CU428100 - Fornuis GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CU428100 GAGGENAU in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CU428100 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CU428100 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CU428100 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING CU428100 GAGGENAU
nl Gebruikershandleiding 2
Volledig geïntegreerde inductiemodule
1 Veiligheid.... 2
2 Milieubescherming en besparing.... 4
3 Geschikt kookgerei.... 4
4 Uw apparaat leren kennen.... 6
5 De Bediening in essentie.... 7
6 Booster voor kookpannen.... 8
7 Warmhoudfunctie.... 9
8 Kookgerei-test.... 9
9 Individuele veiligheidsuitschakeling ...... 9
10 Reiniging en onderhoud.... 10
11 Storingen verhelpen 10
12 Afvoeren 11
13 Servicedienst.... 11

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Uitsluitend geautoriseerd vakpersoneel mag inductiemodules zonder stekker monteren en aansluiten.
- De inductiemodule niet aansluiten, wanneer de module bij het transport beschadigd is geraakt.
1.2 Beoogd gebruik
Uitsluitend geautoriseerd vakpersoneel mag inductiemodules zonder stekker monteren en aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting of verkeerde installatie kunt u geen aanspraak maken op garantie. Alleen bij deskundige inbouw overeenkomstig de montagehandleiding is de veiligheid van de inductiemodule bij gebruik gewaarborgd. De installateur is voor het perfect functioneren van het apparaat op de plaats van opstelling verantwoordelijk.
De inductiemodule gebruiken:
■ om voedsel en dranken te bereiden.
■ onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
■ tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
De inductiemodule niet gebruiken:
■ met een externe timer of een separate afstandsbediening. Dit geldt niet voor het geval dat de werking middels de door EN 50615 genoemde apparaten wordt uitgeschakeld.
Als u een actief, geïmplanteerd medisch apparaat zoals een pacemaker of defibrillator draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 alsmede de EN 45502-2-1 en EN 45502-2-2 en overeenkomstig VDE-AR-E 2750-10 is geselecteerd, geïmplementeerd en geprogrammeerd. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan en er bovendien non-ferro pannen met non-ferro handgrepen worden gebruikt, kan deze inductiekookplaat zonder bezwaar worden gebruikt, mits dit natuurlijk op de juiste wijze gebeurt.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en tevens door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met de inductiemodule en haar accessoires spelen.
De reiniging en verzorging mag uitsluitend door kinderen vanaf 15 jaar worden uitgevoerd, die onder toezicht staan van een volwassene.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van de inductiemodule en de aansluitkabel.
1.4 Veilig gebruik
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-ken.
- Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog.
▶ Probeer nooit een brand met water te blussen, maar schakel de inductiemodule uit en dek vervolgens de vlammen af bijv. met een deksel of een blusdeken.
De kookzone wordt zeer heet.
- Nooit brandbare voorwerpen op de kookzone of in de directe omgeving leggen.
- Nooit voorwerpen op de kookzone bewaren.
- Gebruik geen andere oppervlaktebeschermer dan de originele beschermer van het product.
De inductiemodule warmt op.
- Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookzone.
De inductiemodule na elk gebruik altijd met de bedieningsknop uitschakelen.
- Wacht niet tot de inductiemodule automatisch uitschakelt doordat er geen pan meer op de kookplaat staat.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
- Er moet toezicht worden gehouden op het kookproces. Een korte procedure moet permanent worden gecontroleerd.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
De kookzone warmt op tijdens gebruik.
- Wees voorzichtig en vermijd contact met de kookzone.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
- Wacht tot de kookzone is afgekoeld, voordat u deze aanraakt.
Het oppervlak heeft tijd nodig om af te koelen. Het materiaal slaat de va het kookgerei overgedragen warmte op en koel al naar gelang de grootte van het kookgerei, vermogensstand, kooktijd en omgevingscondities geleidelijk af.
- Wacht tot het oppervlak is afgekoeld, voordat u dit aanraakt.
De oppervlaktebescherming wordt warm.
- Voor het reinigen wachten tot de oppervlaktebescherming is afgekoeld.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat.
Leg tijdens de werking nooit voorwerpen van metaal op de kookplaat, bijvoorbeeld messen, vorken, lepels of deksels.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan de inductiemodule uitvoeren.
- Uitsluitend originele reserve-onderdelen voor de reparatie van de inductiemodule gebruiken.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van deze inductiemodule beschadigd raakt, moet deze kabel worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
Een beschadigde inductiemodule of een beschadigd netsnoer zijn gevaarlijk.
- Gebruik nooit een beschadigde inductiemodule.
- Wanneer het oppervlakte is beschadigd, de inductiemodule uitschakelen om een mogelijke stroomstoot te vermijden. In dit geval de inductiemodule niet met het bedieningspaneel, maar via de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Nooit aan de netaansluitkabel trekken om de inductiemodule van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer de inductiemodule of het netsnoer is beschadigd, dan direct de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de Service. → Pagina 11
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.
- Gebruik geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger om de kookzone te reinigen.
Op de hete delen van de inductiemodule kan de kabelisolatie smelten.
Zorg ervoor dat de aansluitkabel van de inductiemodule nooit in contact komt met hete apparaatonderdelen.
Het contact van metalen voorwerpen met de ventilator aan de onderkant van de inductie-module kan een stroomstoot veroorzaken.
▶ Bewaar geen lange, puntige metalen voorwerpen in de lade onder de inductiemodule.
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling omhoog springen.
- Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
- Nooit bevoren kookgerei gebruiken. Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting.
- De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld.
- Gebruik alleen hittebestendige vormen.
Een apparaat met een gebarsten of gebroken oppervlak kan tot snijwonden leiden.
- Het apparaat niet gebruiken als het oppervlak ervan gebarsten of gebroken is.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
2 Milieubescherming en besparing
2.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
2.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.
Het kookgerei kiezen dat voor de grootte van de kookzone het best geschikt is en het kookgerei op de markeringen op de kookzone centreren.
- Opmerking: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
■ Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
■ Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
■ Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
- Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
■ Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand.
■ Met een te hoge kookstand verspilt u energie.
Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op de meegeleveerde apparaatpas en op het intern op de productpagina van uw apparaat.
3 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een ferromagnetische bodem hebben, dus door een magneet worden aangetrokken, en verder moet de bodem even groot zijn als de kookzone.
Het kookgerei kiezen dat voor de grootte van de kookzone het best geschikt is en het kookgerei op de markeringen op de kookzone centreren.
3.1 Grootte en kenmerken van het kookgerei
Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de grootte en het materiaal van het kookgerei rekening houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn.
Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei geschikt is. Meer informatie vindt u onder
→ "Kookgerei-test", Pagina 9.
| Kookgerei Materialen Eigenschappen | ||
Aanbevolen kookge-rei![]() | Roestvaststalen kookgerei met sandwichbo-dem die de warmte goed verdeelt. | Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig, warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. |
| Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer, of speciale pannen voor in-ductie van edelstaal. | Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig herkend. | |
| Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetischeoppervlak kleiner is dan de bodem van het kookgerei, warmt alleen het ferromagnetische oppervlak op. Daardoor verdeelt dewarmte zich niet gelijkmatig. | ||
![]() | Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze bodems van het kookgerei verkleinen het ferromagnetische oppervlak, waardoor minder vermogen aan het kookgerei wordt afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen on-voldoende of helemaal niet worden herkend en daarom ook onvoldoende worden ver-warmd. | |
| Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-dewerk, koper of aluminium. | ||
Opmerkingen
- Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe geen adapterplaten.
■ Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit kunnen raken.
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
4.2 Uw inductiemodule
Deze inductiemodule wordt onder het werkblad geïnstalleerd en bestaat uit meerdere elementen.

text_image
1 2 3 4Nr. Beschrijving
| 1 | Oppervlaktebescherming |
| 2 | Kookzonemarkering |
| 3 | Middelste licht van de kookzone en de temperatuursensor |
| 4 | Bedieningsknop |
4.3 Oppervlaktebescherming
Om een correcte werking te garanderen, bevestigt u de oppervlaktebescherming aan de bodem van elk gebruikt kookgerei.
De bescherming overeenkomstig de grootte van de bodem van het kookgerei kiezen.
| ∅ 280-240 mm | ||
| ∅ 235-190 mm | ||
| ∅ 185-150 mm | ||
| ∅ 145-100 mm |
U kunt de oppervlaktebescherming achteraf in de vakhandel, via de klantenservice of in de onlineshop www.gaggenau.com aankopen.
Meer informatie over de oppervlaktebescherming vindt u in de handleiding van het toebehoren.
Opmerkingen
- Gebruik geen andere oppervlaktebeschermer dan de originele beschermer van het product.
- Het gebruik van niet originele oppervlaktebeschermers kan tot schade aan het apparaat leiden, aan het oppervlak of zelfs tot brandgevaar leiden.
■ Schade, welke door het gebruik van niet originele oppervlaktebeschermers van het apparaat worden veroorzaakt, worden niet door de garantie afgedekt.
Oppervlaktebescherming bevestigen
- De oppervlaktebescherming aan de flens vastnemen.
- Een einde van de oppervlaktebescherming op de bodem van het kookgerei leggen en de bescherming op de bodem van het kookgerei centreren.
- De oppervlaktebescherming dicht bij de bodem van het kookgerei houden tot de bescherming stevig tegen de bodem van het kookgerei aanligt.
Oppervlaktebescherming lostrekken
- Voordat u de oppervlaktebescherming verwijdert, de oppervlaktebescherming en het kookgerei laten afkoelen.
- De oppervlaktebescherming aan het lipje vastnemen en voorzichtig lostrekken.
4.4 Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
Controleer voordat u met het koken begint of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u kookt:

Gebied Hoogste stand
| A ∅ 21 cm Kookstand 12 | 2.000 W |
| Booster voor kook-pannen | 2.300 W |
| B ∅ 28 cm Kookstand 12 | 2.300 W |
| Booster voor kook-pannen | 2.700 W |
4.5 Bedieningsknop
Met de bedieningsknop kunt u de vermogensstanden 1 tot 12, de Booster voor kookpannen en andere instellingen selecteren.

text_image
0 7 12 11 10 3 2 1Instellingen van de bedieningsknop
| Instelling Functie | |
| 0 Kookzone uit | |
| 1-12 Vermogensstand instellen | |
| >> | Booster voor kookpannen |
| ### | Warmhoudfunctie |
Indicaties aan de lichtring
De bedieningsknop toont geeft via zijn lichtring informatie over de bedrijfstoestand weer.
| Indicatie Beschrijving |
| Uit Kookzone uit |
| Branden oranje Ingeschakelde kookzone |
| Brandt wit Ingeschakelde kookzone, maar geen kookgerei herkend. |
| Indicatie Beschrijving | |
| Knippert wit Ingeschakelde kookzone,kookgerei herkend, maar zonder oppervlaktebescherming. Oppervlaktebescherming moet aan de bodem van het kookgerei worden bevestigd. | |
| Knippert oranje Kookzone uitgeschakeld, maar restwarmte voorhanden | |
| Knippert afwisselend oranje en wit | De kookzone herkent de oppervlaktebescherming niet langer. Kookgerei met de oppervlaktebescherming binnen 30 seconden in het midden op de kookzone plaatsen. |
| De indicatie brandt gedu- rende enkele seconden groen en dan geel. | Verschijnt bij het inscha-kelen van de inductiemodule na het eerste verbinden of na het onderbreken. |
4.6 Restwarmte-indicatie
De inductiemodule heeft meerdere restwarmte-indica- ties:
■ Als u de kookzone uitschakelt en de kookzone nog heet is, knippert de lichtring van de bedieningsknop oranje.
- Het middelste licht van de kookzone geeft aan: - Hoge restwarmte: knippert fel oranje. - Geringe restwarmte: brandt permanent zacht oranje.
De kookzone niet aanraken zolang de restwarmte-indicatie brandt.
Opmerking: De restwarmte-indicatie dooft na 45 minuten. Zorg ervoor dat het oppervlak koud is voordat u het aanraakt.
5 De Bediening in essentie
5.1 Inductiemodule inschakelen en kookzone instellen
Vereisten
■ De oppervlaktebescherming aan de bodem van het gebruikte kookgerei bevestigen.
■ Plaats het kookgerei op de kookzone.
1. De bedieningsknop naar binnen drukken.
2. Om de gewenste vermogensstand te selecteren, de bedieningsknop draaien.
√ Het middelste licht van de kookzone brandt wit.
√ De lichtring van de bedieningsknop brandt oranje.
5.3 Bereidingstips
■ Zorg ervoor dat de olie niet rookt.
■ Bereid het voedsel niet te lang om de voedingswaarde te behouden.
√ De kookzone is ingeschakeld en verwarmt.
Opmerking: Als u geen kookgerei hebt opgesteld of als er geen kookgerei van de inductiemodule wordt herkend, dan schakelt de kookzone na ca. 9 minuten uit. De lichtring knippert. De bedieningsknop op 0 draaien en de lichtring gaat uit.
5.2 Inductiemodule uitschakelen
▶ De bedieningsknop op 0 draaien.
√ De restwarmte-indicaties branden, totdat de kookzone is afgekoeld.
- Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaar en in kleine porties aanbraden.
■ Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei, totdat u het gerecht serveert.
■ Om voor te verwarmen, vermogensstand 10 - 12 instellen.
■ Houd voor het bereiden met de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant aan.
■ Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibare sauzen opwarmt, deze af en toe omroeren.
■ Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden onder
→ "Energie besparen", Pagina 4
■ Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verlagen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaat wordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed.
■ Sommige pannen kunnen bij het bereiden hoge temperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlappen.
Kookadviezen
Het overzicht geeft aan welke vermogensstand voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd kan afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen variëren.
| Vermogensstand Bereidingsmethoden Voorbeelden | |
| 11-12 Aan de kook brengen | Water |
| Aanbraden | Vlees |
| Verwarmen | Vet of olie, vloeistoffen |
| Opkoken | Suppen, sauzen |
| Blancheren | Groente |
| 7-10 Braden Vlees, aardappelen | |
| 6-8 Braden Vis | |
| 8-9 Bakken Gebak, gerechten met eieren, bijv. pannenkoeken | |
| 8-9 Koken zonder deksel Pasta, vloeistoffen | |
| 7-8 Bruin bakken of braden | Bloem, uien |
| Roosteren | Amandelen, paneermeel |
| Uitbakken | Spek of bacon |
| Inkoken | Fonds, sauzen |
| 6-7 Koken zonder deksel Knoedels, balletjes, vulling voor de soep, soepvlees, ge-pocheerde eieren | |
| 5-6 Koken zonder deksel Gekookte worstjes | |
| 6-7 Stomen | Groente, aardappelen, vis |
| Stoven | Groente, fruit, vis |
| Sudderen | Rollade, gebraden vlees, groente |
| 3-4 Sudderen Goulash | |
| 4-5 Koken met deksel Suppen, sauzen | |
| 3-4 Ontdooien | Diepvriesproducten |
| Wellen | Rijst, peulvruchten, groente |
| Stremmen | Eiergerechten, bijv. omelet |
| 1-2 Verwarmen of warmhouden Soep, groente in saus | |
| 1 Verwarmen of warmhouden | Eenpansgerecht |
| Smelten | Boter, chocolade |
6 Booster voor kookpannen
Met deze functie kunt u grote waterhoeveelheden sneller verwarmen dan met vermogensstand 12.
6.1 Booster voor kookpannen inschakelen
- De bedieningsknop naar binnen drukken.
- De bedieningsknop op >>draaien.
√ De bedieningsknop brandt oranje.
√ De functie is geactiveerd.
6.2 Booster voor kookpannen uitschakelen
- De bedieningsknop indrukken en op de gewenste vermogensstand draaien.
√ De functie is uitgeschakeld.
Opmerking: Om de elektronica-elementen binnenin het apparaat te beschermen, schakelt Booster voor kookpannen onder bepaalde omstandigheden automatisch uit. In dit geval stelt de inductiemodule automatisch de vermogensstand 12 in.
Vervolgens de vermogensstand handmatig wijzigen, door de bedieningsknop op 0 of op een andere vermogensstand te draaien.
7 Warmhoudfunctie
Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter te smelten en gerechten warm te houden.
7.1 Schakel Warmhoudfunctie in
- De bedieningsknop naar binnen drukken.
- De bedieningsknop op ¼draaien.
√ De lichtring van de bedieningsknop brandt oranje.
√ De functie is geactiveerd.
7.2 Schakel Warmhoudfunctie uit
- De bedieningsknop indrukken en op de gewenste vermogensstand of op om uit te schakelen op vermogensstand 0 draaien.
√ De functie is uitgeschakeld.
8 Kookgerei-test
De kwaliteit van het kookgerei beïnvloedt de snelheid en het resultaat van het kookproces sterk.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Zorg er voor het uitvoeren van de test voor dat de kookzone het beste is afgestemd op de diameter van het te testen kookgerei.
8.1 Kookgerei-test uitvoeren
Vereisten
■ De kookzone is uitgeschakeld.
■ De kookzone moet koud zijn.
■ De oppervlaktebescherming aan het kookgerei bevestigen.
-
Het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200 ml water midden op de kookzone zetten.
-
De bedieningsknop ingedrukt houden om de volgende stappen uit te voeren
-
Draai de bedieningsknop naar links tot positie >>
- Draai de bedieningsknop naar rechts tot positie 1.
- De bedieningsknop naar links draaien tot positie 0 en 2 seconden ingedrukt houden.
-
De lichtring brandt geel.
-
De bedieningsknop indrukken en naar rechts op positie ♦draaien.
√ Na 5 seconden knippert de lichtring blauw.
√ Na een paar seconden geeft de lichtring het resultaat weer.
8.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel wordt weergegeven wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
Resultaat
| Rood Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd. |
| Geel Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces ver- loopt niet optimaal. |
| Groen Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde. |
Om de functie te activeren, de bedieningsknop naar positie 0 terugdraaien en 2 seconden lang ingedrukt houden. De bedieningsknop indrukken en rechtsom op positie Ldraaien.
8.3 Beëindigen Kookgerei-test
- De bedieningsknop ingedrukt houden om de volgende stappen uit te voeren
- Draai de bedieningsknop naar links tot positie >>
- Draai de bedieningsknop naar rechts tot positie 1.
- Draai de bedieningsknop naar links tot positie 0.
√ De lichtring gaat uit.
9 Individuele veiligheidsuitschakeling
Wanneer een kookzone voor langere tijd in bedrijf is en u geen instelling wijzigt, dan schakelt de veiligheidsfunctie in.
Een geluidssignaal geeft aan dat de tijd is afgelopen.
De lichtring van de bedieningsknop knippert oranje en wit.
De kookzone warmt niet meer op.
De bedieningsknop op 0 draaien.
De tijd is afhankelijk van het geselecteerde vermogensniveau.
Vermogensstand Tijd
| 1-### 0 uur |
| 2-4 5 uur |
| 5-7 4 uur |
| 8 3 uur |
| 9-10 2 uur |
| 11-12 1 uur |
10 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
10.1 Materiaalschade aan het oppervlak vermijden
Meer informatie over het vermijden van schade aan het oppervlak vindt u in de documenten van de fabrikant.
Opmerking: Zorg ervoor dat de oppervlaktebescherming tijdens het gebruik schoon is, om te voorkomen dat abrasieve deeltjes, zoals bijvoorbeeld zout, zich hiertussen en het oppervlak bevinden
10.2 Bedieningsknop reinigen
Opmerking: Demonteer de bedieningsknop niet voor het reinigen.
Citroen en azijn zijn niet geschikt voor het reinigen en kunnen leiden tot matte plekken.
- Reinig de bedieningsknop met warm zeepsop en een zachte doek.
- Gebruik bij de reiniging niet te veel water.
10.3 Oppervlaktebescherming reinigen
- Afnemen met een doek met lauw zeepsop.
Opmerking: Niet in de vaatwasser reinigen of in water onderdompelen, omdat er anders schade kan ont-staan.
10.4 Onderhoud van het middelste licht van de kookzone en de temperatuursensor
Het middelste licht van de kookzone en de temperatuursensor bestaan uit een stuk kwarts.
- Houd het oppervlak van het kwarts schoon en vrij van resten.
11 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel- pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan de inductiemodule uitvoeren.
- Bel de klantenservice wanneer de inductiemodule defect is.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan de inductiemodule uitvoeren.
- Uitsluitend originele reserve-onderdelen voor de reparatie van de inductiemodule gebruiken.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van deze inductiemodule beschadigd raakt, moet deze kabel worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
Opmerking: Wanneer er een fout optreedt, dan schakelt de inductiemodule niet in de standby stand. Om de gevoelige onderdelen van de inductiemodule te beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan het vermogensniveau van de kookzone kortstondig worden gereduceerd.
11.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Er brandt geen enke-le indicatie. | De stroomtoevoer is onderbroken.► Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroom-storing. |
| Het inductieveld is niet volgens het schakelschema aangesloten.► Sluit het inductieveld aan volgens het schakelschema. | |
| Storing in de elektronica► Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. | |
| De lichtring van de bedieningsknop knip-pert groen en violet. | Het inductieveld is niet volgens het schakelschema aangesloten.► Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| De lichtring van de bedieningsknop knippert violet en in een andere kleur. | Er is een interne fout opgetreden.► Neem contact op met de technische servicedienst. |
| De lichtring op de bedieningsknop knippert wit. | De kookzone heeft de oppervlaktebescherming niet herkend.► Draai de knop op positie 0. Wanneer de oppervlaktebescherming nog niet is aange-bracht, deze aanbrengen en inschakelen. |
| De lichtring van de knop knippert oranje en wit. | De kookzone herkent de oppervlaktebescherming niet langer.► Het kookgerei binnen 30 seconden op het midden van de kookzone plaatsen. Wanneer u de positie na het verstrijken van deze tijd niet heeft gecorrigeerd, dan knippert de ring wit. De bedieningsknop op 0 draaien. |
| Mogelijkerwijs is een andere soort storing opgetreden.► Neem contact op met de technische servicedienst. |
11.2 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.
12 Afvoeren
12.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
13 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
13.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich:
■ in de apparaatpas.
■ onder de inductiemodule.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

