OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Warmtepomp

Sherpa Monobloc S2 E - Warmtepomp OLIMPIA SPLENDID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Sherpa Monobloc S2 E OLIMPIA SPLENDID in PDF-formaat.

📄 599 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - page 335
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Sherpa Monobloc S2 E OLIMPIA SPLENDID

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Warmtepomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sherpa Monobloc S2 E - OLIMPIA SPLENDID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sherpa Monobloc S2 E van het merk OLIMPIA SPLENDID.

GEBRUIKSAANWIJZING Sherpa Monobloc S2 E OLIMPIA SPLENDID

• 6.1 Keuze van een plaats bij een koud klimaat....9
• 6.2 Keuze van een positie bij rechtstreeks zonlicht....9

7 VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE INSTALLATIE 10

• 7.1 Afmetingen ....10
• 7.2 Installatie-eisen....10
• 7.3 Positie van het afvoergat....11

8 TYPISCHE TOEPASSINGSVOORBEELDEN....13

• 8.1 Toepassing 1....13
• 8.2 Toepassing 2....15
• 8.3 Cascadesysteem....18
• 8.4 Benodigd volume van de buffertank....20

9 OVERZICHT VAN DE UNIT 20

• 9.1 Hoofdonderdelen....20
• 9.2 Besturingskaart....21
• 9.3 Waterleiding....26
• 9.4 Met water vullen .....29
• 9.5 Isolatie van de waterleidingen ....30
• 9.6 Veldbekabeling....30

10 START EN CONFIGURATIE....44

• 10.1 Eerste start bij lage buitenomgevingstemperaturen......44
• 10.2 Controles voorafgaand aan de werking....44
• 10.3 Diagnose van de defecten bij de eerste installatie....44

• 10.4 Installatiehandleiding ....44
• 10.5 Veldinstellingen ....46

11 STRUCTUUR VAN DE MENU'S: OVERZICHT....48

• 11.1 Configuratie van de parameters ....50

12 EINDCONTROLES EN EINDTEST 54

• 12.1 Eindcontroles....54
• 12.2 Test werking (handmatig)....54

13 ONDERHOUD EN SERVICE 55

Er wordt verzocht de holle plaat te verwijderen na de installatie.
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ONDERHOUD EN SERVICE 55 - 1

  • De afbeeldingen in deze handleiding dienen uitsluitend voor referentiedoeleinden - wij verwijzen naar het daadwerkelijke product.
  • De backupverwarming kan aangepast worden buiten de unit, afhankelijk van de vraag, die 3kW (eenfasig), 4,5kW (eenfasig), 4,5kW (driefasig), 6kW (driefasig) en 9kW (driefasig) bevat (Raadpleeg de installatie en -gebruikshandleiding van de backupverwarming voor details hierover).
  • De (optionele) backupverwarming en de warmtepomp worden op onafhankelijke wijze van spanning voorzien.

1 VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID

De hier vermelde voorzorgsmaatregelen zijn onderverdeeld in de volgende soorten. Ze zijn heel belangrijk en moeten dus met aandacht opgevolgd worden. Betekenis van de symbolen GEVAAR, OPGELET, WAARSCHUWING en OPMERKING.

i INFORMATIE

  • Lees deze instructies met aandacht voorafgaand aan de installatie. Houd deze handleiding binnen handbereik voor toekomstige raadpleging.
  • De onjuiste installatie van apparatuur of accessoires kan elektrische schokken, kortsluitingen, lekkages of brand veroorzaken of andere schade aan de apparatuur toebrengen. Wees er zeker van dat alleen accessoires gebruikt worden die door de leverancier vervaardigd zijn en specifiek voor de apparatuur ontworpen zijn en garandeer dat de installatie door een vakman uitgevoerd wordt.
  • Alle activiteiten die in deze handleiding beschreven worden moeten verricht worden door een geautoriseerde technicus. Wees er zeker van, tijdens de installatie van de unit of de uitvoering van de onderhoudsactiviteiten, dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen gedragen worden, zoals veiligheidshandschoenen en een veiligheidsbril.
  • Neem contact op met uw verkoper voor service-ingrepen van ongeacht welke aard.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - i INFORMATIE - 1
Opgelet: Brandgevaar/ontvlambare materialen

⚠ WAARSCHUWING

Het onderhoud mag alleen uitgevoerd worden conform de aanwijzingen die door de producent van de apparatuur verstrekt worden. Het onderhoud en de reparaties die de assistentie van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die competent is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen.

⚠ GEVAAR

Duidt op een situatie van dreigend gevaar die, indien niet vermeden, de dood of ernstig letsel zal veroorzaken.

⚠ WAARSCHUWING

Duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, de dood of ernstig letsel kan veroorzaken.

⚠ OPGELET

Duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, letsel van lichte of matige aard kan veroorzaken. Wordt ook gebruikt om voor onveilige praktijken te behoeden.

OPMERKING

Duidt op situaties die alleen schade aan uitrustingen of voorwerpen kunnen veroorzaken.

Uitleg van de op de unit weergegeven symbolen

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 1WAARSCHUWINGDit symbool geeft aan dat het apparaat in kwestie een ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als het koelmiddel naar buiten gekomen is en aan een externe ontstekingsbron blootgesteld is geweest, bestaat het risico op brand.
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 2OPGELETDit symbool geeft aan dat de gebruikshandleiding met aandacht gelezen moet worden.
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 3OPGELETGeeft aan dat het personeel dat met de service belast is de apparatuur moet hanteren onder raadpleging van de installatiehandleiding.

⚠ GEVAAR

  • Alvorens de onderdelen van de elektrische aansluitpunten aan te raken, wordt verzocht de netvoedingsschakelaar uit te schakelen.
  • Wanneer de servicepanelen verwijderd zijn, is het heel gemakkelijk om de onder spanning staande onderdelen per ongeluk aan te raken.
  • Laat de unit nooit onbewaakt achter tijdens de installatie- of onderhoudsfase wanneer het servicepaneel verwijderd is.
  • Raak de waterleidingen niet aan tijdens en onmiddellijk na de werking omdat de leidingen heet kunnen zijn en brandwonden op de handen kunnen veroorzaken. Om letsel te vermijden, moeten de leidingen tijd krijgen om naar de normale temperatuur terug te keren of dient men beschermende handschoenen te dragen.
  • Raak geen enkele schakelaar aan met natte vingers. Als een schakelaar met natte vingers aangeraakt wordt, kan dit elektrische schokken veroorzaken.
    • Alvorens elektrische onderdelen aan te raken, is het noodzakelijk de unit uit te schakelen.

⚠ WAARSCHUWING

  • Verscheur de plastic verpakkingszakken en gooi ze weg zodat kinderen er niet mee kunnen spelen. Het is levensgevaarlijk als kinderen met plastic zakken spelen, wegens verstikking.
  • Verwijder de verpakkingsmaterialen, zoals spijkers en andere metalen of houten delen, op veilige wijze omdat ze letsel kunnen veroorzaken.
  • Vraag uw verkoper of gekwalificeerd personeel om de installatiewerkzaamheden uit te voeren conform deze handleiding. Installeer de unit nooit zelf. Een onjuiste installatie kan het lekken van water, elektrische schokken of brand tot gevolg hebben
  • Wees er zeker van dat uitsluitend de accessoires en de onderdelen gebruikt worden die gespecificeerd zijn voor de installatiewerkzaamheden. Als geen gebruik gemaakt wordt van de gespecificeerde onderdelen kan dit het lekken van water, elektrische schokken, brand of het vallen van de unit van zijn steun tot gevolg hebben.
  • Installeer de unit op een fundering die in staat is het gewicht ervan te dragen. Onvoldoende draagkracht kan tot gevolg hebben dat de apparatuur valt en ook mogelijk letsel veroorzaakt.
  • Voer de gespecificeerde installatiewerkzaamheden uit rekening houdend met harde wind, orkanen of aardbevingen. Een onjuist uitgevoerde installatie kan ongelukken veroorzaken als gevolg van het vallen van de apparatuur.
  • Controleer of alle elektrische werkzaamheden uitgevoerd zijn door gekwalificeerd personeel conform de wetten, de plaatselijke regelgeving en deze handleiding, gebruik makend van een apart circuit. Onvoldoende capaciteit van het elektrische voedingscircuit of een onjuiste elektrische constructie kunnen elektrische schokken of brand veroorzaken.
  • Wees er zeker van dat een aardlekschakelaar geïnstalleerd wordt conform de wetten en de plaatselijke regelgeving. Als geen aardlekschakelaar geïnstalleerd wordt, kan dit elektrische schokken en brand veroorzaken.
  • Controleer of alle kabels stevig vastgezet zijn. Gebruik de gespecificeerde draden en controleer of de verbindingen van de aansluitpunten, of de draden, bescherming tegen water en andere ongunstige externe krachten geboden wordt. Een onvolledige aansluiting of bevestiging kan brand veroorzaken.
  • Tijdens de bekabeling van de voeding moeten de draden zo gelegd worden dat het voorpaneel op veilige wijze vastgezet kan worden. Als het voorpaneel niet in positie is, kunnen oververhitting van de aansluitpunten, elektrische schokken of brand optreden.
  • Nadat de installatiewerkzaamheden voltooid zijn moet gecontroleerd worden of er geen lekkages van koelmiddel zijn.
  • Raak het lekkende koelmiddel nooit rechtstreeks met de handen aan omdat dit een sterke bevriezing kan veroorzaken. Raak de leidingen van het koelmiddel niet aan tijdens en onmiddellijk na de werking omdat de leidingen van het koelmiddel warm of koud kunnen zijn, afhankelijk van de condities van het koelmiddel dat door de leidingen stroomt, de compressor en andere delen van de koelcyclus. Bij aanraking van de leidingen van het koelmiddel kunnen brand- of bevriezingswonden ontstaan. Om letsel te voorkomen, moeten de leidingen de tijd krijgen om naar de normale temperatuur terug te keren; als alternatief, als het absoluut noodzakelijk is ze aan te raken, moeten beschermende handschoenen gedragen worden.
  • Raak de interne delen (pomp, backupverwarming, enz.) niet aan tijdens en onmiddellijk na de werking. De aanraking van de interne delen kan brandwonden veroorzaken. Om letsel te voorkomen, moeten de interne onderdelen de tijd krijgen om naar de normale temperatuur terug te keren; als alternatief, als het absoluut noodzakelijk is ze aan te raken, moeten beschermende handschoenen gedragen worden.

OPGELET

  • Zet de unit op de grond.
  • De aardweerstand moet conform de wetten en de plaatselijke regelgeving zijn.
  • Sluit de aardkabel niet aan op de gas- of waterleidingen, op bliksemafleiders of op de aardkabels van de telefoon.
  • Een onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken.
  • Gasleidingen: In geval van gaslekken kan brand of een explosie optreden.
  • Waterleidingen: De leidingen van stijf vinyl zijn geen doeltreffende funderingen.
  • Bliksemafleiders of aarddraden van de telefoon: De elektrische drempel kan op afwijkende wijze toenemen als deze door een bliksem geraakt wordt.
  • Installeer de voedingskabel op minstens 1 meter afstand van televisies of radio's om interferentie of geluiden te voorkomen. (Afhankelijk van de radiogolven is een afstand van 1 meter mogelijk niet voldoende om geluid te verwijderen)
  • Was de unit niet. Dit kan elektrische schokken of brand veroorzaken. Het apparaat moet geïnstalleerd worden conform de nationale voorschriften voor de bekabeling. Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze vervangen worden door de producent, een service-agent of door personeel met een gelijkbaarige kwalificatie, om te voorkomen dat gevaren ontstaan.

- Installeer de unit niet in de volgende plaatsen:

  • Waar minerale olienevels, oliesprays of dampen aanwezig zijn. De plastic onderdelen kunnen verslechterd raken waardoor ze los raken of water naar buiten komt.
  • Waar bijtende gassen geproduceerd worden (zoals zwavelzuurgas). Waar corrosie van koperen leidingen of gelaste delen het lekken van koelmiddel kan veroorzaken.
  • Waar een machine aanwezig is die elektromagnetische golven uitzendt. Elektromagnetische golven kunnen het besturingssysteem ontregelen en de slechte werking van de apparatuur veroorzaken.
  • Waar ontvlambare gassen naar buiten kunnen komen, waar koolstofvezel of ontvlambaar stof een suspensie in de lucht vormt of waar vluchtige ontvlambare stoffen gehanteerd worden, zoals verdunners voor lak of benzine. Deze soorten gas kunnen brand veroorzaken.
  • Waar de lucht een hoog zoutgehalte bevat, bijvoorbeeld vlakbij zee.
  • Waar de spanning sterk schommelt, zoals in fabrieken.
  • In voertuigen of schepen.
  • Waar zure of alkalische dampen aanwezig zijn.

  • Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen ouder dan 8 jaar en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten of met weinig ervaring en kennis, op voorwaarde dat deze personen onder toezicht staan of instructies voor het veilige gebruik van het apparaat ontvangen en de gevaren ervan begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De reinigings- en onderhoudswerkzaamheden door de gebruiker mogen niet uitgevoerd worden door kinderen die niet onder toezicht staan.

  • Controleer kinderen zodat ze het product niet als speelgoed gebruiken.
  • Als de voedingskabel beschadigd is, moet die vervangen worden door de producent of door diens agent of door iemand met een gelijkaardige kwalificatie.
  • VERWIJDERING: Verwijder dit product niet als gemengd stedelijk afval. Het is nodig dit afval gescheiden in te zamelen voor een speciale behandeling. Verwijder de elektrische apparaten niet als bijvoorbeeld stedelijk afval, maak gebruik van de voorzieningen voor gescheiden inzameling. Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over de beschikbare inzamelingssystemen. Als elektrische apparaten in afvalstortplaatsen verwijderd worden, kan de gevaarlijke stof het grondwater infiltreren en in de voedselketen komen met schade voor uw gezondheid en uw welzijn.
  • De bekabeling moet uitgevoerd worden door vakmensen conform de nationale wetgeving op het gebied van bekabeling en het aanwezige elektrische schema. Overeenkomstig de nationale wetgeving moeten voor alle polen een afsluitinrichting met een scheidingsafstand van minstens 3 mm en een differentieelschakelaar (RCD) met een capaciteit van niet meer dan 30 mA in de vaste bekabeling opgenomen zijn.
  • Controleer of de veiligheid van het installatiegebied (muren, vloeren, enz.) geen verborgen gevaren heeft zoals water, elektriciteit en gas.
  • Controleer voorafgaand aan de installatie of de elektrische voeding van de gebruiker voldoet aan de elektrische installatie-eisen van de unit (met inbegrip van betrouwbare aarding, lekken en de diameter van de elektrische laadkabel, enz.). Als niet aan de elektrische installatie-eisen van het product voldaan wordt, is het verboden het product te installeren zolang het product niet gerectificeerd wordt.
  • Wanneer meer airconditioners op gecentraliseerde wijze geinstalleerd worden, wordt verzocht de verdeling van de lading van de driefasige voeding te controleren en te vermijden dat meerdere meervoudige units in dezelfde fase van de driefasige voeding gemonteerd worden.
  • De installatie van het product moet stevig vastgezet worden. Waar nodig moeten verstevigende maatregelen getroffen worden.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 1

OPMERKING

- Informatie over gefluoreerde gassen

- Deze airconditioner-unit bevat gefluoreerde gassen. Raadpleeg voor informatie over het type gas en over de hoeveelheid het betreffende etiket op de unit zelf. De conformiteit met de nationale wetgeving inzake gas moet in acht genomen worden.

- De werkzaamheden in verband met de installatie, de assistentie, het onderhoud en de reparatie van deze unit moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd technicus.

- De werkzaamheden voor het ongedaan maken van de installatie en de recyclage van het product moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd technicus.

- Als de installatie voorzien is van een lekdetectiesysteem, moet minstens om de 12 maanden een controle plaatsvinden. Wanneer de unit gecontroleerd wordt op de aanwezigheid van lekken, wordt ten zeerste aangeraden een correcte registratie van alle controles bij te houden.

2 ALGEMENE INTRODUCTIE

  • Deze units worden zowel gebruikt voor verwarmings- en koeltoepassingen als voor tanks met sanitair warm water. Ze kunnen gecombineerd worden met ventilatorconvectors, vloerverwarmingstoepassingen, radiatoren met hoge efficiëntie en lage temperatuur, tanks voor sanitair warm water en zonnekits, die alle in het veld gevoed worden.
  • Bij de unit wordt een bekabelde controller geleverd.
  • De (optionele) backupverwarming kan de verwarmingscapaciteit verhogen bij tamelijk lage buitentemperaturen. Bovendien is een backupservice werkzaam in geval van een slechte werking van de warmtepomp of om de bevriezing van de buitenwaterleidingen te voorkomen.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ALGEMENE INTRODUCTIE - 1

OPMERKING

  • De maximale lengte van de bekabeling die de communicatie tussen de unit en de controller garandeert is 50 m.
  • De voedingskabels en de communicatiebekabeling moeten apart van elkaar gelegd worden en mogen niet in dezelfde kabelgoot liggen. Zo niet, dan kan elektromagnetische interferentie ontstaan. De voedingskabels en de bekabeling die de communicatie garandeert mogen niet in aanraking komen met de koelmiddelleiding, om te voorkomen dat de leiding met hoge temperatuur de bekabeling kan beschadigen.
  • Voor de communicatiekabels moeten afgeschermde leidingen gebruikt worden, daarbij inbegrepen de kabels van de PQE-leiding van de buitenunit en van de binnenunit naar de controller HA en de leiding HB.

Het verband tussen de capaciteit (lading) en de omgevingstemperatuur
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 1

line | Region | X Value | Y Value | |--------|---------|---------| | ① | - | + | | ② | - | - | | ③ | - | - |

① Capaciteit van de warmtepomp.
② Gevraagde warmtecapaciteit (afhankelijk van de locatie).
③ Extra verwarmingscapaciteit geleverd door de backupverwarming.

Tank voor sanitair warm water (veldvoeding)

Er kan op de unit een boiler voor sanitair warm water (met of zonder booster) aangesloten worden.

De vereiste van de tank is anders voor de verschillende units en het materiaal van de warmtewisselaar.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Tank voor sanitair warm water (veldvoeding) - 1

text_image Uitgang Reservoir Temperatuursonde (T5) Spoel Boosterverwarming tank (TBH) Ingang

De boosterverwarming moet onder de temperatuursonde (T5) geinstalleerd worden.

De warmtewisselaar (spoel) moet onder de temperatuursonde geinstalleerd worden.

De lengte van de leiding tussen de buitenunit en de tank moet korter zijn dan 5 meter.

Model68~1012~16
Volume van de tank/LAangeraden100~250150~300200~500
Warmte-uitwisselingsgebied/ m^2 (spoel van roestvrij staal)Minimum 1,4 1,4 1,6
Warmte-uitwisselingsgebied/ m^2 (geëmailleerde spoel)Minimum 2,0 2,0 2,5

Omgevingsthermostaat (veldvoeding)

De omgevingsthermostaat kan aangesloten worden op de unit (bij het kiezen van de installatieplaats moet de omgevingsthermostaat ver van de verwarmingsbron gehouden worden).

Zonnekit voor tank sanitair warm water (veldvoeding)

Er kan op het apparaat een optionele zonnekit aangesloten worden.

Bedrijfsrange

Water in uitlaat (Verwarmingsmodus)+15 ~ +65°C
Water in uitlaat (Koelmodus)+5 ~ +25°C
Sanitair warm water +15 ~ +60°C
Omgevingstemperatuur -25 ~ +43°C
Druk van het water 0,1~0,3MPa
Debiet van het water60,40~1,25m3/h
80,40~1,65m3/h
100,40~2,10m3/h
120,70~2,50m3/h
140,70~2,75m3/h
160,70~3,00m3/h

In de koelmodus is de temperatuurrange van het stromende water (TW_out) met verschillende buitentemperaturen (T4) als volgt:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Omgevingsthermostaat (veldvoeding) - 1

Bedrijfsrange door middel van warmtepomp met mogelijke beperking en bescherming.

In de verwarmingsmodus is de temperatuurrange van het stromende water (T1) met diverse omgevingstemperaturen (T4) als volgt:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Omgevingsthermostaat (veldvoeding) - 2

Als de insteling IBH/AHS geldig is, wordt alleen IBH/AHS ingeschakeld; als de insteling IBH/AHS niet geldig is, wordt alleen de warmtepomp ingeschakeld; er kunnen zich gevallen van beperking en bescherming voordoen tijdens de werking van de warmtepomp.
Bedrijfrange door middel van warmtepomp met mogelijke beperking en bescherming. De warmtepomp wordt uitgeschakeld, alleen IBH/AHS wordt ingeschakeld. (IBH kan de temperatuur van het water verwarmen tot 65°C, AHS kan de temperatuur van het water verwarmen tot 70°C)
Lijn van maximale temperatuur van het water in de inlaat voor de werking van de warmtepomp.

In de DHW-modus, is het temperatuurinterval van het stromende water (T1) bij diverse buitentemperaturen (T4) als volgt:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Omgevingsthermostaat (veldvoeding) - 3

area | T1 | T4 | |---|---| | 5 | 43 | | 12 | 43 | | 25 | 43 | | 40 | -25 | | 45 | -20 | | 50 | -15 | | 55 | -10 | | 60 | -5 | | 65 | 0 | | 70 | 5 |

Als de instelling IBH/AHS geldig is, wordt alleen IBH/AHS ingeschakeld; als de instelling IBH/AHS niet geldig is, wordt alleen de warmtepomp ingeschakeld; er kunnen zich gevallen van beperking en bescherming voordoen tijdens de werking van de warmtepomp.
Bedrijfsrange door middel van warmtepomp met mogelijke beperking en bescherming. De warmtepomp wordt uitgeschakeld, alleen IBH/AHS wordt ingeschakeld. IBH kan de temperatuur van het water verwarmen tot 65°C, AHS kan de temperatuur van het water verwarmen tot 70°C
-- Lijn van maximale temperatuur van het water in de inlaat voor de werking van de warmtepomp.

3 ACCESSOIRES

3.1 Bij de unit geleverde accessoires

Koppelingen voor de installatie
Naam Vorm Hoeveelheid
Installatie- en gebruikshandleiding (dit boek)OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 11
Productblad technische gegevensOLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 21
Y-vormig filter 1OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 3
Bedieningspaneel 1OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 4
Sensor (10 m) voor Tbt of Tw2 of Tsolar of T5)OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 51
Afvoerleiding 1OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 6
Energielabel 1OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 7
Overeenkomstige netkabelsOLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 81
Hoekbeschermer 1OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ACCESSOIRES - 9

3.2 Bij de leverancier beschikbare accessoires

Raadpleeg de catalogus van Olimpia voor de beschikbare accessoires.

4 VOORAFGAAND AAN DE INSTALLATIE

• Voorafgaand aan de installatie

Controleer en bevestig de naam van het model en het serienummer van de unit.

- Transport

Door de relatief grote afmetingen en het hoge gewicht mag de unit alleen opgetild worden met hefwerktuigen met veiligheidstuig. We verwijzen naar de volgende afbeelding.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - - Transport - 1

  • Raak om letsel te voorkomen niet de luchtinlaat of de aluminium vinnen van de unit aan.
  • Gebruik niet de handgrepen van de roosters van de ventilatoren, om beschadiging ervan te voorkomen.
  • De unit is heel erg zwaar! Voorkom dat de unit valt wegens een niet correcte schuine opstelling tijdens het manoeuvreren.

(Meeteenheid: mm)

ModelABC
6/8/10350355285
12/14/16540390255
12T/14T/16T500400275

De positie van het zwaartepunt van de verschillende units is te zien op onderstaande foto.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - - Transport - 2

text_image A C

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - - Transport - 3

Dit product bevat gefluoreerd gas waarvan vrijgave in de lucht verboden is.

Type koelmiddel: R32; Volume GWP: 675.

GWP=Global Warming Potential / Aardopwarmingsvermogen

ModelVolume van het koelmiddel dat in de fabriek in de unit geladen is
Koelmiddel/kg Equivalent aantal tonnen CO2
6 1,25 0,85
8 1,25 0,85
101,250,85
121,801,22
141,801,22

OPGELET

- Frequentie van de controles van de koelmiddellekkages

  • Voor de units die gefluoreerde broeikasgassen bevatten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of hoger zijn dan het equivalent van 5 ton CO2 maar lager dan het equivalent van 50 ton CO2, minstens om de 12 maanden of in geval een lekdetectiesysteem geïnstalleerd is, minstens om de 24 maanden.
  • Voor de units die gefluoreerde broeikasgassen bevatten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of hoger zijn dan het equivalent van 50 ton CO2 maar lager dan het equivalent van 500 ton CO2, minstens om de zes maanden of in geval een lekdetectiesysteem geinstalleerd is minstens om de 12 maanden.
  • Voor de units die gefluoreerde broeikasgassen bevatten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of hoger zijn dan het equivalent van 500 ton CO2, of hoger, minstens om de drie maanden of in geval een lekdetectiesysteem geïnstalleerd is minstens om de zes maanden.

  • Deze airconditioner-unit is een hermetisch verzegeld apparaat dat gefluoreerde broeikasgassen bevat.

  • De handelingen in verband met de installatie, de werking en het onderhoud mogen alleen worden uitgevoerd door gecertificeerde personen.

6 INSTALLATIEPLAATS

⚠ WAARSCHUWING

  • De unit is voorzien van een ontvlambaar koelmiddel en moet geïnstalleerd worden in een goed geventileerde plaats. Als het apparaat binnen geïnstalleerd is, is het nodig een extra systeem voor de detectie van koelmiddel toe te voegen, naast een extra ventilatie-apparaat volgens de norm EN378. Wees er zeker van alle geschikte maatregelen toe te passen om te voorkomen dat de unit gebruikt wordt als schuilplaats voor kleine dieren.
  • Diertjes die in aanraking met elektrische onderdelen komen, kunnen een abnormale werking, rook of brand veroorzaken. Er wordt verzocht de klant te instrueren om het gebied rondom de unit schoon te houden.

• Kies een installatieplaats die voldoet aan de volgende voorwaarden en goedgekeurd wordt door de klant.

  • Goed geventileerde plaatsen.
  • Plaatsen waarin de buren geen hinder van de unit ondervinden.
  • Veilige plaatsen die in staat zijn het gewicht en de trillingen van de unit te verdragen en waar de unit op een plat vlak geïnstalleerd kan worden.
  • Plaatsen waarin niet de mogelijkheid bestaat dat ontvlambare gassen of ontvlambare producten lekken.
    • De apparatuur is niet bestemd om gebruikt te worden in een potentieel explosieve atmosfeer.

- Plaatsen waarin de ruimte voor het onderhoud goed gegarandeerd kan worden.

• Plaatsen waarin de leidingen en de lengte van de bekabeling van de units binnen de toegestane limieten vallen.

- Plaatsen waarin het water dat uit het apparaat komt de plaats geen schade kan toebrengen (bijvoorbeeld in het geval van een geblokkeerde afvoerleiding).

- Plaatsen waarin regen zo goed mogelijk vermeden kan worden.

• Installeer de unit niet in plaatsen die vaak als werkruimte gebruikt worden. In geval van bouwwerkzaamheden (bijvoorbeeld, slijpen, enz.) waarbij veel stof vrijkomt, moet het apparaat bedekt worden.

- Plaats geen enkel object en geen enkele uitrusting op de unit (bovenste plaat).

- Niet op de unit klimmen, erop zitten of erop staan.

  • Controleer of voldoende voorzorgsmaatregelen getroffen worden voor het geval van lekkage van het koelmiddel volgens de wetten en de plaatselijke regelgeving op dat gebied.
    • Installeer de unit niet vlakbij zee of in aanwezigheid van corrosiegas.

• Wanneer de unit op een plaats geïnstalleerd wordt die blootgesteld is aan harde wind, let dan bijzonder goed op het volgende.

- Harde wind van 5 m/sec of meer die tegen de luchtuitlaat van de unit blaast, veroorzaakt kortsluiting (afzuiging van de afvoerlucht) en dit kan de volgende gevolgen hebben:

- Verslechtering van de operationele capaciteit.

- Frequente versnelde ijsvorming tijdens de werking in de verwarmingsmodus.

- Onderbreking van de werking te wijten aan de verhoging van de hoge druk.

- Een sterke wind blaast continu op het voorste gedeelte van de unit, de ventilator kan beginnen zeer snel te draaien, tot hij breekt.

Raadpleeg in normale omstandigheden de volgende afbeeldingen voor de installatie van de unit:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ⚠ WAARSCHUWING - 1

Bij harde wind, en als de windrichting voorspeld kan worden, raadpleeg onderstaande afbeeldingen voor de installatie van de unit (ongeacht welke is OK):

Draai de zijde van de luchtuitlaat naar de muur, naar het afbakende element of het scherm van het gebouw.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ⚠ WAARSCHUWING - 2

Cont roleer of er voldoende ruimte is om de unit te installeren. Zet de uitlaatzijde op een rechte hoek ten opzichte van de windrichting.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ⚠ WAARSCHUWING - 3

  • Maak een waterafvoerkanaal gereed rondom de funderingen om het afvoerwater rondom de unit te laten wegstromen.
  • Het water stroomt niet gemakkelijk uit de unit, monteer de unit op een fundering van betonblokken, enz. (de hoogte van de fundering moet circa 100 mm (3,93 in) zijn.
  • Als de unit op een frame geïnstalleerd wordt, installeer dan een waterdichte plaat (circa 100 mm) op de onderzijde van de unit om te voorkomen dat water van onderaf binnendringt.
  • Wanneer de unit op een plaats geïnstalleerd wordt die vaak aan sneeuw blootgesteld wordt, besteed dan speciale aandacht aan het feit dat de funderingen zo hoog mogelijk moeten zijn.

- Als de unit op een structuur van een gebouw geinstalleerd wordt, wordt verzocht een waterdicht blad te installeren (veldlevering) (circa 100 mm, op de onderkant van de unit) om te voorkomen dat het afvoerwater wegstroomt. (Zie afbeelding rechts).

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ⚠ WAARSCHUWING - 4

6.1 Keuze van een plaats bij een koud klimaat

Zie paragraaf "Transport" in hoofdstuk "4 VOORAFGAAND AAN DE INSTALLATIE"

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Keuze van een plaats bij een koud klimaat - 1

Wanneer een unit in een koud klimaat gebruikt wordt, wees er dan zeker van de hierna beschreven instructies te volgen.

  • Installeer de unit met de afzuigzijde naar de muur gericht om blootstelling aan de wind te voorkomen.
    • Installeer de unit nooit op een plaats waar de afzuigzijde rechtstreeks aan de wind blootgesteld kan zijn.
  • Installeer een deflector op de luchtafvoerzijde van de unit om blootstelling aan de wind te voorkomen.
  • In gebieden met hevige sneeuwval is het zeer belangrijk een installatieplaats te kiezen waarin de sneeuw geen invloed op het apparaat kan uitoefenen. Indien mogelijk en als zich een zijwaartse sneeuwbui voordoet, zorg er dan voor dat de spoel van de warmtewisselaar de invloed van de sneeuw niet ondergaat (bouw waar nodig een afdak).

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Keuze van een plaats bij een koud klimaat - 2

① Bouw een groot afdak.
② Bouw een voetstuk. Installeer de unit hoog genoeg om te vermijden dat hij ondergesneeuwd wordt. (De hoogte van het voetstuk moet groter zijn ten opzichte van de grootste dikte van het pak sneeuw volgens de plaatselijke geschiedenis van het weer, plus 10 cm of meer)

6.2 Keuze van een positie bij rechtstreeks zonlicht

Aangezien de buitentemperatuur gemeten wordt met de omgevingstemperatuursonde van de unit, dient men er zeker van te zijn dat de unit in de schaduw of onder een afdak geïnstalleerd wordt om rechtstreeks zonlicht te vermijden zodat het niet de invloed van de warmte van de zon ondergaat, zo niet dan kan de bescherming van de unit in werking treden.

7 VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE INSTALLATIE

7.1 Afmetingen

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Afmetingen - 1

7.2 Installatie-eisen

  • Controleer de bestendigheid en de vlakheid van het installatieterrein zodat de unit tijdens de werking geen trillingen of geluid zal veroorzaken.
  • Zet het apparaat stevig vast met funderingsbouten met inachtneming van de in de afbeelding getoonde funderingstekening. (Zorg voor vier series van ∅10 expansiebouten, moeren en ringetjes die gemakkelijk in de handel verkrijgbaar zijn)
    • Schroef de funderingsbouten vast tot een lengte van 20 mm van het funderingsoppervlak.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Installatie-eisen - 1

text_image (meeteenheid: mm) Ø10 Expansiebout Stootbestendig rubber matje Stevig oppervlak of afdekking ≥80 ≥100 Basis van beton h>100mm

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Installatie-eisen - 2

7.3 Positie van het afvoergat

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Positie van het afvoergat - 1

text_image Afvoergat

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Positie van het afvoergat - 2

text_image Dit afvoergat wordt bedekt met een rubber dop. Als het kleine afvoergat niet voldoet een de vereisten voor de afvoer, kan tegelijkertijd het grote afvoergat gebruikt worden.

Zorg ervoor dat het condenswater goed kan worden afgevoerd. Gebruik zo nodig een lekbak (niet meegeleverd) om te voorkomen dat het afvoerwater gaat druppelen.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Positie van het afvoergat - 3

OPMERKING

Er moet een elektrische warmteband worden geïnstalleerd als het water bij koud weer niet kan worden afgevoerd, zelfs niet als de grote afvoeropening open staat.

7.4 Benodigde ruimte voor het onderhoud

7.4.1 Bij een gestapelde installatie

1) In het geval van obstakels voor de luchtuitlaatzijde.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Bij een gestapelde installatie - 1

2) In het geval van obstakels voor de luchtinlaatzijde.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Bij een gestapelde installatie - 2

7.4.2 Bij montage op meer rijen (voor gebruik op het dak, enz.)

Bij installatie van meer units die in een rij zijdelings op elkaar aangesloten zijn.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Bij montage op meer rijen (voor gebruik op het dak, enz.) - 1

text_image ≥500mm ≥600mm B2 A C B1
UnitA (mm)B1 (mm)B2 (mm)C (mm)
6~10>2500 >1000>300 >600
12~16>3000 >1500

8 TYPISCHE TOEPASSINGSVOORBEELDEN

De hierna vermelde toepassingsvoorbeelden zijn louter van illustratieve aard.

8.1 Toepassing 1
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - TYPISCHE TOEPASSINGSVOORBEELDEN - 1

flowchart
graph TD
    A["1"] --> B["Modbus"]
    B --> C["AHS"]
    C --> D["4.1"]
    D --> E["4.3"]
    E --> F["5"]
    F --> G["6"]
    G --> H["11"]
    H --> I["11.2"]
    I --> J["11.3"]
    J --> K["18"]
    K --> L["7"]
    L --> M["13"]
    M --> N["11"]
    N --> O["13"]
    O --> P["17"]
    P --> Q["11.1"]
    Q --> R["11.2"]
    R --> S["11"]
    S --> T["18"]
    T --> U["20"]
    U --> V["FHLn"]
    V --> W["FHL2"]
    W --> X["FHL1"]
    X --> Y["AHS"]
    Y --> Z["9"]
    Z --> AA["AHS"]
    AA --> AB["13"]
    AB --> AC["2"]
    AC --> AD["2"]
    AD --> AE["6.2"]
CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
1Hoofdeenheid11Tank van sanitair warm water (veldvoeding)
2Gebruikersinterface11.1TBH: Verwarming van de boiler van sanitair warm water (Veldvoeding)
3Sv1: 3-wegklep (Veldvoeding)11.2Spoel 1, warmtewisselaar voor warmtepomp
4Buffertank (Veldvoeding)11.3Spoel 2, warmtewisselaar voor zonne-energie
4.1Automatische ontluchtingsklep12Filter (Accessoire)
4.2Afvoerklep13Aanstuurklep (Veldvoeding)
4.3Tbt: Bovenste temperatuursensor van de buffertank (optioneel)14Uitschakelingsklep (Veldvoeding)
5P_o: Externe circulatiepomp (Veldvoeding)15Vulklep (Veldvoeding)
6P_s: Zonnepomp (Veldvoeding)16Afvoerklep (Veldvoeding)
6.1Tsolar: Zonnetemperatuursensor (Optioneel)17Inlaatleiding kraanwater (Veldvoeding)
6.2Zonnepaneel (Veldvoeding)18Warmwaterkraan (Veldvoeding)
7P_d: Pomp van leiding sanitair water (Veldvoeding)19Collector/Verdeler (Veldvoeding)
8T5: Temperatuursensor tank sanitair water (Accessoire)20By-passklep (Veldvoeding)
FHL1...nVloerverwarmingscircuit (Veldvoeding)
9T1: Sensor van de temperatuur van de totale waterstroom (optioneel)
AHS Hulpverwarmingsbron (Veldvoeding)
10 Expansievat (Veldvoeding)

- Verwarming van de vertrekken

Het ON-OFF-signaal en de bedrijfsmodus, alsmede de temperatuurinstellingen, worden ingesteld op de gebruikersinterface. P_o blijft doorgaan met werken zolang de unit op ON staat voor de verwarming van de vertrekken, SV1 blijft op OFF.

• Verwarming van het sanitair water

Het ON/OFF-signaal en de temperatuur van het targettank (T5S) worden ingesteld op de gebruikersinterface. P_o houdt op met werken zodra de unit op ON staat voor de verwarming van het sanitair warm water, SV1 blijft op ON.

• Aansturing AHS (auxiliary heat source - hulpwarmtebron)

De functie AHS (Auxiliary Heat Source - hulpwarmtebron) wordt ingesteld op de gebruikersinterface. (De functie AHS kan ingesteld worden op geldig of niet geldig in "ANDERE VERWARMINGSBRON" of "VOOR ASSISTENTIEDIENST").

1) Wanneer AHS ingesteld is op een wijze dat hij alleen geldig is voor de verwarmingsmodus, kan AHS op de volgende manieren geactiveerd worden:

a. Activeer AHS via de functie BACKHEATER op de gebruikersinterface;

b. AHS zal automatisch geactiveerd worden als de begintemperatuur van het water te laag is of als de temperatuur van het setpoint van het water te hoog is bij een lage omgevingstemperatuur.

P_o blijft doorgaan met werken zolang AHS actief ON, SV1 blijft op OFF.

2) Wanneer AHS ingesteld is op een wijze dat hij geldig is voor de verwarmingsmodus en de DHW-modus. In de verwarmingsmodus is de AHS-aansturing gelijk aan deel 1); in de DHW-modus zal AHS automatisch geactiveerd worden wanneer de begintemperatuur van het sanitair water T5 te laag is of de targettemperatuur van het sanitair water te hoog is bij een lage omgevingstemperatuur. P_o houdt op met werken, SV1 blijft ingesteld op ON.

3) Wanneer AHS op geldig ingesteld is, kan M1M2 op de gebruikersinterface ingesteld worden om geldig te zijn. In de verwarmingsmodus zal AHS geactiveerd worden als het spanningsloze contact M1M2 sluit. Deze functie is niet geldig in de DHW-modus.

• Aansturing TBH (tank booster heater - boosterverwarming van de tank)

De functie TBH wordt ingesteld op de gebruikersinterface. (De functie TBH kan ingesteld worden op geldig of niet geldig in "ANDERE VERWARMINGSBRONNEN" van "VOOR ASSISTENTIE").

1) Wanneer TBH ingesteld is om geldig te zijn, kan TBH geactiveerd worden via de functie TANKHEATER op de gebruikersinterface; in de DHW-functie wordt TBH automatisch geactiveerd wanneer de begintemperatuur T5 van het sanitair water te laag is of wanneer de targettemperatuur van het sanitair water te hoog is bij een lage omgevingstemperatuur.

2) Wanneer TBH ingesteld is om geldig te zijn, kan M1M2 op de gebruikersinterface ingesteld worden om geldig te zijn. TBH zal geactiveerd worden als het spanningsloze contact M1M2 sluit.

• Aansturing met zonne-energie

De hydraulische module herkent het signaal van de zonne-energie door Tsolar te beoordelen of door het signaal SL1SL2 van de gebruikersinterface te ontvangen. De herkenningsmethode kan op de gebruikersinterface ingesteld worden via de SOLAR INGANG.

1) Wanneer Tsolar ingesteld is om geldig te zijn, staat de zonne-energie op ON wanneer Tsolar voldoende hoog is, begint P_s te werken; de zonne-energie staat op OFF wanneer Tsolar laag is, P_s houdt op met werken.

2) Wanneer de aansturing van SL1SL2 ingesteld is om geldig te zijn, wordt de zonne-energie geactiveerd (ON) nadat het signaal van de zonnekit ontvangen is door de gebruikersinterface, P_s begint te werken; zonder het signaal van de zonnekit. De zonne-energie wordt gedeactiveerd (OFF), P_s houdt op met werken.

OPGELET

De hoogste temperatuur van het uitlaatwater kan 70°C bereiken, pas op voor brandwonden.

OPMERKING

Controleer of de 3-wegklep (SV1) correct geïnstalleerd is. Zie voor bijkomende details paragraaf 9.6.6 "Aansluiting voor andere onderdelen".

Met extreem lage omgevingstemperaturen wordt het sanitair warm water uitsluitend verwarmd door TBH die garandeert dat de warmtepomp met de maximale capaciteit voor de verwarming van de vertrekken gebruikt kan worden.

De details voor de configuratie van de tank met warm water voor lage buitentemperaturen (T4DHWMIN) staan in "INSTELLING DHW-MODUS" van "VOOR ASSISTENTIEDIENST".

8.2 Toepassing 2

De aansturing van de OMG.THERMOSTAAT voor de verwarming of de koeling van de vertrekken moet ingesteld worden op de gebruikersinterface. Deze kan op drie manieren ingesteld worden: INSTELL. MODUS/EEN ZONE/TWEE ZONES De unit kan aangesloten worden op een omgevingsthermostaat op laagspanning.

8.2.1 Aansturing van een zone

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Aansturing van een zone - 1

flowchart
graph TD
    A["Buiten"] --> B["Modbus"]
    B --> C["2"]
    C --> D["RT"]
    D --> E["10"]
    E --> F["4.1"]
    F --> G["4"]
    G --> H["5"]
    H --> I["19"]
    I --> J["FHL1"]
    I --> K["FHL2"]
    I --> L["FHLn"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333
    style H fill:#cfc,stroke:#333
    style I fill:#cfc,stroke:#333
    style J fill:#fcc,stroke:#333
    style K fill:#fcc,stroke:#333
    style L fill:#fcc,stroke:#333
CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
1Hoofdeenheid12Filter (Accessoire)
2Gebruikersinterface14Uitschakelingsklep (Veldvoeding)
4Buffertank (Veldvoeding)15Vulklep (Veldvoeding)
4.1Automatische ontluchtingsklep16Afvoerklep (Veldvoeding)
4.2Afvoerklep19Collector/Verdeler (Veldvoeding)
5P_c: Externe circulatiepomp (Veldvoeding)RTOmgevingsthermostaat op laagspanning (Veldvoeding)
10Expansievat (Veldvoeding)FHL 1...nVloerverwarmingscircuit (Veldvoeding)

- Verwarming van de vertrekken

Aansturing één zone": de ON/OFF-werking van de unit wordt aangestuurd door de thermostaat van de kamer, de bedrijfsmodi en de temperatuur van het uitlaatwater worden op de gebruikersinterface ingesteld. Het systeem is actief (ON) wanneer "H,T" van de thermostaat gedurende 15s dicht blijven gaan. Wanneer "H,T" gedurende 15s open blijven gaan, gaat het systeem uit (OFF).

- Werking van de circulatiepomp

Wanneer het systeem op ON staat, wat betekent dat "H,T" van de thermostaat dicht gaan, begint P_o te werken; wanneer het systeem op OFF staat, wat betekent dat "H,T" opengaan, houdt P_o op met werken.

CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
1Hoofdeenheid15Vulklep (Veldvoeding)
2Gebruikersinterface16Afvoerklep (Veldvoeding)
4Buffertank (Veldvoeding)19Collector/Verdeler
4.1Automatische ontluchtingsklep20By-passklep (Veldvoeding)
4.2Afvoerklep22SV2: 3-wegklep (Veldvoeding)
5P_o: Externe circulatiepomp (Veldvoeding)RTOmgevingsthermostaat op laagspanning
10Expansievat (Veldvoeding)FHL 1...nVloerverwarmingscircuit (Veldvoeding)
12Filter (Accessoire)FCU 1...nVentilatorconvector (Veldvoeding)
14Uitschakelingsklep (Veldvoeding)

- Verwarming van de vertrekken

De bedrijfsmodus en de ON/OFF-modus van de unit worden ingesteld via de thermostaat van de kamer, de temperatuur van het water wordt op de gebruikersinterface ingesteld.

1) Wanneer "CL" van de thermostaat zich gedurende 15 seconden blijft sluiten, zal het systeem werken volgens de op de gebruikersinterface ingestelde prioriteitsmodus.
2) Wanneer "CL" van de thermostaat zich gedurende 15 seconden blijft openen en "HT" sluit, zal het systeem werken volgende op de gebruikersinterface ingestelde niet-prioriteitsmodus.
3) Wanneer "HT" van de thermostaat zich gedurende 15 seconden blijft openen en "CL" gaat open, wordt het systeem uitgeschakeld.
4) Wanneer "CL" van de thermostaat zich gedurende 15s blijft openen en "HT" gaat open, wordt het systeem uitgeschakeld.

- De werking van de circulatiepomp en van de klep

1) Wanneer het systeem op de koelmodus staat, SV2 uitgeschakeld blijft, begint P_o te werken.
2) Wanneer het systeem op de verwarmingsmodus staat, SV2 op ON blijf, begint P_o te werken.

8.2.3 Controle twee zones

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Controle twee zones - 1

flowchart
graph TD
    A["Buiten"] --> B["Modbus"]
    B --> C["RT"]
    C --> D["10"]
    D --> E["4.1"]
    E --> F["5"]
    F --> G["23"]
    G --> H["Tw2"]
    H --> I["19"]
    I --> J["ZONE2"]
    J --> K["FHL1"]
    J --> L["FHL2"]
    J --> M["FHLn"]
    N["2"] --> O["RT"]
    P["1"] --> Q["Modbus"]
    R["1"] --> S["Modbus"]
    T["1"] --> U["Modbus"]
    V["1"] --> W["Modbus"]
    X["1"] --> Y["Modbus"]
    Z["1"] --> AA["Modbus"]
    AB["1"] --> AC["Modbus"]
    AD["1"] --> AE["Modbus"]
    AF["1"] --> AG["Modbus"]
    AH["1"] --> AI["Modbus"]
    AJ["1"] --> AK["Modbus"]
    AL["1"] --> AM["Modbus"]
    AN["1"] --> AO["Modbus"]
    AP["1"] --> AQ["Modbus"]
    AR["1"] --> AS["Modbus"]
    AT["1"] --> AU["Modbus"]
    AV["1"] --> AW["Modbus"]
    AX["1"] --> AY["Modbus"]
    AZ["1"] --> BA["Modbus"]
    BB["1"] --> BC["Modbus"]
    BD["1"] --> BE["Modbus"]
    BF["1"] --> BG["Modbus"]
    BH["1"] --> BI["Modbus"]
    BJ["1"] --> BK["Modbus"]
    BL["1"] --> BM["Modbus"]
    BN["1"] --> BO["Modbus"]
    BP["1"] --> BQ["Modbus"]
    BR["1"] --> BS["Modbus"]
    BT["1"] --> BU["Modbus"]
    BV["1"] --> BW["Modbus"]
    BX["1"] --> BY["Modbus"]
    BZ["1"] --> CA["Modbus"]
    CB["1"] --> CC["Modbus"]
    CD["1"] --> CE["Modbus"]
    CF["1"] --> CG["Modbus"]
    CH["1"] --> CI["Modbus"]
    CJ["1"] --> CK["Modbus"]
    CE --> CL["4.2"]
    CK --> CM["4.2"]
    CL --> CN["4.2"]
    CM --> CO["4.2"]
    CN --> CP["4.2"]
    CO --> CQ["5"]
    CP --> CR["5"]
    CQ --> CS["5"]
    CR --> CT["5"]
    CS --> CU["5"]
    CT --> CV["5"]
    CU --> CW["5"]
    CV --> CX["5"]
    CW --> CY["5"]
    CX --> CZ["5"]
    CY --> DA["5"]
    CZ --> DB["CZone1"]
    CZ --> DC["CZone2"]
    CZ --> ED["CZone3"]
    CZ --> F["CZone4"]
    CZ --> AG["CZone5"]
CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
1Hoofdeenheid16Afvoerklep (Veldvoeding)
2Gebruikersinterface19Collector/Verdeler (Veldvoeding)
4Buffertank (Veldvoeding)23Mengstation (Veldvoeding)
4.1Automatische ontluchtingsklep23.1SV3: Mengklep (Veldvoeding)
4.2Afvoerklep23.2P_c: Circulatiepomp zone 2 (Veldvoeding)
5P_o: Circulatiepomp zone 1 (Veldvoeding)RTOmgevingsthermostaat op laagspanning (Veldvoeding)
10Expansievat (Veldvoeding)Tw2Zone 2 temperatuursensor van de waterstroom (Optioneel)
12Filter (Accessoire)FHL 1...nVloerverwarmingscircuit (Veldvoeding)
14Uitschakelingsklep (Veldvoeding)RAD. 1...nRadiator (Veldvoeding)
15Vulklep (Veldvoeding)

• Verwarming van de vertrekken

Zone 1 kan in de koelmodus of in de verwarmingsmodus werken terwijl Zone 2 uitsluitend in de verwarmingsmodus kan werken; de bedrijfsmodus en de temperatuur van het water worden ingesteld op de gebruikersinterface, de ON/OFF-functie van de unit wordt aangestuurd door de thermostaat van de kamer. In de installatiefase van het systeem moeten voor de thermostaat van Zone 1 alleen de aansluitpunten "HT" aangesloten worden, voor de thermostaat van Zone 2 moeten alleen de aansluitpunten "CL" aangesloten worden.

1) Wanneer "HT" zich gedurende 15 seconden blijft sluiten, wordt Zone 1 ingeschakeld. Wanneer "HT" zich gedurende 15 seconden blijft openen, wordt Zone 1 uitgeschakeld.
2) Wanneer "CL" zich gedurende 15 seconden blijft sluiten, wordt zone 2 geactiveerd. Wanneer "CL" zich gedurende 15s blijft openen, wordt zone 2 uitgeschakeld.

- De werking van de circulatiepomp en van de klep

Wanneer zone 1 ingeschakeld is op ON, begint P_o te werken; wanneer zone 1 uitgeschakeld is op OFF, houdt P_o op met werken; wanneer zone 2 op ON staat, wisselt SV3 tussen ON en OFF al naargelang de ingestelde TW2, P_C blijft op ON; wanneer zone 2 OFF is, is SV3 OFF, P_c houdt op met werken.

De vloerverwarmingscircuits vereisen een lagere temperatuur van het water in de verwarmingsmodus ten opzichte van de radiatoren of de ventilatorconvector. Om deze twee setpoints te bereiken, wordt een mengstation gebruik om de temperatuur van het water aan te passen op grond van de eisen van de vloerverwarmingscircuits. De radiatoren zijn rechtstreeks aangesloten op het watercircuit van de unit en de vloerverwarmingscircuits bevinden zich na het mengstation. Het mengstation wordt door de unit aangestuurd.

OPGELET

1) Stel vast dat de 3-wegklep SV2/SV3 correct geïnstalleerd is. Zie 9.6.6 "Aansluiting voor andere onderdelen".
2) Stel vast dat de bekabeling van de thermostaat correct is. Zie 9.6.6 "Aansluiting voor andere onderdelen".

De afvoerklep moet in de laagste positie van het leidingensysteem geïnstalleerd worden.

8.3 Cascadesysteem
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 1

flowchart
graph TD
    A["Sun"] --> B["6.1"]
    B --> C["Zone1"]
    C --> D["FCU1"]
    C --> E["FCU2"]
    C --> F["FCUn"]
    D --> G["19"]
    E --> H["20"]
    F --> I["23"]
    G --> J["4.5"]
    H --> K["4.29"]
    I --> L["192"]
    J --> M["19"]
    K --> N["14"]
    L --> O["19"]
    M --> P["19"]
    N --> Q["13"]
    O --> R["10"]
    P --> S["4"]
    Q --> T["14"]
    R --> U["AHS"]
    S --> V["13"]
    T --> W["10"]
    U --> X["18"]
    V --> Y["17"]
    W --> Z["13"]
    X --> AA["11"]
    Y --> AB["11.2"]
    Z --> AC["11.3"]
    AA --> AD["11.1"]
    AB --> AE["13"]
    AC --> AF["17"]
CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
1.1 Masterunit 5P_O: Externe circulatiepomp (Veldvoeding)11.1TBH: Verwarming tank voor sanitair warm water
1.2...nSlave-unit6P_s: Zonnepomp (Veldvoeding)11.2Spoel 1, warmtewisselaar voor warmtepomp
2Gebruikersinterface6.1Tsolar: Zonnetemperatuursensor (Optioneel)11.3Spoel 2, warmtewisselaar voor zonne-energie
3SV1: 3-wegklep (Veldvoeding)6.2Zonnepaneel (Veldvoeding)12 Filter (Accessoire)
4Buffertank (Veldvoeding)7P_D: Pomp DHW-leiding (Veldvoeding)13Aanstuurklep (Veldvoeding)
4.1Automatische ontluchtingsklep8T5: Temperatuursensor tank sanitair water (Accessoire)14Uitschakelingsklep (Veldvoeding)
4.2Afvoerklep9Expansievat (Veldvoeding)17Inlaatleiding kraanwater (Veldvoeding)
4.3Tbt: Bovenste temperatuursensor van de buffertank (optioneel)10T1: Sensor van de aanvoertemperatuur van het totale water (Optioneel)18Warmwaterkraan (Veldvoeding)
4.5Vulklep11Tank van sanitair warm water (veldvoeding)19Collector (Veldvoeding)
20By-passklep (Veldvoeding)25Manometer water (Veldvoeding)ZONE1Het vertrek werkt in de koelmodus of de verwarmingsmodus
23Mengstation (Veldvoeding)TW2Sensor van aanvoertemperatuur van het water van zone 2 (Optioneel)ZONE2Het vertrek werkt alleen in de verwarmingsmodus
23.1sV3: Mengklep (Veldvoeding)FCU 1...nVentilatorconvector (Veldvoeding)AHSHulpverwarmingsbron (Veldvoeding)
23.2P_C: Circulatiepomp Zone2 (Veldvoeding)FHL 1...nVloerverwarmingscircuit (Veldvoeding)
24Automatische ontluchtingsklep (Veldvoeding)KContactschakelaar (Veldvoeding)

- Verwarming van het sanitair water

Alleen de masterunit kan in de DHW-functie werken. T5S wordt op de gebruikersinterface ingesteld. In de DHW-modus blijft SV1. ON. Wanneer de masterunit in de DHW-modus werkt, kunnen de slave-units in de modus koeling/verwarming van het vertrek werken.

• Verwarming slaves

Alle slave-units kunnen in de verwarmingsmodus werken. De bedrijfsmodus en de instellingstemperatuur worden ingesteld op de gebruikersinterface. Als gevolg van variaties van de buitentemperatuur en van de belasting die binnen gevraagd wordt, kunnen de buitenunits met verschillende tijden werken.

In de koelmodus, SV3 en P_C blijft OFF, P_O blijft ON;

In de verwarmingsmodus, wanneer zowel ZONE 1 als ZONE 2 werken, blijven P_C en P_O op ON, SV3 wisselt tussen ON en OFF al naargelang de ingestelde TW2;

In de verwarmingsmodus, wanneer alleen ZONE 1 werkt, blijft P_O ON, SV3 en P_C blijven ingeschakeld OFF.

In de verwarmingsmodus, wanneer alleen ZONE 2 werkt, blijft P_O OFF, blijft P_C ON, wisselt SV3 tussen

ON en OFF al naargelang de ingestelde TW2;

De functie AHS (Auxiliary Heat Source - hulpwarmtebron) wordt ingesteld op de gebruikersinterface. (De functie AHS kan op geldig of niet geldig ingesteld worden in "ANDERE VERWARMINGSBRON" van "VOOR ASSISTENTIEDIENST".); AHS wordt alleen aangestuurd door de masterunit. Wanneer de masterunit in de DHW-modus werkt, kan AHS alleen gebruikt worden voor het produceren van sanitair warm water; wanneer de masterunit in de verwarmingsmodus werkt, kan AHS gebruikt worden voor de verwarmingsmodus.

1) Wanneer AHS op geldig ingesteld is in alleen de verwarmingsmodus, zal het in de volgende omstandigheden worden ingeschakeld:

a. Activeren van de BACKUPHEATER op de gebruikersinterface;

b. De masterunit werkt in de verwarmingsmodus. Wanneer de temperatuur van het water in de inlaat te laag is, of wanneer de omgevingstemperatuur te laag is, de temperatuur van het water in de uitlaat te hoog is, zal AHS automatisch ingeschakeld worden.

2) Wanneer AHS op geldig ingesteld is in de verwarmingsmodus en in de modus voor sanitair warm water, zal het in de volgende omstandigheden worden ingeschakeld:

Wanneer de masterunit in de verwarmingsmodus werkt, zijn de inschakelingsvoorwaarden dezelfde als 1); wanneer de masterunit in de DHW-modus werkt, als T5 te laag is of wanneer de omgevingstemperatuur te laag is, de targettemperatuur T5 te hoog is, wordt AHS automatisch ingeschakeld.

3) Wanneer AHS geldig is, wordt de werking van AHS door M1M2 aangestuurd. Wanneer M1M2 sluit, is AHS geactiveerd. Wanneer de masterunit in de DHW-modus werkt, kan AHS niet ingeschakeld worden bij sluiting van M1M2.

- Controle TBH (Tank Booster Heater - boosterverwarming van de tank)

De functie TBH wordt ingesteld op de gebruikersinterface. (De functie TBH kan op geldig of niet geldig ingesteld worden in "ANDERE VERWARMINGSBRON" van "VOOR ASSISTENTIEDIENST".) TBH wordt alleen door de masterunit aangestuurd. We verwijzen naar paragraaf 8.1 Toepassing 1 voor de aansturing van TBH.

• Aansturing met zonne-energie

De zonne-energie wordt alleen door de masterunit aangestuurd. We verwijzen naar paragraaf 8.1 Toepassing 1 voor de aansturing van de zonne-energie.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - • Aansturing met zonne-energie - 1

OPMERKING

  1. Het is mogelijk maximaal 6 units in cascade in een systeem in aan te sluiten. Een ervan is de masterunit, de andere zijn de slave-units; de masterunit en de slave-units onderscheiden zich van elkaar op grond van het feit aangesloten te zijn op de bekabelde controller tijdens de inschakeling. De unit met bekabelde controller is de masterunit, de units zonder bekabelde controller zijn de slave-units; alleen de masterunits kunnen in de DHW-modus werken. Controleer tijdens de installatie het schema van het cascadesysteem en bepaal de masterunit; verwijder voorafgaand aan de inschakeling alle bekabelde controllers van de slave-units.
  2. De interfaces SV1,SV2,SV3,P_O,P_C,P_S,T1,T5,TW2,Tbt,Tsolar,SL1SL2,AHS,TBH zijn alleen verbonden met de overeenkomstige aansluitpunten op de hoofdkaart van de masterunit.
  3. De adrescode van de slave-unit moet ingesteld worden op de DIP-switch van de PCB-kaart van de hydraulische module (zie het elektrische bedradingsschema van de aansturing op de unit)
  4. Er wordt aangeraden het omgekeerde retoursysteem van het water te gebruiken om hydraulisch onevenwicht tussen iedere unit in een cascadesysteem te voorkomen.

OPGELET

  1. In het cascadesysteem moet de sensor Tbt aangesloten zijn op de masterunit en de instelling van Tbr moet geldig zijn op de gebruikersinterface. Anders zullen de slave-units niet werken.
  2. Als de externe circulatiepomp in serie aangesloten moet worden in het systeem, wanneer de opvoerhoogte van de interne waterpomp niet voldoende is, wordt aangeraden de externe circulatiepomp na de balanstank te installeren.
  3. Er wordt verzocht te controleren of het maximale tijdsinterval van inschakeling van alle units niet lager duurt dan 2 minuten, omdat de slave-units anders niet in staat zijn normaal te communiceren.
  4. Het is mogelijk om maximaal 6 units in cascade in een systeem aan te sluiten. De slave-units mogen geen gelijke adressen hebben en kunnen niet gelijk zijn aan 0#
  5. In de uitlaatleiding van iedere unit moet een terugslagklep geïnstalleerd zijn.

8.4 Benodigd volume van de buffertank

Nr.modelBuffertank (L)
16~10>25
212~16>40
3Cascadesysteem>40*n
Nr: Aantal buitenunits

9 OVERZICHT VAN DE UNIT

9.1 Hoofdonderdelen

CodeMontage-eenheidUitleg
1 DebietregelaarMeet het waterdebiet om de compressor en de waterpomp te beschermen in geval van een onvoldoende waterstroom.
2 Automatische ontluchtingsklepHet luchtresidu in het watercircuit zal automatisch uit het watercircuit verwijderd worden.
3 Expansievat Breng de druk van het watersysteem in balans.
4 OverdrukklepVoorkomt een excessieve waterdruk door op 3 bar open te gaan en water uit het watercircuit af te voeren.
5 TemperatuursensorenVier temperatuursensoren bepalen de temperatuur van het water en van het koelmiddel op diverse punten in het watercircuit.5.1 -TW-uitlaat; 5.2 -Tw-inlaat; 5.3 -T2; 5.4 -T2B
6PlatenwarmtewisselaarBrengt de warmte van het koelmiddel over naar het water.
7 Pomp Laat het water in het watercircuit circuleren.
8 Waterinlaat /
9 Uitlaat van het water /

9.2 Besturingskaart

VolgordePoortCodeMontage-eenheidVolgordePoortCodeMontage-eenheid
1 CN21VERMOGENPoort voor elektrische voeding 18 CN27 HA/HBPoort voor de communicatie met de bekabelde controller HOME BUS (Gereserveerd)
2 CN5AARDEPoort voor aarde10V GNDUitgangspoort voor 0-10V
3 CN25POMPPoort voor vermogensingang van de variabele snelheidspomp19 CN31HTRegelpoort voor de omgevingsthermostaat
COMVoedingspoort voor de omgevingsthermostaat
4CN25DEBUGPoort voor de IC-programmeringCLRegelpoort voor de omgevingsthermostaat
5 S1,S2,S3,SW9 /DIP-switchSGPoort voor intelligent netwerk (INTELLIGENT NETWERK) (netwerksignaal)
6 CN4USBPoort voor de USB-programmering20 CN35EVUPoort voor intelligent netwerk (INTELLIGENT NETWERK) (folovoltaisch signaal)
M1 M2Poort voor remote schakelaar
7 CN33/Poort voor intermittierend werkend controlelampje21 CN36T1 T2Poort voor de overdrachtskaart van de thermostaat
8CN8FSPoort voor de debialmeter22CN17POMP_BPPoort voor de communicatie van de variabele snelheidspomp
9 CN6T2Poort voor de temperatuur van de koelvloeistofzijde (verwarmingsmodus)23CN19P QCommunicatiepoort tussen de binnenunit en de buitenunit
T2BPoort voor de temperatuursensoren van de temperatuur van de koelgaszijde3 4Poort voor de communicatie met de bekabelde controller
TW_inlaatPoort voor de temperatuursensoren van het inlaatwater inlaat van de platenwarmlewisselaar24 CN306 7Communicatie tussen de kaart van de hydraulische module en de hoofdcontrolekaart
TW_uitlaatPoort voor de temperatuursensoren van de temperatuur van het uitlaatwater van de platenwarmlewisselaar9 10Poort voor interne machine in cascade
T1Poort voor temperatuursensoren van de temperatuur van het uitcindelijke uitlaatwater1 2Poort voor de extra verwarmingsbron
10CN24TbtPoort voor de temperatuursensor van de belanstank3 4 17Poort voor SV1 (3-wegklep)
5 6 18Poort voor SV2 (3-wegklep)
7 8 19Poort voor SV3 (3-wegklep)
11CN23RHPoort voor de vochtigheidssensor (Gereserveerd)25 CN119 20Poort voor pomp zone 2
10 21Poort voor externe circulatiepomp
12CN13T5Poort voor de temperatuursensor van het sanitair warm water11 22Poort voor zonne-energiepomp
12 23Poort voor pomp voor DHW-leidingen
13 CN37PwPoort voor de temperatuursensor van de wafordruk (Gereserveerd)13 16Regelpoort voor boosterverwarming tank
14 16Regelpoort voor de interne back-upverwarming 1
14CN15Tw2Poort voor het water in uitlaat voor de temperatuursensor van zone 215 17Regelpoort voor interne backupverwarming 2
15 CN38T52Poort voor temperatuursensor (Gereserveerd)24 23Uitgangspoort voor inschakeling alarm/ontdooling
16CN18TsolarPoort voor temperatuursensor van het zonnepanel26 CN22IBH1Regelpoort voor de interne back-upverwarming 1
IBH2Regelpoort voor interne backupverwarming 2
TBHRegelpoort voor boosterverwarming tank
17 CN66K1 K2Ingangspoort (Gereserveerd)27CN42CALDO6Poort voor elektrische antivries verwarmingsband (intern)
28CN29CALDO5Poort voor elektrische antivries verwarmingsband (intern)
S1 S2Ingangspoort voor zonne-energie29CN32UITLAAT CAPoort voor de backupverwarming

9.2.2 Overzicht hoofdbesturing
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Besturingskaart - 1

text_image 1 2 3 4 5 6 CN1 INGRESSO CA COMM CN42 CN18 H-PRO CN17 L-PRO CN3 H-SEN CN8_Th F 5/6 7 22 CN39 ALUMENZIONE-I DSP1 23 S6 24 SN1 SW1 25 26 27 SW1 PRDD0 CONTR. SW2 CN8 EM1 8 19 CN49 SW2 CN8 CALORE3 CN40 OUT1 CN42 CX39 CALORE3 CX40 CX42 CX19 CX45 CN11 CN20 CN22 X Y E P E Q PEG H1 H2 E O A 15 14 13 12 11 10
CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
1Ingangspoort voeding van hoofdbesturingskaart (CN1)15Gereserveerd (CN42)
2Poort voor de communicatie met de module Inverter (CN43)16Gereserveerd (CN41)
3Poort voor de drukschakelaar hoge druk (CN18)17OUT1 (CN40)
4Poort voor drukschakelaar lage druk (CN17)18Poort voor verwarmingsband van het carter (CN38)
5Poort voor hogedruksensor (CN3)19SV2 (CN37) (Gereserveerd)
6Poort voor temperatuursensor TH (CN5)20Poort voor 4-wegklep TP (CN4)
7Poort voor temperatuursensor TP (CN4)21Poort voor verwarmingsband van de afvoeruitgang (CN35)
8Poort voor temperatuursensor T3,T4 (CN6)22Uitgangspoort vermogen naar hydraulische modulekaart (CN39)
9Poort voor elektrische expansieklep1 (CN33)23Digitaal display (DSP1)
10Poort voor de communicatie met de ampèremeter (CN22)24Dip-switch S6
11Poort voor de communicatie met de buitenunit (CN20) (Gereserveerd)25Dip-switch S1
12Poort voor de communicatie met besturingskaart hydro-box (CN11)26Poort voor geforceerde koeling (SW1)
13Hetzelfde als ELEMENT 12 (CN45 PQE)27Poort voor controle punten (SW2)
14Poort voor de controle met de interne monitor (CN19 XYE)28Dip-switch S7 (Gereserveerd)

9.2.3 1-fasig 5-16 kW-units

1)) 5/7/9 W, omvormermodule

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - 1)) 5/7/9 W, omvormermodule - 1

text_image I, omvormermodule 1 2 3 U V W CN32 4 CN2 CN1 CN13 CN12 57 689
Assemblage-unit Assemblage-unitCodeCode
1Compressor-aansluitpoort U6Poort voor hoge drukschakelaar (CN12)(Gereserveerd)
2Compressor-aansluitpoort V7Voedingspoort (CN13)
3Compressor-aansluitpoort W8Ingangspoort L voor gelijkrichterbrug (CN1)
4Poort voor ventilator (CN32)9Ingangspoort N voor gelijkrichterbrug (CN2)
5Poort voor communicatie met hoofdbesturingspaneel (CN10)

2)) 12/14/16 W, omvormermodule

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - 2)) 12/14/16 W, omvormermodule - 1

text_image , omvormermodule 1 2 3 U V W CN32 4 CN2 CN1 CN22 10 56789
Assemblage-unit Assemblage-unitCodeCode
1Compressor-aansluitpoort U6Poort voor hoge drukschakelaar (CN12)
2Compressor-aansluitpoort V7PED-paneel (CN22)
3Compressor-aansluitpoort W8Voedingspoort (CN13)
4Poort voor ventilator (CN32)9Ingangspoort L voor gelijkrichterbrug (CN1)
5Poort voor communicatie met hoofdbesturingspaneel (CN10)10Ingangspoort N voor gelijkrichterbrug (CN2)

9.2.4 Driefase voor units 12/14/16 kW

1) Invertermodule
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Driefase voor units 12/14/16 kW - 1

text_image 9 CN1 CN16 CN1 CN12 8 7 CN5 CN3 13 12 6 CN7 CN22 11 5 CN15 CN22 4 CN39 CN17 11 3 CN18 CN19 2 1 CN11 10
Assemblage-unit Assemblage-unitCodeCode
1Compressor-aansluitpoort W (CN19)8Voedingsingang poort L1 (CN16)
2Compressor-aansluitpoort V (CN18)9Ingangspoort P_in voor IPM-module (CN1)
3Compressor-aansluitpoort U (CN17)10Poort voor communicatie met hoofdbesturingspaneel (CN11)
4Poort voor spanningsdetectie (CN39)11PED-paneel (CN22)
5Voedingsingang poort L3 (CN15)12Poort voor communicatie met DC FAN (CN3)
6Voedingsingang poort L2 (CN7)13Poort voor hoge drukschakelaar (CN12)
7Ingangspoort P_out voor IPM-module (CN5)

2) Filterkaart
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Driefase voor units 12/14/16 kW - 2

text_image 6 7 8 CN204 CN205 CN206 L3' L2' L1' 9 5 CN214 CN30 PE1 10 CN203 CN200 CN201 CN202 L1 N L3 L2 4 3 2 1

PCB C Driefase 12/14/16kW

CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
1Voeding L1 (CN202)6Uitgang voor vermogensregeling L3'(CN204)
2 Voeding L2 (CN201) 7 Vermogensfiltratie L2'(CN205)
3 Voeding L3 (CN200) 8 Vermogensfiltratie L1'(CN206)
4 Voeding N (CN203) 9 Poort voor spanningsdetectie (CN30)
5Poort voor voeding voor de hoofdbesturingskaart (CN214)10Poort voor aardkabel (PE1)

9.3 Waterleiding

Er is rekening gehouden met alle lengtes en afstanden van de leidingen.

Vereisten

De toegestane maximale lengte van de kabel van de thermistor is 20 m. Dit is de toegestane maximale lengte tussen de opslagtank voor het sanitair warm water en de unit (alleen voor installaties met opslagtank voor sanitair warm water). De kabel van de thermistor die bij de opslagtank voor het sanitair warm water geleverd is, is 10 m lang. Om de efficiëntie te optimaliseren wordt aangeraden de 3-wegklep en de opslagtank voor het sanitair warm water zo dicht mogelijk bij de unit te installeren.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Vereisten - 1

OPMERKING

Als de installatie uitgerust is met een boiler voor het sanitair warm water (veldvoeding) raadpleeg dan de Handleiding voor installatie en gebruik van de boiler voor sanitair warm water. Als er geen glycol (antivries) in de installatie is, is er een elektrische voeding of een defect aan de pomp, leeg de installatie (zoals onderstaande afbeelding toont).

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 1

Als het water niet uit het systeem verwijderd wordt, kan het bevoren water bij vorst, en als de unit niet gebruikt wordt, de delen die water bevatten schade berokkenen.

9.3.1 Het watercircuit controleren

De unit is uitgerust met een inlaat en een uitlaat van het water voor de aansluiting op een watercircuit. Dit circuit moet geleverd worden door een geautoriseerde technicus en moet in overeenstemming zijn met de wetten en de plaatselijke regelgeving. De unit mag alleen in een gesloten waterinstallatie gebruikt worden. De toepassing in een geopend watercircuit kan de excessieve corrosie van de waterleidingen veroorzaken.

Voorbeeld:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Het watercircuit controleren - 1

flowchart
graph TD
    A["Buiten"] -->|1| B["Modbus"]
    B -->|12| C["Valve 14"]
    B -->|14| D["Valve 16"]
    B -->|15| E["Valve 16"]
    B -->|2| F["Valve 2"]
    F --> G["Valve 4"]
    G --> H["Valve 5"]
    H --> I["Valve 4"]
    I --> J["Valve 4"]
    J --> K["Valve 4"]
    K --> L["Valve 4"]
    L --> M["Valve 4"]
    M --> N["Valve 4"]
    N --> O["Valve 4"]
    O --> P["Valve 4"]
    P --> Q["Valve 4"]
    Q --> R["Valve 4"]
    R --> S["Valve 4"]
    S --> T["Valve 4"]
    T --> U["Valve 4"]
    U --> V["Valve 4"]
    V --> W["Valve 4"]
    W --> X["Valve 4"]
    X --> Y["Valve 4"]
    Y --> Z["Valve 4"]
    Z --> AA["Valve 4"]
    AA --> AB["Valve 4"]
    AB --> AC["Valve 4"]
    AC --> AD["Valve 4"]
    AD --> AE["Valve 4"]
    AE --> AF["Valve 4"]
    AF --> AG["Valve 4"]
    AG --> AH["Valve 4"]
    AH --> AI["Valve 4"]
    AI --> AJ["Valve 4"]
    AJ --> AK["Valve 4"]
    AK --> AL["Valve 4"]
    AL --> AM["Valve 4"]
    AM --> AN["Valve 4"]
    AN --> AO["Valve 4"]
    AO --> AP["Valve 4"]
    AP --> AQ["Valve 4"]
    AQ --> AR["Valve 4"]
    AR --> AS["Valve 4"]
    AS --> AT["Valve 4"]
    AT --> AU["Valve 4"]
    AU --> AV["Valve 4"]
    AV --> AW["Valve 4"]
    AW --> AX["Valve 4"]
    AX --> AY["Valve 4"]
    AY --> AZ["Valve 4"]
    AZ --> BA["Valve 4"]
    BA --> BB["Valve 4"]
    BB --> BC["Valve 4"]
    BC --> BD["Valve 4"]
    BD --> BE["Valve 4"]
    BE --> BF["Valve 4"]
    BF --> BG["Valve 4"]
    BG --> BH["Valve 4"]
    BH --> BI["Valve 4"]
    BI --> BJ["Valve 4"]
    BJ --> BK["Valve 4"]
    BK --> BL["Valve 4"]
    BL --> BM["Valve 4"]
    BM --> BN["Valve 4"]
    BN --> BO["Valve 4"]
    BO --> BP["Valve 4"]
    BP --> BQ["Valve 4"]
CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
1Hoofdeenheid12Filter (Accessoire)
2Gebruikersinterface (accessoire)14Uitschakelingsklep (Veldvoeding)
4Buffertank (Veldvoeding)15Vulklep (Veldvoeding)
4.1Automatische ontluchtingsklep16Afvoerklep (Veldvoeding)
4.2Afvoerklep19Collector/Verdeler (Veldvoeding)
5P_o: Externe circulatiepomp (Veldvoeding)20By-passklep (Veldvoeding)
10Expansievat (Veldvoeding)FHL 1...nVloerverwarmingscircuit (Veldvoeding)

Controleer het volgende alvorens verder te gaan met de installatie van de unit:

• Maximale waterdruk < 3 bar.
- Maximale watertemperatuur < 70°C afhankelijk van de instelling van de veiligheidsvoorziening.
- Gebruik altijd materialen die compatibel zijn met het in het systeem gebruikte water en met de in de unit gebruikte materialen.
- Controleer of de onderdelen die in de veldleidingen geïnstalleerd zijn bestand zijn tegen de druk en de temperatuur van het water.
- In alle lage punten van de installatie moeten afvoerkranen aanwezig zijn om tijdens het onderhoud de volledige afvoer van het circuit mogelijk te maken.
- Er moeten luchtinlaten voorzien worden in alle hoge punten van de installatie. De ventilatie-openingen moeten gesitueerd zijn in gemakkelijk toegankelijke punten voor het uitvoeren van handelingen in het kader van de assistentie. Binnenin de unit is een automatische ontluchtingsklep aanwezig. Controleer of deze ontluchtingsklep niet afgesloten is zodat het mogelijk is dat de lucht automatisch in het watercircuit afgegeven wordt.

9.3.2 Watervolume en dimensionering van de expansievaten

De units zijn uitgerust met een expansievat van 5 L die een preset voordruk heeft van 1,5 bar. Om de werking van de unit te garanderen, kan het noodzakelijk zijn om de voordruk van het expansievat te moeten regelen.

1) Controleer of het totale watervolume van de installatie, uitgezonderd het watervolume binnenin de unit, minstens 40 L is.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Watervolume en dimensionering van de expansievaten - 1

OPMERKING

  • In het merendeel van de toepassingen zal dit minimale watervolume voldoende zijn.
  • In kritieke processen, of in een omgeving met een hoge warmtebelasting, kan extra water hoe dan ook noodzakelijk zijn.
  • Wanneer de circulatie in ieder verwarmingscircuit van de vertrekken aangestuurd wordt door op afstand bediende kleppen, is het belangrijk dat dit minimale watervolume ook gehandhaafd blijft wanneer alle kleppen gesloten zijn.

2) Het volume van het expansievat moet overeenkomen met het totale volume van het watersysteem.
3) Dimensioneer de expansie voor het verwarmings- en koelcircuit.

Het volume van het expansievat kan onderstaande afbeelding volgen:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 1

line | Watervolume van het systeem (L) | Expansievat (L) | | ------------------------------- | --------------- | | 50 | 3 | | 100 | 6 | | 150 | 9 | | 200 | 12 | | 250 | 15 | | 300 | 18 | | 350 | 21 |

9.3.3 Aansluiting van het watercircuit

De aansluitingen van het water moeten correct uitgevoerd worden volgens de etiketten die op de buitenunit aangebracht zijn voor wat betreft de inlaat en de uitlaat van het water.

OPGELET

Let op dat de leidingen van de unit niet vervormd worden door uitoefening van excessieve kracht wanneer de leidingen aangesloten worden. De vervorming van de leidingen kan een afwijkende werking van de unit veroorzaken.

Als lucht, vocht of stof in het watercircuit terecht komen, kunnen problemen optreden. Wanneer het watercircuit aangesloten wordt dient men dan ook altijd rekening te houden met het volgende:

  • Gebruik alleen schone leidingen.
  • Houd het uiteinde van de leiding omlaag gericht wanneer snijbramen verwijderd worden.
  • Bedek het uiteinde van de leiding wanneer die door een muur gevoerd wordt om te voorkomen dat stof en vuil in de leiding komen.
  • Gebruik een goede afdichting voor schroefdraad om de aansluitingen af te dichten. De afdichting moet in staat zijn de drukken en de temperaturen van het systeem te weerstaan.
  • Wanneer metalen leidingen gebruikt worden die niet van koper zijn, isoleer de twee soorten materiaal dan van elkaar om galvanische corrosie te vermijden.

- Aangezien koper een zacht materiaal is moeten geschikte instrumenten gebruikt worden voor de aansluiting van het watercircuit. Ongeschikte gereedschappen zullen de leidingen schade berokkenen.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 1

OPMERKING

De unit mag alleen in een gesloten waterinstallatie gebruikt worden. De toepassing in een geopend watercircuit kan de excessieve corrosie van de waterleidingen tot gevolg hebben:

  • Gebruik nooit met Zn beklede delen in het watercircuit. Een excessieve corrosie van deze delen kan optreden omdat koperen leidingen in het interne watercircuit van de unit gebruikt worden.
  • Wanneer een 3-wegklep in het watercircuit gebruikt wordt. Kies bij voorkeur een 3-wegkogelklep om de volledige scheiding tussen het circuit van het sanitair warm water en het watercircuit van de vloerverwarming te garanderen.
  • Wanneer een 3-wegklep of een 2-wegklep in het watercircuit gebruikt wordt. De aangeraden maximale omschakeltijd van de klep moet korter zijn dan 60 seconden.

9.3.4 Antivriesbescherming van het watercircuit

Alle hydronische interne delen zijn geïsoleerd om het warmteverlies te beperken. Ook aan de veldleiding moet isolatie toegevoegd worden.

Als stroom ontbreekt zouden bovenstaande kenmerken de unit mogelijk niet tegen bevriezing beschermen. De software bevat speciale functies die gebruikt worden door de warmtepomp en de back-upverwarming (indien optioneel en beschikbaar) om het gehele systeem tegen bevriezing te beschermen. Wanneer de temperatuur van de waterstroom in het systeem tot een bepaalde waarde daalt, zal de unit het water zowel met de warmtepomp als met de elektrische verwarmingskraan als met de backupverwarming verwarmen.

De antivriesfunctie wordt pas gedeactiveerd wanneer de temperatuur tot een bepaalde waarde gestegen is. Het water kan de debietmeter binnengaan en mogelijk niet meer afgevoerd worden en kan bevriezen wanneer de temperatuur voldoende laag is. De debietmeter moet verwijderd en afgedroogd worden en kan daarna weer in de unit geïnstalleerd worden.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Antivriesbescherming van het watercircuit - 1

text_image Droog houden

OPMERKING

Draai de debietmeter linksom om hem te verwijderen.

Droog de debietmeter volledig.

OPGELET

Wanneer de unit lange tijd niet in werking is, wees er dan zeker van dat de unit altijd ingeschakeld is. Als men de voeding wil onderbreken moet het water in het systeem op schone wijze afgevoerd worden, vermijd dat de unit en het leidingensysteem beschadigd raken door bevriezing. Bovendien is het nodig de voeding van de unit te onderbreken na de ontluchting van het systeem.

⚠ WAARSCHUWING

Ethyleenglycol en propyleenglycol zijn GIFTIG

9.4 Met water vullen

  • Sluit de watertoevoer aan op de vulklep en open de klep.
  • Stel vast dat de automatische ontluchtingsklep geopend is.
  • Vul met water tot een druk van circa 2,0 bar. Verwijder zo veel mogelijk lucht uit het circuit met gebruik van de ontluchtingskleppen. De lucht in het watercircuit kan de slechte werking van de elektrische back-upverwarming tot gevolg hebben.

Het zwarte plastic deksel niet op de ontluchtingsklep bevestigen, op het bovenste deel van de unit, wanneer het systeem in werking is. Open de ontluchtingsklep, draai hem minstens 2 volledige slagen linksom om de lucht uit het systeem te bevrijden.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Met water vullen - 1

Tijdens de vulling is het misschien niet mogelijk alle lucht te verwijderen die in het systeem zit. De resterende lucht zal verwijderd worden via de automatische ontluchtingskleppen tijdens de eerste uren werking van het systeem. Het kan nodig zijn daarna water te moeten bijvullen.

  • De waterdruk varieert afhankelijk van de watertemperatuur (hoogste druk bij hoogste temperatuur). De waterdruk moet hoe dan ook altijd boven de 0,3 bar blijven om te vermijden dat lucht in het circuit komt.
  • De unit zou te veel water kunnen afvoeren via de veiligheidsklep.
  • De kwaliteit van het water moet conform de richtlijnen EN 98/83 EG zijn.
  • De gedetailleerde voorwaarden voor de waterkwaliteit staan in de richtlijnen EN 98/83 EG.

9.5 Isolatie van de waterleidingen

In het volledige watercircuit, met inbegrip van alle leidingen, moeten de waterleidingen geïsoleerd worden om condensvorming tijdens de koelmodus te vermijden, de afname van de verwarmings- en koelcapaciteit te vermijden en om in de winter de bevriezing van de buitenwaterleidingen te voorkomen. Het isolatiemateriaal moet een brandwerendheid van tenminste B1 hebben en moet conform alle van kracht zijnde wetgeving zijn. De dikte van de afdichtingsmaterialen moet minstens 13 mm zijn met een thermische geleidbaarheid van 0,039 W/mK om bevriezing van de buitenwaterleidingen te voorkomen.

Als de buitentemperatuur hoger is dan 30°C en de vochtigheid hoger dan 80% RH, dan moet de dikte van de afdichtingsmaterialen minstens 20 mm zijn om condensvorming op het pakkingoppervlak te voorkomen.

9.6 Veldbekabeling

⚠ WAARSCHUWING

Een hoofdschakelaar of een ander afsluitmechanisme, met scheiding van de contacten in alle polen moet in de vaste bekabeling opgenomen zijn in overeenstemming met de wetten en plaatselijke wetgeving op dat gebied. Schakel de voeding uit alvorens ongeacht welke aansluiting tot stand te brengen. Gebruik uitsluitend koperen kabels. Zet de kabels nooit vast in bundels en stel vast dat ze niet in aanraking staan met de leidingen en met scherpe randen. Controleer of geen enkele externe druk op de aansluitingen van de klemmen uitgeoefend wordt. Alle veldkabels en veldonderdelen moeten geïnstalleerd worden door een geautoriseerde elektricien en in overeenstemming zijn met de wetten en plaatselijke wetgeving op dat gebied.

De veldbekabeling moet uitgevoerd worden volgens het bij de unit geleverde bekabelingsschema en moet bovendien in lijn zijn met de hierna verstrekte instructies.

Stel vast dat aparte voeding gebruikt wordt. Gebruik nooit voeding die gedeeld wordt met een ander apparaat. Controleer of er een aardaansluiting is. Sluit de aarde van de unit niet aan op een serviceleiding, op een systeem dat bescherming tegen te hoge spanning biedt of op de aarde van de telefoonlijn. Een onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken.

Controleer of een aardlekschakelaar (30 mA) geïnstalleerd is. Is dat niet het geval dan kunnen elektrische schokken optreden.

Controleer of de benodigde zekeringen of automatische schakelaars geïnstalleerd zijn.

9.6.1 Voorzorgsmaatregelen bij de elektrische bekabelingswerken

  • Zet de kabels zo vast dat ze niet in aanraking komen met de leidingen (vooral aan de hogedrukzijde).
  • Zet de elektrische bekabeling vast met kabelklemmetjes zoals de afbeelding toont zodat ze niet in aanraking komen met de leidingen, met name aan de hogedruktzijde.
  • Controleer of geen enkele externe druk op de connectoren van de aansluitklemmen uitgeoefend wordt.
  • Wanneer een aardlekschakelaar geïnstalleerd wordt, moet gecontroleerd worden of deze compatibel is met de inverter (bestand tegen elektrische storingen met hoge frequentie) om de onnodige opening van de aardlekschakelaar te voorkomen.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Voorzorgsmaatregelen bij de elektrische bekabelingswerken - 1

OPMERKING

De standaard aardlekschakelaar moet een schakelaar met hoge snelheid zijn van 30 mA (<0,1 s).

- Deze unit is uitgerust met een inverter. De installatie van een condensator met fasevoortgang beperkt niet alleen het verbeteringseffect van de vermogensfactor maar kan ook een afwijkende verwarming van de condensator veroorzaken als gevolg van de hogefrequentiegolven. Installeer nooit een condensator met fasevoortgang omdat die ongelukken kan veroorzaken.

9.6.2 Bekabelingsschema

Onderstaande illustratie verstrekt een overzicht van de veldbekabeling die vereist wordt tussen de delen van de installatie.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Bekabelingsschema - 1

flowchart
graph TD
    A["Air Condition Unit"] --> B["Control Panel"]
    B --> C{CN11}
    B --> D{CN30}
    C --> E["Control Panel 1-2"]
    D --> F["Control Panel 3-4"]
    E --> G["Component 1-8"]
    F --> H["Component 5-9"]
    G --> I["Component 6-7"]
    H --> J["Component 7-8"]
    I --> K["Component 8-9"]
    J --> L["Component 9-10"]
    K --> M["Component 10-11"]
    L --> N["Component 11-12"]
    M --> O["Component 12-13"]
    N --> P["Component 13-14"]
    O --> Q["Component 14-15"]
    P --> R["Component 15-16"]
    Q --> S["Component 16-17"]
    R --> T["Component 17-18"]
    S --> U["Component 18-19"]
    T --> V["Component 19-20"]
    U --> W["Component 20-21"]
    V --> X["Component 22-23"]
    W --> Y["Component 24-25"]
    X --> Z["Component 26-27"]
    Y --> AA["Component 28-29"]
    Z --> AB["Component 30-31"]
    AA --> AC["Component 32-33"]
    AB --> AD["Component 34-35"]
    AC --> AE["Component 36-37"]
    AD --> AF["Component 38-39"]
    AE --> AG["Component 40-41"]
    AF --> AH["Component 42-43"]
    AG --> AI["Component 44-45"]
    AH --> AJ["Component 46-47"]
    AI --> AK["Component 48-49"]
    AJ --> AL["Component 50-51"]
    AK --> AM["Component 52-53"]
    AL --> AN["Component 54-55"]
    AM --> AO["Component 56-57"]
    AN --> AP["Component 58-59"]
    AO --> AQ["Component 60-61"]
    AP --> AR["Component 62-63"]
    AQ --> AS["Component 64-65"]
    AR --> AT["Component 66-67"]
    AS --> AU["Component 68-69"]
    AT --> AV["Component 70-71"]
    AU --> AW["Component 72-73"]
    AV --> AX["Component 74-75"]
    AW --> AY["Component 76-77"]
    AX --> AZ["Component 78-79"]
    AY --> BA["Component 80-81"]
    AZ --> BB["Component 82-83"]
    BA --> BC["Component 84-85"]
    BB --> BD["Component 86-87"]
    BC --> BE["Component 88-89"]
    BD --> BF["Component 90-91"]
    BE --> BG["Component 92-93"]
    BF --> BH["Component 94-95"]
    BG --> BI["Component 96-97"]
    BH --> BJ["Component 98-99"]
    BI --> BK["Component 100-101"]
    BJ --> BL["Component 102-103"]
    BK --> BM["Component 104-105"]
    BL --> BN["Component 106-107"]
    BM --> BO["Component 108-109"]
CodeMontage-eenheidCodeMontage-eenheid
AHoofdeenheidGP_d: Pomp voor sanitair warm water (Veldvoeding)
BZonne-energiekit (Veldvoeding)HSV2: 3-wegklep (Veldvoeding)
CGebruikersinterfaceISV1: 3-wegklep voor de tank van het sanitair warm water (Veldvoeding)
DOmgevingsthermostaat op laagspanning (Veldvoeding)JBoosterverwarming
EP_s: Zonnepomp (Veldvoeding)KContactschakelaar
FP_o: Externe circulatiepomp (Veldvoeding)LVoeding
ElementBeschrijvingAC/DCVereist aantal geleidersMaximale bedrijfsstroom
1Signaalkabel van de zonne-energiokitAC2200mA
2Kabel gebruikersinterfaceAC2200mA
3Kabel omgevingsthermostaatAC2200mA(a)
4Aansturlingskabel zonnepompAC2200mA(a)
5Aansturlingskabel van de externe circulatiepompAC2200mA(a)
6Aansturlingskabel van de pomp van het sanitair warm waterAC2200mA(a)
7SV2: Commandokabel van de 3-wegklepAC3200mA(a)
8SV1: Commandokabel van de 3-wegklepAC3200mA(a)
9Aansturlingskabel van de boosterverwarmingAC2200mA(a)

(a) Minimale doorsnede van de kabel AWG18 (0,75 mm²).
(b) De kabel van de thermistor wordt bij de unit geleverd: als de laadstroom hoog is, zal een AC-contactschakelaar nodig zijn.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Bekabelingsschema - 2

OPMERKING

Er wordt verzocht H07RN-F voor de voedingskabel te gebruiken, alle kabels zijn op de hoogspanning aangesloten met uitzondering van de kabel van de thermistor en van de kabel voor de gebruikersinterface.

  • De instrumentatie moet met een aarding uitgerust zijn.
    • Alle externe ladingen met hoogspanning, indien van metaal of met een poort met aarding, moeten geaard worden.
  • Alle externe laadstromen moeten lager zijn dan 0,2A, als de enkele externe laadstroom hoger is dan 0,2A moet de lading aangestuurd worden met een AC-contactschakelaar.
  • De poorten van de aansluitklem "AHS1" "AHS2" verstrekken alleen het omschakelsignaal.
  • Expansieklep Elektrische Verwarmingsband, Platenwarmtewisselaar Elektrische Verwarmingsband en Debietmeter Elektrische Verwarmingsband delen een regelpoort.

Richtlijnen voor de veldbekabeling

- Het merendeel van de veldbekabeling op de unit moet uitgevoerd worden op de klemmenstrook in het kastje van de schakelaar. Verwijder het servicepaneel van het schakelkastje (deur 2) om bij de klemmenstrook te komen.

⚠ WAARSCHUWING

Schakel de gehele voeding uit, met inbegrip van de voeding van de unit, de backupverwarming en de voeding van de opslagtank voor het sanitair warm water (indien van toepassing), alvorens het servicepaneel van het schakelkastje te verwijderen.

- Zet alle kabels vast met de kabelklemmen.

- Voor de backupverwarming is een apart voedingscircuit nodig.

  • De installaties die voorzien zijn van een tank voor sanitair warm water (veldvoeding) vereisen een apart voedingscircuit voor de boosterverwarming. Raadpleeg de Handleiding voor installatie en gebruik van de opslagtank voor sanitair warm water. Zet de bekabeling vast in de hierna aangeduide volgorde.
  • Leg de elektrische kabels op een wijze dat het voordeksel niet omhoog komt tijdens de bekabelingswerken en zet het voordeksel stevig vast.
  • Volg het elektrische schema voor de elektrische bekabelingswerken (de elektrische schema's bevinden zich op de achterkant van deur 2).
    • Installeer de kabels en zet het deksel stevig vast zodat het correct geplaatst kan worden.

9.6.3 Voorzorgsmaatregelen bij de bekabeling van de elektrische voeding

  • Gebruik voor de aansluiting op de klemmenstrook van de voeding een ronde aansluitklem die gecrimpt kan worden. Als die om onoverkomelijke redenen niet gebruikt kan worden, nodigen wij u uit u aan de volgende instructies te houden.
  • Sluit geen kabels met verschillende maten op dezelfde aansluitklem aan. (De losgeraakte aansluitingen kunnen oververhitting veroorzaken)
  • Wanneer kabels van hetzelfde kaliber aangesloten worden, sluit die dan aan overeenkomstig de volgende afbeelding.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Voorzorgsmaatregelen bij de bekabeling van de elektrische voeding - 1

  • Gebruik een correcte schroevendraaier om de schroeven van de aansluitklemmen vast te draaien. Kleine schroevendraaiers kunnen de kop van de schroef beschadigen en het correcte aanhalen belemmeren.
    • Te strak aanhalen van de schroeven van de aansluitklemmen kan de schroeven beschadigen.
  • Sluit een aardlekschakelaar en een zekering aan op de voedingsleiding.
  • Controleer of de voorgeschreven draden voor de bekabeling gebruikt worden, voer de volledige aansluitingen uit en zet de draden zo vast dat externe krachten geen invloed op de aansluitklemmen kunnen uitoefenen.

9.6.4 Vereisten voor de veiligheidsvoorzieningen

  1. Kies de diameters van de kabels (minimale waarde) apart voor iedere unit, op grond van tabel 9-1 en tabel 9-2, waar de nominale stroom in tabel 9-1 de betekenis heeft van MCA in tabel 9-2. Als MCA de 63A overschrijdt, moeten de diameters van de draden gekozen worden op grond van de nationale wetgeving voor de bekabeling.
  2. De toegestane maximale variatie van het spanningsveld tussen de fasen is 2%.
  3. Kies een automatische schakelaar met een scheiding tussen de contacten in alle polen van niet minder dan 3 mm die volledige uitschakeling mogelijk maakt, waar MFA gebruikt wordt voor het kiezen van automatische stroomschakelaars en de aardlekschakelaars.

Tabel 9-1

Nominale stroom van het apparaat: (A)Nominale dwarsdoorsnede ( mm^2 )
Buigzame kabelsKabel voor vaste bekabeling
< 30,5 en 0,751 en 2,5
>3 en <6 0,75 en1 1 en 2,5
>6 en <10 1 en 15 1 en 2,5
>10 en <161,5 en 2,51,5 en 4
>16 en <252,5 en 42,5 en 6
>25 en <32 4 en 64 en 10
>32 en <50 6 en 106 en 16
>50 en <6310 en 1610 en 25

Tabel 9-2

Standaard eenfase 5-16kW en standaard driefase 12-16kW

SysteemBuitenunitVoedingspanningCompressor OFM
Spanning (V)HzMin. (V)Max. (V)MCA (A)TOCA (A)MFA (A)MSC (A)RLA (A)KWFLA (A)
5 kW220-24050198264131820-10,500,171,50
7 kW220-2405019826414,51820-10,500,171,50
9 kW220-24050198264161820-10,500,171,50
12 kW 1-PH220-24050198264253032-17,000,171,50
14 kW 1-PH220-2405019826426,53032-17,000,171,50
16 kW 1-PH220-24050198264283032-17,000,171,50
12 kW 3-PH380-415503424569,51416-16,000,170,70
14 kW 3-PH380-4155034245610,51416-16,000,170,70
16 kW 3-PH380-4155034245611,51416-16,000,170,70

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Vereisten voor de veiligheidsvoorzieningen - 1

OPMERKING

TOCA: Totaal debiet voor overstroom (A)

MFA: Max. amp. zekering (A)

MSC: Max. amp. start (A)

RLA: In nominale testomstandigheden voor koeling of verwarming kunnen de ingangsampères van de compressor, met MAX. Hz, de amp van de nominale lading beheren. (A)

KW: Nominale uitgang van de motor

FLA: Amp bij vollast. (A)

9.6.5. Het deksel van het schakelkastje verwijderen

Standaard eenfase 5-16kW en standaard driefase 12-16kW

Unit681012141612T14T16T
Maximale overstroombeveiliging (MOP)(A)181818303030141414
Grootte van bekabeling ( mm^2 )4,04,04,06,06,06,02.52.52.5

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Het deksel van het schakelkastje verwijderen - 1

De aardlekschakelaar moet van 1 type met hoge snelheid zijn van 30mA (<0,1s). Er wordt verzocht een afgeschermde kabel met 3 geleiders te gebruiken.

De verklaarde waarden zijn maximale waarden (zie elektrische gegevens voor de exacte waarden).

De aardlekschakelaar moet op de voeding van de unit geïnstalleerd worden.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Het deksel van het schakelkastje verwijderen - 2

flowchart
graph TD
    A["Sw9"] --> B["Master-unit"]
    B --> C["CN30"]
    C --> D["Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast"]
    D --> E["Slave-unit 1"]
    D --> F["Slave-unit 2"]
    D --> G["Slave-unit x"]
    H["AAN"] --> I["AAN"]
    I --> J["S3"]
    K["Schakelaars-nummer"] --> L["Positie en functie"]
    L --> M["S3 - 1/2/3"]
    N["Gebruik afgeschemde draad en de beschermende laag moet geaard zijn."] --> O["Slave-unit 1"]
    O --> P["Slave-unit 2"]
    Q["Externe weerstand"] --> R["Slave-unit x"]
    S["Aan/uit-schakelaar (On/Off)"] --> T["Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast"]
    U["Voeding binnen"] --> V["Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast"]
    W["Alleen de laatste binnen-unit vereist het toevoegen van een externe weerstand bij H1 on H2."] --> X["Externe weerstand"]

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Het deksel van het schakelkastje verwijderen - 3

flowchart
graph TD
    A["Sw9"] --> B["Master-unit"]
    B --> C["CN30"]
    C --> D["Master-unit"]
    D --> E["Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast"]
    E --> F["Voeding"]

    subgraph SW9
        G["ON 1 2"] --> H["UIT"]
        I["AAN 1 2"] --> J["Master-unit"]
    end

    subgraph CN30
        K["1 A 2 B 3 K/HA X/HB E 5 E 6 P 7 Q 8 E 9 H1 10 H2"]
    end

    subgraph Master-unit
        L["L1 L2 L3 N"] --> M["Master-unit"]
    end

    subgraph Slave-unit1
        N["L1 L2 L3 N"] --> O["Master-unit"]
    end

    subgraph Slave-unit2
        P["L1 L2 L3 N"] --> Q["Master-unit"]
    end

    subgraph Slave-unitx
        R["H1 H2"] --> S["Master-unit"]
    end

    T["Gebruik afgeschemde draad en de beschermende laag moet geaard zijn."]
    U["Externe weerstand"] --> V["Slave-unit x"]
    W["Alleen de laatste IDU vereist dat een externe weerstand wordt uogevoegd bij H1 en H2"] --> X["Slave-unit x"]
    Y["Deutschmaner: Schakelaars-nummer: Positie en functie"]
    Z["S3 - 1/2/3: 0/0/0=Adres 0# (Master-unit), 1/0/0=Adres 1# (Slave-unit), 0/1/0=Adres 2# (Slave-unit), 0/0/1=Adres 3# (Slave-unit), 1/1/0=Adres 4# (Slave-unit), 1/0/1=Adres 5# (Slave-unit), 0/1/1=Adres 6# (Slave-unit), 1/1/1=Adres 7# (Slave-unit)"]

OPGELET

  1. De cascadefunctie van het systeem ondersteunt maximaal 6 machines.
  2. Om het succes van de automatisch adressering te garanderen, moeten alle machines op dezelfde voeding aangesloten worden en op uniforme wijze gevoed worden.
  3. Alleen de masterunit mag op de controller aangesloten zijn en SW9 moet op "on" van de masterunit gezet worden, de slave-units mogen niet op de controller aangesloten zijn.
  4. Er wordt verzocht de afgeschermde draad te gebruiken en de afschemende laag moet geaard zijn.

Wanneer de aansluiting op de voedingsklem uitgevoerd wordt, gebruik dan de cirkelvormige bekabelingsklem met de isolerende omhulling (zie Afbeelding 9.1).

Gebruik een voedingskabel die conform de specificaties is en sluit de voedingskabel stevig aan. Controleer of de kabel stevig bevestigd is om te voorkomen dat hij door een externe kracht losgerukt wordt.

Als het niet mogelijk is de cirkelvormige bekabelingsklem met de isolerende omhulling te gebruiken, zorg er dan voor dat het niet mogelijk is die te gebruiken:

- Sluit niet twee voedingskabels met verschillende diameters aan op dezelfde voedingsklem (dit kan oververhitting van de draden veroorzaken door toedoen van de losgeraakte bekabeling) (Zie Afbeelding 9.2).

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 1

text_image Cirkelvormige bekabelingsklem Isolatieleiding Voedingskabel Afbeelding 9.1 •: Kabel van koper Correcte voedingsaansluitingen

Afbeelding 9.2

Voedingskabel van het cascadesysteem

  • Gebruik een aparte elektrische voeding voor de binnenunit, die anders is dan die voor de buitenunit.
  • Gebruik dezelfde voedingseenheid, automatische schakelaar en aardlekschakelaar voor de binnenunits die op dezelfde buitenunit aangesloten zijn.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 2

text_image Voeding Automatische schakelaar Handmatige schakelaar Verdeelkast van de draden

Afbeelding 9.3

9.6.6 Aansluiting van andere componenten

Unit 5-16 kW

Zie 9.2.1 voor gedetailleerde poortbeschrijving.

Poort levert het besturingssignaal naar de belasting. Twee typen besturingssignaalpoorten:

Type 1: Droge connector zonder spanning.

Type 2: poort levert het signaal met 220 V spanning.

Als de huidige stroombelasting < 0,2 A is, kan er direct op de poort worden aangesloten.

Als de stroombelasting >= 0,2 A is, is er een AC-contactor nodig voor de aansluiting.

Bijvoorbeeld:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 3

text_image Lading ZEKERIN L N CN11 Type 1 CN11 Voeding 7 5 3 1 A1 A2 Contactschakelaar 8 6 4 2 TCO ATCO Lading

Type 2

Poort van het aansturingssignaal van de hydraulische module: CN11 bevat de aansluitpunten voor de 3-wegklep, de pomp, de boosterverwarming, enz. De bekabeling van de onderdelen wordt hierna geïllustreerd:

1) Voor een bijkomende controle van de verwarmingsbron (AHS):

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 4

text_image ZEKERIN Voeding KM1 Extra verwarmingsbron CN11 1 2 A1 A2 N
Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Minimale bedradingsgrootte0,75
Type signaal van de regelpoortType 2

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 5

Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Minimale bedradingsgrootte0,75
Type signaal van de regelpoortType 1

2) Voor de 3-wegklep

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 6

flowchart
graph TD
    L[" L "] -->|Brown Bruin| M[" M "]
    N[" N "] -->|Grey Grijs| M
    M -->|3W| Black["Zwart"]
    Black --> CN11[" CN11 "]
    CN11 -->|3 4 17| Grid1[" Grid "]
    Grid1 -->|17| Grid2[" Grid "]
    Grid2 -->|17| Grid3[" Grid "]
    Grid3 -->|17| Grid4[" Grid "]
    Grid4 -->|17| Grid5[" Grid "]
    Grid5 -->|17| Grid6[" Grid "]
    Grid6 -->|17| Grid7[" Grid "]
    Grid7 -->|17| Grid8[" Grid "]
    Grid8 -->|17| Grid9[" Grid "]
    Grid9 -->|17| Grid10[" Grid "]
    Grid10 -->|17| Grid11[" Grid "]
    Grid11 -->|17| Grid12[" Grid "]
    Grid12 -->|17| Grid13[" Grid "]
    Grid13 -->|17| Grid14[" Grid "]
    Grid14 -->|17| Grid15[" Grid "]
    Grid15 -->|17| Grid16[" Grid "]
    Grid16 -->|17| Grid17[" Grid "]
    Grid17 -->|17| Grid18[" Grid "]
    Grid18 -->|17| Grid19[" Grid "]
    Grid19 -->|17| Grid20[" Grid "]
    Grid20 -->|17| Grid21[" Grid "]
    Grid21 -->|17| Grid22[" Grid "]
    Grid22 -->|17| Grid23[" Grid "]
    Grid23 -->|17| Grid24[" Grid "]
    Grid24 -->|17| Grid25[" Grid "]
    Grid25 -->|17| Grid26[" Grid "]
    Grid26 -->|17| Grid27[" Grid "]
    Grid27 -->|17| Grid28[" Grid "]
    Grid28 -->|17| Grid29[" Grid "]
    Grid29 -->|17| Grid30[" Grid "]
    Grid30 -->|17| Grid31[" Grid "]
    Grid31 -->|17| Grid32[" Grid "]
    Grid32 -->|17| Grid33[" Grid "]
    Grid33 -->|17| Grid34[" Grid "]
    Grid34 -->|17| Grid35[" Grid "]
    Grid35 -->|17| Grid36[" Grid "]
    Grid36 -->|17| Grid37[" Grid "]
    Grid37 -->|17| Grid38[" Grid "]
    Grid38 -->|17| Grid39[" Grid "]
    Grid39 -->|17| Grid40[" Grid "]
    Grid40 -->|17| Grid41[" Grid "]
    Grid41 -->|17| Grid42[" Grid "]
    Grid42 -->|17| Grid43[" Grid "]
    Grid43 -->|17| Grid44[" Grid "]
    Grid44 -->|17| Grid45[" Grid "]
    Grid45 -->|17| Grid46[" Grid "]
    Grid46 -->|17| Grid47[" Grid "]
    Grid47 -->|17| Grid48[" Grid "]
    Grid48 -->|17| Grid49[" Grid "]
    Grid49 -->|17| Grid50[" Grid "]
    GND[" 3W "] --> M
    M --> M
    M --> BlackZwart[" Black Zwart "]
Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Minimale bedradingsgrootte0,75
Type signaal van de regelpoortType 2

a) Procedure

- Sluit de kabel aan op de juiste aansluitklemmen zoals de afbeelding toont.

- Zet de kabel op betrouwbare wijze vast.

3) Voor de externe pomp:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 7

text_image CN11 20 ST11-2 ST11-3 Voeding KM2 A1 A2 B 6 4 2 ④ pomp zone 2 P_c

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 8

Spanning 220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Minimale bedradingsgrootte 0,75
Type signaal van de regelpoort Type 2

a) Procedure

  • Sluit de kabel aan op de juiste aansluitklemmen zoals de afbeelding toont.
  • Zet de kabel op betrouwbare wijze vast.
    4) Voor de werking van Alarm of Ontdooiing (P_x):

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 9

Spanning 220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Minimale bedradingsgrootte 0,75
Type signaal van de regelpoort Type 2

a) Procedure

  • Sluit de kabel aan op de juiste aansluitklemmen zoals de afbeelding toont.
  • Zet de kabel op betrouwbare wijze vast.

5) Voor de boosterverwarming van de tank (TBH):
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 10

text_image 13 16 CN 11 Voeding KM7 A1 A2 TC0 AT00 TBH

6) Voor de interne backupverwarming (IBH)

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 11

flowchart
graph TD
    A["Terminal CN11"] --> B["Voeding"]
    B --> C["KM8"]
    C --> D["TC0"]
    D --> E["IBH1"]
    F["Terminal CN11"] --> G["Voeding"]
    G --> H["KM9"]
    H --> I["TC0"]
    I --> J["IBH1"]
    K["Terminal CN11"] --> L["Voeding"]
    L --> M["KM10"]
    M --> N["TC0"]
    N --> O["IBH2"]
    P["Terminal CN11"] --> Q["Voeding"]
    Q --> R["KM8"]
    R --> S["TC0"]
    S --> T["IBH1"]
    U["Terminal CN11"] --> V["Voeding"]
    V --> W["KM9"]
    W --> X["TC0"]
    X --> Y["IBH1"]
Spanning 220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Minimale bedradingsgrootte 0,75
Type signaal van de regelpoort Type 2

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 12

OPMERKING

- De unit stuurt alleen een ON/OFF-signaal naar de verwarming.

7) Voor de omgevingsthermostaat:

Omgevingsthermostaat (Laagspanning): "INGANG VOEDING" verstrekt spanning aan RT.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 1

De omgevingsthermostaat moet op laagspanning zijn.

Omgevingsthermostaat (Laagspanning):
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 2

text_image CN5 CN26 CN8 CN6 CN24 CN23 CN21 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN39 CN18 CN64 CN27 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 SW6 CN21 CN35 CN38 CN10 CN11 CN30 HT COM CL MTM A (Controle van ingestelde modus) RT1 INGANG VOEDING

- IBH2 kan niet op onafhankelijke wijze worden bekabeld.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 3

text_image CN5 CN28 CN6 CN6 CN24 CN23 CN21 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN39 CN18 CN27 CN54 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 CN11 SWI9 CN17 CN30 HT COM CL MTM6 VEDING RT1 RT2 zone 1 zone 2

Er zijn drie methoden om de kabel van de thermostaat aan te sluiten (zoals beschreven in bovenstaande afbeelding) en afhankelijk van de toepassing.

- Methode A (Controle van ingestelde modus)

RT kan de verwarming en de koeling apart aansturen, als de controller voor FCU met 4 leidingen. Wanneer de hydraulische module aangesloten is op de externe warmteregelaar, stelt de gebruikersinterface VOOR ASSISTENTIEDIENST de OMG. THERMOSTAAT op INSTELL. MODUS:

A1. Wanneer "CL" van de thermostaat zich gedurende 15

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 4

text_image CN5 CN28 CN6 CN6 CN24 CN23 CN21 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN38 CN18 CN27 CN04 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 5W9 CN31 CN35 CN36 CN17 CN30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 CN11 HT COM RT1 INGANG VOEDING Methode B (Controle van een zone)

C2. Wanneer de unit een spanning van 12VDC tussen CL en COM detecteert, wordt zone 2 ingeschakeld afhankelijk van de temperatuurcurve van het klimaat. Wanneer de unit een spanning van 0V tussen CL en COM detecteert, wordt zone 2 uitgeschakeld.
C3. Wanneer HT-COM en CL-COM als 0VDC gedetecteerd worden, wordt de unit uitgeschakeld.
C4. Wanneer HT-COM en CL-COM als 12VDC gedetecteerd worden, worden zowel zone 1 als zone 2 ingeschakeld.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 5

OPMERKING

  • De bekabeling van de thermostaat moet overeenkomen met de instellingen van de gebruikersinterface.
  • De voedingen van de machine en van de omgevingsthermostaat moeten aangesloten zijn op dezelfde nulgeleider.
  • Wanneer de OMG. THERMOSTAAT niet op NO gezet is, kan de binnentemperatuursensor Ta niet op een geldige waarde ingesteld worden
  • Zone 2 kan alleen in de verwarmingsmodus werken, wanneer de koelmodus op de gebruikersinterface ingesteld is en Zone 1 op OFF staat, sluit "CL" in Zone 2, het systeem blijft nog op "OFF". In de installatiefase moet de bekabeling van de thermostaten voor Zone 1 en Zone 2 correct zijn.

a) Procedure
- Sluit de kabel aan op de juiste aansluitklemmen zoals de afbeelding toont.
- Zet de kabel met de kabelklemmetjes vast op de steunen van de klemmetjes, om de ontlading van de tractie te garanderen.
8) Voor het ingangssignaal van de zonne-energie (laagspanning):

seconden blijft sluiten, zal het systeem werken volgens de op de gebruikersinterface ingestelde prioriteitsmodus.

A2. Wanneer "CL" van de thermostaat zich gedurende 15 seconden blijft openen en "HT" sluit, zal het systeem werken volgende op de gebruikersinterface ingestelde niet-prioriteitsmodus.

A3. Wanneer "HT" van de thermostaat zich gedurende 15 seconden blijft openen en "CL" gaat open, wordt het systeem uitgeschakeld.
A4. Wanneer "CL" van de thermostaat zich gedurende 15s blijft openen en "HT" gaat open, wordt het systeem uitgeschakeld. COM is een gangbare poort. De sluitingsspanning van de poort is 12VDC, de afsluitingsspanning van de poort is 0VDC.

• Methode B (Controle van een zone)

RT verstrekt het omschakelsignaal aan de unit. Gebruikersinterface VOOR ASSISTENTIEDIENST stelt de OMG. THERMOSTAAT in op EEN ZONE:

B1. Wanneer de unit een spanning van 12VDC tussen HT en COM detecteert, wordt de unit ingeschakeld.
B2. Wanneer de unit een spanning van 0VDC tussen HT en COM detecteert, wordt de unit uitgeschakeld.
- Methode C (Controle van twee zones)
De Hydraulische Module is verbonden met twee kamerthermostaten terwijl de gebruikersinterface VOOR ASSISTENTIEDIENST de OMG. THERMOSTAAT instelt op TWEE ZONES:
C1. Wanneer de unit een spanning van 12VDC tussen HT en COM detecteert, wordt zone 1 ingeschakeld. Wanneer de unit een spanning van 0VDC tussen HT en COM detecteert, wordt zone 1 uitgeschakeld.

9) Voor de uitschakeling op afstand:
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 1

text_image CN5 CN28 CN6 CN6 CN24 CN23 CN21 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN38 CN18 CN27 CN64 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 SW9 CN17 CN19 CN30 CN11 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 SLIFF OUTSCHAKELING

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 2

text_image CN5 CN28 CN8 CN6 CN24 CN23 CN21 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN38 CN18 CN64 CN27 S2 S1 CN32 CN29 CN4 S3 CN4 CN42 CN22 SW9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 CN11 CN30 CN17 CN19 CN31 CN35 CN36 CN17 CN30 SUIT OUTSCHAKELING

10) Voor intelligent netwerk (INTELLIGENT NETWERK):

De unit beschikt over de intelligente netwerkfunctie, er zijn twee poorten op de PCB om het SG-signaal en het EVU-signaal als volgt aan te sluiten:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPMERKING - 3

text_image CN5 CN28 CN6 CN6 CN24 CN23 CN21 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN16 CN38 CN18 CN64 CN27 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 CN11 CN30 SW9 CN17 CN19 CN31 ENU52 CN35 CN36 CN37 CN38 CN39 INTELLIGENT NETWERK

1) SG=ON, EVU=ON.

De DHW-modus is ingesteld op beschikbaar:

• De warmtepomp werkt aanvankelijk in de DHW-modus.

  • TBH is ingesteld op beschikbaar, als T5<69°C, wordt TBH geforceerd ingeschakeld (de warmtepomp en TBH kunnen gelijktijdig werken); als T5>70°C, zal TBH uitgeschakeld zijn. (DHW=Domestic Hot Water - Sanitair warm water, T5S is de ingestelde watertemperatuur van de tank).
  • TBH is ingesteld op niet beschikbaar en IBH is ingesteld op beschikbaar voor de DHW-modus, zolang T5<59°C, zal IBH geforceerd ingeschakeld zijn (de warmtepomp en TBH kunnen gelijktijdig werken); als T5>60°C zal IBH uitgeschakeld zijn.
    2) SG=OFF, EVU=ON.

Als de DHW-modus ingesteld is op beschikbaar en de DHW-modus ingesteld is op ON:

  • De warmtepomp werkt aanvankelijk in de DHW-modus.
  • Als TBH ingesteld is op beschikbaar en de DHW-modus is ingesteld op ON, als T5T5S+3, zal TBH uitgeschakeld zijn.
  • Als TBH ingesteld is als niet beschikbaar en IBH ingesteld is als beschikbaar voor de DHW-modus, als T5Min(T5S+3,60), dan zal IBH uitgeschakeld zijn.

3) SG=OFF, EVU=OFF.

De unit zal op normale wijze werken

4) SG=ON, EVU=OFF.

De warmtepomp, IBH, TBH zal onmiddellijk uitgeschakeld zijn

10 START EN CONFIGURATIE

De unit moet door de installateur geconfigureerd zijn om zich aan te passen aan de installatie-omgeving (buitenklimaat, geïnstalleerde opties, enz.) en aan de competentie van de gebruiker.

⚠ OPGELET

Het is belangrijk dat alle informatie in dit hoofdstuk in volgorde door de installateur gelezen wordt en dat het systeem geconfigureerd is als toepasselijk.

10.1 Eerste start bij lage buitenomgevingstemperaturen

Tijdens de eerste start en wanneer de temperatuur van het water laag is, is het belangrijk dat het water geleidelijk verwarmd wordt. Gebeurt dat niet dan kunnen barsten optreden in de betonnen vloeren die veroorzaakt worden door snelle temperatuurschommelingen. Voor meer details wordt verzocht contact op te nemen met degene die verantwoordelijk is voor de totstandkoming van de betonwerken.

Om dit te doen is het mogelijk gebruik te maken van de voorverwarmingsfunctie voor de vloer (raadpleeg "SPECIALE FUNCTIE" in het gedeelte "VOOR ASSISTENTIEDIENST")

10.2 Controles voorafgaand aan de werking

Controles voorafgaand aan de eerste start.

GEVAAR

Schakel de voeding uit alvorens ongeacht welke aansluiting tot stand te brengen.

Controleer na de installatie van de unit en alvorens de automatische schakelaar in te schakelen het volgende:

- Veldbekabeling: Controleer of de veldbekabeling tussen het lokale voedingspaneel en de unit en de kleppen (indien van toepassing), de unit en de omgevingsthermostaat (indien van toepassing), de unit en de tank van het sanitair warm water, de unit en de backupverwarmingskit, aangesloten zijn volgens de instructies die beschreven zijn in hoofdstuk 9.6 "Veldbekabeling", volgens de elektrische schema's en de wetten en plaatselijke regelgeving.

- Zekeringen, automatische schakelaars of beschermende voorzieningen Controleer of de zekeringen of de beschermende voorzieningen die lokaal geinstalleerd zijn de afmetingen hebben en van het type zijn zoals gespecificeerd is in 15 "TECHNISCHE SPECIFICATIES". Controleer of er geen gebypasste zekeringen of beschermende voorzieningen zijn.

- Reserveschakelaar van het verwarmingscircuit Vergeet niet de automatische schakelaar van de backupverwarming in het commandokastje in te schakelen (afhankelijk van het type backupverwarming). We verwijzen naar het bekabelingsschema.

- Schakelaar van het circuit van de backupverwarming Vergeet niet de automatische schakelaar van de hulpverwarming in te schakelen (geldt alleen voor de units met geïnstalleerde optionele tank voor sanitair warm water).

- Aardbekabeling: Controleer of de aarddraden correct zijn aangesloten en of de aardklemmen aangehaald zijn.

- Interne bekabeling: Verricht een visuele controle van de schakelkast om te kijken of er geen losgeraakte aansluitingen of beschadigde elektrische onderdelen zijn.

- Montage: Controleer of de unit correct gemontleerd is om abnormale geluiden en trillingen bij het starten van de unit te voorkomen.

  • Beschadigde apparatuur: Controleer of er in het apparaat geen beschadigde onderdelen of plat gedrukte leidingen zijn.
  • Lekkage koelmiddel: Controleer of er geen koelmiddel-lekken in de unit zijn. Als er een koelmiddel-lek is, neem dan contact op met uw plaatselijke verkoper.
  • Voedingsspanning: Controleer de voedingsspanning op het lokale voedingspaneel. De netspanning moet overeenstemmen met de spanning die op het typeplaatje van het apparaat staat.
  • Ontluchtingsklep: Controleer of de ontluchtingsklep geopend is (minstens 2 slagen).

10.3 Diagnose van de defecten bij de eerste installatie

  • Als niets op de gebruikersinterface weergegeven wordt, is het noodzakelijk om te controleren of de volgende storingen aanwezig zijn alvorens eventuele storingscodes te raadplegen.
  • Fout bij afsluiting of bekabeling (tussen voeding en unit en tussen unit en gebruikersinterface).
  • De zekering op de PCB kan stuk zijn.

- Als de gebruikersinterface "E8" of "E0" als storingscode toont, bestaat de mogelijkheid dat er lucht in het systeem zit of dat het waterniveau in het systeem lager staat dan het vereiste minimum.

- Als storingscode E2 weergegeven wordt op de gebruikersinterface controleer dan de bekabeling tussen de gebruikersinterface en de unit.

Andere storingscodes en oorzaken van defecten staan in de paragraaf "Storingscodes".

10.4 Installatiehandleiding

10.4.1 Voorzorgsmaatregelen voor de veiligheid

- Lees met aandacht de voorzorgsmaatregelen voor de veiligheid alvorens de unit te installeren.

- Hierna volgen belangrijke voorzorgsmaatregelen die in acht genomen moeten worden.

- Bevestig dat er geen afwijkende fenomenen zijn nadat de test gedaan is en overhandig vervolgens de handleiding aan de gebruiker.

• Betekenis van de symbolen:

⚠ WAARSCHUWING

Een verkeerde hantering kan ernstig persoonlijk letsel of de dood veroorzaken.

OPGELET

Een verkeerde hantering kan persoonlijk letsel of beschadiging van eigendommen veroorzaken.

⚠ WAARSCHUWING

Vertrouw de installatie van de unit toe aan de distributeur of vakmensen.

De installatie door andere personen kan een niet-perfecte installatie, elektrische schokken of brand veroorzaken.

Houd u strikt aan deze handleiding.

Een verkeerde installatie kan elektrische schokken of brand veroorzaken.

De hernieuwde installatie moet uitgevoerd worden door vakmensen.

Een verkeerde installatie kan elektrische schokken of brand veroorzaken.

Demonteer de conditioner die met water werkt niet naar eigen goeddunken.

Een willekeurige demontage kan een afwijkende werking of een verhitting veroorzaken die brand tot gevolg kan hebben.

OPGELET

De bekabelde controller moet in een gesloten ruimte geïnstalleerd worden en mag niet blootgesteld worden aan rechtstreeks zonlicht.

Installeer de unit niet in een plaats die gemakkelijk bereikt kan worden door naar buiten komende ontvlambare gassen. Bevinden de naar buiten gekomen ontvlambare gassen zich eenmaal rondom de bekabelde controller, dan kan brand ontstaan.

Voer de bekabeling uit op grond van de stroom van de bekabelde controller.

Gebeurt dat niet dan kan oververhitting ontstaan die brand kan veroorzaken.

De gespecificeerde kabels moeten in de bekabeling gebruikt worden. Oefen niet te veel kracht uit op de aansluitklem.

Gebeurt dat wel dan kan de kabel ingesneden worden en kan hitte

- Afsluiters: Controleer of de afsluiters volledig geopend zijn.

OPGELET

Plaats de bekabelde remote controller niet vlakbij lampen om te voorkomen dat het remote signaal van de controller verstoord wordt. (zie de afbeelding rechts)

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 1

10.4.2 Andere voorzorgsmaatregelen

10.4.2.1. Installatiepositie

Installeer de unit niet in een plaats met veel olie, dampen, zwavelhoudende gassen. Het product kan dan namelijk vervormd raken en defecten krijgen.

10.4.2.2 Voorbereiding voorafgaand aan de installatie

1) Controleer of de volgende groepen compleet zijn.

Nr.NaamAant.Opmerkingen
1Bokabelde controller 1____
2Houten montageschroef met kruis en ronde kop3Voor de muurmontage
3Montageschroef met kruis en ronde kop2Voor de montage op het schakelbord
4Installatiehandleiding en gebruikershandleiding1____
5Plastic bout 2Dit accessoire wordt gebruikt wanneer de gecentraliseerde besturing in het schakelbord geïnstalleerd wordt
6Plastic plug3Voor de muurmontage

10.4.2.3 Opmerking voor de installatie van de bekabelde controller

1) Deze installatiehandleiding bevat informatie over de installatieprocedure van de bedrade afstandsbediening. Men wordt verzocht de installatiehandleiding van de binnenunit te raadplegen voor de aansluiting tussen bedrade afstandsbediening en de binnenunit.
2) Het circuit van de afstandsbediening is een laagspanningscircuit. Sluit hem nooit aan op een standaardcircuit 220V/380V en plaats hem nooit in dezelfde kabelboom van het circuit.
3) De afgeschermde kabel moet op stabiele wijze geaard zijn anders kunnen fouten bij de verzending ontstaan.
4) Probeer de afgeschemde kabel niet te verlengen door hem door te snijden. Gebruik waar nodig de klemmenstrook voor de aansluiting.
5) Gebruik na de totstandkoming van de aansluiting geen Megger om de isolatie van de signaaldraad te controleren.
6) Onderbreek de voeding wanneer de bekabelde controller geïnstalleerd wordt.

10.4.3 Procedure voor installatie en afstelling van de bekabelde controller

10.4.3.1 Afmetingen van de structuur

ontstaan en dit kan tot brand leiden

10.4.3.2 Bekabeling
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Procedure voor installatie en afstelling van de bekabelde controller - 1

text_image Bekabelde controller Modbus D1 D2 E X1/HB X2 HA H1 H2 L1 Hydraulische module A + B - E
Ingangsspanning (HA/HB)18V DC
Afmetingen van de draad 075mm2
Type draadAfgeschermde gevlochten kabel met 2 geleiders
Lengte van de draad L1<50m

De gecodeerde roterende schakelaar S3(0-F) op de hoofdbesturingskaart van de hydraulische module wordt gebruikt voor het instellen van het modbus-adres.

De units hebben deze gecodeerde schakelaar standaard op 0 staan maar dit komt overeen met modbus-adres 16 terwijl de andere posities overeenkomen met het nummer, bijvoorbeeld pos=2 is adres 2, pos=5 is adres 5.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Procedure voor installatie en afstelling van de bekabelde controller - 2
10.4.3.3 Installatie van het achterdeksel

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Procedure voor installatie en afstelling van de bekabelde controller - 3

text_image Gesloten positie Achterdeksel Platte schroevendraaier Voordeksel Gat voor schroef M4X20

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Procedure voor installatie en afstelling van de bekabelde controller - 4

1) Gebruik de schroevendraaier met platte kop, steek die in de positie om het onderste deel van de bekabelde controller te buigen en verdraai de schroevendraaier om het achterdeksel weg te nemen. (let op de draairichting anders bestaat het risico het achterdeksel te beschadigen!)
2) Gebruik drie schroeven M4X20 om het achterdeksel rechtstreeks op de muur te installeren.
3) Gebruik twee schroeven M4X25 om het achterdeksel op het elektriciteitskastje 86 te installeren en gebruik een schroef M4X20 voor de bevestiging op de muur.
4) Regel de lengte van de twee kunststof schroefstangen op een wijze dat het elektriciteitskastje aan de muur gekoppeld wordt en controleer of de schroefstangen niet uit de muur naar buiten steken. Controleer tijdens de fase van installatie van de schroefstang op de muur of de bovenkant van de schroefstang zich op één liin met de muur bevindt.
5) Gebruik de schroeven met kruiskoppen om het onderste deksel van de bekabelde controller op de muur te bevestigen met behulp van de schroefstang. Controleer of het onderste deksel van de bekabelde controller zich na de installatie op hetzelfde niveau bevindt, installeer de bekabelde controller vervolgens opnieuw op het onderste deksel.
6) Te strak aanhalen van de schroef zal tot vervorming van het achterste deksel leiden.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Procedure voor installatie en afstelling van de bekabelde controller - 5

text_image Stuc Afvanger Stuc Afvanger 43 Stuc Afvanger

Voorkomen dat water in de bekabelde afstandsbediening komt, gebruik sifon en mastiek om de connectoren van de draden te verzegelen tijdens de installatie van de bekabeling.

10.4.4 Installatie van het voordeksel

Nadat het voordeksel afgesteld en vervolgens vastgezet is: vermijd het om de draad voor omschakeling van de communicatie te strak vast te zetten tijdens de installatie.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Installatie van het voordeksel - 1

text_image De sensor mag niet de invloed van vocht ondergaan.

Installeer correct het achterdeksel en zet het voordeksel en het achterdeksel stevig vast, zo niet dan zal het voordeksel vallen.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Installatie van het voordeksel - 2

De unit moet geconfigureerd worden op grond van de installatieomgeving (buitenklimaat, geinstalleerde opties, enz.) en de vraag van de klant. Er zijn verschillende veldinstellingen beschikbaar. Deze instellingen zijn toegankelijk en kunnen geprogrammeerd worden via het gedeelte "VOOR ASSISTENTIEDIENST" in de

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Installatie van het voordeksel - 3

text_image A Uitgang van de draad linksonder Snijpositie van de uitgang van de draad linksonder

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Installatie van het voordeksel - 4

text_image B Elektriciteitskastje 44mm 60mm Gat voor de draden C Gat muur en gat voor de draden Diameter: Ø8-Ø10

operatorinterface.

Inschakeling van de unit

Wanneer de unit ingeschakeld wordt, wordt "1%\~99%" op de gebruikersinterface weergegeven. Tijdens dit proces kan de gebruikersinterface niet gebruikt worden.

Procedure

Raadpleeg details in "VOOR ASSISTENTIEDIENST" om een of meer veldinstellingen te veranderen

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Procedure - 1

De temperatuurwaarden die op de bekabelde controller (gebruikersinterface) weergegeven worden, zijn in °C.

11 STRUCTUUR VAN DE MENU'S: OVERZICHT
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Procedure - 2

flowchart
graph TD
    A["MENU"] --> B["BEDRIJFSMODUS"]
    A --> C["PRESET TEMPERATUUR"]
    A --> D["WARMWATER"]
    A --> E["SCHEMA"]
    A --> F["OPTIES"]
    A --> G["KINDERSLOT"]
    A --> H["SERVICE INFORMATIE"]
    A --> I["BEDRIJFSPARAMETER"]
    A --> J["VOOR"]
    A --> K["ONDERHOUDSMONTEUR"]
    A --> L["WLAN-INSTALLING"]
    A --> M["SN DSPL"]
    A --> N["ENERGIE ANALYSE"]

    B --> O["BEDRIJFSMODUS"]
    B --> P["WARMTE"]
    B --> Q["KOUD"]
    B --> R["AUTO"]

    C --> S["PRESET TEMPERATUUR"]
    C --> T["PRESET TEMP."]
    C --> U["WEER TEMP. INSTEL."]
    C --> V["ECO MODUS"]

    D --> W["WARMWATER"]
    D --> X["DESINFECT"]
    D --> Y["SNEL DHW"]
    D --> Z["TANK WARMER"]
    D --> AA["DHW POMP"]

    W --> AB["DESINFECT"]
    W --> AC["HUIDIGE STATUS"]
    W --> AD["WERKINGSDAG"]
    W --> AE["START"]

    S --> AF["SCHEMA"]
    S --> AG["TIMER"]
    S --> AH["WEKS SCHEMA"]
    S --> AI["SCHEMA CONTROLE"]
    S --> AJ["ANNULEER TIMER"]

    T --> AK["OPTIES"]
    T --> AL["STIL MODUS"]
    T --> AM["VAKANTI WEG"]
    T --> AN["VAKANTI HUIS"]
    T --> AO["BACKUP WARMER"]

    U --> AP["KINDERSLOT"]
    U --> AQ["KOUD/WARM TEMP. AANPASSEN"]
    U --> AR["KOELEN/WARMEN AAN/UIT"]
    U --> AS["DHW TEMP. AANPASSEN"]
    U --> AT["WARMWA. AAN/UIT"]

    W --> AU["SERVICE INFORMATIE"]
    W --> AV["SERVICE OPROEP"]
    W --> AW["FOUT CODE"]
    W --> AX["PARAMETER"]
    W --> AY["WEERGAVE"]

    X --> AZ["BEDRIJFSPARAMETER"]

    Z --> BA["VOOR ONDERHOUDSMONTEUR"]
    Z --> BB["WARMWATERINSTELLING"]
    Z --> BC["KOELMODUS INSTELLING"]
    Z --> BD["WARMTEMODUS INSTELLING"]
    Z --> BE["AUTOMODUS INSTELLING"]
    Z --> BF["TEMP. TYPE INSTELLING"]
    Z --> BG["KAMERTHERMOSTA. OVERIGE WARMTEBRON"]
    Z --> BH["VAKANTIE WEG INSTELLING SERVICE OPROEP HERSTEL FABRIEKSINSTELL. TEST WERKING SPECIALE FUNCTIE AUTO HERSTART BEGRENZING VERMOGENINVOER DEFINEEN INVOER CASCADE-INSTALLING HMI-ADRESINSTELLING NORMALE IN."]

    AA --> AB
    AB --> AC["DESINFECT"]
    AB --> AD["HUIDIGE STATUS"]
    AB --> AE["STILLE NIVEAU TIMER1 START TIMER1 STOP TIMER1 TIMER2 START TIMER2 STOP TIMER2"]

    AC --> AF
    AF --> AG["VAKANTI WEG HUIDIGE STATUS DHW MODUS DESINFECT WARMTEMODUS VAN TOT"]

    AD --> AH
    AH --> AI["VAKANTI HUIS HUIDIGE STATUS VAN TOT TIMER"]

    AI --> AJ["PARAMETER ROOM SET TEMP. MAIN SET TEMP. TANK SET TEMP. ROOM ACTUAL TEMP. MAIN ACTUAL TEMP. TANK ACTUAL TEMP."]

    AJ --> AK["WEERGAVE TIJD DAG TAAL BACKLIGHT ZOEMER SCHERM SLOTTIJD"]

    AK --> AL["SN DSPL HMI IDU ODU"]

    AL --> AM["ENERGIE ANALYSE VERWARMING KOUD DHW"]

VOOR ONDERHOUDSMONTEUR

1 WARMWATERINSTELLING

2 KOELMODUS INSTELLING

3 WARMTEMODUS INSTELLING

4 AUTOMODUSINSTELLING

5 TEMP. TYPE INSTELLING

6 KAMERTHERMOSTAAT

7 OVERIGE VERWARMENDE

BRONNEN

8 VAKANTIE-WEG-INSTELLING

9 SERVICE OPROEP

10 HERSTEL FABRIEKSINSTELL.

11 TESTEN

12 SPECIALE FUNCTIE

13 AUTO HERSTART

14 BEGRENZING

VERMOGENINVOER

15 DEFINEEN INVOER

16 CASCADE-INSTELLING

17 HMI-ADRESINSTELLING

18 GEWONE INSTELLING

1 WARMWATERINSTELLING

1.1 DHW MODUS

1.2 DESINFECTEREN

1.3 DHW PRIORITEIT

1.4 DHW POMP

1.5 WARMWATER TIJDINSTEL.

1.6 dT5 ON

1.7 dT1S5

1.8 T4DHWMAX

1.9 T4DHWMIN

1.10 t_INTERVAL_DHW

1.11 T5S_DISINFECT

1.12 t_DI_HIGHTEMP

1.13 t DI MAX

11.1 Configuratie van de parameters

De parameters die met dit hoofdstuk verband houden staan in onderstaande tabel.

OpdrachtnummerCodeStaat StandaardEenheid
1.1 DHW MODUS In-/uitschakelen van de DHW-modus: 0=NEE, 1=JA 1/
1.2 DESINFECT In-/uitschakelen van de desinfecteermodus: 0=NEE, 1=JA 1/
1.3 DHW PRIORITEIT In-/uitschakelen van de DHW-prioriteitsmodus: 0=NEE, 1=JA 1/
1.4 PUMP_D In-/uitschakelen van de DHW-pompmodus: 0=NEE, 1=JA 0/
1.5WARMWATER TIJDINSTEL.In-/uitschakelen van de DHW-prioriteitstijdinstelling: 0=NEE, 1=JA 0/
1.6 dT5_ON Het temperatuurverschil voor het opstarten van de warmtepomp 10°C
1.7 dT1S5 De verschilwaarde tussen Twout en T5 in de DHW-modus 10°C
1.8 T4DHWMAXDe maximale omgevingstemperatuur waarin de warmtepomp leidingwater kan verwarmen43°C
1.9 T4DHWMINDe minimale omgevingstemperatuur waarin de warmtepomp leidingwater kan verwarmen-10°C
1.10t_INTERVAL_DHWDe tijdsinterval van het opstarten van de compressor in DHW-modus.5MIN
1.11T5S_DISINFECTDe beoogde watertemperatuur in de warmwatertank in de desinfecteerfunctie.65°C
1.12t_DI_HIGHTEMPDe tijd dat de hoogste watertemperatuur aanhoudt in de warmwatertank in de desinfecteerfunctie.15°C
1.13t_DI_MAXDe maximale tijd dat het desinfecteren duurt.210MIN
1.14t_DHWHP_RESTRICTDe werkingstijd voor het verwarmen/koelen van de ruimte.30°C
1.15t_DHWHP_MAXDe maximale looptijd van de warmtepomp in de modus DHW PRIORITEIT.90MIN
1.16DHWPOMP LOOPTIJDIn-/uitschakelen van de DHW-pomp zoals getimed en blijft actief voor LOOPTIJD POMP: 0=NEE, 1=JA1/
1.17LOOPTIJD POMP_DDe bepaalde tijd dat de DHW-pomp blijft lopen.5MIN
1.18POMP_D DISINFECTIn-/uitschakelen van werking van de DHW-pomp wanneer het apparaat in de desinfecteermodus staat en T5≥T5S_DI -2:0=NEE,1=JA1/
1.19SWW-FUNCTIEIn- of uitschakelen van de tweede watertankregeling T5_2: 0=NEE, 1=JA0/
2.1 KOELMODUS In-/uitschakelen van de koelmodus: 0=NEE, 1=JA1/
2.2 t_T4_FRESH_CDe vernieuwingsinterval van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus0,5uur
2.3 T4CMAXDe hoogste bedrijfsomgevingstemperatuur voor de koelmodus52°C
2.4 T4CMINDe laagste omgevingstemperatuur voor de koelmodus10°C
2.5 dT1SCHet temperatuurverschil tussen T1 en T1S (de ingestelde watertemperatuur) voor het starten van de warmtepomp5°C
2.6dTSCHet temperatuurverschil tussen de actuele kamertemperatuur Ta en de ingestelde kamertemperatuur Tas voor het starten van de warmtepomp.2°C
2.7 t_INTERVAL_CDe tijdsinterval van het opstarten van de compressor in koelmodus5min
2.8 T1SetC1De temperatuurinstelling 1 van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus.10°C
2.9 T1SetC2De temperatuurinstelling 2 van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus.16°C
2.10T4C1De omgevingstemperatuur 1 van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus.35°C
2.11T4C2De omgevingstemperatuur 2 van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus.25°C
2.12ZONE1 C-EMISSIEHet aansluitingstype of zone 1 voor koelmodus: 0=FCU (ventilatorconvector), 1=RAD.(radiator), 2=FHL (vloerverwarmingscircuit)0/
2.13ZONE2 C-EMISSIEHet aansluitingstype of zone 2 voor koelmodus: 0=FCU (ventilatorconvector), 1=RAD.(radiator), 2=FHL (vloerverwarmingscircuit)0/
3.1WARMTEMODUSIn-/uitschakelen van warmtemodus1/
3.2t_T4_FRESH_HDe vernieuwingsinterval van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus0,5uur
OpdrachtnummerCode StaatStandaardEenheid
3.3T4HMAXDe maximale bedrijfsomgevingstemperatuur voor de warmtemodus25°C
3.4T4HMINDe minimale bedrijfsomgevingstemperatuur voor de warmtemodus-15°C
3.5dT1SH 5Het temperatuurverschil tussen T1 en T1S (de ingestelde watertemperatuur) voor het starten van de warmtepomp°C
3.6Het temperatuurverschil tussen de actuele kamertemperatuur Ta en de ingestelde kamertemperatuur Tas voor het starten van de warmtepomp.2dTSH°C
3.7t_INTERVAL_HDe tijdsinterval van het opstarten van de compressor in warmtemodus5min
3.8T1SetH1De temperatuurinstelling 1 van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus35°C
3.9T1SetH2De temperatuurinstelling 2 van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus28°C
3.10T4H1De omgevingstemperatuur 1 van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus-5°C
3.11T4H2De omgevingstemperatuur 2 van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus7°C
3.12ZONE1 H-EMISSIE 1Het aansluitingstype of zone 1 voor warmtemodus: 0=FCU (ventilatorconvector), 1=RAD.(radiator), 2=FHL (vloerverwarmingscircuit)/
3.13ZONE2 H-EMISSIE 2Het aansluitingstype of zone 2 voor warmtemodus: 0=FCU (ventilatorconvector), 1=RAD.(radiator), 2=FHL (vloerverwarmingscircuit)/
3.14GEFORCEERD ONTDOOENIn-/uitschakelen van GEFORCEERD ONTDOOEN 0=NEE, 1=JA0/
4.1T4AUTOCMINDe minimale bedrijfsomgevingstemperatuur voor koelen in de auto-modus25°C
4.2T4AUTOHMAXDe maximale bedrijfsomgevingstemperatuur voor verwarming in de auto-modus17°C
5.1WATERLOOP TEMP. In-/uitschakelen van WATERLOOP TEMP.: 0=NEE, 1=JA 1/
5.2KAMERTEMP. In-/uitschakelen van de KAMERTEMP.: 0=NEE, 1=JA 0/
5.3DUBBEL ZONEIn-/uitschakelen van de KAMERTHERMOSTA. DUBBEL ZONE: 0=NEE, 1=JA0/
5.4HMI maakt energie analyse mogelijkEnergie analyse: 0 = NEE, 1 = JA1/
6.1KAMERTHERMOSTA. 0Kamerthermostaattype: 0=NEE, 1=MODUS IN., 2=EEN ZONE, 3=DUBBEL ZONE/
6.2 MODE IN. PRIORITEIT 0Selecteer de prioriteitsstand in KAMERTHERMOSTA.: 0=WARM, 1=KOUD/
7.1IBH-FUNCTIESelecteer de modus waarop IBH (BACK-UPVERWARMING) kan lopen: 0=WARM+DHW, 1=WARM0 (DHW=geldig) 1(DHW=ongeldig)/
7.2IBH-LOCATEDe installatielocatie IBH(PIPLUS=0)0/
7.3dT1_IBH_ON 5Het temperatuurverschil tussen T1S en T1 voor het starten van de back-upverwarming.°C
7.4t_IBH_DELAYDe tijd dat de compressor actief is geweest voordat de eerste back-upverwarming zich inschakeit. Als de IBH in twee-fase controle staat, omvat de tijd de intervaltijd tussen twee inschakelingen van de back-upverwarming.30min
7.5T4_IBH_ONDe omgevingstemperatuur voor het starten van de back-upverwarming.-5°C
7.6P_IBH1 Voedingsingang IBH10kW
7.7P_IBH2 Voedingsingang IBH20kW
7.8AHS-FUNCTIEIn-/uitschakelen van de AHS-functie (EXTRA VERWARMINGSBRON) 0=NEE, 1=WARM, 2=WARM+DHW0/
7.9AHS_PUMPI-CONTROLESelecteer de bedrijfsstatus van de pomp wanneer alleen AHS draait: 0=AAN, 1=UIT0/
7.10dT1_AHS_ON 5Het temperatuurverschil tussen T1S en T1B voor het inschakelen van de extra verwarmingsbron°C
7.11t_AHS_DELAYDe tijd dat de compressor actief is gewoest voor het starten van de extra verwarmingsbron30min
7.12T4_AHS_ONDe omgevingstemperatuur voor het starten van de extra verwarmingsbron-5°C
7.13EnSWITCHPDC 0In- of uitschakelen van de functie dat warmtepomp en hulpwarmtebron automatisch schakelen op basis van bedrijfskosten: 0=NEE, 1=JA/
OpdrachtnummerCodeStaatStandaardEenheid
7.14GAS_COST Gasprijs 0,85€/m3
7.15ELE_COSTElektriciteitsprijs0,20€/kWh
7.16MAX_SETHEATERMaximum insteltemperatuur van extra warmtebron80°C
7.17MIN_SETHEATER MinimumInsteltemperatuur van extra warmtebron 30°C
7.18MAX_SIGHEATERDe spanning die overeenkomt met de maximale insteltemperatuur van de extra verwarmingsbron10V
7.19MIN_SIGHEATERDe spanning die overeenkomt met de minimale insteltemperatuur van de extra verwarmingsbron3V
7.20 TBH-FUNCTIEIn-/uitschakelen van de TBH-functie (TANKBOOSTERVERWARMING) 0=NEE, 1=JA1/
7.21 dT5_TBH_OFFHet temperatuurverschil tussen T5 en T5S (de ingestelde watertanktemperatuur) die de boosterverwarming uitschakelt.5°C
7.22 t_TBH_DELAYDe tijd dat de compressor heeft gelopen vóór het starten van de boosterverwarmer.30min
7.23T4_TBH_ONDe omgevingstemperatuur voor het starten van de tankboosterverwarming5°C
7.24 P_TBH Voedingsingang TBH 2kW
7.25SOLAR-FUNCTIEIn-/uitschakelen van SOLAR-functie 0=NEE, 1=ALLEEN ZONNE, 2=ZONNE+HP (WARMTEPOMP)0/
7.26 SOLAR-CONTROLEDe regelmethode van de zonnepomp (pomp_s): 0=Tsolar, 1=SL1SL20/
7.27 DELTASOL 10De afwijkende temperatuur die de SOLAR inschakelt°C
8.1T1S_H.A_HDe beoogde uitlaatwatertemperatuur voor ruimteverwarming in de vakantie weg-modus25°C
8.2T5S_H.A_DHWDe beoogde tanktemperatuur voor het verwarmen van leidingwater in de vakantie weg-modus25°C
12.1VLOERVOORVERWARMING-T1SDe temperatuurinstelling van het uitlaatwater tijdens de eerste vloervoorverwarming25°C
t_FIRSTFHLooptijd voor de eerste voorverwarming van de vloer72UUR
12.2VLOER DROGEN HOGERDe functie vloer drogen//
WARM UP TIJD (l_DRYUP)Temp-up-dagen voor het opdrogen van de vloer8DAG
HOUD TIJD (t_HIGHPEAK)Dagen voor het opdrogen van de vloer5DAG
TEMP.UIT TIJD (t_DRYD) 5Temp-down-dagen voor het opdrogen van de vloerDAG
PIEK TEMP.(l_DRYPEAK)Uitgangstemperatuur voor het opdrogen van de vloer45°C
START TIJD De starttijd van het drogen van de vloerTijd: de huidige tijd (niet op het uur +1, op het uur +2) Minuut:00u/min
START DATUM De startdatum van het drogen van de vloerDe huidige datumd/m/j
13.1AUTO HERSTART KOEL/WARM MODUSIn-/uitschakelen van het automatisch opnieuw starten van de koel-/warmtemodus. 0=NEE, 1=JA1/
13.2AUTO HERSTART DHW MODUSIn-/uitschakelen van het automatisch opnieuw starten van de Warmwatermodus (DHW). 0=NEE, 1=JA1/
14.1BEGRENZING VERMOGENINVOERHet type stroomingangsbeperking0/
15.1 M1M20 /Definieer de functie van de M1M2-schakelaar: 0=REMOTE AAN/UIT, 1=TBH AAN/UIT, 2=AHS AAN/UIT
15.2 SLIMSTROOMNET 0 /In-/uitschakelen van de SLIM STROOMNET: 0=NEE, 1=JA
15.3 T1T2Bedieningsopties van Poort T1T2: 0=NEE, 1= RT/Ta_PCB0/
15.4 Tbt 0 /In-/uitschakelen van de Tbt: 0=NEE, 1=JA
15.5P_X PORTSelecteer de functie van P_X PORT: 0=ONTDOOIEN, 1=ALARM0/
16.1PER_START Opstartpercentage van meerdere apparaten 10 %
16.2 TIJD_AANPASSENAanpassingstijd van plaatsen on uitnemen van apparaten 5min
16.3ADRES RESET Reset de adrescode van het apparaat FF /
17.1HMI INSTEL. 0Kies de HMI: 0=MASTER/
17.2HMI ADDRESS FOR BMS Stal het HMI-adres in voor BMS1/
17.3STOP BITBovenste computerstopbit: 1=STOP BIT1, 2=STOP BIT21/
18.1t_DELAY POMPDe tijd dat de compressor actief is geweest voor het starten van de pomp.2min
18.2t1_ANTILOCK POMPIntervaltijd anti-blokkeerpomp24h
18.3t2_ANTILOCK POMPRUN Looptijd anti-blokkeerpomp.60s
18.4t1_ANTIBLOKKEER SV Intervaltijd anti-blokkeerklep.24h
18.5t2_ANTILOCK SV RUNLooptijd anti-blokkeerklep.30s
18.6Ta_adj.De gecorrigeerde waarde van Ta op de bedrade controller.-2°C
18.7F-PIJPLENGTESelecteer de totale lengte van de vloeistofleiding (F-PIJPLENGTE): 0=F-PIJPLENGTE<10m, 1=F-PIJPLENGTE>= 10m0/
18.8PUMP_I STILL UITGANGDe maximale uitgangslimiet van pomp_I.100%

Het wachtwoord om toegang te krijgen tot VOOR ASSISTENTIEDIENST is 234

12 EINDCONTROLES EN EINDTEST

De installateur moet na de installatie de correcte werking van de unit controleren.

12.1 Eindcontroles

Lees de volgende aanbevelingen alvorens het apparaat in te schakelen:

  • Wanneer de installatie en de parameterinstelling voltooid zijn, moet al het plaatwerk van de unit goed worden afgedekt.
  • Het onderhoud van de unit moet door vakmensen uitgevoerd worden.

12.2 Test werking (handmatig)

De TESTMODUS wordt gebruikt om de correcte werking van de kleppen, de ontluchting, de werking van de circulatiepomp, de koeling, de verwarming en de verwarming van sanitair warm water te controleren.

Ga naar □ > VOOR ASSISTENTIEDIENST > 11. TESTMODUS.

Druk op : Het wachtwoord is 234. De volgende pagina zal weergegeven worden.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Test werking (handmatig) - 1

text_image 11 TESTMODUS DE INSTELLINGEN EN DE "TESTMODUS" ACTIVEREN? NEE JA BEVESTIGEN

Als JA geselecteerd wordt, zullen de volgende pagina's weergegeven worden:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Test werking (handmatig) - 2

text_image 11 TESTMODUS 11.1 CONTROLE PUNTEN 11.2 ONTLUCHTING 11.3 ACTIVERING CIRCUL.POMP 11.4 ACTIVERING KOELMODUS 11.5 ACTIVERING WARMTEMODUS BEVESTIG

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Test werking (handmatig) - 3

text_image 11 TESTMODUS 11.6 ACTIVERING DHW-MODUS BEVESTIG

Als CONTROLE PUNTEN geselecteerd wordt, worden de volgende pagina's weergegeven:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Test werking (handmatig) - 4

text_image 11 TESTMODUS 1/3 SV2 OFF SV3 OFF PUMPI OFF PUMPO OFF PUMPC OFF ON/OFF

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Test werking (handmatig) - 5

text_image 11 TESTMODUS 2/3 IBH OFF AHS OFF SV1 OFF PUMPD OFF PUMPS OFF ON/OFF

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - Test werking (handmatig) - 6

text_image 11 TESTMODUS 3/3 TBH OFF ON/OFF

Druk op ▼ ▲ om naar de onderdelen te scrollen die u wilt controleren en druk op ⏻

OPGELET

Controleer, alvorens CONTROLE PUNTEN te gebruiken, of het watersysteem en de tank vol water zijn en of de lucht uitgestoten is, anders kunnen de pomp of de backupverwarming (optioneel) kapot gaan.

Als ONTLUCHTING geselecteerd is, zal de volgende pagina weergegeven worden

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 1

text_image 11 TESTMODUS (CONTROLE PUNTEN) UITL. POMPI ONTLUCHTING 70% WERKTIJD ONTLUCHTING 20min BEVESTIGEN VERLATEN BEVESTIGEN

POMPI werkt in lijn met het uitgangsvermogen en de ingestelde werkduur.

Wanneer ACTIVERING CIRCUL.POMP geselecteerd wordt, wordt de volgende pagina weergegeven:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - OPGELET - 2

text_image 11 TESTMODUS Testmodus actief Circulatiepomp actief BEVESTIGEN

Wanneer de circulatiepomp in werking is, zullen alle in werking zijnde onderdelen stoppen. 60 seconden erna zal SV1 uitgeschakeld zijn, zal SV2 ingeschakeld zijn, 60 seconden erna zal POMPI werken. 30s erna, als de debietmeter de normale stroom gecontroleerd heeft, zal POMPI gedurende 3min werken, nadat de pomp gedurende 60 seconden gestopt is, zal SV1 sluiten en zal SV2 uitgeschakeld zijn. 60 seconden erna, zullen zowel POMPI als POMPO in werking treden, 2 minuten erna zal de debietmeter de stroming van het water controleren. Als de debietmeter gedurende 15s sluit, werken POMPI en POMPO tot het volgende commando ontvangen wordt.

Wanneer de werkmodus van de koeling geselecteerd wordt, wordt de volgende pagina weergegeven:

11 TESTMODUS

Testmodus actief

Koelmodus actief.

De watertemperatuur in de uitlaat is 15°C.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - TESTMODUS - 1

BEVESTIGEN

Tijdens het testen van de KOELMODUS is de preset temperatuur van het water in de uitlaat 7°C. De unit zal werken zolang de temperatuur van het water niet onder een bepaalde waarde daalt of zolang geen volgend commando ontvangen wordt.

Wanneer de functie ACTIVERING WARMTEMODUS geselecteerd wordt, wordt de volgende pagina weergegeven:

11 TESTMODUS

Testmodus actief

Warmtemodus actief.

De watertemperatuur in de uitlaat is 15°C.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - TESTMODUS - 1

BEVESTIGEN

Tijdens het testen van de WARMTEMODUS, is de preset watertemperatuur in de uitlaat 35°C. IBH (interne backupverwarming) wordt ingeschakeld nadat de compressor gedurende 10 minuten aan het werk is. Na 3 minuten werking van IBH wordt IBH uitgeschakeld, de warmtepomp werkt zolang de watertemperatuur niet tot de bepaalde waarde stijgt of zolang geen volgend commando ontvangen wordt.

Wanneer ACTIVERING DHW-MODUS geselecteerd wordt, wordt de volgende pagina weergegeven:

11 TESTMODUS

Testmodus actief

DHW-modus actief.

De watertemperatuur in de uitlaat is 15°C.

De temperatuur van de DHW-tank is 13°C.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - TESTMODUS - 1

BEVESTIGEN

Tijdens het testen van de DHW-modus is de nominale preset temperatuur van het sanitair water 55°C. TBH (tank booster heater - boosterverwarming van de tank) wordt ingeschakeld nadat de compressor gedurende 10 minuten gewerkt heeft. TBH zal 3 minuten erna uitgaan, de warmtepomp zal werken zolang de watertemperatuur niet tot een bepaalde waarde stijgt of tot het volgende commando.

Tijdens het testen is geen enkele knop geldig behalve ←.

Druk om het testen te onderbreken op de knop ←

Als de unit bijvoorbeeld in de ontluchtingsmodus staat, wordt nadat op 4 gedrukt is de volgende pagina weergegeven:

Druk op om met de cursor naar JA te scrollen en druk vervolgens op. Het testen wordt uitgeschakeld.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - BEVESTIGEN - 1

text_image 11 TESTMODUS (CONTROLE PUNTEN) UITL. POMPI ONTLUCHTING 70% WERKTIJD ONTLUCHTING 20min BEVESTIGEN VERLATEN BEVESTIGEN

Druk op om de parameters te regelen, klik op "BEVESTIG" om de instellingsparameters te verzenden die op de volgende pagina's weergegeven zullen worden:

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - BEVESTIGEN - 2

text_image 11 TESTMODUS (CONTROLE PUNTEN) UITL. POMPI ONTLUCHTING 70% WERKTIJD ONTLUCHTING 20min WATERSTROOM VAN ONTLUCHTING 1,7m³/h DRUK WAT. ONTLUCHTING --bar BEVESTIGEN BEVESTIGEN

Druk op "TERUG" om naar het scherm voor de instelling van de parameters van ONTLUCHTING te gaan

13 ONDERHOUD EN SERVICE

Om de optimale beschikbaarheid van de unit te handhaven, is het noodzakelijk om met regelmatige intervallen een reeks controles en inspecties op de unit en op de veldbekabeling uit te voeren.

Dit onderhoud moet uitgevoerd worden door uw plaatselijke technicus.

GEVAAR

  • Voordat om het even welke onderhoudsingreep of reparatie uitgevoerd wordt, moet de voeding op het voedingspaneel uitgeschakeld worden.
  • Raak na de uitschakeling van de voeding gedurende 10 minuten geen enkel onder spanning staand deel aan.
  • De krukasverwarming van de compressor kan ook op stand-by werken.
  • Houd er rekening mee dat sommige delen van de elektrische componentenkast heet zijn.
  • Het is verboden de geleidende delen aan te raken.
  • Het is verboden de unit af te spoelen. Deze handeling kan elektrische schokken of brand veroorzaken.

Het is verboden de unit onbewaakt achter te laten wanneer het servicepaneel verwijderd is.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - GEVAAR - 1

text_image De testmodusfunctie (ONTLUCHTING) uitschakelen? NEE JA BEVESTIGEN

De volgende controles moeten tenminste een keer per jaar uitgevoerd worden door een gekwalificeerd persoon.

• Druk van het water

- Controleer de druk van het water: is die lager dan 1 bar, vul de installatie dan met water.

- Waterfilter

- Reinig het waterfilter.

• Wateroverdrukklep

- Controleer de correcte werking van de overdrukklep door de zwarte knop op de klep linksom te draaien:

In het geval dat het water uit de unit blijft stromen, sluit dan eerste de afsluiters van inlaat en uitlaat van het water en neem dan contact op met de plaatselijke verkoper.

- Buigzame leiding van de drukafvoerklep

Controleer of de buigzame leiding van de drukafvoerklep op passende wijze in positie gebracht is om het water af te voeren.

- Isolatiedeksel van het vat van de backupverwarming

-Controleer of het isolatiedeksel van de backupverwarming stevig vastgezet is rondom de houder van de backupverwarming.

• Drukafvoerklep van de tank van het sanitair warm water (veldvoeding)

- Wordt alleen toegepast op de installations met een tank voor sanitair warm water; controleer de correcte werking van de drukafvoerklep op de tank van het sanitair warm water.

• Verwarming van de boiler van het sanitair warm water

-Geldt alleen voor installaties met tank voor sanitair warm water. Er wordt aangeraden de kalkaanslag op de boosterverwarming te verwijderen om de duur ervan te verlengen, vooral in regio's met hard water. Om dit te doen: leeg de opslagtank van het sanitair warm water, verwijder de boosterverwarming van de opslagtank van het sanitair warm water en dompel hem gedurende 24 uur in een emmer (of iets gelijkardigs) die gevuld is met een product voor de verwijdering van kalk.

• Schakelkast van de unit

- Verricht een grondige visuele inspectie van de schakelkast en ga op zoek naar zichtbare gebreken zoals losgeraakte aansluitingen of een defecte bekabeling.

- Controleer de correcte werking van de contactschakelaars met een ohmmeter. Alle contacten van deze contactschakelaars moeten in de geopende stand staan.

- Gebruik van glycol (zie 9.3.4 "Antivriesbescherming van het watercircuit").

Documenteer de glycolconcentratie en de pH-waarde in het systeem minstens een keer per jaar.

Een pH-waarden van minder dan 8,0 betekent dat een aanzienlijk deel van de remmer uitgeput is en dat het moet worden aangevuld.

- Is de pH-waarde lager dan 7,0 dan is oxidatie van de glycol opgetreden, het systeem moet gedraineerd en grondig gespoeld worden voordat ernstige schade optreedt.

- Controleer of de verwijdering van de glycoloplossing plaatsvindt in overeenstemming met de wetten en de plaatselijke regelgeving op dat gebied.

Dit hoofdstuk bevat nuttige informatie voor de diagnose en de correctie van enkele problemen die in de unit kunnen optreden. Deze probleemoplossing en de daarmee verband houdende corrigerende acties mogen alleen door uw plaatselijke technicus worden uitgevoerd.

14.1 Algemene richtlijnen

Voer voorafgaand aan de probleemoplossingsprocedures een grondige visuele inspectie uit van de unit en zoek naar zichtbare gebreken zoals losse aansluitingen of defecte bekabeling.

⚠ WAARSCHUWING

Zorg tijdens het inspecteren van de schakelkast van de unit er altijd voor dat de hoofdschakelaar van de unit is uitgeschakeld.

Als een veiligheidsvoorziening werd geactiveerd, moet u de unit stoppen en achterhalen waarom deze werd geactiveerd alvorens hem te resetten. In geen geval kunnen de veiligheidsvoorzieningen gewijzigd worden of aangesloten worden op een andere klep dan die in de fabriek ingesteld is. Als men er niet in slaagt de oorzaak van het probleem te vinden, neem dan contact op met de plaatselijke verkoper.

Als de drukafvoerklep niet goed werkt en moet worden vervangen, sluit de flexibele leiding dan altijd weer aan op de drukafvoerklep om te voorkomen dat water uit de unit druppelt!

14.2 Algemene symptomen

Symptoom 1: De unit is ingeschakeld maar is niet aan het verwarmen of aan het koelen zoals beoogd wordt

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE ACTIE
De instelling van de temperatuur is niet correct.Controleer de parameters (T4HMAX, T4HMIN in de verwarmingsmodus; T4CMAX, T4CMIN in de koelmodus; T4DHWMAX, T4DHWMIN in de DHW-modus). Voor het instellingsgamma van de parameters wordt verwezen naar hoofdstuk 11.1 Configuratie van de parameters.
De waterstroom is te laag.• Controleer of alle sluitkleppen van het watercircuit in de correcte positie staan.• Controleer of het waterfilter verstopt is.• Controleer of er geen lucht in het watersysteem is.• Controleer de waterdruk.De druk van het water moet > 1,5 bar zijn.• Controleer of het expansievat niet kapot is.
Het watervolume in de installatie is te laag.Controleer of het watervolume in de installatie groter is dan het vereiste minimale niveau. We verwijzen naar hoofdstuk 9.3.2 Watervolume en dimensionering van de expansievaten.

Symptoom 2: De unit is ingeschakeld maar de compressor start niet.

MOGELIJKE OORZAKENCORRIGERENDE ACTIE
De unit werkt mogelijk buiten zijn werkingsveld (de watertemperatuur is te laag).In het geval van een lage watertemperatuur gebruikt het systeem de backupverwarming om eerst de minimale temperatuur van het water te bereiken ( 12^ ).• Controleer of de voeding van de backupverwarming correct is.• Controleer of de thermische zekering van de backupverwarming gesloten is.• Controleer of de thermische beveiliging van de backupverwarming niet geactiveerd is.• Controleer of de contactschakelaars van de backupverwarming niet kapot zijn.

Symptoom 3: De pomp maakt lawaai (cavitatie)

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE ACTIE
Er is lucht in het systeem. Voer de ontluchting uit.
De waterdruk in de inlaat van de pomp is te laag.Controleer de waterdruk.De druk van het water moet >1,5 bar zijn.Controleer of het expansievat niet kapot is.Controleer of de instelling van de voordruk van het expansievat correct is.

Symptoom 4: De afvoerklep van de waterdruk gaat open

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE ACTIE
Het expansievat is kapot. Vervang het expansievat.
De waterdruk van de vulling in de installatie is groter dan 0,3MPa.Controleer of de waterdruk van de vulling in de installatie circa 0,10~0,20Mpa is.

Symptoom 5: De drukafvoerklep van het water lekt

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE ACTIE
Er is vuil dat de uitlaat van de drukafvoerklep van het water blokkeert.Controleer de correcte werking van de overdrukklep door de zwarte knop op de klep linksom te draaien:Als geen claxon gehoord wordt, neem dan contact op met de eigen plaatselijke verkoper.In het geval dat het water uit de unit blijft stromen, sluit dan eerste de afsluiters van inlaat en uitlaat van het water en neem dan contact op met de plaatselijke verkoper.

Symptoom 6: Schaarse verwarmingscapaciteit van de vertrekken bij lage buitentemperaturen

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE ACTIE
De werking van de backupverwarming is niet geactiveerd.Controleer of "ANDERE VERWARMINGSBRON/IBH-FUNCTIE" geactiveerd is.Controleer of de thermische beveiliging van de backupverwarming al dan niet geactiveerd is.Controleer of de boosterverwarming in werking is de backupverwarming en de boosterverwarming mogen niet gelijktijdig werken.
Een excessieve capaciteit van de warmtepomp wordt gebruikt voor de verwarming van sanitair warm water (geldt alleen voor de installaties met tank voor sanitair warm water).Controleer of "t_DHWHP_MAX" en "t_DHWHP_RESTRICT" op passende wijze geconfigureerd zijn:Controleer of "DHW PRIORITY" (PRIORITEIT DHW) op de gebruikersinterface gedeactiveerd is.Schakel "T4_TBH_ON" in op de gebruikersinterface/VOOR ASSISTENTIEDIENST om de boosterverwarming te activeren voor de verwarming van het sanitair water.

Symptoom 7: De verwarmingsmodus kan niet onmiddellijk naar de DHW-modus overgaan

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE ACTIE
Het volume van de tank is te klein en de positie van de watertemperatuursonde is niet voldoende hoogStel "dT1S5" in op de klep voor het maximum en stel "t_DHWHP_RESTRICT" in op de klep voor het minimum.Zet dT1SH op 2°C.Schakel TBH in en TBH moet door de buitenunit gecontroleerd worden.Als AHS beschikbaar is, schakel die dan eerst in, als aan de vereiste voor het inschakelen van de warmtepomp voldaan is zal de warmtepomp ingeschakeld worden.Als zowel TBH als AHS niet beschikbaar zijn, probeer dan om de positie van sonde T5 te veranderen (zie 2 "ALGEMENE INTRODUCTIE").

Symptoom 8: De DHW-modus kan niet onmiddellijk naar de Verwarmingsmodus overgaan

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE ACTIE
Warmtewisselaar voor de verwarming van de vertrekken is niet voldoende grootStel "t_DHWHP_MAX" in op de klep voor het minimum, de aangeraden klep is 60min.Als de circulatiepomp buiten de unit niet door de unit gecontroleerd wordt, probeer dan om hem op de unit aan te sluiten.Voeg een 3-wegklep toe aan de inlaat van de ventilatorconvector om een voldoende waterstroom te garanderen.
De lading van de verwarming van de vertrekken is kleinNormaal, er is geen verwarming nodig
De desinfectiefunctie is ingeschakeld maar zonder TBHDeactiveer de desinfectiefunctieVoeg TBH of AHS toe voor de DHW-modus
Activeer met de hand de functie FAST WATER (SNEL WATER), als het warme water aan de vereisten voldoet, slaagt de warmtepomp er niet in om op tijd naar de conditioneringsmodus over te gaan wanneer de airconditioner vereist isDeactiveer de functie SNEL WATER met de hand
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is, het warme water niet voldoende is en AHS niet geactiveerd wordt of te laat geactiveerd wordtStel "T4DHWMIN" in, de aangeraden klep is > -5°CStel "T4_TBH_ON" in, de aangeraden klep is > 5°C
Prioriteit DHW-modusAls er een AHS of IBH op de unit aangesloten is, en hydraulische module defect is, moet de binnenunit in de DHW-modus werken tot de watertemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt alvorens naar de verwarmingsmodus over te gaan.

Symptoom 9: De warmtepomp onderbreekt in de DHW-modus de werking maar het setpoint wordt niet bereikt, de verwarming van de vertrekken vereist warmte maar de unit blijft in de DHW-modus

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE ACTIE
Oppervlak van de spoel in de tank niet voldoende grootDezelfde oplossing als voor Symptoom 7
TBH of AHS niet beschikbaar• Controleer of IBH (AHS of TBH) ingesteld is op een geldige wijze in "VOOR ASSISTENTIEDIENST", of controleer of IBH ingesteld is op een geldige wijze door de DIP-switch op de hoofdbesturingskaart van de hydraulische module.• Controleer of IBH (AHS of TBH) beschadigd is.

14.3 Storingscodes

Voor een reeks storingscodes en de bijbehorende betekenis wordt verwezen naar onderstaande tabel.

Verricht een reset van de unit door deze in te schakelen of uit te schakelen.

Als de reset van de unit niet geldig is, neem dan contact op met de plaatselijke verkoper.

BOVENSTE UNIT DISPLAY Nr.STORINGSCODESTORING VAN WERKING OF BEVEILIGING
1EOStoring van de werking van de waterstroom (na 3 keer E8)
3EEStoring van de werking van de communicatie tussen de besturingskaart en de hydraulische module
4E3Storing van de werking van de temperatuursonde van het totale water in de uitlaat (T1)
5EHStoring van de werking van de temperatuursonde van de watertank (T5)
8E7Storing van de werking van de bovenste sensor van de buffertank (Tbl)
9E8Storing van de werking van de waterstroom
12EbStoring van de werking van de zonnesensor (Tsolar)
14EdStoring van de werking van de temperatuursensor van het water in de inlaat (Tw_in)
15EEStoring van de werking van de hydraulische module Eeprom
39HOStoring van de werking van de communicatie tussen de hoofdbesturingskaart en de kaart van de hydraulische module
41HEStoring van de werking van de temperatuursonde van de koelvloeistof (T2)
42H3Storing van de werking van de temperatuursonde van het koelgas (T2B)
44H5Storing van de werking van de omgevingstemperatuursonde (Ta)
48H9Slechte werking van de sonde van het water in de uitlaat voor zone 2 (Tw2)
49HaStoring van de werking van de temperatuursensor van het water in de uitlaat (Tw_out)
50HbDrie keer beveiliging PP en Tw_out onder de 7 °C
52HdStoring van de werking van de communicatie tussen masterunit en slave-unit
25PS|Tw_out-Tw_in| Beveiliging waarde te groot
31 Antivriesmodus
BOVENSTE UNIT DISPLAY Nr.STORINGSCODESTORING VAN WERKING OF BEVEILIGING
38PP| Tw_out-Tw_in | Afwijkende beveiliging
2E1Faseverlies of nulkabel en onder spanning staande kabel zijn verwisseld aangesloten.
6ESStoring in de werking van de temperatuursensor van de warmtewisselaar luchtzijde (T3)
7E6Storing in de werking van de omgevingstemperatuursensor (T4)
10E9Storing in de werking van de aanzuigtemperatuursonde (Th)
11EaStoring in de werking van de afvoertemperatuursensor (Tp)
40HIStoring in de werking van de communicatie tussen de hoofdbesturingskaart en de kaart van de inverter
43H4Drie keer beveiliging L0
45H6Storing van de werking van de DC-ventilator
46H7Spanningsbeveiliging
47H8Storing van de werking van de druksensor
54HFStoring van de werking van de kaart van de module van de inverter EEprom
55HH10 keer H6 in 2 uur
57HPBeveiliging tegen laagspanning in koelmodus
20POBeveiliging lagedrukschakelaar
21PIBeveiliging hogedrukschakelaar
23P3Beveiliging tegen overstroom compressor.
24P4Beveiliging afvoertemperatuur te hoog
33PdBeveiliging hoge temperatuur tegen temperatuur van de warmtewisselaar luchtzijde (T3).
65C7Beveiliging hoge temperatuur van de invertermodule
116FIBeveiliging laagspanning DC-bus
134LOBeveiliging inverter of compressor
135LIBeveiliging laagspanning DC-bus.
136L3Beveiliging hoogspanning DC-bus
137L3Fout stroombemonstering van het PFC-circuit
138L4Rotatieblokkadebeveiliging
139LSNulsnelheidsbeveiliging
141L7Beveiliging tegen faseverlies van de compressor
121F6Defect EXV1
106bRSensor T4 buiten bedrijfsrange.

OPGELET

Als de unit in de winter een E0- en Hb-storing heeft en niet op tijd wordt gerepareerd, kunnen de waterpomp en het leidingensysteem beschadigd raken door bevriezing, dus E0- en Hb-storingen moet op tijd worden gerepareerd.

15 TECHNISCHE SPECIFICATIES

15.1 Algemeen

ModelEenfaseEenfaseDriefase
6/8/1012/14/1612/14/16
Nominale capaciteitZie de technische gegevens
Afmetingen H*L*P865*1040*410mm865*1040*410mm865*1040*410mm
Afmetingen van de verpakking H*L*P970*1190*560mm970*1190*560mm970*1190*560mm
Gewicht
Nettogewicht87 kg106 kg120 kg
Brutogewicht103 kg122 kg136 kg
Aansluitingen
Inlaat/uitlaat water G1"BSPG1 1/4"BSP G1 1/4"BSP
Afvoer van het waterKoppeling voor de buigzame leiding
Expansievat
Volume5L
Maximale bedrijfsdruk (MWP)8 bar
Pomp
TypeWatergekoeldWatergekoeldWatergekoeld
Aantal snelhedenVariabele snelheidVariabele snelheidVariabele snelheid
Watercircuit van de overdrukklep3 bar
Bedrijfsbereik - waterzijde
Verwarming+15~+65°C
Koeling+5~+25°C
Sanitair warm water met warmtepomp+15~+60°C
Bedrijfsbereik - luchtzijde
Verwarming-25~+35°C
Koeling-5~+43°C
Sanitair warm water met warmtepomp-25~+43°C

15.2 Elektrische specificaties

Model6/8/10/12/14/1612T/14T/16T
StandaardunitVoeding220-240V~ 50Hz380-415V 3N~ 50Hz
Nominale bedrijfsstroomZie “9.6.4 Vereisten voor veiligheidsvoorzieningen”

16 ONDERHOUDSINFORMATIE

1) Controles in het gebied

Voordat er wordt begonnen aan de werkzaamheden op systemen die brandbare koelmiddelen bevatten, moeten veiligheidscontroles worden uitgevoerd om het risico op ontsteking tot een minimum te beperken. Voor reparaties aan het koelmiddelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen voordat er wordt begonnen aan de werkzaamheden aan het systeem.

2) Werkprocedure

Werkzaamheden moeten middels een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico op de aanwezigheid van brandbaar gas/damp tijdens het werk tot een minimum te beperken.

3) Algemeen werkgebied

Al het onderhoudspersoneel en andere personen die werkzaam zijn in de omgeving moeten instructies ontvangen over de aard van het werk dat zal worden uitgevoerd. Vermijd het om in kleine ruimtes te werken. Het gebied rond het werkgebied moet worden afgezet. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn gemaakt door middel van controle op de aanwezigheid van brandbare materialen.

4) Controle van de aanwezigheid van koelmiddel

Het werkgebied moet voor en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, zodat de technicus zich bewust is van een mogelijk brandbare omgevingslucht. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met brandbare koelmiddelen, dus vonkvrij, goed afgesloten of intrinsiek veilig.

5) Aanwezigheid van een brandblusser

Als heet werk uitgevoerd moet worden op de koelinstallatie of op bijbehorende onderdelen, moet passende brandblusapparatuur voorhanden zijn. Houd een poederblusser of CO2-brandblusser in de buurt van het vulgebied.

6) Geen ontstekingsbronnen

Personen die werkzaamheden uitvoeren op een koelsysteem waarbij leidingen met brandbaar koelmiddel, of leidingen waar brandbaar koelmiddel in gezeten heeft, worden blootgelegd, mogen nooit op zodanige wijze ontstekingsbronnen gebruiken dat dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder het roken van sigaretten, moeten zo ver mogelijk uit de buurt worden gehouden van de locatie waar installatie-, reparatie-, verwijderings- en afvoerwerkzaamheden plaatsvinden, waarbij brandbaar koelmiddel mogelijk vrijkomt in het omliggend gebied. Voorafgaand aan de werkzaamheden, moet het gebied rondom de apparatuur worden geïnspecteerd om brand- of ontstekingsgevaren uit te sluiten. Er moeten borden aangebracht worden met de tekst "VERBODEN TE ROKEN".

7) Geventileerd gebied

Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of goed geventileerd is voordat u het systeem binnengaat of hete werkzaamheden verricht. Ook tijdens de werkzaamheden moet een zekere mate van ventilatie worden aangehouden. De ventilatie moet het vrijgekomen koelmiddel veilig verspreiden en bij voorkeur naar de buitenlucht afvoeren.

8) Controles op de koelapparatuur

Vervangende elektrische componenten moeten geschikt zijn voor hun beoogde doel en conform de correcte specificaties zijn. De onderhouds- en assistentierichtlijnen van de fabrikant moeten altijd worden nageleefd. Neem bij twijfel contact op met het technische kantoor van de fabrikant voor assistentie. De volgende controles moeten worden toegepast op installaties die gebruik maken van brandbare koelmiddelen:

• De laadhoeveelheid is afhankelijk van de afmetingen van de ruimte waarin de koelmiddelhoudende onderdelen zijn geïnstalleerd;

- De ventilatiemachines en de uitlaten werken naar behoren en worden niet belemmerd;

- Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moeten de secundaire circuits worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; de markering op de apparatuur moet zichtbaar en leesbaar blijven.

- Markeringen en borden die onleesbaar zijn moeten worden gecorrigeerd;

- De koelleidingen of de koelcomponenten moeten worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan ongeacht welke stof die de componenten met koelmiddel kan aantasten, tenzij de componenten zijn gemaakt van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie.

9) Controle van elektrische apparaten

Voorafgaand aan de reparatie en onderhoud aan elektrische componenten moeten veiligheidscontroles en componenteninspectieprocedures worden uitgevoerd. Bij een defect dat de veiligheid in gevaar kan brengen, mag geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten tot de storing naar tevredenheid is verholpen. Als het defect niet meteen kan worden verholpen maar het noodzakelijk is verder te gaan met de werking moet een passende tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit zal worden gemeld aan de eigenaar van de apparatuur zodat alle partijen op de hoogte zijn.

De voorafgaande veiligheidscontroles bevatten:

• de condensatoren moeten ontladen zijn: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen;
- er mogen geen onder spanning staande componenten en bedrading zijn tijdens het vullen, de terugwinning of de ontluchting van het systeem;
- er moet continuïteit in de aarding zijn.

10) Reparatie van afgedichte onderdelen

a) Bij het repareren van afgedichte onderdelen moet voor het verwijderen van afgedichte deksels enz. eerst alle elektrische voeding zijn losgekoppeld van de apparatuur waaraan zal worden gewerkt. Als elektrische voeding absoluut noodzakelijk is tijdens het onderhoud van de apparatuur, moet een permanente vorm van lekdetectie worden geplaatst bij het meest kritieke punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.
b) Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de onderstaande punten om ervoor te zorgen dat de behuizing tijdens de werkzaamheden aan elektrische componenten niet dusdanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau negatief wordt beïnvloed. Dit omvat schade aan kabels, een buitensporig aantal aansluitingen, aansluitklemmen die niet volgens de originele specificaties zijn, schade aan pakkingen, verkeerde montage van kabeldoorvoeren, enz.

- Controleer of de apparatuur op veilige wijze gemonteerd is.

- Controleer of de pakkingen of de afdichtingsmaterialen niet dusdanig aangetast of beschadigd zijn dat ze het binnendringen van brandbare omgevingslucht niet meer voorkomen. Vervangende onderdelen moeten voldoen aan de specificaties van de fabrikant.

OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - ONDERHOUDSINFORMATIE - 1

OPMERKING

Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige lekdetectieapparatuur negatief beïnvloeden. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat u eraan werkt.

11) Reparatie van intrinsiek veilige componenten

Pas geen permanente inductieve of capacitieve belasting toe op het circuit zonder gecontroleerd te hebben of deze niet hoger is dan de toelaatbare spanning en stroomsterkte voor de gebruikte apparatuur. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige typen waaraan gewerkt kan worden wanneer ze onder spanning staan in aanwezigheid van een brandbare omgevingslucht. De testapparatuur moet de juiste classificatie hebben. Vervang componenten alleen door componenten die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Het gebruik van andere componenten kan tot gevolg hebben dat het koelmiddel, na een lek, ontstoken wordt in de atmosfeer.

12) Bedrading

Controleer of de bedrading niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de gevolgen van veroudering of continue trillingen van bronnen, zoals compressoren of ventilatoren.

13) Detectie van brandbare koelmiddelen

In geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddellekken. Een halidelamp (of ongeacht welke andere detector met een niet-afgeschermde vlam) mag niet worden gebruikt.

14) Lekdetectiemethoden

De volgende lekdetectiemethoden zijn aanvaardbaar voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren moeten worden gebruikt om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid is mogelijk niet afdoende of moet opnieuw worden gekalibreerd. (detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrij gebied). Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het koelmiddel. De lekdetectieapparatuur moet op een LFL-percentage van het koelmiddel worden ingesteld en worden gekalibreerd aan de hand van het gebruikte koelmiddel en het passende gaspercentage (maximaal 25%) wordt bevestigd. De lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen maar het gebruik van schoonmaakmiddelen met chloor moet worden vermeden omdat de reactie van chloor met het koelmiddel de koperen leidingen kan corroderen. Als een lek vermoed wordt, moeten alle niet-afgeschermde vlammen verwijderd of gedoofd worden. Wanneer een koelmiddellek vastgesteld wordt dat hard moet worden gesoldeerd, moet alle koelmiddel uit het systeem worden teruggewonnen of worden geïsoleerd (met behulp van afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat ver verwijderd is van het lek. Het systeem moet zowel voor als tijdens het hard solderen worden doorgespoeld met zuurstofvrije stikstof (OFN genoemd).

15) Verwijdering en evacuatie

Conventionele procedures moeten worden toegepast bij het onderbreken van het koelcircuit voor het uitvoeren van reparatie-ingrepen of voor ongeacht welk ander doel Met het oog op brandgevaar is het echter belangrijk om de beste praktijken te volgen. De volgende procedures moeten worden nageleefd:

  • Verwijder het koelmiddel;
  • Spoel het systeem door met inert gas;
    • Evacueer;
  • Spoel het opnieuw door met inert gas;
  • Open het circuit door snijden of hard-solderen.

Het koelmiddel moet worden teruggewonnen in de daarvoor bestemde opvangcilinders. Het systeem moet worden gespoeld met OFN om de unit veilig te stellen. Dit proces moet mogelijk meerdere keren herhaald worden.

Perslucht of zuurstof mogen niet worden gebruikt voor deze taak.

Het doorspoelen wordt gedaan door het vacuum in het systeem te onderbreken met OFN en door te gaan met vullen tot de bedrijfsdruk is bereikt, om vervolgens naar de omgevingslucht te ventileren en tot slot opnieuw het vacuum te creëren. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koelmiddel meer in het systeem zit.

Wanneer de laatste vulling van OFN wordt toegepast, zal het nodig zijn het systeem te ontluchten tot aan de atmosferische druk die nodig is om de uitvoering van de werkzaamheden mogelijk te maken.

Deze handeling is absoluut noodzakelijk wanneer er hard-soldeerwerkzaamheden moeten worden verricht op de leidingen. Controleer of de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en of voldoende ventilatie beschikbaar is.

16) Vulprocedures

Naast de conventionele vulprocedures moeten de volgende voorschriften worden nageleefd:

  • Vermijd kruisverontreiniging van verschillende koelmiddelen wanneer de vulapparatuur gebruikt wordt. Om de hoeveelheid koelmiddel in slangen of leidingen tot een minimum te beperken, moet u ervoor zorgen dat deze zo kort mogelijk zijn.
  • De cilinders moeten rechtop staan.
  • Controleer of het koelmiddelsysteem geaard is voordat u het systeem vult met koelmiddel.
  • Label het systeem wanneer het is gevuld (indien dit nog niet is gebeurd).
    • U dient maximaal goed op te letten en ervoor te zorgen dat het koelsysteem niet overmatig wordt gevuld.
  • De druk van het systeem moet eerst worden getest met OFN voordat het wordt gevuld. Het systeem moet na het vullen en voor inbedrijfstelling worden getest op lekken. Een aanvullende lektest moet worden uitgevoerd voordat de locatie wordt verlaten.

17) Deactivering

Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het noodzakelijk dat de technicus op gedetailleerde wijze vertrouwd is geraakt met de apparatuur. De beste praktijk is dat alle koelmiddel veilig wordt teruggewonnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd moet een monster worden genomen van de olie en het koelmiddel.

Voor het geval dat analyse vereist is voorafgaand aan het hergebruik van het teruggewonnen koelmiddel, is het van essentieel belang dat de elektrische voeding beschikbaar is voordat aan de taak wordt begonnen.

a) Raak vertrouwd met de apparatuur en zijn werking.
b) Isoleer het systeem elektrisch
c) Voer de volgende handelingen uit alvorens de procedure te proberen:

  • Mechanische uitrustingen zijn indien nodig beschikbaar voor de verplaatsing van koelmiddelcilinders;
    • Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn beschikbaar en worden correct gebruikt;
  • Het terugwinningsproces moet altijd onder toezicht staat van een competent persoon;
  • De uitrustingen en cilinders voor de terugwinning voldoen aan de van kracht zijnde normen.

d) Pomp het koelmiddelsysteem af, indien mogelijk.

e) Als een vacuum niet mogelijk is, maak dan een collector zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.

f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal wordt gezet voordat de terugwinning plaatsvindt.
g) Start de terugwinningsmachine en handel in overeenstemming met de door de fabrikant verstrekte instructies.
h) Vul de cilinders niet overmatig. (niet meer dan 80% van het totale vloeistofvolume).
i) Overschrijd niet de maximale bedrijfsdruk van de cilinder, zelfs niet tijdelijk.
j) Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moet u ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en alle isolatiekleppen op de apparatuur zijn gesloten.

k) Het teruggewonnen koelmiddel mag niet worden gebruikt in een ander koelmiddelsysteem, tenzij het wordt gezuiverd en gecontroleerd.

18) Labeling

De apparatuur moet worden voorzien van een label dat aangeeft dat deze geen koelmiddel meer bevat en buiten bedrijf is gesteld. Het label moet voorzien zijn van datum en handtekening. Zorg ervoor dat apparatuur is voorzien van labels die aangeven dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat.

19) Terugwinning

Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of buitenbedrijfstelling, is het een aanbevolen goede praktijk om alle koelmiddelen veilig te verwijderen.

Zorg bij het overbrengen van koelmiddel naar cilinders ervoor dat alleen geschikte cilinders worden gebruikt voor de terugwinning van het koelmiddel. Zorg ervoor dat het correcte aantal cilinders beschikbaar is voor de totale hoeveelheid koelmiddel in het systeem. Alle gebruikte cilinders zijn speciaal bedoeld en moeten gelabeld worden voor het teruggewonnen koelmiddel (oftewel, speciale cilinders voor de terugwinning van koelmiddel). De cilinders moeten worden voorzien van een overdrukklep en bijbehorende afsluitkleppen die goed werken.

Lege koelmiddelcilinders moeten worden afgevoerd en, indien mogelijk, worden gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt.

De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren, met een set van gebruiksinstructies voorhanden, en geschikt zijn voor het terugwinnen van brandbare koelmiddelen. Bovendien moet een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn.

Slangen moeten voorzien worden van goed werkende, lekvrije sluitkoppelingen. Controleer voordat u de terugwinningsmachine gebruikt of deze goed werkt, goed is onderhouden en of alle bijbehorende elektrische componenten afgedicht zijn om de ontsteking van eventueel vrijgekomen koelmiddel te voorkomen. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel.

Het teruggewonnen koelmiddel moet worden teruggebracht naar de leverancier van het koelmiddel in de juiste terugwinningscilinder en met een document met de gegevens van de overdracht. Vermeng geen koelmiddelen in de terugwinningsunit en vooral niet in de cilinders. Als het nodig is de compressors of compressorolie te verwijderen, controleer dan of ze zijn afgevoerd tot een acceptabel niveau zodat geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel overblijft. Het afvoerproces moeten worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leveranciers wordt teruggebracht. Alleen de elektrische verwarming op de compressorbehuizing mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer de olie uit een installatie afgevoerd moet worden, moet dit op veilige wijze gebeuren.

20) Vervoer, marking en opslag voor de units

Vervoer van apparatuur met brandbare koelmiddelen volgens de vervoersvoorschriften

Markering van apparatuur met borden Overeenstemming met de lokale voorschriften Verwijdering van apparatuur waarin brandbare koelmiddelen gebruikt worden Overeenstemming met de nationale voorschriften Opslag van uitrustingen/apparatuur De opslag van de apparatuur moet gebeuren volgens de instructies van de fabrikant.

Opslag van verpakte (onverkochte) apparatuur.

De bescherming van de opslagverpakking moet op een dusdanige manier worden toegepast dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking niet leidt tot koelmiddellekkage.

Het maximale aantal onderdelen dat gezamenlijk mag worden opgeslagen wordt bepaald door de lokale voorschriften.

BIJLAGE A: Cyclus van het koelmiddel
OLIMPIA SPLENDID Sherpa Monobloc S2 E - 20) Vervoer, marking en opslag voor de units - 1

flowchart
graph TD
    A["Wateritlaat"] --> B["14"]
    B --> C["20"]
    C --> D["21"]
    D --> E["22"]
    E --> F["23"]
    F --> G["24"]
    G --> H["25"]
    H --> I["Waterinlaat"]
    J["Koeling"] --> K["6"]
    L["Verwarming"] --> M["7"]
    N["18"] --> O["17"]
    P["16"] --> Q["13"]
    R["15"] --> S["19"]
    T["③"] --> U["④"]
    V["②"] --> W["①"]
    X["①"] --> Y["②"]
    Z["④"] --> AA["⑤"]
    AB["⑦"] --> AC["⑧"]
    AD["⑨"] --> AE["⑩"]
    AF["⑩"] --> AG["⑪"]
    AH["⑪"] --> AI["⑫"]
ElementBeschrijvingElementBeschrijving
1Compressor14Platenwarmtewisselaar
2Afvoertemperatuursensor15Temperatuursensor van het koelgas
3Drukschakelaar hoge druk16Druksensor
44-wegklep17Aanzuigtemperatuursensor
5Omgevingstemperatuursensor18Lagedrukschakelaar
6Warmtewisselaar luchtzijde19Temperatuursensor water in uitlaat
7VENTILATOR_DC20Temperatuursensor water in inlaat
8Temperatuursensor warmtewisselaar luchtzijde21Expansievat
9Filter22Pomp van het water
10Capillair23Overdrukklep
11Elektronische expansieklep24Automatische ontluchtingsklep
12Temperatuursensor van de koelvloeistof25Waterstroomschakelaar
13Cilinder van de opslagtank

SPIS TREŚCI

1 ZASADY BEZPIECZEŃSTWA 02

2 INFORMACJE OGÓLNE 05

3 AKCESORIA 06

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : OLIMPIA SPLENDID

Model : Sherpa Monobloc S2 E

Categorie : Warmtepomp