DCD935 - Boor DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCD935 DEWALT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCD935 DEWALT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCD935 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCD935 van het merk DEWALT.
GEBRUIKSAANWIJZING DCD935 DEWALT
Hartelijk gefeliciteerd!
U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap.
Technische gegevens
| DCD925 | DCD920 | DCD935 | DCD930 | DCD945 | DCD940 | ||
| Voltage V | _DC | 18 | 18 | 14,4 | 14,4 | 12 | 12 |
| Types | 12 | 11 | 12 | 11 | 12 | 11 | |
| Batterltype | NIMH/LI-Ion | NIMH/LI-Ion | NIMH/LI-Ion | NIMH/LI-Ion | NIMH | NIMH | |
| Uitgangsvermogen | W | 450 | 450 | 325 | 325 | 285 | 285 |
| Snelheid zonder weerstand | |||||||
| 1e versnelling | min ^1 | 0–500 | 0–500 | 0–425 | 0–425 | 0–425 | 0–425 |
| 2e versnelling | min ^1 | 0–1 250 | 0–1 250 | 0–1 200 | 0–1 200 | 0–1 200 | 0–1 200 |
| 3e versnelling | min ^1 | 0–2 000 | 0–2 000 | 0–1 800 | 0–1 800 | 0–1 800 | 0–1 800 |
| Impact ratio | |||||||
| 1e versnelling | min ^1 | 0–8 500 | - | 0–7 225 | - | 0–7 225 | - |
| 2e versnelling | min ^1 | 0–21 250 | - | 0–20 400 | - | 0–20 400 | - |
| 3e versnelling | min ^1 | 0–34 000 | - | 0–30 600 | - | 0–30 600 | - |
| Max. torsie | Nm | 55 | 55 | 50 | 50 | 44 | 44 |
| Boorhouder capaciteit | mm | 1,5–13 | 1,5–13 | 1,5–13 | 1,5–13 | 1,5–13 | 1,5–13 |
| Maximale boorcapaciteit | |||||||
| Hout | mm | 50 | 50 | 45 | 45 | 38 | 38 |
| Metaal | mm | 13 | 13 | 13 | 13 | 13 | 13 |
| Metselwerk | mm | 16 | 16 | 14 | 14 | 13 | 13 |
| Gewicht (zonder accu) | kg | 1,82 | 1,7 | 1,79 | 1,68 | 1,79 | 1,68 |
| L_PA (geluidsdruk) | dB(A) | 88 | 77 | 88 | 77 | 88 | 77 |
| K_PA (onzekerheidsfactor geluidsdruk) | dB(A) | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 |
| L_WA (akoestisch vermogen) | dB(A) | 99 | 88 | 99 | 88 | 99 | 88 |
| K_WA (onzekerheid akoestisch verm.) | dB(A) | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 |
Vibratie totaalwaarden (triax vectorsom) vastgesteld in overeenstemming met EN 60745:
| Vibratie-emisslewaarde ah | |||||||
| Boren in metaal | |||||||
| ah, ID = | m/s2 | < 2,5 | < 2,5 | < 2,5 | < 2,5 | < 2,5 | < 2,5 |
| Onzekerheid K = m/s | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | |
| Vibratie-emisslewaarde ah | |||||||
| Boorinslag | |||||||
| ah, ID = | m/s2 | 10,5 | - | 10,5 | - | 10,5 | - |
| Onzekerheid K = m/s | 2 | 1,8 | - | 1,8 | - | 1,8 | - |
NEDERLANDS
| Vibratie-emissiewaarde h aSchroef indraalen | ||||||||
| a_h,D = | m/s2 | < 2,5 | < 2,5 | < 2,5 | < 2,5 | < 2,5 | ||
| Onzekerheidk = m/s2 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | |||
Het in dit informatieblad gegeven trillingsuitstootniveau werd gemeten in overeenstemming met een in EN 60745 gegeven gestandaardiseerde test en kan worden gebruikt om een stuk gereedschap met een ander te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een voorlopige beoordeling van blootstelling.

WAARSCHUWING: Het aangegeven trillingsmissieniveau vertegenwoordigt de belangrijkste toepassingen van het gereedschap. Maar als het gereedschap wordt gebruikt voor andere toepassingen, met verschillende accessoires of als het niet goed wordt onderhouden, dan kan de trillingssemissie verschillend zijn. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen over de hele werkperiode.
Een schatting van het blootstellingsniveau voor trilling moet ook rekening houden met hoe vaak het gereedschap uitgeschakeld is of wanneer het gereedschap wel aan staat maar niet deadwerkelijk gebruikt wordt. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verlagen over de hele werkperiode.
Bepaal extra veiligheidsmaatregelen om de gebruiker te beschermen tegen trillingseffecten zoals: onderhoud het gereedschap en de accessoires, houd de handen warm, organisatie van werkpatronen.
| Accuset | DE9180 | DE9503 | DE9140 | DE9502 | DE9501 | |
| Accutype | Li-Ion | NIMH | Li-Ion | |||
| Spanning | V_DC | 18 | 18 | 14,4 | 14,4 | 12 |
| Capaciteit | A_h | 2,0 | 2,6 | 2,0 | 2,6 | |
| Gewicht | kg | 0,68 | 1,0 | 0,58 | 0,86 | 0,69 |
| Lader | DE9135 | DE9116 | |
| Netspanning | V_sc | 230 | 230 |
| Accutype | NiCd/NIMH/Li-Ion | NiCd/NIMH | |
| Geschatte laadtijd | min | 40(2,0 Ah accusets) | 60(2,0 Ah accusets) |
| Gewicht | kg | 0,52 | 0,4 |
Zekeringen:
Europa 230 V-gereedschap 10 ampère, stroomnet
Defi nities: Veiligheidsrichtlijnen
De definities hieronder beschrijven de ernstgraad voor elk signaalwoord. Gelieve de handleiding te lezen en op deze symbolen te letten.

GEVAAR: Wijst op een dreigende gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstige verwondingen.

WAARSCHUWING: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstige letsels.

VOORZICHTIG: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan leiden tot kleine of matige letsels.
OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken.

Wijst op risico van een elektrische schok.

Wijst op brandgevaar.
EG-conformiteitsverklaring
RICHTLIJN VOOR MACHINES

DCD925, DCD920, DCD935, DCD930, DCD945, DCD940
DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder Technische gegevens in overeenstemming zijn met:
2006/42/EG, EN 60745-1; EN 60745-2-1; EN 60745-2-2.
Deze producten voldoen ook aan Richtlijn 2004/108/EG en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing.
De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT.

Horst Grossmann
Vice-president Techniek en productontwikkeling
DEWALT, Richard-Slinger-Strase 11,
D-65510, Idstein, Duitsland
30.07.2009

instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen.
Algemene veiligheidswaarschuwingen elektrisch gereedschap

CHUWING! Lees alle
veiligheidswaarschuwingen en
instructies. Indien geen gevolg aan deze aanwijzingen wordt gegeven, kan dit leiden tot elektrische schok, brand of ernstig letsel.
BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN INSTRUCTIESOM LATER TE RAADPLEGEN
De term 'elektrisch gereedschap' in alle onderstaande waarschuwingen verwijst naar uw elektrisch gereedschap met netvoeding (met snoer) of accugedreven (draadloos) elektrisch gereedschap.
1) VEILIGHEID VAN HET WERKGEBIED
a) Houd het werkgebied schoon en zorg voor goede verlichting. Rommelige of donkere plekken vragen om ongevallen.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap in een explosief-gevoelige omgeving, zoals in de buurt van brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap creëert vonken waardoor stof of dampen vlam kunnen vatten.
c) Houd kinderen en omstanders uit de buurt tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap. Verstrooidheid kan leiden tot verlies van controle over het gereedschap.
a) Stekkers van elektrische werktuigen mogen alleen worden gebruikt in een geschikt stopcontact. Pas de stekker op geen enkele manier aan. Gebruik geen adapterstekkers met een geaard elektrisch werktuig. Ongemodificeerde stekkers en bijpassende stopcontacten verminderen het risico van elektrische schokken.
b) Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakten zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico voor elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrische werktuigen niet bloot aan regen of water. Als er water in elektrische werktuigen terechtkomt, neemt het risico van een elektrische schok toe.
d) Gebruik het snoer niet verkeerd. Gebruik het snoer nooit om een elektrisch werktuig te verplaatsen, te slepen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe kanten of bewegende delen. Beschadigde of verwarde snoeren verhogen het risico van een elektrische schok.
e) Als u een elektrisch werktuig buiten bedient, gebruik dan een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik in de open lucht. Het gebruik van een snoer dat geschikt is voor gebruik in de open lucht, vermindert het risico van een elektrische schok.
f) Indien het bedienen van een elektrisch gereedschap in een vochtige plaats niet kan worden vermeden, gebruik dan een voeding beschermd door een RCD (residustroomapparaat). Het gebruik van een RCD verlaagt het risico van elektrische schokken.
NEDERLANDS
3) PERSOONLIJKE VEILIGHEID
a) Blijf alert, kijk naar wat u doet en gebruik uw gezond verstand als u elektrische werktuigen gebruikt. Gebruik geen elektrische werktuigen als u moe of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen bent. Een moment van onoplettiendheid tijdens het gebruik van een elektrisch werktuig kan leiden tot emstig letsel.
b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming. Het gebruik van veiligheidsuitrustingen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een helm of gehoorbescherming, vermindert de kans op letels.
c) Vermijd dat het werktuig onopzettelijk start. Zorg ervoor dat de schakelaar in de stand 'uit' is voordat u aansluit op de stroombron en/of accu bij het opnemen of verdragen van het gereedschap. Als u elektrische werktuigen met uw vinger op de schakelaar verplaatst, of een elektrisch werktuig aansluit met de schakelaar al aan, kan dit ongevallen tot gevolg hebben.
d) Verwijder alle afstelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische werktuig aanzet. Een moersleutel of afstelsleutel die nog vastzit aan een draaiend onderdeel van het elektrische werktuig, kan tot letsels leiden.
e) Reik niet te ver. Sta stevig op de grond en behoud voortdurend uw evenwicht. Hierdoor hebt u in onverwachte omstandigheden een betere controle over het elektrische werktuig.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen vastraken in bewegende onderdelen.
g) Als er hulpmiddelen zijn geleverd voor de verbinding van voorzieningen voor stofafvoer en stofverzameling, zorg dan ervoor dat ze aangesloten zijn en op de juiste manier worden gebruikt. Stofverzameling kan aan stof gerelateerde gevaren beperken.
4) HET GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN ELEKTRISCHE WERKTUIGEN
a) Forceer het elektrische werktuig niet. Gebruik het juiste elektrische werktuig voor uw toepassing. Het gereedschap zal zijn werk beter en veiliger doen tegen de snelheid waarvoor het is bedoeld.
b) Gebruik het elektrische werktuig niet als de schakelaar het niet in- en uitschakelt. Elk werktuig dat niet met de schakelaar kan worden bediend, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Koppel de stekker los van de stroombron en/of accu van het elektrische gereedschap voordat u aanpassingen aanbrengt, accessoires verwisselt of elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrische werktuig toevallig wordt geactiveerd.
d) Bewaar elektrische werktuigen die niet worden gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat mensen die niet vertrouwd zijn met het elektrische werktuig of met deze instructies het elektrische werktuig niet gebruiken. Elektrische werktuigen zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers.
e) Onderhoud elektrische werktuigen.
Controleer op foutieve uitlijning of vastlopen van beweegbare delen, gebroken onderdelen of een andere omstandigheid die de werking van het elektrische werktuig kan beïnvloeden.
Als het elektrische werktuig beschadigd is, laat dit dan repareren voordat u het gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische werktuigen.
f) Houd zaagwerktuigen scherp en schoon.
Goed onderhouden zaagwerktuigen met
scherpe zaagkanten zullen minder snel
vastlopen en zijn makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik het elektrische werktuig, hulpstukken e.d. overeenkomstig deze instructies en houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en het uit te voeren werk. Het gebruik van het elektrische werktuig voor handelingen die afwijken van die waarvoor het werktuig bedoeld is, zou een gevaarlijke situatie tot gevolg kunnen hebben.
5) GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN WERKTUIGEN OP ACCU
a) Herlaad alleen met de lader die wordt vermeld door de fabrikant. Een lader die geschikt is voor een bepaalde soort accuset kan leiden tot een brandrisico als deze lader wordt gebruikt met een andere accuset.
b) Gebruik elektrische werktuigen alleen met speciaal daarvoor bestemde accusets. Gebruik van een andere accuset kan een risico op verwondingen en brand tot gevolg hebben.
c) Wanneer de accu niet wordt gebruikt, houd die dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen, zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding kunnen maken van de ene pool naar de andere. Het kortsluiten van de polen van de batterij kan leiden tot brandwonden of brand.
d) Wanneer de accu onjuist wordt gebruikt, kan vloeistof uit de accu weglekken. Vermijd contact met deze vloeistof. Als er per ongeluk contact ontstaat, spoel dan af met water. Raadpleeg een arts wanneer de vloeistof in contact komt met de ogen. Vloeistof die uit de accu lekt, kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
6) SERVICE
a) Laat uw elektrische werktuig onderhouden door een erkende onderhoudsmonteur die alleen identieke vervangingsonderdelen gebruikt. Hiemee wordt de veiligheid van het elektrische werktuig gewaarborgd.
Aanvullende specifi eke veiligheidsrichtlijnen voor boren/ drilboren/klopboren
- Draag gehoorbescherming tijdens het boren. Blootstelling aan geluid kan leiden tot gehoorverlies.
- Gebruik aanvullende handgrepen indien meegeleverd bij het gereedschap. Als u de controle over het apparaat verliest, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.
- Houd gereedschap vast aan geïsoleerde handgrepen als u een handeling uitvoert waarbij het gereedschap in contact kan komen met verborgen bedrading of het eigen stroomsnoer. Snijdaccessoires die in contact komen met bedrading die onder stroom staat kunnen ijzeren onderdelen van het gereedschap onder stroom zetten en de operator een elektrische schok geven.
- Gebruik klemmen of een andere praktische oplossing om het werkstuk vast te zetten en het op een stabiele plaats te ondersteunen. Als u het werkstuk tegen uw lichaam houdt, is dat onstabiel en kan het leiden tot het verlies van de controle.
- Draag gehoorbescherming als u gedurende langere tijd met de boor werkt. Langdurige blootstelling aan intense geluiden kan gehoorverlies veroorzaken. Tijdelijk gehoorverlies
of ernstige schade aan het trommelvlies kan optreden door hoge geluiden tijdens het klopboren.
- Draag een veiligheidsbril of een andere oogbescherming. Klopboren en boren zorgen ervoor dat splinters rondvliegen. Rondvliegende deeltjes kunnen leiden tot permanente beschadiging van uw ogen.
- Klopboor onderdelen en het gereedschap worden heet tijdens het gebruik. Draag handschoenen als u ze aanraakt.
Overige risico's
De volgende risico's zijn inherent aan het gebruik van klopboormachines:
- Letsel als gevolg van het aanraken van ronddraaiende onderdelen of hete onderdelen van het gereedschap.
Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het toepassen van veiligheidsapparaten, kunnen sommige overige risico's niet worden vermeden. Dit zijn:
- Gehoorbeschadiging.
- Het risico om uw vingers te beknellen als u accessoires verwisselt.
- Gezondheidsrisico's veroorzaakt door het inademen van stof dat vrijkomt als u met hout werkt.
- Risico op persoonlijk letsel door rondvliegende deeltjes.
- Risico op persoonlijk letsel als gevolg van langdurig gebruik.
Markeringen op gereedschap
De volgende pictogrammen worden afgebeeld op het gereedschap:

Lees voor gebruik de gebruiksaanwijzing.
POSITIE DATUMCODE
De datumcode, die ook het jaar van fabricage bevat, staat afgedrukt in de behuizing die het verbindingsstuk tussen het gereedschap en de accu vormt.
Voorbeeld:
2012 XX XX
Jaar van fabricage
NEDERLANDS
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculaders
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding bevat belangrijke veiligheids- en bedieningsinstructies voor de acculaders DE9135/DE9116.
- Lees voor gebruik van de accu en lader eerst alle instructies en waarschuwingen op de lader, de accuset en op het product waarin de accuset wordt gebruikt.

GEVAAR: Elektrocutiegevaar. 230 volt is aanwezig op de laadterminals. Niet sonderen met geleidende voorwerpen. Dit kan leiden tot elektrische schokken of elektrocutie.
WAARSCHUWING: Elektrocutiegevaar. Zorg dat er geen vloeistof in de werklamp/lader binnendringt. Dit kan leiden tot elektrische schokken.
VOORZICHTIG: Risico op brandwonden. Laad, om het risico op letsel te beperken, uitsluitend oplaadbare batterijen van DEWALT op. Andere typen accu's kunnen barsten. Dit kan leiden tot lichamelijk letsel en schade.
VOORZICHTIG: Als de lader is aangesloten op de voedingsbron, kunnen de blootliggende contactpunten in de lader onder bepaalde omstandigheden kortsluiten onder invloed van vreemd materiaal. Vreemde geleidende materialen, waaronder, maar niet beperkt tot, staalwol, aluminiumfolie of een opeenhoping van metaalhoudende deeltjes, moeten uit de buurt van openingen in de lader worden gehouden. Koppel de lader altijd los van de voedingsbron als er geen accuset in zit. Ontkoppel de lader voordat u deze reinigt.
- Probeer de accuset NIET op te laden met andere laders dan de laders in deze handleiding. De lader en de accuset zijn specifiek op elkaar afgestemd.
- Deze laders zijn niet bedoeld voor ander gebruik dan het opladen van DEWALT herlaadbare accu's. Bij andere toepassingen bestaat risico op brand, elektrische schokken of elektrocutie.
- Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw.
-
Trek de stekker niet los aan het snoer wanneer u de lader ontkoppelt. Zo beperkt u het risico op beschadiging aan stekker en snoer.
-
Plaats het snoer zo dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, of het snoer op een andere andere manier kan beschadigen.
- Gebruik geen verlengsnoer, tenzij dit echt noodzakelijk is. Gebruik van een verkeerd verlengsnoer kan leiden tot risico op brand, elektrische schokken of elektrocutie.
-
Plaats geen voorwerpen op de lader en plaats de lader niet op een zacht oppervlak. Hierdoor kunnen de ventilatieopeningen geblokkeerd raken, wat kan leiden tot extreem hoge interne temperaturen. Houd de lader verwijderd van warmtebronnen. De lader wordt geventileerd via groeven aan de bovenen onderkant van de behuizing.
-
Gebruik de lader niet als het snoer of de stekker beschadigd is — vervang deze in dat geval direct.
- Gebruik de lader niet als er hard tegenaan is gestoten, als hij is gevallen of op enigerlei wijze is beschadigd. Ga ermee naar een erkend reparatiepunt.
- Haal de lader niet uit elkaar; ga ermeen naar een erkend reparatiepunt wanneer onderhoud of reparatie nodig is. Als de lader verkeerd in elkaar wordt gezet, kan dit leiden tot risico op brand, elektrische schokken of elektrocutie.
- Haal de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u deze reinigt. Zo beperkt u het risico op elektrische schokken. U vermindert dit risico niet door de accuset te verwijderen.
- NOOIT proberen twee laders samen te verbinden.
- De lader is ontworpen om te functioneren met de standaard 230V huishoudelijke stroomvoorziening. Probeer het toestel niet te gebruiken met een andere spanning. Dit geldt niet voor de lader van het apparaat.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Opladers
De DE9116 oplader werkt op 7,2–18V NiCd en NiMH batterijen.
De DE9135 oplader werkt op 7,2–18V NiCd, NiMH of Li-Ion batterijen.
Deze opladers hebben geen aanpassingen nodig en zijn ontworpen voor een gemakkelijke bediening.
Laadprocedure (fi g. 1)

GEVAAR: Elektrocutiegevaar. Er is 230 volt aanwezig op laadstations. Niet sonderen met geleidende voorwerpen. Risico van elektrische schok of elektrocutie.
- Sluit de lader (I) aan op een geschikt stopcontact voordat u de accuset erin plaatst.
- Plaats de accuset in de lader. Het rode (oplaad-) lampje zal doorlopend knipperen om aan te geven dat het oplaadproces begonnen is.
- Als het rode AAN-lampje continu blijft branden, is het opladen voltooid. De accu is volledig opgeladen en mag onmiddellijk worden gebruikt of in de lader blijven.
OPMERKING: Om maximale prestaties en levensduur van de NiCd, NiMH en Li-Ion batterijen te garanderen laadt u de accu tenminste 10 uur voor het eerste gebruik op.
Oplaadproces
In onderstaande tabel staat aangegeven hoe u uit de oplaadindicatoren kunt alleiden in welk stadium van het opladen de accu zich bevindt.
Stadium van opladen
| bezig met opladen | |||
| volledig | opgeladen | ||
| hete/koude accuvertraging | |||
| accuset | vervangen | ●●●●●●●●● | |
| probleem | ●● ●● ●● ●● | ||
De automatische verversingsmodus maakt de individuele cellen in de accu op de piekcapaciteit gelijk of balanceert ze. Accu's dienen wekelijks te worden opgeladen of telkens als de accu niet meer dezelfde hoeveelheid werk levert.
Om uw accu te verversen plaatst u de accu zoals gebruikelijk in de acculader. Laat de accu tenminste 10 uur in de acculader.
Hete/koude accuvertraging
Als de oplader detecteert dat een accu te heet of te koud is, begint deze automatisch met een hete/koude accuvertraging, waarbij het opladen wordt uitgesteld totdat de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt. De oplader schakelt vervolgens automatisch naar de oplaadmodus voor de accu. Deze functionaliteit verzekert u van maximale levensduur van de accu.
UITSLUITEND LI-ION ACCU'S
Li-lon accu's zijn ontworpen met een elektronisch beschemingssysteem dat de accu beschermt tegen te lang opladen, oververhitting en bijna volledige ontlading.
Het gereedschap schakelt automatisch uit als het elektronische beschermingssysteem in werking treedt. Als dit gebeurt, plaatst u de Li-lon accu in de lader totdat deze volledig is opgeladen.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accusets
Wanneer u vervangingsaccusets besteld, zorg er dan voor dat u het catalogusnummer en de spanning vermeldt.
De accuset is niet volledig opgeladen wanneer die uit de verpakking komt. Vooraleer u de accuset en de lader gebruikt, dient u de volgende veiligheidsinstructies te lezen. Volg daarna de beschreven oplaadprocedure.
LEES ALLE INSTRUCTIES
- Gebruik geen elektrisch werktuig in een explosieve omgeving, zoals in de buurt van brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Door de batterij in de lader te plaatsen of eruit te halen kunnen stof of dampen ontvlammen.
- Laad de accusets enkel in DEWALT laders.
- GELIEVE NIET met water of andere vloeistoffen te besprenkelen of hierin onder te dompelen.
- Het werktuig en de accuset niet opbergen of gebruiken in ruimtes waar de temperatuur 40°C (105°F) kan bereiken of overschrijden (zoals buitenloodsen of metalen gebouwen in de zomer).
GEVAR: Probeer nooit de accu te openen om welke reden dan ook. Plaats de accu niet in de acculader wanneer deze gebroken of beschadigd is Oefen geen kracht op de accu uit, laat deze niet vallen en beschadig ze niet. Gebruik een accu of acculader niet wanneer deze een zware klap heeft gekregen, is laten vallen, er overheen is gereden of op enigerlei wijze is beschadigd (d.w.z. doorboord met een spijker, geslagen met een hamer, erop getrapt is). Dit kan leiden tot een elektrische schok of elektrocutie. Beschadigde accu's dienen naar het servicecentrum te worden gebracht voor recycling.
NEDERLANDS
VOORZICHTIG: Wanneer het werktuig niet gebruikt wordt, plaats het dan op zijn zijkant op een stabiele ondergrond waar niemand er kan over struikelen of vallen. Sommige werktuigen met grote accusets staan rechtop op de accuset, waardoor deze makkelijk omver kan vallen.
SPECIFIEKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR NIKKEL CADMIUM (NiCd) OF NIKKEL METAAL HYDRIDE (NiMH)
- Verbrand de accuset niet, ook al is deze ernstig beschadigd of totaal versleten. De accuset kan ontploffen in vuur.
- Er kan een klein vloeistoflek optreden uit de accuset bij extreem gebruik of extreme temperaturen. Dit wijst niet op een probleem.
Als de buitenste zegel echter gebroken is:
a. en de batterijvloeistof raakt uw huid, was deze dan onmiddellijk met zeep en water gedurende verschillende minuten.
b. en de batterijvloeistof komt in uw ogen terecht, spoel deze dan met schoon water gedurende minimaal 10 minuten uit en zoek onmiddellijk medische hulp. (Medische opmerking: de vloeistof is 25–35% oplossing van kaliumhydroxide.)
SPECIFIEKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR LITHIUM-ION (Li-Ion)
- Verbrand de accuset niet, ook als deze ernstig beschadigd is of volledig versleten. De accuset kan ontploffen in vuur. Er ontstaan giftige dampen en materialen wanneer lithium-ion accusets verbrand worden.
- Als de batterij-inhoud in contact komt met de huid, was deze onmiddellijk met milde zeep en water. Als de batterij-inhoud in de ogen terecht komt, spoel water over het open oog gedurende 15 minuten of totdat de irritatie stopt. Indien medische hulp noodzakelijk is: de elektrolyt is samengesteld uit een mengeling van vloeibare organische carbonaten en lithiumzouten.
- De inhoud van geopende batterijcellen kan irritatie bij ademhaling veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Als de symptomen blijven aanhouden, schakelt u het beste medische hulp in.

WAARSCHUWING: Risico op brandwonden. Batterijvloeistof kan ontvlambaar zijn als deze blootgesteld wordt aan vonken of vlammen.
Accudop (fi g. 3)
Een beschemende accudop wordt meegeleverd om de aansluitpunten van een losgekoppelde accu te bedekken. Zonder de beschermdop zouden losse metalen voorwerpen de aansluitpunten kunnen kortsluiten, wat leidt tot een brandrisico en schade aan de accu veroorzaakt.
- Verwijder de beschermende accudop voordat u de accuset in de lader of het apparaat plaatst (fig. 3A).
- Plaats de beschermdop onmiddellijk op de aansluitpunten nadat u de accu uit de lader of het werktuig hebt verwijderd (fig. 3B).

WAARSCHUWING: Zorg dat de beschermende accudop op zijn plaats zit voordat u een losgekoppelde accu oppakt of opbergt.
Accu
ACCUTYPE
De DCD925 en DCD920 werken op 18 volt accu's. De DCD935 en DCD930 werken op 14,4 volt accu's.
De DCD945 en DCD940 werken op 12 volt accu's.
Aanbevelingen voor opslag
- De beste plaats om het apparaat op te bergen is koel en droog, uit direct zonlicht en niet in overmatige hitte of koude. Voor optimale accuprestaties en levensduur bergt u accu's op bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik zijn.
OPMERKING: Li-Ion accu's dienen volledig te zijn opgeladen als ze worden opgeborgen. - Langdurige opslag zal de accu of de acculader niet beschadigen. Onder de juiste omstandigheden kunnen ze tot maximaal 5 jaar worden opgeslagen.
Labels op lader en accu
Naast de pictogrammen die in deze handleiding worden gebruikt, tonen de labels op de lader en de accu de volgende pictogrammen:

Lees voor gebruik de gebruiksaanwijzing.

Accu opladen.

Accu opgeladen.
NEDERLANDS

Accu beschadigd.

Hete/koude accuvertraging.

Niet sonderen met geleidende voorwerpen.

Beschadigde accusets niet opladen.

Uitsluitend gebruiken in combinatie met accusets van DEWALT, andere kunnen openbarsten en tot lichamelijk letsel en schade lijden.

Niet blootstellen aan water.

Zorg dat beschadigde snoeren meteen vervangen worden.

Alleen opladen tussen 4 °C en 40 °C.

Denk aan het milieu wanneer u de accuset weggooit.

Verbrand de NiMH, NiCd+ en Li-Ion accusets niet.

Laadt NiMH en NiCd accu's op.

Lilon
Laadt Li-lon accusets op.

Zie Technische gegevens voor de oplaadtijd.
Inhoud van de verpakking
De verpakking bevat:
1 draadloze klopboormachine (DCD945, DCD935, DCD925 modellen)
1 draadloze middengreep boordril (DCD940, DCD930, DCD920 modellen)
1 Li-lon accu (L1 modellen)
2 Li-lon accu's (L2 modellen)
2 NiMH accu's (B2 modellen)
3 NiMH accu's (B3 modellen)
1 gereedschapskit
1 oplader
1 zijgreep
1 gebruiksaanwijzing
1 uitvergrote tekening
OPMERKING: Accu's en opladers zijn niet inbegrepen bij N-modellen.
- Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport.
- Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt.
Beschrijving (fi g. 1, 2)
WAARSCHUWING: Pas het
gereedschap of een onderdeel ervan nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
a. Variabele snelheidsschakelaar
b. Knop vooruit/achteruit
c. LED-lampje
d. Boorklauw
e. Stelring om torsie aan te passen
f. Kraag modusbeheer
g. Versnellingschakelaar
h. Zijgreep
i. Hoofdgreep
j. Accu
k. Knoppen accuvrijgave
I. Oplader
GEBRUIKSDOEL
Deze boren/drillen/klopboren zijn ontworpen voor toepassingen van professioneel boren, klopboren, en schroeven draaien.
GEBRUIK ZE NIET bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen.
Deze boren/drillen/klopboren zijn professionele gereedschapsmachines. LAAT GEEN kinderen in contact met het gereedschap komen. Toezicht is vereist als onervaren operators dit gereedschap bedienen.
Elektrische veiligheid
De elektrische motor werd voor slechts één spanning ontworpen. Controleer altijd of de spanning van de accuset overeenstemt met de spanning op de kenplaat. Zorg ook dat de spanning van uw lader overeenkomt met die van uw netspanning.
NEDERLANDS

Uw DEWALT-lader is dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN 60335; er is daarom geen aardingsdraad nodig.
Indien het voedingssnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door een speciaal vervaardigd snoer dat verkrijgbaar is via de onderhoudsafdeling van DEWALT.
Een verlengsnoer gebruiken
U dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de stroominvoer van uw oplader (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1 mm ^2 ; de maximale lengte is 30 m.
Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen.
MONTAGE EN AANPASSINGEN

CHUWING: vóór montage en aanpassing moet u altijd de accu verwijderen. Schakel het werktuig altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.

CHUWING: gebruik alleen de accusets en laders van DEWALT.
De accu in het gereedschap plaatsen of eruit verwijderen (fi g. 2)

CHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
OPMERKING: Zorg ervoor dat uw accu (j) volledig is opgeladen.
DE ACCU IN DE HANDGREEP VAN HET GEREEDSCHAP PLAATSEN
- Richt de onderkant van het gereedschap op de inkeping in de handgreep van het gereedschap (fig. 2).
- Schuif de accu stevig in de handgreep totdat u het slot hoort dicht klikken.
DE ACCU UIT HET GEREEDSCHAP VERWIJDEREN
-
Druk op de vrijgaveknoppen (k) en trek de accu stevig uit de handgreep van het gereedschap.
-
Plaats de accu in de acculader zoals beschreven in de paragraaf over de acculader in deze gebruiksaanwijzing.
Schakelaar variabele snelheid (fi g. 1)
Om het gereedschap aan te schakelen knijpt u de trekkerschakelaar (a) in. Om het gereedschap uit te schakelen laat u trekkerschakelaar los. Uw gereedschap is voorzien van een rem. De boorhouder stops zodra de trekkerschakelaar volledig wordt losgelaten.
OPMERKING: Het continue gebruik op variabele snelheden wordt niet aanbevolen. Dit kan de schakelaar beschadigen en dient te worden voorkomen.
Zijgreep (fi g. 1)

CHUWING: Om het gevaar op persoonlijk letsel te verminderen bedient u het gereedschap ALTIJD als de zijgreep correct is geinstalleerd. Als u dit nalaat kan het ertoe leiden dat de zijgreep wegglijdt tijdens de bediening van het gereedschap en u de controle erover verliest. Houd het gereedschap met beide handen vast om zoveel controle te houden.
De zijgreep (h) klemt vast aan de voorzijde van de versnellingsbehuizing en kan 360 ^o worden gedraaid voor zowel rechtshandig als linkshandig gebruik. De zijgreep moet voldoende stevig zijn bevestigd om weerstand te bieden aan het wegdraaien van de boor als het accessoire vastzit of vastloopt. Zorg ervoor dat u de zijgreep aan het uiteinde vastpakt om het gereedschap tijdens vastlopen onder controle te houden.
Als het model niet is uitgerust met een zijgreep houdt u de boor met één hand aan de handgreep vast en met de andere hand aan de accu.
OPMERKING: Zijgrepen worden bij alle modellen geleverd.
Knop vooruit/achteruit (fi g. 1)
De knop vooruit/achteruit (b) bepaalt de richting waarin het gereedschap draait en dient ook als vergrendelingknop.
Om vooruit draaien te kiezen laat u de trekkerschakelaar los en drukt u de vooruit/achteruit knop aan de rechterkant van het gereedschap in.
Om achteruit draaien te kiezen laat u de trekkerschakelaar los en drukt u de vooruit/achteruit knop aan de linkerkant van het gereedschap in.
NEDERLANDS
De middenpositie van de controleknop vergrendelt het gereedschap in de 'uit' stand. Zorg ervoor dat u de trekker loslaat als u de stand van de controleknop wijzigt.
OPMERKING: De eerste keer als het gereedschap draait nadat de draairichting is gewijzigd, hoort u misschien een klik bij het opstarten. Dit is normaal en betekent niet dat er een probleem is.
Werklicht (fi g. 1)
Er bevindt zich een werklicht (c) net boven de trekkerschakelaar (a). Het werklicht wordt geactiveerd als de trekkerschakelaar wordt ingedrukt.
OPMERKING: Het werklicht is bedoeld voor het bijlichten van het directe werkoppervlak en is niet bedoeld om als zaklantaarn te worden gebruikt.
Kraag modusbeheer (fi g. 4–6)
Uw boor is voorzien van een aparte kraag modusbeheer (f) om te schakelen tussen de modi boren, schroeven draaien en klopboren.
BOREN (FIG. 4)
VOORZICHTIG: Als de moduskraag zich in de modus boren/klopboren bevindt, kunt u de versnelling niet gebruik, onafhankelijk van de stand van de steling torsieaanpassing (e).
Draai de kraag modusbeheer (f) zodat het boorpictogram op één lijn met de pijl staat.
OPMERKING: De stelring torsieaanpassing (e) kan op ieder getal worden ingesteld.
SCHROEVEN DRAAIEN (FIG. 5)
Draai de kraag modusbeheer (f) zodat het schroefpictogram op één lijn met de pijl staat.
OPMERKING: De stelring torsieaanpassing kan te allen tijde op ieder getal worden ingesteld. De stelring torsieaanpassing werkt echter alleen tijdens de modus schroevendraaien en niet in de modi boren en klopboren.
KLOPBOREN (FIG. 6)
VOORZICHTIG: Als de moduskraag zich in de modus boren/klopboren bevindt, kunt u de versnelling niet gebruik, onafhankelijk van de stand van de stelring torsieaanpassing (e).
Draai de kraag modusbeheer (f) zodat het klopboorpictogram op één lijn met de pijl staat.
Stelring torsieaanpassing (fi g. 4–6)
Uw gereedschap is voorzien van een instelbaar torsiemechanisme om schroeven te draaien voor
het inschroeven en verwijderen van een breed scala vormen en afmetingen van schroeven. Rondom de stelring torsieaanpassing (e) bevinden zich getallen. Deze getallen worden gebruikt om de versnelling in te stellen om een torsiebereik te leveren. Hoe hoger het getal op de stelring, hoe hoger de torsie en hoe groter de bevestiging die kan worden aangedreven. Om een getal te kiezen draait u net zolang totdat het gewenste getal op één lijn met de pijl staat.
Schakelen op drie snelheden (fi g. 4–5)
De functionaliteit schakelen op drie snelheden van uw gereedschap stelt u in staat te schakelen tussen versnellingen om meer mogelijkheden te hebben. Om snelheid 1 te kiezen (hoogste torsieinstelling) zet u het gereedschap uit en laat u het tot stilstand komen. Schuif de versnellingschuif (g) geheel naar voren. Snelheid 2 (middelste torsie en snelheidsinstelling) bevindt zich in de middelste stand. Snelheid 3 (hoogste snelheidsinstellingen) bevindt zich achteraan.
OPMERKING: Verander niet van versnelling als het gereedschap aan staat. Zorg altijd dat de boor volledig tot stilstand is gekomen voordat u van versnelling wisselt. Als u problemen ondervindt bij het wisselen van versnellingen, zorg dan dat de versnellingsschakelaar zich in één van de drie snelheidsinstellingen bevindt.
Sleutelloze enkelvoudige huls boorhouder (fi g. 7–9)
WAARSCHUWING: Probeer niet om boren (of andere accessoires) vast te draaien door de voorkant van de boorhouder vast te pakken en het gereedschap te draaien. Dit kan schade aan de boorhouder en persoonlijk letsel veroorzaken. Zet de trekkerschakelaar altijd uit en sluit het gereedschap van de stroombron af voordat u accessoires verwisselt.
WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat het boorstuk stevig vast zit voordat u het gereedschap opstart. Een los boorstuk kan uit het gereedschap schieten en op die manier mogelijk persoonlijk letsel veroorzaken.
Uw gereedschap is voorzien van een sleutelloze boorhouder met een roterende huls voor bediening met één hand van de boorhouder. Om een boorstuik of een ander accessoire te plaatsen, volgt u de onderstaande stappen op.
NEDERLANDS
- Vergrendel de trekker in de positie OFF. Zet het gereedschap uit en sluit het af van de stroombron.
- Pak de kraag van de boorhouder (d) vast met één hand en zet het gereedschap vast met de andere hand zoals wordt getoond in afbeelding 7. Draai de kraag zo ver naar links (van de voorzijde gezien) dat het accessoire van uw keuze wordt ingezet.
- Steek het accessoire ongeveer 19 mm (3/4") in de boorhouder en draai het stevig vast door de huls van de boorhouder met één hand met de klok mee te draaien terwijl u het gereedschap met de andere hand vasthoudt. Ga verder met het draaien van de huls van de boorhouder totdat u meerdere ratelklijkes hoort, om ervoor te zorgen dat deze volledig vast zit.
Om het accessoire weer los te maken herhaalt u stappen 1 en 2 hierboven.
Zorg ervoor dat u de boorhouder met één hand op de huls van de boorhouder vastmaakt, en met één hand het gereedschap vasthoudt voor maximale stevigheid.
BEDIENING
Instructies voor gebruik
WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de veiligheidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert.
Juiste positie van de handen (fi g. 10)
WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, dient u ALTIJD de handen in de juiste positie te hebben, zoals afgebeeld in figuur 10.
WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, houdt u het ALTIJD stevig vast, anticiperend op een plotseling reactie.
De juiste positie van de handen betekent één hand aan de hoofdgreep (i), terwijl u met de andere hand de zijhandgreep (h) vasthoudt.
Boren
- Kies het gewenste snelheid/torsie bereik met de versnellingswisselaar zodat de snelheid en torsie aan de geplande actie voldoen. Stel de kraag modusbeheer op het boorpictogram in.
- Voor HOUT gebruikt u spiraalboren, steekboren, grondboren of zaagboren. Voor METAAL gebruikt u hoge snelheid spiraalboren of zaagboren. Gebruik een smeermiddel als u metaal boort. De uitzonderingen hierop zijn gietijzer en koper, die droog dienen le worden geboord.
- Oefen altijd druk uit in een rechte lijn met de boor. Gebruik voldoende druk om de boor verder te laten boren, maar druk niet zo hard dat de motor vastloopt of de boor doorbuigt.
- Houd het gereedschap stevig met beide handen vast om het wegdraaien van de boor te voorkomen.
- ALS DE BOOR VASTLOOPT komt dit meestal omdat hij overbelast wordt. LAAT DE TREKKER ONMIDDELLIK LOS, verwijder de boor uit het werkstuk en stel de reden van het vastlopen vast. KLIK DE TREKKER NIET UIT EN AAN IN EEN POGING OM EEN VASTGELOPEN BOOR OP TE STARTEN - DIT KAN DE BOOR BESCHADIGEN.
- Houd de motor draaiende als u de boor uit een geboord gat trekt. Dit helpt vastzitten te voorkomen.
Bediening schroevendraaien (fi g. 4–6)
- Kies het gewenste snelheid/torsie bereik met behulp van de versnellingschakelaar drie snelheden (g) aan de bovenkant van het gereedschap om de gewenste snelheid en torsie voor de gewenste toepassing te verkrijgen. Stel de steling torsieaanpassing (e) eerst op een lagere stand in om ervoor te zorgen dat de bevestiging naar uw specificaties kan worden ingesteld.
OPMERKING: Gebruik de laagste torsie-instelling die vereist is om de bevestiging bij de gewenste diepte te plaatsen. Hoe lager het getal, des te lager de torsie-uitgang.
-
Draai de kraag modusbeheer (f) zodat het schroefpictogram op één lijn met de pijl staat.
-
Stel de steling torsieaanpassing (e) opnieuw in op de juiste getalsinstelling voor de gewenste torsie. Voer een paar tests uit in afval of onzichtbare gebieden om de juiste positie van de steling torsieaanpassing te bepalen.
OPMERKING: De stelring torsieaanpassing kan te allen tijde op ieder getal worden ingesteld. De stelring torsieaanpassing werkt echter alleen tijdens de modus schroevendraaien en niet in de modi boren en klopboren.
Bediening klopboren
- Kies het gewenste snelheid/torsie bereik met de versnellingswisselaar zodat de snelheid en torsie aan de geplande actie voldoen. Stel de kraag modusbeheer op het klopboorpictogram in.
- Oefen bij het boren precies voldoende kracht op de klopboor uit om te voorkomen dat hij excessief heen en weer trilt. Teveel druk zorgt voor lagere boorsnelheden, oververhitting en een lagere boorratio.
- Boor recht, houd het boorstuk in een rechte hoek ten opzichte van het werkstuk. Oefen geen zijdelingse druk op het boorstuk uit tijdens het boren, omdat dit ervoor zorgt dat de boor vastloopt en een lagere boorsnelheid wordt verkregen.
- Als u diepe gaten boort en de klopboorsnelheid afneemt, haalt u de boor gedeeltelijk uit het gat terwijl het gereedschap nog aan staat om puin uit het gat te verwijderen.
- Gebruik voor metselwerk de boortjes met carbide tip. Een gladde, gelijkmatige stroom van stof is een aanduiding dat de juiste boorsnelheid is gekozen.
ONDERHOUD
Uw elektrisch gereedschap van DEWALT is ontworpen om gedurende een lange periode te werken met een minimum aan onderhoud. Een blijvend goede werking is afhankelijk van goede verzorging en regelmatig reinigen.
WAARSCHUWING: om het risico op ernstig letsel te verkleinen, dient u het gereedschap uit te schakelen en de accuset te verwijderen voordat u hulpstukken of accessoires aan- of afkoppelt. Een toevallige activering kan letsel toebrengen.
Aan de lader en de accu kan geen onderhoud worden verricht. Er zitten binnen in het apparaat geen onderdelen die onderhoudswerkzaamheden vereisen.

Smering
Uw elektrisch gereedschap behoeft geen extra smering.

Reinigen

WAARSCHUWING: Blaas vuil en stof met droge lucht uit de behuizing als vuil zich zichtbaar opstapelt in en rond de ventilatieopeningen. Draag goedgekeurde oogbescherming en goedgekeurd stofmasker bij het uitvoeren van deze procedure.

WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen of andere ruwe chemicaliën voor het reinigen van de niet-metalen onderdelen van het werktuig. Deze chemicaliën kunnen de materialen die in deze onderdelen gebruikt worden, verzwakken. Gebruik een doek enkel bevochtigd met water en zachte zeep. Laat nooit vloeistof in het gereedschap lopen en dompel nooit enig deel van het gereedschap onder in vloeistof.
SCHOONMAAKINSTRUCTIES VOOR DE LADER

WAARSCHUWING: Schokgevaar. Haal de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt. Verwijder vuil en vet met een doek of zachte, niet-metalen borstel van de buitenkant van de werklamp/lader. Gebruik geen water of schoonmaakmiddel.
Optionele hulpstukken

WAARSCHUWING: Omdat hulpstukken, behalve die van DEWALT, niet zijn getest in combinatie met dit product, kan het gebruik van dergelijke hulpstukken gevaarlijk zijn. Om het risico van letsel te beperken, mogen bij dit product uitsluitend accessoires worden gebruikt die zijn aanbevolen door DEWALT.
Raadpleeg uw dealer voor nadere informatie over de geschikte hulpstukken en accessoires.
Milieubescherming

Aparte inzameling. Dit product mag niet bij het normale huishoudafval worden gegooid.
NEDERLANDS
Als u op een dag merkt dat uw DEWALT product vervangen moet worden of dat u het verder niet kunt gebruiken, gooi het dan niet bij het huishoudafval. Dit product moet afzonderlijk ingezameld worden.

Aparte inzameling van gebruikte producten en verpakkingen maakt recycling en hergebruik van materialen mogelijk. Hergebruik van gerecycleerde materialen helpt milieuvervuiling te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoffen.
Plaatselijke voorschriften bepalen mogelijk een aparte inzameling voor elektrische producten, in containerparken of bij de verkoper wanneer u een nieuw product koopt.
DEWALT beschikt over een gebouw voor de verzameling en recyclage van DEWALT producten die het einde van hun levensduur hebben bereikt. Om van deze dienst gebruik te maken, kunt u uw product terugbrengen naar elke erkende reparateur die hem voor ons zal inzamelen.
U kunt de dichtstbijzijnde erkende reparateur vinden door contact op te nemen met uw plaatselijke DEWALT kantoor op het adres dat in deze handleiding staat. Of u kunt een lijst met erkende DEWALT reparateurs en alle gegevens over onze herstellingsdienst en contactinformatie vinden op www.2helpU.com.

Herlaadbare accu
Deze duurzame accu moet herladen worden als hij niet krachtig genoeg blijkt tijdens het uitvoeren van klussen die daarvoor vlot verliepen. Aan het einde van zijn technische levensduur dient u dit werktuig weg te gooien met respect voor het milieu:
- Gebruik de accu helemaal op en verwijder deze vervolgens uit het werktuig.
- Li-Ion, NiCd en NiMH cellen zijn recycleerbaar. Breng ze naar uw dealer of een plaatselijk recyclagecentrum. De ingezamelde accu's worden gerecycleerd of op de correcte manier weggegooid.
GARANTIE
DEWALT vertrouwt op de kwaliteit van zijn producten en biedt professionele gebruikers van het product een uitstekende garantie. Deze garantieverklaring is een aanvulling op uw contractuele rechten als een professionele gebruiker of uw wettelijke rechten als een particuliere, niet-professionele gebruiker, en is op geen enkele wijze van invloed op deze rechten. De garantie is geldig binnen het grondgebied van de Lidstaten van de Europese Unie en de Europese Vrijhandelszone.
• 30 DAGEN NIET GOED GELD TERUG GARANTIE •
Als u niet geheel tevreden bent over de prestaties van uw DEWALT-gereedschap, kunt u dit compleet met de originele onderdelen, zoals u het hebt aangekocht. binnen 30 dagen, gewoon terugbrengen bij het verkooppunt en omruilen voor een ander stuk gereedschap of tegen restitutie van het aankoopbedrag. Het product mag niet in onredelijke mate zijn versleten en u dient een aankoopbewijs te overleggen.
• EEN JAAR GRATIS ONDERHOUDSCONTRACT •
Als onderhouds- of servicewerkzaamheden nodig zijn voor uw DEWALT-gereedschap, in de 12 maanden na uw aankoop, hebt u recht op een jaar gratis service. Deze zal kosteloos worden uitgevoerd in een DEWALT-servicecentrum. U dient een aankoopbewijs te overleggen. Inclusief arbeidskosten. Exclusief accessoires en reserveonderdelen, tenzij deze defect raakten en onder de garantie vielen.
• EEN JAAR VOLLEDIGE GARANTIE •
Als uw DEWALT-product defect raakt als gevolg van het gebruik van verkeerde materialen of onjuiste constructie binnen 12 maanden na de datum van aankoop, garandeert DEWALT alle defecte onderdelen gratis te vervangen of – naar onze beoordeling – het apparaat gratis te vervangen, op voorwaarde dat:
- Het product niet verkeerd gebruikt is;
-
Het product in redelijke mate is versleten;
-
Er geen reparaties zijn ondemomen door niet-geautoriseerde personen;
- U een aankoopbewijs kunt overleggen;
- Het product compleet met alle originele onderdelen wordt geretoumeerd.
Als u aanspraak wilt maken op de garantie, neem dan contact op met uw leverancier of zoek het officiële DEWALT-servicecentrum bij u in de buurt in de DEWALT-catalogus of neem contact op met het DEWALT-kantoor op het adres dat wordt vermeld in deze handleiding. Een lijst van officiële DEWALT-servicecentra en volledige details over onze after-sales-service zijn ook te vinden op internet via: www.2helpU.com.