DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Airconditioning

UATYA50BFC2Y1 - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis UATYA50BFC2Y1 DAIKIN in PDF-formaat.

📄 356 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - page 108
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over UATYA50BFC2Y1 DAIKIN

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UATYA50BFC2Y1 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UATYA50BFC2Y1 van het merk DAIKIN.

GEBRUIKSAANWIJZING UATYA50BFC2Y1 DAIKIN

Gebruikershandleiding

Eenheid monoblok-rooftop

Manual de operación

16.1.4 Functies van de c.pCO-controller 110

17 Snelle inbedrijfstelling 111

17.1 Hoofdfuncties 111

17.2 Het apparatus aan- en uitschakelen 111

17.2.1 Het apparatus aan- en uitschakelen via het display 111
17.2.2 Het apparatus aan- en uitschakelen via een extern vrijgavesignaal 111
17.2.3 Het apparatus aan- en uitschakelen via het BMS 111

17.3 Setpoints wizgen 112

17.3.1 Setpoints wizzigen via het display 112
17.3.2 Setpoints wizzigen via het BMS 112

17.4 Taalinstelling 112
17.5 Datum en tijd instellen 113
17.6 Tijdsintervallen instellen 113

18 Grafische aspecten van het display 114

18.1 Grafische conventies 114
18.1.1 Iconen en symbolen 114

19 De maskers 116

19.1 De maskerstructuur 116
19.1.1 Het maskernenu 117
19.2 Navigatie:tussen de menu's 118
19.2.1 Info 118
19.2.2 Verzoek 118
19.2.3 Synopsis 119
19.2.4 Login 120

20 Softwarefuncties 121

20.1 Introductie 121
20.2 Beheer van de setpoints 122

20.2.1 Dynamische instelling 122
20.2.2 Dynamisch setpoint van buitenluchtsonde bij koeling 123
20.2.3 Dynamisch setpoint van buitenluchtsonde bij verwarming 124

20.3 Temperatuurregeling 125

20.3.1 Temperatuurregeling bij koeling 126
20.3.2 Temperatuurregeling bij verwarming 128
20.3.3 Uitschakeling van de verwarming in functie van de buitenluchttemperatuur. 130

20.4 Vochtigheidsregeling 131
20.4.1 Relatieve-vochtigheidsregeling met proportionele regeling 132
20.5 Luchtbevochtiging 133
20.5.1 Aanvullende functies van de geintegreerde luchtbevochtiger 133

20.6 Luchtontvochtiging 133

20.7 Regeling van de elektrische voeding 134

20.7.1 Fasevolgorde 134
20.7.2 Minimale/maximale spanning 134
20.7.3 Snelle herstart 134

20.8 Besturing van de schuifkleppen 135

20.8.1 Besturing van de schuifkleppen 136
20.8.2 Besturing van de schuifkleppen 136
20.8.3 Starten van de unit 136
20.8.4 Reiniging 136
20.8.5 Recirculatie 137

20.9 Bijverwarming 138

20.9.1 Besturde apparaten 139
20.9.2 Naverwarming 139
20.9.3 Activering met tijsintervallen

20.1 Introductie
20.2 Alarmtable

140

141

141

16.1 Algemeen

Informatie over het gebruik van deze handleiding.

Het doel van deze handleiding is om alle nodige informatie te verstrekken voor het gebruik van de controller en zijn software-appications in de units vermeld op het voorblad.

Deze handeigbing bevat gein informatie over de installation van de units en de bijbehorende controles en regelingen voor de eerste opstarting.

Wij danken bij voorbaat iedereen die ons meldingen toestuurt over foulten, wegatingen, secties die nadere uitleg vereisen of bewerkingen die nicht zich opgenomen in de handleiding.

16.1.4 Functies van de c.pCO-controller

De software-applicatie voor de elektronische microprocessor-controller van de c.pCO-serie is ontworpen om Rooftop-units te beheren.

Hij biedt de mogelijkheid om, via een passende configuratie, een breed assortment units met bijbehorende specifieke functies te beheren.

Met "beheer van Rooftop-units" bedoelen we "ervoor zorgen dat alle onderdelen waaruit hij bestaat veilig kunnen werkenijdens alle gebruiksfasen".

De c.pCO-serie elektronische microprocessor-controllers omvat modules van verschillende groottes. Dankzij de flexibilitit van de software maakt dit een optimaal gebruik möglichk door voor elke toepassing te kiezen voor het juiste,aantal vereiste in-en uitgangen.

Het c.pCO-bord is aangesloten op de verschillende modules en communiceert met hen door middel van een snelle betrouwbare veldbus.

De gebruikersinterface van de controller is een 4,3-inch kleurenaanraakschem.

17.1 Hoofdfuncties

Hier volgen de instructies voor wijziging van de belangrijkste besturingsfuncties van de unit.

17.2 Het apparatus aan- en uitschakelen

17.2.1 Het apparatus aan- en uitschakelen via het display

Gebruik het "Aan/Uit" pictogram op het hoofdmasker voor toegang tot het masker voor starten/stappen van de unit.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Het apparatus aan- en uitschakelen via het display - 1

In het bovenste deel van het masker worden de status van de unit weergegeven, in het midden staat het "Aan/Uit"-pictogram.

Door het pictogram aan te raken, verandert de status van de unit van "in werkung" waar "uitgeschakeld" en vice versa.

17.2.2 Het apparatus aan- en uitschakelen via een extern vrijgavesignaal

Om de unit te kunnen aan- en uitschakelen via een extern verzoek, moet de betreffende functie werkzaam zich.

Om het apparaat aan te schakelen, moet externe vrijgave worden afgesloten. Om het uit te schakelen, moet het worden geopend.

De externe vrijgave moet worden aangesloten op de klemmen "1" en "56" van het klemmenbord.

Om de unit te kunnen aan- en uitschakelen via een extern verzoek, moet de betreffende functie werkzaam zijn.

Om het apparaat aan te schakelen, moet externe vrijgave worden afgesloten. Om het uit te schakelen, moet het worden geopend.

De externe vrijgave moet worden aangesloten op de klemmen "1" en "2" van het klemmenbord.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Het apparatus aan- en uitschakelen via een extern vrijgavesignaal - 1

De externe vrijgave moet een spanningsloos contact hebben.

17.2.3 Het apparatus aan- en uitschakelen via het BMS

Om de unit te kunnen aan- en uitschakelen via het BMS, moet de betreffende functie werkzaam zijn.

Raadpleeg het specifieke document voor BMS-beheer.

17.3.1 Setpoints wizzigen via het display

Druk in het hoofdmenu op "Setpoint" om het masker te openen met de functies die de wijziging van het setpoint möglichk make.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Setpoints wizzigen via het display - 1

Selecteer in hetsubmenu "Setpoint" de functie waarvoor u het setpoint wilt wijzigen.

Scroll indien nodig door de parameters totdat de setpoint-parameter verschijnt.

Selecteer de setpoint-parameter om het toetsenbordje te activeren.

Stel de nouvelle waarde in en bevestig met het groene vinkje.

De units met werkmodus-wissel haben zowel een setpoint voor koeling "ST7" als een voor verwarming "STH7".

De Waarde van het setpoint voor koeling "ST7"要去 algtd groter zich dan die voor het setpoint voor verwarming "STH7".

Als per ongeluk waarden worden ingesteld die nicht aan deze voorwaarde voldoen, activeert de controller het alarm "AL183".

Het alarm "AL183" is enkel een signalering.

17.3.2 Setpoints wizzigen via het BMS

Om het setpoint te konnen wijzigen via het BMS,要去 de betreffende functie werkzaam zijn.

Raadpleeg het specifieke document voor BMS-beheer.

17.4 Taalinstelling

Druk in het hoofdmenu op "Talen" voor toegang tot de pagina's met de beschikbare talen.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Taalinstelling - 1

Indien de gewenste taal nicht worden weergegeven op de pagina, kan deze worden opgezocht met behulp van de pijltjes.

De gewenste taal worden geactiveerd na de selectie ervan.

17.5 Datum enijd instellen

Scroll door het hoofdmenu totdat u "Configurations" vindt en selecteer deze optie.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Datum enijd instellen - 1

Selecteer in "Configuraties" de optie "Datum enijd" voor toegang tot de pagina voor wijziging van de instellenen.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Datum enijd instellen - 2

Selecteer rechtsonder het schrijf-pictogram voor toegang tot de instelpagina.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Datum enijd instellen - 3

Door de afzonderlijke groene waarden te selecteren, worden het virtuele toetsnbord geactiveerd waarmee u neue waarden kunt instellen. De waarde要去 na wijziging worden bevestigd met het vinkje.

Daarna要去 instelling worden opgeslagen met het opslag-pictogramrechtsonder.

Met de linkerpijl is het möglichk om terug te keren maar het vorige masker, zonder opslag van de uitgevoerde wijzigingen.

17.6 Tijdsintervallen instellen

De instelling van de tijdsintervallen vereist de toegang met een wachtwoord.

Scroll door het hoofdmenu totdat u "Parameters" vindt en selecteer deze optie.

Scroll door het menu "Parameters" totdat u "ES Energy saving" vindt.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Tijdsintervallen instellen - 1

Selecteer "ES Energiebesparing" voor toegang tot de groep parameters voor instelling van de tijdsintervallen. Raadpleeg het betreffende hoofdstuk voor de logica van parameterinstelling.

Tijdens de ontwikkelingsfase van de applicatie werden bijzondere aandacht besteed aan het intuitieve gebruik van de gebruikersinterface.

18.1 Grafische conventies

Met behulp van het aanraakschemkunt u door de interface navigeren.

Sommige intuiftieve iconen zijn gebruikt als knoppen om gemakkelijkussen de maskers en menu's te bladeren.

Andere eenvoudige symbolen worden gebruikt om organen en actieve functies aan te duiden.

Hier volgen de iconen die als knappen worden gebruikt en de symbolen die aanwezig zijn op de verschillende interfacemaskers.

18.1.1 Iconen en symbolen

De iconen fungeren op het aanraakschem als fysieke toetsen om:tussen de menu's en binnen de maskers te navigeren. De volgende iconen zich aanwezig:

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 1

"loop";

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 2

"Info" icoon voor toegang tot de maskers met informatie over de software en het apparaat. Met de pijltjestoetsen kunt u bewegen binnen de actuèle "loop";

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 3

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 4

"Koud/Warm" icoon voor toegang tot het masker voor de werkmodus-wissel (koeling/verwarming) via de gebruikersinterface;

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 5

"Menu" door indrukking van deze icoon vanaf het hoofdmasker gaat u maar het masker "Menu". Door indrukking van deze icoon vanaf alle andere maskers gaat u eeniveau terug;

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 6

"Verzoek" iconoovtoegangtotde maskersdie deverschillende systemverzoekentonmepijtjestoetskunutu bewegenbinnendeactuele"loop";

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 7

"Schuifkleppen" icon voor toegang tot het masker met de werkmodus van de schuifkleppen. Met de pijtjestoetsen kut u bewegen binnen de actuèle "loop";

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 8

"Synopsis" icoon voor toegang tot het masker met het basisschema van het circuit van de unit; Door de circuitcomponenten aan te raken, krijgt u toegang tot de betreffende informatie en parameters.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 9

Door deze icoon aan te raken, krijgt u toegang tot het alarmmenu. Als de icoon rood is, is er minstens een alarm actief; als het grijs is, is er geen alarm actief.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 10

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 11

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 12

deze icoon aan te raken, kurz u de betreffende functie aan- of uitschakelen.

deze icoon aan te raken, kurz u maar links gaan binnendezelfde maskerloop.

deze icoon aan te raken, kutn u waar rechts gaan binnendezelfde maskerloop.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 13

deze icoon verschijnt op de login-page na invoerig van het wachtwoord. Door deze icoon aan te raken, bevestigt u het ingevoerde wachtwoord.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 14

deze icoon verschijnt op de login-page na invoering van de juiste inloggegevens.Door deze icoon aan te raken, keert u terug maar de "loop" van het vorige menu terwijl de toegang met geactiveerde inloggegevens behouden blijft.

Aan de hand van de volgende symbolen kut u de functies van het apparaat en hun status gemakkelijk begrijpen. Deze symbolen zich:

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 15

symbol voor ventilatiefunctie, aanwezig op alle units. Een grijs symbol betekent dat de ventilatie Niet werkt.
Een gekleurd symbol betekent dat de ventilatie werkt.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 16

symbol voor koelfunctie. Een grijs symbol betekent dat de koeling Niet werkt. Een gekleurd symbol betekent dat de koeling werkt.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 17

symbol voor luchtbevochtigingsfunctie. Een grijs symbol betekent dat de luchtbevochtigering Niet werkt.
Een gekleurd symbol betekent dat de luchtbevochtigering werkt.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 18

symbol voor ontvochtigingsfunctie. Een grijs symbol betekent dat de ontvochtiguing Niet werkt. Een gekleurd symbol betekent dat de ontvochtiguing werkt.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 19

symbol duidt een active toegang aan tot de beschemde parameters, na login. Om toegang te krijgen tot bepaalde parameters moet u eerst het wachtwoord invoeren van het profiel waarvoor u bent geaccrediteerd.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 20

symbolloo aansluiting van USB-stick. Het symbool verschijnt wonneer een gegevensoverdracht plaatsvindt.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 21

symbol duidt aan dat de unit werkt als verwarming. Het symbool is gemeenschappelijk voor zowel de hoofdbron als de hulpbron. Als het symbool oranje is, betekent dit dat de hoofdbron werkt. Als het symbool geel is, betekent dit dat de hulpbron werkt. Als de symbolen grijs zijn, betekent dit dat de bronnen Niet werken.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 22

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Iconen en symbolen - 23

Via de gebruikersinterface krijgt u toegang tot alle informatie en instellenen van de operationele parameters van de unit. De handleiding beschrijft hoe u toegang krijgt tot de gewenste informatie en tot de parameters voor aanpassing van de verschillende functies.

19.1 De maskerstructuur

Via de gebruikersinterface krijgt u toegang tot alle informatie en instellenen van de operationele parameters van de unit. De handleiding beschrijft hoe u toegang krijgt tot de gewenste informatie en tot de parameters voor aanpassing van de verschillende functies.

Zoals vermeld in de beschrijving van de iconen, krijgt u vanuit het hoofdmaskerrechtstreeks toegang tot de belangrijkste informatie en functies. De meeste parameters en instelleningen worden getoond op maskers, onderverdeeld in een hoofdmenu en verschillende submenu's.

Om gemakkelijk door de maskers van de gebruikersinterface te navigeren, worden hieronder een hierarchisch schema van de maskerstructuur weergegeven.

  • Setpoint

*Unit

19.1.1 Het maskern菜单

Vanuit het hoofdmasker, door op de Menu-icoon te drukken, krijgt u toegang tot het hoofdmenu.

In het hoofdmenu kutu met de pijltjes-iconen door alle lagere menu's bladersen.

Toegang tot menu's op een lager niveau wordt bepaald door uw inloggegevens. Sommige niveaus hebben vrij toegang. Voor andere niveaus is hetoodzakelijk om in te loggen met het profiel waarvoor u geaccrediteerd bent.

Toegang tot de verschillende menu's is möglich door aanraking van de gekleurde zone met beschrijving.

De maskers zijn makkelijk begrijpbaar en gebruiksvriendelijk dankzij de verduidelijkende teksten over de betreffende waarden en parameters.

19.2 Navigatie:tussen de menu's

Het gebruik van de maskerstructuur helptijdens het navigerenussen de menu's.

Enkele extra tips make het gemakkelijker om de iconen te gebruiken, die fungeren als toetsen om:tussen de maskers (pagina's) te navigeren.

Denk eraan dat het hoofdmasker algtd het vertrekpunt is.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Navigatie:tussen de menu's - 1

Raadpleeg het hoofdstuk "Grafische conventies" voor interpretatie en gebruik van de iconen als toetsen.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Navigatie:tussen de menu's - 2

In het hoofdmasker zijn er, naast de iconen "Aan/uit", ook de iconen Info", Verzoek" en Synopsis" aanwezig, die directe toegang geen tot "informatieloops", en de icoon "Menu " waarmeu u toegang krijgt tot het hoofdmenu weergegeven in de maskerstructuur.

Met de "pijtjes"-icon bladert u door de maskers van hetzelfde niveau, door indrukking van "Menu" ga u terug naar een hoger niveau.

Binnen de parameter-page's zijn er maskers met witte tekst, die wijzigbaar zijn, en met blauwe tekst, voor enkel weergave.

Door indrukking van de witte parameters wordt de bewerkingspagina geactveerd. Het "vinkje" bevestigt het ingevoerde gegeven; annuleert de input en herstelt de LAST ingevoerde Waarde.

Activeringsparameters worden aan- of uitgeschakeld door verplaatsing van de witte cirkel. Ernaast worden de bevestiging van de status vermeld.

Voor een snelle raadpleging zich veel parameters en meetwaarden aanwezig in verschillende maskerloops, die gegroepeerd worden volgens hun fonctionele uniformiteit.

19.2.1 Info

Met de "Info"-icoon op het hoofdmasker krijgt u toegang tot een maskerloop met informatie over het apparaat.

19.2.2 Verzoek

De "Verzoek"-icon op het hoofdmasker geeft toegang tot een maskerloop met de verzoekstatus van de actieve functies in de unit.

De relativieve setpoints zijn aanwezig in de verschillende verzoeekmaskers.

19.2.3 Synopsis

Dit menu is toeqankelijk door aanraking van de "Synopsis"-icoon.

"Synopsis" geeft u een algemeen overzicht van de werkmodus en belangrijkste parameters

De maskers verschillen naargelang de kenmerken van elke unit.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Synopsis - 1

De "Info"-iconen op de maskers geben toegang tot informatie en parameers van de betreffende component.

19.2.4 Login

Het is essentieel om in te loggen met het toegewezen profiel, om toegang te krijgen tot de gereserveerde menu's en om de betreffende parameters te konnen wijzigen.

Om in te loggen moet u:

  • het toegangsniveau dat vereist is voor uw inloggegevens selecteren;
  • op het veldje "wachtwoord" klikken, de waarde van uw toegangsniveau invoeren en bevestigen met het vinkje;
  • het wachtwoord bevestigen met het groene pijitjerechtsonder.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Login - 1

Het "wachtwoord" van de gebruiker is "100"

Het servicewachtwoord is "4321"

Als het ingevoerde "wachtwoord" correct is, gaat het hangslot open en verschijnt het toegangssymbol voor uwiveau.

Gebruik het groene pijltje linksonder om terug te keren maar het hoofdmenu.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Login - 2

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Login - 3

De icoon "mannetje met pijl" aan de linkerkant zorgt voor het verlaten van het toegangsniveau.

Zolang de toegang actief is, zal het bijbehorende symbool aanwezig zich in de rechterbovenhoek van alle maskers, behalte op het hoofdmasker.

Na een zekereijd van inactiviteit op het scherm worden de login automatisch verlaten.

20.1 Introductie

Voor beheer van de unit is de controller voorzien van specifieke software.

De software bestaat uit een geheel van functies toegewijd aan de möglichke werkconditions van de units.

In de volgende hoofdstukken worden alle functies beschreiben die door de software worden beheerd, van de algemene functies die in alle units aanwezig zijn, tot de functies voor specifiekes versies of modellen.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Introductie - 1

Sommige beschreiben functies zijn möglichk alleen beschikbaar op specifieke versies of afmetingen, of op bepaalde accessoires.

In de beschrijving van de verschillende functies worden het als vanzelfsprekend beschouwd dat de lezer beschikt over de nodige competentie over de bediening van de units en kennis heeft van de betreffende hydraulische of koelcircuits. Alle weergegeven beschrijvingen, instellenen en parameters hebben betrekking op correct geinstalleerde units in overeenstemming met de betreffende documentatie.

20.2 Beheer van de setpoints

Het setpoint voor regeling hangt voornamelijk af van de parameters "ST1" en "STH1".

Hieronder staan de relatieve parameters voor het instelbare minimum en maximum setpoint.

Parameter Min. Max.ME Beschrijving
ST1 ST2 ST3 °C Mechanische koelting - Temperatuur-setpoint
STH1 STH2 ST3 °CMechanische verwarming / Bijverwarming in wintermodus - Temperatuur-setpoint

Er bestaan enkele aanvullende functies waarmee u een offset-waarde bij deze setpoint-waarden=kunt optellen of aftrekken.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Beheer van de setpoints - 1

Elke automatische variatie van het setpoint worden in ieder geval binnen de relatieve drempels opgenomen.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Beheer van de setpoints - 2

Met parameter "SD2" is het möglichk om te beslissen bij welke bewerking de setpoint-varatie actief is. De enige beschikbare functie is die ingeschakeld in de fabriek.

Het dynamische setpoint is een functie die door de fabrikant is ingeschakeld.

Hieronder staan de referentieparameters voor het beheer van het dynamische setpoint.

Parameter Min. Max.ME Beschrijving
ST1 ST2 ST3°C Mechanische koelng - Temperatuur-setpoint
STH1 STH2TH3 °CMechanische verwarming / Bijverwarming in wintermodus - Temperatuur-setpoint
SD202-Statusen van unit waarin actief
SD100.055.0°CMechanische koeling - Buitenhluchttemperatuur - Compensatie-activeringsdrempel
SD200.055.0°CMechanische verwarming - Buitenhluchttemperatuur - Compensatie-activeringsdrempel

20.2.2 Dynamisch setpoint van buitenluchtsonde bij koeling

Het setpoint dat is ingesteld op de waarde van parameter "ST1" worden "gecompenseerd" ten opzichte van de buitenluchttemperatuur.

De betreffende parameters worden weergegeben in de tabel.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Dynamisch setpoint van buitenluchtsonde bij koeling - 1

De parameterwaarden zijn indicatief. Verschillende waarden können worden ingesteld in specifieke gevallen.

ParameterWaardeME Beschchrijving
ST1 27.0 °CMechanischkoeling- Temperatuur-setpoint
SD2 1 - Statussen van unit waarinactief
SD10 25.0 °C
Mechanische koeling - Buitenluchttemperatuur - Compensatie-activeringsdrempel

Hieronder staat een grafische weergave.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Dynamisch setpoint van buitenluchtsonde bij koeling - 2
Afb. 28 Variatie van het setpoint in functie van de luchttemperatuur bij koeling

Waar bij "Tekst" de waarde van de buitenluchttemperatuur is.

Wanner deze functie actief is, is het setpoint waarmee de controller de luchttemperatuur za beheren bij koeling als volgt:

  • als de buitenluchttemperatuur lager is dan de waarde ingesteld in parameter "SD10", dan is het setpoint voor regeling gewiek aan de waarde van parameter "ST1";
  • als de buitenluchttemperatuur hoger is dan de waarde ingesteld in parameter "SD10" vermeerderd met de waarde van parameter "SD11", dan is het setpoint voor regeling de som van de waarden van de parameters "ST1" en "SD12",
  • als de buitentemperatuur ligtussen de waarden van parameter "SD10" en de som van de waarden van de parameters "SD10" en "SD11", dan varieert de waarde van het setpoint voor regeling proportioneelussen de waarde van parameter "ST1" en de som van de waarden van de parameters "ST1" en "SD12".

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Waar bij "Tekst" de waarde van de buitenluchttemperatuur is. - 1

De parameter "SD12" kan zowel positieve als negatieve waarden aannemen. Bij negatieve waarden moet de parameter "SD12" worden afgetrokken van de waarde van parameter "ST1".

20.2.3 Dynamisch setpoint van buitenluchtsonde bij verwarming

Het setpoint dat is ingesteld op de waarde van parameter "STH1" worden "gecompenseerd" ten opzichte van de buitenluchttemperatuur.

De betreffende parameters worden weergegeben in de tabel.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Dynamisch setpoint van buitenluchtsonde bij verwarming - 1

De parameterwaarden zijn indicatief. Verschillende waarden können worden ingesteld in specifieke gevallen.

ParameterWaardeME Beschrijving
STH1 40 °C
SD20 15.0 °C
SD21 10.0 °CMechanische verwarmung - Buitenluchttemperatuur - Activeringsdrempel
SD22 5.0 °C

Hieronder staat een grafische weergave.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Dynamisch setpoint van buitenluchtsonde bij verwarming - 2
Afb. 29 Variatie van het setpoint in functie van de luchttemperatuur bij verwarming

Waar bij "Tekst" de waarde van de buitenluchttemperatuur is.

Wanner deze functie actief is, is het setpoint waarmee de controller de luchttemperatuur za beheren bij verwarming als volgt:

  • als de buitenluchttemperatuur hoger is dan de waarde ingesteld in parameter "SD20", dan is het setpoint voor regeling gewiek aan de waarde van parameter "STH1";
  • als de buitenluchttemperatuur lager is dan de waarde ingesteld in parameter "SD20" verminderd met de waarde van parameter "SD21", dan is het setpoint voor regeling de som van de waarden van de parameters "STH1" en "SD22",
  • als de buitentemperatuur ligtussen de waarden van parameter "SD20" en het verschil van de waarden van de parameters "SD20" en "SD21", dan varieert de waarde van het setpoint voor regeling proportioneelussen de waarde van parameter "STH1" en de som van de waarden van de parameters "STH1" en "SD22".

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Waar bij "Tekst" de waarde van de buitenluchttemperatuur is. - 1

De parameter "SD22" kan zowel positieve als negatieve waarden aannemen. Bij negatieve waarden moet de parameter "SD22" worden afgetrokken van de waarde van parameter "STH1".

20.3 Temperatuurregeling

De koel- en verwarmingsapparaten worden beheerd op basis van de temperatuurwaarde gemeten door de regelsonde. De proportionele band identificeert het instelbereik van de airconditioner en kan onafhankelijk waarden aannemen bij verwarming en koeling.

De dode zone identificiert het verbodsbereik van de apparaten rond het setpoint (het gebruik ervan beantwoordt aan de eis om schommelingen in de regeling te vermijden).

Het volgende diagram illustreert het gedrag van de verwarmings- en koelapparatuur.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Temperatuurregeling - 1
Afb. 30 Grafische weergave van temperatuurregelaars

Parameter Min. Max.ME Beschrijving
ST1 ST2 ST3 °C Mechanische koelting - Temperatuur-setpoint
ST4 0.0 25.0 °C Mechanische koelting - Proportionele regeling - Activeringsdifferenziel
ST5 0.0 25.0 °C
ST6 0.0 25.0 °C Mechanische koelting - Proportionele regeling - Offset
ST9 0.7 - Regelsonde
ST110 2 - Type temperatuurregeling
PID700 10000- Mechanische koeling - Kp
PID710 10000- Mechanische koeling - Ki
PID720 10000- Mechanische koeling - Kd
PID760.0 25.0 °C Mechanische koelting - Dode band
PID780 2 - Mechanische koeling - Positie dode band
STH110.0 35.0 °CMechanische verwarming / Bijverwarming in wintermodus - Temperatuur-setpoint
STH40.0 25.0 °CMechanische verwarming - Proportionele regeling - Activeringsdifferenziel
STH50.0 25.0 °CMechanische verwarming - Proportionele regeling - Neutrale activeringszone
STH60.025.0 °CMechanische verwarming - Proportionele regeling - Offset

Afhankelijk van de waarde ingesteld in parameter "ST9" voor koeling en "STH9" voor verwarming is de regelsonoe:

  • 0 =uitblaaslucht-temperatuursonde;
  • 1 = retourlicht-temperatuursonde;

Afhankelijk van de waarde ingesteld in parameter "ST11" voor koeling en "STH11" voor verwarming is de temperatuurregeling van het volgende type:

20.3.1 Temperatuurregeling bij koeling

De temperatuurregeling bij verwarming van de unit gebeurt in functie van de parameter "STH9", die de regelsonoe bepaalt door de voor het setpoint ingestelde temperatuur (parameter "STH1"), en van parameter "STH11", die het type regeling instelt.

Bij "proportionele regeling" zal de controller de beschikbare brunnen activeren met vermeerdering van de door de regelsonde afgelezen waarde ten opzichte van het ingestelde setpoint.

Bij " cascade regeling" activeert de controller de bronnen en houdt de uitblaaslucht-temperatuur onder controle.

Bij "PID regeling" activeert de controller de beschikbare bronnen bij vermeerdering van het verzoek. De controller berekent het verzoek en vergelijk de door de regelsonoe afgelezen waarde ten opzichte van het ingestelde setpoint en+zijn variatie in de tijd, met toepassing van de PID-parameters.

Proportionele temperatuurregeling

Wanner de parameter "ST11" ingesteld is op "0", worden de proportionele regeling geactiveerd.

De parameters voor "proportionele temperatuurregeling" worden vermeld in de tabel.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Proportionele temperatuurregeling - 1

De parameterwaarden zijn indicatief. Verschillende waarden können worden ingesteld in specifieke gevallen.

ParameterWaardeME Beschrijving
ST1 24.0 °C Temperatuur-setpoint
ST4 2.0 °C Proportionele regeling- Koeling - Activeringsdifferentieel
ST5 0.1 °C Proportionele regeling- Koeling - Neutrale activeringszone
ST6 0.1 °C Proportionele regeling- Koeling - Offset

Hieronder staat een grafische weergave.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Proportionele temperatuurregeling - 2
Afb. 31 Grafische voorstelling van het verzoek voor koeling

Buiten de parameters in de tabel, staan de volgende afkortingen op de grafiek:

  • SdR = regelsonde;
  • % = percentuale Waarde van het verzoek.

Cascade temperatuurregeling

Wanner de parameter "ST11" ingesteld is op "1", worden de " cascade regeling" geactiveerd.

Deze functie voldoet aan het verzoek van de installmente en houdt de uitblaaslucht-temperatuur binnen de comfortwaarden.

Dit vindt plaat met berekening van een virtuelt setpoint vertrekkende van het ingestelde setpoint, gecorrigeerd met de waarde van de retourlucht-temperatuur.

De correctie van het setpoint gebeurt op een dynamische wijze in functie van de temperatuurvariatie van deuitblaaslucht.

De parameters voor " cascade temperatuurregeling" worden vermeld in de tabel.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Cascade temperatuurregeling - 1

De parameterwaarden zijn indicatief. Verschillende waarden können worden ingesteld in specifieke gevallen.

ParameterWaardeME Beschrijving
ST42 24.0 °CCascade regeling -Setpoint unit
ST43 0.5 °CMechanische koeling- Cascade regeling - Offset moduswissel
ST44 4.0 °CMechanische koeling- Cascade regeling - Werkdifferenzieel
ST45 15.0 °CMechanische koeling- Cascade regeling - Min. uitblaasluchtsetpoint

Hier volgt de grafische voorstelling van de besturing.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Cascade temperatuurregeling - 2
Afb. 32 Variatie van het uitblaasluchtsetpoint met " Cascade regeling" bij koeling

Buiten de parameters in de tabel, staan de volgende afkortingen op de grafiek:

  • Spd =uitblaasluchtsetpoint;
  • Tra = retourluchttemperatuur;
  • AOC = automatische werkmodus-wissel.

20.3.2 Temperatuurregeling bij verwarming

De temperatuurregeling bij verwarming van de unit geleurt in functie van parameter "STH9", die de regelsonoe befaat door de voor het setpoint ingestelde temperatuur (parameter "STH1"), en van parameter "STH11", die het type regeling instelt.

Bij "proportionele regeling" zal de controller de beschikbare brunnen activeren met verminding van de door deregelsono afgelezen waarde ten opzichte van het ingestelde setpoint.

Bij " cascade regeling" activeert de controller de bronnen en houdt de uitblaaslicht-temperatuur onder contro.

Bij "PID regeling" activeert de controller de beschikbare bronnen bij vermeerdering van het verzoek. De controller berekent het verzoek en vergelijk de door de regelsonde afgelezen waarde ten opzichte van het ingestelde setpoint en+zijn variatie in de tijd, met toepassing van de PID-parameters.

Proportionele temperatuurregeling

Wanner de parameter "STH11" ingesteld is op "0", worden de proportionele regeling geactiveerd.

De betreffende parameters worden weergegeben in de tabel.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Proportionele temperatuurregeling - 1

De parameterwaarden zijn indicatief. Verschillende waarden können worden ingesteld in specifieke gevallen.

ParameterWaardeME Beschrijving
STH1 20.0 °CMechanische verwarming / Bijverwarming in wintermodus - Temperatuur-setpoint
STH4 2.0 °CMechanischereverming-Mechnische regeling-Activeringsdifferenziel
STH5 0.0 °CMechanischereverming-Mechanische regeling-Neutrale activeringszone
STH6 0.0 °CMechanischereverming-Mechanische regeling-Offset

Hier volgt de grafische voorstelling.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Proportionele temperatuurregeling - 2
Afb. 33 Grafische voorstelling van het verzoek voor stapsgewijze verwarming

Buiten de parameters in de tabel, staan de volgende afkortingen op de grafiek:

  • SdR = regelsonde;
  • % = percentuale waarde van het verzoek.

Cascade temperatuurregeling

Wanner de parameter "ST11" ingesteld is op "1", worden de " cascade regeling" geactiveerd.

Deze functie voldoet aan het verzoek van de installmente en houdt de uitblaaslucht-temperatuur binnen de comfortwaarden.

Dit vindt plaat met berekening van een virtuelt setpoint vertrekkende van het ingestelde setpoint, gecorrigeerd met de waarde van de retourlucht-temperatuur.

De correctie van het setpoint gebeurt op een dynamische wijze in functie van de temperatuurvariatie van deuitblaaslucht.

De parameters voor " cascade temperatuurregeling" worden vermeld in de tabel.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Cascade temperatuurregeling - 1

De parameterwaarden zijn indicatief. Verschillende waarden können worden ingesteld in specifieke gevallen.

ParameterWaardeME Beschrijving
ST42 24.0 °CCascade regeling - Setpoint unit
STH46 0.5 °CMechanische verwarming - Cascade regeling - Offset moduswissel
STH47 4.0 °CMechanische verwarming - Cascade regeling - Werkdifferenziel
STH49 30.0 °CMechanische verwarming - Cascade regeling - Max. uitblaasluchtsetpoint

Hier volgt de grafische voorstelling van de besturing.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Cascade temperatuurregeling - 2
Afb. 34 Variatie van het uitblaasluchtsetpoint met " Cascade regeling" bij verwarming

Buiten de parameters in de tabel, staan de volgende afkortingen op de grafiek:

  • Spd =uitblaasluchtsetpoint;
  • Tra = retourluchttemperatuur;
  • AOC = automatische werkmodus-wissel.

Als de retourluchttemperatuur lager is dan het verschil van de waarden ingesteld in de parameters "ST42" - "STH46", dan zal de waarde van het uitblaaslichtsetpoint graduatel verhogen, van de waarde van parameter "ST42" tot die van parameter "STH49", binnen de differentieel ingesteld in parameter "STH47".

20.3.3 Uitschakeling van de verwarming in functie van de buitenluchttemperatuur.

De waarde van de buitenluchttemperatuur worden gebruikt om de verwarmingsbronnen van de unit uit te schakelen.

Uitschakeling gebeurt door hoge en lage temperatuur.

De betreffende parameters worden weergegeben in de tabel.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Uitschakeling van de verwarming in functie van de buitenluchttemperatuur. - 1

De parameterwaarden zijn indicatief. Verschillende waarden können worden ingesteld in specifieke gevallen.

ParameterWaardeME Beschrijving
STH14 -20.0 °CMechanische verwarming - Uitschakeldrempel voor lage buitenluchttemperatuur
STH15 30.0 °CMechanische verwarming - Uitschakeldrempel voor hoge buitenluchttemperatuur
STH123 -30.0 °C Bijverwarming - Uitschakeldrempel voor lage buitenluchttemperatuur
STH124 50.0 °C Bijverwarming - Uitschakeldrempel voor hoge buitenluchttemperatuur

De verwarming verkreten m.b.v. het koelcircuit is uitgeschakeld ten gevolge van:

  • lage buitenluchttemperatuur, als deze daalt onder de waarde ingesteld in parameter "STH14"; aanschakeling vindt terugplaats wonneer de temperatuurtering stijgt boven de waarde ingesteld in parameter "STH14" verhoogd met +1^
  • hoge buitenluchttemperatuur, als deze stigt boven de waarde ingesteld in parameter "STH15"; aanschakeling vindt terug plaat swaren er temperatuur terug daalt onder de waarde ingesteld in parameter "STH15" verlaagd met + 1 °C.

Bijverwarming is uitgeschakeld door:

  • lage buitenluchttemperatuur, als deze daalt onder de waarde ingesteld in parameter "STH123".Aanschakeling vindtteringplaats wonneer de temperatuur terug stijgt boven die waarde ingesteld in parameter "STH123" verhoogd met +1^
  • hoge buitenluchttemperatuur, als deze stijgt boven de waarde ingesteld in parameter "STH124"; aanschakeling vindt terug plaat swaren de temperatuur terug daalt onder de waarde ingesteld in parameter "STH124" verlaagd met + 1 °C.

20.4 Vochtigheidsregeling

De vochtigheidsregelaars worden beheerd op basis van de door de regelsonde gemeten waarde. De gemeten waarde worden vergeleken met de gewenste waarde (setpoint) en op basis van het verschil worden de meest geschikte apparaten geactiveerd.

De proportionele band identifieert het instelbereik van de airconditioner en neemt bezelfde waarden aan voor zowel luchtbevochtiging als ontvochtiging.

De dode zone identificiert het verbodsbereik van de apparaten rond het setpoint (het gebruik ervan beantwoordt aan de eis om schommelingen in de regeling te vermijden).

Het volgende diagram illustreert het gedrag van de luchtbevochtigings- en ontvochtigingsapparatuur.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Vochtigheidsregeling - 1
Afb. 35 Grafische weergave van vochtigheidsregelaars

De betreffende parameters worden weergegeben in de tabel.

Parameter Min. Max.ME Beschrijving
HU1 HU2 HU3% Setpoint relatieve vochtigheid
HU4 0.0 25.0 % Afsteldifferentieelrelatieve vochtigheid
HU5 0.0 10.0 % Neutrale afstelzonerelatieve vochtigheid
HU6 HU7 HU8g/kg Setpoint absolute vochtigheid
HU9 0.0 10.0 g/kg Afsteldifferentieelabsolute vochtigheid
HU10 0.0 10.0 g/kg Neutrale afstelzoneabsolute vochtigheid
HU1101- Type besturing van vochtigheid

Afhankelijk van de waarde ingesteld in parameter "HU11", is de referentiewaarde voor de vochtigheid:

-0=relatief;
-1=absolut.

20.4.1 Relatieve-vochtigheidsregeling met proportionele regeling

Door instelling van de parameter "HU11" op "0", worden de luchtvochtigheid aangepast aan de relatieve waarde. De regeling van de relatieve vochtigheid geleurt in functie van de parameter "HU14", die bepaalt op welke sonde het setpoint-behoud moet worden gegarandeerd, en de parameter "HU12", die het type regeling bepaalt. De betreffende parameters worden weergegeven in de tabel.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Relatieve-vochtigheidsregeling met proportionele regeling - 1

De parameterwaarden zijn indicatief. Verschillende waarden können worden ingesteld in specifieke gevallen.

Parameter

Waarde | ME Beschrijving

HU4 5.0% Afsteldifferentieel relatjeve vochtigheid

HU5 0.5% Neutrale afstelzone relatieve vochtigheid

Hieronder staat een grafische weergave.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Waarde | ME Beschrijving - 1
Afb. 36 Relatieve-vochtigheidsregeling

20.5 Luchtbevochtiging

De controller kan de luchtbevochtig regelen door middel van een in de unit geintegreerde luchtbevochtiger. Alle controller-parameters die betrekking hebben op het beheer van de geinstalleerde luchtbevochtiger geprogrammeerd in de fabriek.

20.5.1 Aanvullende functies van de geinteggreerde luchtbevochtiger

Het beheer van de luchtbevochtiger omvat enkele aanvullende functies, die hieronder worden beschreven.

20.5.1.1 Handmatige waterafvoer

De handmatige waterafvoerfunctie zorgt voor de volledig ledig van de cilinder van de bevochtiger. Deze functie kan worden geactiveerd vanaf de webpagina, na inloggen met het service-niveau. Als de luchtbevochtiger stoom produeert, worden de productie onmiddelijk gestopt wanneer de functie worden geactiveerd.

20.5.1.2 Voorafgaande reiniging

Met de Voorafgaande-reinigungssfunctie kunt u de waterleidingen en de cilinder van de bevochtiger reinigen. De cilinder worden 3 keer gezuld en geledigd om eventuele onzuiverheden in de ledingen en in de cilinder te verwijderen; Het is raadzaam om de functie te activeren na deuitvoering van hydraulische aansluitingen of na verranging van de cilinder; Deze functie kan worden geactiveerd vanaf de webpagina, na inloggen met het service-niveau. Als de luchtbevochtiger stoom produeert, worden de productie onmiddelijk gestopt wanner de functie worden geactiveerd.

20.5.1.3 Afvoer bij inactiviteit

Om waterstagnatie in de cilinder van de bevochtiger te voorkomen, met möglichke proliferatie van algen of bacteriën (bv. legionella) als geolg, wordt de functie "afvoer bij inactivite" geactveerd wonneer de cilinder langer dan 72 uur (opeenvolgend) met water gemuld blijft zonder stoomproductie: de cilinder wordt geledigd en blijft leeg totdat er een niewu verzoek voor stoomproductie worden ingediend. De functie is alotijd actief en het inactiviteititsinterval staat vast.

20.6 Luchtontvochtiging

Luchtontvochtiging is vereistijdens de afkoelfase, waar het van nature plaatsvindt.

Wanner er geluktijdig een verzoek voor koeling en ontvochtig aanwezig is, activeert de controller de compressoren op basis van de "grootste" van de twee verzoeken.

Het is möglichk dat het temperatuursetpoint worden bereikt wanner het vochtigheidssetpoint nog nicht is bereikt. In dit geval dwingt de controller verdere koeling af, door de temperatuur onder het setpoint te brengen.

Om overmatige verlaging van de luchttemperatuur in de kamer te voorkomen, gebruikt de regelaar de verwarmingsapparaten in de unit om de lucht na te verwarmen.

20.7 Regeling van de elektrische voeding

De units können worden uitergerust met beveiligingen gegen onjuiste aansluitingen van de fasevolgorde of spanningsvariations buiten de voorziene drempels.

De beveiligingen bestaan uit relais die, door middel van hun elektrisch contact, het alarm signaleren op een digitale ingang van de controller (de betreffende digitale ingang is weergegeven in het elektrische schema).

Het is möglichk om een relais in de unit te installeren voor controle van de juiste fasevolgorde, of een relais om de voedingsspanning te regelen, of een relais dat beiden functies beheert.

20.7.1 Fasevolgorde

De controle over een foute fasevolgorde op de unit vindt plaats door een specifiek relais. Het relais opent bij verkeerde aansluiting van de fasevolgorde een elektrisch contact, waardoor het alarm "AL55" verschijnt op het display van de controller.

Een verkeerde aansluiting van de fasevolgorde kan alleen te wijten aan een foute uitvoering van de installatione van de unit of wanner er interventries werden uitgevoerd op de voedingslijn.

Om de juiste aansluiting te makes, moet de unit worden losgekoppeld van de voeding. Het alarm verdwijnt bij de volgende start.

20.7.2 Minimale/maximale spanning

De controller is in staat om situates te beheren waar bij de variatie in de voedingsspanning van de unit te sterk afwikt van de verwachtte waarden.

20.7.3 Snelle herstart

De activering van de "Snelle herstart"-functie dankzij aanwezigheid van een "ultracap" die de elektrische voeding waar de controller behoudt, zorgt voor een maximale vermindering van de vertraging bij herstart van de compressoren van de unit.

Dit is möglich ondat de controller de minimale "UIT" -tijd begint te tellen op het ogenblick dat de "black-out" isuitgeschakeld.

De controller detecteert via een digitale ingang de problemen met de hoofdstroomvoorziening en behandelt deze als alarmen.

Om de integritie van de compressoren te waarborgen, beheert de controller het maximale aantal starts per eer aan de hand van de vertraging+tussen twee opeenvolgende starts.

De snelle herstart na "black-out" is afhankelijk van het verzoek voor temperatuurregeling. Buiten de activeringsoffset van ten minste een compressor, moet er een verzoek voor koeling of ontvochtig aanwezig zich.

De "Snelle herstart"-functie heeft hoe dan ook geen invloed op de integritiet van de compressoren, door in ieder geval het aanlal snelle starts binnen het uur en de dag te beperken.

20.8 Besturing van de schuifkleppen

Naast de luchtverversing in de omgeving, kan de controller andere functies beheren die verband honden met de verbetering van het comfort en zuinige verbruik van het system.

Het aantal schuifkleppen aanwezig in de unit bepaalt de functies die kuren worden beheerd:

  • unit met 2 schuifkleppen enkel voor luchtverversing;

  • unit met 3 schuifkleppen met free cooling/free heating-functionie;

  • units met 4 kleppen, wonneer naast gratis koeling / Gratis verwarming ook een warmteterugwinningssysteme is aangebracht.

De besturing van de schuifkleppen kan op een lineaire of proportionele wijze plaatsvinden.

Unit met 2 schuifkleppen

De units met 2 schuifkleppen hebben een klep voor buienluchtverversing en een voor luchtrecirculatie.

Hun werkig is normala gezien complementair: het openingspercentage van de buitenluchtklep is gelijk aan het sluitingspercentage van de recirculatieklep.

Unit met 3 schuifkleppen

De units met 3 schuifkleppen hebben een klep voor buitenluchtverversing, een voor uitsotingslucht en een voor luchtrecirculatie.

Normaal gezien is de opening van de buitenluchtklep gelijk aan die van de uitstotingsklep, verwijl de opening van de recirculatieklep complementair is aan de andere kleppen: het openingspercentage van de buitenluchtklep en dat van de uitstotingsklep is gelijk aan het sluitingspercentage van de recirculatieklep.

Unit met 4 schuifkleppen

De units met 4 schuifkleppen haben, buiten de kleppen voorzien op de units met 3 schuifkleppen, ook een vierde klep. De vierde klep is ook voor buitenluchtverversing.

De vierde klep zorgt voor de passage van de buitenlucht doorheen de warmtehersteller, wanner het warmteherstel is aangeschakeld, en is geslotenijdens de "free cooling"-functie.

Als de grootte van de warmtehersteller ongeschikt is voor het volledige luchtdebiet in de unit, dan is er ook een vijfde klep aanwezig. Dit is een extra uitsotingsklep die gebruikt wordenijdens de "free cooling"-functie om de warmtewisselaar voor recuperatie te overbruggen.

De betreffende parameters worden weergegeben in de tabel.

Parameter Min. Max.ME Beschrijving
DA43 0.0 50.0°CBuitenlucht - Beperkte opening door buitenluchttemperatuur - Temperatuurdrempel zomer
DA44 -20.016.0 °CBuitenlucht - Beperkte opening door buitenluchttemperatuur - Temperatuurdrempel winter
DA45 0100 %Buitenlucht - Beperkte opening door buitenluchttemperatuur - Min. opening
DA5203-Buitenlucht - Inbedrijfsstellung - Configuratie
DA540999Min.Buitenlucht - Inbedrijfsstellung - Duur reiniging

20.8.1 Besturing van de schuifkleppen

De controller voorziet in twee besturingswijzen van de schuifkleppen: "standaard" en "adaptief".

Wanner de schuifkleppen een vaste positie要去en behouden, bijvoorbeeld voor de juiste aanvoer van verse lucht, is het möglichk dat bepaalde systeemcondities verhinderen dat het klepssignaal het gewenste luchtpercentage kan garanderen.

20.8.1.1 "Standard" besturing

De "standaard" besturing zorgt ervoor dat de schuifkleppen hun positie behouden, ongeacht het efectieve percentage verse lucht.

20.8.1.2 "Adaptieve" besturing

De "adaptieve" besturing corrigeert de opening van de schuifkleppen volgens het percentage vereiste verse lucht. Deze sturing kan enkel actief zijn wanner er een luchtmengel-sonde aanwezig is.

De controller berekent de theoretische waarde van het luchtmensgel aan de hand van de temperatuurwaarden van de retourlucht, de buitenlucht en het relatieve openingspercentage van de schuifkleppen.

De controller vergelijk de berekende waarde van het luchtmengsel met de gemeten waarde en corrigeert m.b.v. een PID-regelaar het dempersignaal totdat het verschil is wegewerkt.

20.8.2 Besturing van de schuifkleppen

De controller kan de aanpassing van de schuifkleppen lineair of proportioneel regelen.

Door "lineaire" besturing kan het schuifklep worden geopend met een hellingshoek gewiek aan het vereiste openingspercentage.

Door "proportionele" besturing konnen de schuifkleppen zich instellen met een luchtdoorgangsopening gelijk aan het vereiste openingspercentage van de maximum beschikbare opening.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Besturing van de schuifkleppen - 1

Alle units uitgerust met kleppen zijn standard ingesteld op "proportionele" besturing.

20.8.3 Starten van de unit

Bij de start van de unit is het möglichk dat er bepalde functies zich ingesteld die speciale afstellingen van de schuifkleppen vereisen.

Als de functies "reiniging" of "recirculatie" nicht werden ingesteld bij de start van de unit, zal de controller hun opening instellen op het percentage ingesteld voor luchtverversing, ongeacht het aantal aanwezige kleppen.

20.8.4 Reiniging

Reiniging is de verranging van de omgevingslucht. Dit betekent dat alle retourlucht worden uitgestoten en alle buitenlucht in de kamer worden gestuurd.

Als de reiniging is gepland bij opstarting van de unit, moet de parameter "DA52" ingesteld zich op "1".

Tijdens de reiniging houdt de controller de uitstotings- en buitenluchtkleppen op de ingestelde maximale opening en de recirculatieklep in de overeenkomstige sluitpositie, gedurende de tijsdsduur ingesteld in parameter "DA54".

De waarde van parameter "DA53" ingesteld op "0" geeft aan dat de reiniging plaatsvindt zonder tussenkomst van luchtthermoregulation. Met de waarde van parameter "DA53" ingesteld op "1", zal de temperatuurregeling+zijn aangeschakeldijdens de reiniging.

Als reiniging plaatsvindt met actieve thermoregulatie, dan is het möglichk dat de kleppenstand worden beinvloed door bepaalde werkconditions van de compressoren.

De toets voor handmatige onderbreking van de duur (t.o.v. de duur ingesteld in parameter "DA54") knippert op het hoofdmasker wonneer de reinigingsbeurt bezig is.

20.8.5 Recirculation

Een volledige luchtrecirculatie bij opstarting van het systeme of na een reinigingsbeurt zorgt ervoor dat de ingestelde temperatuur- en vochtigheidssetpoints sneller worden bereikt.

Als alleen de luchtrecirculatie vereist is bij de start van de unit, stelt u parameter "DA52" in op "2".

Door parameter "DA52" in te stellen op "3" worden de recirculatie voorafgegaan door een reinigingsbeurt.

Terwijl recirculatie bezig is, houdt de controller de uitstotings- en buitenluchtklep gesloten en de recirculatieklep open, gedurende tijd ingesteld in parameter "DA55".

De Waarde van parameter "DA53" ingesteld op "0" geeft aan dat de reiniging plaatsvindt zonder tussenkomst van luchtthermoregulatie. Met de Waarde van parameter "DA53" ingesteld op "1", zal de temperatuurregeling zijn aangeschakeldijdens de reiniging.

Terwij de recirculatie bezig is, knippert de toets voor handmatige onderbreking t.o.v. van de duur ingesteld in parameter "DA55" op het hoofdmasker.

20.9 Bijverwarming

Naast de verwarming verkreten via het koelcircuit, kan de controller andere warmtebronnen besturen, zoals elektrische waarstanden, een warmwaterbatterij met eventuele vrijgave voor een verwarmingsketel of brander.

De logica van de controller werd ingesteld op de fabriek volgens de configuratie van de unit.

De inschakeling van de verwarming en de werklogica konnen worden aangepastaar persoonlijke wens.

De betreffende parameters worden weergegeben in de tabel.

Parameter Min. Max.ME Beschrijving
STH57 0 1 - Bijverwarming - Zomermodus - Type temperatuurregeling
STH58 10.0 35.0 °C Bijverwarming - Zomermodus - Setpoint
STH59 0.0 25.0 °C Bijverwarming - Zomermodus - Proportioneel - Temperatuur-offset
STH60 0.0 25.0 °C Bijverwarming - Zomermodus - Proportioneel - Activeringsdifferentiel
STH61 0 100 % Bijverwarming - Zomermodus - Proportioneel - Min. verzoek
STH62 0 100 % Bijverwarming - Zomermodus - Proportioneel - Max. verzoek
STH91 0 1 - Bijverwarming - Wintermodus - Type temperatuurregeling
STH93 0.0 25.0 °C Bijverwarming - Wintermodus - Proportioneel - Temperatuur-offset
STH94 0.0 25.0 °C Bijverwarming - Wintermodus - Proportioneel - Activeringsdifferentiel
STH95 0 100 % Bijverwarming - Wintermodus - Proportioneel - Min. verzoek
STH96 0 100 % Bijverwarming - Wintermodus - Proportioneel - Max. verzoek

20.9.1 Bestuurde apparaten

De controller bestuurt de volgende geinstalleerde apparaten:

  • elektrische verbessarden verdeeld in een of twee vermogensstappen;

  • een warmwaterbatterij, met analoog signaal voor regeling van de klepopening en digitale vrijgave voor besturing van een pomp die worden geactiveerd zodia de klep begint te openen. Deze besturingswijze voorziet de antivriesfunctie;

  • een verwarmingsketel bestuurd door een analogog signal en door een digitale vrijgave die worden geactiveerd zodra het analoge verzoek aanwezig is. Deze besturingswijze voorziet een digitale ingang om eventuele ketelalarmen door te gehen aan de controller en de antivriesfunctie;
  • een brander aangestuurd door een analoog signaal en een digitale vrijgave die worden geactiveerd zodia het analoge verzoek aanwezig is. Deze besturingswijze voorziet een digitale ingang om eventuele branderalarmen door te gehen aan de controller.

Bijverwarming kan met behulp van de parameter "STH55" worden ingeschakeld voor:

  • alleen in de zomermodus, als naverwarmingijdens de ontvochtigingsfase;
  • alleen in de wintermodus, als enige bron, als het koelcircuit geen cyclusomkering voorziet, of als aanvulling op de verwarming met koelcircuit;
  • zowel in de zomer- als wintermodus.

Antivriesfunctie

De antivriesfungie, voorzien voor besturing van de warmwaterbatterij en verwarmingsketel, worden geactiveerd verwijde unit in werkig is, bij afwezigheid van een verwarmingsverzoek, als de buitenluchttemperatuur lager is dan de waarde ingesteld in parameter "STH136",

Wanner de antivriesfunctie wordt geactiveerd bij een warmwaterbatterij, opent de controller de stuurklep op de waarde ingesteld in parameter "STH137", en activeert hij de circulatiepomp.

Wanner de antivriesfunctie wordt geactiveerd bij een verwarmingsketel, stuart de controller het verzoek ingesteld in parameter "STH137" en het vrijgavesignaal waar de verwarmingsketel.

20.9.2 Naverwarming

Als de waarde van parameter "STH55" op "1" staat, is de bijverwarming alleen geconfigureerd voor de zomermodus, als naverwarming tijdens de ontvochtigingsfase. Afhankelijk van de waarde ingesteld in parameter "STH57" is de regeling "proportioneel" of "PID". De waarde van de "STH56" parameter identificiert de regelsonoe voor sturing, dieplaatsvindt bij het setpoint ingesteld in "STH58" parameter.

20.9.3 Activering met tijdsintervallen

De unit kan automatisch worden bestuurd via tijdsintervallen. De stopzetting, variatie van de setpoints en werkmoduswissel können worden ingesteld.

De betreffende parameters worden weergegeben in de tabel.

Parameter Min. Max.ME Beschrijving
ES1 0 144 h Tijdsinterval1 - Begin
ES2 0 144 h Tijdsinterval1 - Ende
ES3 0 144 h Tijdsinterval2 - Begin
ES4 0 144 h Tijdsinterval2 - Ende
ES5 0 144 h Tijdsinterval3 - Begin
ES6 0 144 h Tijdsinterval3 - Ende
ES7 0 15 - Wijziging vansetpoint - Maandag
ES8 0 15 - Wijziging vansetpoint - Dinsdag
ES9 0 15 - Wijziging vansetpoint - Woensdag
ES10 0 15 - Wijziging vansetpoint - Donderdag
ES11 0 15 - Wijziging vansetpoint - Vrijdag
ES12 0 15 - Wijziging vansetpoint - Zaterdag
ES13 0 15 - Wijziging vansetpoint - Zondag
ES14 -25.0 25 0 °C Wijziging vansetpoint - Mechanische koeling - Offset
ES16 -25.0 25 0 °C Wijziging vansetpoint - Mechanische verwarming - Offset
ES18 0 15 - Uitschakenen unit - Maandag
ES19 0 15 - Uitschakenen unit - Dinsdag
ES20 0 15 - Uitschakenen unit - Woensdag
ES21 0 15 - Uitschakenen unit - Donderdag
ES22 0 15 - Uitschakenen unit - Vrijdag
ES23 0 15 - Uitschakenen unit - Zaterdag
ES24 0 15 - Uitschakenen unit - Zondag
ES26 0 144 h Tijdsinterval4 - Begin
ES27 0 144 h Tijdsinterval4 - Ende
ES31 0 15 - Aktivering verwarmingsmodusMaandag
ES32 0 15 - Aktivering verwarmingsmodusDinsdag
ES33 0 15 - Aktivering verwarmingsmodusWoensdag
ES34 0 15 - Aktivering verwarmingsmodusDonderdag
ES35 0 15 - Aktivering verwarmingsmodusVrijdag
ES36 0 15 - Aktivering verwarmingsmodusZaterdag
ES37 0 15 - Aktivering verwarmingsmodusZondag

U knot tot 4 tijdsintervallen instellen via het stel parameters voor begin/einde van het tijsdinterval.

Voor elk weekdag zijn de volgende bewerkingen mogelijk: een combinatie van tijdsintervallen instellen voor variatie van het setpoint, uitschakelen van de unit en wisselen van werkmodus.

De wijziging van het setpoint binnen het betreffende interval gebeurt door toepassing van een "offset" ten opzichte van de actieve operationele waarde.

De actieve operationele waarde worden bepaald door de waarde van de parameter en eventuele externe compensations.

De "offset" -waarde kan positief of negatief zich. In het eerste geval wordt de waarde bijgeteld, in het tweeede geval wordt hij afgetrokken van het operationele setpoint.

Het is möglich om een "offset" -waarde in te stellen voor de werkmodus "koeling" en eén voor de modus "verwarming".

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Activering met tijdsintervallen - 1

Als de bijverwarming worden aangestuurd, za deze bij activering van de afkoeltijdsintervallen het setpoint behouden dat is ingesteld in parameter "STH58", verwijl bij activering van de verwarmingsintervallen de waarde varieert i.f.v. de "offset" -waarde.

20.1 Introductie

De controller is geprogrammeerd om de componenten van de unit veilig te beheren en hun werking aan te passen naargelang de omstandigheden, met als doel de continuiteit van de werking te behonden.

Daarom grijt de controller bij het naderen van gevaarlijke conditie in door de werkig van de unit geheel of gedeelijk te beperken.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Introductie - 1

Door deze icoon aan te raken, krijgt u toegang tot het alarmmenu. Als de icoon rood is, is er minstens een alarm actief; als het grijs is, is er geen alarm actief.

Het volgende hoofdstuk bevat de codes met relatieve beschrijvingen voor de verschillende condities die in het alarmmenu können voorkomen.

Als u een melding opmerkt, zowel tijdens de werkig als inactiviteit van de unit, is hetoodzakelijk om de bijstandsdienst onmiddelijk op de hoogte te brengen, hen de code en beschrijving van de melding te communiceren en hun instructies op te volgen.

DAIKIN UATYA50BFC2Y1 - Introductie - 2

Neem zich geen initiatieven voordat u met de bijstandsdienst heeft gecommuniceerd.

20.2 Alarmtable

Hieronder vindt u de lijst met alarmcodes, samen met hun beschrijvingen.

Code Beschrijving Code Beschrijving
AL1 Alarm tout intern geheugen AL29 Alarm lage retourluchttemperatuar
AL5 Alarm luchtstroom van drukverschiltransducer AL30Alarm hogeuitblaasluchttemperatuar
AL6Circuit 1 - Alarm hoge druk van drukschakelaarAL31 Alarm lageuitblaasluchttemperatuar
AL7Circuit 2 - Alarm hoge druk van drukschakelaarAL32Beperkinguitblaasluchttemperatuar geactiveerd
AL10 Circuit 1 - Alarm hoge druk van transducer AL33Circuit 1 - Externe ventilatie - Alarm thermische beveiliging
AL11 Circuit 2 - Alarm hoge druk van transducer AL34Circuit 2 - Externe ventilatie - Alarm thermische beveiliging
AL12 Alarm hoge vochtigkeit van retourlucht AL35Ventilatieuitblaaslucht - Alarm thermische beveiliging
AL13 Alarm lage vochtigkeit van retourlucht AL36AL36Ventilatie retourlucht - Alarm thermische beveiliging
AL14 Alarm vuile filters AL51Circuit 1 - Compressor 1 - Inverter geblokkeerd
AL17 BMS - Alarm communicatiebout AL52 c.pCOe1 - Alarm communicatiebout
AL18Circuit 1 - Compressor 1 - Alarm thermische beveiligingAL53 c.pCOe 2 - Alarm communicalefout
AL19Circuit 1 - Compressor 2 - Alarm thermische beveiligingAL54 c.pCOe 3 - Alarm communicalefout
AL20Circuit 2 - Compressor 1 - Alarm thermische beveiligingAL55 Alarm foute fasevolgorde
AL21Circuit 2 - Compressor 2 - Alarm thermische beveiligingAL57Circuit 1 - Compressor 1 - Alarm hoge afvoertemperatuur
AL26 Beperking retourluchttemperatuur geactiveerd AL58Circuit 2 - Compressor 1 - Alarm hoge afvoertemperatuur
AL27 Alarm lage buitenluchttemperatuur AL59Circuit 1 - Compressor 2 - Alarm hoge afvoertemperatuur
AL28 Alarm hoge retourluchttemperatuur AL60Circuit 2 - Compressor 2 - Alarm hoge afvoertemperatuur
AL61Alarm storing Sonde - Circuit 1 - Compressor 1 - AfvoertemperatuurAL136 Circuit 1 - Alarm lage druk van drukschakelaar
AL62Alarm storing Sonde - Circuit 2 - Compressor 1 - AfvoertemperatuurAL137 Circuit 2 - Alarm lage druk van drukschakelaar
AL63Alarm storing Sonde - Circuit 1 - Compressor 2 - AfvoertemperatuurAL154 Alarm lekdetector
AL64Alarm storing Sonde - Circuit 2 - Compressor 2 - AfvoertemperatuurAL159 Alarm brand/rook
AL65 Alarm storing Sonde - Retourluchttemperatuur AL160 Driver ventiel 1 - Alarm communicatiefout
AL70Alarm storing Sonde - UitblaasluchttemperatuurAL161 Driver ventiel 2 - Alarm communicatiefout
AL72Alarm storing transducer - Drukverschil retourluchtAL162 Luchtbevochtiger CPY - Algemeen alarm
AL73Alarm storing transducer - Statische druk retourkanaal/Drukverschil gangAL163 Luchtbevochtiger CPY - Algemeene melding
AL74 Alarm storing Sonde - CO2 luchtkwaliteit AL164Luchtbevochtiger CPY - Alarm communicatiefout
AL75 Alarm storing Sonde - VOS luchtkwaliteit AL166 Inverter 1 - Alarm communicatiefout
AL78Alarm storing Sonde - Relatieve vochtigkeit retourluchtAL170 Circuit 1 - Alarm lage oververhitting
AL79Alarm storing Sonde - Relatieve vochtigkeit buitenluchtAL171 Circuit 2 - Alarm lage oververhitting
AL80 Alarm storing Sonde - Buitenluchttemperatuur AL183Setpoint koeling kleiner dan setpoint verwarming
AL91Alarm storing Sonde - LuchtmengeltemperatuurAL184 Circuit 1 - Ontdooiing voltooid einde tijdsduur
AL94Alarm storing transducer - Circuit 1 - CondensatiedrukAL185 Circuit 2 - Ontdooiing voltooid einde tijdsduur
AL95Alarm storing transducer - Circuit 2 - CondensatiedrukAL191 Maximum aantal selle herstarts per 1 uur werk bereikt
AL98Alarm storing transducer - Circuit 1 - VerdampingsdrukAL192 Maximum aantal selle herstarts per 24 uur werk bereikt
AL99Alarm storing transducer - Circuit 2 - VerdampingsdrukAL201 Min./Max. spanning
AL102Alarm storing Sonde - Circuit 1 - AanzuigtemperatuurAL203 Circuit 1 - Lage verdampingsdruk
AL103Alarm storing Sonde - Circuit 2 - AanzuigtemperatuurAL204 Circuit 2 - Lage verdampingsdruk
AL106Alarm storing transducer - Drukverschil uitblaasluchtAL209 Extern alarm
AL107Alarm storing transducer - Statische druk uitblaaskanaal / Drukverschil gangAL210 Alarm storing EEPROM
AL114 Circuit 1 - Laag drukverschil AL212 Alarm toegangsfout intern geheugen
AL115 Circuit 2 - Laag drukverschil AL247 Circuit 1 - Compressor 1 - Buiten omhullende
AL127 Circuit 1 - Compressor 1 - Alarm onderhoud AL250 Weerstand 1 - Alarm thermische beveiliging
AL128 Circuit 1 - Compressor 2 - Alarm onderhoud AL251 Weerstand 2 - Alarm thermische beveiliging
AL131 Circuit 2 - Compressor 1 - Alarm onderhoud AL258 Verwarmingsketel - Algemeen alarm
AL132 Circuit 2 - Compressor 2 - Alarm onderhoud AL259 Brander - Algemeen alarm
AL135 Ventilatie uitblaaslucht - Alarm onderhoud --

Índice

21 Introduccion 145

21.1 General 145

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DAIKIN

Model : UATYA50BFC2Y1

Categorie : Airconditioning