zijdelings gespannen.
Gevaar: boom slaat uit naar de zijkant.
Bomen vellen
Neem de veiligheidsvoorschriften in acht en ga bij het vellen van bomen als volgt te werk:
Met de kettingzaag mag u enkel bomen vellen waarvan de diameter kleiner is dan de lengte van de geleiderall! Noot proberen de vastzittende zaag met draaiende motor vrij te krijgen. Vastzittende zaagketting vrijzetten met behulp van een houten wig!

Let op!
Gevarenzone: vallende bomen kunnen andere bomen meesleuren. Daarom wordt als gevarenzone (velzone) de dubbele lengte van de boom aangenomen. (Fig. 11).

NL

Let op:
Voordat u begint te snijden dient u een vluchtgebied (A) te plannen en vrij te maken. Het vluchtgebied moet zich naar achteren naar de achterkant van de te verwachten valrichting (B) uitstrekken (fig. 13).

Let op:
Voordat u de definitieve snede uitvoert, dient u er zich van te vergewissen dat geen toeschouwers, dieren of hindernissen op de plaats aanwezig zijn waar de boom neerkomt.
Het vellen van bomen is gevaarlijk en moet eerst worden aangeleerd. Als u beginneling of ongeoefend bent blijft u beter af van het vellen! Volg voordlen een cursus.
(Fig. 12)
Velrichting:
- Eerst de verlichting vooraf berekenen rekening houdend met het zwaartepunt van de boomkruin en de windrichting. Kettingzaag moet onmiddellijk vóór het raken van het hout draalen. Kettingzaag inschakelen. In valrichting van de boom een insnijding zagen. Aan de overkant van de insnijding een horizontale snede (velsnede) inzagen.
- Velkerf aanleggen: hij geeft aan de boom richting en leiding.
- Velrichting controleren: Als u de velkerf moet corrigeren, altijd over de hele breedte nasnijden.
- „Opgelet, boom valt“ roepen.
- Pas dan de velsnede uitvoeren: hij wordt hoger aangelegd dan de velkerfzool. Op tijd wiggen zetten.
- Breeklijst laten staan: ze werkt als een schemier. Als u de breeklijst doorzaagt valt de boom ongecontroleerd.
- Boom met behulp van wiggen doen kantelen, niet omzagen. Als de boom valt, terugtreden. Kruinruimte in het oog houden, wachten totdat de kruin ophoudt met slingeren. Niet onder takken verder werken die zijn blijven hangen.
Vel niet:
- wanneer u details in de velzone niet meer kunt onderscheiden bv. bij mist, regen, sneeuwjacht of schemering;
- wanneer de velrichting tengevolge van de wind of rukstoten niet meer veilig kan worden aangehouden. Velwerk op steile hellingen, bij ijzel, bevroren of gerijmde grond zijn enkel te verantwoorden als u werkelijk veilig kunt staan.
Uitschakelen:
De netslekker uit het stopcontact trekken. Om te vellen moet u daarna een wig in de horizontale snede slaan. Als u na de velsnede achteruit stapt dient u op vallende takken te letten.
Accessoires:
Gebruik uitsluitend originele wisselstukken.
| Geleiderail | PKS | 1635/1 |
| Geleiderail | PKS | 1840/1 |
| Zaagketting | PKS | 1635/1 |
| Zaagketting | PKS | 1840/1 |
Onderhoud en schoonmaken
Vóór alle werkzaamheden aan de machine de stekker uit het stopcontact trekken!
Ventilatiespleten vrij en schoon houden. Aan de kettlingzaag mogen enkel de onderhoudswerkzaamheden beschreven in deze handleiding worden uitgevoerd. Verdergaande werken zijn voorbehouden aan de klantenservice. Er mogen geen veranderingen aan de elektrische zaag worden uitgevoerd. U kunt daardoor uw veiligheid in gevaar brengen. Moest de machine ondanks zorgvuldige herstel- en controle-procedures ooit defect raken, dient de herstelling door een geautoriseerde klantenservice-workplaats te worden uitgevoerd. Bij vragen om nadere inlichtingen en bij bestelling van onderdelen gelieve de type-aanduiding alsook het bestelnummer van negen cijfers te vermelden.
Berging
Berg uw kettingzaag veilig op
Niet gebruikte gereedschappen dienen schoongemaakt te worden opgeborgen op een effen vlakte, in een droge berging, voor kinderen niet bereikbaar.
NL
Verhelpen van storingen
Gelieve de veiligheidsvoorschriften op blz. 8 en 9 in acht te nemen.
| Storing Oorzaak Oplossing | |
| Motor draait niet Geen stroom Stopcontact, kabel, leiding, stekker controlerenKettingrem Kabelschade: door klantenservice latenherstellen. Het is verboden kabel met isolatie band te repareren.Beschadigde schakelaars dienen door de klantenservice-workplaats te worden vorvangen.Zie punten 16 en 17 „Kettingrem" en „Loszetten van de kettingrem" | |
| Ketting draait niet Kettingrem Kettingrem controleren, eventueel loszetten | |
| Onvoldoend snijvermogen Ketting bot Ketting scherpenKetting fout gemonteerd Controleren of de ketting naar behoren is gemonteerdKettingspanning Kettingspanning controleren | |
| Zaag draait stroef Kettlingspanning Kettingspanning controleren | |
| Ketting springt van het zwaard | |
| Ketting wordt warm (droog) Kettingsmering Oliepell controlerenKettingsmering controleren | |
Geen gereedschap gebruiken, waarbij de schakelaar niet kan worden in- of uitgeschakeld.
Bij alle andere defecte functies gelieve zich in verbinding te stellen met een geautoriseerde klantenservice-werkplaats, onze centrale service of met uw handelaar.
E
1. Elementos de mando
Op het in de handeling genoemdte toestel geven uit 2 jaar garande voor het gevat dat ons product gebruiken mocht verloten. De periode van 2 jaar gest in met de geoverhangeng af de oversname van het toestel door de klant. De garantie kan enkel worden geplaidd op voorwaarde dat het toestel naar boheren is onderhouden en gebruikt conform de handeling.
Varzellsprekend blijven u de wettelijke garantierschten binnen deze 2 jaar behouden.
De garantie gelicht voor het grongopied van de Borsapubliek Deutschland of van de respectivkelijke landen van de regionale hoordvorder als aanvulling van die for plaatse goldone wetelijk voorschiffon. Geltieve zich tot uw contasporsoon van de regional bevoegde klantendienst of tot het hieronder vermelde servicechies in werten.
© CERTIFICADO DE GARANTIA
Nadruk of andere reproductie van documentate en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeelletijk, enkel toegeetsaan mits utdrukkelijke toestemming van ISO GmbH.