EINHELL Royal BM 51 - Grasmaaier

Royal BM 51 - Grasmaaier EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Royal BM 51 EINHELL in PDF-formaat.

📄 84 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice EINHELL Royal BM 51 - page 33

Gebruikersvragen over Royal BM 51 EINHELL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Royal BM 51 - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Royal BM 51 van het merk EINHELL.

GEBRUIKSAANWIJZING Royal BM 51 EINHELL

1) Handleiding lezen
2) Veiligheidsafstand in acht nemen
3) Voor alle onderhouds-, herstel-, schoonmaak- en afstelwerkzaamheden de motor afzetten en bougiestekker aftrekken
4) Voor inbedrijfstelling olie en brandstof ingieten 5) Voorzichtig! Scherpe snijmessen

Veiligheidsinstructies voor met de hand geleide grasmaaiers

Aanwijzingen

  1. Lees de handleiding aandachtig en zorgvuldig. Maakt u zich vertrouwd met afstellingen en met het juiste gebruik van de maajer.
  2. Laat nooit toe dat kinderen of andere personen die de handleiding niet kennen de maaier gebruiken. Plaatselijke bepalingen kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
  3. Rijdt nooit het gras af terwijl andere personen, vooral kinderen of dieren in de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken met andere personen of hun eigendom.

Voorbereidende maatregelen

  1. Draag bij het maaien steeds vast schoeisel en een lange broek. Rijdt het gras niet op blote voeten of in lichte sandalen af.
  2. Controleer het terrein waar u de machine wilt gebruiken en verwijder alle voorwerpen die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd.
  3. Waarschuwing: benzine is uiterst ontvlambaar:
  4. bewaar de benzine enkel in vaten op die ervoor bedoeld zijn

- tank enkel in open lucht en rook niet tijdens het tanken

- benzine dient er in te worden gegoten voordat u de motor start. Als de motor draait of als de maaier warm is mag de tankdop niet worden opengedraaid of benzine worden bijgevuld.

- Indien benzine overgelopen is, mag u niet proberen de motor te starten. In plaats daarvan moet de machine van de verontreiniging door benzine worden ontdaan. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden tot de benzinedampen vervluchtigd zijn.

- veiligheidsredenen moeten de benzinetank en andere tanksluitingen bij beschadiging worden vervangen

  1. Vervang defecte geluidsdempers
  2. Voor gebruik dient u zich steeds door een visuele controle ervan te vergewissen dat de maagereedschappen, bevestigingsbouten en de gehele maai-eenheid niet afgesleten of beschadigd zijn. Ter voorkoming van onbalans mogen afgesleten of beschadigde maagereedschappen en bevestigingsbouten enkel per set worden vervangen.

1. Bediening

  1. Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimten draaien waarin zich gevaarlijk koolmonoxide kan verzamelen.
  2. Maai enkel bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting. Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat gras worden vermeden.
  3. Let steeds op een veilige stand op hellingen.
  4. Leidt de machine enkel stappend
  5. Bij machines op wielen geldt de volgende regel: maal dwars over de helling, nooit op- of neerwaarts.
  6. Wees bijzonder voorzichtig bij het veranderen van rijrichting op een helling.
  7. Maai niet op bovenmatig steile hellingen
  8. Wees bijzonder voorzichtig als u de maaier omdraait of hem naar u toe trekt.
  9. Stop het snijmes als de grasmaaier moet worden gekanteld, bij een transport over andere vlakten dan gras of als de grasmaaier weg van de te maaien vlakte of er naartoe moet worden gebracht.
  10. Gebruik de maalier nooit met beschadigde veiligheidsinrichtingen of beschermende tralies of zonder aangebouwde veiligheidsinrichtingen, b.v. stootplaat en / of grasopvanginrichtingen.
  11. Verander de regelafstellingen van de motor niet en jaag hem niet over zijn toeren.
  12. Zet de motorrem los voordal u de motor start.
  13. Start de motor voorzichtig conform de instructies van de fabrikant. Blijf met uw voeten steeds op voldoende afstand van het snijmes.
  14. Tijdens het starten van de motor mag de maaler niet worden gekanteld tenzij hij hierbij moet worden opgetild. Kantel hem in dit geval enkel zo ver als absoluut nodig en til enkel de van de gebruiker weg wijzende kant op.
  15. Start de motor niet als u voor de uitwerpopening staat.
  16. Kom nooit met handen of voelen legen of onder draaiende onderdelen. Blijf steeds op afstand van de uitwerpopening.
  17. Hef de maaier nooit op of draag hem nooit terwijl de motor draalt.
  18. Zet de motor af en trek de bougiestekker af:
  19. alvorens een geblokkeerd onderdeel los te zetten of verstoppingen in de uitwerpopening te verwijderen

- alvorens de maaier te controleren, te reinigen, of er werkzaamheden aan uit te voeren - als een vreemd voorwerp werd geraakt.

Controleer de maaier op beschadigingen en voer de nodige herstellingen uit voordat u het toestel

EINHELL Royal BM 51 - Bediening - 1

NL

opnieuw start en er mee werkt. Indien de maaier ongewoon sterk begint te vibreren, is een onmiddellijke controle vereist.

  1. Zet de motor af:

- als u zich van de maaier verwijdert - voordat u bijtankt.

  1. Bij het afzetten van de motor moet de gasregelaar (fig. L) naar de stand AUS (UIT) worden gebracht. De benzinekraan (fig. K) moet worden dichtgedraaid.

Onderhoud en berging

  1. Zorg er voor dat alle moeren, bouten en schroeven goed aangehaald zijn en dat het toestel zich in een toestand bevindt om er veilig mee le kunnen werken.
  2. Bewaar de maaier met benzine in de tank nooit binnen een gebouw waar mogelijk benzinedampen in contact kunnen komen met open vuur of vonken.
  3. Laat de motor afkoelen voordat u de maaier opbergt in een gesloten ruimte.
  4. Ter voorkoming van brandgevaar dient de motor, de uitlaat en de zone rond om de brandstoftank vrij te worden gehouden van gras, bladeren of ontsnappend vet (olie).
  5. Controleer regelmatig of de grasopvanginrichting slijtageverschijnsels vertoont resp. of hij naar behoren werkt.
  6. Om veiligheidsredenen dienen versleten of beschadigde onderdelen te worden vervangen.
  7. Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in open lucht gebeuren m.b.v. een benzinezuigpomp (verkrilgbaar in bouwmarkten).

2. Overzicht van de opbouw (fig. A) en omvang van de levering (fig. B)

A1 Motorstart- / -stophendel - motorrem
B2 Bovenste schuifbeugel
A3 Regelhefboom motorafstelling / choke (ook fig. L)
A4 Starttrekkabel
B5 Onderste schuifbeugel
A6 Handvastzetschroef met starttrekkabelgeleiding (ook fig. C)
A7 Grasopvangzak aangebouwd
A8 Uitwerpklep
B9 Maaihoogteverstelling
A10 Motor
B11 Stangenstelsel voor grasopvangzak
B12 Grasopvangzak
B13 Kabelstrop
B14 Bougiesleutel

34

B15 Schroevendraaier (kruiskop)
B16 Handleiding
B17 Grasmaaier met motor

De benzinemaaier is geschikt voor particulier gebruik in de huis- en hobbytuin.

Als grasmaaiers voor de particuliere huis- en hobbytuin worden diegene beschouwd die doorgaans niet langer dan 50 uur jaarlijks overwegend worden gebruikt voor het verzorgen van gras- en gazonvlakten, maar niet in openbare plantsoenen, sportpleinen en ook niet in de land- en bosbouw.

Het behoorlijk gebruik van de maaier houdt in dat de bijgaande gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht wordt genomen. De gebruiksaanwijzing bevat ook de bedrijfsomstandigheden en onderhoudsvoorwaarden.

Let op! Wegens lichamelijk gevaar voor de gebruiker mag de grasmaaier niet voor volgende werkzaamheden worden ingezet: voor het trimmen van heesters, heggen en struikgewassen, om rankgewassen of gazon te maaien en klein te maken op dakbeplantingen of in balkonbakken en ook niet om voelpaden te reinigen (af te zuigen) of als hakseelaar voor het kleinmaken van snoeisels van bomen en heggen. De maaier mag evenmin worden gebruikt als motorhafrees niet voor het gelijkmaken van bodemverhefflingen, zoals b.v. molshopen.

Om veiligheidsredenen mag de grasmaaier niet worden gebruikt als aandrijfaggregaat voor andere werkgereedschappen en gereedschapsets van welke aard dan ook.

4. Assemblage van de componenten

Bij de levering zijn enkele onderdelen gedemonteerd. De assemblage is eenvoudig uit te voeren mits de volgende instructies in acht worden genomen.

Let op! Voor de assemblage et voor onderhoudswerkzaamheden hebt u het volgende gereedschap nodig dat niet bij de levering is begrepen:

● een platte open sleutel van 10
● een ringsleutel van 10
● een platte open sleutel van 13
- een olieopvangbak plat (voor het verversen van olie)

NL

  • een maatbeker 1 l (bestand tegen olie / benzine)
  • een benzineblik (5 l zijn voldoende voor ca. 6 bedrijfsuren)
  • een trechter (passend bij de benzinevuldop van de tank)
  • huishoudstofdoeken (voor het afkuisen van olle-/benzineresten; verwijderen aan het pompstation)
    ● schaar
    ● pakket plakband
  • een benzineafzuigpomp (van kunststof, verkrijgbaar in bouwmarkten)
  • een oliekan met handpomp (verkrijgbaar in bouwmarkten)
    ● 1 l motorolie 15W-40

Noem de grasmaaier en de aanbouwstukken uit de verpakking en controleer of alle slukken voorhanden zijn (fig. B). Maak de onderste schuifbeugel (fig. B/5) als volgt vast aan de houders van het koetswerk. Let er op dat de trekkabels die later worden bevestigd niet in de weg staan. Verwijder de beide borgpennen van de as van de uitwerpklep (fig. A/8). Maak de beide handvastzetschroeven op het motorhuis los. Trek de onderste schuifbeugel uiteen. Steek hem de as op zodat hij vastklikt in de houders van het motorhuis en de handvastzetschroef mot starttrekkabelgeleiding (fig. A/6 boven op de schuifbeugel) in schuifrichting rechts is aangebracht. Zet er de beide borgpennen weer in. Mocht een boorgat wat moeilijk toegankelijk zijn, begin dan aan de andere kant. Duw dan zijdelings op de reeds geborgde kant om de as op die manier lichtjes te verschulven. Vervolgens schroeft u de onderste schuifbeugel met de handvastzetschroeven goed aan. Schroef dan de bovenste schuifbeugel (fig. B/2) op de onderste vast. Let erop dat de starttrekkabelgeleiding rechts naar binnen wijst (fig. C). Haal dan de beide trekkabels onder het dwarsstuk van de onderste schuifbeugel door (zie ook fig. F). Maak de trekkabels voor de motorafstelling en de motorrem (fig. D) vast zodat de hefboom voor de motorafstelling naar buiten wijst en de trekkabelhouder van de motorrem naar binnen staat. Haal de schroef en de moer goed aan (sleutel van 10). Trek dan de hefboom van de motorrem aan de linkerkant het boorgat van de houder uit en trek hem met de linkerhand iets naar voren (fig. E). Haak dan de trekkabel van de motorrem vast zodat hij van buiten de hefboom in wordt gezet (fig. E/1). Borg de trekkabels d.m.v. een kabelstrop (fig. F) en knip het uitstekende uiteinde met een schaar af.

Controle van de afstelling van de motorrem

Zet de hefboom van de motorrem met plakband op de bovenste schuifbeugel vast (fig. G). De hefboom van de motorrem moet gemakkelijk tot tegen de handgreep kunnen worden getrokken. Als dit niet het geval is (de afstand tussen hefboom van de motorrem en de bovenste schuifbeugel is groter dan ca. 5 mm), moet de correcte afstelling van de motorrem worden herzien (12. Onderhoud, punt 5). Verwijder het plakband na het controleren van de correcte afstelling.

Montage van de grasopvangzak

Leg het stangenstelsel voor de grasopvangzak met de middelste groep naar boven op de grond neer (fig. H). Plaats dan de grasopvangzak met de harde kunststofbodem naar beneden achter het stangenstelsel van de grasopvangzak. Trek dan de grasopvangzak over het stangenstelsel zodat het achterste gedeelte van het stangenstelsel van de grasopvangzak de bovenste kant van de grasopvangzak openspant en de harde kunststofbodem naar beden holdt. Span dan de grasopvangzak met de kunststoflijsten op het stangenstelsel van de grasopvangzak. Licht de uitwerpklep met één hand op en haak de geassembleerde grasopvangzak boven de as van de uitwerpklep vast (fig. I).

5. Afstellen van de maaihoogte

Let op! Van maaihoogte mag enkel bij afgezette motor en afgetrokken bougiestekker worden veranderd.

- Voordat u begint te maaien controleer of de maaigereedschappen niet bot en hun bevestigingsmiddelen niet beschadigd zijn. Vervang botte en/of beschadigde maaigereedschappen, indien nodig, per set om onbalans te voorkomen. Bij deze controle de motor afzelten en de bouglestekker aftrekken.

- De maaihoogte wordt centraal ingesteld met behulp van de maaihoogteafstelhendel (fig. B 9). U kunt 5 verschillende maaihoogtes instellen.

- Trek de afstelhendel naar buiten en stel de gewenste maaihoogte in. De hendel klikt in de gewenste positie vast.

6. Inbedrijfstelling

Let op!

De motor wordt zonder olie geleverd. Daarom dient u voor de inbedrijfstelling absoluut 0,4 l olie In te gieten. Gebruik daarvoor normale

EINHELL Royal BM 51 - Let op! - 1

NL

multigrade olle (15W 40). Het ollepeil in de motor dient telkens vóór het maaien te worden gecontroleerd. (Zie controle van het oliepeil).

Om het ongewild starten van de maaier te voorkomen is die voorzien van een motorrem (fig. J, pos. 1+2) die u moet bedienen alvorens de maaier te starten. Bij het loslaten van de motorremhefboom moet die terugkeren naar zijn oorspronkelijke stand en de motor wordt automatisch afgezet.

Voordat u de maaier start moet u de brandstofkraan opendraaien (fig. K, p|l = brandstofkraan open). Breng de gasregelaar (fig. L) naar de stand choke. Trek de motorremheelboom (fig. J, pos. 2) samen en haal de starttrekkabel link door. Met de gasregelaar kunt u de snelheid en het aantal toeren van het mes regelen (fig. L).

Voordat u begint te maaien voert u deze stap best meermaals uit om er zeker van te zijn dat alles naar behoren functioneert.

Telkens als u een of andere afstel- en/of herstelwerkzaamheid aan uw maaier moet uitvoeren dient u te wachten tot het mes niet meer draait.

Zet voor elke afstel-, onderhouds- en herstelwerkzaamheid de motor af.

Voor de inbedrijfstelling Aanwijzingen:

  1. Motorrem (fig. J): gebruik de hefboom om de motor af te zetten. Als u de hefboom loslaat, stoppen motor en mes vanzelf (fig. J/1). Om te maaien houdt u de hefboom in werkstand vast (fig. J/2). Vóór het maaien zelf controleert u de start/stophendel best meermaars. Vergewis u er zich van dat de stabelbel vormeldelijk over met
    ZICH VAN DAAT DE TREKKAAL GEMAKKEELJK BEWEGET.
  2. Gasregelaar (fig. L): verschuif de regelaar om de molortoeren te verhogen of te verlagen. (Slaksymbool = traag / haassymbool = snel)
  3. Waarschuwing: het maaiimes roteert als de motor wordt gestart.

Belangrijk: vóór het starten van de motor beweegt u de motorrem meermaals om te controleren of de stopkabel naar behoren werkt. Let wel: de motor is berekend voor de maalsnelheid voor gras, voor het uitwerpen van het gras in de opvangzak en voor een lange levensduur.

  1. Controleer het oliepeil.
  2. Giet ca. 1,6 liter benzine de tank in als die leeg is en gebruik een trechter en maatbeker. Vergewis u er zich van dat de benzine schoon is.

Let wel: gebruik enkel loodvrije normale benzine.

Waarschuwing: gebruik altijd enkel een veiligheidsbenzineblik. Rook niet bij het ingieten van benzine. Zet de motor af en laat de motor enkele minuten afkoelen voordat u de tank vult.

  1. Vergewis u er zich van dat de ontstekingskabel aangesloten is op de bougie.
  2. Klik de gashendel in de stand CHOKE vast.
  3. Ga achter de motormaaiier staan. Eén hand moet aan de motorstart/stophendel zijn. De andere hand moet aan de startergreep zijn.
  4. Trek de startergreep snel aan en laat hem maar langzaam weer los.
  5. Als de motor na 5 à 6 keer niet aanslaat. Let wel: bij fris weer kan het noodzakelijk zijn de startpoging meermaals te herhalen.
  6. Als de motor warm is kan hij in de stand TRAAG (fig. L) worden gestart. Belangrijk: startpogingen in de stand CHOKE (fig. L) zouden dan ertoe kunnen leiden dat de bougle van de motor nat wordt. Wacht dan enkele minuten voordat u doorgaat met de startpogingen.

7. Vóór het maaien

Belangrijke aanwijzingen:

  1. Trek de gepaste kledij aan. Draag vast schoeisel en geen sandalen of tennisschoenen.
  2. Controleer het mes. Een mes dat kromgebogen of anders beschadigd is moet door een origineel mes (speciaal accessoire artikeln. 34.055.23) worden vervangen.
  3. Het vullen van de brandstoftank dient in open lucht te gebeuren. Gebruik een trechter en een maatbeker (benzinevulhoeveelheid 1,6 l als de tank leeg is). Veeg overgelopen benzine weg.
  4. Lees de handleiding en volg die op alsook de instructies aangaande de motor en de hulpstukken. Bewaar de handleiding toegankelijk ook voor andere gebruikers van het toestel.
  5. Uitlaatgassen zijn gevaarlijk. Start de motor enkel in open lucht.
  6. Vergewis u er zich van dat alle veiligheidsinrichtingen voorhanden zijn en naar behoren werken.
  7. Het toestel mag enkel door een persoon worden bediend die ertoe geschikt is.
  8. Het maaien van nat gras kan gevaarlijk zijn. Maai gras zo veel mogelijk droog.
  9. Draag uw kinderen of andere personen op, op afstand van de maaier te blijven.

NL

  1. Maai nooit bij slecht zicht.

  2. Raap vóór het maaien her en der verspreid liggende losse voorwerpen van de grond op.

8. Instructies voor het correct maaien

Let op! Open de uitwerpklep nooit als de grasopvanginrichting leeg wordt gemaakt en de motor nog draait. Het roterende mes kan letsels veroorzaken.

Maak de uitwerklep en de grasopvangzak steeds zorgvuldig vast. Als u die wilt verwijderen, moet u voordien verplicht de motor stopzetten. De door de geleidestangen gegeven veiligheidsafstand tussen meskooi en gebruiker dier steeds in acht te worden genomen. Tijdens het maaien en veranderen van rijrichting op bermen en hellingen dient u bijzonder voorzichtig te werk te gaan. Let op een veilige stand, draag schoenen met slipvaste zolen en een lange broek. Maai steeds dwars over de helling.

Op hellingen van meer dan 15" mag om veiligheidsredenen het gras niet met de maaler worden afgereden.

Wees bijzonder voorzichtig bij het achteruit bewegen en trekken van de maaier. Struikelgevaar!

9. Gras afrijden

Maai enkel met een scherp en intact mes zodat de grashalmen niet uitrafelen en het gazon niet geel wordt.

Om een keurig maapatroon te bereiken leidt u de maaier in zo recht mogelijke banen. De banen moeten elkaar steeds overlappen met enkele centlmeters zodat er geen stroken blijven staan.

De onderkant van het koetswerk van de maaier schoon houden en afgezet gras zeker verwijderen. Afgezet materiaal bemoeilijkt het starten, doet afbreuk aan de maaikwaliteit en belemmort het uitwerpen van het gras. Op hellingen moet de maaibaan steeds dwars over de helling verlopen. Het weggliiden van de maaier kan door schuin omhoog verplaatsen worden voorkomen. Kies de maaihoogte naargelang de werkelijke lengle van het gras. Maai in meerdere beurten zodat het gras per beurt maximaal 4 cm korter wordt gereden.

Voordat u controles van welke aard dan ook aan het mes uitvoert dient u de motor af te zetten. Denk eraan dat het mes na het afzetten van de motor nog enkele seconden blijft draaien. Probeer nooit het

mes te stoppen.

Controleer regelmatig of het mes correct bevestigd, in perfecte staat en goed geslepen is. Zo niet, het mes slijpen of vervangen. Indien het roterende mes een voorwerp raakt, de maaler uitschakelen en wachten tot het mes helemaal stillstaat. Controleer vervolgens de toestand van het mes en de meshouder. Als het mes beschadigd is, moet het worden vervangen.

Aanwijzingen omtrent het maalen:

  1. Let op vaste voorwerpen. De maaier zou kunnen worden beschadigd of er zouden verwondingen kunnen worden veroorzaakt.
  2. Een warme motor, uitlaat of aandrijving kunnen brandwonden veroorzaken. Dus niet aanraken
  3. Op hellingen of steil afhellende terreinen voorzichtig maaien.

  4. Onvoldoend daglicht of kunstmatige verlichting zijn een reden om het maajen te stoppen

  5. Controleer de maalier, het mes en de andere componenten als u in een vreemd voorwerp bent gereden of als het toestel sterker vibreert dan normaal.

  6. Verander niet van afstelling of voor geen herstellingen uit zonder de motor voordien af te zetten. Trek er de stekker van de ontstekingskabel af.

  7. Let op het wegverkeer op een weg of in de buurt ervan. Hou de grasuitworp weg van de weg.

  8. Vermijdt plaatsen waar de wielen geen grip meer hebben of het maaien onveilig is. Voordat u achteruit gaat dient u er zich van te vergewissen dat geen kleine kinderen achter u zijn.

  9. In dicht hoog gras gebruikt u de hoogste maaistand en maait u trager. Voordat u gras of andere verstoppingen verwijdert zet u de motor af en neemt u de ontstekingskabel los.

  10. Verwijder nooit onderdelen die de veiligheid dienen.

  11. Giet nooit benzine in de tank als de motor nog warm is of draait.

10. Leegmaken van de opvangzak

Zodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen, moet de opvangzak leeg worden gemaakt.

Let op! Vóór het afnemen van de opvangzak de motor afzetten en wachten tot het maagereedschap tot stilstand is gekomen.

Om de opvangzak af te nemen tilt u met één hand de uitlaatklep op en met de andere hand neemt u de

EINHELL Royal BM 51 - Leegmaken van de opvangzak - 1

NL

opvangzak aan het handvat uit.

Overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften valt de uitlaatklep bij het afnemen van de opvangzak dicht en sluit de achterste uitwerpopening. Als daarbij grasresten in de opening blijven hangen, trekt u de maalier best ongeveer 1 m terug om het starten van de motor te vergemakkelijken.

Grasresten in het koetswerk van de maaler en op het werkgereedschap niet met de hand of de voet verwijderen maar met de gepaste hulpmiddelen, b.v. borstel of handveger.

Om een goed opraapresultaat te bereiken dienen de opvangzak en vooral het net na gebruik van binnen te worden schoongemaakt.

Opvangzak enkel vasthaken als de motor afgezet is en het maalgereedschap stilstaat.

Uitwerpklep met een hand optillen en met de andere hand de opvangzak aan het handvat vasthouden en van boven vasthaken.

11. Na het maaien

  1. De motor steeds laten afkoelen voordat u de maaier in een gesloten ruimte opbergt.
  2. Verwijder voor het opbergen gras, loof, smeer en olie. Leg geen andere voorwerpen op de maaier.
  3. Controleer alle schroeven en moeren voordat u de maaier opnieuw gebruikt. Los gekomen schroeven moeten worden aangehaald.
  4. Verwijder de opvangzak voordat u de maaler opnieuw gebruikt.
  5. Trek er de stekker van de ontstekingskabel af om ongeoorloofd gebruik te voorkomen.
  6. Let er op dat de maaier niet naast een gevarenbron wordt opgeborgen. Gaswolken kunnen leiden tot ontploffingen.
  7. Enkel originele onderdelen of door de fabrikant goedgekeurde onderdelen mogen bij herstellingen worden gebruikt (zie adres op het garantiebewijs).
  8. Als de maaler een tijdje niet wordt gebruikt, dient u de benzinetank te ledigen m.b.v. een benzinezuigpomp.
  9. Draag kinderen op, de maaler niet te gebruiken. Het is geen speelgoed.
  10. Bewaar nooit benzine in de buurt van een vonkenbron. Gebruik altijd een goedgekeurde jerrycan. Hou kinderen weg van benzine.
  11. Olie en onderhoudt het toestel.
  12. Hoe u de motor afzet:

Om de motor af te zetten laat u de

motorstart/stophendel los (fig. J/1). Trek de stekker van de ontstekingskabel van de bougie af om te voorkomen dat de motor start. Controleer vóór het herstarten de trekkabel van de motorrem. Controleer of de trekkabel correct gemonteerd is. Een geknikte of beschadigde afzetkabel moet worden vervangen.

12. Onderhoud

Let op:

Werk nooit aan onderdelen van het

ontstekingssysteem waarop spanning staat en raak deze nooit terwijl de motor draait. Trek voor alle onderhoudswerkzaamheden de stekker van de ontstekingskabel van de bougie af. Voer nooit om het even welke werkzaamheden op het draaiende toestel uit. Werkzaamheden die niet in deze handleiding beschreven zijn mogen enkel door een geautoriseerde vakwerkplaats worden uitgevoerd.

  1. Maaier schoonmaken

De maaier moet na elk gebruik grondig worden schoongemaakt. Vooral de onderkant en de meskooi. Te dien einde kantelt u de grasmaaier naar de linkerkant (overkant van het olievulpijp).

Aanwijzing: Voordat u de grasmaaier kantelt moet u de brandstoftank volledig leegmaken m.b.v. een benzinezuigpomp. De maaier mag met niet meer dan 90 graden worden gekanteld. Vuil en gras verwijdert u best onmiddellijk na het maaien. Vastgekoekte grasresten en vuil kunnen het maaien moeilijker maken. Controleer of de grasuitwerpkoker vrij is van grasresten en verwijder die indien nodig. Maak de maaier nooit met een waterstraal of hogedrukreiniger schoon. De motor moet droog blijven. Agressieve reinigingsmiddelen zoals koude reinigers of wasbenzene mogen niet worden gebruikt.

  1. Wielassen en wielnaven

Moeten eenmaal per seizoen lichtjes worden ingevet. Daarvoor neemt u de wielkappen met een schroevendraaier af en maakt u de bevestigingsschroeven van de wielen los.

  1. Mes

Laat het mes om veiligheldsredenen enkel door een geautoriseerde vakwerkplaats slijpen, uitbalanceren en monteren. Om een optimaal werkresultaat te bereiken is het aan te bevelen het mes eenmaal jaarlijks te laten controleren.

NL

Vervangen van het mes

Bij het vervangen van het snijgereedschap mogen enkel originele wisselstukken worden gebruikt. De kenmerking van het mes moet overeenstemmen met het nummer opgegeven in de wisselstukkenlijst. Nooit een ander mes monteren.

Beschadigde messen

Mocht het mes ondanks alle voorzichtigheid in contact komen met een hindernis, onmiddellijk de motor afzetten en de stekker van de ontstekingskabel aftrekken. Maaier opzij kantelen en mes op beschadiging controleren. Beschadigde of kromgebogen messen moeten worden vervangen. Nooit een kromgebogen mes weer rechtbuigen. Nooit met een kromgebogen of link versleten mes werken, want dat veroorzaakt trillingen en kan verdere beschadigingen van de maaier tot gevolg hebben.

Let op: Er bestaat lichamelijk gevaar als met een beschadigd mes wordt gewerkt.

Mes bijslijpen

De meskanten kunnen met een metaalvijl worden bijgeslepen. Om onbalans te voorkomen dient het slijpen enkel door een geautoriseerde vakwerkplaats te worden uitgevoerd.

4. Oliepeilcontrole

Let op: Motor nooit zonder of met te weinig olie laten draaien. Dat kan zware schade aan de motor tot gevolg hebben. Gebruik enkel motorolie 15W40.

Controle van het oliepeil:

Plaats de maaier op een effen horizontaal vlak. Draai de oliepeilstok naar links eruit en wis de peilstok af. Peilstok de vulpijp terug in steken tot tegen de aanslag, maar niet dichtdraaien. Peilstok uittrekken, horizonlaal houden en het oliepeil allezen. Het oliepeil moet zich tussen Maximum (bovenste kant van de plat geperste metaalstok, fig. N) en Minimum (onderste kant van de plat geperste metaalstok, fig. N) bevinden. Het oranje bewegelijke kunstistofstuk op de oliepeilstok dient als bescherming tegen olieschuim.

Verversen van de olie:

Plaats de maaier op een werktafel zodat het rechter voorste wiel (in schuifrichting) vrij staat. Zet een platte olieopvangbak onder de maaier (fig. O). Verwijder de olieaftapplug aan de onderkant van de maaier (zie fig. P). Laat al de afgewerkte olie uitlopen. Als geen olie meer uitdruipt draait u er de

olieaftapplug terug goed in. Giet 0,4 l verse motorolie 15W40 in (zie controle oliepeil).

5. Onderhoud van de trekkabels en afstellen van de trekkabel van de motorrem

De trekkabels dikwijls olieën en controleren of ze gemakkelijk bewegen.

- De afstelling van de werkspeling van de motorrem dient telkens vóór de inbedrijfstelling te worden gecontroleerd:

● a) Zet de hefboom van de motorrem met een plakband vast (fig. G).

- b) Controleer de afstelling van de speling tussen de stelschroef en de nippel van de trekkabel (afstand ca. 2-4 mm, fig. Q+R).

- c) Is de afstand te klein (fig. Q), dient u die te corrigeren door losdraaien van de stelschroef en bijregelen (fig. R).

6. Onderhoud van de luchtfilter

Als luchtfilters vervuild zijn, gaat het motorvermogen achteruit omdat te weinig lucht naar de carburator wordt toegevoerd. De filter dient dan ook regelmatig te worden gecontroleerd. De luchtfilter om de 24 uur controleren en, indien nodig, schoonmaken. Bij zeer stoffige lucht dient de luchtfilter vaker te worden gecontroleerd.

Let op: Luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen schoonmaken (fig. S). Luchtfilter enkel met perslucht of door uitkloppen reinigen.

7. Herstelling

Na een herstelling of na een onderhoudsbeurt dient er zich van te vergewissen dat alle veiligheidsrelevante onderdelen aangebracht en in een behoorlijke staat zijn.

Stukken die verwondingen kunnen veroorzaken dienen voor andere personen en kinderen ontoegankelijk te worden bewaard.

Let op: Volgens de produclaansprakelijkheidswet zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ondeskundige herstelling is veroorzaakt of als bij wisselstukken niet de originele stukken of door ons goedgekeurde stukken worden gebruikt. Wij zijn evenmin aansprakelijk voor schade die te wiljten is aan ondeskundige herstellingen. Laat herstellingen door de klantendienst of door een geautoriseerde vakman uitvoeren. Dit geldt analoog ook voor accessoires.

8. Werktijden

Met grasmaaiers mag alleen op werkdagen tussen 07h00 en 19h00 worden gewerkt. Gelieve de wettelijke bepalingen na te leven die plaatselijk

EINHELL Royal BM 51 - Werktijden - 1

NL

kunnen verschillen.

13. Voorbereiding voor het opbergen van de maaier

Waarschuwing: Verwijder de benzine niet in gesloten ruimten, in de buurt van vuur of tijdens het roken. Gasdampen kunnen ontpollingen of brand veroorzaken.

  1. Maak de benzinetank met een benzinezuigpomp leeg.
  2. Start de motor en laat hem draalen tot de resterende benzine is verbruikt.
  3. Ververs de olie telkens aan het einde van het seizoen. Daarvoor verwijdert u al de afgewerkte motorolie uit de warme motor en giet u er verse olie in (zie verversen van motorolie, punt 12/4).
  4. Verwijder de bougie van de cilinderkop. Giet ca. 20 ml olie de cilinder in m.b.v. een oliekan. Trek de startergroep langzaam zodat de olie de cilinder binnen beschermt. Draai de bougie er weer in.
  5. Maak de koelribben van de cilinder en het huis schoon.
  6. Maak het hele toestel schoon om de lakverf te beschermen.
  7. Bewaar het toestel op een goed verluchte plaats.

14. Voorbereiding van de maaier voor het transport

  1. Maak de benzinetank leeg (zie punt 13/1).
  2. Laat de motor draaien tot al de resterende benzine verbruikt is.
  3. Verwijder de motorolie uit de warme motor.
  4. Verwijder de stekker van de ontstekingskabel van de bougie.
  5. Maak de koelribben van de cilinder en het huis schoon.
  6. Haak de starttrekkabel los (fig. A/6). Draai de vleugelmoeren los en vouw de bovenste schuifbeugel omlaag (fig. T).
  7. Wind enkele lagen golfkarton tussen de bovenste en onderste schulfbeugel en de motor om het schuren te voorkomen.

eencilinder-viertaktmotor 168 ccm

Motorvermogen: 3,7 kW / 5 pk

Werktoerental: ca. 2800 t/min

40

NL

16. Storingen en verhelpen van fouten

Waarschuwing: eerst de motor afzetten en de ontstekingskabel aftrekken voordat onderhouds- of justeerwerkzaamheden worden uitgevoerd.

Waarschuwing: als de motor na een justering of herstelling enkele minuten gedraaid heeft, denk eraan dat de uitlaat en andere onderdelen warm zijn. Dus niet aanraken om brandwonden te voorkomen.

FoutMogelijke oorzaakVerhelpen
Maaier loopt onrustig of vibreert hevig- Schroeven los- Mes zit los- Onbalans van het mes- Schroeven controleren- Bevestiging van het mes controleren- Mos vervangen
Motor draait niet- Remhelfboom niet gedrukt- Gashendel in verkeerde stand- Bougie defect- Brandstoftank leeg- Benzinekraan dicht- Remhelfboom drukken- Afstelling controleren- Bougie vervangen- Brandstof ingieten.- Benzinekraan opendraaien
Motor draait onregelmatig- Luchtfilter vervuild.- Bougie vervuild- Luchtfilter schoonmaken- Bougie reinigen
Gazon wordt geel. en wordt onregelmatig gesneden- Mes bot- Maaihoogte te gering- Motortoeren te gering- Mes slijpen- Correcte maaihoogte afstellen- Hendel naar de stand Max. brengen
Gras wordt niet naar behoren uitgeworpen- Motortoeren te gering- Maaihoogte te laag- Mes versieten- Grasopvangzak verstopt geraakt- Gashendel naar de stand Max. brengen- Correct afstellen- Mes vervangen- Grasopvangzak leegmaken

Op het in de handeling geroemde toestel geven wil 2 jaar garantie voor het gevat dat ons product gebreken mocht vertonen. De periode van 2 jaar gaat in met de govaarovergang et do overname van het toestel door de kant. De garantie kan enzet worden geplumd op voorwaarde dat het toestel naar behoeren is oredtonden en gebruik conform de handeling.

Vanzellsprekend biljven u de wetteilijke garantierechten binnen deze 2 jaar behouden.

De garantie gelot voor het grongezeed van de Borsrepublik. Duitelond of van de respectoedijkes terden van de regionale hoofdebeleter als servilling van de ter staatte geldancia wandelje voenschlitten. Gebeve zich tot aan daarpensoon van de regionaal bereogde kiantlandenst of tot het hieronder vermoide serviceklos te wenden.

① CERTIFICATO DI GARANZIA

Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidapepleren van de producten, gehoel of godseitelijk, onkel toogastaan mits ulltrukkelijke toeslemming van ISC GmbH.

P

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : EINHELL

Model : Royal BM 51

Categorie : Grasmaaier